Profiel van Arranraja

Overzicht van alle hardloopprestaties van Arranraja. Op deze profiel pagina worden alleen wedstrijdtijden getoond, trainingstijden zijn enkel voor de gebruiker zelf zichtbaar.

Laatste behaalde successen

3x per week
Vivaldi
Mijlpaal 100 km
Mijlpaal 1.000 km
Mijlpaal 5.000 km

Hardloop statistieken

AfstandAantalBeste tijdDatum PRGemiddelde tijd
2.600m100:12:0014-01-201200:12:00
2.891m100:14:4917-05-201500:14:49
5.000m500:24:1821-04-201200:25:36
7.500m100:36:3521-04-201200:36:35
8.000m100:39:0421-04-201200:39:04
9.785m100:56:3128-10-201800:56:31
9.808m100:53:0525-10-201500:53:05
9.835m100:58:2829-04-201800:58:28
9.881m100:53:0125-10-201500:53:01
9.885m100:49:4822-03-201500:49:48
9.897m100:55:5824-04-201600:55:58
9.930m101:03:1827-08-201701:03:18
9.980m100:50:3926-10-201400:50:39
10.000m2100:49:3105-06-201200:54:13
10.020m200:57:2512-06-201600:58:03
10.098m100:57:4525-06-201700:57:45
10.107m100:50:0511-11-201200:50:05
10.110m101:01:5011-06-201701:01:50
10.127m100:52:5112-04-201400:52:51
10.129m100:57:1024-06-201800:57:10
10.155m100:54:4606-12-201500:54:46
10.174m100:55:0308-11-201500:55:03
10.241m100:58:2025-09-201600:58:20
10.249m100:59:0501-10-201700:59:05
10.770m100:59:3922-05-201600:59:39
12.000m301:00:4815-04-201201:01:38
12.073m101:17:0320-03-201601:17:03
12.163m101:11:5326-03-201701:11:53
12.212m101:12:4525-03-201801:12:45
13.000m201:05:4415-04-201201:06:47
14.082m101:22:1021-05-201701:22:10
14.241m101:17:1518-05-201401:17:15
14.249m101:13:2819-05-201301:13:28
14.350m101:18:1220-05-201201:18:12
14.728m101:24:2430-04-201701:24:24
14.747m101:17:4626-04-201501:17:46
14.801m101:19:0118-04-201501:19:01
14.824m101:29:3709-09-201801:29:37
14.961m101:22:5309-04-201701:22:53
15.000m501:15:3515-04-201201:18:12
15.034m101:25:0913-05-201801:25:09
15.128m101:16:0715-04-201201:16:07
15.185m101:16:2214-04-201301:16:22
15.315m101:22:4828-06-201501:22:48
15.327m101:27:1826-06-201601:27:18
16.093m1301:25:2507-12-201401:33:18
16.100m501:26:1802-06-201201:30:15
16.245m101:33:0521-09-201401:33:05
16.351m101:34:2204-11-201801:34:22
21.097m501:54:3909-11-201402:04:08
21.100m102:00:4504-11-201202:00:45

Uitgebreide statistieken zijn alleen beschikbaar voor ingelogde gebruikers

Log eerst in op Looptijden.nl voordat je de uitgebreide statistieken kunt bekijken.

Indien je nog niet aangemeld bent op Looptijden.nl kun je je heel eenvoudig gratis aanmelden.


Blog posts

Bedankt voor de muziek, dames! (5 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 8 december 2018 19:25

Schakel voor plaatjes en afspeellijst snel door naar https://arranraja.wordpress.com/

Een paar weken geleden deed ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens een duurloop met muziek op mijn oren. Ik koos voor de afspeellijst met liedjes van vrouwelijke artiesten. Al spoedig kwam het welbekende ABBA-nummer 'Thank you for the music' langs. En wel in de prachtige uitvoering van actrice Amanda Seyfried, alleen haar vrij hoge stem begeleid door een huppelende piano. Luisterend naar dat lied, kreeg ik een ingeving: de halve marathon in Het Twiske aanvallen met muzikale ondersteuning. In alle 84 trimlopen die ik tot dan had verhapstukt, had ik nooit eerder een beroep gedaan op muzikale support. Er zou dus ook sprake zijn van een heuse primeur!

Met de titel van het ABBA-lied had ik meteen de meest geëigende titel voor dit verslag te pakken! Bij de eerstvolgende gelegenheid liep ik 18 km met klassieke, orkestrale muziek als duwtje in de rug. Voor de TML zou ik echter terugvallen op mijn favoriete lijst met deuntjes van allerlei populaire genres: veel bluegrass, americana, aan folk gelieerde muziek en noem maar op. Wel deed ik te elfder ure wat aanpassingen aan die lijst: langzamere en bij mij iets minder geliefde liedjes werden verwijderd, het klassieke (gitaar-)'Concierto de Aranjuez' van Joaquín Rodrigo werd toegevoegd om de speelduur te verlengen en de nummers die mij het meest stimuleren (bijna de volledige cd 'At the Ryman' van Emmylou Harris) werden meer naar achteren in de lijst verschoven. Dan had ik daar in de moeilijke laatste fase van de loop het meeste aan.

Het geschiedde echter niet zoals ik het mij van te voren had ingebeeld. Om te beginnen dreigde de weersomstandigheden mijn halve in het water te laten vallen. Net als precies een jaar eerder toen het die zondag begin december heel hard ging sneeuwen. De neerslagsoep werd op zondagochtend gelukkig niet zo kletsnat gegeten als hij de dagen eraan voorafgaand werd opgediend. Ik ging daarom welgemoed op weg naar Landsmeer, rijdend in de voor ons nieuwe auto die wij sinds een tweetal weken rijk zijn. De elektronische apparatuur in deze vrij jonge voiture is weer wat geavanceerder dan die van de vorige. En dus ging de cd-speler vrolijk verder met het nummer dat ik het laatst had beluisterd op de cd die ik erin stopte. Terwijl ik juist de eerste track had uitgekozen ter extra motivatie en route naar mijn rondgang door de Twiskepolder. Dan bedoel ik 'Rider on the plain' van Virgil Thomson, door mij in een eerder stadium al omgedoopt tot 'Renner in de polder', zoals trouwe lezers zich wellicht zullen herinneren. Enfin, ogenschijnlijk een gebeurtenis in de kantlijn maar achteraf gezien waarschijnlijk een teken aan de wand.

Niet alleen had ik redelijk serieus getraind op deze voor mij maximale afstand, ook had ik mij daags tevoren minutieus voorbereid op de grote gebeurtenis. Alle in mijn ogen benodigde kledingstukken, schoenen en andere hulpstukken waren alvast uitgezocht en een verdieping lager gehaald. De zieltogende batterij van een oude slimme telefoon, die aan zijn laatste klusje zou beginnen, was tot de nok toe volgeladen. De afspeellijst was, zoals eerder vermeld, geactualiseerd en geoptimaliseerd. Kortom, alles was compleet in de startstand voor die rap naderende hallucinatieve halve. Op de ochtend des handelings zelf, zou ik het muziekprogrammaatje op de aloude Acer thuis alvast in gereedheid brengen om zijn onmisbare werk te kunnen gaan verrichten. Alleen ja, die onbarmhartige klok ging voor de zoveelste maal rapper dan ik voortgaan kon. Derhalve was het twee voor twaalf en spoed geboden om in de voiture te stappen en koers te zetten naar 'Landslake', zoals de plaatselijke basketballers van 'Landslake Lions' de naam van hun dorp in de clubnaam verwerkt hebben.

Dan de muziekspeler maar ter plaatse, in de kleedkamer in gereedheid brengen! Daar leek het drukker dan ooit. Ik had nog weinig tijd en zoveel te doen: startnummer opspelden, blaas legen (liefst tweemaal!), onmisbare attributen (gordel met waterfles en armband met telefoon) en een pakje melk meenemen dat ik buiten dicht bij de gebouwen leegdronk. Echt tijd om het gebruikelijke rondje over het sportpark in te lopen, was er niet eens meer. Vijf minuten voor het startschot nog een keer naar binnen naar het urinoir. Bleek ik in de haast mijn fles in de tas te hebben laten zitten. Gelukkig kwam ik nog net op tijd tot dat inzicht. En intussen had zich in mijn hoofd het idee genesteld dat het muziek-appje op de bedoelde plek scherp stond en dat een druk op de knop mijn lijst vanaf het eerste nummer zou doen afspelen.

Ik had al besloten daarmee te wachten tot ik de baan verlaten zou hebben, want daar schalde al muziek uit de luidsprekers en was het sowieso een drukte van belang. Op het pad richting de polder drukte ik op het knopje van de oortelefoon. Er klonk muziek en ik had direct in de smiezen dat ik in de stress iets wezenlijks had nagelaten. Ik hoorde namelijk niet het openingsnummer 'Planets' van Kate Rusby, maar een nummer helemaal aan het einde van de lijst, dat ik de vorige dag bij het aanpassen van de lijst kort had beluisterd. Direct erna volgende de ultieme song 'Going home' van Mary Fahl. Dat lied had ik bewust geheel onderaan geplakt als een soort rustige afsluiting na gedane inspanningen. Maar nu ging ik in het geheel niet naar huis, nee, nog lange niet! Ik had mijn monstertocht door de Twiskepolder koud aangevangen!

Koortsachtig liep ik te bedenken hoe nu te handelen. Voorlopig liet ik Mary haar prachtige lied maar zingen. Bij mijn weten had ik in de instellingen van Rocket Player de mogelijkheden om de hoofdtelefoonknop te gebruiken eveneens geoptimaliseerd. Eerst maar eens proberen of ik met een paar drukken de muzieklijst een eindje in zijn achteruit kon krijgen. Dat lukte van geen kanten en het enige resultaat was dat Mevrouw Fahl telkens opnieuw begon te roepen dat ze naar huis ging. Nu zingt die meid prachtig, maar het idee om meer dan twee uur lang hetzelfde gekweel te horen bezorgde mij al rillingen over het ganse lijf. Dan was er maar één echte oplossing: de smartphone uit de armband, die ik vanwege het buiige weer onder mijn jasje droeg, te halen, het scherm activeren en proberen naar het begin van de lijst te komen. Daarbij gaan wandelen of stilstaan was wat mij betreft absoluut niet aan de orde, dus de actie diende rennend afgehandeld te worden. Ik was intussen al bij de vaste verblijfplaats van mijn Caledonische vriendinnen aangeland, toen ik deze actie inzette.

Jasje uitdoen en om het middel knopen, armband rustig van de arm pakken en Acer uit die plastic hoes halen. De plug van de koptelefoon was door een speciaal daarvoor aangebracht gaatje in de bovenste afscherming van de drager in de smartphone gestoken. Dus die moest er eerst nog uit, daar bleek geen ontkomen aan. Al rennend een toestelcode intikken is geen sinecure, maar het lukte grandioos. Minder succesvol was mijn poging om naar de bovenkant van de favoriete afspeellijst te bladeren. Dat ging van geen kanten. Dan maar een stapje terug naar het overzicht met lijsten en nogmaals pogen het gewenste resultaat te bewerkstelligen. Ineens hoorde ik Beverly Craven haar enige hit vertolken. Dat was niet de bedoeling, want de rest van dat album kan mij niet echt bekoren en is veel te kort om mij het hele Twiske door te slepen. De eerste andere lijst die ik in de gauwigheid zag was die met de zingende vrouwen. De wanhoop bijna nabij, drukte ik daar maar op en vervolgens op het eerste item. Gelukt! Ik had muziek waar ik wel op verder kon, al was het niet helemaal van harte. Want ik had mijzelf nu eenmaal in het hoofd gezet dat ik zonder deuntjes het niet zou gaan redden. Judy, Joni en Karla, luisterend naar de achternamen Tzuke, Mitchell en Bonoff, kwamen mij derhalve te elfder ure uit de brand helpen.

Op één stap in de berm na, was ik gelukkig op het verharde pad gebleven. Bij de Stootersplas, waar de twee langste afstanden steevast omheen draaien, had ik eindelijk weer de gelegenheid om mij heen te kijken. Joni zong net: 'I've looked at clouds from both sides now, for up and down and still somehow' en geloof het of niet, boven het donkere met golfjes bedekte water van de plas hingen zo mogelijk nog donkerder wolken! De eerste drie kilometers gingen voor mijn doen best vlot, net of ruim onder de 6 minuten. De volgende ging vanwege dat gepruts met de muziek een stukje langzamer. Al die tijd duwde de wind prettig in de rug of kwam schuin van achteren. Ter hoogte van de drinkpost was het even spitsuur omdat er allerlei 10 km-lopers kwamen langszeilen. Ik ging direct na de watertafels links lopen omdat ik meters verder scherp die zijde op moest. Één loper wilde mij eigenlijk nog links passeren, maar dat ging niet meer. Een aanvaring werd gelukkig juist voorkomen doordat hij soepel naar rechts dook. Een paar bochten verder werd een regel uit Joni's lied ineens bewaarheid: 'They rain and snow on everyone'. Die donkere waterdamppartijen van even terug, deden plotsklaps hun sluizen open. Er vielen geen heel grote regendruppels, maar wel kwam er een dicht waterscherm omlaag. Dat noopte mij om fluks het renjasje van het middel te trekken en terug aan te doen.

Een vrouw gekleed in overwegend zwarte kleding, die mij eerder al was gepasseerd maar gestopt bij de drank, kwam ten tweeden male langs mij heen. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om aan te haken en over een afstand van ongeveer duizend meter liepen wij gelijk op. Toen vond mevrouw het blijkbaar genoeg, want zij zette aan en ging er, langzaam afstand nemend, vandoor. Het hemelwater viel nog steeds en het werd best hinderlijk toen ik na bijna een derde van de afstand en het passeren van twee gladde veeroosters wederom scherp linksaf sloeg en de harde wind schuin van voren en zodoende tegen kreeg. De helpende zangeressen waren op slag veel minder goed hoorbaar en mijn snelheid daalde schrikbarend. Ga maar na: kilometer 7 deed ik in 5:53 minuten bij 10,2 per uur en de volgende in 6:30 minuten bij 9,2/uur. En het werd nog erger want op het noordelijkste punt van het parcours draaiden we met twee bochten naar het zuidwesten en nu pal tegen de wind in. Op Looptijden.nl heb ik genoteerd dat de wind kracht 4 of 5 was maar Garmin Connect hield het op 35 knopen, zijnde windkracht 8 op de schaal van Beaufort. Hoe dan ook, ik had het gevoel nauwelijks meer vooruit te komen en de wind gierde zo krachtig langs mijn oren dat ik echt niet meer kon verstaan met welke liederen de dames trachtten die harde wapper met een duwtje in mijn rug te compenseren.

Een vervelende bijkomstigheid was dat dit lange, rechte stuk aan de noordwestzijde van de Twiskepolder een kleine 2000 meter vechten tegen de elementen betekende. Ergens aan het begin van dat stuk, keek ik schuin naar links over achter elkaar liggend: de weilanden, het water van de Nieuwe Twiske en de Stootersplas. Daar zag ik in de verte direct aan de plas een groot huis. 'Als ik daar nu maar vast was, had ik de helft van de halve alvast verhapstukt', ging er door mij heen. Voorlopig werd het dus bikkelen om die 2 kilometer open terrein te overbruggen en de luwte van het geboomte te bereiken. Uiteraard was het hier, gezien de weersomstandigheden, niet echt druk op een enkele wandelaar en mountainbiker na. En zo nu en dan werd ik voorbijgestreefd door medeparticipanten. Intussen stopte het ook met regenen en bleef het verder de hele rit droog. De negende kilometer kostte mij 6:52 minuten en ik haalde slechts een snelheid van 8,75/uur. Uiteindelijk kwam ik aan de lijzijde en direct ging het voortbewegen beduidend soepeler. De geleverde extra krachtsinspanning had echter wel ontegenzeggelijk zijn tol geëist, want de hele verdere rit haalde ik de 10 per uur niet meer.

Het moge duidelijk zijn dat ik mij aan de staart van het langeafstandspelotonnetje voortbewoog en er waren dan ook nauwelijks lopers waaraan ik mij kon optrekken of die ik als richtpunt kon benutten. Alleen de renners die mij reeds hun hielen hadden laten zien en een vrouw in een oranje shirt zag ik vóór mij. Op die laatstgenoemde leek ik terrein te winnen. Er waren echter nog vele kilometers voor nodig om haar uiteindelijk in te rekenen. Als dat moment aan de beurt is, zal ik erover verhalen. Weinig tot niets valt er te melden over 'rondes' 10, 11 en 12, behalve dat het beste er bij mij eigenlijk al af was en dat het een kwestie van doorgaan en volhouden werd. Mijn hartslag zat al enige tijd hoog in de 160 en kwam na 12 km voor het eerst op 170 uit. Ik was weer terug bij de hooglanderweide en besefte dat ik die bij de eerste langsgang geen blik waardig had gekeurd, druk als ik was met de muziekperikelen. Van de 'bonnie lasses' was echter geen spoor te bekennen. Er kwamen hier wat mannen, die al 4000 meter verder waren in hun rondgang, mij tegemoet. Een bocht en bruggetje verder was ik 'Alone again naturally', om Gilbert O'Sullivan te citeren. En onderwijl nieuwsgierig of achtervolgers die ik eerder had gespot, mij reeds op de huid zaten. Dat was nog niet direct het geval, maar geschiedde een eindje verder tijdens de kilometers 14 en 15, kan ik achteraf vaststellen.

Redelijk moe geworden, had ik mijzelf toegezegd net als de vorige keer na de drankpost even een stukje te mogen wandelen. De liedjes van Joni, Judy en Karla waren namelijk lang niet allemaal zo temporijk en inspirerend dat ik de Twiskepaden fluitend op en af liep. Dat geldt overigens niet voor de zeer genietbare live-uitvoering van 'You turn me on, I'm a radio' ('When you're driving into town with a dark cloud above you', weer die donkere wolken!) van Joni Mitchell, waarin ze een schitterend duet aangaat met de elektrische gitaar. En al evenmin voor het opzwepende 'Sportscar' van Judy Tzuke ("I don't care who you are, you're not putting your car in my garage" ). Ik had mijzelf inmiddels in het hoofd gezet dat de drinkpost na ongeveer 16 kilometers moest staan. Dan zou ik na de wandeling, hopelijk lichamelijk iets verfrist, het laatste deel van de missie attaqueren. Voorbij de tafels zette ik de tanden toch maar op elkaar en hobbelde stoer in draftempo door. Meters verderop gaf mijn Garmin opnieuw een kilometer aan en dat bleek pas de veertiende te zijn. Oeps, dat kwam even als een koude douche. Edoch wist ik mijzelf gelukkig geestelijk snel te herpakken en zette, opnieuw langs de boorden van de grote plas maar nu in tegengestelde richting, de achtervolging in op een renner die mij kort daarvoor voorbij was gestoken. Hij leek iets terug te vallen en een opraping lokte.

Plotsklaps zag ik ter rechterzijde twee van de Schotse runderen in een smalle weide vlak bij het water staan. Dat deed mij even deugd maar ik trap een open deur in als ik gewag maak van het feit dat het rennen steeds zwaarder viel naarmate de vermoeidheid toenam. Oh, had ik nu maar de steun van mijn favoriete hardloopnummers 'Get up John', 'Guitar town', 'Scotland', 'Smoke along the track' en andere spetterende Emmylou-songs in mijn oren. Met flitsend banjo-, gitaar- en mandolinewerk waarvan je als vanzelf harder gaat rennen! De liedjes die ik nu hoorde waren te traag en irriteerden mij soms zelfs even, zoals 'Fireflies' van Caroline Herring, die de gelederen van de drie andere zangeressen was komen versterken. Even overwoog ik zelfs om op de knop te drukken en een einde te maken aan de muzikale omlijsting. 'Samen uit, samen thuis' was echter mijn motto. Dus net als ik het stemmetje in mijn hoofd dat vertelde dat ik wel mocht wandelen had overwonnen, kwam ik ook deze kortdurende ontstemdheid te boven.

De eerder genoemde man was ik tot op korte afstand genaderd en ook de vrouw in het oranje shirt kwam steeds dichterbij. Net voor we op 3 kilometer van de finish waren, zat ik in het kielzog van de man en ging ik achter hem aan de dame voorbij. Ik was mij bewust van het feit dat van dat laatste stuk een aanzienlijk deel tegen de wind inging maar was echter vastbesloten om niet af te laten en te blijven rennen, hoe langzaam ook. Nummertje 19 ging nog juist boven de 9 per uur, wat niet geschreven kan worden over de laatste twee 'omloopjes', waarin ik dicht naar de 7 minuten per kilometer ging. Ik hield echter stug vol en weigerde te versagen. Waarbij de gedachte dat dit weleens mijn laatste halve marathon zou kunnen zijn, ruimschoots de gelegenheid kreeg zich in mijn brein te nestelen. Tijdens het ultieme stuk op de baan, haalde ik zowaar nog een snelheid van tegen de 10/uur uit het vermoeide lijf. In de allerlaatste bocht gaf Garmin ongeveer 2:13:40 uur als totaal verstreken tijd aan en ik wist dat ik niet binnen de 2:14 zou eindigen. 16 seconden erbij opgeteld werd mijn netto eindtijd en daarmee was ik 7 minuten langzamer dan mijn tot nu toe langzaamste tijd. Dat gegeven deert mij echter absoluut niet, ik had mijn vijfde halve volledig rennend voltooid en volbracht en daar ben ik trots op. Pas na de meet ging de damesmuziek echt uit en kon ik ze bedanken voor hun steun! Waarbij aangetekend dat deze dameslijst ter verbetering grondig herzien zal worden.

Wat de toekomst voor mij zal brengen waar het deze lange afstand betreft, weet ik niet. Mijn idee het bij de vijf tot nu toe volbrachte halve marathons te houden is niet in steen gebeiteld en ook niet in beton gegoten. Mocht er een aardige dame zijn die zich aanbiedt om mij, liefst hardlopend, langs die 21 kilometers te loodsen dan sta ik daar zonder meer open voor. Of, realistischer, moet ik wellicht Peter de Haas maar eens polsen of hij iets voelt voor zo'n langdurige, avontuurlijke samenloop.

Loslaten?

Gepost door Arranraja op zondag 18 november 2018 17:28

Lees ook mijn tweede bijdrage als gastblogger op RunningPlus.nl:

https://www.runningplus.nl/wordpress/2018/11/15/loslaten/

Een stille (om)loop (3 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 13 november 2018 19:48

Ook te lezen (uiteraard verguld met plaatjes) op https://arranraja.wordpress.com/

'De "Stille Omgang" is een door katholieken uitgevoerde, devotionele nabootsing in stilte en zonder uiterlijk vertoon van de middeleeuwse processie ter herdenking van het Amsterdamse hostiewonder uit 1345. Deze stille tocht wordt elk jaar in de nacht van zaterdag op zondag na de 15e maart gelopen in de oude binnenstad van Amsterdam' (Wikipedia). Nu is er, bij mijn weten, weinig katholieks aan de in ieder geval bij mijn lezers overbekende loop in het Twiske en lijkt deze ook niet echt op een processie. Maar het Twiske heeft voor mij zo langzamerhand wel de betekenis van een openluchtheiligdom gekregen. Bovendien wilde ik een beetje pakkende titel verzinnen en vond deze wel toepasselijk. Vandaar de bovenstaande, geciteerde uiteenzetting. Het waarom van de titel blijkt, als ik het allemaal goed uit de doeken heb gedaan, later, beste lezer. Ik beschouw mijzelf echt als een devoot en toegewijd TML-deelnemer, zoveel mag onderhand wel duidelijk zijn.

Een maand eerder moest ik, nauwelijks opgekrabbeld van een weekje zwakte, ziekte en misselijkheid, mijn toevlucht nemen tot de voor mij kortst denkbare afstand (de 5 km). Daar waar ik eerder de 10 Engelse mijlen in mijn hoofd had. Voor de aflevering van begin november, het onderwerp dit verhaal, had ik (indachtig mijn credo: november, halve marathonmaand) eigenlijk de 21,1 km geprogrammeerd. Dat leek mij uiteindelijk vanwege het gebrek aan recente, lange duurlopen, toch een beetje te kort door de bocht. Daarom viel ik terug op plan B: nu de 16,1 km en begin december de halve. Bijna vergat ik op zaterdagavond nog om voor de 16,1 km van de volgende dag in te schrijven. Gelukkig had ik toch bijtijds een helder moment en deed ik dat alsnog.

Op zondagochtend was ik wéér eens een keer wat later van huis dan mijn bedoeling was. Maar toch niet zó gek laat en ik was dan ook zeer verbaasd om bij het betreden van het AC Waterlandterrein te zien dat er een flinke, dubbele rij stond voor het uitgifteloket voor de seizoenskaarthouders. Om achter aan te sluiten in een van die files, moest ik zelfs op het gazon plaatsnemen. Dat is mij in al die vorige 24 keren niet eerder overkomen, voor zover ik kan nagaan. Een drukte van belang, derhalve, ook verder op en rond de gravelbaan. De mannenkleedkamer was eveneens, zoals altijd eigenlijk, behoorlijk gevuld en ik kon mijn tas niet op zijn vaste en vertrouwde plekje achterlaten. Toen ik mij echter een paar minuten vóór de starttijd naar de plaats op de baan begaf waar de halve-marathonners al waren weggeschoten en wij 10 EM-ers spoedig zouden volgen, ontmoette ik slechts een handjevol gelijkgestemden. Er was om die reden zowaar ruimte om flink vooraan te gaan staan, dicht bij de mat. Dat deed ik maar gewoon, ook al wist ik dat ik spoedig door het merendeel van de deelnemers overlopen zou worden. Want mijn intentie was om met een bescheiden tempo van slechts net even boven de 10 per uur te vertrekken.

Het zal geen verbazing wekken dat mijn snelheid van meet af aan toch een stukje hoger lag, want ik ging vrolijk achter de voorlopers aan. Dat gaat steevast als vanzelf, nietwaar? En hoewel ik manmoedige pogingen deed om de teugels wat te laten vieren, ging de eerste kilometer in 5:33 minuten bij 10,82 km/uur. Omdat het eigenlijk best soepel liep, besloot ik nadien te pogen om de ongeveer 10,5 per uur van dat iets latere moment, zo lang mogelijk uit te zingen. Dit volgens het beproefde concept 'we zien wel waar het schip strandt', ook te verwoorden als 'storten we in, dan storten we in'. Omdat de 68 deelnemers aan de halve marathon reeds 5 minuten eerder vertrokken waren en de 50 liefhebbers voor de 10 EM zich door de verschillende snelheden rap over het parcours verspreidden, was het heel snel rustig tot stil om mij heen. De 217 renners die de 10 km hadden gekozen, zouden pas 300 tellen na ons beginnen met lopen. Na amper 2000 meters vermoedde ik echter ineens een fietser achter mij. 'Dat kan toch niet de voorfietser van de 10 km zijn?', ging er door mijn hoofd. En: 'zou wel heel erg vroeg zijn', want doorgaans komen die snelle mensen pas ergens tussen de derde en vierde kilometer bij mij langsvliegen. Het was toch echt waar! Zo langzaam ging ik toch niet? En de uiteindelijke winnaar bleef met zijn tijd ruim 6 minuten boven het parcoursrecord en was dus vergelijkenderwijs niet superrap! Hoe is dat dan mogelijk? Ik moet het antwoord op die vraag helaas schuldig blijven.

Nog op het stuk Luyendijkje dat leidt naar de Polder, na ongeveer één kilometer, kwam er een vrouwelijke renner langs mij heen. Zij liep vervolgens langzaam maar zeker van mij weg. Ik zag haar nog ongeveer tot 7,5 km steeds een eind verder vóór mij rennen. Daarna verdween ze definitief uit beeld. Na bijna drie kilometer ging ik zelf voorbij een veterane (leeftijdscategorie V65) die bezig was aan haar halve marathon. Dit zag ik aan de groene plakker op haar startnummer. Zij bewoog zich naar mijn idee erg langzaam voort. Later zag ik in de uitslagenlijst dat zij bijna 3 uur over had gedaan over haar omloop door het Twiske. Op de een of andere manier heb ik nog meer respect voor 'langzame' renners als deze vrouw dan voor degenen die de halve binnen pakweg anderhalf uur afraffelen. Ik nam de tijd om in het langsgaan mijn vriendinnen de Schotse hooglanders te tellen. Het waren er acht, waaronder twee vrij jeugdige exemplaren en een met een brede, witte baan op de zijde als ware het een Lakenvelder koe. Ook keek ik, beter en langer dan de vorige 24 keren dat ik er passeerde, naar het intrigerende (vraag mij niet waarom!) houtperceeltje met ingebouwd stukje grasland dat direct na de runderwei ter linkerzijde volgde.

Oordelend naar de snelheid waarmee ze langskwamen, liepen er op het pad langs de Stootersplas wat plukjes 10 km-lopers voorbij. Maar erg veel waren het er beslist niet. Dit was ondanks de in totaal 573 deelnemers een stille editie. Kijkend over dat water vroeg ik mij af of deze plas nu groter of kleiner zou zijn dan de Spiegel- en Blijkerpolderplas bij Nederhorst den Berg. De menselijke geest zoekt toch altijd zaken om zich mee bezig te houden, ook tijdens lichamelijke inspanning. Op een houten paal een eindje van de kant zat een aalscholver met gespreide vleugels. Ongetwijfeld om die vlerken te laten drogen, wellicht na een duik naar voedsel. Even vóór de drinkpost, bij de splitsing waar de wegen van de 21- en 16 km de ene kant en die van de 10 km de andere kant op, uiteen gingen, zag ik renners lopen op de plek waar ik even later zelf zou passeren. Het was voor het eerst dat ik daar bewust lopers waarnam. Hadden ze hier bosschages gekapt? Zo zie je toch telkens weer iets nieuws en verveelt het daarom nooit in het Twiske. Die eerste waarneming geldt ook voor het bord met 'dagcamping' dat ik wat verderop zag. Was mij ook nog nooit eerder opgevallen!

Even eerder had ik een koppel van twee renners een stuk achter mij waargenomen. Zij leken mij te naderen. Ik vroeg mij af hoe lang ik uit hun greep zou kunnen blijven. Ongeveer even ver vóór mij liep de eerder genoemde dame. Ik had het rijk hier dus min of meer alleen en passeerde in alle stilte verderop slechts wat wandelaars met aangelijnde honden. Het is altijd even alert zijn of zo'n viervoeter niet plots het pad oversteekt en daarmee met zijn of haar lijn jou laat struikelen. Doorgaans gaat dat goed, zo ook hier. Een tweetal wielrijders kwam mij tegemoet. Omdat er na twee veeroosters een haakse bocht in het parcours zat, kon ik naar links kijkend enkele van mijn voorlopers zien. Op een man met felgeel shirt leek ik terrein te winnen, misschien kon ik hem in een later stadium oprapen. Er kwamen twee sportief geklede vrouwen mijn kant op wandelen. Later in de race zou ik die nog twee keer passeren. Ik dwong mijzelf om links en rechts het landschap in mij op te nemen. Zo zag ik bijvoorbeeld aan de noordkant in de verte de torenflats van Purmerend. Zeker bij een wat hogere snelheid heeft de renner namelijk de neiging zich daarop te concentreren en zich af te sluiten van de omgeving. Ik liep namelijk nog altijd zo'n 10,5 per uur of iets rapper.

Er kwam weer een (dit keer zigzag-)draai naar links aan en aangezien we nu in het minst hoog begroeide stuk van het Twiske actief waren, was er uitzicht op een lang, recht pad van circa anderhalve kilometer lengte. Ik zag daar redelijk wat lotgenoten ploeteren en vatte de hoop op het een en ander aan inrekenwerk te kunnen gaan doen. De man in het geel kwam steeds dichterbij en een stukje verder zag ik een renner die een wat vreemde gang had en daarbij dan weer wandelde, dan weer zich hollend voortbewoog. Rechts op het ruiterpad reden wat vrouwen op hun viervoeters in tegengestelde richting langs. En een enkele fietser, waaronder een man op een soort heel grote driewieler met voorop een oudere, minder-valide vrouw, kwam voorbij. Midden op dat lange stuk leken de mede-deelnemers die ik even eerder had ontwaard, als in rook opgelost. Alleen een met een been trekkende, wandelende deelnemer liet zich door mij voorbijsteken. Ik stak mijn duim naar hem op, hij zal wel geblesseerd zijn geraakt. Na ruim 9 km bereikten we op de meest westelijke punt van het parcours pas weer een beboomd gedeelte. Aan de andere kant van een lage struikenrij stond een peuter helemaal in zijn uppie. Er zouden toch wel bijbehorende volwassenen nabij zijn? De man in het geel had ik pas te grazen toen wij op bijna 10 km waren. Van twee wandelende vrouwen die ik net daarvoor voorbij ging, keek er een vooral op haar telefoon. 'Doe dat vooral maar lekker', dacht ik. Want behalve al het groen, de rust en die paar renners, valt hier toch helemaal niets te beleven!

De loper met de vreemde gang had één been dat in de lange renbroek veel dikker leek dan het andere. Ik kon door die tight niet goed zien of het om een ingepakt been ging, maar daar leek het wel op. Pas bij de drankpost halverwege de elfde kilometer kon ik hem passeren omdat hij daar halt hield. De volgende renner kreeg ik er gratis bij omdat hij daar de bosjes opzocht voor een blaasleging. Een drietal duikers met nog natte pakken stond bij hun voertuigen op de parkeerplaats aan de zuidwestzijde van de Stootersplas. De plas waren we dus al voor driekwart gerond. Bij het iets verderop gelegen horecapaviljoen 'Twiske', waarachter een jachthaventje bleek te liggen, hing helaas een duidelijke snackbargeur. Die odeur kon zelfs mijn vrij gebrekkig functionerende neus helaas niet missen. En er zaten zowaar een paar lieden buiten op het terras, hoewel de temperatuur daarvoor mij niet echt geschikt leek. Het is trouwens goed als je op dit deel met de route bekend bent, anders ren je, zo heel alleen zonder renners om achteraan te gaan, makkelijk een verkeerde kant op. Ook hier liep ik dus moederziel alleen maar ik wist gelukkig waarheen mijn schreden te richten. Tussen de elfde en twaalfde kilometer was ik toch even iets uit het lood geslagen. Dit pad was toch altijd helemaal door bomen omzoomd? De mannen met de motorzagen hadden hier blijkbaar flink toegeslagen.

Met 12 km achter de kiezen, kwam ik terug bij de weide met de Caledonische dames. Hier kwamen mij meerdere renners tegemoet die er op een haar na 16 van de 21 km hadden opzitten. Ik weet niet hoe hun benen aanvoelden, maar ik kreeg het allengs zwaarder. Terugkijkend zie ik dat vanaf de helft van de race het verval al bij mij inzette. Niet zo vreemd dat nummertje 9 ineens in 10,2/uur ging op dat lange, open stuk tegen de wind in. Maar daarna had ik blijkbaar alleen door de krokettenlucht tijdens de elfde kilometer nog een kleine opleving met 10,4/uur. Zodra ik de hooglanders ten tweeden male zag, zakte ik in naar 10,1 en 10 per uur. Op een splitsing was het ineens onaangenaam druk. Daar stapte een vader met twee jonge jongens en een kleine hond aan een lijn van links naar rechts het pad over om precies stil te gaan staan in de korte bocht naar rechts die ik weldra wilde nemen. Met honden en kleine kinderen weet je het nooit, dus automatisch klapte ik als waarschuwing hard in mijn handen toen ik vlak langs ze op volle snelheid de curve rondde.

Enkele honderden meters later, kwamen de halve-lopers van rechts en zat mijn eenzame avontuur erop. Maar het waren wel allemaal snellere mannen die aan mij voorbij trokken, dus ze lieten mij steeds achter. Ik verlangde intussen behoorlijk naar de stal en ik vroeg mij af of het wel zinvol zou zijn om bij de volgende gelegenheid, vier weken later, ook nog die 5000 meter extra erbij te pakken. Na een bocht keek ik weer eens achterom en zag dat het tweetal waarover ik eerder schreef, redelijk op mij was ingelopen. Met nog twee kilometers te gaan zag ik tot mijn verbazing en blijdschap een vrij jonge renster op mij afkomen. Deze eerste vrouw die ik bewust waarnam en die mij juist op een stukje met tegengestelde richtingen tegemoet kwam, bleek later op de finish maar net haar concurrente te zijn voorgebleven. En daarmee derhalve de winnares van de halve marathon. Twee bochten later keek ik nogmaals om en zag ik de dubbele achtervolging nu heel dichtbij komen. Meters later werd ik door hen overlopen. Waar ik meende twee mannen waargenomen te hebben, bleek de ene een vrouw met kort haar te zijn. De twee veteranen gingen mij vlot voorbij en aanhaken was onmogelijk.

Op de splitsing waar voor de routes gewijzigd werden, de deelnemers aan de langste afstand nog eens rechtsaf mochten gaan om een ultieme ronde van een kleine 7 km door het zuidwestelijke deel van het Twiske te maken, was ik echt blij en verheugd linksaf naar baan en meet te kunnen. Op het Luyendijkje tussen de twee plassen, ging ik nog even goed rechts lopen en deed ik mijn pet af om vol in beeld te komen bij de dienstdoende fotografe. Deze actie had een voor mij bevredigend resultaat tot gevolg. Die laatste volle (dus 16e) 'ronde' hield ik de tijd krap onder de 6 minuten met 5:57. Ik kwam solo de atletiekbaan op en zette meteen zo goed als mijn benen dat nog konden aan. Volgens mij wil geen enkele renner op de ultieme meters voor de meet nog overlopen worden. Toen ik in de laatste bocht achterom keek, wist ik dat de kans daarop nihil was, want er was geen andere actieve deelnemer achter mij te bekennen. Ik was weer even Remi. Mijn chrono naderde de 1:33 uur, maar verder versnellen naar 11,15/uur deed mij niet onder die tijd binnenkomen. 1:34:22 was nochtans een prima resultaat en een stukje beter dan waar ik op had ingezet.

In de mannenkleedkamer was het nu prettig rustig, maar het aanwezige volk had genoeg te vertellen. De mannen met gps-instrumentarium wisten allen zeker dat ze te veel meters gemaakt hadden. Ook mijn Garmin gaf een surplus van een dikke 250 meter aan. Ik had de neiging om van alles te roepen over het door de atletiekunie gecertificeerde parcours en Geen Precies Systeem, maar ik deed er het zwijgen maar toe. Een veteraan wist te vertellen dat hij nu 40 minuten langer over de halve had gedaan dan zijn persoonlijk record. 'Maar dat was dan ook van 33 jaar geleden', voegde hij er snel aan toe.

Terugkijkend kan ik constateren dat deze 16,1 km toch best soepel en vlot gingen. Ik kon een acceptabel tempo aanhouden en stortte, ondanks de geringe terugloop in snelheid, duidelijk niet in. Om die reden blijf ik er voorlopig bij om begin december in te schrijven voor de halve marathon. Dat kan ik doen tot 23:00 uur de avond van te voren. Als weersomstandigheden, lichamelijke hoedanigheid en/of geestelijke toestand op dat moment niet geschikt blijken te zijn voor hét grote avontuur, kan ik altijd nog terugzakken naar een geringer aantal kilometers. En dat zelfs nog tot circa een half uur voor aanvang. Voorlopig heb ik echter geen plannen in die richting, want die vijfde halve marathon blijft lonken. De vierde was tenslotte alweer anderhalf jaar geleden! Ik moet er alleen voor zorgen dat ik wat vroeger op de plaats des heils (bron: Peter de Haan) aanwezig ben dan deze keer.

Met Peter door mijn achtertuin (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 3 november 2018 20:33

Ook te lezen (met veel zonovergoten foto's) op https://arranraja.wordpress.com/

Meestal weet ik vóór ik een letter op mijn scherm zet, al hoe ik de blog ga noemen en wat mijn begin zal zijn. Deze keer echter, hinkte ik op meerdere gedachten en kwamen verschillende titels in aanmerking om boven het verhaal geplaatst te worden. Als eerste had ik de aanhef 'Geluksgetal' in mijn hoofd. Traditiegetrouw ging ik de dag voorafgaand aan de loop bij de Ren-Vandaagwinkel mijn startnummer ophalen. De jongeman achter de tafel noemde het nummer 652 en een oudere man, die ik geregeld op mijn vaste pad langs het kanaal (waar wij de volgende dag ook overheen zouden gaan) tegenkom, pakte na even zoeken de bewuste envelop uit de doos. Omdat ik een kleine afwijking heb waar het getallen betreft, begon ik in mijn hoofd direct de drie cijfers bij elkaar op te tellen en kwam zo uit op 13. 'Jammer', dacht ik, want ondanks dat mijn oudste dochter op de 13e is geboren, is dit cijfer (zoals bij velen) niet een van mijn geluksgetallen. De cijfers 7, 12, 14 en 18 zijn dat wel.

