Profiel van Peter de Haan

Overzicht van alle hardloopprestaties van Peter de Haan. Op deze profiel pagina worden alleen wedstrijdtijden getoond, trainingstijden zijn enkel voor de gebruiker zelf zichtbaar.

Laatste behaalde successen

Looptijden.nl fan
Vivaldi
Mijlpaal 100 km
Mijlpaal 1.000 km
Duathleet

Hardloop statistieken

AfstandAantalBeste tijdDatum PRGemiddelde tijd
5.000m600:22:2221-12-201400:23:08
6.437m100:33:1020-09-201400:33:10
10.000m3500:49:2913-09-201300:54:31
13.592m101:24:1909-06-201901:24:19
15.000m1401:11:3502-07-200301:23:03
16.093m601:26:0318-09-201601:34:56
21.097m1501:52:0710-04-201602:03:19
42.195m104:19:3322-05-201604:19:33

Uitgebreide statistieken zijn alleen beschikbaar voor ingelogde gebruikers

Log eerst in op Looptijden.nl voordat je de uitgebreide statistieken kunt bekijken.

Indien je nog niet aangemeld bent op Looptijden.nl kun je je heel eenvoudig gratis aanmelden.


Blog posts

Zie Ginds komt de Stoombootweg (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 19 oktober 2019 00:23

Al ten tijde van de Goudse Singelloop gonsde het van de geruchten. Weeronline had in al zijn wijsheid aangegeven dat de Dam-tot-Damloop – negen dagen later, op 22 september - onder hoogzomerse omstandigheden zou worden gehouden. En dat terwijl de kristallen bol van hetzelfde Weeronline niet eens bij machte is om een buitje twee uur vooruit fatsoenlijk te voorspellen. Zó vaak ben ik al bedrogen uitgekomen: zeiknat regenen zonder paraplu, of juist zeulend met het regenscherm door een immense zonkracht worden getroffen. Menigmaal heb ik op het punt gestaan deze gemankeerde virtuele weerprofeet voor het gerecht te slepen. Er was ook ditmaal alle reden om de DtD-voorspellingen met een flinke berg zout te nemen. Maar de elektronische weeralmanak bleef gedurende de hele week consistent in haar beweringen: zonnig en warm zou het worden daar tussen Amster- en Zaandam. Zouden ze dan tòch gelijk gaan krijgen?

Een Dam-tot-Dam met droog en zonnig weer: dat zijn toch wel de beste condities voor een onvergetelijk hardloop- en volksspektakel. Vorig jaar zeek het continu van de regen en was de inheemse bevolking van Amsterdam-Noord en Zaandam nauwelijk bereid om uit hun stulp te kruipen. Hier en daar langs het parcours stonden stijf gesloten partytenten. Daarin werden ongetwijfeld héél bijzondere feestjes gevierd, maar die hadden weinig tot niets met de hardloopwedstrijd te maken. Slechts een enkeling vervoegde zich buitenshuis om onder Moeder’s Paraplu het peloton gade te slaan. Maar binnen de kortste keren trok diezelfde enkeling zich weer schielijk en veilig terug onder Moeder's Rokken in het warme huisje - waar het hopelijk verder droog was. Nu echter zou er geen enkel excuus meer zijn voor de inboorlingen om zich niet te vergapen aan al die prachtige atleten en atletes op weg van Dam naar Dam.

In mijn vorige zwetsverhaal deed ik er al kond van. Twee dagen na het memorabele Goudse Singelfestijn werkte ik onder leiding van GR-oprichter Hans een 9km hersteltraining af door de polders bij Reeuwijk. Zoals ik al vreesde kreeg ik nog even de volle laag over mijn handel en wandel op de gewraakte vrijdagavond. Streng doch meedogenloos voegde Hans mij toe dat het lopen in nylon vlaggen niet iets is dat bij de Goudse Runnersetiquette past. Fijntjes wees hij mij daarbij op mijn gebrekkige looptechniek, race-indeling en ademhaling tijdens de marteltocht door de Goudse binnenstad. Deemoedig boog ik het hoofd en onderwierp me aan de verder rustige uitlooptraining. Hierbij werd ik meewarig dan wel grijnzend aangestaard door mijn mederunners. Van je vrienden moet je het maar hebben, nietwaar?

Op diezelfde zondag moest ik - ditmaal met Elfriede - nogmaals flink in de hoeven bij een heuse Nordic-Walking clinic. Deze clinic werd gegeven vanaf de hut van de Langlaufvereniging Gouda. Een vriendin vierde op deze speciale wijze haar zestigste verjaardag: een leuk groepsinitiatief waar mijn lief en ik ons met graagte aan overgaven. In twee middagsessies van één uur werden wij onderwezen in de basisbeginselen van deze bijzondere manier van wandelen-met-stokken. Weer eens een heel andere vorm van loopscholing zeg maar. Het kostte mij verdorie veel moeite om die principes enigszins onder de knie te krijgen. I’m getting on a bit, you know? Maar ik liet mij niet kennen en dat werd uiteindelijk toch wel gewaardeerd.

Gedurende de hele week erna bereidde ik mij vooral mentaal voor op de verschrikkingen die mij die zondag zouden wachten. Overigens zou het de vijfde achtereenvolgende keer zijn dat ik mij aan dit spektakel ging wagen. Een lustrum-editie dus. Vrijdags had ik mijn dochters (twee stuks) uitgenodigd voor een huiselijk festijn dat hopelijk óók gaat uitgroeien tot een fraaie traditie. Eerst werd een waar kannibalenmaal aangericht in de vorm van Coq au Vin met toebehoren. Deze schranspartij werd naadloos gevolgd door een exclusieve vertoning van de lievelingsfilm van zowel vaderlief als dochterlieven: Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulin, kortweg Amélie. Ik weet het: die voorliefde zegt veel over ons, en zeker indien U de film kent zult U dat grif beamen. Onze partners (elk ééntje, dus drie stuks tezamen) worden bij dit evenement gedoogd: op deze manier krijgen zij immers een nóg beter inkijkje in wat ons Haantjes bezielt en kunnen ze nóg beter rekening houden met hun geliefden. Bovendien mogen ze gratis meeëten en meekijken: ziehier het mes dat aan alle kanten snijdt.

Het festijn op de vrijdagavond vormde de fraaie prelude voor het festijn op de zondagmiddag. De zaterdagochtendtraining sloeg ik over: er moest immers zuinig worden omgesprongen met de beschikbare energie. Al een aantal dagen lang was ik fysiek bepaald niet superfit – mentaal was ik het echter wel. GR-loopmaat Chuen (afstammeling van!) belde mij aan het eind van de ochtend nog enthousiast op: tot zijn vreugde had hij op het allerlaatste moment ook een ticket bemachtigd. Hij vroeg zich af of wij samen konden reizen naar Amsterdam. Helaas zat er tussen zijn starttijd en de mijne ruim twee uur. Samenreizen zat er derhalve niet in, maar wel wensten we elkaar veel succes en plezier met de loodzware challenge die ons beiden te wachten stond.

Vanwege het late starttijdstip van klokslag 14:25 uur konden man en vrouw op de wedstrijdochtend lekker lang doorsudderen tussen de lakens. Op het door de electronische haan aangegeven moment jumpten wij er ijlings uit om ons aan het sportontbijt te wijden. Terwille van een goede eiwit- en zoutbalans omvatte dit maal ditmaal ook een gekookt eitje, een lekkernij die met een snuf zout werd ingebracht. Hierdoor stelde ik zeker dat ik optimaal voorbereid naar de hoofdstad zou afreizen. Vlotjes werd de speciale Dam-tot-Dam-tas ingepakt en om half twaalf des ochtends verliet het liefdespaar het liefdesnest. Behendig manoeuvrerend langs alle zwartomhulde kerkgangers baanden wij ons een weg naar de treinen. Zoals bij U bekend is het stationsgebouw een toonbeeld van foute architectuur, zowel qua ontwerp als uitvoering. Maar dat terzijde. Even later nam ik plaats in het rijtuig waarin ik naar Amsterdam zou worden vervoerd. Dit alles uiteraard na een buitengewoon roerend en liefdevol afscheid dat wij en plein public zonder enige gêne lieten plaatsvinden.

Het was al onrustig in het boemelvehikel, maar op het schilderachtige stationnetje Goverwelle werd het nog een graadje erger. Tegenover en naast mij nam een drietal Polen plaats dat onmiddellijk, en zonder voorafgaande aankondiging of waarschuwing, luidkeels met elkaar in debat ging. En of dat nou over wodka, Poolse of Nederlandse vrouwen, uitkeringen/pensioenen of de schoonheid van het Tatra-gebergte ging: ik had er waarlijk geen idee van. Wel hadden mijn immers hoogsensitieve trommelvliesjes de grootste moeite met het verwerken van zoveel onverstaanbare impulsen. Gelaten bracht ik mijn oortjes in en trachtte op de klanken van The Blue Nile het gekrakeel te dempen. ‘Now that I found peace at last, tell me Jesus will it last?’. BTW goeie vraag op deze Dag des Heeren. Nou het antwoord nog.

Gelukkig verlieten de drie Oostblokkers in Breukelen de trein. Onmiddellijk werden de twee plaatsen tegenover mij ingenomen door twee jonge vrouwen van wie het alle schijn had dat zij ook aan het DtD-festijn zouden deelnemen. Hun tassen leken immers sprekend op de mijne. Gelijk schrijver dezes waren zij al gehuld in hun wedstrijdtenue – dat kon ik razendsnel constateren. Twee paar onbedekte vrouwenbenen staarden mij aan, en dwongen mij haast om terug te staren. Pijlsnel besloot ik tot een interventiemeditatie: uiterst geconcentreerd de mindemptiness bedrijven met de luikjes dicht. Dit ter voorkoming van ogen op steeltjes, bakkes op half zeven en buitensporig gekwijl uit de mondhoeken. Een aanrader voor wie niet op gluurgedrag betrapt wil worden: dit is het beste wat je kan doen. Eigenlijk is het wel het enige wat je kan doen. In dit geval nog altijd op de klanken van The Blue Nile: ‘I wanna hold you, treat you right. I can do wrong but will do right’.

Weer een beetje tot rust gekomen na deze aangrijpende gebeurtenissen bereikte ik met mijn medepassagiers de prachtige Johan Cruyff ArenA. Waar ik in het epistel over de Gaasperplasrun de loftrompet stak over de naamgever, wil ik nu kort stilstaan bij mijn bemoeienissen met deze voetbaltempel. Eerst een bekentenis: mijn cluppie Ajax heb ik daar nog nooit zien spelen. Maar ach, vroeg of laat zal dat er ongetwijfeld van komen. Wel aanschouwde ik, samen met mijn vader, de grote opening in 1996. Drie dagen later bezocht ik die grote teil opnieuw, ditmaal met diezelfde vader en mijn toenmalige schoonbroer. Twee jaar daarna, in juli 1998, was de ArenA het toneel van een spetterend concert van The Rolling Stones, met in het voorprogramma de Dave Matthews Band. Ik was erbij, zoals U zult begrijpen. In juni 2016 (we maken een grote sprong in de tijd) was er een al even spetterend concert van Coldplay, onder andere geopend door een fantastische Lianne de la Havas. Ook daar was ik gloeiend bij.

Nu weer een tijdsprongetje terug: in oktober 2005 was er de WK-kwalificatiewedstrijd om des keizers baard tussen Oranje en Macedonië. Ditmaal zonder support act, tenzij U natuurlijk het zingen der volksliederen als zodanig beschouwt. BTW toen ging het nog om heel Macedonië - en niet alleen maar het Noorden. Doordat Nederland zich al voor het WK geplaatst had (dat was nog ongewis toen ik de kaartjes kocht) en Macedonië al lang uitgeschakeld was, werd het een bloedeloze wedstrijd met een bloedeloze 0-0 als eindstand. Desalniettemin: toch mooi om erbij te zijn geweest.

Vervuld van mooie herinneringen dreef ik deze indrukwekkende tobbe voorbij. Om ongeveer kwart voor een op deze stralende middag landde het Sprintertje op het Mokumse Centraalstation. Zoals gebruikelijk tijdens de DtD kon je over de koppen lopen, zo knetterdruk was het ter plaatse. Slaand, schoppend, bijtend en krabbend baande ik mij een weg naar de Sanifair geldfabriek die aan de IJ-zijde van het station is gelegen. Met een nauwelijks te onderdrukken glimlach bekeek ik de gigantische rij waarin de vrouwen voor het toiletgebouw stonden opgesteld. Kun je nagaan: eerst kloppen ze je nota bille 70 Eurocent uit je DtD-zak nadat je al een uur gequeued hebt, en vervolgens moet je inpandig nóg eens een uur wachtend doorbrengen. Als de nood het hoogst is, is bij Sanifair de redding geenszins nabij. In ieder geval niet voor vrouwen. Wij mannen, gezegend met onze specifieke fysiologische karakteristieken, hadden meer geluk vandaag.

Opgelucht verliet ik dit Sanifair-inferno, met recht het Oord der Helse Verschrikkingen. Schielijk sloop ik naar boven, richting het busplatform. Daar stonden de vrachtwagens opgesteld die onze witte DtD-tasjes veilig naar Zaandam zouden brengen. Na afloop van de 16 kilometer lange kweltocht zou de atleet zijn of haar tasje weer kunnen afhalen. Ik bracht mijn doping in, stopte alle overbodige kledij in de tas, legde er een grote knoop in en gaf ‘m af bij de dienstdoende logistiek vrijwilliger bij de truck. Vervolgens besloot ik mijn mediteerwerk te hervatten op het busplatform, met als enige overgebleven losse bezittingen een flesje water en een flinke banaan.

Na afloop van de meditatie nam ik zoals zo vaak even de gelegenheid om een blik te werpen op al die prachtige atleten en atletes die zich opmaakten voor het verrichten van hun prestatie. En opeens zag ik hem: mijn oud-collega Cock, gezeten op de stoeprand en in druk gesprek met een vrouwspersoon. Opgetogen liep ik op hem af: hij was de eerste en mogelijk enige bekende die ik in deze immense lopersmassa zou tegenkomen. De begroeting was allerhartelijkst, en ook maakte ik kennis met zijn metgezellin: zijn eigen vrouw met wie hij samen deze loop ging verhapstukken (bron: Arranraja). Uiteraard ging een deel van het gesprek over onze gezamenlijke tijd als vakbroeders. Lang kon ons onderonsje helaas niet duren: zij zouden eerder starten dan ik en moesten zich zo langzamerhand haasten naar hun startvak. We wensten elkaar veel succes, en we beloofden dat we elkaars uitslagen zouden checken.

Geduldig wachtte ik op het busplatform mijn tijd af. Om kwart voor twee was ook voor mij het moment aangebroken om de moede gang naar het startschavot te maken. Luid smakkend op mijn banaan liep ik in de IJ-passage onder alle sporen door. Koud buiten het station gekomen voelde ik de warmte onverbiddellijk op mij neerslaan. Krimmenele wat zou dit heftig worden vandaag! Gelaten sjokte de kudde langs de Schreijerstoren richting dat vermaledijde startvak. Op de brug waar alle businessteams hun fotoshoots houden wijdde ik mij kortstondig aan wat inloopwerk. Je moet tenslotte warmdraaien ook al is de buitentemperatuur hoog - zo zijn nou eenmaal de regels van het spel. Gutsend van het inloopzweet bereikte ik Dixiland, waar ik nog een laatste inspanning verrichte om het reservoir leeg te krijgen.

Eenmaal aangekomen in het rode startvak zocht ik onmiddellijk de schaduw op. Die werd zoals zovaak gevormd door het aan de Prins Hendrikkade gelegen Amrâth Hotel, dat dit jaar geheel in de steigers stond. Met frisse tegenzin onderwierp ik mij aan een warming-upspektakel dat mij eigenlijk vreselijk tegen de borst stuitte, maar ja je moet toch wat om de tijd te doden (bron: Wim). Anders maak je jezelf maar veel te zenuwachtig zo vlak voor de start. Na deze opwarmgekte bewoog het peloton zich schuifelend naar voren richting de startlijn. Nu stond ik schuin voor een enorm beeldscherm waarop de menigte te zien was – en al spoedig ontdekte ik er mijn eigen persoontje. In opperste concentratie monsterde ik mijzelf: zat het jasje recht, het dasje recht? Veters netjes gestrikt met een extra knoop er bovenop? Waren er ergens nog ongerechtigheden? Stond er niet ergens nog een gulp open, een chocoladevlek in de mondhoek misschien? Snottebelletje aan het neusje soms? Zat mijn kapsel goed? Check-recheck-doublecheck. Tevreden zag ik dat het goed was, en dat ik gereed was om te vertrekken.

Om klokslag 14:26 uur werd met een fuikstart ook dit stukje peloton weggeschoten. Meteen kreeg ik het warm op het stuk Prins Hendrikkade, tot aan de bocht richting Nemo en IJtunnel. Ik zou vandaag heel zuinig moeten lopen, anders zou het mij slecht vergaan. Zoveel was mijn warmtemanager in de eerste honderden meters al duidelijk geworden. De tunnel bood direct verkoeling: er hingen gigantische blowers aan het begin die koude lucht op de meute lieten neerdalen. Hartstochtelijk aangespoord door een roedel trommelaars vervolgden wij onze weg in de tunnel waarin het naar mijn gevoel behoorlijk koel was. Hoe anders was dat vorig jaar: toen vertrokken wij met lagere temperaturen en enorme plensbuien en betraden we een tunnel die bloedheet aanvoelde. Maar nu niet dus. Ook aan het eind van de tunnel hingen weer blowers die ervoor zorgden dat het zelfs flink koud aanvoelde. Dat was misschien even lekker, maar ik wist dat we meteen de tol gingen betalen. Het gevoelstemperatuurverschil (3x woordwaarde) met buiten was immers veel te groot.

Op het oersaaie stuk over de Nieuwe Leeuwarderweg sloeg de zonkracht onbarmhartig toe. Het was zaak om zo behoudend mogelijk te lopen, anders zou de strijd snel gestreden zijn. Ik verkoos de geborgenheid van een groep van ongeveer 15 lopers die een voor mij te behappen tempo onderhielden. Vlak voor de opgang richting Amsterdam-Noord ontspon zich een merkwaardig gesprek over het mogelijke dodental van deze loop, onder deze omstandigheden. Een aantal manspersonen was vol bravoure tegen elkaar aan het opbieden over dat getal, en op een gegeven moment was men op het angstaanjagende verhoudingscijfer van 1:15 gekomen. Kortom: van elke 15 lopers zouden er 14 levend de finish bereiken. Hilariteit alom in het groepje, en ook ik kon een glimlach maar met moeite tot bedaren krijgen. Mannen onder elkaar hè? Berekenend als ik ben besloot ik om nu ook maar mijn duit in het zakje te doen. Ik hield de mensen om mij heen voor dat ze dan maar eens goed om zich heen moesten kijken. Want, zo sprak ik fijntjes, één van ons zou het loodje leggen vandaag. Meteen werd het een stuk rustiger. En nadat we even later óók nog langs een begraafplaats waren gelopen werd er verder geen woord meer gewisseld in het vlak daarvoor nog zo geanimeerd klessebessende groepje.

Ondanks al deze morbide jolijt begon ik het intussen behoorlijk zwaar te krijgen. Dat was mij verdorie tijdens de vier voorafgaande edities in deze fase van de strijd nog niet overkomen. Ik verwelkomde de eerste drankpost op de Buiksloterdijk met graagte en viel als een dorstige wolf aan op het verstrekte water. Ook werd er het nodige van die vloeistof over het flink verbrandende bolletje uitgestort. Alle middelen moesten immers worden ingezet om oververhitting te voorkomen. Met een langzaam leeglopende tank vervolgde ik mijn weg over de Marjoleinweg en het Barkpad, waar overigens geen hond te bekennen viel. Ik had inmiddels vijf zware kilometers achter de zwaar verhitte kiezen. Het was tijd voor de volgende etappe: het lange stuk naar het pythagoreske Kadoelen. Het eerste gedeelte is onbarmhartig: geen enkel stuk struweel neemt ook maar iets van de zonkracht weg. Daarna wordt het wat beter en komt de bebouwing van Kadoelen in zicht. En daar, op de Stoombootweg, voltrok zich de redding. Vele Kadoelers hadden uit oprecht medelijden drankpostjes ingericht of hadden hun sproeiers van stal gehaald om het atletenvolk afdoende te koelen. Waarvoor de onuitsprekelijke dank van deze Goudse tobatleet. Een groot gedeelte van het parcours in Kadoelen stond blank, echt waar, en het was soms nog een hele toer om al deze vloeibare klippen te ontwijken.

In de Molenwijk (een minder schilderachtig stukje Amsterdam-Noord) vergunde ik mij alle tijd bij de fruitpost en later bij de drankpost. Even weer wat bij mijn positieven komen, even een assessment maken van de situatie. Welnu, die situatie was weer eens niet best en bood ook weinig hoop voor het vervolg. On a brighter note: wèl waren bijna 10 kilometers afgelegd en was ik zowat op tweederde van deze monsterbeproeving. Inmiddels had ik een pact gesloten met een hardloopstelletje om een tijdje de krachten te bundelen. Voor de geïnteresseerden: beiden waren getooid met een blonde paardenstaart. Gezamenlijk schreden wij onder het Coenplein door (besmette naam, red.) richting Zaandam. Liep men tot twee jaar geleden altijd over de Verlengde Stellingweg, tegenwoordig wordt de meute naar de westelijke kant van de A8 gedreven. Vlak voor het 11km-punt schoof het hele peloton de weg af en het fietspad op, simpelweg omdat daar schaduw was. Dat was wel sneu voor een vrouwelijke DJ die nou juist aan de kant van de weg haar kunsten aan het vertonen was. Spijtig voor haar liepen wij allemaal achter haar langs – volgend jaar maar beter hè?

Vlak na deze onverkwikkelijke gebeurtenis sjokte het peloton de Noorder IJ- en Zeedijk op, een behoorlijk lang stuk op weg naar Zaandam. Ik had het hardloopstelletje inmiddels gelost (of was het andersom?) en liep nu op met een man van ongeveer mijn leeftijd, gezegend met een Limburgs accent. Met zijn zachte G wist hij mij te vertellen dat hij er dubbel en dwars doorheen zat en dat het allemaal niet lang meer moest duren. Dat gaf mij nieuwe kracht: ik was blijkbaar niet de enige die op sterven na dood was. Even na het 12km-punt sprong een manspersoon het parcours op als wilde hij ons de weg versperren. Hij maakte zich bekend als wedstrijdofficial en maande ons met klem om vooral rustig te gaan lopen, wegens de warmte. What a statement: we gingen al zó langzaam dat we dreigden om te vallen. Grijnzend keken mijn loopgezel en ik elkaar aan. Maar goed: bevel is bevel, zoveel had ik wel opgestoken van mijn jeugd in een kolonelsregime. En dus bonden we in, mede uit angst uit de wedstrijd te worden verwijderd.

Intussen bereikte ons ook de mare dat de laatste twee startgroepen, in totaal ruim 4000 personen, een startverbod hadden gekregen. Even werd ik wit om de neus. Dat betekende dus dat ik in de láátste groep had gezeten die wèl mocht starten! Wat was er in hemelsnaam gebeurd? Ik moest er maar even niet aan denken, dus ploeterde ik ijverig voort richting de laatste drankpost, op 13.7 kilometer. Daar laafde ik mij voor een laatste maal overvloedig: twee bekertjes Isostar en twee bekertjes water. Met een doordrenkte spons sopte ik voor de laatste maal mijn vermoeide en oververhitte hoofd. De laatste fase van het Damdrama was aangebroken.

Even na 14 kilometer zag ik tot mijn schrik een aantal hulpverleners die zich over een roerloos op de grond liggende persoon bogen. Die man of vrouw lag er duidelijk niet florissant bij, en het maakte dat mijn stemming al helemaal tot het nulpunt daalde. Vol met bange vermoedens sjokte ik voort over de Zuiddijk, luid aangemoedigd door een grote schare inboorlingen die uit hun hutten waren gekropen om ons een hart onder de riem te steken. Ook hier werd weer onwaarschijnlijk veel gezopen en gebruikt – het was goed te ruiken allemaal. De zon was achter de wolken verdwenen, en hierdoor voelde het even vreemd koud aan. Eventjes viel ik stil. Er trokken rillingen over mijn rug: voelde ik mij wel goed en kon ik zo eigenlijk nog wel door? Gelukkig herstelde ik snel en kon ik mijn weg vervolgen over de klinkers van de Zuiddijk.

Bij 15 kilometer voelde ik mij alweer goed genoeg om breeduit te grijnzen en te zwaaien voor de in groten getale opgestelde fotocamera’s. Als U de foto’s ziet lijkt het alsof ik zo fit als een hoentje ben – in werkelijkheid loop ik als de Dood van Pierlala over het wegdek te zwalken. Het absolute dieptepunt bereikte ik vlak voor de Dam: daar had het hele spektakel wat mij betreft subiet mogen ophouden. Maar er waren nog ettelijke honderden meters te gaan. Godzijdank bood de doortocht op de Dam met honderden uitzinnige (want stomdronken) supporters nog net die motivatie om het karwei naar behoren af te ronden. Eenzelfde verschijnsel beleefde ik bijna een jaar geleden op het Stratumsend in Eindhoven, in the dying seconds van mijn halve marathon aldaar. Hier in Zaandam, met nog 400 meter te gaan, werd het gelukkig een overzichtelijk en behapbaar gebeuren. De finishboog op de Peperstraat kwam in zicht, en met een redelijk tempo voltooide ik het laatste stuk. Uitgepierd en afgedraaid passeerde ik de finishmatten: deze helletocht zat er voor mij eindelijk op. De strijd was gestreden, het leed was geleden. Mijn vijfde (achtereenvolgende!) Dam-tot-Damloop was aan mijn zegekar gebonden.

Uitgeput nam ik mijn medaille en een flacon sportdrank in ontvangst. Dat had ik allemaal wel verdiend vond ik zo. Normaal gesproken staan ze vlak na de finish ook pakjes Sultana uit te delen. Maar dit keer niets van dat alles. Ik heb inmiddels een lange brief geschreven aan de organisatie, waarin ik mijn ongenoegen over deze omissie kenbaar heb gemaakt. Mogelijk zal door toedoen van dat epistel deze traditie volgend jaar hervat worden. Ik houd U op de hoogte. Maar op dat moment zat het mij behoorlijk hoog. Gedesillusioneerd liep ik over de Heijmansstraat richting de tassenafgifte bij het Dam-tot-Dampark. Overal zag ik mensen totaal uitgewoond in de hekken hangen. Voor mij liep een blonde vrouw die zichtbaar heel gelukkig was met zichzelf. Telkens maakte zij vreugdesprongetjes en hief zij haar armen in triomf. Deze fraaie verschijning, zo vlak voor mij, bracht mijn goede humeur op slag terug. En het deed mij ook weer beseffen hoe gelukkig ik zelf ben. Gelukkig in het spel, en gelukkig in de liefde.

Na het confisqueren van mijn DtD-tas monsterde ik mijn schrandere telefoon. Daarop had een ware Whatsapp-ontploffing plaatsgevonden. Mijn bezorgde levenspartner, mijn dochters, vader, zuster, mijn tante Martha die ik niet tante mag noemen, Arranraja, GR-makker Wim, allen hadden zij die éne prangende vraag: was ik wel gestart? Gevolgd door die éne prangende vervolgvraag: was ik wel gefinisht? Gelukkig kon ik beide vragen bevestigend beantwoorden, maar ik deelde hen wel mee dat mijn situatie te wensen overliet.

Moeizaam kleedde ik mij om en na nog een kort meditatief momentje vertrok ik naar het Zaanse station. U weet inmiddels hoe fraai ik dat station vind, dus dat vermeld ik hier niet nogmaals. Halverwege de Gedempte Gracht passeerde ik nog de favoriete coffeeshop van mijn blogbroeder Arranraja, en met een glimlach bedacht ik mij dat ook door hem een jubileumeditie was afgewerkt. Voor het voltooien van zijn tiende achtereenvolgende DtD past enkel eerbied en ontzag. Ik hoop oprecht dat zijn medisch team snel een oplossing kan vinden voor zijn rugkwetsuur, zodat hij ook in de toekomst actief kan zijn tussen de twee Dammen.

Met mijn laatste krachten sleepte ik mij naar de achterkant van het perron, en wachtte daar geduldig op de Intercity vanuit mijn geboorteplaats Den Helder richting Maastricht. De Nederlandse Spoorwegen brachten mij vervolgens veilig via Utrecht naar Gouda. Ter hoogte van de streng Gereformeerde Stationspleinkerk luisterde ik even naar de loodzware gezangen die tot ver buiten het pand te horen waren. Zouden deze mensen uiteindelijk vrede hebben gevonden, en had Jezus hen inderdaad verteld dat dat eeuwig zou zijn? Mijn persoonlijke duurzame vrede had ik op eigen houtje allang gevonden. Vermoeid doch voldaan sjokte ik langs het spoor naar huis, daar waar happiness heerst, waar het leven goed is en ten volle waard om geleefd te worden.

Kanarievogel op de Kattensingel (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op zondag 13 oktober 2019 17:57

Zoals ik mijzelf al voor aanvang van het Weesper Vechtfestijn had beloofd, vormde deze Succesvolle Samenloop met blogbroeder Arranraja de afsluiting van mijn voorseizoen. Een voorseizoen dat zich als een ware hardlooprollercoaster had voltrokken. U heeft er in negen ellenlange kletsverhaaltjes over kunnen lezen en huiveren. Over het algemeen waren de wedstrijden zwaar geweest – een logisch gevolg van een al geruime tijd in mij postgevat duurloopmisverstand. Dit misverstand houdt in dat ik meende zonder fatsoenlijke duurlooptraining toch nog tot goede prestaties te kunnen komen. Welnu: deze mening klopt niet. Door een schrijpend gebrek aan duurvermogen was het een voorseizoen geworden van lijden in plaats van leiden. Met als gevolg dat ik na sommige wedstrijddébacles flinke hardlooppauzes moest nemen – et voilá daar heb je je poreuze cirkel. Want het is na een periode van rust al helemáál zwaar om überhaupt de motivatie op te brengen voor goede en gerichte trainingsarbeid. Overigens spreek ik überhaupt maar één woord Duits, maar dat terzijde.

Je merkt het ook aan de kletsverhaaltjes zelf, nietwaar lezer? Uit al dan niet valse schaamte vermeldde ik niet eens meer de wedstrijdtijden op mijn episteltjes. Ik was dit voorjaar zó ver door mijn ondergrenzen gezakt dat ik de ene na de andere PW (Personal Worst) op liet tekenen. Die waren het vermelden in een blog niet waard vond ik. Ook wijdde ik, bij gebrek aan beter, ellenlang uit over allerhande randzaken. Zaken die in mijn persoonlijke leven weliswaar memorabel zijn, doch die in een fatsoenlijk hardloopverhaal totaal misstaan. Mocht U zich in de afgelopen maanden min of meer geërgerd hebben aan mijn schriftelijke baksels: mijn oprechte, nederige en schaamtevolle excuses daarvoor. U kunt mij ontvrienden indien U dit wilt – ik zal het begrijpen. Mocht U ze echter wel de moeite waard hebben gevonden: dan ben ik voor eeuwig Uw vriend en zal ik mij voortaan meer dan ooit uitputten in oeverloze vertellingen. Te beginnen met deze.

Vlak na de Vechtloop voltrok zich ook nog een andere afsluiting – eentje waar ik echter huizenhoog tegen had opgezien. Het was het eind van mijn werkzame periode bij Terre des Hommes, een organisatie die na mijn aantreden in Kenianentempo mijn hart gewonnen had. Dit vanwege de buitengewoon eerbare en nobele doelstellingen en vanwege het fantastische menselijke kapitaal dat zich met volle overgave wijdt aan het verwezenlijken van deze doelstellingen. Alleen al op het hoofdkantoor in Den Haag waren meer dan tien nationaliteiten vertegenwoordigd, en uiteraard was Engels er de voertaal. Het Engels is mijn tweede eerste taal, als U begrijpt wat ik bedoel. I felt like a gopher in soft dirt – I knew that already whilst working there, but as I write this I realise that even more. Als projectleider èn business-analist had ik een project management informatiesysteem mee helpen implementeren. In de laatste weken trainde ik nog een veertigtal mensen over het hele TdH-verspreidingsgebied (Oost Afrika, Zuidoost Azië, Europa) in het gebruik van het nieuwe systeem. Heerlijk om te doen voor zoveel prachtige vogels van diverse prachtige pluimage – dit laatste meen ik oprecht.

Maar U kent mijn argumenten om toch te vertrekken: ik onthulde ze immers in mijn vorige opstel. En zo was dan op 16 juli de dag aangebroken om iedereen vaarwel te zeggen èn te huggen. Want die laatste activiteit wordt in de hechte TdH-familie met graagte gebezigd. Hoe is het mogelijk dat je mensen dan wèl toelaat in je aura, een gebied dat normaal gesproken door mij streng bewaakt wordt. Bij mijn afscheidsreceptie kreeg ik - naast vele warme woorden - onder andere het werkelijk schitterende boek ‘Born to Run’ (van Christopher McDougall) cadeau. Wat een passend geschenk voor een tobatleet en wat leuk en attent dat ze juist dàt voor mij hadden uitgezocht. Het farewell werd één grote wederzijdse tranentrekker, nog nèt niet zo erg als het afscheid bij een Succesvolle Samenloop. Maar toch: een drama in zesentwintig bedrijven was het. Met roodomrande ogen leverde ik aan het eind van de dag mijn sleutels en laptop in bij de dienstdoende, hevig geëmotioneerde, facility officer. Daarna vertrok ik met een stille trom vol weemoed. De tijd bij Terre des Hommes had voorgoed mijn leven veranderd.

Vijftien dagen restten mij om te ontslakken van Terre des Hommes en om me nog niet druk te maken over wat mij bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zou wachten. Op 1 augustus zou ik beginnen bij deze nieuwe werkgever. Elfriede en ik besloten een soort van nationale stedentrip te verhapstukken (bron: Arranraja). De absolute en ongekende climax ervan werd gevormd door een midweek in Maastricht, dat - net als wij - zuchtte onder de hoogst gemeten temperaturen in Nederland ooit. Godzijdank hadden wij een hotel geboekt dat over excellente airconditioning bleek te beschikken. Anders was het in de zwoele nachten al net zo’n lijdensweg geworden als bij de Zandvoort Circuitrun in maart. Nu werden diezelfde nachten zwoel doch draaglijk – en daar wou ik het verder maar bij laten.

Wellicht nodeloos om te vermelden, maar de twee vakantieweken voltrokken zich op een uiterst Bourgondische wijze. De pondjes vlogen eraan, en de conditie vloog eraf om het zo maar eens uit te drukken. Trainingen waren vanzelfsprekend niet aan de orde in dit interbellum tussen TdH en RVO. Ik besefte dat mij een lange periode van wederopbouw te wachten stond, en dat zonder Marshall-hulp. Dat maakte dat ik ook behoorlijk zuinig gedaan had met het inschrijven voor najaarsloopjes. De Dam-tot-Damloop en Zevenheuvelenloop waren al maanden geleden gepland – dat zijn immers zekerheidjes in mijn hardloopbestaan. Maar voor de rest was de wedstrijdloopkalender nog angstvallig leeg. Ook voor de Goudse Singelloop had ik zoals gebruikelijk nog geen ticket tot mijn beschikking.

Zoals wel vaker bood Startbewijshulp.nl uitkomst. Enige dagen voor het Goudse festijn meldde zich ene Nelleke op de electronische marktplaats voor startnummers. Zij had nog een ticket over voor de 10km. Onmiddellijk sloeg ik toe en na het uitdelen van een Tikkie incasseerde ik het felbegeerde startbewijs. Ik was verheugd, ondanks het feit dat ik een haat-liefdeverhouding heb met deze loop. Haat vanwege het verschrikkelijke parcours door straatjes en steegjes, liefde vanwege de enorme gezelligheid in de Goudse binnenstad op de wedstrijdavond.
Hoe dan ook: na Paul, Sietske, Gerrit, Jimi en Marcel zou in 2019 de naam Nelleke op mijn torso prijken. Ik had het ‘m weer geflikt! Vrijdag 13 september was de Grote Goudsche Dag, en ik zou er gloeiend bij zijn.

Op woensdag verliet ik het Haagse RVO-pand wat eerder, teneinde in Gouda mijn vernieuwde rijbewijs op te halen en mijn startnummer op te vissen in sportzaak VS op de Nieuwehaven. BTW tot mijn starre verbazing mag ik de komende 10 jaren ook op een tractor gaan rijden! Gloort er een nieuwe carrière aan de horizon? De toekomst heeft het in het verschiet. Maar dat alles terzijde. In de sportzaak ontdekte ik dat de naam op het startnummer niet Nelleke maar Dineke was. Enige navraag leerde mij dat Nelleke het ticket voor haar moeder had aangeschaft, maar dat Dineke helemaal geen behoefte bleek te hebben aan zo’n inspannend loopje. Voortaan toch maar weer een geurtje kopen Nelleke, of een mooie bos bloemen.

Na het verlaten van de sportzaak liep ik op de Kleiweg plotseling Debora tegen het lijf. Debora drijft samen met haar zuster Anita al enige jaren een zaak in Afrikaanse kledij en gebruiksvoorwerpen, genaamd Dinkra. Een tiental maanden geleden verhuisde Dinkra naar een groter pand aan de Kleiweg. Achterin de zaak was een enorme ruimte – en de twee zussen besloten die ruimte te reserveren voor een mengeling van kunstenaars en ambachtslieden. Elk van hen kreeg een stukje ruimte om in te richten als atelier. Tegen betaling, dat wel. Zo waren er op een gegeven moment een edelsmid, een leerbewerker, een keramist en last but not least een kunstschilder: mijn vrouw Elfriede. Vijf maanden lang haalde zij daar haar schilderstreken uit, totdat haar hoog-sensitieve inborst haar influisterde dat het er wel extreem gezellig en druk was, en dat er zo van werken te weinig terechtkwam. Ook sloten de Dinkra-zusters overeenkomsten om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt – onder andere vanwege een migratieachtergrond – een arbeidsplek te geven in het modeatelier. Zo ontstond The Melting Shop, een passende naam voor zoveel bedrijvigheid van zoveel prachtige vogels van diverse prachtige pluimage – dit laatste meen ik oprecht.

Tijdens mijn keuvel met Debora meldde ik haar dat ik zojuist mijn Singelloop-ticket had opgehaald. Onmiddellijk sloeg zij aan: of ik al wist wat voor kleding ik die vrijdagavond zou aantrekken? Tja, eigenlijk wist ik dat wel, maar ik was toch even benieuwd wat er achter haar vraag school. Vol vuur vertelde zij mij dat ze sportkleding gingen maken van oude grote sportvlaggen. Het was de bedoeling dat die kleding uiteindelijk bij sportverenigingen zou terechtkomen, speciaal ter aanschaf door de wat minder goed bij kas zittende mensch. Ik vond dat een buitengewoon nobel streven, en dat vertelde ik haar ook, maar nòg wist ik uiteraard niet wat de bedoeling was. Die bedoeling werd snel duidelijk: als ik nou eens ter promotie van hun zaak en van deze spectaculaire nieuwe loopkledij in zo’n verbouwde vlag ging lopen, dan zou Debora mij een nòg toffere gozer gaan vinden.

Enigszins schoorvoetend liet ik mij meetronen naar de winkel. Daar waren heel nijverige mensen heel nijverig bezig met het omwerken van oude vlaggen naar hardloopbroekjes en hardloophesjes. Meteen kreeg ik het warm: het materiaal bleek nylon te zijn, en ja dat ademt niet al te best. Maar wel werd ik vrolijk van de veelkleurigheid van de kledij, en van het enthousiasme en de ijver waarmee het vervaardigd werd. Al snel was ik om: ik zou de Singelloop gaan lopen als het vlaggenschip van The Melting Shop. Ook op de andere afstanden zouden TMS-vaandeldragers meedoen – het beloofde een enorme promotie-actie te worden. Omdat ik gedeeltelijk in het donker zou komen te lopen koos ik een overwegend geel setje uit, met blauwe, witte en bruine accenten. Op de vrijdagmiddag kon ik mijn tailor-made outfitje in de shop komen ophalen, zo werd mij verzekerd.

En zo brak de langverwachte wedstrijddag aan. Een mooie traditie op die dag is het wegwerken van een pannenkoekje in De Pannenkoe, een intiem eethuisje tegen de Goudse binnenstad aangeplakt. Dit vanzelfsprekend samen met de liefde van mijn leven, die altijd volgaarne bereid is om met mij dit sterk staaltje van sportdiëtetiek te bedrijven. Om een uurtje of vier buffelden wij naar volle tevredenheid onze lekkernij weg – zo kon het spul bijtijds zakken voor het grote wedstrijdfestijn dat voor mij om half acht van start zou gaan. Daarna togen wij naar The Melting Shop waar ik het nieuwbakken tenue onder de vaardige handen van de naaisters weggriste.

Bij het omkleden in Huize De Haan probeerde ik na te gaan of deze nylon kledij mij goed zou passen. Het hesje zou geen probleem vormen, alhoewel ik er toch mijn allerdunste singletje onder aanbracht om de kans op schuurplekken en brandwonden te minimaliseren. Mijn hoog-sensitieve torso moest immers gespaard blijven, zo vonden wij beiden. Om soortgelijke redenen trok ik mijn gebruikelijke korte tights aan en deed ik het nieuwe gele broekje er overheen. Dit alles zou garant staan voor een buitengewoon verhitte avond, ik wist het, maar dat moest dan maar. Gelukkig waren mijn hardloopsokken niet van nylon, bedacht ik mij met enige opluchting. Al met al vond ik het best stoer staan, iets wat na enig aarzelen door mijn lief werd beaamd. Na ampele overweging besloten we ook de naam Dineke af te plakken en met watervaste viltstift mijn eigen naam op het startnummer te zetten. Zo zou mij een grote identiteitscrisis bespaard blijven, en zou ook Dineke zich met goed fatsoen nog in de Goudse binnenstad kunnen vertonen.

Meewarig aangestaard en nagekeken door velen marcheerde ik tegen een uurtje of zes naar de Goudse binnenstad. Zo’n vreemd uitgedoste vogel hadden zij nog zelden gezien. Zelfs door het wandelen raakte ik al oververhit – hoe moest dat tijdens de loop wel niet zijn? De vrouw des huizes had nog wat eigen bezigheden binnenshuis, maar zij zou zich later als supporter bij het spektakel voegen. Met de dames van The Melting Shop was er de afspraak dat zij zich op het parcours zouden ophouden, niet ver van hun eigen winkeltje. Daar zouden zij de dappere TMS-krijgers aanmoedigen op hun ongetwijfeld loodzware beproeving.

Gouda heeft een schilderachtige binnenstad – maar dat heb ik U vast wel eens verteld. Mocht U dat eens willen verifiëren: kom eens een kijkje nemen in Gouda! Bij ons thuis krijgt U dan eerst een kop koffie of thee naar believen, met daarbij een origineel Goudse Stroopwafel. Daarnaast wordt U door ons getrakteerd op diverse anekdotes over onze geliefde stad. Vervolgens zeulen wij U de binnenstad in met zijn talloze monumentale panden en pandjes. We tronen U naar het stadhuis, dat er prachtig bij staat op het midden van de Markt. Vervolgens slepen wij U door de Sint Janskerk met zijn kolossale schip en zijn fraaie gebrandschilderde ramen. We sluiten af met een bezoek aan de Punselie-fabriek waar de bekende Goudse stroopkoekjes in groten getale worden vervaardigd. Vergeet U daarna vooral de ruimhartige fooi voor de gidsen niet. Voor niets gaat immers alleen de zon op.

Aangekomen op de Markt ontwaarde ik in de menigte direct Annemarie en Liesbeth, twee Goudse Runsters die zich opmaakten voor hun loop over zeven kilometer. Gelaten liet ik mij een spervuur van schijtlollige opmerkingen over mijn outfit ondergaan. Gelukkig duurde het niet lang voordat zij zich aan de start moesten melden. Opgelucht doch strijdvaardig meldde ik mij bij het AV Gouda-groepje van Henk en Karin, met wie ik de opwarmronde en dynamische rek- en strekoefeningen ging doen. Onder aanvoering van Henk liepen wij een dikke kilometer door de binnenstad, een activiteit die mij al spoedig buitengewoon warm van binnen maakte. Geen wonder met al die vlaggen om mij heen gedrapeerd. Dat nylon deed zijn werk goed zeg. Teruggekomen op de Markt gooiden wij onze spiertjes van top tot teen nog even los – en we waren er helemaal klaar voor. Even gingen mijn gedachten terug naar vijf jaar geleden, toen GR-trainer Ed – onlangs overleden – deze warming up voor ons verzorgde.

Vervuld van deze herinneringen toog ik samen met Karin naar het startvak. Even na half acht werd de meute weggeschoten voor de barre tocht over tien kilometer. De eerste honderden meters gingen over de Kleiweg, en ik verheugde mij al enorm op de doorkomst bij de twee gezusters die mij uitgebreid zouden aanmoedigen en filmen. Zo was althans de afspraak - tenslotte was ik vanavond het boegbeeld van hun onderneming. Maar zij waren in geen velden of wegen te bekennen, zoals U zult begrijpen een fikse teleurstelling. Ik heb ze ook niet meer gezien die avond. Wel stond op de Kleiwegbrug de liefde van mijn leven – en zij moedigde mij aan met de hartstocht die ik zo goed van haar ken. Monter vervolgde ik mijn tocht aan de zijde van Karin. Haar echtgenoot en privépacer Juan was reeds afgehaakt: hij had van meet af aan een lager tempo verkozen. Karin en ik hadden in tegenstelling tot twee jaar geleden geen haasafspraken gemaakt: ze had er ditmaal simpelweg niet het geld voor over. We zouden evenwel dicht bij elkaar blijven voor het geval er nog enige assistentie moest worden verleend. Ditmaal pro deo - zo ben ik ook wel weer. Met deze afspraak deden wij vlijtig voort door de Crabethstraat, om het IJzeren Heinenpark en over de Kattensingel.

De één na de andere warmtestuwing werd mijn deel: het nylon liet zich van zijn beste kant zien vandaag. Op de Kattensingel stond een groep meisjes met kletsnatte sponsen. Dankbaar nam ik een exemplaar in ontvangst en begon - gelijk Arranraja - driftig mijn hoofd te lappen en te zemen. Wel moest ik het sponsje heel snel weer inleveren. Het verbaal meest vaardige meisje van de groep stond even verderop en sprak de ronduit onbeschofte woorden: ‘Jaaaa hier die spons!’. Verontwaardigd overhandigde ik het kleinood aan het brutale nestje. Ze had verdorie mijn kleindochter kunnen zijn – dat is te zeggen: als haar oma het destijds in mij had zien zitten. Ietwat van mijn stuk gebracht beende ik voort. Karin liep inmiddels een meter of twintig achter mij, maar ik zou haar scherp in de gaten houden.

Na iets meer dan negentien minuten volgde de eerste doorkomst op de markt. Er zouden in totaal drie ronden gelopen moeten worden. Er had zich buitengewoon veel publiek verzameld in het finishgebied, en ik zorgde ervoor mij van mijn beste kant te laten zien. Dat wil zeggen: rechtop lopen in een mooie pendelpas, schouders laag en armen niet te hoog geheven. En dat allemaal in mijn veelkleurige, niet-ademende outfitje. Ik moest mij natuurlijk ook tijdens de loop als een waardig ambassadeur voor The Melting Shop presenteren, ondanks het feit dat ik na één ronde al zwaar in de verrotting liep.

Even nam ik de tijd om al wandelend twee bekertjes water tot mij te nemen – dat had ik wel verdiend. Dat gaf Karin de gelegenheid om zich weer bij mij te voegen. Tezamen vervolgden wij onze weg over de Kleiweg, waar alweer geen vertegenwoordiging van TMS te vinden was. Wel stond Elfriede nog steeds langs de kant van de weg de liefde van haar leven vooruit te schreeuwen. Ook collega-Goudse Runners Ad en Govert waren langs de kant te vinden om hun loopgroepsgenoten verbaal te ondersteunen. Mijn grote Chinees-Nederlandse vriend Chuen (afstammeling van Dzjengis Khan!) stoomde voorbij: hij moet altijd even op gang komen, maar dan gaat de grote Chinese Beer ook helemaal los. Geen moment kwam het in me op om hem bij te sloffen - ik had het al druk genoeg met mijn eigen penibele en oververhitte situatie.

Aan het eind van de Crabethstraat, vlak bij het prachtige Goudsche Station, stond een dweilorkestje de longen uit het lijf te spelen teneinde ons voort te stuwen. Waarvoor dank. De gang rond het IJzeren Heinenpark is altijd een moeizame: er liggen klinkers en snelheidsbegrenzende heuveltjes, en die maken het bepaald niet gemakkelijk voor de toch al zo vermoeide loper. Na het park volgt de Van Swietenstraat, een gezellige doorkomst begeleid door dolenthousiaste supporters. Bij elke doorkomst deelde ik de nodige high en low fives uit aan een ieder die daar - al dan niet - behoefte aan had. Aan het eind van de straat draaien we dan weer de Kattensingel op, eerst tweehonderd meter naar rechts en dan na een 180-gradendraai weer langs de singel terug richting Kleiwegbrug en binnenstad. Kunt U het nog volgen? Karin had in ieder geval moeite te volgen, maar ik kon zien dat ze zich vol wilskracht een weg aan het banen was door haar eigen misère. Ze zou het wel redden bedacht ik mij, en gerustgesteld draafde ik voort richting de nauwe straten en steegjes in downtown Gouda.

Bij de tweede doorkomst laafde ik mij wederom overvloedig. Opnieuw moest ik mij door de Kleiweg begeven, een ware martelgang want het plaveisel in deze winkelstraat loopt verre van comfortabel. Terwille van een adequate waterafvoer loopt de straat niet egaal in de breedte, en bij deze derde doorkomst begon ik daar wel wat last van te krijgen. Gelukkig was daar weer Elfriede, die nu met TMS-loper Saïd langs de kant stond om mij door mijn ondraaglijk lijden heen te slepen. Aan de Kop van de Kleiweg, bij de Kleiwegbrug, pleegt trainer Rob zich altijd te installeren om zijn discipelen aan te moedigen en waar nodig bij te sturen. Op dat punt, moet U weten, komen de atleten van de 10km liefst zes maal langs. Ditmaal was Rob vanwege een retraîte op Texel helaas niet van de partij, waardoor ik geheel mijn eigen plan moest trekken. Daar gaan we volgend jaar betere afspraken over maken bedacht ik mij grimmig terwijl ik over de Kleiwegbrug heen zwoegde.

Hoogstwaarschijnlijk doordat ik besefte dat de laatste ronde was ingegaan en het lijden ten einde zou komen, verteerde ik park en singel ditmaal iets gemakkelijker dan tijdens de twee voorafgaande ronden. Aan het eind van de Kattensingel ontwaarde ik loopmakker Wim, die aan zijn eigen loodzware tocht bezig was. Hij moest nog om het park heen en over de Kattensingel, en ik had inmiddels naar schatting tien minuten voorsprong op hem opgebouwd. Zijn dochter was bij de voorlaatste finishdoorkomst uit piëteit het parcours opgesprongen om het laatste rondje met hem mee te lopen. Wat een engel toch. Ook met Wim zou het dus wel goedkomen, en gerustgesteld door die gedachte banjerde ik vrolijk voort.

Terug in de binnenstad, al ploeterend over de Nieuwehaven, werd ik uiterst meewarig aangestaard door GR-icoon Hans. Tijdens de hersteltraining twee dagen na de Singelloop zou ik ongetwijfeld de nodige aanmerkingen gaan krijgen op mijn loopstijl, race-indeling en vooral mijn mallotige outfit. Een Goudse Runner onwaardig – ik hoorde het hem nu al bestraffend zeggen. Ietwat bedrukt zwalkte ik voort, geflankeerd door een uitzinnige menigte. Vele malen werd mijn naam gescandeerd, alsof ik de enige atleet was die zich over het parcours begaf. Nou ja, in ieder geval was ik de enige die als kanarievogel vermomd rondliep daar. Na 150 meter op de Nieuwehaven slaat het peloton een nauwe steeg in: de Lange Dwarsstraat. Aan die steeg grenzen ontelbare kleine huisjes, en de bewoners daarvan waren in groten getale uit hun bastionnetjes gekropen om er een gezellig straatfeestje van te maken. Het was duidelijk te merken dat het alcohol-, weed- en nicotinegehalte inmiddels ver boven Nieuw Gouds Peil was uitgestegen. Knetterstoned en straalbezopen waggelde ik de Turfmarkt op – er waren nog 300 meters te gaan.

Na het doorwaden van de Naaierstraat, die overigens reeds een eeuw geleden is gedempt, slaat het peloton de Korte Groenendaal in. Meteen aan het begin daarvan staat een paal, een soort van Amsterdammertje die - als je niet oplet - stevig op kruishoogte kan inkomen. In de afgelopen edities werd steevast dezelfde vlijtige ambtenaar van de Goudse Handhaving vlak voor de paal geposteerd. Deze persoon was uiterst geschikt voor de taak gezien zijn omvang. Als je tegen hem zou aanlopen zou je hooguit drie meter worden teruggestuiterd – maar je edele delen zouden gespaard blijven. Tot mijn schrik had ik bij de eerste doorkomst al gezien dat de paal ditmaal onbeschermd was, dus was het elke keer opletten geblazen - zeker nu het ook al aardig donker werd. Behendig ontweek ik ook ditmaal het obstakel en zette ik aan voor de laatste meters op de Markt. Eindelijk was de eindstreep daar, en met een laf sprintje stortte ik mij er uitgeput overheen. De directie van The Melting Shop kon trots op mij zijn: ik had het vaandel tien lange kilometers gedragen en het uiteindelijk over de finish gesleept. De strijd was gestreden, het leed was geleden.

Nadat mij een prachtige medaille was omgehangen werd ik op de schouder getikt door een dame die mij uitbundig dankte voor het haaswerk in de laatste twee kilometers. Verbaasd keek ik haar aan: ik wist werkelijk van niets. Mogelijk had zij zich geruisloos in mijn kielzog genesteld en had zij al even geruisloos mijn spoor gevolgd. Ik mompelde dat ik dat graag gedaan had, groette haar beleefd en draaide mij om teneinde te finish van Karin te aanschouwen. Na iets minder dan een minuut kwam ook deze dappere GR-krijgster onder het finishdoek doorschrijden. Haar missie was volbracht: ruim onder het uur eindigen was iets dat zij vooraf voor onmogelijk had gehouden.

Terwijl ik talloze bekertjes water door mijn dorstige keelgat liet kolken (nou ja, niet die bekertjes natuurlijk) voegde ook Elfriede zich bij haar uitgeputte levensgezel. Behendig sleepte zij mij weg uit de drukte, naar een rustiger plekje op de markt - daar kon ik pas echt op adem komen. Vervolgens troonde zij mij naar het podium en maande mij om erop te gaan staan. Hier werd de foto geschoten die dit artikel opsiert. Een prachtige foto waarin mijn ranke kanariegele gestalte scherp aftekent tegen de donkere avondlucht. Een foto die ongetwijfeld zijn weg zou gaan vinden richting de website en de Twitter- en Facebookomgevingen van The Melting Shop. Ze konden trots zijn op mij, de twee gezusters. Na al deze plichtplegingen kon ik uiteindelijk mijn nylonnen dwangbuisje afdoen ten faveure van wat luchtiger kledij.

Samen met een groepje die-hard Goudse Runners bezochten wij vervolgens het aan de markt gelegen etablissement Swing voor de afterparty. U moet weten dat voor ons Goudse Runners de afterparty een essentieel onderdeel is van de Goudse Singelloop. Rustig verliep de party echter niet. Er speelde dreunende live muziek vlak bij het tafeltje waaraan wij ons hadden genesteld. Ondanks de kakofonie van geluiden in het overvolle café trachtten wij nog zinvolle gesprekken op te tuigen over de zojuist geleverde inspanningen. Maar al snel begonnen mijn hoog-sensitieve oren te tuten. Ik kan tegen een hoop geluid en een hoop impulsen, zolang er van mij maar niets verwacht wordt. Maar het voeren van een gesprek in zo’n pokkenherrie: dat trekt mijn batterijen in één klap finaal leeg. En er was überhaupt al niet veel peut meer in de tank na de marteltocht die ik als vlag vermomd had doorstaan. En dus verlieten mijn lief en ik na een uurtje deze lawaaifabriek en wandelden wij vermoeid doch voldaan naar ons liefdesnest. Hand in hand zoals altijd, en voor altijd.

Het was duidelijk: de Goudse Singelloop was weer een buitengewoon geanimeerd evenement gebleken, en voor mij een uitstekende voorbereiding op de Dam-tot-Damloop een negental dagen later. Met de hersteltraining van zondag in het vooruitzicht, aangevuld met nog één of twee intervaltrainingen, zou het warempel toch moeten lukken bij het volksspektakel tussen Amster- en Zaandam. Maar daarover meer in een volgend opstel.

Vechtloop in Vredestijd (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op zondag 6 oktober 2019 23:18

Na de grote veldslag, geleverd in de Krimpenerwaard, had ik een vredespact gesloten met mijzelf en met alles en iedereen die mijn innerlijke rust in de weg hadden gestaan. De strijd was gestreden, het leed was geleden, er was slechts nog plaats voor pais en vree. Het had lang geduurd, maar eindelijk stond ik weer met beide benen stevig in de lucht. Bevredigd en verlicht zweefde ik richting een festijn dat negen dagen later, op zondag 30 juni AD 2019, op de hardloopkalender stond. En dat was niet zomaar een festijn, beste lezer. Loopvriend Arranraja en ik gingen op die laatste dag van de maand onze opwachting maken bij de 10km Vechtloop in en nabij Weesp. En dat alweer voor de vierde maal op rij. De eerste daarvan was echter wèl een loop over 15 kilometer, een afstand die – U weet het – inmiddels is geschrapt van de Vechtloopkalender.

Over die eerste editie gesproken: nog altijd staat op de thuispagina van de Vechtloop een afbeelding uit 2016, waarop te zien is hoe opdrachtgever en haas bij hun samenloopdebuut zich een weg banen door het struweel vlakbij manege Bleijenberg, start- en finishtoneel van de Vechtloop. Destijds gaven wij na spijkerharde onderhandelingen ons fiat voor plaatsing van dit kiekje. Sindsdien is het bij niemand meer opgekomen om het te verwijderen en te vervangen door een meer eigentijdse prent. Maar ach, van goede dingen neem je vanzelfsprekend niet zo gauw afscheid. En uiteraard vangen wij nog jaarlijks de royalties die ons toekomen en waarmee wij ons in leven kunnen houden.

Toch is dit niet de enige bron van levensonderhoud, U zult dat begrijpen. Ten eerste zijn er de ruime gages die mijn opdrachtgever mij telkenmale toebedeelt. Maar ook mijn doordeweekse geploeter op de werkvloer levert de nodige grijpstuivertjes op waarmee de eindjes aan elkaar geknoopt kunnen worden. Helemaal aan het begin van juni had ik besloten mijn betrekking bij Terre des Hommes in te ruilen voor een lucratievere en stabielere job bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Een heel zware beslissing, want werken bij Terre des Hommes betekent werken bij een organisatie waarin prachtige bevlogen mensen zich bezig houden met prachtige en zeer nobele doelstellingen. De strijd tegen uitbuiting van kinderen is een strijd die mij, nota bene als notoir pacifist, enorm na aan het hart ligt. Maar met pijn in datzelfde hart moest ik een keuze maken voor meer stabiliteit. Het kostte mij even de grootste moeite om ‘on terms’ te komen met die beslissing en er uiteindelijk vrede mee te hebben. Totdat ik, zo ongeveer ten tijde van de Haastrechtloop, inzag dat het zo goed was. Ik had wel gedaan en zag niet langer om.

De Vechtloop zou voor mij de toespijs vormen van het rijk gevulde voorseizoen. Vorig jaar verleidde ik mijzelf in juli nog tot een run down memory lane in Leiderdorp, maar dat beschouwde ik als een éénmalige gebeurtenis, een mooi eerbetoon aan mijn moeder èn aan de plaats waar ik het grootste gedeelte van mijn jeugd had doorgebracht. Dit jaar vond ik dat ik, samen met mijn opdrachtgever, tot een waardige afsluiting moest komen tijdens deze laatste voorjaarsklassieker langs de Vecht. Echt goed voorbereid op dat festijn was ik evenwel niet: de gebeurtenissen in Haastrecht hadden mij mentaal bevredigd doch fysiek gesloopt. En zo kon het zijn dat mijn Sauconietjes een dikke week lagen te verkommeren op het loopschoenenrek. Het zou dientengevolge een behoorlijk koude herstart worden op 9 juni, ondanks de warme weersvooruitzichten.

Intussen had ons Goudse Runners het droevige bericht bereikt dat GR-trainer Ed tijdens een duurloop samen met zijn loopvriend Wim plotseling was overleden. Dat was een grote schrik, en het zette iedereen enorm aan het denken over de onvoorspelbaarheid van het leven en het feit dat het dus ook voor een getrainde hardloper ineens voorbij kon zijn. Ik herinner mij Ed als een fijne bescheiden persoon en ik koester die keren dat hij samen met Wim mij kwam supporteren bij de Singelloop van Woerden (2016) en bij de Halve van Amsterdam (2017). Moge hij rusten in vrede.

Voor de barre tocht naar Weesp moet altijd de nodige slack worden ingebouwd, dus had ik de elektronische haan op deze wedstrijdzondag al vroeg het reveil laten kraaien. Voor dag en dauw zaten heer en vrouw des huizes keurig opgeprikt aan de ochtenddis. Brinta schafte de pot voor mij, zoals altijd. Een krachtiger start van de dag valt er niet te bedenken, zo lezen wij althans op de smaakvolle verpakking. Dit ochtendpapje wordt vergezeld door flinke hoeveelheden koffie, die voor mij als kruiwagen dienen - U weet dan vast wel wat ik bedoel. Na het omkleden, inpakken en plegen van enige sanitaire plichten vertrok de heerser van het kasteel naar het plaatselijke station, nagezwaaid door zijn heerseres. By the way: had ik al eens verteld dat Gouda een wansmakelijk station heeft? Zo ja: dan mijn oprechte excuses. Zo nee: dan heeft Gouda een wansmakelijk station.

Het was een rustige, vredige en zonovergoten zondag. Er waren geen krijskinderen of lawaaipapegaaien in de trein naar Utrecht te bekennen – en datzelfde gold godzijdank voor de boemelreis van de Domstad naar Weesp. Heerlijk mediterend op de muziek van Laura Nyro verplaatste ik mij eerst door het Groene Hart, en vervolgens door het Gooi. Laura was een absoluut fenomeen – zij is veel te vroeg gestorven maar heeft ons gelukkig een prachtige muzikale erfenis nagelaten. En dankzij mijn maandelijkse Spotify-tientje kon ik daar met volle teugen van genieten tijdens deze reis.

Om even na half elf arriveerde ik op het station van Weesp. By the way: had ik al eens verteld dat Weesp een wansmakelijk station heeft? Zo ja: dan mijn oprechte excuses. Zo nee: dan heeft Weesp een wansmakelijk station. Dat schept een band met Gouda, waar de situatie al net zo erg is. Het zou nog even duren voordat mijn loopmakker vanuit Diemen zou arriveren, ditmaal per fiets. Om de tijd te doden nam ik plaats op een bankje schuin voor het station. Vanaf een belendend bankje werd ik vervolgens vol overgave aangestaard door een tweetal vrouwspersonen, hoogstwaarschijnlijk behorend tot de inheemse Weesper bevolking. Had ik iets van ze aan soms? Of dachten (hoopten?) zij soms dat ik hen iets te bieden zou hebben, iets wat zij wellicht schromelijk tekort kwamen in hun privéleven? Ik voelde hun ogen voortdurend op mij gericht, alsof zij wilden aangeven dat ik nu aan zet was. Ze hadden gelijk: dat was ik ook. Er moest nu snel en effectief gehandeld worden, maar hoe? Plotseling ontwaarde ik mijn loopmakker aan de poort van het station en beende ik met grote passen weg van de danger zone richting mijn opdrachtgever. Gevaar geweken.

Onze begroeting was zoals gebruikelijk weer allerhartelijkst – en het viel mij op dat hij geen steek was veranderd sinds de laatste keer dat wij elkaar zagen. Gezellig keuvelend over vrouwen en voetbal wandelden Arranraja en ik langs de boorden van de Vecht richting manege Bleijenberg. Het nationale vrouwenteam had daags ervoor in de bloedhitte een WK-kwartfinale winnend verhapstukt (bron: Arranraja) dus dat leverde voldoende stof op voor diepgaande gesprekken. En op zo’n manier ben je voor je het weet op je bestemming. Monter en vol wedstrijdadrenaline betraden wij de Weesper drafbaan, zoals eerder aangegeven het start- en finishdecor voor vandaag.

Na het confisqueren en monteren van de startnummers gaven wij onze tassen in depot. Tot mijn vreugde en ontroering bleek de dienstdoende vrijwilliger mij te herkennen van voorafgaande edities van deze Vechtloop. Vreemd genoeg herkende hij Arranraja niet, terwijl mijn loopgezel zo ongeveer sinds de allereerste uitgave van deze loop acte de présence geeft. Die Weespenaren hebben blijkbaar iets met mij - dat bleek tenslotte ook al eerder op het station. Is het misschien mijn natuurlijke open uitstraling? Joost mag het weten, trouwens: veel gelegenheid voor bespiegelingen daarover was er niet. Inmiddels was het tijd geworden om eens even flink sanitair te verpozen en vervolgens de stramme lijven wat in beweging te krijgen bij de warming-up.

Vol overgave wijdden haas en opdrachtgever zich aan het inmiddels gebruikelijke inlooprondje langs de talloze woonboten aan de Vecht. Mijn loopspiertjes voelden goed na een dikke week rust, mijn kompaan gaf echter aan dat het bij hem allerminst soepel liep. Hmm een veeg teken, en daar moesten we dus tijdens de wedstrijd terdege rekening mee gaan houden. Koortsachtig bogen wij ons over het strijdplan: we hadden tevoren gedacht aan een kruissnelheid van 10 kilometer per uur, maar nu twijfelden we aan de haalbaarheid van dit snode plan. Snel bevielen wij van een nieuwe strategie. Weliswaar zouden we scherp inzetten, maar mocht na enige tijd blijken dat het doel niet kon worden behaald zouden wij de teugels laten vieren en zou comfortabel en verstandig uitlopen de nieuwe missie worden.

Voor een laatste maal werd afgedaald in de catacomben van de manege, dit om nog wat laatste druppels uit het kraantje te persen. Daarna namen wij plaats in de zandbak die zoals gebruikelijk als startvak dienst deed. Hierbij manoeuvreerden wij behendig langs de in grote hoeveelheden aanwezige paardenvijgen. Het is tenslotte een manege, en we waren slechts te gast daar, dan moet je verder ook niet zeuren. Als ware rotten in het hardloopvak monsterden wij onze tegenstanders en synchroniseerden wij onze horloges. Om klokslag negen over twaalf kwam het wachten tot een einde en werd de meute op weg geschoten.

Van meet af aan had ik in de gaten dat mijn loopmakker niet in grootse vorm stak. Het was onder andere te zien aan de wat moeizame manier waarop hij zich voortbewoog. Zijn reeds maanden sluimerende, en soms hevig de kop opstekende, rugblessure speelde Arranraja meer parten dan hij voor vandaag had voorzien. Althans: dat was mijn observatie. Nochtans besloot ik, als haas van dienst, hem in deze beginfase niet al te veel te sparen. Met een tempo van om en nabij de zes minuten per kilometer beenden wij langs het Torenfort op de Ossenmarkt en over de fraaie ophaalbrug over de Vecht het pittoreske stadje in. Zelf had ik wel wat te kampen met de warmte, maar het leek vandaag minder erg dan bij de loopjes in Tropisch Amsterdam en Haastrecht, eerder deze maand.

Om even in het ritme te komen had ik mijzelf en mijn looppartner in het kielzog gemanoeuvreerd van een tweetal hardloopdames. Zoals al meermalen gezegd: je hebt zo je voorkeuren. Eén van deze hindes droeg een shirt met het opschrift ‘If Found On Ground Please Drag Across Finish Line’. Nu kom ik uit een streng orthodox marinegezin, waar bevel bevel was en deserteurs voor de krijgsraad werden gesleept. Daarom maakte de gebiedende opdruk op het textiel van deze dame mij wat onrustig. Wat als zij nú al ter aarde zou storten? Dan zou ik haar een dikke 9 kilometer over het parcours moeten slepen, toch wel ruim 60 kilo schoon aan de haak schat ik zo. Pas na de finish zou ik haar kunnen droppen en haar aan haar lot kunnen overlaten. Dit was een vooruitzicht waarmee ik even niet goed kon dealen. IJlings gaf ik mijn kompaan het teken, en min of meer behendig slalomden wij langs deze twee dames heen en vervolgden wij onze weg met gezwinde spoed. Gevaar geweken.

De doorgang door het schilderachtige stadje viel mij vrij gemakkelijk. In het relaas van mijn loopvriend kunt U echter lezen dat hijzelf daar heel andere ervaringen mee had. Hoe dan ook: Weesp lag er weer mooi bij in het vroege middagzonnetje. Vele winkeliers hadden hun winkels geopend op deze fraaie dag – in dit behoorlijk heidense Amsterdamse stadsdeel werd het Oordeel klaarblijkelijk niet al te veel gevreesd. Hema open, Appie open, Blokker open, ach veel verandert er in Weesp ook niet door de jaren heen. Voor ons ontspon zich een bijzonder tafereel. Een grote buggy, met daarin een jongen van een jaar of tien, werd beurtelings voortgeduwd door een man en een vrouw, beiden gehuld in een Spieren-voor-Spieren shirt. Wij maakten daaruit op dat de jongen waarschijnlijk aan die buggy gekluisterd zou zijn en dat de hardlopers zijn ouders waren. De jongen vermaakte zich zo te zien opperbest met een muziekapparaat waaruit luide muziek klonk met een hoog aantal beats per minuut. Achter dit tafereeltje bleven wij even aanlopen – later op het parcours, zo tussen kilometer drie en zes, zouden wij voortdurend stuivertje wisselen.

Na het passeren van café De Walrus, waar de lucht van verschaald bier onze neusschelpen teisterde, bewoog het peloton zich zoetjes aan weer richting manege. De stal was goed ruikbaar (als je hardloopt ruik je alles!), maar om die stal te bereiken moesten wij er ons eerst 3.5 kilometer vanaf begeven, gevolgd door weer 3.5 kilometer terug. En dat alles langs de boorden van de Vecht, de rivier die vernoemd is naar de loop die er jaarlijks langs gehouden wordt. Arranraja was inmiddels al zo ver heen dat hij eigenlijk al wilde afsteken naar de finish. Maar daar stak ik een stok voor: dat was immers niet de afspraak, en afspraak is afspraak. Mokkend en schoorvoetend nestelde hij zich weer in mijn kielzog – er waren nog zeven lastige kilometers te gaan.

Het gedeelte langs de fraaie meanderende Vecht is met recht het mooiste gedeelte van deze loop. Regelmatig moest ik op mijn rempedaal trappen, om mijn opdrachtgever de gelegenheid te geven bij te blijven. Inmiddels snakten wij ook naar de eerste verversingspost op de route. Het was steeds warmer aan het worden dus verkoeling was zeer gewenst. Op het 4.5km-punt werden bekers water en sponsen uitgereikt, teken voor mijn kompaan om verwoed zijn hoofd en nek te gaan bewerken, en teken voor mij om al wandelend grote hoeveelheden water door mijn dorstige keelgat te kolken en nog een paar bekertjes over mijn bolletje uit storten.

Daarna vervolgden wij vlijtig onze weg. Op zo’n 5.5 kilometer streken wij neer op een in blauw gehuld manspersoon met een trompet in zijn hand. De weinige haren die ik nog op het hoofd heb rezen mij prompt te berge. Welke zichzelf respecterende hardloopatleet neemt nou in vredesnaam een trompet mee op een recreatieloop over 10 kilometer? Or any distance, for that matter. Deze schertsfiguur wel dus. Voor iedereen die hem passeerde - of die hem tegemoet kwam uit tegenovergestelde richting - had hij een serenade in petto als van een verkouden olifant met ADHD-kenmerken. Aan mijn immers hoog-sensitieve opdrachtgever kon ik zien dat bij hem de gal behoorlijk door de zuren begon te slaan, en bij mij was dat eigenlijk niet anders.

Even, heel even, kreeg ik een waas voor ogen. Een schier onbedwingbare neiging bekroop mij om de man op te pakken en hem met trompet en al in de woest kolkende rivier te kieperen. Dat zou hem wel een toontje lager doen blazen. Toch zag ik van dat alles af. Mijn verstand (lees: die ene hersen van mij) fluisterde mij bijtijds in dat zoveel negatieve energie niet aan de man besteed zou zijn, en ook dat het mij en mijn opdrachtgever danig uit ons broze evenwicht zou brengen. Het zou, kortom, de lieve vrede ernstig verstoren. Dus lieten wij zoals het was, verwijderden wij ons van deze toeteraar en deden wij ijverig voort langs de boorden van de maalstroom. Gevaar geweken.

Het valt elke keer weer behoorlijk tegen, dat stuk naar het keerpunt op 6.5 kilometer, vlakbij Fort Uitermeer. Gelukkig stond daar voor ons een buffet vol met versterkende en koelende middelen. Gulzig laafden wij ons en vervolgden even later onze weg – er was immers geen tijd te verliezen. Ik nam even de tijd om de situatie van mijn loopvriend te observeren en te beoordelen. Deze situatie kon als deplorabel worden gekenschetst. Het zag er simpelweg niet naar uit dat er vandaag een aansprekende prestatie zou worden neergezet door mijn opdrachtgever, en dat het haaswerk ook geen effect meer zou sorteren. Wel schatte ik in dat het behalen van de finish voor hem te doen moest zijn. Snel overlegde ik met mijn loopmakker, om zeker te stellen dat mijn gage voor de volle honderd procent uitgekeerd zou worden. Gerustgesteld door het antwoord nam ik vervolgens de benen, teneinde mijzelf nog even flink te testen. Dat zou om den drommel nog niet meevallen, want het leek maar warmer en warmer te worden.

Gelukkig liepen er voor mij talrijke mikpunten, geheel toevallig allemaal vrouwen. Dit gaf mij nog een dosis extra energie. Bevrijd van mijn haasverplichtingen snelde ik vooruit en raapte loopster voor loopster op. Bij elk van hen trachtte ik bij het passeren nog even een bemoedigend gesprek aan te knopen, maar het was eigenlijk aan geen van de dames besteed. Geen wonder ook als je je door de laatste kilometers van een inmiddels behoorlijk oververhitte loop aan het worstelen bent. Ik nam het ze dit keer dan ook niet kwalijk. Tot mijn grote vreugde zag ik dat diverse omstanders uit piëteit hun tuinslangen van stal hadden gehaald om ons lopers op een verkoelende douche te trakteren. Grif maakte ik daar gebruik van: het vergemakkelijkte de laatste fase van deze zware tocht aanzienlijk.

Naarmate de finish naderde groeide ook het aantal supporters langs de kant. Vol overgave cheerden ze de zwaar vermoeide hardloophelden richting die verrekte eindstreep, een eindstreep die nog zo gruwelijk ver verwijderd leek. De vermoeidheid en de hitte zorgden ervoor dat mijn benen langzaam volliepen en dat het steeds moeilijker werd het verhoogde tempo vol te houden. Toch wilde ik van geen wijken weten: enige tientallen meters voor mij liep een groepje en daar moest en zou ik op af. Het zou mijn eer te na zijn, als ik deze atleten niet bijtijds kon verschalken.

Met een laatste krachtsinspanning kreeg ik bij het betreden van het manegeterrein het groepje te pakken. Een in oranje en zwart gestoken dame wilde kennelijk met mij nog even het avontuur aan in de vorm van een eindsprint. Uitdagend keek zij mij aan terwijl de eindstreep naderde. Even beleefde ik met haar een wilde steigerung (hardloopjargon), waarna wij precies tegelijk onder het finishvod doorsnelden. Met een enthousiaste high-five bevestigden wij deze remise. De strijd was gestreden, het leed was geleden. Dodelijk vermoeid liet ik mij een medaille omhangen, waarna ik mij met een paar bekertjes water langs de kant nestelde om mijn dappere opdrachtgever te verwelkomen.

Na iets meer dan een minuut vloog ook Arranraja het manegeterrein op. Luid moedigde ik hem aan, en met zijn laatste krachten hief hij zijn hand, met daarin zijn witte pet, bij wijze van begroeting. Vlak voor hem liep een donkerbruine paardenstaart: een prachtige vrouwelijke prooi voor in die laatste meters. Dat gaf hem nog nèt een extra beetje motivatie. Op het allerlaatste moment stoof hij nog langs en drukte hij zijn voorwiel vlak voor het hare over de finish. Ook voor hem zat het er op: een prestatie van groot formaat was geleverd.

Nadat Arranraja weer op adem was gekomen belde hij zijn vrouw op om te melden dat ie het ‘m ook dit keer geflikt had. Ikzelf scharrelde nog wat drank en voedsel bij elkaar, en gezamenlijk begaven wij ons weer richting finishlijn om de overgebleven vermoeide helden te supporteren in de laatste fase van hun lijdensweg. Groot applaus weerklonk toen een oudere man van ongeveer 80 over de eindstreep schreed. Altijd indrukwekkend, zo’n prestatie van iemand uit de Eregalerij van de Oude Glorie. Tegelijkertijd moesten wij echter denken aan de oude loopkrijger Anton, die hier vorig jaar al net zo luid werd verwelkomd. Maar ditmaal was hij er niet bij zo te zien. Van tevoren hadden wij hem niet gezien, en ook nu was hij onvindbaar, ondanks het feit dat wij bleven staan totdat de bezemfiets de laatste loper over de finish had geduwd. Daags na de Vechtloop vond ik op de leestafel bij Terre des Hommes in één van de kranten een overlijdensadvertentie, waarvan ik haast zeker wist dat het deze Anton betrof. Enige ruggenspraak met Arranraja, aangevuld met wat nader onderzoek, wees uit dat het inderdaad deze Anton was, die drie dagen voor de Vechtloop op 82-jarige leeftijd was overleden. Moge hij rusten in vrede.

Terugwandelend langs de oevers van de Vecht besloten wij om nog even linksaf het stadje in te slaan op zoek naar een acceptabele bak koffie om alle hardloopvermoeidheid van ons weg te spoelen. Al snel vonden wij een ijssalon met koffiemogelijkheden, en lieten ons een verse cappuccino inschenken. Deze zevende Succesvolle Samenloop had ditmaal maar deels zijn naam eer aangedaan. Succesvol was ie wel geweest, maar van een samenloop was dit keer weinig gebleken. Enfin, een volgende keer zou alles beter zijn, zo bedachten wij terwijl wij ons het bakkie pleuâh goed lieten smaken. Het voorseizoen was ten einde, de zomervakanties waren in aantocht, en na het reces zouden we wel weer zien waar onze hardloopwegen samen zouden komen.

Na het inmiddels traditioneel tranentrekkende traumatische afscheid op station Weesp peddelde Arranraja vrolijk terug naar Diemen. Tegelijkertijd zoefde ik onder de klanken van de fenomenale Franse muziekgroep Tryo (het zijn er overigens vier, maar dat terzijde) weer via Utrecht terug naar Gouda. Veilig bereikte ik mijn thuishaven en wierp ik mij in de armen van mijn strenge doch meedogenloze heerseres. Just kidding of course. Al bijna vijf jaar leven Elfriede en ik gelukkig, liefdevol en vredig ons leven samen. Het is het geluk met de grote G, de liefde met de grote L en de vrede met de grote V. Amen.

Krijgshaft in de Krimpenerwaard (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 4 oktober 2019 21:54

De Slag om de Gaasp, op een Mooie Pinksterdag in 2019, had een zware fysieke en mentale wissel getrokken op de strijdende partijen. Twee verstokte strijdmakkers hadden na vele ontberingen uiteindelijk gezegevierd door zich uitgeput maar voldaan over de finishlinie te storten. Zwaar was het geweest, zonder enige zweem van twijfel. Maar op karakter en pure wilskracht hadden Arranraja en zijn privéhaas Peter op die fraaie zondag de Gaasperplas en de Gaasperdammertunnel bedwongen. Anders dan Don Quixote en zijn trouwe gezel Sancho Panza hadden de twee loopvrienden geen windmolens bevochten - hooguit hadden zij met molentjes gelopen. Bij het roerend afscheid aan de poort van de Bijlmer ArenA spraken de gezworen kameraden af elkaar na drie weken weer te treffen bij de Slag om de Vecht. Deze schermutseling zou gaan plaatsvinden in en om de nabijgelegen vestingstad Weesp, inmiddels ingenomen door het Hoofdstedelijk Legioen.

Eigenlijk hoort er in een interbellum geen strijd plaats te vinden. Dat is een definitiekwestie, zoals U wellicht zult begrijpen. Maar schrijver dezes kwam maar niet tot rust na die felle en verwoede strijd rondom de water- en tunnellinies van Gaasperdam. Mijn bloed kookte en kolkte, mijn hoofd, mijn hart, ja mijn hele lichaam was voortdurend in opstand, klaar om alweer een volgende vijand te bekampen. Zelfs al zou die vijand denkbeeldig zijn of geen menselijke gedaante hebben.

Na ampele strategische overwegingen werd het interbellum opgeknipt in een tweetal interbella. Op vrijdagavond 21 juni in het Jaar des Heeren 2019 ging - op een kogelworp afstand van Gouda - de Slag om de Vlist plaatsvinden in het anders zo vredige dorpje Haastrecht. Om onduidelijke redenen werd deze gebeurtenis in de annalen gegrift als De Haastrechtloop. Leuke naam overigens voor een ZZPacer als ik. En hoewel het ditmaal zonder mijn trouwe strijdbroeder zou zijn, liet ik mij grif ronselen door de Goudse Gunners om de opmarsch van de Schoonhovenaren te stuiten. Al sinds jaar en dag was Haastrecht het onverkwikkelijk toneel van de Goudsche en Schoonhovensche twisten – en ik vond dat deze twisten definitief in het voordeel van de kaas- en stroopwafelstad moesten worden beslecht.

Op die gewraakte vrijdag sloeg ik al vroeg in de middag de Terre des Hommes-burelen in ’s-Gravenhage met een ferme klap dicht. Terre des Hommes, zo U weet, loopt voorop in de strijd tegen de uitbuiting van kinderen – een strijd die niet krachtig genoeg kan worden gevoerd. Maar nu was het weekeinde aangebroken: even tijd voor wat anders. Vol aanvalslust begaf ik mij naar de garnizoensstad Gouda, binnen de muren waarvan ik mij al jaren thuis voel en geborgen waan. Na het leeglepelen van een met versgestampte Hollandsche kost volgeschept bord - door mijn lief met liefde bereid - voelde ik mij vermogend genoeg om de Krachtmeting in de Krimpenerwaard aan te gaan.

Hoog en droog gezeten op het stalen ros galoppeerde ik via een bekeken en listige omweg van Gouda via de buitenpost Goverwelle naar Haastrecht. Hierbij doorwaadde ik de Hollandsche IJssel, een belangrijke rivier voor de aanvoer van verse Goudsche troepen. Overigens: in Schoonhoven wordt hiervoor - bij gebrek aan beter - de Lek ingezet. Na nog een hachelijke oversteek van een pad vol gevaarlijke gemotoriseerde strijdkarossen bereikte ik de dorpsgrenzen van Haastrecht. U moet weten dat Haastrecht vele dappere krijgers heeft voortgebracht - ik noem U maar Edith van Dijk, Hein Vergeer en Leo Visser. Come to think of it: ik memoreer deze personen zowat elke keer in mijn kronieken over de Haastrechtloop, dus dat wordt zolangzamerhand wel een beetje vervelend vermoed ik. Excuus hiervoor, waarde lezer.

Dit jaar werd het start- en finishstrijdperk niet gevormd door de voetbalslagvelden van VV Haastrecht. Door nog onopgehelderde oorzaken dan wel redenen was ditmaal uitgeweken naar Sociëteit Concordia. Dit is een etablissement van naam en faam – vooral in het dorp zelf. Het is een plek van samenkomst voor de dorpsbevolking, waar zij met enige regelmaat worden vermaakt door minstrelen, barden en ander cultureel gespuis. Op het plein voor de sociëteit trof ik mijn mede-Goudse Gunners Chuen, Hans en Marcel. Zij waren al iets eerder richting Haastrecht gemarcheerd dan ikzelf – zij waren vrijgesteld geweest van arbeidsverplichtingen eerder die dag, zodat zij op hun gemak het strijdtoneel hadden kunnen verkennen. En dat zou drommels goed van pas kunnen komen. Elk jaar zijn er immers weer nieuwe obstakels op het oorlogspad die een eerlijke strijd zouden kunnen frustreren. Onze Schoonhovense opponenten hadden ongetwijfeld een soortgelijke verkenning uitgevoerd, en mogelijk de nodige hinderlagen aangebracht, de schavuiten. Wij Gouwenaren konden maar beter niets aan het toeval overlaten.

Uiteraard was het jammer dat wij Don Arranraja moesten missen bij deze exercitie: deze zich altijd buitengewoon zorgvuldig voorbereidende strateeg was in deze bataille ongetwijfeld van grote waarde geweest. Ditmaal echter moesten wij het zelf gaan rooien. Maar ook in ons gezelschapje bevond zich het nodige zwaar geschut. Goudse Gunner Chuen, van Chinese origine, is een zelfverklaard afstammeling van niemand minder dan Dzjengis Khan. Kijk, mannen van dát kaliber moet je er in Haastrecht bij hebben! Maar ook Hans en Marcel vormden - tezamen met mij – buitengewoon bruikbaar kanonnenvoer, onmisbaar voor de op handen zijnde strijd tegen de Schoonhovenaren.

Het was een warme en drukkende avond in het volop door bijen en muggen bezwangerde dorp - en in het aanpalend buitengebied zou het ongetwijfeld nóg erger zijn. Vier Goudsche hardloopmusketiers bereidden zich consciëntieus voor op het treffen aan de Vlist. Dit deden zij door een tweetal kilometers in te marcheren op het naast Concordia gelegen geitenweitje, alle vier reeds gestoken in het gevechtstenue voor deze avond. Het werd tijdens deze exercitie steeds duidelijker: slechts door spaarzaam om te gaan met de beschikbare krachten kon deze titanenstrijd worden gestreden. Anders zouden wij snel ons Waterloo gaan vinden in één van de polders ten zuidoosten van het dorp.

Om even voor half acht des avonds begaven wij ons naar de startlinie vlakbij Sociëteit Concordia, daar waar met de hand op het hart en uit vollen borscht de Haastrechter Hymne werd gezongen. En dit door beide kampen: zo hoort het immers. Enige mores moet er zijn, anders gaat dit allemaal niet werken. Na dit plechtige gebeuren werd door de aalmoezenier de zegen gegeven, blies de krijgstrompetter van dienst plechtig The First Post, en kon het spektakel een aanvang nemen.

Als eerste onderdeel van de veldslag werden de voorposten vooruitgeschoven, die zich met hoge snelheid door dorp en polders zouden begeven, vooral om eventuele obstakels uit de weg te ruimen. Daarna zou het gehele peloton volgen op de lange weg naar de boorden van de Vlist. Mijn dienstmaten en ik verspreidden ons in de menigte. Ondergetekende was in een groep mede-Gouwenaren beland, een groep dat een gezapig tempo onderhield. In de veilige geborgenheid van deze groep voelde ik mij goed op mijn gemak, zo in de eerste kilometers van deze veldtocht. Het was eigenlijk veel te warm voor inspanningen van deez’ aard, maar we hadden voldoende liquide proviand bij ons om ons door de eerste fase van de strijd heen te worstelen. Na een vijftal kilometers zouden wij bij een langs het pad opgerichte veldkeuken worden bevoorraad door de fourageurs van dienst.

Na een kilometer of drie langs voornoemde Hollandsche IJssel maakte het legioen een eensgezinde beweging in zuidelijke richting. Hier sloeg mijn pelotonnetje wat uiteen, en liep ik enige tijd samen op met een in het blauw geklede krijger. Nadat ik mij er van vergewist had dat dit geen Schoonhovenaar behelste (ook niet als Gouwenaar vermomd), overbrugden wij in eendrachtige samenwerking de afstand tot de fouragepost. Aldaar nam ik de nodige tijd om mij te laven – en dat bleek voor mijn medestander aanleiding te zijn om prompt van mij weg te lopen. Lekker hoor: help je iemand door een aantal zware kilometers heen, gaat ie er bij de eerste de beste gelegenheid vandoor. Dit was zwaar K.U.T., ofwel Kwalitatief Uitermate Teleurstellend. Deze deserteur zou ik op zeker voor de krijgsraad gaan slepen. Maar goed, dat was allemaal voor later: eerst moest ik dan maar mijn eigen eenzame strijd door de Krimpenerwaardsche Polders gaan strijden.

In de verre verte was steeds de Kerktoren van Haastrecht te zien – het was net alsof we er met een heel grote boog omheenliepen en dat vermaledijde Godshuis nooit zouden naderen. Nom de Dieu, quelle misère de la guerre! Vlak na de drankpost sloegen wij af naar een beschut gedeelte, eindelijk even wat schaduw waardoor mijn kalende bolleke wat van de kook kon geraken. Maar even later was van enig struweel niets meer te bekennen. Op het inmiddels onverharde pad vol hindernissen zoals booby traps, landmijnen en spijkermatten kon ik ternauwernood mijn kruissnelheid behouden. En er waren ook maar weinig mikpunten binnen schootsafstand. Bij eerdere gelegenheden had mij dat de redding gebracht doordat ik deze te voortvarend gestarte loopsoldaten en -soldates stuk voor stuk kon oprapen. Maar nu was daar geen gelegenheid voor. Al wie ik zag kon ik niet bijhalen. Op mijn tandvlees beende ik richting de oevers van de Vlist, over het grindpad en onder temperaturen die tot recordhoogten leken te stijgen. Volkomen uitgewoond bereikte ik de fraaie meanderende stroom die zich een weg baant tussen de Lek bij Schoonhoven en de Hollandsche IJssel bij Haastrecht. Andersom mag ook. Er was echter nog een drietal kilometers te verhapstukken (bron: Arranraja) tot aan die verrekte eindstreep. Hoe in vredesnaam moest ik die puzzel gaan leggen?

Na enige slokken uit de veldfles vermande ik mij en stoomde ik op richting dat gallische dorp. U weet wel: die kleine nederzetting die zo moedig weerstand bleef bieden aan de overweldigers, en die het leven van de Gouwenaren en Schoonhovenaren in de omliggende legerplaatsen niet gemakkelijk maakte. Haastrecht dus. Ter hoogte van de Zuidelijke Dorpspoort, vlak bij Zwembad De Loete, ontwaarde ik bij het 8km-punt de eerste enthousiastelingen die ons uitgeputte krijgshelden richting de finish gingen supporteren. Dat kon ik wel gebruiken: inmiddels was alle energie uit de benen gelopen zodat het een ware marteltocht was geworden. Na nog een kilometer doorploeteren langs de belangrijkste aanvoerroute-over-land van Haastrecht bereikte ik de Concordia-kazerne. Maar de slag was nog altijd niet geslagen: er moest nog één korte plaatselijke ronde worden gemarcheerd voordat het ondraaglijk lijden ten einde zou zijn.

Op 100 meter van de eindlinie, terwijl ik mijn allerlaatste krachten aansprak, wachtte mij een prachtige verrassing. In de uitzinnige menigte zag ik daar ineens de liefde van mijn leven, als een ware oorlogsjournaliste, gewapend met filmcamera. Al cheerend legde zij mijn laatste gevechtshandelingen vast op de gevoelige plaat. Haar aanwezigheid op de battle grounds was nèt wat deze dappere doch moegestreden krijger nodig had. Bevrijd en verlicht passeerde ik de finish, waarna een grote, diepe vrede op mij neerdaalde. Het was volbracht, de strijd was gestreden, en dat ook nog eens met een absoluut minimum aan slachtoffers.

Of het nou Gouda of Schoonhoven was dat uiteindelijk de zege had gegrepen: het interesseerde mij eigenlijk niet meer. Mijn eigen zege, mijn eigen vrede, was op dit moment het allerbelangrijkst. Het was gedaan met mijn strijdlust die kennelijk in deze veldslag zijn uitweg had moeten vinden. Zwaar vermoeid maar voldaan voegde ik mij bij mijn Goudse kompanen, die allemaal een titanenstrijd hadden geleverd maar die ook, en elk op een eigen manier, hun doel bereikt hadden. Niet veel later voegde mijn eega zich ook bij mij, de lieverd. Gezamenlijk reden wij op onze stalen rossen richting Gouda, voor haar een makkie, voor mij (alweer) een marteltocht. Ik was zo afgepeigerd dat ik nauwelijks meer vooruit kon komen, totaal geen wonder na zo een stevige strijd op de battlefields van Haastrecht. Gelukkig bereikten wij zonder kleerscheuren onze veilige haven in de door ons zo geliefde woonplaats.

Negen dagen later stond alweer het volgend festijn op het programma: samen met Arranraja de inmiddels vierde gezamenlijke Vechtloop in en rondom Weesp. Datum van handeling: zondag 30 juni Anno Domini 2019. Hopelijk zou deze loopwedstrijd onder gunstiger weersomstandigheden gebukt gaan dan die vandaag op het slagveld bij Haastrecht. Enfin de tijd zou het leren, en U als lezer zult weldra op dit platform vernemen welke gebeurtenissen zich daar onder de rook van Amsterdam hebben afgespeeld.

Op een Mooie Pinksterdag (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 27 september 2019 01:39

De tocht door de fraaie bezwangerde natuur van de Goudse Hout, vol met zoemende bijtjes en vrolijk hinnikende paarden, had inderdaad naar meer gesmaakt. Ik tekende het al op in mijn gloedvolle verslag erover. Een tweetal weken na de turbulente gebeurtenissen net ten zuiden van de Reeuwijkse Plassen verscheen er opnieuw een aansprekende beproeving op het programma. Schrijver dezes ging zijn debuut maken op de hoofdstedelijke Gaasperplas Tunnelrun. Een loop rondom de Gaasperplas, met als smakelijke uitsmijter een drietal kilometers door de nieuwe tunnel van de A9. Totale lengte (dit voor de liefhebbers): 13 kilometer en grofweg 650 meter.

U ziet het goed: een incourante afstand ditmaal. Een PR lag binnen bereik – maar eerst moest ik ‘m uiteraard wel zien te voltooien. Het verbaasde mij overigens dat er één week voor aanvang van dit tunnelfestijn nog kaarten waren te scoren – ik dacht niet anders dat er een enorme run op zou zijn geweest. De organisatie snoepte echter met graagte het startgeld van mijn bankrekening af zodat ik mij definitief kon opmaken voor het festijn in Tropisch Amsterdam.

Ook mijn grote vriend Arranraja ging deze loop op 9 juni verhapstukken (bron: Arranraja). Hij had zich al tijden geleden ingeschreven voor deze Mokumse tunnelbeproeving – vorig jaar had hij hem ook al gelopen en het was kennelijk goed bevallen. Ook was het dit jaar de laatste kans om ondergronds te gaan. Immers: in 2020 zal het tunneltracé in gebruik zijn en dan wordt het wat onrustig lopen daar door die buizen. Wel speelde een telkenmale opspelende rugkwetsuur mijn loop- en blogvriend nogal parten. Ik hoopte natuurlijk vurig dat hij met zijn medisch team het euvel enigszins had kunnen bedwingen, zodat niets een zesde Succesvolle Samenloop in de weg zou staan. De voortekenen waren aanvankelijk niet positief geweest. Onze Diemense Doordouwer had al enige wedstrijdlopen van zijn programma moeten schrappen, iets dat hem heel veel verdriet had gedaan. Maar nu, zo vlak voor het Gaasperplas-gebeuren, leek het tij te zijn gekeerd. De behandelende artsen hadden hem groen licht gegeven, mits hij zich gedeisd zou houden. Verheugd appte ik hem dat ook ik een ticket had bemachtigd – en hij reageerde verbaasd en enthousiast. Verbaasd omdat ook hij meende dat de tickets allang vergeven zouden zijn, enthousiast omdat zijn persoonlijke Goudse Kaashaas plotsklaps zijn diensten kwam aanbieden.

Dat laatste gaf vanzelfsprekend alle aanleiding voor enthousiasme, immers: door gebruikmaking van deze diensten (tegen vriendentarief) zou het voltooien van de Gaasperplas Tunnelrun voor Arranraja een eitje van een cent worden. Zeker als wij - zoals door opdrachtgever aangegeven - een dead slow pace zouden gaan onderhouden. Vlotjes werd het Service Level Agreement opgesteld (standaard sjabloon voor pacersdiensten), en na een paar reviewslagen door beide partijen ondertekend. Hiermee was de druk van de ketel en konden wij ons rustig voorbereiden op wat komen ging.

En zo ontmoetten wij elkaar op die mooie Eerste Pinksterdag om 11 uur des ochtends op het schilderachtige Amsterdam Bijlmer ArenA. Schilderachtig vooral door de prachtige naastgelegen voetbaltempel die deels naar dat station was vernoemd. Het andere deel – U weet het – wordt gevormd door de bij leven en inmiddels ook bij dood legendarische nummer 14. Wat heb ik het prachtig gevonden hem in het echt te zien spelen. De magnifieke boogbal waarmee hij Ton Thie verschalkte in het duel met ADO in het Zuiderpark: ik was er bij. De fenomenale 2-0 in Dortmund waarmee hij Nederland definitief naar de WK-finale van 1974 schoot: ik was er gloeiend bij. Ook zag ik Johan Cruyff als speler van Barcelona schitteren in het Olympisch Stadion tijdens het Amsterdam 700-toernooi. Ik was toen nog maar een verlegen en wereldvreemde tiener, maar ik wist dondersgoed dat ik getuige was van grootse momenten.

Door het feeërieke winkelcentrum Amsterdamse Poort en vervolgens het Nelson Mandelapark stevenden wij af op de plek des heils: het schitterende atletiekstadion van Atletiekvereniging Feniks, met zijn al even schitterende blauwe baan. Het zou vandaag het start- en finishdecor zijn van een lange en van warmte bezwangerde loop, zoveel wisten we wel. Al wandelend voerden wij hoogstaande gesprekken over hoelang we in bepaalde plaatsen hadden gewoond. De aanleiding hiervoor was dat Arranraja gedurende ongeveer 20 jaar domicilie had gehouden in het nabijgelegen Reigersbos.

Aan de poort van de atletiektempel ontwaarde ik oud-collega Marianne, van wie ik mij plotsklaps bedacht dat zij al enige jaren in het organisatiecomité van de Gaasperplasrun zitting had. De begroeting was uiteraard allerhartelijkst, en even memoreerden wij onze gezamenlijke tijd bij onze gezamenlijke werkgever. Veel tijd had zij echter niet voor ons: na enige woordenwisselingen vertrok zij op het fietsje om de obstakels op het parcours voor een laatste keer te monsteren. Men kon maar beter niets aan het toeval overlaten.

Het was inmiddels buitengewoon warm geworden – geen weer voor een blanke in het tropisch gedeelte van Amsterdam. In de kleedkamer verwisselde ik snel mijn hardloopshirt voor een singletje. Hierop werd mijn startnummer geschroefd, het startnummer dat Arranraja daags tevoren voor mij uit een sportzaak in Amsterdam-Oost had opgehaald. Saillant detail: mijn nummertje was 891, het zijne 892. We konden deduceren dat dit mogelijk was door een alfabetische rangschikking op achternaam. Vanwege de verscherpte privacy-wetgeving weiger ik echter de achternaam van mijn hardloopkameraad prijs te geven ingeval U deze ordening zou willen verifiëren.