Ondanks dat de oudste van de twee uitreikers de inhoud van de envelop gecontroleerd had, kon ik het niet laten buiten de winkel toch even erin te duiken in het kader van 'eerst zelf zien en dan geloven'. Toch mijn grote verbazing stond er op het startnummer duidelijk 1652 te lezen en ik dacht meteen: 'mooi dat is opgeteld dus 14, wel een geluksgetal. Direct aansluitend drong het tot mij door dat er hier wellicht sprake zou kunnen zijn van een administratieve onvolkomenheid en dus ging ik terug de winkel in. De jongeman was verbaasd, want op zijn lijst was geen enkel nummer boven de 1000 te bekennen. De veteraan dook opnieuw de doos in, om te constateren dat alle bekeken startpapiertjes wel een duizendtal hadden met het cijfer 1 aan het begin. Ik zag vervolgens op mijn aparte chip wel het nummer 652 staan. Een vreemde gang van zaken, maar het zou wel goed komen met de vermelding van mijn prestaties in de uitslagenlijst, want daar zorgde de schoenchip tenslotte voor. Peter bleek de volgende dag trouwens één nummertje lager op zijn papier te hebben, hij dus 1651 en ik 1652. Alsof het zo voorbestemd was! Het kon niet anders of wij gingen samenlopen.

'Stralend maar schraal en fris', of iets in die trant, was een volgende ingeving, vanzelfsprekend afgeleid van de weersomstandigheden. Het was gelukkig een prachtig zonnige dag, maar de temperatuur van dik onder de 10 graden bleek, zeker vergeleken met die een paar zondagen (Eindhoven!!) terug, erg laag en er stond een stevige en koude noordoostenwind. Die zouden we vooral langs het kanaal schuin van links tegen krijgen. Gelukkig betrof het hier maar een beschaduwd stuk van ongeveer anderhalve kilometer, met direct aansluitend een zonnig en daarom warmer intermezzo door de achter de kanaaldijk gelegen Diemerpolder. 'Verdwaasd door mijn eigen dorp', zou bijna evengoed de vlag geweest kunnen zijn die de lading van dit schrijven kon dekken. Het de kluts kwijtraken werd veroorzaakt door niet-gecommuniceerde veranderingen aan de route in het centrum van Diemen. Net voorbij de basisschool die vroeger door mijn kinderen bezocht werd en waar mijn vrouw nog steeds met keihard werken als leerkracht haar dagelijks brood verdient, leidde het parcours steevast rechtsaf. Nu zag ik de lopers die ons vooraf gingen ineens linksaf met de weg meebuigen. Later in dit verslag vertel ik hier meer over.

De meest toepasselijke titel staat toch boven dit verslag. Want de hoofdzaak vandaag was, zoals altijd fijn samenlopen met maatje Peter! Verrast was ik toen hij mij via WhatsApp benaderde met de vraag of ik overwegende bezwaren ertegen zou hebben als hij met mij deze loop ging verhapstukken. Om een beetje te plagen was mij eerste reactie dat hij mij daarmee nogal voor het blok zette. Om daarna serieus te vervolgen dat ik onmogelijk bezwaren kon hebben. Als de beste haas aan deze kant van de Oeral zich aanbiedt om jou door 10 pittige kilometers te loodsen, zou je wel gek zijn om niet op dat aanbod in te gaan. Ook de te volgen tactiek werd via de sociale media besproken en ik mocht zeggen hoe ik te werk wilde gaan. Wat mij betreft werd het een snelheid van 10 per uur of iets hoger en de intentie om een negatieve split te bewerkstelligen. En zo geschiedde het.

Wandelend op weg naar de AV '23-baan zag ik in Diemen-centrum eerst de allerlaatste, zeer corpulente loper (hulde, hulde en veel respect dat hij meeliep!) van de 5 kmloop, die nog niet op de helft van zijn afstand was en daarna een eindje verderop de snellere lopers en loopsters die reeds aan hun laatste kilometer begonnen. Nabij de ingang van de atletiekbaan ging ik de mist in door tegen een jonge vrouw die daar op haar fiets zat, op te merken dat de chip nog op haar schoen zat. Ik ging er volledig vanuit dat zij de 5 km had gelopen en dus al klaar was. Zij speurde echter naar een plek om haar fiets te stallen en ging net als ik starten op de dubbele afstand, Oeps, foutje, bedankt! Direct na binnenkomst gaf ik op het middenterrein mijn tas af teneinde de handen zoveel als mogelijk vrij te hebben. Peter was snel gevonden voor het clubhuis en al pratende verorberde ik mijn banaantje en dronk ik het meegesleepte melkpakje leeg. Arthur, het loopmaatje van Jan Bakker, vroeg mij de weg naar de trap omhoog om de kantine te kunnen bereiken. Terwijl wij ons bij het clubhuis bevonden, kwam de eerder genoemde, laatste loper van de 5 km de baan op en hij werd met vele aanmoedigingen naar de eindstreep begeleid.

Na een eerste plasje gepleegd te hebben, liep ik met Peter in op de baan en deed ik aansluitend een paar rekoefeningen. Er was kort voor de start nog juist tijd voor tweede en laatste afwatering (een 'zenuwenplasje' zoals een andere, gelijktijdige krulgebruiker dit zo mooi betitelde) en vervolgens op een drafje naar de startopstelling. Die was aan de andere kant van het doek, afwijkend van wat ik in mijn hoofd had. Maar als ik terugdenk aan mijn vorige vijf deelnames aan deze specifieke loop, was er telkens wel de een of andere verandering in het parcours, zoals ook later in dit relaas nog zal blijken. De afspraak was zoals eerder vermeld om te vertrekken met ongeveer 10 per uur en dan, als dat goed liep, eventueel het tempo wat op te voeren. Sportpark Middenmeer was al behoorlijk in herfsttooi, dus de anderhalve kilometer die wij daar in het begin aflegden was beslist geen straf. Omdat de renners nog vrij dicht op elkaar voortbewogen, was het wel zaak goed op te letten op oneffenheden in het wegdek.

Op Sciencepark kwamen we langszij bij Arthur die samen liep met een visueel gehandicapte loper. Ik vroeg hem even naar Jan Bakker, eveneens actief op Looptijden.nl, met wie ik al meerdere malen bij de Nescioloop (ook van AV '23) en in het Twiske heb samengelopen. Ik heb namelijk al een tijdje niets meer van hem vernomen. Onze tweede kilometer ging als enige net onder de afgesproken uursnelheid en dus iets boven de 6 minuten/km. Wellicht dat alle lopers in de lange tunnel onder het spoor, net als automobilisten dat vaak doen, onbewust wat gas terug namen. En wij dientengevolge dus ook. Aan het einde van Sciencepark klommen we omhoog de Oosterringdijk op, die ons naar de boorden van het Amsterdam-Rijnkanaal leidde. Daar had ik gelegenheid te pochen met de Nesciobrug, de langste en mooiste fietsbrug van het land, die ook bij hardlopers zeer populair is. En de naamgever en het centrale punt is van de Nescioloop. En dat alles omdat deze schrijver uit het begin van de vorige eeuw in zijn verhalen deze plek veelvuldig liet figureren. Nu gingen wij overigens alleen onder dit mooie bouwwerk door.

Mijn favoriete stuk onder de bomen langs het water was ondanks de schuine tegenwind en de drukte met fietsers en bromfietsers snel overbrugd. Aan het einde van het pad door het recreatiegebied Diemerpolder, stond de drinkpost. Juist de bocht om en het fietspad naast de Diemerpolderweg op, stond een jongeman die heel mooi de lege waterbekertjes aanpakte. Was deze actie spontaan zo ontstaan of vooraf goed geregeld door de organisatie? Hier dus geen semi-papieren bekertjes die op de grond en in het milieu terecht kwamen! Prima de luxe. We waren hier al over de helft van de loop en gingen ruim of net boven de 10/uur. De jonge wegwijster bij het begin van de Overdiemerweg/ de Diem riep luidkeels dat zij 'in ons geloofde'. Dat was een krachtig hart onder de riem en ongetwijfeld waren alle lopers die het opvingen, vertederd door zoveel jeugdig enthousiasme. Het stuk Overdiemerweg langs de Eerste Diem lag prettig in de zon en uit de wind. Hierdoor voelde het wel snel een stuk warmer aan.

Mijn oudste dochter stond iets voorbij het 7-kmpunt niet op haar balkon, maar even later wel langs de route. Zij maakte naar ik dacht foto's met haar telefoon, maar bleek in plaats daarvan te Facetimen met mijn vrouw. Dit mislukte en daarom kwam zij even later achter ons aanhollen om alsnog plaatjes van de twee oudere jongemannen in actie te schieten. In deze nieuwste woonwijk van Diemen werden we hier en daar aangemoedigd door de omstanders. Juist nadat ik Peter had verteld dat aan het einde van deze straat het eindpunt van tram 9 was, die nu om onbegrijpelijke reden is ongenummerd naar 19 en die niet meer naar het CS rijdt, kwam er zo'n ding aan en moesten wij zomaar halt houden tot hij gepasseerd was. De trambestuurder stak wel zijn hand op ter verontschuldiging, maar het kwaad was al geschied. Stilstand is tenslotte achteruitgang! En jammer, want even daarvoor had ik korte tijd 11 km per uur op mijn Garmin zien staan. Zo voortvarend gingen wij te werk in dit tweede deel van de race. En op weg naar een mooie negatieve split, zoals ik vooraf gehoopt had en ook tegen Peter uitgesproken. Overigens had ik het idee dat mijn haas van dienst tijdens de koers stiekem de snelheidskraan steeds iets verder opendraaide. Alsof het hem toch te langzaam ging. En voor mijn gevoel was bij mij de ballon langzaam aan het leeglopen. Dit blijkt overigens niet echt uit de lijst met tijden en snelheden per kilometer. Ja, die zevende kilometer, net vóór wij mijn dochter bereikten, was na de slotkilometer de snelste van de rit met 10,7 per uur. Maar daarna zakte onze snelheid toch iets terug naar juist onder de 10,5/uur.

Bij de eerder vermelde school moesten we dus verrassenderwijs niet rechts- maar linksaf. Ik vroeg in het voorbijgaan aan de wegwijzer, die met een vrouw met fiets stond te praten of wij echt die kant op moesten en niet de andere kant, zoals ik gewend was en zoals op de routekaart stond aangegeven. Hier raakte ik om die reden een beetje confuus en geestelijk het spoor korte tijd bijster. De zo te zien professionele verkeersregelaar op een drukke kruising in het centrum, liet net toen wij aankwamen ook nog een stroom auto's optrekken i.p.v. dat hij de weg voor ons vrijhield! Gelukkig konden wij toch rap tussen de voertuigen doorglippen. Op de kruising Wilhelminaplantsoen / Arent Krijtsstraat, een eind verderop, stond zowaar weer een vrijwilligster. Die stuurde ons, terwijl ze haar blik niet van haar telefoon afhield, naar rechts en even verderop linksaf, de Diemerkade op. Daar voortgaand zagen wij veel deelnemers aan de andere kant van de sloot op het brede fiets/voetpad langs de A10 lopen. Hier was duidelijk iets niet goed gegaan! Later op de middag kregen wij een excuusmail van de organisatie, waarin overigens niets werd gezegd over de oorzaak van dit gebrek aan het begeleiden over het juiste pad. Ook de woorden er later aan gewijd op de Smoelenboekpagina, brachten jammer genoeg geen verdere opheldering.

Terug op sportpark Middenmeer moesten we niet zoals verwacht rechtsaf en om de hockeyvelden van Athena heen, maar rechtdoor naar de hoofdingang van de Chris Bergerbaan. Op mijn horloge zag ik toen al dat het geen complete 10 km zou worden, want Garmin gaf pas 9,60 km aan en het was beslist geen 400 meter meer tot de meet. Het werden voor ons uiteindelijk 9,8 km. Later las ik op de zojuist genoemde webpagina van de loop dat anderen 10,4 km hadden afgelegd. Dat waren ongetwijfeld de lopers die wij op dat andere pad zagen naderen. Ik was intussen druk bezig het kleine gaatje met Peter dicht te lopen, zodat wij gelijktijdig konden finishen. Peter zette echter net binnen de hekken van de AV '23-baan even flink aan om een dame de loef af te steken. Ik had dientengevolge het nakijken, kon hem niet meer bijbenen en ging 6 seconden later over de eindstreep. 56:25 om 56:31, voor de resultaatfetisjisten. Doelstellingen behaald en missie geslaagd. Het was al weer even geleden dat ik zo'n mooie tijd op de 10 km had neergezet. Na het in ontvangst nemen van de fraaie 'Rondje Mokum'-medaille en het laten verwijderen van de chip van de schoen, wandelden wij één rondje uit over de ruime atletiekbaan. Daarna haalden wij op het middenterrein snel de in bewaring gegeven tas op en gingen fluks de kleedkamer in Het ging namelijk, ondanks de uitbundige zonneschijn, door de noordoostenwind vlug kouder aanvoelen.

Na het verlaten van de kleedkamer zagen wij de kleine, oude man, die ik ook al bij de Twiskemolenloop had waargenomen, pas binnenkomen en finishen. Het moet zo'n drie kwartier geweest zijn nadat wij zelf onze loop beëindigden. Peter was deze oude renner een paar jaar geleden ook al eens tegengekomen bij een trimloop bij hem in de buurt. Het schijnt dat de man vele marathons achter zijn naam heeft staan. Aangezien er geen geschikte koffiegelegenheid voorhanden was, besloten we maar met z'n tweeën naar treinstation Diemen te wandelen. Hiermee werd de rondleiding door mijn woonplaats nog even voortgezet. Uiteraard spraken wij onderweg tevens uitgebreid over onze zojuist verrichte heldendaden! Er kwam snel een trein richting Amsterdam Centraal aan, dus kon Peter vlot instappen en namen wij om die reden te snel hartelijk afscheid. Uiteraard nádat wij de wens hadden uitgesproken spoedig weer gezamenlijk in het strijdperk te treden.

Ze hebben hem al !!

Gepost door Arranraja op vrijdag 19 oktober 2018 13:11

Mijn eerste bijdrage als gastblogger op RunningPlus:

https://www.runningplus.nl/wordpress/2018/10/18/ze-hebben-hem-al/

De korte terugkeer na de lange absentie (3 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 12 oktober 2018 19:34

Ook te lezen (met prachtige foto's) op https://arranraja.wordpress.com/

Pal vóór de eindstreep zag hij dat zijn chronometer nog luttele tikken van de 29-minutenkaap verwijderd was. Onbewust zette hij aan, terwijl hij besefte dat binnen die tijd finishen geen haalbare kaart meer was. 2 seconden erover was hij klaar. Dat was tóch een stukje vlotter gegaan dan hij vóóraf had gedacht. Hij hoopte zelfs nog dat de officiële tijdwaarneming die 2 seconden er vanaf zou halen om op een mooie, ronde tijd uit te komen. Uithijgen was wel even nodig maar hij was niet écht moe. De gebruikelijke drie uitwandelrondjes over de baan, kostten hem dan ook absoluut geen moeite. Voldaan over het feit dat hij de eerste seizoensaflevering van zijn favoriete loop niet had hoeven missen, zocht hij de herenkleedkamer weer op.

Hoe anders had het er eerder in de week voor hem uitgezien. De dag ná een doorweekte Dam tot Damloop, had hij, traditiegetrouw, via het web zijn seizoenskaart aangeschaft en doelbewust de 16,1 km aangevinkt. Met het oogmerk minimaal in die modus te blijven en daarna zijn afstanden verder op te schalen. Zijn vijfde halve marathon lopen bij de volgende aflevering op 4 november, uiteraard ook in het Twiske, was het ultieme doel. Niets was er aan de hand in de dagen nadat hij met duizenden anderen een nat pak had gehaald tussen Amsterdam en Zaandam. Op zijn gebruikelijke midweekse loopdag direct aansluitend, was het prachtig, zonnig weer met een alleszins redelijke temperatuur. Dus deed hij een fijn, rustig duurloopje van 11 km. Een dag later kreeg hij ineens pijn onder zijn linkerhiel en in het weekeinde begonnen de griepverschijnselen in de vorm van hoofdpijn en pijnlijke, slappe benen.

De spreekwoordelijke bui hing dus plotsklaps in de lucht! Dat werd niet trainen en zijn deelname aan de eerste editie van de nieuwe reeks Twiskemolenlopen een ruime week later, kwam in gevaar. Echt ziek werd hij niet, alleen zijn hoofd protesteerde dagelijks heftig tegen actieve zaken. In de tweede helft van de volgende week zakte de pijn in de hiel weg en werkte het hoofd ook langzaam maar zeker beter mee. De dag vóór de TML was hij toe aan een kleine test, bond een paar droge renschoenen onder en draafde een superlangzame kilometer langs het kanaal. Hij wandelde nog wat en voeten, benen en hoofd hielden zich goed. Test geslaagd, derhalve! Het enorme voordeel bij de Twiskemolenloop: een groot aantal te rennen afstanden en de mogelijkheid op het laatste moment alsnog een andere keuze te maken. Voor de zekerheid deed hij via e-mail navraag bij de organisatie en kreeg als antwoord dat aanpassen inderdaad geen probleem zou zijn.

Met een beetje hartzeer maar wel verheugd dat hij in ieder geval niet verstek hoefde te laten gaan, ruilde hij op de wedstrijddag zijn geplande 10 Engelse mijlen in voor de in zijn beleving kortst denkbare afstand, de 5 km. Een rondgang van 3 kilometer zou ook nog mogelijk zijn geweest, maar die afstand heeft geen plek in zijn portfolio. Één keer eerder, alweer ruim 4,5 jaar geleden had hij, eveneens in een periode van lichamelijke malaise, deze opwarmafstand al eens verhapstukt. Toen had hij het rondje om de Twiskemolen nog in 24,5 minuten afgeraffeld en met 12,27 per uur zijn hoogste snelheid ooit bij een trimloop gescoord. 'Times were when, times were when, times that won't be back again', zong een vijftal katten uit het bekende palingdorp een eindje verder naar het noorden ooit. Nu ging hij ervan uit dat hij tot 35 minuten nodig zou hebben om van start tot finish te gaan. Kalm aan, dan zou het lijntje niet breken! Hij mocht van zichzelf dus desnoods 7 minuten over een kilometer doen, als hij maar deelnam.

De deelnemers aan de langste twee afstanden waren al vertrokken. Alleen de zich tergend langzaam voortbewegende oudere man, die hij tijdens zijn inlooprondje op het sportpark toevallig ook was gepasseerd, was nog bezig aan de laatste meters op de baan alvorens hij het Twiske zou inschuifelen. Deze man was later niet terug te vinden in de uitslag. Waarschijnlijk was hij pas binnengekomen nadat de tijdregistratie-apparatuur al was opgeruimd. Of hij had de 16,1 km waarvoor hij had ingeschreven, niet kunnen voltooien. De startplek voor de 5 km was nog even een verrassing. Niet daar waar de matten lagen onder de opblaasboog met Start / Finish erop, maar een eind naar achteren bij de verste bocht. Rond de startplaats bevonden zich nog erg veel renners, waaronder talloze Volendamse Meeuwen in gele kledij. Een hele zwerm was dat. Onze man dacht dat ze allemaal op 'zijn' start aan het wachten waren, maar het gros ging staan voor de 10 km. Logisch eigenlijk, want dat is hier steevast de verreweg populairste afstand. Een schier eindeloze rij bewoog zich vervolgens over de baan en het sportpark af. Het aantal lopers voor de 5 km stak daar in zijn ogen maar schril bij af.

Aan de lange zijde, vlak naast de wagen met de registratie-apparatuur stond een fotograaf met apparaat in de aanslag. Geroutineerd als hij was, bewoog hij zich, eenmaal gestart, tijdig zo ver mogelijk die kant op om vol in beeld te komen. En op die manier optimaal op de korrel te kunnen worden genomen. Op het moment-suprême schoof er aan die kant echter een troepje jeugdige renners langs dat daardoor precies hinderlijk in de weg liep. Groot was zijn verbazing diezelfde jeugdige delinquenten even later op het gras naast het pad dat naar de Twiskepolder leidde, stil te zien staan. Ze waren allemaal rek- en strekoefeningen aan het doen. 'Haastige spoed is zelden goed', ging er door zijn hoofd. Hadden ze maar vóór de start de spieren moeten losmaken. Op bijna dezelfde plek werd hij op de terugweg trouwens door twee van deze jonge lieden, een jongen en een meisje, weer ingehaald. Het lukte hem nu zowaar eens een keer om niet te snel van stapel te lopen. Rond de 10 per uur gaf zijn horloge aan, precies zoals hij vooraf had begroot. En van het begin af aan ging het rennen best lekker soepel. Hij was blij verheugd na een veel te lange afwezigheid weer zijn geliefde Twiske in te kunnen stiefelen.

Ieder nadeel heeft zijn voordeel, een waarheid als een koe! Daar waar je bij de langste drie afstanden in het begin de Twiskemolen steevast links en bijna aan het einde rechts laat liggen, gaat het parcours bij de 3 en 5 km pal voorbij aan en om deze naamgever en blikvanger van de onderhavige trimloop heen. Bij zijn laatste ren, ruim zeven maanden geleden, had de molen nog in onthoofde staat verkeerd. Maar nu waren kap en wieken gelukkig weer in volle glorie hersteld en in actie! De molenaar had voor deze gelegenheid de wieken zelfs voorzien van fraaie TML-banieren. Voor de geïnteresseerden: de molen [https://www.twiskemolen.nl/] staat op een stukje van Het Luijendijkje tussen het water van de Zuidwestplas en De Kleine Braak. Mooi om een keer daar voorlangs en omheen te mogen rennen. Pal vóór de molen was een vrouw met haar slimme telefoon een filmpje van het eenzame, hoge bouwwerk aan het maken. Een meisjespeuter drentelde om haar heen. Een van de hoffotografen had hier ook plaatsgenomen en liet zich overduidelijk inspireren door de fraaie aanblik. Een eindje verderop leidde de route rechtsaf. Zoals gebruikelijk had hij mensen opgeraapt en was hij zelf door anderen weer voorbijgestreefd. Achter hem klonk wat geroep en zich omdraaiend zag hij juist hoe een voorfietsster de snelste loper van de 3 km een smal, halfverhard wandelpad op leidde. Hij was toch wel verbaasd om te zien dat het ging om een vrij jonge maar wel volwassen man. De 3 km was toch meer een afstand voor jeugdige lopers die de kidsrun al ontgroeid waren? Enfin, ieder zijn meug zullen we maar zeggen

Een krap half uur is snel voorbij en er valt uiteraard minder te zien en te beleven dan bij de dubbele of nog grotere afstanden. Even voor de lange houten brug in de Pikpotweg, die voorheen ook onderdeel was van het halve marathonparcours, liepen wat wandelaars. Waaronder een vrouw met Aziatisch uiterlijk die van die kant de molen met haar smartphone vereeuwigde. Daar waar de route aansloot op die van de langere afstanden stond een vrijwilligster in hardloopkleding iedereen luidkeels goedemorgen te wensen en linksaf een ander deel van Het Luijendijkje op te dirigeren. Hier bevond hij zich weer op vertrouwd terrein. Hij kwam er later thuis achter dat deze keer zijn vijfentwintigste deelname aan deze loop was. Minstens even zovele malen had hij daar dus al eens gerend. En nog steeds sloeg de verveling bij hem niet toe! De eerste twee kilometers gingen in 5:48 en 5:45 minuten. Nummer drie was met 5:46 nauwelijks langzamer dan die ervoor. De cadans was prima en hij had niet het gevoel te zullen verslappen of moe te worden. Daarom bleef hij in dezelfde snelheid volharden.

Net vóór hij drie-vijfde van zijn ren had voltooid, werd hij bijgehaald en overlopen door een jongeman van hooguit 12 of 13 jaar. Ook dat kan gebeuren en hij raakte er niet van uit zijn evenwicht. Sterker nog, het inspireerde hem er nog een kleine schep bovenop te doen. Hij bleef dan ook redelijk in de buurt van de jongeling. Iets voor hem liep al geruime tijd een dame en hij zag dat hij langzaam maar zeker op haar in liep. Op pak-hem-beet 3,75 km, waar Het Luijendijkje andermaal gereikt werd, kon hij haar inrekenen. Korte tijd liepen ze gelijk-op, maar de dame moest al spoedig passen en bleef wat achter. Kilometer nummer 4 ging met 5:44 minuten bij 10,46 per uur een fractie sneller dan zijn voorganger en ondanks dat hij liever nog veel langer in Het Twiske was gebleven, gaf het zicht van de haven hem toch vleugels. Na de vier luttele kilometertjes was hij gewoon nog lang niet moe, ook niet na de korte kwakkelperiode die er direct aan voorafging. Volgens Garmin raffelde hij de laatste volle 1000 meter af in 5:34 bij 10,76/uur. En aangezien GPS staat voor Geen Precies Systeem, registreerde zijn Forerunner 88 additionele meters, tijdens welke hij zelfs een snelheid van 12,72 km per uur zou hebben gehaald. Noem dat maar niet netjes na een ruime week van zwakte, ziekte en misselijkheid!

Kort vóór het weer bereiken van de baan had hij de jongeling vrijwel weer teruggepakt. Die keek echter net om, gaf wat gas bij zoals jeugdigen dat nog zo makkelijk kunnen en beende opnieuw bij hem weg. Zijn officiële eindtijd van organisatiewege was 4 seconden minder gunstig dan zijn eigen registratie: 29:06 minuten. Een kniesoor die daarop let, maar toch vertrouwde hij in dit geval zijn eigen tijdmeting beter dan die van RaceTimer. En dat vooral omdat hij altijd conservatief meet en er geen matten lagen op de plaats waar zij van start gingen. In de kleedkamer was de voertaal Volendams, maar gelukkig beter verstaanbaar dan hij in het verleden bij andere sporten weleens had meegemaakt. De puur Volendamse tongval is voor de buitenstaander echt niet te volgen. Op een tijdstip waarop hij normaal gesproken zich nog ergens in de polder bevond, had hij nu al droge spullen aangetrokken, zijn natte renkleding in de tas gepropt en was hij klaar om huiswaarts te keren. Want ook een klein half uur rennen maakt hongerig en dorstig, wat op de atletiekbaan blijven hangen duidelijk in de weg staat. En hij was voldaan, want hij had, als was het kort, toch maar mooi gelopen in het Twiske en de inspanningen glansrijk doorstaan.

Zeik-, doorwaternat (2 reacties)

Gepost door Arranraja op woensdag 3 oktober 2018 17:17

Ook te lezen (met veel foto's) op https://arranraja.wordpress.com/

​Pas toen ik in de kleine kleedkamer van het oude, aftandse sporthalletje luisterend naar de naam 'De Struijck,' mijn regenjasje weer van het haakje pakte, had ik het door. Omdat er een straaltje water uit een mouw naar de grond liep. Zelfs de speciale regenkleding had de stortvloed die eroverheen was gegaan, dus niet aangekund. Alles wat ik aan renkleding zojuist had uitgetrokken en afgepeld was kletsnat. 'Zeik-, doorwaternat', zoals mijn zus altijd zo treffend weet uit te drukken. Daarmee is meteen de titel en de inleiding die ik voor dit relaas van te voren al had bedacht in het water gevallen. Ik meende, met de titel van zo ongeveer het meest buitenissige nummer dat de Beatles ooit aan het vinyl hebben toevertrouwd, een aardig beginnetje klaar te hebben voor deze blog over mijn negende, achtereenvolgende deelname aan de Dam tot Damloop. Naspeuringen in Wikipedia maakten mij duidelijk dat ik er wat betreft de titel redelijk naast zat, dus ik zal jullie niet verder vermoeien met details. En ik kan inmiddels niet anders dan de hierboven opgevoerde vlag, de lading van dit schrijven te laten dekken.

Inmiddels hebben jullie wel begrepen dat deze editie van 's lands grootste, verreweg de meest verregende was die ik heb meegemaakt. En na afloop bevestigden meerdere lopers deze lezing. Was het maandenlang mooi, warm en vooral droog geweest, precies het DtD-weekeinde moest verregenen! Want vanaf zaterdagmiddag was het al behoorlijk aan het plenzen, met alleen een korte onderbreking op zondagochtend. Tijdens de wedstrijd, die ik 's-morgens thuis op de televisie gedeeltelijk volgde, viel er al de nodige neerslag en er waren tevens vele waterplassen te zien op het parcours. Ik wist genoeg, de kleding die ik de vorige dag al had klaargelegd zou het meest geschikt zijn om de onafgebroken waterstroom die er ook des middags, volgens de regenradars, zou gaan vallen, zo goed mogelijk te verwerken. Mijn normale gang van zaken bij deze super-ren is te voet naar een van de twee treinstations gaan die zich redelijk in de buurt van onze woning bevinden. Daar zag ik deze keer maar van af, anders zou ik al in mijn renschoenen hebben lopen te soppen vooraleer ik mijn woonplaats had verlaten. Ze bleven nu dus min-of-meer droog tot het moment dat ik, samen met Rina, een collega van mijn vrouw die ik een startnummer had kunnen bezorgen, het Centraal station in Amsterdam verliet. Het regende op dat uur pijpenstelen en het ging alleen maar harder hoe dichter ik bij het aangewezen startvak kwam. Het leek echt meer op een waterballet dan op een hardloopevenement. Rina was ik toen inmiddels al uit het oog verloren. En oudcollega Elvira, met wie ik een principe-afspraak had om samen te gaan lopen, was reeds daags tevoren afgehaakt vanwege griep.

Mijn schoenen en dikke sokken waren derhalve al doorweekt op het moment dat ik over de startmatten ging. En waar wij direct daarna voortgingen, leek het meer op een sloot of vaart dan op een asfaltweg. Zodra ik echter begon met, in kalm tempo, rennen voelde ik dat vocht eigenlijk niet meer. Tijdens vrijwel de gehele race had ik er dan ook nauwelijks hinder van. Mijn regenpet, dito jas en de lange renbroek met waterdichte stukken op de bovenbenen, leken het goed te houden. Ik had zelfs nog een wegwerpponcho en oude regen-overschoenen meegenomen. Maar de poncho, waar ik vele mededeelnemers onder schuil zag gaan, meende ik niet nodig te hebben en hij leek mij tevens iets te warm en te verstikkend. En de overschoenen waren niet geschikt om in te wandelen. Bovendien waren mijn voeten, zoals ik net schreef, allang ondergedompeld in het overvloedige hemelwater. In de tunnel lag het aan beide zijden bezaaid met wegwerp-poncho's. Het deed mij even denken aan de plastic soep die de wereldzeeën verontreinigen, maar dat uiteraard geheel terzijde. Hier produceerde ik met 6:35 minuten verreweg mijn langzaamste kilometer van de dag, en wisselde ik een paar woorden met een jeugdig duo dat ik net voorafgaand aan het startschot ook even gesproken had: 'Bent u zenuwachtig?', 'Nee hoor dit is al mijn negende DtD!'. Het leek mij wel wat om samen met deze jongelieden op te lopen maar daarin slaagde ik niet erg lang. Ik hoorde de jongeman nog een korte conversatie voeren met een vrouw, die tijdens die eerste kilometers ook steeds in mijn buurt liep, over het volbrengen van 'ironman'-triatlons. Daarna zag ik ze langzaam maar zeker uit het zicht verdwijnen.

Het lopen ging vanaf het begin best makkelijk en soepel en ik hoopte dat ik dat heel lang zou kunnen volhouden. Na de eerste 4 km op de ruime Prins Hendrikkade en de nog bredere IJtunnelweg, volgt steevast een (uiteraard veel smaller!) fietspad langs de Buiksloterdijk. Hier was ik net een paar langzamere lopers aan het oprapen, toen ik achter mij een gebiedend 'langzame lopers rechts' hoorde schetteren. Direct daarop kwam er een manspersoon voorbijvliegen. Deze terechtwijzing maakte mij enigszins geïrriteerd. Het is inderdaad gebruik dat de langzameren zoveel mogelijk rechts houden en de snelleren links passeren. Maar als er één loop is waar te veel deelnemers zich niet aan die regel houden, is het wel de DtD. Zo werd ik op de eerste meters, toen ik toch echt dicht langs het hek aan bakboord liep, al rechts ingehaald door de een of andere onverlaat. En ja, mensen dus ook hardlopers hebben nu eenmaal geen ogen in hun achterhoofd, noch zijn zij voorzien van achteruitkijkspiegels. En er zijn altijd momenten en situaties, ook in het normale verkeer, dat de snellere even moet inhouden omdat er simpelweg geen ruimte is om erlangs te gaan. Ik brulde dan ook iets in de trant van 'snelle lopers links' terug en ook de dame die op dat moment rechts naast mij liep, liet zich vocaal niet onbetuigd. Tijdens de hele afstand waren de overal-tussendoor-flitsers bijna niet te tellen, waarbij mij opviel dat het vooral jongere mannen waren.

Goed, het was dus ​klets​nat, zowel met de neerslag die viel als met plassen overal op de wegen en paden. Waarbij ik moet aantekenen dat er gelukkig niet meer van die stortbuien kwamen zoals kort voor de start. Over de eerste 5 km deed ik net iets meer dan een half uur, met km-tijden juist iets boven de 6 minuten. Dat ging derhalve prima. Op de tweede 5 km was ik zelfs 46 seconden sneller dan over de eerste 5. Dan vergeet ik gemakshalve maar dat ik aan het begin van die 6e kilometer voor een korte wijle moest afbuigen naar een toiletgebied (waar het opvallend druk was, met name bij de heren), om de overvolle blaas te ledigen. Dat leverde uiteindelijk een verschil op van exact 52 seconden tussen mijn eigen tijdsregistratie en die van de organisatie. Mijn Garmin Forerunner 235, die dankzij GPS- en GLONASS-connectie geen enkele moeite heeft het satellietsignaal zelfs in de IJtunnel vast te houden, pauzeert namelijk ook keurig de meting spoedig nadat ik tot stilstand ben gekomen. Dit stuk tussen 5 en 10 km, is een van mijn minder favoriete. Vooral de gang over de klinkers van de Landsmeerderdijk en Oostzanerdijk, direct na een venijnig klimmetje aan het einde van de Stoombootweg, is in mijn beleving een regelrechte bezoeking. Mijn dieet van twee bananen ruim en juist voorafgaand aan de loop en nog een extra exemplaar bij de fruitpost na ruim 8 km, heeft dus duidelijk zijn vruchten afgeworpen. Nog steeds liep ik namelijk lekker en kon ik de gang er simpel in houden. Sterker nog, op dat eerder genoemde klinkerstuk dook ik ineens onder de 6 minuten: 5:54 !! En verder bleef ik gewoon lage 6-minuters produceren.

Des ochtends was via de televisie tot mijn verbazing het bericht ​doorgekomen dat er een wijziging in het parcours was aangebracht. Dat was al jaren niet gebeurd! Ik had geprobeerd te aanschouwen op welk punt in de route die aanpassing precies inging, maar door het schakelen tussen de kop bij de vrouwen en die van de mannen, werd het niet lekker in beeld gebracht. Dus was ik mij onderweg aan het afvragen hoe de nieuwe situatie eruit zou zien. ​E​n ik had pas door dat ik mij op het nieuwe gedeelte bevond, toen ik er al even liep. Je bent tenslotte druk bezig met rennen en zeker bij deze loop moet je heel goed op alle collega-deelnemers direct in de nabijheid letten. Dit nieuwe stuk van naar schatting een kleine twee kilometer was zeker geen verslechtering, want lekker breed asfalt. ​Waar wel opvallend veel renners waren overgegaan tot wandelpas. En het zorgde er wel even voor dat ik de bekende weg kwijt was. Pas toen we weer aansloten op de vertrouwde Oostzanerdijk, overgaand in de Noorder IJ- en Zeedijk, was er het moment van blije herkenning. Hier zou spoedig de volgende verzorgingspost komen, waar vorig jaar een andere oudcollega zich nuttig had gemaakt met het uitreiken van versnaperingen. Ik keek heel secuur naar alle vrijwilligers bezig aldaar, maar Bernadette kon ik er dit jaar helaas niet tussen ontdekken.

Het voordeel van de relatief lage temperatuur en de overvloedige regenval (hoewel die tijdens de loop dus eigenlijk een heel eind meeviel) was het feit dat een verkwikkende natte spons absoluut niet nodig was. En de slok water uit mijn eigen fles, die ik eerder al had genuttigd, was ​wat aan de koude kant, waardoor deze niet tot meer​ drinken​ uitnodigde. Nog steeds liep ik aardig makkelijk en waar deze dijk​​ net vóór het binnengaan van Zaandam​,​ de laatste jaren nogal eens eindeloos had geleken (ik heb er zelfs een keer een stukje gewandeld), was ik er nu in mijn beleving vlot overheen. Al eerder op het lange deel in Amsterdam-Noord, bleek voor mij een ander belangrijk voordeel: het was relatief rustig met toeschouwers en daardoor ook minder lawaaiig. Zeker als de vermoeidheid begint toe te slaan, prefereer ik rust aan mijn hoofd, zodat ik mij zo goed mogelijk kan concentreren op het lopen. Bij de entree van Zaandam, bevond ik mij in het kielzog van een jongedame, die ik al een aantal keer eerder had opgemerkt. Het was voor mij een uitgemaakte zaak dat ik in haar voetsporen naar de finish ruim 2 kilometer verderop zou gaan. En ik kon nu zeker wel een goede haas gebruiken, want we liepen reeds in de straat waar ik altijd het meeste tegenop zie, de Zuiddijk. Tot mijn grote genoegen was het ook hier relatief rustig vanwege de plens- en regenbuien. Heerlijk!

Ik begon onderhand wel mijn benen te voelen, dientengevolge waarvan het ​lopen allengs minder soepel en naar ik dacht ook minder vlot ging. Dat laatste bleek later, bij een blik op de tabel met kilometertijden​,​ niet te kloppen. Want nummers 15 en 16 gingen met 5:50 bij zo'n 10,3 per uur​,​ 10 seconden sneller dan nummer 14 en zelfs 16 tot 18 tellen sneller dan kilometers 11 t/m 13. Het met de genoemde dame meegaan bleek zeker geen sinecure, want dan liep zij een stukje van mij weg en dan liet zij het tempo weer wat zakken en stiefelde ik haar voorbij. Enfin, tegen het einde van d​i​e relatief smalle winkelstraat met de lastige klinkerbestrating, moest ik haar toch definitief laten lopen. Het vasthouden aan mijn eigen cadans was voor mij belangrijker dan het coûte-que-coûte volgen van deze renster. Had ik tot dan niets gevoeld van de emmers water die zich in mijn schoenen moesten bevinden, nu bemerkte ik ineens wat irritatie ergens aan de tenen van mijn linkervoet. Het gevoel verdween gelukkig ook weer rap. Dat laatste stuk kwam ik in mijn beleving nog slechts matig vooruit en ik zag als een berg op tegen de twee bruggen over de rivier de Zaan, die kort na elkaar in de laatste volledige kilometer nog bestegen dienden te worden. Precies ná die eerste col van de buitencategorie, gaat de route over de echte Zaanse Dam en daar staat het normaliter minstens vier rijen dik met enthousiast aanmoedigend publiek. Nu was het daar logischerwijs ook veel dunner bevolkt en dat vond ik dan wel weer even heel jammer.

Ook de tweede heuvel kwam ik zonder kleerscheuren over en dan is het nog slechts een kwestie van een paar honderd meter doortrekken en je bent over de eindstreep. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik mijn streeftijd (tussen 1:40 en 1:45 uur) makkelijk ging halen. Hoewel ik niet het gevoel had dat ik nog versnelde, ging ik in dat laatste stuk naar de meet toch weer wat sneller dan ervoor, zowaar nog 10,4 per uur. Mede door deze ultieme acceleratie, zou mijn tijdmeting ruim binnen de 1:40 gestopt worden​, op 1:38:48​. Want Garmin had mijn plaspauze uiteraard niet meegerekend. Ook de officiële eindtijd van organisatiewege was met 1:39:41 mooi onder die kaap gebleven. Ik bleef zo kort mogelijk hangen in het finishgebied, want het regende nog immer, zij het niet hard. Na het toucheren van mijn negende DtD-medaille en een flesje sportdrank van een bekend merk, zette ik zo rap als mijn vermoeide en verstijfde benen mij konden dragen, koers richting de plastic zak met droge kleding. Dat was nadat ik eerst, onder de luifel van een waterkraam, mijn vrouw telefonisch op de hoogte bracht van het feit dat ik er het wederom in geslaagd was deze monsterloop succesvol te beëindigen.

Wat volgde was mijn, en naar ik aanneem van de meeste deelnemers, minst prettige stukje van de middag. Met ontelbare andere finishers moest ik mij een alsmaar smaller wordende weg banen richting de ligplaats van de spullen. Vanwege het gegeven dat ik geen droge draad meer aan mijn lijf had en ook geen extra jasje om tijdelijk aan te trekken, kreeg ik het nu heel snel behoorlijk koud. Het tassen-afhaalterrein is steevast een drama. Daar heb ik ongetwijfeld al eens eerder over bericht. Ik had mazzel, want ik had mijn knapzak vlot te pakken. In de krant las ik een dag later dat er lopers waren die in regen en koude langere tijd op hun spullen moesten wachten dan dat ze gedaan hadden over de 10 EM zelf. Bijna rapper dan de snelheid waarmee ik mij over het parcours had voortbewogen, beende ik naar de eerder genoemde sporthal. Onderweg, zowel naar die plek als later naar het station, zag ik collega's zich in de open lucht van hun natte boeltje ontdoen. Moedig, maar ik moet daar echt niet aan denken! Binnen, in het kleedhok, was het droog, relatief warm en met o.a. drie mannen van een Amsterdams lyceum, zowaar ook nog gezellig. Ik wreef vooral mijn voeten zo goed mogelijk droog, waarbij ik geen enkele ongerechtigheid voelde. Pas thuis, na het douchen, bleek dat zich op een plekje tussen de twee kleinste linkertenen, waar om duistere redenen altijd overmatige wrijving plaatsvindt, een flinke bloedblaar gevormd te hebben. Als dat alles is dat ik in negatieve zin aan deze zompige DtD heb overgehouden, ben ik behoorlijk spekkoper.