Twee jonge vrouwen in hoge sanitaire nood meldden zich vervolgens in onze herenkleedkamer. Of zij even hun gevoeg konden doen op het herentoilet, was de prangende vraag. Dit omdat de wachtrijen bij de vrouwentoiletten de situatie voor hen ondraaglijk en uitzichtloos had gemaakt. Na enig onderhandelen over een gepaste vergoeding gaf ik de finale toestemming en konden de dames aan hun sanitaire behoeften tegemoet komen. Intussen naderde voor ons het tijdstip om de kleedkamer te verlaten en ons te wijden aan een serieuzere taak: de warming-up.

Al hakkebillend, knieheffend, steigerend, rekkend en strekkend (dynamisch!) waren wij getuige van de start van de twee kortere afstanden: de 5 en de 10 kilometer. Geen van deze onderdelen zou de atleten door de tunnel brengen: dit was slechts voorbehouden aan ons dappere martelaren. Na een laatste zenuwenplasje in Dixiland maakten ook wij ons op voor de start van ons eigen spektakel. Om klokslag 20 over 12 werden wij weggeschoten, en na driekwart ronde op de heerlijk verende baan werden wij het park in gedirigeerd. Ik kreeg het direct buitengewoon warm: iets wat mij tegenwoordig altijd overkomt in de eerste kilometers van een loop.

Na een fraai stuk door het Nelson Mandelapark (één van mijn helden) belandde het peloton in een woonwijk. Daar liepen Arranraja en ik aanvankelijk achter een koppel vrouwen aan. Het was mij te warm om de hazenrol van acquit op te pakken, dus we konden wel wat hulp gebruiken. ‘Mijn tijd komt wel’ sprak ik ietwat berustend. Maar toen één van de dames opmerkte dat zij misschien niet zo’n geschikte haas zou zijn, werd opeens de trotse pacer in mij wakker. Ik bedacht mij geen moment, slalomde om het vrouwengroepje heen en begon verwoed de kar te trekken. Lang duurde dit echter niet. Het vrouwelijk kruit was al snel verschoten en samen met mijn dierbare strijdmakker beende ik van het groepje weg richting een tweetal manspersonen. Vrij snel hadden wij ze te pakken, en gevieren ploeterden wij voort onder de steeds feller schijnende zon.

Al spoedig bereikten wij de boorden van de Gaasperplas – maar qua warmte bood dat niet al te veel soelaas. Soms stond de zon heel fel te schijnen en was het warm, soms verschool ie zich achter een paar wolkjes of een roedel bomen, maar frisser werd het daar niet door. Langs de kant van de weg stond iemand met een bord waarop stond: “Je suis Fieke”. Was dit nou om Fieke aan te moedigen, of school hier wat meer achter? Ik moest onwillekeurig aan Charlie Hebdo denken, dus ik raakte enigszins in verwarring. En mijn brein werkte toch al niet optimaal met die hitte. Er ontwikkelde zich een vervelende hoofdpijn links achter, die steeds erger werd. Het werd tijd – vond ik – voor de eerste verversingspost.

Die post diende zich gelukkig aan na vijf kilometer – aan de noordkant van de plas, op een heel irritant open stuk. Tot onze onuitsprekelijke vreugde werden daar behalve bekers water ook zeiknatte sponsen uitgereikt. Voor Arranraja het teken om onmiddellijk zijn hoofd en nek te gaan boenen. Voor mij was de spons ook een uitkomst: van tijd tot tijd kon ik nu het pijnlijke achterhoofd koelen in de hoop dat daarmee het euvel zou worden verholpen. En inderdaad: de hoofdpijn zakte, maar de warmtestuwingen bleven voortduren.

Kort na de drankpost sloegen wij bij de Gaasp linksaf de bossages in: het Gaasperpark. Dat was wel weer even lekker, even schaduw, even weer wat op krachten komen. Onze twee groepsgenoten waren we inmiddels kwijt. Plotseling hoorden we een luid getoeter achter ons. Een kennelijk zwaar opgevoerde Canta scheurde rakelings langs ons heen. Blijkbaar had de bestuurder meer haast dan wij, de hufter. Jawel: ook Canta-piloten kunnen snelheidshufters zijn. Geschrokken maar niet van ons voetstuk gebracht deden wij voort. Wat mijn kameraad bijna wel van zijn voetstuk bracht waren de nodige takken die door een eerdere storm her en der op het pad waren gekwakt. Tenauwernood ontsnapte Arranraja aan fikse struikelpartijen die ons verder van huis zouden hebben gebracht.

Na het passeren van de Gaasper Camping (zeer toepasselijke naam) maakte het peloton zich op voor de speciale verrichting van deze wedstrijdloop: de drie duistere kilometers door de Gaasperdammer Tunnel (die naam verzin ik hier ter plekke). Daarvoor moesten wij ons eerst nog een weg banen richting de A9. Ter hoogte van de Tulip Inn en de aanpalende La Place gingen wij onder de snelweg door en maakten wij een scherpe bocht naar links. Via een korte klim gingen we dan uiteindelijk naar de ingang van de tunnelbuis. Joepie. Het echte werk ging beginnen.

Vergelijkingen met de IJ-tunnel (DtD) gaan mank: die tunnel is kort (één kilometer), gaat behoorlijk steil naar beneden en meteen weer naar boven, en is bovendien zo krom als een hoepel. De Gaasperdammer Tunnel daarentegen is kaarsrecht, niet zo diep, en vervelend lang. Ook zijn er geen trommelaars die het atletenvolk begeleiden. In deze tunnel stond elke 500 meter één (zegge: 1) vrouwspersoon opgesteld, die – het moet gezegd – haar keeltje schor schreeuwde om ons vooruit te krijgen. Ook was er op enige honderden meters voor het einde van de tunnel een drankpost. Daar laafden Arranraja en ik ons overvloedig, want ook in de tunnel was het nog gemeen warm. Jammer genoeg bleven de sponsen ditmaal achterwege.

Eindelijk uit de tunnel moesten we meteen naar rechts voor een venijnige klim. Dit was iets waar Arranraja enorm tegen had opgezien. Ik maande mijn opdrachtgever nog om met kleine pasjes omhoog te gaan, maar het hielp allemaal niet meer. Daar, op slechts één kilometer voor de finish, verschoot mijn kompaan zoveel kruit dat de snelheid er he-le-maal uit ging. Worstelen werd het. Zelf had ik die puist iets beter verteerd, en het vooruitzicht van een spoedige finish gaf mij nieuwe energie. Langzaam maar zeker begon ik uit te lopen op de moegestreden krijger. In de laatste honderden meters passeerde ik nog wat atleten die er finaal doorheen zaten. Vlak voor mij liep een drietal jonge vrouwen, en deze aanblik spoorde mij aan om nog wat extra kolen op het vuur te gooien.

Teruggekeerd op de atletiekbaan rekende ik met een woeste eindsprint de drie deernes in en gooide ik mijzelf over die verrekte eindstreep. Terstond draaide ik mij om, om te zien waar Arranraja bleef. Tot mijn starre verbazing bleek hij slechts een luttele 8 seconden te hebben toegegeven. Driewerf hulde hiervoor. Tevreden wijdden wij ons aan het uitwandelen, en deden wij ons tegoed aan water, sportdrank, sinaasappel en banaan. Niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. We hadden het hem weer gelapt: onze zesde Succesvolle Samenloop was inderdaad succesvol gebleken.

Na een mooie wandeling door het Nelson Mandelapark betraden wij de Sterrendollars op Bijlmer ArenA en slobberden wij een welverdiende Grande Caramel Machiato en een dito Grande Moccha naar binnen, onderwijl geestdriftig discussiërend over sportkleding en aanverwante artikelen. Een zeer aangename loopdag zat er weer op, en nadat de koffiebekers geledigd waren gingen wij na een roerend afscheid weer ons weegs. Drie weken later gingen wij elkaar echter weer treffen bij het Vechtfestijn in Weesp, dus het leed was beperkt.

Ik weet het: niet altijd kwijt ik mij volledig van mijn taken als pacer. En dat ondanks de ruime vergoedingen die ik telkenmale ontvang. Zeker in de recente Succesvolle Samenlopen pleeg ik er steevast in de laatste kilometer vandoor te gaan. Dit doe ik overigens wel nadat ik mij er van vergewist heb dat mijn opdrachtgever het laatste stukje zelfstandig kan voltooien. En volgens mij begrijpt hij dat ook. Speciaal voor Arranraja, die zoveel te stellen heeft met de nukken en grillen van zijn privéhaas, heb ik een bekend Pinksterliedje omgeschreven naar zijn definitieve hardloopversie. Sorry Annie M.G.

Op een mooie Pinksterdag
Als het even kon
Liepen haas en opdrachtgever om de Gaasperplas te hobbelen in de zon
Gingen startbewijsjes kopen
Loopje lopen
Eindeloos
Kijk nou toch, je gaat te snel
Jij stoute haas
En Arjan boos

Arjan was een strenge man
Arjan was de baas
Arjan was een duidelijke mengeling van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben je bang voor langzaam
Langzaam deert niet
Arjan zegt doe niet zo dwaas
Op een mooie Pinksterdag
Met zijn Goudse haas

Als zijn pacer weer versnelt
Wordt hij langzaam kwaad
Zou hij tegen deze arme jongen willen zeggen: rustig aan en in de maat
Hebbu dat nou ook meneer?
Jawel, meneer
Precies als elke haas
Op een mooie Pinksterdag
Trekt ie aan zijn taas

Hij kan naar Ameide zijn
‘t Kan ook wel naar Tiel
't Kan ook wel naar Leiden zijn of wellicht naar Ter Heide zijn
Of zelfs nog naar Den Briel
Arjan kan gaan ploegen
En gaan zwoegen
Tot hij purper ziet
Arjan zegt: pas op, m’n haas
Je gaat te snel
Hij luistert niet

Arjan is zo uitgeput
Arjan is zo moe
Arjan is er enkel en alleen maar voor de gage en de rest doet er niet toe
Ik wou dat ik nog één keer
Met mijn kaashaas
In zijn kielzog lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon

Goudse Hout: Toneel van Zaadlozen en Hardlopen (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op woensdag 25 september 2019 20:45

(Dit kletsverhaal had ik eigenlijk ‘Lopen uit de Naad na het Lozen van het Zaad’ willen noemen. Maar omdat ik vrees dat dit wordt misbegrepen, of erger: dat het niet eens door de Looptijden-censuur komt, heb ik na ampele overweging besloten dit epistel een kuise en meer zakelijke titel te geven).

Als trouwe volger had U het ongetwijfeld al gemerkt: opnieuw had ik mijn schrijversplichten schromelijk verzaakt en had ik inmiddels een backlog van zes (zegge: 6) prietpraatjes opgebouwd. En dat in een tijdsspanne van eind mei tot eind september. Shame on me. Zestig stokslagen heb ik mijzelf toegediend, tien voor elk niet bijtijds ingeleverd wedstrijdverslag. In de komende tijd zal ik de achterstand in rap tempo gaan inlopen. En dat niet in een zesluik, zoals U misschien uit piëteit zou voorstellen (thanks anyway), maar in zes volwaardige éénluiken.

Het was duidelijk: de monsterinspanning in Zandvoort had een zware wissel getrokken op Uw dienstwillige dienaar. Leest U het memorabele verslag er nog maar eens op na. Op die gedenkwaardige laatste dag van maart verschoot ik al het kruit dat in mij was, teneinde die gruwelijke 21-en-een-klein-beetje kilometers te voltooien. Hé-le-maal verrot was ik, tijdens èn na afloop van de wedstrijd. Maar ik hield mij bewonderenswaardig groot, vooral in de dagen erna op kantoor. Men moest natuurlijk niet denken daar dat ik fysiek en moreel geknakt zou zijn door het uitoefenen van nota bene mijn lievelingshobby. Daarbij: er was genoeg werk aan de winkel om niet te verzaken of te vervallen in lamlendigheid. Dus leed ik in stilte en ploeterde ik ijverig voort.

Maar intussen was de hardlooptank fysiek en geestelijk volledig geledigd. Eén van de eerste kinderen van de rekening werd de Halve van Leiden, die met een besliste beweging van de kalender werd gezwiept. Startbewijshulp.nl bood mij daarbij de helpende hand. Het ticket werd middels deze site tegen een woekerprijs verpatst aan een wanhopige loper die anders dit festijn immers aan zich voorbij had moeten laten gaan. Een duidelijk geval van WIN-WIN, dus geen wroeging mijnerzijds.

Op Koningsdag 27 april was er natuurlijk nog wèl de Koningsloop (verdomd toepasselijke naam trouwens), het GR-niemendalletje in de vroege ochtend waarbij 9 rondjes van 1.1 kilometers moeten worden gedraafd. Gelaten onderging ik deze doodsaaie kweltocht, die pas de moeite waard werd tijdens de afterparty met automatenkoffie, kleffe kadetjes en het traditionele mandarijntje. Dan komen de Goudse Runners pas echt tot leven, en laten zij zich van hun beste kant zien. Het bleef – u begrijpt het - onrustig tot in de kleine middaguurtjes. Daarna ging een ieder zijns weegs om in besloten kring te gaan koekhappen en toiletpotwerpen.

Bijna twee volle maanden na Zandvoort duurde het voordat Uw tobatleet weer in wedstrijdverband de schoentjes onderbond. Zaterdag 25 mei was de heuglijke dag. Loop van handeling was de Goudse Houtloop, waarover ik in mijn allereerste blog in 2014 het volgende schreef: ‘Een loop zowat door mijn achtertuin, in een mooi gecultiveerd stuk veengrondengroen aan de zuidkant van de Reeuwijkse Plassen. Veel draaien en keren, verharde én onverharde paden en behoorlijk veel bruggetjes die dikwijls van een veeroostertje waren voorzien. Kortom: nooit ècht lekker in je ritme komen, een ‘tall order’ vooral met warm weer…’

Believe it or not: een maand vóór de 2019-editie van deze loop was de Goudse Hout het uiterst merkwaardige toneel van de Nationale Zaadlozingsmarathon. Ja U leest het goed: dit bestaat echt. Google het maar na, argwanende lezer. Ik had er eerlijk gezegd nog nóóit van gehoord. Voordat er ongetwijfeld heel gruizige gedachten gaan ontstaan: de Nationale Zaadlozingsmarathon is een evenement waarbij (en ik citeer, oops parafraseer) ‘NPO Radio2 (Vroege Vogels?, red.) in heel Nederland, voor het tweede jaar, vrijwilligers opriep om zaadbommen te leggen. Dat moest ervoor zorgen dat er dit voorjaar genoeg bloemen (nectar en stuifmeel) voor bijen bloeien. Zodat er een einde komt aan het al maar dalende aantal bijen.’ En het was allemaal ook héél officieel en gewichtig: met het planten van de eerste zaadbom opende op 11 april niemand minder dan minister Carola Schouten de Nationale Zaadlozingsmarathon op NPO Radio 2. U ziet: dit is dus in geen geval een aan mijn dirty mind ontsproten perverse fantasie, maar juist een werkelijk goed bedoelde actie om het bloemetjes- en bijtjesbestand op peil te houden.

Graag had ik medio april ook een handje willen helpen met het lozen van grote hoeveelheden zaad in een zorgvuldig geselecteerd aantal perceeltjes in de Goudse Hout. Maar helaas: ik wist van het bestaan van dit festijn niet af. Er was kennelijk iets niet in orde met mij. Mijn immers hooggevoelige antennes hadden op z’n minst bij ‘marathon’ moeten zijn aangeslagen, en bij ‘zaadlozingsmarathon’ waren ze zonder enige twijfel in staande trilling geraakt. Niets van dat alles evenwel. Enfin, het moet vast te wijten zijn geweest aan mijn fysieke en mentale lethargie in de periode na de monstertocht over circuit, strand en duin.

Ietwat teleurgesteld door deze gemiste kans liet ik mijn innerlijke en uiterlijke spanningen zakken en bereidde ik mij voor op het loopfestijn in diezelfde, inmiddels volop bezwangerde, Goudse Hout. De atleet kon naar believen 1 of 2 ronden van 5 kilometer door het natuurgebied verhapstukken (bron: Arranraja). IJdel en onbezonnen als ik ben koos ik als vanzelfsprekend voor de langste afstand. De starttijd van deze wedstrijd was laat in de ochtend gelegen, dus kon er bij wijze van uitzondering op zaterdag eens lekker worden doorgesudderd onder de klamme lappen. En dat door zowel de heer als door de vrouw des huizes. Na een eenvoudig doch uiterst voedzaam sportontbijt vertrok schrijver dezes op het stalen ros richting Manege Gouda: de start- en finishlocatie van de Goudse Houtloop.

Het was een ietwat grijze ochtend, en hopelijk zou het daardoor niet al te warm worden op het wedstrijdtoneel. Mijn warmtemanager had daartoe een speciaal verzoek bij de organisatie ingediend – en dat leek te zijn ingewilligd. Verheugd vervoegde ik mij bij de wedstrijdleiding voor het aanschaffen van mijn startnummer plus de vier speldjes waarmee ik dit nummer op het shirt kon monteren. Daar ontwaarde ik mijn GR-collega’s Ceciel en Ria, die ietwat wedstrijdgespannen de tijd zaten te doden met een kop koffie. In plaats van een bakkie pleuâh bestelde ik een sportdrankje en een stukje cake om de eerste gaten na het sportontbijt te dichten. Gezellig keuvelend bereidden wij ons voor op wat komen ging. De beide dames waren bij de inschrijving verstandig geweest en hadden zich beperkt tot die ene ronde van 5 kilometer. Zelf moest ik dus die gifbeker tot tweemaal toe gaan ledigen.

Na het droppen van de sporttas in een speciaal hiervoor bestemd lokaal werd het zo zoetjes aan tijd om het lijf eens aan een warming-up te onderwerpen. Het daagde mij hierbij al onmiddelijk dat het een zware toestand zou gaan worden vandaag. Weliswaar scheen de zon niet, maar benauwd was het wel, kortom geen ideale omstandigheden voor mijn wedstrijdrentree. Maar goed: men moet de dingen maar nemen zoals ze zijn, en zo zou ook deze loop dan maar getackled worden.

U moet weten: de Goudse Houtloop is een evenement dat jaarlijks ongeveer 70 mensen trekt. Zo grootschalig is ‘ie dus. De startlijn is met roze kalk op het wegdek aangebracht – en datzelfde geldt voor de lijn waarachter zich de uitzinnige supportersmenigten moeten ophouden. Ook is er in het finishgebied een met kalk afgezette ‘lus’ waarlangs de 10km-atleten zich na de eerste ronde moeten begeven om de 5km-finishers niet in de weg te lopen. Mind you: we hebben het dus over ongeveer 70 deelnemers! Dit alles wordt al sinds jaar en dag in goede banen geleid door Andy, de koning van de kleinschalige Goudse loopjes. Andy is daarnaast trainer bij loopgroep Gouda, een geduchte concurrent van ons Goudse Runners. Ik schreef er meen ik al eens over: ooit overwoog ik een transfer naar die groep, maar gelukkig keerde ik bijtijds op mijn rasse schreden terug.

Met nimmer aflatende ijver organiseert deze sportfanaat talloze loop- en zwemevenementen, en zijn naam is daardoor wijd en zijd bekend - vooral in Gouda. Andy liet deze ochtend een vrijwilliger uitgebreid voordoen hoe voornoemd lusje gelopen diende te worden – opdat wij het maar goed in onze oren zouden knopen. Daarna volgde een uitgebreide briefing over alle gemakken en ongemakken die de atleet op het parcours zou kunnen tegenkomen. Vraag van Andy: wat moet je doen als je een roodwit lint tegenkomt? Antwoord uit het publiek: er onderdoor lopen. Deze grapjas werd meteen in de hoek gezet. Onmiddelijk na de briefing werden de 5km-lopers weggetoeterd voor hun beproeving over één ronde. De 10km-atleten moesten hierna nog een vijftal minuten wachten. Die tijd benutte ik om mijn opponenten één voor één te monsteren. Dat zou immers later, in het heetst van de strijd, nog best van pas kunnen komen.

Sociaal als ik ben knoopte ik direct gesprekken aan met de personen om mij heen. Eén dame was toch maar gaan lopen vandaag, ondanks het naderende overlijden van haar moeder. Ik snap dat denk ik wel: er moeten momenten zijn in alle droefheid en zorg waarop je even kan ontspannen, onder andere door je in te spannen. Ze had wel, net zoals ik, de Halve van Leiden moeten laten lopen. Een meneer van 72 (zo vertelde hij vol trots) liet weten dat hij mikte op een eindtijd van 1u10min, maar als dat er gaandeweg niet in zou blijken te zitten zou hij wellicht al na één ronde stoppen. Collega-Goudse Runner Ron was blij dat hij na een loodzware werkweek weer eens lekker kon draven op de vrije zaterdag. Weer een andere meneer sloeg onmiddellijk aan bij het zien van mijn Zevenheuvelenshirt: hij had die race, zo zei hij, al drie keer gelopen. Na mijn mededeling dat ik er al vijf op had zitten was het gesprek terstond beëindigd. Hmmmm nou ja, toch maar eens wat aan mijn social skills gaan sleutelen. Je kunt wel sociaal zijn, maar als je skills daarbij achterblijven wordt het nóg niks.

Begeleid door het luide gehinnik van zowat alle paarden uit alle stallen werden wij door Andy weggetoeterd voor onze twee volle ronden. Meteen werd het zwaar: we liepen onmiddelijk een snipperpad op, gevolgd door 150 meter door het natte gras. Deze exercitie zouden wij tot vier maal moeten voltooien: aan het begin èn aan het einde van elke ronde. Een man in vol bedrijf op een grasmaaimachine in vol bedrijf keek ons meewarig aan terwijl wij ons door deze veel te zachte substantie heen ploegden. Rare jongens die hardlopers, zal hij hebben gedacht. Geef hem eens ongelijk.

Gelukkig was daar snel weer de harde ondergrond van een fietspad. Er vormde zich een groepje aan elkaar gewaagden, dat een gezapig tempo onderhield en trachtte om gezamenlijk tenminste die eerste ronde door te komen. Dit ging slechts één kilometer goed, vervolgens viel het gezelschap als een ton in duigen. De zon kwam er verdorie opeens wel door (dit was tegen de afspraak), en de verhoogde uitstoot van zweet mijnerzijds hield gelijke tred met mijn al net zo verhoogde hartslag. Er vormde zich een groepje van drie mannen, waaronder ikzelf, die elkaar door de zware kilometers heen gingen helpen. De ene metgezel had een geelzwart, de ander een wit shirt om het bovenlijf gehesen. Twintig meter voor ons liepen twee dames, beiden voorzien van paardenstaart – en wij zorgden ervoor die afstand te eerbiedigen als vormden deze dames de wortel die ons werd voorgehangen. Later zouden we wel proberen om op ze in te lopen. Althans: zo dachten wij in ons ongebreideld optimisme.

Na ongeveer twee kilometer, vlak aan de zuidelijke kant van de Reeuwijkse plassen, kreeg het parcours even de vorm van een wormvormig aanhangsel: na een scherpe draai 50 meter rechtuit, gevolgd door een 180-gradendraai. Net zo’n kabouterslurfje als enige maanden ervoor in de Schoorlse duinen. Meteen hierna kwam een volgend obstakel: zo’n 200 meter grindpad, geen traktatie voor de verwende wegatleet. Zeker niet met de steeds hoger wordende temperaturen. Het groepje kraakte, piepte en knarste, maar bleef in stand. Sterker nog: we raapten hier en daar wat al te voortvarend gestarte lopertjes op. GR-collega Ad stond na 3 kilometer langs het pad om ons luidkeels aan te moedigen, dankjewel Ad. Voor ons uit zagen we een hardloopstelletje, waarvan de vrouw zichtbaar aan het lijden was en de man op een heel relaxte manier naast haar bleef lopen om haar te steunen. Het driemanschap keek elkaar even aan met goedkeurende blik, en deed vervolgens ijverig voort over verharde en onverharde paden en veeroosters.

Op 5 kilometer, na weer een ploeterpartij over gras en houtvezels, passeerden wij ten eersten male de finish – daar waar Andy ons monsterde en zag dat het goed was. Bij de drankpost verslikte ik mij vervolgens op een ontzettende en mensonterende manier. Dit resulteerde in een enorme serie hoestbuien die mij logischerwijs even staande hielden. Onmiddelijk maakten mijn metgezellen er misbruik van door er vandoor te gaan – de gluiperds. Ik slikte mijn hele vocabulaire aan lelijke woorden in en liep volgens het gekalkte lusje weer richting houtvezels en grasvelden.

Mijn opdracht was duidelijk: terugpakken die hap. Volkomen overbodig, maar desalniettemin zeer sympathiek, spoorde Ad (daar was ie weer!) mij hier ook toe aan. Het eerste slachtoffer was de geel-zwarteling die aanvankelijk enkele tientallen meters van mij was weggelopen. Na ongeveer 6 kilometer nam ik die schavuit te grazen. Net goed. Op naar de volgende: de Man in White, die nota bene leek te hebben versneld. Ook al zo’n boevenstreek. Onderwijl raapte ik een kleine, in zwart geklede, dame op die mij bij het passeren toevoegde dat het zo heel erg warm was. Alsof ik dat zelf niet wist: ik liet een snelstromend spoor van rennerszweet achter mij terwijl mijn hartslagmeter bijkans uit zijn kastje sloeg. Ik bleef heel even hangen bij deze vrouw om mezelf wat herstel te gunnen. Daarna stampte ik weer vrolijk voort richting het volgende mikpunt. Overal om mij heen zoemden de bijtjes vrolijk en opgewonden – het grootse zaadspektakel van de maand ervoor had zijn uitwerking niet gemist zo te horen en te zien.

De Man in White liep nog een end voor mij, hmm dat zou geen sinecure worden. Maar krijgen zou ik hem. Zijn scalp zou aan mijn gordel komen te hangen, aldus Winnetou desgevraagd. Plotseling werd ik gepasseerd door een jonge vrouw en een wat oudere man. Zij bleken dochter en vader te zijn, deel uit te maken van de organisatie, en even een ronde te zijn gaan lopen over het parcours om te zien of alles goed ging. De uitermate sympathieke dame voegde mij toe dat ik zo beheerst en rustig liep. Ze had eens moeten weten hoe ik mij in werkelijkheid voelde.

En ja hoor: na 8.5 kilometer, na een verwoede klopjacht, rekende ik uiteindelijk de Man in White in. Zo te zien was deze dappere krijger aan het eind van zijn Latijn, maar ook was te zien dat hij in geen geval de brui aan Maarten zou geven. In mijn kielzog blijven was voor hem echter iets te veel gevraagd. Tevreden stoomde ik voort en kreeg ik al snel het volgende mikpunt in het vizier: het mannelijke exemplaar van het hardloopstelletje. Hij had zijn vriendin na één ronde gelost, en ik had blijkbaar in alle malaise rondom mijn verslikpartij na 5km niet gezien dat dat gebeurde. Enige tientallen meters liep hij voor mij, en nog steeds op die uiterst relaxte manier. Alsof het lopen hem helemaal geen moeite kostte – wat een contrast met mij op dat moment.

Anderhalve man en een aantal paardenkoppen schreeuwden en hinnikten ons naar die vermaledijde finish. Uiteindelijk kreeg ik mijn laatste opponent net niet te pakken. Wel had ik heel gestaag op hem in kunnen lopen, iets wat wel heel erg had gemotiveerd in de laatste kilometer. Ongeveer 5 seconden vóór mij overschreed hij door het mulle zand van de manege de eindstreep, daar waar Andy ons monsterde en zag dat het goed was. Het was geen supertijd geworden van mijn kant, maar wat overheerste was het feit dat ik deze wat benauwde tocht goed had kunnen uitlopen. En het smaakte naar meer. Gulzig laafde ik mij aan het in ruime mate voorradige water. Ditmaal deed ik dat stilstaand zodat van verslikken geen sprake meer kon zijn.

Eén voor één zag ik mijn opponenten over de finish schrijden. De Man in White was verbijsterd dat ‘zo’n oude knar’ hem in de laatste kilometers nog had gepasseerd. Serves you right. Het kleine zwartomhulde vrouwtje moest langdurig op de grond blijven zitten voor ze weer aanspreekbaar was. Een paar door mij aangereikte bekers water versnelden dat proces nog een beetje. De twee paardenstaarten die eerder 20 meter voor ons uit hadden gelopen hebben wij nooit meer ingehaald, ondanks onze aanvankelijke snode bedoelingen. Ad kwam natuurlijk ook nog even kijken en deelde mij en passant mede dat hij tevreden was over mijn inhaalrace. Graag gedaan Ad. Veel aandacht besteedde ik tenslotte aan de finish van de vrouw die ik vlak voor de race sprak. Ze had het voltooid – ik was trots op haar en dat liet ik haar ook weten. Maar tegelijkertijd besefte ik dat dit voor haar maar een korte ontsnapping was geweest uit de ellende waarin zij ongetwijfeld was ondergedompeld. Such is Life zeggen we dan: tegelijkertijd de grootste waarheid en de grootste dooddoener.

Bij het omkleden trof ik het jonge hardloopstelletje. Zij bleek Duits, hij Nederlands, en zij hadden samen een tijd in Oslo gestudeerd en gewoond. Tegenwoordig wonen ze in Leiden en scheppen ze er genoegen in om van tijd tot tijd samen aan dit soort loopjes in de regio mee te doen. Hun doel: ooit een halve marathon lopen. Het was mooi om te zien: zoveel jong geluk en zoveel mooie ambities. Eigenlijk herkende ik dat wel: bij mij is het immers net zo.

Even nam ik de tijd om dank te zeggen aan Andy en aan alle vrijwilligers die vandaag fantastisch werk hadden geleverd. Tevreden peddelde ik naar huis, naar de warme stralen van de douche en naar de warme aanwezigheid van mijn nog altijd kakelverse geregistreerd partner. Na deze geslaagde rentree in de Goudse Hout stond al snel weer een nieuwe loop op het programma: de 13.65km Gaasperplas Tunnelrun, samen met mijn grote hardloop- en blogvriend - zeg maar gerust: vriend - Arranraja. Voor mij een heus debuut daar, met als smakelijk toetje drie kilometer rechtuit stampen door het nieuwe tunneltracé van de A9. Maar daarover uiteraard meer in een volgend epistel. Watch this space!

Over het Deerlijk Gemis van een Persoonlijke Pitspoes (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 12 mei 2019 21:49

Voorwoord: het stormachtige gebeuren in Reeuwijk had ontegenzeggelijk zijn tol geëist. De dagen na de monstertocht rondom de Surfplas stonden voor ondergetekende in het teken van het herstel. De fietstocht naar huis tegen de vliegende storm in was de spreekwoordelijke druppel geweest die de al even spreekwoordelijke emmer had doen overlopen. Steenkapot was ik. Maar misschien had ik ook wel een kleinigheidje onder de leden, wie zal het zeggen. Op diezelfde zaterdagavond, waarop doorgaans mijn lief en ik een tweetal films in het Goudse Filmhuis verhapstukken (bron: Arranraja) lag ik uitgewoond in mijn warme nestje, gevloerd door de inspanningen. En ook in de dagen daarna lag het energielevel beduidend onder Nieuw Gouds Peil. Op het Terre des Hommes hoofdkantoor in Den Haag vroeg men zich die maandag af wat ik daar in godsnaam te zoeken had. Dat overkomt mij niet vaak, naar huis gestuurd worden door mijn collega’s, en zelfs door mijn bloedeigen baas. Net alsof ze me niet motten daar. Niet dat ik naar huis ging overigens: wijd en zijd sta ik bekend om mijn koppigheid, noem het maar gerust onverantwoordelijkheid. Voor de geïnteresseerden: dit is een familietrekje door-de-eeuwen-heen.

Langzaam maar zeker knapte ik op – en dat was wel nodig ook. Twee weken later stond alweer een zware beproeving op het programma. Voor het eerst in mijn hardloopleventje had ik mij ingeschreven voor een immense uitdaging in en rondom Zandvoort. Het plaatselijke race-circuit, dat volgens snode plannen binnenkort weer plaats gaat bieden aan het Formule 1-circus, zou op 31 maart 2019 het start- en finishtoneel zijn van een sport die in een beduidend langzamer tempo wordt uitgevoerd. En ondergetekende zou naar Zandvoort afreizen om daar een halve marathon over circuit, strand en duin te gaan afwerken.

Zoals al beschreven in mijn vorige prietpraatje was de inschrijving voor – en deelname aan - Zandvoort een compensatie voor het leed dat mij was aangedaan door het niet doorgaan van de CPC. Bittere tranen had ik geweend, maar tussen de huilbuien door zinde ik op sportieve wraak. Deel één van deze revanche had ik inmiddels in Reeuwijk voltooid, en nu werd het tijd voor het laatste gedeelte van dit Tweeluik der Vergelding. Heel toepasselijk zou dit plaatsvinden in een plaats die aan zee was gelegen, zij het dat dit wel ettelijke tientallen kilometers ten noorden van Scheveningen/Den Haag was. Voor de topobeten: vanaf Scheveningen kom je, als je een duurloopje langs de kust in noordelijke richting maakt, eerst bij de Wassenaarse slag. Vervolgens draaf je naar Katwijk en naar het vijf kilometer verderop gelegen Noordwijk. Na deze iets mondainere badplaats komt er nog een lang stuk, waarbij je eerst de provinciegrens passeert en uiteindelijk in Zandvoort belandt. Van mij mag je daar stoppen en een strandpaviljoentje opzoeken: inmiddels staat je teller op zo’n 35 en heb je er zowat een hele marathon op zitten.

Zandvoort zelf is bepaald niet mondain: het doet qua lelijkheid nèt niet onder voor de gehele Belgische kust. Daar is het al helemaal een rotzooitje, maar ook in Zandvoort heeft men in de loop der jaren talloze oerlelijke bouwwerken neergezet. Ten noorden van al dat fraais, richting Bloemendaal aan Zee en verderop de Hoogovens, ligt dan het veel geprezen en verguisde racecircuit. Geprezen vooral door de rijke Formule 1-historie, verguisd vooral door de enorme geluids- en (vroeger) stankoverlast. Dat laatste was zeker het geval als een straffe noordenwind de uitstoot van al die racemonsters richting het dorp blies. Dat sloeg dan neer op alle balkonnetjes en maakte het leven daar slecht draaglijk.

Maar nu gingen wij daar hardlopen – en onze uitstoot zou hopelijk niet al te veel ergernis opwekken bij de inheemse bevolking. Ik verheugde mij bijzonder op de uitdagingen die mij daar stonden te wachten: de driekwart ronde over het moeilijk te belopen circuit, de 8 kilometer over het strand dat vanwege het hoogwater slecht begaanbaar zou zijn, en de 9 kilometer up-and-down terug door de duinen en de tocht door het schilderachtige Zandvoort. Dat laatste klinkt wat paradoxaal, maar ook lelijke dingen zijn goed te beschilderen. Kijk maar naar de vele portretjes die mijn lief al van mij gemaakt heeft. Just kidding.

Hoe het ook zou aflopen daar in Zandvoort, het weekeinde kon sowieso al niet meer stuk. Vrijdag startte ik een heerlijke vrije dag met een GR-ochtendtraining op de baan. De Goudse Runners bestonden die dag precies 40 jaar – en dat moest uiteraard gevierd worden. Na een heel druk bevolkte estafettetraining werd het een heel gezellig samenzijn met veel drank en spijzen. Ondergetekende liet zich hierbij niet onbetuigd, en volgevreten meldde ik mij aan het eind van de ochtend bij Huize de Haan. In ons stulpje bereidden wij ons voor op het tweede gedeelte van de dag: een tripje naar Amsterdam voor een concert van gitaarvirtuoos Estas Tonne in het prachtige Carré. Geweldig was het. Ook de zaterdag was ruimschoots de moeite waard: met vrouw-, dochter- en schoonzoonlief bezocht ik het eerder gememoreerde Filmhuis voor twee prachtige vertoningen. Wij genoten met volle teugen. En we zagen dat het goed was.

Maar op de Zondag in Zandvoort moest er dan toch stevig gebikkeld gaan worden. En dat terwijl wij die nacht gestraft waren door een uur minder slaapgelegenheid, vanwege het overgaan van winter- in zomertijd. Opmerkelijk genoeg bleef ik in de boemel vanaf Gouda verstoken van het inmiddels gebruikelijk geworden zondagse kinderoproer. Alhoewel: het kan nog veel erger. Schuin tegenover mij, aan de andere kant van het gangpad, zat een (veel) ouder stel gezapig te herkauwen. Omdat zij met elkaar waarschijnlijk al lang uitgespeeld waren, schepten ze er nu genoegen in om hun gebitjes voortdurend in en uit hun mond te bewegen. Uitstoten en weer naar binnen zuigen. Ik ben echter nog veel te jong om het genoegen daarvan in te zien, zowel in ethisch als in esthetisch opzicht. Dus gingen mijn oogjes dicht en de oortjes in, en onder de klanken van de Franse groep Tryo mediteerde ik over grote hardloopsuccessen terwijl het treintje ijverig voort deed.

Ter hoogte van Abcoude kwam via de NS-app tot mijn schrik opeens het bericht door dat er voorlopig geen treinen zouden rijden tussen Amsterdam en Haarlem. Dit vanwege ‘een aanrijding met een persoon’. Vreselijk natuurlijk – ik dacht er maar liever niet aan – maar nu moest er wel rap een alternatief plan uit de ladenkast getrokken worden. Al snel vogelde ik uit dat ik op Amsterdam Bijlmer ArenA een snelbus kon nemen via Amstelveen en Schiphol naar Haarlem. Dat zou mij zelfs eerder in Haarlem en Zandvoort brengen dan oorspronkelijk gepland. Aangekomen op het station, dat zijn naam deels dankt aan een naastgelegen prachtige voetbaltempel, groette ik het seniorenstel beleefd. Als antwoord kreeg ik – heel synchroon – hun twee gebitjes getoond. Onthutst verliet ik de trein en spoedde mij naar het plaatselijke busplatform. Intussen lichtte ik GR-loopmaat Nico in: hij zou iets later naar Zandvoort komen dan ik, maar ik wilde niet dat hij ‘Stuck in Amsterdam’ zou raken.

De Interliner bracht mij binnen een oogwenk naar het pittoreske Haarlem. Deze stad – en de omgeving ervan - herbergt voor mij veel jeugdherinneringen. Mijn grootouders van vader’s kant woonden in het aanpalende Overveen. En van daaruit bezocht ik de stad uiteraard dikwijls, evenals het verderop aan de kust gelegen Zandvoort. Ook de uitgestrekte Amsterdamse Waterleidingduinen kende ik op mijn duimpje. Mijn Opa oefende daar altijd voor de Apeldoornse en Nijmeegse Vierdaagse Marschen, en als kind vergezelde ik hem graag op deze looptrainingen. U ziet: ik heb het allemaal niet van een vreemde. Eén van de voor ons kinderen fijnste pleisterplaatsen in Overveen was de uitspanning Kraantje Lek, met zijn markante Holle Boom. Als kind speelde ik daar in de duinen zo vaak met mijn neven en nichten, en zetten wij speurtochten uit die we dan vervolgens zelf liepen. Na afloop was er dan in de uitspanning steevast een glaasje ranja voor de vermoeide jonge helden.

Kraantje Lek ligt eigenlijk in de achtertuin van het Zandvoortse circuit. Vervuld van herinneringen legde ik het laatste stukje tussen Haarlem en Zandvoort af in een boemeltje dat uiteraard vol zat met hardloopatleten en -atletes. Gelukkig had ik een zitplaats bemachtigd – voor een man op leeftijd zoals ik mag dat natuurlijk ook wel. Voorlopig hoeft nog niemand in een trein, tram of bus voor mij op te staan – maar ooit zal toch het moment komen dat ik met een wat overdreven gekwelde blik de jongelui ga verleiden om hun plaats aan mij af te staan. Het opzichtig tonen van een wandelstok zal daarbij vast ook helpen, dus heb ik daarvoor alvast maar een marktonderzoek gestart. En mocht dat toch niet volstaan: dan zal ik een diepte-investering in een hulphond moeten doen ben ik bang.

Het was koud in Zandvoort, en er was een flinke wandeling af te leggen van het plaatselijke stationnetje naar het startgebied op het plaatselijke circuit. Het was weliswaar zonnig, maar er stond een gemene kille wind die mij tot op het bot verkleumde. Nico zou, zo berichtte hij mij tot mijn geruststelling, gewoon weer via Amsterdam naar Haarlem kunnen komen. Ik was door alle gebeurtenissen uiteraard extra vroeg aanwezig op het circuit. Na door een tunneltje onder de racetrack te hebben gelopen arriveerde ik op het evenemententerrein op Paddock 2 zoals dat in racekringen zo mooi heet. Ik had alle tijd om daar eens goed om mij heen te kijken. Vanaf Paddock 2 was het circuit goed te zien, en wat mij in eerste instantie opviel was dat wij arme lopers behoorlijk wat hoogteverschillen te verduren zouden krijgen. En wat nog erger was: ook in de breedterichting lag de weg er niet horizontaal bij, vooral niet in de vele bochten. Dit zou een lastig onderdeel van mijn halve marathon gaan worden, en dat was nog maar aan het begin. Ook monsterde ik het finishgedeelte: we zouden precies daar finishen waar alle race-coureurs ook hun voorwielen over de streep drukken, vlak voor het midden van de indrukwekkende grote tribune. Om de tijd te doden (bron: Wim) trakteerde ik mijzelf op een kop sterke koffie met een gevulde koek, die ik in afwachting van mijn Goudse hardloopgezel als alternatieve doping inbracht.

Een klein uurtje voor de start arriveerde Nico gelukkig ook. Zijn heenreis had verder geen obstakels gekend. Na een bezoekje aan de grote evenemententent togen wij gezamenlijk naar het eveneens op Paddock 2 gelegen omkleedgebouw. Dit was een onderhoudshal voor de racewagens, en wij snoven de olie-dampen van vele decennia op terwijl wij de korte tights omgordden. Half stoned verlieten wij het milieuonvriendelijke gebouw op zoek naar Dixiland voor een laatste sanitaire pitstop. Bevrijd en verlicht namen wij vervolgens plaats aan één van de smaakvolle tafeltjes, niet ver van de kledingafgifte. Daar lieten wij ons gewillig fotograferen door een met zorg uitgekozen volontair, een viertal foto’s voor onze respectievelijke levenspartners die uiteraard bezorgd onze tekenen van leven aan het afwachten waren. Terwijl Whatsapp verwoed bezig was om de foto’s zo snel mogelijk in Gouda te krijgen, leverden wij onze tassen in bij de vriendelijke vrijwilligers van de kledinginname.

Na een korte wandeling naar de pitsboxen begonnen Nico en ik aan onze opwarmronden. We hoefden gelukkig niet onze regenbanden om te leggen: het zou gedurende de hele race droog en zelfs zonnig blijven. Mijn kompaan deed nog wat staande oefeningen, terwijl ik mij overgaf aan een serie lichte versnellingen. Warmgeworden liepen wij uiteindelijk naar de pitsbox van waaruit onze start zou plaatsgrijpen. Wandelend door die pitsbox kwamen we nu de pitsstraat op, de plek waar normaliter banden worden vervangen en waar brandstof wordt bijgetankt. En dat alles in recordsnelheid. Nu liep daar een hardloperspeloton rond in gespannen afwachting van de start van het Zandvoortse Spektakel.

Wat mij buitengewoon tegenviel is dat er – in tegenstelling tot gebruikelijk – geen pitspoezen waren te bekennen. Voor diegenen die net onder hun steen vandaan zijn gekropen of uit Mars zijn overgevlogen: pitspoezen zijn mooie, jonge vrouwen die zich bij autoraces en motorraces ophouden bij de pits of het rennerskwartier. Vaak zijn ze woest aantrekkelijk, en wulps en uitdagend gekleed. Hun taak is het om de coureur zo veel mogelijk – maar niet al te opzichtig – te behagen in de spannende momenten vlak voor de start. Vaak hebben zij een paraplu of parasol in de hand om de renner zoveel mogelijk te beschermen tegen regen resp. zonneschijn. Het leek mij een goed gebruik om ook op deze hardloopdag te hanteren, immers: mijn allengs kalende bolletje vroeg om een liefdevol opgestoken parasolletje. Het mocht echter niet zo zijn: in de hele pits was geen poes te bekennen. Treurend om het gemis wijdden wij ons dan maar quasi-enthousiast aan de hilarische opwarmtaferelen die – helaas – wèl gebruikelijk zijn bij dit soort massale evenementen.

Met een mooie fuikstart ving voor Nico, mij en vele anderen het 21.1km hardloopavontuur van Zandvoort aan. Meteen kwam de eerste uitdaging: de roemruchte Tarzanbocht. Daar, in die spektaculaire 180-gradendraai, was het zaak om de ideale lijn te volgen en niet óf vooruit te schieten de grindbak in, óf in de binnenbocht te belanden op de kerbstones waarover het buitengewoon moeilijk lopen was. Meteen kreeg ik het veel te warm – een fenomeen dat zich bij mij de laatste jaren steeds prominenter voordoet. Na de Tarzanbocht komt er een knik in de vorm van de Gerlachbocht. Vervolgens beklimt de meute de Hunserug – een behoorlijke klim die je dus al in de eerste kilometer voor de kiezen krijgt. Een voorbode van al het zwaars dat nog komen ging. Ik kon goed zien hoe Nico zich gestaag van mij verwijderde. Zelf had ik alweer een Brabants gezelschapje te pakken, net zoals tijdens de Twiskemolenloop aan het begin van de maand. Met deze mensen, zo nam ik mij voor, zou ik het stuk over het circuit afwerken, gevolgd door nog een kilometer richting het strand.

Vlak voor het ‘aansnijden van het Scheivlak’ (de verstokte kenners horen het in hun herinnering Frans Henrichs, Hans Brian, Hans Kiviet en Jan Stekelenburg nog steeds zeggen) stak het 21.1km-peloton het circuit een enorm stuk af, en kwam het terecht op het gedeelte tussen de Renaultbocht en de AudiS-bocht. Het afsnijden van het Scheivlak dus. Mijn motor was inmiddels aan het overkoken, zo warm had ik het. Hopelijk zou de situatie aan de kust anders zijn. Wel was het jammer dat we niet het hele circuit mochten doen, enfin volgend jaar dan maar inschrijven voor de 12km, waar dat plezier wèl wordt verschaft.

Na nog enige moeizame en zware bochten, waaronder de Arie Luyendijkbocht (tweevoudig winnaar Indy 500), verliet het al behoorlijk aangeslagen peloton het circuit op weg naar de Zandvoortse boulevard en (erger) het strand voor de monsterlijke tocht door het mulle zand. Mijn Brabantse vrienden-for-the-moment had ik inmiddels achter mij gelaten en ik bereidde mij mentaal voor op de verschrikkingen die mij te wachten stonden. We zaten inmiddels op kilometer 4, en pas op kilometer 12 zou het zandhappen ten einde komen. En alsof dat allemaal nog niet voldoende was zouden er dan nog 9 helse kilometers door duin en dorp richting de finishvlag volgen.

De eerste kilometers op het strand vielen nog wel mee. Er stond wel wind, maar die speelde nauwelijks een rol van betekenis. Ik richtte mijn blik op de horizon (in de verte was Noordwijk zichtbaar) en koos een niet al te hard maar gestaag tempo. Maar daar waar na plusminus 2.5 kilometer de 12km-lopers alweer de boulevard op zouden gaan (hun start was een uur later) begon voor ons pas echt de verschrikking. Het strand werd meer en meer onbegaanbaar. Het zand was er mul en diep, en dat van het duin tot aan de waterlijn. Nou ja, waterlijn: het was in geen geval een rechte lijn, en dat maakte het er al helemaal godsonmogelijk op. Met de moed der wanhoop baande ik mij een weg door deze zandbak, soms met één of twee medelijders, maar dikwijls helemaal alleen. De hazen van 2.00 uur snelden voorbij: ik kon ze niet volgen. De hazen van 2.05 uur snelden voorbij: ik kon ze niet volgen. Vertwijfeling maakte zich van mij meester. Er was over de volle breedte van het strand geen enkel spoor te vinden dat maar enigszins soelaas bood. De Sauconietjes liepen vol met zand en water, en hun eigenaar verstookte een surplus aan energie om maar vooruit te blijven gaan. Hart en longen schreeuwden om te stoppen, de geest was echter onvermurwbaar. Er moest doorgelopen worden, anders zou ik reddeloos verloren zijn. En ook mentaal zou dat een enorme knal hebben geven die nog heel lang zou hebben doorgewerkt. En dus werd het onmenselijk lijden voortgezet. Voor mij zag ik tot zover mijn oog reikte een eindeloos lange stroom van lopers – van een duinopgang was nog geen spoor te bekennen.

Tot twee maal toe werd het peloton strandopwaarts gedreven door nog minder begaanbaar los zand. De eerste keer was dat voor de drankpost. Hier laafde ik mij overvloedig, om daarna met veel te weinig herwonnen kracht weer door te gaan met de moordende worsteling door het zachte zand. De tweede keer was het om over de 10km-mat geloodst te worden. Men wilde zeker weten dat er geen hardloopsmokkelaars een eerdere duinopgang zouden nemen, vandaar deze wrede actie. Gelaten liet ik het mij ondergaan. Daarna was er verdorie nóg twee kilometer te lijden over dat vermaledijde pokkenstrand.

Als een kudde koeien zonder oormerk banjerden wij voort door het mulle zand. Meer dood dan levend bereikte ik uiteindelijk de duinopgang, iets ten noorden van de Langevelderslag. Twaalf helse kilometers waren afgelegd, nog negen te gaan. Het hart pompte woest en de longen verrichten overwerk. De verschrikking was echter nog niet ten einde: de duinopgang was buitengewoon lang en steil, en dat door zacht zand zonder enige stevige ondergrond. Tot je knieën zakte je weg. Met de handen op de benen ploeterend ramde een ieder het hoge duin op, om vervolgens door al even mul en diep zand af te dalen richting het verlossende fietspad. Op deze Blanke Top der Duinen moet mijn hartslagmeter al helemaal uit zijn kastje zijn geslagen, zo zwaar was het.

Na aankomst op het fietspad tussen Noordwijk en Zandvoort nam ik heel even de tijd om een assessment te maken van mijn deplorable situatie. Conclusie: het was deplorabel. Schoorvoetend koos ik een laag tempo waarmee ik mij door 9 gruwelijke kilometers naar het circuit moest gaan worstelen. De tank was eigenlijk al leeg, toch moest ik in de survivalstand want opgeven zou ik nooit. Never nooit! En al zeker niet hier in dit Amsterdams Waterleidinggebied, het gebied waar Opa en ik ooit vele kilometers wandelend aflegden. Dat zou hem en mij geen eer doen. Mijn tempo was overigens al aardig richting wandeltempo gezakt, maar ik zette mijn hardlooppas onverschrokken voort. De schandalig lelijke hoogbouw van Zandvoort was in de verte te bekennen, en kwam langzaam maar onzeker nabij. Heel af en toe vond ik aansluiting in een groepje, maar geen van deze groepjes ging mij langzaam of snel genoeg. Zo werd het een behoorlijk eenzaam en lijdzaam avontuur daar in de duinen. In een duingebied gaat dat ook nog eens op en af, geen moment kon ik lekker vlak lopen. Door al dit gedonderjaag werd er nog eens extra ingeteerd op mijn vet- en eiwitreserves.

Volkomen uitgeteerd bereikte ik na 5 kilometer de zuidelijke contreien van Zandvoort. Daar, op het 17km-punt kwamen de lopers van de 12km en die van de halve marathon tezamen. Er was een zeer kleine theoretische mogelijkheid dat ik daar mijn grote hardloopvriend Arranraja zou treffen. Mijn loop- en blogmaat was immers druk bezig zijn eigen race over 12 kilometer te verhapstukken, en hij had vooraf in al zijn ijver uitgerekend dat het niet denkbeeldig was dat we elkaar daar zouden tegenkomen. Het zou mijn redding zijn geweest: onder zijn vleugels had ik die laatste 4 monsterlijke kilometers door het dorp nog in een redelijk tempo kunnen doorkomen. Eindelijk had hij voor mij de haas kunnen zijn en had hij ook eens kunnen voelen wat dat is. Maar helaas: ik had inmiddels al zoveel tijd verloren op het door hem bedachte scenario dat wij elkaar volledig misliepen. Mijn geest was nu finaal uit mijn fles.

Mistroostig en totaal uitgewoond vervolgde ik mijn lijdensweg richting de Grote Verlossing. Enige tijd kon ik aanklampen bij een collega halve marathonner, voor wie het voorafgaande ook iets teveel was geweest. Maar vlakbij het stationnetje van Zandvoort kon ik niet anders dan ook deze moegestreden krijger laten gaan. Op weg naar het circuit moest ik mijzelf nog enkele stop-and-go penalties toestaan, zo uitgepierd was ik. Gelukkig bereikten de eerste olie-, kerosine- en benzinedampen van de racetrack mijn fijngevoelig neusje en wist ik dat aan dit lijden en strijden een eind zou gaan komen. Wat ook hielp is dat er in het dorp vele supporters waren die ons hartstochtelijk aanmoedigden - alsof ze ècht wisten hoe zwaar het was geweest. En ook hier waren weer veel partytenten opgezet waarin door de aanwezigen onwaarschijnlijk veel alcohol werd verstouwd. Een nieuwe traditie bij massale hardloopwedstrijden is hiermee inmiddels ontstaan, maar of wij daar blij mee moeten zijn vraag ik mij af.

Op mijn tandvlees bereikte ik het circuit, waarop ik mij door het uitzinnige publiek over de eindstreep liet dragen. Met wijdse gebaren werd de zwart-wit geblokte finishvlag gezwaaid om mij uit mijn lijden te verlossen. Mijn eindtijd noem ik hier niet in dit kletsverhaaltje - mijn gevoel voor eigenwaarde staat dat niet toe. Tip van de sluier: nog nooit had ik een halve marathon zo langzaam gelopen. Dit was er één die enorm bevochten was, en gezien mijn huidige vorm kon ik toch trots zijn op wat ik had geflikt. Door een bewonderend kijkende vrijwilligster kreeg ik een zeer fraaie medaille aangereikt, en even later werd mij ook nog een flesje sportdrank in de vermoeide handen gestopt. Zonder het door te hebben werden wij om de pitsboxen heengeloodst richting het evenemententerrein op Paddock 2. Daar ontmoette ik Nico weer, die het ook zwaar had gehad maar een alleszins acceptabele tijd had gelopen.

Gezamenlijk togen wij naar de omkleedruimte waar een ieder, stil en aangedaan door het zojuist doorstane hardloopleed, bezig was de natte plunje te vervangen door droge. Snel kleedden wij ons om, al was het alleen maar om niet weer bevangen te raken door de oliedampen. Geroerd namen wij afscheid van het circuit dat ons vandaag zoveel strijd en ontberingen had bezorgd, en banjerden in gezwinde pas richting het Zandvoortse station. Daar ging een veelheid aan treinen het hele peloton weer naar Haarlem en verder brengen. Het was een mooie, uitputtende en toch weer inspirerende dag geweest hier in het Zandvoortse. Helaas was door het ontbreken van een Persoonlijke Pitspoes mijn kale bolletje wel ernstig verbrand. Daar moeten ze toch wat aan doen, willen ze mij ooit nog verleiden tot het lopen van deze Zandvoort Circuit Run.

Het gemis van de CPC was door deze kuitenbijter, èn die van Reeuwijk, in ruime mate gecompenseerd. Qua beleving èn qua strijd, kortom een genoegdoening op alle fronten. En het goede nieuws uit Den Haag was: er gaat some sort of compensation worden geboden voor het cancellen van de loop. Het zou erop kunnen uitdraaien dat voor alle ingeschreven deelnemers de startplaats voor de editie van 2020 verzekerd is. Ik zie er reikhalzend naar uit. Voorlopig echter gaan er door mij even geen halve marathons meer worden gelopen, dus (let op!) ook de geplande HM van Leiden niet. Ik ga nu pas op de plaats maken, en op een fatsoenlijke manier weer opbouwen naar betere tijden met betere eindtijden. Tijden behaald in wedstrijdlopen waarover uiteraard weer groots en meeslepend verslag zal worden gedaan - dat blijft. Watch this space!

Rondje Windsurfplas (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 3 mei 2019 13:05

Rust was er nauwelijks, beste lezertjes. Na het in het vorige kletsverhaal beschreven Rondje Windstootersplas stond precies een week later een volgende beproeving op de kalender. Op zondag 10 maart zou ik voor de vierde maal in mijn bestaan deelnemen aan het 21.1km City-Pieâh-City-festèn in Den Haag. Ik hoopte daarvoor voldoende opgewarmd te zijn door de door storm en regen geteisterde tocht met mijn hardloopmakker Arranraja. Maar het kon qua weer allemaal nog erger. Gedurende de week voor de CPC zwollen de weersvoorspellingen aan tot stormkracht. Zware windstoten werden verwacht, vooral aan de Scheveningse boulevard. Nou ging de Twiskemolenloop ondanks stormachtig weer wèl door. Maar een massale CPC in de grote stad is toch wel different cake. En omdat mevrouw Pauline Krikke nog niet al te lang geleden zware kritiek had geoogst voor het niet afgelasten van de vreudgevuren op Scheveningen en Duindorp, stond zij ditmaal als ware burgermoeder vóór in de rij om het cancellen van deze CPC van harte aan te moedigen. De ‘Pier-City-Pierloop’ zoals zij het in een interview met TV West noemde, en later ook nog ‘CCP-loop’, ach het zij haar vergeven. Het lieve mens was (ik parafraseer) in gedachten bij al die lopers en hun potentiële nabestaanden. Bless her.

Toegegeven: het was een terechte beslissing van de organisatie. Men draagt een enorme verantwoordelijkheid voor tienduizenden atleten, hun supporters en uiteraard ook alle vrijwilligers. Het is een grootschalige loop met een grote reputatie, en één incident zou for years to come een enorme smet op het evenement werpen. De vergelijkingen met de Twiskemolenloop gaan om die reden enigszins mank. Maar wel zijn er in beide gevallen grote risico’s aan te wijzen, zij het dat ze verschillend zijn. In het Twiske loop je weinig kans om tegen een vallende dakpan aan te lopen; in Den Haag loop je nèt wat minder kans om door een omvallende boom te worden tegengehouden. Wel schijnen daar met harde wind spontaan vonkenregens te kunnen ontstaan. Maar goed, elke organisatie maakt zo zijn eigen afwegingen. Door het Haagse evenement ging in ieder geval een dikke streep, met dank aan het illustere viertal Aeolus, Njord, Fujin en Fei Lan dat op wrede wijze de CPC-droom aan flarden blies.

Toch was het eigenlijk wel een raar gevoel die dag: je staat ’s-ochtends vroeg op met de gedachte dat je een goede twee uur gaat hardlopen. Die gedachte wordt dan in één klap vervangen door de wetenschap dat je he-le-maal niets gaat doen. De hele dag voelt dat extreem raar, extreem hyper en tegelijkertijd hypo. En dat zowel fysiek als psychisch – ofschoon deze termen volgens de Klisjeemannetjes hetzelfde betekenen. Naar buiten gaan om dan maar in alle eenzaamheid een duurloopje te verhapstukken (bron: Arranraja) was op deze barre dag niet mogelijk. Enfin, dan maar een goed boek gepakt. Na twee uur rusteloos lezen in Deep South van Paul Theroux – by far my fav travel writer – klapte ik het schootcomputertje open, op zoek naar loopjes die mijn wedstrijddrang op korte termijn konden bevredigen.

Die loopjes waren al snel gevonden. In de eerste plaats schreef ik mij in voor een debuut op de Zandvoort Circuit Run, geprogrammeerd tegen het eind van maart. En dan niet voor de hoofdafstand van 12km, maar voor de halve marathon. Ach ja doe maar gek, hoor ik U denken. En alsof dat nog niet genoeg was, besloot ik de voorgenomen afstand (10km) op de Reeuwijkse Plassenloop op 16 maart op te schalen naar 15. Dit alles puur ter genoegdoening voor het mij ontnemen van de CPC. Mijn wraak zou bitterzoet zijn.

En zo stond ik een kleine week later aan de boorden van de Reeuwijkse Plassen om mij 15 kilometer lang ploeteren te laten welgevallen. Want ploeteren zou het worden, zoveel stond vast. Alweer was een aanzienlijke dot wind voorspeld op deze zaterdag. Het hield maar niet op met waaien zo in de eerste helft van maart – zou dit ook een gevolg zijn van de klimaatverandering? In ieder geval niet volgens het Forum voor Democratie: volgens hen bestaat het klimaat niet eens, so why worry. Zelf omarm ik het klimaat van harte als linkse hobby, naast vele andere linkse liefhebberijen zoals mensenrechten, gelijkwaardigheid en vrede.

De 10 metrische mijlen van vandaag zouden uit twee korte ronden bestaan vlak bij de Reeuwijkse Hout, gevolgd door een grote ronde om de plas Broekvelden-Vettenbroek, in de volksmond aangeduid als de Surfplas. De Surfplas is de jongste, grootste en diepste van de 13 Reeuwijkse Plassen. Het is – ik memoreerde dit al in mijn vorige epistel – een zandwinningsplas, destijds gegraven voor de aanleg van een grote woonwijk in het aanpalende Bodegraven. De overige 12 plassen zijn veenafgravingsplassen die enige honderden jaren geleden zijn ontstaan. Het gestoken veen werd in speciale schuiten vervoerd naar plaatsen als Nieuwerbrug, Bodegraven en – jawel - Gouda. In die laatste plaats werd veel van dat veen gedroogd tot turf en opgestookt door de pottenbakkerijen en bierbrouwerijen. Op de Turfmarkt in Gouda kunt U bij gelegenheid nog één van de oude bruggetjes bewonderen die hoog genoeg waren om de turfscheepjes door te laten. Tot zover deze gesponsorde boodschap van de Goudse VVV. Ik ga vandaag nog de gage (mijn gewicht, èn dat van mijn lief, in volvette Goudse Kaas) ophalen bij de Waag.

De Surfplas triggert bij mij altijd een stukje verleden. In het begin van de jaren ’80 – ik was jong en nog maar een klein beetje bedorven – was ik een fanatiek windsurfer die graag deelnam aan wedstrijden in binnen- en buitenland. De favoriete omstandigheden waren voor mij: harde wind en open water. Ik voelde mij het meest in mijn element als ik, hangend in de trapeze en gebruikmakend van het grootste zeil, enorme vaart kon maken op lange stukken met constante wind. Op een plas als de Surfplas was dit mogelijk en daar kon ik dan ook naar hartelust werken aan mijn techniek, kracht en inzicht. Het gebruik van de trapeze vereiste immers volledige beheersing van alle drie de elementen. Mocht de wind plotsklaps draaien of veranderen van sterkte, dan was onmiddelijke reactie vereist, anders werd je met enorme kracht gekatapulteerd richting plank, mast of giek. Tot twee keer toe heb ik druipnat in mijn Camaro wetsuit op een dokterstafel mogen liggen om hoofdwonden te laten hechten. Waarna ik als toegift steevast een tetanusnaald vanuit haakse richting in het been kreeg gejaagd.

Leuke sport, dat windsurfen. Maar nu kwam ik naar de Surfplas om te hardlopen, een sport met een beduidend lager risico als het gaat om gekatapulteerd worden. Vorig jaar was het een ijskoude en stormachtige bedoening daar in Reeuwijk. Nu was het iets minder koud, maar behaaglijk voelde het allerminst. De wind kwam uit zuid-zuid-west, en dat betekende dat ik lekker voor de wind naar de Reeuwijkse Hout kon fietsen. Daar aangekomen op de grote parkeerplaats ontwaarde ik al vrij snel mijn GR-collega’s Karin, Nico en Peter – tezamen met mijzelf zou dat vandaag de vertegenwoordiging zijn van onze loopcommunity. We hadden ons alle vier ingeschreven voor de langste afstand: die van vijtien kilometer. Wat zijn we toch een bikkels, wij Goudse Runners.

Wat schroomvallig betraden wij de grote tent waar de startnummers moesten worden geïncasseerd en waar de nodige versnaperingen tegen betaling te verkrijgen waren. De schroom zat ‘m er in dat door de storm het net leek alsof de tent zou instorten. Maar al snel kwamen wij erachter dat het boeltje stevig genoeg in elkaar stak. Het geklapper van met name de tentdeuren jaagde eigenlijk nog de meeste schrik aan. Enigszins gerust namen wij elkaars plannen voor vandaag door. Mijn plan was eenvoudig: rustig aan (dan breekt het lijntje niet), niet opblazen en netjes uitlopen. En een tijd onder het anderhalf uur zou wel wenselijk zijn.

Enigzins meewarig en ongerust aanschouwden we gevieren de start van de 10km-loop. Er stond een straffe wind en af en toe spetterde het. Een half uur later zou ons dit ritueel ten deel gaan vallen. Ik toog naar de omkleedtent waar ik alle zeilen moest bijzetten om de hevig klapperende tentdeuren te ontlopen. Als je dat niet deed liep je de kans door die deuren keihard in je gezicht te worden geslagen. Ietwat geïntimideerd kleedde ik mij om en bevestigde het startnummer op het buitenste shirt. Dat was voor vandaag het werkelijk prachtige shirt van de Zevenheuvelenloop 2018 – ondanks het feit dat mijn looprek bijna ineenstort van de loopkledij had ik het kledingstuk in een moment van zwakte aangeschaft. Iedereen in de tent leek nerveus – was dit nou door het enorm klapperende tentzeil of door de beproeving die aanstaande was? Ik besloot mediterend de tijd die mij restte in de tent door te brengen. De enorme herrie hing ik geroutineerd weg aan een haakje, en zo was er ook geen herrie meer.

Het was niet de eerste keer dat ik de vijtien kilometer in het plassengebied ging lopen. Drie jaar geleden, volop in training voor mijn eerste en vooralsnog enige marathon, was ik hier op een heerlijke tijd van 1:16:30 uitgekomen, en dat na een buitengewoon krachtige en slimme race. Maar gezien mijn vorm van vandaag moeten wij dit maar als Andere Tijden Sport beschouwen. Ik zou vandaag al blij zijn als ik dit spektakel kon voltooien. Met deze gedachte verliet ik de kleedtent, deed een plas, liep een paar honderd meter in en toog met Nico naar het startvak waar al vele lopers gelaten hun lot afwachtten. Het was gelukkig droog – dat scheelt een hoop als je in een startvak moet staan.

Terwijl Nico en ik nog wat aan het filosoferen waren over de te volgen tactiek klonk om half twee scherp het startschot en werden wij weggekatapulteerd voor onze vijftien kilometer lange beproeving. Uiteraard liep Nico snel van mij weg. Ik nestelde mij in eerste instantie achter twee dames die liepen in bloemetjesjurken. Ja U leest het echt: bloemetjesjurken. Ik wist niet wat ik zag, maar ik zag wel dat het tempo dat deze gebloemde dames onderhielden te laag was om er achteraan te blijven sjokken. Na 200 meter ging ik erop en erover, op zoek naar medestanders die een voor mij aanvaardbaar tempo onderhielden. Die had ik al snel gevonden. Behaaglijk nestelde ik mij in een groepje dat moeiteloos de twee korte rondjes voltooide. Zoals gezegd: het tempo was goed, de pas was technisch gesproken in orde, en de ademhaling was prima te behappen. Ik monsterde mijn metgezellen: het waren twee mannen en twee vrouwen die allen al even beheerst liepen als ikzelf. Dat was in ieder geval een goed teken.

Na een kilometer of zeven, vlak aan de boorden van de Surfplas, maakten één van de mannen en ik ons los uit het groepje en liepen de vrije ruimte in. Mijn kompaan-for-the-moment was gehuld in blauwe loopkledij – ik zal hem voor de gelegenheid Man in Blue noemen. In de vrije ruimte voor ons verscheen al snel een mikpunt: een vrouw gehuld in geel – laten we haar dan maar Lady in Yellow noemen. Al dravend langs de noordkant van de surfplas liepen de Man in Blue en ik beheerst het gat dicht dat ons van de Lady in Yellow scheidde. En vanaf het moment dat wij haar te grazen hadden genomen begonnen we gedrieën in een waaier te lopen. Hoe zag dat er dan uit, hoor ik U denken? Wel: in een rijtje in de windrichting lopen en dan steeds van positie wisselen. Zo trachtten wij het leed gelijkmatig te verdelen. En we zagen dat het goed was.

Gezellig keuvelend overbrugden wij gezamenlijk een aantal kilometers. De Man in Blue was aan het trainen voor zijn alweer zevende marathon, op 7 april in Rotterdam. Deze loop paste, zo vertelde hij ons, héél goed in zijn trainingsschema. Good for him. De Lady in Yellow had het, net zoals ondergetekende, bij één marathon gelaten. Die vond plaats precies één jaar voordat ik ‘m liep, en ook in Leiden. Zoiets schept een band, zo spraken wij ontroerd tot elkaar.

Na de drankpost bij het 10km-punt versnelde de Man in Blue lichtjes. Mijn buurvrouw en ik keken elkaar aan, en in deze blik van verstandhouding lag opgesloten dat wij ons eigen tempo zouden blijven volgen. Ik ging schuin voor mijn metgezellin lopen, en zij nestelde zich behaaglijk in mijn kielzog en gaf zich over aan mijn haastempo.Gezamenlijk overbrugden wij op deze manier drie kilometers – we hadden de Surfplas nu bijna gerond. De Man in Blue liep nog binnen schootsafstand – nu vergezeld van een jeugdige paardenstaart – maar ik sprak tot mijn geelgeklede medeloopster dat wij niet een inhaalrace moesten beginnen, anders zou het ons slecht vergaan. Zwijgend legde zij zich neer bij deze eenzijdig gekozen wedstrijdstrategie.

Na iets meer dan dertien kilometer gebeurde er iets opmerkelijks: er lag een gigantische, diepe plas over de gehele breedte van het pad. Er was geen ontsnappen mogelijk: wij moesten er dwars doorheen. Onze hardloopschoentjes vulden zich volledig met water, en klotsend vervolgden wij onze weg. Dit was allemaal teveel voor mijn metgezellin die helaas proestend en reutelend moest afhaken, Doordat ik nu weer alleen liep moest ik mijn vizier weer vooruit richten. Niet ver voor mij liepen drie jongelui die zo te zien geanimeerd keuvelend hun tocht aan het volbrengen waren. Alsof het allemaal niets kostte. Deze hovaardige gasten moest ik te pakken gaan nemen, al was het alleen als extra stimulans om die laatste twee kilometers door te komen. Ik was immers zelf ook niet helemaal okselfris meer.

Het jeugdige trio kon ik gelukkig al snel bij- en inhalen. Er zat daarna nog net voldoende energie in de tank om nog een weinig te versnellen. En dat was maar goed ook, want de 90-minutenkaap kwam rap in zicht. Het gas ging er nog even stevig op, en jawel: na precies 15 kilometer kon ik mijn klokje indrukken op een netto tijd van 1:29:41. Missie geslaagd, deels dankzij mijn medelopers, deels dankzij mijzelf. Tevreden liet ik mij een medaille omhangen en nam ik de versnaperingen (sportdrank en een stukje Goudse) in ontvangst. Vervolgens draaide ik mij om en supporterde ik luidkeels de Lady in Yellow over de verlossende finish. Ook haar beproeving zat erop – en ook zij kon tevreden zijn.

Luid smakkend op het stukje kaas (het leek eerlijk gezegd wel plastic met een zurig smaakje) liep ik naar de grote, immer klapperende, tent. Daar stuitte ik op mijn mede-Goudse Runners Karin, Nico en Peter. Ook zij hadden het evenement goed doorstaan, met tijden die meer tot de verbeelding spraken dan de mijne. Karin bleek zelfs in haar leeftijdscategorie de tweede plaats te hebben behaald. Waarvoor hulde. Ikzelf was ook als tweede geëindigd in mijn eigen leeftijdscategorie, maar dan wel van onderen. Waarvoor natuurlijk ook hulde: het is mooi om in ieder geval toch nog íemand achter je gelaten te hebben.

Nawoord: de fietstocht naar huis werd een ware marteltocht tegen de storm in. Zes loodzware kilometers lang kwam ik nauwelijks vooruit, en af en toe stond ik bijna stil of viel ik haast van het stalen ros af. Volledig uitgewoond arriveerde ik bij ons pittoreske huisje vlak bij de Goudse binnenstad. Mijn wettelijk geregistreerd partner keek mij meewarig doch liefdevol aan. Eigenlijk kon ik niet meer op mijn benen staan. Die avond lag ik al om zeven uur in mijn warme mandje, om er pas tegen het eind van de zondagochtend uit te komen. Eén en ander had toch wel een beetje zijn tol geëist. Maar misschien had ik ook wel een kleinigheidje onder de leden, wie zal het zeggen. Het herstel moest echter wel vlot op gang komen, want twee weken later stond alweer een enorme kraker op het programma: de 21.1km Zandvoort Circuit Run over (jawel!) circuit, strand en duin. Maar daarover meer in een volgend opstelletje.

Rondje Windstootersplas (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op donderdag 25 april 2019 22:17

Zoals in hardloopkringen genoegzaam bekend trekt éénmaal per jaar het Dam-tot-Damcircus van Amsterdam naar Zaandam. In september 2019 hoopt schrijver dezes DV daar zijn eigen persoonlijke jubileum te vieren. Immers: het zal voor de vijfde keer zijn dat ik aan dit Vrolijke Volksfestijn ga deelnemen. In 2015, toen nog als businessloper voor UWV, liet ik mij voor het eerst dit spektakel welgevallen – en ik heb sindsdien geen editie overgeslagen.

Als ik bij het verhapstukken (bron: Arranraja) van deze tocht zo tussen kilometer 10 en 11 eens goed naar rechts zou kijken, dan zou ik het misschien kunnen zien liggen. Een nog onontdekt gebied, door mij dan wel te verstaan. Een gebied dat enigszins zit ingeklemd tussen de dorpskernen Oostzaan, Landsmeer en Den Ilp. Een ‘area of outstanding beauty’ zouden de Engelsen direct zeggen, mochten ze het aanschouwen. De National Trust zou het zich onmiddellijk toeëigenen. Maar wat nog veel belangrijker is: dit is het gebied waarin mijn hardloop- en blogvriend Arranraja zich pas ècht thuis voelt. Als deze bij leven al legendarische meesterblogger zijn atletische kunsten in Het Twiske tentoonspreidt is hij pas echt in zijn element, en wordt hij één met de prachtige natuur die het gebied kenmerkt.

Van egoïsme kun je Arranraja op geen enkele manier betichten. Hij zou Het Twiske ook gewoon voor zichzelf kunnen houden. Maar beter dan dat probeert hij al sinds jaar en dag langs slinkse wegen de blogcollega’s van Looptijden dit gebied in te lokken. Vorig jaar nog lieten Jan en Jaco zich vermurwen om samen met hem de Twiskemolenloop te tackelen. En uit de door een met zorg uitgekozen vrijwilliger gemaakte foto van het drietal blijkt dat het Twiske-virus ook al op Arranraja’s makkers was overgeslagen.

Uw dienstwillige dienaar was ‘a bit more hard to get’. Wel had ik met mijn blogkompaan al drie maal de Vechtloop tot een goed einde gebracht, en ook hadden wij nog in oktober 2018 de Middenmeerloop door zijn woonplaats succesvol geattaqueerd, ondanks de verwoede pogingen van de organisatie om ons op allerlei dwaalsporen te brengen. Maar de Twiskemolenloop: nee, zóver had hij mij nog niet gekregen.

Maar goed, zoals het Oudhollandsch gezegde luidt: ‘één keer moet de eerste zijn’. Stiekem zat ik er zo nu en dan al eens over te denken om mijn opwachting in dat mooie stukje Noord-Holland te maken. En daarbij: ik zat tussen Schoorl (10km) en CPC (21,1km) nog met een te overbruggen trainingsgap. Een afstand van 15 of 16.1 kilometer zou wel mooi in dat plaatje passen. Via de app bracht ik Arranraja van mijn overwegingen op de hoogte. Onmiddellijk sloeg hij aan: op 3 maart stond voor hem de 16.1km-loop in het Twiske op het programma, en zou ik dan niet genegen zijn......?

Uiteraard was ik genegen: het is altijd een groot genoegen om met deze buitengewoon amicale blogvriend een wedstrijdloopje te nemen. Ik schreef mij per omgaande in voor het Twiskefestijn en begon Google Maps en Wikipedia eens goed te bestuderen. Zo leerde ik dat het woord ‘Twiske’ in het Oudfries ‘Tussen’ of ‘Tussenwater’ betekent. Het zou gaan om een tussenwater dat de grens zou vormen tussen twee gebieden, in dit geval Oostzaan en Landsmeer. Het is ook een veengebied: op niet al te grote schaal werd er turf gewonnen. In dat opzicht voelde ik mij al meteen verwant: bij mij ligt het veenplassengebied ‘Reeuwijkse Plassen’ zowat in mijn achtertuin. En er is meer: een significant deel van beide veenplassengebieden bestaat uit een grote diepe zandwinningsplas. In het geval van Reeuwijk diende dat deels voor de aanbouw van een wijk in Bodegraven, in het geval van het Twiske diende het voor het Coentunneltracé (besmet woord, red.) en voor een wijk in het nabijgelegen Purmerend. De grote centraal gelegen zandwinningsplas in Het Twiske heet De Stootersplas.

Inmiddels is Het Twiske een recreatieschap geworden, met zowel aandacht voor sport en recreatie als voor de natuurwaarde. Hierbij is buitengewoon veel aandacht besteed aan het behoud van het Waterlandse karakter in het hele gebied. Dit laatste moest ik er op aandringen van de plaatselijke VVV bij zetten. Het is - heel slecht samengevat - een gebied van 650 hectare groot, dat voor ongeveer een derde uit water bestaat. Hier wilde ik het eigenlijk maar bij laten, want anders gaat dit hardloopblog over de maximale hoeveelheid karakters heen die Looptijden mij toestaat voor mijn kletsverhaaltjes. En ik ben al eens op rantsoen gezet, vergezeld van een officiële waarschuwing.

De Twiskemolenloop door bovengenoemd gebied is de met voorsprong favoriete loop van Arranraja. Deze gezamenlijke editie zou voor hem alweer nummertje 29 worden, voor mij was dit uiteraard het debuut. Al append hielden wij elkaar op de hoogte van onze voorbereidingen. Daarbij zagen wij tot ons leedwezen dat de weersvoorspellingen voor die 3e maart slechter en slechter werden. Stormen zou het, storten zou het. Maar enfin: we moesten het maar nemen zoals het zich voor zou doen, en we moesten ons ook maar niet druk maken over dingen waaraan we toch niets konden veranderen. Met die instelling bereidden wij ons voor op dat wat komen ging.

Na het betrachten van het nodige geduld brak dan eindelijk de wedstrijddag aan. Eindelijk zou ik de karakteristieke Twiske Molen zien, vernoemd naar die loop die daar al sinds jaar en dag gehouden wordt. Eindelijk zou ik de Bonnie Lasses zien: de Pretty Girls die als runderen vermomd het Twiske kaal grazen. Eindelijk zou ik dat atletiekbaantje van Antilopen Club Waterland, met een vloer van gravel, aanschouwen en zouden mijn hardloopvoetjes voelen hoe dat voelt. Eindelijk zou ik zien en voelen waarom deze loop in het leven van Arranraja zo’n prominente plaats inneemt. Misschien zou het virus ook op mij overslaan, gelijk als hoe het Jan en Jaco ooit besmet had. Het zou zomaar kunnen, nietwaar?

Op die storm- en regenachtige zondagochtend ontsnapte ik voor dag en dauw uit mijn stulp en liep ik tussen de regendruppels door naar het pythagoreske Goudse station. In de boemel naar Amsterdam overkwam mij exact hetzelfde als de vorige keer, toen ik naar Schoorl ging. Mijn treincoupé werd plotseling bevolkt door kinderen met een sterk verhoogd ADD-, ADHD- en hufterigheidsgehalte. Schreeuwend en krijsend nam het hele zootje zo dicht mogelijk bij mij plaats, als was het om mij te kwellen. Maar gelukkig had ik ditmaal een escapemogelijkheid. Was een drietal weken daarvoor de trein zo klein dat ik niet aan de kwelgeestjes kon ontsnappen, nu kon ik mijn toevlucht zoeken tot een verder naar achter gelegen gedeelte van het vehikel. Waarna de rust bij mij wederkeerde. En ik zag dat het goed was.

Totaal relaxed arriveerde ik na een klein uurtje op Amsterdam Centraal. Daar bezocht ik de Kiosk en de stationstoiletten om de in- en uitgaande stromen te reguleren. Vervolgens maakte ik de overstap naar een boemeltreintje dat de barre tocht naar Diemen ging ondernemen. Arranraja en ik waren namelijk overeengekomen dat hij mij met zijn voiture op het plaatselijke station zou oppikken. Voordat de trein vertrok werd ik aangesproken door een man van – denk ik – Afrikaanse afkomst. Hij moest naar Alkmaar begreep ik al snel, maar hij was door het dienstdoende perronpersoneel in deze stoptrein gedirigeerd. En die ging nou uitgerekend de andere kant op. Nadat ik hem in mijn beste Engels had uitgelegd hoe, wat en waar te handelen verliet hij de trein, buitengewoon gepikeerd over de adviezen van de NS-beambten.

Vlak naast het stationnetje van Diemen stond godzijdank een abri waarin ik voor de plensregen kon schuilen terwijl ik op mijn kompaan wachtte. Na het lezen van zijn blauw, blauw, blauwe blog had ik begrepen dat ik moest uitkijken naar een ‘zilvergrijze Note met achterop het gelukkig wel blauwe bordje met het opschrift 'Pure Drive'. Lang duurde het wachten gelukkig niet want binnen 5 minuten kwam hij aangescheurd en zette hij zijn wagen met gierende banden voor mij stil. De begroeting was uiteraard weer allerhartelijkst. Het was al aardig laden en lossen voor hem geweest die ochtend, want vrouw- en dochterlief waren door hem eerder al naar de Jaap Edenbaan gebracht. Lekker schaatsweertje, trouwens. Swingend op de opzwepende klanken van een Bluegrass-fenomeen reden wij richting de uitgang van Diemen. Vandaar spoedden wij de A1 en vervolgens de A10 op. Vol vuur vertelde Arranraja over de bijnaam van Diemen-Noord, dat door allerlei afrekeningen in het criminele circuit aldaar heel toepasselijk tot ‘Diemen-Moord’ was omgedoopt. Het zal je maar gebeuren, zo in je achtertuin.

In het schilderachtige Landsmeer vonden wij een mooi plekje voor de auto. Vandaar wandelden wij door de gestaag vallende regen richting het sportpark waarop ook AC Waterland zijn domicilie hield. Het viel ons op dat ondanks het weer een aanzienlijk aantal lopers de weg naar het Twiske Atletiekstadion had gevonden. Mooi, dan waren we in ieder geval niet de enigen vandaag. Alleen ga je sneller, samen ga je verder. Deze tegeltjeswijsheid zou ons vandaag heel goed van pas komen.

Snel confisqueerden wij onze startnummers bij de balie en vluchtten we door de gutsende regen richting kleedkamers. Hier was het warm en bedompt, maar in ieder geval konden wij ons fatsoenlijk omkleden en het startnummer op het buitenste shirt monteren. Schielijk bracht ik al mijn doping in, uit angst door mijn hardloopgezel of door andere atleten betrapt te worden. Op een schorsing van twee jaar zit ik immers niet te wachten. Uiterste zorg werd vervolgens besteed aan het aantrekken van de Action-poncho’s (met hoodie!) die ons tegen de ergste regen, wind en kou moesten beschermen. Na nog een minuscule sanitaire stop traden wij maar weer naar buiten, de barre elementen tegemoet.

Volgens goed hardlopersgebruik liepen wij onszelf warm, ditmaal over de verharde paden van het sportpark. De gravelbaan van AC Waterland was hier niet geschikt voor, zo hadden wij in een enkele oogopslag al gezien. Wel moesten we uiteraard onze wedstrijd starten op de baan, en hier na 16.1 lange kilometers ook finishen. Dat zou al erg genoeg zijn. Tijdens het inlopen merkte Arranraja op dat mijn ponchootje een wel heel muzikaal geluid maakte op het ritme van mijn dribbelpas. Waarschijnlijk voelde het kledingstuk zich geïnspireerd door de bluegrass-klanken die het op de heenweg vanuit de sporttas moet hebben gehoord.

Als een zwaard van Damocles kwam de vermaledijde start van deze ongetwijfeld monsterlijke beproeving dichterbij. We bestudeerden nog eenmaal het parcours, en kwamen tot de conclusie dat de eerste 7 kilometers betrekkelijk gemakkelijk zouden worden - door de windrichting en mogelijk ook de beschutting door het struweel. Op kilometer 7 zouden wij achterin Het Twiske zijn gearriveerd en zou de storm vol op de kop komen te staan, dit tot iets na het 9km-punt. Daarna zou er weer wat beschutting zijn gedurende 3 kilometer, maar de laatste kilometers zouden weer een helletocht worden. Koortsachtig dachten wij na over het ideale strijdplan.

Het verstandigste zou zijn om de eerste kilometers niet te veel energie te verbranden, en te proberen in een groepje het punt te bereiken waar de storm pas echt zou opsteken. Daarna zouden we wel zien hoe onze krachten zich tot elkaar zouden verhouden. Kortom: eerst maar eens 7 kilometer doorkomen met de rem erop. We moesten ons niet laten verleiden door de rugwind, want ongemerkt verspeel je dan toch veel energie. Tijdsambities spraken wij niet uit: het zou zo zwaar worden dat elke gedachte aan een fatsoenlijke eindtijd overboord moest worden gegooid.

Met deze strategie in het hoofd lieten wij ons klokslag vijf over elf wegschieten voor de iets meer dan zestien kilometer lange monstertocht. De eerste honderden meters speelden zich af op de baan die er compleet verzopen bij lag. Grote plassen zorgden ervoor dat het waterpeil in de hardloopschoentjes al snel ver boven NLP (Nieuw Landsmeers Peil) was gestegen. Met klotsende sokken verlieten wij het atletiekstadion op zoek naar het markante Twiske-gebied. Op weg daar naartoe vormde zich al snel een groepje van zeven personen met een gezamenlijk strijdplan: vier Brabanders (drie mannen, één vrouw), één dame in felroze loopkledij, mijn loopmakker en ikzelf. Tevreden over deze gang van zaken nestelden wij ons in het midden van dat groepje, waarbij ik – als haas van dienst - Arranraja wel af en toe moest manen om zich in te houden. Intussen maakte mijn kompaan mij/ons attent op allerlei landmarks in dit inderdaad schitterende gebied. Die Brabanders leken overigens wel heel gelukkig op deze manier de carnaval ontvlucht te hebben, zo bevrijd liepen zij daar rond. Je moet wel een enorme pesthekel aan carnaval hebben wil je in in plaats daarvan door de gierende storm en striemende regen door het Twiske gaan watertrappen.

Maar enfin, ieder zijn of haar eigen liefhebberij. Deel één van ons strijdplan was geslaagd, hoewel wij al snel merkten dat onze vrienden uit het zuiden niet allemaal dezelfde loopsterkte hadden. Na een kilometer of zes kozen twee van hen het hazenpad samen met de Pink Lady, en nadat wij nog enige honderden meters met de twee achterblijvers hadden meegehobbeld vond ik dat er maar eens een klein tandje bij moest. Langzaam maar zeker schoven Arranraja en ik weg van onze metgezellen en liepen zo het Brabantse gat in. We waren nu vlak bij kilometer zeven, en het zou nu echt serieus gaan worden. De wind was nu aangewakkerd tot een zware storm, en wij allen zetten ons schrap voor wat komen ging.

Na een korte draai kregen wij inderdaad de storm vol op de kop. We bevonden ons nu aan de overkant van de Stootersplas, en er waren geen bomen te bekennen die de tot orkaankracht aangezwollen storm nog enigzins konden breken. Nou ja orkaankracht, ach zo voelde het toch wel even. Zelf vind ik dit soort uitdagingen geweldig, dus ondanks alle windwaarschuwingen van Arranraja kwam nu dus mijn favoriete gedeelte. Het werd een echte stormbaan voor zeven individuen. Bij elkaar lopen lukte simpelweg niet meer. Gaandeweg naderde ik de voorste twee Brabantse lopers die zich wat inhielden, en de Lady in Pink die wel de grootste moeite had. Het gat met mijn medeblogger liet ik niet verder oplopen dan een meter of 10. Al buffelend en ploeterend streek ik neer op een wat oudere dame, die naar achteraf bleek bezig was aan de halve marathonafstand. Ik vroeg haar hoe het ging, en na haar positieve antwoord gaf ik haar mee dat ‘je wèl voelt dat je leeft, toch?’. En ‘We doen dit wèl voor ons plezier, toch?’ Of het arme mens hier wat aan heeft gehad? Geen idee, maar mijn intenties waren in ieder geval goed.

Na 9 kilometer kwam een hergroepering tot stand. Zwaar vermoeid na deze monsterlijke inspanning werd weer even de geborgenheid van de groep opgezocht, konden wij even op adem komen en werden de eerste ervaringen uitgewisseld. Het was een stuk luwer nu in de beschutting van de bossages. We waren nu weer aan de zuidkant van de Stootersplas. Nu zouden we weldra langs de Bonnie Lasses van Arranraja komen, maar volgens mij hadden deze Pretty Ladies heel verstandig de Code Oranje van het KNMI in de koeienoren geknoopt en hadden zij al even wijselijk de stal opgezocht.

Bij de drankpost op 11 kilometer nam het gezelschap even de tijd om één of twee watertjes tot zich te nemen. Arranraja pakt echter nooit bekertjes aan van vreemden, zelfs hier niet, maar doet altijd een beroep op zijn eigen fles met versterkende middelen. Omdat hij dat in hardlooppas bleef doen, moest ik na het laven even flink aanzetten om mijn makker bij te sloffen. Hierdoor viel wèl het hele groepje, en nu definitief, uiteen. Getweeën maakten wij ons op voor de laatste kilometers van onze 10 Engelse Mijlen, waarvan we wisten dat het nog een hels stuk zou worden. Op gezette tijden kwamen wij de lopers van de halve marathon tegen die overigens in de tweede helft van hun tocht een geheel van ons verschillend parcours liepen. Ze kwamen van allerlei kanten. Met de laatste krachten worstelde een ieder zich door het laatste stuk heen, een stuk waar wederom geen bomen stonden en waar de (tegen)wind vrij spel had.

Na iets meer dan 14 kilometer kwam dan eindelijk de Twiske Molen in zicht, en wisten wij dat het lijden niet lang meer zou duren. Arranraja liep al enige tijd op zijn laatste benen, en ikzelf had nog nèt een beetje peut in de tank over voor een lichte versnelling. Op kilometer 15, bijna terug bij het sportpark, sloeg ik een gat met mijn loopkompaan, een gat dat door hem niet meer dichtgelopen kon worden. De laatste 300 meter (volle ronde) over de baan waren wederom een verschrikking door de enorme plassen die absoluut niet te ontwijken waren. Uitgeblust passeerde ik de finish, in de laatste meters nog aangemoedigd door de voorzitster van AC Waterland. Ze wist zowaar hoe ik heette, èn dat ik uit Gouda kwam, èn dat ik een topprestatie had geleverd. Toch fijn van deze dame, die tenminste begrijpt hoe gruwelijk deze tocht over deze Noord-Hollandse toendra voor een Gouwenaar moet zijn geweest.

Een luttele 16 seconden na zijn privéhaas stoomde Arranraja over de finish. Zijn 29e, en misschien wel meest markante, editie van de Twiskemolenloop was voltooid. Hij kon trots op zichzelf zijn. De Brabantse vrienden en vriendin kwamen ook één voor één over de eindstreep, allemaal meer uitgewoond dan één carnavalsnacht kan veroorzaken. Gezellig keuvelend met onze medelijders kwamen we tot de conclusie dat we allemaal een buitengewone prestatie hadden geleverd onder deze barre omstandigheden. En toen kwam de verrassing: Arranraja had zonder dat ik het merkte een fraaie medaille voor mij aangeschaft, en hij hing deze plechtig, en onder dankzegging, om mijn ranke hals. Wat een mooie apotheose van een bijzondere hardloopdag.

Uitlopen was er dit keer niet bij. In de kleedkamer werd in stilte omgekleed, zo zeer was iedereen nog onder de indruk van wat er zojuist was gebeurd. In de kantine van AC Waterland kwamen wij met een kop koffie en een broodje weer op verhaal. Gebroederlijk keuvelend liepen Arranraja en ik even later naar de auto terug, tevreden over deze alweer vijfde Succesvolle Samenloop. Een jubileum, jawel! Op naar de 10 dus, waaronder hopelijk ook een Twiskemolenloop onder betere weersomstandigheden. Dan kunnen we vast ook wat beter van dit prachtige veenplassengebied genieten, daar ten noorden van onze hoofdstad. Dit succesverhaal krijgt dus zeker een vervolg.

Voldaan reden wij zingend en swingend terug naar Diemen, waar ik exact één minuut voor vertrek van de boemel uit de auto werd gegooid. Met nog een laatste krachtsinspanning stormde ik het treintje binnen, waarna ik mij uitgeput richting Amsterdam Centraal liet vervoeren. Daar aangekomen trakteerde ik mijzelf op een patatje pindasaus, een guilty and unhidden pleasure. De rest van de terugreis verliep in alle rust. Mediterend in de stoptrein naar Gouda bedacht ik mij dat het wel behoorlijk heftig was geweest vandaag. Maar goed, je voelt wèl dat je leeft. En je doet het wèl voor je plezier.

Een Vrolijke Struin door Bos en Duin (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op woensdag 24 april 2019 00:49

Twee jaar geleden stond de vermaarde Groet uit Schoorl Run ook al prominent ingekleurd in mijn hardloopagenda. Dankzij een vlaag van volledige verstandsverbijstering had ik mij in de herfst van 2016 ingeschreven voor de grootste afstand die dit festijn kent. Een afstand van dertig (zegge: 30) kilometer, ja U leest het goed. In the aftermath van mijn eerste marathon, gelopen op 22 mei 2016 in Leiden, had ik tijdenlang het gevoel (zeg maar gerust: het waanbeeld) over superkrachten te beschikken. Ik waande mij onverslaanbaar, als ware ik een kind dat als kind in een ketel met toverdrank was gevallen. Geen berg was te hoog, geen zee was te diep, geen eind was te ver. In werkelijkheid liep ik gedurende de maanden na de marathon langzaam leeg qua motivatie en conditie, maar dat had ik toen nog niet door.

Het behoeft geen betoog dat die belachelijke 30 kilometer in februari 2017 na ampele overweging uit de agenda werd geknikkerd. Ik had er wèl grenzenloos de smoor over in: this was so very much unlike me. Maar het bleef niet bij deze loop. Ook door de CPC, de maand erna, werd uit arren moede een dikke streep gezet. Maanden lang kostte het mij om enigszins de motivatie te hervinden. In het artikel van mijn hand getiteld ‘Over Corry, Lornah en Corry’ kunt U één en ander nog eens rustig nalezen, zo U daar behoefte aan heeft.

Mijn behoefte aan een loop in het fraaie bos- en duingebied van Schoorl bleef evenwel bestaan, zij het sluimerend. Helemaal aan het begin van februari van dit jaar kreeg ik echter opeens een onbedwingbare aandrang om die vermaledijde Noordhollandse loop te verhapstukken (bron: Arranraja). Op zondag 10 februari 2019 moest het dan maar gaan gebeuren. De voorinschrijving was reeds maanden gesloten, dus moest ik in allerijl mijn toevlucht zoeken tot de startbewijshulp.nl site, waarop men aangeschafte startnummers kan kopen en verkopen. Ik kende die site allang, immers mijn startbewijs voor die 30km-loop van twee jaar geleden had ik op dat platform ook verpatst. Met dank aan Annelies, die vervolgens mijn PR op de 30km buitengewoon scherp stelde. Much obliged!

Tot mijn onuitsprekelijke vreugde bood ene Marcel uit Leiden zijn startnummer voor de 10km-beproeving in Schoorl aan, inclusief pendelbusticket vanuit Alkmaar. Want auto’s zouden er in Schoorl niet rijden die dag. Iedereen moest vanaf het station of vanaf de parkeerplaats van Hogeschool Inholland door een touringcar worden opgepikt en na afloop van de race aldaar weer gedropt.

De koop was snel beslecht: Marcel blij, ik blij, wij allemaal blij. Diezelfde avond nog - het was inmiddels de woensdag vóór het evenement -zocht ik Marcel op in zijn stulp in de Stevenshofbuurt en veranderde het ticket van eigenaar. Er stond helaas wel ‘Marcel’ op het startnummer (dat heb je zo), maar ach daar zouden mijn lieftallige vrouw en ik met behulp van tape en permanent marker wel verandering in brengen.

Daags voor het evenement raffelde ik nog een rustige GR-training af op de Goudse Geluidswal. Met een beetje fantasie kon je die training zelfs wel als een heuvelachtige voorbereiding voor ‘Schoorl’ beschouwen. Uw Goudse Tobatleet was er weer he-le-maal klaar voor. Mijn ambitie was simpel: sneller gaan dan vorige week tijdens de Groenhovenloop, maar no pressure. Gewoon genieten in mijn geboorteprovincie was eigenlijk wel het belangrijkste doel. Het weer zou niet geweldig zijn: er was harde wind voorspeld en veel, héél veel regen. Gelukkig ben ik een all-weatherloper: ik vind het altijd wat vervelend als je in de zeikregen in een startvak loopt te kleumen, maar regent het tijdens de loop dan heb ik daar absoluut geen last van. Daarbij: je moet alles in het leven nemen zoals het zich voordoet; en ook moet je je nooit druk maken over dingen waar je zelf niets aan kan veranderen. Tot zover mijn tegeltjeswijsheden voor vandaag.

Voor dag en dauw op die zondagochtend werd ik wakker, deed een plas, stond op, en dacht......‘hmmm dat had andersom gemoeten’. Met dank aan Herman Finkers. Na een heerlijk hardlopersontbijt en een grote verkleedpartij toog ik – nog steeds in de vroege ochtend – naar het prachtige Goudse stationnetje. Wie ooit eens in Gouda komt moet vooral niet nalaten eens goed naar dat Meesterwerk van Afzichtelijke Architectuur te kijken. Als dat nog niet genoeg schrik heeft aangejaagd kan men de weg door een al even afzichtelijke straat (het Vredebest) vervolgen richting het pittoreske centrum (dat moet gezegd) met dat schitterende Gotische Stadhuis op de triangelvormige Markt.

Maar dat allemaal terzijde. Ik had gedacht de eerste etappe van Gouda naar Amsterdam Centraal mediterend door te brengen. Immers: het hoofd moet vlak voor zo’n belangrijke wedstrijd wèl helemaal leeggemaakt worden. Maar op het eerstvolgende station, dat van Gouda Goverwelle, werd ferm een streep door die rekening gezet. Een enorme kudde kinderen met begeleiding nam bezit van mijn tot dat moment rustige treincoupé. Al snel begreep ik dat de meute ook helemaal naar Amsterdam Centraal moest om een bezoek aan Nemo te gaan brengen. Grmmmmmmpfff – tja dan maar de oortjes in om te proberen dat opgewonden en uitgelaten gekrijs te verdringen. Normaal wil ik op dat tijdstip wat rustigs horen, maar ditmaal moest de trash-metal playlist van Spotify op om het kinderjolijt te overstemmen. Het was niet anders. In staande trilling en hevig verontrust arriveerde ik na een klein uur op het hoofdstedelijke Gare Centrale.

Bevrijd van dat kindergespuis kon ik gelukkig snel overstappen op een Intercity naar Alkmaar. Deze trein was al aardig gevuld met hardlopers die het bos en de duinen bij Schoorl zouden trotseren. Zonder veel troubles tijdens de rit te hebben gehad landde ik veilig op Alkmaar. Er was vooralsnog geen vertraging opgelopen, dus van mijn ruime slack was nog niets verbruikt. De meeste arriverende lopers konden meteen in een touringcar stappen richting Schoorl. Ik had van Marcel echter een pendelbuskaart gekregen vanaf Hogeschool Inholland. Daar moest ik dus eerst naar toe – en ik spoedde mij naar het busstation van waar ik een reguliere bus ging pakken naar het onderwijsgebouw.

Op weg naar het busplatform werd ik aangesproken door een vrouw van ongeveer mijn leeftijd, die op mij tamelijk onzeker en verward overkwam. Ze was sober maar statig gekleed, en had een bosje bloemen in haar linker- en een uitpuilende tas in haar rechterhand. Ze moest, zo zei zij, naar een begraafplaats, maar eigenlijk wist ze niet welke. Het ging om het graf van een goede vriendin van haar. En ze was maar liefst uit Kerkrade gekomen die dag. Mijn schrandere telefoon gaf wel vier begraafplaatsen aan in het gebied tussen Alkmaar en Bergen aan Zee, maar geen van de namen van die kerkhoven deed bij haar een belletje rinkelen. Ook verscheidene buschauffeurs werden door haar om raad gevraagd, maar uiteraard kon geen van hen haar aan een adequaat antwoord helpen. Op goed geluk nam zij dan maar plaats in mijn bus, die volgens de chauffeur in ieder geval langs een begraafplaats zou gaan. Vijf minuten lang praatten zij en ik over de wonderen van het leven en de dood – en toen moest ik de bus alweer verlaten bij Hogeschool Inholland. Ik wenste haar het allerbeste, ze keek nog even wanhopig vanuit de bus naar mij alsof ze wilde aangeven dat zij al haar hoop op mij had gevestigd, en dat dat nu allemaal vergeefs bleek te zijn geweest. Nu ik dit schrijf, bijna drie maanden later, bedenk ik mij: is zij ooit aangekomen waar zij hoopte aan te komen? En hoe is het haar verder vergaan? Heeft ze ooit weer de weg terug naar Kerkrade gevonden?

Zelf had ik geluk. Er stond een halfvolle (halflege?) touringcar voor mij klaar waarin ik mij behaaglijk kon nestelen samen met mijn goed gevulde sporttas. Rap vulde het vehikel zich, en binnen tien minuten waren we op weg naar het Schilderachtige Schoorl. Ook de route er naartoe was schilderachtig: door de grote hoogteverschillen langs de Boswachterij Schoorl had ik even het gevoel in de Ardennen te zijn. Na een adembenemende tocht langs kliffen en ravijnen zette de buschauffeuse ons veilig af op een parkeerterreintje bij het dorp. Van daaruit moesten wij anderhalve kilometer lopen naar het finishgebied van de Groet uit Schoorl Run in het dorpje Catrijp, waar ook de grote sporthal stond waar de omkleedpartijen konden plaatsvinden en de bagage kon worden afgegeven.

Doordat alles op rolletjes was gelopen was ik reeds twee uur van tevoren ter plekke bij Sporthal de Blinkerd. Maar er gebeurde genoeg te zelfder plekke. Grote drommen lopers, die al vroeg in de ochtend aan hun 30- en 21.1km beproevingen waren begonnen, vonden hier uiteindelijk de verlossende finishboog. Omdat collega-Goudse Runner Ad had aangekondigd hier de halve marathon te gaan lopen, keek ik (min of meer) reikhalzend uit naar zijn aankomst. Maar van Ad was en bleef niets te bekennen. Later bleek dat hij het te elfder ure had laten afweten zonder dit mij te melden. We hebben het inmiddels uitgepraat.

Nadat ik het gespeur naar Ad te langen leste had opgegeven, toog ik weer naar De Blinkerd om mij om te kleden en mij voor te bereiden op mijn eigen spektakel. Het was inmiddels gigantisch druk geworden in de sporthal, allemaal van die frisse 10km-lopers en van die ranzige uitgewoonde halve marathonners en 30-kilometeraars. Tezamen met al hun supporters zorgden zij voor een atmosfeer waarin mijn claustrofobie goed kon gedijen. Zo snel als ik kon trok ik mijn buitenste laagjes uit, propte die in mijn tas, leverde die in en worstelde mij een weg naar buiten, de vrijheid tegemoet. Godzijdank.

Achter de sporthal nam ik nog even de tijd om wat in te lopen – je zou het toch zomaar vergeten. Na nog een laatste bezoek aan een gruwelijk volle en stinkende kruiskopdixi - je hebt geen keus op zo'n moment - was het tijd om de lange wandeling te aanvaarden naar de startvakken in Schoorl. Dit gewapend met nog een banaantje en een flesje water. Het was koud en er stond een stevige bries, maar gelukkig viel er geen regen op dat moment. Zo’n kwartier van tevoren arriveerde ik in het aan mij toegewezen startvak – en als je daar dan stil moet staan (want vol) dan ga je het toch wel serieus koud krijgen. Dan zit er maar één ding op: de kou meditatief aan een haakje weghangen. Al mediterend doodde ik de tijd die mij restte tot de start, en voor ik er erg in had werd ik met mijn lotgenoten weggeschoten voor mijn tocht over 10 kilometer door bos en duin.

De eerste twee kilometers door Schoorl benutte ik door voor mijzelf een fatsoenlijk, maar niet al te hoog tempo te kiezen. Ditmaal zonder gebruikmaking van paardenstaarten van wat voor kleur dan ook. Ik had het al snel (te) warm; ik kon dat zo één-twee-drie niet aan mijn kledingkeuze wijten, maar het is iets wat mij zolangzamerhand structureel gaat overkomen. Ik moet altijd even door die fase heen. Toen ik eindelijk een beetje op fatsoenlijke temperatuur was, en het dus niet meer zo warm had, begonnen direct de verschrikkingen die horen bij een bos- en duinloop. Het parcours ging in kilometer 3 flink omhoog – en er moest dus hard gewerkt worden door alle atleten en atletes. Zelf kan ik zo’n heuvelachtig parcours altijd wel goed verteren, maar ook ik was blij dat de stijging op een gegeven moment ophield. Heel af en toe regende het, maar dat mocht eigenlijk geen naam hebben.

Intussen had ik een hardloopstelletje gevonden dat het zichtbaar èn hoorbaar prettig vond om door mij gehaasd te worden. En wie mijn verhaaltjes goed heeft onthouden weet dat dat genoegen geheel wederzijds is. Gedrieën buffelden wij kilometer na kilometer weg door het fraaie bos en het al even fraaie duin. Na 6.5 kilometer besloot ik wat extra gas te geven, en daar hadden zij helaas niet van terug. Inmiddels alleen lopend arriveerde ik bij een markant punt in de route: een scherpe draai, een paar honderd meter rechtuit richting de kust, gevolgd door een ferme 180-gradendraai. Een hele rare slinger in de vorm van een Pinokkio-neus, maar dan wel een Pinokkio die liegt dat ie barst. Wel was het een goede gelegenheid om het peloton eens goed te monsteren: diegenen die een eind voor mij liepen kon ik op een gegeven moment weer op mij af zien lopen. En datzelfde gold uiteraard ook voor diegenen die een eind achter mij liepen. Als je al het gevoel had daar alleen te lopen in het duingebied: dat werd hier direct gelogenstraft.

Na dit gekke kabouterslurfje in het parcours was het nog even drie kilometer doorrammen via de dorpjes Hargen en Groet richting de finish in Catrijp. Ik voelde mij behoorlijk sterk voor mijn doen. De techniek was goed, het soepel ademen werd vergemakkelijkt door de frisse zuurstofrijke lucht. Het tempo van de laatste vijf kilometer was beduidend hoger geweest dan dat van de eerste vijf kilometer. Voor de liefhebbers: 29:00 om 27:51. Op het gemak draaide ik op 300 meter de weg op richting het finishvod nabij Sporthal De Blinkerd. Daar passeerde ik de eindstreep in 56:51. Missie geslaagd, want ik was 33 seconden sneller geweest dan bij de Groenhovenloop van de week ervoor. Maar belangrijker dan dat: ik kon terugzien op een buitengewoon leuke loop in een buitengewoon mooi gebied. Het inspireerde mij enorm. Als ik groot ben wil ik daar ook nog eens een halve marathon voltooien. Enfin, de tijd zal het leren. Eerst maar eens een 16.1km Twiskemolenloopje met Arranraja verhapstukken, dan zien we daarna wel weer verder!

Gewoonweg Gezellig Gouds Genieten bij de Groenhovenloop (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 22 april 2019 21:01
Beste lezertjes, wees gegroet vanuit het fanatiek Christelijke Gouda op deze Tweede Paasdag! Na ellenlang wachten Uwerzijds is hier dan mijn eerste hardloopverhaaltje van 2019. Door drukke werkzaamheden, gecombineerd met de nodige schrijverspassiviteit, mocht U een viertal maanden niets van mij vernemen op dit platform. Voor mijn trouwe fans: mijn oprechte excuses. Voor mijn trouwe criticasters: heel graag gedaan. Maar er werd ondertussen wel gewoon doorgelopen door Uw Goudse Tobatleet. Achtereenvolgens werden op mijn kerfstok aangebracht:
  • op 3 februari de 10km Groenhovenloop
  • op 10 februari de 10km Groet uit Schoorl Run
  • op 3 maart de 16.1km Twiskemolenloop (co-starring Arranraja!)
  • op 16 maart de 15km Reeuwijkse Plassenloop
  • en op 31 maart de 21.1km Zandvoort Circuit Run.

Er ontstond derhalve een backlog/stuwmeer van vijf verhalen (immers: vijf loopjes). In de komende korte periode zal ik trachten om dit stuwmeer succesvol leeg te hozen en U weer het nodige leesplezier te bezorgen. Of misschien juist leesergernis, maar dat doet U Uzelf aan. Laat ik het voor mijn eigen gemoedsrust maar bij het eerste houden. In de komende tijd zal er een hoogfrequente release van verhaaltjes komen – hopelijk raakt U niet overvoerd, maar enfin de tijd zal het leren. We beginnen hier dus met het relaas van mijn eerste loop van 2019: de Groenhovenloop.

Dit betoog zal ik echter aanvangen met een paragraafje over de Goudse Runners. Dat hebben ze zo langzamerhand wel verdiend vind ik. Diegenen die al die jaren de moeite hebben genomen mijn verhaaltjes te lezen weten het: het gaat hier om de loopgroep in Gouda waaraan ik 6.5 jaar geleden mijn hardloophart verpand heb. Dat ging overigens niet zomaar. De eerste keer dat ik er op een grauwe zaterdagochtend mijn opwachting maakte (we spreken hier over 20 oktober in het jaar des Heeren 2012) had ik een nog wat onbestemd gevoel. Ik kende er niemand, ik wist dus ook niet wat het niveau van deze groep zou zijn, en of de mensen mijn markante edoch sociabele persoonlijkheid wel zouden kunnen waarderen. Allemaal vraagtekens dus.

Zoals genoegzaam bekend bestaat een degelijke hardlooptraining (en dus óók die van de Goudse Runners) uit een vijftal onderdelen. In de eerste plaats heb je de warming up, een combinatie van inlooprondjes en dynamische oefeningen om de boel lekker los te krijgen. Zo net uit je nest op de zaterdagochtend is dit geen sinecure, maar een ieder slaat zich er man- dan wel vrouwmoedig doorheen. Warmgeworden ondergaat de atleet dan het tweede onderdeel: de loopscholing.
Loopscholing is een trainingsvorm die tot doel heeft om de looptechniek efficiënter te maken. Het doel is het verbeteren van de coördinatie, en bewustwording van de verschillende momenten in de looppas. Ze nemen als onderdeel van de totale training zo’n 10-15 minuten in beslag.

Verschillende loopoefeningen zorgen samen voor een optimale looptechniek, waardoor de kans op blessures kan worden verkleind, het vermogen efficiënter wordt toegepast, en de loopsnelheid wordt verhoogd. Deze oefeningen kunnen onder andere zijn:
  • Huppelpasjes en kaatspasjes (jawel!)
  • Triplings (lichte kniehef met overdreven voetafwikkeling, wel armen meenemen graag)
  • Aanslagpasjes (waarbij het onderbeen uitzwaait). Omdat het woord ‘aanslag’ wat lading kan hebben is laatstelijk bij de ledenvergadering het woord ‘slagpasjes’ voorgesteld
  • Pendelpasjes (hoge kniehef gecombineerd met hakkenbil, met romphouding rechtop)
  • Steigerungen (korte series hevige versnellingen). Dit is bij mij het onderdeel waar het gevaar op blessures op de loer ligt. Meermalen gedurende de afgelopen jaren is het mij daarbij in lies, kuit dan wel hamstring geschoten, dus ik pas hier altijd graag een beetje op

Het derde onderdeel is de zogenaamde loopkern. Loopkernen verschillen per training, maar bestaan meestal uit verschillende intervallen met allerlei tempowisselingen. Iedere atleet werkt de loopkern op zijn/haar eigen niveau af. Bij de Goudse Runners is wat die niveaus aangaat het ganse spectrum voorhanden. Er zijn bij ons geen groepen op sterkte, m.a.w. groepen met lopers van ongeveer gelijk niveau. Dit betekent onder andere dat er tijdens de loopkern altijd een centraal punt moet zijn zodat men nog een beetje bij elkaar blijft. Anders wordt het zo ongezellig. Door het lopen van rondes, lussen of heen-en-weertjes komt men telkens weer op het centrale punt terug, waar de trainer de meute staat te monsteren, en voor een ieder een goed- dan wel afkeurend woord heeft.

Na de vaak intensieve loopkern volgt onderdeel vier: de cooling down, een serie statische stretch-oefeningen. De cooling-down is onder andere bedoeld om het lichaam weer rustig te laten wennen aan het normale ritme, het voorkomen van blessures, het verlagen van een eventuele hoge hartslag en het verminderen van de verzuring in de spieren. Afsluiter van de cooling-down is steevast ‘het ooievaartje’ waarbij met de volle hand het enkelgewricht gepakt wordt en de hak naar de bil wordt gebracht. Natuurlijk hebben we het hier wel over de de hak van hetzelfde been als dat van het enkelgewricht. Want anders ontstaan er ongelukken. Deze oefening wordt herhaald met gebruikmaking van (de onderdelen van) het andere been.

Tot zover deze gortdroge, bijna wetenschappelijke kost. Het vijfde, laatste en meest belangrijke onderdeel is de afterparty. Deze duurt bij de Goudse Runners soms langer dan de vier voorafgaande onderdelen, en schenkt in veel gevallen de meeste voldoening. Hier worden, dikwijls onder het genot van koffie en een enkele Goudse stroopwafel, de voorafgaande schermutselingen feilloos kapot geanalyseerd.

Maar waarom vertel ik dit allemaal? Wel, ik memoreerde aan het begin van dit kletsverhaaltje de vraagtekens die ik had bij mijn entree op de zaterdagochtend bij de Goudse Runners. Diezelfde vraagtekens werden bij de eerste de beste training omgezet in één groot uitroepteken. Wat gebeurde er namelijk? Vlak na de warming up sprak trainer Rob de wat badinerende en paternaliserende woorden ‘En dan is het nu tijd voor de loopscholing, wie van jullie weet nog waarom we dat ook alweer doen?’ Even was het stil – en juist op het moment dat ik een gruwelijk serieus antwoord wilde geven hoorde ik van schuin achter mij de legendarische woorden ‘Om de tijd te doden’.
Wim, thanks a million! Jij hebt destijds in één keer mijn schroomvalligheid weggenomen – en dankzij jou ben ik een heuse Goudse Runner geworden en dat tot op de dag van vandaag gebleven.

Na het voltooien van alweer mijn derde Rotterdamsche Bruggenloop – afgelopen december – ging de wedstrijdgeest voor een tijdje uit de fles. Of: de geest uit de wedstrijdfles, zo U wilt. Zo goed en zo kwaad als het kon werd er (door mij) stug doorgetraind bij de Goudse Runners. Dit gebeurde in ieder geval op de zaterdagochtend, en in een enkel geval op de dinsdagavond of de vrijdagochtend. Op 13 januari beleefden wij weer het jaarlijkse feestje van de Goudse Runners: de HAWA-loop waarover ik al in eerdere kletsverhaaltjes vol enthousiasme berichtte. Dertien mooie kilometers lang hobbelden wij in een rustig doch gestaag tempo achter GR-opperhoofd Hans aan. Het festijn start zoals gebruikelijk bij de Goudse kinderboerderij, en voltrekt zich in het gebied rondom Reeuwijk-dorp. Na afloop vierden wij op de kinderboerderij de verjaardag van Hans op traditioneel ludieke en onvergetelijke wijze – zoals alleen Goudse Runners dat kunnen. Overigens: nog steeds is de kinderboerderij niet genegen de naam ‘dierenboerderij’ te voeren, ondanks dat ik ze er herhaaldelijk op heb gewezen dat op de boerderij geen kinderen gehouden worden. Dat laatste zou mij overigens als Terre des Hommes-employee grenzenloos tegen de hanenborst zijn gestoten.

Op zondag 3 februari gingen volgens goed gebruik de wedstrijdschoentjes weer uit het vet. De openingskraker van het Nieuwe Jaar is zoals altijd de Groenhovenloop, een thuiswedstrijd met start en finish in het pittoreske atletiekstadion van Antilopen Vereniging Gouda. Bij deze gelegenheid ging ik – zo had ik met mijzelf afgesproken - de 10 kilometer verhapstukken (bron: Arranraja). Daags voor dit spektakel had ik met mijn zaterdagochtendgroep nog een loodzware training afgewerkt in de stromende regen. Hopelijk had ik niet te veel van mijn tere gestel gevergd, enfin we zouden het wel zien.

Godzijdank had het weer overnight een enorme omslag gemaakt. Op de wedstrijdochtend scheen een vrolijk zonnetje, de vaandels wapperden op de atletiekbaan vrolijk in het rond en er waren louter vrolijke hardlopers en supporters te bekennen. Wel was het zoals gebruikelijk onbarmhartig druk in de kleine kantine – en daar moest ik nou juist zijn om mijn startnummer te bemachtigen. Na wat geduw en geknok in de drukte stond ik uiteindelijk achter het juiste tafeltje en kon ik de gewenste aanschaf doen bij één van de dienstdoende vrijwilligsters.

Nu moest echter nog het startnummer op het shirt geschroefd worden. In de kleedkamers was het daar veel te druk voor, en buiten stond er te veel wind om succesvol bezig te zijn. Dus moest het in de overvolle en knetterdrukke kantine gebeuren. Gelukkig was de redding nabij: er stond een aantal lage stoeltjes en tafeltjes met tekenvellen en kleurpotloden voor al die jeugdigen die niet gingen hardlopen. Met een routineus gebaar veegde ik al het tekenmateriaal van de tafeltjes, legde mijn shirt er op en ving het noodzakelijke speldwerk aan. Dit leverde mij wel wat ontroostbare kinderzieltjes en woedende ouderblikken op, maar ja: het doel heiligt de middelen, toch? Daarbij: kinderen moeten al vroeg in hun jonge leven hard en weerbaar gemaakt worden. Anders worden zij week en beïnvloedbaar.

Gelukkig was er na al dit gekrakeel nog voldoende tijd over om mij fatsoenlijk om te kleden, de noodzakelijke doping toe te dienen en wat inloopronden over de fraaie atletiekbaan te volbrengen. Vele Goudse Runners hadden – zo zag ik – ook hun weg naar deze Groenhovenloop gevonden. Het was een feest der herkenning en blijmoedige begroeting. Met trouwe zaterdagklant Nico deed ik nog een extra inlooprondje, en samen spoedden wij ons naar het startvak. Om klokslag vijftien minuten over twaalf werd de meute weggeschoten voor een fraaie zonovergoten wedstrijdloop over 10 kilometer.

Nico had de laatste maanden wat stugger doorgetraind dan ik – en hij koos dan ook snel het hazenpad. Als ik in zijn spoor zou blijven zou ik mij binnen de kortste keren opblazen, en dat was vandaag niet mijn bedoeling. Ik koos een tempo waarbij ik redelijk goed op techniek kon blijven lopen. Mijn haas voor de eerste kilometers was trainster Thea, zo had ik bedacht. Maar na ongeveer één kilometer volgde de deceptie: zij sloeg een andere richting uit, die van de 5km-lopers. Nom de Dieu! L‘histoire se repetait: in de zomer van afgelopen jaar was ik ook al in zo’n val getrapt tijdens de Midzomerloop in Leiderdorp. Daar waande ik mij ook geborgen achter de ranke rug van een renster, maar ook zij sloeg toen onverwachts af voor een kortere afstand. Een ezel stoot zich in ’t gemeen, niet tweemaal aan dezelfde steen. Maar ik wel dus – leren zal ik het nooit.

“Dan maar snel een nieuw slachtoffer vinden” waren mijn eerste gedachten. Al gauw had ik een roodharige paardenstaart in het vizier, met prachtige bloementafereeltjes op haar driekwart looptights. Rap maar beheerst liep ik het gat dicht dat mij van haar scheidde. Met deze ginger zou ik de komende kilometers doorkomen, zo luidde mijn vernieuwde strijdplan.

Na 2.5 kilometer staken wij de Bloemendaalse Weg (de rechtstreekse weg naar Reeuwijk-Dorp) over. Daar stond, op zijn rolski’s, het eerder gememoreerde GR-opperhoofd Hans. Meewarig keek hij naar mijn wat amechtige gezeul in het kielzog van de bloemetjesbroek. Het was voor mij nu zaak om siberisch te blijven onder deze be- en veroordelende blik. We moesten tenslotte nog heel wat kilometertjes wegbuffelen. Een complicerende factor bij dit alles werd gevormd door een loper met een dikke grijze wollen muts, die heel onregelmatig telkens voorbij ons liep om zich vervolgens weer door ons te laten inhalen. Hierbij kwam mijn veeljarige hardloopervaring van pas: we moesten onszelf niet laten verleden tot al even onregelmatig lopen. Dan blaas je jezelf ook op voordat je er erg in hebt. Dat wilde ik vooral mijn gebloemde metgezellin niet aandoen.

Na drie kilometer passeerden wij de op dat moment wandelende dinsdagavondloper Paul, die het zichtbaar en hoorbaar niet naar zijn zin had. Bij het zien van ons nam hij weer de hardlooppas aan en trachtte hij verwoed en krampachtig in ons spoor te blijven, Even later hoorden wij achter ons echter de welbekende geluiden van ineenstorting – we hebben hem pas veel later aan de finish terug gezien. Jammer maar helaas voor Paul: dit was blijkbaar zijn dag niet.

Het stuk over de Middelburgweg – in de richting van Boskoop – werd door het bloemenmeisje en mij in een keurig strak tempo afgewerkt. Net na de drankpost op 5km slaat het peloton dan rechtsaf richting downtown Reeuwijk-Dorp. Hier, op een vreemd genoeg ietwat glooiende weg, vertoonde mijn compagnonne de eerste tekenen van verval. Nog voor het centrum moest zij lossen – achteraf bleek dat zij in de laatste kilometers vele minuten had verspeeld.

Een nieuwe paardenstaart was al rap gevonden, zij het dat de kleur ervan was veranderd van ginger in helblond. Maar eigenlijk had ik niet zoveel aandacht voor deze hardloopster. Zij trachtte in mijn spoor te blijven, maar ik keek alweer verder vooruit. Daar, een meter of honderd vóór mij, liepen Goudse Runner Mat en AV Gouda atleet Trudie. Het was duidelijk te zien dat Mat nog goede benen had, terwijl Trudie juist op haar laatste benen liep. Mat bij- en inhalen zou moeilijk worden, maar Trudie (BTW half zo groot als ik) was zo te zien een haalbaar doelwit. Er op af dus!

Soepeltjes ontdeed ik mij van de blondine en snelde ik op Trudie af. Op kilometer 8 was ik op haar neergestreken, en maande ik haar om in mijn spoor te blijven. Dat lukte wonderwel, en op kilometer 9 draafde zij weer wat van mij weg door toedoen van een hongerklopje mijnerzijds. Potjandozie, alweer die voedselschuld die mij al meerdere malen parten had gespeeld in voorgaande lopen. Even moest ik temporiseren, maar spoedig herpakte ik mij en stoomde weer op Trudie af, die haar voorsprong op mij verwoed verdedigde.

Bij het betreden van het atletiekstadion, daar waar Wim (‘om de tijd te doden’) mij nog hartstochtelijk aanmoedigde, had ik de dappere Trudie andermaal ingerekend. Ook stonden hier vele andere Goudse runners langs de zijlijn hun kompanen toe te juichen. Dat gold ook voor de Vijf Vrouwen die mij destijds in Waddinxveen als een held hadden binnengehaald na mijn loodzware 15km-loop. Nu gaf ik, met de finishboog in zicht, nog een dot extra gas. Trudie kraakte, piepte, knarste en loste definitief. Bevrijd snelde ik over de baan naar de verlossende eindstreep, die ik passeerde in een matige tijd van 57:24. Ach ja, matig, het representeert simpelweg de vorm waarin ik anno 3 februari 2019 verkeerde.

Direct na de finish begon ik te doen wat ook de andere Goudse Runners deden: mijn collegalopers over de finish heen supporteren. Dit al lurkend aan een waterflesje en al smakkend op een halve banaan en een partje sinaasappel. Eén voor een druppelden mijn makkers en maksters binnen, al dan niet tevreden over hun geleverde prestaties. Zelfs de dame met bloemetjestights en rode paardenstaart was content met haar inspanning, en datzelfde gold uiteindelijk ook voor GR-collega Paul, voor wie het wel een enorme marteltocht was geweest. Al met al was het een mooie zonnige hardloopdag geworden daar in Gouda en ommelanden. Een fraaie ouverture dus, en een goede training voor de 10km Groet uit Schoorl Run die een week later op het programma zou staan. In een volgend opstel meer daarover. Watch this space!

Sur les Ponts d’Rotterdam (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 31 december 2018 20:48

Dit stuk proza had net zo goed ‘Been Running Up that Bridge’ kunnen heten. Het verhaalt namelijk in diverse opzichten over het beklimmen van bruggen, althans over de noodzaak ervan. Dit heeft, naast op een Bruggenloop in Rotterdam, ook betrekking op mijn jeugd en mijn behoorlijk uitgerekte studietijd. Het predikaat ‘eeuwige student’ lijkt ooit voor mij te zijn verzonnen. Mijn studieloopbaan is immers vele jaren lang niet over rozen gegaan, to say the least. Het begon eigenlijk allemaal al heel vroeg in mijn leventje. Reeds op driejarige leeftijd leerde ik het bestaan van cijfers en letters kennen door met mijn ouders mee te lezen in de krant en door oude telefoonboeken minutieus te bestuderen alvorens ze in talloze kleine snippertjes te scheuren. Vraag mij overigens niet naar het waarom van dat laatste. Alhoewel: misschien raakt het antwoord op die vraag wel de kern van mijn levensloop tot dusver.

Gevolg van voornoemde lees- en scheurwoede was wèl dat ik al op mijn vierde kon lezen, en op mijn vijfde en zesde nog veel beter. Want ik ging maar door met scheuren. Op kleuterschool Het Zandklokje, fraai gelegen in de duinen van Den Helder, las ik mijn klasgenootjes al voor uit de avonturen van Pinkeltje. Dit tot verbijstering van mijn juffen aldaar, die van mij eigenlijk niet veel meer verwachtten dan wat klei-, teken- en knutselwerk. De ontwikkeling van laatstgenoemde activiteiten is vanaf dat moment ook structureel achtergebleven, dit tot op de dag van vandaag. Zong het Lowland Trio niet ooit héél toepasselijk ‘Ik kan geen Kikker van de Kant Afduwen’? Over mij gaat dat liedje, zoveel is zeker.

Mijn lees- en rekencapaciteiten bleven in de eerste klas van de lagere school niet onopgemerkt. De schoolleiding van de Helderse Casimirschool kon – in nauw overleg met mijn ouders – niets anders verzinnen dan mij met Kerst van de eerste naar de tweede klas te laten overstappen. Voor de jonge(re) lezertjes: da’s van groep drie naar groep vier op een basisschool. Vond ik dat destijds heel spannend, tegenwoordig heb ik daar héél andere gedachten en gevoelens over. Nog tijdens de kerstvakantie moesten álle tafels van 1 tot en met 10 in het jonge en nog lang niet kalende bolletje worden gestampt. En behalve dat nog véél meer op reken- en taalgebied. En dat alles in plaats van sneeuwballen gooien, sleetje rijden en andere winterpretjes. Daar ben ik zo zeker van doordat het halverwege de zestiger jaren altijd koud en sneeuwachtig was. Tegenwoordig is het wat dat betreft maar slappe hap.

De lagere schooltijd werd vervolgens zonder noemenswaardige cognitieve inspanning voltooid. En ditzelfde gold voor de hierop volgende middelbare schooltijd. Wel liep ik qua fysieke en emotionele ontwikkeling altijd een jaar achter op mijn klasgenootjes, c.q. -genoten. Zo kon het echter ook zijn dat ik vroegwijs was op een aantal gebieden. Nou ja, wijs... Toen mijn vader eens op een goede dag mijn zolderkamertje binnentrad en sprak “Peter mijn zoon, wij moeten het eens over de bloemetjes en de bijtjes hebben”, was mijn tamelijk ad-remme antwoord “Wat wil je weten Pa?”. Tja, dat heb je met klasgenoten/vrienden die ook al wat verder waren met ontwikkelingen van dien aard.

Om een kort verhaal lang te maken: daar stond ik dan in 1978, als 17-jarige met het VWO-papiertje, mij uitgereikt door de rector van de Louise de Coligny Scholengemeenschap in Leiden. Mijn schoolcarrière zat erop; een studiecarrière zou – in de ogen van velen – al even succesvol worden. Hoe deerlijk hebben wij ons allen vergist.
De twee jaren in Delft (ik studeerde er Geodesie, nou ja studeerde..) werden een Débacle Grand Cru. Als zeventienjarige werd ik de jongste student van de lichting. Het ouderlijk huis uit, een studentenhuis in, en daarbij ook nog praktiserend lid van een studentenvereniging met het daarbij behorende slempen en sloeren: het was allemaal véél te veel van het goede. Daarbij: hoe gemakzuchtig was ik wel niet geworden? Veel te lang had ik veel te weinig moeten doen voor toch goede resultaten. Met die instelling ging ik in Delft keihard op mijn aangezicht. En in de jaren daarna was het al niet veel beter. Want hardleers was ik ook. De studie Informatica die ik uiteindelijk wèl voltooide: daar deed ik maar liefst negen (zegge: 9) jaren over. Ik moest op het eind, medio 1990, nog oppassen dat er niet vakjes uit eerdere jaren gingen verjaren, kunt u nagaan. Maar het papiertje kwam er, en het werd – mede door de enorme opluchting – groots en meeslepend gevierd. Laten we het daar maar op houden.

Pas op latere leeftijd werd het studeren meer succesvol. In 2000 mocht ik cum laude mijn studie Bedrijfskunde voltooien, en dat gewoon in de tijd die er voor stond. Ook dit eclatante succes werd groots gevierd, onder andere met een surprise-party. Waarvoor andermaal dank aan vrienden, collega’s, familie en toenmalige gezin. En nog veel later, in 2017, mocht ik het BCS International Diploma in Business Analysis in ontvangst nemen, na een flinke periode van totale studie-toewijding, dit ten koste van - onder andere - het hardlopen. Met enorm veel dank aan mijn lief, die mijn totale toewijding aan iets anders dan zijzelf al die maanden voor lief nam. Voor mijzelf had ik een hoop rechtgezet; ik had mijzelf laten zien dat ik het tóch wel kon, dat ik die brug tóch kon beklimmen. Wat anderen ervan vonden en vinden: dat was ik in mijn leven gaandeweg minder belangrijk gaan vinden.

Nou hoor ik U denken: waarom vertelt hij dit toch allemaal? Dat komt, beste lezer, doordat mijn deelname aan de Bruggenloop 2018 de herinneringen aan mijn school- en studieleven triggerde. En hoe kwam dàt dan? Dat kwam doordat ik op zondag 9 december van start mocht gaan als student! Jawel! Mijn neef/oomzegger Martijn, die dit najaar zijn wedstrijdloopbaan startte tijdens de Dam-tot-Damloop, had in de weeromstuit daarvan een slijmbeursontsteking in het linkerheupgebied opgelopen. Behoorlijk sneu voor hem, maar gelukkig stond ik al (erg) snel klaar om zijn ticket over te nemen. Dat had nogal wat voeten in de aarde trouwens. Ik ontving een mailtje waarin stond dat Martijn had aangegeven dat ik zijn inschrijving zou overpakken. Daartoe moest ik een hoop gegevens invoeren, waaronder mijn leeftijd, mijn studie-instelling en mijn studentennummer. Omdat ik moeilijk kan liegen sloeg vervolgens het formulierenprogramma helemaal op tilt. Ik mocht helemaal geen 57, maar hooguit 29 jaren oud zijn. Anders kon ik de inschrijving als student wel op mijn middelbare buik schrijven. Overigens wel grappig: ik voltooide mijn studie Informatica (U weet wel, die 9-jarige episode) op mijn negenentwintigste. Hoe toevallig toch.

Een e-mailtje naar de organisatie bood uitkomst. Zij begrepen mijn precaire situatie helemaal, en ik mocht een fake geboortedatum opvoeren, een fake studie-instelling (come to think of it: die is behoorlijk lang fake geweest) en een fake studentennummer. Allemaal fake-nieuws, zou president Trump hebben gezegd als hij van van mijn bestaan zou weten. Maar dat terzijde. Vervolgens moest ik separaat per e-mail mijn echte geboortedatum opsturen. Zo kon ik worden ingeschreven en kon de organisatie vervolgens de geboortedatum aanpassen. En dankzij deze malafide praktijken (nou ja, op het randje toch) kon ik uiteindelijk als heuse Student aan de start verschijnen van alweer mijn derde Bruggenloop in Rotterdam!

De weersvoorspellingen hadden al dagenlang uitgewezen dat het festijn dit jaar gewoon kon worden verhapstukt (bron: Arranraja). Vorig jaar moest het te elfder ure worden gecancelled vanwege de woeste sneeuwstormen die ons land in de voorafgaande nacht en ochtend teisterden. Ditmaal zou het slechts fris en winderig worden met hooguit een paar spetjes regen. Met dit vooruitzicht treinde ik opgewekt richting Roffa voor mijn 13e en laatste wedstrijdloop van 2018. Het was – zo vond ik – voor dit jaar wel mooi geweest. In het boemeltje tussen Rotterdam Centraal en Station Stadion trof ik een hardloopstel dat zich uitgebreid zorgen maakte over het vraagstuk of deze trein ook echt wel zou landen bij de Kuip. “Geen probleem,” antwoordde ik, “in het ergste geval moeten we terug vanaf Lombardijen, kunnen we mooi alvast warmlopen”. Deze goed bedoelde woorden beëindigden de tot dan toe opgewekte sfeer in het treinstel terstond. Mij werd verder niets meer gevraagd.

Uiteraard stopte het vehikel bij de thuishaven van Feyenoord - er werd toch met enige opluchting op gereageerd. Vanaf de loopbrug naar het stadion maakte ik een paar foto’s voor alle Feyenoordfans in mijn familie- en kennissenkring. Zo sociaal ben ik als Ajax-adept wel. Eenmaal in het stadion keek ik uit over de lege tribunes en de door verwarmingsinstallaties in topvorm gehouden grasmat. Voorwaar een prachtig stadion, ik moet het toegeven. U moet weten: ik bewaar zeer goede herinneringen aan de Kuip. In 1982 bezocht ik met een aantal studievrienden er een concert van de Rolling Stones, fenomenaal. Met George Thorogood & the Destroyers en de J. Geils Band in de voorprogramma’s, wat wil een mens nog meer. Veertien jaar later in 1996 was het stadion het fraaie toneel van het Hell Freezes Over concert van Eagles (voorprogramma: Kenny Wayne Shepard), ook al legendarisch naar mijn onbescheiden oordeel.

Maar ook in passief-sportief opzicht kwam ik flink aan mijn trekken in dit fraaie stadion. Ik zag er het Nederlands elftal winnen van Frankrijk (1-0), en gelijkspelen tegen Ierland (2-2), beide wedstrijden in de eerste helft van de jaren tachtig. Maar het allermooist voor mij waren de verliespartijen van Feyenoord tegen FC Twente (1-3) in 1973 en vooral die tegen Ajax (0-4) in 1990. Daar wilde ik het verder bij laten, om niet teveel op de tere zieltjes van de 010-fans te trappen. Zij kunnen tenslotte maar zoveel hebben.

Goed geluimd door deze mooie herinneringen betrad ik de catacomben voor het nodige verkleed- en dopingwerk. Tot mijn bittere teleurstelling bliezen de opgestelde heteluchtkanonnen ditmaal ijskoude lucht uit. Bepaald geen pretje als je allerlei laagjes moet afpellen, gevolgd door het oppellen van weer andere laagjes. Stevig ingepakt en ietwat gewend aan de koude lucht kon ik zowaar wat achterstallig meditatiewerk oppakken. Altijd goed op de momenten dat je op het startschot van zo’n belangrijke wedstrijd aan het wachten bent. Geheel bevrijd en verlicht verliet ik het stadion en wierp ik mijzelf in de koude buitenlucht.

Ditmaal was de start niet naast het stadion, maar enige honderden meters verderop op het grote parkeerterrein aan de Piet Smitkade, aka Feyenoord Parkeerterrein P5C. Het was buitengewoon guur en winderig, daar aan de boorden van de Nieuwe Maas. Ook spetterde het er zo nu en dan, en dat maakte het er niet behaaglijker op. Middels opwarmsprintjes, kniehefjes en pendelpasjes trachtte ik vergeefs het vege lijf nog te beschermen tegen de kou. Wat wel hartverwarmend was was de entree van vele vrouwen in het startvak die gehuld waren in stemmige kersttights met werkelijk prachtige tafereeltjes. Hierdoor werd de toch al zo feeërieke atmosfeer tot een hoogtepunt gedreven. BTW, lang heb ik overwogen om ook zo’n stel tights aan te schaffen, voor bij mijn foute kersttrui en dito kerstmuts. Dit ter verhoging van de feestvreugde op de Kerstborrel te mijner burele. Na ampele overweging besefte ik dat ik dit mijn collega’s niet kon aandoen. Ze zouden het al lastig genoeg krijgen met mij die avond.

Naarmate het startmoment naderde nam de wedstrijdspanning toe. De stampende kerstmuziek bracht menig van ons in staande trilling. Twee in mooie kerstpakjes gehulde dames trachtten ons vanaf een podium tot grote hoogten op te zwepen tijdens een opwarmspektakel, maar ik had het zoals gebruikelijk veel te druk met mezelf. In het overvolle hossende startvak ontdekte ik een paar meter achter mij Zoetermeerder Willy, atleet van Antilopen Vereniging Ilion, met wie ik precies 4 jaar geleden in een ijzersterk gelopen race op een prachttijd uitkwam van 22:22 op de 5 kilometer. Het verslag van deze zegetocht is bij de redactie op te vragen. Vijf eindeloze kilometers lang zeulde ik destijds met Willy in mijn kielzog naar de eindstreep waarnaar wij beiden zo heftig verlangden. Total-loss waren we, allebei, maar in- en intevreden. Nu, zo vlak voor de start van de Bruggenloop, knikte ik minzaam naar hem en hij knikte minzaam terug, maar of dat nou uit herkenning of enthousiasme was?

Meteen na het startschot stoof Willy langszij – ik heb hem niet meer teruggezien. Zelf koos ik een eigen tempo: het tempo van een vrouwelijke paardenstaart in een Pepsi Colashirt. Deze dame hielp mij door de eerste kilometers in de wijk Feijenoord heen. En hoe het mogelijk is weet ik niet, maar ik kreeg het al snel veel te warm. Dat was eigenlijk best wel gek gegeven mijn loopkledij: een shirt met korte mouwen, daaroverheen een shirt met lange mouwen, en voor het onderstel gewone lange tights. Geen thermospul dus. Van die warmte had ik voornamelijk in de eerste kilometers veel last.

Niet alleen de startplaats, maar ook het parcours was ditmaal anders. Vanwege werkzaamheden aan de Maastunnel moest de Erasmusbrug volledig vrij blijven voor gemotoriseerd verkeer. En waar ik dus in voorgaande gelegenheden over de Zwaan mocht stampen, leidden de eerste kilometers mij dit maal langs het werkelijk oerlelijke gebouw van Unilever (geen wonder dat het hoofdkantoor in Engeland blijft!) via de Hefbrug, de Koninginnebrug en een stukje Noordereiland naar de vermaarde Willemsbrug. Deze brug lag er in al zijn grootsheid en roodheid al even imposant bij. De beklimming ervan was naar mijn idee echter nèt iets eenvoudiger dan die van de Erasmusbrug. Meteen na de afdaling van de Willemsbrug draaide het peloton de Maasboulevard op. Inmiddels was ik van Pepsi Cola overgestapt op een hardloopstelletje dat een voor mij prettig tempo onderhield. Om hen niet teveel te ontrieven nam ik regelmatig zelf de kop over, onder het welbekende cliché-motto: alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Meermalen werden wij lastiggevallen door hardloopidioten die selfies aan het nemen waren, terwijl ze zich al slingerend hinderlijk door het peloton bewogen. Het leek er op dat dit het enige was waarvoor ze waren gekomen vandaag: self-exposure op alle bekende sociale media. Ik wil er op dit platform voor pleiten dat we bij massale lopen zoals deze de eerste startvakken voortaan gaan vullen met serieuze hardlopers, en het allerlaatste vak – het zogenaamde G-vak – met alle Gezelligheids-lopers zullen we maar zeggen. En dat vak laten we dan een half uur ná het laatste vak met serieuze lopers starten – zodat van enige vermenging geen sprake kan zijn. Nee, doe eigenlijk maar drie kwartier, da’s nog beter.

Redelijk gemakkelijk, maar in een niet al te hoog tempo passeerden wij gedrieën het gebouw van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, gevolgd door het pythagoreske stadionnetje van Excelsior op Woudenstein. Wat was het toch weer fijn om in Rotjeknor te zijn. Bij de verversingspost zorgde ik ervoor voldoende te drinken: één bekertje sportdrank en één bekertje water werden door het dorstige keelgat gegoten. Datzelfde zou ik overigens bij de overige twee posten ook doen. Nu volgde er een korte klim over de Abraham van Rijckevorselweg, met daarna een felle afdaling over de Kralingse Zoom richting de Van Ghentkazerne. Bijna acht kilometers waren afgelegd - seven more to go.

Vanaf de kazerne marcheerde het peloton richting de grote kuitenbijter van deze loop: de Brienenoordbrug. Eerst ga je dan onder de grote weg door die naar de brug leidt. Vervolgens maak je een bocht naar links naar de voet van de klim. Daar aangekomen ga je met één grote 180-gradendraai het fietspad van het Brienenoord-tracé op en vangt de monsterlijke beklimming aan. Zoals ik al in eerdere kletsverhaaltjes heb beschreven houd ik wel van dit soort uitdagingen. Zelfverzekerd en beheerst ramde ik in één vloeiende eenparige rechtlijnige beweging over het parcours richting het markante halvemaanvormige brugdeel. Dat de beklimming niet het uiterste van mijn krachten had gevergd moge wel blijken uit de foto’s die vlak na de top werden genomen en waarop ik glimlachend en vrolijk zwaaiend ben waar te nemen. Zo mediageil ben ik dan ook wel weer, maar hopelijk ben ik daarmee niemand tot last of aanstoot geweest. Nog steeds was ik uiterst opgewekt, en dat werd alleen maar versterkt door wat ging komen: de prachtige klaverbladdraai onderaan de brug waarin je maar blijft dalen, lekker in een strak tempo. En als je zo het peloton overziet maakt – werkelijk waar - een gelukzalig gevoel zich van je meester.

Dat gevoel wordt even later wel sterk getemperd. Want ja, op een gegeven moment daal je niet meer. En zoals ik ook al in mijn verslag over de Dam-tot-Damloop opmerkte: dat voelt buitengewoon stroef en moeizaam. Bovendien kwam ook op dat moment het besef keihard binnen dat er nog vijf kilometer te gaan waren. Omdat het parcours verlegd was, was er op het eind na de Brienenoordbrug nóg een lus toegevoegd van ruim een halve kilometer. Opeens voelde ik mij verre van okselfris en besefte ik dat het nog een zwaar karwei zou worden. Het werd stampen, stoempen, snot en sterven. Ook werd het almaar donkerder, voor een nachtblinde als ik is dat geen sinecure als je in de duisternis nog een klein half uur je weg moet vinden. Gelukkig liepen er op dat moment meer mensen dezelfde kant op als ik – ongetwijfeld toevallig, maar het hielp wèl.

Na nog een heel kleine hongerdip (ik heb er zo langzamerhand patent op) in de grote bocht richting het stadion brak dan eindelijk de verlossende laatste kilometer aan. Direct na de aanduiding begon het opeens te regenen. En niet een klein miezertje, maar een héél vervelende koude sproeiregen die alle spieren leek te verlammen. Gelukkig zag ik in de verte ook al het stadion, en de blauwverlichte finishboog. Dit gaf mij hernieuwde moed, en met mijn laatste krachten beulde ik richting dat verlossende finishvod. Op 50 meter voor de eindstreep had ik nog de tegenwoordigheid van geest om een (de?) plotseling opgedoken kerstman een krachtige low-five te geven. Onze bebaarde vriend gaf daarbij wel héél gemakkelijk mee – ik hoop dat hij er gezond en wel en zonder kleerscheuren vanaf is gekomen. Zo niet: dan mijn nederige excuses, en volgend jaar hoef ik geen cadeautjes.

Na precies 1 uur, 27 minuten en 31 seconden stortte ik mijzelf over de finishmatten, uiterst vermoeid maar voldaan. Want ja, Student Peter had het hem toch maar weer geflikt. Met vandaag wel een paar Leer- of Studiemomentjes natuurlijk. Om te beginnen moet ik voortaan van tevoren nèt iets meer eten dan normaal, dan komen hopelijk die hongerklopjes niet meer voor. Bovendien moet ik toch maar weer meer duurlooptrainingen gaan doen – anders kom ik nooit op een voor mij bevredigend niveau. Daarnaast: ik moet mij altijd zo minimaal mogelijk kleden, om het tijdens de loop toch niet te warm te krijgen. Tenslotte: ik zal meer moeten gaan letten op de hartslag, omdat deze ook dit keer aan de hoge kant zat.

Naast mij prevelde een spaanstalige hardloopster wat stichtelijke woorden, hoogstwaarschijnlijk als dank voor alle hulp die zij tijdens haar beproeving van Boven had ontvangen. Ik begon het nu wel serieus koud te krijgen. Het duurde even voordat de essentialia als medaille en sportdrank waren uitgereikt, maar toen volgde de uiterst aangename verrassing: bekertjes warme thee met daarnaast een grote pot met suiker. Uitgelaten lepelde ik ongeveer net zoveel suiker in het bekertje als dat er thee in zat – en toen kon het grote genieten beginnen.

Terug in de catacomben van het 010-stadion ervoer ik tot mijn vreugde dat de heteluchtkanonnen hun werk nu wèl naar behoren deden. Op mijn dooie gemakkie kleedde ik mij om, en na nog wat momenten van meditatie verliet ik tevreden de voetbaltempel richting het belendende stationnetje. Nog even keek ik om, en ik realiseerde mij dat ik - met dank aan Martijn - alweer een mooi verhaal over dit stadion aan mijn herinneringen had toegevoegd.

Na deze dertiende wedstrijdloop in 2018 heb ik mijn hardloopschoentjes tot het eind van dit jaar aan de wilgen gehangen. Op naar een nieuw jaar dus, met hopelijk vele hardloopavonturen en vele kletsverhaaltjes daarover. U weet het: ik strooi niet met jaaroverzichten, dus nu doen we dat ook niet. Ik wens alle min of meer trouwe lezertjes van mijn blog een prachtig 2019 toe, met voor hen ook vele prachtige hardloopavonturen. Ik zal ze allemaal met belangstelling en smaak lezen. En zo af en toe zal ik ze ook in het echt meemaken, zoals in 2018 samen met Arranraja tijdens de Vechtloop in Weesp en de Middenmeerloop in Amsterdam/Diemen! Hopelijk zetten die tradities zich voort, en even zo hopelijk komen er nog andere medebloggers op af. Je vous souhaite une Bonne Année!

Been Running Up that Road, Been Running up that Hill (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 25 november 2018 22:15

Deze fraaie retrospectieve tekst van Kate Bush speelde in de dagen na de Zevenheuvelenloop voortdurend door mijn gedachten. Want zeg nou zelf, ik had het hem toch maar weer geflikt. Voor de vijfde achtereenvolgende keer had ik deze prachtige loop door het Nijmeegs buitengebied met succes bedwongen. De befaamde kuitenbijter met al zijn vals plat, beklimmingen en afdalingen heeft bij mij voor altijd een prominente plaats op de kalender van georganiseerde lopen.

Vorig jaar vond deze loop voor mij plaats in een droevige omlijsting. Maar uiteraard werd die omlijsting pas achteraf duidelijk - anders zou het ook geen omlijsting zijn. Ik heb er inmiddels al het nodige over geschreven. Al maandenlang liepen wij op een weg waarvan we steeds beter wisten waar die naar toe zou leiden. De weg die wij moeten gaan, zong Mieke Telkamp al ooit in een vertaling van het aloude Amazing Grace. En omdat het zware tijden waren voelde deze weg dan ook als een zware beklimming waarvan we wel wisten dat er een top was, maar niet waar deze precies zou liggen en hoe die er precies uit zou zien. Ook daarvoor gold dus: been running up that road, been running up that hill. Iets verderop in het liedje runt Kate ook tegen een building up, maar dat laatste heb ik vooralsnog niet als metafoor kunnen duiden.

Al tijdenlang gekweld door zorgen en luchtwegproblemen bracht ik het er destijds op de Dag der Zeven Heuvelen nog niet eens zo slecht van af. Puur op karakter buffelde ik er een tijd uit die nog onder het anderhalve uur lag. Net boven de 10 kilometer per uur dus. Het was toen bemoedigend te constateren dat de ondergrenzen nog niet waren onderschreden. In een latere – lange - periode van rouw, gelatenheid en onverschilligheid ten opzichte van het hardlopen zakte ik er wel ruimschoots doorheen. Maar U heeft hopelijk in mijn kletsverhalen van na die periode kunnen zien hoe de weg omhoog langzaam maar zeker werd gevonden.

Een weg omhoog: wat een prachtige metafoor ook voor de Zevenheuvelenloop 2018. Die gebeurtenis vond plaats op zondag 18 november, precies op de dag dat mijn lieve dappere moeder 80 jaar zou zijn geworden. Overigens, voor mijn gevoel wèrd ze op die dag ook 80, misschien moeilijk uit te leggen maar zo voelde dat nou eenmaal. Ik ben niet bepaald spiritueel - en al zeker niet religieus – aangelegd, maar op mijn geheel eigen manier is mijn moeder voor mij nog steeds levend en dicht bij mij.

Op de zondag voorafgaand aan het Nijmeegse spektakel had ik in georganiseerd verband nog snel even de Olympisch Stadionloop verhapstukt (bron: Arranraja). Zie hiervoor mijn gloedvolle verslag over de onverkwikkelijke gebeurtenissen aldaar. In de mooie omgeving van het Amsterdamse Bos had ik mijzelf nog eens goed getest, en de belangrijkste les die ik daaruit meenam naar de Zeven Heuvelen was dat ik vooral niet te hard van stapel moest lopen, anders zou het mij slecht vergaan. Nog altijd ben ik niet op een level dat in de buurt komt van mijn ‘succesjaar’ 2016, een jaar waarin vele grenzen werden verlegd en waarin een aantal New Era PR’s op de langere afstanden (15+) werden gescoord dan wel verpulverd. Qua tijdsprestaties loop ik nu nog wat in de marge rond te banjeren, maar qua beleving en genieten ben ik alweer helemaal op niveau.

U begrijpt het: ik was geestelijk geheel opgewarmd voor de Zevenheuvelenloop 2018. En dat laatste was maar goed ook, want het zou een buitengewoon koude editie worden dit jaar. Al dagenlang lag het kwik gevaarlijk dicht bij het vriespunt, en een uit het noordoosten blazende wind zou dat voor het gevoel alleen maar erger maken. Mijn lief was op woensdag naar Malta afgereisd om daar een week lang lekker uit te blazen bij haar zoonlief – en dat maakte dat het thuis ook net ietsje minder warm was dan normaal. Natuurlijk was ik wel een week lang King of the Castle, Master of the House, Ruler of the Stulp - op zich een hartverwarmend gegeven maar dat verzachtte het leed maar deels kan ik U melden. BTW zou Kate Bush dàt dan hebben bedoeld met Running up that Building?

Bovendien was (en is) het ook op de werkvloer bajeskoud. U moet weten: eind vorige maand heb ik de overstap gemaakt naar de werkelijk hartverwarmende organisatie Terre des Hommes NL, voor een enorme uitdaging in business analyse en project management. Een mooie overstap na 20+ jaren in overheidsland. Maar in datzelfde overheidsland was de temperatuur op de kantoren wel altijd lekker geregeld. Bij Terre des Hommes evenwel moet je de warmte eigenhandig genereren door knoerthard te werken. Het oude Haagse gebouw dat nu dienst doet als Head Office werkt namelijk bepaald niet mee, to put it mildly. Hoewel radiatoren en straalkachels keihard staan te loeien dringt de vroeg gearriveerde Koning Winter via kieren, spleten, voegen en reten onverbiddelijk het oude monumentale pand binnen.

Maar dat alles geheel terzijde natuurlijk. Op woensdagavond had ik mijn immer stramme rug nog eens extra goed laten loskloppen door GR-trainer en sportmasseur Rob. Waar ik in voorgaande epistels nog wel eens badinerend sprak over zijn folterpraktijken, moet ik nu toch ook maar eens de loftrompet over hem steken. Hij krijgt het door al dat gruwelijke martelwerk toch elke keer weer voor elkaar dat ik uiteindelijk zo soepel mogelijk op het strijdtoneel verschijn. En dat de Paracetamol na zo’n consult dagenlang mijn grootste vriend is: dat neem ik steeds graag op de koop toe. Ook dit keer duurde de napijn exact drie dagen, maar toen was het leed ook geheel geleden. En op de zaterdagochtend, tijdens de reguliere GR-training konden hij en ik met tevredenheid vaststellen dat het goed was. Nog steeds was ik de minst soepele van alle atleten - dat ontluisterende feit toont zich vooral tijdens de cooling-down - maar er was toch enige verbetering waarneembaar geweest.

Via de Looptijden-omgeving vernam ik dat collega-blogger Ben ook zijn opwachting ging maken op het Zevenheuvelenspektakel. Hij had in een reactie op één van mijn posts aangegeven dat hij het leuk zou vinden mij daar dan ook te treffen. Het contact was snel gelegd, en wij spraken af dat wij het van de omstandigheden voor en na de race zouden laten afhangen of en hoe wij elkaar zouden kunnen ontmoeten. Er zat geen druk op: lukt het vandaag niet dan lukt het morgen zouden de Zeeuwen zeggen. Ook mijn TdH-collega Sacha en mijn GR-loopmakker Peter zouden vandaag meedoen aan de 15km-beproeving, maar ook in die gevallen gold dat de kans klein was dat we elkaar tijdens dit massale event tegen zouden komen.

Op de vroege zondagochtend 18 november sprong ik fluks uit mijn halfwarme mandje. Natuurlijk waren mijn eerste gedachten bij mijn moeder, hoe kon het ook anders. Mijn tweede gedachten waren bij mijn vader alleen in zijn stulpje in Leiderdorp, en bij de vraag hoe het met hem zou zijn op deze speciale dag. Mijn derde gedachten gingen uit naar mijn lief op Malta, ver weg van mij in een hopelijk wat minder koude ambiance. Op het dooie gemakkie bereidde ik al mijmerend de ochtendpap die – zo belooft de verpakking – mij een Krachtige Start van de Dag ging bieden. Dit tezamen met twee koppen koffie om ook de laatste fasen van het spijsverteringsproces tot een goed einde te brengen. Hoe minder een atleet tenslote hoeft mee te zeulen, hoe beter zullen we maar zeggen. Op mijn slimme telefoon regende het intussen succeswensen uit alle uithoeken van het land, maar ook ver daarbuiten. Het thuisgestuurde startnummer werd snel en geroutineerd aangebracht, en na het nodige omkleedwerk verliet ik op deze koude zondag my safe haven op weg naar Nijmegen.

Gelukkig waren er, in tegenstelling tot vorig jaar, geen ingrijpende spoorwegwerkzaamheden en route naar de Keizer Karelstad. Terwijl ik nog druk aan het mediteren was bereikte de eerste Intercity zijn eindbestemming Utrecht. Daar wachtte mij echter een nare mededeling: bij Elst (tussen Arnhem en Nijmegen) was een hardnekkige sein- en wisselstoring aan de gang, waarvan men met geen enkele zekerheid kon vertellen hoe lang het ging duren. Potverpillepap! Als zo vaak leek de fatale combinatie Prorail/NS ons de das om te doen - ze leren het ook nooit. Driftig vorsen op de NS-app leerde mij dat ik in dit geval het beste via ’s-Hertogenbosch kon omreizen. Mijn zo zorgvuldig ingebouwde slack was daarmee wel in één klap opgesoupeerd.

Eén voordeel had dit drama echter wel. Op weg naar Den Bosch kwam ik te zitten tegenover een stel dat helemaal van Den Helder naar Nijmegen reisde. Hij ging de 15km lopen en zij ging hem daarbij hartstochtelijk supporteren. Vanuit het café, zo nam ik aan. Want wie gaat nou twee á drie uren in de ijskou bij de start- en finishlocatie lopen kleumen? Gezellig keuvelend over Den Helder en Hardlopen legden drie geboorteplaatsgenoten binnen een oogwenk de afstand tussen Utrecht en Den Bosch af. Aanbeland in de Brabantse hoofdstad verloren wij elkaar helaas uit het oog: zij gingen nog een kop koffie scoren en ik zat al ruimschoots aan mijn tax wat dat betreft. Gelukkig waren ter plekke méér dan voldoende atleten voorradig om grap- en grolpraatjes mee op te tuigen. Onderwijl wachtten wij op een – naar wij vreesden – reeds afgeladen trein uit de richting van Tilburg. Gelukkig viel dat enorm mee, omdat de NS (ook niet achterlijk) een enorme trein van wel acht treinstellen had ingezet. Na enige felle strijd bemachtigde ik dan ook een zitplaatsje voor de laatste etappe naar Nijmegen. Die rit leidde ons langs Oss, waar ik onwillekeurig moest denken aan het drama dat zich daar onlangs afspeelde. Temeer daar de Intercitytrein met een enorme vaart de desbetreffende overgang passeerde – het deed mij ineenkrimpen.

Op Nijmegen was er weer een onvoorstelbare drukte op het station. Het is altijd even flink knokken om daaruit te geraken, maar na een aantal ferme ingrepen kon ik mijn weg vervolgen richting het strijdtoneel. Halverwege trakteerde ik mijzelf op een exemplaar van het dit jaar prachtige Zevenheuvelen loopshirt. Dat had evenwel tot gevolg dat ik daarna in de commerciële fuik van de Zevenheuvelen Expo belandde. Net zoals elke voorafgaande keer overigens. Eigen schuld, dikke bult. Na alweer het nodige geworstel kon ik dan uiteindelijk doorstiefelen naar mijn omkleedplaats: de parkeergarage van de Isatis Group, zoals U ongetwijfeld weet een ICT Solutions Provider (zelf moest ik dat even opzoeken). Het was in de parkeergarage relatief warm, en ook gezellig druk, dus ik besloot om hier zo lang mogelijk rond te waren. Heel langzaam pelde ik de meeste kledinglagen af, om te wennen aan de kou die zich vooral in het startvak flink zou laten gelden. Even verliet ik de warme herberg om in te lopen en een zenuwenplasje te plegen in één van de talrijke kruiskopdixi’s. Daarna vluchtte ik ijlings weer terug in het warme Isatis-nestje.

Even voor enen moest dan toch gebeuren wat al enige tijd dreigde: de moede gang naar het schavot, oeps startvak. Ik trok een heel oude Vroom en Dreesmanntrui over mijn twee loopshirts heen, en vertrok met stille trom, een banaan en een flesje water. Gelukkig waren er onderweg veel zonnige plekken waar de kou nog wel draaglijk was. Hoe anders was dat echter in het Rode Startvak. Er waren daar maar een paar zonnige plekken te bekennen – en op die plekken dromden uiteraard veel lopers samen. Vlak voor de start, nadat eindelijk mijn Garmin was aangeslagen, offerde ik mijn V&D-trui op door het weg te hangen aan één van de hekken. Tot die tijd hadden wij via een groot scherm de verrichtingen van de toplopers kunnen volgen. Eén van hen, de Oegandees Joshua Cheptegei, was bezig aan een ijzersterk staaltje. Hij lag gedurende de hele race op schema voor het wereldrecord op de 15 kilometer. Overigens verbaast het mij enorm hoe dit het uitgelezen parcours voor zo’n recordrace kan zijn, gezien alle grote en kleine oneffenheden op het pad.

Om klokslag 13:42 ging ik dan uiteindelijk van start. Ik draaide de Groesbeekse weg op, en daar kwam uitgerekend op dat moment de eerste loper in tegengestelde richting op de finish afgestormd. Het wereldrecord ging er aan vandaag, zo meldde ons de buitengewoon lyrische speaker van dienst. Op de videoschermen vond ik Joshua Cheptegei al hard gaan, maar om hem in het echt op die finish af te zien razen was een uiterst indrukwekkende ervaring. Wàt een noodgang! Met 41:05, en dus een gemiddeld tempo van net iets onder de 2:45 per kilometer verpulverde deze held het wereldrecord. Een prachtig en bemoedigend gegeven op het moment dat schrijver dezes net een minuutje aan zijn eigen race bezig was. Een race in geheel eigen tempo wel te verstaan.

Vlak voor de start had ik mij tot net achter de pacers voor 1 uur en 25 minuten gemanoeuvreerd. Ik zou proberen enigszins in de buurt van die hazen te blijven, maar ik zou mild voor mezelf zijn mocht dit niet lukken. Met die opdracht ging ik de eerste kilometers in. Een tijdje lang had ik het gehaasde groepje goed in het vizier. Maar mijn longen, en naar achteraf bleek ook mijn hartslag, gaven mij het bevel om ietwat te temporiseren. Dat zou de enige manier zijn om het laffe vals plat van de eerste 5.5km, en later de cakewalk over de heuvels, te overleven. En aldus geschiedde. Het vals plat duurt naar je gevoel altijd net iets te lang, maar vlak na het 5km-punt (in 27:54) doemt dan eindelijk die verlossende bocht naar links op.

Op dat vlakke stuk van ongeveer 1.5km over de Derdebaan was het even consolideren. Even weer in een lekker ritme en een lekkere ademhaling komen. Bij de drankpost nam ik geduldig de tijd om een bekertje sportdrank en een bekertje water door het dorstige keelgat te gieten. Even verderop was ter linkerzijde een boeddhistisch spektakel aan de gang. Begeleid door het ‘Om Mani Padmé Hum’, bij de spiritueel geïnteresseerden bekend staand als het meest gereciteerde mantra uit het Tibetaans Boeddhisme, maakten wij als peloton ons op voor de gang naar de verlichting over de vele heuvels die op ons pad gingen komen.

Na bijna 7 kilometer maakt de weg een scherpe bocht naar links, en dan wordt meteen de weg omhoog ingezet. Die eerste klim is nog niet zo lang en steil, en de afdaling is lang. Het is altijd een kwestie om regelmatig ademend omhoog te gaan en niet té snel en met te grote passen weer af te dalen. De tweede klim is steiler en langer, terwijl de afdaling daarvan niet al te lang is: weinig herstel dus. De derde en voorlopig laatste klim is dan weer even wat korter. In de afzink van die derde bestijging maakt de meute na ongeveer 9 kilometer weer een bocht naar links, en zet de afdaling zich nog even voort tot aan de tweede drankpost. Ook hier laafde ik mij weer rustig aan één sportdrankje en één watertje. Daarna was het nog even vlak tot net na het 10km-punt. Die mijlpaal werd door mij bereikt in 56 minuten en 42 seconden.

Gelaten maakte het peloton zich op voor de laatste bult in het parcours. Dit is een behoorlijk gemene en lange puist, die meer dan een kilometer doorloopt tot Berg en Dal. Hier zie je dikwijls dat sommige mensen de moed opgeven, en de weg naar de top wandelend afleggen. Ofschoon mijn lichaam mij enigszins dringend vroeg dat ook te doen wilde ik van niets weten. Die col moest en zou bedwongen worden, en daarna zou het alleen nog maar bergafwaarts gaan.

Gedurende de laatste vier kilometers tussen Berg en Dal en Nijmegen waren er ditmaal voor mij geen zebra’s die mij in trance brachten met hun dansende streepjes. En er waren ook al geen paardenstaarten die mij al wapperend de weg wezen. Ik moest het ditmaal op eigen kracht doen – en onder ons gezegd en gezwegen bracht ik het er nog niet eens zó slecht vanaf. Dit ondanks een kleine maar hevige hongerklop tussen 12 en 13 kilometer. Ik zou de groep van 1 uur 25 minuten niet meer inhalen, maar ver daar vanaf zat ik nou ook weer niet. Met een tevreden gevoel stampte ik uiteindelijk op de Groesbeekse weg langs een uitzinnig juichende menigte richting het finishvod, waar ik mijn Garmin mocht indrukken op een netto tijd van 1:25:24. Nèt iets minder snel dan Joshua Cheptegei, maar enfin niet getreurd daarover. Mijn weg naar boven bleek zich te hebben voortgezet, de verlichting was uiteraard nog niet daar, maar ik bèn onderweg. Om Mani Padmé Hum: Eer de Parel in de Lotus. Trouwens, en dat is in verband met het hardlopen wel grappig, de hele boeddhistische leer is er op gebaseerd dat het niet nodig is om te lijden. Als je erkent dat lijden bestaat, zeggen ze, kun je op zoek gaan naar de oorzaken ervan. Zelf erken ik het bestaan van lijden al mijn hele leven lang. Zoals bij de lezers bekend hang ik echter mijn hardlooplijden waar mogelijk weg aan een haakje in plaats van het te doorgronden, maar ja: ik ben dan ook geen boeddhist.

Teruggekomen in de Isatis-herberg, nadat ik was voorzien van een mooie medaille en een flaconnetje sportdrank, kleedde ik mij rustig om terwijl ik bewonderend keek naar al die prachtatleten en -atletes die tezamen met mij die Zeven Heuvelen hadden bedwongen. Buiten gekomen keek ik nog één keer uit over het Keizer Karelplein, met zijn drommen uitgelopen lopers - en toen zag ik hem opeens. Daar liep blogvriend Ben uit te puffen na het voltooien van zijn race! Ik herkende hem meteen, en dat terwijl ik hem alleen nog maar op foto’s gezien had. Hij moet erg verbaasd zijn geweest dat ik, onder het uitspreken van zijn naam, met uitgestoken hand op hem af kwam. Wat leuk om hem toch nog te treffen! De begroeting was uiteraard allerhartelijkst en gezellig keuvelend over onze prestaties banjerden wij samen richting het Nijmeegse Station. Hij voor zijn gang naar Deventer via P&R Ressen, ik voor mijn gang naar Gouda in een Intercity vol met dampende, stinkende, maar voldane atleten. Too bad voor die ongelukkigen die niet hardliepen vandaag, maar die wèl met ons de trein moesten delen. Mijn welgemeende excuses voor het ongemak, mede namens al die duizenden andere bedwingers van de Zeven Heuvelen. Ooit zullen we het goedmaken, hoe weet ik eerlijk gezegd nog niet. In de trein tussen Utrecht en Gouda was het alweer een stuk rustiger, en uiteindelijk bracht de benenwagen, geduldig laverend langs alle kerkgangers, mij tegen zessen weer veilig thuis.

Through many dangers, toils and snares
We have already come.
T'was grace that brought us safe thus far
And grace will lead us home,
And grace will lead us home

Lieve dappere moeder, ook deze deelname aan de Zevenheuvelenloop draag ik op aan jou, aan jouw leven. Dit prachtige evenement in de heuvelachtige streek ten zuidoosten van Nijmegen is vanaf vorig jaar voor mij onlosmakelijk aan jouw leven en verscheiden verbonden. Als zoon èn hardloper geeft mij dat ondanks de vele vlagen van weemoed een buitengewoon warm gevoel van binnen. This one’s for you Mom!

Over Partnerschap, Pacers en Paardenstaarten (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 17 november 2018 20:50

Wellicht herinneren de verstokte en hondstrouwe volgers van mijn hardloopavonturen het zich nog. Vlak voor Kerst 2014, daags na het afraffelen in 22:22 van de 3-Plassenloop in Zoetermeer (5km), meldde ik op mijn blog het volgende:

‘Ik zal er niet omheen draaien: sinds een aantal weken heeft bij mij (en bij haar ook natuurlijk) de liefde genadig en overweldigend toegeslagen. Zo’n liefde die niet alleen dol enthousiasme en opwinding teweeg brengt, maar ook één die (nu al!) zóveel rust, bekrachtiging, vertrouwen, warmte en toekomst geeft. Ja, zo eentje dus. Niet alléén roze wolken maar ook structuur en zingeving. Ik kan er nú al hele blogs over volschrijven, maar misschien is Looptijden.nl daar niet helemaal het geschikte platform voor.’

Op 11 november 2014 kwam Elfriede op een verder grauwe ochtend mijn leven binnengewandeld. Tot dat moment leefde ik mijn leven al een tijd lang alleen, als tevreden vrijgezel die totaal niet op zoek was naar wat dan ook. Vanaf die Elfde-van-de-Elfde veranderde Elfriede mijn leven echter compleet. Dit vanzelfsprekend in buitengewoon positieve zin, dat zal U duidelijk zijn. Binnen een jaar woonden wij samen, en afgelopen voorjaar bevestigden wij onze juichende liefde tijdens een feestelijke registratie van ons partnerschap. Compleet met partnerschapsregistratiejurk, -boeket en -taart. En met uiteraard de nodige partnerschapsregistratiegasten (3 maal woordwaarde) om met ons dit heuglijke feit te vieren. Onze kinderen (Elfriede's zoon en mijn twee dochters) waren op die dag onze getuigen, en wij zagen dat het goed was.

Op zondag 11 november was het dus alweer 4 jaar geleden dat wij elkaar ontmoetten. En hoewel het destijds een drietal weekjes duurde alvorens wij ‘wat kregen’, houden wij toch de Elfde-van-de-Elfde aan als onze Romantische Feestdag. Maar ondanks al onze zinderende vreugde en ongebreidelde hartstocht besloten wij op ‘onze vierde verjaardag’ gewoon om elk ons eigen weg te gaan. Elfriede ging opnieuw naar haar schrijfcursus, en ik toog naar het iconische Olympisch Stadion in Amsterdam om daar de gelijknamige loop over 10 kilometer te verhapstukken (bron: Arranraja).

De Olympisch Stadionloop maakt deel uit van het Rondje Mokumcircuit, evenals onder andere de Middenmeerloop die ik een tweetal weken ervoor succesvol met loop- en blogvriend Arranraja voltooide. Start en finish zijn in het roemruchte stadion, op de atletiekbaan waar ik in 2016 Dafne Schippers en haar drie trawantes Europees Kampioen zag worden op de 4x100 meter estafette. In één woord geweldig was dat! Ik had tickets voor de eerste èn de laatste EK-dag geritseld, en samen met mijn lief genoot ik gedurende die twee dagen van superbe atletiek, met daarbij ook de nodige Nederlandse successen.

Ook is het Olympisch Stadion jaarlijks het toneel van de finish van de Marathon van Amsterdam, waarbij ik de halve afstand al vier maal tot een goed einde bracht. Zie hiervoor mijn lyrische verhalen over de edities van 2016 en 2017. De aankomst in het volle stadion is iets dat mij elke keer weer kippenvel opleverde. Overigens niet zo onlogisch als je De Haan heet. En oh ja, eerder dit jaar werd het WK Allround schaatsen hier verreden, bij de mannen gewonnen door onze landgenoot Patrick Roest – herinnert U zich deze naam nog?

Tenslotte, en hiermee zal ik de Feyenoord- en PSV-fans onder mijn blogcollega’s wel weer tegen de haren instrijken, vierde de beste club van Nederland er vele grote successen. Een betere club dan deze is er niet, zong Melvin terecht. Als ik een voorbeeld mag noemen (en dat mag ik): dankzij één treffer van Johan Neeskens en twee van Johnny Rep versloeg Ajax het Argentijnse Independiente op 28 september 1972 met 3-0 en eiste het daarmee de wereldbeker voor zich op. Maar ik kan nog veel meer wervelende Ajax-successen in het Olympisch Stadion noemen, edoch ik zal dit in verband met de gemoedstoestand van sommige niet met name te noemen collegabloggers nalaten. Misschien een volgende keer dan maar in het kader van de ellendespreiding. Bereid je maar vast voor, Jaco en Arranraja!

Om half tien des ochtends vertrok ik met stille trom uit ons stulpje richting het meest pythagoreske station van Nederland: het architectonische hoogstandje dat al sinds jaar en dag ons onvolprezen Gouda ontsiert. Wát een lelijkheid op de vierkante meter. Maar enfin, ook dit onderwerp moet ik zo zoetjes aan maar eens leren loslaten. Op weg naar het station was het weer even flink slalommen langs de zwaar gereformeerde kerkgangers die – zo hebben zij vanaf de kansel te horen gekregen – geen enkele ruimte moeten bieden aan ongelovigen en/of sportievelingen op de Dag des Heeren. Zeker als deze verdwaalden slechts partnerschapsgeregistreerd zijn in plaats van dat zij hun relatie als huwelijk voor het aangezicht van God hebben laten inzegenen. Nee, geen duimbreed geeft men toe op de trottoirs richting het station. Hun Rechte Pad is immers het enige Pad dat bewandeld moet worden. Amen.

Als vanouds kon ik weer lustig mediteren en muziek luisteren tijdens de reis naar de hoofdstad. Voor de liefhebbers: ditmaal streelden de klanken van Dhafer Youssef – Sounds of Mirrors mijn oorschelpen en gehoorgangen. En dat onder het genot van een loodzware cappuccino die ik nog even snel in de Kiosk had gescoord. Vanaf Gouda bracht een stoptreintje mij naar Bijlmer ArenA (BTW mooi stadion staat daar!) en daarna sleepte een Intercity mij naar Amsterdam-Zuid. Een zeer bekende plek voor mij: in de Roaring Eighties werkte ik een drietal jaren vlakbij dat station, bij de organisatie die nu KPMG heet. Bovendien woonden mijn zus en zwager ooit vlak in de buurt van mijn kantoor. Ik besloot tot een fraaie nostalgische wandeling langs mijn oude werkadres via de Parnassusweg, het Olympiaplein en de Stadionweg richting de roemruchte thuishaven van de Olympische Spelen van 1928. Het was koud, bewolkt en er stond een gevoelige wind, voilá de meteorologische uitgangspunten voor deze loop waarvan het tracé deels beschut en deels onbeschut zou zijn.

In het van nostalgie druipende monumentale Olympisch Stadion was het een drukte van belang. Vlak voordat ik onder de toegangspoort van het stadion door schreed zag ik dat de 5km-lopers net waren gestart. Zij begaven zich en masse het stadion uit voor hun beproeving op de korte afstand. Boven de fraaie poort stond de bekende Olympische spreuk ‘Citius Altius Fortius’ – Sneller Hoger Sterker. Dit wenste ik deze 5km-atleten van harte toe. In het stadion gekomen liep ik over de atletiekbaan, en vervolgens over de grasmat. Allemaal gewijde grond, zoals ik zojuist probeerde duidelijk te maken. Ik keek naar de lege tribunes maar ik fantaseerde dat ik door een uitzinning publiek werd verwelkomd en toegejuicht bij mijn spectaculaire entree in dit heldenbolwerk. Vervuld van mezelf en mijn denkbeeldige Legioen stapte ik de enorme tent binnen die voor de Eretribune was neergezet.

Binnen was de drukte nog veel groter. Er stond een aanzienlijke rij voor de startnummers, en ondanks wat pogingen tot valsspelen mijnerzijds moest ik uiteindelijk achteraan plaatsnemen. Gelukkig was het leed snel geleden en kon ik het welbekende montagewerk aanvangen. Ik had gelukkig alle tijd van de wereld: het zou nog drie kwartier duren vooraleer het startschot voor de 10km-loop zou worden gelost. Al monterend en omkledend dacht ik na over het strijdplan. Ik zou niet alles gaan geven in verband met de op handen zijnde Zevenheuvelenloop op 18 november. Stiekem hoopte ik op een tijd rond de 55 minuten, en om dit doel te bereiken had ik besloten mij over te geven aan de grillen van een tweetal hazen die mij door deze verschrikking zouden heenslepen. Terwijl ik mijn strijdplan verder aan het concretiseren was ontwaarde ik opeens een bekend gezicht van twee weken geleden in Middenmeer. Het was Gilbert, broer van een oud-collega van Arranraja. Gilbert had – zo vertelde hij mij – op één na alle lopen van het Rondje Mokum-circuit verhapstukt, en daarom kon hij opgaan voor het binnenslepen van het fraaie herinneringsshirt. Uiteraard feliciteerde ik hem al bij voorbaat met dit eclatante succes. Na nog een zenuwenplasje in de catacomben van het majestueze stadion besloot ik een stuk te gaan inlopen op de baan waarop al die atletieksuccessen werden behaald. Ook daar trof ik Gilbert weer, die zich nog consciëntieuzer en geconcentreerder dan ik aan het voorbereiden was.

Zo zoetjesaan werd het tijd om de pacers voor 55 minuten op te zoeken. Zij waren gelukkig snel gevonden door de heliumballonnetjes die zij met zich meedroegen. Er was al een klein groepje ontstaan rondom deze gelegenheidshazen – en daar sloot ik mij gewillig bij aan. Op de vraag hoe zij hun race zouden opbouwen gaven ze als antwoord dat ze volkomen vlak zouden gaan lopen. Nom-de-Dieu! Liever had ik gehad dat ze iets langzamer zouden beginnen om vervolgens de tweede helft sneller te voltooien dan de eerste. Dat had beter bij mij en mijn huidige vorm gepast. Jammer maar helaas. Ik besloot toch maar bij deze groep te blijven. We zouden wel zien waar het scheepje zou stranden, of dit nu in het Nieuwe Meer, de Bosbaan of de Stadiongracht zou plaatsgrijpen. Of helemaal niet, dat kon ook nog.

Zoals door mij gevreesd pinden de hazen het tempo direct na het startschot vast op 5:30 de kilometer. Meestal moet ik even op gang komen, maar nu was daar geen gelegenheid voor. Om het stadion heen snelde het peloton richting de A10 en het spoor richting het Amsterdamse Bos. Op het Nieuwe Meer – zo zag ik – was een groot aantal zeilboten betrokken in een enerverende regatta. Omdat de weg nog redelijk breed was, kon ik de hazen goed volgen. Ik liep in het kielzog van twee dames die gehuld waren in paardenstaart. Zoals U weet heb ik wat dat aangaat mijn voorkeuren. Bovendien: zij sprongen steeds behendig in het spoor van de pacers die vanaf het begin al veel slowstarters aan het passeren waren. En daar kon ik dan mooi weer op inspringen, zij het een stuk minder behendig. Dat laatste werd wèl steeds lastiger naarmate we verder doordrongen in de wouden tussen het Nieuwe Meer en de Bosbaan. De paden werden allengs smaller, er lag overal gebladerte waardoor je het verschil tussen pad en zijbermen niet meer kon waarnemen. En omdat het een behoorlijk drukke loop was snelden de hazen continu door de bermen heen langs de langzamere lopers, gevolgd door mijn twee paardenstaarten en ikzelf die dus voortdurend moesten bijtrekken om bij te blijven. Hier was mijn hart-/longsysteem vandaag niet op ingeprogrammeerd, zo bleek al snel.

Bij de drankpost op 5 kilometer nam ik even de tijd om goed te drinken, waarbij het bij mij vooral zaak is om me niet te verslikken. Daarna volgde weer een klopjacht op het gehaasde groepje, dat ik vlak voor het 6km-punt kon inrekenen. We liepen inmiddels langs de Bosbaan, ook alweer zo’n sporttempel, maar dan anders. De inhaalexercitie had wel de nodige energie gekost, zo merkte ik. Op de Garmin-grafieken bleek achteraf dat mijn hartslag gedurende deze kilometers behoorlijk hoog was geweest. Na ongeveer 6.5 kilometer liet ik het groepje lopen en koos ik doelbewust een lager tempo. Ik moest mijzelf tenslotte niet voorbij rennen met het oog op de Zeven Heuvelen. Twee kilometers lang liep ik een tempo dat iets boven de 6 minuten per kilometer lag. Dat zou ongetwijfeld een positieve split opleveren, maar dat moest dan maar.

Na ongeveer 8 kilometer kwam dan de ommekeer. Ik was weer wat bij zinnen gekomen, mijn hartslag deed het ook weer wat beter, en ik nestelde mij voorlopig maar even veilig in het kielzog van een hardloopstel waarvan het vrouwelijke exemplaar ook al over een fraaie paardenstaart beschikte. In hun slipstream kreeg ik mijn motor weer een beetje aan de praat. En in de laatste kilometer, met het stadion alweer in zicht, vloog ik het koppel onder dankzegging voorbij en besloot ik nog even flink door te versnellen. Nog even wilde ik testen hoe het zat met mijn versnel- en sprintvermogen. We liepen nu weer om het stadion heen, en de verlossende eindstreep lag op ons te wachten.

Na het passeren van de fraaie toegangspoort krijg je opeens een kleine zee van ruimte. Bij de Halve van Amsterdam voelt dat ook altijd zo. Ik monsterde mijn Garmin en zag dat ik nog 20 seconden verwijderd was van de 56-minutenkaap. Hierop besloot ik tot een woeste en allesbeslissende eindsprint, Strak langs de binnenrand van de atletiekbaan snelde ik richting de finishmatten waar ik mijn uurwerkje stilzette op 55:57 netto. Uiteraard was dat wat teleurstellend, vanwege het voornemen om 55 minuten te lopen, maar ach we moeten daar ook niet al te veel over zeuren. Ik was tevreden over mijn laatste kilometer, een wederopstanding na het verval vlak daarvoor. Bovendien werd mijn ijver beloond met een prachtige medaille, voorzien van de Olympische Ringen, die mij vervuld van bewondering door een jeugdige vrijwilligster om mijn ranke hals werd gedrapeerd.

Het voelde uiteraard meteen koud na het finishen, maar toch bleef ik nog even langs de kant staan om enthousiast de nodige lopers over de streep te supporteren. Dat moet je iemand die over de tartan van het Olympisch Stadion snelt niet ontzeggen vind ik. Na een vijftal minuten vond ik het welletjes en wandelde ik terug naar de grote tent waar het beschut en enkele graadjes warmer was. Onderweg begroette ik Gilbert met een High-Five. De goede man had een eindtijd onder de 54 minuten neergezet en was daar zo te horen wel tevreden over. Hij maande mij om vooral 16 december mee te doen met de Bosloop in datzelfde Amsterdamse Bos, en ik verzekerde hem dat ik dat een gedachte zou geven.

In de grote tent werden de gemoederen al snel verhit na mijn binnenkomst. Koud had ik mijn tas teruggescoord bij de afgifte en was ik op een zorgvuldig uitgezochte vrije plek met het omkleden begonnen, of daar streek een groepje vrouwelijke deelnemers naast mij neer. Sommigen van hen waren ook weer voorzien van zo’n mooie paardenstaart. Ongegeneerd ontkleedden zij zich onder mijn aanvankelijk toeziend oog, zij het tussen de wimperharen door natuurlijk. Maar toen ook alle sportbehaatjes uitgingen om plaats te maken voor (ongetwijfeld) véél comfortabeler zittende exemplaren, werd het mij allemaal iets te veel. Even zag ik door al het hout de deuren niet meer. En ingedachtig het Oordeel van mijn zwaar Christelijke Stadsgenoten, èn mijn partnerschapsgeregistreerde status, besloot ik vertwijfeld mijn ogen ten hemel te slaan. Heel devoot, alsof ik veronderstelde dat dat soelaas zou bieden en dat al mijn zonden vergeven zouden worden. BTW voor de geïnteresseerden is een gedetailleerde en adequate beschrijving van de nok van de tent op verzoek te verkrijgen. Van de weeromstuit ging ik zelf ook maar topless, puur functioneel, om mijn doorweekte wedstrijdshirt te vervangen door een droog exemplaar. Het had evenwel niet als gevolg dat al die vrouwen ook opeens naar boven gingen kijken. Zo gelovig waren ze blijkbaar ook niet.

Na nog een afscheidplasje in de krochten van het stadion wandelde ik tevreden maar voldaan over de grasmat en de atletiekbaan het stadion uit richting tram 24 naar Amsterdam CS. En van daaruit boemelde ik heerlijk rustig en ijverig mediterend weer naar mijn woonplaats, naar mijn stulpje, naar mijn lief. Want we hadden natuurlijk nog een feestje te vieren. Niet alleen omdat zij mij steeds beter kan vertellen hoe je moet schrijven, maar ook omdat ik al vier prachtige jaren intens gelukkig met haar ben. Na een uitgebreide douchepartij mijnerzijds togen wij hand-in-hand naar Restaurant Buiten Eten & Drinken op de Oosthaven in Gouda. Ik kan U dit etablissement van harte aanbevelen voor wanneer U ooit eens in onze prachtige Kaas- en Stroopwafelstad verzeild mocht raken. Het bleef daar die avond nog lang onrustig zoals het gezegde luidt.

Morgen (ik schrijf dit op de zaterdag na het Olympisch Stadionfestijn) ga ik in Nijmegen proberen de voor mij vijfde Zevenheuvelenloop op rij tot een goed einde te brengen. Het wordt volgens Weeronline droog, zonnig, 6 graden met een flinke wind vanuit het oosten met windkracht 4. Dit levert een gevoelstemperatuur van hooguit 2 graden op. Hopelijk doe ik de goede kledingkeuze, hopelijk loop ik een acceptabele tijd, hopelijk vergeet ik niet te genieten, en hopelijk zijn collegablogger Ben Engel en ik in de gelegenheid om elkaar voor het eerst te ontmoeten en de hand te schudden. Ik kijk er naar uit!

Gehaasd en verdwaasd door zijn eigen Dorp (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 4 november 2018 04:00

Nondeju wat kan er binnen twee weken toch veel veranderen. Op 14 oktober nog beleefde schrijver dezes een bloedjehete Halve Marathon van Eindhoven waarbij de temperaturen tot zo’n 27 graden waren opgezwiept. Samen met duizenden anderen ploegde, buffelde en zweette ik vele kilometers door de noordelijke helft van de Lichtstad. Een paar dagen had mijn vege lijf nodig om te recupereren van deze monsterinspanning. En toen ik dat eindelijk voor elkaar had trad dan die langverwachte herfst in, waarbij de temperaturen zienderogen zakten. Twee weken verder dus, op zondag 28 oktober, ging de Middenmeerloop in Amsterdam worden afgewerkt onder een gevoelstemperatuur van maar liefst vier (zegge: 4) graden Celsius. Binnen 14 dagen werd een temperatuursverschil van maar liefst 23 graden overbrugd. Van bloedjeheet tot ijsjekoud dus. Dat dit teveel is voor een mensenlichaam werd vandaag maar eens te meer aangetoond.

De Middenmeerloop is een loop zowat door de achtertuin van mijn loop- en blogvriend Arranraja. Al sinds jaar en dag verhapstukt deze verstokte Diemenaar-van-Haarlemse-origine dit jaarlijks trimfestijn, en vandaag ging ik hem hierbij voor de eerste maal vergezellen. Voor mij zou dit evenement het immers gapende gat tussen Eindhoven en Zevenheuvelen (18 november) gaan opvullen. Plaats van handeling: de atletiekbaan van Antilopen Vereniging ‘ 23 gelegen in de buitengewoon groene Watergraafsmeer.

Graag wil ik even stil staan bij het markante alias van mijn kompaan. Op zijn eigen blogsite, die ik U van harte aanbeveel, doet hij uitvoerig uit de doeken waar één en ander voor staat. Maar persoonlijk heb ik heel andere associaties met de geuzennaam die hij zichzelf heeft toegeëigend:

  • Niet de vijfde Beatle maar de vijfde Musketier: Arranraja die samen met Aramis, Athos, Porthos en d’Artagnan onder het motto ‘Eén voor allen, allen voor één’ de snode plannen van kardinaal Richelieu dwarsboomt in de roman van Alexandre Dumas
  • De Spaanse edelman Don Arranraja die uitgestrekte sinaasappelboomgaarden bezit en die zijn lijfeigenen met blote handen de Zumo de Naranja uit de oranje vruchten laat persen. Uit stilstand, zou Storm uit Debiteuren Crediteuren zeggen
  • Een Indiase heerser (raja of radja) over het Schotse eiland Arran. Een beetje out of place natuurlijk, maar ach voor een goede slok malt whisky en een flinke portie haggis reist men grif de halve wereld over

Hmmm toch een beetje een rauw type dus. Een niets en niemand ontziende persoon die er alles aan doet om zijn gelijk of gewin te krijgen. Dit typeert bij uitstek mijn hardloopmakker. Door weer en wind snelt Arranraja tenminste twee maal weeks door de uitgestrekte gebieden in het oostelijk gedeelte van de Amsterdamse banlieue. Daarbij door granieten muren gaand om over de door hem hoog gelegde latten te geraken. Met deze hardloopmusketier zou ik voor de tweede maal dit jaar de degens gaan kruisen. Immers: in de vroege zomer hadden wij al gezamelijk de Vechtloop in en om Weesp bevochten.

De voorgaande dinsdagavond en vrijdagochtend had ik mijn lijf en leden nog flink afgebeuld bij de Goudse Runnerstrainingen. Vooral vrijdag op de baan ging het er zeer stevig aan toe, waarbij mijn snelheidsmeter af en toe de 18km/h aantikte. Dat ik dit op mijn oude dag nog kan: het is mij een compleet raadsel. Mijn trainers zagen het allemaal tevreden aan: ze zien dat ik telkens kleine stapjes vooruit maak na mijn megadip van afgelopen winter en voorjaar.

Maar vandaag werd het tijd om te zien of alle noeste trainingsarbeid kon worden omgezet in een goede prestatie in het Middenmeer. Al heel vroeg vertrokken mijn lief en ik per trein vanuit Gouda. Elfriede ging naar een schrijfcursus in Leusden (hmmm zou ik ook eens moeten doen) en ik toog driftig mediterend richting Amsterdam. De laagstaande zon scheen fel op mijn gevoelige oogjes, die ik alleen al om die reden stevig had toegedaan.

Juist toen ik wakker werd van mijn eigen gesnurk reed het boemeltje het hoofdstedelijke hoofdstation binnen. Wat een kalmte heerste er daar in vergelijking met vijf weken ervoor. Waar ter wereld ik ook kwam, nimmer trof ik zo een bende als in ’t oude Amsterdam, op de dag van Dam-tot-Dam. Toen was het er een enorme chaos, zoals U in mijn lyrische verslag over dat Amsterdamse/Zaandamse festijn had kunnen lezen. Hoe anders was het nu. Op mijn dooie akkertje slofte ik naar de Sterrendollars voor een Grande Caramel Machiato, maar de als vanouds gigantische queue bij de balie noopte mij om uit te wijken naar de naastgelegen Exki voor een doodeenvoudige Cappuccino en een flesje Zumo de Naranja voor later. Welgezeten aan het IJ bracht ik de koffie met opgeschuimde melk in en mijmerde ik over de beproeving die mij later op de ochtend te wachten stond.

Voldaan en weer een klein beetje wakker boemelde ik vervolgens naar het Amsterdam Science Park. Dit, beste lezers, is een technisch-wetenschappelijke hub van Europese allure. Het is het hoofdstedelijke Muppet Lab, where the future is made. Gedurende de tweede kilometer van de Middenmeerloop zouden wij dit fraaie bèta-complex passeren. Maar zover was het nog niet. Eerst moest ik mij vanaf het Science Park-stationnetje een weg banen langs Sportpark Middenmeer richting de atletiekgronden. Op de Radioweg passeerde ik de Jaap Edenbaan. Het was op het nog vroege uur al een drukte van belang op deze openlucht schaatsbaan. Héél lang geleden trok ik daar ook de nodige baantjes, maar daarvoor moeten wij terug naar de vroege jaren zeventig. Vader De Haan was een enthousiast schaatser, en in zijn geestdrift placht hij zoonlief mee te slepen naar menig ijspiste, of deze nou van natuurlijke of kunstmatige aard was. Met mijn schaatscarrière is het verder nooit wat geworden. Ik beheerste de techniek goed, maar ik kreeg steeds heel snel ondraaglijke pijn in mijn jeugdige hoefjes. Mijn zwakke enkelbandjes bleken niet tegen dat schaatsgeweld opgewassen. Gelukkig heeft dat euvel mij later in mijn hardloopbaan nimmer gehinderd.

Vervuld van nostalgia stiefelde ik door langs de sportvelden. Er waren opvallend veel vrouwen die ’s-morgens in de vroegte hun hondjes uitlieten. Zij begroetten mij allen zo uitbundig dat ik even dacht dat er in dit deel van Amsterdam helemaal geen mannen bestonden en dat ik daardoor in hun ogen mogelijk een bepaalde rol te vervullen zou hebben. Ik liet mij echter niet van de wijs brengen en versnelde mijn wandelpas als in een soort Benny Hill-sketch. Even later betrad ik de gewijde gronden van AV’23, de plek des oordeels vandaag op deze Dag des Heeren.

De zon scheen fel, maar het was bajeskoud ter plekke. Ik spoedde mij haastig het clubgebouw in, de steile trappen op naar de smaakvolle kantine met uitzicht op de baan. Daar ontving ik na enig aandringen mijn startnummer en schoenchip, die ik vervolgens vlijtig op mijn Goudse Runnersshirt resp. rechter Saucony monteerde. Het was inmiddels 10 uur geworden, tijd om vanuit de hoogte de start van de 5km-loop te aanschouwen. Slechts 48 atleten waren hiervoor uit hun warme nestje gekropen, wel even een bitter pilletje voor de organisatie. Later, bij de 10km, zou dat gelukkig wel anders zijn.

Lang kon ik niet in de warme kantine blijven. Ik moest mij vermannen en weer naar buiten gaan om tot aan de start één voor één - en heel gedoseerd over de tijd - alle lagen kleding af te pellen. Ik zag de lopers van de 5 kilometer stuk voor stuk het stadion binnenkomen en over de baan snellen richting finish. Toen ik even de kleedkamer wilde binnengaan voor het eerste Sicherheitsplasje kreeg ik nog een taakje van de dienstdoende toiletvrijwilligster. Of ik even een tas vol toiletrollen in het kleinste herenkamertje wilde plaatsen, was de vraag. Het zou zomaar nodig kunnen zijn, deelde zij mij mede. Uiteraard kon ik aan de smeekbede van deze vrouw geen weerstand bieden, en dus deed ik braaf wat mij was verzocht. Mijn goede daad voor vandaag was in de pocket!

Uitrustend van deze klus ontwaarde ik opeens Arranraja in de uitzinnige menigte rond de atletiekbaan. Hij had zijn tas met verschoning net afgeven in de daartoe bestemde tent op het middenterrein. Na onze uiteraard weer buitengewoon hartelijke begroeting besloot ook ik de laatste laagjes af te pellen en mijn tas tijdelijk te doneren aan de vrijwilligsters in de tassentent. Enthousiast keuvelend kachelden wij wat inlooprondjes weg op de baan en gaven wij onze Garmins de opdracht om een kunstmaan uit het zwerk te selecteren. Het was nog vijf minuten voor de start. Arranraja spoedde zich nog even naar de kruiskopdixi voor het laatste zenuwenplasje, maar toen ook dat leed geleden was konden we dan eindelijk van start voor onze 10km-challenge.

Het tevoren bekokstoofde strijdplan was als altijd doodeenvoudig. We zouden uitgaan van 10km/h, mogelijk iets sneller. Bovendien was de opdracht aan mij, als beste haas aan deze kant van de Sallandse Heuvelrug, om een negatieve split te realiseren. Dat was uiteraard niet aan dovehaasoren besteed. Op mijn gemakje ontwierp ik vlak voor de start de minutieus te volgen strategie om de komende 10 kilometer geheel op gevoel te gaan lopen. Dat klinkt paradoxaal, maar geloof me: het getuigt van ultiem vakhaasschap om het op deze wijze te doen.

Na ongeveer een driekwart ronde over de baan snelden wij de baan af en begaven wij ons via de Radioweg door het uitgestrekte sportpark. Daarbij passeerden wij onder andere de Piet Keizerbrug en de Dick van Dijkbrug, genoemd naar twee inmiddels overleden Ajaxhelden uit een ver verleden. Mijn Ajax-hart begon als een razende te kloppen. Piet Keizer was het immers, die met een onnavolgbare passeerbeweging de rechtsback van Panathinaikos dolde in de Europacup I finale op Wembley in 1971. Uit Keizer’s afgemeten voorzet zou Dick van Dijk met een achterwaartse kopbeweging de Atheense keeper verschalken. Met een prachtige zege van 2-0 zou Ajax uiteindelijk voor de eerste maal in het bestaan van de club de Beker met de Grote Oren in de hoogte mogen tillen. Dit kunststukje werd in de navolgende twee jaren herhaald.

Het oude Ajax-stadion De Meer lag op een steenworp afstand van de baan van AV’23. Tegenwoordig is het daar bebouwd en hebben de straten namen van roemruchte stadions. Bernabeuhof, Esplanade de Meer, maar de mooiste van allemaal: Anfield Road. Mijmerend over Ajax kwam het fabelachtige alternatieve clublied naar boven, gecomponeerd door niemand minder dan Kees Prins en vertolkt door volkszanger Melvin:

Dit is mijn club, mijn ideaal,
dit is de mooiste club van allemaal.
Hier ligt mijn hart, mijn vreugde, mijn verdriet,
het kan dooien, het kan vriezen,
we kunnen winnen of verliezen,
maar een beet're club dan deze is er niet.

Wat een tearjerker. Ik had gedurende de eerste kilometers eerder het idee dat het aan het vriezen was dan aan het dooien. De eerste kilometer was keurig afgelegd in 5:58, in de tweede kilometer langs het Science Park moesten wij – vanwege een onderonsje van Arranraja met ene Arthur – flink wat seconden op ons schema prijsgeven. Dat kon natuurlijk niet ongestraft blijven. Gebelgd riep ik mijn opdrachtgever tot de orde, en na een grimmige woordenwisseling vervolgden wij onze weg in het afgesproken tempo. Na een venijnige klim en een doortocht in een woonwagenpark bereikten wij de boorden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Langs deze waterpartij zou een tweetal kilometers in rechte lijn worden afgelegd. Kanaal ter linkerzijde, Diemen ter rechterzijde. Het pad was redelijk bevolkt met fietsers en wandelaars, en aan het water zaten vele visenthousiastelingen naar hun dobbertjes te turen.

Het was door de bomenrijen aan beide kanten van het pad beschut, en dus takkenkoud. Vlak bij de roemruchte Nesciobrug gaf Arranraja aan dat hier zijn Gewijde Trainingsgronden liggen. Het equivalent van mijn Reeuwijkse Plassengebied dus. Vaak – zo vertelde hij mij - steekt hij hier het kanaal over om aan gene zijde de nodige kilometers weg te buffelen en dan weer terug te keren naar deze zijde. Of andersom. Een andere landmark is daarbij dan de Uyllanderbrug, waarover de Fortdiemerdamweg loopt. Deze brug was voor de arendsogen onder ons in de verte te zien.