Daags tevoren had ik met mijn loopmaatje Peter een voorzichtige afspraak gemaakt na de race naar elkaar uit te zien. Ik was echter zodanig veel eerder gestart dat bleek dat dit akkoord in de praktijk geen stand kon houden. Dus appte hem dat ik mij reeds op weg naar het NS-station begaf. Op het stuk over de laatste Zaanbrug gekomen, gaf ik mijn ogen evenwel goed de kost om te zien of ik hem heel toevallig toch zag langskomen. Hoe ik ook tuurde, geen Peter op het parcours.​ Afgemeten aan zijn eindtijd, moet ik hem aldaar op een paar minuten gemist hebben.​ Ik vervolgde met behoorlijk stijve ledematen mijn weg naar de Koffiezaak ​(ja, zo heet dit leuke tentje) ​even verderop. Want ik was van oordeel dat ik na al die inspannende verrichtingen zeker wel een flinke tas koffie verdiend had. Ik liet mij de grote mocchacino onderweg naar tante NS goed smaken en was blij dat ik in de intercity, die uiteindelijk helemaal naar Limbabwe zou rijden, kon neerploffen op een stoel. Tijdens het naar huis wandelen (het was nu nota bene gewoon droog !!), voelden mijn onderdanen gelukkig al wat soepeler. Op naar de jubileum-editie (mijn 10e dus !!) van volgend jaar!!

Mijn 15 van Amsterdam-Noord (1 reactie)

Gepost door Arranraja op vrijdag 21 september 2018 19:02

Bekijk vooral ook de zonnige foto's op https://arranraja.wordpress.com/

In de week voorafgaand aan de Vechtloop eind juni, had ik wat last gekregen van het gebied rond mijn rechter-achillespees. Toen ik zo onverstandig was om drie dagen na de Vechtloop weer de renschoenen onder te binden voor een duurloop, schoot het er echt in en moest ik na nauwelijks 4 km stoppen. Dat werd dus een paar loopjes overslaan en ook de hitte van de afgelopen zomer zorgde voor een stagnatie in mijn trainingen. Ruim twee weken later voelde het weer niet helemaal lekker na bijna 9 km gelopen te hebben. Pas begin augustus, op vakantie in Duitsland, kon ik mijn gewone renritme weer opstarten en langzaam het aantal kilometers uitbouwen. Aan het einde van die maand durfde ik de Gooise Heideloop niet aan vanwege de oneffenheden in het terrein. Niet dat ik bang was om wederom te vallen, zoals vorig jaar, maar wel dat de net genezen blessure zou terugkeren. Ik wilde echter toch graag vóór de Dam tot Damloop op 23 september een trimloop doen als training. Ik dacht dat ik alle georganiseerde lopen in de omgeving wel had ontdekt, maar bij de Gaasperplasrun zag ik een pamflet liggen van de '30 van Amsterdam-Noord'. Na de bestudering van het parcours (vooral door het landelijke gebied net ten noorden van de Ring rond de hoofdstad) leek het mij wel wat om deze trimloop aan mijn repertoire toe te voegen. Zeker nadat ik mij ervan had vergewist dat ik aldaar voldoende parkeermogelijkheden had. Want ik houd er niet van om direct vooraf aan een loop nog te moeten gaan zoeken naar een plek voor mijn voiture. Ik kom nu eenmaal het liefst in een gespreid bedje wat het aanreizen betreft.

Die reis ging dus gewoon goed en op gevoel liep ik de juiste weg naar de atletiekbaan van de organiserende vereniging AV Atos. In de ernaast gelegen sporthal had ik fluks mijn startnummer te pakken, ik werkte een banaan naar binnen en dronk een pakje melk leeg. Daarna maakte ik wat ruimte in mijn waterhuishouding door een bezoek aan een klaarstaande krul en ging op de baan warmlopen en wat oefeningen doen. Ergens midden in het pak vertrok ik, zoals altijd eigenlijk iets te rap. Korte tijd liep ik achter Cor en een metgezel. De eerstgenoemde kom ik geregeld tegen bij loopjes in de regio en hij heeft ongeveer het tempo dat ik, in ieder geval in het verleden, ook haalde. De twee mannen gingen op dat moment exact 10 per uur maar ik had al snel het gevoel dat ik moest inhouden. Dus glipte ik er langs en ging iets vóór hen verder. Wel hoorde ik ze de hele tijd juist achter mij samen praten. Ik zat mooi net boven de 10 per uur en besloot te kijken hoe lang ik in die snelheid kon volharden. Wat minder enthousiasme bij mij losmaakte, was het klinkerwegdek aan de buitenkant van de bomenring rond de AV Atosbaan. Daar moesten we ook nog eens een extra ronde over maken alvorens we richting het noorden konden gaan. Vrij aan het begin van dat stuk, zag ik iets verderop een leuke jongedame met een lange staart. Ik had het idee dat ik haar wel kon bijhouden. Dat lukte slechts zeer korte tijd en ook Cor en zijn kompaan kwamen spoedig over mij heen. Het was intussen, door de doorgekomen zon en de niet-lage luchtvochtigheid aan de warme kant geworden. De verfrissende wind die af en toe om mij heen blies, was dan ook meer dan welkom. Ik had wel wat blikken op de routekaart geworpen maar aangezien ik in die contreien nog nooit eerder was geweest, laat staan had gelopen, was het allemaal nieuw voor mij. Daarom volgde ik gedwee de mederenners en -rensters die mij voorafgingen of voorbijliepen.

Na 3 km waren we onder de ringweg door gegaan en kwamen we in het open terrein terecht. Om te beginnen langs de plaatselijke golfbaan, waar reeds aardig wat volk op de been was. Ook werd er om ons heen frequent gewandeld en gefietst. Niet verwonderlijk op zo'n mooie zonnige zondag. Wat ik wel jammer vond, was het feit dat de route tot 7 km evenwijdig aan- en niet ver verwijderd van de snelweg voortging. Met derhalve voortdurend het geluid van het verkeer aldaar op de achtergrond. Exact op het 7 km-punt sloegen we linksaf het polderland in. De naam van het dorp dat ik wat verderop aan de einder zag liggen en waarvan vooral de kerktoren opviel, bleek Ransdorp te zijn. Op de kaart te zien, net zo'n metropool als Zunderdorp, waar wij doorheen zouden komen. Intussen had ik al een tijd twee lopers direct achter mij. Een vrouw en een man liepen lekker keuvelend bijna op mijn hielen en gebruikten mij als haas. Misbruikten mij, was een beetje mijn gevoel. Niet vreemd derhalve dat ik dat als minder prettig ervoer. Zij moeten zo ongeveer bij Golfbaan Waterland zijn aangesloten, na 4,5 of 5 km. Ik hoorde de man op een gegeven moment zeggen dat, als hij het wat moeilijk had tijdens het rennen, versnellen voor hem een beter medicijn was dan gas terugnemen. Daar zit eigenlijk wel wat in maar dat moet je ook maar net kunnen op zo'n moment. Bij het scherp afslaan na exact 7 km, stond een klein meisje op een houten muurtje aan te moedigen. Die verdiende naar mijn stellige overtuiging een hoge vijf en die diende ik haar in het voorbijgaan dan ook toe. 'Klats', hoorde ik de meeliftende dame achter mij zeggen. Nu ging de route dus eindelijk echt het open land in, op weg naar Zunderdorp dat al een tijd ter linkerzijde vrij dichtbij te zien was. In de weides stonden en lagen wat koeien en op het fietspad dat wij gebruikten werd enthousiast gefietst. Ik herinner mij een oudere man op een elektrische fiets die maar even stopte omdat er wel wat veel renners hem tegemoet kwamen.

Aan het einde van dit fietspad ging het nogmaals linksaf en direct na de bocht stond de drinkpost. Ik had mijn eigen watervoorraad en hoefde derhalve niet te stoppen voor een beker koel nat. De twee achter mij leken dat wel te doen. Onbewust hield ik een beetje in, alsof ik op ze wilde wachten. Ik zag dat ook aan de snelheidsaanduiding op mijn horloge en bedacht toen pas dat dit dé gelegenheid was om ze af te schudden. Direct zette ik zo goed mogelijk aan teneinde een substantieel gat te slaan. Had ik al die tijd zonder veel moeite op of net boven de 10 per uur gelopen, nu kwam bij mij ineens de klad erin. Precies bij het binnengaan van Zunderdorp lag het punt van de 9 km en deze kilometer zat ik al iets onder de 10 per uur. Of het door deze plaats kwam of door het feit dat ik tot dan toe boven mijn stand gelopen had, weet ik niet. Feit is wel dat ik in het derde deel van deze loop, zijnde de laatste 5 km, heel langzaam maar zeker leegliep. Als een fietsband waarin een minuscuul gaatje is geprikt dat zorgt voor een telkens een beetje spanningsverlies. Was het de verbazing over het doorkruisen van de metropool Zunderdorp (grapje, want ongeveer 5 straten, enkele tientallen huizen, een paar andere gebouwen en 463 inwoners!) of had ik al die tijd boven mijn stand gelopen? Om in de vervoersmiddelenterminologie te blijven: de brandstoftank begon zoetjes-aan leeg te raken.

In de buurtschap 't Nopeind kwamen er lopers van de 21 en 30 km zich bij ons voegen. De meesten liepen mij voorbij. Ik troostte mij met de gedachte dat dit allemaal de snellere lopers waren. Tussen km's 10 en 11 kwam er ook een vrouw langs die ik toch echt herkende van een eerdere opraapactie mijnerzijds. Ik poogde bij haar aan te haken maar dat lukte van geen kanten. Langs een paar boerderijen, waaronder een zorgboerderij, hobbelde ik terug richting de golfbaan en naar het deel van het traject waar ik de eerste 5 km ook op had voortbewogen. Mijn snelheid liep steeds meer achteruit en de kilometertijden derhalve steeds meer op. 6:01 minuten over de 9e en vervolgens 6:16, 6:18, 6:25 en 6:31 over de volgende 4 km. Aangezien ik deze loop als een training voor de Dam tot Damloop beschouwde, maakte ik mij daar niet zo heel erg druk over. Mijn doel was slechts om het parcours van 15 km zonder wandelen af te leggen. Was het psychologisch gezien prettig dat er steeds lopers langs mij snelden? Nee, uiteraard niet, andersom is veel prettiger! Helaas ik kon bij geen enkele mededeelnemer aanhaken. Alleen de dame die ik op het lange stuk naast een vaart in het gedeelte binnen de ring helemaal aan de rechterkant van de weg langzaam zag voortgaan, gaf mij een mentale oppepper. Eerst dacht ik namelijk dat zij gewoon lekker voor zichzelf aan het joggen was maar toen ik haar voorbijging zag ik een startnummer aan de voorzijde. Had ik op dat stuk waar maar geen einde aan leek te komen, toch nog één deelnemer weten op te rapen!!

Zoals eerder vermeld had ik de routekaart wel globaal bestudeerd maar uiteraard niet alle details helder in het hoofd. Tijdens die zware laatste kilometers was ik mij aan het afvragen of we linksom of rechtsom de atletiekbaan en de eindstreep zouden bereiken. De laatste mogelijkheid had mijn voorkeur omdat die korter was en in tegenstelling tot de tweede optie vrijwel geen klinkerbestrating meer had. Het werd uiteraard linksom! Dus weer enkele honderden meters over die vermaledijde kasseien. Op dat stuk kwam een dame langs, die zo te zien niet meer echt soepel vooruit kwam. Ook nu wilde ik aanhaken om met haar de finish te bereiken maar wederom had ik slechts het nakijken. Wel aanvaardde ik dat gegeven direct. Met eenvoudigweg stug doorzetten kwam ik toch spoedig op de baan en over de meet. Net daarvoor had ik, bij een blik op mijn horloge, verbaasd geconstateerd dat ik binnen de 1:30 uur kon eindigen. En dat lukte mij makkelijk: 1:29:37 was mijn officiële eindtijd, met zowaar een snelheid van 9,82 per uur over de slotkilometer. Ik had mijn doel bereikt, kreeg luttele meters na de eindstreep een leuke medaille overhandigd en kon gaan bijkomen van de inspanningen. Van Cor was, zoals ook tijdens het leeuwendeel van de loop, geen spoor meer te bekennen. Noch van andere lopers die ik onderweg bewust had waargenomen. De zon scheen volop en de atletiekbaan van AV Atos lag er prachtig bij in die groene oase in Amsterdam-Noord. Ik had daar op dat moment geen oog voor, want ik was moe. Later bedacht ik pas in het pamflet over de loop gelezen te hebben dat de club over een jaar moet verhuizen omdat de gemeente Amsterdam op die plek woningen wil gaan bouwen. Wat mij betreft doodzonde van deze prachtige locatie tussen het groen en om die reden hoogst waarschijnlijk de eerste en de laatste keer dat ik er als hardloper heb kunnen vertoeven.

Gewoontegetrouw wandelde ik wat uit naar het stille deel van de baan in de andere bocht. Daar kon ik de verleiding niet weerstaan om even te gaan zitten, toen een geschikte plek daarvoor zich aandiende in de vorm van een hindernisbalk bij een droogstaande waterbak. De kwalificatie 'nooit' is misschien bezijden de waarheid, maar ik kan mij niet herinneren vaak te zijn neergeploft direct na een ren. Na een paar minuten stond ik weer op om mijn uitwandelrondje, over de piste in de richting van de finish te vervolgen. Ik zag een renster met 'Running Junkies' op haar shirt en moest direct denken aan collegablogger Mari Durieux, die geregeld melding maakt van het feit dat hij ook lid is van die bonte verzameling fanatieke renners. Ik bedacht dat het leuk zou zijn als ik hem hier nu tegen het lijf zou lopen. Zoals vaker werden er door de omroeper van dienst namen van binnenkomende renners genoemd en luttele tellen na mijn gedachtestroom over Mari, die er dus niet was, hoorde ik ineens de naam Hedwig noemen. Wie schetst mijn verbazing dat die andere collegablogger tussen twee mannelijke lopers in, de meet naderde. Precies een jaar geleden had ik vlak achter haar gestaan bij de start van de Gooise Heideloop maar haar niet aangesproken omdat ik ging twijfelen of zij het echt wel was (ik kende haar tenslotte alleen digitaal). Nu was die twijfel er duidelijk niet en ik liep zo rap als mogelijk door naar het stuk achter de eindstreep. Zodra het kon ging ik naast haar lopen en sprak haar aan. Een kort gesprek volgde, waarbij Hedwig, nog buiten adem, vertelde dat zij onlangs gevallen was, waardoor haar bekken scheef was komen te staan. Zij had daardoor de 30 km die zij zojuist voltooid had, niet kunnen lopen zoals zij wilde. Een kleine maand later zou zij in Chicago aan de start staan voor haar volgende internationale marathon. Ik wenste haar heel veel succes bij het herstel en ging verder mijns weegs. Nog een paar rondjes wandelen over de baan, tas ophalen, omkleden en huiswaarts keren, waren de volgende items op mijn programma. Ik zag Hedwig nog een paar keer op het kunststof en in de sporthal, maar wilde haar niet verder lastigvallen, ook omdat zij zich in het gezelschap van anderen bevond.

In Sporthal Elzenhagen, waar ik vroeger ooit eens een keer een basketbalwedstrijd gespeeld moet hebben, wachtten mij twee verrassingen. Een onverwachte en een onaangename! Ineens voelde ik mijn horloge trillen en zag ik op het scherm een mededeling over in een 'spaarstand gaan'. Ik was bij het passeren van de meet nog wel zo alert geweest om mijn tijdmeting te stoppen maar had er vervolgens in het geheel niet meer aan gedacht die registratie op te slaan en mijn Garmin in zijn gewone modus terug te zetten. Dat deed ik alsnog. Nu viel mij ook pas op dat er 14,82 afgelegde kilometers op het scherm stonden. En ik meende toch ergens gelezen te hebben dat het bij deze loop om door de atletiekbond gecertificeerde parcoursen ging. 's-Avonds kwam het verlossende woord over deze kwestie in de vorm van een mail van de organisatie. Door een onvolkomenheid had men ons verkeerd laten starten: in plaats van een volledige ronde over de baan met de klok mee, gingen we net als de twee langere afstanden tegen de klok in na driekwart ronde van de baan af en de weg op. Die 220 meters die ik tekort had gelopen zorgden er wel voor dat ik binnen de 1:30 uur kon finishen. Ieder nadeel heb zijn voordeel!

De onaangename verrassing betrof de beschikbaarheid van kleedruimte. In een mail stond te lezen dat de kleedkamers in het clubhuis van AV Atos voor de dames gereserveerd waren en die in de sporthal voor de heren. De dameskleedruimte waar ik langsliep in dat laatste bouwwerk werd echter gewoon bevolkt door vrouwen en er bleek slechts één klein kleedhok voor de heren open te zijn. Daar was het niet alleen propvol met dampende renners maar er werd ook nog eens flink gedoucht. Gevolg: huizenhoge temperaturen en een luchtvochtigheidsgraad die door het dak heen schoot. Nauwelijks had ik daar een voet binnen gezet, of ik begon, vooral op mijn voorhoofd, hevig te zweten. En die bijtende substantie stroomde tijdens het omkleden mijn arme ogen in. De piepkleine handdoek die ik bij mij had, kon de veelvuldige lapwerkzaamheden nauwelijks aan. Ik vertelde de man naast mij dat het, gezien het overmatige vochtafscheiden, geen enkele zin had om nu te douchen. Hetgeen ik overigens ook niet van plan was geweest. Ik wist niet hoe snel ik daar weg moest komen en de relatief koele buitenlucht opzoeken. Op weg naar auto, huis, koffie en eigen, ruime relatief koele badkamer.

Eigen haas is goud waard! (2 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 7 juli 2018 19:35

Bekijk vooral ook de foto's op https://arranraja.wordpress.com/

Het was inmiddels een traditie geworden, want hij zou voor de vijfde opeenvolgende keer de eerste helft van het trimloopjaar afsluiten aan de boorden van de Vecht in- en om het oude vestingstadje Weesp. En voor het derde jaar in successie zou Loop(tijden)-maatje Peter hem daarbij vergezellen. Ze hadden vooraf via de sociale media al uitgebreid contact gehad over de te volgen strategie, de einddoelen en over het op elkaar afstemmen van het aanreisschema. Peter zou voor een lange OV-reis al vroeg zijn woonstede verlaten en hij zou later op de ochtend, door luttele minuten te treinen vanuit het naburige dorp, Weesp bereiken. Haas van dienst Peter had in het (zoals altijd) gloedvolle verhaal over zijn laatste verrichtingen blijk gegeven van een uitstekende vorm. Zijn kompaan had daarop als volgend gereageerd: 'toen ik las dat jij rustig moest beginnen, was ik verheugd. Maar toen dat rustige tempo rond de 11 per uur bleek te liggen, verdween die blijdschap als sneeuw voor de zon. Ik zal al verheugd zijn als ik zondag de 10,5/uur zal kunnen halen en volhouden. Dus als jij jouw motor daarop kunt afstellen, dan heeeel graag'. Een haas moet zich tenslotte richten naar de wensen van de volger, nietwaar? Die volger zag de figuurlijke bui al hangen, een freewheelende tempomaker waar hij zich met hangen en wurgen achteraan wist te slepen.

Eenmaal in de plaats van handeling gearriveerd, hadden ze het daar niet over. Er waren genoeg andere zaken te bespreken, zoals hun afgelopen, bewogen jaar, de weersomstandigheden en wat en wie ze onderweg naar de start tegenkwamen. Omdat ze relatief matineus waren, was het nog rustig op het manegeterrein en hadden ze alle tijd om de noodzakelijke plichtplegingen uit te voeren. Bij de tasseninname, waar een jonge jongedame met prachtig lang rossig haar heel gedreven met de bagage aan het slepen was, stond ook al geen rij. Net zo min als bij de kamer-100 voor heren. De aanloop naar de loop verliep dus erg soepel. Ze waren heel even van slag toen bleek dat op het buitenterrein de doorgang naar het voormalige 15- en 21,1 km-parcours versperd was door een nieuwe paardenkraal. Plotsklaps moest er daarom even geïmproviseerd worden. Want na wat rekken en strekken diende er toch op zijn minst een klein stukje ingelopen te worden. Onze hoofdpersoon nam hier het voortouw omdat hij op deze wegen beter bekend was en omdat voorop lopen hem tijdens de echte loop hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks meer zou lukken. Hij grapte dat hij zo in ieder geval één keer de kar had getrokken. Maar hij wist drommels goed dat de kop nemen tijdens de echte actie een erg lastig verhaal voor hem zou gaan worden.

Het duurde nog best een tijd voor ze eindelijk op weg konden voor hun trimloop, terwijl ze voor het gevoel al geruime tijd stonden te trappelen van ongeduld in het startvak. De opkomst leek trouwens een stukje kleiner dan in voorgaande jaren. Zou het schrappen van de 15- en 21 km vorig jaar toch zijn tol hebben geëist? Naspeuring achteraf bleek dat vermoeden te bevestigen: een dikke 200 lopers minder dan 3 en 4 jaar geleden en 100 minder dan vorig jaar! Nadat de 5 km was weggeschoten duurde het nog bijna 10 minuten alvorens zij aan de beurt waren. En waarom eigenlijk? Want de route van de kortere afstand leidde de poort uit direct linksaf naar het tracé langs de Vecht, terwijl de 10 km-lopers eerst een stadstoer door hartje Weesp gingen maken. Zoals wel vaker gebeurt, lag hun tempo in die eerste fase een stukje hoger dan afgesproken: tussen de 10,8 en 10,9 per uur. Dat leidde voor de oudste van de twee loopmaatjes al direct tot problemen, in die zin dat hij naar zijn idee niet echt makkelijk vooruit kwam. Voor het eerst in al die jaren dat hij daar liep had hij in de smiezen dat vrijwel de gehele route door de bebouwde kom van het vestingstadje uit klinkerwegen bestond. En daar liep hij nou niet bepaald graag op. Als je het gevoel hebt te vliegen, valt dat je helemaal niet op, maar nu duidelijk wel.

Hij liep dus voor de derde keer samen met Peter en ondanks de inspanningen had hij in het begin nog wel adem genoeg om met zijn kompaan te praten. Zat dat gevoel van niet lekker soepel lopen dan tussen zijn oren? Hij had het idee dat hij zijn privéhaas nu al moeizaam kon volgen. Hier en daar maakte hij een opmerking over wat hij om zich heen zag. Om niet weer, net als vorig jaar, de sportwinkel te noemen waar hij daags tevoren de startnummers had opgevist, zei hij maar iets over de verandering ten opzichte van die eerdere dag aan de gevel van de pizzeria ertegenover. De benaming 'De Kringloper' van een onderneming wat verder op die (gedempte) Achtergracht vond hij uiteraard zeer toepasselijk. Hij verbaasde zich erover dat er toch wel het een-en-ander aan bekende winkelketenfilialen te bezichtigen was hier in het kleine centrum van Weesp. In ieder geval meer dan hij zich gerealiseerd had. Ze passeerden een heel nauw zijstraatje met de fraaie naam 'Korte Elleboogsteeg'. Dat leek hem meer een naam voor in de hoofdstad, niet ver hier vandaan. 'O ja, Weesp ging later in het jaar bestuurlijk ook onder Mokum vallen dus het was toch wel en toepasselijke naam', bedacht hij even later.

Het rennen voelde voor hem eigenlijk steeds hetzelfde: het ging niet geheel vanzelf en hij moest zich behoorlijk inspannen. Niet heel vreemd als je bedenkt dat de snelheid een aardig tandje hoger lag dan wat hij de laatste jaren doorgaans gewoon was. 'Enfin zo lang mogelijk proberen vol te houden maar', ging er door hem heen. De bekende buitenlander die hij vorig jaar ineens had gespot, stond wederom in zijn deuropening. Zo zag hij nu al van veraf. Deze keer hield hij in het voorbijgaan zijn lippen stijf op elkaar om de man niet te laten schrikken en rustig te laten genieten van de optocht aan renners die aan hem voorbijtrok. Had hij bij de vorige gelegenheid niet ook een opmerking gemaakt over het wel bij de omgeving passende maar niet prettig aanvoelende type wegdek? Dat zou zomaar kunnen, maar hij wist het niet meer zo zeker. De temperatuur was niet al te hoog, maar zeker in de nauwe straten in het centrum, voelde het behoorlijk warm aan. Ook al weinig ideaal als het lopen niet supersoepel gaat. Hij moest zich er maar doorheen zien te slepen en vond het om die reden helemaal niet erg dat de bebouwde kom verlaten werd om de oostelijke oever van de Vecht op te zoeken. Daar lag tenminste asfalt!

Een opmerking over de aanwezige fotografen van een loopster direct achter hem, bracht even afleiding. Hij mengde zich direct in de conversatie door te roepen dat het handig was om zoveel mogelijk aan de kant waar de plaatjespersoon stond opgesteld, te gaan lopen en zoveel als mogelijk apart van de collega's om vol in beeld te komen. Ja, hij kende het klappen van de zweep inmiddels behoorlijk goed met alle trimlopen die hij al in zijn hardloopbagage had zitten. En deze Vechtloop spande altijd de kroon wat betreft het aantal mensen met fototoestellen langs de route. Hij had thuis één van de bij andere lopen buitgemaakte sponzen in zijn renjas gestoken en die kwam nu erg goed van pas. Bij de eerste drinkpost, na precies 4 kilometer, kieperde hij het aangepakte bekertje water direct over het schoonmaakattribuut om vervolgens stante pede zijn hoofd en nek ermee te gaan bewerken. Dat zorgde korte tijd voor een welkome verkoeling. Hier in het open gebied, langs het water bracht de wind wel af en toe wat verfrissing maar als de zon even door de bewolking brak, werd het direct bloedheet. Peter had uiteraard ook wat water gepakt maar deed daarna weer even onverdroten en stoïcijns voort als altijd. Wel moest hij voortdurend omkijken om te zien waar zijn volger toch bleef.

Die werd door iets anders een tijdje beziggehouden. Ze renden een tijdlang voor, naast of achter een vrouw, waarvan hij zeker wist dat hij die regelmatig zag hollen in zijn eigen woonplaats. Waarom begroette die persoon dan zo'n beetje alle toeschouwers langs de weg alsof zij ze persoonlijk heel goed kende? Met andere woorden, alsof zij een thuiswedstrijd aan het lopen was? De dame had muziekdopjes in haar oren en hij had alle adem nodig voor het rennen. Dus het kwam er niet van haar aan te spreken en een verklaring te eisen. Latere naspeuringen overtuigden hem ervan dat hij het bij het rechte eind had gehad. De loopster in kwestie stond althans in het verleden geregistreerd als woonachtig in dezelfde plaats! De kilometers waren in zijn beleving lang. Voor het gevoel wel twee keer zo lang als op andere dagen. In ieder geval duurde het eindeloos eer er weer een volgend bord met de reeds gelopen afstand opdook langs de weg. En alles wat hij heen liep, moest hij straks weer even zo hard terug na het keerpunt ter hoogte van Fort Uitermeer. Hij keek hoopvol vooruit of hij dat onderdeel van de voormalige verdedigingsring om Amsterdam al in beeld kreeg, maar hij zag er nog niets van. Dat viel dus niet mee. De onwillige kuitspier, die hem genoopt had zijn laatste training voorafgaand aan dit evenement voortijdig te beëindigen, deed een beetje vervelend. En de hamstrengen van hetzelfde been voelden ietwat stijf. 'Dat kon hij er nog wel bij hebben'. Intussen waren ze het oude landhuis, met de overblijfselen van plaatselijke industriële activiteit in de grote achtertuin, reeds gepasseerd. Bij het hek prijkte nog immer het bord met de aankondiging dat de eerste appartementen in de verkoop zouden gaan. Maar van enige bouwkundige aanpassing was nog altijd niets te zien. Sterker nog, een van de ruiten op de begane grond vertoonde duidelijke sporen van pogingen tot vernieling. Je zou toch denken dat zelfs deze woningen in deze periode van gekte op de huizenmarkt als broodjes over de toonbank zouden moeten gaan. Maar niets is blijkbaar minder waar.

Hij zag het bord met de 7 km-aanduiding en was blij verheugd dat er nog slechts 3 kilometers te verhapstukken waren. Hij had de niet-kletsnatte spons half onder zijn shirt in de nek gestoken, zoals hij bij zijn vorige loop ook iemand had zien doen. In de vaste overtuiging dat er bij het keerpunt een ander, doornat exemplaar zou worden aangereikt, maakte het hem niet uit dat het ding over zijn rug naar beneden gleed en daar bleef hangen. Toen er bij het keerpunt alleen bekers water in de aanbieding bleken, had hij wederom even een lastig moment. Want hij wilde per se de inhoud van het aangereikte bekertje op de spons deponeren. Dus moest hij het stuk schoonmaakgereedschap onderaan zijn bovenkleding vandaan vissen. Om dit te kunnen doen besloot hij even te wandelen en daardoor verloor hij nu echt de aansluiting met zijn privé-pacer. Deze trouwe makker had dat even later door, nam zichtbaar gas terug en wachtte geduldig tot hij weer in zijn kielzog terug was. Daar zag hij verdorie toch weer het bord met 7 km erop! Hoe was dat nu mogelijk? Een heel vervelend foutje van de organisatie of had hij eerder een fata morgana gezien? Het hakte er hoe dan ook mentaal weer even flink bij hem in. Kilometers 4 t/m 9 bleken allen in rond de 5:45 minuten te zijn gegaan. Ondanks alle moeite die hij had, hield hij het hoge tempo toch maar mooi steeds vol. Alleen de zevende kilometer duurde, mede door het ronden van het keerpunt en het wandelen met het bekertje 5:58 minuten.

Een loper getooid met donkere zonnebril, die op een gegeven moment langszij kwam, vroeg hoe het ging. Hij antwoordde dat het beter kon en dat zijn haas hem iets te hard liep. Die laatste moest bij voortduring achterom kijken en temporiseren om hem de aansluiting niet te doen verliezen. Een lange, ranke jongedame, gekleed in een van veraf opvallend zichtbare, nauwsluitende lange, groene renbroek met panterprint, liep vrijwel de gehele koers een eindje voor hen. Zij kwamen wel steeds wat dichter bij haar en haar mannelijke metgezel, maar verloren ook net zo hard weer terrein. Na 9 km kon Peter zich niet langer inhouden en ging er plotsklaps als een haas vandoor. Naar het idee van onze hoofdpersoon om in het kielzog van de groene luipaarddame te geraken. Maar nee, hij stoof er gewoon langs en zette zijn wilde demarrage voort. De volger had geen enkel moment het gevoel bij te kunnen blijven, maar zette onbewust toch wel aan en raapte zowaar een behoorlijk aantal stilgevallen lopers op. Een man in een groengeel shirt liep zich eerst voorbijlopen, om vervolgens zelf weer over onze loper heen te gaan. Die laatste dacht: 'je doet je best maar, ik ga zo hard genoeg'. En dat gevoel was juist, aangezien hij zijn laatste volle kilometer in 5:22 minuten, bij 11,18 per uur wist af te werken. Had hij, ondanks alle gevoelde moeite gedurende de hele race, even zo goed een tweede adem en zelfs een versnelling weten te vinden. Met 11,44/uur 'stormde' hij over het manageterrein op de eindstreep af. Een kilometer of wat eerder was hij een jonge man in witte kledij gepasseerd die zijn voeten steeds stampend op de grond zette en zwalkte alsof hij helemaal op, dan wel dronken was. Toen hij op dat laatste rechte eind omkeek, kwam dezelfde jongeling met een gang van minstens 20 per uur bijna letterlijk langsvliegen. Alsof hij door een gevaarlijk wezen op de hielen gezeten werd. De eindtijd van onze loper was 57:10 minuten en daarmee kon hij niet anders dan uiterst content zijn. Hij had dan wel niet echt lekker en ontspannen gelopen, die tijd vergoedde heel veel. En hij wist maar al te goed dat hij dit resultaat volledig te danken had aan Peter, zijn te elfder ure ontsnapte privéhaas.

Na heel veel uithijgen van zijn kant, was het prettig om nog wat rond te hangen bij de finish. Daar zagen ze de oude krijger Anton binnenkomen. Die had hij kort na de start in het voorbijgaan al op de schouder geklopt en ergens onderweg langs de rivier nog eens aanmoedigend toegeroepen toen de oudste nog heen en de jongere alweer terug richting eindstreep ging. Het grappige was dat Peter deze supersenior onlangs ook bij een van de trimlopen in zijn eigen regio was tegengekomen. Twee jonge rensters die vlak naast hen stonden, vroegen of zij een paar plaatjes van ze wilden schieten. Toen de dames beloofd hadden daarna ook de twee jongere-oudere heren op de gevoelige plaat vast te willen leggen, gaven zij hun jawoord. Zij waren de allerlaatsten die hun tas kwamen ophalen en de geïmproviseerde mannenkleedkamer werd al afgebroken toen zij maar net klaar waren met omkleden. Dat mocht allemaal niet deren, want hun Weespse samenloop was weer eens zeer succesvol gebleken. Op de weg terug naar het treinstation lieten zij de race nogmaals de revue passeren en maakten ze half-en-half plannen voor een volgende gelegenheid. Het afscheid was vanzelfsprekend allerhartelijkst en met een uiterst goed gevoel keerden beiden huiswaarts.

Thuisgekomen bekeek hij voor het eerst de verdiende medaille echt goed. En hij zag iets opvallends: op de achterkant zat weliswaar een plakker met de datum van die dag maar verder was er op de gehele plak geen enkele verwijzing naar de naam van de trimloop of de plaats van handeling. De voorkant vertoonde een reliëf-afbeelding van een groepje hardlopers met erachter het gebouwensilhouet van een, zo te zien, grote stad inclusief hoogbouw. 'Zou dit soms een subtiele verwijzing zijn naar het feit dat het stadje Weesp op afzienbare termijn onderdeel wordt van de hoofdstad van ons land?', vroeg hij zich af.

Tunnelvrees, zonnesteek of renplezier? (1 reactie)

Gepost door Arranraja op zaterdag 23 juni 2018 19:59

Bekijk vooral ook de foto's op https://arranraja.wordpress.com/

Voor wie, net als ik, geregeld meedoet aan een georganiseerde loop zijn het bekende mailberichten: de nieuwsbrieven van trimlopen. Soms melden ze al een half jaar van te voren dat de inschrijving voor het betreffende festijn is geopend. Dan denk ik altijd: dat is leuk, maar 'komt tijd, komt raad' of beter nog 'komt tijd, komt de daad' (van het inschrijven). Je kunt als loper namelijk zomaar ineens in het ziekenhuis liggen om bijvoorbeeld van je blindedarm af te worden geholpen. Of het weer kan zo slecht zijn dat afreizen of deelnemen onverantwoord is. Dus erg vroeg inschrijven draagt bepaalde risico's met zich mee. De eerste aankondiging van de Gaasperplasrun kwam ook al begin februari. Het extra bericht van aanvang mei was wel echt interessant. Want ze hadden brekend nieuws, of ze wilden nieuws breken, iets in die trant:

'Normaal gesproken willen we je niet storen met extra mailtjes maar we hebben groot nieuws! Dit jaar heeft de Gaasperplasrun een extra afstand van 13,65 km! In samenwerking met Rijkswaterstaat en IXAS (de aannemer) lopen we dit jaar over de A9 door de in aanbouw zijnde Gaasperdammertunnel!

Hoe leuk is dat?

Het belooft heel spectaculair te worden, in de tunnel staan veel vrijwilligers van Rijkswaterstaat en aan het eind van de tunnel een DJ met opzwepende muziek.'

Omdat ik eerder dit jaar door lichamelijke ongemakken (lees mijn verhalen hierover) en door één heuglijk feit (25 jaar getrouwd) al een aantal lopen heb moeten missen. En mede daardoor bij de twee trimlopen ervoor niet de geplande langste afstand durfde te kiezen, heb ik mij direct na ontvangst van dit nieuws ingeschreven. Niet eens speciaal vanwege het unieke decor maar vooral vanwege de langere afstand dan de gebruikelijke maximale 10 km. Want eigenlijk ervaar ik 10 km als te kort om het onderste uit de kan te kunnen halen.

Bij alle onderdelen van het Rondje Mokum-circuit is er de mogelijkheid de dag voorafgaand het startnummer alvast af te halen bij het plaatselijke filiaal van de sponsorende keten hardloopwinkels. Aangezien ik bij deze loop al eens in een lange rij heb moeten wachten alvorens ik het benodigde papiertje in handen had, maakte ik graag de noodzakelijke fietstocht naar A'dam-Oost. Daar moest ik voor het eerst ooit aansluiten achter één voorganger, die net beschreven kreeg hoe het parcoursdeel in de tunnel er uitzag. Die info kon ik mooi meepakken. Ik werd geholpen door een vrouwelijke collega van de parcoursbeschrijver en zij wist te melden dat het tunneldeel een heuse 3 km lang zou zijn. Dat had ik bij een vluchtige bestudering van de routekaart niet geconstateerd. Ik wil niet zeggen dat de schrik mij om het hart sloeg, maar ik krabde mijzelf toch wel eventjes achter de oren. Ik had mij namelijk in het hoofd geprent dat er maar een deel van die 3 km ondergronds geacteerd diende te worden. En ik had nog nooit een langere afstand dan die van de IJ-tunnel in hartje Mokum (1039 meter exact) verhapstukt. Oké, die heb ik inmiddels wel al acht keer bedwongen maar ooit was deze tunnel de reden voor mij om niet te willen deelnemen aan de Dam tot Damloop. Nu heb ik niet echt last van claustrofobie maar ben zeker niet gek op ondergrondse ruimtes. Afijn, ik had mij ingeschreven, mijn startnummer opgehaald en ik zou het wel gaan meemaken.

's-Morgens en onderweg op de fiets was het bewolkt, dus ik had mijzelf niet ingesmeerd met zonnebrand. Wel had ik voor de zekerheid wat meegenomen en omdat de zon toch doorbrak, heb ik in de kleedkamer alsnog een laag UV-beschermer aangebracht op gezicht, onderarmen en knieën. Ik ging vrij laat het startvak in aangezien ik nog wat wilde opwarmen. Toen ik eenmaal in de massa was aanbeland, kwam het startschot sneller dan verwacht. De bochten werden, nog als vorige jaren, in het begin flink afgesneden. Omdat het veelal ging om bochten van minder dan 90 graden en er steeds gras aldaar lag, was dit niet eens heel vreemd. Ik deed aan die afsnijdpraktijken maar gedeeltelijk aan mee, want ik wilde mijn zelfgekozen lange ren niet onnodig inkorten. Op de baan hoorde ik een loper achter mij verkondigen dat veel renners er zo hard vandoor gingen en dat dit niet verstandig was. Dit herinnerde mij er maar weer eens aan dat niet te snel van stapel te lopen een verstandige racestrategie is. Dus zorgde ik ervoor mij niet gek te laten maken door alle renners en rensters die langs mij vlogen.

In het enige bebouwde straatje dat wij in de buurt Holendrecht aandeden, hoorde ik ineens achter mij iemand mijn naam roepen. Ik draaide mijn hoofd om en zag een mij onbekende renster die mij succes wenste. Uiteraard retourneerde ik die wens direct. Zij was de enige die onderweg gebruik maakte van het gegeven dat mijn voornaam groot op de achterkant van mijn oranje renshirt te lezen was. Dat tricot had ik 6 jaar min 8 dagen eerder van mijn oudste dochter voor mijn verjaardag cadeau gekregen. Mijn leeftijd van toen staat als rugnummer op het textiel onder mijn naam. Na afloop vroeg een man met wie ik onderweg een paar woorden had gewisseld, hoe lang geleden ik zo oud was geweest. Daarover had hij onderweg lopen prakkiseren. Vóór de start had ik al wat bekende AV '23-gezichten ontwaard (waaronder uiteraard Marijke) en een bijna-buurman die ik nog nooit eerder bij een hardloopevenement had gezien. In het parkgedeelte tussen Holendrecht en de Gaasperplas kwam Machteld voorbijsnellen en verdween weer rap uit beeld. Ook Gilbert, de broer van een oudcollega schoof langs mij heen. Ik was tevreden met de gang en de cadans die ik had en deed derhalve geen pogingen om met iemand mee te liften. Het was heerlijk beschaduwd in dat bijna tot bos uitgegroeide stukje park, waar ik in het alweer verre verleden zo vaak doorheen was gefietst op weg naar mijn werkplek. Op het eerste stuk tussen de huizen in de buurt Reigersbos, waar ik dus ooit zelf een aantal jaren woonde, was het echt warm in de zon en uit de wind. Gelukkig kwam er weer snel een breed fietspad onder de bomen. Geregeld stonden er langs de kant mensen met hun telefoon te fotograferen of te filmen. En ook de nodige aanmoedigingen ontbraken gelukkig niet.