Ver voor het bereiken van de Uyllanderbrug banjert het peloton rechtsaf de Diemerpolder in. Hier versmalde het pad zich, zodat de meute in één langgerekt lint haar weg moest vervolgen. Inmiddels waren er 5 kilometers verhapstukt (bron: Arranraja) zodat we nu konden beginnen onze negatieve split waar te maken. We zaten met een tussentijd van 29:28 keurig binnen de opdracht. Arranraja vertelde mij dat hier ergens de voormalige bondscoach (en gewezen Ajax-trainer!) Danny Blind woont, in vast een héél aardig optrekje. Dat mag ook wel voor een lid van de Raad van Commissarissen van Ajax, vindt U ook niet? Het is je van harte gegund Danny!

Na 5.5 kilometer was aan de linkerzijde de eerste en enige drankpost van deze loop. Dankbaar pakte ik een bekertje water en leste mijn grote dorst. Arranraja lurkte intussen gulzig aan een meegebracht flesje met een voor mij onbekende vloeistof, waarschijnlijk zijn doping. Mijn lege bekertje kon ik even later afgeven aan een jongen die daar door de dienstdoende vrijwilligster was geposteerd. Hulde voor dit mooie stukje duurzaam optreden van organisatiewege. En van de jongen zelf ook, vanzelfsprekend. Het past eigenlijk ook wel bij dit soort kleinschalige volksfeestjes.

Nu werd het weer een beetje lastig. Er stond een langgerekte klim op het programma over de Diemerpolderweg naar de brug over de Diem. Het was zaak om de pas kort te houden en de frequentie hoog. Technisch lopen op zo’n lang vals plat, en dus niet op kracht, is geboden. Keurig volgens schema werd die col bedwongen. Ik was zeer tevreden over mijn opdrachtgever, die vastberaden en zelfverzekerd in mijn kielzog liep, en die regelmatig even langszij kwam om als een volleerde gids wat belangwekkende zaken te vertellen over de omgeving waarin wij liepen.

Na een korte afdaling werden wij verwelkomd door een overenthousiaste jonge vrijwilligster die ons toevoegde dat ze “in ons geloofde”. Gelukkig, er was dus nog IEMAND die dat deed! Ik voelde mij gevleid door deze confessie op deze Dag des Heeren. Grijnzend draaiden mijn kompaan en ik de Overdiemerweg langs het water en het Penbos op. Hier schroefde ik het tempo even fors op tot bijna 5.10 per km om mijn opdrachtgever en mijzelf te testen. Die test slaagde. De uitkomst was echter minder bemoedigend: het leek er niet op alsof Arranraja dat tempo ging volhouden. Maar dat gold tegelijkertijd ook voor mijzelf. Beiden hadden we het gevoel alsof de energie langzaam aan het weglopen was. Ikzelf had de nodige last van mijn ademhaling, onder andere het gevolg van de belachelijke temperatuurverschillen tussen Eindhoven en Middenmeer. Ik voelde mijn longen protesteren, alsof ze tegen mij wilden zeggen: wat flik je ons dáár nou weer? Goed raad is duur zullen we maar zeggen. Ik vertraagde weer en ging nu andermaal volgens schema lopen. Maar door die buitengewoon rappe kilometer was de negatieve split nu al zo goed als binnengesleept, zo stelde ik vast met een tevreden grimas. Voor Arranraja was dit ook bijzonder goed nieuws.

Alle reden voor een vrolijk intermezzo dus. Na iets meer dan 7 kilometer stond daar ineens de oudste dochter van Arranraja aan de kant van de weg om foto’s van ons te maken. Breeduit glimlachend toonden wij ons op ons paasbest. Maar kennelijk waren de afdrukjes niet gelukt of zo, want even later vervoegde ze zich al rennend wederom bij ons met het verzoek of ze nog wat plaatjes kon schieten. Trouwens, lekker goed voor de moraal als een dame je op haar Ugg-jes voorbij komt snellen. Maar uiteraard voldeden wij met plezier aan haar verzoek. Ik draaide mij in de loop nog even helemaal om teneinde mijn fotogeniciteit optimaal te doen benutten. Dit met behoud van snelheid nota bene.

Even later moesten wij abrupt in de remmen. Tram 19 kwam er aan, en het zag er niet naar uit alsof dit vehikel ons dappere atleten voor zou laten gaan. Schuimbekkend en tot grote razernij gedreven zag ik de trambestuurder sarcastisch naar ons zwaaien. Hij moest eens weten wat je twee topatleten in volle inspanning aandoet door zo op je strepen te gaan staan en met je pokkentram hen de pas af te snijden. Het Gemeentelijk Vervoersbedrijf kan op een boze brief van mij rekenen. Just kidding. Ik heb het inmiddels al een plekje gegeven.

Inmiddels was de tank aardig leeg aan het raken. Maar het ergste moest nog komen. De gebeurtenissen die zich in de laatste 2 kilometer afspeelden kunnen gerust worden aangeduid met “Het Drama van Diemen”. Wat was er aan de hand? De organisatie had weer eens het parcours verlegd (doen ze elk jaar) en bovendien had men een blik studenten opengetrokken bij gebrek aan eigen verkeersvrijwilligers. Een fatale combinatie, zo bleek. Na precies 8 kilometer werd het peloton al de verkeerde kant opgestuurd – en toen was het hek van de dam. Op hoeveel verschillende manieren de hardlopers de doortocht door Diemen hebben gemaakt: niemand zal ooit bij benadering het antwoord kunnen geven. Arranraja en ik liepen op een drukke weg (voor de liefhebbers: Beatrixlaan/Wilhelminaplantsoen/Oranjeplantsoen) waar het gemotoriseerd verkeer vrij spel had. Halsbrekende capriolen moesten wij uithalen om niet van onze hardloopsokken gereden te worden.

Uiteindelijk kwam alles weer samen op de Radioweg richting het atletiekstadion van AV’23. Maar velen hadden 400 meter teveel gelopen, en anderen weer 200 meter te weinig. Verdwaasd en aangeslagen door zoveel onrecht en onpeilbaar leed sjokte het peloton moedeloos richting de verlossende eindstreep. Arranraja had in een moment van onachtzaamheid een gaatje laten vallen met zijn privé-haas en was verwoed bezig dit dicht te lopen. Maar in de laatste 100 meter, net voor hij kon aansluiten, versnelde ik nog even voor een kleine laffe sprint. En zo kon het zijn dat ik met een netto tijd van 56.25 over de finishmatten stampte, op 6 seconden gevolgd door mijn grote hardloop- en blogvriend. Opdracht uitgevoerd, en zelfs beter dan dat: de 60-minuten barrière was met maar liefst 3.5 minuten geslecht!

Tevreden maar voldaan namen wij een werkelijk prachtige medaille in ontvangst en liepen wij een volle ronde uit op de baan. Even supporterden wij nog wat dappere hardloopkrijgers in hun laatste loopstuiptrekkingen tot de verlossende finish. Maar niet voor lang. Omdat het nu wel rap ijskoud begon aan te voelen begaven wij ons op een drafje richting kleedkamer om de eerder afgepelde lagen weer fluks aan te brengen. De Middenmeerloop, officieel genaamd: ‘Daarom Diemen Middenmeerloop’, zat erop! Ik zou eerder zeggen: Drama Diemen Nooitmeerloop, maar dat terzijde.

Het was desondanks heel mooi geweest, daar in de Watergraafsmeer en Diemen. Het werd zoetjesaan tijd om de poorten van het atletiekstadion achter ons dicht te trekken. Geanimeerd keuvelend over Loenatik én onze gezamenlijke hobbies wandelden wij naar station Diemen, waar Arranraja als tevreden opdrachtgever de envelop met het afgesproken bedrag in mijn graaiende handen stopte en mij vervolgens op de trein zette. Terug naar Amsterdam Centraal en dan weer terug naar Gouda, terug naar mijn lief die als inmiddels volleerd schrijfster mij nou eindelijk eens kan vertellen hoe je dat doet, dat schrijven.

Leuk gehad in Lampegat (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op donderdag 18 oktober 2018 02:38

Drommels wat was het grillig, het verloop van de weersvoorspellingen voor zondag 14 oktober, de tweede dag van het Eindhovense Hardloopfestijn. De vorsers van De Bilt voorzagen weliswaar allang een hoogzomerse temperatuur van rond de 25 graden, maar de neerslagkansen veranderden van dag tot dag. En ook onderling konden de weerkundigen van de diverse meteorologische instituten geen overeenstemming bereiken over de weerstoestand in Eindhoven op die dag. En ja, op wie of wat moet je je dan verlaten als argeloze atleet?

Afgelopen zondag om 8 uur bleek pas echt hoe het zat met dat weer. De zon wierp zijn felle stralen omlaag richting mijn kalende bolletje, de temperaturen schoten met wedstrijdtempo de hoogte in, en van enige bewolking - laat staan regen - zou vandaag geen enkele sprake zijn. Daarbij moet bedacht worden: nu was ik nog in Gouda, maar in Eindhoven zou het nog wel een paar graadjes erger worden. Onverdeeld enthousiast was ik over dit alles niet: mijn vege adonissenlijf kan een dergelijke warmte steeds minder goed velen, en zeker als datzelfde lijf zich aan een lange duurloop waagt.

Lange duurloop? Uiteraard een understatement van jewelste, want vandaag zou ik voor het eerst dit jaar een halve marathon verhapstukken (bron: Arranraja). Een afstand die ik sinds de halve van Amsterdam in oktober 2017 niet meer had gelopen. Een gruwelijke uitdaging dus, waarbij het gezien de tropische omstandigheden zaak zou zijn om het lichaam gedurende de hele loop te koelen, zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant.

Om op dat laatste optimaal voorbereid te zijn had ik zaterdag in de aan de Goudse Runners gelieerde atletiekwinkel een diepte-investering gedaan. Voor het luttele bedrag van 3 Euro 40 voorzag ik mij van twee (zegge: 2) flesjes die ik in een gordeltje gedurende een uur of twee met mij zou mee zeulen. Uiteraard volgetankt met een explosief mengseltje van sportdrank en water: het elixir dat mij door de Halve heen ging helpen. Dat dacht ik althans.

De Halve van Eindhoven dus, en dat voor de eerste keer in mijn hardloopbaan. Voor mij een nieuw en onontgonnen terrein derhalve. U moet weten dat Eindhoven, maar eigenlijk heel Noord-Brabant, in mijn ogen één grote blinde vlek is. De provincie is voor mij nooit meer geweest dan een doorgangszone. Naar Zeeland, waar mijn toenmalige schoonfamilie vandaan kwam. Naar Limbabwe met zijn heuvels en grotten en het Bourgondische Maastricht. Naar België en Frankrijk, waar het leven nog veel beter is dan in het Brabantse land. Ik weet het: deze riedel mijnerzijds zal me wel weer veel haatmails, ontvriendingen en moties van afkeuring of zelfs wantrouwen opleveren, maar soit.

Nog meer bekenden gingen hun kunsten vertonen in Eindhoven. Collega-bloggers Jaco en Cristian gingen beiden op voor de tweede marathon in hun carrière. Bovendien kwam de in het vorige kletsverhaal gememoreerde Helmut hier de hoofdafstand afraffelen. Binnen de drie uur, zo was zijn bedoeling, speciaal voor zijn Lotti. En ook Goudse Runners-loopmaat Nico van de zaterdaggroep zou de barre tocht naar de lichtstad gaan ondernemen om zijn goede vorm op de Halve waar te maken.

Jaco en Cristian in levenden lijve ontmoeten zou buitengewoon moeilijk zijn, zo hadden wij tevoren al vastgesteld. De start van de hele marathon zou om 10 uur zijn, die van de halve pas tussen 13:30 en 14:00 uur. En omdat start- en finishplaats ook nog eens een eind uit elkaar lagen gingen we er maar vanuit dat we elkaar niet zouden treffen. Jammer maar helaas. Wel zouden we elkaar zoveel mogelijk appsgewijs op de hoogte houden van onze wederwaardigheden. Daarmee bedoel ik: de speciale Eindhoven Marathon-app voor de vorderingen tijdens de race, en Whatsapp voor alle belevenissen ervoor en erna.

Even voor tienen verlieten Elfriede (mijn lief) en ik ons gezellige stulpje op weg naar het Goudse Station. Ik mocht mij verheugen in haar prachtige vrouwelijke gezelschap omdat wij samen een bezoek gingen brengen aan Clini, een vriendin van ons die vlak bij het finishtoneel in Eindhoven woont. Vanwege de aangescherpte privacywetgeving heb ik haar naam gefingeerd opdat niets, maar dan ook niets, tot haar persoon te herleiden valt.

Onderweg naar Eindhoven vulde de trein zich met hardlooptoeristen. In ’s-Hertogenbosch kwam een jonge vrouw tegenover ons zitten die vertelde dat zij in Eindhoven studeerde en in het kader daarvan zich onder andere bezig hield met het design van de Eindhoven Marathon-app voor de editie van 2019. In het increment voor volgend jaar zouden de mogelijkheden voor het publiek (dus de niet-lopers) op de app verruimd worden. Onder andere hield dit in: het beter kunnen volgen van hun dierbaren middels de GPS-tracking, maar ook het informeren over interessante plekken langs het parcours waar men meer zou kunnen doen dan alleen maar die eindeloze stromen hardlopers langs zien komen. Dus: waar op het parcours zijn allemaal leuke activiteiten, waar vallen er mogelijk Pokémonnetjes te scoren etc. Buitengewoon interessante materie, ook voor de business analist die ik nou eenmaal ben. Hoe stel je al je stakeholders tevreden, that’s the question. Leuk om die jongelui daar zo inventief en creatief mee bezig te zien zijn (sprak de ouwe lul).

Op het station van Eindhoven was het een drukte van belang. Van alle uithoeken van het land stroomden de atleten voor de halve marathon binnen. En omdat wij nou eenmaal niet zo van drukte houden, mijn vrouw en ik, bewogen wij ons snel het stationsgebouw uit richting het stulpje van Clini in de binnenstad. Om daar te komen moesten wij het parcours oversteken, een parcours waar vele puffende en zwetende marathonlopers doorkwamen, op ongeveer de helft van hun lijdensweg. Ik kan er inmiddels (2.5 jaar na dato) niet meer over uit dat ik ooit die monsterafstand heb kunnen lopen. Hoe is het in Godsvredesnaam mogelijk. Vandaag zou de halve afstand al een grote marteling worden, zo bedacht ik mij in de steeds groter wordende hitte in de Eindhovense binnenstad.

Na een korte wandeling kwamen wij bij Clini aan. Na een allerhartelijkste begroeting leidde zij ons met vaste hand naar haar riante achtertuin, waar wij gezeten aan de cappuccino en wat lekkernijen gezellig keuvelden over sapvastkuren en in de prak gereden auto’s. Intussen bracht ik mijn doping in, weggespoeld met wat hete kippenbouillon, en ging ik mij even later discreet binnen omkleden. Mijn grote Eindhovense Avontuur zou gaan aanbreken!

Twijfels over de kledingkeuze waren er uiteraard nauwelijks. Er was alleen nog een tweestrijd tussen twee singletjes: de zwarte flinterdunne of de rode ietwat dikkere. Moeilijke keuze, want zwart houdt de warmte lekker vast. Toch ging de overwinning naar het zwarte singlet: vandaag zou ik – in tegenstelling tot vorige week in Waddinxveen – zèlf de Man in Black zijn. De zo zorgvuldig ingepakte en meegenomen waterflesjes bleven in de tas zitten: ik was zo stom geweest de gordel in Huize De Haan achter te laten. Dan maar tijdens de loop bij de drankposten van alles tenminste twee stuks aanpakken. Ik hoopte er stiekem wel op dat er wat meer uitgiftepunten zouden zijn dan gebruikelijk gezien de tropische omstandigheden.

Gedrieën wandelden wij om een uurtje of één door de Silly Walks-tunnel richting het starttoneel. In deze tunnel hebben graffitikunstenaars (jawel!) graffiti aangebracht die de bekende Silly Walks van Monty Python uitbeelden. Niemand minder dan John Cleese himself kwam op een koude aprildag in 2016 deze aldus opgeknapte Dommeltunnel openen. De afbeeldingen in de tunnel inspireerden mij tot een serie opwarmbewegingen die met recht ook tot de silly walks kunnen worden gerekend. Eat your heart out, Mr Cleese!

Na dit vrolijke oponthoud was het even doorsjezen naar het startgebied. Mijn start zou immers om 13:45 uur plaatsvinden, en onze wandeltred was door de warmte niet al te snel. Ter plekke was het immens druk met lopers en uitzwaaiers. Onderwijl gaf ik mijn Garmin alvast een slinger om het apparaat de gelegenheid te geven de allerbeste kunstmaan te kiezen. Godzijdank slaagde het uurwerk bijtijds in deze zware missie. De teerling was geworpen, de strijd kon aanvangen. Geroerd namen we afscheid van elkaar met een knuffel en een diepe blik in de ogen. Wij zouden elkaar later die middag terugzien, en dan zou alles duidelijk zijn.

En daar stond ik dus, met al mijn medelijders te puffen in het oververhitte startvak. Men had mij geposteerd in het zesde van in totaal acht startvakken, en als ik naar voren keek zag ik heel in de verte de contouren van de startboog. Krimmenéle, daar moesten we dan nog naar toe alvorens we konden beginnen met onze helletocht. Wandelend en stilstaand werd deze afstand overbrugd. Het leverde veel gemopper en gescheld op, en niet alleen bij de hardlopers. Automobilisten die stonden te wachten toeterden luid of kwamen zelfs hun vehikels uit om de arme brave verkeersregelaars eens goed de les te lezen.

De laatste 100 meter naar de start lag in de schaduw. Halleluja Praise the Lord. Amen. En ook na het passeren van de startmatten konden wij nog ongemoeid gelaten door de zon een kleine kilometer in ons ritme komen. Dat gold overigens niet voor iedereen. Na ongeveer 50 meter zag ik op de straat een gordel liggen met wel 4 gevulde flesjes. De eigenaar ervan strompelde even verderop uiterst moeizaam het trottoir op, meewarig aangekeken door de aanwezige supporters. Zijn lijf zat onder de schrammen, en zijn halve marathon zat er op.

Gekomen bij een ziekenhuis en een aanpalend winkelcentrum sloeg het peloton rechtsaf in oostelijke richting. We liepen hier weer in de volle zon, en het was duidelijk dat het een moeizame bedoening zou worden als ik niet verstandig zou zijn. De eerste kilometer was doorgebracht in 5:56, en dat was eigenlijk al te snel voor een hittegevoelige slow starter als ik. Ik trapte lichtjes op de rem en koos voor een tempo iets boven de 6 minuten per kilometer. Dat tempo wilde ik dan zo lang mogelijk, en liefst tot aan de finish, volhouden.

Om dit doel te bereiken nestelde ik mij van tijd tot tijd in een groepje om mijn druistigheid maar vooral in te tomen. Ik ken mijzelf goed genoeg, namelijk. De tweede kilometer liftte ik mee op de bagagedrager van een groep vrouwelijke podotherapeuten, met wie ik meteen op goede voet kwam te staan. De derde en vierde kilometer bracht ik vervolgens door in de slipstream van een Oirschotse Loopgroep. Waarvoor dank aan alle betrokkenen.

Na 4 kilometer besloot ik dat ik dapper moest zijn en maar eens voor mezelf moest beginnen. Ik demarreerde weg uit het Oirschotse groepje en focuste vervolgens op het eigen kunnen. Slecht ging dat allerminst: het tempo lag lekker gelijkmatig, de ademhaling was goed, wel had ik een klein beetje last van mijn maag, maar dat gevoel hing ik professioneel weg aan een haakje. In gedachten dan, als U begrijpt wat ik bedoel. Godzijdank waren er veel meer drankposten dan aangekondigd. Een buitengewoon verstandige move van de organisatie, waar ik ze buitengewoon erkentelijk voor ben. Bij die aftappunten pakte ik steeds twee bekertjes water, soms sportdrank, soms een stukje banaan. De bordjes met de aanduiding van de afgelegde kilometers waren sinds 2017 na een referendum onder de lopers vervangen door bordjes waarop het aantal nog af te leggen kilometers stond.

Veel moois was er tijdens die eerste 10 kilometers niet te ontdekken. Het was voornamelijk nieuwbouw waardoor wij ons begaven. Het was het noordelijke gedeelte van Eindhoven waarbij de wijken illustere namen hadden als Eckart, Vaartbroek, ’t Hool, Tempel, Blixem en Woenselse Heide. Maar de mooiste van allemaal: Achtse Barrier-Gunterslaer. Meesterlijk. Voelt als iets buitenlands, heel exotisch, bijna Limbabwiaans. Maar je zou je, omgeven door al die nieuwbouw, net zo goed in Zoetermeer kunnen wanen. Of Nieuwegein. Of Almere. Sorry Eindhovenaren.

Op sommige plekken langs het parcours waren partytenten verrezen waar mensen zich te buiten gingen aan de drank. Wat dat betreft geen verschil met de Dam-tot-Damloop, waarbij dat voor die mensen een nog veel groter evenement is dan de loop zelf. Voor dat laatste hebben ze namelijk geen ene donder interesse. Bij één van die partytenten hier in Eindhoven – ik zal het nooit meer vergeten, zeker nu ik dit hier opschrijf – stonden louter dames met prachtige partyjurken en dito hoedjes, ongetwijfeld pochend over hun veroveringen van de avond ervoor, lurkend aan de sjampoepel, mentholsigaretten rokend met behulp van een mondstukje. Het leek verdorie wel alsof ze op de paardenraces van Ascot waren afgekomen. Even had ik de neiging om luid te gaan hinniken en hoeftrappen, maar besloot dit uit energetische overwegingen na te laten.

Trouwens, over dat roken gesproken: die smerige en stompzinnige gewoonte werd langs het hele parcours door velen uitgeoefend. En als je hardloopt, beste rokers, ruik je alles, echt alles. Als je door een woonwijk loopt weet je bij ieder huis wat de pot voor die avond schaft of schaftte. Elke onvolledige verbranding van welk soort motor dan ook wordt feilloos opgemerkt. Maar absoluut het ergste is die tabaks-, teer- en nicotinelucht van die verstokte kettingrokers aan de zijlijn van een sportevenement. Passief roken doe je ook al als je op enige meters afstand van de dader staat of loopt. Of je het nou ruikt of niet. En passief roken is al net zo dodelijk als actief roken. Zaterdagochtend langs de zijlijn bij het voetballen of hockeyen van zoon of dochter: het staat blauw van de rook. Nog steeds. Ondanks alle tot gedragsverandering strekkende campagnes. Stompzinnig en asociaal, dat is het. Nou, als ik nu nòg niet door iedereen ben ontvriend dan weet ik in ieder geval wèl wat echte vrienden zijn. De tabakslobby ben ik op zeker kwijt, maar Benedicte Ficq zal mij in haar rookvrije armen sluiten.

Langzaam maar zeker voltooide ik kilometer na kilometer. Soms liep ik alleen, soms samen met iemand of in een klein groepje. Het tempo lag onveranderlijk zo rond de 6.15 per kilometer, en steeds meer kreeg ik het prettige gevoel dat ik dat wel tot aan de meet zou kunnen volhouden. In het lange stuk van Woensel naar de Strijp liep het peloton weer een tijdlang in de volle zon langs een grote weg. Je kon daar lekker langs de onderbroken belijning op de weg lopen in een poging om de pasfrequentie en -lengte constant te houden. Aan de kant waren regelmatig uitgeputte en ineengezegen atleten te vinden die door de overijverige EHBO’ers moesten worden opgelapt. In een enkel geval moest er wat zwaarder geschut uitrukken in de vorm van ambulances. Ik waag me niet aan bespiegelingen over de oorzaken van al die ongemakken; wel was ik blij dat mij dit allemaal bespaard bleef.

Op het stuk langs de Internationale School en het PSV-complex op de Herdgang was het heerlijk lommerrijk en beschut. Hier kon het tempo goed vastgehouden worden en passeerde ik de nodige uitgeputte lopers die mogelijk te snel waren gestart. Zelf zorgde ik er voor niet te versnellen: voor alles telde nu lijfs- en snelheidsbehoud. Die 21.1km moest koste wat het kost voltooid worden, dan pas was mijn missie geslaagd. Op een bordje met kilometeraanduiding las ik de spreuk: ‘Running doesn’t build your character, it reveals it’. Yeah, right.

Na de Herdgang was er nog 4 kilometer te gaan. De zon liet zich weer zien, en direct werd het onnoemelijk heet. Het begon voor deze tobatleet toch allemaal wel wat zwaarder te worden. Niet zo gek ook, gegeven het feit dat de 10 Engelse Mijlen tussen Dam en Dam by far de grootste afstand was geweest die ik in tijden had gelopen. We liepen nu Strijp-S in en het viel om den drommel niet mee. Strijp-S prijst zichzelf aan als ‘Nieuw dynamisch bruisend stadsdeel van Eindhoven’. Het is het creatieve en culturele centrum van deze stad, veelal gevestigd in de oude Philips-fabrieken. Een mooi stukje cultureel erfgoed met een geheel nieuwe bestemming dus, ofschoon wel in de geest van de Philipscultuur. We passeerden een oude hoge schoorsteen die midden op de weg stond, en naderden langzaam het stadion van de – tegenwoordig – grootste rivaal van mijn cluppie. Die Eindhovense ArenA staat ingeklemd tussen het spoor en een oude volkswijk en ziet er behoorlijk indrukwekkend uit. Hier is ook al veel voetbalhistorie geschreven, bedacht ik mij terwijl ik over de PSV-laan langs het PSV-bastion snelde.

Na het stadion kom je meteen in het oerlelijke gedeelte van de binnenstad. Zeker wat bommetjes teveel gevallen in ’40-’45. Het was er wel gigadruk met dolenthousiast publiek, en dat hield mij nog net gaande. Tussen alle hoogbouw en winkels van de grote ketens door koersten wij richting Stratumseind, waar de grande finale van deze race zou plaatsvinden. Het Stratumseind kenmerkt zich door een hele batterij van café’s en nightclubs aan beide zijden van de smalle straat. Daar was het een compleet gekkenhuis. Het publiek stond daar in drommen, en de veelgemaakte vergelijking met de Alpe d’Huez komt mij zeer adequaat voor. Af en toe had je als loper het idee alsof je inderdaad gesmoord zou worden door (en in) de mensenmassa. En op het laatste moment week dan de massa uiteen, gelijk de Rode Zee. In dit geval een rood lopertje voor de roodaangelopen loper. Het viel me nog mee dat er niet gekken in Borat-kostuums schreeuwend achter je aan gingen rennen. Langzaam maar zeker werd ik kei-stoned van de alcohol-, tabaks- en marihuanadampen, and as I write this zijn die dampen nog steeds langzaam aan het optrekken.

Uiteindelijk maakt de weg een bocht naar links en betreedt het peloton de Vestdijk. 700 luttele meters resten dan nog tot de finish. Ik was inmiddels over mijn zwaarste dip heen en besloot nog lekker even aan te zetten. Dit werd opgemerkt door het uitzinnige publiek dat mij meter voor meter vooruit schreeuwde. Voortdurend werd je naam gescandeerd als ging je die halve marathon winnen. En daar waren ze opeens: twee Engelen langs de kant. Clini en Elfriede hadden zich strategisch geposteerd ter rechterzijde, ongeveer 150 meter voor het finishvod. Clini maakte wat clowneske bewegingen en schreeuwde haar keeltje schor. Elfriede legde het hele tafereel intussen vast op de gevoelige plaat. Ik was keistuk, maar kon nog wel een vieze vette grijns en een brede armzwaai produceren. Opgetogen passeerde ik de eindstreep in een netto tijd van 2:11:43. Het wonder was geschied, de missie was volbracht! De tijd was alweer niet super, ik zeg het steeds, maar als je ziet waar ik vandaan ben gekomen afgelopen jaar kan ik alleen maar uiterst tevreden zijn.

Vermoeid maar voldaan liet ik mij door een Schone Brabantse een medaille omhangen. Nog even bleef ik langs de kant staan om nog wat medestrijders over de finish te supporteren, en toen was het weer tijd om mij naar Clini’s Place te spoeden. Daar werden wij door de gastvrouw getrakteerd op heuse Alcoholvrije Prosecco om de zojuist behaalde overwinning te vieren.

Raadpleging van mijn telefoontje bracht aan het licht dat Helmut prachtig onder de drie uur was gedoken op zijn marathon. Jaco en Cristian hadden het vooral fysiek heel zwaar gehad, maar ze hadden het ‘m toch maar gelapt. Nico, tenslotte, was in een mooie gelijkmatige race keurig onder de twee uur gedoken. En zo kende ook deze loop talrijke winnaars, die allen kunnen terugzien op een geslaagd evenement ondanks de tropische omstandigheden. En ikzelf, wel: WOW ik kan het nog! Nu ga ik langzaam maar zeker weer werken aan de snelheid. De twee georganiseerde lopen die binnenkort op het programma staan zijn de Middenmeerloop op 28 oktober, te verhapstukken met Arranraja, en uiteraard de Zevenheuvelenloop op 18 november. Daarna zie ik wel weer.

Het was heerlijk om het pied-á-terre bij Clini te mogen gebruiken voor een lekker ontspannende douche. Na nog een heerlijke currymaaltijd (dankjewel Clini!) verlieten mijn lief en ik voldaan en blij de plek des heils en begaven wij ons op weg terug naar Gouda in een gelukkig niet al te volle Intercity. Oogjes dicht en snaveltjes toe!

Martelaarschap op de Marktstraat (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 9 oktober 2018 02:28

Aanstaande zondag 14 oktober staat voor deze Goudse tobatleet de Halve van Eindhoven op het programma. Op zich is dit voor U een verheugend en tot grote opwinding stemmend feit, ik snap het, edoch: ik moet iets bekennen. Na de qua tijd beschamende Halve van Amsterdam van oktober 2017 had ik de 21 kilometer niet meer aangetikt. Echt waar. En zelfs niet in de buurt ervan. De Zevenheuvelenloop van november 2017 en de Dam-tot-Damloop van 2 weken geleden kwamen qua afstand nog enigszins in de richting. Tezamen met een enkele 15km duurloop met mijn vrienden van de Goudse Runners was dat het echter wel. Geen ideale voorbereiding dus voor het Eindhovense festijn. Dat deed ik vroeger wel anders.

Een halve marathon was voor mij altijd een beproeving die uiterst minutieus en grondig diende te worden voorbereid. Hierbij moest – zo vond ik – de 21K zo tegen het eind van de trainingsperiode tenminste éénmaal worden gelopen. Non-stop. Deze verantwoorde wijze van voorbereiden leidde overigens niet in alle gevallen tot het gewenste succes. Zo trainde ik mij in 2013 gedurende een bloedhete zomer te pletter op een HM-schema dat door één van mijn Goudse Runnerstrainers speciaal voor mij was vervaardigd. Resultaat: ik zakte uiteindelijk in Amsterdam verschrikkelijk door het ijs met een eindtijd die maar liefst 18 minuten boven de beoogde streeftijd lag. Maar er waren ook betere uitvoeringen, vooral in de aanloop naar mijn eerste en vooralsnog enige marathon: die van Leiden in 2016. Als U bladert door mijn prietpraat-archief zult U de gloedvolle verslagen ervan ongetwijfeld tegenkomen. Een aanrader voor de verstokte fan.

Door de gebrekkige voorbereiding op Eindhoven liet ik mij uiteraard niet uit het veld slaan. Zo kalm en bedaard ben ik in de loop der jaren wel geworden. En kijk: de agenda voor het afgelopen weekeinde bood nog een piepklein gaatje voor een flinke duurloop. En omdat ik enigszins lijd aan motivatiegebrek om solo die duurlopen te verhapstukken (bron: Arranraja) liet ik mijn oog begerig glijden over de hardloopkalender van Looptijden. Daar was ie al snel gevonden: de Langs de Gouweloop in Waddinxveen die dit jaar zijn 50e editie ging beleven. De atleet mag hierbij kiezen uit drie afstanden: 5, 10 en (jawel!) 15 kilometer. Dit was voor mij uiteraard een lot uit de loterij: georganiseerd 15km wegbuffelen, en dat op een steenworp afstand van Gouda, het klonk bijna te mooi om waar te zijn.

De online inschrijving afgelopen vrijdag was razendsnel geschied. Vanwege de jubileumuitgave van deze loop zou de atleet voor een luttele 8 Euro naast het startnummer óók nog een kanariegeel hardloopshirt krijgen met daarop de vermelding van alle sponsoren, èn natuurlijk die van de organiserende atletiekvereniging SC Antilope. Wát een naam, geniaal. Die krijgt van mij een stipnotering in de Canon van Absurde Naamgevingen. Laugh-out-Loud Funny!

Wel moet ik wat ernstigs kwijt over deze Langs de Gouweloop. Vier jaar geleden liep ik deze loop ook, maar het verschil met tegenwoordig is dat toen inderdáád een stuk langs de Gouwe werd afgelegd. Tijdens de editie van 2018 – zo zag ik op de parcourskaart – zouden wij niet eens in de buurt van deze gekanaliseerde rivier komen. U weet het vast: de rivier waaraan mijn woonplaats zijn naam ontleent. Of is het juist andersom?

Ik vind dat zo langzamerhand wel een beetje kwalijk worden, al die lopen die hun naam niet waarmaken. Ik licht dit toe aan de hand van een aantal lopen die ik dit jaar volbracht:

  • Reeuwijkse Plassenloop, dit moet zijn: Reeuwijkse Plasloop. Immers: slechts één van de 13 plassen wordt gerond
  • Midzomerloop, dit moet zijn: Vroegzomerloop. Early July, daarom
  • Goudse Nationale Singelloop, dit moet zijn: Goudse Nationale Straten- en Steegjesloop. Trouwens, waarom die loop in vredesnaam Nationaal wordt genoemd: het is mij een compleet raadsel
  • Dam-tot-Damloop, dit moet zijn: Prins Hendrikkade-tot-Peperstraatloop

U ziet het: voorbeelden te over. Overigens, de correcte naam voor de Langs de Gouweloop anno 2018 moet zijn: Oersaaie Waddinxveense Winkelcentrum-, Industrieterrein– en Woonwijkenloop. Want het moet gezegd worden: het 5 kilometer lange parcours van dit hardloopfestijn spreekt op geen enkele manier tot de verbeelding. En al dat fraais ging ik maar liefst 3 maal passeren om mijn benodigde 15 kilometertjes bij elkaar te sprokkelen. Enfin we moeten hier ook niet te lang over zeuren, toch? De weersvoorspellingen gaven in ieder geval een positief beeld: maximaal 15 graden, en droog. Dat deed mijn hardloophart toch weer juichen in zijn kastje. Ik had er zin in!

Om een uurtje of twaalf op deze Dag des Heeren vertrok ik in een boemeltje naar het nabijgelegen Waddinxveen. Twee andere lopers waren al aan boord toen ik de trein betrad: een jong stel dat geanimeerd in het Duits aan het kletsen was. Ik zal ze in de rest van dit verhaal maar Helmut en Lotti noemen, OK? De echte namen van dit koppeltje zijn bij de redactie bekend maar kunnen aldaar helaas niet ontfutseld worden.

Helmut en Lotti liepen met mij mee vanaf het stationneke van Waddinxveen naar de start- en finishlocatie op de Marktstraat, en vervolgens naar Sporthal De Dreef dat iets verderop gelegen is. Op weg naar De Dreef kwamen we door een afzichtelijk winkelcentrum dat hier enige jaren terug is neergepoot. Overigens: heel Waddinxveen is afzichtelijk, ik kan het niet anders zeggen dan dat. Anno 2018 krijg je met deze opmerking dan haatmails, dreigbrieven en ontvriendingen, maar dat moet dan maar. Trouwens: die brave Waddinxveners kunnen er ook niets aan doen. Het zijn de projectontwikkelaars, gesteund door de plaatselijke politiek, die er zoiets lelijks van maken.

Helmut ging vandaag een 10 kilometer lopen ter voorbereiding/tapering op de Marathon van Eindhoven, Lotti ging net zoals ik de 15 kilometer tackelen, zij het dat zij dit deed als opmaat voor de Halve van Amsterdam. Bij de sporthal aangekomen liet ik ze weer met rust en ging ik op mijn gemakje mijn startnummer plus shirt ophalen.

Voordeel van deze niet zo massale lopen is dat het heerlijk rustig toeven is in zo’n sporthal. Bij bijvoorbeeld de Halve van Egmond, of de Amsterdamse Marathon, is het altijd een gigantische puinbak, die nog verergerd wordt door oorverdovende dreunende muziek met vele honderden beats per minute. Voor een meditatief ingesteld persoon als ik is daar geen aardigheid aan. Je kan maar zoveel hebben tenslotte. Hier in Waddinxveen was het echter een oase van sereniteit, waarin ik uitstekend gedijde.

Eén van de vrijwilligers van dienst vertelde mij dat er slechts 60 voorinschrijvingen voor de 15K waren ontvangen, waarvan slechts een handjevol vrouwen. Dat laatste was wel een hevige teleurstelling, ècht even slikken en een traantje wegpinken, maar ik vermande me snel. In alle rust monteerde ik mijn startnummer op mijn rode Singelloopshirtje, ik bracht de doping ditmaal onversneden in en deed een aantal zenuwenplasjes in het daartoe bestemde toilet. Buiten liep ik even wat in, maar omdat het wat aan de frisse kant was vluchtte ik al snel de sporthal weer in. En verder mediteerde ik er weer lustig op los volgens het beproefde en in het voorgaande kletsverhaal beschreven recept.

Geduldig wachtte ik op nog een vijftal Goudse Runsters, die per fiets naar Waddinxveen zouden afzakken om de 5 kilometer weg te gaan bikkelen. Deze dames, genaamd Bernadet, Ceciel, Karin, Ria en Thea (in willekeurige, maar stomtoevallig alfabetische volgorde) gingen een half uur na mij starten. Dit gegeven hadden Karin en ik tijdens de laatste zaterdagtraining na een blik in het programmaboekje uitgevogeld. Nog net voordat ik mij naar het startvak moest begeven voor mijn race kwamen de vijf avonturiersters binnengedruppeld om hun startnummers in ontvangst te nemen. De begroeting was uiteraard allerhartelijkst, en ze beloofden mij dat ze na hun race zouden wachten om mij te zien finishen. Lucky me!
Op de startlocatie was het behoorlijk fris; de wind waaide volop tussen de hoge gebouwen van het oerlelijke winkelcentrum. De Garmin had bijtijds een satelliet aangezwengeld, zodat het uurwerkje weer paraat stond om mijn verrichtingen te registreren. Het startvak vulde zich langzaam maar zeker met de Helden van de Vijftien Kilometer. Het publiek stond bewonderend te kijken naar al die dappere prachtatleten. Nou ja, in mijn fantasie toch in ieder geval.

De omroeper van dienst had voor ons een belangrijke mededeling in petto. Het parcours had een lengte van precies 5 kilometer. Dat betekende dus voor ons - zo wist hij met wiskundige precisie te vertellen - dat wij 3 ronden moesten gaan lopen. En de na ons startende 10km-lopers moesten 2 rondjes doen. We werden er stil van, zeker omdat de brave man ons dit wel tot drie keer toe op het hart drukte. Heerlijk die plaatselijke lopen! Om klokslag 13:46 klonk het verlossende startschot en gingen wij op pad.

Spannend, zo’n eerste ronde als je er nog nooit eerder hebt gelopen. Na 100 meter verdwenen we een plantsoen in, langs een kleine speeltuin. Hier liepen de nodige kinderen en ouders hopeloos in de weg. Eerste tip voor de organisatie: om dat plantsoen heenlopen voortaan. Na het speeltuintje wachtten enige honderden meters pad met los grind erop gestort. Nog een tip voor de organisatie: al het grind weghalen voordat je ons er overheen laat hardlopen, graag.

Het zal U niet verbazen: intussen had ik uit het handjevol vrouwelijke deelnemers twee dames met blonde paardenstaarten geselecteerd om mij op deze barre tocht te vergezellen. Lotti, die van meet af aan naast mij liep, was de eigenares van de ene paardenstaart. De andere paardenstaart behoorde toe aan een vrouw die met twee mannelijke collega’s een meter of 30 voor ons uitliep. Mijn tactiek voor de eerste kilometers was duidelijk. Samen met Lotti dat gat naar dat groepje dichten, en wel zodanig dat zowel zij als ik niet over de schreef zouden gaan. Tenslotte was het voor ons beiden slechts een trainingsloop voor de halve marathon een week daarna.

Na ongeveer een kilometer passeerde het peloton de sporthal en spoedden wij ons richting het oersaaie industrieterrein. Goh wat was het jammer dat we niet meer zoals vroeger langs de Gouwe en het Gouwebos liepen, in een veel inspirerender omgeving. Maar enfin. Lotti volgde vastberaden in mijn kielzog terwijl ik stukje bij beetje het gat naar onze drie voorgangers dicht liep. Ik zag dat de twee mannen in dat gezelschap uiterst gemakkelijk en ver onder hun kunnen liepen, terwijl hun vrouwelijke collega al flink aan het harken was. Daar zou ik niet zoveel aan hebben, bedacht ik mij met enige teleurstelling. Desondanks hield ik stug vol en even voor het 4km-punt namen Lotti en ik het trio te grazen. Dit was voor de twee heren het sein om fors te versnellen, een versnelling die ik domweg niet wilde beantwoorden. En dus liep ik daar ineens met twee blondines rond.

Na ongeveer 4.5km passeerden wij Sushi-restaurant Nikko. En néé: ik heb geen aandelen in die toko, maar já: ik kan U dit etablissement van harte aanbevelen voor het geval U een keer in Waddinxveen verdwaald raakt. Want wat moet een mens anders in dit dorp? Verdomd goeie plek om een chopstickje weg te prikken. Daarover gesproken: ik las ergens dat er eetbare eetstokjes worden ontwikkeld om in de plaats te komen van de houten exemplaren. Men had bedacht dat indien we voor die ruim 2 miljard Aziaten, die allen driemaal daags eten mèt houten wegwerpstokjes, al het bos in deze wereld zouden moeten omkappen, we toch op een gegeven moment een probleem zouden krijgen. Het doet mijn milieubewuste inborst goed dat daar eetbare alternatieven voor worden gevonden. Hulde.

Maar dat alles geheel terzijde. Nog voor de doorkomst na de eerste ronde was de zojuist opgeveegde paardenstaart gelost op een venijnig klimmetje. Lotti en ik kwamen door in een behoudende tijd van 28:50. Opnieuw moesten wij ons begeven naar het plantsoen waarover ik zojuist zo afkeurend schreef. Daar aangekomen hoorden wij het startschot lossen voor de 5 kilometer: mijn vijf Goudse Runsters waren nu ook op weg voor hun beproeving.

Na 100 meter grindpad stond er een drankpostje ter linkerzijde. Weer een foutje van de regie. Precies op die plek kwamen hele horden 5km-lopers voorbij stampen die totaal nog geen behoefte hadden aan een bekertje water. Dat hield de 15km-lopers, die immers snakten naar een versnapering, enorm op. De tip voor de organisatie is dus: die drankpost ter rechterzijde posteren, dan kunnen al die snellere lopers links passeren.

Na deze onverkwikkelijke gebeurtenissen moesten Lotti en ik de concentratie ijlings herstellen. Tot onze onuitsprekelijke vreugde vonden wij een nieuw mikpunt in de verte. Een geheel in het zwart geklede mannelijke 15km-loper (hierna te noemen: Man in Black) was zo te zien iets te snel gestart en leek bezig dit in de tweede ronde te bekopen. Net als in de eerste ronde was het strijdplan simpel in al zijn eenvoud. Heel beheerst zouden wij deze dappere krijger gaan opvegen, zonder daarbij tot het uiterste te gaan. Een ultieme beproeving voor het geduld, maar zo moest het spel gespeeld worden.

Na ongeveer 7 kilometer raakte mijn metgezellin in alle staten van opwinding. Helmut kwam met een noodgang voorbijgestoven in zijn tweede en laatste ronde van de 10 kilometer. En zo te zien was hij aan het wedijveren voor de ereplaatsen. Vervolgens kwam een bekende van mij voorbij. Het was Everdien, die mij ooit bij de Halve van Amsterdam vergezelde, en die dit jaar ook in Haastrecht en Leiderdorp samen met haar partner Matthijs acte de présence gaf. Tegenwoordig wonen ze in Alphen aan den Rijn, niet ver van het strijdtoneel. Zij deed de 5 kilometer en had er aardig de sokjes in.

Het begon voor ons beiden wel een beetje zwaar te worden. Het was warmer dan gedacht onder die blakerende zon. Mijn hartslag zat aan de hoge kant en ik voelde mij licht hongerig. Mogelijk had ik iets te weinig gegeten van tevoren en had ik er nog een tweede banaan in moeten jassen. We kachelden nog wel ijverig door, en we wonnen langzaam maar zeker terrein op de Man in Black. Op het 9km-punt hadden we hem dan eindelijk te pakken, en konden we even op adem komen achter zijn brede rug. Op 9.5 kilometer kwam dan de eerste Goudse Runster Thea voorbij in haar woeste versnelling om haar 4 strijdmaksters voor te blijven. Ze meldde dat ze het heel zwaar had, en ik moedigde haar nog even aan voor de laatste honderden meters. Zelf had ik heel eventjes spijt dat ik niet ook lekker kon finishen, maar in plaats daarvan nog een volle ronde moest doorploeteren.

Op de venijnige klim moest Lotti eerst lossen, even later gevolgd door de Man in Black. Bij de doorkomst na 10km (in 57:44), waar ik dus even alleen was, werd mijn naam omgeroepen door de speaker van dienst die mij enigszins meewarig toevoegde dat ik nog één ronde te gaan had. Dat brak iets in mij. Ik had het zoals gezegd al niet te breed, en ik kreeg dringend behoefte aan het gezelschap dat ik zojuist tijdens de beklimming gelost had, om maar die laatste ronde door te komen.

Vlak voor het plantsoen hield ik even in om op de Man in Black te wachten. En zo gingen wij samen de laatste 5 kilometer in, waarvan wij wisten dat het een monsterbeproeving zou worden. Lotti liep nog een stuk verder achter ons, maar ja we konden ook niet gaan stilstaan. De Man in Black en ik keken elkaar aan, en hij sprak de legendarische woorden ‘Opgeven zullen we nooit’. Ik vergat even mijn sores en glimlachte breeduit. Ver voor ons liep een mikpunt: een in een geel shirt gehesen loper bij wie het vlammetje langzaam maar zeker leek uit te doven. Daar konden we ons eens mooi op gaan richten!

Zuchtend onder de stralen van de onbarmhartige zon kregen wij het steeds zwaarder. In eerste instantie moest mijn kompaan langzaam maar zeker lossen. Ik had een cadans gevonden waarmee ik mij door die zware kilometers heen sleepte. Ook waren er hier en daar nog wat verdwaalde lopers op het parcours die konden worden opgeraapt. Lotti, zo zag ik, volgde niet ver achter ons in iets wat ook wel op een cadans leek. Mijn zwartgeklede medeloper leek zich iets onregelmatiger voort te bewegen.

En toen gebeurde het. Na bijna 14 kilometer veranderde mijn licht hongerige gevoel in een serieuze hongerklop. Even moest ik verschrikkelijk in de ankers – en dat gaf de Man in Black de gelegenheid om weer langszij te komen. Na wat bemoedigende woorden zijnerzijds (“na de finish ligt er een banaan voor je”) vervolgden wij samen onze weg. Maar ik was nu wel aan het eind van mijn Latijn.

Gesloopt maar vol goede moed begonnen we aan de laatste loodjes van deze toch behoorlijk zware tocht. De laatste klim richting de finish was echter te veel voor mij. De Man in Black liep schijnbaar moeiteloos van mij weg en passeerde de 15km-loper in het gele shirt op wie wij al de gehele laatste ronde gejaagd hadden. Ik moest – helaas - in een wat lager tempo die col op. Met kleine pasjes, zo regelmatig mogelijk ademend, en wetend dat de finish nabij zou zijn.

De verrassing kwam tijdens de laatste meters op de Marktstraat. Vijf Goudse Vrouwen juichten mij vol hartstocht toe alsof ik de 15 kilometer aan het winnen was. Geweldig! Een ongekend maar prachtig huldebetoon dat mij uiteraard hevig emotioneerde maar wèl de kracht gaf om er nog een heel klein sprintje uit te persen. Vermoeid maar voldaan passeerde ik de finishmatten in een netto tijd van 1:27:28. Wat een heerlijk gevoel was dat. Dit is dus het ultieme martelaarschap! Eindelijk weet ik wat dat begrip inhoudt: door vijf vrouwen over de finish gedragen worden na al die buitenaardse inspanning. Nou ja, in ieder geval dan toch door hun geluidsgolven en hun ongebreidelde enthousiasme. What a way to finish, what a way to go.

Even later konden we ook Lotti begroeten, die blij was met haar prestatie, en die nog blijer werd toen ze hoorde dat haar Helmut in de prijzen was gevallen op de 10 kilometer. En zo kende deze loop louter winnaars. Mijn vijf hardloopvriendinnen hadden allen lekker gelopen en waren tevreden met hun resultaat. Geanimeerd kletsend wandelde het hele gezelschap terug naar Sporthal De Dreef. Lotti vertelde mij hoe prettig ze al het haaswerk had gevonden, ondanks het feit dat ze aan het eind van de tweede ronde enigszins had moeten afhaken. Helmut stond te glimmen met een grote bos bloemen, hem van organisatiewege uitgereikt ter ere van zijn prestatie. Mind you: 36 minuten over de 10 kilometer! Ook zijn trainingsloop was buitengewoon geslaagd geweest.

Gezellig keuvelend met mijn twee Duitse hardloopcollega’s reisde ik van Waddinxveen weer terug naar Gouda. Zij gingen van daaruit nog door naar hun woonplaats Den Haag, waar zij beiden studeren. Wij wensten elkaar onnoemelijk veel succes met de beproevingen van het volgende en dááropvolgende weekeinde, in Eindhoven resp. Amsterdam. Inmiddels was het kwart voor vier des middags op deze fraaie zondag. Voldaan sjokte ik naar huis, langs grote hoeveelheden in het zwart gestoken kerkgangers. Want ook die hobby wordt in Gouda en omstreken vol overgave gebezigd.

Over Dappere Dodo's tussen Dam en Dam (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op donderdag 27 september 2018 01:49

Leef, alsof het je laatste dag is
Leef, alsof de morgen niet bestaat
Leef, alsof het nooit echt af is
En leef, pak alles wat je kan

Dit opwekkingslied van André Hazes De Zoon teisterde mijn gehoorgangen tot wel drie keer toe afgelopen zondag. Dan weet U wel hoe laat het is. De ‘r’ was weer in de maand gekropen en dan staat natuurlijk het veelbejubelde Dam-tot-Damspektakel voor de deur. Het grootste hardloop-volksfestijn dat Nederland rijk is, dat misschien wel de hele wéreld rijk is. Liefst 46000 levenslustigen zouden hun kans gaan pakken op het eremetaal aan de eindstreep op de Peperstraat in Zaandam. Maar daarvoor moesten zij wel eerst 16.093 kilometer door weer en wind ploeteren tussen de twee Dammen. Pas na de finish zou het echt af zijn.

De toon van de weersvoorspellingen voor zondag 23 september 2018 varieerde al geruime tijd van miserabel tot troosteloos. Na de bloedhete en gortdroge zomer - waaronder wij allen zuchtten - zouden de sluizen vandaag voluit worden opengezet, met een temperatuur die niet boven de 12 graden zou uitstijgen. En dan ook nog de wind: die zou met niet geringe kracht uit het noord-noord-westen komen blazen, precies tegengesteld aan de looprichting dus. Wat een vooruitzicht, wat een voorbode voor een ware monstertocht tussen Amsterdam en Zaandam. En wat hadden we er met z’n allen desondanks weer zin in!

Het moet worden toegegeven: ik heb een liefde-liefdeverhouding met de Dam-tot-Damloop. Dat is de reden dat ik mij dit jaar voor alweer de vierde keer had ingeschreven. In de eerste plaats vind ik de 10 Engelse Mijlen een heerlijke loopafstand. Lekkerder dan de halve marathon, lekkerder dan de 10 kilometer. Vraag mij niet waarom. Mocht U dat desondanks wel doen dan garandeer ik U van mijn kant een ellenlang en oersaai referaat-in-monoloogvorm over mijn fysiek èn psyche, plus over welke loopafstand daar het beste bij past.

Bovendien spreekt het mij aan om zo’n afstand van A naar B te lopen, en nou eens niet van A via één of meerdere ronden of slingerwegen weer terug naar A. Daarbij neem ik uiteraard alle complicaties van logistieke aard voor lief. Daarom zou ik ooit wel eens aan de Afsluitdijkrun willen meedoen. Dat is voor mij het summum: het hele pokkeneind van Noord-Holland naar Friesland lopen en dat óók nog in een rechte lijn. Buitengewoon opwindend, als U mij toestaat.

Tenslotte sta ik graag éénmaal per jaar mijzelf toe om al die pràchtige publieke uitingen van volksvreugde te zien, te horen en te ruiken. De jaarlijkse parade door de dorpskernen van Amsterdam-Noord en de Zuiddijk in Zaandam biedt zoveel moois voor de hardlooptoerist. Het is een evenement dat vooral hierdoor zijn weerga niet kent. Voor de hardloopelite èn voor de burgerij.

Mijn voorbereiding voor deze loop was niet buitengewoon geweest, to put it mildly. U kent het verhaal zolangzamerhand wel. Na het Goudse Singelloopevenement, 9 dagen vóór de D2D, had ik nog onder leiding van Goudse Runners-icoon Hans een rustige duurloop verhapstukt (bron: Arranraja) en een tweetal GR-trainingen héél professioneel en beheerst afgewerkt. Met dank aan hardloopcollega Joop, die mij daarin buitengewoon kundig begeleidde. En dit alles zonder teveel risico’s te nemen uiteraard. Dat moest maar genoeg zijn – meer kon er eigenlijk ook niet gedaan worden in zo’n korte tijd. Ambities qua tijd had ik trouwens niet: zo relaxed mogelijk uitlopen was nu het voornaamste doel, ook gezien de naderende Halve van Eindhoven op 14 oktober aanstaande.

Een voor de gelegenheid extra lang gemaakte Sprinterboemel bracht mij zondag binnen een uur van het kletsnatte Gouda naar het doorweekte Amsterdam. De regen striemde voortdurend tegen de vensters van de treincoupé waarin ik driftig zat te mediteren. Deze meditatie is gebaseerd op het fenomeen van de Mindemptiness: je zit maar wat en je denkt aan niets. Gewoon helemaal niets. Binnenkomende gedachten kaats je weg, je doet er he-le-maal niets mee. Probeer maar eens. Lukt het niet: reageer dan in de daarvoor bestemde ruimte onder dit betoog, dan gaan we er misschien eens een keer over praten.

Geheel verlicht bereikte ik het hoofdstedelijke hoofdstation waar de drukte enorm was. In dit immense mierennest moest ik mij een weg banen naar de busplatforms. Zoals ik reeds in voorgaande jaren uitlegde moet je als atleet daar een van organisatiewege verstrekte plastic tas met je spullen inleveren, die vervolgens in een grote vrachtwagen getakeld wordt. Die vrachtwagen rijdt vervolgens met jouw tas en die van een aanzienlijk aantal anderen van Amsterdam naar Zaandam, niet noodzakelijkerwijs - en ook buitengewoon onwaarschijnlijk - over het Dam-tot-Damparcours. Het fijne hiervan is dat je de tas met (droge!) goederen na het overschrijden der finishmatten weer kan oppikken. De tas is namelijk voorzien van een sticker met jouw startnummer, een sticker die ook is meegestuurd en die je dus zelf op de tas met jouw spullen hebt kunnen plakken. Heb je dat niet gedaan, dan heb je in theorie een probleem. Wat wel helpt is dat de brave vrijwilligers ter plekke goed controleren of op je tas wel een sticker zit. Maar goed, genoeg daarover.

Gezien de overvloedige regen en lage temperatuur had ik goed nagedacht over de kledij van vandaag. Het was net niet koud genoeg om lange tights aan te trekken: ik wil het vooral niet te warm hebben. Wèl had ik een langgemouwd blauw shirt aangetrokken en daar overheen een rood singletje. Om dat alles zo lang mogelijk droog te houden had ik ook nog zo’n spotgoedkope Action-poncho over het lijf gedrapeerd. Compleet met hoodie, om ook nog het bolletje te ontzien.

Mijn geplande starttijd was 14.25 uur des middags. Ik had geruime tijd in de IJ-passage van het station mijn lot zitten afwachten, soms meewarig aangestaard door zij die niet gingen hardlopen. Niet lang voor aanvang van mijn race verliet ik het station op weg naar de startvakken. De kruiskopdixies langs de kant van de weg zaten al barstensvol, en bepaald niet alleen door de urinelozingen van de hardlopers. Het zeek werkelijk van de regen en het was serieus koud, maar van een krachtige wind was gelukkig niet veel te merken. Desalniettemin stond ik behoorlijk te kleumen in het startvak. Toen ik daar net gearriveerd was kon ik nog wel wat inloopbewegingen maken, maar het startvak vulde zich in hoog tempo, zodat een looppasje op de plaats uiteindelijk nog de enige mogelijkheid was.

Vast onderdeel van het Dam-tot-Dam festijn is het warming-upspektakel, dat zoals gebruikelijk wordt uitgevoerd door een stel ADHD-types op een verhoging in het startvak. Met veel bombarie en poespas moet de atleet kennelijk worden benaderd als een Jantje Debiel teneinde hem of haar wat opwarmbewegingen te ontlokken. En ook nog eens meermalen een luid antwoord op de vraag of ‘Everybody Happy’ is. Een bezoeking, elke keer weer. Een naast mij staande vrouw met een fel lichtblauw jasje had hier ook wat moeite mee zo te zien. We keken elkaar aan in een kort moment van verstandhouding, we wensten elkaar veel succes (het was haar DtD-debuut verklapte ze mij), en vervolgens vielen wij in het startschot zoals dat zo mooi heet.

Op dat moment striemde het werkelijk van de regen en voelde het ongenadig koud. Gelukkig was daar meteen een passende remedie voor. Onder NEMO loopt het peloton na enige honderden meters al de IJtunnelbak in. Het stopte daar merkwaardigerwijs meteen met regenen. En dat niet alleen: ook werd het flink warm in de tunnel, alsof alle hitte van afgelopen zomer er nog in verstopt zat. Het ging uiteraard eerst flink naar beneden. Dan is er op een gegeven moment dat gevoel dat je niet meer daalt, een vervelend en stroef gevoel want dat dalen gaat een tijd lang best wel lekker, zeker als je het beheerst doet. Nog vervelender is de klim weer de tunnel uit: een stijging waar geen einde aan lijkt te komen.

Direct uit de tunnelbak begon het weer te zeiken en koelde het lichaam meteen weer af. Lekker was dat niet; bovendien kwam er nu een best saai stuk van ongeveer 2 kilometer over de grote weg. Daar is het lastig om in je ritme te komen, bovendien protesteerden mijn longen op dat moment lichtjes. Hoogstwaarschijnlijk kwam dit door die plotselinge temperatuurwisselingen gecombineerd met de enorme luchtvochtigheid, zeg maar gerust luchtnatheid.

De dame met het lichtblauwe jack kwam af en toe langszij, blijkbaar liepen wij eenzelfde aanvangstempo. Dat tempo lag om en nabij de 5:56 per kilometer, niet te snel, niet te langzaam, precies goed. Dit zijn niet de topsnelheden van weleer, maar die tijden komen wel weer. Een rustige op- en uitbouw is belangrijk, en laat het voorlopig maar even wat langzaamaan gaan. Mijn tijd komt wel.
Na iets meer dan 5 kilometer kwam Lady Aqua (echte naam bij de redactie bekend) mij weer voorbij stuiven. Zij had zo te zien een lichte versnelling ingezet, en ik besloot na enige momenten van overweging die versnelling te volgen. En wat bleek: het ging best goed. We wisselden de kop af, we spraken niet met elkaar maar bleven geconcentreerd doorlopen. Ik voelde me lekker, en ik kon rustig om me heen kijken.

De weersomstandigheden hadden veel mensen ervan weerhouden om langs de kant te staan of te zitten. Normaal gesproken is het een pandemonium daar in Amsterdam-Noord, en verderop in Zaandam. Maar nu viel daar een stuk minder van te genieten. Hier en daar stonden grote, geheel waterdicht gemaakte partytenten, waarbinnen (zo zag ik) verschrikkelijk gezopen werd, en waarin niemand ook maar enige aandacht had voor de dappere hardlopers. Een enkeling stond in de voordeur te cheeren, dat was mooi. Soms waren er kluitjes met min of meer enthousiaste toeschouwers onder moeders paraplu. Kinderen (op wie de regen nou eenmaal geen vat heeft) stonden met uitgestoken hand klaar om een High or Low Five te ontvangen. Grif deelde ik die uit: ik voelde mij vermogend en was in een goed humeur. Vooral een bordje langs de kant met daarop geschreven “Buiten adem? Schrijf je in voor ademcoaching!” deed mij onbedaarlijk glimlachen. En zo waren er op en langs het parcours genoeg zaken om mij al hardlopend mee te vermaken. Lady Aqua hield ondertussen het tempo goed in de gaten.

In de wat minder schilderachtige Molenwijk verschenen om en nabij het 9km-punt een fruitpost en even verderop een drankpost. Ik besloot om een stuk banaan te pakken (en rustig te consumeren) gevolgd door een tweetal bekertjes water even later. Mijn metgezellin liep stug door, en zo ontstond er een gat dat aanvankelijk een meter of 200 bedroeg. Maar zo ontstond er óók een nieuwe uitdaging voor mij: dat gat weer dichtlopen, en wel zo beheerst mogelijk.

Vanaf 10 kilometer versnelde ik andermaal, en heel langzaam maar zeker herwon ik terrein op het lichtblauwe jasje-met-inhoud dat ik vooral op de lange rechte stukken goed kon blijven zien. Ik voelde me nog steeds heel sterk en relaxed, en ook vol vertrouwen dat de inhaalrace zou slagen. Dat zou mijn eer tenslotte ook te na zijn. Het leek wel een beetje op mijn debuut bij de Halve van Egmond in 2016. Daar had ik de haas voor 2 uur na 8 kilometer bewust laten gaan om hem vervolgens op het 17km-punt weer te grazen te nemen.

En toen: opeens hoorden wij een enorm gejuich in de verte. Het moet na ongeveer 13 kilometer zijn geweest, op de Noorder IJ- en Zeedijk. Wat een jolijt: eindelijk een uitzinnige mensenmassa, eindelijk zoals het hoort. Groot was onze teleurstelling - en plaatsvervangende gêne - toen we merkten dat dit uit enorme, naast het parcours geplaatste, luidsprekers bleek te komen. Tip voor de organisatie: niet meer doen voortaan. We lopen wel ruim 16 kilometer door de stromende regen, maar we zijn daarom nog niet achterlijk.

Eén van de mooiste gedeeltes van het parcours begint na ongeveer 14 kilometer: de passage door de schilderachtige Zuiddijk in Zaandam, richting de Dam, richting de verlossende eindstreep. Hier kwam ik pas ècht goed op gang, en Lady Aqua kwam nu snel dichterbij. Of eigenlijk andersom: ik kwam dichter bij haar. Op het 15 kilometerpunt was het dan eindelijk zover: na een heel beheerst gelopen inhaalrace had ik deze dappere hardloopkrijgster ingerekend. Verrast keek ze in mijn richting. En bewonderend ook dacht ik – maar daar kan ik mij in vergist hebben. Ik sprak haar aan, zei haar dat dit voor haar debuut best een mooie prestatie was. Vervolgens maande ik haar om in mijn kielzog te blijven: ik ging in de laatste kilometer nog maar eens versnellen. Tot mijn leedwezen kon ze dit na korte tijd niet meer volgen.

Nou ja, dan zelf maar nog even aanzetten, alle registers opentrekken, alle remmen losgooien. Verlicht en bevrijd snelde ik naar de finish op de Peterstraat, oeps Peperstraat, waar ik mijn klokje stilzette op 1:34:33 netto. Dit bleek achteraf ook precies de officiële nettotijd te zijn. Tja als m’n Garmin het doet, doet ie het ook goed.

Even na mij kwam Lady Aqua over de finish in een voor haar mooie debuuttijd van net iets boven de 1 uur en 35 minuten. Ik feliciteerde haar middels een high five en samen wandelden wij een klein eindje op richting de medaille- en sportdrankuitgifte. Vervolgens moesten we nog een heel eind lopen richting de kledinguitgifte: de plek waar onze tassen met inhoud konden worden opgehaald. Verheugd was ze over haar prestatie na een periode van blessureleed. Haar volgende grote opgave zou de halve marathon van Berlijn worden (begin april 2019, red), waar ze met haar echtgenoot naar toe zou gaan. Ik wenste haar daar vanzelfsprekend heel veel succes mee, en na een paar woorden van afscheid gingen wij weer ons weegs.

Eerder was mijn goede loopvriend Arranraja ook al gefinisht en was mijn neef Martijn bij zijn debuut eveneens op een mooie tijd uitgekomen. Chapeau voor deze twee hardloopbikkels die onvervaard de barre omstandigheden trotseerden op deze grauwe zondagmiddag. Het was leuk om vlak na afloop van onze races daarover met elkaar te communiceren, ook al was het maar ‘over de app’. Om elkaar in het echt te treffen lagen onze starttijden teveel uiteen en was het ook veel te druk.

Speciaal voor hen èn voor Lady Aqua heb ik het eerder gememoreerde refreintje omgeschreven naar zijn definitieve hardloopversie. Zoveel kon er toch al niet meer aan verpest worden:

Loop alsof het je laatste dag is
Loop, alsof de morgen niet bestaat
Loop, alsof het nooit echt af is
En loop, pak alles wat je kan

En nu met z’n allen:

En ga, a, a, a
A, a, a, a
A, a, a, a
Pak alles wat je kan
En ga, a, a, a
A, a, a, a
Ga, pak alles wat je kan

Briljant, al zeg ik het zelf. Tevreden sjokte ik na het omkleden richting het oerlelijke station van Zaandam. Op de Peperstraat gekomen nam ik nog even de tijd om de laatste lopers van deze race te supporteren in hun laatste meters. Die aanmoedigingen hadden ze zo te zien hard nodig. Maar het was mooi te zien dat ook zij de bezemwagen waren voorgebleven, net zoals Lady Aqua en ik. Ook zij hebben gepakt wat ze konden, gebuffeld en gebikkeld alsof het nooit echt af was. Hun prestaties zijn even mooi als die van de toppers, van wie overigens de eersten al binnen waren toen ik nog in mijn pyjamaatje in Huize De Haan aan de ochtendpap zat. Zo massaal is deze loop nou eenmaal. Volgend jaar sta ik weer aan de start op de Prins Hendrikkade. Rain or Shine!

Gezapig en Gezellig Gelopen in Gouda (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op donderdag 20 september 2018 01:10

Time flies, en dat steeds sneller naarmate je ouder wordt. Het is een feit, een gegeven, je ontkomt er niet aan. Sinds de nostalgische Trip down Memory Lane in en om Leiderdorp begin juli (zie mijn vorige kletsverhaaltje) waren binnen no time ruim twee maanden verstreken. Die twee ongekend warme en droge zomermaanden hadden ons land op de rand van een watertekort gebracht dat - met dank aan Van Kooten en De Bie - schrijpend kon worden genoemd. Temperaturen die soms de veertig graden aantikten maakten ons volkje tot een stroperig volkje; alles werd gedaan en gelaten in een lagere versnelling dan normaal. Wat dat aangaat leek ons land net een mediterraan land deze zomer.

En hardlopen: tja dat zat er vaak domweg niet in. De Goudse Runners intervaltrainingen konden nog wel worden afgewerkt mits men zich gedeisd hield en veel dronk, maar vooral het langere duurwerk werd het kind van de rekening bij deze tropische omstandigheden. Uw dienstwillige dienaar had derhalve ongewild een veel te lang duurloopreces. En dat terwijl de hardloopagenda voor het najaar zich gestaag vulde. Maar daarover later meer.

Weeks na de Leiderdorpse Lijdensweg had de zaterdaggroep van de Goudse Runners nog zijn jaarlijkse Rose Run beleefd. Daarbij lopen de atleten 3 kilometer in het Groenhovenpark zo hard zij kunnen. Elke loper die over de finish komt krijgt dan van trainerswege een rode roos uitgereikt. Vervolgens wordt er een brunch aangericht waarvoor iedereen wat heeft klaargemaakt en meegenomen. Al sinds jaar en dag maken Elfriede (mijn lief) en ik de jam die zo heerlijk op de pannenkoekjes van Liesbeth en Wim gaat. Maar ook vele andere versnaperingen worden op het grote buffet geplaatst en met smaak verorberd.

Daarnaast werd er door ondergetekende en zijn kakelverse geregistreerd partner driftig vakantie gevierd. De boog kan immers niet altijd gespannen zijn, en voor ons dus ook niet. Deel één van die vakantie vond plaats in de Achterhoek, dat zichtbaar zuchtte onder de hitte. Daar genoten wij van een fiets- en wandelvakantie, zij het dat vaak de fiets- en wandeltochten door de warmte moesten worden ingekort. Voor het tweede deel togen wij richting Mongazon waar het eigenlijk ook veel te warm was en we vaak moesten uitwijken naar Lesalon. Het derde en laatste deel bracht ons in het zwoele Parijs. Oh la la. Ex aequo met Amsterdam de absoluut favoriete van alle steden waar ik ooit kwam. Ontelbare malen heb ik al in die stad vertoefd, and I love the city to bits zoals de Fransen dat tegenwoordig zo mooi zeggen. Ik voel me er compleet thuis zodra ik er ben, ik kan er blindelings overal de weg vinden naar alles, en ik vind het heerlijk om lekker Frans te toeteren en te merken dat ik het nog steeds kan. Wat ik ook merkte is dat mijn Frans door de Fransen wel veel vaker werd beantwoord met Engels – en dat had overigens niets te maken met mijn command of the French language. Maar enfin.

Over dit vakantie-drieluik kan ik verder kort zijn: wij beiden hebben het ons allemaal buitengewoon goed laten smaken. Tezamen met het gebrek aan duursportinspanning maakte dit dat mijn buikje danig begon uit te dijen en dat het lichaamsgewicht navenant toenam. Alle in het voorjaar opgedane en onderhouden basisconditie werd in luttele weken vakkundig om zeep geholpen.

Uiteraard gaf dat allemaal geen pas, immers: ik had mij in vlagen van onbegrensd optimisme intussen ingeschreven voor een aantal serieus zware najaarsklassiekers. Achtereenvolgens de 10EM Dam-tot-Damloop, de Halve Marathon van Eindhoven en de 15km Zevenheuvelenloop werden achteloos door mij op mijn hardloopkalender gekwakt. Zoals gedurende de hele periode na mijn eerste Marathon in 2016 gebeurde dit zonder enige missie, visie en strategie. Laat staan beleid. Laat staan nadenken. En dat terwijl dat alles nota bene mijn vak is.

Waar ik mij traditiegetrouw niet voor had ingeschreven was de door mij zo verguisde maar tegelijkertijd geliefde Goudse Nationale Singelloop. Verguisd door het verschrikkelijke parcours, geliefd door de enorme gezelligheid in het (jawel!) kneuterige Gouda. Daarbij: het is het jaarlijkse hoogtepunt - qua hardlopen dan - voor zowat alle Goudse Runners. Dit is het evenement waar al mijn hardloopvrienden en –vriendinnen een jaar lang naar smachten, voor de meesten is het het enige evenement van het jaar waar zij zich überhaupt voor inschrijven. Het maakt in ieder geval wel dat het qua gezelligheid en saamhorigheid een geweldig festijn is – en het is daarom dat ik er toch graag aan meedoe.

Wie mijn prietpraat op dit blog door de jaren heen heeft gevolgd (zij bestaan!) weet dat ik al vele jaren onder een valse naam aan deze wedstrijd deelneem. Dit is niet omdat ik niet met deze loop geafficheerd wil worden, maar domweg omdat ik bijna nooit in de gelegenheid ben om mij onder mijn eigen naam in te schrijven. Dit behoeft een nadere toelichting: elk jaar op een kwade dag in mei - en op een zelfs voor Gouda godsonmogelijk tijdstip - start de inschrijving voor deze loop, en binnen een tijdsbestek van 15(!) minuten is dan de héle 10km uitverkocht.

Vijf jaar geleden lukte het mij voor het laatst om nog bij inschrijving een startbewijs te bemachtigen. Sindsdien moest ik elke keer weer de nodige capriolen uithalen om toch weer aan die vermaledijde start te kunnen verschijnen. Altijd met succes. En ditmaal was het niet anders. Ene Marcel had drie dagen voor aanvang van de loop nog zoveel last van een blessure dat hij mij smeekte om zijn ticket over te nemen. Uiteraard streek ik mijn hand over mijn hart. En dus: na Paul, Sietske, Gerrit, en Jimi zou in 2018 de naam Marcel op mijn torso prijken. Ik had het ‘m weer geflikt! Vrijdag 14 september was de Grote Goudsche Dag, en ik zou er gloeiend bij zijn.

Een kleine twee weken van te voren had ik mijn duurvermogen nog beproefd door deel te nemen aan een langzame duurloop over 15km tezamen met een viertal Goudse Runners onder leiding van GR-pionier Hans. Daarbij bleek mij dat met een laag tempo (we hebben het hier over een heel klein beetje meer dan 6 minuten per kilometer) deze inspanning goed vol te houden viel. Hans hield wel heel scherp in de gaten hoe het ging met mijn ademhaling en pasfrequentie, en hij maande mij af en toe om mijn druistigheid in te tomen. Tegen zoveel autoriteit ben ik natuurlijk niet opgewassen. De man die in 1979 de Goudse Runners startte en die nu met zijn 75(!) jaar nog steeds trainingen geeft en op een behoorlijk niveau zijn partijtje meeloopt: die spreek je niet tegen. Nimmer. Al was het maar uit beleefdheid.

Voorzichtig optimistisch over het uitlopen van de Singelloop wandelde ik op de wedstrijddag aan het begin van de middag richting de fysiotherapiepraktijk in de binnenstad. Daar kon vanaf 13:00 uur het startbewijs plus het bij de prijs inbegrepen hardloopshirt worden opgehaald. Binnen de praktijk was het al een drukte van belang. Op dit nog vroege tijdstip kwam ik al een aantal Goudse Runners tegen die relaxed – en een enkeling juist nerveus - naar de wedstrijd aan het toeleven waren. Zelf moet ik een toonbeeld van ontspannenheid zijn geweest: ik had mij voor vandaag slechts ten doel gesteld om de eerste twee ronden á 3.333km heel rustig te lopen – dan breekt het lijntje niet – en daarna in de derde ronde wat te versnellen. Dat zou gezien het reeds gememoreerde najaarsgeweld een verstandige move zijn, zo had ik mij bedacht.

Gezegend met startbewijs en prachtig rood Singelloopshirt togen mijn kerschversche eega en ik vervolgens naar etablissement De Pannenkoe. Dit doen wij al een jaar of drie op Singelloopdag: in plaats van de warme avondprak nuttigen wij een vroeg pannenkoekje die in mijn geval dan nog alle tijd heeft om in te dalen in het maagje en darmstelsel. Voor wie het weten wil: een topping van spek, appel en rozijnen en een afdoende hoeveelheid schenkstroop maakt mijn pannenkoek tot het ideale Singelloopvoer.

Na deze traktatie hadden wij nog voldoende tijd om het gehele Singelloopparcours al wandelend af te leggen, waarbij wij het tracé met een loepje zorgvuldig checkten op oneffenheden, obstakels en te smalle doorgangen. U moet weten dat het hier niet echt een singelloop behelst maar meer een stegen-en-straatjesloop door de Goudse binnenstad met hier en daar een stukje singel. Wat dat betreft kan Woerden meer aanspraak maken op de website singelloop.nl, maar dat geheel terzijde.

Inmiddels was het vijf uur geworden: hoogste tijd om thuis de kleertjes uit te zoeken aan het looprek. Traditie vereist dat hierbij het kortgemouwde Goudse Runnersshirt wordt gekozen, tezamen met passende korte tights en dito enkelsokjes. Zo behaaglijk was het immers wel: een mooie temperatuur van circa 17 graden ging het voor de lopers niet al te warm maken. Vervolgens nog even snel de doping versnijden en een flesje bronwater uit de koelkast snaaien. Tenslotte jasje recht, dasje recht, en vader ging op stap. Dat wil zeggen: op een drafje richting het starttoneel op de schilderachtige Goudse Markt.

Rondom het prachtige Gotische Stadhuis, dat uit de vijftiende eeuw stamt, was al een uitzinnige mensenmenigte waar te nemen. Maar in die drukte vond ik al snel mijn collega-Goudse Runners; de meesten gehuld in de karakteristieke kanariegele shirts met opdruk. Met mijn loopvrienden Nico en Peter liep ik een kilometertje warm in de pittoreske binnenstad. Met hier en daar vanzelfsprekend een hakkenbilletje en een kniehefje om de boel los te krijgen. Uiteraard waren wij bijtijds terug voor het startschot dat om 19:15 uur gelost ging worden. Intussen hadden wij onze collega’s die de kortere afstanden (3.5 en 7 kilometer) gingen lopen al uitgezwaaid en een enkeling al weer bij de finish verwelkomd. Om klokslag twee over zeven propten wij onszelf in het al flink gevulde 10km startvak. Het festijn kon aanvangen!

Eén ding was ik evenwel vergeten: mijn Garmin op tijd naar een kunstmaan laten zoeken. Pas één minuut voor aanvang gaf ik ‘m die opdracht – en dat trekt ie niet in zo weinig tijd. Enfin, het was dit keer niet erg: ik had toch al bedacht dat ik deze singelloop helemaal op gevoel wilde lopen, lekker relaxed, dus was dat uurwerkje ook niet zo belangrijk. Bij het startschot staakte ik dan ook direct mijn pogingen en ging ik onbevangen onderweg voor mijn drie rondjes.

Na ongeveer tweehonderd meter solitair lopen vond ik eindelijk de vrouw met wie ik de eerste kilometers zou doorbrengen. Uiteraard weer puur instinctief. Een vrouw met een blonde paardenstaart ditmaal, en gehuld in het rode Singelloopshirtje. Zij liep een snelheid van om en nabij de 5:45 per kilometer (zo bleek mij achteraf), en dat paste eigenlijk wel goed in mijn behouden opbouw. Maar in het laatste deel van de eerste ronde ging het me net een tikkeltje te langzaam en passeerde ik haar, op zoek naar een volgende al dan niet gewillige vrouwtjeshaas.

Ik trof echter niet alleen een vrouwtjeshaas, maar gratis en voor niks ook nog een mannetjesexemplaar. Zij liepen samen in iets hoger tempo, en gedrieën voltooiden wij de eerste ronde in een voor mij netto tijd van 19:02. Heerlijk relaxed, geen centje pijn, precies volgens plan. Ik bleef een ronde lang bewust achter dit hazenkoppel aanlopen om mijn druistigheid in te dammen en niet te hard te gaan. Lekker rustig ademen en goed op de pasfrequentie letten. Geen energie verspillen, eigenlijk best lekker zo. Bij voorgaande gelegenheden (behalve vorig jaar toen ik zelf de haas speelde) was het altijd gruwelijk afzien, met overigens wisselende resultaten. Nu was het gewoon een heerlijk ontspannen avondloop als training voor al die najaarsklassiekers.

Tegen het eind van de tweede ronde passeerde ik het stel waarachter ik mij zo comfortabel had genesteld. Zij hadden die ronde wel iets aan snelheid ingeboet, getuige de netto tijd van 19:06 over de tweede ronde. Nu was het tijd om heel lichtjes te versnellen in het laatste deel. Gewoon even die ronde op een iets hoger tempo doorkomen. En dat lukte prima. Het was inmiddels al aardig donker geworden, de dweilorkestjes langs de kant hadden hun biezen al gepakt, en het publiek begon langzaam weg te stromen.

Op het laatste stuk langs de Kattensingel beleefde ik iets bijzonders. Door het ontbreken van publiek en muziek, en door het feit dat iedere loper het behoorlijk druk met zichzelf had, ervoer ik opeens dat het stil, heel stil, was. En omdat ik toch al heel ontspannen liep werd ik die stilte heel indringend gewaar, een sereniteit die ongekend is bij wedstrijden en die ik anders alleen maar voel als ik ’s-avonds in het donker in mijn uppie aan het duurlopen ben. Een heel vredig gevoel gaf het, dat zeker.

In de steegjes en straatjes binnen de laatste kilometer gaf ik nog een beetje extra gas, en voldaan vloog ik over de finish in een netto tijd van 56:21. Dat betekende dat ik die laatste ronde in 18:23 had gelopen – een mooie negatieve split dus ook nog eens een keer.

Mijn allerliefste supporter ontfermde zich vlak na de finish over mij, en met vaste hand leidde zij mij naar de kraampjes waar water en sportdrank werden uitgedeeld. Daar trof ik onder anderen Karin, die ik vorig jaar nog had gehaasd naar een voor haar doen mooie tijd. Nu had ze het zonder mij nóg beter gedaan. Tja.

Ook trof ik bij de drankvoorziening hardloopcollega Andy, die trainer is bij die andere loopgroep die Gouda rijk is. Hmmm, eventjes lekker heulen met de vijand, eventjes zien of ik een transfer onder gunstige voorwaarden zou kunnen fixen. En ondertussen schichtig om me heenkijken om te zien of ik niet door mijn eigen Goudse Runners-trainers gesnapt zou worden. Gelukkig liep het allemaal met een sisser af en ben ik ook de komende seizoenen in het kanariegele shirt van de Goudse Runners te bewonderen.

Ik zal U de verhalen over het min of meer alcoholvrije bacchanaal met de Goudse Runners in café De Goudse Eend besparen. Een festijn dat op een wat bescheidener schaal nog in Huize De Haan werd voortgezet. Het feit dat iedereen in de navolgende dagen alweer volop aan het trainen was zegt hopelijk genoeg. Zondagochtend liep ondergetekende onder leiding van Hans een mooie hersteltraining over 11 kilometer. En uiteraard leef ik nu met grenzeloos optimisme toe naar het Grote Festijn tussen Dam en Dam, dat op zondag 23 september weer gaat losbarsten. En ondanks mijn nog wat gebrekkige duurvermogen heb ik er enorm veel zin in. De weersvoorspellingen voor aanstaande zondag zijn, as I write this, niet al te best - behoorlijk wat regen en een pittige wind waarvan het mij nog niet zeker is in welke richting ie gaat blazen. Maar ach, een mooi verhaal valt er altijd wel te vertellen. Rain or Shine!

Over Mijmeren en Lijden in Leiderdorp (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 9 juli 2018 01:20

Ach ja, Leiderdorp. In deze aan Leiden vastgeplakte gemeente groeide ondergetekende op in de jaren zeventig. Eind 1969, toen ik een broekventje van acht jaar was, verhuisde het marinegezin De Haan van Den Helder naar een huis in een frisse Leiderdorpse nieuwbouwwijk. Mijn vader kreeg namelijk een ‘walplaatsing’ op het ministerie in Den Haag. Dit nadat hij jarenlang op diverse schepen de Zeven Zeeën had bevaren. Wij (mijn moeder, zusje en ik) hadden hem vaak en veel gemist gedurende al die jaren van ‘varende plaatsingen’. Hij kon met gemak een dik half jaar weg zijn, dan een paar weekjes thuis gevolgd door weer 3 of 4 maanden op zee. Je kunt gerust zeggen dat mijn moeder het leeuwendeel van onze opvoeding voor haar rekening heeft genomen. Want na een aantal jaren op het ministerie moest mijn vader weer het zeegat uit, onder andere als navigatie-officier op één van de grote bevoorradingsschepen die de marine toen al rijk was.

In Leiderdorp werd ik van jongen een puber, en van puber een man. Na een drietal jaren op de tegenover ons huis gelegen basisschool beleefde ik van 1972 tot 1978 mijn middelbare schooltijd in Leiden. En ook in sportief opzicht kwam ik tot volledige ontplooiing in Leiderdorp. Het judoën, dat ik overigens in Den Helder al beoefende, werd in Leiderdorp voortgezet bij Sportschool Theo van Houdt. Daar werd ook de kiem gelegd voor mijn Hopeloze Hardloopverslaving. Immers, Theo van Houdt organiseerde vanaf 1971 de jaarlijkse prestatieloop op Koninginnedag, in de eerste jaren alleen over 5km, maar later kwam daar ook een 10km bij. En omdat Van Houdt zijn judoka’s voorhield dat hardlopen iets groots en meeslepends is - en zéker tijdens ‘zijn’ prestatieloop - liet hij ons steeds in de maanden voorafgaand aan zijn jaarlijkse loop eindeloos rondjes lopen door zijn dojo in de voormalige muziekschool. Mind you: tijdens de lesuren! Had mijn moeder dit geweten, dan had zij de contributie voor het judoën ongetwijfeld ingehouden. Maar ja – ik vond dat hardlopen best wel tof, en ik kon bovendien nou ook niet zeggen dat ik een briljant judotalent was. Anderen (waaronder Van Houdt) konden dat laatste overigens volmondig beamen.

In 1971, het debuutjaar van de Prestatieloop, begon ook mijn zesjarige voetbalcarriëre bij de plaatselijke voetbalclub RCL. Vanaf de oprichting in 1926 had Racing Club Leiderdorp zijn velden op een aantal voormalige weilanden aan de Hoogmadeseweg. Vroeg in 1972 pakte men echter het hele boeltje op en verhuisde de club naar het gloednieuwe, aan de Dwarswetering gelegen, Sportpark De Bloemerd. Overigens moet niet onvermeld blijven dat wijlen mijn lieve moeder altijd paraat stond om ons jonge voetballertjes naar en van de uitwedstrijden te rijden en ons ter plekke ook aan te moedigen. Bless her.

Op De Bloemerd heb ik tot 1977 vele voetbalhoogtepunten mogen meemaken. In de lente van 1972 mocht ik met het team van Basisschool De Vogelweid de bokaal in de lucht steken van het Leiderdorpse scholentoernooi. Apetrots was ik dat ik in de finale het eerste en naar later bleek beslissende doelpunt mocht scoren uit een scrimmage ontstaan na een corner. Helaas zijn hiervan alle TV-beelden verloren gegaan. Maar ook als RCL-speler mocht ik eenmaal een kampioenschap beleven. In het seizoen 1976-1977 eindigden wij ongeslagen - en met slechts twee gelijke spelen - bovenaan de ranglijst. Ik besloot toen, als zestienjarige, op het hoogtepunt te stoppen en mij bezig te gaan houden met nieuwe sportieve uitdagingen. Concreet waren dit: tafeltennissen, wedstrijdsurfen, schaken en bierglazenkantelen.

Tja en het hardlopen natuurlijk, want al die jaren had ik trouw de prestatielopen van Van Houdt verhapstukt (bron: Arranraja). Overigens: ik ben dit tot 2003 blijven doen. Op een keer of twee na kwam ik altijd op Koninginnedag naar Leiderdorp om die Koninginneloop weg te draven. Met mijn ouders steevast als supporters, en later ook mijn eigen gezinnetje. Mijn eigen vader liep héél af en toe mee, maar het was ons allen, hijzelf incluis, al snel duidelijk dat dit niet helemaal zijn ding was. En na de prestatieloop was er altijd de kermis – en daar waren mijn beide dochters uiteraard meer kien op dan op de hardloopavonturen van hun vader. Mijn grootste prestaties tijdens die Oranjelopen in het dorp waren een 19:30 op de 5km en een 46:37 op de 10km. Maar ja, dat is Andere Tijden Sport – en dat fenomeen hoef ik U niet meer uit te leggen. We hebben het hier namelijk over de Roaring Eighties, en daarvan zelfs de allereerste jaren. Ik faalde in die periode grootscheeps op studiegebied, maar op sportief gebied compenseerde ik dat royaal.

U zult wel denken: wat is die gast aan het doen? Zit hij nou zijn memoires te schrijven of zo? En: wat gaat dit ons, als lezers van een hardloopblog, allemaal aan? Plus: waar gaat dit verhaal in vredesnaam heen?

Voor het antwoord op deze vragen, die allemaal heel valide zijn, maak ik met U een reis door de tijd van de Early Seventies via de Roaring Eighties naar vrijdag 6 juli in het Jaar des Heeren 2018. Op een bloedhete avond werd, in het voornoemde Sportpark de Bloemerd, de Midzomerloop afgewerkt. Start- en finishlocatie was op het erf van de plaatselijke voetbaltrots RCL. Uw dienstwillige dienaar was na exact 41 jaar terug op de velden waar hij zijn voetbalherinneringen opdeed. En het sportpark lag er schitterend bij. De nog jeugdige aanplant van begin jaren ’70 was uitgegroeid tot een woud van bomen om de sportvelden heen. Het leek wel alsof het RCL-domein in de bossen lag. Overmand door emoties en voortdurend binnenwaaiende herinneringen liep ik langs al die velden van vroeger. Op het hoofdveld, waar natuurlijk het eerste elftal speelde, en waar wij jongens altijd achter het doel stonden waar de RCL-hoofdmacht de Leederen Koogel in moest prikken. ‘RCL gaat nóóit verloren, knoop maar in je oren, van achteren naar voren’ klonk het uit onze zoetgevooisde strotjes. De Wiener Sängerknaben waren er niks bij. En dat met plat Leidsch accent. In de rust liepen wij dan steevast van het ene naar het andere doel om daar vervolgens weer geduldig te wachten op mooie treffers van onze voetbalhelden. Soms vergeefs.

Maar ook de tocht langs al die andere voetbalvelden maakte het nodige los bij mij. Eigenlijk was de ligging van de velden ten opzichte van elkaar nog het enige herkenbare. De kantine was inmiddels al lang vervangen door een buitengewoon groot gebouw van minstens twee verdiepingen en een dakterras. Maar die velden: dat deed het hem. Terwijl nota bene sommige van die grasmatten in de loop der tijd waren vervangen door kunststoffen exemplaren, vreselijk. Als voetballer wil je het gras ruiken, en ik wilde op die avond ook het Leiderdorpse voetbalgras besnuffelen om mijn eigen voetstapjes terug te vinden.

Een paar uur eerder was ik samen met mijn lief en mijn vader naar de begraafplaats getogen. Die ligt mooi gelegen aan de Hoogmadeseweg, tegenover de RCL-velden van heel vroeger, voor de verhuizing naar De Bloemerd. We stonden uiteraard even stil bij het leven van mijn moeder, zoals gezegd mijn trouwste voetbalsupporter, I miss her dearly. More dearly than a spoken word can tell. Wat mij trof was dat ik een flink aantal bekende namen van vroeger tegenkwam op de stenen en de plaquettes, op eentje zelfs de naam van een klasgenote op de basisschool. Dat laatste struck home big time kan ik U mededelen. Het is heel confronterend als de herinneringen aan je jeugd ook op de plaatselijke begraafplaats worden getriggerd.

Mijn ouders zijn nooit meer weggegaan uit het huis dat wij in 1969 betrokken. Inmiddels is mijn vader 83 jaar oud, en ondanks het verdriet en de leegte is hij vooralsnog niet van zins om deze stulp te verlaten. Het was dan ook in dit huis boordevol herinneringen waar wij met z’n drieën op de avond van de Midzomerloop een lichte maaltijd gebruikten, en waar ik mij vervolgens kon voorbereiden op de beproeving van 10 lange kilometers.

Want dat het een beproeving zou worden: dat stond vast. De hele dag was het al warm en vooral benauwd geweest, waarbij het wandelen zelfs al geen pretje was. Dit bleek ook wel bij het inlopen later langs de velden van RCL. Het ging moeizaam, ik liep te stampen, voelde me zwaar en vadsig, en oei: dit was nog maar een korte opwarmdribbel. Ik kreeg mijn knieën nauwelijks geheven, nee dit zou een loodzware tocht worden, temeer daar het in het sportpark weliswaar lommerrijk was maar dat daarbuiten het felle zonlicht en de hitte vrij spel zouden hebben.

Leiderdorpse bekenden van vroeger waren niet op het festijn afgekomen. En ook in mijn huidige woonplaats Gouda had niemand deze loop in de kalender opgenomen. Wel zag ik tot mijn plezier het koppel Everdien en Matthijs, waarover ik in mijn kletsverhaal over de Haastrechtloop ook al repte. Zij vertelden mij dat ze de incourante afstand van 6.3km gingen verhapstukken (één bronvermelding is genoeg, toch Arranraja?).

Na nog even de deelnemertjes aan de kidsrun over 1.5km hartstochtelijk te hebben toegejuicht konden de deelnemers van de 6.3 en 10km zich gaan opmaken voor hun gezamenlijke start. Gelukkig was mijn Garmin tijdig van een voorkeurssatelliet bevallen zodat we even na half acht des avonds van start konden gaan. Zoals gezegd was de eerste kilometer lommerrijk, door de in bijna 50 jaar volwassen geworden bomen en struiken die De Bloemerd opsierden.
Onmiddellijk nestelde ik mij in het kielzog van een vrouw. Niets aan te doen: puur instinct. Geheel buiten mijn eigen wil om. Deze vrouw droeg haar kastanjebruine haar in een paardenstaart, ze droeg een rood shirt en opvallend wijd zittende blauwe hardloopshorts. Mocht ze dit stomtoevallig lezen: ja jij dus! Op haar had ik al mijn hoop en vertrouwen gevestigd. Zij, en alleen zij, zou mij door die helse kilometers heen slepen. Het strakke tempo dat zij (en ik dus ook) onderhield bedroeg ongeveer 5:22 gedurende de eerste drie kilometer. Overigens: die tweede en derde kilometer langs de Dwarswetering en Zijldijk richting Kagerplassen waren al bloedheet en benauwd door de zon die almaar krachtiger leek te gaan schijnen.

De deceptie kwam na iets meer dan 3 kilometer bij de waterpost aan de Zijldijk, daar waar de 10km-lopers zich afsplitsten van hun 6.3km-collega’s. Mijn kastanjebruine paardenstaart huppelde vrolijk rechtsaf het korte tracé op, daar waar ik rechtdoor moest voor mijn monstertocht. Sakkerloot! Had ze dat niet even kunnen zeggen? Daar liep ik dan als een roepende in de woestijn – zo voelde het qua temperatuur in ieder geval wel. En het ergste moest nog komen: kort na de afsplitsing werd het 10km-peloton vanaf de Zijldijk (waar het water en de bomen nog enig soelaas boden) op een meedogenloze manier de polders richting Oud-Ade in gedirigeerd.

Potjandozie, wat was het daar schroeiend heet en stikbenauwd. Ik sloot aan bij een tweetal vrouwelijke Leidse Roadrunners die net een wat hoger tempo onderhielden dan toen ik achter die verraderlijke paardenstaart aanliep. Dat voelde aanvankelijk wel redelijk. Als ik echter op dat moment mijn polsslag goed in de gaten had gehouden, had ik gezien dat de hartslagmeter al behoorlijk uit zijn kastje aan het slaan was. Ik was onbewust bezig mezelf de verrotting in te lopen.

De zaak ontplofte na ongeveer 6 kilometer. De twee Roadrunsters liepen met groot gemak van mij weg, en ik liep nu achter een geheel in het oranje gestoken dame aan te harken. Ik dacht in een vlaag van paranoia en uitputting weer even in een Koninginneloop van Theo van Houdt te zijn beland. Zelfs de lippenstift van mijn tijdelijke vrouwtjeshaas was oranje. Mijn lippen moeten op dat moment lijkbleek zijn geweest van de doorstane helse kilometers. Dear Lord in Heaven Above, wat was ík kapot aan het gaan. Ik kon nu nog maar aan één ding denken: die vermaledijde drankpost even na het 7km-punt. Een oase die zo lang een ver verwijderde fata morgana had geleken en die nu maar gluiperig langzaam dichterbij kwam.

Aangekomen bij het verversingspunt nam ik even de tijd om al wandelend anderhalf bekertje water door het verschroeide schuurpapieren keelgat te kolken en anderhalf bekertje over het roodverbrande kalende bolletje uit te storten. Daarna moest ik weer helemaal op gang komen en amechtig verder ploeteren. Mensenkinderen wat kan zo’n pokkenloop eindeloos lang zijn.

Na nog twee kilometers stoempen, snot en sterven bereikte ondergetekende weer Sportpark de Bloemerd. Nog één kilometer gaan tot de ultieme verlossing. Tussen al het schaduwbrengend struweel dat het uitzicht op de hockey- en korfbalvelden van Alecto resp. Velocitas ontnam, worstelde ik mijzelf richting die verrekte voetbalvelden van RCL. Nog even vreselijk afzien en het Lijden in Leiderdorp zou ten einde zijn.

In een matige tijd van 55:27 stampte ik uitgewoond over de finish, gadegeslagen door mijn immense supportersschare. Beiden hieven een juichkreet aan ter verwelkoming van hun totaal uitgeputte hardloopkrijger. Teveel eer, lijkt mij. Het door mijn lief gemaakte finishfilmpje getuigt van hun dolle enthousiasme bij mijn bijna-ineenstorting onder de finishboog. Gelukkig kan deze video niet aan dit verslag worden gehecht. Beter voor alle partijen. U als lezer zult het met deze woorden moeten doen. Op de bijgevoegde foto's is het demasqué evenwel goed waar te nemen: de eerste foto is gemaakt vlak na de start, de tweede vlak voor de finish. Ontluisterend. Enfin, hoe het ook zij: de Midzomerloop van Leiderdorp was volbracht!

Aan de barbecue vlak na afloop heeft deze Goudse Tobatleet zich niet meer gewaagd. Het zorgvuldig bereide maar nochtans volvette voedsel zou direct na het aankloppen aan de maagpoort een ferme 180-gradendraai hebben gemaakt. Dat kon ik al die Leiderdorpelingen niet aandoen daar. Dus blijft een mooie herinnering over aan een gedenkwaardige middag en avond in mijn voormalige woonplaats, waar vele jeugdherinneringen als vanzelf uit mijn oersoep naar mijn werkgeheugen werden getransporteerd. Veelal mooie, maar soms ook moeilijke herinneringen. Al met al vond ik het fijn en heel waardevol dit gedaan te hebben. Ik draag mijn deelname aan deze loop op aan mijn lieve dappere moeder, met dankbaarheid voor zo veel. This one’s for you Mom!

Driemaal is Weesp’s Vecht (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 26 juni 2018 00:37

Mensenkinderen, alweer is een jaar voorbij! U moet weten dat voor mijn zeer gewaardeerde loop- en blogvriend Arranraja en mijzelf een kalenderjaar niet meer duurt van 1 januari tot 1 januari, maar van Vechtloop tot……volgende Vechtloop. Een Vechtloop die jaarlijks plaatsvindt in het pittoreske, Anton Pieck-achtige Weesp. Dat laatste moet erbij gezegd worden, immers Maarssen heeft naar verluidt ook een jaarlijkse Vechtloop, en we zouden toch niet bij het verkeerde festijn willen terechtkomen is het wel? Deze editie van de Weespse monstertocht door stad en land zou plaatsvinden op zondag 24 juni in het Jaar des Heeren 2018.

Arranraja had een nieuwtje voor mij in petto, en let goed op: dit is geen Weesper Mop. Weesp wordt - zo is in maart dit jaar besloten – onderdeel van Amsterdam. Dat wil zeggen: de fusie zal in eerste instantie van ambtelijke aard zijn, en zal zich goeddeels in 2018 afspelen. De bestuurlijke eenwording zal op z’n vroegst in 2022 plaatsvinden. Zo is het al zo vaak gegaan bij fusies van deez’ aard, en zo zal het zich ook nu voltrekken.