Na 3,5 km zat de bebouwde kom er voorlopig even op en begonnen wij aan het ronden van de plas waaraan deze loop zijn naam ontleend. Zoals ik in vorige verslagen al eens heb geschreven, het water zie je door de weelderige begroeiing rond het parcours op deze tocht (als je er al oog voor hebt) maar op enkele punten. Er kwamen twee mannen langslopen waarvan de ene, wiens gezicht ik van een andere loop herkende, druk aan het praten was. En zo te horen over zijn werk. Waar het hart van vol is, zullen we maar zeggen. Even later werd ik door een blotevoetenrenner voorbijgestreefd. Het iemand zonder enige zoolbedekking zien lopen deed mij al bijna pijn aan de voetzolen. Ik had steeds een keurige snelheid van iets boven de 10 per uur, met kilometertijden tussen de 5:45 en 6:00 minuten. Gezien de redelijk warme weersomstandigheden (hoewel de wind hier en daar wel verkoeling bracht) in mijn beleving absoluut geen beroerde cijfers. In mijn herinnering stond op 5 km de verzorgingspost. Ik moet zeggen dat ik daar absoluut naar uitkeek en dan met name naar de sponzen. Mijn hoofd verlangde hevig naar een portie natte verkoeling. Het was dan ook even slikken toen die post niet kwam opdagen op de door mij verwachte plek. Dat verwerkt hebbende, realiseerde ik mij dat de versnaperingen pas een eind verder zouden worden aangeboden. Dan nog maar even doorbijten! Ik sprak met mijzelf af dat ik mijn hoofddeksel, dat ik daar waar de verkoelende bries goed voelbaar was steevast even van mijn kop verwijderde, tijdig aan mijn riem zou hangen. Ik wilde namelijk zowel hoofd als handen vrij hebben om uitgebreid te kunnen lappen.

Vrijwel direct na de verfrissingspost werden we gelukkig weer het bos in gestuurd. Want zo durf ik het deel van het Gaasperpark tussen de plas en het gelijknamige metrostation wel te noemen. Dat betekende vooral rennen over beschaduwde asfaltpaden, maar daardoor wel steeds uit de koelte-brengende bries. Hier had ik het korte onderhoud met de mannelijke renner die na afloop in de kleedkamer impliciet naar mijn leeftijd vroeg (voor de minder aandachtige lezer: zeer onlangs heb ik de zes kruisjes mogen bereiken). Hij had zijn spons half onder het shirt in zijn nek gestoken, bij wijze van continue koeling. Ik vroeg of hij niet bang was het koelelementje op die manier te verliezen. Daar maakte hij zich echter totaal geen zorgen over. Hij complimenteerde mij door te zeggen dat ik regelmatiger liep dan hij, want eerder was hij mij in het gezelschap van een paar maten voorbijgestoken. Ik zag op dat moment dat ik nauwelijks 10 per uur ging en kon dus repliceren dat ik ook wat langzamer vooruitkwam dan eerder op de route.

Vooraf had ik de routekaart wel goed bestudeerd om nauwkeurig vast te stellen waar het parcours van deze eenmalige tunnelrun de route van de gebruikelijke 10 km verliet. Dat was na exact 7 km, toen er net weer even zicht was op de waterplas. Hier begon voor mij het avontuur, want ik kwam om te beginnen in een deel van het park waar ik niet vaak vertoefd had. En daarna volgde uiteraard het spannende tunnelgedeelte. Het park was hier zo mogelijk nog bosachtiger en daardoor mooier dan het zuidelijker gedeelte waar ik daarvoor had gerend. Ik hoop maar dat de bestuurders van dit stadsdeel het niet in hun hoofd gaan halen hier een zelfde kaalslag te gaan plegen als in het voormalige Bijlmerpark, dat in mijn tijd net zo begroeid was als deze vroegere Floriade-locatie. Mijn snelheid was, zoals ik net al vermeldde, teruggelopen naar iets onder de 10/uur, maar ik had dan ook inmiddels meer dan de helft erop zitten. Wel was het daar dus prachtig en mede daardoor heel prettig lopen. Alleen de zachte ondergrond van een echt bospad ontbrak eigenlijk. Was mij tijdens die kilometers ook bezighield, was waar en hoe wij het nieuwe snelweg- en tunneldeel zouden gaan bereiken. Dat bleek eigenlijk heel simpel: om de plaatselijke camping (was niet heel druk bezet) heen en onder de evenwijdig aan de A9 lopende Langbroekdreef door. Dan direct scherp naar rechts en via een smal voetpad omhoog naar het niveau van de dreef. Die volgden wij tot aan het einde bij het er haaks opstaande water genaamd de Gaasp (naamgever van de Plas en het stadsdeel Gaasperdam). Linksom ging het enkele tientallen meters langs de Provinciale Weg en onder de snelweg door. Daar stond een man bij een motorfiets met klingelende belletjes aan te moedigen. Dit moest, gezien hun intieme omgang, wel de partner zijn van een AV Aalsmeerloopster die mij al meerdere keren voorbijgegaan was. Nogmaals linksaf werkten wij ons verder omhoog via een werk-oprit naar het stuk snelweg A9 dat 'Gaasperdammerweg' genoemd wordt.

Bovenaan stonden wat dikbuikige wegwerkers getooid met veiligheidshelmen en fluorescerende vesten te surveilleren en aan te moedigen. Er diende eerst een open stuk asfalt overbrugd te worden, alvorens de ingang van de gloednieuwe tunnel bereikt zou worden. Dit bleek echt verreweg het heetste stuk van de route, in de volle zon en volledig uit de wind achter de betonnen wand van het naastgelegen tunnelgedeelte. Daadwerkelijk een bakoven derhalve, opgetrokken uit asfalt en beton. Als je hier lang moest vertoeven zou je zo een zonnesteek kunnen oplopen. In mijn beleving was het daar echt flink afzien. Het bereiken van de schaduw van de naastgelegen tunnelwand zorgde bij mij voor het slaken van een bescheiden kreet van opluchting richting de renster naast mij. Een vrouw, eveneens in veiligheidsvest, stond aan de rechterkant in de volle zon aan te moedigen. Zij was zo enthousiast bezig dat ik haar wel een high-five wilde geven. Daarvoor zou ik echter flink van mijn lijn moeten afwijken, terug de volle zon in en dat vond ik, gezien de warmte, net weer iets te veel van het goede. Dus beperkte ik mij tot het in haar richting uitstrekken van mijn arm. 'O, wil jij een high-five' riep de enthousiastelinge en kwam direct aansprinten om de handjeklapactie ten uitvoer te brengen. Die spontane actie zorgde er bij mij voor dat de aankomende zonnesteek niet kon doorzetten.

Om de paar-honderd meter stonden er mensen in oranje vest ons aan te moedigen, de een nog fanatieker dan de andere. Het was helemaal niet eng om de tunnel in te gaan, nee, het was zelfs wel prettig na de bakoven even daarvoor. Het wegdek ging ook niet steil naar beneden, zoals bijvoorbeeld bij de IJtunnel, en je kon bij de ingang al het licht aan het einde zien. Ook scheelde het ongetwijfeld dat de circa 500 deelnemers allang over het gehele parcours waren uitgesmeerd. Sterker nog, op het moment dat ik de tunnel inschoof, waren de eerste twee renners al gefinisht. Het was er derhalve niet afgeladen druk. Reeds de dag tevoren, bij het afhalen van het startnummer, had ik al gehoord dat het tunneldeel uit twee stukken bestond. Dat betekende in de praktijk dat er ergens onderweg een hellinkje genomen moest worden en daarna in de open lucht een stukje weg dat nog geen weg was, maar een zooitje van steenslag en andere ongerechtigheden. De eerder genoemde blotevoetenrenner, die ik na afloop op de baan nog kort sprak, had hier moeten wandelen omdat de ondergrond zelfs voor zijn getrainde voetzolen te ruig was. Toevallig kwam ik samen met twee jonge vrouwen het eerste tunnelstuk uit. Bij de voorste riep de smartphone-hardloopapp net op dat moment dat er 11 km waren afgelegd. Ik zag ongeveer tegelijkertijd op mijn Garmin 10,65 km staan. Ik kon dus roepen dat we de 11 km nog niet hadden bereikt en nog precies 3 km hadden af te leggen. Want ik was er zeker van dat mijn Forerunner 235 met GPS én GLONASS nauwkeuriger is dan eender welke slimme telefoon ook.

De twee stukken tunnel, die aan de rijbanen te zien in- en uitvoeggedeeltes gaan worden, maten bij elkaar, zoals eerder vermeld, 3 heuse kilometers. Aan het einde van het tweede deel was bij de uitgang een drinkpost. Ik pakte dankbaar een bekertje water aan om dit vervolgens op mijn al aardig uitgeknepen spons leeg te kieperen. Nu kon ik tenminste weer lekker mijn hoofd en nek dweilen. We waren juist onder de gecombineerde spoorweg- en metrolijn boven gekomen. Een venijnig klimmetje terzijde van dat talud leidde ons richting metrostation Bullewijk. Een vrouw die al een tijdje om mij heen draaide, ging wandelend omhoog en een man was dan weer aan het wandelen, dan weer aan het rennen. Voor mij was die aanblik niet erg inspirerend. Precies 12 warme km's hadden wij lopers op dat moment in de benen. Het was mijn eer uiteraard wel te na om ook te stoppen met rennen, maar het ging echt niet meer van harte. De eerste 2 km in de tunnel had ik nog wel boven de 10/uur en dus onder de 6 minuten weten te verhapstukken, daarna zakte ik definitief eronder en erboven, al was het maar een fractie met 9,99/uur en 6:01 minuten. Ik zat er onderhand een beetje doorheen en verlangde naar de eindstreep. Het klimmetje deed mij, in ieder geval gevoelsmatig, dus mijn laatste beetje snelheid verliezen. Langs de ingang van het genoemde metrostation ging het door een stukje van de Bijlmer waar ik eigenlijk nooit kwam of kom, de H-buurt. Toch wel leuk om daar al rennende eens een kijkje te nemen, al ging ik niet sneller meer dan 9,62 per uur.

In min of meer rechte lijn liepen we naar het Nelson Mandelapark en dus terug naar waar wij allen begonnen waren aan deze lange voettocht. Er wandelden ons al wat renners met medailles om de nek tegemoet en eentje was zelfs aan het uithollen. Die hadden hun inspanning er reeds opzitten en ik voelde een klein beetje jaloezie bij mij naar boven komen. In het park was er een laatste net-niet-haakse bocht waar een vrijwilligster voor piet-snot stond omdat ook hier iedereen over het gras afsneed. Alsof ik een duidelijk gebaar wilde maken, liep ik wel helemaal over het asfalt en vlak langs de dame met het blauwe hesje. Die keek echter niet op of om en zag derhalve niet mijn opgestoken duim. Pal bij de ingang van de atletiekbaan stond een saxofonist zich de longen uit het lijf te blazen. Ook hem gaf ik mijn gecombineerde teken van begroeting, aanmoediging en enthousiasme. En ik had de indruk dat hij het wél zag. Een paar keer achteromkijkend constateerde ik met tevredenheid dat er zich geen concurrentie in mijn kielzog bevond en dat ik dus niet verder hoefde aan te zetten dan de 10/uur die ik weer gevonden had, om een eventueel sprintende achteropkomer voor te blijven. In 1:21:06 uur, kon ik er een punt achter zetten.

Voorbij de meet liep ik (bevangen door de hitte?) aanvankelijk naar de verkeerde medailleverstrekster omdat die blijkbaar allen de plakken voor de 10-km-deelnemers had. Die vergissing was echter met enkele stappen gecorrigeerd en na tevens een flesje water te hebben ontvangen, kon ik koers zetten naar het nu vrijwel verlaten deel van de blauwe atletiekbaan om uit te wandelen en na te hijgen. Daar liep even later de man die blootsvoets het hele traject had afgelegd. Ik sprak naar hem mijn bewondering ervoor uit. Zelf loop ik in huis nog niet eens op blote voeten. Hij wist nog te vermelden dat het asfalt in de tunnel niet schoongeveegd was en dat het daar om die reden voor hem ook niet echt lekker lopen was. Op dergelijke momenten ben ik altijd weer extra blij met mijn fijne Asics Gel Cumulus-schoenen (ik heb net weer een vers paar aangeschaft, trouwens). In de vochtig-warme kleedkamer sprak ik een paar woorden met een relatief jonge man, die vertelde dat hij meewerkte aan de beveiligingssystemen van de Gaasperdammertunnel en dat er zo'n veertig tunnelbouwers aan de loop hadden deelgenomen. Ook hoorde ik het verhaal aan van een (naar eigen zeggen) 62-jarige loper die opbiechtte dat hij er niet tegen kon als hij door een vrouw gepasseerd werd. 'Ik denk dat ik maar eens naar de psychiater ga', voegde hij er half-schertsend aan toe.

Misschien wel het absolute hoogtepunt van mijn dag was de renner die mij herkende als 'schrijver van lezenswaardige blogs' (zijn woorden of iets van die strekking !!). Waarbij hij met name verwees naar mijn verhaal over de Vechtloop van vorig jaar. Een kort gesprek, ook over mijn vaste loopmaatje en privéhaas Peter, ontspon zich. Niet toevallig is de volgende trimloop op mijn programma die bewuste loop in het naburige Weesp. Ondanks dat ik mij deze keer niet kon optrekken aan Sylvia, die ik helemaal niet heb gezien, maar later wel terugvond in de uitslagen als zijnde ruim 3 minuten vóór mij gefinisht, en de opnieuw warme omstandigheden, heb ik toch veel renplezier beleefd. Niet in het minst door de variatie in- en uitbreiding van het parcours. De na afloop door de vrouwelijke speaker gebezigde oproep 'volgend jaar weer door die tunnel !!', kan dan ook alleen maar door mij ondersteund worden. En de organisatie zal dat vast ook een goed idee vinden, want de tunnelloop leverde nu naar verluid zo'n 200 extra deelnemers op.

Sublieme samenwerking met Sylvia (2 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 31 mei 2018 16:15

Ook te lezen (met veel foto's) op https://arranraja.wordpress.com/

Geinloop 2018 was alweer de tweede trimloop na mijn plotselinge operatie eind maart. Nu had ik het wel aangedurfd op te gaan voor een (hopelijk) lekkere 15 km. En ik werd, zoals je hieronder kunt lezen, op mijn wenken bediend! Met de weersomstandigheden kon het vriezen of dooien, meer specifiek: regen en onweer of drup. Traditioneel ga ik op de fiets langs het kanaal naar Driemond, omdat dit de kortste klap is. Deze keer waren onweers- en/ of stortbuien zoals gezegd een reële mogelijkheid, dus ik hield de diverse regenradars goed in de gaten. Zoals altijd gaven die verschillende voorspellingen en wisselden de getoonde beelden ook nog van uur tot uur. Uiteindelijk werd de soep wéér eens lang niet zo heet gegeten als hij werd opgediend. Sterker nog, hij was gelukkig maar lauw-warm. Op de heenweg had ik slechts wat gespetter te verwerken. Ik was zo verstandig geweest om vooraf (tegen meerprijs) mijn startnummer te laten opsturen. Dat kon ik derhalve thuis al opspelden. Ik wil altijd graag dat het stukje papier zo recht mogelijk op het betreffende kledingstuk komt te zitten en dat wilde ditmaal absoluut niet lukken. Na vier of vijf keer herplaatsen, heb ik het maar opgegeven om de perfecte positionering te bereiken. Ik arriveerde vrij laat bij de start, maar had net genoeg tijd om een beetje de benen te prepareren voor de lange tocht langs de korte rivier.

Ik ging achteraan in het rennerspak gaat staan en begon in een gevoelsmatig laag tempo. Dat alles is relatief, want de eerste kilometer ging ik toch al 10,47 km per uur. Die eerste 'ronde' is ook slechts een inleidende beschieting, want hij dient om de lopers de dorpskern van Driemond door en naar de boorden van de Gein te brengen. Nog op Zandpad Driemond, dus hartje centrum, schoof ik voorbij Marijke, die zich voor mijn gevoel wel op een erg lage snelheid voortbewoog. Ik heb haar die dag niet meer teruggezien. Later zag ik de uitslagenlijst dat zij de halve marathon (die ik hier eigenlijk ook gepland had) had gelopen en daarvoor ruimschoots de tijd had genomen. Grappig was dat de praatgrage spreekstalmeester bij de start de Gein het mooiste stukje Amsterdam noemde, terwijl het riviertje in zijn geheel in de provincie Utrecht ligt en de huizen volgens hun adressering tot de gemeente Abcoude behoren. Daar waar het gehucht Driemond daadwerkelijk onderdeel van de gemeente Amsterdam is, maakt Abcoude deel uit van de grotere bestuurlijke eenheid Ronde Venen. Abcoude ligt dus in de provincie Utrecht, maar (triviaal feitje) heeft door grenswijzigingen eerder tot zowel Noord- als Zuid-Holland behoord. Feitelijk liepen wij hier in een letterlijke uithoek van de provincie Utrecht, want zowel het aangrenzende Amsterdam-Zuidoost een de ene kant, als het land aan gene zijde van het kanaal aan de andere kant zijn onderdeel van Noord-Holland.

Het was zoals gebruikelijk een genot om te mogen rennen in het prachtige decor van meanderend riviertje, boerderijen, woonhuizen en omliggende weilanden en akkers. Lopend op Gein-Noord richting Abcoude, zag ik al snel in een weiland een ooievaar staan. Even later kwam er een grasperceel geheel gevuld met zwart- en roodbonte koeien voorbij. Alle mij bekende herkenningspunten, zoals twee molens (waaronder de Broekzijdermolen op Gein-Noord) en een voormalig op een kapel gelijkend zondagsschooltje genaamd Eben Haezer, waren ook weer van de partij. Mooie tuinen en uitdragerijen wisselden elkaar af, net als de doorkijkjes naar Amsterdam-Zuidoost aan de noordwestkant en de bomenrij langs het Amsterdam-Rijnkanaal aan de zuidoostzijde. De B&B-etablissementen, de theetuin, de kaasboerderij, de pluktuin en de vergaderlocatie annex paardenstal leken allen nog steeds in bedrijf.

Machteld kwam voorbij schuiven en ik had vlot geconstateerd dat ik die niet zou kunnen bijsloffen. Waar zijn toch de tijden dat ik deze AV '23-loopster makkelijk mijn hielen liet zien? Na een paar kilometer kwam een andere dame in beeld en toen ik zag dat zij niet rechtsaf naar Gaasperdam ging voor de halve marathon, maar net als ik rechtdoor voor de 15 km, besloot ik mij op haar te richten. Temeer omdat zij niet van mij wegliep, maar het gat tussen ons, zij het langzaam, steeds kleiner werd. Ergens tussen de 4e en 5e kilometer heb ik haar bijgehaald en ben ik iets vóór haar gaan lopen. Met de bedoeling haar op sleeptouw te nemen. Eerst leek het of zij niet zo enthousiast was over mijn nabijheid, want zij hield vrij angstvallig de andere rand van het asfalt aan. Na ruim 6 km kwam Abcoude in zicht en werd het tijd om via een brug (eerder in de race had ik een vrouw achter mij horen vertellen dat deze wateroverspanning daar in de volksmond de 'Kippetjesbrug' genoemd wordt, officiële naam: Jan Swinkelsbrug) de andere kant van het water op te zoeken en de tocht in omgekeerde richting op Gein-Zuid voort te zetten. Mijn metgezellin, die Sylvia bleek te heten, ging heel kort door de bocht over het gras, mij daarmee voorbij en nam een metertje of wat afstand. Zonder veel moeite slofte ik dat gaatje weer dicht en kwam in haar slipstream terecht. Na korte tijd nam ik opnieuw de leiding op mij, maar de dame verkoos toch weer de gene zijde van de weg. Een eind verderop, ongeveer bij de molen Delphine (meerdere malen door Piet Mondriaan vereeuwigd en nu in gebruik als overnachtingsaccommodatie), werd het drukker op de route want wij liepen de deelnemers aan de 10 km tegemoet. Zij hadden hier tevens hun keerpunt, wat er voor zorgde dat ze ook weer onze kant opgingen.

Er was intussen ons een motorfiets gepasseerd met achterop een cameraman met werkend apparaat. Daar ter plaatse en later nog een paar keer werden wij duidelijk op het digitale celluloid vastgelegd. Want die motor passeerde ons zeker drie keer. Het was, ondanks de bewolking en de enkele spetter, onderhand aardig warm geworden. Ik had het eerder al nodig gevonden mijn hoofd te voorzien van een zweetband, teneinde de druppels uit mijn ogen te houden. Erg blij was ik dan ook dat op de splitsing naar de Velterslaan de tweede verzorgingspost zich aandiende. Drinkbaar vocht had ik niet nodig, met de fles sportdrank aan mijn riem, maar ik wist niet hoe snel ik een natte spons moest bemachtigen. Mijn gehele hoofd snakte naar een flinke opfrisbeurt. Dat daarbij de glazen van mijn renbril onder de druppels kwamen te zitten, nam ik daarbij graag even voor lief. Mijn compagnon had wel behoefte aan een paar slokken water en nam een beker water mee. Om de 15 km vol te krijgen, dienden wij een uitstapje te maken richting het Fort bij Nigtevecht en het Amsterdam-Rijnkanaal. Helaas voor mij was ons keerpunt niet, zoals wel voor de halve marathonsafstand, op de kanaaldijk langs het water, maar eerder bij de ingang van het fort. Gelukkig had ik vooraf de parcourskaart bestudeerd en was ik geestelijk voorbereid op het ontberen van direct contact met mijn favoriete waterweg.

De Velterslaan is een stukje smaller dan de wegen aan weerszijden van de rivier Gein. Dat gegeven en de lopers die hun keerpunt al hadden gemaakt en terugkwamen, zorgden ervoor dat Sylvia en ik dichter bij elkaar kwamen te lopen. Al een kilometer of vijf in elkaars kielzog hadden wij trouwens nog geen blik of woord gewisseld. Dat was er eenvoudigweg nog niet van gekomen en in ieder geval had ik al mijn adem nodig om in het strakke tempo van rond de 10,5 per uur te kunnen volharden. Er was onderhand wel een soort van samenwerking aan het ontstaan en die ging, naar mate de kilometers onder onze voeten wegtikten, steeds beter. Wij haalden wat lopers en loopsters in, maar werden ook opgeraapt door een druk keuvelend drietal, bestaande uit twee mannen en een vrouw. In het weiland aan een kant van de laan zag ik wederom een ooievaar. Zou dat dezelfde zijn als eerder op de middag? Geen idee, maar ik vond het wel bijzonder en overwoog of ik mijn loopmaatje erop zou wijzen. De vogel was best lastig te zien tussen de bomen door en dit zou tevens een wat aparte openingszin van mijn kant zijn. Dus gebruikte ik mijn mond zoals de hele tijd om goed uit te ademen.

Wij liepen nog steeds een zeer regelmatig tempo, zo rond de 10,5 per uur. Toen we de Velterslaan heen-en-terug hadden afgewerkt en bij de verzorgingspost rechtsaf gingen, terug Gein-Zuid op, gooide met name Sylvia er een kleine schep bovenop. En ik kon zowaar makkelijk volgen, of liever gezegd, naast haar voortgaan. Het geluid van haar voetstappen was zeer regelmatig. Vaak heb ik last van de geluiden van andere renners, maar nu absoluut niet. Er ontstond, in ieder geval in mijn beleving, een ideaal ritme van naast elkaar voortbewegende voeten en eraan gekoppelde benen. Wij gingen nu harder dan tijdens de eerste 10 km, en dat liep als een trein. Na afloop vertelde Sylvia dat zij altijd langzaam op gang komt en dus blijkbaar een imitatie van een diesel doet. Nog steeds hadden wij geen woord gewisseld, maar de samenloop voelde voor mijn gevoel als perfect aan. En ik had ook geen enkele twijfel dat ik in dit relatief snelle tempo nog wel een tijdje kon volharden. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik vorig jaar, toen ik op hetzelfde parcoursgedeelte in mijn eentje liep, onderhand gevoelsmatig wel naar de eindstreep verlangde. Nu kon deze loop mij vooralsnog niet lang genoeg duren.

Langs de zuidoever van die machtige Gein (grapje, hij ziet er meer uit als een breed uitgevallen sloot) gingen wij zo voort. En de tred zat er nog immer prima in. Kilometer 12 ging in 5:37 minuten, nummer 13 in 5:34 en ronde 14 met een te verwaarlozen verval in 5:39. Als een geoliede machine snelden wij richting Driemond. Ook aan een fijne lopersroes komt echter een einde, als je zoals ik voorkennis hebt van de nog af te leggen route. Ik zag namelijk een beetje op tegen het de brug aan het einde van Gein-Zuid 'beklimmen' en het stuk dat daarna nog door downtown-Driemond diende te worden verhapstukt. Een minder fijn wegdek, een paar drempels, bochten en een brug kunnen als de psychische vermoeidheid zich begint aan te dienen, in je hoofd worden opgeblazen tot grote obstakels. Die brug op viel nog wel mee, maar in de bebouwde kom kon ik Sylvia slechts nog volgen. Echter wel met steeds grotere moeite. Het leek alsof ik langzaam aan het instorten was, maar als ik kijk naar de tijd over de laatste kilometer is dat beslist bezijden de waarheid. Rondje nummer 15 deed ik namelijk in 5:29 minuten bij 11,04 per uur. En de 35 meter die ik volgens mijn Garmin extra liep, haalde ik een snelheid van 11,79 per uur.

Het was gewoon zo dat diesel Sylvia steeds harder ging lopen en ik kon die versnelling op een gegeven moment eenvoudigweg niet meer volgen. Op de Lange Stammerdijk waren er wat gaten in de weg en daarop concentreerde ik mij. Hier viel er echt een gaatje tussen ons tweeën. Even later draaide de dame zich om en riep naar mij dat ik wel moest bijblijven. Het eerste echte contact was hiermee een feit. Ik riep terug dat zij ineens wel erg voortvarend was en mij nu echt te hard ging. Intussen ploegde ik zo goed mogelijk voort. In 1:25:09 kwam ik een aantal meters na mijn loopmaatje van die dag over de finish. Daarachter stond zij op mij te wachten en nam direct het woord om mij uitvoerig te bedanken. 'Jij hebt mij erdoorheen gesleept'. Ik had het andersom exact hetzelfde beleefd en kom de dankbaarheid en complimenten dan ook direct retourneren. We hebben de buit ook eerlijk verdeeld, want zij mocht de tweestrijd in haar voordeel beslissen en ik bleek later een netto-eindtijd te hebben gescoord die precies 1 seconde sneller was dan die van mijn metgezel. Sylvia was 11 seconden eerder binnen dan ik, waar ik dus 12 tellen later van start moet zijn gegaan. Ik had voor mijn gevoel in tijden niet meer zo goed en zo snel gelopen. Met 5:41 minuten per km bij 10,59 per uur over deze loop was ik maar nauwelijks langzamer dan mijn langjarige gemiddelde over 15 km- of langere lopen. En de laatste keer dat ik sneller was, is al ruim een jaar geleden. Het geeft mij tevens het vertrouwen dat ik op een goede dag best nog wel een redelijke snelheid kan halen, ook al is een tijd als 1:16:07 (Nescioloop 6 jaar geleden) wel echt 'Andere Tijden Sport', zoals mijn maatje Peter dat immer zo plastisch weet te verwoorden.

Na onze binnenkomst was er eindelijk tijd om getweeën uit te blazen en wat te kletsen. Dat het onderwerp vooral hardlopen was, zal niemand verbazen. Zo kon ik haar wat tips geven over even leuke loopjes in de directe omgeving als deze die wij zojuist voltooid hadden. Gezamenlijk wandelden wij terug naar de plaatselijke sporthal en daar namen wij hartelijk afscheid. Hoe Sylvia erover denkt weet ik uiteraard niet, maar ik kan terugkijken op een meer dan geslaagde Geinloop: prima weersomstandigheden, zoals altijd een adembenemend mooi, afwisselend parcours en vanzelfsprekend die sublieme samenwerking met de dame die ik nog nooit eerder bewust gezien had. In je achterhoofd weet je uiteraard wel dat twee mentaal sterker en lichamelijk sneller zijn dan één. Maar als je, zoals ik, in 98 van de 100 gevallen je loopjes solo afwerkt, wil je dat nog weleens vergeten. Bij deze samenloop haalden wij in mijn beleving het allerbeste in elkaar naar boven, in ieder geval wist zij dat bij mij te bewerkstelligen. Mijn zondag kon hoe dan ook niet meer stuk en, ondanks de regen op de terugweg, de 7 km die ik nog naar huis moest fietsen leek echt een peulenschilletje. Hopelijk vind ik bij de eerstvolgende trimloop, de Gaasperplasrun, weer zo'n fijn loopmaatje.

Over rozen bij de Roze(n) Loop (1 reactie)

Gepost door Arranraja op maandag 28 mei 2018 19:59

Ook te lezen (met veel foto's) op https://arranraja.wordpress.com/

Exact een maand na mijn blindedarmoperatie stond ik weer aan de start van een georganiseerde loop. Ik had door het medische akkevietje gelukkig alleen de Nescioloop moeten overslaan en tweeënhalve week training. Nu deed ik mee aan de kleine buur van die trimloop, tevens de kleinschaligste run op mijn vaste programma. Wanneer in goede doen en vorm, attaqueer ik steevast de maximale drie rondjes van 5 km om het water van het Benedendiep. Nu hield ik het vanwege die medische interventie 31 dagen ervoor bij twee omlopen. Want ik was ook pas weer tweeënhalve week in training, zijnde 4 duurlopen van respectievelijk 6, 8, 11 en 10 km. Om die reden leek het mij iets te gortig en ook onverstandig om de 'herstart' van mijn trimloopcarriere meteen met 15 km te beginnen. Ik was al verheugd genoeg dat ik weer georganiseerd kon gaan lopen, en daarom was ik tevreden met 'slechts' 10 km.

Deze keer stonden er voor mijn gevoel relatief veel lopers en loopsters aan de start, pal voor de ingang van het Flevoparkbad in Amsterdam-Zeeburg. Het was dan ook een aardige stoet die vóór mij het Flevopark in snelde. Ik had met opzet achterin de startopstelling plaatsgenomen, zodat ik mij niet te veel zou laten opjagen door snellere lopers. Iedere eindtijd binnen het uur zou gelden als een goed resultaat, zeker ook als ik die kleine 10 km (want niet gecertificeerd) zou kunnen afleggen zonder wandelstukken. Iets waarin ik overigens alle vertrouwen had. De weersomstandigheden waren nu eens een keer zoals ze voorspeld waren, regenachtig en koel. Dat laatste is voor de meeste renners, mijzelf incluis, trouwens absoluut geen onoverkomelijk gegeven. Wel had ik tijdens mijn wandeling naar de plaats van handeling mijn tijdens de loop te dragen renschoenen onder een viaduct tijdelijk weer verwisseld voor de veel meer waterdichte, stokoude Reeboks. En mijn regenjack en dito pet kwamen nu erg goed van pas. Net voorafgaand aan de starttijd was het trouwens gelukkig wel droog.

Omdat het inmiddels ruim drie weken geleden is en ik daarna alweer een volgende loop heb verhapstukt, moet ik wat dieper in mijn geheugen graven en zijn er tevens wat details mij ontschoten. Ik ben tenslotte ook geen 18 jaar meer. De bekende taferelen ontrolden zich, ik stak wat mededeelnemers voorbij, anderen raapten mij op. En ik ging uiteraard op zoek naar collega's met wie ik gelijk-op zou kunnen lopen. Eerst viel mijn oog op een tweetal dames, maar al snel constateerde ik dat die voor mijn maatstaven te rap gingen. Daarna kwam ik in het kielzog van een groepje jonge vrouwen terecht. Maar na precies 1 km koers en net het park uit en de Valentijnkade direct erlangs op, liet ik ze reeds mijn hielen zien. Als het park en de ernaast gelegen, historische Joodse begraafplaats gepasseerd zijn, volgt steevast het minst aantrekkelijke deeltje van het parcours: het bewoonde deel van de Valentijnkade, dat tot aan de Molukkenstraat afgelegd dient te worden. Bij de 10 km moet dat dus twee keer en bij de 15 km zelfs driemaal. Zo rap mogelijk linksaf de brug over en nogmaals links de Oosterringdijk op, die tot vrijwel het einde afgelegd dient te worden. Vaak heb je hier de wind in de rug, maar soms zit het tegen, zoals vorig jaar, en moet je tegen een oost- of noordooster optornen. Nu was er van enige wind van betekenis geen sprake.

Overigens was er recent een extra brug over het water aangelegd, die de loodrecht op de Valentijnkade staande Kramatweg direct verbindt met het aan de andere kant gelegen Science Park. Het verleggen van de route over deze fiets- en voetgangersbrug, zou het eerder genoemde, minder prettige stukje Valentijnkade uit het parcours hebben gesneden. Iets wat ik persoonlijk wel toegejuicht zou hebben. Het zou echter ook het totale rondje pak-hem-beet 500 meter te kort maken. Om die reden lieten de lopers de nieuwe aanwinst links en rechts (al naar gelang hun positie in de race) liggen tijdens hun sportieve inspanningen. Ik zal er eens op studeren of die halve kilometer middels een extra lus in het park gecompenseerd zou kunnen worden en dan eventueel een routewijziging aan de organisatie voorstellen.

Nog rennend over de kade langs het parkgedeelte, zag ik de snellere lopers reeds aan de andere kant van het water voortbewegen, waaronder Cor, die ik bij deze loop altijd tegenkom en Marleen, de voorzitter van de organiserende vereniging. Zij is een bekende en vakgenoot van mijn vrouw. Deze laatste stond, ondanks eerdere aankondigingen dat zij vanwege de weersomstandigheden geen acte-de-présence zou geven, toch aan het einde van de Oosterringdijk om mij een hart onder de riem te steken en wat plaatjes te schieten. Tijdens de eerste helft van de loop liep ik keurig net iets sneller dan 10 km per uur, met kilometertijden stabiel tussen 5:50 en 5:59 minuten en lag ik derhalve netjes op schema voor de gewenste eindtijd binnen de 60 minuten. Ergens tijdens de loop vielen er nog wat spetters, maar die stelden bitter weinig voor. En mijn gok om regenjas en -pet niet aan te trekken, pakte om die reden goed uit. Want dat spul is fijn bij plensbuien of gestage regen, maar zorgt bij drogere omstandigheden al snel voor de productie van nog extra lichaamsvocht.

Zoals gebruikelijk ging aan het einde van de kanaaldijk menig renner rechtdoor naar huis en kantoor, oftewel naar de eindstreep. Ik ging naar beneden de dijk af en langs de ingang van het zwembad het park weer in. Daar vond ik halverwege aansluiting bij een gemêleerd groepje, aangevoerd door veteraan Lesley in zijn Surinaamse-vlag-shirt en een man met rubber sokken (Vibrams) aan de voeten en een lichtgroene hoofddoek op de schedel. Die twee mannen had ik tijdens de eerst ronde al steeds in het vizier gehad. De reden dat ik op dit groepje kon neerstrijken, werd mij duidelijk bij een blik op mijn renhorloge. Op het scherm van mijn Garmin zag ik een snelheid van 9,7 per uur. De twee heren waren wat betreft hun tempo duidelijk even wat ingezakt. Die eerste kilometer van de tweede helft van de loop ging daardoor als enige met 6:11 minuten een eindje boven de door mij gestelde grens. Gelukkig had ik bij alle kilometers daarvoor reeds een kleine tijdbuffer opgebouwd en als ik de laatste 4 km mijn snelheid weer zou kunnen hernemen, was mijn missie volledig geslaagd.

Ik ging verder mee in het spoor van Lesley en Jos, zoals de Vibram-loper bleek te heten. Weer het stukje bewoonde wereld over de Valentijnkade, waar het altijd goed opletten is op de overige weggebruikers. Korte tijd liep ik naast een jonge vrouw met een paar tatoeages op haar schouders en wij beiden direct achter de twee gangmakers. Jos riep een paar woorden naar achteren en het viel mij op dat alleen ik erop reageerde. Nog voor we de kaap van de 7 km hadden bereikt, stopte de vrouw ineens. Al eerder tijdens de koers had ik haar zien wandelen en stilstaan. Jos gaf even later zijn inzichten over deze jongedame. Hij dacht haar zoiets als 'I'm dying' te hebben horen zeggen, voor zijn gevoel met een Pools accent. Dat verklaart in ieder geval het feit dat zij niet met woorden reageerde op zijn eerdere vragen om informatie. In de uitslagenlijst staat als een-na-laatste een dame met buitenlands klinkende naam, als tweede en laatste vrouwelijke deelnemer aan de 15 km (om maar weer even de grootte van deze loop te benadrukken) en als voorlaatste van alle binnengekomen participanten.

Intussen bleef ik dankbaar in het kielzog van mijn twee mannelijke hazen. Echter, waar zij op het laatste stukje in het park hun snelheid tot onder de 10/uur hadden laten zakken, gooiden zij het gas op de Oosterringdijk steeds iets verder open. En wel zodanig dat ik eerst kwam te zwemmen en van lieverlee moest afhaken. Dus moest ik het, voor de tweede keer bij het Amsterdam-Rijnkanaal gekomen (de derde keer als ik mijn wandeling vooraf meetel), het nu helemaal alleen doen. Waar ik geruime tijd direct of wat verder achter Lesley en Jos liep, zie ik op de foto's die mijn vrouw na ruim 3 km schoot een loopster niet ver achter mij voortgaan. Deze dame schoof op de Westelijke Merwedekanaaldijk, na bijna 9 km, langs mij heen. Na een achtervolging die dus in ieder geval bijna 6 kilometer geduurd had. Ik probeerde wel bij haar aan te pikken, maar het beste was er inmiddels wel af en ik moest de dame laten gaan. Zij werd al snel opgepikt door een kleine loper van Marokkaanse origine, die van de andere kant kwam. Deze man had ik hier tijdens mijn wandeling vooraf al zien joggen. De winnaar van de 10 km bij de mannen was ene Abdelhamid, die de twee rondjes in 35 minuten had afgeraffeld. Ik vermoed dat dit de collega-loper was die tijdens het uitlopen besloten had de betreffende dame naar de finish te begeleiden. Overigens na mijn eerst enkele woorden van aanmoediging toe te spreken. Ik vroeg mij uiteraard af of er een band tussen deze twee deelnemers was, maar de namen en verdere gegevens in de lijst duiden daar niet op.

Nog een laatste kilometer scheidde mij van het volbrengen van wederom een trimloop, inmiddels mijn 75ste. In mijn pogingen Lesley en Jos zo lang mogelijk bij te benen, had ik mooie kilometertijden van 5:53, 5:50 en 5:50 geproduceerd. Het laatste stuk langs het kanaal en over de Flevoparkweg naar de meet ging ik niet meer zo heel soepel en over de 835 meter die ik volgens Garmin aflegde (want zoals eerder vermeld: dit is uiteraard geen door de bond gecertificeerde ren) deed ik 5:52 minuten. Ik zou bij een volledige kilometer ten tweeden male de kaap van de 6 minuten te boven zijn gegaan. Ik wist dat er geen kaper op de kust direct in mijn nabijheid voorhanden was, want het is toch niet fijn om pal vóór of op de finish nog overlopen te worden. Geheel solo voltooide ik het karwei. Mijn eindtijd was (volgens mijn eigen waarneming en die houd ik hier aan &) 58:28 minuten. Daarmee werd ik 29ste en laatste bij de mannen op de 10 km, net na de eerder genoemde hazen Lesley en Jos. Blij dat lichamelijk alles goed was gegaan, dat er tijdens de loop weinig neerslag gevallen was en dat ik, na die korte onderbreking, weer terug was op de trimloopbaan.

Na het over de finish komen, liep ik, zoals gebruikelijk, een paar stappen door. Dit leverde achter mijn rug het commentaar 'Oh, hij loopt gewoon door' op. Alsof ik iets heel erg buitenissigs deed! Dus keerde ik maar snel op mijn schreden terug om de welverdiende medaille omgehangen te krijgen. En zo zag ik tevens de eerste mannelijke binnenkomers op de 15 km arriveren. Die hadden er maar een paar minuten langer over gedaan dan ik, maar wel een ronde van 5 km meer afgelegd. Terug in de sporthal sprak ik kort met Cor, aan wie ik vooral al verteld had dat ik een maand eerder op de operatietafel lag om van mijn blindedarm ontdaan te worden. Hij was verbaasd en enthousiast dat ik het er zo goed vanaf had gebracht. Een andere loper in zijn gezelschap vroeg of er op mijn medaille-exemplaar ook 'Rozen Loop' stond, i.p.v. 'Roze Loop'. Dat bleek inderdaad het geval, al had ik dat zelf nog niet geconstateerd. Klein foutje van de leverancier, wat meteen een spellingfout opleverde, want dan had er Rozenloop (dus zonder spatie) moeten staan. De organisatoren zullen er niet direct enthousiast over geweest zijn, maar geen plakken uitreiken is uiteraard nog vervelender. In mijn geval was deze onvolkomenheid eigenlijk wel toepasselijk omdat deze terugkeer voor mijn gevoel redelijk over rozen gegaan was. Na afgekoeld en omgekleed te zijn liep ik wel weer in de regen (daarom met regenjack en -pet weer aan en op) naar huis. Met in mijn gedachten reeds de volgende loop op het programma. Precies twee weken later ging ik bij de Geinloop wél de 15 km aanvallen. Daarover binnenkort een uitgebreid verslag.

& Bij deze loop wordt er handmatig door enkele vrijwilligers geklokt en om die reden alleen met bruto eindtijden gewerkt. Ik schat mijn eigen tijdsregistratie daarom als nauwkeuriger en betrouwbaarder in.

Zandvoort, zee en ziekenboeg (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 7 april 2018 20:04

Ook te lezen (met afbeeldingen) op https://arranraja.wordpress.com/

Vooraf:
Eigenlijk besefte ik pas na de Spiegelplasloop dat het wel handig zou zijn als ik, in verband met het strandgedeelte van de Zandvoort Circuitrun, vooraf wat meters op zand gemaakt zou hebben. Om dat te doen had ik nog precies één mogelijkheid, mijn midweekse training op de woensdag voorafgaande aan de Circuitrun. Daarom toog ik, net als vorig jaar, naar het verlaten recreatiestrandje in het Diemerpark en besloot daar minimaal tien rondjes over en door het zand te gaan ploeteren. Uiteindelijk werden het er twaalf van bijna 300 meter en met die circa 3,5 km had ik meer trainingsmeters in de benen dan het stuk over het Zandvoortse strand (ongeveer 2,3 km) lang zou zijn. Uiteindelijk liep ik die woensdag met 12,46 km zelfs bijna een halve kilometer langer dan ik 's-zondags aan de Noordzeekust zou doen. De volgende dag had ik een pijn in mijn buik die ik niet herkende en dus waarschijnlijk niet eerder ondergaan had. Gelukkig nam deze pijn de dagen erna steeds wat af en was hij zondagochtend eigenlijk compleet verdwenen. Op naar het Circuit van Zandvoort!

Zandvoort:
In de trein richting Amsterdam werd er voor de hardlopers al verwezen naar de boemel naar Zandvoort. In die tweede trein vroeg een jonge vrouw naast mij wat er aan de hand was, omdat de wagons zo druk bevolkt waren. Ik antwoordde dat wij allemaal naar Zandvoort gingen om te gaan hardlopen op het Circuit en omgeving. Verder was het gezellig druk in de trein, die zich uiteraard steeds verder vulde met deelnemers. Ik had mij wat luchtiger gekleed dan de zondag ervoor, want de temperatuur zou hoger zijn en thuis deed de zon al zijn uiterste best om door te breken. Aan de kust aangekomen, bespeurde ik direct een koude wind en het zag het er ook enigszins heiig tot licht mistig uit. 'Oh ja, een beetje te optimistisch gedacht, want direct bij zee kon het weer altijd heel anders zijn dan meer landinwaarts. Na bij het station van NS-promotiemedewerkers een leuk, geel rugtasje met inhoud te hebben aangenomen, beende ik snel naar het racecentrum. Daar was het zoals te doen gebruikelijk een drukte van belang. Er kwamen al lopers met medailles omgehangen het terrein aflopen en op de omloop zelf werd druk gerend. Na even de toiletvoorzieningen te hebben bezocht en een paar eerste plaatjes te hebben geschoten, ging ik fluks naar de pitbox waar ons team zich kon omkleden en de tas achterlaten. Omdat een afspraak vorig jaar in het honderd was gelopen, had onze teamcoördinator nu maar geen poging gewaagd om iedereen voor een teamfoto bij een raceauto tezamen te krijgen. Er lag trouwens overal op het omzomende terrein nieuw asfalt. Sterker nog, het zag er her en der uit alsof deze herbestratingswerkzaamheden nog niet waren afgerond. Vanwege de starttijd precies op mijn lunchuur, 13:00 uur, kon er van een echte middagmaaltijd nog even geen sprake zijn. Ik moest het doen met een muesli-chocoladereep, twee bananen en een pakje lang houdbare melk. Toen ik dat alles naar binnen had gewerkt, mijn drankfles voor onderweg aan mijn riem had gegord en mijn tas veilig onder het bankje had gezet, was het tijd om aan de opwarming te gaan beginnen. Daar was, op het terrein naast de hoofdtribune waaronder ik zojuist vandaan kwam, ruimte en vers asfalt genoeg om mijn strekkingen en rondjes te doen. Daarna kon ik, met uiteraard ontelbare anderen, via een pitbox het startvak in.

Circuit:
Het begin is bij deze loop altijd lastig. Je stelt je vooraf voor dat je op het brede wegdek van deze voormalige Formule-1-piste lekker kunt lopen, maar dat valt in de praktijk telkens weer vies tegen. Het ding is namelijk ooit (kort na WO-II) neergeplant op een stelletje duintoppen en -dalen. De weg golft dus als een gek op-en-neer en is op meerdere plekken ook nog eens behoorlijk scheef. Dus dat loopt af-en-toe voor geen meter. Na het doorslaande succes van het weekeinde ervoor, toen ik uiterst rustig vertrok, zette ik deze strijdwijze uiteraard direct weer in. Met een snelheid van rond de 10 per uur en kilometers net op of onder de 6 minuten, banjerde ik over de rechte stukken en door alle bochten. Terwijl het asfalt ter plaatse toch vele meters breed is, was er zo-nu-en-dan een enkele onverlaat die desnoods over het gras aan de binnenkant een ander voorbij meende te moeten lopen. Ook waren er her-en-der figuren met geluidsinstallaties en microfoons neergepoot, die ervan overtuigd waren dat zij de leukste thuis zouden zijn. En dat lieten ze maar al te graag horen. Vooruit, ieder zijn eigen pleziertje! Tijdens de 4e km kwam ik iets meer op stoom en liet ik een tijd van 5:47 minuten noteren. De volgende 1000 meter gingen het circuitterrein af, de dijk die de boulevard herbergt op en naar het strand toe. Vooral het laatste stukje omhoog was weer even een gemeen klimmetje en het zou niet het laatste zijn. Heel Zandvoort ligt boven op een stelletje duinen en dat ondervind tijdens deze run bij-tijd-en-wijle op niet mis-te-verstane wijze.

Strand en zee:
Hoewel het gehele stuk over het strand maar een zesde deel van de hele loop beslaat, is dit waar ik voor gekomen was. Het vergt wel even een omschakeling: hard de steile, bestraatte strandafgang naar beneden, dan nog wat betonblokken over en vervolgens het mulle zand in. Daar moet je echt getemporiseerd met kleine pasjes doorheen teneinde de veel hardere en gladdere waterkant te bereiken. Van te voren had ik al op internet opgezocht wat de getijdenstand zou zijn en die was aardig gunstig. Ik kon derhalve lekker hollen op het zand en probeerde hierbij waar het kon de stukjes met minder lopers op te zoeken. Dat lukte zowaar nog aardig ook. Na een tijdje hoorde ik de zee aan mijn rechterkant en besefte ik dat ik die grote vriendin nog geen blik waardig had gegund, druk als ik het had met rennen. Ik maakte dat gemis direct goed door een paar keer over het grijze, zilte nat te turen en het eeuwige spektakel goed in mij op te nemen. Heerlijk was het daar, zoals altijd. De zon deed zijn uiterste best om door het wolkendek te breken en met de wind in de rug, voelde het al snel warmer aan. Tijd om de jas uit te doen en om het middel te knopen. Dat had ik een uur of wat eerder nog niet voor mogelijk gehouden! De ondergrond voelde ideaal aan en ik liep prima, maar toch kon ik niet sneller dan ongeveer 9,7 per uur en dat verbaasde mij. Ik wilde namelijk heel graag de 10 per uur vasthouden en dat lukte even niet meer. Wel veel te vroeg naar mijn zin zag ik de renners vóór mij linksaf buigen om door het mulle zand naar de opgang te sturen. Met dit lage tij zou het een feest zijn geweest de halve marathonsafstand te verhapstukken, want dan mag je 8 km langs de rustgevende zee hollen. Nu kon ik niet anders doen, dan in een heel rustig tempo mijn weg naar boven te zoeken. Op het laatste, verharde stuk ging ik echt compleet stuk.

Centrum:
Eenmaal terug op de boulevard moest ik wel, met een bijna slakkengang, uitblazen. Ik zat er even totaal doorheen. Teruglezend zie ik dat mij dat bij de vorige editie ook al overkwam. Achteraf gezien is het verbazingwekkend dat ik mijzelf nog kon voortbewegen middels iets dat (zij het slechts) een slap aftreksel van hardlopen was. Daar waar ik, ook op het harde zand, keurig in de buurt van de 10/uur en 6:00/km gebleven was, moest ik tijdens deze 8ste kilometer (het laatste stukje strand, de opgang en de boulevard) met 9,18 per uur en 6:32 minuten flink inleveren op mijn vooraf bedachte schema. Pal na de 180-gradenbocht die de lopers terug brengt in de richting van Zandvoort-Centrum en het erachter liggende circuit, staat traditioneel de drinkpost opgesteld. Een oudere man had kennelijk zo'n sterke behoefte aan vocht dat hij zonder om zich heen te kijken naar rechts afweek om een bekertje te bemachtigen. Daarbij sneed hij een andere loper, die om hem te ontwijken eveneens naar rechts kwam en mij daarbij met zijn schouder beroerde. Wij bleven gelukkig beiden op de been en deelden met elkaar onze verontwaardiging over het hoge oogkleppengehalte van de mannelijke veteraan. Ik zag snel daarna wel ineens weer een snelheid van 10,5 per uur op mijn horloge, dus dit drinkpost-akkevietje nam uiteindelijk een positieve wending. Nummer 9 deed ik in 6 minuten precies en de volgende 2 km door het dorp bleef ik netjes een paar seconden daaronder. Niet genoeg om die langzame 8ste km te compenseren, maar daarover later meer. Ondanks het feit dat er redelijk wat klinkerweg verhapstukt moest worden, had ik de gang er weer goed in. En trouwe lezers weten dat klinkers zeker niet mijn favoriete ondergrond zijn.

Het spoor leidde door het centrum eerst naar beneden, wat uiteraard makkelijker lopen is. Maar na een paar zeer drukke winkelstraten moet je net zo hard weer ophoog en terug die duinenrij of wat het is, op. Terwijl ik tijdens deze klim zo goed mogelijk mijn snelheid probeerde vast te houden, zag ik een bekend vrouwelijk duo mij met hoge snelheid voorbijstreven. Deze AV'23-dames had ik in het verleden vaak al tijdens de eerste kilometers van een loop te pakken, maar nu waren de rollen duidelijk omgekeerd. Ik deed nog een vruchteloze poging om in hun spoor mee te gaan, maar zag al heel fluks dat dit onbegonnen werk was. Spoedig waren de vrouwen al opgeslokt door het loperspeloton waar ik op uitkeek. Tot aan het circuit wist ik met gemak in mijn snelheid te volharden, mede door de prettig vlakke asfaltweg ernaartoe. Toen werd het even goed oppassen voor struikelingen of valpartijen. Want waar we door de hoofdingang het snelheidsduivelsterrein hadden verlaten, werden we nu via een achterdeurtje er weer terug op geloodst. Een parkeergebied met steenslag (en hier en daar veel grotere exemplaren) als ondergrond leidde naar een poortje. De weg erachter deed ons op het rechte eind en tussen de tribunes belanden. Nog enkele honderden meters en de inspanning zat erop. Ik hield goed vol en de laatste hele kilometer ging zowaar in 5:35 minuten, ergo ik had nog een ultieme versnelling in huis. Ook nu registreerde mijn Forerunner een grotere afstand dan de geafficheerde 12 km. Deze middelgrote loop is tenslotte ook niet door de bond gecertificeerd. Tijdens die laatste 212 meters haalde ik een snelheid van op een haar na 12 per uur. De hoop binnen de 1:12 uur te finishen had ik eerder al opgegeven. Omdat ik bij het verlaten van het strand en het stuk erna te veel tijd had verloren en ervoor een te kleine buffer opgebouwd om die extra tijd te compenseren. Mijn 1:12:45 was echter prima naar mijn zin en maar een ruime halve minuut langzamer dan mijn beste tijd van vorig jaar. En volgens Garmin deed ik over exact 12 km 1 minuut en 4 seconden minder, dus 1:11:41. Daarmee bleek ik later de op-een-na-snelste van het 8 lopers sterke team waarvan ik deel uitmaakte. Het bijbehorende herinneringsshirt en de medaille waren dus dubbel-en-dwars verdiend.

Ziekenboeg:
Ergens tijdens het eerste deel op het circuit had ik, als ik het mij goed herinner, één keer een steekje in mijn buik gevoeld, maar verder helemaal geen last gehad. Ook niet slepende met een best zware tas op de reis ernaartoe of weer huiswaarts met twee overstappen en een sprintje in Amsterdam om de laatste aansluiting te halen. 's-Nachts werd ik echter wakker met een druk hoofd (door de enerverende dag die achter mij lag) en met een pijnlijk gevoel in mijn buik. Niet gek dat ik de rest van die nacht slecht sliep. Op maandag had ik relatief weinig klachten en heb ik nog met boodschappen gesjouwd, maar de volgende ochtend ging ik voor de zekerheid toch naar de huisarts. Die liet mij een dag later, na bloed- en urine-onderzoek, terugkomen en stuurde mij toen direct door naar de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis. Ik ging daar naartoe in de overtuiging dat er alleen een echo of scan van mijn buik gemaakt zou worden. Zelf had ik eerst nog gedacht aan de mogelijkheid van overbelaste buikspieren door de incidentele zwaardere belasting bij het heffen van de benen in het mulle zand, zowel midweeks ervoor als op zondag. In de loop van de middag werd echter het vermoeden van de huisarts bevestigd dat het ging om een ontstoken blindedarm. Nog vóór de avond viel werd ik de operatiekamer ingereden en ging de vrouwelijke chirurg aan de slag om het opspelende wormvormig aanhangsel verwijderen. Na een slechte nachtrust in het ziekenhuis, waarbij ik o.a. midden in de nacht verhuisd werd naar een andere kamer, mocht ik de volgende ochtend weer naar huis.

Renpauze:
Achteraf gezien is het uiteraard verbazingwekkend dat ik deze kwaal mij zo weinig last bezorgd heeft en dat ik nog zo goed heb kunnen functioneren en presteren tijdens de Zandvoortloop. Op het moment van schrijven van deze alinea's ben ik bijna anderhalve week verder. De gevoeligheid aan de drie wondjes die bij de kijkoperatie gemaakt zijn, begint behoorlijk af te nemen. Van anderen had ik berichten gehoord dat zij na een blindedarmoperatie drie maanden niet mochten sporten. Voor een fanatiek hardloper als ik een regelrecht doemscenario! Gelukkig heb ik ook op dit vlak mazzel, want gisteren vernam ik telefonisch van de behandelende chirurg dat ik tot twee weken na de operatie geen zware inspanningen (waaronder tillen) mag doen en dan weer voorzichtig kan gaan opbouwen. Dat betekent wel dat ik deelname aan de Nescioloop dit jaar kan vergeten. En dat mijn plan om half mei bij de Geinloop de halve marathon te lopen ook de koelkast in kan. 2018 zal zeker niet het jaar worden waarin ik mijn recordaantal trainingen, kilometers en trimlopen ga verbeteren, maar ik ben allang blij dat ik verlost ben van die roet-in-het eten-gooiende appendicitis. En dat het leed wat betreft niet kunnen hardlopen qua tijd te overzien lijkt te zijn. Ik ben zelfs al heel voorzichtig aan het denken of ik er aan het eind van de maand bij de Roze loop een 5 km of 10 km uit zou kunnen gooien. Nu eerst maar de dagen tot mijn eerste, hernieuwde renmeters (volgend weekeinde?) door zien te komen.

Met lichtvoetige pas langs de Spiegelplas (2 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 24 maart 2018 19:57

Ook te lezen (met verluchtende plaatjes) op https://arranraja.wordpress.com/

Dit epistel had ook 'Een goede dag in Nederhorst den Berg' of 'Impressies van een winderige dag' kunnen heten, maar dat geheel terzijde.

Bij het ontbijt had ik o.a. het klassieke muziekstuk 'Hoedown' uit ' Rodeo' van de Amerikaanse componist Aaron Copland 'gedraaid'. Dat was een lekker vlotte en inspirerende ouverture voor mijn loop. Warm aangekleed vanwege de snijdend koude wind en voor het eerst met mijn jongste paar Cumulussen aan de voeten, ging ik op weg naar Nederhorst den Berg voor mijn tweede Spiegelplasloop. Want vorig jaar was deze loop mij goed bevallen. Onderweg draaide ik o.a. de flinke orkestwerken 'Blue Cathedral' van Jennifer Higdon (het was tenslotte zondag, nietwaar) en 'Deep Summer Music' van Libby Larsen (tijd dat het een beetje gaat zomeren). De auto heb ik wat dichter bij de sporthal geparkeerd, omdat ik beducht was voor de koude tegenwind op de terugweg. Het meeste last van drukte had ik in de 'kantine' van de sporthal, waar ik mijzelf een weg moest banen door de menigte van renners en aanhang om bij de uitgifte van de startnummers te komen. De meeste lopers bleven dus vanwege de kou zolang mogelijk daar hangen. Na de gewoonlijke rituelen binnen (startnummer bevestigen, toiletgang, brandstof naar binnen werken), ging ik in het parkje (ingeklemd tussen de sporthal en de Plas) en in de dichtstbijzijnde straat een beetje lopen opwarmen. Pal vóór de start rekte ik de benen nog wat en te elfder ure bracht ik mijn Garmin in gereedheid. Dat zou ik door alle voorbereidingen bijna nog vergeten zijn. Gelukkig had het klokje weer bliksemsnel de gps-satelliet te pakken. Met opzet ben ik helemaal achteraan in de startopstelling gaan staan, wat ook het makkelijkste was omdat ik mijzelf hierdoor niet door het rennerspak heen naar voren hoefde te persen. Ook ging ik bewust heel kalm van start, net iets boven de 10 per uur. Het was mijn plan om in ieder geval binnen het uur de 10 km af te leggen. Iedere seconde die ik sneller zou zijn, was meegenomen. Dat rustige tempo liep eigenlijk prima en het minder leuke eerste stukje door de bebouwde kom was zo voorbij. Het duurde veel korter dan ik in mijn herinnering had.

Mijn horloge stond op het verkeerde scherm, ontdekte ik op een gegeven moment. Hierdoor had ik tot dan toe gekeken naar mijn snelheid over de hele loop en niet die over de kilometer van dat moment. De tweede kilometer ging dan ook iets te langzaam met een tijd van net boven de 6 minuten. Dit kwam mede door het lopen op het smalste deel van het parcours, in combinatie met de dichtheid aan deelnemers er nog op. Mijn eerste kilometer ging, ondanks de in mijn beleving kalme tred, in 5:46. Daarmee had ik vooraf die iets te langzame tweede al gecompenseerd, concludeerde ik direct na het zien van de tijd van nummer 2. Nu de rest gewoon ook onder de 6 minuten houden en ik zou mijn doelstelling halen. Ik zat direct achter en klein en gemêleerd clubje dat de doorgang enigszins versperde. Op zich beviel het lopen daar mij wel, maar ik kon sneller en daarom ging ik bij de eerste echte gelegenheid eroverheen. Hierdoor kwam ik meteen op een leeg stukje en dat gaf mij de mogelijkheid mijn eigen ideale snelheid te ontwikkelen. Echt last van de koude tegenwind was er eigenlijk alleen hier tussen de 2e en 3e kilometer en de eerste helft van de 4e. Toch kon ik één-voor-één renners gaan oprapen en dat werkte mentaal gezien erg prettig. Dan ging ik weer eens een loslopend iemand voorbij, dan weer een klein groepje. Een eenzame wandelaarster liep helemaal weggedoken in haar jas op het pad. Ik stak mijn duim naar haar op in het voorbijgaan. Naar of zij die heeft waargenomen, kan ik slechts raden.

Na ruim 3 km stond er een man in de wei aan de rechterkant van het pad met iets in zijn handen, Eerst dacht ik dat het een tablet was, maar bij nadere inspectie leek het meer op een kastje waarmee je een vliegtuigje of drone kunt besturen. Ik had echter al de tijd dat ik daar voortging geen vliegend apparaat gehoord of gezien. Intussen was ik neergestreken op een (wederom gemengd) groepje renners met opschriften op hun rug. Later bleek mij dat dit de namen van sponsors van de loop, tevens bedrijventeams, waren. Van de twee achterste mannen, ging er plotseling één in de berm aan de linkerkant lopen, terwijl hij tegen zijn metgezel zei: 'loop jij maar door'. Hij sloot echter vlug weer aan, dus wat er aan de hand was, is mij niet duidelijk geworden. Al iets eerder hadden wij de rand van de open weilanden verlaten en er was nu veel meer begroeiing aan de zijde waarvan de wind kwam. Ergo, wij liepen nu in de luwte. Dat was duidelijk te merken en uiteraard erg prettig. Ergens op dit stuk deed ik ook mijn handschoenen uit, want die had ik nu echt niet meer nodig als handenwarmertjes.

Na ruim 4 km maakte het Googpad een haakse bocht naar links en liepen wij korte tijd recht op het water af. Hier stond een fotograaf zijn plaatjes te schieten. Ik ging zo veel mogelijk aan de linkerkant lopen teneinde op zijn voordeligst in beeld te komen. Helaas heb ik achteraf online geen plaatjes van deze paparazzo kunnen vinden. Vanaf iets verder ging de route 2 km pal langs de plas. Dit was voor mij het 'echte' Spiegelplasloopgedeelte dus, want verder was dat grote water eigenlijk nauwelijks in beeld. Ik sloot bij een volgend groepje aan, dat zo breeduit liep dat het feitelijk het pad voor mij versperde. Ik ging met mijn nieuwe schoenen liever niet door de berm, omdat ik niet zeker wist of die stevig genoeg zou zijn. Zonder om te kijken, hadden een paar loopsters toch in de smiezen dat ik erlangs wilde, want zij schoven wat op naar rechts. Tegelijkertijd zei een van hen: 'er komt er eentje aan'. Heel makkelijk glipte ik erlangs en ging op weg naar het volgende slachtoffer. Dat was een renner die een Looptijdenjasje droeg met de naam Otto erop. Korte tijd ging deze man met mij mee en ik kreeg de neiging een praatje met hem beginnen over de hardloopsite waarvan de naam op zijn rug prijkte. Maar ik spaarde wijselijk mijn adem, ik was tenslotte pas halverwege het parcours. Bovendien de man viel al snel wat terug. Er waren nog genoeg deelnemers in zicht die ik kon opvegen en dat deed ik stukje bij beetje. Door al die opraap-activiteiten en door het wegvallen van de remmende invloed van de wind, was mijn snelheid vanaf de 5e km al wat omhoog gegaan van 10 per uur naar 10,5.

Hoewel er wat bomen langs het water stonden, was de Spiegel- en Blijkpolderplas, zoals deze officieel heet, ertussendoor goed te zien. Over die flinke sloot water heen kon je Nederhorst den Berg goed zien liggen. Ik had eigenlijk best zin om even te stoppen en een paar plaatjes te schieten van het zonovergoten tafereel. Maar ik was ook erg lekker aan het rennen en de mededeelnemers vóór mij nodigden onweerstaanbaar uit om in te rekenen. Er stonden wat volwassenen met kinderen langs de kant en vanzelfsprekend was ik niet te beroerd om een paar lage vijven uit te delen. Het Googpad maakte bij een paar huisjes een scherpe bocht naar rechts. Over een stukje slecht en rommelig asfalt, alwaar ik goed moest kijken waar de voeten neer te platen, ging het van het water af en naar de weg toe. Aan het einde stonden drie heel stoere vrouwen in de volle wind bekertjes water uit te delen. Een van hen spurtte zelfs achter een deelneemster aan die blijkbaar geen water had kunnen aanpakken. Deze vrouwen verdienen uiteraard een flinke schouderklop voor het afzien op die tochtige plaats.

Een man die net in de scherpe bocht naar links stond, riep dat we de wind nu in de rug kregen. En dat klopte als een bus. De wind duwde mij als het ware voort en mijn snelheid ging als vanzelf verder omhoog. Een renster die ik al een tijdje als richtpunt vóór mij had gezien en van wie ik eigenlijk zeker wist dat ik haar nog wel zou gaan achterhalen, kwam nu heel dichtbij. Al snel had ik haar opgeraapt. Zij liep een eindje achter een paar mannen en ik probeerde haar op sleeptouw te nemen zodat zij aansluiting zou vinden bij deze heren. Dat lukte haar echter niet, waardoor zij al spoedig uit mijn vizier verdween. Ik sloot wel bij de mannen aan en het het was op dit rechte stuk fietspad langs de toegangsweg naar Nederhorst den Berg heerlijk rennen met die harde oost-noordoostenwind in de rug. Op een bepaald moment zag ik 10,9 per uur op mijn horloge staan. Wow, dat ging ineens wel heel voorspoedig! Die zevende kilometer was ik dan ook met 5:32 minuten 15 seconden sneller dan die ervoor. Ergens halverwege kwam een oudere vrouw met noordse wandelstokken tegen de wind optornen. Toen wij bijna bij haar waren, stapte zij van het pad af en wachtte in de berm tot wij gepasseerd waren. In het voorbijgaan riep ik iets naar haar over respect voor het tegen deze forse en koude wapper inwandelen. Dit pad naast de weg tussen de weilanden was net iets meer dan een kilometer langs. Aan het einde ervan, een stukje vóór de eerste bebouwing en daar waar de weg een flauwe bocht naar links maakte, stonden twee mannen de lopers aan te moedigen.

'De bocht om en dan met wind in de rug rechtdoor naar de finish', riep één van hen. Omdat wij nu naar het zuiden gingen, de wind door de huizen werd tegengehouden en de ondergrond plots een klinkerweg was, liep ik iets minder makkelijk. De twee mannen namen dan ook langzaam een beetje afstand. Na circa 500 meter staken we de weg over en kwamen gelukkig weer op asfalt te lopen. En er waren weer enkele renners of rensters die ik kon oprapen. Door de looprichting scheen de zon vol van voren in mijn gezicht. Ik had geen pet met klep bij mij, omdat ik 's-ochtends geoordeeld had dat die te koud zou zijn en wellicht zou afwaaien. Van die beslissing had ik nu een beetje spijt, want ondanks de zonnebril moest ik extra mijn best doen om alles goed in de gaten te kunnen houden. Al eerder had ik trouwens mijn muts omhoog gevouwen, zodat mijn oren vrijkwamen. En ik had de rits van mijn jas geregeld een stukje naar beneden. Het was inde volle zon dus beslist niet koud. Ergens aan de rechterkant stonden drie in opvallend roze geklede jongedametjes die een lage vijf verwachtten. Ik week er graag voor van mijn lijn af om ze te bedienen. Grappig dat jonge kinderen dit vaak leuk vinden. Het geeft mij in ieder geval steevast extra energie.

Het bruisende centrum van de plaats kwam nu binnen voetbereik. Pal voor de ingang van de plaatselijke supermarkt waren er nieuwe klinkers gelegd. Dat voelde, zoals altijd, weer even minder lekker onder mijn voeten en ik moest hier extra goed letten op eventuele oneffenheden. Met de felle zon in het gezicht als extra handicap. Wonder boven wonder kon ik het een paar kilometer eerder ingezette tempo makkelijk vasthouden en ik bleef even boven de 5:30 minuten per km voortgaan. De finish kwam nu aan de linkerkant van de weg in zicht. Maar aan de rechterkant, waar wij liepen, moest het fietspad tot het einde toe gevolgd worden. Uiteindelijk bracht, bij het piepkleine stukje van de rivier de Vecht dat tot het decor behoorde, een ruime 180-gradenbocht ons dan naar het laatste rechte eind. Ik passeerde op het nogal oneffen fietspad eerst nog o.a. een stel lopers dat ik ergens in het eerste stuk aan mij voorbij had zien schuiven. Ik verlangde nu wel naar het einde van de rit, mede vanwege die tegenzon, maar kon nog immer in mijn prima tempo volharden. Gelukkig bleek er geen harde tegenwind te staan op de laatste 500 meter naar de finish toe. Iets dat ik wel vooraf verwacht en gevreesd had. Ook nu waren er nog lopers die ik kon voorbijstreven, waaronder een dame en vrijwel op de eindstreep twee oudere mannen. Volgens mijn eigen tijdwaarneming haalde ik in de laatste volle kilometer een snelheid van 11 per uur (5:27 minuten) en tijdens de ultieme sprint op de 23 meter die ik volgens Garmin extra zou hebben afgelegd, was dat zelfs 17 per uur. Op 57:26 zette ik mijn horloge stil. In de officiële uitslag werden daar nog 4 seconden van afgeknabbeld. Weliswaar zo'n 45 seconden langzamer dan vorig jaar, maar ik was heel ruim binnen de 60 minuten gebleven. Dus ik mocht dik tevreden zijn.

Ik moest pal na de tweede mat pardoes halt houden om de dame die de medailles en flesjes water uitdeelde niet voorbij te vliegen. Na wat uitwandelen, het thuisfront berichten dat ik geland was en het maken van een enkele foto, zocht ik snel de warme sporthal op. De kleedkamer aldaar was erg warm vergeleken bij de verhoudingsgewijs ijzige koude in de wind buiten. Toch nam ik, zoveel mogelijk ontdaan van alle lagen natte renkleding, ruim de tijd om bij te komen. Terwijl ik daar zat, kwam er een relatief jonge man binnen. Nadat hij zijn winterbovenkleding had uitgedaan, droeg hij alleen nog een singletje met startnummer en een korte renbroek. Mijn vraag of hij in alleen die kledij had gelopen, beantwoordde hij met de wedervraag of ik Engels dan wel Duits sprak. Toen ik mijn vraag in het Engels had herhaald kwam de (vrij vertaalde) reactie: 'hierin loop je harder omdat het eigenlijk te koud is. Deze Oosterbuur bleek met een tijd van 32:54 net naast het podium beland te zijn en had inderdaad dus in die zomerse outfit zijn rondje om de Spiegelplas voltooid. Tegen mijn Nederlandse buurman ter rechterzijde zei ik even later dat ik maar niet zou vertellen hoeveel lagen ik zojuist had afgepeld. En ik moet zeggen dat ik tijdens de koers bij de renners om mij heen alleen maar lange winterkleding had waargenomen.

Gedurende het eerste deel van de loop had ik al het gevoel dat ik die dag op een negatieve split kon gaan uitkomen. En zo geschiedde het, mede dankzij de gunstige wind. Deed ik over de eerste 5 km nog 29:26 minuten, het tweede deel 'raffelde' ik in 27:56 af. Daarbij speelden alle collega's die bereid waren geweest om zich te laten inrekenen, uiteraard ook een niet te verwaarlozen rol. Want dat is toch echt het grote voordeel van een georganiseerde loop ten opzichte van een solotraining. Zeker als je een goede dag hebt en er zoveel lopers voor je zijn die je met stoffer-en-blik kunt verwerken. Mocht je trouwens op zoek zijn naar een geschikte loop om jouw pr op de 10 km te verbeteren, dan is de Spiegelplasloop een heuse aanrader. Het is een echte, gecertificeerde 10 km met een snel parcours. Met nog geen 500 deelnemers op alle afstanden, waarvan deze keer precies 250 op de 10, is hij kleinschalig te noemen. En de voorinschrijfprijs van € 6,50 kan ook al geen al te groot beletsel vormen, dunkt mij. Toen ik na afloop nog wat rondliep in het finishgebied, vernam ik van de speaker dat er een recordaantal lopers (4XX personen) had deelgenomen en dat er door een deelnemer (uit mijn voormalige woonplaats Heemstede) een nieuw parcoursrecord (30:50) was neergezet. Alles bij elkaar redenen genoeg voor mij om hier volgend jaar, ijs en weder dienende, weer aan de start te verschijnen.

Over Twiskedieren, elastiek en reddingsboeien (5 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 11 maart 2018 18:58

Ook te lezen (inclusief fotoreportage) op https://arranraja.wordpress.com/

Het is een bekend feit dat de tijd veel sneller gaat dan je denkt. Toch had ik pas afgelopen week in de gaten dat mijn laatste trimloop alweer 3,5 maanden geleden plaatsvond. En mijn laatste blog heb ik ook reeds ruim 60 dagen terug online gezet. De allerhoogste tijd dus voor de primeurs van dit jaar. Die eerstelingen hadden al in de eerste helft van februari het levenslicht moeten zien, maar een forse verkoudheid annex lichte griep verhinderde mijn deelname aan aflevering nummer vier van deze serie Twiskemolenlopen. Nadat eerder in december overvloedige sneeuwval de rit naar Landsmeer eveneens onmogelijk gemaakt had. De afsluitende vijfde loop van de reeks zou een bijzondere worden. Niet alleen zou collegablogger Jan voor het eerst sinds lange tijd acte de présence geven, ook Looptijdenvriend Jaco had zijn komst vanuit het verre Zeeland naar Het Twiske aangekondigd. Hij ging de halve marathon attaqueren, terwijl Jan en ik het één tandje minder deden met de 10 Engelse mijlen, ook wel 16,1 km genoemd.

Even leek het, aan het einde van een week met pittige vorst en lage gevoelstemperaturen, dat een uit het zuiden naderend dooifront nog voor gladheid in de ochtend zou kunnen gaan zorgen. Maar die voorspellingen waren in de loop van zaterdag al uit de weerberichten verdwenen. We konden derhalve allemaal probleemloos naar Landsmeer afreizen. Het was mijn streven om redelijk vroeg ter plekke te zijn, zodat ik ruim de tijd zou hebben om met Jaco, die ik alleen van online contact kende, kennis te maken en van gedachten te wisselen over ons beider passie, het hardlopen. Omdat ik al wat vaker bij de halve marathon aan de start verschenen was, kon ik hem tevens wijzen op een paar aandachtspunten in het parcours. Zoals bij mij wel vaker het geval is, lukte het vroegtijdig afreizen niet en mijn telefoon rinkelde toen ik Landsmeer net binnenreed. Jaco, die van het verste weg kwam, was als allereerste ter plaatse en wilde mij dat melden. Zodra ik uit de auto was gestapt belde ik hem kort terug.

Ongeveer ter hoogte van de toegangspoort tot het AC Waterlandterrein, had ik in de gaten dat Jan met zijn loopmaat Arthur en diens dochter Sterre, vlak voor mij liepen. Ik schudde hen de hand en zag meteen dat Jaco zich een paar meter verderop strategisch had opgesteld, teneinde ons niet over het hoofd te kunnen zien. Een hartelijke kennismaking volgde, die later werd voortgezet in de kleedkamer en op de atletiekbaan. Eigenlijk heel vreemd om iemand met wie je al jaren contact hebt, voor het eerst in levenden lijve te ontmoeten. Maar het was direct ook heel vertrouwd. Na alle plichtplegingen en voorbereidingen in die zich met steeds meer lopers vullende kleedruimte, was er nog net tijd voor een paar opwarmrondjes op de baan. Althans voor Jaco en mij, want Jan prepareerde zich op zijn eigen wijze op het middenterrein. Mijn traditionele rondje over het sportpark schoot er deze keer derhalve bij in, maar dat kon mij totaal niet deren. Jaco mocht als eerste aan de bak voor zijn halve en Jan en ik konden hem zien vertrekken, hem aanmoedigen en een paar plaatjes schieten. Ook Arthur en Sterre gingen onderweg voor de langste route door de polder, maar deden het veel rustiger aan dan onze snelle man uit Zeeland.

Het was mijn plan om met 10 km per uur kilometers van rond de 6 minuten te gaan draaien, en Jan vond dat een prima strijdplan. Tijdens de eerste meters, zag ik 9,5 per uur op mijn horloge. Maar het volgende moment was die snelheid ineens opgelopen naar 11 per uur. We gingen dus voor mijn gevoel veel te snel van start. Ik maakte dat aan Jan duidelijk, maar hij bleef voortdoen in het zelfde tempo. en ik achtte het niet gepast om mij nu al te laten terugzakken. We hadden tenslotte afgesproken samen deze 10EM te verhapstukken en ik vond het in ieder geval een heel prettig idee om een medestrijder naast, dan wel kort vóór mij te hebben. Zo renden wij het sportpark af en via het Luyendijkje Het Twiske in. De plassen aan weerszijde van de dijk waren nog wel stijf bevroren, maar de zon was al ruim vóór de start volledig doorgebroken. Het rendecor zou dus op zijn mooist zijn en ik sprak hardop de hoop uit dat Jaco er ook van zou kunnen genieten tijdens zijn inspanningen. Want hij had vooraf aangegeven een aanval te willen doen op zijn persoonlijke record en doorgaans gaat hij geheel en al op in het rennen. De dunne handschoenen die ik tijdens het opwarmen nog droeg, had ik inmiddels in mijn jaszak gelaten en ook de muts op mijn hoofd werd al spoedig te warm voor mijn bol. Deze verwisselde ik voor een hoofdband, zodat het zweet van mijn voorhoofd niet in mijn ogen terecht zou komen.

De vrijwilligster die op 1,5 km na de start op een wat bredere toegangsweg geposteerd was, had er duidelijk zin in. Met een brede, zonnige lach op haar gezicht wenste zij ons een heel fijne loop toe. Dat zou onder deze eigenlijk ideale hardloopomstandigheden ongetwijfeld gaan lukken. Ik besloot het fraaie, zonovergoten Twiskelandschap weer eens goed in mij op te nemen. Mijn ogen vielen na ongeveer 2,5 km op een grote groep ganzen in het weiland ter rechterzijde. En ik zag er ook nog wat af- of aanvliegen in de lucht erboven. Een eindje verder kon ik zowaar mijn vrienden en/ of vriendinnen de Schotse hooglanders signaleren in hun vertrouwde wei. Ik telde zes volwassen dieren en een jonkie. De eerste drie kilometers gingen met 5:29, 5:29 en 5:41 minuten gewoonweg te voortvarend. Ik wist diep in mijn hart dat dit gegeven mij later in de koers zou gaan opbreken. Weliswaar is het bekend dat je tijdens een wedstrijd doorgaans veel meer kunt dan als je traint, maar ik weet dat ik al tijdenlang tijdens mijn duurloopjes de 10 per uur meestal niet eens meer haal. Enfin, voorlopig kon ik Jan bijbenen en ik zou wel merken wanneer ik moest afhaken. Niet lang na de runderwei kwamen we langs het centrale punt van de Twiskepolder, de Stootersplas. Op het water in het midden bivakkeerden ontelbare watervogels en dat was een fraaie aanblik in de vroege voorjaarszon.

Toen wij de drinkpost naderden vroeg ik aan Jan of hij daar halt ging houden. Na zijn bevestigende antwoord minderde ik een weinig vaart. Zo kon ik doorlopen en Jan mij na zijn vochtinname gemakkelijk weer achterhalen. Zelf nam ik een eindje verder wat slokken van mijn sportdrank. Het was niet zo erg dat ik er oprispingen van kreeg, maar mijn maag gaf korte tijd later wel het duidelijke signaal dat er even niets meer bij moest. De banaan, het pakje melk en de slokken sportdrank waren voorlopig dus ruim voldoende brandstof. Ik begon intussen al meer moeite te krijgen om in Jan's kielzog te blijven en de kop overnemen was er al helemaal niet meer bij. Af en toe moest ik zelfs een klein gaatje laten vallen. Reeds geruime tijd liep er een vrouw met een dikke wollen muts een eindje vóór ons. Tussen de twee veeroosters, gelegen op ongeveer 6,5 km stond zij ineens stil bij een vrouw met een heel klein en jong hondje. Waarschijnlijk was het hondje uit puur jeugdig enthousiasme tegen haar opgesprongen. Want nadat de bazin het diertje had aangelijnd maakte het ook een sprong richting een volgende, passerende loper. Mijn moeite om Jan te volgen werd nu alsmaar groter en er ontstond een semi-permanent gat tussen ons. Die ruimte bleef echter zeer constante afmetingen vertonen, waardoor het leek alsof wij met een stevig, maar onzichtbaar elastiek met elkaar verbonden waren.