Dit alles biedt voor voor mij als Amsterdam-adept een prachtig verschiet: mijn stad wordt dus nóg groter, en nóg mooier. Het moet namelijk worden gezegd: Weesp is echt een alleraardigst plekje op aarde, gezegend met een prachtig buitengebied. Want ga maar na: de rivier de Vecht kronkelt prachtig langs het stadje met z’n oude forten, z’n panden met een enorme diversiteit aan gevels zoals we die aan de Amsterdamse grachten ook terugvinden. Er is veel moois te vinden in Weesp – als je er oog voor hebt. Het ambtelijk en bestuurlijk opgaan van Weesp in Amsterdam zal ongetwijfeld alleen maar winnaars kennen denk ik. Maar uiteraard kunt U hier op dit Looptijden-platform, als reactie op deze post, Uw grieven of afwijkende meningen kenbaar maken. Zij zullen met uiterste zorgvuldigheid en discretie worden behandeld. Lees: onder de mat geveegd.

Tot zover deze gecombineerde aflevering van Ontdek je Plekje en Berichten uit de Samenleving. Het voorseizoen liep weer ten einde en dan is het – inmiddels geheel volgens traditie – tijd voor de samen met Arranraja te verhapstukken Vechtloop over 10 kilometer. De 15km en de halve marathon waren door de Weespenaren vorig jaar al van ons afgepakt, vanwege redenen die voor het loopvolk eigenlijk behoorlijk vaag waren gebleven. Maar daarover later meer. Ik zet ‘m even voor U op de parkeerflap, zoals dat in projectmanagement-kringen zo fraai wordt uitgedrukt.

De Vechtloop moest een mooie afsluiting gaan vormen voor een verder gemankeerd voorseizoen waarover ik in mijn vorige blogpost al verhaalde. Maar daarin memoreerde ik ook dat inmiddels op hardloopgebied de weg naar boven weer was gevonden. De Haastrechtloop, waarover U het gloedvolle verslag heeft mogen lezen, was daar een fraai voorbeeld van. Maar ook de trainingsprestaties van de laatste weken hadden mij veel vreugde en optimisme geschonken. Het was ook eigenlijk daarom dat ik in het fraaie Weesp het liefst de 10 metrische mijlen had gelopen, net zoals twee jaar geleden. Wat een mooie triomftocht was dat toen, en hoe mooi bereidde dat de weg voor een prachtige traditie.

Op donderdagavond had ik mijn hopeloos stramme rug nog eens goed laten loskloppen door mijn trainer en sportmasseur Rob. Om de boel nog een beetje soepel te krijgen moet hij zijn toevlucht zoeken tot buitengewoon barbaarse folterpraktijken. Maar dat is de man wel toevertrouwd. Het gerucht gaat dat hij in bepaalde kringen bekend staat als “De Slager van Plaswijk”, maar dit gerucht is vooralsnog niet bevestigd. En ach: met een paar paracetamolletjes is het leed ook weer gauw geleden.

Na een wat korte nachtrust begeleidde - op de vroege zondagochtend - mijn kakelverse geregistreerd partner mij naar het Goudse stationnetje. U moet weten dat er het hele weekeinde geen treinen van en naar Gouda reden vanwege werkzaamheden aan het spoor. Dat de NS dit over de Roze Zaterdag (dit jaar gehouden in Gouda) had heengepland was al erg genoeg. Maar om nou ook het hele bestaan van de Vechtloop te negeren (en met name de deelname van Goudse atleten daaraan): dat ging mij een bruggetje te ver.

Gelukkig waren ze bij de NS nog wel zo snugger geweest om bussen in te zetten. En zo kon het zijn dat ik even later prinsheerlijk in een touringcar over de A12 zoefde richting Utrecht. Lekkere muziekjes via Spotify op de oortjes, om het door de chauffeur aangezette radioprogramma te overstemmen. Voor de liefhebbers: eerst lekker loskomen met Robert Cray & Hi Rhythm, om vervolgens met Sonerien Du flink door te pakken. Dat kon mij die ochtend wel bekoren, en beter: het kon mij in de juiste vermogende hardloopstemming brengen. Dat naast natuurlijk de nodige meditatieoefeningen, die er in mijn geval op gebaseerd zijn het denken geheel uit te schakelen. Een kolfje naar mijn hand. Ik pas het ontelbare malen per dag toe.

Vanaf Utrecht bracht een Sprinterboemeltje mij naar Weesp. Van lieverlede vulde het vehikel zich met atleten en atletes die hun zinnen op het Vechtfestijn hadden gezet. Onderweg werd mijn aandacht vooral getrokken door het Naardermeer, dat eigenlijk door de spoorbaan doorsneden werd. Daardoor werd dit meer in mijn beleving eerder een verzameling grote waterpartijen. Achterlangs manege De Bleijenberg, dat vandaag zou dienen als start-, doorkomst- en finishlocatie, koerste het treintje uiteindelijk aan op het oerlelijke Weesper Hauptbahnhof, dat in afzichtelijkheid slechts wordt overtroffen door het Goudse Gare Central. Maar dat geheel terzijde. Tegen kwart voor elf was ik ter plekke, en een twintigtal minuten later was ook Arranraja gearriveerd vanuit het Diemense.

Eigenlijk was het de bedoeling dat onze vrouwen ons vandaag zouden vergezellen. Dat wil zeggen: niet bij het hardlopen zelf, maar wel bij de Fore- and Afterparties en natuurlijk bij het aanmoedigen. Tot drie keer toe zouden zij hun hardloopadonissen hartstochtelijk kunnen cheeren tijdens het volbrengen van de monsterinspanning. Helaas heeft het niet zo mogen zijn. Uiteindelijk konden ze geen van beiden - om uiteenlopende redenen dan wel oorzaken - maar wel hebben ze ons plechtig moeten beloven een volgende keer wèl van de partij te zijn.

Het was goed, heel goed, om Arranraja weer te zien in blakende gezondheid. Geanimeerd en indringend pratend over de highs & lows die elk gedurende het afgelopen jaar had meegemaakt, wandelden twee loop- en blogvrienden voor de derde maal in successie langs het water van de Vecht richting Manege de Bleijenberg. Arranraja was zo goed geweest om twee dagen van tevoren ons beider startnummers op te halen bij het Plaatselijke Sporthuis. Dat scheelde weer in de immers buitengewoon strakke planning van activiteiten die moeten worden uitgevoerd alvorens het startschot kan klinken.

U kent de hele riedel inmiddels wel: startnummer opschroeven, doping versnijden en inbrengen, zenuwenplasjes doen, een hakkebilletje hier, een kniehefje daar. We liepen samen een halve kilometer in, om daarbij te constateren dat het weliswaar niet ál te warm was, maar dat door de hoge luchtvochtigheid het wel een beetje benauwd en klam aanvoelde. Gelukkig stond er van tijd tot tijd een licht briesje, zo hadden wij starend naar de boomtoppen al vastgesteld.

Uiteraard had enige dagen meteorologische research al uitgewezen wat de klederdracht voor vandaag moest zijn. Voor de gelegenheid had ik mijn rode AV Gouda On Fire shirt aangetrokken, een shirt dat ter gelegenheid van de Grote Brand in het atletiekstadion van Gouda was vervaardigd. Deze aangestoken brand in de Nieuwjaarsnacht had een groot deel van de inventaris van de atletiekvereniging verwoest. Als minuscuul onderdeel van een grote fondsenwerving werden de shirts in groten getale gedrukt en verkocht, waarbij de opbrengst geheel ten goede kwam van AV Gouda.

Het strijdplan voor vandaag was simpel. Er werd gemikt op een gemiddelde snelheid van 10.5 kilometer per uur. Dit zou betekenen: een eindtijd laag in de 57, zo rondom 57.10. We zouden – zo zegden wij elkaar toe – rustig en behoudend starten. En dat terwijl wij beiden beter weten. We zijn wel wat op leeftijd, maar aan onze druistigheid mankeert nog altijd niets.

De start van de 10km-beproeving ging plaatsvinden om 12:10, 10 minuutjes na de start van het kleinere 5km-broertje. Reeds een kwartier van te voren gaf ik mijn Garmin opdracht om een satelliet te zoeken. Ik weet namelijk dat mijn sporthorloge lijdt aan keuzestress: als ie eindelijk een aantal satellieten heeft gevonden kost het hem onnoemelijk veel moeite om uit al dat hooghangend fruit een keuze te maken. En ja hoor: pas anderhalve minuut voor de start gaf het kleinood een all-clear en kon de wedstrijd beginnen.

Vlak na de start doemt de eerste bezienswaardigheid op: het Torenfort aan de Ossenmarkt maakte ooit deel uit van de Hollandse Waterlinie en later ook van de Stelling van Amsterdam. Ditzelfde geldt overigens voor het Fort Uitermeer dat we na zo’n 7 kilometer zouden gaan tegenkomen. De eerste kilometer langs het Torenfort ging gelijk al iets te snel: 5:38. Als we dat volhielden dan kwamen we mooi laag in de 56 minuten uit, maar was dit niet een beetje te moedig?

Intussen waren we na zo'n tweehonderd meter langs de Vecht het stadje binnengetreden. Zoals eerder beschreven ademt en straalt het een heerlijk ouderwetsch karakter uit. Het Gezicht Weesp (de binnenstad) is een van Rijkswege beschermd stadsgezicht, en laten we dat maar zo houden ook.

Allerlei landmarks doemden op tijdens het zigzagkoersje door de stad. Bij restaurant Ciao Italia hadden ze in allerijl de steigers weggehaald die Arranraja twee dagen tevoren nog had aangetroffen. Hierdoor was de volledig gestripte gevel goed zichtbaar. De Albert Heijn en de Hema waren zoals gebruikelijk geopend op deze Dag des Heeren. En bij café Bijna Thuis (op precies 1.5km) was het ondanks het vroege middaguur al een drukte van belang. Ja laat die Weespenaren maar schuiven, ook op zondag! We vervloekten die ellendige klinkers op de Oudegracht die het soepel doorlopen verhinderden. Voor mij extra mooi was de doorgang door de Hanensteeg, die veel gelijkenis vertoonde met het Hanengeschrei (ook een steeg) in Utrecht. En na een grote boog om de Grote of St Laurenskerk verlieten wij het beeldige binnenstadje middels het passeren van café De Walrus. Mooie naam voor een café vind ik – het doet ook wel wat Bommeliaans aan, maar vooral doet het denken aan een donkerbruin café op de Zeedijk in Amsterdam in ver vervlogen tijden.

Na de brug over de Vecht was daar weer het Torenfort aan de Ossenmarkt. Weldra zouden we de manege passeren en onze weg vervolgen langs de Vecht in zuidoostelijke richting. Er stond inmiddels drie kilometer op de teller en we waren nauwelijks in snelheid afgeweken van die 5:38 in de eerste kilometer. Ging dit wel goed aflopen?

Het gedeelte langs de fraaie meanderende Vecht is met recht het mooiste gedeelte van deze loop. Het was lekker warm aan het worden. De zon perste met meer en meer succes zijn stralen door het zwerk. Een tijd lang is er nauwelijks of geen verkoeling en moet je je ziel maar in lijdzaamheid bezitten. Na iets meer dan vier kilometer komen er dan wat meer bomenrijen langs het parcours en wordt het weer een beetje te harden. En in de schaduw voel je de wind ook beter, en vooral: lekkerder.

De eerste drankpost diende zich aan na ongeveer 4 kilometer. Die kon ik wel gebruiken! De helft van het mij aangereikte water werd oraal ingebracht; de andere helft werd zorgvuldig over het sterk kruinende bolletje gegoten. Ik moet wel wat kwijt over drankposten bij georganiseerde lopen: er staat altijd op borden zoiets als: ‘Waterpost over 100 meter’ maar die afstand blijkt dan vrijwel altijd groter te zijn. Ik heb het meermalen gecheckt gedurende mijn hardloopbaan. Doen ze dit nu om ons te kwellen, of zit er nog een diepere bedoeling achter die ons ooit aan het eind der tijden zal worden geopenbaard?

Als haas van dienst koos ik zo af en toe ook mijn eigen hazen. Als U mijn verhalen kent dan weet U dat dit vrijwel altijd vrouwen zijn. Je hebt zo je voorkeuren, zo betoog ik voortdurend. Zo ook hier in Weesp en ommelanden. Door de aandacht even van het eigen lijden af te leiden wordt het allemaal een beetje draaglijker. Niet dat dat vandaag voor mij echt van toepassing, of nodig, was. Ik voelde mij fit, sterk, en ik was lekker op techniek de kilometertjes aan het wegbuffelen. Arranraja volgde vastberaden, nam één keer zelf de kop om die vervolgens direct weer af te staan. Zoals hij zelf omschreef: dat éne moment in de hele race dat hij zelf even voor mij liep. Groot gelijk. Koesteren dat moment, natuurlijk.

En toch: mijn kompaan kreeg het zo zoetjesaan iets zwaarder. Dit sloop er heel langzaam in, en was aan zijn ademhaling en het staccato-gehalte van zijn opmerkingen te horen. BTW ik zeg dit allemaal wel, maar zelf ben ik al helemaal niet zo’n prater tijdens het hardlopen, zeker niet als het tempo rond de 5:40 de kilometer (of sneller) bedraagt.

Want intussen waren we 5 kilometer op dreef, en nog altijd koersten we af op een eindtijd volgens planning – mits we dit konden volhouden. Geregeld kwamen wij de Running Blind-koppeltjes tegen: een blinde of slechtziende loper via een touwtje verbonden aan een ziende collega. Mooie initiatieven, mooi dat dat zo kan. Je kon ook zien dat het vooreerst een plaatselijke loop was: lopers begroetten elkaar voortdurend bij het passeren, en namen werden voordurend gescandeerd door het uitzinnige publiek aan de boorden van de Vecht. Het maakt zo’n kleinschalige loop tot een heel gezellig festijn.

Net na het 6km-punt koerst het loperspeloton af op het keerpunt nabij Fort Uitermeer. Arranraja ontwaarde ineens een koe langs de weg, waarvan hij in eerste instantie dacht dat het een nepexemplaar was. Net zoals die Osborne-stieren die in vroeger tijden menig Spaans heuveltje opsierden om de dorst naar sherry op te wekken bij de argeloze automobilist. Hier triggerde het inderdaad de dorst, maar dan wel die naar helder water uit een bekertje of uit een spons.

Bij het keerpunt op bijna 7 kilometer was daar dan eindelijk die langverwachte drankpost. Hier beleefde Arranraja een dip eerste klas. Er werden hier geen sponzen aangereikt, en dat was nou juist waar mijn loopmakker zo’n enorme behoefte aan had. Teleurgesteld besloot hij een klein stukje te wandelen, om het een plekje te geven. In eerste instantie had ik dat niet door – ik had gewoon een bekertje water gepakt en dit al hardlopend geledigd. Maar even later werd het mij gewaar dat het object van al mijn haas(t)werk niet meer in mijn kielzog te bekennen was. Uiteraard vertraagde ik mijn pas, maar dat had in eerste instantie tot gevolg dat zeker twintig atleten mij passeerden. Na een minuutje dribbelen-op-de-voorvoetjes mijnerzijds was Arranraja gelukkig weer present en konden wij onze tocht vervolgen.

Vanzelfsprekend moesten we wel even opschalen naar het streeftempo. In principe hoefden we niet sneller te gaan dan dat, want we hadden in de afgelopen kilometers al voldoende op het schema gewonnen. Toch was te merken dat mijn goede loopvriend steeds meer kleine gaatjes liet vallen. Zo ontstond op een gegeven moment het volgende driegesprek:

Arranraja: “Help, mijn haas gaat er vandoor”
Onbekende loper: “Oh ja, wie is dat dan?”
Arranraja: “Dat is Peter, daar in dat rode shirt”
Onbekende loper: “Peter, je zou toch hazen?”
Peter: “Hmmm ik geloof dat ik mijn plichten aan het verzaken ben”
Onbekende loper: “Dat kun je wel zeggen”
Peter: “Oh nee, straks moet ik mijn gage weer terugstorten”
Onbekende loper: “Aan je werk dan maar weer!”

En zulks geschiedde. Toch bleef het voor mijn kompaan niet gemakkelijk. Ik had bedacht dat indien ik hem in een goede uitgangspositie op het 9km-punt had gebracht, ik vanaf dat moment kon gaan demarreren, al was het alleen maar om alle beschikbare energie nog eens flink aan te spreken. Ik (en Arranraja zelf ook) zorgde dat we tot dat moment in een goed tempo bij elkaar bleven lopen. Zo kon ook hij met de nodige slack die laatste kilometer doorkomen op weg naar een gunstige tijd.

Er was nóg een tweetal motieven voor een enorme versnelling in die laatste kilometer. Heel wat mensen waren ons in de afgelopen 2.5 kilometer gepasseerd, en dat kon natuurlijk niet ongestraft gebeuren. En het tweede motief was een heus luipaardmotief, op de groenzwarte lange tights van een hardloopdame die bijna honderd meter voor mij uit liep. Die prooi moest – zo vond ik – verschalkt worden.

Precies op het 9km-punt ontstak ik alle raketten en demarreerde weg van mijn hardloopmakker. Op stoom geraakt kon ik mijn vizier richten op wel 15-20 hardloopmensjes die voor mij als een zeker te vangen prooi rondliepen, zich niet bewust van het lot dat ze beschoren zou zijn. De één na de ander werd opgevist en overstoken, inclusief het luipaard. Arranraja zou later opmerken dat het hem verbaasde dat ik niet een tijd lang in het kielzog van die hinde was blijven koersen. Maar ik wilde eigenlijk alleen maar doorversnellen tot aan die vermaledijde finish bij die vermaledijde manege.

In de woeste eindsprint bereikte ik nog een snelheid van 15km/h. Daarna kon ik mij buitengewoon tevreden over de finish storten met een eindtijd van 56:36. Direct werd mij een fraaie medaille omgehangen door een dame die al net zo enthousiast was als ik. Daarna draaide ik mij om teneinde de laatste meters van Arranraja te aanschouwen. En wat bleek: ook hij had in de laatste kilometer kunnen versnellen (de bikkel!) en zo kwam hij over de finish gestoven in een keurige tijd van 57:10. Een tijd die precies volgens plan was. Missie volledig geslaagd. Nota bene: hij was 35 seconden sneller dan vorig jaar (ikzelf precies een minuut), dus ook dat was een prachtig en tot grote tevredenheid stemmend gegeven.

Nadat we even waren bijgekomen vervoegden wij ons weer bij de finish om de dappere lopers na ons te begroeten. En dat waren er nog heel wat. De 82-jarige Anton uit Amsterdam, die ook al bij de Haastrechtloop acte de présence had gegeven, verdient hierbij een speciale vermelding. Wat een klasbak is dat, regelrecht uit de Eregalerij van de Oude Glorie. Fantastisch!

Op verzoek maakte ik een aantal foto’s van twee jonge vrouwen die eerder de 5 kilometer hadden getackeld. Als wederdienst nam een hunner een drietal foto’s van Arranraja en mij voor in het plakboek. Uiteraard is één van deze foto’s bijgevoegd om dit verslag te illustreren.

Ruim nadat de laatste deelnemer de finish had gepasseerd togen wij naar de kledingafgifte, waar alleen nog onze tassen stonden. Verder was iedereen al weg. Tijdens het omkleden in de geïmproviseerde kleedkamer vertelde een vrijwilliger ons dat de organisatie de 15k en de halve marathon wel móest schrappen omdat er simpelweg niet voldoende vrijwilligers meer op te trommelen waren om het een en ander in goede banen te leiden. Dat was het dus! Het triggerde bij mij wel de gedachte dat ik in Gouda bij gelegenheid ook maar eens wat vrijwilligerswerk moest gaan doen. BTW dit onderwerp kan nu weer van de parkeerflap af, toch?

Na een rustige wandeling scheidden uiteraard weer onze wegen op station Weesp. Het was alweer een geweldige happening geweest, een trilogie die zijn weerga niet kent. Op naar nog vele Succesvolle Samenlopen, niet alleen in Weesp, maar hopelijk ook in veel andere plaatsen. En collega-bloggers: volg nou dit voorbeeld en komt allen meedoen! Ik vind het echt buitengewoon leuk om samen met die mensen die je anders alleen maar online ontmoet (bij reacties op blogs), gewoon ‘in het echt’ de hardloopschoentjes onder te binden en gezellig een georganiseerde loop weg te draven! Je kan er waardevolle vriendschappen aan overhouden, zoals in het onderhavige geval.

Heroprichting in Haastrecht (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 18 juni 2018 23:52

De trouwe lezertjes van mijn blog zullen het ongetwijfeld hebben gemerkt. Na het optekenen van het verslag van de Zevenheuvenloop 2017 –geplaatst in een droevige omlijsting - had schrijver dezes de pen gedurende een half jaar niet meer in de inktpot gedoopt. De motivatie was er simpelweg niet, of beter: niet meer. Ook het hardlopen zelf stond een tijd lang niet in de spotlight van mijn bestaan. Ik keerde terug naar een soort van basisniveau: trouw volgde ik op zaterdagochtend de Goudse Runners-trainingen, en maar heel zelden werden de loopschoentjes uit het vet gehaald voor een duurloop of een georganiseerd evenement.

Maandenlang low-key
De Bruggenloop in december was de eerste wedstrijdloop die door mij van mijn kalender werd geschrapt. Dit was voor de organisatie aanleiding om dan ook maar gelijk de hele loop te annuleren. Just kidding uiteraard. Door hevige sneeuwval was het parcours op die bewuste 10 december 2017 onbegaanbaar geworden zodat er van een Bruggenloop geen sprake kon zijn. Nou goed dan, die had ik dus sowieso gemist. Maar er zouden door mij in de daaropvolgende maanden nog meer lopen worden afgelast. Deels vanwege motivatiegebrek, deels vanwege ernstig gemankeerde voorbereiding.

Natuurlijk heb ik het afgelopen half jaar nog wel wát uitgespookt op hardloopgebied. De tweede zondag van januari is altijd de dag van de HAWA-loop. Dit is een rustige duurloop ‘en groupe’ ter ere van Hans van de Water, de oprichter van de Goudse Runners, die ook nog eens omstreeks die dag zijn verjaardag viert. Het festijn start en eindigt op de Goudse kinderboerderij De Hofsteden. De atleten kunnen hierbij kiezen tussen afstanden van 6, 8 en 13.3km. De inmiddels 75-jarige Goudse Runners-pionier geeft vervolgens op de langste afstand zelf het tempo aan. En denk overigens maar niet dat het daarom een slakkengang is! Gezellig keuvelend (dat wel) wordt de afstand volbracht, en daarna doen de Goudse Runners zich ter ere van het feestvarken tegoed aan drank en spijzen in de gezellige kantine van de kinderboerderij. BTW volgens mij is het geen kinderboerderij maar toch echt een dierenboerderij.

Normaal gesproken laat ik verstek gaan bij de HAWA-loop vanwege de Halve van Egmond. Dat voelt eigenlijk altijd een beetje als verraad: je laat je GR-vrienden in de steek juist wanneer ze je het hardst nodig hebben. Just kidding. Natuurlijk kan ik gemist worden. Daarbij: de Halve van Egmond is voor mij een loop die zijn weerga niet kent en die mij op het lijf geschreven is. Maar ik was inmiddels zover teruggevallen in conditie en vermeerderd in gewicht dat ook door dit festijn een streep moest worden gezet. En dus liep ik op die dag lekker mijn 13.3 kilometertjes door de landerijen rondom Reeuwijk-Dorp achter Hans aan, vergezeld door een aanzienlijke groep mede-Goudse Runners. Zie aangehechte foto om een indruk te krijgen van dit groepsgedrag.

Op 4 februari volgde de Groenhovenloop – één van de meest aansprekende lopen van Gouda en omstreken. Ik had mij ingeschreven voor de 10km, en ach ik zou wel zien waar het scheepje zou stranden. Welnu: het strandde na ongeveer zeven kilometer, net na het verlaten van Reeuwijk-Dorp op weg terug naar het atletiekstadion in Gouda. De pijp, die tot op dat moment redelijk gevuld was, begon ineens en in rap tempo leeg te raken. De laatste kilometers waren een ware martelgang moet ik U bekennen. Na 57 minuten en 7 seconden waggelde ik uitgewoond over de finishmatten, meewarig aangestaard door vele van mijn Goudse hardloopvrienden en -vriendinnen. Ik besefte dondersgoed dat ik inmiddels tot een buitengewoon bedenkelijk niveau was afgezakt.

Onder die omstandigheden was het uiteraard uitgesloten dat ik de 2018-editie van de CPC met mijn aanwezigheid kon gaan opsieren. Nog steeds trainde ik maar één keer in de week, op mijn ‘eigen’ vertrouwde zaterdagochtend met mijn strijdmakkers onder bezielende leiding van trainer (en vaste sportmasseur) Rob. Meer niet. Het lichaamsgewicht steeg zodanig dat ik de weegschaal niet meer onder ogen durfde te komen.

Verrijzenis in de vrieskou
17 maart 2018 bracht de 10km Reeuwijkse Plassenloop, en het evenement ging ditmaal gebukt onder ijzige en stormachtige omstandigheden. Gezien de vorm van dat moment eigenlijk een belachelijke opgave. Maar ik besloot de challenge toch aan te gaan – en dat is denk ik het kenterpunt voor mij geweest. Bijna een uur lang ploegde ik onder Siberische Omstandigheden langs de grootste van de Reeuwijkse Plassen. Het lichaam schreeuwde om stoppen, de geest maande mij echter om vooral door te gaan. De onder deze barbaarse condities binnengesleepte 58.22 was natuurlijk een buitengewoon matige tijd – maar toch voelde het als een kleine overwinning op mezelf.

Vanaf die dag ontwaakte ondergetekende meer en meer uit zijn sportieve winterslaap, die al in het najaar wegens luchtwegproblemen was ingetreden, maar die door alle droevige ellende alleen maar vaster was geworden.
Langzaam werden de trainingsprestaties weer wat beter. En ook begon ik – naast de zaterdagochtend - zo nu en dan wat vaker te trainen in de week, soms op dinsdagavond, soms op vrijdagochtend. Maar nog altijd waren dat louter intervaltrainingen; duurlopen kon ik nog steeds niet opbrengen. Op Koningsdag 27 april waagde ik mij als gebruikelijk aan de traditionele, gezellige, kneuterige Goudse Runners-Koningsloop over een slordige 10 kilometer. Uiteraard werd daar nog steeds geen prestatie van formaat geleverd. Maar wel triggerde dat weer de behoefte aan - en het verlangen naar - duurlopen.

Na de Koningsloop werd in rap tempo de trainingsarbeid opgeschroefd. De dinsdagavond en vrijdagochtend werden steeds meer benut. Bovendien werden nu ook af en toe de vrije zondagochtenden voor duurlopen ingezet. Daarbij: het lichaamsgewicht kwam eerst op een status quo terecht en begon vervolgens zowaar te zakken. Heel langzaam, dat wel.

De Halve Marathon van Leiden (op 27 mei), waarvoor ik ook stond opgelijnd, kwam vanzelfsprekend nog veel te vroeg. Ook die beproeving moest worden geschrapt, maar ik moet erbij zeggen dat ik dat - door de ontstellende warmte op die dag - ook niet zo'n heel groot probleem vond. Vroeg op die zondagochtend nam ik mijn besluit. Ik deed wel, en zie tot op de dag van vandaag niet om.

Buffelen in Beetjekrom
Een flink aantal interval- en duurlooptrainingen verder werd het toch maar weer eens tijd voor een georganiseerd hardloopfestijn. 15 juni zou de grote dag worden. Voor het eerst in de geschiedenis van de Haastrechtloop werd het evenement op de vrijdagavond gehouden. Ik had mij drie weken van tevoren ingeschreven voor de 10km. Ook werd er op die avond een 5km georganiseerd.

Het is een qua omgeving en natuur prachtige loop daar in Haastrecht en ommelanden. Eerst loop je langs de provinciale weg zo’n drie kilometer richting Hekendorp. Daar aangekomen sla je rechtsaf in zuidelijke richting en ga je via de weg en vervolgens de paden dwars door de mooie natuur richting het riviertje de Vlist. Vervolgens loop je langs die meanderende stroom weer richting Haastrecht, en na een doorgang door een klein volkswijkje met veel enthousiaste toeschouwers stiefel je weer richting de finishboog bij het Haastrechtse Sportpark.

Het enige nadeel van het lopen ’s-avonds in de zomer vind ik de enorme zwermen insecten die en masse zich een weg willen banen naar (en in) je luchtwegen. Zeker in Gouda en omstreken (met de Reeuwijkse Plassen en de vele waterwegen) kan dit uiteraard hinderlijk zijn. Maar enfin, we laten ons toch ook niet ringeloren door de eerste de beste roedel muggen, toch? Gewoon proberen zoveel mogelijk je mond te houden tijdens de wedstrijd – in volle inspanning wordt het aangaan van conversaties met medelopers over het algemeen toch al niet gewaardeerd.

Des ochtends op diezelfde 15e juni had ik met mijn Goudse Runners-hardloopvrienden al een testloop van 3km verhapstukt (bron: Arranraja). In plaats van de reguliere training lopen de atleten (na het inlopen, de warming-up en de loopscholing) zeven-en-een-half rondjes over de atletiekbaan. Na het voltooien van deze monsterafstand ontvangt elke loper een rode roos van de trainers en wordt de boel afgesloten met een smakelijke brunch volgens het principe van de Amerikaansche Fuif.

Vanzelfsprekend had ik mijn rondjes plichtmatig en in niet al te rap tempo afgewerkt: er stond immers nóg een beproeving op het menu die dag. Maar met een gemiddelde tijd van 5:21 per kilometer was ik toch tevreden – ik had heel relaxed kunnen lopen op techniek zonder mij nodeloos te vermoeien.

Des avonds peddelde ik heerlijk ontspannen op het fietsje naar Haastrecht, een pittoresk dorpje gelegen onder de rook van Gouda. De bandjes van het vehikel hielden het net zoals vorig jaar voorbeeldig – hoe anders was dat toch een viertal jaar geleden. Het verslag van dat debacle is voor geïnteresseerden nog steeds op te vragen op deze website.

De temperaturen lagen al de hele vrijdag aan de hoge kant. Het was duidelijk dat, om deze warmte afdoende te kunnen pareren, er door mij een minimum aan looptextiel moest worden gedragen. Concreet houdt dit in: singletje, korte tights en enkelsokjes. En uiteraard de schoentjes, want nog altijd doe ik niet aan barefoot running – het zit er gewoon niet in.

Ik was lekker vroeg op de plaats des heils: de voetbalvelden van VV Haastrecht. Dat gaf mij buitengewoon veel gelegenheid om rustig het startnummer op het shirt en de chip op de schoen te monteren en onderwijl gezellig te keuvelen met bekenden die op het festijn waren afgekomen. Veel Goudse Runners weten jaarlijks de weg naar Haastrecht te vinden. Maar ook vanuit andere plekken in de regio waren veel enthousiastelingen aanwezig. Zo ontwaarde ik in de uitzinnige mensenmassa mijn loopvriendin-for-the-occasion Everdien, met wie ik ooit (lees: 2016) in het gezelschap van loopmaat Jaco een halve marathon had weggedraafd. Zij was vandaag met haar partner Matthijs aangetreden om de 5km te tackelen. Bijzonderheid: op de uitslagenlijst was achteraf te zien dat Everdien zevende was geworden bij de vrouwen, en Matthijs derde bij de mannen. Voorwaar een aansprekend resultaat van dit koppel!

Na een aantal inloopronden met zaterdag-loopmaat Nico werd om klokslag vijf over half acht het startschot gelost voor de 10 kilometer. Omdat Nico conditioneel veel verder is dan ikzelf, en omdat ik altijd wat behoudend moet starten, moest ik hem al snel laten gaan. De eerste kilometers liep ik op met mijn dinsdagavond-collega Hans, en samen volbrachten wij de eerste 3 kilometers in een gemiddeld tempo van 5:35 per kilometer. Maar ik kon aan Hans’ ademhaling en de daarmee gepaard gaande geluiden snel opmaken dat het voor hem allemaal een weinig te rap was. En waar het nou in vredesnaam vandaan komt weet ik niet, maar ondanks de warmte voelde ik voldoende energie voor een pittige versnelling. Ik schakelde op, liet Hans achter me, en liep het gat dicht naar een groepje dat niet lang daarvoor langs ons was geschoven. Een kilometer lang voerde ik het groepje aan, maar ik had behoefte aan nóg meer snelheid. Zo’n 50 meter voor mij liep zaterdag-collega Dirk, en ik besloot nog verder te versnellen om ook het gat naar hem dicht te lopen. Bij de drankpost op het 5-kilometerpunt had ik hem te pakken. We wisselden een blik van verstandhouding uit en ik maande hem om in mijn kielzog te blijven. Want het ging me nóg niet hard genoeg. Wat ter wereld was er met mij aan de hand? Zo goed had ik me in geen tijden gevoeld.

Na ongeveer 5.5 kilometer brak Dirk’s verzet en ging ik verder op zoek naar hardloopmensjes om op te rapen. Gelukkig dienden die zich in groten getale aan. Ik kon telkens neerstrijken op zo’n hardloper-doodloper, even een paar tellen uitrusten en dan weer er vandoor richting het volgende (on)gewillige slachtoffer. Wat ging me dit een partij lekker, en wat bleef ik lekker op techniek lopen! De kilometertijden waren teruggebracht naar zelfs 5:13 – een maand geleden had ik iedereen voor gek verklaard die mij zou hebben gezegd dat ik dat kon lopen.

Na 8 kilometer werd het allemaal wel wat zwaar en beleefde ik even een dip waardoor de kilometertijd weer naar de 5:35 steeg. In de laatste zware kilometer ontwaarde ik echter de geur van broodjes bal en kaassouffleetjes van de voetbalkantine waardoor het tempo rap weer boven de 11 km per uur uitkwam. En om de vreugde helemaal compleet te maken stond in de allerlaatste bocht voor de finish mijn lief met de fotocamera in de aanslag om haar kakelverse geregistreerd partner te vereeuwigen in zijn laatste meters. Wat een heerlijke verrassing! In een gezien alle omstandigheden fraaie tijd van 54:43 stoof ik over de finish daar in Haastrecht – een mooie markering van een zich voortzettend herstel na een moeizame en nare hardloopperiode.

What's next?
De grote apotheose van het voorseizoen heb ik echter nog in petto. Een prachtige traditie zal op zondag 24 juni in ere worden gehouden. In het schilderachtige Weesp zullen loopvriend en meesterblogger Arranraja en ik voor de derde maal gezamenlijk de Vechtloop verhapstukken (bron: Arranraja). Ditmaal over een afstand van 10km. En ik ben er klaar voor! Hopelijk hij ook – we gaan het zien allemaal. Afgelopen zondagochtend liep ik nog een ijzersterke 12km met mijn loopvrienden, maar ik weet dat ook Arranraja zich qua voorbereidingen niet onbetuigd heeft gelaten. Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een mooie Succesvolle Samenloop, waarvan wij beiden zoals gebruikelijk weer uitgebreid en meeslepend verslag gaan doen.

Over the Hill and Down the Slope - this one's for you Mom (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 31 december 2017 00:46

18 november 2017 - The day before
Goh wat was ze nog helder op die zaterdag in het ziekenhuis. Het was de verjaardag van mijn lieve dappere moeder, maar het was een verjaardag onder bedrukte omstandigheden. Wij wisten dat ze niet meer thuis zou komen, dat slechts een verpleeghuis nog haar laatste ‘woonadres’ zou kunnen worden. Zij wist het ook, besefte het ook. In een bedrukte stemming aten we de roomsoesjes die mijn vader in haar opdracht uit de plaatselijke banketbakkerij had meegenomen. Mistroostig zei ze dat dit de ellendigste verjaardag was die ze ooit had meegemaakt.

“Hou je goed” zei ik zoals zo vaak tot haar bij het afscheid, vergezeld van een warme knuffel. “I’ll try” sprak ze zoals gebruikelijk. De moedeloosheid klonk in haar stem, als nooit te voren. Maar natuurlijk kon ik niet weten dat dit onze allerlaatste woordenwisseling zou zijn. Moedeloosheid was razendsnel aan het overgaan in capitulatie.

19 november 2017 - The day after the day before, and before the day after
Een toch al flink doorwaakte nacht werd ook nog eens ruw beëindigd door het wekkertje van zeven uur. Brak als een konijn opende ik mijn luikjes en veegde de slaapresten tussen de oogleden vandaan. Er ging vandaag hardgelopen worden, en hoe! De bestemming van de dag was Nijmegen, waar ik mij voor de vierde keer op rij aan de start van de 15km Zevenheuvelenloop zou melden. Ondanks alle beslommeringen, waaronder ook wat hardnekkige luchtwegproblemen èn het slaapgebrek, had ik er zin in vandaag! Mijn lief ontwaarde dat in mijn vermoeide doch opgewekte oogopslag en besloot een koolhydraat-, vezel- en eiwitrijk loopontbijtje voor mij in elkaar te knutselen. Eenvoudig doch voedzaam. Terwijl zij daarmee doende was kon ik heerlijk rustig het startnummer op mijn shirt monteren en de rest van de kledij uitzoeken aan het looprek. Er was een mooie mix van regen en zonneschijn voorspeld bij een redelijk aangenaam hardlooptemperatuurtje van ca. 10 graden.

Mijn startnummer was dit keer alwéér geen 24601. Deze zin – ik besef het – staat hier wat plompverloren en behoeft enige uitleg. 24601 is het nummer van gevangene Jean Valjean bij de dwangarbeid die hij 19 jaar lang onder toezicht van de meedogenloze gevangenisopzichter Javert moest verrichten in het strafkamp. We hebben het hier natuurlijk over Les Misérables van Victor Hugo. Mijn jongste dochter en ik zijn gek op het boek, de musical, de film. En niet zo’n klein beetje ook, maar echt totally nuts. En dus: bij het toegewezen krijgen van bovengenoemd nummer als startnummer zou ons leven pas ècht inhoud en kleur krijgen. Dat wilt U vast wel begrijpen, toch? Bovendien begrijpt U dan in één keer ook waarom ik mij zo veelvuldig inschrijf voor massale lopen met meer dan 24600 inschrijvingen. Tezamen met de Postcodeloterij vormt dit het tweetal kansspelen waaraan ik al jarenlang - vergeefs - meedoe.

Na het roerend afscheid in Huize De Haan vertrok ik om klokslag twee over negen voor mijn Grote Reis naar het Oosten des Lands. En dat het een grote reis zou worden stond al een aantal dagen vast. Het zou groter zijn dan gebruikelijk. De NS had in eendrachtige collaboratie met Prorail besloten dat uitgerekend de dag van de Zevenheuvelenloop zou worden uitverkoren voor het verrichten van preventief en corrigerend spoorwegonderhoud. Om precies te zijn: het klusje zou worden uitgevoerd tussen Woerden en Utrecht. Dit betekende dat ik om zou gaan reizen via Amsterdam – zo had ik mij bedacht. Eerst zen-relaxed met het boemeltje naar Amsterdam Centraal, en vervolgens al even zen-relaxed met de Intercity van het Hoofdstedelijk Hoofdstation naar de Keizer Karelstad. Gezien het vroege tijdstip zouden de treinen nog niet al te vol zitten, en dat zou mijn innerlijke rust sterk ten goede komen.

Vlak voordat wij ter hoogte van Holendrecht de Amsterdamse stadsgrenzen passeerden, ging opeens de mare: er loopt een persoon op het spoor bij Muiderpoort. Wat deze persoon daar aan het doen was: daar kon niemand ons iets over vertellen. Ook het communicatief meestal uiterst vaardige NS-personeel moest het antwoord schuldig blijven. Maar deze Stompzinnige Spoorzoekerij van een ongetwijfeld Verwarde Persoon zorgde er wèl voor dat het zorgvuldig uitgedokterde reisschema ijlings veranderd moest worden. Op Bijlmer Arena sprong ik met een flukse beweging uit het Sprintertje en jumpte ik enige tijd later met een al even flukse beweging in een Intercity (extra trein) van Schiphol naar Nijmegen. Aanvankelijk was deze trein lekker leeg, totdat in Utrecht (en verder) het vehikel meer en meer volstroomde met hardlooptoeristen.

Vermoeid kotste de trein op het station van Nijmegen haar atletische lading uit. De buitengewoon jolige conductrice had ons vlak daarvoor nog een fijne wedstrijd gewenst, en ons medegedeeld dat het heerlijk loopweer zou zijn. Ik wil er toch voor pleiten dat de treinbeambten zich bij hun leest houden en de meteorologische aspecten verder overlaten aan de professionele weervorsers waarmee ons land toch al zo rijk gezegend is. Het begon namelijk direct na het verlaten van het station meedogenloos te spetteren. Echt zo’n strontvervelende sproeiregen waarvan je binnen enkele seconden doorweekt raakt. Bijna had ik rechtsomkeert gemaakt richting mijn warme huisje en dito nestje, maar ik vond toch dat ik dapper moest zijn. En zo sjouwde ik verbeten voort richting het Keizer Karelplein rondom welke de kleedgelegenheden zich bevonden.

Halverwege het station en voornoemd plein word je – als je niet oppast – in de Zevenheuvelenexpo gefuikt. Dit is het walhalla van de hardloopcommerciëlen die daar hun waar willen slijten aan de argeloze passanten. Nu had ik al drie (zegge: 3) keer eerder meegedaan aan dit hardloopfestijn, maar elke keer was ik er met open ogen ingetuind – en bij deze vierde keer was het al niet anders. Te mijner verdediging kan en moet gezegd worden dat ik bij géén van die vier gelegenheden mij heb laten verleiden tot het doen van aankopen. Erewoord. Het zal ooit op het conto van mijn leven worden bijgeschreven, dat weet ik zeker. Wel pakte ik alles aan wat rondom de Expo werd uitgedeeld – meestal door jonge frisse Nijmeegse studentes. Zo kon het zijn dat – pendelend tussen al die vrolijke jongedames - ik mijn rugzakje gestaag kon vullen met ice-gels (je weet maar nooit tenslotte) en diverse repen die speciaal voor ná de inspanning bedoeld waren. Herstelrepen dus.

Zo langzamerhand werd het tijd om mij in de wedstrijdkledij te steken. Bij de Keizer Karel Parkeergarage, de ABN-Amro, de Rabo èn bij De Vereeniging - allemaal designated omkleedplaatsen - werd mij de toegang hooghartig geweigerd. Zag ik er te shabby uit soms? Slechts bij de Capter Parkeergarage op de Oranjesingel was er nog een plaatsje in de herberg voor mij. Binnen was het druk, maar lekker warm. Ik besloot om zo lang mogelijk in de garage te blijven om later maar niet al te lang in het startvak te hoeven staan kleumen. Rustig kleedde ik mij om en voedde mij met de gebruikelijke zaken zoals banaan, havermoutrepen en een mengsel van water en sportdrank. En vanzelfsprekend werd weer de nodige doping ingebracht. Intussen keek ik naar al die prachtige atleten en atletes met wie ik de 15 lange kilometers, de elementen en het geaccidenteerde terrein zou gaan overwinnen. We zaten allemaal in hetzelfde schuitje vandaag, maar voorwaar: wij zouden er gelouterd uitkomen! Zo veel stond vast.

Iets minder dan een half uurtje voor de start arriveerde ik in het startvak. Op weg daar naartoe bezocht ik Dixiland regelmatig voor de nodige sicherheits- en zenuwenplasjes. Zo gaat dat in het barre hardloopleven, het overkomt ons allemaal. Zelf heb ik er een hekel aan om onderweg te moeten plassen – stilstand betekent voor mij achteruitgang. Dan maar liever vooraf de laatste druppels uit het kraantje persen, en vooràl niet drinken in het startvak. Anders is er al helemaal geen houden meer aan.

In het Rode Startvak was het zaak om de schaarse zonnige plekjes op te zoeken, anders zou het zeker kleumen worden. Over mijn wedstrijdtenue had ik dit keer geen Komo-jasje gedrapeerd, maar een bij de Action á 0.57 Euro (stuksprijs) aangeschafte poncho. Mijn goede loopvriend Arranraja had mij dit al een eeuwigheid geleden aangeraden, met daarbij de buitengewoon schrandere opmerking dat ik die Komootjes dan gewoon weer voor het huisvuil zou kunnen gebruiken. En ook thuis was er al eens op aangedrongen, maar tot op heden had ik dit allemaal in de wind geslagen – voorwaar een smet op mijn blazoen.

Koud was de meute amechtig en kleumend naar de startmatten aan het wandelen, of een al even koude sproeiregen begon het loperspeloton te teisteren. En aan de inktzwarte lucht te zien zou dit buitje nog wel even aanhouden. Goh, wat heb ik daar een hekel aan: starten in de regen. Werkelijk zeiknat passeerde ik de startlijn en drukte ik mijn nu wèl op kilometers geijkte Garmin in.

Mijn aanvangstempo lag laag: om en nabij de 6 minuten de kilometer. U moet weten dat ik met geen enkele ambitie of aspiratie aan deze loop begonnen was. Door aanhoudende luchtwegproblemen - die in de week ná de Amsterdam Halve Marathon begonnen – had ik zo goed als niet hardgelopen gedurende vijf weken. Alleen daags voor Nijmegen had ik weer eens voorzichtig meegetraind met de Goudse Runners – ziehier de fysieke toestand waarin ik mij bij aanvang van het Zevenheuvelenfestijn bevond.

De eerste 5 kilometers gaan verraderlijk vals plat omhoog. Bovendien bleef het gestaag doorpleuren (excusez le mot, maar het is een aan het Frans ontleende uitdrukking voor doorregenen). Toch ging het eigenlijk best wel lekker. Ik kende het parcours inmiddels goed, dus ik wist dat ik mij het gehele stuk over de Groesbeekse Weg gedeisd moest houden, anders zou ik later de tol betalen. Na vijf kilometer slaat het peloton linksaf de Derdebaan op voor een vlak stuk van om en nabij de anderhalve kilometer. In dit vlakke stuk bevindt zich na zes kilometer ook de eerste drankpost. Hier laafde ik mij overvloedig, en net als in Amsterdam onder het motto: van alles twee. Want op één been kan een man immers niet staan. Trouwens: op drie benen ook niet echt – dat is nog steeds een hardnekkig misverstand dat meestal bij leden van de andere sekse rondwaart. Daarom houd ik het altijd op twee versnaperingen per keer.

Aan het eind van de Derdebaan kun je, als je over het golfterrein aan de rechterkant kijkt, het heuvelgebied in Duitsland in de verte zien liggen. Wat een indrukwekkend gezicht is dat. Bij kilometer 7 slaat de meute weer linksaf, en dan begint de wereldberoemde cakewalk waaraan deze loop zijn naam dankt. Met daarbij de opmerking dat het hier niet zeven heuvelen behelst, maar enfin ook daar moet ik maar eens een keer over ophouden. Voor mij is dit altijd een heerlijk stukje parcours, juist vanwege het continue stijgen en dan weer dalen – ik krijg daar best wel een kick van. Als je maar gelijkmatig blijft lopen en niet als een debiel naar beneden gaat rennen, komt alles wel weer op zijn pootjes terecht. Mijn tempo lag erg gelijkmatig net iets boven de 6min/km, maar ik wist dat ik nog wel een inhaalslagje kon maken in de laatste 4 kilometers richting de finish in Nijmegen.

Maar vooralsnog was het consolideren geblazen. Na 9 kilometer maakt het peloton weer een bocht naar links voor een vlak stuk van ongeveer een kilometer. In dat stuk bevindt zich de tweede en laatste drankpost. Ook hier zorgde ik er weer voor dat de reserves goed werden aangevuld. Er stonden ons tenslotte nog wat lastige kilometers te wachten.

Het begint al meteen na de 10km-passage. Het atletenvolk moet hier andermaal omhoog voor een pittige en langdurige klim naar Berg en Dal. Het verhaal gaat dat al bij Hotel Erica de top van die col ligt, maar dan kom je als loper echt bedrogen uit. Het stijgen duurt hierna namelijk nog enige honderden meters, en pas bij het betreden van de Oude Kleefsebaan – weer richting Nijmegen – krijg je echt het gevoel dat de klim erop zit.

Vanaf de Oude Kleefsebaan krijg je dan de afdaling over 4 kilometer naar de finishstreep, zij het dat er nog een klein puistje in het parcours zit na 12 km. Ik nestelde mij in het kielzog van een jongedame die gehuld was in hardlooptights met zebramotief. Als vanzelf fixeerde ik mij op haar schofthoogte, daar waar - naar mijn oordeel - het zebramotief het lichaam op de meest natuurlijke wijze omsloot. In de natuur is het zo dat de dansende streepjes van de voortvluchtige zebra normaliter dienen om een prooibeluste leeuw te verwarren, maar in dit onderhavige geval brachten de streepjes mij in de juiste hardlooptrance. Had ik het even goed getroffen!

Na 2 kilometer stayeren achter deze zwart-witte hinde ontwaarde ik vóór mij een oud-hardloopcollega van de Zoetermeer Roadrunners, een loopgroep waarbij ik een aantal jaren lang het beste van mezelf heb kunnen laten zien. Op hardloopgebied bedoel ik dan. Mijn zebra en ik waren zienderogen op hem aan het inlopen. Ik had even het plan om mijn voormalige hardloopmaat te groeten en iets van een gesprek op gang te brengen. Na ampele overweging besloot ik echter in het zebraspoor te blijven. Deze strijdwijze leverde mij immers al een aantal kilometertijden van dik onder de zes minuten op. Vasthouden dat tempo dus!

Tijdens de laatste kilometer bekroop mij het besef dat ik keurig netjes onder het anderhalf uur zou kunnen blijven. En dat ondanks een totaal gebrek aan voorbereiding. Wat was ik blij dat ik überhaupt gegaan was en dat ik niet volledig door alle ondergrenzen was gezakt. Met een vieze vette grijns overschreed ik die vermaledijde eindstreep in een netto tijd van 1:29:32. Ik kon buitengewoon tevreden zijn over een mooi opgebouwde loop, met uiteraard dank aan mijn gelegenheids-zebra!

Tot mijn grote verbazing herstelde ik ook dit keer weer razendsnel. Ik liet mij door een vrijwilligster een mooie medaille omhangen – eerst wou ze mij het eremetaal gewoon aanreiken, maar toen ik mijn hoofd voor haar boog smolt ze volledig en bracht ze mij de versierselen met veel gevoel en mooie woorden aan om mijn ranke hals. Daarna moest ik nog een heel eind doorsjouwen naar de Capter-herberg. Daar eindelijk aangekomen bracht ik één van de mij eerder overhandigde herstelrepen in (NIET te pruimen overigens), kleedde mij fluks om en vertrok uit de Keizer Karelstad als een dief in de nacht.

20 november 2017 – The day after
Die maandagavond laat werden we met spoed naar het ziekenhuis geroepen. Ze was al niet meer bij kennis. Het kon niet lang meer duren… Maar het werden toch nog drie nachten en twee dagen.

2018
Ik wens hier op dit platform alle Looptijders, en speciaal de min of meer trouwe lezers van mijn blog, een voorspoedig en vooral levenslustig 2018 toe, waarin hopelijk vele hardloopplannen zullen worden verwezenlijkt. Maar wàt je ook doet, en hoe zeer het soms ook tegenzit: geef niet op, hou je goed en blijf het proberen. En vergeet vooral niet te genieten.

Hartelijke groet, Peter

Comfortabel naar een All-time Low in Amsterdam (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 17 oktober 2017 01:00

Een weetje: de eerste marathon van Amsterdam werd op 5 augustus 1928 gelopen als onderdeel van de 9e Olympiade. Een memorabele dag: precies 34 jaar voordat mijn zus geboren werd. De race werd in 2:32.57 gewonnen door de voor Frankrijk uitkomende Algerijn Ahmed Boughéra El Ouafi. Driekwart van deze wedstrijd liep hij achter een aantal koplopers aan te harken, en in de laatste 5 kilometer ging hij ze voorbij. Hij werd niet meer ingehaald en finishte met 26 seconden voorsprong op nummer twee, Manuel Plaza uit Chili. Goed om te weten, goed voor het historisch besef.

En ik heb nog verder gesnuffeld in de geschiedenisboeken. De goede man was 28 jaar toen hij door de poort van het hoofdstedelijke Olympisch Stadion snelde, alwaar hij als een held werd begroet door het ongetwijfeld uitzinnige publiek. Hij zal zich vast en zeker de koning van de wereld hebben gevoeld na het volbrengen van deze monstertocht, sneller dan al zijn opponenten. Fijn dat hem dat ten deel is gevallen. El Ouafi’s latere leven zag er een stuk minder florissant uit, en hij kwam ook nog eens tragisch aan zijn einde door gewelddadig toedoen van het Algerijnse Bevrijdingsfront. Maar op die gedenkwaardige zomerdag in 1928 grifte hij wel zijn naam voorgoed in de Olympische Annalen.

Er verstreken 89 lange en veelbewogen jaren. Op 15 oktober 2017 zwalkte de 56-jarige voor Nederland uitkomende Nederlander Peter de Haan door diezelfde poort het stadion binnen. Volkomen anoniem in een immens loperspeloton. En weer was er die uitzinnige menigte op de tribunes, alhoewel hem het vermoeden bekroop dat al dat enthousiasme niet alleen voor hem was bestemd. De door De Haan gelopen afstand bedroeg slechts de helft van wat onze Frans/Algerijnse held in 1928 had weggedraafd. Maar wel deed hij er zowat even lang over. Met een laatste inspanning wierp hij zich in 2:11:45 over de finish, van binnen en buiten gaargekookt door de temperaturen op deze belachelijk warme dag midden in de herfst.

Omtrent de oorzaak van deze hitte was De Bilt al dagenlang duidelijk geweest. Deze subtropische verrassing (niet in melkchocolade) was een side-effect van orkaan Ophelia. Dit wat opgeklopte briesje had, alvorens haar pijlen op Ierland te richten, nog even wat snikhete lucht richting de Lage Landen gestuwd. Ziehier de omstandigheden waaronder het atletenvolk deze dag moest lijden.

Mijn voorbereiding voor deze halve marathon was weer eens heel gebrekkig geweest. Voor het eerst sinds Egmond (in januari) zou ik deze afstand gaan afleggen. In de trainingen was ik niet verder gekomen dan een schamele 14 kilometer. Belachelijk natuurlijk. De grootste afstand in de voorbereiding was de 16.1km Dam-tot-Damloop, waarover ik in mijn laatste blogje rapporteerde. Die met veel volksvermaak gelardeerde race had ik heel gelijkmatig en relaxed gelopen, dus dat gaf nog wel enig vertrouwen voor deze Hoofdstedelijke Beproeving.

Gezegend met dat vertrouwen verliet ik op deze Zomersche Zondagochtend om klokslag twee voor tien het Goudse Stulpje op weg naar het starttoneel bij het Olympisch Stadion. De halve marathon van Amsterdam is in deelnemersaantallen de grootste halve marathon van het land. En om eerlijk te zijn: dat merk je ook wel. To say the least. Het is een werkelijk knetterdrukke loop, en dat van begin tot eind. De startvakken zitten volgepropt, de loop zelf kenmerkt zich door weinig tot geen vrije ruimte, en ook na de finish valt je een enorm gedrang ten deel. Voor mensen met een masochistische inslag een loop om van te watertanden.

Ook is het aantal nationaliteiten ongekend hoog: vertegenwoordigers uit maar liefst 127 landen namen aan dit hardloopfestijn deel. Nederlands is bepaald niet de voertaal binnen het peloton – het is daarentegen een heerlijke smeltkroes van talen en culturen. Ahmed en Hala gebroederlijk/gezusterlijk naast Henk en Ingrid. Hardlopers zijn bijna allemaal tolerante en vooral accepterende mensen. Afkomst, cultuur: het doet er allemaal niet toe zodra je met z’n allen de schoentjes uit het vet haalt en onderbindt. Was het in de grote mensenmaatschappij maar ook zo.

Uiteraard verliep het heenreisje weer heel voorspoedig zodat ik na een mooie wandeling vanaf station Amsterdam Zuid bij het sportcomplex arriveerde waar ik mijn startnummer ging halen. Het wordt namelijk nog steeds niet opgestuurd, ondanks de vlammende aanklacht in mijn blog van vorig jaar. Het is wel een beetje een hardleerse bedoening daar, enfin koppigheid is ook een deugd zullen we maar zeggen.

Om de tijd te doden stond ik vervolgens wat te kwijlen bij de prachtige sportkledij in de Amsterdam Expo (kijken kijken niet kopen!). Daarna werd het tijd om het startnummer op mijn mouwloze shirtje te monteren en de dopinginname aan te vangen. Ik zocht een rustig hoekje op in het sportcomplex, want ik wil dit soort activiteiten altijd grondig en vooral ook onbespied doen.

Toen ik, gezeten op mijn knieën, even opkeek van mijn – eeuwige - gehannes met de speldjes en het startnummer zag ik tot mijn grote ontsteltenis (alhoewel…) opeens een woud van jonge vrouwenbenen om mij heen. Er was een groepje hardloopsters naast mij neergestreken in het tot dat moment rustige uithoekje en zij ontkleedden en kleedden zich daar ongegeneerd – terwijl er in het pand voor dat doeleinde ook vrouwenkleedkamers voorhanden zijn. Dit alles is slecht voor de concentratie kan ik U mededelen. Het startnummer werd eerst achterstevoren en vervolgens ondersteboven op mijn shirt bevestigd alvorens ik weer bij zinnen kwam en het karwei naar tevredenheid kon voltooien.

Met een lijf vol doping en testosteron verliet ik tenslotte de Sporthallen Zuid. Ik leverde mijn tas in bij de kledinginname en spoedde mij naar de startvakken op de Stadionweg. Mijn vak was ditmaal het Gele Vak, en voor ons zou om klokslag acht over half twee het startschot gelost worden. Het was inmiddels smerig warm geworden, geen pretje als je in de blakerende zon je lot moet afwachten.

Daags tevoren had ik mijzelf getrakteerd op een gloednieuw sporthorloge. Voor de liefhebbers: we hebben het hier over een Garmin Forerunner 35. Het oude exemplaar was aan het eind van zijn economische èn technische levensduur gekomen. De kuren van het kreng had ik al meermalen beschreven in voorafgaande blogposts, dus voor U als trouwe lezer zal deze aanschaf niet als een verrassing zijn gekomen.

De hele avond had ik mij door de instellingen heengeworsteld, en zelfs was ik erin geslaagd de optie af te zetten waarmee het horloge zijn eigenaar (en slachtoffer) maant om in beweging te komen na een vooraf in te stellen periode van lethargie. Als er iets is waar ik een hekel aan heb is het dat wel. Ik accepteer geen enkel gezag, en dus ook niet van zo’n vermaledijde Garmin.

We waren koud op weg in de Amsterdamse hitte toen er iets vreemds gebeurde. Naar mijn idee naderden wij het 1-kilometerpunt, terwijl de Gloednieuwe Garmin aangaf nog op 0.5 te zitten. En of het nou aan de testosteron, de doping of de warmte lag: ik begon zowaar een beetje boos te worden op het apparaat.

De schellen vielen pas van mijn ogen na ongeveer 1.609 kilometer. Het horloge stond nog ingesteld op mijlen in plaats van kilometers. Mijn woede zakte zienderogen en maakte plaats voor schaamte: ik besefte dat ik het zelf was geweest die dit euvel had kunnen voorkomen. Maar nu moest ik opeens wel in mijlen gaan denken. Snel rekende ik uit dat de halve marathon ietsje meer dan 13.111870727159 mijl bedroeg - en daarop moest ik mij dan maar in het verdere vervolg oriënteren.

Kilometers of mijlen: de snelheid was van begin af aan onder mijn menselijke maat, dat wist ik. Het was warm en benauwd, het was één groot hardlopend mierennest, de straten tot aan de Utrechtse Brug (na ongeveer 5 kilometer koers) bevatten heel veel vluchtheuvels en tramsporen. Bij de drankposten waren heel veel vrijwilligers die niet op de taak berekend waren om zo’n immense menigte tijdig van versnaperingen te voorzien. En last but not least was ik onvoldoende getraind en daardoor niet helemaal wedstrijdfit. Mijn ambities had ik al voor de wedstrijd laten varen: dit zou een survivaltocht worden die ik maar beter zo comfortabel en schadevrij mogelijk kon uitlopen.

Mijn strategie was simpel: zoveel mogelijk in het kielzog van anderen mijn kilometers maken. Dat is wel een zwaktebodje, ik weet het, maar er moet ter verdediging gezegd worden dat het effect daarvan niet zo groot is als bij bijvoorbeeld wielerwedstrijden. Daar kan je behaaglijk in de slipstream van anderen rijden, en bij hardlopen heb je van dat laatste een stuk minder profijt. Het gaat er bij onze sport meer om te focussen op de persoon voor je, je aandacht te richten op één specifiek ding: een tekst op een shirt, de flesjes op het gordeltje, de benen van de loper – of in mijn geval loopster. Want je hebt zo je voorkeuren.

Op de bagagedrager van menig dame ploegde ik mijzelf door het ellenlange stuk langs het industriegebied dat omklemd wordt door de Joan Muyskenweg en de Van der Madeweg, en vervolgens langs Duivendrecht en de Watergraafsmeer. De verversingen bij de drankposten werden elke keer grif aangepakt, waarbij het motto was: van alles twee. Net als bij Noach en de Ark. Ik moest blijven koelen en drinken anders was de motor geheid vastgelopen. Het tempo bleef onveranderd laag: ik liep redelijk comfortabel maar er (b)leek geen enkele versnelling mogelijk.

Na ruim 11 kilometer kwamen wij vlak in de buurt van de Jaap Eden IJsbaan. Die was nota bene geopend op deze nazomerdag, kunt U dat volgen? Een openluchtbaan! En er waren nog schaatsers op afgekomen ook. Die dapperen reden daar rond over een ijsbaan waar immens grote plassen water op stonden. Echt waar, ik zag het later op het journaal dus dan zal het wel kloppen. Mind you: het was 22-23 graden Celsius.

Op iets meer dan 12 kilometer, daar waar je de Watergraafsmeer verlaat en Amsterdam-Oost binnentreedt stond, geheel volgens afspraak en na minutieuze voorbereiding, loopvriend en meesterblogger Arranraja met het fototoestel in de aanslag. Hij was speciaal voor de gelegenheid naar de Molukkenstraat/hoek Carolina MacGillavrylaan getogen om daar zijn loopmakker te begroeten, aan te moedigen en te vereeuwigen. Driewerf hulde voor de moeite die hij zich getroost heeft, en op de aangehechte foto kunt U zelf zien hoe opgetogen ik was over zijn aanwezigheid.

Na dit vrolijk intermezzo was het nog een flink eind ploegen door de Molukkenstraat, die zoals bij elke editie behoorlijk is vernauwd en die buitengewoon veel gedrang oplevert. Aan het eind ervan komt dan eindelijk die langverwachte bocht naar links en betreedt het atletenvolk de Zeeburgerdijk.

Vanaf dat punt (na 13km) is het eigenlijk één lange weg richting het Vondelpark (na 17km). Maar Zeeburgerdijk gaat ondertussen wel over in Mauritskade en die weer in Stadhouderskade. Onderweg passeert de hardlooptoerist het Tropenmuseum, het Amstelhotel en het Rijksmuseum, om maar eens wat hoogtepuntjes te noemen.
Dieptepunt op dit stuk is het tunneltje onder het Rhijnspoorplein, onmiddellijk gevolgd door de klim in de felle zon naar de top van de Col du Torontobrug. Daar zit na 15 kilometer NIEMAND meer op te wachten.

Op (zoals gezegd) 17 kilometer loopt het peloton door de oostelijke ingangspoort het Vondelpark binnen. Gadegeslagen door de groene papegaaien die daar en masse rondvliegen spoedden wij ons richting westelijke ingangspoort over een afstand van 2 kilometer. Ik liep er in het kielzog van twee dames: eentje van onbekende herkomst en eentje die getuige de tekst op haar shirt uit het Engelse Shropshire afkomstig was. Zij waren, net zoals ikzelf, niet meer al te fris en fruitig, maar we onderhielden een redelijk tempo. Er waren veel supporters in het park: voor een groot deel studenten die het alcohol- en nicotinegehalte ver boven Nieuw Amsterdams Peil hadden gebracht.

Aan het eind van het Vondelpark kozen de twee dames voor een ruime bocht linksaf de Amstelveense Weg op. Ikzelf koos uit efficiency-overwegingen voor de korte bocht. Dit had ik niet moeten doen. De brandweer had daar een spuitgast geposteerd die een enorm krachtige straal water op de lopers afvuurde. Dat deed ie al een tijdje, zoals te zien was: de hele hoek stond helemaal blank, ca. 10cm water. In een klap waren mijn beide Sauconies tot over de rand gevuld met water. En nou had ik best wel behoefte aan water, maar niet daar. Toen ik van de schrik bekomen was waren beide dames reeds gevlogen en moest ik de laatste anderhalve kilometer op eigen kracht volbrengen.

Gelukkig stonden daar vlak na het waterballet twee Goudse Runners-krijgsmakkers opgesteld om mij door het laatste helse stuk te supporteren. Loopmaat Willem en trainer Ed schreeuwden zich de kelen schor, maar verzachtten dat even zo snel weer met de nodige hoeveelheden bier. Met een grote grijns besefte ik dat ik mijn eerste halve marathon sinds begin januari zonder al te veel ongemakken zou voltooien. Weliswaar in een buk-tijd, maar ja dat zat er ook wel in gezien de omstandigheden.

Een aantal andere taferelen op de Amstelveense Weg drukten lichtelijk op het gemoed. Op diverse plekken lagen uitgeputte en uitgedroogde lopers gewikkeld in goudkleurige folie en verzorgd door ijverige EHBO’ers. Ze hadden het er maar erg druk mee deze dag. En je kon erop wachten natuurlijk: veel lopers waren veel te warm gekleed, dronken te weinig, waren misschien ook niet goed getraind – en ja dan kan het soms teveel worden. Het Parool meldde vandaag dat er zo’n 50 mensen onwel waren geworden, er twee gereanimeerd moesten worden maar dat gelukkig het voor iedereen goed af was gelopen. Toch was het een beetje spooky allemaal: de ambulances reden af en aan, ook later bij het stadion.

Met een klein tevreden grimasje kwam ik, gelijk destijds Ahmed Boughéra El Ouafi, door de poort het stadion binnen en overschreed ik de finish in de al eerder gememoreerde 2:11:45. Een all-time low – niet eerder liep ik een halve marathon zo langzaam. Maar ik zie het toch als een goede prestatie: ik heb ‘m soepel en comfortabel uitgelopen en dat gevoel zal ik ook zeker vasthouden op weg naar betere hardlooptijden.

In de trein terug was het weer berengezellig met de Gebroeders Bever. Meestersupporters Ed en Willem hadden het hoogste woord, en ik was inmiddels zo ver hersteld dat ik mijn partijtje uit Vollen Borscht kon meeblazen. Een super afsluiting van een super hardloopdag. Met heel veel dank aan alle betrokkenen. Op nu naar volgende evenementen en kleurrijke belevenissen. En wat er ook gebeurt, hoe het ook loopt: er valt altijd wel een leuk, smeuïg en ellenlang verhaal van te maken!

Gezellig en Gelijkmatig van Dam tot Dam (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op donderdag 21 september 2017 00:01

Na het beun-avontuur van afgelopen week was het nu tijd voor weer een heel andere episode. Het jaarlijkse volksfestijn in Amsterdam-Noord en Zaandam zou op 19 september weer in alle hevigheid losbarsten. Het is een evenement dat zijn weerga niet kent, die Dam-tot-Damloop. Niet alleen qua deelnemersaantallen, maar ook – en vooral – door het uitbundige feestvieren van de inheemse bevolking daar benoorden het IJ. Iedereen loopt uit op deze dag; de tafeltjes en stoeltjes worden voor de huisdeuren geplaatst, kratten Brouwers Bier en balen Euroshopper Zware Shag worden ingeslagen, en overal en nergens worden de barbecues al vroeg in de ochtend ontstoken. Enorme geluidsinstallaties worden naar buiten getakeld en aldaar geïnstalleerd. Het Nederlandsche Lied zal zegevieren vandaag. En meer specifiek: Het Amsterdamsche Lied, want kom daar niet aan met b.v. Lee Towers, Harry Jekkers of Guus Meeuwis, dan word je met pek en veren overgoten in een open kar door het dorp getrokken. Vervolgens word je op ouderwetsche en ambachtelijke wijze gevierendeeld en op de eerder gememoreerde barbecues gelegd. BTW het Volendamsche Lied mag nog nèt, voor deze ene keer.

En ik kan dat alles weten, geloof me. Als je met aanzienlijke snelheid door die Anton Pieckachtige dorpse straatjes rent zie je alles, hoor je alles, ruik je alles. En je zou het allemaal nog willen proeven ook (behalve dan die gevierendeelde naïevelingen), ware het niet dat je een missie hebt te volbrengen die je straks op de Peperstraat in Zaandam over een finishlijn doet gaan. En dat bovendien in zo min mogelijk tijd. Raar eigenlijk, onze hobby: je wilt van datgene wat je zo graag doet zo snel mogelijk af zijn. Het streven naar PR’s beheerst veel, zo niet alles.

Bij mij was dit keer niet veel van dat streven aanwezig. Na het fantastische marathonjaar 2016 met talloze trainingen en wedstrijden was er in de eerste helft van 2017 behoorlijk de klad in gekomen. Over dit alles heb ik in eerdere blogposten al verhaald, dus daar zal ik U niet verder mee vervelen. U kunt ook maar zó veel hebben.

Feit is wel dat vooral het duurvermogen zwaar op zijn beloop was gelaten. Vanaf april begon ik voorzichtig de trainingsarbeid weer wat op te voeren, maar ik was mij er van bewust dat er een lange weg van opbouw was af te leggen. Pas vanaf juli kwamen de duurlopen weer boven de 10km uit, met als voorlopig hoogtepunt het tot vier keer toe afleggen van een fraaie ronde van 14 kilometer door het Reeuwijkse Plassengebied. Dit tezamen met een aantal die-hard Goudse Runners die wekelijks op de vroege zondagochtend de schoentjes onderbinden om ’s-Lands wegen te belopen. De Boerderijrunners noemen wij onszelf, dit omdat start en finish van de trainingslopen altijd bij de Goudse Kinderboerderij zijn gelegen. We betalen niet voor deze trainingen, maar wèl moesten we de uitbaters van het kinderboerderijcafé beloven om na afloop van de inspanningen daar wat te versnaperen. Dit ook als onuitsprekelijke dank voor het daar kunnen achterlaten van de sporttassen op de zolderverdieping.

Het was duidelijk: voor een 16.1km wedstrijdloop was dit wel een ietwat gemankeerde voorbereiding. Nochtans had ik er ongelooflijk veel zin in. Zo’n weergaloos volksfestijn doet wat met je, en ik verheugde mij er buitengewoon op. Ik zou mijn opwachting maken in het Businessteam 2 van de SVB – en dat óók al vervulde mij met trots en overmatige wedstrijdspanning. En de trainingsachterstand: nou ja ik vertrouwde erop dat met een verstandige raceopbouw de klus wel geklaard zou kunnen worden.

De op mijn smartphone gemonteerde wekker blies des zondags klokslag 8:00 uur het reveil. Mijn lief trakteerde mij geheel belangeloos op een groot bord havermout met allerlei smakelijke toevoegingen. Dat, tezamen met twee bakken zwarte koffie, vormde de perfecte start van deze sportdag – dat kon niet anders. De overwegingen aan het looprek leidden er dit keer toe dat ik korte kleertjes zou gaan dragen. Voor de geïnteresseerden: een wit shirt, een rood singlet, zwarte korte tights en natuurlijk de onvermijdelijke sokjes en schoentjes. Intussen braken de zonnestralen door het zwerk. Het beloofde ondanks alle barre weersvoorspellingen vandaag een heerlijke loopdag te gaan worden!

Om het feest helemaal compleet te maken begeleidde mijn wederhelft mij naar het plaatselijke station. Heerlijk relaxend en met gesloten ogen mediterend bracht ik vervolgens een klein uurtje door in de boemel naar Amsterdam Centraal. Daar aangekomen moest ik wel even een beetje gaan opschieten. Om twaalf uur moesten alle SVB’ers zich verzamelen bij de Schreijerstoren voor de groepsfoto's – en daarop wilde schrijver dezes vanzelfsprekend niet ontbreken. Maar eerst moest het logistieke proces op gang worden gebracht. Snel deed ik alle overkledij uit en stopte dat met alle niet ter loop-zake doende spulletjes in de plastic Dam-tot-Dam loperstas. Vervolgens plakte ik daar een sticker met mijn startnummer op en gaf de tas af bij één van de op het busplatform opgestelde PostNL-trucks. Deze zou mijn spulletjes – en die van vele anderen – veilig naar Zaandam gaan vervoeren.

Intussen had ik in de menigte op Centraal Station mijn SVB-hardloopcollega’s Els en Paul ontwaard en gezamenlijk hobbelden wij naar de Schreijerstoren die ooit vlakbij het startvak was gebouwd. Daar verzamelde zich een flinke groep SVB’ers die namens deze uitvoeringsorganisatie de poten onder de kont vandaan gingen lopen. De sfeer was inmiddels tot ver boven Noord-Amsterdams Peil gestegen; ik heb de foto’s nog niet gezien maar deze zullen daar vast van getuigen.

Zoals gezegd had ik gekozen voor een beheerste opbouw dit keer. Mijn Garmin zou mij daarbij helpen door na elke kilometer verslag te doen van de daarin gelopen tijd. Bovendien zou het horloge mij voortdurend een inzicht verschaffen van de snelheid waarmee ik liep. Maar het apparaat dacht daar zelf heel anders over. De satelliet werd nog wel snel gevonden, maar vervolgens deed geen van de activeer- en stopknoppen het meer. Ik heb het kreng de rest van de wedstrijd geen blik meer waardig gegund. Dat zal ‘m leren.

Iets over enen (geen idee hoe laat het precies was) werd ons businessvak dan eindelijk weggeschoten. Het bleek al snel dat wij als homogene SVB-groep niet gezamenlijk zouden gaan oplopen, daarvoor waren de onderlinge verschillen te groot. Ook Paul, Els en ik bleven niet bij elkaar. Ik koos een behoudend tempo voor de eerste kilometers, en ik zou daarna wel zien hoe het zou gaan.

Wat was het weer heerlijk om bij het betreden van de IJ-tunnel te worden getrakteerd op oorverdovend kabaal door een grote groep trommelaars, een groep waarin ik dit jaar overigens voor het eerst ook mannen ontwaarde. Het is zaak om in die tunnel zo gelijkmatig mogelijk te blijven lopen, en je niet naar beneden te storten. Het is altijd erg sneu als men dat doet en dan merkt dat men zich ook weer uit die tunnel moet hijsen. Om vervolgens nóg 14 kilometers te moeten lijden omdat het kruit al in het neerwaartse gedeelte van de tunnelbak verschoten is.

Met mij ging het in ieder geval lekker, het tempo lag niet al te hoog maar ik had wel vanaf het begin het idee dat ik deze snelheid tot het einde zou kunnen volhouden. Het zonnetje scheen, de lucht was blauw, Damlopertjes kom maar gauw. En zo trok ik langs (en door) de eerder genoemde dorpen en de eerder genoemde festijnen. Net als al die tienduizenden anderen op deze bijzondere dag. Ik moet er altijd onbedaarlijk van glimlachen. Bij de verzorgingsposten pakte ik braaf mijn bekertjes water, of een stukje banaan als dat voorradig was. De langs het parcours opgestelde kinderen mochten rekenen op mijn high or low fives. Voor de vrouwen aan de kant had ik een steelse blik in petto, voor de mannen een norse grimas. Just kidding. Maar zó goed voelde ik mij wel vandaag. De diesel was lekker op gang en er leek vandaag geen zand in de motor te kunnen komen. Wat is het dan toch heerlijk als je lekker om je heen kan kijken en kan genieten van het volksspektakel dat zich de volle 16 kilometers lang afspeelde.

Na iets meer dan anderhalf uur was er in Zaandam de finish op de dichtbevolkte Peperstraat. Vanaf de Dam, waar de mensdichtheid nog het grootst was is dat een prachtige laatste halve kilometer. Met nog een kleine versnelling in het laatste stuk overschreed ik de finishmatten in een netto tijd van 1:32:56. Geen supertijd, integendeel: het was maar liefst 7 minuten langzamer dan vorig jaar. Maar ik had er gezien de gelijkmatigheid en het relatieve gemak een heerlijk gevoel aan overgehouden. I am back, and how!

Toen ik was teruggekeerd in Gouda verklapte de Damloop-site mij dat het eerste blok van 5km in 28:58 was gegaan, het tweede blok in 28:59 en het derde in 28:54. Hoe mooi wil je het hebben? En dat allemaal puur op gevoel. Reden om nog eens extra tevreden te zijn. En ook in mijn nieuwe hoedanigheid als Beun de Haan kan deze gelijkmatigheid vast nog goed van pas komen!

Beun de Haan – voor al Uw haas(t)werk (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 19 september 2017 22:58

Sommige lezertjes zullen het zich wellicht nog herinneren. In één van mijn Looptijden-kletsverhaaltjes uit 2014 kondigde ik het al aan: ooit zou ik mij zelfstandig als haas gaan vestigen. Drie jaar lang groeide er het nodige gras over. In die tijd vervulde ik slechts tweemaal tijdens een wedstrijdloop de hazenrol met telkens mijn goede loopvriend Arranraja als slachtoffer. Begin september j.l. ging the bullet dan eindelijk through the church….

….en dan ga je natuurlijk als eerste op zoek naar een passende naam. Na lang wikken en dito wegen kwam ik uiteindelijk uit op iets wat wel een vondst kan worden genoemd, al zeg ik het zelf. ‘Beun de Haas’ zou het worden. Een geuzennaam vond ik, en buitengewoon geschikt voor mijn nieuwe professie.

De Kamer van Koophandel dacht daar heel anders over. “Die naam hebben wij reeds vergeven”, zo hoorde ik een brave employee van dit zelfstandig bestuursorgaan door de telefoon mompelen. Hmmm zó kon ik dus niet in het Handelsregister terecht. Wel een beetje een teleurstelling.

Verder nadenken dan maar weer. Twee dikke joints en een halve fles malt whisky verder kreeg ik plots de ultieme ingeving. Briljant in al zijn eenvoud. ‘Beun de Haan’, dat zal toch nog niemand hebben bedacht? Nou nee, zo vernam ik bij de KvK, zoiets hadden ze inderdaad nog nóóit gehoord. Dus hoppa, registreren, leges betalen en mijn kostje was gekocht – zo bedacht ik mij in alle staten van opwinding en euforie.

Na deze formele handelingen konden terstond de eerste schreden op het hazenpad worden gezet. Nu nog een gewillig eerste slachtoffer zien te vinden voor mijn beunhanerij. Die werd al snel gevonden in de persoon van mijn goede kennis Anja. *)

Anja had zich tijdens één van de GR-trainingen, die ik zoals bekend twee maal weeks tot mij neem, laten ontvallen dat zij bij de roemruchte Goudse Singelloop graag een tijd van 55 minuten (en liefst daaronder) wilde gaan lopen op de 10km. Voor een recent gevestigd zelfstandige was dat natuurlijk spekkie naar het bekkie. Zonder dralen bood ik haar mijn diensten aan. En omdat ik mij nog in de opstartfase van mijn zelfstandig ondernemerschap bevind, zou ik die diensten leveren tegen sterk gereduceerd tarief.

Vrijdag 8 september was de Grote Dag voor Anja. Het regende werkelijk de hele dag katten en honden, dus zag het er bepaald niet perfect uit voor mijn debuut als professionele pacer. Toch lieten zowel haas als haas-object zich niet door de grillen van Pluvius uit het veld slaan. Wat Anja zoal aan voorbereiding deed die dag weet ik niet – we zouden elkaar pas een half uur voor de start ontmoeten op het start- en finishterrein aan de pythagoreske (..) Goudse Markt en tijdens de warming-up het strijdplan verder verfijnen.

Zelf had ik des middags samen met mijn lief na het afhalen van het startnummer een tafeltje geboekt bij etablissement ‘De Pannenkoe’ – en raadt Ú nou eens waar die in gespecialiseerd zijn! Wij nuttigden de delicatesse enige uren voor de start, zodat de toch wat vullende substantie bijtijds kon zakken en het verteringsproces al enigszins gevorderd zou zijn.

Om klokslag vier voor zes in de namiddag toog ik richting Goudse Binnenstad voor de jaarlijkse beproeving door talloze straatjes en stegen, en langs een enkele singel. De naam ‘Singelloop’ is eigenlijk buitengewoon ongepast voor dit hardloopfestijn, maar enfin laat ik daar maar eens een keer over ophouden. Het was immers weer bijzonder gezellig met al die Goudse (en talloze andere) Runners die hun kunstjes gingen vertonen over – naar keuze – de 3.5, 7 of 10 kilometer.
Zoals te doen gebruikelijk had ik ook dit jaar een startnummer overgenomen/ingepikt van een ander. En zo had ik - na Paul, Sietske en Gerrit – dit keer de welluidende naam Jimi op mijn borst gespeld staan. En nee, dat was niet van Jimi Hendriks, ofschoon ik dat wel leuk gevonden had.

In de inmiddels uitzinnige menigte rondom het fraaie stadhuis op de markt ontwaarde ik Anja, die zichtbaar gespannen wat kniehefjes en hakkenbilletjes aan het doen was. Het was ook niet niks, 55 minuten. En Anja kennende besefte ik eigenlijk wel dat dat een wel héél ambitieuze tijd was. Maar ja, opdracht is opdracht, Befehl ist Befehl, afspraak is afspraak: 55 minuten zou het worden.

Het strijdplan was simpel. Er moesten drie ronden worden gelopen, en als we streefden naar een verdeling van 19, 18 en 17 minuten per ronde dan zou het toch moeten lukken, zo dachten wij in ons jeugdig optimisme. Met dat schema konden we ons zelfs nog wat verval veroorloven. Ik liet mijn Garmin een kwartier van tevoren al een mooie satelliet uitzoeken – het kreng doet er eindeloos over om zo’n kunstmaan te pakken te krijgen. Eén minuut voor aanvang was het eindelijk bingo en konden we van start gaan.

De start was zoals gebruikelijk rommelig. Het kost bij deze loop altijd wel twee kilometer vooraleer je een beetje in je ritme kan komen. Op zich lagen we op koers, maar ik kon aan Anja zien dat het niet 100% ging. Het strakke en nauwkeurige tempo in de eerste ronde kon helaas niet worden volgehouden, zo bleek eigenlijk al snel. En een pittige versnelling in de twee volgende ronden bleek al vroeg onhaalbaar. Toch kachelden we gestaag en gelijkmatig door, maar wat ik niet meer deed was de gelopen tijden per kilometer doorgeven – dat zou haar alleen maar frustreren en demotiveren. Nu liepen we een tempo dat voor haar best pittig, maar wel goed te doen was. Zo gingen we het maar tot het einde volhouden, en dan zouden we daarna wel zien wat we van het resultaat zouden vinden.

Voor mijn eigen gevoel gingen de rondjes heerlijk relaxed en gelijkmatig. Waar het tijdens eerdere edities altijd enorm douwen, rammen, stoempen en harken werd – en dat met zeer uiteenlopende resultaten – kon ik nu afgezien van mijn taken als haas ook nog lekker om me heen kijken en genieten van de aanmoedigingen van het talrijke publiek. Want tjonge, wat waren het er weer veel en hoe dapper hadden zij allemaal wind en weer getrotseerd. Ik kan uit ervaring melden dat het als hardloper een stuk comfortabeler is om door de regen te lopen dan als doorweekte toeschouwer aan de kant te staan.

Met nog een mooi sprintje stoven Anja en ik tegelijkertijd over de finishmatten in een netto tijd van 57:27. Mijn allerliefste supporter stond daar om ons beiden op te vangen. En toen kwam de hoge hoed uit de mouw: Anja was eigenlijk al héél blij met haar eindtijd! Diep in haar hart had zij opgezien tegen die 55-minutenuitdaging. Het resultaat van ietsje meer dan 2 minuten daarboven stemde haar buitengewoon tevreden, sterker nog: ze vertrouwde me zelfs toe dat zónder het haaswerk haar tijd waarschijnlijk niet onder het uur was uitgekomen. Die kon ik in mijn zak steken! En zo waren we allemaal heel blij en tevreden en zag de wereld er weer een stukje mooier uit.

  • ) Op verzoek van betrokkene is de naam Anja gefingeerd. Elke gelijkenis met mijn GR-trainster Karin berust op louter toeval.

Vechtloop traditioneel Verhapstukt (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 25 juni 2017 22:58

De door mij zeer gewaardeerde hardloop- en blogcollega Arranraja schreef onlangs voor op het Looptijdenplatform een uiterst lezenswaardig referaat over het vraagstuk “Gewoonte of traditie”. Wanneer beschouw je nu iets als een gewoonte en/of wanneer wordt het een traditie? Meestal ben ik daar vrij simpel in: na zeg maar de tweede keer kan het zowel een gewoonte als een traditie zijn geworden. Als voorbeeld: een tweede keer PA-ella op Vaderdag markeert het begin van een traditie; een tweede keer Vechtloop in Weesp doet dat al evenzeer.

Toegegeven: de vlieger gaat in mijn optiek niet altijd op. Als twee mensen een one-night stand hebben, dan is dat uiteraard geen traditie - dat zou een contradictio in terminis zijn. Maar om, mochten diezelfde twee mensen de hanky-panky voor een twééde maal beleven, dan opeens wél te spreken van een gewoonte of traditie: dat gaat mij óók iets te ver. Over het algemeen vind ik echter dat een traditie best al vroeg kan ontstaan.

Vandaag, op zondag 25 juni Anno Domini 2017, togen Arranraja en ik naar het pythagoreske (..) Weesp om derhalve volgens goede traditie de Loop langs de Meanderende Vecht gezamenlijk te verhapstukken (bron: Arranraja).

Voor mij begint deze Vechtloop-traditie pas echt: dit was voor mij de tweede keer na het sensationele debuut in 2016. Voor mijn loopmaat evenwel was het alweer het negende Weesper kunststukje als ik mij niet vergis. Maar ook als gezamenlijke Succesvolle Samenloop is de traditie nu (voor!)goed op gang gekomen.

In de dagen na mijn zinderende Woerdense Singelloop hadden zich twee significante zaken voltrokken. De dagtemperatuur was binnen een aantal dagen met maar liefst 10 graden gekelderd naar een zeer aangename 20 graden Celsius. Alles is betrekkelijk natuurlijk, U weet dat wel. Bovendien was mijn vege lijf goed hersteld van de afmattende Woerdense Warmtestuwing èn van de Haastrechtse Helletocht twee dagen daarvoor. Het enige dat mij sinds donderdag nog wat parten speelde was een onwillig bilspiertje ter linkerzijde. Gisterochtend bij de GR-training voelde ik ‘m nog lichtjes, maar toen ik vanmorgen uit mijn warme mandje sprong bleek mij niets meer van wat voor pijntje dan ook. Grrrrreat!

Na een eenvoudig doch voedzaam sportontbijt met veel vezels, vitaminen en mineralen jumpte ik om klokslag 9:42 uur in de Intercity richting Utrecht. Vandaar spoedde een Sprinter zich door Het Gooi om mij naar de plek des heils te vervoeren, het strijdtoneel van de 10km Vechtloop. Om kwart voor elf landde ik op Station Weesp Centraal, en een tiental minuten later kwam Arranraja er vanuit de richting Amsterdam zijn opwachting maken.

Het weerzien na precies een jaar was roerend en allerhartelijkst. Geanimeerd keuvelend legden wij in wandelpas de kilometer af die het station scheidde van de plaatselijke manege. Van daaruit zou het sportieve evenement zich voltrekken. Voornaam onderwerp van gesprek was de toestand van de Garmin van mijn loopmaat. Om de kwestie even kort te schetsen: het apparaat deed het niet. En dat terwijl het kleinood nog maar een half jaartje in zijn bezit was. Reden genoeg voor een lichte ontsteltenis, maar daarna herpakte Arranraja zich. Vandaag zou de Looptijden-app zijn elektronische metgezel zijn tijdens de loop, of liever gezegd: metgezellin, want een (virtuele?) dame genaamd Cindy zou ons namens de app per kilometer de verstreken tijd mededelen. En ook mijn Garmin kon natuurlijk nog een rol van betekenis spelen, maar ik respecteerde de drang naar autonomie van mijn loopkameraad volledig. Tenslotte garandeerde het gebruik van de looptijden-app hem natuurlijk de benodigde registraties voor op zijn Looptijden-profiel.

Vorig jaar verhapstukten (bron: Arranraja) wij gezamenlijk nog een afstand van 15 kilometer. Maar deze afstand was, net zoals de halve marathon, dit jaar van het programma geschrapt. Men wilde de Vechtloop wat compacter maken, zo stond er op de website te lezen, en om die reden werden de twee langste afstanden opgeofferd. Jammer, want ik wilde eigenlijk graag wel weer eens een 15km-loopje doen, net zoals overigens mijn goede loopvriend. Enfin, wij zouden er vandaag hoe dan ook een heel rustige gezamenlijke loop van maken waarbij we de ondergrens van 10km/h goed zouden bewaken. Maar veel meer ambities en pretenties dan dat hadden we niet. Wel, tot zover de goede voornemens.

Na het monteren van het startnummer, het slikken en spuiten van de doping en natuurlijk de hoogst noodzakelijke toiletbezoeken, werden wij om klokslag vier over twaalf dan eindelijk weggeschoten voor een hernieuwde gelukkige samenloop van omstandigheden. Het was heerlijk loopweer: de lekkere temperatuur, een matig briesje, de bewolking en héél af en toe een spettertje verhoogden de vreugde die in ons beider harten sowieso al huisde.

Net als vorig jaar leidden de eerste drie kilometers door het schilderachtige stadje, waar gelukkig de Albert Heijn ook weer open was. Zie mijn verslag van vorig jaar. Je weet tenslotte maar nooit: ik zou zomaar een telefoontje kunnen krijgen met de opdracht om nog wat levensmiddelen vanuit Weesp naar het Christelijke Gouda te verslepen.

Wij waren inmiddels druk in gesprek over de toestand in de wereld in het algemeen, en een aantal populaire culturele TV-programma’s in het bijzonder. Opeens schrok Arranraja wakker uit de gloedvolle conversatie. Hij merkte op dat als ‘ie niet eens wat beter zou letten op wat er om hem heen allemaal gebeurde, hij ook bitter weinig stof voor zijn epistel zou vergaren. Dit beseffende zijn wij de rest van de loop uiterst alert gebleven.

Terug uit het stadje schreden wij weer langs de manege voor (vind ik) het met recht mooiste gedeelte van de tocht: de zeven kilometer langs de fraaie meanderende Vecht. Wij hadden een groep jonge vrouwen vlak vóór ons lopen in de oranje clubkleuren van de Rabobank. Onder andere doordat wij op dat moment nog veel waarde hechtten aan ons eigen tempo verwijderden de dames zich langzaam van ons. Maar op één of andere manier wist ik dat onze tijd nog wel zou komen en dat wij deze lichtvoetige hindes te grazen zouden nemen vooraleer de finish zou zijn bereikt. In dat rotsvaste vertrouwen stiefelden wij vrolijk door.

Na de U-turn na iets meer dan 6 kilometer kwam dan inderdaad de ommekeer. Ik monsterde even mijn eigen krachten en die van mijn metgezel. Vervolgens besloot ik, zonder dit te overleggen, tot een versnelling. Tenslotte waren we weer op weg terug naar de Weesper Drafbaan en roken wij - zowat letterlijk - de stal. Zelf vind ik het erg prettig om in groepjes (ook al bestaan ze uit slechts twee personen) de kop te pakken en die niet meer af te staan. Arranraja volgde sterk en vastberaden in mijn kielzog. Eén keer nam hij het stuur over om ons links uit de flank langs een groepje van zo’n 8 breeduit lopende personen te wurmen. Hierbij ontwikkelde hij een ontzagwekkende doch zeer tijdelijke snelheid. Na het passeren van de groep nam ik als vanzelfsprekend mijn zelfverkozen rol weer over.

In kilometer 8 en 9 werd er door ons al flink opgeschakeld. Maar in kilometer 10 ging het gas er pas ècht goed op. Enerzijds konden wij veel lopertjes nog oprapen, waaronder de eerder genoemde Rabo-meisjes. En anderzijds namen wij vlak achter ons een oprukkende menigte waar die ons hetzelfde kunstje wilde flikken. En daar had ik nou even nèt geen zin in. Niet vandaag. In de laatste honderden meters was de versnelling zo enorm dat Arranraja het uiteindelijk niet meer kon volgen. In een netto tijd van 57:36 stoof ik over de vóór de manege gelegen finishmatten. Op 9 seconden werd ik gevolgd door mijn dappere metgezel die in het laatste stuk ook behoorlijk buiten zijn oevers was getreden. Zo was een aanvankelijk buitengewoon rustige loop op het eind toch nog uitgedraaid op een snelle en mooie apotheose!

De high-five die wij elkaar direct na de finish toedienden was dubbel en dwars verdiend. Mijn kompaan had – zo meen ik te hebben begrepen – een tijd gelopen die hij tevoren niet had voorzien. En ikzelf was ook zeer tevreden over een relaxte loop met een mooie set versnellingen in de laatste kilometers. En het mooiste: we hadden die Rabo-dames toch maar mooi op tijd ingehaald, en wat is er mooier dan je snode plannetje zo tot uitvoering te zien komen?

P.S. Het afscheid op station Weesp was uiteraard weer een tranentrekker eerste klas. Arranraja en ik hebben Weesp vandaag weer eens laten zien wat eendrachtige samenwerking al niet vermag. Het was vandaag een mooie Succesvolle Samenloop geweest: het begin van een traditie zoals eerder betoogd, en wat ons beiden betreft mogen er vanaf volgend jaar best meer Looptijdenvrienden de schoentjes uit het vet halen voor het gezamenlijk verhapstukken (bron: Arranraja) van deze Vechtloop!

Douchepartijen en Drinkgelagen in Woerden (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 23 juni 2017 22:56

Twee dagen maar had het vege lijf de tijd gehad om te herstellen van de monsterinspanningen daar in Haastrecht. Het was stevig warm geweest tijdens het 10km-evenement, en gedurende de rest van die zaterdag voelde ik mezelf dan ook buitengewoon loom. Op Vaderdag, waarop ik (zo langzamerhand) traditioneel een PA-ella bereid en opdien voor mijn nageslacht, begon ik me alweer wat beter te voelen. En dat laatste was hard nodig, want er diende zich een ultieme beproeving aan. Op maandagavond, in een al dagenlang voorspelde tropische hitte van om en nabij de 30 graden, zou de 40e editie van de 10km Singelloop van Woerden zijn beslag gaan krijgen.

De Haastrechtloop was natuurlijk een goede generale geweest voor deze helletocht. Zoals ik in mijn vorige blogpost aan het papier heb toevertrouwd had ik de ronde van 10km goed doorstaan met behulp van een gecontroleerde start en versnellingen op de juiste momenten. Doordat ik voortdurend geconcentreerd menig hardloper-doodloper aan het inhalen was, werd de heersende warmte netjes weggehangen aan een haakje. U herinnert zich dat vast nog wel: mijn zelfbedachte holistische kunstgreepje, die ik een ieder kan aanraden en aanleren, en waarvoor ik overigens geen kosten in rekening breng. Ik hoor het U denken: een dief van zijn eigen portemonnee, maar laat mij nou maar.

Het zou in Woerden op de gewraakte maandagavond nog véél warmer zijn dan op zaterdag. Nodeloos te zeggen dat ik mij daar afdoende tegen moest wapenen. De hele dag op werk had ik al vele bekers vol Spa-Blauw-uit-de-tap weggewerkt, en ook in het Boemeltje terug naar Gouda greep ik regelmatig naar de fles om de ingewanden te koelen en de hydratatie te bevorderen.

Na een eenvoudig doch voedzaam pastamaal in huiselijke kring toog ik om klokslag drie voor half zeven weer richting het Goudsche Station voor het Sprintertje naar Woerden. Het was werkelijk knoerteheet, dus was ik minimaal gekleed voor het hardloopfestijn. Dat wil zeggen: rood singletje, wit-grijze enkelsokjes, zwarte korte tights en uiteraard de rode hardloopschoentjes. Want het moet qua kleurstelling natuurlijk wel een beetje passen allemaal, zo vinden wij hier in Huize De Haan. Het rode zomerse hardloopjasje dat ik thuis had aangetrokken ging na 20 seconden wandelen alweer uit: ondraaglijk.

In de trein was het zo mogelijk nóg ondraaglijker. Gelukkig duurt het tochtje maar 12 minuutjes, dus kon ik de trein snel weer verlaten voordat de oververhitting daar was. Gezellig keuvelend met een mij onbekende collega-hardloper van – denk ik – Chinese origine liep ik richting het Kalsbeek College, de plaats van handeling nabij het rustieke Brediuspark. Vlak voor de school waren met grote ijver de start- en finishmatten uitgerold. Vanaf deze plek zouden de drie ronden om de Woerdense binnenstad worden gelopen.

Het pretpakket met drogerende middelen bestond voor deze gelegenheid uit water, sportdrank en nog eens water. En oh ja, onderweg naar Woerden had ik al wat Topdropjes ingebracht in een wanhopige poging het zoutgehalte op peil te houden. En met het pastamaaltje nog flink in de afrondende verteringsfase moest dit het maar zijn.

Waar je afgelopen zaterdag in Haastrecht nog kon struikelen over de Goudse Runners, was er nu behalve ondergetekende geen enkele bekende uit de kaasstad te bekennen. Waar vorig jaar mijn GR-collega Wim nog acte de présence gaf, had hij zich bij mij dit keer vroegtijdig afgemeld. En loopmaat Gerrit, namens wie ik mij vorig jaar in een ultieme inspanning tijdens de Goudse Singelloop nog keurig onder de 50 minuten had geworsteld, gaf ook al niet thuis. Tja, dan maar zonder mijn vrienden het klusje trachten te klaren.

Om klokslag zeven over acht des avonds werd door de dit jaar helaas geblesseerde burgemeester van Woerden het startschot gelost. Anders loopt ‘ie altijd braaf mee. Maar nu even niet: zijn rug scheen het niet toe te staan. Vet jammer voor de man.

Net zoals twee dagen daarvoor zette ik bescheiden in met een tempo van ongeveer 5:45 de kilometer. Het kon ook niet anders: in de eerste twee kilometers overviel mij een warmtestuwing waar de honden geen brood van lustten. Gelukkig had ik uit voorzorg een flacon gemeentepils meegenomen waarmee ik mij op gezette tijden kon laven dan wel de inhoud over mijn halsslagaderen kon uitstorten. Wat ook enorm hielp was dat vele sociale Woerdenaren langs de kant met sproeiers stonden, onder de stralen waarvan wij heerlijk konden doorlopen. Ook werden er door particulieren langs het parcours spontaan bekertjes met water uitgedeeld. Het was dat ik me kon inhouden, anders had ik ze allemaal spontaan geknuffeld. Maar goed, dat is misschien wel het laatste waar deze brave mensen op zaten te wachten. Veel te warm natuurlijk voor zulke frivoliteiten.

Ronde 1 (van 3 kilometer) was superzwaar door die ongelooflijke knal van de warmte. Maar ik had ‘m redelijk doorstaan in ongeveer 18 minuten. Nu kwamen er twee ronden van 3.5km elk: er was een klein lusje in het parcours bijgekomen om de afstand netjes op 10 kilometer te krijgen. De tweede ronde, zo wist ik, zou het zwaarst worden. Maar door in een klein groepje te lopen, steeds de kop af te wisselen, en natuurlijk onder álle provisorische douches door te schrijden, voltooiden wij uiteindelijk dat vermaledijde rondje in iets meer dan 19 minuten. De meeste atleten waren nu de uitputting eigenlijk wel nabij, maar er was nog een lange ronde van 3.5km te gaan.

En hoe het nou precies komt weet ik niet, maar in de laatste ronde kwamen de krachten stukje bij beetje terug. Ik versnelde en verliet het groepje om nog eens te zien of de ronde sneller kon worden afgelegd dan de vorige. En dat lukte wonderwel. Vooral in de laatste kilometer konden nog heel wat uitgewoonde mensjes worden opgeraapt, en met iets wat nog een beetje op een eindsprint leek stampte ik in een netto tijd van 54:48 over de eindstreep. En dat was alweer meer dan een minuutje sneller dan twee dagen ervoor in Haastrecht. Ik had weer alle reden om tevreden te zijn over mijn progressie!

Vlak over de finish kreeg ik een flacon met Aquarius aangereikt. Dat had wat mij betreft op dat moment ook gewoon water mogen zijn. Maar goed, een gegeven paard kijk je niet in de bek, en klagerig ben ik van nature ook al niet. Derhalve schroefde ik het flesje fluks open en liet ik de halve liter koolhydraatrijke sportdrank in één vlotte beweging door het dorstige keelgat kolken. De Woerdense Singelloop was volbracht!

Op het moment dat ik dit kletsverhaaltje schrijf zijn Arranraja en ik nog maar twee dagen verwijderd van de Succesvolle Samenloop in Weesp, aanstaande zondag. Mijn loopmaat-for-the-occasion heeft onze startnummers hoogstpersoonlijk al bij het wedstrijdsecretariaat afgehaald. Daar kan je tenminste van op aan. Niets kan meer een grandioze zegetocht langs de meanderende Vecht in de weg staan. Wij beiden zullen er ongetwijfeld uitgebreid, enthousiast en meeslepend verslag van doen.

P.S. het recept voor de PA-ella is op verzoek te verkrijgen. Ook daaraan zijn geen kosten verbonden.

Tout Content bij de Haastrechtloop (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op woensdag 21 juni 2017 23:31

In juni 2014 bracht ik een artikel uit op dit podium, genaamd ‘Tout Chagrin bij de Beetjekromloop’. Verstokte lezertjes weten zich deze komitragedie wellicht nog te herinneren. BTW ik maak hier geen schrijffout. ‘Tragikomedie’ vind ik domweg niet het gepaste woord voor alle doorstane ellende.

In de gememoreerde vertelling beschrijf ik een aaneenschakeling van dramatische gebeurtenissen op een zomerse zaterdag, de 21e juni in het jaar des Heeren 2014. Het drama vangt aan met een plotseling leeglopende fietsband die mij noopt tot een afmattende tempowandeling van ongeveer een uur naar de Haastrechtse startlocatie. Behoorlijk aangedaan kom ik minder dan een half uur voor de start dampend en chagrijnig op het strijdtoneel aan. Alle voorbereidingen moeten nu in ijltempo worden uitgevoerd, terwijl ik er altijd aan hecht daar ruim de tijd voor te nemen.

Het is die dag niet meer goed gekomen. De zinderende hitte, de kleffe energiedrank bij de drankpost, de kramp in beide kuiten, de totale uitputting: het zorgde er allemaal voor dat ik volledig gesloopt over de finishlijn kwam stampen in een mij op dat moment onwaardige tijd. Waarna ik als klap op de vuurpijl ook nog eens kilometers terug naar huis moest sjokken. De gordijnen zijn daar ter plekke meteen dichtgegaan en twee etmalen lang ben ik niet meer uit mijn ivoren-toren-hol gekropen, zo aangedaan was ik door de gebeurtenissen. Wie er nog meer over wil lezen (maar waarom zou iemand dat willen?) verwijs ik graag naar het verslag van deze apocalyptische dag. Zelf lees ik het niet meer: teveel onverwerkt trauma.

Op zaterdag 17 juni in het jaar des Heeren 2017 zou ik het één en ander een plekje gaan geven – zo had ik mij voorgenomen. Niet meer blijven steken in het verleden, maar met onbevangen blik naar heden en nabije toekomst gaan kijken. Heel mindful en verlicht. Ik zou Haastrecht niet langer mijden. Bovendien: mensen in mijn directe omgeving moesten het woord ‘Haastrecht’ gewoon weer eens kunnen zeggen zónder een woeste blik van mij als dank te ontvangen. Zo kon het zijn dat ik mij na ampele overweging inschreef voor de Haastrechtloop editie 2017.

Om tien over elf des ochtends zou dit lokale en regionale festijn van start gaan. De bandjes op mijn fietsje hielden het dit keer voorbeeldig, zodat ik ongeveer een uur van tevoren op het Haastrechtse Sportpark arriveerde. Het was weliswaar warm maar daarnaast ook bewolkt en er stond een aangenaam briesje. Dit beloofde een mooi hardloopfestijn te worden.

Aan collega-Goudse Runners was er geen gebrek op deze wedstrijddag. Haastrecht ligt op een steenworp afstand van de stroopwafelstad, dus menigeen van ons was deze ochtend naar het sportpark afgereisd om lichaam en geest af te matten over 5 of 10 kilometer. Buitengewoon gezellig dus. Daarnaast waren er veel lokale en regionale helden en heldinnen komen opdraven voor de vijfde editie van deze populaire loop. Er schalde mooie opwekkende muziek over de sportvelden en iedereen was blij gestemd. Geen wonder dat ik er ook buitengewoon veel zin in had!

Ik had – in tegenstelling tot 3 jaar geleden – nu alle tijd om alle voorbereidende activiteiten op het gemak uit te voeren. Na het monteren van startnummer en chip op respectievelijk shirt en rechterschoen werd alle voor deze dag noodzakelijke doping ingebracht. Met dit keer uiteraard veel aandacht voor de liquide middelen en de mineralen. Maar ook de banaan ontbrak niet op het appèl.

Eerst werd er natuurlijk nog ingelopen met mijn GR-vrienden en –vriendinnen. Maar na nog even een tweetal sicherheitsplasjes te hebben gedaan gaf ik de organisatie klokslag twee over elf toestemming om de startplicht te plegen. Vlak na de 5km-start werd ik samen met mijn 10km-lotgenoten weggeschoten. De wind was inmiddels afgezwakt en de zon trachtte manmoedig zijn stralen door het bewolkte zwerk te persen. Het werd toch weer een Bloedhete Beproeving vandaag!

Zoals uit mijn vorige relaas - over de Corry Koningsloop en Goudse Houtloop - mag blijken, ben ik weer voorzichtig aan het opbouwen na een periode van loop-lethargie. Mijn momentane toestand stond dan ook niet toe dat het een Haastrechtse Heldentijd zou worden. Vandaag moest ik vooral rustig starten (ook gezien de warmte), en kijken of ik mijn tempo zou kunnen vasthouden of gaandeweg iets zou kunnen opschroeven.

Velen onder mijn medelopers verkozen een (te?) snelle start. Maar ik liet mij lekker niet van de wijs brengen. Drie kilometer lang, langs de provinciale weg richting Oudewater, bleef ik een rustig tempo lopen tegen de 10km/h. Vlak na het 3km-punt sloeg het atletenpeloton rechtsaf de polders rondom Haastrecht in voor een mooie ronde door de weidsche natuur die ons uiteindelijk weer bij de startlocatie zou brengen. Op dat moment monsterde ik mijn krachten en besloot ik tot een kleine versnelling. Het zat er gewoonweg in vandaag, er was lekker wat peut in de tank!

In het vrij rechte stuk naar het 5km-punt (en de drankpost) begon ik al de eerste kamikazestarters in te halen. Dit bleek de opmaat voor het verdere vervolg (BTW: pleonasme) van de loop. Ik zou na kilometer 3 door niemand meer worden ingehaald, en in plaats daarvan zou ik alleen nog maar hardloopmensjes oprapen! Bij de drankpost nam ik de gelegenheid (lees: twee bekertjes water) om mij goed te laven in afwachting van de zware kilometers die komen gingen. Want ik had besloten om andermaal te gaan versnellen om mijzelf eens goed te testen. Even een lekker stukje jakkeren over ’s-landsch wegen. Zo goed voelde ik mij wel vandaag!

Natuurlijk had ik wel het geluk dat er voortdurend mikpunten in de verte waren, en dat ik deze mikpunten ook telkens bijhaalde. Erop en erover. Heerlijk voor de moraal; zo werden de kilometers uiterst voorspoedig overbrugd. Na 8 kilometer waren we weer terug in Haastrecht en werden wij door een uitzinnige menigte in een gezellige woonwijk door de laatste loodjes gesupporterd. En zo zat die gevreesde 10km (U weet het: niet mijn favo afstand) er al weer op en kwam ik nog betrekkelijk fris over de finishmatten geschreden.

Natuurlijk werd het geen toptijd. Van de 50 minuten zit ik momenteel nog ver verwijderd. Maar de 55:59 die op de klokken verscheen gaven de comeback, die eind april was ingezet, weer een beetje meer cachet. Ik kon tevreden zijn over uitvoering en resultaat, en de Rans van Haastrecht 2014 werd hierdoor dan eindelijk vervangen door de Glans van Haastrecht 2017.

Op het moment dat ik dit epistel componeer heb ik ook al de 10km Singelloop van Woerden verhapstukt (bron: Arranraja), twee dagen na het Haastrechtse festijn. Maar daarover verklap ik in het volgende verslag meer. Watch this space!

Trouwens, over Arranraja gesproken: inmiddels maken hij en ik ons op voor een hernieuwde Succesvolle Samenloop in Weesp, op zondag 25 juni tijdens de Vechtloop! Ditmaal over 10 kilometer. Nodeloos te zeggen dat ik naar dit weerzien uit zie! En uiteraard zal het ons weer uitdagen tot een mooie dubbele blog. Again: Watch this space!!

Over Corry, Lornah en Corry (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 21 mei 2017 00:19

Back in the Show
Natuurlijk had ik allemaal mooie smoezen de afgelopen tijd. Knetterdrukke baan, mega-intensieve studie, astmatisch ongemak – stuk voor stuk zaken die mijn Runner’s Dip en Writer’s Block konden verklaren. Maar eigenlijk wist – en weet - ik wel beter. De motivatie was gewoon even weg na het succesjaar 2016, het jaar waarin vele grenzen werden verlegd op hardloopgebied. De boog kon blijkbaar niet langer gespannen blijven.

Als ik mijn blogjes van de tweede helft van vorig jaar teruglees (ja ook ik doe dat!), dan zie ik met terugwerkende kracht de teloorgang zich afspelen. De 15K+ wedstrijdlopen gingen steeds moeizamer met als ‘dieptepunt’ de Halve van Egmond waarin voor het eerst na geruime tijd de 2-uur-barrière niet meer kon worden geslecht. Een teken aan de wand. Wat ik óók teruglas: te warm in Amsterdam, te vadsig in Nijmegen, te misselijk in Rotterdam, te krachteloos in Egmond. Allemaal tekenen aan de wand.

Ik moet het toegeven: ik gebruikte de werk- en studiedruk als argumenten om mijn hardlooplethargie te verklaren. Uiteraard was het astma-verhaal een heel ander verhaal. Maar eigenlijk had ik er gewoon even geen zin meer in. Het hardlopen begon als een last te voelen, naast het al drukke bestaan. Geplande lopen zoals de 30 van Schoorl en de CPC werden maar al te gemakkelijk van de kalender gehaald. Ik voelde mij een tijdlang ver verwijderd van mijn gebruikelijke enthousiasme voor het hardlopen en, in het kielzog daarvan, het schrijven erover. Het was gewoonweg niet anders. Op een gegeven moment trainde ik nog maar één keer per week: de zaterdagtraining van de Goudse Runners bleef ik al die tijd gelukkig hondstrouw.

Eén van de effecten van de verminderde trainingsintensiteit werd op een gegeven moment duidelijk waarneembaar. De pondjes – zeg maar gerust kilootjes - vlogen er aan, overigens net zo snel als dat ze er afvliegen zodra ik de intensiteit weer opvoer. Minder sporten gaat altijd gepaard met minder verantwoord eten. Dat laatste weet ik – als geen ander - van mezelf.

Half april, vijf zware Business Analyse-certificeringen rijker en gezegend met weer gezonde en vrije luchtwegen, besloot ik dat het maar eens afgelopen moest zijn met de lamlendigheid. De trainingsfrequentie werd opgeschroefd naar tweemaal per week. Bovendien schreef ik mij in voor de Koningsloop op 27 april, voor een loopclinic nota bene op diezelfde dag, en voor de Goudse Houtloop op 13 mei. Back in the Show, Back into Business! De Haan ging er weer Tegenaan!

Episode 1: Hazen bij de Koningsloop
Landelijk is er op deze dag het overbekende koekhappen en toiletpotwerpen, in Gouda is er de Koningsloop in het Groenhoven Sportpark. Een door het opperhoofd van de Goudse Runners georganiseerd niemendalletje om 8:30 des morgens, waarbij naar keuze 3, 6 of 9 rondjes van 1.1-en-een-beetje kilometer kunnen worden gedraafd. Kneuteriger kan het niet, echt niet. Met stoepkrijt wordt een startlijn gekalkt die tegelijkertijd als finishlijn dienst doet. Bij deze streep staat een campingtafeltje met daarop een grote pan gevuld met water. Met een plastic maatbeker kan de atleet water uit die pan scheppen, het vocht in een plastic bekertje gieten om zich vervolgens te laven. Op strategische plekken op het parcours staan de GR-trainers opgesteld die ervoor zorgen dat je niet een afslag mist en hopeloos verdwaalt. Overigens: ik kan dit tracé zelfs geblinddoekt lopen, zo goed ken ik het. Het parcours is met rood-witte linten afgezet om de hondenwandelaars en overige passanten te ontmoedigen. Maar uiteraard kunnen zij er gewoon onderdoor kruipen zonder de kans te lopen in de boeien te worden geslagen. Ziehier de buitengewoon professionele ambiance van de Goudsche Koningsloop.

Uiteraard was mijn conditie in de voorafgaande maanden tot ver beneden NAP gezakt. Veel viel er dan qua prestatie ook niet te verwachten tijdens deze loop. Dit communiceerde ik dan ook luidkeels aan een ieder die het (al dan niet) horen wilde. Bovendien was er die avond voor mij ook nog een loopclinic, waarvoor de krachten enigszins moesten worden gespaard. Maar daarover later meer.

Om het gebrek aan conditie te maskeren had ik mij als haas aangeboden aan hardloopcollega Corry. Ondanks haar pensioengerechtigde leeftijd staat zij te boek als één van de meest bloedfanatieke lopers uit het Goudse Runnerspeloton. Door allerlei eerdere fysieke ongemakken had zij aan basissnelheid flink ingeboet – maar dat kon je niet zeggen van haar gedrevenheid. Haar ging ik vandaag door de volle negen ronden heenslepen – zo had ik mij voorgenomen.

Eén ronde om de verlaten sportvelden was al behoorlijk saai – kun je nagaan hoe dat negen ronden achtereen was. Corry nestelde zich in mijn kielzog, en ik koos een constant tempo dat ons allebei niet over de kop zou laten lopen. Elke keer dat wij langs de zorgvuldig gekalkte finishlijn kwamen telden wij het aantal nog te verhapstukken (bron: Arranraja) ronden af.

Na ongeveer 55 minuten zwoegen versnelden wij halverwege de laatste ronde en kwamen wij met een bescheiden eindsprintje richting finish. Mijn lief was inmiddels ook gearriveerd en zij supporterde ons beiden hartstochtelijk over de verlossende eindstreep. Mijn eerste duurloop sinds tijden zat er op, en ondanks de voor mij zeer matige tijd was het uiterst succesvol geweest. Ik had het gevoel weer lekker back on track te zijn!

Episode 2: Luipaarden bij de Keniaanse Clinic
Diezelfde avond moest er nóg iets worden verhapstukt. De van origine Keniaanse atlete Lornah Kiplagat kwam op de atletiekbaan van Antilopen Vereniging Gouda een heuse loopclinic geven. Een buitenkansje natuurlijk voor deze hardloopploeteraar. Zou ik het op mijn oude dag dan tóch gaan leren? Ook Corry zou weer van de partij zijn, onvoorstelbaar wat een bikkel.

Lornah heeft vele successen op haar naam staan. Zo won zij in haar actieve carrière vele marathons waaronder die van Amsterdam en Rotterdam. Nog steeds is zij wereldrecordhoudster op de halve marathon in de categorie wedstrijden die door louter vrouwen gelopen zijn. Een parel in de Keniaanse èn Nederlandse atletiekscene kortom, en wat een eer om van haar les te krijgen!
Bovendien kwam Lornah vandaag haar (fraaie!) hardloopkledinglijn showen in de hoop dat de portemonneetjes in groten getale zouden worden getrokken. Het betrof alleen vrouwenkleding, dus voor mij persoonlijk zat er weinig bruikbaars bij. Maar ik had mijn lief natuurlijk wèl beloofd dat àls er een mooi shirtje en/of broekje zou zijn in een prikkelend luipaardmotiefje, ik onmiddellijk zou toeslaan ter meerdere eer en glorie van onze relatie.

De training begon met drie inloopronden op de drafbaan, gevolgd door een warming-up die zijn weerga niet kende. Ik heb daar - onder leiding van Lornah - dynamische rek- en strekoefeningen moeten staan doen waarvan mijn ietwat houterige lijf bijna een maand verder nog steeds aan het herstellen is.

Na deze foltering werden wij door Lornah de geluidswal naast de snelweg opgejaagd voor een temporonde van ongeveer twee kilometer. Iedereen wilde zich van zijn/haar beste kant laten zien, zodat het een vlotte ronde werd, waarvan iedereen flink uitgewoond weer bij de atletiekbaan terugkeerde.

Maar alsof dat allemaal nog niet genoeg was had onze Nederlands/Keniaanse hinde nog een verrassing voor ons in petto. Op de 400meterbaan moesten wij 5 volle ronden afleggen waarvan steeds de eerste helft van een ronde in volle sprint en de tweede helft in rustige looppas. Ook hier spaarde uiteraard niemand zich (ook Corry niet!), zodat de afsluitende cooling down héél stilletjes en gedwee werd ondergaan. Na het actieve gedeelte konden we allemaal nog met Lornah in gesprek voor waardevolle tips en adviezen. Het was een mooie maar loodzware training geweest, en dát na de 10 kilometer eerder op de dag!

Er waren geen luipaardmotiefjes. Tja dan moet het toch maar op eigen kracht (en verbeelding).

Episode 3: Hazen door de Goudse Hout
Na een jaar absentie ging ik mij op zaterdag 13 mei weer wagen aan de Goudse Houtloop. Deze loop is nèt iets minder kneuterig dan de Koningsloop, maar het lijkt er wel een beetje op. Corry (ja alweer!) en ik zouden vandaag 10 kilometer lopen, in twee identieke ronden van 5km. Het was een bewolkte, benauwde ochtend waardoor de ambities wederom niet al te hoog lagen. Net als op Koningsdag zou ik samen met Corry zien hoever we kwamen. Ze klaagde wel over wat pijn in haar rug, dus had ik mij andermaal voorgenomen om zeker het grootste gedeelte van de race bij haar te blijven.

Aldus geschiedde. Het was warm dus het ging allemaal wat moeizaam en vooral Corry had het de eerste kilometers bepaald niet naar haar zin. Ze overwoog zelfs om na één ronde uit te stappen, zo deelde zij mij puffend en steunend mee. Ik wist wel beter. Corry geeft nóóit op – dus nu ook niet. Maar het ging wel steeds langzamer.

Na 7.5 kilometer had ik Corry afgeleverd in een groepje en besloot ik om nog even flink gas te geven. De snelheid vloog omhoog van 6min/km naar 5min/km – en dat ging eigenlijk heel relaxed en haast moeiteloos. In die laatste 2,5km haalde ik nog een drietal mensen in waarna ik met een tevreden grijns over de finish kwam in 57:40 – uiteraard niet een tijd om over naar huis te schrijven maar ach ik was tevreden. Het lijf had het goed gehouden en de versnelling was eenvoudig en krachtig geweest. Al met al reden om positief te zijn over de ontwikkeling!

En nu?
Op maandag 19 juni ga ik mezelf weer testen in Woerden tijdens de inmiddels legendarische Singelloop over 10 kilometer. Met of zonder Corry. Eens kijken of ik weer een beetje dichter in de richting van de 50 minuten kan geraken! Hoe het ook afloopt daar: er valt altijd wel weer een mooi verhaal over te vertellen. Watch this space!

Massaal over een Massagraf (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 10 januari 2017 00:26

Beating the Bridges Together, medio december in Rotterdam, vormde voor ondergetekende de misselijke afsluiting van een bewogen en buitengewoon bevredigend hardloopjaar. 2016 was immers het Jaar van de Eerste Marathon, en in het kielzog daarvan vijf Halve Marathons, vier 15km-lopen, één 16.1km-loop en twee 10km-lopen. In totaal 13 stuks hardloopfestijn dus die mij alle bijzonder veel plezier en sportief succes hebben verschaft – zo valt ook in mijn kletsverhaaltjes erover te lezen. Maar datzelfde geldt voor de 1000+ trainingskilometers die in het afgelopen jaar zijn afgelegd.
Van mij krijgt U geen uitgebreid jaaroverzicht, maar meer een subtiele verwijzing naar wat in het afgelopen jaar daarover in mijn blog is opgetekend. Voor wie het nog niet allemaal gelezen heeft (jaja zij bestaan echt): er staan 14 min of meer smakelijke verhaaltjes over 2016 opgetekend waarin – variërend van een beetje bombastisch tot overdreven bombastisch - de hardloopavontuurtjes onder woorden zijn gebracht.

Voor 2017 was (en is) er eigenlijk geen nog specifiek doel, geen stip aan de horizon. Weliswaar had ik mij reeds vroegtijdig ingeschreven voor de Halve van Egmond, de 30km Groet uit Schoorl Run (februari) en de 21.1km City-Pieâh-Cityloop (maart), maar eigenlijk zijn dat allemaal losse flodders zonder enige strategie en opbouw. Domweg aangemeld zonder beleid.

Het heeft denk ik te maken met de vorig jaar door mij doorgemaakte evolutie richting de hele marathon. Zoals ik in mei in mijn relaas over het taperen al schreef: vroeger was de halve marathon iets waar ik nauwkeurig en zorgvuldig naar toe trainde. Maar in de opbouw naar de hele marathon werd de halve marathonafstand een soort commodity: een afstand die ik wekelijks liep, of dat nou een training of een wedstrijdloop was. Iets daarvan is in het post-marathontijdperk, dat inmiddels alweer 8 maanden bestrijkt, blijven hangen. Een halve marathon was niets bijzonders meer, iets waar je je zomaar voor kon inschrijven en waarvoor je nauwelijks nog extra hoefde te trainen. Klinkt behoorlijk blasé van mijn kant, ik hoor het U denken – en U heeft natuurlijk groot gelijk.

Tijdens de Halve van Amsterdam in oktober kwam ik er nog mee weg. Maar uiteraard zou zich toch vroeg of laat een moment gaan aandienen dat Hoogmoed voor de Val zou komen. Dit, beste lezer, is gisteren gebeurd. Gelukkig niet op een al te heftige manier, maar wel één die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.

Voor dag en dauw was ik gisteren al vanuit Gouda richting mijn geboorteprovincie vertrokken. De reis zou mij helemaal via Utrecht en Heiloo tot in Egmond brengen – en ik vond derhalve dat er de nodige slack (Russisch voor tijdbuffer) ingebouwd moest worden. Op de fatale combinatie NS/ProRail kun je immers nooit voor de volle 100% vertrouwen, om maar te zwijgen over de pendelbussen die tot taak hadden ons vanuit Heiloo naar Egmond te vervoeren. Dat laatste werd overigens op de terugweg na de loop pijnlijk duidelijk: de volgepropte bus waarin ik stond/hing ging halverwege kapot en iedereen moest er uiteindelijk uit en nog 1.5 kilometer richting station strompelen.

De virtuele evenknie van Peter Kuipers Munneke, ook wel weeronline.nl genaamd, had het de afgelopen dagen al aangekondigd: het zou in Egmond met 7 graden niet al te koud zijn, het zou hoogstwaarschijnlijk droog doch bewolkt blijven en er zou een zwak windje staan die gedurende de dag van Noordwest naar Zuidwest zou krimpen. Ideale omstandigheden voor een halve marathon over strand en door duin; en wat een enorm verschil met vorig jaar waarbij de omstandigheden guur en stormachtig waren.

Na een voorspoedige reis was ik vrij vroeg bij de plaatselijke sporthal (De Watertoren) beland waar het atletenvolk zich op deze grauwe januaridag verzamelde. De tijd doodde ik mediterend op een uiterst comfortabel stoeltje dat ik na een korte doch felle strijd had bemachtigd. Af en toe was er een keuvelpraatje met deze of gene over onze zo geliefde hardloopsport in het algemeen, en de op handen zijnde Beproeving van Egmond in het bijzonder. De doping werd – na zorgvuldig versneden te zijn – vergezeld van een paar ferme slokken water ingebracht. Het trainingskostuum werd in de sporttas gefrommeld, het Komojasje werd om het ranke adonissenlijf getrokken, en snel werden nog twee zoute dropjes in het achterzakje van de lange tights gestopt. Onze Goudse Tobatleet was er weer he-le-maal klaar voor.

Het vervelende van Sporthal De Watertoren is dat men het op anderhalve kilometer van mijn startvak heeft gebouwd. Die afstand moest door ondergetekende dus nog wel even worden afgelegd vooraleer het festijn kon beginnen. Het was inmiddels zo achterlijk druk geworden dat zelfs indribbelen/warming-uppen over de Doctor Wiardi Beckmanlaan een welhaast onmogelijk uit te voeren activiteit bleek. Jammer maar helaas. Overigens: Doctor Wiardi Beckman was een geleerde die vernoemd is naar een stichting die een brug tracht te slaan tussen wetenschap en sociaaldemocratie. Maar dat terzijde.

Om klokslag twee voor half één op deze Middag des Heeren wandelde ik op de Boulevard Noord het mij toegewezen Bruine Startvak in. Hier deed ik wat dynamische warming-up oefeningetjes om de hardloopspiertjes wedstrijdgereed te maken, en keek ik eens goed om mij heen naar al die prachtige atleten en atletes met wie ik de aankomende twee uren zou vertoeven en met wie ik de degens zou gaan kruisen. Tijdens een kort maar hevig opluchtend bezoek aan één van de kruiskopdixies overzag ik de Noordzee en ontwaarde ik een immens windmolenpark zo’n 10 tot 20 kilometer buitengaats. Die had ik daar niet eerder gezien. Het is vast een kwestie van wennen natuurlijk – zo was het met de electriciteitsmasten in het landschap destijds ongetwijfeld ook – maar de aanblik van zoveel lelijks trof mij op deze grijze middag best wel onaangenaam. Maar enfin, altijd nog beter dan een kerncentralepark zullen we maar zeggen.

Om klokslag zes voor één klonk voor de dappere lopers het startschot en begon de voor mij tweede uitgave van de Halve van Egmond. Na een zevenhonderdtal meters over de boulevard – en om de vuurtoren heen – werd het peloton het strand op gestuurd, aangemoedigd door een massaal toegestroomd en hartstochtelijk juichend publiek. Buitengewoon prettig en goed voor de moraal natuurlijk, maar ik wist dat het mij vandaag niet veel zou gaan helpen. Soms weet je al aan het begin dat het niet jouw loop gaat worden. Dat voel je aan – en zo was dat nu ook. Enfin, even slikken en dan maar het beste ervan maken.

Na bijna een kilometer ploegen op het behoorlijk mulle zand ontrolde zich voor mijn ogen – en vast ook die van ruim 17.000 anderen – een indrukwekkend en bizar schouwspel. Een werkelijk ongekende hoeveelheid zeesterren lag daar vreselijk dood te wezen op het strand waarover de hardlopers zich een weg moesten banen. Het lag er werkelijk bezaaid mee, soms zelfs hele bergen opgestapelde kadavers. Somtijds blokkeerden ze de hele doorgang voor de lopers – er was immers een niet al te breed spoor van minder mul zand vlak bij de waterlijn, en daar lagen nou juist wijlen al die zeesterren. Het moeten er enige tienduizenden zijn geweest, en dat alleen al op het stuk tussen Egmond en Castricum.

Soms voelde het zacht en glad aan als je er door- en overheen liep – en op andere momenten weer hard en haast krokant. Deze enorme variatie in vertrap-belevingen was natuurlijk niet bevorderlijk voor de toch al zo barre tocht over het mulle zand tussen Egmond en Castricum. Bovendien was na 5 kilometer een drankpost geplaatst zowat tegen het duin op, waardoor je een behoorlijk eind door het nóg mullere zand moest stampen om er alleen al te geraken. Ik had echter op dat moment al zoveel extra doping nodig dat ik dit afgiftepunt niet links kon laten liggen.

Behoorlijk aangedaan door de ontberingen ploegde ik na 7.5 kilometer het duin op bij Castricum. Wijlen Michael Jackson – naar verluidt bij leven ook een zeester - denderde ons oorverdovend tegemoet. Zijn ‘Beat It’ was qua Beats-per-Minute tot een astronomische hoogte opgeschroefd, waardoor lopersvolk èn publiek zowat in staande trilling geraakten.

Bovenaan deze strandopgang maakt het pad een bocht naar links en dan moet je een tweetal kilometers voortdurend stijgen en dalen over een smal pad van (alweer) mul zand. Een halve Blade Runner die ik daar passeerde had er de grootste moeite mee zo te zien. Bij kilometer 10 kom je door de roemruchte Camping Bakkum, waar ik een volkstoneel á la Dam-tot-Dam had verwacht, maar waar het echter rustig was. Op zich wel een beetje teleurstellend, want ik was behoorlijk aan het afzien en kon wat vocale support best wel gebruiken. Wel was er weer die overheerlijke warme Isostar bij de drankpost, een ware traktatie voor de vermoeide loophelden en –heldinnen.

Tot en met kilometer 19 nestelde ik mij voortdurend op de bagagedragers van andere lopers en loopsters – ik kon het dit keer domweg niet op eigen kracht, zoals ik dat vorig jaar wèl kon. Als ik me niet fixeerde op een loper voor mij kon ik zo nu en dan wel genieten van de mooie natuur in dit bos- en duingebied. Hier en daar waren zelfs Schotse Hooglandrunderen te ontwaren, die daar vrijelijk rondliepen en waarvan het leek alsof ze elk moment ons parcours op konden wandelen.

Net na het 19-kilometerpunt wordt de toch al zo beproefde atleet vergast op een venijnige klim over de beruchte Bloedweg. Daar waar ik vorig jaar zowat omhoog sprintte, was het nu een ellendige maar gelukkig niet al te lange lijdensweg. Gesloopt kwam ik boven, en daar maakte ik mij op voor de laatste anderhalve kilometer in Egmond aan Zee. Alhoewel ik de hele barre tocht met een gezicht gelijk de Dood van Pierlala moet hebben gelopen, zorgde ik er bij de van organisatiewege geplaatste camera’s natuurlijk wel voor dat ik breeduit grijnzend en zwaaiend werd vastgelegd. Ofschoon wel met een duidelijk zichtbare zwarte muil van de na 19km ingebrachte zoute dropjes natuurlijk.

De laatste honderden meters werden andermaal in het kielzog van anderen afgelegd – ditmaal van een jeugdig stelletje dat een voor mij nog net te volgen tempo aangaf. Zo schreed ik uiteindelijk op de boulevard over de finishmat in een netto-tijd van 2:02:52. Voor het eerst sinds oktober 2015 niet meer onder de twee uur.

Uitgeput liet ik mij een prachtige medaille, een fles sportdrank en een poncho – tegen de kou - overhandigen. Het was een uitermate zware tocht geweest ditmaal, waarbij ik al heel snel na de start in de gaten kreeg dat “het ‘m niet zou gaan worden”. Er was ook niet goed voor getraind: na de Bruggenloop had ik mij onthouden van duurlopen en pas vijf dagen voor Egmond perste ik er een heel moeizame 20km uit. Met zelfs de nodige spierpijn tot gevolg – dat heb ik anders nóóit bij deze afstanden. Niet bepaald een trainingsopbouw volgens het boekje, toch?

Over vijf weken staat de 30km Groet-uit-Schoorl op het programma. En om eerlijk te zijn: ik weet nog niet wat ik daar mee aan moet. De halve marathon gaat al niet eens fatsoenlijk, en hoe moet ik dan in twee á drie weken nog gaan uitbouwen tot 26-28km? Een mission impossible, zo lijkt het. Maar misschien rol ik morgen alweer veel optimistischer uit mijn warme nestje. Wie zal het zeggen?

Maagbezwaar op de Maasboulevard (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 12 december 2016 22:49

Voor deze gloednieuwe episode uit de onvolprezen Bob Evers-reeks reisde Uw dienstwillige dienaar gisteren af naar Rotterdam. Deze voorstad van Gouda staat er om bekend dat er tamelijk veel water rondwaart en dat voor diegenen die dat water willen oversteken er zoiets is bedacht (en gebouwd) als bruggen. Veel later kwam men op het briljante idee om zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk over die bruggen te laten lopen. Aldus ontstond de roemruchte Bruggenloop die gisteren alweer aan zijn 29e editie toe was.

Ditmaal waren de weersvoorspellingen voor het 15K hardloopfestijn in Rotjeknor bepááld niet slecht. Het zou maar liefst 10 graden worden – voor halverwege december helemaal niet onverdienstelijk - en er zou geen neerslag van betekenis vallen. Wèl moest het atletenvolk rekening houden met een straffe wind – zo hadden Marco Verhoef en diens weerkundige NOS-trawanten besloten.

Voor mij was deze Bruggenloop de laatste van een serie najaarsklassiekers. Over onder andere de illustere Erasmusbrug en de beruchte Van Brienenoordbrug zou deze wedstrijdloop gaan leiden - en ik had er veel zin in. Plaats van handeling, start en finish was het roemruchte Stadion Feyenoord, in de Volksmond ook wel De Kuip genaamd. De vaste bespelers van deze uit de kluiten gewassen tobbe was verzocht om zondag maar naar Alkmaar uit te wijken voor een wedstrijdje tegen een ander provinciaal clubje. Zo kon de Rotterdamse ArenA gebruikt worden waarvoor het ooit in 1937 was bedoeld, ontworpen en gebouwd: Het Hardloopen. Slechts zoo wordt men immersch Recht van Lijf en Leeden.

Als U mijn verhaaltjes wel eens vaker leest, dan kent U vast mijn rituelen ’s-ochtends vroeg op de Wedstrijddag des Heeren. Na het kruipen (dan wel jumpen) uit het warme mandje volgt een licht sportontbijt onder toevoeging van twee hard noodzakelijke koppen sterke koffie. Om dat laatste toe te lichten: er moet natuurlijk geen grammetje teveel worden meegezeuld tijdens een immers buitengewoon zware wedstrijdloop. Daar wou ik het verder bij laten.

Na dit alles storm ik naar boven richting looprek om de kleertjes voor die dag te selecteren en deze voor het overgrote deel ook maar meteen aan te doen. Dat overigens na een ferme plens water over het lijf en het schrobben van het kakement. Vervolgens het jasje recht, het dasje recht - en vader gaat op stap!

Halverwege mijn mars richting het Goudsche Station (nee geen kerkgangers met zwarte pakken en kerkgangsters met stemmige hoofdtooien dit keer) werd het mij gewaar dat ik mijn hardloophandschoentjes had vergeten. Mijn lief, die met mij mee marcheerde, bedacht zich geen moment, holde zo snel als zij kon richting huis, en kwam even later te fiets én gewapend met de running gloves zich melden op het station waar ik inmiddels was aanbeland. De lieverd!

De organisatie van de Bruggenloop en de NS waren na ampel overleg overeengekomen dat er vandaag geen (en ik herhaal: géén) treinen zouden stoppen op Station Rotterdam Stadion, en ook al niet op Station Rotterdam-Zuid. Dit vanwege werkzaamheden aan het spoor. Briljante planning! In plaats daarvan moesten dus vele duizenden lopers en fans in de reguliere RET-trams worden gepropt die vanaf Rotterdam Centraal (of vanaf Rotterdam Lombardijen) tot aan De Kuip zouden geraken. Zo ook schrijver dezes, die deze ellende wel had voorzien en dus bijtijds richting Rotterdam was vertrokken. Zo’n anderhalf uur voor het startschot arriveerde ik bij – en in - het stadion van 010.

Met zoveel tijd nog voor de boeg haalde ik eerst op het gemak het Bruggenloop-hardloopshirt op. Daarna in één beweging door naar het afgiftepunt voor de Led-lampjes. Omdat deze loop deels in de schemer en het duister wordt afgelegd krijgt elke deelnemer een van sponsorwege verstrekt groen led-lampje voor om de arm. Dit alles ter verhoging van de toch al zo immense feestvreugde die op deze blije dag in mijn hartje juichte.

Bij de startvakken voor de voetbaltempel was het één en al feestgedruis. Het gehele repertoire aan poppy kerstliederen schalde door immense luidsprekers, en in veel gevallen was het aantal beats-per-minute aanzienlijk opgehoogd om ons lopers vol adrenaline te stampen. In deze feeërieke atmosfeer bereidde ik mij voor op wat komen ging. In de catacomben van het stadion kleedde ik mij om en nam ik mijn gebruikelijke doses synthetische en organische doping in. Je moet tenslotte wát doen om een beetje fatsoenlijk vooruit te komen, nietwaar? Vervolgens waagde ik mij zoals zovelen aan wat inlooprituelen die tot doel hadden de hardloopspiertjes wat op te warmen.

Het werd mij wel steeds meer gewaar dat mijn maag niet prettig aanvoelde. Het was alsof er een blok op lag. Behoorlijk onprettig, en het maakte me ook wat onrustig. Ik had zoiets al eens eerder meegemaakt bij de Halve van Amsterdam in 2013, en dat was toen behoorlijk fout gelopen. En ook de misselijke (misselijkmakende?) episode van Woerden, waarover ik U een half jaar geleden berichtte, stond mij nog vers in het geheugen.

Tja, wat kon ik doen? Als ik een pijntje heb tijdens het lopen, dan beeld ik mij altijd in dat ik dat pijntje weghang aan een haakje. Een door mij zelf bedachte holistische therapie, die zijn oorsprong vindt in geen enkele leer of stroming of wat dan ook. Heel vaak heeft mij dat trucje al geholpen, en met dit maagprobleempje zou ik dat dan ook maar gaan doen.

Om klokslag twee over half vier werd de eerste – rode – startgolf weggeschoten. Hierin bevond zich ook ondergetekende die er gelijk maar flink de sokken inzette. Ik had mij bedacht dat ik vandaag iets leuks wilde neerzetten als afsluiter van het jaar, maar in ieder geval wilde ik onder de 1 uur 20 minuten eindigen.

Na 3.5 kilometer tempo maken door de Kop van Zuid/Feijenoord doemde dan de eerste echte puist op: de Erasmusbrug, ook wel De Zwaan genoemd. Die klim is – vond ik - zo vroeg in het parcours best te doen, alhoewel ik het door het aanvangstempo behoorlijk warm had en ik mijn maag steeds prominenter voelde protesteren. Dit laatste ondanks het reeds gememoreerde weghanghaakje.

In het stuk over de Maasboulevard - tot zeg maar 8 kilometer – bleef het hoge tempo gehandhaafd. Met deze snelheid was ik flink op weg naar een tijd rond de 1 uur 16 minuten, en dit zou een verbetering betekenen van het New-Era PR gelopen in Reeuwijk in maart. Maar die maag…….

Na 8 kilometer werd ik ook echt misselijk en moest de snelheid fors worden getemperd. Mijn hoop op een PR zag ik op dat moment in rook opgaan. En dat terwijl er nog een enorme kuitenbijter zat aan te komen.

Na twee kilometer zwalken begon op kilometer 10 het peloton aan de beklimming van de gevreesde Van Brienenoordbrug. Van vorig jaar wist ik nog dat die klim lang was. Een heel lange stijgende aanloop voordat je uiteindelijk op het brugdeel met zijn zo karakteristieke overkapping komt. Toen vond ik het heerlijk om te doen. Maar nu? Hoe zou ik met vijftien kilo beton in mijn maag in vredesnaam die berg moeten beklimmen?

Hoe het mogelijk is weet ik niet, maar tijdens de beklimming verminderde de maagpijn. En er kwam weer wat leven in mijn brouwerij. Ik zal niet beweren dat ik daar fluitend naar boven liep, maar het ging een stuk gemakkelijker dan gevreesd! Op de foto’s die door de organisatie op de brug werden gemaakt ben ik zelfs grijnzend waar te nemen. Who’d have thought!

Na de schitterende klaverbladdraai beneden aan de brug was het nog een viertal kilometers stampen richting die vermaledijde eindstreep bij dat vermaledijde stadion. Maar de door de afdaling gegenereerde snelheid kon heel aardig worden volgehouden in het laatste gedeelte. En zo kon het zijn dat ik met een grote grijns over de finishmat schreed in een netto tijd van 1:20:31. Gezien de maagperikelen was dat een tijd waar ik onmogelijk ontevreden over kon zijn!

Ik zal U verder maar de verhalen over propvolle kleedruimtes, propvolle trams en dito treinen besparen. Dat hoort nou eenmaal bij het barre bestaan van een hardloper. Ik heb alweer een prachtige dag beleefd te midden van al mijn collega-atleten en -atletes. We hebben Rotterdam én De Kuip laten zien dat ook daar één keer per jaar topsport mogelijk is.

Dit alles indachtig de legendarische Oud-Hollandsche strijdkreet:

"Toegezzer Wie Biet ze Bridsjes”

Daar trekt over de Heuvels en door het Grote Bos (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 21 november 2016 22:13

Willemijn en haar trawanten hadden ons er de hele week al mee gedreigd. En ook Weeronline.nl, onze digitale weerman (oeps weerpersoon), had er weinig fiducie in. Sterker nog: het door deze digitale autoriteit afgegeven weercijfer voor zondag 20 november was een armzalige twee (zegge: 2). Hondenweer dus. Pluvius zou de sluizen gedurende de hele dag openzetten, en ook Aeolus zou op deze Zevenheuvelendag onbehoorlijk in de bus gaan blazen.

Nog maar een week geleden trainde schrijver dezes zich het apenlazarus op het verre Malta, de bestemming voor een korte najaarsvakantie. Niet dat ik een grote afstand liep daar (8km), maar het terrein was op zijn zachtst gezegd geaccidenteerd. De kustweg van St. Julians (San Giljan) naar Sliema zat al vol met verraderlijk valse platjes, maar vooral de laatste honderden meters in het dorp waren van een monsterachtige steilheid. Een serieuze training dus voor het Zevenheuvelenspektakel dat door mij voor de derde keer bezocht zou gaan worden!

Afgezien van deze training was mijn verblijf op Malta bepaald geen toonbeeld geweest van gezond en verantwoord leven. Tja, de boog kan immers niet altijd gespannen zijn. Vele locale spijzen en minder locale wijnen werden gedurende deze week ingebracht. Onder deze omstandigheden kon het dan ook niet anders zijn dan dat mijn gewicht lichtelijk toenam, to put it mildly. Bovendien voelde ik mij met het klimmen der dagen in Malta steeds vadsiger worden.

Terug in Holland bleek dat een temperatuurverschil van zeker 15 graden onmiddellijk zijn weerslag kreeg op mijn door de decadente tijdelijke levenswijze geteisterde lichaam. Kortom: ik was de afgelopen week bepááld niet fit, zeg maar gerust zo brak als een konijn. Overigens (voor de liefhebbers) vormt het konijn dé delicatesse op het Zuideuropeesche Mediterrane Eiland, maar dat geheel terzijde.

Ondanks dit lichamelijk ongemak, waarvoor ik overigens alle verantwoordelijkheid zèlf draag, probeerde ik mij zo goed en zo kwaad mogelijk voor te bereiden op de 15 kilometer lange helletocht in en om Nijmegen. Om mijn ongemeen stramme rugspieren nog even goed los te doen kloppen bracht ik drie dagen voor het evenement nog een bezoek aan mijn trainer annex sportmasseur Rob, die verbijsterd bleek over mijn lichamelijke toestand. Dit had hij nog maar zelden meegemaakt in zijn praktijk. Tja, en wat kan iemand in een uurtje nog doen om e.e.a. ten goede te keren? Hij besloot tot een foltering die zijn weerga niet kent. Naast een glas water ontving ik van de goede man na afloop nog twee 500-milligram paracetamollen, “want je zou het vannacht nog flink kunnen voelen”.

Dat laatste klopte inderdaad. En nog wel wat meer dan dat. Na twee-en-een-halve slapeloze nacht kroop ik zondagochtend als een zombie uit mijn warme mandje. Maar wel een zombie met een soepeler rug dan voorheen. Het had uiteindelijk dus tóch geholpen! En dat gaf deze burger weer de nodige moed richting de Zeven Heuvelen.

Na alle ontbijt- en omkleedplichtplegingen vertrok ik om klokslag vier voor tien richting het Goudsche Station. Na een flinke slalompartij langs alle stemmig zwartgeklede kerkgangers stapte ik op het station de trein in die mij eerst naar Utrecht, en vervolgens naar Nijmegen zou brengen. Aldaar aangekomen stormde ik de Starbucks in (ik was door vertragingen ernstig te laat) en trof daar mijn grote Looptijden-vriend Jaco, die daar met wat kameraden van zijn loopgroep was neergestreken. Het weerzien na de voor hem desastreuze gebeurtenissen in Amsterdam was allerhartelijkst. Wat was ik blij hem daar te zien! Nog twee weken terug leek het een onmogelijke missie voor hem om hier in Nijmegen te starten. Maar daar stond ie dan toch, in blakende vorm én optimistisch gestemd. Wat een bikkel!

Bij het Keizer-Karelplein trof ik vervolgens een andere grote Looptijden-vriend. Ronald was, ondanks een griep die hem afgelopen week parten had gespeeld, toch naar het Oosten afgereisd om daar zijn hardloopkunsten te vertonen. Ook voor hem geldt: wat een bikkel!

Veel tijd had ik inmiddels niet meer voor de start. Ik moest - na de begroeting met Ronald - razendsnel naar de Rabobank-parkeergarage om mij om te kleden en de doping in te brengen. Daarna een kort maar hevig bezoek aan Dixiland en als een gesmeerde speer naar het startvak, gehuld in mijn loopkledij en het stemmige Komo-jasje. Om 13:30 precies werden daar alle seinen op groen gezet en kon voor mij het Zevenheuvelenfeest beginnen. Het was droog, er stond wél een akelig harde wind maar hier en daar en zo nu en dan kwam zelfs een flauw zonnetje door. De soep werd bepaald niet zo heet gegeten vandaag!

De eerste 5, bijna 6, kilometers over de Groesbeekse Weg gaan buitengewoon laf vals plat omhoog. Op een gegeven moment krijg je daar wel schoon genoeg van. Maar net vóórdat de gal definitief door de zuren slaat komt dan toch die bocht naar links, de Derdebaan op. Dit is het vlakke stuk van een kilometer op weg naar de Zevenheuvelenweg, de cakewalk die deze loop haar naam geeft. Het spektakel waarvoor wij allen van heinde en verre naar deze uithoek van het land zijn getogen.

Ikzelf vind de Zevenheuvelenweg een heel prettig verteerbaar stuk van de race. Maar ik weet dat vele anderen daar een héél andere mening over hebben. Dat hoorde je ook goed aan het gesteun en gekreun, het gepiep en gekraak, het gevloek en gescheld van zovele deelnemers hier op deze Dag des Heeren. Zelf ploegde ik met een grote grijns (nou ja: grimas) over de verschillende heuvels die deze weg rijk was.

Na 9 kilometer maakt het gezelschap een scherpe bocht naar links, de Postweg op. Na een kilometer ligt daar de uitsmijter van deze loop: een klim waar geen einde aan lijkt te komen. Nou deed ik gisteren voor de derde keer mee, maar tóch was ik weer verrast door de lengte van die puist. Ik stoempte amechtig achter twee dames aan waarvan er zo te zien één blind/slechtziend was (syndroom van Usher zag ik op beide loopshirts staan). De twee loopsters waren aan elkaar verbonden door een rood lint, en zij onderhielden een tempo dat er niet om loog, en waarbij ik alle zeilen moest bijzetten om het te volgen. Zo geraakte ook ik ter hoogte van Hotel Erica uiteindelijk boven!

Inmiddels hadden wij 11 kilometers in the pocket. De laatste 4 kilometers zouden bijna geheel ‘bergaf’ gaan, van Berg en Dal tot aan de verlossende finishstreep in Nijmegen. Nu was het zaak om er een goed tempo in te houden en niet te verslappen. Dit viel door mijn wat mindere conditie om den drommel nog niet mee! Maar door voortdurend ‘in het hol te kruipen’ (wielerjargon) van medelopers en –loopsters die het juiste tempo onderhielden wist ik het vol te houden, en kon ik uiteindelijk met nog een klein eindsprintje mijn vermoeide lijf over de eindstreep gooien. Intussen scheen er een flauw maar zeker zonnetje over de bolletjes van de vermoeide finishers. Mijn netto tijd was 1:22:00, en ach daar was ik bepááld niet ontevreden over. Ik was in ieder geval niet door ondergrenzen gezakt of zo, iets waar ik stilletjes wel wat bevreesd voor was geweest. En ik herstelde snel. Binnen een paar seconden was ik weer helemaal rustig, wat een heerlijk gevoel is dat toch!

In de Starbucks bij het station troffen Jaco en ik elkaar andermaal. De goede man had een fenomenale tijd afgeleverd van 1:07:29, gezien de/zijn omstandigheden een mirakel. Wat was ik blij voor hem, en wat was hij trots op zijn geleverde prestatie!

Om klokslag zeven over half vijf was het dan tijd om weer in de Intercity te stappen en mij weer veilig naar huis te laten vervoeren. Het vehikel zat propvol met dampende, stinkende, voldane atleten - en ik was daar één van. Wát een topdag was dit weer geweest, met geen supertijd maar wel met een heerlijk gevoel over het trotseren van de heuvels en de stormachtige wind. Wat is dat hardlopen toch een fantastisch tijdverdrijf.

En nu op naar de Bruggenloop op 11 december in Rotjeknor. De Erasmusbrug én de Brienenoordbrug liggen al ongeduldig op mij te wachten!

PS Wim: bedankt voor je komst helemaal naar Nijmegen, en voor het supporteren. Helaas heláás zijn we elkaar misgelopen, maar dat gaan we binnenkort helemaal goedmaken!

Drie Halve-Marathon-Musketiers in Amsterdam (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 17 oktober 2016 23:56

Mokum is mijn stad, dat kun je wel zeggen. De liefde voor Amsterdam werd mij met de paplepel ingegoten, ook dát kun je wel zeggen. Mijn geliefde Oma (wie-of-wat dan ook hebbe haar ziel) nam mij gedurende mijn jeugd tijdens menig logeerpartij mee vanuit Overveen naar onze prachtige hoofdstad. Terwijl wij samen over de grachten wandelden vertelde zij vol vuur over de stad en haar bewoners. Ik werd als klein jochie verliefd op Amsterdam en de Amsterdammers. Veel later zou ik er nog een drietal jaren werken bij wat nu KPMG is. En de talloze uitgaans-, concert-, museum-, dineer-, kroeg- en overige avonturen die ik in de loop der jaren in de stad heb beleefd hebben er ook toe bijgedragen dat ik me altijd heerlijk thuis voel als ik er vertoef.

Vier weken na het memorabele Dam-tot-Damspektakel stond alweer een bruisend hoofdstedelijk festijn op het programma. Voor de derde maal zou ik mij wagen aan de Halve Marathon van Amsterdam. En er was veel recht te zetten dit keer.

Drie jaar geleden was mijn debuut op deze wedstrijdloop op een beschamend fiasco uitgelopen. Door een veel te ambitieus halve-marathonschema was ik in de eraan voorafgaande zomermaanden compleet overtraind geraakt. Gevolg: niet de beoogde en vurig gewenste 1 uur en 50 minuten, maar een desastreuze 2:08:37. Goed gedaan Petertje! En vorig jaar bleef ik een luttele 8 seconden van de 2-uurgrens verwijderd. Dit kwam onder andere doordat de door mij ingehuurde - en vorstelijk betaalde - hazen 15 kilometer lang een te laag tempo onderhielden om vervolgens 6 kilometer lang de poten onder hun gat vandaan te lopen teneinde de streeftijd te halen. En in dat geweld ging ik roemloos en jammerlijk ten onder. Alweer goed gedaan Petertje! Menigeen vroeg mij achteraf: wat is nou 8 seconden in the grand scheme of things? Onbedoeld sloegen zij precies de spijker op de gevoelige snaar. Inderdaad: ‘maar’ 8 seconden. Meer dan genoeg voor mij om er wekenlang stevig de smoor over in te hebben.

Maar vandaag zou alles anders worden - zo had ik mij voorgenomen. Het was een stralende nazomerdag, waarop de temperaturen des ochtends in Kenianentempo richting de 18 graden waren gesneld. Na de veel koelere trainingsmomenten van afgelopen week was het nu weer tijd voor de korte kleertjes, zo had ik mij in de vroege ochtend staand voor het rijkelijk gevulde looprek bedacht.

De heenreis naar het evenement zou vandaag via Leiden lopen. Om klokslag 11:16 uur gingen Looptijden-vriend Jaco en diens metgezellin Everdien samen met mij de treinreis naar Amsterdam maken. De begroeting vooraf in de Starbucks bij Leiden Station was allerhartelijkst. Jaco had ik al in levenden lijve ontmoet tijdens het veel gememoreerde Grote Leidse Marathonfestijn, afgelopen mei. De in Leiden woonachtige Everdien ontmoette ik vandaag in de veelgeroemde koffietent voor het eerst.

Vol positieve wedstrijdspanning en daaraan verwante verwachtingen tuften wij naar Amsterdam-Zuid in een trein die voor het overgrote deel met hardlopers was gevuld. Daarna volgde een wandeling naar het Olympisch Stadion, het indrukwekkende decor van start en finish. In de nabijgelegen drukbevolkte sporthallen moesten wij eerst onze startnummers ophalen. Elke keer weer vraag ik mij af waarom die startnummers niet gewoon opgestuurd kunnen worden, zoals bij zoveel andere grote bekende wedstrijdlopen. Nu moesten wij ons zoals zovelen door een waar mierennest heen wurmen om na veel vijven en evenzovele zessen ons nummer in ontvangst te kunnen nemen. Het zou een hoop schelen als dat niet meer hoefde. Ik ga maar eens de Stoute Schoenen aantrekken en een Boze Brief schrijven richting de organisatie. Just kidding natuurlijk. Zó druk ga ik me er nou ook weer niet om maken.

Alhoewel: tijd om eens lekker in te lopen was er ditmaal niet. Razendsnel moest er worden omgekleed, toiletten bezocht, doping ingebracht, enfin de gebruikelijke rituelen die aan elke loop voorafgaan. Vervolgens was het tijd voor een korte foto-shoot, uitgevoerd door een vrijwilliger die wij uit de mensenmassa hadden geselecteerd. Eén van de fraaie resultaten daarvan heb ik als bijlage aan dit artikel gehecht.

Na dit fotomomentje moesten wij met gezwinde spoed onze tassen inleveren en als een gesmeerde speer richting de startvakken gaan, want de start van Jaco zou weldra volgen. Everdien en ik zouden in ons (gele) startvak pas een kleine 20 minuten later starten dan onze Tholense Topatleet. Het voorlopig afscheid was buitengewoon roerend: als wij elkaar na ruim tweeëneenhalf uur zouden wederzien dan zou alles duidelijk zijn.

Na het startschot om klokslag 13:38 uur bleven Everdien en ik een tijd lang ‘gebroedsterlijk’ bij elkaar lopen. Ons beider strategie bestond erin dat we niet al te rap zouden starten en dat wij – zodra de tijd rijp zou zijn – onze versnellingen zouden plaatsen. Het was erg warm geworden dus de eerste 6 kilometers werden in een rustig tempo van om en nabij de 5m40s per kilometer afgelegd. Toen, op een saai recht stuk langs het industrieterrein nabij de Van der Madeweg, besloot ik het gaspedaal wat verder in te trappen. Het ging ondanks de warmte redelijk lekker en ik wist dat een hoger tempo van plusminus 5m30s nog steeds comfortabel zou zijn. Zo werd kilometer na kilometer door het oostelijk gedeelte van Amsterdam afgelegd. Everdien was ik inmiddels kwijtgeraakt, maar ik vermoedde al dat haar versnelling iets later zou komen dan de mijne. Tot die conclusie was ik in de voorbesprekingen met haar al gekomen. Enfin, ik zou het wel zien. Het zou immers geen onderlinge wedstrijd zijn.

Het breekpunt bij de Amsterdam Halve Marathon wordt voor mij altijd gevormd door het opdraaien van de Zeeburgerweg, na zo’n 13 lange kilometers. Dit vormt het begin van de lange weg terug naar de verlossende eindstreep. Net als bij de voorgaande keren voelde ik dat de krachten langzaam begonnen weg te vloeien. Het was warm, heel warm, de lage zon scheen soms fel in je gezicht waardoor het er niet gemakkelijker op werd. Ik pakte uiteraard trouw alle verfrissingen en sponsen aan die ons op de drankposten werden aangereikt. Anders zou het al helemaal een moeizaam avontuur worden.

Vlak na het 14km-punt passeerden mij de hazen die waren gecontracteerd om een tijd van 1u55m te lopen. Met de moed der wanhoop haakte ik aan, hopend dat ik een goede cadans zou kunnen vinden. Als het zou lukken dan zou ik een mooie tijd van onder de 1 uur en 55 minuten lopen. Maar helaas – het zat er vandaag domweg niet in. Ik moest de pacemakers en hun gevolg laten gaan en me weer volledig gaan wijden aan mijn eigen lijdensweg.

Het werd zwaar, heel zwaar op de Stadhouderskade. Het Tropenmuseum riep associaties op met deze voor half oktober belachelijke warmte. De Torontobrug over de Amstel werd bijna een Bridge Too Far. En de Arcade onder het Rijksmuseum had ik dolgraag willen benutten voor een snellere doorsteek richting dat verrekte stadion waar die verrekte eindstreep lag. Maar ja, afsnijden mag niet, ook niet in Amsterdam.

Alsof dat allemaal nog niet genoeg was lag daar de volgende hindernis te wachten: de ellenlange weg door het Vondelpark. Inmiddels was ik redelijk gesloopt en kon ik alleen maar op pure wilskracht verder. De aanvankelijke snelheid was er nu he-le-maal uit.

Het verraderlijke van het Vondelpark ligt ‘m in de Amstelveense Weg die je betreedt als je het park verlaten hebt. Er rest dan nog een tweetal kilometers richting de finish, maar als je niet meer fris bent is dat een monsterafstand kan ik U melden. Ik had al mijn hoop gevestigd op nog maar één ding.

En dat was Café De Blauwe Reiger, aan de linkerkant van de Amstelveense Weg vlak voor de rotonde op één kilometer verwijderd van het stadion. Hier zouden Goudse Runners-collega Wim en zijn Old Boys Network zich ophouden om mij de laatste en beslissende aanmoedigingen toe te werpen. Zo hadden wij het daags tevoren afgesproken. Zij zouden mij door die laatste helse kilometer heen helpen. Maar ook hier bleek weer dat de theorie (lees: de gemaakte afspraken) vaak mooier is dan de praktijk (lees: de afwezigheid van Wim en zijn kornuiten op de gewraakte plek). Mooie boel. Enfin dan maar mijn laatste krachten aanspreken voor de laatste minuten van deze monstertocht.

In het bom- en sfeervolle Olympisch Stadion snelde ik over de finishmat in een netto tijd van 1:58:27. Een tijd om tevreden over te zijn, gezien de drukte en de warmte en het feit dat ik na het marathongeweld van het voorjaar de lat niet overdreven hoog had gelegd. Gewoon lekker en ruim onder de twee uur gelopen. De debacles van 2013 en 2015 waren met deze prestatie tenietgedaan!

Vlak na de finish ontwaarde ik Jaco in de uitwasemende mensenmassa. Door allerlei fysiek ongemak had hij helaas niet zijn beoogde tijd kunnen lopen. Je kon zien dat hij het moeilijk vond om dat te accepteren – hoe herkenbaar en begrijpelijk overigens. Maar ik heb ongelooflijk veel respect voor zijn doorzettingsvermogen, want hij had er toch nog een 1u43m uit weten te persen. (Sorry Jaco voor dit ongepaste woordgrapje, maar ik kón het niet laten).

Everdien was – zo bleek later – mij uiteindelijk tot op 28 seconden genaderd, na aanvankelijk een minuut achter mij gelopen te hebben. Zij had blijkbaar haar race net iets verstandiger ingedeeld dan ik, of had beter kunnen omgaan met de warmte. Zij had haar PR met maar liefst een minuut verbeterd, waarvoor vanaf deze plek hulde en een heel diepe buiging.

Het is al met al een prachtige loopdag geworden met wel heel veel stof om over te verhalen - zo bedenk ik mij opeens als ik de lengte van dit artikel zie. Het was een warme en rommelige (want drukke) loop, dat wel. Maar in de prachtige setting van Mijn Amsterdam is het een parel waarvan ik er nu al drie aan mijn ketting heb mogen hangen.

Jammer dat Oma dit alles niet meer heeft kunnen meemaken. Maar toch is ze bij me, altijd eigenlijk, en dus ook als ik in haar én mijn stad over de straten ren.

Opgejaagd van Dam tot Dam (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 19 september 2016 23:07

'Oh run away, run away, run away
Run rabbit run
Oh go away, go away, go away
Go rabbit go
Better get started
Get on your feet
Better go in full retreat
Just look out
Be a little wise guy
Or you’ll just be rabbit pie'

Zondagochtend 18 september, klokslag twee over half elf. Normaal gesproken tijd voor VPRO’s Vrije Geluiden vanuit het BIMhuis. Vanaf het Centraal Station van Amsterdam, waar ik zojuist gearriveerd ben, zie ik het markante gebouw een paar honderd meter verderop liggen. Ik monster nog eenmaal de inhoud van mijn witte plastic Dam-tot-Damtas want die moet ik zo direct inleveren bij één van de grote PostNL-vrachtwagens die op het touringcardek staan opgesteld. Om twaalf uur is de start van mijn tweede Najaarsklassieker: de 10 Engelse Mijlen tussen Amsterdam en Zaandam.

Ik voel me ietwat opgejaagd, en dat terwijl ik tijd zat heb. Raar eigenlijk. Maar ja, er moeten nog een paar Grote Beslissingen worden genomen. Ondershirtje of niet? Drinkgordeltje of niet? Gelletjes of niet? Ik adem eens rustig in en uit – en dan neem ik mijn besluit. Geen extra shirt, geen gordeltje, geen smurfensnotjes. De tas wordt vakkundig dichtgeknoopt en bij de juiste truck afgegeven. De teerling is geworpen. Snel nog even Goudse Runners-collega’s Marian en Paul succes wensen en dan huppekee naar het startvak.

'Ain’t nobody
Loves me better (loves me better)
Makes me happy
Makes me feel this way (nobody)
Ain’t nobody (ain’t nobody)
Loves me better than you'

(Chaka Khan – Startvak Rood, even voor twaalven)

Hmm nog even rap een Sicherheitsplasje doen in één van die kruiskop-dixies die in het startvak staan opgesteld. Daarna vervoeg ik mij weer bij de UWV-lopers die ik zojuist in het startvak heb ontwaard. Vandaag ben ik voor héél eventjes weer een heuse UWV’er: ondanks dat ik mijn dienstverband daar heb beëindigd mag ik nog steeds in het Businessteam van de uitkeringsinstantie starten.

De speaker van dienst brult dat wij goed moeten oppassen, want “het kan behoorlijk warm worden gezien de temperatuur”. Zonder meer de quote van het jaar, dat weten we nu al in september. Onder de bezielende leiding van schaatsheldin Annamarie Thomas verrichten wij onze Grote Gezamenlijke Warming-up.

Intussen zit ik maar te klooien met mijn horloge. Net als vorige week bij de Singelloop heeft ie de grootste moeite met het vinden van de satellieten. Pas op het állerlaatste moment slaat ie definitief aan. Ik heb er nu geen tijd voor maar binnenkort ga ik ‘m eens heel bestraffend toespreken en me beraden over passende maatregelen.

Het startschot wordt vandaag gelost door een wel héél belangrijke Marketingmeneer van de hoofdsponsor van het evenement. Van die sponsor wil ik de naam niet kwijt, wèl dat ik al heel lang niet meer de schoenen van dat merk draag. Ik ben 9 jaar geleden gaan heulen met de concurrent. Hopelijk valt dat laatste niet teveel op in de drukte: ik zou niet graag uit de strijd genomen willen worden vanwege het foute schoeisel.

Ik kies een niet al te hoog aanvangstempo: het is inderdaad best warm en het eerste obstakel dient zich weldra aan. Bij het betreden van de IJ-tunnel worden onze snelle voetstapjes begeleid door een groep vrouwelijke trommelaars die met grote slagkracht de oorschelpen teisteren. Het geluid is door de gehele tunnel heen te horen – zowat een kilometer lang.

'Toet toet boing boing, Kokki en Peppi
Peppi en Kokki, hopla eruit
Allebei opstaan, hé haasje reppie
Kokki en Peppi, opstaan luie Peppieee'

(Non-Original Soundtrack, 300 bpm – viaduct Nieuwe Leeuwarderweg, 3km)

Terwijl het deuntje van onze vrolijke matrozen nog naspeelt in mijn hoofd zie ik opeens Auke staan, één van mijn nieuwe collega’s bij die andere uitvoeringsinstantie. Opgetogen wisselen we een high-five uit, en ik vervolg mijn weg door Amsterdam-Noord. Nog steeds ben ik bezig om in mijn ritme te komen: het was warm en benauwd in de tunnel en ik worstel daar nog behoorlijk mee. Het duurt pas tot kilometer 6 voordat het dieselmotortje echt gaat draaien.

Vorig jaar liep ik bij mijn Dam-tot-Dam debuut een tijd van 1:28:51; een tijd die vandaag – zo dacht ik – best wel eens verbeterd zou kunnen worden. Ondanks de duurloopzomervakantie lag er nog voldoende basis, zo bleek vorige week tijdens de Goudse Singelloop al. Al met al voldoende reden om optimistisch te zijn!

'We zijn er weer bij en dat is prima, Viva Hollandia
We houden van het leven de liefde en de lust
We feesten door tot 's avonds laat
Nog lang niet uitgeblust'

(Wolter Kroes – Buiksloterdijk, 5km)

Vandaag omarm ik – al lopend - grootmoedig het Nederlandsche Lied. Het schalt uit zovele speakers hier in Amsterdam-Noord. Zong Harry Slinger niet ooit eens “Ik verveel me zo, in Amsterdam-Noord”? Nou ik niet hoor! Ik ben inmiddels lekker aan het dieselen en van al dit volksvermaak krijg ik zowaar een vette grijns op mijn gezicht. Heel Banne-Buiksloot is uitgelopen; de mensen zitten voor hun huizen op hun campingstoeltjes, en hun alcohol- en nicotinegebruik is inmiddels tot ver boven NAP (Noord-Amsterdams Peil) gestegen.

Niet alleen de organisatie deelt bij de reguliere drank- en sponsposten hun verfrissingen uit, ook het publiek doet dat in grote mate bij allerlei spontaan geïmproviseerde verzorgingsplekken. Ook hebben veel mensen hun tuinslang plus sproeikop tevoorschijn gehaald om ons verhitte lopers bij te staan. Heerlijk! Ik pak alles aan wat er aan te pakken valt – in mijn geval heel verstandig want anders ga ik over mijn kookpunt.

'Als de morgen is gekomen
En alles wat 'k heb mee gemaakt al lang verleden is
Als de morgen is gekomen
Verlaat je mijn verleden en ben jij degene die ik mis'

(Jan Smit – Tuindorp-Oostzaan, 6km)

Het is echt een feest om hier te zijn, ondanks dat het allemaal zo massaal is. Het tempo ligt nu lekker steady rond de 5:18 per kilometer en de ademhaling wordt na de verhitte aanvangskilometers steeds rustiger. Ik heb het naar mijn zin hier in dit stukje Noord-Holland, de kilometers vorderen gestaag en ook komt Zaandam steeds dichterbij. De UWV’ers met wie ik samen over de startmat liep ben ik al geruime tijd kwijt, maar ik heb eigenlijk geen idee of ze nou vóór of achter mij lopen.

'Ik heb 'n toe toe toeter op m'n waterscooter
Daarmee toe toe toeter ik naar jou
Ik heb 'n toe toe toeter op m'n waterscooter
Daarmee toeter ik naar elke vrouw'

(Gebroeders Ko – Kolkweg, 11km)

We hebben net een dikke kilometer over de Verlengde Stellingweg afgelegd – een relatief saai stuk langs de A10 en de A8, in de buurt van verkeersknooppunt Coenplein. Van vorig jaar weet ik nog dat het hier even flink afzien was. Maar gelukkig schalt er pompende muziek door menig luidspreker en dat houdt ons gaande. Ik kijk eens om me heen, naar al die businesslopers. Velen hebben het lichtblauwe shirt van KLM aan – ze startten met zijn dertienhonderden allemaal in hetzelfde vak als ondergetekende. Het hardlopen heeft bij de KLM blijkbaar een grote vlucht genomen.

Nog even onder de snelweg door en we zijn op Zaansch Grondgebied! Daar wacht ons het lange rechte stuk over de Noorder IJ- en Zeedijk. Maar zodra we dat doorstaan hebben beginnen de laatste 3 kilometers door de stad zelf richting de finish op de Peperstraat.

'Jaa hij leeft nog
Hij leeft nog
Hij leeft nog
Jaaaaa hij leeft nog
Hij is nog niet dood'

(Zware Jongens – Zuiddijk, 14km)

Wát een aanmoedigingen hier op die lange pythagoreske Zuiddijk. Ook in Zaandam is de publieke belangstelling overweldigend! En dat is maar goed ook, want hoewel het dieseltje nog steeds lekker doordraait zonder te pruttelen verlang ik zolangzamerhand wel naar de verlossende finish. Maar voordat dat zover is moeten we nog even flink doorbuffelen. Na het Damplein draaien we nog een aantal bochten voordat we uiteindelijk de finishstraat opdraaien en het Grote Sprinten kan beginnen.

'Sing Hallelujah
Sing it
Sing Hallelujah
Sing it yeah!
Sing Hallelujah!'

(Dr Alban – Finish op de Peperstraat, 16.1km)

Het zit er op, het is volbracht. 1 uur, 26 minuten en 3 seconden heeft deze uitputtingsslag geduurd. Vermoeid maar voldaan laat ik mij een prachtige medaille omhangen door een wat oudere vrijwilligster. Ik laat haar weten dat ik mij buitengewoon vereerd voel – en haar dag kan natuurlijk hélemaal niet meer stuk. Ik sjok het lange stuk naar de kledinguitgifte, en neem en passant nog wat versnaperingen in ontvangst die mij van organisatiewege worden verstrekt.

BTW ik moet hier even de organisatie van de Dam-tot-Damloop roemen: zij leveren jaar in jaar uit een fantastische prestatie. Het feit dat na afloop van je race jouw tas weer voor je klaar ligt is iets dat ik nooit als vanzelfsprekend beschouw: daar zit een puik stukje logistiek management achter. En ook alle andere zaken zijn meer dan uitstekend verzorgd!

'Everyone will be alright tonight
Everyone will be alright tonight
No one moves, no one talks
No one thinks, no one walks tonight Tonight'

(Tina Turner/David Bowie – Dam-tot-Dampark, Grote Podium)

In de UWV-tent op het Dam-tot-Dampark wisselen de lopers hun belevenissen uit met een broodje gezond in de ene, en een verkoelende drank in de andere hand. Het is warm en daardoor zwaar geweest. Menigeen heeft daardoor niet de tijd gelopen waar hij of zij stilletjes op had gehoopt. Maar het is al met al een topdag geweest in Amsterdam en Zaandam!

Bij de uitgang van het park, als ik de lange reis naar Gouda weer ga aanvaarden, loop ik Looptijden-meesterblogster Els tegen het lijf. Zij is zojuist gefinisht als loopster in het grote Ahold-Delhaize team. Ook zij heeft een puike prestatie geleverd. Wat leuk om haar even te ontmoeten! Na enige felicitaties en ervaringen te hebben uitgewisseld struin ik weer verder richting het (oerlelijke) Zaansche Station.

Ik heb andermaal een geweldige loopdag beleefd. Mijn PR op de 10 Engelse mijlen is met bijna 3 minuten verpulverd, dus ook in sportief opzicht is het mooi geweest. Volgende maand gaan we weer een stukje verder bij de Halve van Amsterdam. Watch this space!

'Rabbit, rabbit
Won't you run away
Don't give the farmer all his fun today
He'll get by without his rabbit pie
So run rabbit, run run rabbit, run!'

(Andrews Sisters - Dam-tot-Damloop 2016)

Gouda’s Glorie bij de Singelloop (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 10 september 2016 21:15

De boog kon natuurlijk niet gespannen blijven. Het was me ook wel een heftig voorjaar geweest met onder andere vier halve marathons en één hele. Plus uiteraard een ongelooflijke hoeveelheid trainingsuren: het had een behoorlijke aanslag op het fysiek en op de vrije tijd gepleegd. Ook ruilde ik op 1 juli mijn baan bij de uitvoeringsinstantie voor werknemersverzekeringen in voor een baan bij de uitvoeringsinstantie voor sociale verzekeringen. Kortom: opschudding genoeg, zoals U wellicht zult begrijpen.

Na de Succesvolle Samenloop eind juni in Weesp dompelde ondergetekende zich dan ook onder in een duurloopzomervakantie van 2.5 maand. Wél volgde ik trouw (en Volle Bak) de Goudse Runnerstrainingen op zaterdagochtend en dinsdagavond. Op deze manier hoopte ik de boel wel een beetje op peil te houden voor alle geplande najaarsklassiekers van 2016.

Gisteren, op vrijdag 9 september, tijdens een warme avond op de thuisbasis Gouda haalde ik dan eindelijk weer de wedstrijdschoentjes uit het vet. En de wedstrijdkeuze was op zijn zachtst gezegd opmerkelijk: de door mij zwaar verguisde Stegen-en-Straatjesloop in Gouda zou de aftrap vormen voor het naseizoen. Wie mijn verhaaltjes wel eens leest (ja ja zij bestaan echt!) weet van mijn haat/liefdeverhouding met de Goudse Nationale Singelloop, de officiële naam voor het evenement.

10 kilometers lang draaien en keren: de Amstel Gold Race is er werkelijk niets bij. Reeds maanden van tevoren geef ik verschrikkelijk af op de loop waar alle andere Goudse Runners smachtend naar uitkijken. Ik vind deze loop maar niks, zo laat ik iedereen voortdurend, gevraagd maar vooral ongevraagd weten. Maar tóch sta ik elk jaar weer aan de start….. Uiteraard had ik ook dit keer weer een startnummer van iemand anders overgenomen. Zo heette ik ditmaal Gerrit (dankjewel Gerrit), na de afgelopen 2 edities respectievelijk Paul en Sietske te hebben geheten. Genoeg reden/oorzaak voor enorme identiteitscrises zou je zeggen, maar ach alles went.

Na de edities van 2004, 2013, 2014 en 2015 was het dit jaar tijd voor een mooi jubileum: mijn vijfde start op het Goudse Parcours. Het was zoals bijna elke vorige keer een zonnige, warme en benauwde bedoening op de Markt, beroemd door het prachtige Gothische Stadhuis dat al sinds de 14e eeuw midden op die Markt staat. Hier zou het startschot worden gegeven en na 3 ronden van 3.33etc. kilometer zou de finish direct naast het stadhuis plaatsvinden.

Vorig jaar was door de hitte en mijn gebrek aan vorm deze loop op een klein fiasco uitgelopen. Ik kwam compleet verrot over de finish in een zeer matige tijd van 53:50 (sorry Sietske). De volgende 10km-race die ik liep was het Drama van Woerden afgelopen juni waarbij het kotsen nader stond dan het braken en ik de 50-minutengrens met een lousy 3 seconden overschreed – een domper van jewelste. Die 10 kilometer, zo bleek ook toen weer, is niet mijn favoriete afstand. Maar de aanhouder wint zeggen ze wel eens, dus ging ik het weer vol goede moed proberen.

Het leuke van de Singelloop is wel, dat ook vele Goudse Runners de weg naar de Markt weten te vinden. Dat maakt het allemaal best gezellig en het geheel voor mij dus net draaglijk. De sfeer zat er bij ons lopertjes goed in en na nog een stukje gezamenlijk warming-uppen en inlopen spoedden wij ons naar het startvak. Tussen die bedrijven door had ik alle noodzakelijke doping aan- en ingebracht en was mijn blaas afdoende geledigd.

Om kwart over zeven scherp schoot een ongetwijfeld héél belangrijke sponsormeneer ons weg voor de monstertocht over 10 kilometer. Ondanks het feit dat ik van te voren behoorlijk had gedronken en gekoeld sloeg de warmte vrijwel direct toe. Toch lag het tempo behoorlijk hoog: net boven de 12km/h in de eerste ronde was onder deze omstandigheden behoorlijk snel en ik vroeg mij af hoe ik dat in vredesnaam zou kunnen volhouden. Ik pakte wel alle bekers water en sponzen aan (en soms ook af) die mij tijdens de loop werden aangereikt. Dat was wel belangrijk, want oververhitting lag op de loer, in ieder geval bij mij.

Bij de eerste doorkomst op de Markt was de inspanning al zwaar geweest. Gelukkig was er veel publiek komen opdagen dat ons vermoeide lopers enthousiast aanmoedigde. En ook de dweilorkestjes op diverse plaatsen langs het parcours verhoogden de sfeer en de moraal voor de atleten.

De tweede ronde van 3.3km was het zwaarst - maar dat had ik al van te voren ingeschat. Gewoon proberen om een cadans te vinden, om aan te sluiten bij een klein groepje dat nèt het goede tempo onderhield. Hangen en wurgen dus. En weer alle verfrissingen aanpakken die voorhanden waren. Ook waren er her en der op het parcours bekenden geposteerd die mij nog een extra hart onder de riem staken.

Bij de tweede passage op de Markt zat ik er dubbel en dwars doorheen. Maar ik moest nog één volle ronde afleggen voordat deze onmenselijke kwelling tot een einde kon komen. Voor de derde keer die lange winkelstraat - de Kleiweg - door, daarna een stukje langs de Kattensingel, een ronde om het Bergen IJzendoornpark en weer een stuk langs de Kattensingel. Overigens noem ik dat park altijd het IJzeren Heinenpark, tot vermaak van weinigen en afgrijzen van velen. Na het stuk singel nog veel draaien en keren in de binnenstad tot de verlossende finish.

Hoe het kan weet ik niet maar na 8km ploeteren, beulen en immens afzien kwamen zowaar de krachten weer wat terug. En ik ging versnellen. Niet echt sensationeel versnellen, maar toch. Het was duidelijk dat ik de stal rook. Opeens haalde ik ook veel mensen in, en dat sterkte mij aanzienlijk.

In het laatste straatje vóórdat wij de Markt opdraaiden richting finish hoorde ik de omroeper van dienst brullen: “Nu opschieten om onder de 50 minuten te lopen!!” Mijn horloge had ik tot op dat moment niet geraadpleegd: hij had vlak voor de start geweigerd de satelliet te vinden dus ik had besloten het onding geen blik waardig meer te keuren. Maar nu werd mij met een schok duidelijk dat het erom ging spannen… Weer die 50 minutengrens, zou ik het nu verdorie wèl halen??

De versnelling was buitenaards kan ik U mededelen. Als De Witte Keniaan van Gouda snelde ik over de cobble stones op de Markt richting de finishmat. En op 50:01 stoof ik met een noodgang over die vermaledijde eindstreep en was het lijden ten einde.

“Wat een drama”, zullen de oplettende lezertjes nu concluderen. Weer net boven die rot 50 minuten, en nu zelfs met maar één seconde. Maar niets is minder waar. Het had na het startschot maar liefst 13 seconden geduurd alvorens ik de startmat overschreed. Mijn werkelijke – netto – tijd was dus niet 50:01 maar 49:48! En daar was ik dus on-ge-loof-lijk blij mee.

Mijn allerliefste supporter ving mij vlak na de finish op en begeleidde mij naar de vrije ruimte waar ik met vele bekers water en sportdrank kon herstellen van deze monsterinspanning. Daarna gingen wij ons melden bij de andere GR-lopers en supporters bij het finishvak om de andere binnenkomende collega’s te verwelkomen. We waren het er allemaal over eens: het was bijzonder zwaar geweest dus het was voor ons allen een heldenprestatie.

Tja en toen nog even de kroeg in met z’n allen. De spa-rood, appelsap en jus d’orange vloeiden rijkelijk waardoor de stemming steeds joliger werd. Het Nederlandsche lied werd uit Vollen Borscht meegebruld en zelfs was er zo nu en dan een goed gesprek mogelijk. Maar op een gegeven moment was het toch tijd om op te breken, omdat er nog een ander klusje te klaren was….

En dat was vanochtend tijdens de reguliere Goudse Runnerstraining. De stukken vlogen er weer af bij iedereen, alsof er helemaal geen Singelloop was geweest. Of het verstandig was: Joost mag het weten. Maar ik voelde me kiplekker en ik had nergens last van, en dat was buitengewoon prettig om te constateren!

Volgende week een echt serieuze beproeving: de 16.1km Dam-tot-Damloop, van AmsterDam heulemaal naar ZaanDam. Ik heb daar dit weekend in ieder geval al een heel goede opwarmer voor gehad. Hopelijk is dat voldoende om mijn tijd van vorig jaar (1:28:51) te overtreffen. Nodeloos te zeggen dat ik er heel veel zin in heb!

Geen tweegeVecht in Weesp (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 28 juni 2016 19:09

Hij had het al bijna twee jaar geleden geopperd. In oktober 2014 liep ik in Amsterdam-West de Sloterplasloop – en toen dit nieuws meesterblogger Arranraja had bereikt, schreef hij mij zoiets als: “Als jij jouw loopgebied toch zo ver naar het beschaafde Noorden aan het uitbreiden bent, dan kun je net zo goed eens aan één van mijn loopjes meedoen. Dan zouden wij elkaar in levenden lijve kunnen ontmoeten en wie weet zelfs samen lopen. Dat zou nog eens een aardige dubbele blog kunnen opleveren”.

Nooit kwam het ervan – vanwege uiteenlopende oorzaken dan wel redenen. Afgelopen zondag kon ik er – vond ik – niet meer onderuit. Niet dat ik er ooit onderuit wilde hoor, maar nogmaals: er was domweg niet eerder gelegenheid geweest.

In Weesp, onder de rook van Amsterdam, zouden op 26 juni in het Jaar des Heeren 2016 twee bloedfanatieke Looptijden-bloggers elkaar te langen leste ontmoeten en de Vechtloop over 15km gezamenlijk lopen. We zouden elkaar niet opzwepen tot ongekende toptijden, integendeel: we zouden er een relaxte duurloop van maken met een tempo van om en nabij de 6 minuten per kilometer (voor de hogere wiskundigen: dit is nabij en om de 10 kilometer per uur). Zo hadden wij het in de voorafgaande beschietingen afgesproken. 10 kilometer per uur betekent een eindtijd van 1 uur 30 minuten, en daar was het vizier dan ook op gericht. Onze PR’s zouden ditmaal niet scherper gesteld worden.

De weersvoorspellingen voor de gewraakte zondag waren al gedurende de hele voorafgaande week allerbelabberdst. Stortregenen zou het, gepaard met donder en bliksem. Geen vooruitzicht om met juichend hart naar zo’n feestelijke dag uit te kijken. Maar ja, wat doe je eraan? Elke keer maar wéér gluren en hopen dat het beter wordt.

Ik was op zondagochtend net uit mijn warme nestje gekropen toen mijn telefoontje mij verklapte dat het allemaal wel mee zou vallen met dat weer. Het KNMI had speciaal voor Weesp en Omstreken code groen (= doorlopen!) afgegeven. Joepieee! Vandaag ging het dus gebeuren en we zouden het qua weer nog droog houden ook!

Na een eenvoudig doch voedzaam sportontbijt en een kortstondige twijfelpartij aan het looprek vertrok ik klokslag twee over negen richting Station Gouda. Vandaar zou Boemel I mij naar Duivendrecht, en Boemel II mij vervolgens naar Weesp brengen. De NS kende dit keer geen problemen met ijsvorming, bladeren, sein-, wissel- of andere storingen en/of stationsontruimingen. Zo kon het zijn dat ik mijn ingebouwde slack (Frans voor tijdbuffer) niet hoefde te benutten en dat ik derhalve al vroeg op Weesp Centraal arriveerde. Probleem: ik moest nog even op mijn loopmaat wachten die pas een half uur later vanuit het verre Diemen op Weesp zou landen. Die tijd benutte ik door op het station alvast even flink mijn stempel op Weesp te drukken.

Een uur voor aanvang arriveerde Arranraja dan op Spoor 2. De begroeting was allerhartelijkst en na het uitwisselen van de eerste beleefdheden togen wij gezamenlijk richting Manege Bleijenberg, het start-, doorkomst- en finishtoneel van mijn eerste (en zijn zóveelste) Weeschpsche Hardloopbeproeving.

Deze zondag waren er geen paardenrennen maar mensenrennen in Weesp. Na het op de shirts spelden van de startnummers en het afgeven van de sporttassen togen twee sportbroeders-vol-wedstrijdspanning na het inlopen naar het toiletgebouw. En niet al te lang daarna nogmaals. Nadat al het overtollig gewicht geloosd was konden wij uiteindelijk in het startvak plaatsnemen en de verdere gebeurtenissen afwachten. Intussen stond ondergetekende natuurlijk alweer stijf van de doping.

Om (alwéér klokslag!) drie over twaalf werd de hinnikende en trappelende meute dan eindelijk weggeschoten. De grote Draverij vanaf Drafbaan Weesp was begonnen.

Met Arranraja als meesterlijke gids liepen wij eerst een ronde door het uiterst pythagoreske (…) oude stadje. Feilloos wees hij mij alle pleisterplekken, en aanvullend duidde hij ook alle supermarkten aan die op deze Dag des Heeren geopend waren. Niet onhandig, want mócht ik nog wat moeten inslaan voor het Avondmaal dan wist ik waar ik moest zijn.

Het was inmiddels zonnig, warm en benauwd geworden. Dit leverde wat moeizame eerste kilometers op – in ieder geval van mijn kant. Het tempo lag (zoals afgesproken) niet al te hoog, zodat ik snel aan de warmte kon wennen. Na een klein kwartiertje verlieten wij het stadje weer en snelden wij naar de manege voor de eerste doorkomst na 3 kilometer. Vervolgens zouden wij een zevental kilometers langs de Vecht gaan afleggen, 3.5km heen en 3.5km terug.

Het gedeelte langs de fraaie meanderende Vecht is met recht het mooiste gedeelte van deze loop. Onderweg maakte Arranraja mij attent op diverse fraaie monumentale huizen en boerenhofsteden die aan de al nèt zo meanderende weg waren gelegen. Op het water was het een drukte van belang. Het was mooi weer, er stond een verkoelend briesje, dus menigeen had het water opgezocht om zich er te verpozen. Wijzelf verpoosten ons al hardlopend, we zuchtten onder de warme zonnestralen en verwelkomden elk schaduwrijk stukje parcours waar - meestal - ook de wind opstak. We genoten van de toeschouwers die ons hartstochtelijk aanmoedigden. Men was niet massaal uitgelopen, maar bij deze ook niet al te massale loop bleek maar weer dat kwaliteit het altijd wint van kwantiteit. De twee vrouwen langs de kant met hun cow bells (mochten ze het stomtoevallig lezen: ja, jullie!) verdienen een speciale vermelding. Hun aanstekelijke gebeier toverde een grijns op mijn gelaat die er gedurende de rest van de loop niet meer af te beitelen was.

Arranraja leek inmiddels met andere zaken bezig. Het was te zien en te horen dat hij het langzaam maar zeker zwaarder begon te krijgen, to put it mildly. Hij concentreerde zich dan ook vanaf – zeg – kilometer 8 steeds meer op zijn eigen innerlijke processen. Die kwamen kortweg op het volgende neer: hoe in vredesnaam dit tempo vol te houden met nog zoveel kilometers te gaan? Toegegeven: we gingen al 7 kilometer lang wat sneller dan afgesproken en we hadden al aardig wat gewonnen op het schema van anderhalf uur. En toegegeven: ik voelde mij buitengewoon goed en was ook wel erg enthousiast aan het hazen, een activiteit die af en toe ook door andere lopers werd benut.

Na 10 kilometer passeerden wij andermaal de manege en moesten wij enige tientallen meters over onverharde grond (zand) ploegen. Daarna kwam nog een stuk van 2.5 kilometer heen in noordelijke richting, gevolgd door een U-turn en vervolgens 2.5km terug in tegengestelde (zuidelijke richting). Voordeel van dit soort trajecten: je ziet meer lopers dan wanneer je slechts van A naar B zou lopen.

Het sierde Arranraja buitengewoon dat hij de laatste kilometers op karakter en enorme wilskracht wist af te leggen en dat hij de door mij ingezette versnelling na 14 kilometer warempel nog wist te volgen. Het tekent zijn instelling om door muren te gaan en zelfs de zwaarste beproevingen te doorstaan. Gezamenlijk bereikten wij de vóór de manege gelegen finish in een netto tijd van 1 uur, 27 minuten en 17 seconden. Hiermee hadden we bijna drie minuutjes van onze voorgenomen tijd afgeknabbeld! Reden genoeg om uiterst tevreden te zijn over een prachtige gezamenlijke loop in een prachtige omgeving.

We gaan dit vaker doen – zo spraken wij met omfloerste stem tot elkaar bij het roerende afscheid op Station Weesp. Wanneer: wij weten het niet. Waar: wij weten het niet. Hoe: idem dito. Maar de intentie is er. En toen kwam er een olifant met een héél lange snuit.

Zie ook het fenomenale verslag van Arranraja: https://arranraja.wordpress.com/2016/07/03/succesvolle-samenloop/ (met fraaie foto's)
of: http://www.looptijden.nl/blog/hardlopen/succesvolle-samenloop

Een beetje misselijke tijd in Woerden (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op woensdag 15 juni 2016 21:56

Een mens kan, zelfs al heeft ie een marathon gelopen, zich niet blíjven verschuilen achter het verhaal dat ie aan het herstellen is. Toegegeven: de eerste dagen na de succesvol verlopen Monstertocht in Leiden kon ik amper een trap óp, laat staan áf. Mijn bovenbenen stonden dat eenvoudigweg niet toe.

En ook in de periode erna gaf mijn lijf zo nu en dan het seintje: “wat je me daar op 22 mei geflikt hebt, dat laat je voorlopig maar uit je botte harses". Duidelijk genoeg, toch? Maar ja: het bloed kruipt op een gegeven moment toch weer waar het eigenlijk niet gaan kan. Al snel na Leiden had ik weer een steelse blik geworpen op de hardloopkalender. Eén ding was zeker: het zouden voorlopig beduidend kortere loopjes zijn. Dit was het - zwaar bevochten - compromis tussen lijf en geest.

Mijn begerige blik viel al snel op de 10km Singelloop in het nabij gelegen Woerden. In 2014 had ik daar mijn debuut gemaakt, en de écht verstokte lezertjes herinneren zich misschien nog het enthousiaste verslag over een échte Singelloop. Want Woerden heeft een heuse Singelloop, en Gouda jammer genoeg niet. Wat in Gouda een singelloop heet is in werkelijkheid een stegen-en-straatjesloop waarbij af en toe een stukje singel wordt aangetikt. Maar enfin, genoeg daarover.

Zo gezegd, zo gedaan: na de inschrijving werd het vizier gericht op de tocht rondom de mooie binnenstad van Woerden. Het parcours voor afgelopen maandagavond bestond uit een drietal ronden van respectievelijk 3, 3.5 en 3.5 kilometer. Men kon naar believen 1, 2 of 3 ronden lopen. De start en finish was bij het Kalsbeek College dat vlak buiten de singels is gelegen naast het fraaie Brediuspark.

De loop is tamelijk populair in de regio, dus ook aardig wat Goudse hardloopliefhebbers waren op het evenement afgekomen. Mijn entourage bestond uit Goudse Runners-hardloopvriend Wim die zich ook aan de 10 kilometer zou wagen, en zijn vrouw Liesbeth en Goudse Runners-trainer Ed als supporters. Gevieren waren wij ongeveer een uur voor de start ter plekke. Het was een toch behoorlijk warme en benauwde avond in het Utrechtse stadje. Oei. Heel korte-kleertjes-weer dus: singletje en korte tights zouden hopelijk niet te warm zijn in deze benauwde omstandigheden. Anders zou het wel een erg naakte bedoening worden in het overwegend Christelijke Woerden. Dat kon ik ze niet aandoen daar. Trouwens: waar speld je dan je startnummertje op? In ieder geval niet op de mouw.

Wie mijn verhaaltjes wel eens leest weet misschien dat ik een zekere haat-liefdeverhouding heb met de 10 kilometer. Er is iets mee. Vaak kan ik mijn krachten niet goed verdelen, iets wat mij bij de 5km, de 15km en grotere afstanden meestal wèl goed lukt. Wat het is: ik weet het niet. Een 5km kan ik lopen in 22 minuten, en een 15km in 1 uur 15 minuten. Dan moet het, zou je zeggen, toch mogelijk zijn om die verrekte 10km fors en structureel onder de 50 minuten te douwen.

Vanavond zou ik het weer proberen – zo had ik mij voorgenomen. Na het startschot zou ik aanvankelijk net iets boven de 5 minuten per kilometer gaan zitten, om vervolgens langzaam maar zeker op te versnellen. En aldus geschiedde. De eerste kilometers gingen goed, ofschoon ik de warmte en de benauwdheid behoorlijk voelde. Maar na iets minder dan 5 kilometer ging de warmte als een betonnen koker om mijn borstkas klemmen. Deze snelheid was gewoon niet langer meer vol te houden. Ik moest langzamer gaan lopen en proberen om mezelf te herpakken.

In de laatste ronde van 3.5 kilometer leek het vlammetje weer een beetje te gaan branden. Maar ik had - dacht ik - wel teveel tijd verloren op het schema van 50 minuten. De finish kwam in zicht, of eigenlijk: ik hóórde de finish, want daar was het een kabaal van jewelste. Ik versnelde en versnelde want de verlossende finishmat naderde en naderde en de 50 minuten waren nog niet verstreken. Zou ik het uiteindelijk tóch nog gaan halen??

De eindsprint over de laatste honderden meters werd woester en woester, en wanhopiger en wanhopiger. Een plotseling opkomende golf van misselijkheid zorgde ervoor dat het allemaal nog zwaarder werd. Kokhalzend legde ik de laatste tientallen meters af om mij vervolgens in een netto tijd van 50:03 over de finish te storten. 50:03………4 seconden te langzaam!! Aaarghhhhhhh!

Net na de finish werd ik in een tamelijk grote mensenmenigte gefuikt. Ik kreeg een flesje sportdrank aangereikt waarvan de aanblik mij nóg misselijker maakte. Bijna had zich een stuitend Woerdens drama afgespeeld dat velen onaangenaam en onsmakelijk zou hebben getroffen. Maar gelukkig: net op tijd vond ik een gaatje naar buiten, naar de vrije ruimte, daar waar ik langzaam weer tot mezelf kon komen en de misselijkheid stukje bij beetje verdween.

Toen ik weer een beetje op krachten was gekomen spoedde ik mij terug richting het finishgebied om Wim over de finish te supporteren. Ook hij was blij dat de beproeving erop zat: het was zwaar geweest daar in Woerden - dat hoorde je ook van alle kanten.

Wim doet net zo lang over het douchen als dat ie over de 10 kilometer doet. Dat gaf mij dus meer dan voldoende tijd om mij bij de organisatie van de Singelloop te vervoegen.

Grote sommen gelds heb ik ze geboden. En allerhande zaken in natura. Toen dat allemaal niet hielp heb ik mij moeten bedienen van de meest afschuwelijke dreigementen. En dan bedoel ik ook écht afschuwelijk: als men in de uitslag niet 4 seconden van mijn tijd zou afhalen dan zou ik zélfs overwegen om volgend jaar niet deel te nemen. Zo! Een zwaarder dreigement verzin je niet, toch?

Ondanks alle emotionele chantage bleek de organisatie niet bereid om mij ter wille te zijn. En zo bleef die 50:03 een beetje (boel!) hatelijk op het uitslagenlijstje staan. Niets aan te doen. Enfin, dan moeten ze volgend jaar maar voelen.

Op 26 juni gaan Looptijden-blogvriend Arranraja en ik in Weesp gezamenlijk ten strijde trekken tegen de elementen en de af te leggen afstand van 15 kilometer. Dat gaan we doen tijdens de door hem hoog aangeprezen Vechtloop. Eén ding is zeker: wij zullen niet met elkáár de degens kruisen, maar juist proberen er een gezamenlijk loopavontuur van te maken met een niet overdreven hoog tempo. Tja, en wellicht vloeit uit dit alles ook een gezamenlijk verslag voort, we gaan ons eitje daar nog over leggen. Watch this space!

Het Leiden Verbeeld (8 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 23 mei 2016 21:41

Tja, en zo verandert in één grote klap je status. Maanden lang was ik “man die in training is voor zijn eerste marathon”. Gisterochtend ging dat dan eindelijk veranderen. Mijn status werd “man die zijn eerste marathon loopt”.

De afgelopen drie weken had ik mij helemaal te pletter getaperd na de generale repetitie over 36 kilometer. Toen, op een zonnige zondagmiddag, ging na 33.5km het licht volledig uit en moest ik verschrikkelijk in de ankers. Geen banaan, gel of wat voor soort doping dan ook bood nog soelaas. Meer dood dan levend zwalkte ik de laatste kilometers richting de denkbeeldige finishlijn die ik zoals altijd met grote zorgvuldigheid had getrokken. Drie uur en drie kwartier had deze beproeving geduurd – en ik vond het in alle opzichten eindeloos.

Het was duidelijk: slechts rust kon mij nou nog redden. En dus werden de hardloopactiviteiten snel afgebouwd. Er was in die drie weken nog één duurloop van 15km en twee van 12km, maar meer niet. En de Goudse Runnerstrainingen: die moesten op last van de trainers in een beduidend lager tempo worden afgewerkt. Met als ‘dieptepunt’ de training afgelopen zaterdagochtend waar Rob (mijn trainer en masseur) erop toezag dat ik deze in slakkengang aflegde. Dit had ik hem sowieso al moeten beloven toen ik donderdagavond bij hem op de massagetafel lag om mijn rug en benen nog eens goed onderhanden te laten nemen. U weet: bij mij zijn alle middelen geoorloofd om tot het gewenste resultaat te komen.

Innerlijk behoorlijk rustig sprong ik zondag om 6 uur uit mijn warme mandje. Vandaag ging het dus gebeuren! Veel mensen spreken over al dan niet gezonde wedstrijdspanning, maar ik had wat dat betreft de voorafgaande dagen weinig gevoeld. Stalen zenuwen, en ijswater in de bloedvaten. Waarschijnlijk kwam dat doordat ik wist dat ik er alles aan gedaan had, en dat ik op deze Grote Dag wel zou zien waar (en wanneer, en hoe) het schip zou stranden. No worries – that would only add to the stress, zo had ik mijzelf voorgehouden.

Na een goed ontbijt en twee koppen koffie (U weet wel waarom), griste ik snel de voorgenomen kledij van het looprek. Nee, dit leverde ditmaal geen twijfelpartijen op: ik had een compleet nieuw outfitje “for the occasion” aangeschaft. Zowel functioneel als esthetisch verantwoord.

Om klokslag twee over acht vertrok het boemeltje richting Leiden. Aan boord van het vehikel kwam ik Kim tegen, dochter van mijn Goudse Runners-loopvriend Wim. Zij zou vandaag in Leiden voor Omroep West interviews maken met lopers en aanverwante artikelen, en deze interviews op Twitter plaatsen.

Na aankomst in Leiden spoedde ik mij vooreerst naar mijn oudste dochter Jantine. Zij woont in het centrum met haar vriend Maarten, en hun huisje zou voor mij het pied-á-terre zijn voor deze ochtend. Ook zij hadden de wekker al vroeg gezet om mij te kunnen ontvangen en verder te begeleiden.