Omdat de tussenruimte constant bleef, meende ik een paar keer dat ik het gaatje wel weer kon dichten en dat deed ik dan ook. Toch slaagde ik er maar niet in om bij Jan te blijven, hetzelfde gat ontstond telkens opnieuw. Ik had eenvoudigweg niet de macht in de benen vandaag om zijn tempo te blijven volgen. Kilometers 4 en 5 waren iets langzamer gegaan, de laatste mede door de door Jan's drinkpauze. De volgende vier duizend meters liepen we toch weer ruim onder de 6 minuten. Een prettig psychologisch gegeven was het feit we af en toe andere lopers opraapten. Tussen de 8 en 9 km was dat een groepje van drie Run2Forty2-rensters. Toen ik vlak achter ze was aanbeland, waren er net twee van hen het kledingstuk met de groepsnaam aan het uittrekken. De voorste dame had daardoor alleen nog maar een t-shirt aan en ik maakte de opmerking dat ik dat toch wel heel dapper vond, ondanks het mildere weer. 'Wij doen 30 km', reageerde een andere dame. Waarop ik vroeg hoelang ze nog moesten. Eigenlijk wilde ik het aantal kilometers dat zij nog moesten afleggen weten, maar logischerwijze kreeg ik een tijdsduur als antwoord. Ik was zelf al een tijdje met spelletje 'ritsje omlaag, ritsje omhoog' aan het spelen, al naar gelang de zuidoostenwind wel of geen verkoeling bracht. Want uit de wind in de zon was het inmiddels best warm te noemen. Jan had het eerder al over 'korte-mouwen-weer'.

In de weides ter linkerzijde van het pad dat wij volgden, vertoefden meerdere plukjes koeien en ik vroeg mij af of die er de hele winter gestaan hadden of dat ze er onlangs waren neergezet. Nog immer hing ik aan een elastiek van een paar meter bij mijn loopmaat. Toen wij het einde van het lange, rechte eind (dat overigens nog geen 2 km meet) aan de noordwestkant van het water kwamen, riep hij ineens: 'Arthur', 'en Sterre'. Na enig turen ontwaarde ik die twee HM-lopers ook, Sterre aan net zo'n elastiek bij Arthur als ik bij Jan. Het schoot door mij heen dat er nog wel enige kilometers overheen zouden gaan, voor wij dat duo konden bijhalen. Als het überhaupt al ging lukken. Ik was blij het 10-kmbord te zien, het bewijs dat wij ruim over de helft van onze lange tocht waren. Een oudere loper die ik al geruime tijd achter mij wist, begon nu echt te naderen. Toen ik bij de volgende drankpost gelukkig even gas terug kon nemen, omdat mijn loopmaat weer een beker pakte, kwam de man langszij. Jan kwam sneller dan gedacht weer over ons heen, maar de aanwezigheid van de derde loper zorgde ervoor dat ik wat makkelijker achter hem aan kon gaan. Ook het feit dat de afstand naar Arthur en Sterre langzamerhand minder werd, was een stimulans. Die drankpost staat trouwens steevast op dezelfde plek en ik kwam hier al voor de elfde keer langs. Toch viel het mij nu voor het eerst op dat hij precies ter hoogte van een recreatiestrandje gesitueerd is. Had ik alle vorige keren mijn blik zo strak naar voren gericht of was het van de Stootersplas afgeschermde stuk zwemwater nu veel duidelijker in beeld omdat er veel struweel gekapt was?

Meters verderop deed ik nog een ontdekking. Achter een houten hek, op wat later een soort kleine landtong bleek te zijn, zag ik zowaar opnieuw een paar hooglandrunderen. Waren die daar nieuw? Na exact 12 km kwamen wij weer terug bij de wei waar hun collega's huisden en voor zeer korte tijd op eenzelfde stukje pad waarop wij in het begin ook al hadden gelopen. Op dat deel kwamen deelnemers aan de langste afstand ons tegemoet. Al eerder had ik, daar waar het uitzicht dat toeliet, in de verte getuurd of ik Jaco zag rennen. Ook nu speurde ik naar onze collegablogger maar ik kon hem niet ontdekken. Zou hij dit punt al gepasseerd zijn? Gezien zijn pr-plannen achtte ik dat niet ondenkbaar. Rechtsaf ging het weer eens een bruggetje over. Dat was al nummer acht van deze rit en er zouden er nog vijf stuks volgen, waarvan het allerlaatste op het Luyendijkje ook het eerste was geweest. Een telspelletje met bruggen doen onderweg verzet de zinnen altijd wel enigszins. Inmiddels naderden wij het punt waar de paden van de HM-lopers en die van de 10EM zich zouden scheiden. De conclusie dat noch Jan, die het elastiek al iets verder had uitgerekt, noch ik Sterre en Arthur nog zouden inrekenen vóór het zover was, had ik eerder getrokken. Jan was wel binnen gehoorsafstand van de twee gekomen en schreeuwde dan ook een luide aanmoediging in hun richting. Die werd door Arthur beantwoord.

De beide kilometers rond de drinkposten duurden door de Jan's stops en mijn gasterugname net wat langer dan 6 minuten. Nummertjes 12 en 13 haalde ik wel weer keurig in of binnen die tijd. Net vóór die laatste kaap waren er opnieuw ganzen in het belendende weiland te bewonderen en vloog er van alles aan gevogelte (o.a. een paar zwanen) door de lucht. Gedurende de laatste drie km betaalde ik, zoals ik al had voorzien, echt de tol voor het te rappe begin. Het elastiek rekte steeds verder op en raakte op een gegeven moment helemaal los. Ik ging niet meer sneller dan 9,68, 9,57 en 9,45 per uur, wat de tijden 6:12, 6:16 en 6:21 opleverde. Ik probeerde wel van alles om de bakens nog te verzetten, zoals extra op mijn techniek letten, meer met mijn armen zwaaien en zorgvuldiger ademen. Ook hield ik mijzelf voor dat ik nog helemaal niet moe was, maar mijn lichaam en snelheid bewezen het tegendeel. Snellere HM-lopers, waaronder de latere winnaar bij de vrouwen liepen mij aan alle kanten voorbij. Nog altijd geen spoor van Jaco en ik ging er vanuit dat hij al verder vooruit zou zijn. De opmerking van de vrijwilliger op 14,5 km dat ik alles door een oranje bril bekeek (naar de kleur van mijn glazen), kon ik wel waarderen, maar bracht mij geen extra energie. Ik was verheugd het bruggetje op het dijkje genomen te hebben en de bocht door en linksaf het sportpark weer op te kunnen hobbelen. Tot mijn grote verbazing schoof mijn Looptijdenmaat uit Zeeland ineens langs, mij daarbij luid aanmoedigend. Later vertelde hij dat ik voor hem een reddingsboei was geweest, iemand die hij in de laatste volle kilometer nog even met gemak kon oprapen. Op de baan zag hij een tweede boei in de persoon van Jan en ook die kon hij te elfder ure voorbijsteken.

Jaco's komst zorgde bij mij voor een heel korte opleving, maar ik wilde echt dat ik dat de meet snel kon passeren. Voor de vierentwintigste keer hoorde ik bij het opkomen van de baan de mededeling: 'nog één rondje op de baan, meneer'. Ik snap best dat die fantastische mensen die deze geweldige loop iedere keer mogelijk maken, niet aan mijn voorhoofd kunnen zien dat ik hier onderhand bij het meubilair behoor. Maar op een dergelijk moment, moe en het lopen allang zat, ben ik toch nog wel zodanig bij mijn positieven dat ik weet welke weg en hoe ver ik nog te gaan heb. Ik keek op mijn horloge en constateerde dat ik nog onder de 1:36 uur zat. dus probeerde ik mijn snelheid zo veel mogelijk te verhogen (10,88 per uur over de finale 278 meter volgens Garmin) om ook onder die tijd over de streep te komen. In de laatste bocht zag ik echter al dat ik dat niet meer ging redden en ik was tevreden met de 13 tellen die ik meer nodig had. Met 5:59 minuten per km gemiddeld en 10:04 per uur over de hele loop, had ik mijn plannen keurig kunnen verwezenlijken. Misschien was dat wel dankzij die snelle eerste 3 kilometers, daar ben ik nog niet over uit. En ook niet of ik mij, bij een volgende gelegenheid als mijn haas te snel vertrekt, direct moet laten terugzakken naar de snelheid die ik zelf denk lang genoeg te kunnen volhouden.

Jaco en Jan wachtten mij op en de laatste legde mijn finish vast op de gevoelige plaat. Na het noodzakelijke uithijgen, was het napraten en uitwandelen. Ik stond nog een weinig te mijmeren toen ik zag dat ik mij pal voor het loket bevond waar seizoenskaarthouders zoals ik hun herinneringsshirt konden afhalen. Daar had ik door alle inspanningen even niet meer aan gedacht. Ik trok direct mijn kaart tevoorschijn en scoorde mijn vijfde opeenvolgende shirt. Jaco had het, vanwege een korte verkoudheid eerder in de week, zwaar gehad en was absoluut niet in de buurt van een nieuw pr gekomen. Hij was ruim 7 minuten langzamer dan zijn gedroomde eindtijd, maar hij had naar eigen zeggen wel genoten van hardlopen in Het Twiske. Jan vond Jaco's lange tocht naar het noorden en zijn renprestatie wel een medaille waard en die had hij dan ook voor hem aangeschaft. Bij deze loop worden namelijk standaard bij de volwassenen geen plakken uitgereikt. Ook Jan had het zwaar gehad tijdens de laatste kilometers, maar hij had mij er uiteindelijk toch met 46 seconden klop gegeven. Nu moesten alleen Arthur en Sterre nog binnenkomen. De oudste en meest geroutineerde kwam eerst. Ik begreep zijn verhaal dat Sterre na 15 km was gaan versnellen niet helemaal, want zij kwam precies 43 seconden achter hem aan. Ook zij kreeg van de gulle Jan een medaille omgehangen en dat was in mijn ogen zeer terecht. Als je als 18-jarige al zo sterk in je hardloopschoenen staat dat je een halve marathon voltooit zonder volledig kapot over de meet te komen, en daarbij in het laatste deel klaarblijkelijk ook nog kunt accelereren, dan ben je uit het goede hout gesneden. Ik zie niet zoveel jongelieden van die leeftijd datzelfde kunstje flikken.

Een beker lekker hete thee ging er bij mij nog wel prima in, evenals de terugtocht over het sportpark naar de voiture in het gezelschap van Jaco. Wij kletsten honderduit over .... hardlopen uiteraard en namen terug op straat hartelijk afscheid. Die avond las ik in het gebruikelijke verslagje op de TML-website tot mijn grote verbazing het volgende: ' Na een winterse week met sneeuw en ijs was het nog spannend of de loop door kon gaan. Tot en met de dag zelf waren de waterleidingen en verwarming van het clubgebouw bevroren. "Een koude kantine, geen douches, geen koffie of thee, dat kun je de lopers én de vrijwilligers niet aandoen" aldus organisator Nico Hemelaar. "Zaterdag is er met man en macht gewerkt om het allemaal weer in orde te maken" '. Dat is al die kanjers dus prima gelukt, want van enige technische problemen was op de dag zelf helemaal niets te merken. Mijn complimenten voor weer een fantastisch georganiseerde Twiskemolenloop. Ik kan bijna niet wachten tot begin oktober, als de volgende cyclus begint!!

Belofte maakt schuld

Gepost door Arranraja op maandag 8 januari 2018 19:07

Zoals beloofd in de vorige bijdrage over het loopjaar 2017, hier nu het webadres van mijn nieuwe blogsite gewijd aan de Nederlandse taal: https://flitsflard.wordpress.com/

Neem er gerust eens een kijkje smiley

Terugblik op 2017 (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 31 december 2017 15:47

Ook gepubliceerd op https://arranraja.wordpress.com/

2017 was voor mij een jaar van records. Geen records in de zin van nieuwe, snellere tijden op bepaalde afstanden. Nee, die tijd heb ik vrijwel zeker gehad, dat hoofdstuk is voor mijn gevoel redelijk definitief afgesloten. Zo liep ik in 2015 gemiddeld nog 10:49 per uur, in 2016 was dat al gezakt naar 9:97 en dit jaar ging het verder naar beneden tot 9:79 per uur. Als ik schrijf 'records', dan doel ik op grotere aantallen dan ooit tevoren. Ik heb in 2017 in totaal 90 keer de renschoenen aangetrokken en dat is maar liefst 12 keer meer dan in 2014, mijn vorige topjaar als het gaat om het aantal trimlopen en trainingen. Dit resulteerde in 1142,68 afgelegde kilometers, ruim meer dan de 1027 km uit dat zelfde jaar 2014. Bovendien heb ik de in helft van de 2017-maanden 100+ kilometers afgelegd, waar ik een jaar eerder niet verder kwam dan 4 van dergelijke maanden. Ook heb ik met 16 trimlopen (het hadden er 17 moeten worden, zoals de bezoekers van mijn vorige blog hebben kunnen lezen) er 2 meer verhapstukt dan in 2015, toen 14 stuks mijn hoogste aantal ooit was. Het aantal gepubliceerde blogs was met 24 (inclusief deze terugblik), twee stuks meer dan het jaar ervoor. Qua aantal verdient die reeks daarmee een derde plaats na 2014 (34 stuks) en 2015 (27 verhaaltjes). ,

In mijn vorige bijdrage heb ik in één beschrijving het diepte- én hoogtepunt van mijn hardloopjaar uit de doeken kunnen doen. Begin december moest ik namelijk voor het eerst ooit een trimloop waarvoor ik al was ingeschreven aan mij voorbij laten gaan. Het ging hier ook nog eens om mijn tweede halve marathon in één kalenderjaar én mijn favoriete loop in Landsmeer. Dat was uiteraard fiks balen, zoals je kunt begrijpen. Het flinke pak sneeuw dat die dag ging vallen, was daar verantwoordelijk voor. Dezelfde dikke, witte laag zorgde er echter ook voor dat ik, bij mijn weten voor de eerste keer ooit, prinsheerlijk kon rennen in die zachte, dempende substantie. Deze bezigheid was feitelijk het laatste belangrijke onvervulde item op mijn hardloopwensenlijst. Logischerwijs bezorgde het mij daarom erg veel vreugde om van het sneeuwrennen te kunnen genieten en dat punt weg te strepen.

Van alle 16 trimlopen heb ik uitgebreid verslag gedaan op deze site en ik zal ze dan ook niet gaan herhalen. Een paar hoogtepunten wil ik echter nog wel even voor het voetlicht halen. De terugkeer op de renagenda van de Geinloop bijvoorbeeld, waar ik besloot de halve marathon te attaqueren. Gezien het zojuist genoemde overslaan van de decembereditie van de Twiskemolenloop, ben ik extra blij dat ik daar toen voor gekozen heb. Zo heb ik in ieder geval één halve op mijn conto in 2017. Het stuk hardlopen op het strand tijdens de Zandvoort Circuitrun ging dit jaar prinsheerlijk, in tegenstelling tot de uitputtende hobbelpartij van het jaar daarvoor. Ook mijn eerste deelname aan een loop op onverharde ondergrond, de Gooise Heideloop, op een prachtige, warme dag eind augustus was memorabel in positieve zin. En dat ondanks de dubbele valpartij die ik voor de kiezen kreeg. Een positieve (eerste trail) én negatieve (eerste buitelingen ooit) primeur op één ochtend, derhalve. De tweede succesvolle en o zo prettige samenloop met renvriend Peter in en om Weesp eind juni, mag uiteraard ook niet onvermeld blijven. Wat een eer en luxe om zo'n sympathieke hardloper als loopmaatje te hebben en als superhaas te mogen benutten!

Feitelijk waren alle 16 lopen waaraan ik deelnam, hoogtepunten van mijn renjaar. Lees de verhalen er nog maar eens op na. Een paar van mijn trainingen waren in mijn optiek eveneens de moeite waard om in een blog vast te leggen. Schrijfsels over groeten tijdens het lopen, plakkende flessen en rennen in de sneeuw. Evenals de specifiek op hardlopen gerichte sportkeuring die ik aan het begin van het jaar onderging. Ik heb echter tijdens mijn privéloopjes meer dingen gezien en meegemaakt. Daarom volgt hier per maand een kleine bloemlezing van trainingsnotities die wellicht leuk zijn om te delen.

Januari
'In januari heb ik mijn derde gps-horloge in gebruik genomen. Deze Garmin Foreruner 235 bevalt prima. De schermen zijn veel beter te zien dan bij de gelijknamige 205 en 310XT. Alleen de hartslagmeting op de pols is onregelmatig met bijvoorbeeld rare, hoge pieken op momenten dat ik op vlakke stukken in één tempo loop.' Toegevoegde notitie naderhand: de veelzijdigheid van dit horloge is naar mijn idee tegelijkertijd het zwakke punt. Omdat het ook een activiteitsvastlegger is, moet je het apparaatje voorafgaand aan het hardlopen steeds in de renmodus zetten, vooral ook om GPS te activeren. Dat signaal pakt hij overigens meestal wel heel snel op. En als je de meting pauzeert, kun je niet de tijd van de dag of de hoogte van de hartslag op dat moment bekijken. Dit vind ik best onhandig. Bovendien ervaar ik, na een jaar gebruik, dat de batterij nu al niet meer erg lang meegaat. Onder het kopje 'December' kun je lezen hoe ik hierdoor al eens moest improviseren om een volledige registratie van een training te verzekeren.

'Derde keer intervallen deze maand, nu zowaar in een witte wereld. Alle begroeiing zat onder de rijp en het leek of er op de paden een klein laagje sneeuw lag, maar het was uiteraard de aangevroren waterdamp. Toen de zon doorkwam werd het helemaal prachtig. Het was druk in het park en bijna iedereen liep al dat fraaie wit te fotograferen. Het intervallen ging vrij makkelijk, ik haalde met gemak zeven rondjes om de vijver alvorens ik als pauze mijn gebruikelijke duurloopstukje inlaste. Het spreekt voor zich dat ook ik de bijzondere omstandigheden meer dan eens op de gevoelige plaat vastlegde, waardoor ik verschillende malen mijn training onderbrak'.

Februari
'Na bijna twee weken gedwongen rust in februari, aansluitend op de Twiskemolenloop, vanwege een fikse verkoudheid eindelijk weer eens gelopen. Het ging best lekker, al liep ik niet erg snel, maar wat kan dat schelen.'

Maart
'Rustig gelopen met het oog op de TML van a.s. zondag. Eigenlijk kon ik ook gewoon niet echt harder. Wel km's 9 en 10 wat sneller gedaan, beide onder de 6 minuten. Het wegdek van de Overdiemerweg bleek, in ieder geval aan de kanaalkant, verwijderd en er stond een grote vrachtwagen voor een van de boerderijen de weg te versperren. Daarom ben ik doorgelopen langs het water en het recreatiegebied ingegaan. Helemaal aan het einde, vlak bij de opgang naar de Uyllanderbrug, bleek een waterplas over de hele breedte van het pad te liggen. Mijn beslissing om dan maar links erlangs door het gras te gaan, bleek geen gelukkige. Want het leverde mij een natte linkerschoen op. Gelukkig had ik al snel geen last meer van dat modderige vocht.'

'Bij prachtig, relatief warm weer, werd een als kort geplande duurloop een halve strandtraining. Ik zag een man het strandje in het Diemerpark op rennen en daar rondjes gaan lopen. Ik had het nooit eerder beseft, maar dacht nu: 'dat kan ik ook doen i.v.m. met de Zandvoortrun van volgend weekeinde'. Zo gedacht, zo gedaan: eerst 3 rondjes van ongeveer 250 meter over dat kleine, hobbelige strand gelopen en later teruggekeerd om er nog eens 4 te doen. Bij elkaar ongeveer 1750 meter strandoefening. Tussendoor naar de Diem gelopen, waar ik traditiegetrouw even gestopt ben. Vervolgens langs het kanaal en daarna weer terug naar mijn nieuwe ontdekking, waar ik na 2 rondjes hobbelen weer even heb uitgeblazen.'

April
'Een verknoeide poging om zelf nog eens mijn omslagpunt te bepalen, omdat de uitkomst van 157 bij de sportkeuring wel erg aan de lage kant lijkt. Het herijken mislukte omdat ik de gemiddelde snelheid van de hele training op mijn scherm had en niet die van de kilometer van dat moment. Daar ik begon met ongeveer 8,5 per uur, zat ik al heel snel boven de 12 per uur gemeten over de totale ren. En het was de bedoeling per 2 minuten de snelheid met 0,5 per uur te verhogen. Aangezien ik ook mijn 310XT en hartslagband om had, kon ik wel mooi de hartslagmetingen vergelijken. En die lopen aanzienlijk uiteen. Voor mij het bewijs dat de meting op de pols bij mij niet goed werkt. Garmin 235 gem.: 150, max.: 180. Garmin 310XT: gem.: 146, max.: 161. De lijn van de 310 is bovendien veel gelijkmatiger dan die van de 235.'

'De heerlijke, overbekende route zonder stoppen in rustig tempo gelopen. Alleen op de Petersweg stapvoets een boomstammen ladende vrachtwagen gepasseerd. Het wegdek wordt op dat stuk trouwens wel erg beroerd door de zware boskapvoertuigen. En in dat deel van Duitsland doen ze erg weinig aan wegonderhoud. Wel weer een lekkere training.'

Mei
'De eerste 'thuistraining' sinds 20 april, door een vakantie in Duitsland en midweekse rust vóór en na de Geinloop-halve marathon op 7 mei. Niet te hard gegaan, sinds lange tijd ook weer eens over de Overdiemerweg. Die ondanks het 'gesloten'-bord nu gewoon prima begaanbaar was, mede dankzij het mooie, nieuwe asfalt. Bij Fort Diemerdam even gestopt en op het stukje dijk daarna een buitje moeten incasseren. Iets dat door de vrije hoge temperatuur helemaal niet erg was. Verder mooi onder de 6 minuten per km gebleven, door een versnelling vanaf km 6. Zodoende een negatieve split gerealiseerd. De eerste 10 km trouwens in exact 1:00:00 uur afgelegd.'

'Voor het eerst gelopen met mijn nieuwste paar Asics Gel Cumulus 18. En nog wel zonder ze eerst een flink aantal keer in te wandelen, zoals ik bij alle vorige paren gewoon was. Dus voor het eerst naar buiten ermee en na de gebruikelijke warmwandeling, stretches, oefeningen en indribbelen, meteen rennen geblazen. Onder de bomen langs het kanaal was het qua temperatuur en zonkracht goed te doen. En al helemaal met twee ingelaste pauzes, na 3,85 en 7,75 km. Na bijna 7 km kwam, zoals wel vaker het geval is op dit traject, de schrijver Herman Koch mij al rennend tegemoet. Deze keer had hij echter een elektrische kar met een complete filmploeg in zijn kielzog. Bij nadering maakte hij contact met mij (ik steek altijd mijn duim naar hem op, net als naar de meeste andere lopers), waarbij zijn blik mij de indruk gaf dat hij deze situatie nogal gênant vond. Het kan echter ook zijn dat hij reageerde op mijn behoorlijk kleurige hardloopuitmonstering. Waarbij vooral de knalgele compressiekousen en de zo mogelijk nog opvallender, fluorescerend groen-gele Asics ongetwijfeld de aandacht trokken.'

Juni
'Een poging gedaan om mijn omslagpunt nog eens te bepalen, omdat de 157 van de sportkeuring wel erg laag lijkt. De uitslag nu zou 170 of 171 zijn, als de hartslagregistratie via de pols met de Forerunner 235 een beetje klopt, tenminste. Ik ga de test nog wel eens herhalen met mijn Forerunner 310XT met hartslagband. Ik kwam overigens niet hoger dan 11,6 km per uur, hoewel ik ook even 12,09 gehaald schijn te hebben. Tijdens de sportkeuring in januari, haalde ik nog 13 per uur. Verder erg rustig gelopen en na bijna 8 km even gestopt bij de Diem.'

'Gelukkig weer met volledig opgeladen Garmin, nadat deze mij tijdens de Vechtloop hopeloos in de steek had gelaten! Dat is toch wel erg prettig. De eerste helft liep ik lekker vlot, alles onder de 6 min/ km. Dat werd met de hoge temperatuur en dito vochtigheidsgraad logischerwijs een positieve split. Want ondanks twee pauzes, na 3,5 en 7,5 km, was net voor die tweede onderbreking het beste eraf. Dit kwam mede omdat ik vanaf km 5 zo nodig moest proberen een vóór mij lopende renster bij te halen. Hetgeen overigens niet lukte, ook omdat deze dame helemaal onderaan de Uyllanderbrug ineens het rechte pad dat ik volgde, verliet.'

Juli
'Het was niet eens zo heel warm, maar wel erg benauwd door de hoge luchtvochtigheid. Voor mijn gevoel nog vochtiger dan de 83% die GarminConnect bij deze training heeft vastgelegd. Zelfs met de zweetband om mijn bol, liep het transpiratievocht in mijn ogen. In het begin voelden mijn benen redelijk stijf en had ik niet het idee dat ik lekker liep. Later ging dat gelukkig beter. Alle kilometers gingen vandaag dan ook ruim boven de 6 minuten, met een gemiddelde van 6:20. Na exact 8 km even gestopt bij de Diem om een weinig uit te blazen. Daarvoor had ik voor de tweede keer ooit, een uitstapje gemaakt naar het oostelijke deel van IJburg.'

'Het was weer warm en vooral erg benauwd. En ik had mijn loopje al een dag uitgesteld, vanwege de verwachte grote hitte op woensdag. Daarom heb ik (overigens niet gepland) mijn toevlucht gezocht tot 4 maal 20 minuten draven. Met tussendoor dus 3 pauzes: eenmaal bij de Diem en tweemaal langs het kanaal. Niet vreemd dat ik langzaam liep, gemiddeld 6:29 minuten per kilometer. Maar ik rende tenminste, hoewel dat eigenlijk weinig soepel ging voor mijn gevoel en veelal meer op hobbelen leek. Toen ik bijna bij het eindpunt was, pakten de donkere wolken zich al samen (nadat het eerder ook kort wat geregend had). Daarom direct van het kanaal naar huis gewandeld, waardoor ik gelukkig net voor de stortbuien binnen was.'

Augustus
'Zware training in Duitsland door het Bentheimer Wald. Zwaar vanwege de slechte paden, de geniepige glooiingen en de (na een korte maar hevige regenbui) erg hoge luchtvochtigheid. Toch heb ik deze tocht met slechts één korte onderbreking bij het Bentheimer Kurhaus, weliswaar in een laag tempo, succesvol weten te voltooien.'

'Ruim 11 km in één keer doorgelopen, met een viertal 'snellere' (=onder de 6 minuten) km's ertussendoor. Het gemiddelde van 6:06 over de hele ren is ook wel redelijk naar huidige maatstaven. De bewolking en de voor augustus relatief lage temperaturen (18.9 C.) hadden daar ongetwijfeld een aandeel in. Lekker gelopen ondanks een plotselinge hoestbui na 6,5 km, toen van de even daarvoor waarschijnlijk teveel geconsumeerde sportdrank ineens weer een beetje naar boven kwam.'

September
'Een serieuze training voor de Dam-tot-Damloop bij uitstekende weersomstandigheden. Fijn weer eens het rondje Kanaal-Bossen-Maxis-Diemerpark gedaan. Alleen moest ik mijn parcours een stukje omgooien naar de Muiderbrug vanwege de Weesper Triatlon. Hierdoor kon ik niet over de Spoorbrug. Drie keer kort gestopt in het Diemerbos om de te kappen abelen-bomenrij te fotograferen. En na 14 km kort gepauzeerd bij de Diem, opdat ik de laatste 2 km weer een beetje prettig kon voortbewegen. Achteraf gezien de 16 km redelijk makkelijk volbracht.'

'Omdat de mist snel optrok dan verwacht, kon ik toch nog vóór mijn lunch erop uit. Tijdens de eerste kilometers voelden mijn benen wat stijf en ging het lopen derhalve niet soepel. Toch lagen de km-tijden heel stabiel net boven de 6 minuten. De Uyllanderbrug oprennend, zag ik een buizerd van de railing naar een vlak erachter gelegen boom vliegen en daar duidelijk zichtbaar blijven zitten. Jammer dat ik niet mijn digitale spiegelreflexcamera met telelens bij mij had. Toen het door de doorkomende zon snel warmer aanvoelde, deed ik mijn dikste shirt uit. Ik heb de gehele route zonder stoppen uitgelopen, met 1 km onder de 6 minuten. Zondag in het Twiske moeten ze alle 10 onder die tijd!'

Oktober
'Het lopen voelde vanaf het begin vrij zwaar. Maar ik ging dan ook vrij vlug al 10 per uur, een snelheid die ik niet vaak langere tijd meer haal tegenwoordig. Even gepauzeerd bij de Diem na bijna 8 km. Daarna nog een deels snel gelopen kilometer er tussendoor gegooid met 5:43 minuten. De temperatuur was nog niet te hoog, maar de hoge luchtvochtigheid maakte het behoorlijk benauwd. Extra veel gezweet daardoor. Leuk detail: zowel in het begin langs het kanaal als later op de Uyllanderbrug dezelfde loper, die een buggy met baby erin voortduwde, tegengekomen. Hij liep waarschijnlijk grotendeels hetzelfde rondje als ik maar dan in omgekeerde richting.'

'I.v.m. een bloeduitstorting onder mijn rechter-voorvoet, besloot ik pas toen ik al begonnen was met lopen om dit lange traject te gaan doen. De weersomstandigheden waren er bijna optimaal voor en mijn voet deed geen pijn. Dus gaan met die banaan, of liever gezegd zonder, want ik had behalve een fles sportdrank geen proviand meegenomen. Gelukkig had ik wel 2 gelletjes in mijn heuptasje zitten, die heb ik bij de eerste pauze, na ruim 10 km in Weesp, soldaat gemaakt. Nog een keer gestopt bij de spoorbrug na bijna 15 km en tenslotte de 20 km redelijk makkelijk voltooid.'

November
'De eerste training in de aanloop naar een hernieuwde poging om (op 10 december a.s.) in Landsmeer de halve marathon te gaan verhapstukken, was er een in 5 delen. Stops en korte pauzes na 3, 6, 9 en 12 km. Het lopen ging niet zo makkelijk 3 dagen na mijn meest recente trimloop. De miezerregen en de zeer hoge luchtvochtigheid hielpen daaraan waarschijnlijk ook niet mee. Dus besloot ik tot deze vijfdeling. Onderaan de Spoorbrug aan de Weespse kant werd mijn stop veroorzaakt door een automobilist op het fietspad die mij de weg naar Naarden vroeg. Zijn DomDom had hem duidelijk niet helemaal de goede paden gewezen. Ik hoop dat ik hem wel op het juiste spoor heb kunnen krijgen. Bij de laatste stop in het Diemerpark voelde ik aan mijn water dat er een passagiersschip in aantocht was. En ja hoor, daar kwam seconden later de River Duchess aanglijden'

'Twee korte stops om een boot te fotograferen en twee wat langere (achter Nuon en bij de Diem) om even uit te rusten. In het eerste stuk langs het kanaal bij een heel langzaam varende vrachtboot weggelopen, ondanks het feit dat ik maar 9,5 tot 10 per uur ging. Dat geeft wel een mentale opkikker!! De twee langere stops waren echter ook nodig om weer het gevoel te krijgen lekker te kunnen lopen.'

December
'Er waren veel renners op de been op deze prachtige zonnige zondag rond het middaguur. Perfect hardloopweer met heel weinig wind. Alleen was het op enkele plaatsen nog glad vanwege de 's nachts opgevroren waterplassen. Ik had daar alleen last van op de Diemerzeedijk in de buurt van het fort. Volgens een renner die mij passeerde, was de hele dijk nog glad en dus koos ik toch maar (ondanks eerdere plannen om langs de IJburgkant te gaan) voor het pad langs het water. Daar was het in de zon echt prima rennen. In een ruk doorgelopen, behalve het moment (de Uyllanderbrug af) dat het ene pootje van mijn zonnebril ineens op straat lag. Gelukkig zag ik dat bijtijds en had ik het snel weer te pakken.'

'Mist, miezerregen en dus een erg hoge vochtigheidsgraad. Het lopen ging niet super en al in de 1e km meldde Garmin dat de batterij bijna leeg was. Dat doet hij al bij 12 procent en voorheen kon ik dan moeiteloos mijn training en aansluitende afkoelwandeling voltooien. Nu bleef het ding zeuren en gaf er na 10,6 km zelfs de brui aan. Voor die tijd een paar keer gestopt (na 3,5, 6 en 10 km), één keer omdat een werkman mij iets wilde vragen. Toen mijn 235 ermee ophield, heb ik direct de Looptijden-app geactiveerd en mijn telefoon in het plastic zakje in mijn hand gehouden. Zo heb ik de laatste 4 km langs het water en over de brug afgelegd. De klep van mijn pet was zo nat dat er voortdurend waterdruppels vanaf vielen. Gelukkig net niet op mijn telefoon. Met deze 4 km heb ik er bij elkaar 14,6 verhapstukt en mijn leidende positie in het tegelklassement verder verstevigd.'

'Een rustige training met twee stops, na 3 en 9 km, om even bij te komen. In het laatste stuk van 3 km, kon ik 'meeliften' door op enige afstand mee te gaan in het kielzog van een renster. Dit sleepte mij door de vermoeidheid heen en gaf mij de kracht om solo de brug over te gaan. Er was een hoge luchtvochtigheid en best wat wind, die dan weer lekker in de rug blies (bril besloeg regelmatig), dan weer tegenwerkte. Langs het kanaal een extra stukje doorgelopen om in ieder geval aan 11 km voor de tegel IJburg te komen.'

2017 was het jaar waarin de voor mij tot dan toe ongrijpbare Lydia een gezicht kreeg. Deze loopster staat vanaf de lancering van het Hardloopspel van Looptijden, steevast boven in de ranglijst van lopers die, net als ik, de tegel Amsterdam-IJburg frequenteren. Aangezien er op dat stukje Nederland niet heel veel hardlooproutes te vinden zijn, zou ik haar toch weleens tegen moeten komen, dacht ik tijdenlang. Bij het passeren van een loopster, vroeg ik mij dan ook regelmatig af of ik met Lydia te maken had. Sinds ik weet hoe zij eruit ziet, kom ik haar inderdaad wel eens in het wild tegen. Aan het einde van het jaar sta ik trouwens fier helemaal bovenaan de ranglijst, met 113 afgelegde kilometers. Dat is mij verder alleen in de maand juli gelukt.

Heel veel wensen heb ik niet voor het komende kalenderjaar. Of het moet het volbrengen van mijn vijfde halve marathon zijn, liefst al in het voorjaar. In dat kader heb ik nog immer de stille hoop met een groepje Looptijdenbloggers (niet-schrijvers zijn uiteraard ook van harte welkom) in Landsmeer aan de start te kunnen verschijnen. Wellicht kan ik dan weer eens misbruik maken van de haaskwaliteiten van vriend Peter om in de buurt te kunnen komen van een tijd van 2 uur. Collega's Jaco en Jan hebben al een positieve intentieverklaring in de richting van een TML-start afgegeven, dus wie weet trekken die mijn Superhaas ook over de streep. Verder wil ik weer op herhaling bij alle trimlopen van afgelopen jaar en dan wel inclusief de decembereditie van de Twiskemolenloop. Kan ik in ieder geval eind volgend jaar melden dat ik opnieuw meer georganiseerde renpartijen heb verhapstukt dan een jaar eerder.

Voor nu wens ik alle lezers vooral een uiterst goede gezondheid toe in 2018, zodat er lekker veel, vaak, lang en bovenal plezierig gerend kan worden. Renpartijen waarover ik dan bij voorkeur weer veel leuke, informatieve en stimulerende verslagen kan lezen.

O ja, binnenkort lanceer ik een nieuwe blogsite, die niet hardlopen maar (de schoonheid van) de Nederlandse taal als onderwerp heeft. Hij staat feitelijk al online, maar is momenteel nog afgeschermd voor de buitenwereld. Ten behoeve van degenen die hier nieuwsgierig naar, of echt geïnteresseerd in zijn, zal ik een bericht plaatsen als hij daadwerkelijk beschikbaar is.

Geen TML, maar sneeuwrennen wel! (3 reacties)

Gepost door Arranraja op woensdag 13 december 2017 16:50

Ook te lezen (inclusief fotoreportage) op https://arranraja.wordpress.com/

Personen die mijn blogs volgen, hebben ongetwijfeld meegekregen dat het er bij de derde Twiskemolenloopaflevering van de huidige reeks eindelijk weer eens van moest komen: ik zou de halve marathon gaan verhapstukken. Mijn tweede dit kalenderjaar en mijn vijfde in successie. Toen virtuele renvriend Jaco er bij een eerder verslag op Looptijden naar vroeg, kwam ik met de volgende reactie: '@Jaco, dat is bijna vragen naar de bekende weg. Uiteraard is het mijn bedoeling om a.s. zondag in Landsmeer van start te gaan. Als het aan mij ligt nu echt op de 21,1 km. De weersvooruitzichten zijn echter niet super, dus ik hoop niet dat het 's morgens glad is op de weg of op het parcours in het Twiske, hoewel dat laatste niet onoverkomelijk hoeft te zijn. Dat is wat mij betreft de enige sta-in-de-weg. Dus het is 'ijs en weder dienende' of zo je wilt 'deo volente'. Welnu, die weersomstandigheden werden een onoverkomelijk probleem. Dat wil zeggen, ik zou 's morgens vrijwel zeker zonder problemen via de Ring-A10 Landsmeer kunnen bereiken. De vraag was alleen of ik er pakweg 3,5 uur later ook weer veilig vandaan zou kunnen. Ik vond dat risico te onverantwoord en heb met pijn in het hart deze keer de TML moeten laten voor wat hij was. Dat zeer werd niet veel minder toen ik 's avonds het volgende verslagje op de TML-site las: 'Sneeuwbuien met een wind van 31 kilometer per uur en een maximum van twee graden. Het weerbericht loog er niet om en de organisatie van de Twiskemolenloop besloot daarom uit veiligheid de afstanden en routes aan te passen. Er zijn rondes van 5 en 10 kilometer uitgezet, die de deelnemers één of twee keer kunnen lopen en er is een ronde van 1,5 en 3 kilometer. Niet minder dan 356 lopers verschenen aan de start en trotseerden de sneeuw en de koude wind'.

Zoals een van meest geciteerde uitspraken van wellicht Nederlands grootste sportheld ooit, luidt: 'ieder nadeel heeft zijn voordeel'. In de ochtend zou er in het Twiske voornamelijk blubber liggen, meer specifiek de sneeuw van de vorige dag die tot pulp vergaan zou zijn. Nee, ik had nu de unieke gelegenheid om te wachten tot er echt een laag verse sneeuw zou zijn gevallen en dan lekker 'thuis' de meest ideale stukjes besneeuwd parcours uitzoeken om daar gaan rennen. Tenzij mijn geheugen mij in de steek laat, zou dit de allereerste keer in mijn hardlopersleven zijn dat ik dat kon doen. Dat zal vast wel kloppen, want iets zo uitzonderlijks zou ongetwijfeld wel in mijn geheugen gegrift staan. Vorig jaar lag er ook een dag of wat sneeuw, maar was ik niet fit en de gang naar buiten daarom onverantwoord. In ieder geval had ik nu de première van het gebruik van mijn speciale sneeuwschoenen. Al een paar jaar geleden had ik in mijn alleroudste paar Asics in de buitenzool een stel zelftappende schroefjes gedraaid, die bij elkaar een mooi setje minuscule noppen vormden. Nu kon ik die constructie dus eindelijk eens in de praktijk gaan testen.

Mijn plan was om eerst langs het Amsterdam-Rijnkanaal aan de zuidkant het fietspad te volgen naar het verste recreatiegebied in de Diemerpolder. Na een rondje via de Diemerpolderweg en de Overdiemerweg wilde ik dan terugkeren naar mijn startpunt en bekijken of ik ook nog aan de andere kant van het water in het Diemerpark zou gaan struinen. Op de eerste meters aan de zuidzijde had ik al door dat daar gestrooid was en er om die reden vrijwel geen sneeuw lag. Dus ben ik direct omgedraaid en maar spoorslags de Nesciobrug overgegaan naar het Diemerpark. Want als er één pad ongerept zou zijn, dan was dat ongetwijfeld het pad langs het water. Officieel luisterend naar de naam Thijs Hendriksenpad maar door mij omgedoopt tot 'Herman's Kattenpad'. Boven op de brug lag vrijwel geen sneeuw (vóór het neerkomen al weggeblazen door de harde wind) en was daar het door die wapper bitterkoud. Het cruiseschip "Rhein Melodie' kwam er juist aan, maar die boot was door het slechte licht eigenlijk nauwelijks zichtbaar en bovendien had ik er al een mooi kiekje van in mijn collectie. Derhalve voelde ik mijzelf niet verplicht in volle ren halt te houden om er een foto van te maken. Op de Diemerzeedijk ploegde een jonge vrouw op de fiets heel stoer zonder hoofddeksel door de sneeuw richting Zeeburg. Zij had de wind in de rug en daardoor waarschijnlijk niet zo veel last van de eindeloze, vliegende sneeuwbui.