Na nog een stevige espresso (U weet wel waarom) togen wij uiteindelijk naar het startgebied. Mijn marathondebuut zou over een uur plaatsvinden! Inmiddels was het stevig aan het miezeren; dat zorgde er evenwel voor dat het redelijk koel was. En dat was wel prettig want ons was een wat benauwde regenachtige dag voorspeld.

Op het grote startterrein kwamen wij Kim van Omroep West weer tegen, en ja hoor: mij werd een diepte-interview van maar liefst 30 seconden afgenomen. Social Media hè, Nieuwe Tijden hè: alles moet snel en flitsend. Na 5 takes vond ik dat ik er goed op stond, en na een korte bespreking over portretrechten en copyrights - en meer van dat geneuzel - gaf ik mijn finale toestemming. Ik zou nu eindelijk wereldberoemd worden in het verzorgingsgebied van Omroep West. Eindelijk die (meer dan terechte) erkenning na al die jaren.

Na snel nog even oude studievriend Christiaan begroet te hebben (die óók de marathon ging lopen) was het tijd om in het startvak plaats te nemen. Daar vond ik al snel de twee hazen Daniël en Klhaas (zo stond zijn naam op z’n mooie groene ballon) voor 4:15 met een allengs aangroeiend gevolg. De handen werden geschud, de eerste tips werden verstrekt en ik bracht snel nog een half banaantje in. Het feest kon beginnen.

In Rotterdam teistert Lee met zijn You’ll Never Walk Alone de oorschelpen, hier in Leiden hadden we een Plaatselijke Grootheid met (jawel!) het Wilhelmus. Hand op den borscht en vol vervoering meezingen natuurlijk, zeker voor zo’n doorgewinterde patriot als ik. Just kidding. Meteen daarna werd de meute (waaronder ca 800 marathonlopers) weggeschoten.

Het eerste wat ik deed na 300 meter was mijn banaan verliezen, die ik voor de start zo zorgvuldig in mijn gordeltje had gestoken. Een psychologische klap van jewelste, waar ik kilometers voor nodig had om van te herstellen. Nu moest ik het ineens verder doen met twee flesjes met aangelengde sportdrank en een vijftal gelletjes. Plus natuurlijk alles wat mij zou worden aangereikt bij de verversingsposten. En ik zou – zo nam ik mij nu voor - werkelijk álles pakken.

De 4:15-groep voerde (natuurlijk) een heerlijk gestaag tempo, dat ongeveer 6 minuten de kilometer bedroeg. Ik had al meteen het gevoel dat ik mij hier uitstekend in zou kunnen handhaven – in ieder geval toch tót de gevarenzone na plusminus 35 kilometer. Zo goed voelde ik me wel. Het was een gemêleerd gezelschap van debutanten en recidivisten, van diverse nationaliteiten (o.a. Polen, Belgen, Fransen, Duitsers, Nederlanders), elk met een eigen verhaal.

Na 6 kilometer in Zoeterwoude Dorp brak plotseling de zon door en werd het meteen ook heel benauwd. Hier zat ik nou bepááld niet op te wachten, maar gelukkig bleek het van tijdelijke aard. Na 11 kilometer liepen wij over een inderhaast aangelegd ponton over de Oude Rijn (voor de kenners: nabij de Rijneke Boulevard) en splitsten de marathonlopers zich af van hun halve-marathon-collega’s. Ruimte, eindelijk ruimte.

Via de pythagoreske (…) dorpen Koudekerk aan den Rijn en Hoogmade belandden wij na 25 kilometer in het wel érg veraf gelegen Roelofarendsveen. Nog steeds bewogen wij ons van Leiden af, lekker goed voor het moreel kan ik U mededelen. Maar op 28km, bij Nieuwe Wetering, kwam dan eindelijk de ommekeer. Na een draai van bijna 180 graden stevenden wij dan te langen leste weer af op de Sleutelstad waar ons de Eeuwige Roem zou wachten.

Het begon zo zoetjesaan allemaal wel een beetje zwaar te worden. En die kilometers: die werden voor het gevoel steeds langer. Heel langzaam, gedurende de tocht door het fraaie landschap en de mooie dorpen Rijpwetering en Oud-Ade, begonnen de krachten af te nemen.

BTW ik moet Oud-Ade nog even specifiek noemen: daar was het héle dorp uitgelopen om ons als helden te begroeten. Hierbij kwam het katholieke karakter van het gehucht duidelijk naar voren: er stonden ongekend veel priesters en nonnen ons buitengewoon hartstochtelijk toe te juichen. Wij voelden ons buitengewoon gezegend én bewierookt! En ook andere dorpelingen hadden hun habijten aangetrokken voor de gelegenheid. Het was werkelijk een gekkenhuis – of trap ik met deze opmerking tegen heilige huisjes?

En tja, niet lang na Oud-Ade, ergens tussen het 36- en 37-km punt, stond ie dan: de overbekende man met de overbekende hamer. Waar ik tot dan toe lekker voorin het peloton had vertoefd zakte ik er nu in één snelle beweging doorheen. De pijp was even he-le-maal leeg. En wèg was de groep. Wat nu?

Na een zeer kortstondige wandeling kon ik mij gelukkig weer enigszins herpakken in een lager tempo dan dat ik tot dan toe had gevoerd. Zo moest ik dan maar die laatste 6 kilometers gaan overbruggen. Gelukkig waren er nog andere medelopers bij wie ik mij aan kon sluiten, of die zich bij mij aansloten.

Op deze manier werden de laatste kilometers - met wel heel veel hangen en wurgen - voltooid. Inmiddels waren we Leiderdorp gepasseerd en waren we in Leiden aan de laatste kilometers over de singels begonnen. De eindstreep kwam nader en nader, maar het kostte nu wel vreselijk veel moeite. Gelukkig stonden zo hier en daar langs het parcours de dolenthousiaste leden van mijn fanclub om mij nog een extra hart onder de riem te steken.

En hoe het mogelijk is: Joost mag het weten, maar de laatste honderden meters richting finish gaven weer vleugels. Je ruikt de eindstreep en de even verderop gelegen bierpomp, er is een uitzinnige menigte die je over de kasseien schreeuwt, kortom: genoeg impulsen om je in alle staten van euforie te brengen. En ja hoor: na 4 uur, 19 minuten en 33 seconden veranderde in één klap wederom mijn status. En wel in “man die zijn eerste marathon heeft volbracht”.

Wát een moment, werkelijk fantastisch!

Bij de bierpomp ontmoette ik Daniël en Kla-haas weer, twee hazen op hun dooie gemak aan het bier. Zelf had ik daar nog even geen oren naar. Maar wat waren ze blij voor mij, en wat was ik ze dankbaar voor 36 kilometer stimulerend gezelschap.

Vervolgens brak een pandemonium los. Eerst was daar het hartstochtelijk en emotioneel weerzien met de familie – mijn grootste en ferventste supporters aan wie ik onnoemelijk veel dank verschuldigd ben. Vervolgens kwam Looptijden-vriend (en meesterlijk verhalenverteller) Jaco zich melden na de finish van zijn 10km-race. Wat leuk om deze virtuele blogvriend ook in het echt te zien!

Datzelfde gold voor Looptijder en al even fervent blogger Ronald, die zich in de Burchtsociëteit (mijn stamkroeg van weleer!) kwam melden waar wij waren neergestreken om het glas te heffen op de voorbije gebeurtenissen. Wat leuk om ook Ronald ‘in het echt’ te zien en zijn verhaal over zijn race te beluisteren!

Het bleef nog lang onrustig in de Sleutelstad! Ik kan terugzien op een waanzinnig marathondebuut, ook al ging het na 36 kilometer niet meer van een Lei(d)en Dakje. Er staat een heel mooie tijd, die misschien ooit eens verbeterd kan worden. Wie zal het zeggen? Maar voorlopig heb ik daar nog helemaal geen plannen voor. Eerst ga ik eens uitgebreid nagenieten van een werkelijk grandioze dag in en rond Leiden en van een enorme verlegging van mijn fysieke en mentale grenzen! De reacties die van allerwege binnenkwamen waren in één woord hartverwarmend. Wat is hardlopen een geweldige sport en wat vormt het voor mij een geweldige way of life.

Running is Bliss!

Met trotse groet, Peter

Tijd om te Taperen (8 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 2 mei 2016 23:01

Nog maar luttele maanden geleden was 21.1 kilometer de grootste afstand die ik ooit gelopen had. Een halve marathon was in mijn optiek iets waar met een nauwgezet schema naartoe moest worden getraind. Het was immers een monsterafstand. Een afstand ook die op mijn blazoen niet bepaald tot aansprekende vermeldingen had geleid. Mijn debuut in 2003 leverde een fraaie 1:54:08 op, dat nog wel. Eind 2011 begon ik – na een periode van betrekkelijke stilstand – weer fanatiek te hardlopen en was het voltooien van een tweede halve marathon mijn voornaamste doel. Na een half jaar zeer intensief trainen perste ik in september 2012 in Zoetermeer er een magere 2:06:30 uit – een tijd die zich op geen enkele manier verhield tot mijn vuurdoop 9 jaar daarvoor.

Ook in de jaren daarna bleef het niet veel soeps qua halve marathons. De tijden gelopen in Amsterdam (2x) en in Den Haag (ook 2x) kwamen maar niet onder die 2-uurgrens, wat ik ook probeerde. Organische doping, synthetische doping, mechanische doping: niets maar dan ook niets hielp. Op andere afstanden zoals de 5, de 10 en de 15 kilometer kon ik (met behulp van diezelfde doping) aansprekender resultaten scoren.

Wat beweegt in vredesnaam iemand met zo’n Halve-Marathon-Struggle om dan tóch de sprong te wagen naar een hele marathon, zo hoor ik U vragen. Welnu, dat vraag ik mij inderdaad ook nog steeds af. En ook psychologen etc. breken zich daar het geleerde hoofd over. Maar wat ik wèl weet is dit: als ik zo iets in mijn hoofd haal, dan gaat dat ook uitgevoerd worden.

Natuurlijk weet ik wel wat elementen die mij tot de beslissing dreven om (ooit eens) een marathon te gaan lopen. Ik voel mij wel aangetrokken tot zware uitdagingen als deze, en in dit geval kon ik simpelweg niet te lang meer wachten. Vond ik, en vind ik. Ondanks mijn jeugdig voorkomen - en het gestel van een ijzersterke - gingen de jaren zo langzamerhand een héél klein beetje tellen. Dat waren zo enkele overwegingen die door mijn hoofd en hart speelden. Ik vond ook dat na al die jaren van trainen en wedstrijden op de korte(re) afstanden ik wel klaar was voor deze in mijn ogen ultieme beproeving. Tja, en zóu het bevallen: dan was er tenminste nog de nodige gelegenheid en tijd om het kunstje te herhalen. Dit alles Deo Volente natuurlijk, of Inshallah zo U prefereert. Of gewoon: Zo Ik Het Wil - dat is nog veel beter.

En aldus geschiedde: De Haan legde zijn marathon-ei eind vorig jaar. In één van mijn vorige blogposten is dit – voor de liefhebber – nog eens rustig na te lezen. Leiden zou het worden, en dat om diverse redenen. Eigenlijk is daarvan de belangrijkste: het feit dat verreweg het grootste gedeelte van mijn jeugd in die contreien is doorgebracht (voor de oplettende lezer: dus niet in Den Helder) en dat ik er later – veel later – nog een negental jaren heb gewerkt voor het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Another Trip Down Memory Lane dus!

De teerling was geworpen. En dus moest op datzelfde moment al begonnen worden met de voorbereidingen. Na enig research en wat goede adviezen van Goudse Runners-trainers beviel ik van iets wat op een schema leek. Het bevatte per week de volgende elementen:

  • 2 intensieve intervaltrainingen bij de Goudse Runners loopgroep, op dinsdagavond en zaterdagochtend
  • 1 relatief korte tempo-duurloop (max. 15km) op mijn vrije donderdagmiddag
  • 1 lange en langzamere duurloop op de zondagmiddag.

Zoals wellicht bij de lezer bekend loop ik al een aantal jaren met veel plezier bij de Goudse Runners. Het is een hechte verzameling mensen van diverse hardloopniveaus en –ambities. De trainingen kun je zo zwaar maken als je zelf wilt: meestal geef ik alles (werkelijk álles, echt ALLES), maar daags voor een wedstrijd of lange duurloop wil ik het iets rustiger aan doen. Hoe dan ook: de GR-trainingen dragen enorm bij aan het duurvermogen, zo merk ik elke keer.

Bij de kortere duurlopen op donderdagmiddag is het vooral prettig om eens een tijd lang boven je comfortabele snelheid te lopen. De lange en langzame duurlopen op zondag, tenslotte, breidden zich in de afgelopen maanden uit van 20 via 24, 26 en 31 naar 36 kilometer. De meeste van die afstanden werden meerdere malen gelopen. De laatste mijlpaal van 36km werd afgelopen zondag bereikt in ongeveer 3 uur en 3 kwartier. Overigens: ik kan nu meer dan een dag later nog steeds niet veel meer dan pap zeggen (schrijven gaat iets beter).

De hoogtepunten van deze trainingsperiode waren echter de wedstrijdlopen, waarover ik in de afgelopen 5 blogposten uitvoerig verslag heb gedaan. Dit waren absoluut de krenten op de taart (ofwel de kersen in de pap – of wacht…..) van de afgelopen voorbereidingstijd. Want ga maar na: 4 halve marathons werden ineens onder de twee uur afgeraffeld met als kroon op het werk een PR in Den Helder (1:52:07). Wat een mooie bijvangst van een marathonvoorbereiding! En ook de vijfde beproeving was raak: de 15 kilometer in het Reeuwijkse Plassengebied leverde een heerlijk New-Era PR op van 1:16:30. Allemaal verrichtingen die deze burger meer dan moed hebben gegeven bij het zich getroosten van alle opofferingen. Want ja: vooral die ellenlange duurlopen zijn soms behoorlijk saai - vooral indien alleen gelopen - en ja: het kost allemaal een enorme bak met vrije tijd. Gelukkig is van allerwegen (met name het thuisfront) de support en het begrip groot geweest, en daar ben ik buitengewoon dankbaar voor. Wat ook heerlijk was: de keren dat mijn lief met mij meefietste, de versnaperingen aanreikte, het teveel aan kleding innam, het te weinig aan kleding aanvulde en bovendien - en passant - mij op de moeilijke momenten moed insprak.

Dit geploeter moest natuurlijk vergezeld gaan van goede voeding (goed kauwen is je halve marathon, sorry Klisjeemannetjes), veel rust (dat is mij wel toevertrouwd), goed materiaal (geen enkele concessie wat betreft kleding, schoeisel en overige accessoires). En natuurlijk de doping, want tja lukt het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Just kidding. Maar vooral toch trainen, trainen en nog eens trainen met grote toewijding aan mijn zelf in elkaar geflanste schemaatje.

Zoals gezegd: afgelopen zondag werd, op het parcours Gouda-Reeuwijkse Plassen-Oukoop-Hogeweg-Papekop-Oudewater-Hekendorp-Haastrecht-Reeuwijk-Gouda, de generale repetitie van 36 kilometer afgewerkt. Verder dan dat gaat er qua training niet meer gelopen worden. Tot 22 mei natuurlijk. Het is nu tijd om te taperen, dat wil zeggen: op een verantwoorde manier afbouwen opdat onder andere het lijf gespaard blijft en de prestatie straks in Leiden optimaal kan zijn. Normale mensen spreken dan over luieren, maar wij hardlopers zijn aan het ta-pe-ren.

Overigens: het betekent niet dat er niet meer gelopen wordt. Wèl gaat de intensiteit fors terug - en dat is eigenlijk wel even lekker merk ik nu al. Belangrijk is het daarbij ook om het gevoel te houden dat je zo ongeveer in bloedvorm verkeert en niet onzeker te worden over de te leveren prestatie.

Na maandenlang intensief zaaiwerk is nu de tijd van het oogsten aangebroken. Op 22 mei aanstaande zal blijken hoe effectief al die trainingsarbeid is geweest!

In 6727 Seconden over de Geboortegronden (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 11 april 2016 22:18

Den Helder heeft voor mij altijd iets magisch. Het is een stad die ver van de bewoonde wereld verwijderd lijkt (en dat ook is). Het waait er altijd uit de lijken, de binnenstad spreekt op geen enkele manier tot de verbeelding, kortom het is een stad die niet hoog op de bucketlijst van wie dan ook staat. Maar toch….

Er is natuurlijk de zee, voor een groot deel rondom de stad gedrapeerd. Er is de marine – als je Nieuwe Haven van gepaste afstand bekijkt (want geen toegang behalve op de Vlootdagen) dan liggen daar die marineschepen heel imposant te wezen. Er is het Loodswezen (Pilots heet dat tegenwoordig – hoe verzin je het?), er is de visserijvloot die vanuit de Binnenhaven het ruime sop kiest, er is de prachtig verbouwde oude marinewerf vol met musea, memorabilia en grand-cafés. Het nautische aspect maakt een verder weinig aansprekende stad toch woest aantrekkelijk voor mij.

Wat natuurlijk ook meetelt is dat ergens aan het begin van de jaren zestig aan het Marsdiep mijn moeder mij ter wereld bracht. Toch liggen er niet mijn roots – de enige reden dat ik een geboren Jutter ben is dat mijn vader én mijn beide grootvaders marineofficieren waren, ja en dan word je al snel in Den Helder geboren.

Wat óók aantrekkelijk is aan Den Helder – zo weet ik nu – is de jaarlijkse Halve van Den Helder die vanaf de voormalige Marinewerf wordt georganiseerd. In mijn trainingsschema voor de Leidsche Marathon op 22 mei had ik gekozen voor deze nostalgische Trip down Early Memory Lane over 21.1 kilometer. De andere afstanden afgelopen zondag waren 5 en 13.7 kilometer.

Het parcours, zo had ik al gezien, zou mij langs een flink aantal pleisterplaatsen van vroeger brengen. Zo was er de Kanaalweg, de straat langs de dijk, de straat waar mijn wiegje stond. Zo was er het Marinemuseum met de grote zwarte onderzeeboot die daar in de stellingen staat, en waar vlakbij het Marinezwembad stond waar ik zwemles kreeg van heuse drill instructors – onder het motto: Niet Zeuren, Zwemmen…. Zo was er het dorp Huisduinen met haar karakteristieke vuurtoren De Lange Jaap. Zo was er een stuk van 4.5km over de Zeepromenade, aan de zee-kant van de dijk gelegen, met een werkelijk schitterend uitzicht op de Noorderhaaks en natuurlijk Texel.

Kortom: alle reden voor een mooi dagje en een mooie loop. Mijn lief en ik waren al heel vroeg des zondags vertrokken, zelfs al vóórdat alle kerkgangers in Gouda hun luikjes hadden opengeslagen. Na een uiterst voorspoedige reis arriveerden wij om half elf in het zonovergoten Nieuwediep, een fraaie bijnaam voor Den Helder vindt U ook niet?

Onze wegen scheidden bij aankomst. Mijn lief ging op bezoek bij haar tante, en ik ging alvast naar het startterrein voor de voorbereidingen. Het startnummer (per post verstuurd) was niet bij ons thuis aangekomen, dus ik had nog wat te verhapstukken met de organisatie. De sfeer ten burele van de organisatie werd wat grimmig doordat men mij niet meteen ter wille was. Gelukkig wordt onder druk alles vloeibaar, dus na een paar vijven en evenzovele zessen beschikte ik over een gloednieuw startnummer en konden de aanvangende bewegingen plaatsvinden.

Mijn vader en mijn zuster hadden mijn deelname in Den Helder aangegrepen voor een dagje uit aldaar – ook een Grand Tour langs de pleisterplekken in hun geboortestad – en vlak voor de start troffen wij elkaar op het inmiddels volle en drukke startterrein. Leuk dat ze mij ook zo eens kwamen bewonderen!

Om 12:00 uur scherp werden wij middels een antiek scheepskanon weggeschoten (lees: weggebulderd) voor de Monstertocht over 21.1 kilometer. De Halve van Den Helder was aangevangen, de trossen gingen los, de ankers werden gelicht en wij gingen Buitengaats met Gezwinde Spoed!

Het was inmiddels behoorlijk warm geworden en van de spreekwoordelijke Heldersche Wind was weinig te merken. Ik zette een flink tempo in; het voelde lekker, het ging lekker en we zouden wel zien waar het marinescheepje ging stranden. De eerste kilometers zouden zuidwaarts verlopen, en dan bij 4km zou het “om de west” richting Fort Erfprins en Huisduinen gaan. Op het 7km-punt zouden lief en tante-lief zich in de uitzinnige menigte ophouden om mij van nog meer sprankjes moed te voorzien. Niet dat het echt nodig was: het tempo lag hoog en ik voelde me goed. Maar wat heerlijk dat ze er stonden en mij luid aanmoedigden!

Na 10 kilometer (in iets meer dan 52 minuten) betraden wij de gewijde gronden van Fort Erfprins dat speciaal voor de gelegenheid voor de burgerij toegankelijk was gemaakt. Natuurlijk werd er stevig gepatrouilleerd – je weet tenslotte maar nooit met al die lopers gewapend met gordeltjes vol flesjes met onduidelijke vloeistoffen. Het veld was wat uiteengeslagen (leuk in dat verband) en ik liep samen met een jonge vrouw die er ook flink de sokjes in had met een snelheid van ongeveer 6.2 knopen oftewel 11,5km/h. Wij besloten – zonder dit uit te spreken – om bij elkaar te blijven en elkaar te hazen. Het zwaarste gedeelte ging tenslotte nog komen: de klim naar Huisduinen gevolgd door het ellenlange stuk over de Zeepromenade waar de wind vrij spel zou hebben. Het zou daar wel héél prettig zijn om niet alleen te hoeven lopen terwijl je bezig was een hoog tempo vast te houden.

De zaken ontwikkelden zich buitengewoon voorspoedig daar op de Zeepromenade. Zee aan de linkerkant (de Rede van Texel), dijk aan de rechterkant, van de stad niets te zien door de hoogte van de dijk. Het werd allengs wel wat zwaarder natuurlijk, maar we hielden elkaar goed scherp. Wat ook hielp was dat we steeds hardlopers-doodlopers in het vizier hadden en konden passeren. Op 16 kilometer stond langs de promenade een tent van waaruit de lopers met stampende muziek werden begroet. "I Wanna Have Sex on the Beach" klonk het uitdagend - alsof mijn hoofd (en lijf) dáár naar stond....

En daar op 17 kilometer, op enige tientallen meters van de plek waar ik het levenslicht zag, stonden pappie en zussie - hij met het alvast aangeschafte overwinningsboeket (wát een vertrouwen!), zij met de camera in de aanslag. We liepen toen al flink af te zien maar een grijns kon ik nog nét op het gelaat toveren. Na deze foto-shoot ploeterden wij amechtig voort…

Na 20 kilometer zag ik ze wéér: het parcours was zodanig gelegd dat zij alleen maar even de dijk over hoefden te lopen om mij weer “op te pikken”. Weer die grijns (nou ja: grimas) natuurlijk voor alweer een fotomomentje. Nu zaten we écht stuk, maar de finish was in zicht en ik wist dat alweer een Persoonlijk Record zou worden gebroken.

Na nog een kilometer moeizaam buffelen passeerde ik uitgeput de finish in 1:52:07, met in mijn kielzog mijn vrouwelijke metgezel die ook een voor haar doen superbe tijd had gelopen. Zo hadden we elkaar goed geholpen in het tweede gedeelte van de race!

Meestal herstel ik binnen een paar seconden, maar ik moest nu even een paar minuten wandelen over de Marinewerf voordat ik weer enigszins aanspreekbaar was. Dat had mijn vader en mijn zuster voldoende tijd gegeven om zich bij de finish te melden, en ook mijn lief en haar tante voegden zich even later bij ons. Wat een familiefestijn toch!

Ik heb een geweldige dag gehad in mijn geboortestad – dat zult U wel van mij willen aannemen. Het vertrouwen richting 22 mei is weer enorm gegroeid. De komende weken zullen er nog een paar heel lange en langzame duurlopen plaatsvinden – afgewisseld met tempo- en intervaltrainingen - maar vanaf 1 mei ga ik afbouwen. Eén ding is zeker: we liggen stevig op koers!

Van je Ras Ras Ras in Eén-Zestien om de Plas (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 21 maart 2016 22:36

Willemijn en haar NOS-trawanten hadden het goed voorspeld: zaterdag 19 maart 2016 was een grauwe en grijze dag in het Groene Hart van Nederland. De temperatuur kwam maar niet boven de 8 graden uit, en een wat onregelmatige bries was opgestoken boven de Reeuwijkse Plassen. Eigenlijk was het weer om binnen te blijven en de stralende lente zittend op de bank met een goed boek (en dito glas) af te wachten. Buiten op de grote parkeerplaats van de Reeuwijkse Hout was het echter een drukte van belang.

Voor de 64e keer in de historie stond daar de Reeuwijksche Plasschenloop op de agenda. Een legendarisch loopfestijn georganiseerd door SC Reeuwijk, de plaatselijke antilopenvereniging. Afstanden van 5, 10 en 15 kilometer konden worden overbrugd door de hardlopers die (echt waar) van heinde en verre op dit spektakel waren afgekomen. Nee, het is geen massale loop. Voor de 15km waren bijvoorbeeld 171 atleten komen opdraven – toepasselijk, dat dan weer wel.

Als Import-Gouwenaar-van-Heldersche-Afkomscht was dit voor mij natuurlijk een thuiswedstrijd. En temidden van al die ellenlange afstanden die ik tegenwoordig tijdens wedstrijden én trainingen pleeg af te leggen was een 15km-wedstrijdloop in het plassengebied vanzelfsprekend een heel fijne afwisseling. Bovendien deden er nog wat collega-Goudse Runners mee – op zich een gezellig gegeven.

Het is ook nog eens één van mijn lievelingsafstanden, die 10 Metrische Mijlen. In een ver verleden had ik deze afstand al eens overbrugd in een voor mijn doen onwaarschijnlijke 1:11:35, maar dat is een typisch geval van Andere Tijden Sport. En wat bedoelde ik dáár ook alweer mee? Op een mooie dag in 2014 heb ik alle ‘toptijden’ op alle afstanden die ik ooit liep ritueel verbrand en ben ik feitelijk opnieuw begonnen. Nieuwe tijden, nieuwe kansen. En wat blijkt: als je je tegenwoordige tijden niet langer afzet tegen die achterlijk scherpe ‘toptijden’ van vroeger, dan geniet je meteen ook weer veel meer van je verrichtingen en vorderingen. Want die laatste zijn wel degelijk te bespeuren. In 2014 had ik na een aantal pogingen het New-Era PR op de 5km op 22:22 weten te krijgen. En in de afgelopen 3 maanden had ik de halve marathons van respectievelijk Egmond, Gouda en Den Haag steeds onder de 2 uur voltooid. Dat was mij één keer eerder gelukt (in 2003) en daarna was het een beetje kommer en kwel geweest op die afstand. Tot 2016 dus.

Toegegeven: die ellendige 10km kreeg en krijg ik maar niet meer onder de 50 minuten sinds de 49:29 op de Goudse Singelloop van 2013. Het is mijn minst favoriete afstand. Maar ook dat varkentje was ik vast wel weer eens. Maar nu even niet. Ik bedoel: de laatste tijd liep ik geen 10km’s meer, en voorlopig gaat dat er ook niet van komen. En de 15km-lopen: die waren in 2014 en 2015 steevast rond de 1 uur 20 minuten blijven hangen, waardoor ik de overtuiging had gekregen dat dát dan ook wel een beetje het plafond was.

De laatste tijd gaat het echter wel érg lekker met het hardlopen. De noeste arbeid als voorbereiding voor de marathon van Leiden lijkt mij vleugeltjes te geven tijdens de wedstrijdlopen die ik (als wedstrijdtraining) toch nog blijf doen. De drie eerder genoemde halve marathons getuigden daar al van. En zo toog ik met het nodige zelfvertrouwen naar de Reeuwijkse Hout om eens te kijken of ik onder de 80 minuten kon duiken. In november 2014 was mij dat tijdens de Klaverbladloop in Zoetermeer voor het laatst gelukt.

Na alle gebruikelijke en ingesleten rituelen (banaan, plassen, inlopen, plassen, water, plassen, schietgebedjes richting Mekka, laatste keer plassen) werd ik om 13:30 uur scherp samen met mijn 170 medelopers weggeschoten voor de afsluitende afstand van 15km. Ik voelde mij buitengewoon goed en nam een comfortabel doch niet al te laag tempo aan. Na 1 kilometer schrok ik wel een beetje: 4:58 stond er op de teller, voor een betrekkelijke slow starter als ik eigenlijk véél te snel. Maar ja: het ging lekker, ik had mij aan kop genesteld van een klein groepje, dus ach waarom zou ik nu in de ankers gaan? Enfin, ik besloot om toch maar een klein beetje te temporiseren waardoor de kilometertijden nèt boven de 5 minuten uitkwamen.

Het was eigenlijk totaal niet nodig, maar ik blééf onderweg maar denken: wanneer ga ik de tol betalen voor deze brute snelheden? Maar het gebeurde tijdens deze race simpelweg niet. Reeds gauw had ik het groepje verlaten op weg naar nieuwe mikpunten – een strategie die mij wel ligt en die op deze middag wonderwel uitpakte. Al bezemend, kloppend, vegend en zuigend buffelde ik er kilometer na kilometer uit in steeds buitengewoon prettige tijden. En na 9 kilometer had ik al zoveel gewonnen op het ‘schema’ van de 1 uur 20 minuten dat ik wist dat ik me wel héél veel verval kon veroorloven. WOW! Met die wetenschap vloog ik over de paden rond de grootste van de Reeuwijkse Plassen, genaamd Broekvelden/Vettenbroek, maar in de volksmond: De Surfplas.

De laatste paar kilometers waren zwaar, héél zwaar. Maar de tijden op die kilometers doken tóch weer lekker onder de 5 minuten, waardoor ik wist dat het wel gebeiteld zat. Ook het verschalken van menig hardloper-doodloper bleef doorgaan tot aan de eindsprint. Dat hielp.

Met gezwinde spoed stoof ik over de finishmatten in een netto tijd van 1:16:30 – een heerlijke tijd waarmee het oude New-Era PR (volgt U het nog?) op deze afstand met bijna 3 minuten verpulverd werd! Nodeloos te zeggen dat dit mij buitengewoon veel vreugde schonk en dat het een enorme tankbeurt van vertrouwen bleek.

De volgende loop op mijn wedstrijdkalender brengt mij op 10 april in Den Helder, inderdaad: de plaats waar schrijver dezes in het Jaar des Heeren 1961 ter wereld kwam.
In dit notoire tochtgat zal ik, onder andere langs de zeepromenade van Huisduinen tot aan Land’s End, trachten de Halve van Den Helder te voltooien. A Running Trip down Early Memory Lane dus! Daarbij (vind ik) hoef ik niet meer ten koste van alles een mooie tijd te lopen. Alles staat dan in het teken van 22 mei: mijn marathondebuut in Leiden. Geen gekke dingen meer doen, geen onnodige ongemakken oplopen…

Mauie stad achteâh duh duineh (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 7 maart 2016 22:26

Zondag 6 maart bracht schrijver dezes naar het Malieveld in Den Haag. Dit uit de kluiten gewassen trapveldje was enige jaren terug het toneel van een legendarisch concert van de Britse formatie Coldplay. Legendarisch omdat aan het eind van de avond zanger Chris Martin het publiek onthaalde op een prachtige Coldplay-versie van Oh oh Den Haag, het officiële Haagse volkslied. Als het Malieveld een dak had: het was eraf gegaan. Als Harry Klorkestein dood was geweest: hij had zich in zijn graf omgedraaid.

Al even legendarisch was het zinderende optreden van Samson en Gert in 1997, mijn oudste dochter van bijna 23 heeft het er nog steeds over indien en zodra ze eraan herinnerd wordt. En ook ik schrik er nog regelmatig wakker van na een avondje zwaar tafelen.

Tenslotte – en nou hebben we het over mijn jeugd – verscheen het gezin De Haan in de zeventiger jaren regelmatig op de aldaar georganiseerde Pasar Malams, waar menig saté kambing, lumper en rempejek mijn knorrend maagje mochten vullen en waar de Krontjong-muziek de oorschelpen teisterde. Pas aan het eind van dat decennium kwam Massada dat allemaal goedmaken.

Gisteren echter was ik op het Malieveld voor mijn derde achtereenvolgende optreden op de City-Pier-City halve marathon. En ik had wat goed te maken. De vorige twee afleveringen hadden telkens een uiterst matige tijd opgeleverd. Gezien de vorm van de laatste maanden lag een CPC-péé-erretje dan ook wel voor de hand.

De CPC-loop was alweer de derde in een serie halve marathons dit jaar die voor mij als bakens en meetpunten fungeren in mijn trainingsopbouw naar de Leiden Marathon op 22 mei aanstaande. Om de vier weken had ik er eentje gepland. In de tussentijd ging en ga ik gestaag door met het uitbouwen van de afstanden naar maximaal 36 kilometer. Twee weken geleden bereikte ik al de 26 kilometer, een beproeving van twee uur en drie kwartier. Klinkt als langzaam, en dat was het ook. Ik moet me echt dwingen om onder mijn comfortabele tempo te lopen, en dat valt voor een druistig jongmens als ik niet mee.

Toch wel opmerkelijk: ik loop nu elke week wel een duurloop van 20 kilometer of meer. Waar een paar maanden geleden de halve marathon nog de ultieme beproeving was is het nu een afstand geworden die met schijnbaar groot gemak wordt gelopen én verteerd. Maar ja, je moet wel wil je die 42 kilometer ooit overbruggen.

In een volgende blogpost zal ik wat meer aandacht besteden aan datgene wat ik inmiddels aan trainingsarbeid verzet om eind mei mijn doel te bereiken. Ik zal daarbij ook minutieus uit de doeken doen hoe de strategieën omtrent onder andere gewichtsafname, duur- en uithoudingsvermogen en niet te vergeten doping zijn omgezet in keiharde actie.

Voor nu echter gaan we terug naar Weduwe van Indië (dankjewel Tante Lien). De weersvoorspellingen voor het City-Pieâh-City-festijn waren niet om over naar huis te schrijven, to say the least. Het zou vooral een natte en koude aangelegenheid worden met een hinderlijk windje op de Scheveningse boulevard.

Toch leek het al op weg naar Den Haag warmer te zijn dan verwacht. Of in ieder geval: warmer aan te voelen dan verwacht. Ik had een drietal bovenlaagjes in gedachten maar ik besloot al snel dit tot een tweetal te beperken. Het eerste wat ik – aangekomen in het Business Paviljoen waar ik dankzij mijn werkgever toegang toe had – deed was mij van het onderste bovenlaagje ontdoen. Kunt U het nog volgen? Uiteraard had ik wèl lange tights aan: mijn ondergrens voor het kortere werk ligt op 12 graden en dat was het stomweg niet.

Het strijdplan voor deze halve marathon was simpel: consolideren, niet forceren, gewoon een lekkere loop op techniek lopen. De supertijden van Egmond en Gouda (zie de vorige blogposts) hoefden niet per sé gehaald te worden. Als het maar lekker zou gaan, dan zou ik al dik tevreden zijn.

Het was behoorlijk behaaglijk daar in die Businesstent, dus kwam ik pas kort voor de start uit dat warme holletje gekropen. Het lot (lees: mijn werkgever) had ervoor gezorgd dat ik in de derde en laatste startgolf zou starten. Lang wachten dus, nooit lekker als het zo fris is. Ik had weer een stemmig Komo-jasje aan waarin ik ’s-ochtends behendig de hoofd- en armopeningen had geknipt.

Om 14:50 uur, 20 minuten na de elitegroep vol met dartele en razendsnelle Kenianen mocht ik dan eindelijk ook beginnen aan mijn CPC Halve Marathon. Ik had mij geschaard in een groepje rondom de haas voor precies 2 uur. Lekker relaxed starten dus, en daarna wel zien wat er mogelijk was. Na ongeveer anderhalve kilometer daagde het mij al dat dit tempo wel héél behoudend was. We waren inmiddels de immens drukke Javastraat ingeperst, een gedeelte van het parcours dat mij nooit zo kan bekoren. Ik haalde even diep adem en verwijderde mij van het groepje onder dankzegging aan de pacemaker.

Al snel had ik aansluiting bij een klein groepje waaronder een oud-collega bij het ministerie van EZ. Het tempo dat daar gevoerd werd (van bijna 11km per uur) lag mij uitstekend, en ik voelde dat ik dat wel lang zou kunnen volhouden. Dit resulteerde in splits van 27:40 (na 5km) en 55:04 (na 10km). Iets langzamer dan 4 weken geleden in Gouda, maar ja toen moest daar die gruwelijke tegenwind nog komen…

Na 10 kilometer voelde ik mij zo sterk dat ik ook dit groepje voor gezien hield. Ik kon gewoon mijn eigen koers maken, mijn eigen snelheid genereren los van de mensen in mijn onmiddellijke nabijheid. Het zonnetje scheen inmiddels lekker, en er had zich een licht euforisch gevoel van mij meester gemaakt. Dit ging een goeie worden! Zonder nou echt al te veel te versnellen buffelde ik lekker door richting de 15 kilometer, een afstand die in 1:22:40 werd overbrugd. Weer zo lekker vlak. De Scheveningse Boulevard lag klaar om bedwongen te worden!

Aan de kust stond een lekker windje op de kop, maar die verhield zich niet tot de stormen die de Halve van Egmond en Die van Gouda hadden geteisterd. Zelfs het vals plat tussen kilometer 15 en 16 was prima te verteren als je maar de pasfrequentie aanpaste en lekker op techniek bleef doorlopen. Ik kon daar veel mensen inhalen, iets wat eigenlijk tot aan de finish het geval bleef.

De laatste 5 kilometer gingen eigenlijk weer lichtjes omlaag richting het Malieveld. En daar kon ik mijn snelheid uitstekend vasthouden. Lekker! Dat was nou uitgerekend datgene wat mij de vorige twee edities van deze loop helemaal niet lukte en waarbij ik het laatste half uur op mijn tandvlees moest lopen.

Nu ging het allemaal prima dus. En zo draaide ik uiteindelijk vlak na het passeren van het Provinciehuis het laatste rechte end naar de finish op. En daar was zowaar nog een versnellinkje uit de hoge hoed te toveren. Met een netto tijd van 1:55:26 daverde ik over de eindstreep, een niet verwachte maar uiteraard zeer welkome tijd.

Binnen de kortste keren was ik hersteld en liep ik gezellig keuvelend naast mijn oud-collega (die een minuut later was gefinisht) weer richting Business Paviljoen waar het nog lang onrustig bleef, naar ik veronderstel. Maar toen was ik allang weer thuis en onder de zorgzame hoede van mijn lief!

Groet, Peitâh

Razendsnel rondom Tempel (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 8 februari 2016 21:51

Zondag was voor mij de dag van de tweede halve marathon dit jaar, de tweede in een serie die mij scherp en wedstrijdfit moet krijgen richting de Leiden Marathon op 22 mei. Na de succesvolle monstertocht in en om Egmond (zie vorige blog) was dit keer de opdracht om gevoel te krijgen voor een langeafstandsloop in een landelijke omgeving. Immers: de Leiden Marathon voert de loper door de ommelanden van de Lakenstad, en ik had daar bewust voor gekozen. Geen massale rommelige stadsloop (zoals Rotterdam) maar een kleinschaliger landelijker evenement. De 21K Groenhovenloop van Antilopen Vereniging Gouda zou mij in een grote ronde door het platteland rondom Reeuwijk-Dorp en Tempel voeren!

Met een aantal Goudse mede-Runners die voor de Rotterdam Marathon trainen had ik afgesproken om deze loop te beschouwen als een trainingsloop. De ambitie was om er ongeveer 2 uur over te doen maar vooral niet tot het uiterste te gaan. De komende periode met héél lange duurlopen zou al zwaar genoeg worden!

Maar beste lezers, hoe anders kan het toch gaan….

De weersvoorspellingen voor het Goudse hardloopfestijn bleken bewaarheid toen ik die zondagochtend uit mijn warme bedje jumpte… Het woei uit de lijken, zo zou mijn nautisch ingestelde vader zeggen - BTW dat zegt ie nog steeds indien, wanneer en zodra van toepassing. De temperatuur lag om en nabij de 9 graden, en het zou naar verwachting droog blijven. Wie mijn pennenvruchten wel eens leest weet wat dit betekent: een schier eindeloze twijfelpartij bij de hardloopgarderobe, oftewel mijn looprek zoals ik dat vaak gekscherend noem. Na veel dubben beviel ik uiteindelijk van de volgende beslissing: twee bovenlaagjes (waarvan één warme) en lange tights zouden de passende kledij vormen voor de op komst zijnde beproeving.

Om half elf des ochtends arriveerde ik bij de prachtig vernieuwde atletiekbaan van Gouda. Het zonnetje probeerde zijn stralen moedig door het wolkendek te boren en de banieren wapperden heftig aan den hoogschten mascht. Het zou, zo te zien, een zware tocht worden vandaag.

De startceremonie (met bijbehorend schot) voor de halve marathon zou om twaalf uur precies plaatsvinden. Al om kwart over elf begon ik aan het warmlopen op de baan. Dribbeltje hier, kniehefje daar, hakke(n)bil zus, tripling zo. Tjeemig wat was ik goed bezig zeg (doe ik anders nooit) en wat veerde dat allemaal lekker! Daar hadden ze het afgelopen jaar een goed stukje werk geleverd, dat moest ik die Antilopen uit Gouda nageven. Het is dat zowat 53 rondjes achtereen op een atletiekbaan op een gegeven moment wel een beetje saai en afstompend wordt, anders mochten ze het hier van mij best op organiseren….

Ik stond in het startvak nog uitgebreid met mijn Goudse medeRunners te keuvelen toen plotseling het startschot klonk. Lekker geconcentreerd, lekker professioneel, goed bezig hoor Petertje. De meute zette zich in beweging voor nog een halve ronde op de baan en vervolgens de barre tocht door de polders ten noorden van Gouda.

Ik nam even de tijd om af te tasten hoe goed ik mij voelde. Mijn GR-metgezellen hadden een iets snellere start verkozen. Zelf moet ik altijd heel even op gang komen. Maar toen ik eenmaal was warmgelopen vervoegde ik mij na een kleine versnelling op het 4km-punt bij een groepje van 6 mensen dat onder anderen bestond uit GR-collega Marian. Dit groepje onderhield een flink tempo van om en nabij de 5:20 per kilometer, iets te snel voor een tijd van 2 uur. Maar ik had al gemerkt dat ik mij erg lekker voelde, en ik besloot bij dit groepje te blijven. Na 6km namen Marian en ik de kop - van mezelf weet ik dat ik het altijd erg prettig vind om het tempo aan te geven. Zo buffelden wij samen voort in een strak tempo, de wind soms in de rug en soms van opzij. Het groepje dunde onder deze snelheid snel uit en na 8 kilometer waren we nog met 3 over: één vrouw bleek het zó prettig te vinden om ‘gehaasd’ te worden dat zij zich comfortabel achter ons nestelde.

Het 10km-punt werd gepasseerd in iets meer dan 53 minuten. WOW wat was dat een scherpe tijd en wat voelde ik me toch lekker! Toch wisten we alle drie dat de Grote Ellende nog moest volgen: een haakse bocht naar rechts en dan ruim 10 kilometer beulswerk tegen de steeds krachtiger wordende wind in. Voor die bocht hadden wij nog snel even twee mannen ingehaald en we liepen dus nu met z’n vijven.

Dat waar wij voor vreesden werd on-mid-del-lijk na de haakse bocht bewaarheid. Een enorme muur van wind trof ons vol iets schuin van voren in het gelaat. We besloten om in een waaier achter elkaar te lopen en steeds het kopwerk af te wisselen. Dat lukte maar gedurende één kilometer: toen werd het groepje volledig uit elkaar geslagen. Ik had al een tijd op kop gelopen en merkte dat ik niet werd afgelost. Ik keek heel even om (geen sinecure onder die omstandigheden) en zag in mijn kielzog nog maar één persoon: de vrouw die nog steeds heel comfortabel met mij meeliep. Marian was weg, ver weg al, en de twee mannen waren in geen velden of wegen meer te bekennen. Wat was hier een slachting aan de gang!

Ik voelde mezelf nog heel goed en besloot om nog steeds dat strakke tempo vol te houden. Mijn metgezel volgde slechts; geen enkel probleem voor mij want in die rol voel ik mij het prettigst. Zo passeerden wij onderweg menig hardloper-doodloper die geen van elk kon aanhaken.

Inmiddels hadden we 13km gelopen en waren we inmiddels aanbeland op de schitterende langs mooie oude boerderijen slingerende Oud Bodegraafseweg, het mooiste plekje op de route. Het waaide verschrikkelijk hard, maar dit was nog slechts de stilte voor de storm, zo wisten wij. Na de drankpost bij het 14km-punt zouden wij bij AC Bodegraven de parallelweg van de A12 opdraaien om vervolgens 5 ellenlange kilometers te moeten strijden tegen de elementen die nu op zijn vijandelijkst zouden zijn. Vijf kilometer onbeschut met een inmiddels tot orkaankracht aangezwollen wind vól in het gelaat. Opmerking: om de lezertjes aan het blog te kluisteren moet ik af en toe de boel iets aandikken. Maar dat zij mij vergeven, nietwaar…..?

De powerdrink was amper ingebracht of de verschrikking begon. Wát een beproeving werd dat! Waar ik me tot dan toe behoorlijk goed voelde begon nu na 14km het loodzware afzien. Mijn loopvriendin-voor-twee-uurtjes verstopte zich vrouwhaftig achter mijn brede rug (zie opmerking vorige alinea) en alleen op die manier kon zij mij nog volgen. Ikzelf was inmiddels onvoorstelbaar met mijn krachten aan het smijten, dat wist ik, maar wat kon ik anders? Voor vrijwel iedere loper (zie ook het verhaal van Cristian) geldt dat een teruggang in snelheid zowat onacceptabel en niet te verteren is. Dus ploegden wij maar voort.

Na twee kilometer van dit beulswerk bleek mij dat dit niet langer kon. Dus sprak ik tot mijn metgezel de onsterfelijke woorden “Ik kan niet meer”, waarop zij de al even onsterfelijke woorden sprak “Ik ook niet”. Dat schoot niet echt op in de onderhandelingen.
Kapot als ik was nam ik dan maar het eenzijdige besluit om de gaskraan iets dicht te draaien. Mijn compagnon probeerde het nog even dapper, maar verder dan zo’n 50 meter van mij weg geraakte zij niet. Ook zij was aan het eind van haar latijn.

En zie, op het 19km punt stond ie daar ineens: Hans, de oprichter van de Goudse Runners en met zijn 73 jaar nog altijd buitensporig actief in de hardloop- en langlaufsport (en dan niet van dat kruimelwerk hè, nee: Vasa Loppet en dat soort monstertochten).
Hans schreeuwde het mij toe: “…nog twee kilometer waarvan 500 meter zwaar!!” Dat was voor mij genoeg ondersteuning (dankjewel Hans!) en ik versnelde weer een klein beetje. Daardoor kwam ik ook weer een beetje nader tot mijn vrouwelijke metgezel!

En zie, op het 20km-punt stond ie daar ineens: Rob, de trainer van mijn Zaterdaggroep van de Goudse Runners. Hij stond met zijn fiets langs de kant naar de passerende lopers te kijken.
Rob schreeuwde het mij toe: “…nog één kilometer en dan ben je er! Het gaat fantastisch!” Ik reutelde het eruit: “Ik ben he-le-maal-kapot”. Rob bedacht zich geen moment (dankjewel Rob!), pakte zijn fiets en nestelde zich fietsend naast mij op het voor de lopers afgeschermde stuk weg. “En nou niet stoppen” sprak hij om de tien seconden. Het gaf me vleugels, nou ja: vleugeltjes, en even later passeerde ik mijn dappere medeloopster die het onwaarschijnlijk zwaar leek te hebben. Ook zij kon op dezelfde aanmoedigingen van Rob rekenen, wat heel fijn voor haar moet zijn geweest. Ik was inmiddels over mijn dode punt heen en liep langzaam van haar weg. Het atletiekstadion kwam in zicht!!

Na nog 300 meter persen over de baan die nu een stúk minder verend voelde stampte ik over de finish in 1:53:52, een tijd die ik (echt waar) nog nóóit had gelopen. Een daverend PR dus, ongekend, onverwacht en onvoorstelbaar!

Stuk voor stuk druppelden mijn eerdere metgezellen uitgeput over de finish. De high-fives vlogen in groten getale door de lucht: we wisten dat we allemaal een heldenprestatie hadden geleverd, eentje om verschrikkelijk trots op te zijn. Wat een trainingsloop had moeten zijn was uitgedraaid op een onvervalste slijtageslag!

De komende weken gaan zich kenmerken door het uitbouwen van de afstanden richting de 32-35km. De eerstkomende op het programma staande wedstrijdloop zal zijn de CPC halve marathon in Den Haag op 6 maart. In het kader van een verantwoorde trainingsopbouw moet ik dáár wel een beetje normaal gaan doen……..

De Halve van Egmond aan Zee: een geslaagd trainingsloopje (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 18 januari 2016 18:08

Weder in de lucht
Na iets meer dan een jaar de dop op de vulpen te hebben gehouden leek het mij wel weer eens tijd voor een update vanuit het pythagoreske Gouda. U als huis-, tuin- en keukenwiskundige kent dat ongetwijfeld wel: daar waar drie Goudsche kaarsen een rechthoekige driehoek vormen is de som der kwadraten van de lengten der rechthoekskaarsen gelijk aan het kwadraat van de lengte der hypotenusakaars…. Maar dat terzijde.

Voor wie dacht dat het lopen er bij mij bij ingeschoten was: niets is minder waar! Zeker, het aantal wedstrijdloopjes was een stuk minder: waren het er in 2014 maar liefst 18, aan het eind van 2015 bleef de teller staan op 9. Maar daarbij waren niet de minste loopjes. Schrijver dezes maakte zijn debuut op de Dam-tot-Dam 10EM (1:28:51) en de Bruggenloop (1:22:02). Verder werden voor de tweede maal de CPC (2:06:05), de Amsterdam Halve Marathon (2:00:09) en de Zevenheuvelenloop (1:20:32) op het conto bijgeschreven.
Tenslotte waren er de plaatselijke loopfestijnen - zoals de Groenhovenloop, de Reeuwijkse Plassenloop, de Goudse Houtloop en de Goudse Singelloop - die vanzelfsprekend niet konden worden overgeslagen.

Nogmaals: het was qua aantallen loopjes wel wat minder afgelopen jaar. En ook qua trainingen – het moet gezegd – had ik mij in 2015 tamelijk onbetuigd gelaten. Het had diverse oorzaken, zoals sommige trouwe lezertjes zich wellicht zullen herinneren. Laten we het kort samenvatten met de termen: Liefde, Werk en Wonen - of in het algemeen: Leven.
Het hardlopen had een prominente plaats in dit geheel, dat nog wel, maar er waren afgelopen jaar meer zaken die mij energie kostten en schonken. Allemaal gelukkigmakende oorzaken, dus mij zult U niet horen klagen, integendeel…

Door alle genoemde lopen en trainingsarbeid werd de goede conditie en vooral het duurvermogen allerminst aangetast. Ook de negatieve split bleek van een bewuste (2014) een onbewuste (2015) bekwaamheid geworden. Tijd dus maar voor nieuwe grenzen en nieuwe uitdagingen.

Een snood plan
Zo ontstond in het najaar van 2015 het zalige plan (anderen zouden het ónzalig noemen) om een héle marathon te lopen. Gezien mijn ras voortschrijdende leeftijd werd het ook wel tijd zolangzamerhand. Mijn vriendin was het roerend met mij eens en zij was van begin af aan dus buitengewoon supportive, de lieverd. 2016 zou het Jaar van de Marathon worden. Maar welke?
Op mijn vizier verschenen twee marathons: die van Rotterdam en die van Leiden. Rotterdam: massaal en qua parcours beproefd, voornamelijk binnen de stad. Leiden: niet massaal, minder beproefd en buitengewoon landelijk.
Zoals in dit soort zaken gebruikelijk gaf een heel ander argument de doorslag. Mijn oudste dochter en (dito) schoonzoon lieten zich tijdens een rijkelijk besprenkeld dinertje bij ons thuis ontvallen dat zij wel oren hadden naar het lopen van resp. de 10km en de halve marathon, op diezelfde dag in Leiden. En zo bevielen wij dan van het plan – een buitengewoon snood plan - om op 22 mei 2016 gedrieën "De 73K van Leiden” te gaan lopen. BTW ik heb mij inmiddels ingeschreven, nou die andere twee nog…..

Gedurende de komende maanden zal ik trachten op dit blog een inkijk te geven in mijn vorderingen, mijn belevingen én die van mijn naasten bij onze voorbereidingen voor het Leidsche Hardloopspektakel. Watch this space!

Zandstormen en hete isotonen
Voor mij was één van de eerste beproevingen op weg naar 22 mei de Halve Marathon van Egmond, de jaarlijkse enkel-, kuiten- en knieënbijter over strand en door duin. Dit keer was 10 januari de datum, en ik zou mijn debuut gaan maken op deze monstertocht. Een debuut waar ik eerlijk gezegd een heel klein beetje tegenop zag, want de weersvoorspellingen waren niet mals… Een zeer stevige wind zou de lopers teisteren, en ook zou het niet droog blijven. Kortom een gure en onbarmhartige zondag voor het atletenvolk.

Desalniettemin reisde ik goed geluimd af naar het Noord-Hollandse. De pendelbussen pendelden ons met grote efficiëntie van Heiloo naar Egmond aan Zee, er stond een vriendelijk ochtendzonnetje en ach: zou het dan misschien tóch zo’n vaart niet lopen?
Dat beeld veranderde onmiddellijk na aankomst bij de businesstent die naast de Grote Egmondsche Sporthal was gelegen. Er stak een storm van jewelste op, en het begon af en toe striemend te regenen waardoor de gevoelstemperatuur - en daarmee mijn gemoed - zienderogen daalde.

Het omkleden, doping toedienen en veelvuldig plassen (oorzaak: zie vorige alinea) hield mij zo’n anderhalf uur bezig. Daarna was het tijd om uit mijn schulp (lees: de behaaglijke businesstent) te kruipen om mij over een folterende kilometer te verplaatsen naar het startvak op de boulevard. Over de loopkledij heen droeg ik een Komo-jasje in een al even onstemmig grijs als de buitenlucht. Het was aan het stormen en regenen en ik had het ernstig koud. Had ik wel voldoende laagjes aan? Moest ik nou alweer plassen?? Aaaargghhh!!!!

Natuurlijk was ik weer te vroeg in het startvak. En op de Bulderende Boulevard werd ik bijna spontaan uit mijn Komootje geblazen. Hellup dit is niet leuk meer, zo schoot het door mijn gedachten. Gelukkig was er wel nog een toiletblokje in het startvak.

Om klokslag 12:39 werden de businesslopers dan eindelijk weggeschoten. Eindelijk beweging in de kleumende meute, het werd inderdaad de hóógste tijd om in beweging te komen en enige warmte in het lijf te krijgen.

Wel: dat lukte. Na nog geen kilometer werd de hele stoet het strand op gedirigeerd waar werkelijk een múúr van wind (en zand (en kou)) ons vol op de kop werd gesmeten. Ai-ai-ai, hoe lang ging dít wel niet duren? Tot 7 á 8km koers zouden wij ons aan deze marteling moeten onderwerpen. Dan pas konden wij bij Castricum-aan-Zee deze zandstorm ontvluchten. Het lopersvolk bewoog zich als een slang over het mulle zand, vast wel een mooi gezicht als je er oog voor had...

Ik had net voor de start de haas voor 2:00 uur ontwaard, en omdat ik ook wel zag dat ik daar op dat strand enig houvast nodig had, had ik besloten mij bij deze koerskapitein aan te sluiten. Op die manier zou ik met een tenminste redelijk constante snelheid die 8km kunnen overbruggen.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik had eigenlijk geen idee hoe ik er werkelijk aan toe zou zijn als ik eindelijk in de wat meer beschutte duinen was beland. Door de teisterende elementen op het strand kon je eigenlijk niet weten hoe je je voelde.
Na het duin bij Castricum te zijn opgesneld, merkte ik dat het allemaal nog zo slecht niet was. Ik besloot ietwat te consolideren en de haas maar even te laten voor wat ie was. Even weer in de cadans, in de flow komen. Dat lukte wonderwel, waarbij ik merkte dat ik behoorlijk wat energie overhad. Die haas: ach als ik die nou niet te ver weg zou laten lopen dan kon ik misschien zelfs......

Zo werd kilometer na kilometer in het bos- en duingebied overbrugd. De verversingen werden natuurlijk braaf elke keer aangepakt (die warme Isostar: yummie!!), en ja hoor: door telkens maar weer te kunnen versnellen had ik na 17km de haas weer ingehaald. WOW! Als dit zo door zou gaan ging ik ONDER de 2 uur lopen!! Het werd wel wat zwaarder allemaal, maar nog steeds zat de snelheid er goed in en was de tank nog lang niet leeg. Ik wist wel dat ook de haas aan het versnellen was om op zijn streeftijd te komen, maar goed: ik liep vóór hem en zolang dát het geval was…...

Na de buitengewoon steile maar prima verteerde Bloedweg snelde ik op de inmiddels zonnige boulevard over de finish in 1:59:33; nodeloos te zeggen dat ik daarmee – ook gezien de omstandigheden en de ontberingen – buitengewoon happy was. WOW wat een tijd en wat voelde het goed. Wát een vertrouwen voor de maanden die komen en die qua training en qua wedstrijdloopjes moeten gaan leiden tot een geslaagd marathondebuut!

Niet alleen Red Bull geeft je vleugels…. (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 22 december 2014 16:29

….néééé dat is niet alleen voorbehouden aan dat energiedrankje!

Ik zal er niet omheen draaien: sinds een aantal weken heeft bij mij (en bij haar ook natuurlijk Wink smiley) de liefde genadig en overweldigend toegeslagen. Zo’n liefde die niet alleen dol enthousiasme en opwinding teweeg brengt, maar ook één die (nu al!) zóveel rust, bekrachtiging, vertrouwen, warmte en toekomst geeft. Ja, zo eentje dus. Niet alléén roze wolken maar ook structuur en zingeving. Ik kan er nú al hele blogs over volschrijven, maar misschien is Looptijden.nl daar niet helemaal het geschikte platform voor Wink smiley

Voor wie mij de laatste weken wat ‘stilletjes’ vond: ziehier de oorzaak!

Eigenlijk had ik na de laatste 5km 3-Plassenloop op 30 november de wedstrijdschoentjes voor dit jaar al aan de wilgen gehangen. Er was een mooi PR van 22:35 gescoord, de donkere dagen rondom Kerst kwamen zo zoetjesaan in het vizier, dus leek dat mij aanvankelijk een mooi moment om voor 2014 op het ‘hoogtepunt’ te stoppen. Althans, dat vond ik toen. De geest was een beetje uit de fles, en ik was inmiddels al begonnen met trainingen die mij in maart goed voorbereid aan de start van de CPC halve marathon moeten gaan brengen.

Toch was ik eigenlijk wel behoorlijk aan die Zoetermeerse 5kilometerloopjes verknocht geraakt. Er zat een heel fijne stijgende lijn in de prestaties, het is altijd gezellig om bij de Roadrunners te vertoeven, en nóg een 5km-loopje zou mijn trainingsschema niet ernstig verstoren. En dus daagde het mij dat ik mij erg ongemakkelijk zou gaan voelen mocht ik de allerlaatste editie van dit jaar van de 3-Plassenloop overslaan. Het begon alweer danig te kriebelen! Bovendien voelde ik mij door de gebeurtenissen beschreven in de bovenste alinea buitengewoon bekrachtigd….

De oplettende lezer begrijpt ‘m inmiddels al wel: gisteren 21 december reisde schrijver dezes wederom af naar Zoetje voor zijn 18e en nu écht laatste hardloopfestijn van 2014! Het was een grauwe, niet al te koude maar tamelijk winderige ochtend, die maakte dat ik mij voorshands weinig illusies maakte over een toptijd. Het zou gewoon een gezellig loopje in Kerstsferen worden, waarin ik wel zou zien waar het scheepje ging stranden. In die stemming arriveerde ik om half 10 bij het Noord-AA meer, aan de boorden waarvan het Roadrunners-clubhuis schitterend is gelegen.

Na een snelle uitvoering van de bekende routinematige handelingen (inclusief doping) had ik voldoende tijd om ruim aandacht te besteden aan inlopen en warming-up oefeningetjes. Tot mijn vreugde zag ik een mij van vroeger bekend gezin komen aanwandelen: man, vrouw en twee dochters die samen met mijn twee dochters op de Montessorischool in Zoetermeer hadden gezeten. Onze twee gezinnen hadden destijds menig Avondvierdaagse met elkaar verwandeld.
Het weerzien was natuurlijk allerhartelijkst! Vader is een fervent hardloper, en ook zijn twee dochters waren al vroeg enthousiast gemaakt voor deze sport. Ze zouden vandaag alle drie meelopen, en moeder zou de dappere strijders aan de finishlijn verwelkomen!

Gezellig keuvelend over weleer liepen wij tegen half 11 naar het startvak, waar wij vervolgens naar inmiddels eeuwenoude traditie door het organisatie-opperhoofd werden weggetoeterd. Zoals gezegd zou ik er dit keer heel onbevangen ingaan. Maar drommels, wat ging dit vanaf de eerste meters al lekker! Overigens had dit voor een groot deel te maken met de straffe wind in de rug gedurende de eerste twee kilometers. Iedereen was er goed van doordrongen dat de problemen pas in het laatste stuk zouden gaan komen. Ik mocht mij dus na deze snelle start niet al te rijk rekenen.

Een blik op de wedstrijdklok na precies één kilometer leerde mij dat het wel érg hard ging! 4:19 zou, mits lineair doorgetrokken, uitkomen op een tijd van 21:35! Dat zou - zo besefte ik mij – veel te veel van het goede zijn. Dus zocht ik snel een groepje op om in een zo comfortabel mogelijke cadans te komen. Dat gaf gedurende een halve kilometer wel wat soelaas, maar uiteindelijk kwam ik er achter dat dit allemaal wel ietsje te langzaam ging.
Samen met nog een andere loper (van Antilopen Vereniging Ilion) koos ik vervolgens het hazenpad naar de vrije ruimte die voor ons lag. We schakelden op naar een tempo dat voor ons beiden nog nét behapbaar was. Ikzelf deed het kopwerk: dat vind ik altijd prettiger dan te volgen. Mijn metgezel had het zwaar - dat hoorde ik aan de moeilijke geluiden die hij zich liet ontvallen. Toch bleven we bij elkaar lopen en dat vond ik als gangmaker wel zo prettig.

In een nog steeds hoog tempo verschalkten wij menig hardlopertje-doodlopertje en passeerden wij het 4-kilometerpunt met (bij mij) nog redelijk wat peut in de tank. Maar nu zou de ellende pas goed losbarsten! De wind, die alleen maar verder leek te zijn aangewakkerd, kregen wij nu vol op de kop. Dit werd Stoempen, Snot en Sterven, zoals Mart Smeets ooit treffend beschreef.
Toch bleef het pasritme nog steeds hoog, hoewel we wel enigszins aan snelheid inboetten. Ik begon nu wel flink af te zien, en ook mijn metgezel was blij dat hij – in mijn kielzog – het leven had.

Het verraderlijke na 4 kilometer is, dat je in de verte de finish al ontwaart maar dat je die ene kilometer in een grote boog er naartoe moet lopen. Hemelsbreed lukt helaas niet, tenzij je over het water (of over de bodem ervan) kunt lopen. Maar dat kunnen wij aardse wezens niet. Dus dan toch maar het kromgebogen pad belopen en verschrikkelijk afzien.

Met zijn tweeën vlogen we over de finish in een heldentijd van 22:22, en daarmee waren alweer 13 secondjes van het PR afgepeuzeld! Ik was euforisch, dat kunt U zich wel indenken neem ik aan, maar tegelijkertijd vroeg/vraag ik mij af hoe ik mij zou hebben gevoeld als ik langzamer had gelopen dan in november. Natuurlijk kan het wel eens voorkomen dat ik een langzamere race loop, en tja daar heb ik dan maar mee te dealen… Wink smiley

Mijn metgezel kwam op mij aflopen met een grote grijns en sloeg mij joviaal op de schouders. Ik werd uitbundig bedankt voor het haaswerk dat ook hèm tot een voor zijn doen heel scherpe tijd had gebracht. Zelfs verontschuldigde hij zich er voor dat hij niet af en toe de kop had kunnen overpakken: hij was allang blij dat hij het moordende tempo had kunnen volgen. Ikzelf had daar zoals gezegd geen enkele moeite mee.

Na nog even vader en zijn twee dochters hartstochtelijk over de eindstreep te hebben gesupporterd, werd het tijd om snel naar het clubhuis te lopen en alle vermoeienissen even lekker van mij af te douchen. Het was alweer een uiterst geslaagde en perfect georganiseerde 3-Plassenloop geweest!

Ik wens iedereen op Looptijden, en in het bijzonder de min of meer trouwe lezers van mijn blogje, een heel fijne Kerst en Jaarwisseling toe met evenveel liefde, warmte en zingeving als dat ik nu mag ondervinden én geven. Want geloof me, dan ben je écht gezegend…

Ik ‘zie’ jullie allemaal weer in het Nieuwe Jaar!

Hartelijke groet, Peter

Nieuwe Zegetocht in Zoetje (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 30 november 2014 21:53

Nadat de 15km gedurende twee wedstrijdweekenden (Klaverblad op 9 en Zevenheuvelen op 16 november) in het brandpunt van mijn belangstelling had gestaan, was het vandaag weer tijd voor een lekkere 5km wedstrijdloop! Plaats en tijdstip voor deze beproeving waren reeds lang bekend. De laatste zondag van de maand was immers aangebroken, dus was het weer tijd om naar Zoetje (kort voor Zoetermeer) af te reizen voor de 3-Plassenloop van onze onvolprezen Roadrunners.

Het afgelopen weekend had ik qua wedstrijdlopen eens lekker vrij genomen, dus had ik maar liefst twee volle weken om mij op het Zoetermeerse hardloopfestijn voor te bereiden. Dit deed ik met drie tempolopen van om en nabij de 7.5km waarbij ik zowel op techniek als op mentale hardheid trainde. Ook waren er drie loodzware Goudse Runners-intervaltrainingen, waarvan ééntje op de atletiekbaan, ééntje op deels onverharde en ééntje op volledig verharde ondergrond. Vooral bij de training op de atletiekbaan van afgelopen vrijdagochtend had ik het lijf zwaar op de proef gesteld door werkelijk vólle bak te lopen.
Aan de voorbereiding kon het dus niet liggen! Wel werd/word ik al zo’n anderhalve week geplaagd door verkoudheid, licht hoesten en benauwdheid, maar niet in die mate dat het de trainingsintensiteit kon verstoren.

Toen ik vanmorgen uit mijn warme mandje kroop merkte ik het al meteen: het zou vandaag een gemeen koude dag worden. De smartphone vertelde mij even later dat het 2 graden Celsius was en dat het ook niet gek veel warmer zou worden. Geen dag voor korte kleertjes dus! Dat maakte alle besluitvormingsprocessen rondom mijn hardloopgarderobe er niet eenvoudiger op. Eigenlijk was dat ook de reden dat het alarm al om half zeven zijn oorverdovende kabaal ging produceren. Kijk, die Brinta en die twee koppen koffie zijn snel ingebracht, maar dan begint het gedoe pas! Het kostte een half uur eer De Haan een ei legde aangaande de geschikte wedstrijdoutfit voor vandaag.

Na lang wikken en wegen werd het volgende ensemble gekozen:
• een Karrimor ondershirt met lange mouwen (zwart gekleurd met gele accenten)
• als overshirt het kanariegele Goudse Runners-shirt (merk Brooks) met korte mouwen, voorzien van clubnaam op de achterzijde en sponsornaam op de voorzijde
• stemmig zwarte lange Karrimor runningtights (gelukkig bijtijds droog)
• witte hardloopsokjes met zwarte en blauwe accenten, voor zover ik weet merkloos
• mijn Saucony’s voor de korte wedstrijdafstanden (ook wit met blauw en zwart)
• en last but not least een setje Karrimor running gloves
(BTW ik schrijf deze opsomming natuurlijk in opdracht van mijn management teneinde mijn sponsors te pleasen, U als oplettende en slimme lezer begrijpt en waardeert dat vast wel.....)

Na een voorspoedige reis arriveerde ik om 9:30 uur aan de boorden van het Noord-AA meer. Hier staat sinds jaar en dag het prachtige houten clubhuis van Roadrunners Zoetermeer. Op het meer zag ik een aantal drakenboten flink snelheid maken; zo te zien was men in training voor een Upcoming Event. Altijd leuk om te zien, mijn oudste dochter had daar een aantal jaren geleden ook nog aan meegedaan.
Het was ook heel prettig te merken dat er erg weinig wind stond, dit maakte de kou draaglijk. En dat op zijn beurt zou ook het hardlopen straks een stuk draaglijker maken, zo bedacht ik mij.

Na alle rituelen rondom inschrijven, startnummer, omkleden en doping begon ik al vóór 10 uur aan het inlopen. Het lijf moest immers toch nog even voorbereid worden op een beproeving onder zulke lage temperaturen. Je zag veel mensen hun warming-up veel grondiger doen dan anders – buitengewoon verstandig want blessures liggen onder deze omstandigheden gretig en gulzig op de loer….

Na het daverende PR-succes van vorige maand (22:58, voor de details verwijs ik U graag naar de desbetreffende blogpost) besefte ik mij dat het een behoorlijke ‘tall order’ zou worden om onder deze omstandigheden die tijd weer te benaderen. Toch voelde ik mij – inmiddels goed warmgelopen – wel èrg lekker, dus ik besloot om dit keer flink scherp te starten en te proberen het tempo goed vast te houden. Gezellig babbelend met wat oude strijdmakkers van vroeger liep ik bijtijds naar het startvak.

Om half 11 werd het maar liefst 144-koppige gezelschap op pad getoeterd. Zoals met mezelf afgesproken zette ik er meteen een flink tempo in. Een handjevol snellere lopers liet ik passeren, een aantal langzamere starters haalde ik in, maar ik bleef mij fixeren op mijn eigen tempo. Dat, en alléén dat, was belangrijk. Na 1 kilometer zou ik een indicatie krijgen van wat deze wedstrijd mij brengen zou.

Om het de lopers extra gemakkelijk te maken was op het 1-kilometerpunt de wedstrijdklok aan de kant van de weg gezet. Deze wees een tijd aan van 4:34 toen ik het passeerde. WOW, dit ging de goede kant op! Maar nu was het zaak om in de volgende kilometers het tempo op zijn minst vast te houden. Ik besloot om niet meer op mijn horloge te kijken maar gewoon vanuit het gevoel volledig te concentreren op mijn snelheid en het constant houden ervan.

Natuurlijk had ik ook weer geluk. Sommige mensen waren te snel gestart en vormden voor mij ideale mikpunten. Gedurende de volgende kilometers kon ik – volgens inmiddels beproefd recept – een hele hoop lopers inhalen en achter mij laten. Op 3.5km passeerde ik op die manier een jonge vrouw die wanhopig probeerde bij mij aan te klampen. Maar helaas voor haar had ik andere plannen.

Op het 4-kilometerpunt stond weer een wedstrijdklok – en deze vertelde mij dat er inmiddels 18 minuten en 11 seconden waren gepasseerd. Een geweldig gevoel maakte zich van mij meester. Ik zou vandaag mijn PR opnieuw scherper gaan stellen!! En omdat er nog wat peut in de tank zat besloot ik de gaskraan nog eens een stuk verder open te draaien. Voor mijn vrouwelijke metgezel was hiermee het moment aangebroken om met veel gepiep en geknars haar verzet te staken.

Die laatste kilometer ging werkelijk geweldig! Ondanks het feit dat ik zolangzamerhand wel wat begon af te zien bleef ik de hoge snelheid van inmiddels 4:24 per km vasthouden. En terwijl ik er vorige maand nog een gigantische eindsprint uitramde om onder die 23 minuten te geraken, vloog ik dit keer met constante snelheid door en passeerde ik de eindstreep in een (voor mijn New Era) waanzinnige tijd van 22:35!
De 'oude' toptijd was met maar liefst 23 seconden verpulverd!

Deze tijd zou mij, zo las ik achteraf op de Roadrunners website, de 25e plaats opleveren in het veld van 144 gefinishte lopers. En zo schuiven we langzaam maar zeker elke keer wat plekjes op…. Mijn strategie van het (mentaal) loslaten van de vroegere toptijden en het herijken van de tijden op de diverse afstanden werpt wat mij betreft zijn vruchten af. Maar ik besef me dat dat alleen in combinatie kon met het geduldig trainen op verantwoorde race-opbouw en negatieve split. Daar heb ik het afgelopen jaar behoorlijk wat wedstrijdlopen en trainingen voor gebruikt/misbruikt. It is all paying off now!

Ik ga het nog wel eens leren op mijn oude dag Wink smiley

Langs Berg en Dal klinkt Loopgeschal (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 16 november 2014 22:41

Nadat het lot mij twee maanden geleden een startbewijs voor de Damloop-by-Night in de handen speelde, was het onlangs andermaal bingo! De grote Looptijden-sweepstake leverde mij opnieuw een startbewijs op: dit keer voor de magische Zevenheuvelenloop ten zuidoosten van Nijmegen.

Veel had ik natuurlijk al gehoord over dit hardloopfestijn. Het parcours zou fantastisch mooi zijn, en uitermate uitdagend door de vele beklimmingen en afdalingen. Het zou ook massaal zijn: ruim 30.000 enthousiastelingen zouden over het geaccidenteerde parcours gaan snellen. Per definitie is een dergelijke grootschalige loop niet helemaal mijn kopje thee, maar ik vind het toch altijd wel leuk om aan zoiets dan één keertje mee te doen. Net zoals Bernard Hinault die almaar zei dat hij een bloedhekel had aan Paris-Roubaix, ‘m uiteindelijk één keer reed en ‘m en passant dan maar won ook…

Ook zou het parcours mij een trip down memory lane brengen: in 1995 liep ik samen met mijn neef Michael en enige tienduizenden anderen de Vierdaagse van Nijmegen, en dag 3 (de Dag van Groesbeek) leidt de wandelaar steevast over de Zevenheuvelenweg vanuit Groesbeek richting Berg en Dal. Ik vond het toen een fantastische belevenis.

Waar destijds in juli 1995 de zon volop scheen en de temperatuur opliep tot 35 graden Celsius, zouden de hardlopers het vandaag moeten doen met een door de wolken verduisterd zwerk, een koude sproeiregen en een temperatuur die de 10 graden niet zou overschrijden. Het kan verkeren!

Met een mix van ‘anxiety’ en ontspanning in het lijf reisde ik vanmorgen per trein af vanuit Gouda naar de Keizer Karelstad. Er waren vandaag extra treinen ingezet, en deze reden via een aantal tussenstops door naar Nijmegen als eindbestemming. Ik hoefde derhalve niet over te stappen en kon al sluimerend op mijn dooie gemakkie filosoferen over wat vandaag mij brengen zou.

Eén conclusie had ik al snel getrokken: ik zou vandaag niet voor de snelle(re) tijd gaan. Vorige week in Zoetermeer had ik mijn ‘topprestatie’ al geleverd onder perfecte omstandigheden. Die omstandigheden waren er vandaag simpelweg niet, dus leek het niet opportuun om te gaan voor een New Era PR. Nee, vandaag zou ik gewoon lekker gaan lopen en lekker gaan genieten!

In de ons toegewezen Keizer Karel Parkeergarage kleedde ik mij om en doodde ik de nodige tijd met inlopen en het toedienen van de noodzakelijke doping. Voordat hier op het Looptijden-platform een collectieve verontwaardiging losbarst: ik doel hier op een banaan, twee mueslirepen en het nodige water… Daarnaast was de lage temperatuur in combinatie met het vochtigheidsgehalte van de lucht inmiddels flink op mijn blaas geslagen, dus ook het toilet moest met enige regelmaat worden gefrequenteerd. Voor het verlaten van de parkeergarage hulde ik mij nog in een vuilniszak waarin ik daags tevoren met vaste hand de arm- en hoofdopeningen had geknipt. Met deze outfit was ik er he-le-maal klaar voor!

Even voor 13:00 uur hobbelden wij en groupe naar het (Rode) startvak. Daar zou het Grote Wachten gaan plaatsvinden tot de start om 13:40 uur. Tijd zat dus om al kleumend nog even wat keuvelpraatjes op te tuigen met deze en gene over U-raadt-nóóit-wat-voor-onderwerp.

Uiteindelijk kwam ook het rode startvak in beweging (ik heb geen startschot gehoord!) en was de Zevenheuvelen-vuurdoop voor schrijver dezes eindelijk daar. Omdat mij van te voren was wijsgemaakt dat de eerste 5km vals plat omhoog zouden gaan vertrok ik met een uiterst rustig tempo van net boven de 10km/h. Zo kon ik lekker om mij heen kijken naar al het moois wat deze loop mij te bieden had.

De eerste kilometers waren zoals ik al had verwacht erg rommelig. De massa hield er zoveel verschillende tempo’s op na dat het moeilijk was in het ritme te komen. Voor mij is dat altijd onprettig, maar door de door mij gekozen snelheid bleef ik me toch relatief lekker voelen. De eerste 5km over – inderdaad – vals plat werd dan ook op het dooie gemak voltooid in 29:15….

Na bijna 6 kilometer sloeg de meute linksaf om oostwaarts langs de golfterreinen richting Zevenheuvelenweg te koersen. Hier werd het ook een stuk smaller en dus nóg rommeliger. Tot overmaat van ramp knalde ik bij de verversingspost op een stel hardlooptoeristen die meenden tot complete stilstand te moeten komen bij het aanpakken van hun vloeibare versnapering. Klojo’s! Nadat ik mijzelf had opgeraapt vervolgde ik gelukkig ongeschonden mijn weg, maar niet voordat ik in woord en gebaar van mijn grote ongenoegen had blijkgegeven. Arranraja: stond dit gedonderjaag al op jouw ergernissen-hitlijstje? Zo niet, dan bij deze aangemeld.

Op 7km gingen wij (andermaal) linksaf, de beruchte Zevenheuvelenweg op. Dit was voor mij een herbeleving van 19 jaar geleden toen ik deze weg al wandelend aflegde. Die prachtige beelden van mensenmassa’s voor je uit op de glooiende weg vergeet je ook niet snel.
Ik voelde mij vandaag na 7 rustige kilometers nog zó lekker dat ik al deze heuvels uitstekend kon verteren. Met een goede korte pas de bergjes op en met nog steeds niet al te lange pas op verhoogde snelheid de bergjes weer af. Heerlijk!

Na ongeveer 9km was er weer een bocht naar links en werd de weg weer ernstig smal. Ook hier was een drankpost en daar ontstond weer een hoop ergernis vanwege de vele mensen die meenden daar tot volledige stilstand te moeten komen. Dit keer kon ik echter zonder problemen passeren.

Op 10km (voltooid in 57:10) sloeg het gezelschap rechtsaf voor nog een laatste venijnige klim, die weliswaar op een gegeven moment afvlakte maar door veel mensen toch als zwaar werd ervaren. Ik voelde mij echter nog zo goed dat ook die puist zonder problemen werd bedwongen.

De laatste 4 kilometer gingen vervolgens heuvel-af tot aan de finish in Nijmegen. Nadat ik 11 kilometer lang lekker comfortabel en gecontroleerd had gelopen, ging nu nog even flink het gas erop.
Na 15 behoorlijk relaxt gelopen kilometers passeerde ik de eindstreep in een netto tijd van 1:23:23. Dat was 4 minuutjes langzamer dan vorige week in Zoetermeer, maar zoiets had ik van tevoren allang verwacht. In plaats van krampachtig te proberen die tijd van vorige week te verbeteren, had ik juist een heerlijk opgebouwde relaxte race gelopen en een prachtige negatieve split afgeleverd!

Na deze mooie Zevenheuvelentocht (mijn 16e georganiseerde wedstrijdloop dit jaar) staat er dit jaar voorlopig nog maar één wedstrijd op het programma. In Zoetermeer zal ik op de laatste zondag van deze maand weer 5km wegtikken tijdens de 3-Plassenloop. Daarna is er niets meer gepland. Maar U weet inmiddels hoe dat met mij gaat…..

Klatergoud bij de Klaverbladloop (7 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 9 november 2014 21:29

In de serie ‘Nieuwe IJkpunten voor Peter’ was het vandaag de beurt aan de 15 kilometer. Deze afstand had ik slechts één keer eerder in wedstrijdverband gelopen. De prachtige en gedenkwaardige Midzomeravondloop in Bleiswijk had mij op 2 juli 2003 een prachtige tijd opgeleverd van 1:11:35. Het was zo’n avond waarop écht alles klopte, waarop ik zeker 10 kilometer lang een groep mede-Roadrunners mocht hazen, maar waarbij ik uiteindelijk veel sterker was dan elk van die lopers. Die avond had ik het gevoel alsof ik eindeloos kon doorlopen in dat tempo (4:46 de kilometer), zelfs tot aan de marathonafstand toe (and way beyond)… Ik vond het eigenlijk jammer dat met 15km die wedstrijd er toen op zat. Dat machtige gevoel heb ik daarna nooit meer meegemaakt bij lange afstandslopen.

Anno 2014 staat die 1:11:35 dus nog steeds als mijn Persoonlijk Record. Maar zoals ik in mijn vorige blogpost beschreef is het thans niet meer verstandig mij blind te staren op dergelijke toptijden. Andere Tijden Sport, U begrijpt inmiddels wel wat ik bedoel. Het werd dus hoog tijd dat er weer een nieuw ijkpunt kwam voor de 15 kilometer. Vandaag was dan uiteindelijk dat moment, tijdens de Klaverbladloop in en om Zoetermeer georganiseerd door ARV (Antilopen Rennen Vergeefs) ILION.

Toen ik vanmorgen vol opwinding uit mijn mandje stuiterde beloofde het al een mooie loopdag te worden. Het was wel een beetje een twijfelmomentje: konden de korte kleertjes weer aan of moest ik toch wat laagjes gaan aanbrengen? En tja, korte of lange tights?? Moeilijk moeilijk, beslissingen beslissingen. Gelukkig waren beide hardloopbroeken droog en beschikbaar, dus nam ik ze voor de zekerheid allebei maar mee.

Om een uurtje of 10 arriveerde ik bij de schitterend gerenoveerde atletiekbaan van ILION. Er was inmiddels een heerlijk zonnetje doorgebroken en ofschoon het nog wat fris was, was het pleit snel beslecht: kort ondershirtje, kort bovenshirtje en korte tights zouden voor mij het uniform vormen voor deze Klaverbladloop. U weet het: als het maar even kan ga ik (qua hardlopen dan) zo schaars mogelijk gekleed!

Op mijn gemakkie haalde ik het startnummer en het kwartet speldjes op in de prachtige indoor hal van ILION waarin een aantal sprint-/inloopbanen was aangelegd. In een oogwenk was het startnummer op het bovenshirt gemonteerd. Vandaag kon ik gebruik maken van mijn eigen chip, dus die zat sinds gisteravond al stevig op de linkerschoen bevestigd.
Nu was het wachten nog op mijn jongste dochter Lianne, die mij vandaag zou supporteren. Die tijd doodde ik met de gebruikelijke rituelen (plassen/omkleden/water/banaan/plassen/inlopen/water/plassen/etc.). Allemaal op zichzelf staande activiteiten die niet parallel kunnen worden uitgevoerd. Althans, ik raad dat af.

Om 10 voor half 12 werden wij 15km-lopers naar het startvak gedirigeerd. Pas toen ik daarin had plaatsgenomen en de lopers om mij heen had gemonsterd, ontwaarde ik opeens Lianne in de uitzinnige mensenmassa om het startvak heen. Gelukkig, ze was op tijd en zou dus getuige kunnen zijn van mijn start!

Als een mooie service aan de hardlopers had ILION voor de langste afstand (15km) een aantal gangmakers vrijwillig aangewezen. Ik had al van te voren bedacht om van één van deze gelegenheidshazen gebruik te maken. Maar welke?
Ik zat te dubben tussen 1:20 uur (5:20 de km) en 1:25 uur (5:40 de km); ik wilde persé niet te rap van start gaan, maar juist een mooi opgebouwde race gaan lopen. Veel lange duurlopen had ik de laatste tijd niet in de benen: ik had me meer gefocust op de 5 en 10km, dus ik had ook niet de illusie dat ik een supersnelle tijd ging lopen vandaag. Ik rekende stiekem op een tijd lichtjes onder de 1:25 uur.

Het werd dus het mannetje met de (rode) ballon waarop stond “1u25”. In diens kielzog bracht ik na het startschot (ja toch maar weer!) de eerste honderden meters door. De haas met de “1u20-ballon” verwijderde zich met zijn groep lichtjes van ons. Logisch natuurlijk, maar het zat me niet lekker: ik vond het toch naar mijn smaak allemaal nèt iets te langzaam gaan. En dus bedankte ik even later mijn (op)start-haas voor bewezen diensten en versnelde ik het gat in dat nu voor mij lag. Ik veranderde in één klap mijn strategie: langzaam maar zeker naar die “1u20-haas” toe, niet overhaast, niet opblazen.

Tot mijn onuitsprekelijke vreugde ontstond er een groep mensen (bijna allemaal Roadrunners!) met precies hetzelfde strijdplan als ik. De verstandhouding was fantastisch, het tempo lag zeer constant, er werd qua kopwerk goed afgelost, en we informeerden elkaar regelmatig over tussentijden en waarschuwden elkaar voor obstakels. Dit kon gewoon niet beter!

Na 10 kilometer viel het groepje uiteen, maar ik kon met een drietal anderen stug blijven doorlopen in hetzelfde tempo. Zelfs een aantal venijnige bruggen tussen km 12 en 13 werden alleszins goed verteerd. Wat ook hielp was dat er uit het “1u20-groepje” mensen moesten lossen die vervolgens één voor één door ons werden opgeraapt. En ja hoor: na iets meer dan 13 kilometer streken we met z’n vieren neer op de 80-minuten-haas!!

Na even op adem te zijn gekomen (ik voelde de geleverde inspanning nu pas echt), liepen we uiteindelijk weg van de gangmaker richting de finish op de atletiekbaan. En daar gloorde dan toch echt het besef dat ik vandaag onder de 1:20 ging finishen!! Geweldig! En dat zonder me nou echt helemaal kapót te hebben gelopen….

Met nog een lekker eindsprintje vloog ik over de finishmat in een netto tijd van 1:19:17. Een niet voor mogelijk gehouden tijd, behoorlijk sneller dan dat ik van tevoren had ingeschat. En dus staat er een nieuw ijkpunt, een New Era PR, op een afstand die mij eigenlijk wel heel goed lijkt te liggen!

Lianne is (nog) niet zo’n hardloper, wie weet - zegt ze zelf ook - komt dat in de toekomst nog. Maar toen ik haar vlak na de finish vertelde dat ik zojuist het equivalent van 37.5 rondjes over de atletiekbaan had gelopen, werd ze toch wat bleek om de neus Wink smiley

Het Zoet der Overwinning in Zoetermeer (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 26 oktober 2014 22:05

WOW wat een formidabele overwinning op mezelf!! Hopelijk vormt de persoonlijke zegetocht van vanochtend een afsluiting van een periode gekenmerkt door blessures, twijfels en berusting. Mensenkinderen, wat had ik dit nodig…………

Het was alweer de laatste zondag van de maand, en dus reisde Uw dienstwillige dienaar af naar Zoetermeer om aan de oktober-editie van de 3-Plassenloop mee te doen. Zoals eerder beschreven is dit een trip down memory lane op de gewijde gronden van Roadrunners Zoetermeer. Dit is de club waarvan ik in de jaren 2003-2005 lid was en waarbij ik behoorlijk wat hardloopgrenzen heb mogen verleggen.
Zo liep ik in die tijd mijn eerste halve marathon in 1:54:08 en vlak daarna een voor mij onwaarschijnlijke 15km in 1:11:35. In een leven daarvoor had ik zelfs 5km’s onder de twintig minuten en 10km’s in drie kwartier gelopen. Tijden die daarna zelfs niet eens zijn benaderd en die ook hoogstwaarschijnlijk onhaalbaar zullen blijken te zijn gedurende de rest van mijn hardloopbaan.

Vooral de laatste maanden heb ik het met dat gegeven wel eens moeilijk gehad, de realisatie dat die tijden inderdaad deel uitmaken van “Andere Tijden Sport” zoals ik het altijd gekscherend noem. Wat eens was komt niet meer terug.
Inmiddels ben ik 53 jaar en gelukkig ben ik (let op dames!) nog zeer jeugdig van lijf en geest, maar die persoonlijke records van vroeger zouden in mijn psyche een steeds groter wordende tegenkracht gaan vormen, mocht ik mij daaraan blijven vastklampen. En dus moest bij mij een grootscheepse verandering in mindset gaan plaatsvinden. Op basis van nieuwe verwachtingen moesten nieuwe ijkpunten en nieuwe doelen worden gesteld.
Voorbeelden daarvan zijn: een halve marathon rond de 2 uur, een 10km rond de 50 minuten, en een 5km rond de 23 minuten.

Het afgelopen voorjaar en zomer ben ik door een serie kleine blessures niet aan het herijken van de halve marathontijd toegekomen. Wèl heb ik door een veelvoud aan 5km- en 10km-loopjes de contouren van de ijkpunten op die afstanden ontdekt. De 10km kreeg een “new era”-PR van 50:14 (Woerden in juni) en voor de 5km werd dit 23:36 (Zoetermeer in juli).

Voor de 5km van vanochtend had ik mij voorgenomen om een lage drieëntwintiger te scoren. De omstandigheden leken perfect toen ik om kwart over negen bij het Roadrunners-clubhuis arriveerde. Er hing bewolking boven het Noord-Aa meer en met 12 graden was het een beetje fris, maar mijzelf kennende wist ik dat het er voor mij tijdens de loop ongetwijfeld warm aan zou toegaan. Minimale loopkleding dus weer! Mijn korte running tights waren inmiddels opgedroogd na het échec van vorige week, dus tezamen met mijn favoriete oranje running shirt vormde dat de ideale outfit voor vandaag. Uiteraard trok ik daarnaast ook nog wel sokjes en schoentjes aan - het barefoot runnen is vooralsnog niet aan mij besteed.
Sommige medelopers hulden zich in 3 lagen shirts en/of jasjes, thermo-ondergoederen, lange loopbroeken, shawls, bontmutsen, wollen wanten, elektrische dekens en wat dies meer zij, maar ik voelde me gewoon lekker in mijn korte kleertjes! Gewoon een kwestie van goed warmlopen en vlak voor de start lekker in beweging blijven, dan komt alles wel in orde!

Om half elf scherp werd de meute weggetoeterd (schieten doen we hier niet) door een inderhaast opgetrommelde sponsor-pief die - duidelijk zichtbaar - geen enkele affiniteit had met de door ons allen zo geliefde hardloopsport. Toen gebeurde er iets bijzonders: de helft van het veld zette er enorm de sokken in en er ontstond direct een gapend gat met de andere helft die veel behoudender startte. En in deze leemte liepen twee personen ietwat beduusd rond. U raadt het al: ik was één van hen…..

De ander was een jonge vrouw die tijdens de twee voorgaande edities ook al acte de présence had gegeven. Bij beide gelegenheden finishten zij en ik binnen 10 seconden van elkaar: de eerste keer was zij iets rapper, de tweede keer mocht ik dat genoegen smaken.
Dit keer hadden wij elkaar snel gevonden in een korte blik van verstandhouding. In eerste instantie liep ik in haar kielzog (op zich geen straf hoor), maar het was duidelijk dat zij dit keer meer moeite had dan bij de andere twee gelegenheden. Nadat ik nog enige tijd naast en vlak voor haar had gelopen brak op het 2-kilometerpunt haar verzet.

Vlak daarvoor was een manspersoon ons vanuit het achterveld gepasseerd, en hij liep nu na 2km een metertje of 25 voor mij uit. Omdat ik zelfs zónder bril kon zien dat zijn tempo voor hem iets te veel van het goede was, kreeg ik in hem opeens een ideaal mikpunt. Die afleiding had ik hard nodig want door mijn strakke tempo van net iets boven de viereneenhalve minuut per kilometer had ik het bepááld niet gemakkelijk.
Beter gezegd: ik zag af als een beer. Maar zo kon ik het nog net volhouden!

Nadat we allebei de nodige kamikazestarters hadden opgeraapt kwam na precies 4km het moment dat ik de moegestreden krijger kon inrekenen. Met alle mogelijke moeite probeerde de arme ziel nog in mijn kielzog te blijven, iets wat hem nog niet eens zó slecht afging. Er kwamen wel steeds moeilijker geluiden uit de man naarmate de laatste kilometer vorderde.

En toen zag ik het: in het gras naast het pad waarop wij liepen was door de organisatie een klok neergezet. Ik denk dat het was ergens tussen de 100 en 150 meter van de finish. De klok deed het óók nog en wees een tijd aan van 22:32 toen ik het passeerde. Twéé-en-twin-tig-twéé-en-der-tig!

Krimmenéle, zou ik ónder de 23 minuten kunnen lopen vandaag?????

Mijn metgezel, die als de Dood van Pierlala achter mij aanzeulde, zag intussen de klok ook. Opeens slaakte hij een ijzingwekkende kreet…. “KOM OP!!!!!!!!!”
Voor mij was deze aansporing allang niet meer nodig: ik ging sowieso mijn allerlaatste krachten aanspreken voor een woeste eindsprint. De versnelling was enorm: ik trad volledig buiten mijn oevers. Achter mij hoorde ik het zware gereutel dat gepaard gaat met volledige ineenstorting, maar dat interesseerde mij even helemaal niet. De finishklok kwam in zicht, en het uurwerk tikte gestaag naar die 23 minuten toe! 50-51-52…. Ik gaf er nog een extra snok aan, God mag weten waar dat vandaan kwam…. 56-57-58…..en op precies 59 ramde ik mijzelf met een oerbrul over die verrekte eindstreep. Helemaal dead-as-a-dodo, maar het was volbracht!!
Het nieuwe-stijl PR was op 22:59 gebracht, nota bene 51 seconden sneller dan tijdens de vorige uitgave van de 3-Plassenloop. In de officiële uitslag werd dit zelfs gecorrigeerd tot 22:58!

Er stond vlak over de finishlijn een vrijwilligster van de Roadrunners met flesjes water maar ik liep haar (schaam schaam) compleet van de sokken. Gelukkig bleek haar letselschade tot het absolute minimum beperkt, en beter nog: nadat ze met vereende krachten was opgeraapt kreeg ik zèlfs nog mijn flesje van haar terwijl ze nog stond te trillen op haar benen!

Over twee weken keer ik terug naar Zoetermeer! Dan organiseert de plaatselijke Antilopen Vereniging ILION de Klaverbladloop, en ik heb mij opgegeven voor de langste afstand: de 15 kilometer. Ik heb aan dat alles bewust nog niet een streeftijd verbonden: laten we deze keer maar eens zien hoe het gaat en de gescoorde tijd als nieuw ijkpunt gaan gebruiken voor deze en langere afstanden.

Gewoon Genieten bij de Goudse Runnersloop (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 19 oktober 2014 21:56

Voor het eerst sinds vele weken stond er vandaag geen wedstrijdloop op het programma. Na in 7 weekeinden maar liefst 6 tijdgeregistreerde loopjes te hebben afgewerkt kon ik mij vanochtend eens lekker opmaken voor een gezellige duurloop bij mijn ‘eigen’ Goudse Runners!

Twee keer per jaar houdt de loopgroep een dergelijk evenement, waarbij de loper kan kiezen uit afstanden van 6, 8 en 14 kilometer. Ik koos (zoals altijd) voor de langste afstand, die overbrugd zou worden met een constante snelheid van om en nabij de 6 minuten per kilometer. Na al die 10km tempolopen van de afgelopen weken werd dit nu weer eventjes relaxen (U en ik weten: alles is relatief…).

Om een uurtje of zeven sprong ik – daartoe gestimuleerd door de wekker - verheugd op uit mijn warme nestje! WOW, had ík er even zin in vandaag!! De Brinta en de 2 koppen koffie vormden ook nu weer het gebruikelijke ontbijtritueel. Een blik op de actuele weersituatie leerde mij dat het vandaag weer een loopje moest worden in ‘korte kleertjes’. Het zou pas na twaalven gaan bewolken en harder gaan waaien, maar de ochtend beloofde zonnig te worden met een meer dan behaaglijke warmte.

Gisterochtend had ik de gebruikelijke intervaltraining van de Goudse Runners zaterdaggroep, waaronder een loopkern met allerlei verschillende afstanden, snelheden en korte dribbelmomenten voor het herstel. Behoorlijk zwaar dus. Ook toen was het behoorlijk warm en zonnig in het Goudse Groenhovenpark, dus ook daar had ik mij in een minimum aan textiel gestoken. Korte tights en één shirtje, ik hoef dan echt niet iets warmers aan!
Direct na thuiskomst van de training verdween de loopkledij in de wasmachine. Niet het loopshirtje (daar heb ik er 18 van) maar de korte tights moesten daags erna weer gebruikt worden. Ik heb weliswaar twee van die korte nauwsluitende loopbroeken, maar één ervan is aan het eind van zijn technische levensduur: die lubbert tegenwoordig meer dan dat ie strak zit. Het was dus zaak om in ieder geval de ‘goeie’ looptights weer schoon en fris te hebben voor het festijn van vandaag.

Om kwart over acht was het tijd om de kleertjes aan te doen. Mannen kunnen nu eenmaal geen beslissingen nemen dus het duurde even voordat ik uit die 18 shirtjes de juiste had gekozen. Toen kwam de domper: bij het aantrekken van mijn korte loopbroek bleek ie nog niet helemaal droog te zijn…. En als er één ding is waar ik een pesthekel aan heb, dan is het dat wel… Dan gaat ie ook NIET aan… Wat nu te doen? Die lubberbroek: daar had ik ook niet bepaald zin in. Er zat maar één ding op (helaas helaas): de lange tights aantrekken. Nou ja, dan maar hopen dat het niet ál te warm ging worden.

Om 9 uur arriveerde ik beneden aan de Goejanverwelledijk bij het clubhuis van de Goudse Jeu de Boules vereniging. Dit was de plek vanwaar de loop zou starten en waar deze ook zou finishen. Samen met een aantal andere vroege loopvrienden installeerde ik mij met een lekker bakje koffie aan de bar. Langzaam druppelde het lopersvolk binnen; er was geen massale opkomst, maar voor alle afstanden waren er toch aardige groepen van ongeveer gelijke grootte.
Het zonnetje was inmiddels flink gaan schijnen en de temperatuur liep zienderogen op. Uiteraard was ik de enige (simpele) ziel met een lange loopbroek; er werden massaal kamervragen over gesteld die ik telkens met (schijnbaar) engelengeduld beantwoordde.

Om klokslag half 10 ging de meute voor de langste afstand er vandoor. Vanaf het begin werd het tempo aangegeven door het Goudse Runners-icoon Hans, in 1979 de oprichter van de loopgroep en nu met zijn 72(!) jaar nog immer het hart en ziel en geweten van het illustere gezelschap. We liepen een heerlijk tempo van 10km/h, echt zo’n tempo waarvan je het idee hebt dat je het eindeloos zou kunnen volhouden! Ook met lange broek!

Het eerste gedeelte leidde langs de Hollandse IJssel via Haastrecht naar Hekendorp. Aan Haastrecht, geboortedorp van onder anderen de schaatshelden Hein Vergeer en Leo Visser, bewaar ik nog wat wrange herinneringen vanwege de in juni gehouden Haastrechtloop (zie mijn verslagje daarover). Vandaag evenwel voelde ik mij in Haastrecht, al dravend over het Jaagpad, uitermate senang. De eerste twee kilometers waren gezellig keuvelend doorgebracht en er had zich een machtig gevoel van mij meester gemaakt. Vandaag zou ik gratis en voor niets en met betrekkelijk gemak een flinke bak kilometers bij elkaar lopen!

Inmiddels waren we de provincie Utrecht ingelopen. In het pittoreske Hekendorp maakte het gezelschap na 5km vlakbij de Goejanverwellesluis een 180-graden draai de Goejanverwelledijk af. Nu zouden we noordwaarts gaan, om vervolgens aan de zuidwestkant van de Reeuwijkse Plassen in westelijke richting weer richting Gouda te lopen. Hier en daar viel in de groep al wat gepiep en geknars waar te nemen. Zelf voelde me nog kiplekker - en dat zou verder ook niet veranderen.

Vanaf 7 kilometer begon de wind een serieuze rol te spelen. We liepen nu langs de spoorbaan Utrecht-Gouda, en de wind begon lekker fors in het gelaat te blazen. Na nog een kleine sidestep noordwaarts ploegden we weer in westelijke richting langs de zuidkant van de Reeuwijkse Plassen. Dit zou tot kilometer 11 duren. Sommige mensen begonnen nu wel serieus afhaakgedrag te vertonen, en nadat we in eerste instantie het tempo iets hadden teruggebracht (zonder resultaat) moest een groepje van 3 mensen ‘voorgoed’ en ‘in goed overleg’ afhaken.
Wij kachelden intussen lekker door tot aan de rand van de Goudse Hout. Daar aangekomen (na 11km) gingen wij weer zuidwaarts door het Steinse Groen richting de Hollandse IJssel. Met een pittig klimmetje liepen wij na precies 13 kilometer weer de Goejanverwelledijk op en zetten wij koers richting het Jeu de Boulespark. Er was nog één kilometer te gaan!

Dit was het moment waarop sommigen in de groep (waaronder ondergetekende) wat ‘gekooide tijger’-gedrag begonnen te vertonen. We wilden, kort gezegd, nog even knallen! Maar ja, afspraak was afspraak: we zouden van begin tot eind bij elkander blijven. En daar hielden wij ons aan (afgezien van dat kleine groepje dan), dus liepen wij na ongeveer 1 uur en 25 minuten netto en bruto tijd eendrachtig het Parc de Pétanque op! Het mooie daarbij was dat de verschillende groepen ongeveer gelijktijdig binnenliepen.

Na wat gerek en gestrek onder leiding van de trainers genoten de Goudse Runners behaaglijk in het zonnetje van de koffie en appeltaart - een echte treat na dit loopje! Het was voor mij en voor alle anderen een zeer geslaagde gebeurtenis, en het heeft mijn vizier weer gericht op georganiseerde lopen van 15km en langer. De laatste tijd was ik wat blijven hangen in (een flink aantal) loopjes van maximaal 10 kilometer. Deze duurloop heeft echter mijn honger naar de langere afstand weer opgewekt! Ik ga binnenkort een plan de campagne maken, U hoort nog van mij….

Stoempen rondom de Sloterplas (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 12 oktober 2014 20:44

Volgende week zondagochtend 19 oktober zal ik met de Goudse Runners een 13.5km loop ‘en groupe’ lopen. Dit doen we gewoon voor de gezelligheid en met een door de trainers uiterst strak gehouden tempo van 6 minuten per kilometer, ofwel 10km/h. Gewoon een lekker relaxte langzame duurloop op converseertempo, waarvan je aan het eind denkt ‘hmmm was dit nou alles?’ Althans, dat was steeds mijn beleving tijdens 2 voorgaande edities.

Tussen de Langs de Gouweloop van 5 oktober en bovengenoemd festijn zat dus een gapend gat van maar liefst 2 (TWEE) weken. Dat gat moest nodig worden opgevuld! En dus werd er afgelopen week weer driftig gezocht naar een mooi loopje.
Uiteraard train ik doordeweeks ook wel, en heb ik op zaterdagochtend altijd mijn reguliere Goudse Runners intervaltraining, maar toch. Sinds ik de halve marathon-plannen afgelopen zomer in de parkeerstand heb gezet vermaak ik mij met allerlei georganiseerde loopjes over afstanden van 5 tot 10km, puur voor de lol, het wedstrijdritme en het trainen van de negatieve split. Dat laatste met wisselend succes, moet ik bekennen.

Het grote loopjes-marktonderzoek leverde uiteindelijk een inschrijving op voor de 10km Sloterplasloop, een onderdeel van het “Rondje Mokum” circuit. Op het oog een interessant parcours waarbij voor mij de uitdaging vooral in het begin leek te zitten vanwege het vele draaien en keren. Na een kilometer of 3 houdt dat gedoe op en begint de grote ronde om de Sloterplas.

Om 6 uur vanochtend stond ik al naast mijn mandje om deze Grote Dag aan te vangen. Een dag die altijd start met een kom Brinta en twee koppen sterke koffie. Waar die koffie toe dient zal ik nu niet specifiek gaan toelichten, de Brinta evenwel voorziet mij (zo belooft ook de smaakvolle verpakking) van een tomeloze energie om de dag goed te beginnen. Net wat voor mij dus! Ik doe dat (tezamen met het aankleden en het pakken van mijn tas) altijd op het dooie gemakkie. Immers: waarom zou ik een dag al vroeg beginnen met stress? Nergens goed voor!

Om klokslag drie voor acht verliet ik mijn huisje en peddelde ik op het fietsje richting station. Ik was zó vroeg dat ik niet eens hoefde te slalommen langs die talloze in (on)stemmig zwart gestoken mensen die op zondag altijd de hele breedte van trottoirs en fietspaden benutten tijdens hun wandeling naar de streng protestantse kerken in Gouda. Het lijkt wel alsof de kerk op zondag (en dat drie keer daags!) een wandeltocht-met-kledingvoorschrift organiseert voor haar zieltjes.
Maar op dit onchristelijke tijdstip waren de voet- en fietspaden en rijwegen nog stil en verlaten. Dat was maar goed ook, want het zat werkelijk potdicht van de mist, en een aanrijding tussen mij en zo’n kudde pinguins-in-begrafeniskledij ligt dan altijd op de loer….

Toen het boemeltje vanuit Gouda naar Amsterdam Sloterdijk vertrok was het nog steeds mistig; dat loste eigenlijk bij Abcoude pas op, en bij Amsterdam Centraal kwam de zon er lekker door. Ik had daar qua kleding ook rekening mee gehouden: het zou vandaag weer aardig warm worden! En echt, ik vind niets zo fnuikend als te warm gekleed gaan tijdens het hardlopen. Vandaag was het vólop nazomer, en dus nog steeds weer voor korte running tights en één shirtje!

Het Gemeentelijk VervoersBedrijf bracht mij van het pittoreske station Sloterdijk door het al even schilderachtige Amsterdam Nieuw-West (echt waar: het Wassenaar van Amsterdam!) naar het alleraardigste sportpark Ookmeer.
Onderweg had ik zoveel schotelantennes gezien op al die prachtige woongebouwen dat ik ervan overtuigd raakte dat van onze loop een uitzending zou worden gemaakt die zou worden doorgestraald naar alle landen op deze aardbol. Nou ja, toch in ieder geval naar een flink aantal Mediterrane landen. Eindelijk kwam daar dan die internationale faam, die erkenning, ik zou wereldberoemd worden en niet alleen in Gouda!! Nou ja, een beetje fantaseren mag toch…..?

Bij de atletiekbaan van AAC (Amsterdamse Antilopen Club??Wink smiley) nestelde ik mij omgekleed en al om ongeveer 10:15 uur behaaglijk in het zonnetje op het dakterras van het clubgebouw. Ik doodde de tijd al kletsend met deze en gene, over hardlopen en aanverwante artikelen. Ik was lekker op tijd om de 5km te zien starten én finishen. Daarna zou om 11:30 uur pas de 10km-beproeving beginnen. In de tussentijd lurkte ik lekker aan een waterflesje en stak ik een lekker banaantje en een krentenbolletje naar binnen. Ik was er klaar voor!

Na wat moeizame en stramme inloopronden op de baan ging ik tenslotte naar de startvakken. Die waren ingedeeld op verwachte eindtijd, en ik ging enigszins voorin het startvak voor 50-55min staan. Vóór mij verscheen ineens een AAC-tempomaker voor een eindtijd van 50 minuten. Had ik dát maar niet gezien….. In een vlaag van grootheidswaanzin besloot ik namelijk dat het mijn strategie zou worden om hém te volgen. Ik besefte me wel dat als ik dat tempo niet zou kunnen vasthouden, ik een zware dobber zou gaan krijgen - dan wel pijp zou gaan roken - met als gevolg ongetwijfeld een positieve split.

Om 11:30 werden wij dan (jaja!) weggeschoten. Eerst liepen we bijna 2 ronden op de baan; daarna trok de meute de rondom de Sloterplas gelegen wouden in.
Na enkele honderden meters daagde het mij dat ik aan een mission impossible was begonnen. Maar ik liet mij niet kennen: ik harkte er amechtig achteraan, maar het tempo lag me eigenlijk toch nèt iets te hoog. Vandaag was blijkbaar niet de dag om onder die 50 minuten te duiken…

Na 3 kilometer draaien en keren en stoempen liet ik het groepje gaan en koos ik een eigen tempo. Er ontstonden rondom mij steeds nieuwe kleine groepjes/koppeltjes, en dit zorgde ervoor dat het interessant bleef. Tijdens de grote ronde om de Sloterplas kreeg ik het steeds meer naar mijn zin en werd het lopen, dat aanvankelijk wat moeizaam ging, steeds gemakkelijker.

Met een eindprintje op de atletiekbaan overschreed ik de finishmat in een netto-tijd van 51:26. En ach, daar was ik achteraf best tevreden over: ik had na 3km gevreesd dat het verval wel groter zou worden, maar het viel gelukkig mee. Ik heb wèl de loop voor mij iets zwaarder gemaakt dan nodig, maar ach je moet af en toe eens een risicootje nemen, toch?

Zoals gezegd: volgende week geen wedstrijd (maar misschien wèl een verslag Wink smiley). De week dáárop weer de maandelijkse 5km-loop bij de Roadrunners in Zoetermeer, kijken of ik de 23-minuten barrière kan slechten! En misschien, héél misschien, doet mijn oudste dochter ook mee…….

Vertrouwen en volgzame vrouwen in Waddinxveen (9 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 5 oktober 2014 21:06

Na de Geuzenloop van vorige week stonden er voor mij geen wedstrijdlopen meer op het programma. In de afgelopen 5 weekeinden had ik 4 georganiseerde lopen gedaan, dus het was zolangzamerhand een wekelijkse routine gaan worden. Het maakte dat ik mij afgelopen week knap ongemakkelijk en onrustig begon te voelen. Zou ik tóch niet weer een loopje plannen? Eigenlijk had ik daar wel zin in – en behoefte aan - na de positieve split en matige tijd in Zoetermeer: er moest toch iets van rehabilitatie gaan plaatsvinden vond ik zo!

En dus raadpleegde ik afgelopen week de Looptijden.nl hardloopkalender en mijn oog viel op de Langs de Gouweloop in Waddinxveen. Een loop over 5, 10 of 15 kilometer deels langs de Gouwe tussen Waddinxveen en Boskoop. Het evenement werd georganiseerd door de plaatselijke atletiekvereniging SC Antilope – een naam die mij altijd onbedaarlijk doet glimlachen.
Je noemt je atletiekvereniging niet SC Cheetah, SC Gazelle of SC Jachtluipaard - nee je noemt het SC Antilope! Ge-wel-dig!!

De voorinschrijving sloot vrijdag om middernacht. Om vijf voor twaalf bewoog mijn vinger zich besluiteloos boven de Enter-toets van Inschrijven.nl. Zou ik het doen of zou ik het niet doen? Als ik zo door zou gaan met inschrijven dan zou ik voor ik het wist 52 wedstrijdjes per jaar lopen! Maar déze wilde ik wel graag doen – het was dichtbij Gouda, de route was niet onaardig, en ik had nog iets recht te zetten. Beslissing genomen: 10 kilometer zou het worden. Ik sloot mijn ogen en liet mijn rechter wijsvinger op de Enter-knop neerdalen. Het was één minuut voor middernacht…

De teerling was geworpen! En dus stapte ik vanmorgen bijtijds mijn warme mandje uit om mij voor te bereiden op alweer een hardloopfestijn! Ongeveer een uurtje van tevoren arriveerde ik bij de gewijde gronden van SC Antilope. Het was weliswaar zonnig, maar een stuk frisser dan vorige week. Ook stond er een behoorlijk briesje, dat ons vooral op het stuk langs de Gouwe vol in het gezicht zou blazen. Toch leek het heerlijk hardloopweer, misschien wel het laatste loopje dit jaar in shorts en één shirtje.

Na het ophalen van mijn startnummer speldde ik dit op, kleedde ik mij om, deed ik mijn plasje en begon ik op de atletiekbaan aan een paar inlooprondjes. Inmiddels had ik al wat bekenden gezien, onder wie één van mijn collega’s van de zaterdaggroep van de Goudse Runners die de 15km zou lopen. Na wat socializen met deze en gene bracht ik nog een half banaantje en wat water in, en toog ik vol gezonde wedstrijdspanning naar het startvak.

De 10km startte om 13:30 scherp met (jawel!) het lossen van het startschot. Dat schieten is weer helemaal terug op de kaart, ik merkte het vorige week al op. Ik koos een niet al te hoog tempo, want ik wilde persé een comfortabele 10km lopen. Tot mijn verrassing en groot genoegen ontstond er snel een groepje van 6 personen die zich conformeerden aan het tempo dat ik aangaf. Ik vind dat haaswerk altijd wel lekker: het is voor mij ook een goede motivatie en het dwingt mij eigenlijk om lekker constant te lopen. Niks mis mee dus. Maar het GING ook lekker, dat had ik eigenlijk al snel na de start in de gaten.

Na ongeveer 6 kilometer schakelde ik een tandje bij. Wat een machtig gevoel was dat, dat had ik de laatste tijd niet zo goed gekund. Twee vrouwen uit mijn oorspronkelijke groepje wisten dit nieuwe tempo aanvankelijk te volgen. Maar toen ik na 8 kilometer nóg een stukje versnelde was het verzet van beide dames snel gebroken. Die laatste 2 kilometer liep ik dus alleen en kon ik mij wijden aan het oprapen van tal van lopers die te snel gestart waren. Zo bleef het tempo lekker constant en kostte het mij niet al te veel moeite om het laatste stuk door te komen.

Met een forse eindsprint in de laatste 200 meter kwam ik over de finish in een netto tijd van 51:07 – anderhalve minuut sneller dan tijdens de Geuzenloop. Maar beter dan dat nog was het gevoel dat ik er aan overhield. Ik voelde mij lekker, herstelde snel en herkreeg een enorme dosis (zelf-)vertrouwen, iets wat ik in Zoetermeer een beetje kwijt was geraakt. Misschien was ik vorige week écht niet fit – zo voelde het ook wel. Maar als je dan tóch besluit te gaan lopen en het wordt zó’n moeizame tocht, dan laat het ook wel mentaal zijn sporen na. Vandaag is dat gelukkig weer helemaal teniet gedaan! Ik heb er ook vertrouwen in dat de snelheden in de nabije toekomst nog een stuk verder omhoog kunnen.

De twee dames die mij het langst hadden kunnen volgen spraken mij vlak na hun eigen finish aan. Ze waren allebei door het haaswerk gelanceerd naar tijden die ze vooraf niet voor mogelijk hadden gehouden. Daar waren zij best dankbaar voor. Díe kon ik in mijn zak steken!

Het was een mooie loop daar in Waddinxveen/Boskoop, ik ben blij dat ik er aan heb meegedaan. De organisatoren van SC Antilope en de vele vrijwilligers verdienen een groot compliment voor de manier waarop zij deze wedstrijd in goede banen hebben geleid! Volgend jaar sta ik zeker en vast weer aan de start!

Maar wat ik het komende weekeinde ga doen……….

Debuterende Dochter op de Geuzenloop (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 28 september 2014 23:24

Vandaag, zondag 28 september, was de dag waarnaar mijn oudste dochter Jantine lang had uitgekeken. Op deze dag ging zij haar hardloopwedstrijd-debuut maken! Gekozen werd voor een thuiswedstrijd in haar geboorteplaats Zoetermeer, de Geuzenloop over een afstand van 5 kilometer. Om haar tijdens dit debuut te vergezellen was haar vriend Maarten ‘for the occasion’ vanuit Groningen naar de Randstad afgereisd. Hij loopt wel vaker (en mogelijk ook sneller), maar hij zou de gehele race bij Jantine blijven, zo was tussen hen beiden afgesproken.

Jantine’s pappie liep ook de Geuzenloop vandaag: ik had mij ingeschreven voor het 10km-festijn. Helaas was ik niet echt fit-to-run. Al een week lang voelde ik mij grieperig en vermoeid, bovendien speelde een op een stomme manier opgelopen voetblessure mij nog danig parten. Zie hiervoor mijn Zaandamse verslag. Toch wilde ik coûte-que-coûte aan de start verschijnen. Het debuut van mijn dochter wilde ik hoe dan ook niet missen. En mijn eigen race: ach ik zou wel zien waar het op ging uitdraaien.

Zo’n anderhalf uur voor de start troffen Jantine, Maarten, Lianne (mijn jongste dochter) en ik elkaar bij het Centrum voor Kunst en Cultuur (CKC) waar de startnummers konden worden afgehaald. We waren lekker op tijd: Jantine, maar vooral Maarten, had ik al een tijdje niet meer gezien, en zo konden we gezellig samen startnummertjes spelden, omkleden, koffie drinken en inlopen. De 10km startte 10 minuten voor de 5km; ik zou dus niets van hun race meemaken doordat ik zelf al die tijd aan het lopen zou zijn.

Intussen was de sluierbewolking boven Zoetermeer aan het oplossen zodat een stralend zonnetje tevoorschijn kwam. Ook liep de temperatuur gestaag op: was het ’s-ochtends bij het opstaan nog 11 graden, binnen de kortste keren was deze temperatuur ruim verdubbeld. Het was inmiddels half een, en wij waren er klaar voor! Nog even voor de laatste keer toiletteren en huppekee naar het startvak.

Vlak voor mijn start namen wij ontroerd afscheid van elkaar: wij zouden elkaar na een klein uur weer terugzien en dan zou alles duidelijk zijn. Lianne had al onze valuables in haar tas gestoken, dat voelde safer dan de spulletjes achterlaten in de rugzakken in het CKC.

Om 12:50 werd ik weggeschoten (het schieten is weer helemaal in lijkt het wel). Het was voor mijn doen veel te warm geworden en daarom zette ik een niet al te hoog maar gestaag tempo in.

Om 13:00 scherp werden Jantine en Maarten weggeschoten. Wat ik hierover verder vertel is uit overlevering. Ook zij vonden het (te) warm, maar alla: bij hen zou het lijden slechts een half uur of daaromtrent duren. Getweeën kozen zij een comfortabel tempo. Het ging allemaal redelijk gemakkelijk, en doordat er veel kamikazestarters waren hadden zij het geluk dat ze along the way de nodige mensjes konden inhalen, dat werkt altijd bemoedigend. Allebei hadden ze op het eind een lekkere sprint over. Bij Maarten lag dit voor de hand, bij Jantine wat minder maar dat moet haar wél erg goed gedaan hebben. Met een voor Jantine mooie netto debuuttijd van 34:03 kwam het happy lovin' couple over de finish.

Ikzelf had het inmiddels achterlijk warm. In de loop der jaren ben ik dat steeds minder comfortabel gaan vinden. Het breekpunt van de 10km race was na 6.5km de voetgangers-/fietsersbrug over de A12 én de daarnaast gelegen spoorbaan. Die brug moest over een op de Alpe d’Huez gelijkend haarspeldbochtentracé worden beklommen. En dat in de blakerende zon en warmte. Je zag hier menigeen kapotgaan, en ook ik had het daar eerlijk gezegd niet al te breed. Hier ging zich mijn wat mindere conditie wreken.

De laatste kilometers gaven verval te zien. Je kon erop wachten. En toen ik ook nog wat lichte krampverschijnselen kreeg na 8.5km ging de snelheid er al helemaal uit. Pas in de laatste 150 meter kon ik er nog een klein sprintje uitpersen, maar ik kwam behoorlijk gesloopt over de finish in een netto tijd van 52:33.

Maar dan Lianne… Die lieverd stond aan de finish met bloemen voor ons alle drie! Ja dan zeur je niet meer over een matige tijd, toch?

Was getekend: een supertrotse (schoon-)vader!

Aan de Avondlijke Zwalk in Zaandam (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 22 september 2014 00:01

Bij de Lotto en de Postcodeloterij win ik hardnekkig niet(s), maar bij de Grote Looptijden.nl Verloting was het ineens raak! Het toeval, of het lot zo U wilt, speelde mij een startbewijs voor de 4EM Damloop by Night in handen. Nou was dat allemaal niet zó toevallig: er waren 200 kaarten weg te geven en de respons was zodanig dat alle aanmelders in de prijzen vielen, maar dat terzijde. Niettemin: dankjulliewel Asics en Looptijden.nl voor deze unieke kans om te schitteren op het grote Zaansche Hardlooptooneel!

En dus toog de schrijver dezes op zaterdagnamiddag 20 september per trein naar Zaandam, of Saandam soals se daar segge.

Het was een sonnige (OK ik zal er nu mee ophouden) en tamelijk warme en benauwde middag, dus dat beloofde wat! Ik was aan de vroege kant; dat vind ik altijd wel prettig. En dus had ik alle tijd om rustig door de stad naar de start area te spazieren. Maar krimmenéle wat is DIT een lelijk stukje wereld! Het oog werd direct na het verlaten van het afzichtelijke stationsgebouw al verblind door een monsterlijk bouwwerk dat de architectuurtoets ongetwijfeld niet heeft ondergaan – anders had het deze nóóit doorstaan. Zie de bij dit artikel meegeleverde foto. Het gedrocht, waarin onder andere een hotel is gevestigd, moet een indruk geven van al die schattige Zaanse Huisjes (nee niet die Albert Heijn-koekjes) die ooit op die plek zullen hebben gestaan.
Gelukkig kunnen we nog naar de Zaanse Schans of naar Google->Afbeeldingen om de originelen te bekijken.

Gezellig keuvelend met een paar anderen die ook per sé op tijd wilden zijn liep ik vervolgens langs de Gedempte Gracht - er stroomt evenwel gewoon nog water door, maar dat zal allemaal wel aan mij liggen. Ook deze shopping area is bepaald geen lust voor het oog, to say the least. In de verte was het finishgebied te ontwaren, ook leuk, maar wij moesten/wilden naar het Dam-tot-Dampark, geen idee waarom, om van daaruit richting startvakken te gaan.

Over het Dam-tot-Dampark kan ik kort zijn: daar gebeurde voor aanvang van de loop feitelijk helemaal niets! Ik weet niet hoe het later op de avond en de dag erna eraan toe is gegaan, maar al wat ik zag was een hoop sponsortenten die allemaal leeg waren, er was een enkel verkoopstalletje van hardloopkleding, er stonden veel toiletten en een overdaad aan massagetenten, en ondertussen werd de argeloze bezoeker getrakteerd op pompende herrie die je nauwelijks muziek zou mogen noemen. Een tamelijk oninspirerende plek dus. Gauw maar plassen, omkleden, banaantje eten, watertje drinken, schoenen nog eens strikken inclusief dubbele knoop, kortom tijd doden. En nog eens maar eens plassen voor de zekerheid, u als Verstokt Wedstrijdloper/-loopster kent dat wel.

Even voor zevenen trokken de eerste lopers naar de startvakken. Wij als winnaars mochten starten in het eerste en voorste startvak, het Blauwe Business vak. Wij waren, zo bleek mij achteraf, tot heuse Businesslopers voor Asics gebombardeerd!. Ze moeten mij bij Asics dan maar niet kwalijk nemen dat ik al jaren geleden de overstap van hun merk naar Saucony heb gemaakt…

Om half acht scherp zouden wij Businesslopers als eersten starten. Eenmaal aangekomen in het startvak bleken de mannen van de vrouwen te moeten worden gescheiden om zodoende twee startrijen te vormen. De diepere gedachte achter die onzin was dat er tijdens de warming up zonodig een 'Battle of the Sexes' moest worden uitgevochten. Je verzint het niet, echt niet…. Wie schreeuwen, zwaaien en dansen het hardst onder aanvoering van een viertal luidruchtige sportschooltypjes en begeleid door een oorverdovende house-noten-balken-brij? De VrouwtjesHug rightHug right of de MannetjesHug leftHug left?? Ja hoor.... Ik overwoog heel kort om het startvak te verlaten, maar vond toch dat ik even dapper moest zijn. Er zou tenslotte een moment komen - de start - dat deze waanzin zou stoppen. De vrouwen wonnen overigens – dit geheel door mijn toedoen.

Dan de race: het was in het begin weer onvoorstelbaar druk, vooral toen de mannen- en vrouwenstromen ‘merged as one’. Lekker in je ritme komen was er dus niet bij. Dat was verder allemaal niet zo erg: ik liep hem toch alleen maar als training, bovendien was ik afgelopen woensdag door mijn rechterhoef gezakt (probeer maar eens te gaan lopen met een slapende voet – daar kan ie niet tegen). Reden te meer om het rustig aan te doen.
Op zich was het een best grappig parcours, met veel drukbevolkte straatjes, een tweetal heuse brugbeklimmingen, veel water - we liepen onder andere over een eiland - en grote mensenmassa’s bij de finish. Ja Dam-tot-Damlopers: óók al op zaterdag!

Ik voltooide de 4 Engelse Mijlen in een tijd van 33:10. Dat geeft wel aan dat ik het rustig aan had gedaan; desalniettemin las ik tot mijn verbazing in de uitslagen dat ik daarmee 181e van de in totaal 1146 Businesslopers was geworden. Dan hadden ze het blijkbaar allemáál rustig aan gedaan…. Wink smiley

Het bleek zelfs dat de Asics Businessgroep, waarin ik (at random) was ingedeeld, de 3e plaats had veroverd in het Overall Business Klassement! Kijk en dan beteken je opeens wat hè? Wink smiley Wink smiley

Alle festiviteiten en opgeblazen heisa in de grote Asics Sponsortent rondom die behaalde topprestatie heb ik verder niet meer meegemaakt: terwijl in Zaandam de laatste lopers nog aan het finishen waren (die deden het namelijk wel héél rustig aan) was ik al weer lekker terug in Gouda om de rest van de avond amechtig en in totale lethargie op de bank door te brengen. Home Sweet Home!

Gezellige Chaos bij de Goudse Singelloop (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 13 september 2014 21:28

Gisteren 12 september verzamelden zich zowat 2500 lopers in de pittoreske Goudse binnenstad voor de 26e editie van de Singelloop. Nou ja, Singelloop: de loper komt wel een stukje over de Kattensingel maar daar is dan ook alles mee gezegd. Je zou het eerder De Goudse Straatjes- en Steegjesloop kunnen noemen, dat is een veel passender naam. Nee, dan Woerden: daar voert de plaatselijke Singelloop daadwerkelijk en geheel langs de buitensingels van de binnenstad. Maar dat terzijde.

In Gouda wordt gestart en gefinisht naast het prachtige 14e-eeuwse Gothische stadhuis midden op de driehoekvormige beklinkerde Markt. Het is een avondloop, en als laatste gaat de langste afstand (10km) om kwart over zeven van start.

Er is een grote diversiteit in afstanden: voor de jongsten is er een 1km- en een 2km-loop, en voorts zijn de afstanden 3.5, 7 en 10km, die in resp. 1, 2 en 3 rondjes worden afgelegd. Voor de hogere wiskundigen onder U: dat betekent inderdaad dat het rondje voor 3.5km en 7km iets is opgerekt ten opzichte van dat voor de 10km.

Ik was eigenlijk helemaal niet van plan om aan de Goudse Singelloop mee te doen. Voor velen van mijn collega-Goudse-Runners is het jaarlijks de enige wedstrijd waarvoor zij te porren zijn. Een heel jaar lang wachten zij gespannen op de Dag van Inschrijving (de startnummers zijn binnen enkele uren uitverkocht) en vervolgens op de Grote Goudse Hardloopbeproeving.
Sommige anderen, waaronder ikzelf, lopen veel meer wedstrijden. Dit jaar had ik besloten mij niet in te schrijven, omdat verderop deze maand al de Geuzenloop op het programma stond. Bovendien is deze loop qua loop niet helemaal mijn kopje thee: het is een voortdurend draaien en keren, vooral in de binnenstad. De Amstel Gold Race is er niets bij.
Maar ja, toen mijn Goudse Runners-trainer Paul op het laatste moment moest afhaken vanwege een vervelende blessure was ik natuurlijk niet te beroerd om zijn startnummer onmiddellijk in te pikken! Wink smiley

Vlak vóór het stadhuis, precies op de plek waar jaarlijks de grote Noorse kerstboom wordt neergezet en waarvan de lichtjes op Kaarsjesavond worden ontstoken, verzamelden de Goudse Runners zich voor de warming-up. Dat betekende eerst een kilometertje en groupe dribbelen door de binnenstad, en vervolgens terug op de Markt de gebruikelijke opwarmoefeningetjes. Dat alléén al trok een hoop bekijks van het in groten getale aanwezige publiek. Wij waren er klaar voor, en dat lieten wij zien ook!

Om kwart over zeven, in een heerlijk avondzonnetje, werden wij dan weggeschoten(!) door een Heuse Hoge SponsorMeneer. Iets meer dan duizend enthousiastelingen worstelden zich al hakkentrappend, slaand, duwend en trekkend door de eerste honderden meters. Ik wist ook meteen weer de andere reden waarom ik deze loop wat minder vind! Ook was het behoorlijk warm voor zover je niet in de schaduw liep, maar ach dat is op zichzelf natuurlijk helemaal geen reden om te klagen...

Omdat ik deze loop als trainingsloop voor de Geuzenloop in Zoetermeer beschouwde ging ik bepaald niet als een raket van start. En jawel: dat heb ik tot het eind weten vol te houden! Het eerste rondje ging lekker langzaam in 17:19, het tweede ging ietsje minder lekker langzaam in 17:07, waarna ik toch weer in stijl afsloot in 17:18. Allemaal netto. Als ik dat optel kom ik op 51:44, maar Racetimer.eu (dankjewel Racetimer.eu!) snoepte er speciaal voor mij nog twee secondjes vanaf: 51:42…..
Geen supertijd, integendeel: vorig jaar ging het ruim 2 minuten sneller, maar ach ik heb gewoon lekker gelopen en genoten van alle aanmoedigingen van bekenden en onbekenden.

Na deze inspanning togen de Goudse Runners – zoals het hoort – naar het café, waar het nog lang onrustig maar vooral gezellig bleef!

Enne…..vanochtend vroeg was bijna iedereen weer paraat bij de reguliere zaterdagtraining! En geloof maar niet dat het een dooie-akkertjes-uitlooptraining werd: vooral diegenen die gisteravond gelopen hadden bekampten elkaar weer alsof het leven ervan af hing. Wink smiley

En dan nu op naar Zoetermeer, de Geuzenloop 10km op de 28e van deze maand. Doel: sneller dan gisteren, en het liefst onder de 50 minuten!

Man in Black in Sweet Lake City (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 1 september 2014 17:59

Afgelopen zondag ben ik weer naar Zoetermeer getogen voor de augustus-editie van de 5km 3-Plassenloop. Dit evenement wordt maandelijks door de Roadrunners Zoetermeer georganiseerd. Voor mij is het een ‘trip down memory lane’ – ik was er lid van 2003 tot 2005, waarna ik naar Gouda verhuisde.

Zoals de oplettende lezertjes op de aangehechte foto kunnen zien, had ik mij volledig in het zwart gestoken voor dit verder wel redelijk feestelijke evenement. Een enkeling zal zich misschien afvragen:

Waarom doet ie dat nou??

Tja….dit is iets van (met name) het hardlopen gedurende de laatste 2 weken. Het is een fatale combinatie van zweet, borsthaar (sorry voor deze ‘ontboezeming’), en het schuren van welk soort shirt dan ook langs een tweetal gevoelige plekken…..

Als ik een lichter shirt draag dan lijkt het na verloop van tijd alsof een scherpschutter mij met 2 welgemikte kogels op borsthoogte heeft getroffen. Door het zweet der inspanning lijkt het even later alsof zich een heus bloedbad voltrekt. Meer voor emmer dan dít kan een mens niet lopen...

Alles heb ik al geprobeerd om het euvel te bestrijden: alles wegscheren rondom de kritieke plekken, dik insmeren met (jawel) uierzalf, diverse soorten pleisters – maar niets helpt vooralsnog.
Omdat ik het gebruik van een sport-bh (of een kogelvrij vest) om diverse redenen nét een stap te ver vind gaan trek ik uit arren moede dan maar donkere shirts aan. Vandaar.
Het probleem is natuurlijk ook dat ik 3 á 4 keer per week loop: de gapende wonden hebben dan geen kans om voldoende te herstellen, waardoor zij telkenmale weer openrijten.
Ik zal de lezer verder ook maar de verhalen besparen over mijn luide geschreeuw onder de warme douche…

Enfin, de wedstrijd! Daar ging het tenslotte om!

Heel ambitieus had ik hier en daar verteld dat ik dit keer onder de 23 minuten wilde lopen. In juli was de teller daar op 23:36 blijven staan – en dat had mij natuurlijk weer veel te veel kapsones gegeven.
Toch heb ik een lekker opgebouwde race kunnen lopen met een opwaartse lijn qua snelheid (negatieve split). Toen ik na 1 kilometer (4:52) al tot de ontdekking kwam dat de tijd van vorige maand niet verbeterd zou worden, heb ik niet meer op mijn horloge gekeken en gewoon lekker vlot doorgelopen. Ik was gestart ergens halverwege in het peloton, er passeerde mij zegge en schrijve één persoon en ik heb er ongeveer 10 kunnen ‘oprapen’ – dat laatste trucje gaat mij steeds beter bevallen Wink smiley

Als 30e van de 84 lopers passeerde ik de finish in 23:50 – dat was 14 seconden langzamer dan in juli. Maar ik had wel het gevoel krachtiger en plezieriger gelopen te hebben. Er waren redelijk wat lopers die in juli nog vóór mij, maar nu in augustus ná mij finishten. En dat geeft de burger extra moed!

Op nu naar de 10km Geuzenloop in hetzelfde Zoetermeer op 28 september! Ik zal hier op dit platform voorlopig even geen concrete richttijd geven… Neeee, die zal ik pas onthullen nadat ik ‘m gelopen heb Wink smiley

PS…..het is natuurlijk niet mijn bedoeling om brede maatschappelijke discussies over mijn loperskwaaltjes te ontketenen! Mocht men zich toch geroepen voelen, gelieve dit dan met uiterste discretie te doen…… Wink smiley

Geen halve maatregelen in Zoetermeer (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 26 augustus 2014 21:23

Vandaag heb ik na ampel beraad met mezelf besloten om voorlopig geen halve marathon te gaan lopen.

Ik had mijzelf de halve van Zoetermeer (Geuzenloop op 28 september) in het vooruitzicht gesteld indien ik mijn druistigheid tijdens wedstrijden een beetje kon intomen. Daarvoor heb ik in mei en juni een aantal 10km-lopen ge-/misbruikt waarbij ik speciale aandacht besteedde aan de negatieve split. Dit geschiedde met wisselend succes, zoals ik in de blogposts beschreef.

Maar uiteindelijk is dát niet de voornaamste overweging geweest. Door een serie van kleine blessures is de voorbereiding op de halve marathon zo gebrekkig geworden dat ik mij nu, een maand van tevoren, van dat juk heb bevrijd. Ik ga NIET een "we zien wel" en "God zegene de greep" wedstrijd lopen!

Daarom zijn nu de bakens ietwat verzet. Uiteindelijk heb ik mij ingeschreven voor de 10km bij de Geuzenloop en kies ik verder tot het eind van het jaar een paar aardige - liefst kleinschalige - loopjes uit tot hooguit 15km (elk...).

Leuk detail bij de Geuzenloop: mijn oudste dochter maakt daar haar "wedstrijd-debuut", en wel op de 5km! Die gaat zij doen samen met haar significant other; hij komt speciaal daarvoor uit Groningen afreizen.
Als Jantine en Maarten finishen, dan ben ik nog aan het lopen (althans: dat mag ik toch hopen voor ze Wink smiley), dus dat moment van glorie zal ik niet meemaken.
Maar er zullen voldoende dolenthousiaste supporters zijn die het tweetal zullen aanmoedigen tijdens de laatste meters. Het valt te bezien of diezelfde supporters daarna nog op mij zullen wachten, of dat ze alvast één van de vele terrasjes in de buurt van de finish zullen gaan bevolken Beer Wink smiley Wink smiley

Enfin, het wordt vast een mooie dag daar in Zoetermeer! De organisatie is in handen van Roadrunners Zoetermeer, en dat doen ze al sinds jaar en dag op een prima wijze.

Moraal tanken langs de Breevaart (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op donderdag 7 augustus 2014 20:17

Gisteren sloeg het weer echt om in de Goudse regio! Een paar malse regenbuien aan het begin van de avond hadden de tot dan toe drukkende temperatuur flink omlaag gebracht. Het was inmiddels koel en zuurstofrijk geworden en er stond een licht en verfrissend windje. Heerlijk weer om hard te lopen, hoewel het al tegen negenen liep en het langzaam wat donkerder werd. Snel de kleertjes en de schoentjes aan, het jasje recht, het dasje recht en vader ging op stap!

Met behulp van Looptijden heb ik ooit een parcours van precies 5km uitgezet. Het begint vlak bij huis en voert mij naar Reeuwijk-Brug en terug, grotendeels langs het water van de Breevaart en de Elfhoevenplas, één van de in totaal 13 Reeuwijkse Plassen.
Toegegeven, de exacte lengte is 5002 meter (zegt Looptijden), maar die 2 meter loop ik er altijd met liefde bij! Wink smiley
Deze keer besloot ik om lekker volle bak te gaan lopen, gewoon eens kijken hoeveel peut er in de tank zat. Het was tenslotte ‘maar’ 5km, dus zóu het schip vroegtijdig stranden dan was ik niet ver van huis...

Vlot van start dus! Na ongeveer 500 meter zag ik 3 lopers in de verte, die onderling op enige afstand van elkaar liepen in een veel lager tempo dan het mijne. Ze hoorden wel bij elkaar, want ze keken voortdurend om naar elkaar en wisselden onduidelijke tekens en signalen uit. Ideale mikpunten voor mij dus! Wat een gelukkie!
Na ongeveer 2 kilometer had ik er twee opgeraapt; de derde die vlak voor mij liep stak de eerste Reeuwijkse brug over en ging weer terug langs de Breevaart. Dat zouden ze dus alle drie doen. Ik liep echter een stukje verder door tot de tweede Reeuwijkse brug en maakte daar pas rechtsomkeert.

Toen ik teruggekomen was bij de eerste Reeuwijkse brug en ook langs de Breevaart mijn weg terug naar Gouda vervolgde kreeg ik de twee lopers die ik eerder had ingehaald weer in het vizier. Daar had ik ook stilletjes op gehoopt. Er op af maar weer! Dit hield mijn tempo hoog en constant. Na 3.5km had ik beide lopers weer ingehaald en stevende ik af op de voorste loper die duidelijk wat sneller was dan de andere twee.
Na 4.5km (ik was al vlak in zijn buurt) draaide hij echter om om zijn companen tegemoet te lopen. Wij passeerden elkaar met een glimlach, en ik maakte mij op voor mijn eindschot. Daarvoor moest ik wel eerst de Blauwbrug, ook wel Breevaartbrug genoemd, beklimmen en afdalen, mooie extra test. Na het bedwingen van die col was het afsprinten naar de ‘finish’, om daar vervolgens aan te tikken in 23:15.

Voor een training voorwaar niet slecht! En ik kan nog harder weet ik nu, want de tank was nog lang niet leeg. Goed voor de moraal, dit had ik nodig!

Ik loop vooruit te gaan

Gepost door Peter de Haan op donderdag 31 juli 2014 16:53

Ik loop vooruit te gaan..... Naar “Defying Gravity – uit Wicked the musical”

Opgedragen aan mijn jongste dochter Lianne, die het origineel onlangs zong in een bomvol Stadstheater in Zoetermeer.
De tent werd afgebroken, en ik………wel……..sterk spul dat Fisherman’s Friend! Wink smiley

Iets is veranderd in mij
Zo is het niet meer goed
Ik ben het eind’lijk zat
Te leven hoe het hoort en moet
Te laat voor tweede keuzes
Te laat om nog stil te staan
Mijn instinct moet ik volgen
Ogen dicht en gaan
Ja het is tijd
Om aan de loop te gaan
De hoogste tijd
Om voor me zelf te staan
En niets weerhoudt mij nog

Geen grens meer accepteren
Al is het vastgelegd
‘t Is het proberen waard
En het komt vast wel goed terecht
Te lang had ik die angsten
Liefde die opeens vervloog
Dat is geen ware liefde
Die prijs is veel te hoog
‘k Loop weg op tijd
Om voor me zelf te staan
Ontsnap op tijd
En ga de toekomst aan
En niets weerhoudt mij nog

Geen grenzen meer
De toekomst kent geen grenzen meer
En ik heb een gedachte
Bijna als een visioen
Ik weet – het klinkt bijna grimmig
En heus, het is wat schimmig
Maar ik weet, er komt een tijd…
Waarin ik loop
Om voor mezelf te staan
Geen valse hoop
Ik ga de toekomst aan
En niets weerhoudt mij nog

Dus als je mij wilt vinden
Kijk naar de blauwe lucht
Zoals het mij verteld is:
"Iedereen verdient zijn eigen vlucht”
En ga ik solo vliegen
Dan vlieg ik eind’lijk vrij
En wie mij klein houdt:
Neem een boodschap aan van mij
Zeg ze dat ik loop
Om voor mezelf te staan
Geen valse hoop
Ik loop vooruit te gaan
En binnenkort kom ik er aan!
En niemand van het mens’lijk ras
Of nou iemand of ikzelf dat was
Zal mij ooit nog verslaan!

Marque d'Honneur in Zoetermeer (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op maandag 28 juli 2014 14:33

Gekweld door een lichte liesblessure, opgelopen eind juni op een Goudse Runners-training, heb ik het de laatste tijd een beetje rustiger aan gedaan.
Na een weekje complete stilstand begon ik voorzichtig weer uit de schulp te kruipen met korte trainingen van ten hoogste 5 kilometer, met aanvankelijk een zeer bescheiden tempo.
Na een week of twee liep ik qua lies gelukkig weer helemaal pijnvrij maar bleef ik toch voorzichtig en liep ik wellicht iets te verkrampt, waardoor ik overal en nergens weer kleine pijntjes kreeg. Maar ook dat is inmiddels helemaal verdwenen.

Na een - gezien de grote hitte (30 graden) - vlotte Goudse Runners 3km testloop op 19 juli had ik gelukkig weer het gevoel 'back on track' te zijn.

Letterlijk in de nacht van (afgelopen) zaterdag op (afgelopen Wink smiley ) zondag besloot ik, al woelend in mijn mandje, de juli-editie van de 3Plassenloop (5km) van de Roadrunners Zoetermeer te gaan lopen. Ik had daarvoor 4 redenen bedacht:

  1. Ik moest toch één dezer dagen in Zoetermeer zijn om wat aan mijn dochter af te geven
  2. Als oud-Roadrunner uit Zoetermeer vind ik het wel leuk om af en toe even de oude loopmakkers en de gewijde loopgronden te bezoeken
  3. Ik wilde weer wat 'wedstrijdritme' opdoen, en deze loop is daarvoor uiterst geschikt
  4. Er zouden deze ochtend twee Roadrunners worden herdacht, van wie ik er één heb gekend

Het was bewolkt maar al erg warm toen ik om ongeveer 9:30 uur bij het Roadrunners clubhuis aan het Noord-AA meer arriveerde. De inschrijving was snel gedaan, het startnummer was al even snel opgespeld, zodat ik al voor 10'en (de loop begon om 10:30 uur) aan het inlopen was. Pfffffoe wat was het warm en vooral benauwd, en dat al tijdens de dribbel en de warming-up oefeningetjes.

Toen op tijd weer terug naar het startpunt voor de plechtigheid. Eén van de leden van Roadrunners Zoetermeer had de onbeschrijflijke pech gehad om met haar man en 296 anderen in het ramptoestel MH17 naar Maleisië te vliegen, de vlucht die helaas nooit aankwam... Een ander lid was zeer onlangs in zijn slaap overleden, hij werd 80 jaar en was de nestor van de Roadrunners - dat laatste was hij al in de tijd dat ik daar lid was (2003-2005).
Aan deze twee mensen werd deze loop opgedragen, er werd een toespraak gehouden, een gedicht voorgelezen en een minuut stilte gehouden, allemaal bijzonder indrukwekkend.
En zoals de organisator na afloop daarvan treffend zei: 'tja laten we dan nu ook nog maar wat gaan lopen....'

Al tijdens de plechtigheid waren de laatste wolken weggeschoven en stonden wij in de volle zon. Het zou een zware loop worden...

Iets na half elven werden wij dan 'weggemisthoornd' (wegschieten leek ook hier niet op zijn plek). Ik besloot van begin af aan er maar een aardig tempo in te gooien, het was tenslotte 'maar' 5km dus dat moest te overzien zijn.... Bovendien wilde ik bewust op mentale weerbaarheid trainen, op afzien dus. Nou dat laatste lukte wonderwel Wink smiley Het parcours was voor het overgrote deel onbeschut, zodat het zonnetje mijn kalende kruintje van een prachtig rood kleurtje voorzag en de warmte voor een bijna onaanvaardbaar vochtverlies zorgde. Ja, dat was wel eventjes afzien....

Toch ging het lekker! In de eerste honderden meters van de loop schoten er nog wel een paar mensen langs mij heen (ik startte niet helemaal vooraan), maar daarna passeerde er niemand meer en kon ik, net zoals in de Goudse Houtloop, sommige te snelle starters één voor één oprapen.

Met een klein eindsprintje passeerde ik de finish in een brutotijd van 23:36 en daar was ik eigenlijk gezien de omstandigheden best tevreden mee!

Beste Roadrunners, het was leuk om weer eventjes in jullie midden te vertoeven en weer iets van die oude sfeer op te snuiven, dat ga ik vaker doen.
Jullie zijn nog altijd een mooie club en een fijn stel mensen, het eerbetoon gisteren is daar een treffend voorbeeld van. De organisatie van de loop was als altijd super. Dankjulliewel!

Tout Chagrin bij de Beetjekromloop (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 21 juni 2014 20:24

Vandaag is de zomer begonnen! Gisteren, toen het nog lente was, mocht ik mijn krachten nog een beetje sparen bij de 3 kilometer testloop van de Goudse Runners. Nou ja: mocht…. Mijn immers buitengewoon strenge trainer stond mij niet toe dat ik een tempo hoger dan 12,5km/h liep – en zo moest ik een enkeling laten gaan, zeer tot mijn spijt, hoewel er ook een stuk of 40 achter mij bleven… Mijn PR van 12:53 bleef hoe dan ook ver buiten schot.

De beloning voor dit frustrerende handrem-werk moest dan vandaag maar komen om 12 uur tijdens de 10km Haastrechtloop in en om – jawel – Haastrecht. In opperste staat van opwinding sprong ik al om half negen mijn bedje uit. Het was een prachtige zomerdag! Een kom Brinta en twee koppen sterke koffie verder en ik was er helemaal klaar voor. Nog even een plens koud water over gezicht en lijf, de kleertjes en de schoentjes aan, en vader ging op stap!

Uiteraard werd het fietsje gepakt: zo kon ik alvast een beetje warmdraaien tijdens de tocht naar de voetbalvelden van VV Haastrecht. Vrolijk fluitend reed ik om half elf mijn wijkje uit op weg naar het Grote Haastrechtsche Hardloopfestijn.

Na iets meer dan twee kilometer dokkerde mijn achterwiel opeens over het Goudse asfalt alsof in plaats daarvan de keien van Parijs-Roubaix werden getrotseerd.

AAARGHHH een lekke bandAngry smileyAngry smileyAngry smiley@#$##@#Angry smileyAngry smileyAngry smiley. Oh mijn God, waarom dit? Waarom nu??

Ik had geen telefoon bij me, en qua financiën was er hooguit ruimte voor een kopje koffie in de voetbalkantine. Alle waardevolle goederen had ik thuisgelaten: ik had al eens eerder meegemaakt dat mijn hele hebben en houwen was gejat in een kantine, dus ik wenste geen risico’s te nemen. Maar wat nu te doen?

Er zat maar één ding op: wandelen… Maar dat zou een hoop tijd in beslag nemen. Zou ik wel op tijd in Haastrecht arriveren? Ik moest mijn startnummer en chip nog halen en op mijn shirt resp. schoen monteren. Van enige verantwoorde warming-up zou zo natuurlijk ook geen ene mallemoer terechtkomen. Mijn humeur begon zienderogen te dalen.

Na ruim drie kwartier power-walking in de blakerende zon liep ik om half 12 dampend van het zweet en ernstig chagrijnig de voetbalkantine binnen. Chip en startnummer moesten nu in recordtempo worden aangebracht, en tijd om nog even te relaxen was er niet. Wel nog even flink wat water innemen en een half banaantje (nee niet die andere helft van dat banaantje in Woerden). Toen nog flink voordringen bij het toilet en huppekee naar het startvak. Nee dit ging ‘m niet worden vandaag…

De veldwachter in Haastrecht wilde zijn pistool niet uitlenen, dus werden wij met z’n 360-en om 12 uur scherp weggetoeterd. Ik koos een rustig tempo, nou ja ‘koos’: ik kon denk ik niet veel harder dan dat. Er was weinig energie en geestdrift meer over in het lijf, het was warm en uiterst zonnig en ook de inmiddels met miljoenen pollen bezwangerde lucht stond mij niet aan. Ik had, kort en goed, de pest in.

In een groepje kwam ik nog wel door in 26:15 na 5 km, maar toen kwam de volgende domper: er werd bij de drankpost alleen maar van die kleffe isotone lemon-dorstlesser in bekertjes verstrekt. Dat drinkt niet lekker, het IS in die warmte ook niet lekker, en je mikt dat goedje ook liever niet over je hoofd en in je nek. Klein puntje voor de evaluatie! Ik (en ik niet alleen) wil gewoon water, graag….

Na 7km stoempen door het verder wel heel mooie landschap kreeg ik ook nog eens kramp. En niet zo’n klein beetje kramp: zowel de rechterkuit als hamstrings kwamen in staande trilling te verkeren. Uiteindelijk moest er 2 keer gestopt worden: iets wat ik anders nóóit doe, maar ik kon nu even niet anders dan wat corrigerende handelingen met mijn rechterbeen verrichten. Om vervolgens telkens weer zóóó lekker op gang te komen….. Volkomen overbodig te zeggen dat mijn humeur inmiddels tot vér onder NAP was gezakt.

Dat werd toen nog een HEEL toffe 3 kilometer tot de finish… Uiteindelijk kwamen we nog door een Haastrechtsche Woonwijk waar iedereen was uitgelopen om ons als helden in te halen en ons het hoogst noodzakelijke beetje extra moed te verschaffen. Niet dat dat hielp hoor... Helemaal verrot en gefrustreerd kwam ik in 54:34 over de streep, een tijd om maar héél gauw te vergeten.

Het lag niet aan de organisatie van de Haastrechtloop, het was prima geregeld en het was erg gezellig en geanimeerd voor een ieder die daarvoor open stond….

Tja, toen nog even naar huis lopen.

De teerling is geworpen (1 reactie)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 17 juni 2014 22:42

Vanavond stond dan eindelijk de eerste training van het halve marathon-schema op het programma: een duurloop van 60 minuten in D2, een nogal langzame duurloop... Het was met 20 graden wel iets te warm, maar een lekker windje maakte veel goed.

Ik merk dat het toch lastig is om langzamer te lopen dan het comfort-tempo. Het had vanavond met een snelheid van net iets onder de 10km/h gemoeten; in werkelijkheid lag dit zowat op 10.5 Embaressed smiley

Mijn GR-trainer Paul - die voor mij het schema samenstelde en aan wie ik over de voortgang rapporteer - zal hier ongetwijfeld wel wat op aan te merken hebben! Wink smiley

Maar goed, we zijn van start, we are 'off the mark' so to speak. Vrijdagochtend vroeg is er een testloop van 3km op de atletiekbaan, gevolgd door een gezellig ontbijtje. De dag daarop een hopelijk goed opgebouwde 10km tijdens de Haastrechtloop. Ik heb er zin in!

Maandag vervolg ik dan weer het schema met een iets langere duurloop (70min). Dat wordt elke maandag dan uitgebouwd tot uiteindelijk ongeveer 2 uur op 2/3 van het schema, en dan weer afgebouwd. De donderdagavond is vanaf volgende week gereserveerd voor de duurlopen met wisselende tempo's, en op zaterdagochtend heb ik dan steeds de Goudse Runners intervaltrainingen.

Hopelijk blijkt het op 28 september in Zoetermeer (Geuzenloop) allemaal de moeite waard geweest te zijn!

Langs de Breevaart - een elegie (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op woensdag 11 juni 2014 22:18

Met een knipoog naar, en een buiging voor, de meester...
(zie de post voorafgaand aan deze)

Langs de Breevaart..... Naar: 'Oude Maasweg - Amazing Stroopwafels' (Leon Russell/Wim Kerkhof)

Lopend op het fietspad langs de lange vaart
Zonlicht brandend op mijn kop
Ik zal nu maar eens langzaam gaan versnellen
Ben aardig moe maar geef niet op
Als een bosweg ligt het smalle pad
Tussen hoge bomen door
Ik heb gevoelens van gelatenheid
Loop ik hier nu op dood spoor?
Nergens te gaan - hier te kort, daar te breed
Ik draaf almaar door en ik verzacht zo het leed
Dat ik je nooit meer zie
Reeuwijkse Plassen Elegie

Ik loop hier langs de Breevaart in de middagzon
Warmte knijpt de adem toe
Ik zal nu wel naar huis toe moeten zwoegen
Want ik ben al behoorlijk moe
In de verte zie ’k de Blauwbrug staan
Die komt langzaam dichterbij
Ik zie de coaches op hun fietsen
Van de roeiers vlak naast mij
Ik loop wel door maar ik kan nergens heen
De zon schijnt nog fel en ik voel me zo alleen
Nu ik je nooit meer zie
Langs de Breevaart kwart voor drie

'Chasse Patate' in Woerden (6 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 3 juni 2014 17:13

Eigenlijk durf ik het niet zo toe te geven, maar het heeft 53 jaar van mijn leven geduurd eer ik voor het eerst het alleraardigste stadje Woerden bezocht. En dat terwijl ik al zowat mijn hele leven in de Randstad woon, waarvan 10 jaar in het zeer nabije Gouda….
Woerden kent - net als Gouda - een heuse Singelloop. Het verschil is alleen dat de Woerdense Singelloop een échte singelloop is: het parcours voert de loper zo goed als volledig langs de singels om de binnenstad.
De Goudse Singelloop is eigenlijk gewoon een stadsloop: slechts een klein stukje van het parcours gaat langs één van de singels. En dát terwijl ze in Gouda nota bene het domein www.singelloop.nl met succes hebben geclaimd, maar enfin…

Op maandagavond 2 juni 2014 zette ik dan mijn eerste stappen in Woerden om daar aan de Singelloop mee te doen. Er moesten naar believen 1, 2 of 3 ronden van 3.3333etc. kilometer worden afgelegd. Zoals al eerder uitgelegd zag ik het als een trainingsloop: ik wil eindelijk eens structureel van die idiote kamikaze-starts af! Zeker bij deze loop had ik geen scherpe tijd op het oog: een mooie negatieve split zou al heel prettig zijn. Ik voelde nog wél de 2 monsterlijke Goudse Runners-trainingen van vrijdag en zaterdag in de benen, maar ja: eigen schuld dikke bult…….

Na de gebruikelijke rituelen (startnummer en chip ophalen, voorlaatste plasje doen, omkleden, chip op schoen en startnummer op shirt bevestigen, half banaantje eten, flesje water leegdrinken, laatste plasje doen, inlopen en wat warming-uppen) werden wij dan om 20:00 uur scherp weggeschoten. Zo’n 500 enthousiastelingen spoedden zich vervolgens langs de Woerdense singels.

De eerste ronde ging lekker comfortabel; ik kwam al snel in een groepje terecht met onder andere 2 lopers van de organiserende atletiekverenging Clytoneus. Eén van hen had ik ook al ‘getroffen’ tijdens de Goudse Houtloop. We liepen een mooi vlak tempo, maar voor mijn doen zéker niet voluit. Precies volgens plan dus.

In het begin van de tweede ronde, na de waterpost, vond ik dat er maar eens een tandje bij moest. Eén loper uit het groepje wist deze versnelling te volgen.
Juist op dat moment sjeesde ons een dame voorbij die vanuit het achterveld was komen opstomen. We konden op één of andere manier aan haar zien dat ze zich aan het forceren was. We besloten op ons ‘nieuwe’ tempo te blijven; we wisten dat we langzaam maar zeker wel weer op haar zouden inlopen: een mooi mikpunt voor ronde 2!
Mijn medeloper noemde dit een typisch voorbeeld van een ‘chasse patate’, een term die gewoonlijk in de wielersport wordt gehanteerd als iemand uit het peloton naar de kopgroep demarreert, maar het niet haalt en uiteindelijk weer terugzakt in het peloton. Met een heel constant tempo ‘veegden’ wij haar 200 meter voor het eind van de ronde uiteindelijk weer op. Vervolgens sprintte ze af naar de finishlijn: ze liep maar 2 van de 3 rondjes. Was dat omdat ze zich dat had voorgenomen, of…..? Wij kachelden lekker door: nog maar één rondje te gaan!

Na nog een bekertje water bij de verversingspost was het in de derde ronde alleen nog een kwestie van tempo houden. Dat lukte wonderwel, ofschoon er toch wat vermoeidheid insloop. Mijn compagnon had op het eind nog een klein versnellinkje in huis, maar ik bleef hetzelfde tempo lopen en kwam zeer tevreden binnen in 50:14 na een - naar mijn idee – lekker opgebouwde 10km. Weer niet echt een supertijd, maar dat hoefde ook helemaal niet. Als ik dit zo kan doorzetten, dan ‘beloon’ ik mijzelf met de inschrijving voor de halve marathon in Zoetermeer eind september. Dat wordt dan mijn 5e wedstrijd-halve-marathon; ik heb er ook al 5 ‘gewoon’ als training gelopen. Verder dan die afstand ben ik nog nooit gegaan, misschien een nieuw doel……

De organisatie van de Woerdense Singelloop verdient complimenten voor dit evenement: alles was perfect geregeld. Volgend jaar zien ze me daar ijs en weder dienende weer!

Eventjes rust nu... (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 31 mei 2014 17:54

Gisterochtend en vanochtend heb ik de mentale hardheid kunnen trainen tijdens 2 loodzware intervaltrainingen bij de Goudse Runners.

Zowel op de atletiekbaan (vrijdag) als op het kunstgras hockeyveld (vandaag) lagen de snelheden tussen de 13 en 18 km/h, en dat in de blakerende zon en warmte...Sun

Ik heb zojuist mijn lichaam plechtig moeten beloven om nu een tweetal dagen absolute rust te nemen.
Maandagavond wacht alweer de Singelloop (10km) in het nabije Woerden, en hoewel ik niet specifiek op een supersnelle tijd uit ben wil ik daar ook niet uitgeblust langs de singels zwalken...Snail

Misschien kan er nog nét een wandeling in het Reeuwijkse Plassengebied af morgen - dat is altijd de moeite waard. Maar dat wordt beslist geen tempo-walking, misschien een mooie gelegenheid om foto's te maken van de prachtige omgeving. En het is altijd lekker om het beproefde hardloop-, fiets- en vaardomein weer eens ontspannen wandelend te doorkruisen en in je op te nemen met al je zintuigen.

Lopend naar de vrijheid/Hemelvaartsdag (5 reacties)

Gepost door Peter de Haan op donderdag 29 mei 2014 21:32

De werkelijk PRACHTIGE songtekst van Arranraja die ik vanmiddag las inspireerde mij (zeg maar gerust: daagde mij uit) om ook het winnende songfestivalliedje om te schrijven naar zijn definitieve hardloopversie.

Arranraja, ik hoop dat je het net zo sportief opneemt als dat je bent! Samen winnen wij volgend jaar dat Songfestival!!

Verrijzen als een Phoenix..... Naar 'Rise like a Phoenix - Consjieta Worst'

Met een lichte dribbel
En een korte pas
Start ik weer mijn duurloop
En dan geef ik gas
Lopend langs de Breevaart
Langs het hoge riet
Turend in de verte
Voor even geen verdriet
Ik herken mezelf haast niet vandaag
In de felle zon loop ik
Gelijk een phoenix
Op hete kolen
Zwetend gelijk een otter
Geen verkoeling
Ik weet het
Ooit vlieg ik weer
Als ik vrij ben
Ik zal verrijzen als een phoenix
Die dag die komt

Ik verleg mijn grenzen
Dat geeft een goed gevoel
Niemand kan begrijpen
Hoe ik dat bedoel
Zelfs ik herken soms niet altijd
Wat het toch met mij doet
Dat gevoel
Op die zomerdag loop ik
Gelijk een phoenix
Vuur uit de sloffen
Hijgend gelijk een renpaard
Weer geen koelte
Ik weet het
Eens vlieg ik weer
Als ik vrij ben
Met heel mijn ziel en hart
Leg ik de hand aan
Een nieuwe start
Ik stijg als een phoenix
Op uit die ashoop
Strijdend gelijk een krijger
Naar vrijheid toe
Ik weet het
Ooit vlieg ik weer
Als ik vrij ben
Ik zal verrijzen als een phoenix
Die tijd die komt

Van Positieve+ naar Negatieve- split

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 24 mei 2014 16:30

De komende weken staan voor mij in het teken van het trainen op verantwoorde race-opbouw. Ik heb mij na een aantal zeer confronterende halve-marathon-ervaringen heilig voorgenomen ervoor te zorgen dat de negatieve split een ‘onbewuste bekwaamheid’ wordt. Dit wil zeggen: een snellere tweede helft dan de eerste. Tot die tijd loop ik geen halve marathons meer.

Om mijn doel te bereiken heb ik mij ingeschreven voor een aantal 10km-lopen waarin ik dat ga trainen. De 10km-lopen die ik vorig jaar liep kenmerkten zich ook al door een positieve split, met als ‘dieptepunt’ de Geuzenloop in Zoetermeer. Daarin waren de tweede 5km bijna 3 minuten langzamer dan de eerste: 24 om 27 minuten. Confused smiley Ook de Goudse Singelloop kenmerkte zich door een groot verval, ondanks een eindtijd van 49:29.

Tijdens de Groenhovenloop in februari ging het opeens wel weer redelijk (26:40 om 25:50), maar tijdens de Koningsloop op Koningsdag verviel ik weer in de oude fout, ondanks een goede eindtijd. De Goudse Houtloop van 17 mei gaf wel weer wat herstel te zien (26:16 om 24:57), maar duidelijk voor mij is dat het allemaal nog veel te grillig is.

Het frappante is: tijdens al die duurlopen die ik in mijn eentje loop, lukt het altijd wel met de opbouw. Dit komt doordat ik dan grote ronden loop in volle concentratie en trance. Daarbij: wie wil er nou halverwege zo’n grote ronde - en ver van huisWink smiley - in de problemen komen? Wedstrijden zijn meestal wat rommeliger en nodigen meer uit om te fluks van start te gaan. Daarvan wil ik nu voorgoed af! Daarom ga ik wedstrijd-/prestatielopen gebruiken om daarop te trainen. Ook ga (en laat) ik er bij de Goudse Runners-trainingen nog beter op letten.

Tijdens de Woerdense Singelloop op 2 juni ga ik niet eens voor een snelle tijd. Er moeten 3 ronden á 3.3km worden afgelegd, ideaal om de opbouw te trainen. Bij de Haastrechtloop op 21 juni moeten - vind ik - de resultaten daarvan te zien zijn. Kort daarna plan ik nog één of twee 10km-lopen in om te zien of de vooruitgang structureel wordt.

Pas als dát zo is…..dan schrijf ik mij in voor de Geuzenloop halve marathon eind september in Zoetermeer!

Met de Progrids over de cattle grids

Gepost door Peter de Haan op zaterdag 17 mei 2014 19:57

In mijn agenda stond voor 17 mei al geruime tijd een plekje gereserveerd voor de Goudse Houtloop. Een loop zowat door mijn achtertuin, in een mooi gecultiveerd stuk veengrondengroen aan de zuidkant van de Reeuwijkse Plassen. Donderdag had ik al het parcours verkend: veel draaien en keren, verharde én onverharde paden en behoorlijk veel bruggetjes die dikwijls van een veeroostertje waren voorzien. Kortom: nooit écht lekker in je ritme komen, een ‘tall order’ vooral met warm weer…

Voor mijn eerste Goudse Houtloop had ik gekozen voor de 10 kilometer, die zou worden afgelegd in een tweetal ronden van 5 kilometer. Men kon naar believen ook één of drie rondjes doen.
De laatste 2 maanden (na de CPC halve marathon) was ik van de trainingsschema’s voor halve marathons afgestapt om weer eens wat meer op snelheid én op verantwoorde wedstrijdopbouw te trainen. Mijn valkuil is van jongs af aan geweest om véél te snel te vertrekken en dan soms te constateren dat het schip wel érg vroegtijdig strandde. Nou kan je natuurlijk hardleers blijven, maar op een gegeven moment word je het/jezelf toch beu…… Wink smiley

De weersvoorspellingen bleken bij het (vroege) opstaan bewaarheid. Ideale omstandigheden voor strand- of zwembadbezoek, natuurlijk gevolgd door het onvermijdelijke BBQ’tje, maar niet echt voor een inspannende hardlooprace… Maar enfin, even doorbijten, de lichtste en kortste hardloopkleertjes aan, en hup op de fiets naar de start-/finishlocatie bij de wielerbaan aan de rand van de Goudse Hout.

Ik besloot om in het half uur voor de start (10 uur) mijn twee waterflesjes al leeg te lurken en verder de gordel met flesjes niet om te doen. Er zou drinken worden aangereikt na 5km (en na de finish) en dat moest maar voldoende zijn.

Om vijf over tien - na een heuse briefing - werden wij dan weggeschoten door een heuse Goudsche Wethouder, wat een eer…
Na een rondje over de wielerbaan nestelde ik mij comfortabel in een viermans groepje, deed het nodige afloswerk, en gevieren draaiden wij na 5km weer de wielerbaan op in een 5km-tijd van 26:16. Dat vond ik wel een beetje langzaam, maar ja: die warmte… Bovendien voelde ik wél dat ik nog behoorlijk wat energie over had voor het tweede deel – en dat voelt best lekker, vooral als het zo warm is.

Nog op de wielerbaan viel het groepje uiteen: één van de lopers demarreerde, ik probeerde te volgen, versnelde wel en hield dat ook vol, maar kon zijn tempo niet volgen. De andere twee waren gezien.

De tweede ronde van 5km ging eigenlijk veel beter dan de eerste: ik liep nu alleen en kon mij richten op de mensen die vóór mij liepen. Dat leidde de aandacht af van de warmte, de blakerende zon Sun en de langzaam intredende vermoeidheid.
Op die manier kon ik zo’n 10-12 mensen ‘opvegen’ die - uiteraard met alle respect jegens hen Angel smiley - elk voor mij als een springplankje fungeerden richting volgende loper en uiteindelijk richting finish.

Met een klein sprintje kwam ik over de eindstreep in 51:17. En ach: dat is nou niet echt een supertijd, maar wél een negatieve split: 26:16 om 25:01. En daar was het mij voornamelijk om te doen geweest!

Oh ja: de organisatie van de Goudse Houtloop was in handen van Loopgroep Gouda, en zij hebben zich perfect van die taak gekweten, dat moet worden gezegd. Volgend jaar ga ik mij daar wagen aan de 15km, en hopelijk kan ik mijn race dan nóg beter opbouwen!

Bekijk de blog van Peter de Haan

Tijden voor hardloopwedstrijden

DatumParcoursTijdAfstandSnelheid
22-09-2019Dam tot Damloop (10 EM)01:46:5516.093 m9,03 km/u
13-09-2019Goudse Singelloop (10 km)00:58:2110.000 m10,28 km/u
30-06-2019Vechtloop (10 km)01:01:2910.000 m9,76 km/u
21-06-2019Haastrechtloop00:58:3210.000 m10,25 km/u
09-06-2019Gaasperplasrun01:24:1913.592 m9,67 km/u
25-05-2019Goudse Houtloop00:57:5210.000 m10,37 km/u
31-03-2019Zandvoort - Runner’s World Zandvoort Circuit Run (21,1 Km)02:20:2721.097 m9,01 km/u
16-03-2019Reeuwijkse Plassenloop (15km)01:29:4115.000 m10,04 km/u
03-03-2019Twiske molenloop (10 EM)01:40:2316.093 m9,62 km/u
10-02-2019Groet Uit Schoorl Run (10 km)00:56:5110.000 m10,55 km/u
03-02-2019Groenhovenloop (10 km)00:57:2410.000 m10,45 km/u
09-12-2018Bruggenloop (15 km)01:27:3115.000 m10,28 km/u
18-11-2018Zevenheuvelenloop (15 km)01:25:2415.000 m10,54 km/u
11-11-2018Olympisch Stadionloop (10 km)00:55:5710.000 m10,72 km/u
28-10-2018AV23 Middenmeerloop00:56:2510.000 m10,64 km/u
14-10-2018Halve Marathon Eindhoven 21,1KM02:11:4321.097 m9,61 km/u
07-10-2018Langs de Gouwe loop (15 km)01:27:2715.000 m10,29 km/u
23-09-2018Dam tot Damloop (10 EM)01:34:3316.093 m10,21 km/u
14-09-2018Goudse Singelloop (10 km)00:56:3110.000 m10,62 km/u
06-07-2018Omloop van Leiderdorp00:55:2710.000 m10,82 km/u
24-06-2018Vechtloop (10 km)00:56:3610.000 m10,60 km/u
15-06-2018Haastrechtloop00:54:4210.000 m10,97 km/u
17-03-2018Reeuwijkse Plassenloop (10km)00:58:2210.000 m10,28 km/u
04-02-2018Groenhovenloop (10 km)00:57:0710.000 m10,50 km/u
19-11-2017Zevenheuvelenloop (15 km)01:29:3215.000 m10,05 km/u
15-10-2017Amsterdam Marathon (halve marathon)02:11:4421.097 m9,61 km/u
17-09-2017Dam tot Damloop (10 EM)01:32:5616.093 m10,39 km/u
08-09-2017Goudse Singelloop (10 km)00:57:2710.000 m10,44 km/u
25-06-2017Vechtloop (10 km)00:57:3610.000 m10,42 km/u
19-06-2017Singelloop woerden00:54:4810.000 m10,95 km/u
17-06-2017Haastrechtloop00:55:5910.000 m10,72 km/u
13-05-2017Goudse Houtloop00:57:4010.000 m10,40 km/u
08-01-2017Egmond Halve Marathon (halve marathon)02:02:5221.097 m10,30 km/u
11-12-2016Bruggenloop (15 km)01:20:3115.000 m11,18 km/u
20-11-2016Zevenheuvelenloop (15 km)01:22:0015.000 m10,98 km/u
16-10-2016Amsterdam Marathon (halve marathon)01:58:2721.097 m10,69 km/u
18-09-2016Dam tot Damloop (10 EM)01:26:0316.093 m11,22 km/u
09-09-2016Goudse Singelloop (10 km)00:49:4810.000 m12,05 km/u
26-06-2016Vechtloop (15 km)01:27:1715.000 m10,31 km/u
13-06-2016Singelloop woerden00:50:0310.000 m11,99 km/u
22-05-2016Leiden Marathon (marathon)04:19:3342.195 m9,75 km/u
10-04-2016Halve van Den Helder01:52:0721.097 m11,29 km/u
19-03-2016Reeuwijkse Plassenloop (15km)01:16:3015.000 m11,76 km/u
06-03-2016CPC Loop (halve marathon)01:55:2621.097 m10,97 km/u
07-02-2016Groenhovenloop (halve marathon)01:53:5221.097 m11,12 km/u
10-01-2016Egmond Halve Marathon (halve marathon)01:59:3321.097 m10,59 km/u
13-12-2015Bruggenloop (15 km)01:22:0215.000 m10,97 km/u
15-11-2015Zevenheuvelenloop (15 km)01:20:3215.000 m11,18 km/u
18-10-2015Amsterdam Marathon (halve marathon)02:00:0921.097 m10,54 km/u
20-09-2015Dam tot Damloop (10 EM)01:28:5116.093 m10,87 km/u
11-09-2015Goudse Singelloop (10 km)00:53:5010.000 m11,15 km/u
25-04-2015Goudse Houtloop00:23:305.000 m12,77 km/u
21-03-2015Reeuwijkse Plassenloop (10km)00:51:1510.000 m11,71 km/u
08-03-2015CPC Loop (halve marathon)02:06:0521.097 m10,04 km/u
01-02-2015Groenhovenloop (10 km)00:50:3710.000 m11,85 km/u
21-12-20143 Plassenloop RRZ00:22:225.000 m13,41 km/u
30-11-20143 Plassenloop RRZ00:22:355.000 m13,28 km/u
16-11-2014Zevenheuvelenloop (15 km)01:23:2315.000 m10,79 km/u
09-11-2014Klaverbladloop (15 km)01:19:1715.000 m11,35 km/u
26-10-20143 Plassenloop RRZ00:22:585.000 m13,06 km/u
12-10-2014Sloterplasloop (10 km)00:51:2610.000 m11,67 km/u
05-10-2014Langs de Gouwe loop (10 km)00:51:0710.000 m11,74 km/u
28-09-2014Geuzenloop (10 km)00:52:3310.000 m11,42 km/u
20-09-2014Dam tot Damloop (4 EM)00:33:106.437 m11,64 km/u
12-09-2014Goudse Singelloop (10 km)00:51:4210.000 m11,61 km/u
31-08-20143 Plassenloop RRZ00:23:505.000 m12,59 km/u
27-07-20143 Plassenloop RRZ00:23:365.000 m12,71 km/u
21-06-2014Haastrechtloop00:54:3410.000 m11,00 km/u
02-06-2014Singelloop woerden00:50:1410.000 m11,94 km/u
17-05-2014Goudse Houtloop00:51:1310.000 m11,71 km/u
09-03-2014CPC Loop (halve marathon)02:08:0721.097 m9,88 km/u
02-02-2014Groenhovenloop00:52:3010.000 m11,43 km/u
20-10-2013Amsterdam Marathon (halve marathon)02:08:3721.097 m9,84 km/u
29-09-2013Geuzenloop (10 km)00:51:3310.000 m11,64 km/u
13-09-2013Goudse Singelloop (10 km)00:49:2910.000 m12,13 km/u
30-09-2012Geuzenloop (halve marathon)02:06:3021.097 m10,01 km/u
10-09-2004Goudse Singelloop (10 km)00:51:0910.000 m11,73 km/u
02-07-2003Midzomeravondloop Bleiswijk01:11:3515.000 m12,57 km/u
08-06-2003Halve Marathon Leiden01:54:0821.097 m11,09 km/u

Trainingstijden

DatumParcoursTijdAfstandSnelheid
29-09-2019Ed Vergeerloop 29 september 201900:48:358.564 m10,58 km/u
22-09-2019Training01:46:5616.273 m9,13 km/u
15-09-2019Training 30 september 201800:49:358.817 m10,67 km/u
01-09-2019Training 11 juni 201701:02:2810.810 m10,38 km/u
11-08-2019Training 27 augustus 201700:58:3310.323 m10,58 km/u
30-06-2019Training01:01:2910.177 m9,93 km/u
21-06-2019Training00:58:2510.043 m10,31 km/u
16-06-2019Training 17 juni 201801:12:0511.937 m9,94 km/u
25-05-2019Training00:57:529.962 m10,33 km/u
05-05-2019Training 27 augustus 201700:56:4610.323 m10,91 km/u
27-04-2019Koningsloop 26 april 2014 - 9 ronden00:56:4010.170 m10,77 km/u
31-03-2019Training02:20:2721.123 m9,02 km/u
24-03-2019Training 11 juni 201701:02:0310.810 m10,45 km/u
16-03-2019Training01:29:4115.072 m10,08 km/u
03-03-2019Training01:40:2316.251 m9,71 km/u
17-02-2019Training 11 juni 201701:02:5710.810 m10,30 km/u
10-02-2019Training00:56:5210.019 m10,57 km/u
03-02-2019Training00:57:249.914 m10,36 km/u
13-01-2019Training 1 oktober 201701:19:4513.338 m10,03 km/u
09-12-2018Training01:27:3014.838 m10,17 km/u
02-12-2018Training 11 juni 201701:03:1110.810 m10,27 km/u
18-11-2018Training01:25:2315.083 m10,60 km/u
11-11-2018Training00:55:579.954 m10,67 km/u
28-10-2018Training00:56:259.745 m10,36 km/u
14-10-2018Training02:11:4321.196 m9,65 km/u
07-10-2018Training01:27:2714.933 m10,24 km/u
30-09-2018Training 30 september 201800:49:158.817 m10,74 km/u
23-09-2018Training01:34:3316.310 m10,35 km/u
16-09-2018Training 11 juni 201701:06:1510.810 m9,79 km/u
02-09-2018Training 2 september 201801:32:1514.943 m9,72 km/u
14-07-2018Testloop 19 juli 201400:15:063.050 m12,12 km/u
06-07-2018Training00:55:2710.070 m10,90 km/u
24-06-2018Training00:56:3810.086 m10,68 km/u
17-06-2018Training 17 juni 201801:08:1511.911 m10,47 km/u
15-06-2018Testloop 20 juni 2014 - 7.5 ronden00:16:053.000 m11,19 km/u
10-06-2018Training 9 juli 201701:22:3514.150 m10,28 km/u
22-05-2018Training01:07:1810.816 m9,64 km/u
22-05-2018Training 22 mei 201801:36:3515.785 m9,81 km/u
20-05-2018Training 11 juni 201701:02:3510.810 m10,36 km/u
27-04-2018Koningsloop 26 april 2014 - 9 ronden00:57:1510.170 m10,66 km/u
04-03-2018Training00:46:447.260 m9,32 km/u
14-01-2018Training 1 oktober 201701:22:3913.338 m9,68 km/u
15-10-2017Training02:11:4621.254 m9,68 km/u
08-10-2017Training 8 oktober 201701:00:3510.763 m10,66 km/u
01-10-2017Training 1 oktober 201701:17:4013.338 m10,30 km/u
03-09-2017Training 27 augustus 201700:57:2510.323 m10,79 km/u
27-08-2017Training 27 augustus 201701:00:1510.323 m10,28 km/u
20-08-2017Training 9 juli 201701:19:0514.150 m10,74 km/u
13-08-2017Training 9 juli 201701:19:2514.150 m10,69 km/u
30-07-2017Training 9 juli 201701:18:5514.150 m10,76 km/u
23-07-2017Training 9 juli 201701:19:5014.150 m10,63 km/u
16-07-2017Training 16 juli 201701:12:3512.927 m10,69 km/u
09-07-2017Training 9 juli 201701:19:3514.150 m10,67 km/u
08-07-2017Testloop 19 juli 201400:14:363.050 m12,53 km/u
11-06-2017Training 11 juni 201701:04:0710.810 m10,12 km/u
27-04-2017Koningsloop 26 april 2014 - 9 ronden00:55:5310.170 m10,92 km/u
19-02-2017Training 11 februari 201601:11:2312.121 m10,19 km/u
03-01-2017Training 7 oktober 201502:00:3419.914 m9,91 km/u
04-12-2016Training 11 februari 201601:08:2912.121 m10,62 km/u
12-11-201612 nov 2016 Malta St. Julian's-Sliema v.v.00:42:188.105 m11,50 km/u
09-10-2016Training 7 oktober 201501:55:2419.914 m10,35 km/u
09-07-2016Testloop 19 juli 201400:13:363.050 m13,46 km/u
08-06-2016Training 11 februari 201601:02:0512.121 m11,71 km/u
16-05-2016Training 11 februari 201601:07:3512.121 m10,76 km/u
08-05-2016Training 11 februari 201601:06:0412.121 m11,01 km/u
05-05-2016Training 28 december 201501:20:4614.512 m10,78 km/u
01-05-2016Training 36km03:46:5936.310 m9,60 km/u
27-04-2016Koningsloop 26 april 2014 - 9 ronden00:50:3910.170 m12,05 km/u
24-04-2016Training 13 maart 201602:21:3224.479 m10,38 km/u
17-04-2016Training 17 april 201603:09:1530.675 m9,73 km/u
14-04-2016Training 28 december 201501:19:0814.512 m11,00 km/u
03-04-2016Training 7 oktober 201501:59:3519.914 m9,99 km/u
27-03-2016Training 26.0km02:34:0426.046 m10,14 km/u
24-03-2016Training 11 februari 201601:04:5612.121 m11,20 km/u
17-03-2016Training 11 februari 201601:04:1212.121 m11,33 km/u
13-03-2016Training 13 maart 201602:29:1524.479 m9,84 km/u
28-02-2016Training 7 oktober 201502:01:3019.914 m9,83 km/u
21-02-2016Training 26.0km02:45:0526.046 m9,47 km/u
14-02-2016Training 14 februari 201601:41:3516.263 m9,61 km/u
11-02-2016Training 11 februari 201601:02:2512.121 m11,65 km/u
31-01-2016Training 7 oktober 201502:01:5019.914 m9,81 km/u
24-01-2016Training 24 januari 201601:12:0512.044 m10,03 km/u
01-01-2016Training 7 oktober 201501:58:3519.914 m10,08 km/u
28-12-2015Training 28 december 201501:18:2514.512 m11,10 km/u
06-11-2015Training 6 november 201501:04:5512.008 m11,10 km/u
07-10-2015Training 7 oktober 201502:03:1519.914 m9,69 km/u
03-09-2015Training 3 november 201400:37:207.470 m12,01 km/u
01-09-2015Training 6 augustus 201501:06:5513.119 m11,76 km/u
27-08-2015Training 25 februari 201500:53:4510.620 m11,85 km/u
12-08-2015Training 12 augustus 201501:25:4514.827 m10,37 km/u
10-08-2015Training 25 februari 201500:56:1010.620 m11,34 km/u
06-08-2015Training 6 augustus 201501:09:5013.119 m11,27 km/u
03-08-2015Training 3 augustus 201501:07:4511.884 m10,52 km/u
29-07-2015Training 25 februari 201500:57:5510.620 m11,00 km/u
27-07-2015Training 3 november 201400:38:057.470 m11,77 km/u
23-07-2015Training 25 februari 201500:59:3510.620 m10,69 km/u
21-07-2015Training 3 november 201400:42:057.470 m10,65 km/u
16-07-2015Training 3 november 201400:41:307.470 m10,80 km/u
02-03-2015Training 2 maart 201501:45:3518.474 m10,50 km/u
25-02-2015Training 25 februari 201500:58:2510.620 m10,91 km/u
11-01-2015HAWAloop 201501:07:5511.379 m10,05 km/u
14-12-2014Training 3 november 201400:35:207.470 m12,68 km/u
10-12-2014Training 3 november 201400:35:257.470 m12,66 km/u
26-11-2014Training 3 november 201400:37:557.470 m11,82 km/u
24-11-2014Training 3 november 201400:36:557.470 m12,14 km/u
18-11-2014Training 3 november 201400:35:057.470 m12,78 km/u
13-11-2014Training 6 november 201401:28:0515.526 m10,58 km/u
11-11-2014Training 11 november 201400:27:155.772 m12,71 km/u
06-11-2014Training 6 november 201401:28:4015.526 m10,51 km/u
03-11-2014Training 3 november 201400:42:057.470 m10,65 km/u
29-10-2014De Paperclip00:47:458.970 m11,27 km/u
22-10-2014Training 5.0km00:24:155.002 m12,38 km/u
19-10-2014Goudse Runnersloop 201401:24:5514.219 m10,05 km/u
15-10-2014De Paperclip00:50:558.970 m10,57 km/u
07-10-2014Training 5.0km00:24:155.002 m12,38 km/u
01-10-2014Training 5.0km00:23:555.002 m12,55 km/u
22-09-2014Training 5.0km00:25:155.002 m11,89 km/u
16-09-2014Training 5.0km00:23:305.002 m12,77 km/u
09-09-2014Training 5.0km00:25:205.002 m11,85 km/u
04-09-2014Training 26 augustus 201401:02:0511.578 m11,19 km/u
02-09-2014Training 6 maart 201400:59:0510.720 m10,89 km/u
28-08-2014Training 5.0km00:23:105.002 m12,95 km/u
26-08-2014Training 26 augustus 201401:06:2511.578 m10,46 km/u
23-08-2014Training 5.0km00:24:255.002 m12,29 km/u
21-08-2014Training 21 augustus 201401:16:5012.971 m10,13 km/u
18-08-2014Training 12 april 201201:10:5512.325 m10,43 km/u
13-08-2014Training 12 april 201201:11:0512.325 m10,40 km/u
11-08-2014De Paperclip00:48:158.970 m11,15 km/u
06-08-2014Training 5.0km00:23:155.002 m12,91 km/u
04-08-2014Training 5.0km00:24:455.002 m12,13 km/u
30-07-2014Training 6 maart 201401:04:0510.720 m10,04 km/u
22-07-2014Training 5.0km00:24:305.002 m12,25 km/u
19-07-2014Testloop 19 juli 201400:14:343.301 m13,60 km/u
14-07-2014Training 5.0km00:23:505.002 m12,59 km/u
07-07-2014Training 5.0km00:24:555.002 m12,04 km/u
02-07-2014Training 5.0km00:27:255.002 m10,95 km/u
25-06-2014Training 6 maart 201401:04:1510.720 m10,01 km/u
20-06-2014Testloop 20 juni 2014 - 7.5 ronden00:14:233.000 m12,51 km/u
17-06-2014Training 6 maart 201401:01:2510.720 m10,47 km/u
11-06-2014Training 14 oktober 201300:40:307.744 m11,47 km/u
09-06-2014Training 5.0km00:25:055.002 m11,96 km/u
28-05-2014Training 14 oktober 201300:40:457.744 m11,40 km/u
26-05-2014Training 5.0km00:25:105.002 m11,93 km/u
21-05-2014Training 5.0km00:24:355.002 m12,21 km/u
19-05-2014Training 5.0km00:25:405.002 m11,69 km/u
15-05-2014Training 5.0km00:25:505.002 m11,62 km/u
13-05-2014Training 13 mei 201400:50:209.698 m11,56 km/u
07-05-2014Training 7 mei 201401:16:0513.126 m10,35 km/u
05-05-2014De Paperclip00:47:558.970 m11,23 km/u
30-04-2014Training 5.0km00:25:305.002 m11,77 km/u
28-04-2014De Paperclip00:49:458.970 m10,82 km/u
26-04-2014Koningsloop 26 april 2014 - 9 ronden00:49:4310.170 m12,27 km/u
24-04-2014De Paperclip00:49:408.970 m10,84 km/u
21-04-2014Training 5.0km00:25:355.002 m11,73 km/u
17-04-2014Training 5.0km00:25:405.002 m11,69 km/u
14-04-2014Training 5.0km00:25:355.002 m11,73 km/u
10-04-2014Training 5.0km00:25:255.002 m11,81 km/u
07-04-2014Training 5.0km00:25:555.002 m11,58 km/u
31-03-2014Training 5.0km00:25:355.002 m11,73 km/u
24-03-2014De Paperclip00:44:408.970 m12,05 km/u
19-03-2014Training 5.0km00:26:055.002 m11,51 km/u
17-03-2014Training 5.0km00:26:205.002 m11,40 km/u
13-03-2014De Paperclip00:46:058.970 m11,68 km/u
11-03-2014De Paperclip00:45:408.970 m11,79 km/u
06-03-2014Training 6 maart 201401:04:0510.720 m10,04 km/u
03-03-2014Training 12 april 201201:08:2012.325 m10,82 km/u
27-02-2014Training 12 april 201201:08:5512.325 m10,73 km/u
24-02-2014Training Ten Miles01:37:0516.246 m10,04 km/u
20-02-2014Training Halve Marathon II02:07:5521.130 m9,91 km/u
17-02-2014Training Ten Miles01:37:3016.246 m10,00 km/u
13-02-2014Training Ten Miles01:37:2516.246 m10,01 km/u
10-02-2014Training 12 april 201201:08:4512.325 m10,76 km/u
04-02-2014De Paperclip00:45:358.970 m11,81 km/u
29-01-2014Training 12 april 201201:10:2512.325 m10,50 km/u
21-01-2014Training 5.0km00:25:155.002 m11,89 km/u
14-01-2014De Paperclip00:49:458.970 m10,82 km/u
12-01-2014HAWA-loop01:21:2013.457 m9,93 km/u
06-01-2014De Paperclip00:53:458.970 m10,01 km/u
01-01-2014Training 5.0km00:25:405.002 m11,69 km/u
18-12-2013Training 5.0km00:24:205.002 m12,33 km/u
16-12-2013Training 5.0km00:24:255.002 m12,29 km/u
14-12-2013Testloop 14 december 201300:04:211.086 m14,98 km/u
14-12-2013Testloop 14 december 201300:04:561.086 m13,21 km/u
09-12-2013Training 5.0km00:23:555.002 m12,55 km/u
04-12-2013Training 5.0km00:25:155.002 m11,89 km/u
02-12-2013Training 5.0km00:24:505.002 m12,09 km/u
28-11-2013Training 5.0km00:25:555.002 m11,58 km/u
26-11-2013Training 5.0km00:26:255.002 m11,36 km/u
17-10-2013Training 5.0km00:26:155.002 m11,43 km/u
14-10-2013Training 14 oktober 201300:43:007.744 m10,81 km/u
06-10-2013Goudse Runnersloop01:20:1013.367 m10,00 km/u
23-09-2013Training 18km 27 augustus 201301:50:3517.947 m9,74 km/u
21-09-2013Testloop 21 september 201300:12:573.030 m14,04 km/u
02-09-2013Training Halve Marathon II02:03:5021.130 m10,24 km/u
27-08-2013Training 18km 27 augustus 201301:46:0017.947 m10,16 km/u
19-08-2013Training Ten Miles01:35:4016.246 m10,19 km/u
15-07-2013Training 12 april 201201:11:0512.325 m10,40 km/u
04-07-2013Training 12 april 201201:08:4012.325 m10,77 km/u
17-06-2013Training 5.0km00:24:455.002 m12,13 km/u
04-06-2013De Paperclip00:44:458.970 m12,03 km/u
13-05-2013Training 5.0km00:25:305.002 m11,77 km/u
17-04-2013Training 5.0km00:24:555.002 m12,04 km/u
15-04-2013Training 5.0km00:25:255.002 m11,81 km/u
25-02-2013Training 5.0km00:24:455.002 m12,13 km/u
20-02-2013De Paperclip00:45:408.970 m11,79 km/u
18-02-2013Training 5.0km00:25:305.002 m11,77 km/u
16-02-2013Training 5.0km00:25:305.002 m11,77 km/u
13-02-2013De Paperclip00:45:458.970 m11,76 km/u
11-02-2013De Paperclip00:45:558.970 m11,72 km/u
07-02-2013De Paperclip00:46:408.970 m11,53 km/u
10-01-2013Training 5.0km00:26:205.002 m11,40 km/u
03-01-2013Training 5.0km00:25:305.002 m11,77 km/u
01-01-2013Training 5.0km00:25:455.002 m11,66 km/u
24-12-2012Training 5.0km00:25:555.002 m11,58 km/u
19-12-2012De Paperclip00:46:258.970 m11,59 km/u
17-12-2012Training 5.0km00:24:205.002 m12,33 km/u
12-12-2012De Paperclip00:46:108.970 m11,66 km/u
10-12-2012Training 5.0km00:24:455.002 m12,13 km/u
05-12-2012Training 5.0km00:25:055.002 m11,96 km/u
03-12-2012Training 5.0km00:24:505.002 m12,09 km/u
28-11-2012De Paperclip00:45:458.970 m11,76 km/u
26-11-2012De Paperclip00:45:558.970 m11,72 km/u
21-11-2012Training 5.0km00:26:205.002 m11,40 km/u
19-11-2012Training 5.0km00:25:205.002 m11,85 km/u
15-11-2012De Paperclip00:45:308.970 m11,83 km/u
13-11-2012De Paperclip00:45:558.970 m11,72 km/u
11-11-2012De Paperclip00:46:058.970 m11,68 km/u
08-11-2012Training 5.0km00:24:405.002 m12,17 km/u
07-11-2012Training 5.0km00:24:555.002 m12,04 km/u
05-11-2012Training 12 april 201201:07:0512.325 m11,02 km/u
01-11-2012Training 5.0km00:25:255.002 m11,81 km/u
30-10-2012Training 12 april 201201:07:3512.325 m10,94 km/u
28-10-2012Training 12 april 201201:07:2512.325 m10,97 km/u
22-10-2012Training 5.0km00:25:055.002 m11,96 km/u
17-10-2012Training 12 april 201201:07:3012.325 m10,96 km/u
15-10-2012Training 12 april 201201:08:0512.325 m10,86 km/u
13-10-2012Training 5.0km00:24:055.002 m12,46 km/u
10-10-2012Training 12 april 201201:06:5012.325 m11,06 km/u
08-10-2012Training 5.0km00:23:555.002 m12,55 km/u
06-10-2012Training 12 april 201201:08:3012.325 m10,80 km/u
04-10-2012Training 12 april 201201:07:2012.325 m10,98 km/u
02-10-2012Training 5.0km00:24:305.002 m12,25 km/u
23-09-2012Training 5.0km00:25:205.002 m11,85 km/u
21-09-2012Training Halve Marathon II02:03:4521.130 m10,24 km/u
19-09-2012Training 5.0km00:25:055.002 m11,96 km/u
17-09-2012Training 12 april 201201:07:5012.325 m10,90 km/u
15-09-2012Training 12 april 201201:06:4512.325 m11,08 km/u
13-09-2012Training 5.0km00:24:455.002 m12,13 km/u
11-09-2012Training Ten Miles01:31:4516.246 m10,62 km/u
09-09-2012Training 12 april 201201:08:4012.325 m10,77 km/u
07-09-2012Training 5.0km00:25:055.002 m11,96 km/u
05-09-2012Training Halve Marathon II02:02:2021.130 m10,36 km/u
03-09-2012Training 12 april 201201:06:5512.325 m11,05 km/u
01-09-2012Training 12 april 201201:07:1512.325 m11,00 km/u
26-08-2012Training 5.0km00:24:555.002 m12,04 km/u
24-08-2012Training 12 april 201201:06:5512.325 m11,05 km/u
22-08-2012Training 12 april 201201:08:2012.325 m10,82 km/u
16-08-2012Training 12 april 201201:11:2012.325 m10,37 km/u
14-08-2012Training 12 april 201201:11:0512.325 m10,40 km/u
12-08-2012Training 5.0km00:25:555.002 m11,58 km/u
10-08-2012Training 12 april 201201:08:3012.325 m10,80 km/u
08-08-2012Training 12 april 201201:09:1512.325 m10,68 km/u
06-08-2012Training 12 april 201201:08:4012.325 m10,77 km/u
04-08-2012Training 5.0km00:26:355.002 m11,29 km/u
02-08-2012Training Halve Marathon II02:03:2521.130 m10,27 km/u
31-07-2012Training 12 april 201201:08:5512.325 m10,73 km/u
27-07-2012Training 12 april 201201:11:3012.325 m10,34 km/u
25-07-2012Training 5.0km00:25:555.002 m11,58 km/u
23-07-2012Training 12 april 201201:10:5012.325 m10,44 km/u
21-07-2012Training 12 april 201201:10:1012.325 m10,54 km/u
11-07-2012Training 12 april 201201:09:0512.325 m10,70 km/u
09-07-2012Training 12 april 201201:10:4512.325 m10,45 km/u
07-07-2012Training 12 april 201201:11:1512.325 m10,38 km/u
05-07-2012Training 5.0km00:25:355.002 m11,73 km/u
01-07-2012Training 5.0km00:25:205.002 m11,85 km/u
16-03-2012Training 16 maart 2012 Plassenloop00:57:4010.048 m10,45 km/u

Hardloop foto's van Peter de Haan

DSC_0720.JPG DSC04716.JPG DSC04730.JPG DSC04716.JPG Sloterplas 9km.jpg 000000000000000000000000000000.jpg 000000000001.jpg GRloop 2014.JPG IMG_20141109_175819.JPG IMG-20141109-WA0012.jpg IMG-20141109-WA0007.jpg IMG-20141109-WA0006.jpg 3Plas 30 november 2014 200 meter voor finish.jpg IMG_20141222_121319.JPG IMG-20160523-WA0006.jpg IMG-20160523-WA0000.jpg IMG-20160523-WA0006.jpg 20160522184429219915__mg_0617.jpg IMG_6710.JPG IMG-20140309-WA0000.jpg Haastrechtloop 170617.jpg 14 koningsloop 7 400x.jpg IMG_20140508_153243.JPG Door start aan eind Geuzenloop.jpg Halve Marathon 2 augustus 2012_jpeg.JPG DSC_0518.JPG DSC_0512.JPG DSC_0520.JPG DSC_0522.JPG DSC_0519.JPG DSC_0514.JPG IMG_20140309_192256.JPG goudse runners_2.gif Screenshot_2016-01-18-20-46-13.png brugkaart2016_a8outl_700x572.jpg Screenshot_2016-12-12-07-44-22.png Screenshot_2018-10-17-17-42-16~2.png Screenshot_2018-10-14-23-28-28.png Screenshot_2018-10-17-17-42-16~2.png speedgraph.png 142515_8kmzonlinks_zh18__dsc0049.jpg 142515_8kmzonlinks_zh18__dsc0049.jpg IMG_9838.JPG DSC_0237_800x534.jpg haastrecht.png DSC_0575.JPG DSC_0411.JPG DSC_0359.JPG DSC_0365.JPG Training 10.7 km.JPG Foto-120.jpg DSC_0695.JPG 10523719_803645909660284_4701273526442822232_n.jpg IMG_20140831_190332.JPG Knipsel2.PNG CPCL3755.jpeg IMG-20160410-WA0004.jpg IMG-20160410-WA0007.jpg NASA_20070501_Den_Helder_NL.jpg _MG_2343.jpg _MG_2954.jpg 13495507_269800320045226_1733966248897597590_o.jpg 13528082_269800353378556_8647204834774160248_o.jpg 13495507_269800320045226_1733966248897597590_o.jpg 20161016_123810 (3).jpg Adam1.jpg Adam1.jpg 143429_foto4closepano_dt17_dsc_0845.jpg Hawaloop2018.jpg 42268670764_0a2e810ebd_o.jpg 42085544575_b019b52312_o.jpg IMG-20180624-WA0003.jpg Screenshot_2019-05-13-13-53-22.png Screenshot_2019-05-13-13-53-22.png gs13-2975.jpg 20130929_1.jpg IMG-20190913-WA0018.jpg 3-km.jpg timefoto_canon-eos-7d-markii-f23287f930ee47d69898d3abc6f2b297_6047-2019-09-22-14-10-22.614052.jpg Damloop_10engelsemijl-e1549020730280.jpg

Successen van Peter de Haan

Looptijden.nl fan
Vivaldi
Mijlpaal 100 km
Mijlpaal 1.000 km
Duathleet
Afstandmeter
Groupie
Goed uitgerust
Blogger
Popie Jopie
Pimp
3 maanden op rij
6 maanden op rij
9 maanden op rij
12 maanden op rij
2 weken op rij
Nachtbraker
Wedstrijd fan
Wedstrijd master
Wedstrijd addict
3 weken op rij
4 weken op rij
3x per week
Forrest Gump
Ultraloper
Goede starter
Speedy Gonzales


Looptijden.nl op Facebook