Ik had nog even getwijfeld welke kant ik zou opgaan, maar de wind die uit de richting van IJburg blies, hielp mij tot een besluit te komen. De dijk af en onder de brug door naar beneden naar het eerder genoemde pad langs het water. Er kwamen juist twee wandelaars de hoek om, die hun sporen in de sneeuw hadden achtergelaten. Ook daar moest ik tegen de bries optornen, maar de bomenrij ter linkerzijde zou hopelijk een groot deel ervan tegenhouden. Die vlieger ging helaas maar gedeeltelijk op en ik had eigenlijk voortdurend de wind en meevliegende sneeuw vol in mijn mik. Het sneeuwdek was prachtig en vrijwel intact, wat heerlijk liep, maar ik was steeds bezig bril en jas van sneeuw te ontdoen. De zomerpet met klep die ik speciaal had opgezet om de bril enigermate tegen de sneeuwvlokken te beschermen, voldeed op dat punt niet echt super. Mijn gezicht werd ook onophoudelijk volgeblazen met dat natte, witte spul en dat was niet echt een pretje. Zo had ik dubbel weinig zicht, zowel door een besneeuwde en beslagen bril, alsook door het extreem donkere weer en de sneeuwgordijnen. Ik liep daar letterlijk en figuurlijk in mijn eigen, kleine en witte wereldje en had überhaupt het ruim 2,6 km lange pad helemaal voor mijzelf. De verrukkelijk zachte ondergrond vergoedde echter heel veel, zo niet alles. Ik had ook geen moment het idee om om te keren en mijn tocht af te blazen. Normaal gesproken zie ik hier altijd veel vogels. zoals kraaien, reigers, buizerds en allerlei watervogels. Nu was er alleen een enkele zwaan die zich langzaam voortbewoog in het slootje aan de linkerkant van het pad. Bijna aan het einde van het pad, maakte ik mijn eerste stop om een paar witte plaatjes te schieten. Een eenzame vrachtboot ploegde op afstand langs mij door het water van het kanaal.

Ik bedacht om, bij wijze van uitzondering op het weggedeelte onderaan de Diemerzeedijk naar Fort Diemerdam te lopen. Doorgaans mijd ik dat stuk vanwege de klinkerbestrating, maar die zou nu bedekt zijn met die zachte, dempende, witte laag. Dat viel echter op meerdere plaatsen erg tegen. Op het eerste deel voelde het nogal drassig aan en onder de overhangende bomen lag bijna niets aan sneeuw. Dat was korte tijd wat minder prettig lopen en ik wist direct weer waarom ik dat weggedeelte altijd links, dan wel rechts laat liggen. Boven op de dijk kwam een loopster mij tegemoet. Ik wachtte tot ik dicht bij haar was en rekende op een groet, die ik uiteraard zou retourneren. De dame keek echter stoïcijns voor zich uit en ik zwaaide tevergeefs naar boven. Het fort, dat zich onderaan de dijk bevindt net buiten het Diemerpark, rondde ik met de klok mee. Hier had ik een hoop rotzooi op de weg verwacht, maar het sneeuwdek was vrijwel intact. Slechts het spoor van één auto was zichtbaar. Daar maakte ik het enige, halve slippertje van mijn hele tocht, toen ik snel keerde om een paar stappen terug te gaan omdat ik een foto wilde maken van de brandende lampen in de bomen bij de ingang. Bovenaan en iets verder op de dijk heb ik nog wat meer foto's gemaakt. Zo dikwijls is ons land niet op een dergelijke manier ondergesneeuwd, dus dan moet je ook de gelegenheid nemen dat schouwspel vast te leggen. Iets wat ik ook met mijn vrouw had afgesproken. Op de terugweg naar het park kwam ik achter elkaar twee lopers tegen en als vanzelfsprekend wisselden wij begroetingen uit.

Terug in het park, kwam er een jonge fietser moeizaam door de sneeuw aanfietsen. Ik had van te voren niet bedacht wat en hoe lang ik zou rennen en besloot nu rechtdoor de weg op de dijk te vervolgen om ergens aan het einde nog een extra lus aan vast te knopen. Op de hele dijk waren de sneeuwcondities prima en ik voelde echt niet dat ik schoenen droeg die ik 5 jaar en 8 maanden eerder voor het allerlaatst gebruikt had. De piepkleine noppen aan de onderkant deden hun werk uitstekend. Ik had, op dat ene slippertje bij het fort na, geen moment het gevoel dat ik moest inhouden of mijn voeten anders neerzetten. Ik had hier de stevige wind prettig in de rug en ik passeerde een volwassene bij een paar kinderen die de dijk af sleedden. Mijn blaas was zich al een tijdje aan het roeren en ik wilde van die aandrang af. Dus heb ik in de luwte achter een huisje dat overactieve orgaan tot bedaren gebracht, zodat het mij niet meer zou lastig vallen. Omdat ik toch stilstond, heb ik meteen weer een paar foto's gemaakt. Een wielrenner of mountain-biker kwam langs en iets verder, op een plek die ik 'Patriciapunt' heb gedoopt, ben ik rechtsaf geslagen. Dit Han Rensenbrinkpad bracht mij boven op het iets hoger gelegen middendeel van het park. Ik voelde nu voor het eerst de koude wind door mijn schoenen waaien en ik vroeg mij af of mijn sokken nat zouden zijn. Hier rende ik recht door een paar nog fraai uitziende en compleet maagdelijke sneeuwvlakken naar de andere kant van het recreatiegebied.

Half aan de wind daalde ik zonder enige slip- of glipproblemen het hellinkje af naar het lager gelegen stuk aan de noordzijde. Hier kwam ik wat wandelaars en kinderen op sleetjes tegen. Scherp linksaf bracht het Dick Hilleniuspad, dat langs de sportvelden loopt, mij, met de wind nu wederom in de rug terug richting de Nesciobrug. Een sneeuwschuiver had een deel van het brede pad enigermate opgeschoond en ik besloot dat spoor te pakken tot de splitsing aan het einde. 8,5 km had ik inmiddels weggetrapt en ik had er nog lang niet genoeg van. Dus sloeg ik linksaf weer het rechter stuk van de dijk op, nu in tegengestelde richting waardoor ik de wapper ten tweeden male vol tegen kreeg. De sneeuwlaag was op deze plek duidelijk aangetast door vele fietsers en wandelaars en liep korte tijd toch minder prettig. Op de Nesciobrug had ik twee lopers gesignaleerd. Deze kwamen snel achter mij aan en gingen ook linksaf langs het hockeyclubhuis het pad op dat volgens Google Maps zowel Waterkeringpad als Jan Beijerpad als naam heeft. Na de sportaccommodatie gingen zij mij hard voorbij en ik deed geen enkele poging om aan te haken, waartoe ik ook geen enkele kans zag. Waarom zou ik ook? Ik twijfelde nog of ik op de naderende kruising rechtsaf zou slaan terug het Han Rensenbrinkpad op, zijnde de kortste weg terug naar de brug en naar huis. Ik besloot toch de grote ronde doen, langs de IJburgkant van het park het pad met de twee namen helemaal af.

Ineens was het een drukte van belang, met heel veel sleeënde kinderen, die optimaal gebruik maakten van de daar aanwezige hoogteverschillen. Enkele jeugdigen blokkeerden de doorgang grotendeels met hun glijtuigjes en ik kon er maar juist langs. Van een brug naar de woonwijk kwam zowaar nog een stel volwassenen met een kind op een slee. En dat terwijl het daglicht, dat door de zware sneeuwbuien toch al niet overvloedig was, reeds begon te verdwijnen. Ik was blij dat ik die drukte achter mij kon laten en ploegde verder door de nu weer stille, witte wereld. Op het hoger gelegen pad aan mijn rechterkant groette een tegemoetkomende loper mij en verderop ging ik een stel wandelaars voorbij. Waarom was de sneeuw hier ineens zo papperig?, ervoor zorgend dat mijn schoenen nog natter werden. Een renner die ik al twee keer daarvoor gegroet had, kwam weer op mij af. Bij nadering stak ik daarom drie vingers in de lucht. Hij gaf een brede lach terug.

Bij de brug naar een apart wooneiland (Rieteiland-Oost) dat ik door de vorm van de vrijstaande huizen aldaar altijd 'Blokkendozeneiland' noem, waren een paar jongetjes aan het sleeën. Waar het brede pad aan het einde weer de Diemerzeedijk bereikte, zou ik even stoppen om een weinig uit te rusten. Ik had er namelijk al bijna 11 km opzitten en mijn benen begonnen nu toch wel echt wat moe te worden. Toen ik stopte, duizelde het mij kort lichtjes, maar ik herstelde gelukkig rap. Op het moment dat ik stond bij te komen, belde mijn vrouw. Ze was verbaasd dat ik nog zo'n eind van huis was, terwijl de zon al achter de horizon verdwenen was. Ik gaf aan dat ik ongeveer een half uur later wel weer in de bewoonde wereld zou zijn. Nog twee kilometer over de dijk met de wind gelukkig weer volop in de rug naar de brug en die vervolgens over, dan zou mijn sneeuwloop wel klaar zijn. Het voordeel van zo'n sneeuwdek is dat dit het weinige licht dat er nog was, weerkaatste. Er was voor mij derhalve nog ruim voldoende zicht om mijn weg te vervolgen. Ik stopte op de dijk nog één keer om met flitslicht een paar sneeuwplaatjes te schieten. Er zijn er zowaar enkele van gelukt. Aan de andere kant van het kanaal waren in vele Diemen-Noordse appartementen de lichten al ontstoken. Omdat ik hier nooit eerder onder dergelijk duistere omstandigheden was, nam ik die relatieve zee van licht voor het allereerst waar. Zag ik daar een vos over de weg lopen? Het was een laag op de poten, donker dier met een lange pluimstaart, dus heel goed mogelijk dat het Reintje was. Weer iets later zag ik opnieuw een kleine donkere gestalte aan de rechterkant van de weg een paar sprongetjes maken. Dit zou naar mijn idee wel eens een donkerkleurig konijn kunnen zijn.

Zonder kleerscheuren bereikte ik de Nesciobrug en ik kon het niet laten om nogmaals mijn fototoestel te pakken in een poging de verlichte opgang vast te leggen. Mijn toestel slaagde daar niet helemaal in, maar vind ik het resultaat wel een aardige weergave van wat ik die middag gezien had. Boven het water was de wind nog immer bitterkoud. Ik voelde hem opnieuw door mijn schoenen waaien, maar ik had hem gelukkig grotendeels achter. Toch was ik blij toen ik aan de Diemense zijde kon afdalen. Ik zat inmiddels richting de 14 km en wilde doorgaan tot ik die kaap gepasseerd was. Omdat het inmiddels helemaal donker was geworden en ik alleen een lichtgevend hesje droeg, rende ik mijn woonwijk in. Enkele honderden meters verderop kon ik mijn meting stoppen en dat werd toch wel tijd ook. Even was ik weer licht draaierig en toch wel verheugd dat ik kon gaan uitwandelen. Een man die bij zijn voordeur stond vroeg of het lopen te doen was. Ik antwoordde vol overtuiging: 'heerlijk, ik vond het jammer dat ik stoppen moest'. Ondanks de vermoeidheid was daar geen woord aan gelogen, ik had, als ik niet zo vermoeid geweest was, nog uren willen doorgaan. Thuisgekomen, bleven mijn pet, schoenen en sokken, zoals mijn zuster dat altijd noemt 'zeik-doorwater-nat' te zijn. Maar dat kon mij niets schelen. Ik had zojuist een paar gedenkwaardige uren doorgemaakt met deze Diemer-poolexpeditie en één van de laatst openstaande punten van mijn hardloopwensenlijstje ingevuld.

Een natte boel in Amsterdam-Zuid (3 reacties)

Gepost door Arranraja op maandag 11 december 2017 15:24

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Vaak genoeg heb ik kunnen schrijven dat een negatieve weersvoorspelling voor de zondag gelukkig niet bleek te kloppen. Óf dat de weersomstandigheden in ieder geval erg meevielen. Bij de Olympisch Stadionloop in november, een week na de Twiskemolenloop, was het wel slecht en nat weer, precies zoals vooraf voorspeld werd. Na een voor mijn begrippen lange OV-reis naar de andere kant van de metropool, heb ik zelfs onder een viaduct van schoenen gewisseld op weg naar het stadion. Ik was bang dat mijn wedstrijdschoenen direct zouden vollopen door de fikse regenval van dat moment. En dat leek mij geen goed vooruitzicht, met natte voeten aan een trimloop beginnen. Gelukkig brachten mij stokoude, maar veel dichtere Reeboks, die ik altijd in de tas heb zitten voor na afloop, hier dus uitkomst.

Het was al druk in het stadion en de loop bleek reeds bij de voorinschrijving volledig uitverkocht (2500 inschrijvers) te zijn. Ik liep over het middenterrein door het zeer soppige gras naar de tent aan de andere kant. Dat hadden velen vóór mij ook al gedaan, want het stuk atletiekbaan aldaar zag er behoorlijk modderig uit. Na enig rondkijken in de grote tent vond ik de startnummer-uitgifte en op mijn telefoon gelukkig ook vrij snel het benodigde startnummer in een mail van de organisatie. Die mail had ik dus niet goed gelezen bij binnenkomst. Kort sprak ik daar in die grote tent oud-collega Patrick, die ik ook na afloop bij het uitwandelen op de atletiekbaan in het stadion tegenkwam. Het startnummer op kleding bevestigen deed ik in de heel ruime en rustige toiletvoorzieningen onder de hoofdtribune en uiteraard maakte ik van die gelegenheid ook twee keer gebruik om de blaas te legen. Zittend bovenaan een stel trappen wisselde ik nogmaals van schoenen. En vanwege de nog steeds vallende, maar nu lichte regen deed ik aansluitend de opwarming op een overdekt 'bordes' dat onderdeel is van de tribune. Daar was, ondanks alle andere aanwezigen, zelfs ruimte genoeg om een paar rondjes te dribbelen.

Daarna heb ik ook op de baan nog wat ingelopen en vervolgens mij aangesloten bij de meute die zich als startvak vóór de tent gevormd had. Ik stond ik ineens pal naast mijn eeuwige medestrijdster op de tegel Amsterdam-IJburg bij het Hardloopspel. Het was kort voor het starttijdstip, dus ik heb haar maar niet aangesproken. Iets wat ik overigens nog nooit gedaan heb. Dus ze zou wellicht vreemd hebben opgekeken als die man naast haar ineens tegen haar aan zou zijn gaan praten. Gelukkig was het inmiddels droog geworden. Er was nu een grote pluk blauwe lucht zichtbaar in het noorden, waar de luchtstroming vandaan kwam. Ik hoorde een andere loopster ergens naast mij zeggen dat zij de Buienradar nog had geraadpleegd en dat er het komende uur slechts twee kleine buitjes zouden gaan vallen. Dat klonk dus niet slecht. Ik heb vanaf de start geprobeerd mee te gaan in het kielzog van twee jongedames. Die was ik echter al voor het verlaten van het stadion, dus slechts enkele honderden meters verder, alweer kwijt in de drukte. Het was tenslotte ook een behoorlijk rennerspak dat zich over de baan naar de uitgangspoort voortbewoog.

Net voor die poort stond sympathieke oud-clubgenoot en hardlooptrainer Nils aan de linkerkant met zijn telefoon in de hoogte. Ogenschijnlijk om de meute te filmen. Ik riep naar hem en hij gaf een teken van leven in de vorm van een handgebaar terug. Ik was redelijk vlot vertrokken met 10.4 of 10.5 per uur. Na 1 km zag ik al een loper langs de kant staan plassen. Die had beter vooraf een extra toiletbezoek kunnen plegen. Hij kwam niet veel later trouwens behoorlijk vlot weer langs mij heen. Het was door het grote aantal deelnemers druk op de route. Derhalve was het belangrijk om goed op te letten waar ik liep, i.v.m. kuilen, plassen, paaltjes en drempels. Dit was geen loop (969 binnenkomers op de 10 km) om te proberen een snelle tijd neer te zetten, vanwege die drukte en alle bochten, plassen en alle genoemde obstakels. Onder de Ring A10 doorgekomen, liepen we ineens toe naar de Schoen of de Laars, het waarschijnlijk meest markante gebouw van de Amsterdamse Zuidas en het hoofdkantoor van een van de grote Nederlandse banken. Er lag heel veel water op dit pad, wat veelal slalommen om de plassen betekende. Ik had tenminste geen zin om er in te gaan stampen en natte voeten te krijgen. Daarna ging het langs bebouwing aan de oever van de Nieuwe Meer, een grote waterplas aan de noordkant van het Amsterdamse Bos. Al snel waren er lopers aan het wandelen of bewoog een loper zich trekkebenend tegen de stroom in.

Eenmaal in het bos, kwamen we op smalle paden terecht. Een enthousiaste vrijwilligster wees ons gelukkig op het gevaarlijke paaltje in het midden bij het betreden van een houten bruggetje. Dat vanzelfsprekend net zo smal was als het pad op die plek. Op een halfverhard spoor aan de zijkant van het parcours zag ik een vriendin van Patrick van de andere kant komen. Zij was maar op eigen gelegenheid gaan lopen omdat zij zich niet meer kon na-inschrijven, zo begreep ik na afloop toen ik mijn voormalige collega weer even sprak. Vooral in het bosgedeelte lagen er ook heel veel plassen op de paden. Het was dus vooral een kwestie van steeds zo goed mogelijk vooruit kijken langs de andere lopers om die waterpoeltjes te kunnen ontwijken. Een loper stond stil aan de rechterkant en frommelde naar mijn idee zijn startnummer in zijn rugzakje. Dat was voor hem blijkbaar einde oefening. Er waren zoals net vermeld meerdere lopers aan het wandelen. Van één jongeman had ik het idee dat ik hem wel drie of vier keer passeerde. Vreemd genoeg had ik hem geen enkele keer tussendoor langs mij heen zien flitsen. We kwamen langs een klein huis in het bos en hadden meermaals uitzicht op het water van de Nieuwe Meer. Ook was er even een stuk weidegrond aan de rechterkant zichtbaar. Helemaal niet verkeerd dit stukje stadswoud.

Ik was in dit deel van het Amsterdamse Bos nog nooit eerder geweest en raakte daardoor enigermate gedesoriënteerd, met name toen de Bosbaan in beeld kwam. Bij bestudering van de routekaart, had ik gezien dat het parcours gewijzigd was t.o.v. twee jaar geleden. We gingen deze keer niet om die langwerpige roeivijver heen, maar bleven aan de noordkant ervan. Toch dacht ik enige tijd dat wij wel aan de zuidzijde liepen. Een vervelend, want smal en met plassen bezaaid, recht stuk kleipad langs het water leek eindeloos. Maar bleek later bij nameting maar een ruime kilometer lang te zijn. Ik hield steeds zoveel mogelijk het midden van dit vrij smalle pad, want de meeste plassen lagen aan de zijkanten. Dit ontlokte een loper die op een gegeven moment zich pal naast mij bevond, de opmerking dat óf de vrouw links vóór ons óf ik wat meer aan de rechterkant moest gaan lopen. Ik dacht bij mijzelf: 'je zoekt het maar uit, want ik heb geen zin om voortdurend door die plassen te moeten dansen'. Het recht van de snelste geldt niet altijd en overal en ik bleef stoïcijns doorlopen waar ik liep. Soms was overigens de enige mogelijkheid om de berm ter linker- dan wel ter rechterzijde te kiezen. Uiteraard met het risico om in een onder het gras verborgen, diepere waterpartij te trappen. Gelukkig gebeurde mij dat niet. Het was niet verbazingwekkend dat ik hier mijn langzaamste kilometer liep en met 6:03 de enige boven de 6 minuten. Verder ging alleen kilometer nr. 8 in 6 minuten precies, de rest zat er allemaal ruim onder. Een gemiddelde van 10.24 per uur over de hele loop was gewoon netjes.

Een in mijn beleving vervelend roepende man en vrouw achter mij, bleken de pacers voor een tijd van 60 minuten. Zij haalden mij in en ik klampte aan. Dat laatste kostte soms wel even moeite en moest ik af en toe een piepklein gaatje dichten. Het kon ook niet anders of zij liepen te hard in verhouding tot de beoogde eindtijd die zij op hun hesje en ballonnen hadden. Ik had namelijk alle kilometers tot dan op en vooral onder de 6 minuten gelopen en zij waren ook nog eens na mij over de startstreep gegaan. Dus het kon niet anders of zij liepen op een tijd onder het uur. Pas toen wij bij het Bosbaanpaviljoen aan het einde van het water kwamen, wist ik weer waar ik was en herkende ik de noordkant van het water. Het ging kort flink regenen. Mijn jasje had ik niet uit kunnen doen, vanwege de vervelend zwaaiende flessenhouder aan mijn riem. Mijn temperatuur was inmiddels zo opgelopen, dat ik dat wel gewild had. Dus nu kon ik het kledingstuk, dat ik steeds grotendeels open had gehad, mooi even dichtritsen. Mijn experiment met het verankeren van die waterdrager middels de al aanwezige infrastructuur van klittenband was niet zo'n succes gebleken. En al eerder had ik geoordeeld dat het niet handig was om in deze lopersdrukte en op dit vaak smalle parcours (met bijvoorbeeld 18 haakse bochten) eerst mijn jas uit te doen. Om direct daarna te proberen het klittenband los te maken zodat ik de fles en houder naar voren kon schuiven, waar ik er veel minder last van zou hebben. Ik had onderweg ook best een paar slokjes uit mijn fles willen nemen, want mijn keel voelde wat droog aan. Het leek mij echter verstandiger om de bidon rustig op zijn plaats te laten en dan maar pas na afloop mijn strottenhoofd te laven.

Daar waar de meeste lopers een stukje afsneden in de bocht, volgden de beide pacers en ik keurig het asfalt en maakten zo wat meer meters. Als je inschrijft voor 10 km, moet je er ook 10 lopen, is mijn mening. De km-bordjes kwamen trouwens behoorlijk goed overeen met de signalen die mijn gps-horloge gaf. De mannelijke pacer beperkte zich vooral tot het tijdig roepen van alle obstakels op de route, de vrouw ging ook geregeld meer algemene communicatie met de directe volgers aan. Zo vroeg zij tijdens de 8ste km hoe het ging met de diverse lopers. De antwoorden die terugkwamen waren positief. Een eind verderop riep zij dat degenen die meer in zich hadden vooral de pacers voorbij moesten gaan. In de laatste kilometer vond ik die tijd gekomen en ging ik ervandoor. Een laatste brug over en om de noordzijde van het stadion heen naar de toegangspoort. Die laatste volle kilometer ging dan ook ineens in 5:28 minuten bij 10.98 km per uur. Een flink knauwende Amerikaanse vrouw stond net voor de ingang van het stadion ons lopers luidkeels aan te moedigen. Prima dat zij dat deed, maar ik kan heel slecht tegen die schelle, harde vrouwenstemmen uit De Nieuwe Wereld. En nog minder tegen dat knauwende accent, als ik eerlijk ben. Ik vind het wel altijd prettig als niemand mij in extremis nog voorbijstuift, iets dat ik zelf wel bij meerdere lopers deed. Toch flitste er één man op het allerlaatste moment langs mij. En ik ging nog wel met 14,4 per uur in de laatste 20 meter op die meet af! Het was mij al duidelijk dat ik dik onder de 60 minuten kon binnenkomen en een laatste blik op mijn Garmin nog net buiten het stadion, bevestigde die aanname reeds vroegtijdig. Juist over de tweede mat zette ik mijn tijdmeting stil en sloeg hem op, zonder verder nog bewust op het scherm naar het eindresultaat te kijken. In mijn beleving had ik er net iets meer dan 59 minuten voor nodig gehad. Ik was dan ook redelijk verbaasd toen ik later thuis de officiële eindtijd 58:41 minuten op mijn computer zag. Net wat beter dan ik in mijn hoofd had.

Na afloop hoorde ik iemand vermelden hoe indrukwekkend hij het gevonden had om in het Olympisch Stadion te finishen. Ik moet eerlijk bekennen dat, bij deze tweede keer, het mij niet echt is opgevallen. Ik was te druk bezig met zo hard mogelijk op de eindstreep af te gaan en al doende nog zoveel mogelijk medelopers voorbij te streven. Je zou bijna zeggen, 'wat u niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'. Maar die vlieger gaat voor mij in dit geval niet op. Met het koude, natte weer zat er trouwens geen hond op de tribunes en de omstanders langs de kanten maakten niet meer lawaai dan ik doorgaans gewend ben mijn mijn kleinere loopjes. Dus een speciale stadionambiance heb ik niet beleefd op die dag. De medaille die ik kreeg uitgereikt, is op zich wel mooi, maar ik ben toch een beetje teleurgesteld dat het geen Rondje Mokumplak is. Zoals ik eerder wel ontving bij de andere drie lopen uit deze jaarlijkse, hoofdstedelijke serie. Ook werd ik niet echt enthousiast toen ik, overigens al daags na inschrijving, toevallig op de site van deze loop las dat het gratis herinneringsshirt waarop ik na deelname aan vier Rondje-Mokumlopen recht had, niet na afloop in het stadion te verkrijgen zou zijn. Maar pas een paar dagen later bij een Run2Day-winkel kon worden opgehaald. Dat shirt was nu net de voornaamste reden dat ik mij voor deze afsluitende loop had ingeschreven. Twee jaar geleden had ik zo'n shirt namelijk wel op de wedstrijddag te pakken. Toen ik het exemplaar van dit jaar naderhand ging afhalen, vertelde de verkoper dat de organisatie de shirts te laat had besteld en dat daardoor de enige mogelijkheid tot uitreiking die verlate uitreiking in het pand van de sponsor was.

Ik was 's-morgens thuis zo slim geweest om een lunchpakketje te maken. De start was namelijk om 12:00 uur. Een klein uur later zou ik binnen zijn, maar eer ik weer terug kon zijn op de thuisbasis was de middag al een paar uur oud. In mijn haast om weg te komen, liet ik mijn gesmeerde boterhammen echter in de koelkast liggen. Dat was dan weer even iets minder snugger. Gelukkig had ik wel twee mueslirepen en een banaan in mijn tas gestopt. Allemaal bedoeld om vooral te nuttigen zodat ik genoeg brandstof zou hebben om deze loop bij relatief lage temperaturen, goed te doorstaan. De repen maakte ik voor aanvang soldaat, de banaan stak ik bij mij om eventueel onderweg of na afloop de ergste trek alvast te stillen. Het stuk tropisch fruit was helaas maar gedeeltelijk eetbaar en dus was het wijs om zo snel mogelijk de thuisreis aan te vangen, regen of geen regen. Want inmiddels was er alweer het een en ander aan hemelwater aan het vallen. Voor ik onderweg kon gaan, moest ik in het stadion een wel heel smalle en erg steile trap beklimmen om de kleedruimtes te bereiken. Daarom prees ik mijzelf gelukkig dat ik slechts 10 km in de benen had en geen 21,1.

Oprapen of opgeraapt worden (6 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 7 december 2017 12:39

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Als het aan mij ligt, schrijf telkens ik in voor de halve marathon, bij de tweede aflevering van de jaarlijke Twiskemolenloopreeks, die meestal begin november plaatsvindt. Ondanks dat ik in mei reeds een halve had verhapstukt, was dit ook nu mijn vaste voornemen. Verkoudheidsverschijnselen, die ik in mijn vorige verslag over de Middenmeerloop al heb genoemd, zorgden echter nu voor een kleine complicatie. Je kunt ook zeggen dat zij roet in het eten gooiden waar het mijn aspiraties betreft om de langste afstand die je bij de TML kunt kiezen, ook echt te gaan attaqueren. Het was alweer de 23e keer dat ik aan de start zou verschijnen in Landsmeer en vanwege die nog steeds niet verdwenen keel- en hoestklachten had ik mijn midweekse loopje eraan voorafgaand andermaal overgeslagen. Om ook op zondag niet te veel risico te nemen beperkte ik mijzelf uiteindelijk maar weer eens tot de 10 km. Dat werd mijn 12e deelname aldaar op die voor mij minimale afstand. Meer dan de helft van de keren dat ik de TML liep, heb ik dus veiligheidshalve voor die afstand gekozen en dat is eigenlijk echt te vaak naar mijn zin. Veel liever werk ik de 16 of 21 km af, zodat ik langer kan genieten van rennen in het Twiske. Ik moet trouwens toegeven dat ditmaal aandringen van het thuisfront om af te zien van een langere afstand een niet te verwaarlozen rol speelde. Tijdens het lopen had ik daar, vanwege de vrijwel ideale weersomstandigheden voor een halve marathon (grotendeels zonnig en slechts een windkracht 2), ergens wel enigszins spijt van. Vanaf de 10e km en ook nadat ik allang binnen was, werd het toch nog regenachtig, dus ik zag de 'ultralopers' in de nattigheid binnenkomen en was ik alsnog blij dat mij dat bespaard was gebleven.

Het was behoorlijk druk vooraf, zowel op het pad over het sportpark naar de atletiekbaan, buiten op en om de baan, alsook in de kleedkamer en het leek alsof de parkeerplaats dicht bij het sportpark al was volgelopen toen ik daar langsliep. Later las ik dat er in totaal iets van 545 lopers hadden deelgenomen, geen slechte score voor een novembereditie van een kleinere loop als de onderhavige. Deze keer heb ik geen echte bekenden gezien of gesproken. Zelfs een man genaamd Ed, die er eigenlijk altijd is, heb ik niet kunnen ontdekken. Zoals te doen gebruikelijk heb ik vooraf twee keer flink de blaas geleegd, een banaan en een pakje melk genuttigd en twee rondjes om een voetbalveld ingelopen. Mijn start was voortvarend te noemen, hoewel ik het idee had dat ik niet al te snel ging tijdens het verplichte rondje over het AC Waterlandgravel. Op het pad langs de huizen naar de polder had ik een korte conversatie met twee andere lopers over de oudere vrouw die net iets eerder met verbeten gezicht tegen de op dat moment grote stroom lopers in wandelde. De mannelijke loper zei iets in de trant van: 'Bij mijn therapeut geleerd om niet toe te geven ...', waarop ik toevoegde terwijl zij langsliepen 'Rots en geen water'. Beiden moesten hier hartelijk om lachen en ik had dus direct punten gescoord. Even verderop moest ik op mijn beurt in mijzelf lachen om de wielrenner die via het halfverharde paadje aan de rechterkant van het asfalt meende de hardlopersmeute voorbij te kunnen gaan, om er meters verderop achter te komen dat het paadje eindigde bij het water en hij, net als wij, de brug over moest.

Al vlug begonnen mijn opraapwerkzaamheden. Niet dat ik tientallen renners overliep, maar zo nu en dan kon ik er een voorbijsteken, terwijl er maar een enkeling langs mij heen kwam. Ik liep spoedig alleen en gaf mijn ogen naar alle kanten zo goed mogelijk de kost om dit deel van het zonovergoten Twiske op mij te laten inwerken. Een man die bijna wandelde en daarbij schoenen droeg die meer op wandel- dan op renschoenen leken, had, anders dan mijn verwachtingspatroon, wel een startnummer op zijn borst. Helaas was niet zichtbaar welke kleur sticker erop was geplakt, zodat ik niet kon nagaan op welke afstand hij in touw was. Als dat de 21 of 16 km was, had hij nog een tijdje te gaan. De runderenwei was wederom helaas akelig leeg. Terwijl de herfstzon nog in volle glorie scheen, waren de Schotse runderen blijkbaar al naar de winterstalling gedirigeerd. Ik hoop toch heus dat ze begin volgend jaar wel weer present zullen zijn, omdat ze voor mij echt bij dit landschap en deze loop horen. Verderop zag ik gelukkig wel in twee graspercelen schapen grazen. Het moge duidelijk zijn, ik houd wel van een degelijke omlijsting van mijn loopwerkzaamheden. Op de Stootersplas waren zowaar twee witte zeiltjes te ontdekken. Ik zag een vissersbootje voor anker liggen en weer iets verder lag een kwartet kikvorsmannen en -vrouwen goed zichtbaar in het water. Niet zo ver vóór de drinkpost, die onveranderlijk gesitueerd is op bijna 5 km, kwam een vrouw in oranje shirt mij voorbij lopen. Iets eerder had ik zelf meerdere lopers het nakijken gegeven. Twee mannen, een jongere en een oudere man, hadden mij weer hun hielen laten zien. Opvegen of opgeveegd worden was vandaag echt troef.

Ik nam net daarna een paar slokken uit mijn fles, voornamelijk om de nogal droog aanvoelende keel enigszins te laven. Op het eerste stuk langs de Ringvaart, tussen de 5 en 6 km, raapte ik één voor één weer wat renners op. Waaronder een vrouw die ik bij de vorige gelegenheid op vrijwel dezelfde plek had achterhaald. Ik herkende haar aan de grote witte zakdoek die zij ook deze keer hanteerde. Deze loopster had nu overigens wel de brutaliteit om mij in de laatste kilometer, in het gezelschap van een stuk of 6, 7 andere lopers, terug te pakken en het nakijken te geven. Het was door het mooie weer best druk met fietsers en wandelaars, maar er was gelukkig ruimte genoeg voor alle aanwezigen. Waar bij de Middenmeerloop de km-bordjes ongeveer op de momenten dat mijn Garmin ging piepen, langs de route stonden (parcours uitgezet met een gps-horloge?), was mijn klokje nu telkens te vroeg met juichen. Om die reden zijn de kilometertijden die ik geregistreerd heb, wellicht een beetje aan de optimistische kant. Zij fluctueren namelijk alle 10 tussen de 5:33 en 5:46 minuten. Omdat dit voor huidige begrippen prachtige tijden zijn, neem ik ze toch maar voor absolute waarheid aan!!

Toen ik ruim 6 km erop had zitten, kwam de koploper en latere winnaar van de halve marathon (die ik dus ook graag had willen verhapstukken!) met de begeleidende fietser mij tegemoet. Deze renner had op dat moment dus al bijna 13 km afgelegd en was slechts 10 minuten eerder van start gegaan. Op 7,5 km ging ik een op het oog langzaam en moeizaam lopende grote man en een kort daarvoor rennende heel kleine dame voorbij. Mijn tijden bleven keurig, zoals net vermeld onder de 5:46 minuten en ik had niet het gevoel dat ik erg vermoeid raakte. Ik zag dat er een redelijk groot contingent lopers niet zo ver achter mij naderde en ik probeerde zo lang mogelijk uit hun klauwen te blijven. Een jongeman klein van stuk, die ik geloof ik al twee keer gepasseerd was, kwam nu weer en definitief aan mij voorbij. Ik memoreerde het reeds eerder, oprapen en opgeraapt worden door grotendeels dezelfde mededeelnemers, was vandaag echt het parool.

De wind had op het stuk tussen de 2 en 3 km iets in het nadeel van de deelnemers geblazen maar bezorgde ons lopers verder weinig tot geen last. Kort voor het 9 km-punt, op het stukje pad richting de Twiskemolen, kreeg ik echter ineens even een windvlaag tegen, die mij bijna van het rechte pad afgooide. Er hing al enige tijd een pak donkere wolken aan de noordwestzijde en ik had tevens al een enkele, losse spetter gevoeld. Maar eerst was daar juist voor het laatste bruggetje de fotograaf van dienst. Ondanks alle geleden ontberingen had ik die gelukkigerwijze tijdig ontwaard. Daarom verwijderde ik fluks pet en bril van het hoofd opdat ik optimaal (voor zover mogelijk na 9 gruwelijke km's en met een neusvleugel op!) in beeld zou komen.

Even later op hetzelfde Luyendijkje en vooral op het fietspad langs de huizenrij in het laatste stuk terug naar de atletiekbaan, viel er kort een combinatie van regen en hagel. Gelukkig stelde dit qua duur en intensiteit niet veel voor en was het derhalve niet nodig om de jas aan te trekken. Even daarvoor had ik het hele, eerder genoemde, pak renners, inclusief de dame met de zakdoek, over mij heen gekregen. Hoewel ik inmiddels sneller ging dan in de kilometers daarvoor, lukte het mij niet om bij deze massa aan te pikken. Ik bleef echter wel doorstoempen en ging in volle vaart op de eindstreep af, in de laatste meters met 12 per uur. Ook volgens Garmin had ik juist iets meer dan 58 minuten nodig, maar mijn nettotijd in de officiële uitslag was mooi net twee tellen onder die kaap. Weer een stukje sneller dan de week ervoor bij de Middenmeerloop. Dat ging dus goed en ik had wederom geen enkele last van de al meermalen genoemde verkoudheidsverschijnselen.

Tijdens de traditionele uitwandeling over de atletiekbaan, zag ik de Tsjechische winnaar van de halve marathon binnenkomen, evenals de eersten op de 10 Engelse mijlen. En vreemd genoeg hoorde ik mijn naam vermeld worden bij degenen die op dat moment aan hun laatste meters bezig waren. Hoewel ik altijd keurig een paar meter aan de binnenkant blijf van de registratiedrempel die halverwege het rechte stuk tegenover de finish ligt, werd mijn chip bij een van die wandelpassages blijkbaar toch geregistreerd. Een goedmakertje voor het niet omroepen van mijn naam toen ik echt over de meet stormde, zullen we maar zeggen. Zoals gebruikelijk nam ik ruimschoots de tijd om, hoewel lastig in een kleedkamer met een vochtigheidsgraad van 100+, een weinig uit te dampen en mijzelf van droge kledij te voorzien. Buitengekomen was het toch wel echt sprake van meer serieuze neerslag. Eigenlijk was ik verbaasd dat er nog steeds renners richting de baan gingen. Dat waren de lopers te midden van wie ik feitelijk had willen acteren, die dag. Een piepjonge vrouwelijke vrijwilliger hielp haar veel oudere collega bij de laatste buitenbocht, pal vóór de ingang van het AC Waterlandcomplex door goed in de verte te kijken in de richting van waaruit de nog actieve deelnemers kwamen. En dan vervolgens te roepen hoeveel renners zij zag naderen. Ik oordeelde dat zij wel een compliment had verdiend en gaf dat haar mee in het langsgaan. Blij dat ik voor pak-hem-beet 98 procent droog had kunnen lopen, zocht ik zo snel mogelijk de overdekte vierwieler op.

In de lappenmand? (5 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 2 december 2017 19:02

Ook te lezen (met foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Hoewel ik besef dat ik heel voorzichtig moet zijn met een dergelijke gewaagde uitspraak, kan ik stellen dat ik eigenlijk heel weinig last heb van verkoudheid of ziekte. En bij mijn weten heb ik nog nooit een trimloop waarvoor ik mij al had ingeschreven, hoeven laten lopen. In de week vóór mijn jongste Middenmeerloop (was trimloop nummer 70 in mijn carrière), werd dat toch een reële mogelijkheid. Aangezien ik, in navolging van mijn jongste dochter, last kreeg van keelpijn en (vooral 's-nachts) hoestbuien. Voor de zekerheid liet ik mijn midweekse training maar een keer voor wat hij was en nam ik dus rust. Gelukkig werd de keelpijn niet erger, eerder minder, en had ik overdag vrijwel geen last van kriebels in de keel die tot hoestbuien-op-wielen leidden. Dus kon ik op zondagmorgen gewoon op pad om wandelend naar de Chris Berger-atletiekbaan af te reizen. Wat het weer betreft zou het zelfs een redelijk mooie dag worden met geregeld zonneschijn.

Tot nu toe had ik mijn tas met droge omkleedkleren altijd in de AV '23-kleedkamer achtergelaten, maar een vorige keer stond bij terugkomst na afloop aldaar een deel van de vloer blank door een blijkbaar niet goed functionerende afvoer in de doucheruimte. Dus besloot ik om hem deze keer veiligheidshalve maar af te geven bij garderobetent op het middenterrein. Na twee blaaslegingen en wat opwarmactiviteiten op de baan, spoedde ik mij met vele andere renners naar het fietspad aan de buitenzijde, waar de start geprogrammeerd was. Ineens hoorde ik dicht vóór mij een gil en zag ik een bekende persoon op het gras direct naast het pad liggen. Het was Marijke, die naar even later bleek haar voet flink had verstuikt door half op de rand van het asfalt en de iets lager gelegen grasberm te stappen. In het voorbijgaan meteen na de start zag en hoorde ik haar naar iemand roepen met de mededeling dat het om een 'nummer-1-verzwikking' ging. Arme Marijke, wat ontzettend sneu als je op een dergelijke manier letterlijk en figuurlijk de loop aan je voorbij moet laten gaan!

Ik was bewust vrij achterin het startvak gaan staan en begon heel kalm aan deze 10 km. Het lange lint van de loperskolonne zag er mooi uit in de zon op de fietspaden van het sportpark Middenmeer. Onder andere ook de thuisbasis van de Jaap Edenschaatsbaan en in het verleden uiteraard van Ajax-stadion De Meer. Mede door het gebeurde met de onfortuinlijke Marijke lette ik extra goed op gaten in het pad. Want vanzelfsprekend wilde ik niet vallen of mijzelf blesseren in een van die onvolkomenheden aan het wegdek. Er trokken vele lopers en loopsters langs mij heen in dat eerste deel. Ik vond het juist wel leuk om al die collega;s zo gade te slaan. Wij kwamen net uit de tunnel onder de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort en het emplacement waar die fantastische Fyratreinen tijdenlang stonden te roesten. Midden op de kruising die direct volgde, stond een stadsbus verplicht te wachten tot de loperskaravaan gepasseerd was. Het kon nog wel even duren alvorens hij zijn rit mocht vervolgen. Nog geen 50 meter verder was er al een renner geparkeerd aan de kant van het brede fietspad. Ik kon niet bespeuren waarom hij was gestopt, maar er zal ongetwijfeld iets van een lichamelijk ongemak in het spel zijn geweest.

Op de dijk die volgde na Sciencepark trok ik mijn gele renjas uit. Het werd in de zon en uit de wind namelijk best snel warmer en bovendien had ik mijn vrouw verteld dat ik een blauw shirt zou dragen. Mijn echtgenote en jongste dochter stonden op een openbare bank langs het Amsterdam-Rijnkanaal, net over de gemeentegrens in Diemen. Mijn vrouw riep luid 'Gaat het wel?', wat een paar vrouwelijke lopers vlak bij mij blijkbaar vertederd. Want ik hoorde een van hen herhalen: 'och, gaat het wel?'. Ik spaarde mijn adem door niet naar achteren te roepen: 'ik ben een beetje verkouden' en deed rustig edoch regelmatig voort. Ik had ook absoluut nergens last van. Er lagen veel takjes op het pad langs het water, wat mij noopte om wederom goed te kijken naar waar ik mijn voeten neerplantte. Ik voelde de best wel pittige wind lekker in mijn rug duwen en dat was mooi meegenomen. Op dat voor mij overbekende stuk (want mijn vaste trainingsgrond) kon ik dan ook een aantal mensen voorbijlopen.

Ongeveer 1,5 km verder was het alweer uit met dat steuntje-in-de-rug, want de route leidde ons rechtsaf de Diemerpolder in en vervolgens over vele voor mij overbekende paden en wegen naar de bebouwde kom van Diemen. In dit stadium van een loop is het, denk ik, wel gebruikelijk dat je een tijd met dezelfde lopers om je heen voortgaat. De personen die zo ongeveer een gelijk tempo lopen als jijzelf. Dit was voor mij o.a. het geval met een oudere man in korte broek en t-shirt en een jongedame getooid met een korte, blonde staart. Eerst liep zij een eindje vóór mij. Bij de drinkpost op de Diemerpolderweg, na ruim 5 km, was ik haar al aardig genaderd en zij ging aldaar ook even een drankje doen. Maar dat was snel naar binnen geslagen want zij spurtte weer bij mij vandaan eer ik haar voorbij was, daar waar het fietspad verraderlijk omhoog liep. Een stukje vóór de 7 km had ik haar pas echt bijgehaald en kon ik haar eindelijk passeren. Dit was meters alvorens wij de bebouwde kom van Diemen binnengingen. Van verre had ik al gezwaaid naar mijn oudste dochter die helemaal aan de rand van de gemeente sinds een paar maanden met haar vriend een prachtig appartement bewoont en al klaar stond op het balkon.

Persoonlijk gerichte aanmoedigingen doen altijd goed en kwamen exact op het juiste moment, want langs dat hoge gebouw blies de niet geringe wind nu pal tegen. Net de hoek om en de eerste echte Diemense straat in, begon het ook nog eens te regenen. Eerst licht en daarna wat flinker. Zo goed en zo kwaad als het ging, ontknoopte ik het jasje dat ik zoals altijd om mijn middel had gegord en trok het aan. Op dit natte en door de wind koude stuk, was het echt eventjes afzien en doorbijten. Het was dan ook niet verbazingwekkend dat die 8ste kilometer mijn duidelijk langzaamste werd, met als enige van de 10 een tijd boven de 6 minuten. De kilometers met de wind in de rug, zijnde nummers 4,5 en 7 gingen daarentegen een stuk rapper, met twee keer 5:38 en 5:35 minuten. Daarna kwamen we weer wat meer in de beschutting van het dorp Diemen. Na 8,5 km kwam de jongedame met staart, die ik eerder mijn hielen had laten zien, met een lach op haar gezicht langs mij heen. Zij had blijkbaar wat energie in reserve gehouden, want ze nam meteen langzaam maar zeker steeds meer afstand. Voormalig loopmaatje Janine, die althans in het verleden lid was van de organiserende atletiekvereniging, had ik vooraf nergens gezien. Maar het parcours liep wel pal langs haar huis en zij stond zowaar met wat andere mensen langs de kant te kijken. Bij het langsgaan hief ik mijn hand op voor een hoge vijf en die kreeg ik. Gevolgd door de kreet: 'Goed bezig!!". Dit gaf mij meteen nieuwe energie, want de lopers vlak vóór mij (waaronder de oudere man in korte broek) leken ineens wel stil te staan. Ik ging er althans een paar heel makkelijk voorbij.

Nu was het nog een flinke fietsbrug over de Ring A10 over en een stukje door Sportpark Middenmeer terug naar de baan en de eindstreep. Gelukkig liep er in dat laatste stuk niemand direct in mijn kielzog en derhalve kon ook geen enkele renner mij te elfder ure nog voorbijstreven. Want hoewel de meesten van ons tijdens een loop ontelbare keren door anderen opgeraapt worden en daar geen been in zien, vind volgens mij niemand het leuk om op of net voor de meet geklopt te worden. Tijdens mijn laatste tientallen meters hoorde ik de speaker van dienst spreken over de renner in het gele jasje met de pet in de hand. Dat ging over mij, omdat die beschrijving volledig klopte en omdat er geen andere renners direct achter mij zaten. Toch noemde dezelfde persoon een geheel andere naam en woonplaats dan die van mij, hetgeen mij verleidde tot een heel en weer zwaaiend vingertje om aan te geven dat dit verkeerde informatie was. Afijn, ik kwam in een tijd van 58:17 over de finish en dat vond ik een acceptabele tijd. Volgens mijn gps-horloge ontwikkelde ik op de laatste 77 meter zelfs een snelheid van 15,4 km per uur, waar ik de volledige 10e km al op 11,01 per uur zat. Als de nood werkelijk aan de man is, kan ik dus nog best even aardig rap uit de hoek komen.

Na het laten afknippen van de schoenchip en het in ontvangst nemen van de Rondje Mokum-medaille, sprak ik kort met de oudere man die een behoorlijk deel van het parcours in mijn buurt had gelopen. Hij vond met name het deel langs het Kanaal en in de Diemerpolder zeer de moeite waard. Ik stond net, zoals te doen gebruikelijk, naar huis te bellen, toen oudcollega Patrick op mij kwam aflopen. Later heb ik hem nog even gesproken. Hij vertelde dat hij in het begin dicht achter mij liep en mij net zou gaan bijhalen, toen zijn chip op straat viel. Hij moest derhalve stoppen en ik ging er logischerwijs van tussen. Om die reden kwam hij dan ook later dan ik binnen en zag ik hem daarna pas voor het eerst die dag. In de kleedkamer was het erg warm en vochtig, het zweet liep daar pas echt goed van mijn hoofd. Veel meer dan tijdens het rennen. Een man vertelde dat hij onderweg zijn chip was verloren zonder dat hij daar erg in had. Dus stond hij niet in de einduitslag en telde zijn deelname niet mee voor het Rondje-Mokumklassement. Hij zou zijn startnummer en medaille van deze loop over 2 weken meenemen naar de laatste van het circuit, teneinde wel het herinneringsshirt te kunnen verkrijgen. Er kletterde een fikse regenbui op het dak, terwijl ik mij nog in droge kleren aan het steken was. Buiten was het daarna behoorlijk fris, maar gelukkig kon ik verder helemaal droog naar huis wandelen. Ik had nog steeds geen enkele last van mijn verkoudheidsklachten, dus ik was blij dat ik het er niet bij had laten zitten. Die lappenmand kon wel weer terug in de berging. Gevoelsmatig was ik dan ook helemaal klaar om ook de komende twee zondagen een 10 km in trimloopverband te gaan verhapstukken.

Duurloop met plakhanden (4 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 17 oktober 2017 15:24

Ook te lezen op https://arranraja.wordpress.com/

Hij was blij dat hij de drinkfles, die hem toch een paar jaar goed gediend had, eindelijk leeg kon maken en weggooien in een publieke prullenbak. Zeker 10 kilometer lang had hij het plakkende stuk plastic afwisselend in beide handen met zich meegedragen. Was was er mis met die fles? Tijdens de training ervóór was het ding zomaar ineens uit de speciale 'holster' gevlogen en op het beton gekwakt. Koud honderd meter verder gebeurde dat nog een keer. Bij beide tuimelingen rende hij naar beneden de brug of de dijk af, dus met wat grotere stappen dan op het vlakke. Zijn theorie was dat de bidon, die deze keer iets zwaarder was dan normaal omdat hij hem bij wijze van uitzondering bijna tot de rand toe gevuld had, door dat grotere gewicht heftiger op en neer bewogen had dan alle, ontelbare vorige malen. Bovendien had hij de riem waaraan de drankbewaarder hing, iets strakker om zijn middel getrokken dan gebruikelijk. De combinatie van die drie factoren hadden de valpartijen veroorzaakt, daarvan was hij overtuigd. Een paar slokken drinken zouden het gewicht doen afnemen en daarmee het probleem de wereld uit helpen. Daar leek het ook sterk op, want in het vervolg van die ren bleef de blauwe fles met het logo van de bekende sportdrankenfabrikant keurig op zijn plek. Hij had er verder trouwens niet meer bij stilgestaan omdat hij, kort na de tweede val, op het pad langs het kanaal ineens de schrijver Herman Koch op zich af zag komen wandelen. Deze liep precies op de plek waar hij in de tv-documentaire, die onlangs over hem te zien was, zijn verhaal deed over de grote aantallen katten die daar wel achter hem aan kwamen, als hij luide kattengeluiden maakte. Onze renner wist direct hoe hij contact met de schrijver kon maken. In het voorbijgaan voegde hij hem een duidelijk: 'geen katten hier vandaag!' toe, daarbij zijn beide armen uitspreidend. Waarop de schrijver enigszins verrast reageerde met een welgemeend 'ach, nee!'. Verder rennend was hij uiteraard zeer benieuwd hoe de bekende Nederlander dacht over deze ultra-korte dialoog voor twee goede verstaanders.

Omdat de fles zich verder dus keurig had gedragen, nam hij hem bij de eerstvolgende gelegenheid gewoon weer mee, zoals altijd. Wel had hij ervoor gewaakt om er teveel vocht in te doen. Aangezien er een 16 km-loop op de rol stond, meende hij wel zo verstandig te moeten zijn om sportdrank te tanken en niet slechts eenvoudig kraanwater. Daar kreeg hij echter al vlug spijt van. Hij had een beetje hoofdpijn toen hij aan zijn loop begon en ook de lichte regen die al gauw uit de donkere wolken viel, droeg niet helemaal bij aan de verwachte feestvreugde. Gelukkig liep hij in het begin relatief beschut onder de niet meer volledig met bladeren bedekte bomen langs het kanaal. Er waren op dat stuk fietspad langs het water best veel renners actief, dus hij kon meerdere keren zijn duim opsteken. Na 2 km hoorde hij net achter zich duidelijk iets vallen. Dit ondanks het feit dat hij voor het eerst sinds lange tijd weer eens met muziek op de oren rende, en wel een lekkere mengeling van klassiek en Americana. Daar was dat vermaledijde ding toch weer zijn rustplaats ontvlucht! De reeds de vorige keer ontstane schaafplekken aan de zijkant van de dop, leken iets grover geworden, maar het plastic was nog steeds helemaal intact. Dat duurde echter niet lang, want nog geen kilometer verder was het opnieuw raak. Of liever gezegd mis. Pats, daar klapte de bidon wederom tegen het harde asfalt. Dat betekende opnieuw stoppen en oprapen. Toen hij van pure ellende meteen maar een flinke slok wilde nemen, kwam het zoete drankje vooral om zijn mond terecht en niet erin. Rond de drinktuit, bleek, na deze vierde onzachte aanraking met het wegdek, een flinke scheur in de dop te zitten. De enige manier om de energieverschaffende sportdrank nog tot zich te nemen, bleek het losdraaien van de dop en het aan de mond zetten van de fles zelf te zijn. Aangezien hij op dat moment niet wilde stoppen, zat er niets anders op dan het gehavende ding terug te stoppen in zijn huisje en verder te rennen. In de praktijk bleek dat niet zo'n goed besluit, want de zoete drank gutste voortdurend uit de ontstane scheur en op zijn kleding. Het liefst had hij het plakplastic in de eerste de beste vullisbak gemieterd, maar het verder gaan zonder zijn drankvoorraad leek hem niet aan te raden. Daarom had hij de fles uit pure nood maar in de hand genomen.

Een eindje vóór zich, had hij een vrouwelijke renner waargenomen. Andere lopers die dezelfde kant opgaan, zijn voor hem altijd een richtpunt en een doel om, indien mogelijk, voorbij te streven. De weg waarop beiden liepen was echter zowel bochtig als beboomd, waardoor hij al snel weer het zicht op deze dame kwijtraakte. Aan het eind van die landelijke weg waren er drie mogelijke richtingen: linksaf, rechtsaf enigszins omhoog een brug over, of net daarvoor over een fietspad rechtsaf en onder de lokale weg en de ernaast liggende snelweg door. Die laatste richting was de zijne en toen hij daar de vrouwelijke collega nergens terugzag, ging hij ervan uit dat hij zijn nieuw ontdekte richtpunt kwijt was. Intussen was zijn altijd overactieve blaas hem weer eens gaan hinderen bij zijn loopje. Daar waar bij een trimloop het twee keer kort vóór de start ledigen vrijwel altijd ervoor zorgde dat dit orgaan zin koest hield, wilde het bij zijn trainingen maar niet lukken. Hij had daarom, in de loop der tijd, een aantal verscholen plekjes verzameld waar hij kon afwateren. Hij naderde een van die waterplaatsen en had al besloten daar een tussenstop in te lassen. Op een recht stuk weg gekomen, zag hij toch ineens de betreffende renster een stukje verder voortrennen. Op slag paste hij zijn plannen aan om te zien of hij haar op dat stuk weg langs het kleine bos kon achterhalen, dan wel kon waarnemen of zij aan het einde linksaf zou slaan, net als hij van plan was. Door de plaatselijke bochten was hij zijn afstandelijke haas opnieuw korte tijd uit het oog verloren, maar hij had haar tijdig genoeg weer in beeld om te zien dat de dame rechtsaf richting de bebouwde kom ging. Einde van de korte achtervolging derhalve.Omdat de gehavende fles steeds maar sportdrank loosde, besloot hij om zo spoedig mogelijk de inhoud te doen slinken door verdere teugen te nemen.

'Eerst maar de verkeersweg oversteken en dan aan de andere kant een boom opzoeken en vervolgens een paar ferme slokken nemen', bedacht hij. 'Misschien kan die plakkende fles dan toch weer aan de riem'. Hij stopte na precies 5 km gerend te hebben. Vreemd genoeg hield zijn blaas zich op dat moment volkomen koest, wat hem deed besluiten alleen in te nemen en niet te lozen. In het bos dat voor hem lag, zou hij nog wel meer bomen tegenkomen. Net in dat lokale woud, wachtte hem een treurigmakende aanblik. De vorige keer dat hij daar rende, stonden ze er nog, de platanen in twee lange, fraaie, dubbele rijen die een breed halfverhard wandelpad omzoomden. Hij wist dat deze inmiddels, onder het bekende mom van ziekte of ander ongemak, verwijderd waren. Het zag er nu vreemd leeg en kaal uit, op die druilerige zondagmiddag. De vele wandelaars op het fietspad ernaast leken zich er echter niet druk om te maken. Voor hem was dit eens te meer een bewijs dat de natuur het vrijwel altijd verliest van economische motieven. Want ook verderop in het, toch al niet van bomen vergeven, bos waren ze 'zieke' bomen en struiken aan het kappen. Aan het einde van een open stuk waar 's-zomers geregeld muziekfestivals gehuisvest worden, stuurde zijn route hem linksaf. Normaal gesproken liep hij over de halfverharde kleipaden, maar die waren hem nu te nat en glad. Bovendien droeg hij zijn op-een-na-nieuwste paar hardloopschoenen, die nogal licht van kleur waren. Vóór hem werd zijn fietspad volledig ingenomen door een groep wandelaars. Die gingen gelukkig linksaf het kleipad op, juist op het moment dat hij ze naderde. Dat scheelde weer het moeite doen om zichzelf een vrije doortocht te verschaffen. De vrouw die in het groepje liep, leek wel erg veel op een overbuurvrouw, maar daar zou hij zich wel in vergissen. Toen hij echter ook de bijbehorende mannelijke partner ontwaarde, wist hij zeker dat het hier om zijn straatgenoten ging. Zou hij iets naar ze roepen? Waarschijnlijk zouden ze hem niet eens herkennen met zijn sportzonnebril op, dus hij liet dat idee maar snel varen.

Waarom stond die vrouw even verderop zich achter die boom te verschuilen? Wilde ze de twee pubermeisjes die een paar meter er vandaan liepen, schrik aanjagen. Of was de hond, die iets verder weg doodgemoedereerd om zich heen stond te kijken, het beoogde slachtoffer? Hij had geen tijd om het te gaan vragen. want hij had nog bijna 10 kilometers te verhapstukken en daarenboven dringend behoefte aan een stille waterplaats. Aan het einde van dit fietspad, versperde een flinke plas de droge doorgang. Gelukkig kon hij net ervoor via een doorsteekje het laatste deel van het parallellopende kleipad bereiken. Wat volgde was het in ere herstelde tunneltje onder het laatste, dan wel eerste deel van de snelweg A9, sinds jaar en dag 'Gaasperdammerweg' genoemd. Deze belangrijke verkeersader, waaraan al jaren getimmerd wordt, deelt het Diemerbos in tweeën. Hij betrad nu het veel minder drukbezochte, oostelijke deel van het recreatiegebied dat aan de andere kant begrensd wordt door het Amsterdam-Rijnkanaal. Zijn favoriete stuk aan die kant is het brede, nog wel door abelen omzoomde kleipad naar links, dat al snel na de tunnel volgt. Nu leek het hem verstandiger dat pad te mijden, omdat hij wist dat het, met name op het tweede gedeelte, flink zompig zou zijn. En hij wilde, zoals eerder vermeld, zijn schoenen zo schoon mogelijk houden. Dus ging hij rechtdoor op het asfaltpad. Tot zijn verbazing, lagen daarop een paar grote plassen, die hem meerdere keren noopten door de grasberm te stappen. Gelukkig zakte hij daarbij niet weg in zachtere stukken.

Het werd nu echt tijd om de blaas tegemoet te komen. Hij nam het zijpad rechtsaf, liep iets door om zich ervan te vergewissen dat er geen volk in zicht was en koos een strategische plek voor zijn bij de wet verboden en uit nood geboren activiteit. Hij stond net weer op het pad, toen zijn vrouw hem belde over een logistieke kwestie. Zij deelde hem daarbij mede dat er zich daar, een paar kilometer noordwestwaarts, opnieuw donkere wolken samenpakten. Terug op het fietspad met de vele plassen, zag hij pal vóór zich een buizerd vanuit de bomenrij rechts over het pad vliegen en boven het weiland aan de linkerkant wegzweven. Ineens zag er een fietser achter hem, die er niet door kon omdat hij op dat moment het midden van de weg aanhield. Eenmaal de fietser opgemerkt, deed hij snel een stap naar rechts zodat de man kon passeren. Daarbij voegde hij toe zich op de buizerd te hebben geconcentreerd en om die reden de fietser aanvankelijk niet opgemerkt te hebben. Na nog enkele zijstappen vanwege overvloedig water op het wegdek, was het tijd om linksaf te slaan richting de uitgang van het bos dicht bij de spoorbrug. Na een hoog, smal bruggetje genomen te hebben, realiseerde hij zich ineens dat de bocht aan het einde van dit stukje pad steevast onder water stond als er flink wat neerslag gevallen was. Aan de fietsster die uit die richting kwam, vroeg hij bij nadering of het aan het einde helemaal blank stond. Uit het antwoord dat hij kreeg maakte hij op dat er nog een begaanbare strook overgebleven moest zijn. Die kon hij echter ter plaatse niet ontdekken en hij hield halt. Met één voet probeerde hij of de grasrand aan de rechterzijde hoog-en-droog genoeg was om de waterpartij zonder kleerscheuren te passeren. Zijn voet zakte echter direct tot boven zoolniveau weg en het zwarte modderwater drong aan de bovenkant zijn schoen binnen, nog eer hij de voet weer terug kon trekken. Het enige dat hem vervolgens te doen stond, was omdraaien en aan het einde bij de t-splitsing linksaf te gaan voor een alternatieve route naar de kanaaldijk. Dit betekende wel dat hij een stukje moest omlopen.

Al snel kwam hem een renster tegemoet. Moest hij iets roepen over die padversperrende waterpartij waar hij net vandaan kwam? Hij wist niet eens of de renster dat pad zou nemen, dus hij hield het bij een opgestoken duim. Hij had erop gerekend verder over een droog pad de trap die de kanaaldijk op leidde, te kunnen bereiken. Maar dat viel hem behoorlijk tegen. Meerdere keren versperde fikse plassen zijn weg. De manier om daar netjes doorheen te komen was aan de rand van de plas halt te houden en er langzaam en voorzichtig doorheen te stappen. Die oefening moest hij tot drie of vier keer toe uitvoeren. Na een paar bochten kwam de trap omhoog eindelijk binnen zijn blikveld. Op de dijk zag hij een renner uit de richting van Driemond komen. Even leek het of deze man de trap zou afdalen, maar hij rende stoïcijns voor zich uitkijkend rechtdoor. Deze man kwam hij zeer geregeld verderop meer richting huis langs het water tegen. Hij probeerde de trap al rennend te beklimmen, maar dat lukte niet echt geweldig. Hij had ook al een dikke 9,5 km in de benen. Het was begonnen te spetteren, toen er een gemengd rennersduo hem tegemoet kwam. Waren dit de vrouw en de man die hij een tijdje terug op het pad tussen de weilanden richting de Gaaspermolen had zien rennen. Nee, dat leek hem, gezien de korte tijd die ertussen zat niet goed mogelijk. De kleine renner die hij even daarvoor van onderaf had gezien, verwijderde zich steeds verder van hem.

Vanwege de gedwongen omweg en de mededeling van zijn echtgenote over donkere regenwolken, had hij inmiddels al besloten om niet via de spoorbrug naar de andere kant van het kanaal te gaan. Iets dat wel zijn bedoeling was geweest. Aan de zijde van het water waar hij zich nu bevond, had hij veel meer beschutting tegen eventuele serieuze regenbuien dan aan de andere kant. Sterker nog, daar was het vrijwel volkomen open en zou de regen vrij spel hebben. En mocht hij aan de denkbeeldige eindstreep de geplande 16 km nog niet gehaald hebben, dan kon hij altijd nog even omkeren om de ontbrekende (kilo-)meters alsnog erbij te doen. Het rennen ging allengs minder soepel, ondanks de inspirerende klanken van onder anderen Emmylou Harris, Virgil Thomson en Mindy Smith. Hij was dan ook eigenlijk blij dat het gespetter overging in meer serieuze neerslag. In zijn beleving een goed genoeg excuus om onder de eerst aankomende snelwegbrug even te schuilen en het drankniveau in die plakfles verder omlaag te brengen. 11 km had hij op dat moment al weggetikt, dus zijn lijf kon wel even een kleine rustpauze gebruiken. Tussen deze, nieuwe brug en de al lang in gebruik zijnde Muiderbrug, zag hij een opvallende, bijna witte buizerd zweven. Had hij die dag pech met zijn drinkfles en met een hoop waterplassen, met vogels had hij het zeker wel getroffen. En de koek wat nog lang niet op, wat die gevederde vrienden betreft. Nadat hij net onder de Uyllanderbrug was doorgegaan, kwam de Avalon Illumination voorbijvaren. De serie riviercruiseschepen die met de naam Avalon begint, is zo'n beetje het mooiste model boot dat hij tot nu toe is tegengekomen en heeft kunnen vastleggen op de gevoelige plaat. Dit notendopje had hij al in zijn verzameling en dus kon hij doorlopen. Hij besloot hierna linksaf de Diemerpolder in te duiken, teneinde wat, mogelijk noodzakelijke, extra meters te maken. Op het brede fietspad dat hij eerst een stukje volgde, zaten zowaar twee vlaamse gaaien. En toen hij net rechtsaf de Hooiweg (een sjieke naam voor een pad tussen twee weilanden door) was opgelopen, vloog er een mannetjesfazant van links naar rechts door zijn beeld.

Al die tijd torste hij dus die fles met plakkende sportdrank, afwisselend in de ene en dan weer in de andere hand, met zich mee. Om ervan te kunnen drinken, moest hij steeds stil gaan staan en de dop eraf draaien. Na ruim 13 km mocht hij dat nog een keer van zichzelf, want het lopen ging inmiddels behoorlijk moeizaam. Wel was hij aan het trainen om op korte termijn een halve marathon te kunnen volhouden. Maar je mag tijdens zo'n oefening ook wel een beetje plezier hebben in het ermee bezig zijn. Na een korte stop zijn de benen doorgaans weer wat 'op adem gekomen' en gaat het voortbewegen gewoonweg hernieuwd een stukje soepeler. Nu besloot hij de fles leeg te drinken en zich ervan te ontdoen, zoals eerder beschreven. De handen voelden nog steeds even plakkerig, maar hij kon ze eindelijk weer laten wapperen! De laatste 2,5 km liepen niet supersoepel, hij haalde zijn eindpunt toch nog vrij eenvoudig en hoefde maar enkele tientallen meters door te lopen om aan 16,1 km te geraken. Daarbij werd hij nog geholpen door een paar lekker snelle en strakke bluegrass-deuntjes in zijn oren. Die hielpen echt beter dan dat ene wat rustigere en langzame nummer dat net daarvoor had geklonken. Bij de gemeentegrens vond hij het ook echt welletjes voor die dag. En hij haastte zich zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde waterplas die hij kon vinden, om zijn handen van alle zoete plakkerigheid te ontdoen. Misschien niet heel fris, dat bodemvocht, maar eenmaal thuis zou hij zijn handen heel goed met zeep wassen. In ieder geval vond hij het heel prettig dat zijn kluivenduikers eindelijk niet meer plakten. Op zijn vaste uitlooproute dicht bij huis spotte hij een derde vlaamse gaai. Zijn vogelkijkdag kon echt niet meer stuk en zijn hoofdpijn was geheel verdwenen. En hij was tijdens de wandeling al aan het bedenken dat hij een extra vergrendeling op zijn flessendrager moest aanbrengen. Zodat de volgende bidon niet hetzelfde lot zou ondergaan als zijn onfortuinlijk geëindigde voorganger.

Renner in de polder (4 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 7 oktober 2017 19:58

Ook te lezen (met veel foto's en YouTubefilmpje) op https://arranraja.wordpress.com/

Muziek is in mijn leven, zo lang als ik mij kan herinneren, altijd heel belangrijk geweest. Soms zelfs tijdens het hardlopen, alleen de laatste tijd wat minder. Meestal heb ik periodes dat ik dezelfde soort muziek draai. Momenteel heb ik weer eens een klassieke fase, en bij 'klassiek' gaat het in mijn geval om orkestmuziek. Ik mag o.a. graag luisteren naar concerten voor solo-instrument met orkest en daarbij is de cello mijn favoriet. Waar gaat dit naartoe. zul je als nietsvermoedende hardloop-enthousiast denken? Welnu, naar Landsmeer uiteraard, voor mijn 22ste Twiskemolenloop. Zoals altijd reisde ik af met de voiture en deze keer met een zelf-gebakken cd met de zojuist genoemde muzieksoort van Amerikaanse makelij, in de speler. Het glanzende schijfje opent met het celloconcert van Virgil Thomson uit 1950. Concerten voor solo-instrument bestaan traditioneel uit drie aparte delen, meestal in verschillende tempo's en stemmingen. En dat geldt ook voor dit muziekstuk van Thomson. Anders dan de meeste werken uit vroeger eeuwen (want doorgaans alleen aangeduid met Italiaanse tempo- of stemmingsaanduidingen, zoals 'allegro', 'andante' e.d.), heeft deze componist de drie delen originele namen gegeven. 'Waar klets je nu toch over man?, vertel toch eindelijk eens over die vermaledijde TML', zul je wellicht denken. Nee, nu niet afhaken! Blijf nog even in mijn kielzog lopen, want dat verhaal komt eraan.

Je zou een trimloop als de hier besprokene met een beetje fantasie en goede wil ook een muziekstuk kunnen noemen. In dit geval dan met mij als belangrijkste solist en de andere deelnemers bij elkaar een formidabel groot orkest vormend. De race kun je daarbij, ongeacht de te lopen afstand, ook best in drie delen opdelen. En er kan eveneens sprake zijn van verschillende tempo's (in de muziek tempi genoemd). Thomsons celloconcert is, net als veel werken van zijn landgenoten, echt Amerikaans van karakter te noemen. Het eerste deel heet dan ook 'Rider on the plains' en is redelijk vlot van tempo. Hiermee heb ik meteen verklapt waarvan ik de titel van dit verhaal heb geleend. Gewoon vrij vertaald naar mijn Nederlandse situatie. Ik vertel er later meer over. Het derde en laatste deel van Thomson's celloconcert heet 'Children's games'. Ik zou het eerste deel van mijn 10 kmloop van deze keer (eigenlijk van al mijn loopjes) best 'Kinderspel' kunnen noemen. Bij de start ben je nog fris, je loopt makkelijk (vaak te snel) met jouw voorlopers mee en je denkt 'laat die kilometers maar komen'. Daarbij gingen we nu voor de wind of liepen we in de luwte van de bomen. Mijn streven voor vandaag was om binnen het uur te finishen en om dat doel te bereiken, had ik kilometers nodig van minder dan 6 minuten. Die bereik je het beste met tempi van 10 of iets meer per uur. Dit lukte in het begin prima, want ik zag zelfs 10,8 op mijn horloge en ik had niet het idee dat ik mijzelf overmatig aan het inspannen was. De tijden van de eerste drie kilometers waren dan ook voor mijn (hedendaagse) begrippen lekker snel: 5:34, 5:37 en 5:42 minuten.

Zoals altijd keek ik om mij heen of er mede-participanten waren met wie ik gelijk zou kunnen optrekken. Als snel meende ik er een gevonden te hebben in een jongedame met een modieuze zonnebril. Ik liep korte tijd naast haar en dat beviel mij prima. Het Twiske kent echter nogal bochtige fietspaden en bij één van die vele curves, raakte ik haar kwijt omdat ik harder door de binnenbocht ging. Achter mij hoorde ik inmiddels een man in onvervalst Amsterdams van alles oreren. Over het Vondelpark en hoe lang de Amstelveense weg wel niet kon zijn, als je daar aan het rennen was. Als ik eerlijk ben, hoeft dergelijk druk gepraat dicht in mijn buurt tijdens het rennen niet zo. Ik vond het dan ook helemaal niet erg dat het clubje, dat ik steeds dichter hoorde naderen, mij passeerde. Het bleek om een vijftal mannen te gaan, met allen een zelfde shirt om de schouders. Achterop stond 'DTO Twiskemarathon 2015' en een voornaam. Ik herinner mij Fred, Erwin en Renaud.

Na weer een bruggetje en zo ongeveer 3 km, stond er een renster in het gras een beetje de spieren te strekken. In het langsgaan stak ik mijn duim op, hier eigenlijk bedoeld als vraag: gaat het goed met jou? Op haar gezicht viel voor mij geen duidelijk antwoord te lezen. De vaste stek van de Schotse runderen kwam eraan en ik nam mij voor tijdig een blik te werpen op deze lijvige koeienwezens. Hoe ik, naar links kijkend, het met boompjes en struiken bezaaide groen ook afspeurde, er was helaas geen rund te bekennen. Jammer, want die beesten horen voor mijn gevoel gewoon bij deze loop. Het eerder genoemde vijftal begon hier uit de maat te spelen, als betrof het een kwintet met een eigen, aparte partituur. Een van de mannen scheidde zich namelijk af van de rest en ging rechtsaf het bruggetje over, i.p.v. rechtdoor zoals de routebordjes duidelijk aangaven. Ik kreeg meteen de indruk dat hij, door een flink stuk af te snijden, op een snellere, makkelijke manier naar de eindstreep wilde. Onwillekeurig moest ik daarbij denken aan wat ik gelezen had over een fiks aantal gediskwalificeerde lopers onlangs bij de marathon van Mexico-Stad. Een aantal van hen scheen zelfs de metro genomen te hebben om zo niet de hele afstand te hoeven afleggen en tegelijkertijd een snelle tijd te kunnen realiseren. Ik was inmiddels aanbeland in het middenstuk van mijn loop. 'Renner in de polder' wil ik dat deel graag noemen. Geen beduidend langzamer deel, zoals wel gebruikelijk is bij de meeste concerten en ook bij de traditionele, driedelige symfonie. Nee, mijn uursnelheid was wel beetje bij beetje aan het terugzakken, maar ik liep nog altijd ruim boven de 10 per uur en derhalve op schema voor de gewenste eindtijd. De 1000-meters gingen, volgens Garmin wel te verstaan, in 5:46, 5:46, 5:47 en 5:50.

Het onmiskenbare voordeel van de 10 km in de Twiskepolder is het feit dat er geen snelle lopers van een later gestarte afstand langs je heen zoeven. De 21- en 16 km starten namelijk eerder en de korte afstanden die wel na de 10 worden weggeschoten, volgen al spoedig een andere route. Je kunt dus vrij breeduit je pad zoeken, ervan uitgaande dat het overgrote deel van de renners op dezelfde afstand de relatieve plaats in de race na 3 a 4 km onderhand wel gevonden heeft. Er was hierdoor tevens plaats genoeg op de paden voor de toevallige fietser of wandelaar. Een stukje vóór het bordje dat de 5 km markeerde en daarmee de helft van de race aanduidde, riep een man achter mij: 'jongens, we zijn op de helft!'. Ik antwoordde met: 'nu al?, dat gaat mij veel te snel!'. Te zelfder tijd gaf mijn gps-horloge, zoals steeds na iedere kilometer, te vroeg het signaal van de kilometertijd. Aangezien de TML een door de bond nagemeten en goedgekeurd parcours heeft, waren mijn tijden om die reden steeds iets te optimistisch. En liepen wij, weer volgens GPS, meer dan 10 km. Dat zou gevolgen hebben voor mijn eindtijd, maar daarover later meer. Reeds in het allereerste begin spotte ik een dame die in het gras langs het pad een van haar veters stond vast te knopen. Even verderop kwam zij mij voorbijrennen, maar binnen enkele honderden meters had zij voor de tweede keer te kampen met hetzelfde euvel. Ook spoedig daarna kwam zij vrolijk langshuppelen. In de zesde kilometer had ik haar niet alleen weer dichtbij in het vizier, maar kon ik haar ook eenvoudig bijhalen. Korte tijd liepen wij schouder aan schouder, zij het met gepaste tussenruimte. Op een gegeven moment haalde zij een zakdoek tevoorschijn en bracht die naar haar neus. Dit snuiten zorgde er tevens voor dat haar snelheid verminderde en ik geleidelijk afstand van haar nam.

Ik was hier werkelijk een 'renner in de polder', op het meer open terrein aan de zuidoostzijde van het Twiske. De zuidenwind waar wij nu (al dan niet schuin) tegenin moesten, was duidelijk voelbaar, maar in mijn beleving gelukkig niet onoverkoombaar. Er liep een renster aan de linkerkant van het pad te wandelen. Mijn speurende blik zocht achtereenvolgens naar een startnummer en een teken dat ik eventueel bijstand kon verlenen in de vorm van een opstart- en haasfunctie. Ik zag geen dergelijk signaal en deed voort. Een volgende renster werd door mij opgeraapt. Op een bankje bij een splitsing zat een gezette, oudere vrouw die heel specifiek een van de loopsters achter mij leek toe te spreken en aan te moedigen. Een vrouwenstem achter mij antwoordde iets in de trant van: 'daar ben ik druk mee bezig'. Ik stelde mij voor dat het de jongedame met de zonnebril was, die nog steeds in mijn buurt liep en haar moeder beantwoordde. Het beklimmen van de bruggetjes begon zwaarder te worden, de zon kwam even door en bescheen de weilanden met een fraai licht. Ik registreerde alleen een flink aantal ganzen in het gras. Koeien waren er volgens mij in het geheel niet voorhanden.

Het derde en laatste deel van de ren diende zich aan. Ik had mijn gemiddelde snelheid per kilometer langzaam maar gestaag zien dalen naar 10 per uur rond. 5:57 en 5:58 minuten voor kilometers 8 en 9, weer volgens mijn horloge uiteraard, namen zeer waarschijnlijk in werkelijkheid langer dan 6 minuten in beslag. Ik deed mijn uiterste best om die 10 per uur vast te houden. Heel even zag ik 9,9 op het schermpje verschijnen, maar dat was gelukkig van korte duur. Ergo, dit was duidelijk het langzaamste deel van mijn polderconcert. Thomsons langzame middendeel is getiteld 'Variations on a Southern Hymn'. Volgens Wikipedia is een hymne een 'verheven lofzang op een bepaald onderwerp'. Vaak religieus van aard, maar denk bijvoorbeeld ook aan de Olympische hymne, of die van de Champions League. Bij dat laatste voorbeeld hebben wij het uiteraard over 'voebal'. Nu bevond ik mij in het zuidelijke deel van de Twiskepolder, dus dat kwam mooi van pas. En ik heb al eens een loflied op het Twiske geschreven, dat kan ik voor deze gelegenheid wel opvoeren als hymne. Ja, ik besef dat ik het er allemaal een beetje met de haren bijsleep, maar ik wil mijn ingeslagen weg graag tot het einde toe afleggen. Dus geef de moed nu niet meer op en blijf doorlezen.

Het eerder beschreven kwintet was inmiddels overgegaan tot volledig vrije improvisatie. Er waren al gaten gevallen tussen de leden onderling. En ik geloof dat het Erwin was die achteraan liep, samen met een bebaarde renner in zwarte kledij. Een van zijn maatjes bleef plots ergens stilstaan en wachtte hem op. Ongetwijfeld met de bedoeling Erwin op sleeptouw te nemen. De man die in het begin het hoogste woord voerde, zette vervolgens helemaal een aparte solo in, door continu tussen de twee nu ontstane groepjes heen en weer te pendelen. En als hij bij één groepje van twee liep, maakte hij extra overdreven grote bochten of draaide in die bocht een extra rondje om de anderen de gelegenheid te geven weer bij te sloffen. Ik had al die tijd de lopers na mij ook daadwerkelijk achter me weten te houden. Maar iets voor het ingaan van de laatste kilometer, kwam de dame met zonnebril, vergezeld door een imposant uitziende jongeman, langs mij heen. Met mijn laatste krachten lukte het mij om in hun kielzog mee te gaan. 'Dit was de ultieme stimulans die ik nodig had', ging er door mijn hoofd. Helaas was die opleving van korte duur. Na afloop hoorde ik een man in de kleedkamer het volgende zeggen: 'of je nu 21 of 10 km loopt, die laatste 2 km zijn altijd zwaar'. Een waarheid als een koe, die ik maar weer eens aan den lijve ondervond. De muziek van Thomson blijft ook in het langzame deel redelijk lichtvoetig van karakter. Fortuinlijk genoeg kreeg ik een geestelijk steuntje in de rug van de leden van het vijftal. Op het Luyendijkje kon ik de achterste groep oprapen en op het laatste stuk pad langs de huizen naar de baan, waren de voorste twee plotsklaps aan het wandelen geslagen. Zo laat in de race nog lopers kunnen voorbijsteken geeft de vermoeide hardloper nieuwe moed. Die laatste volle kilometer volgens Garmin, ging dan ook in 5:48 minuten bij 10,34 per uur.

De laatste 250 meter wist ik er zelfs een snelheid van 11,35 per uur uit te persen. Het hielp ook zeker dat ik, bij het laatste stuk op de gravelbaan, zag dat de bezonnebrilde jongedame haar mannelijke metgezel had moeten laten lopen en weinig vaart meer maakte. Ik kwam wel steeds dichterbij maar uiteindelijk 4 seconden te kort om haar nog voor of op de meet in te rekenen. Jammer maar helaas. Ik zette mijn klokje stil op 59:05 minuten. Missie geslaagd derhalve, maar met een veel geringere marge dan mijn km-tijden deden vermoeden. Daar ga je dus de teil in, als je blindelings op je gps-horloge vertrouwt. In mijn aan internet toevertrouwde data zag ik later dat ik volgens de satellietgegevens de 10 km in 57:45 afgelegd zou hebben. Een tijd die veel meer overeenkomt met de voordelige marges die ik per km opgebouwd leek te hebben. Nou ja, wat maakt het uit, ik had ook mijn 11e 10 km alhier (exact de helft van al mijn TM-loopjes!) tot een goed einde gebracht. Door het uitblazen van mijn eigen inspanningen, miste ik de binnenkomst van het edele vijftal. Pas thuis achter het beeldscherm, merkte ik op dat zij met exact dezelfde tijd over de eindstreep gekomen waren. Precies tegelijkertijd derhalve en hand-in-hand, naar later bleek op de foto's en videobeelden. De genoemde Renaud was de zoon van een onlangs overleden clubprominent van de organiserende vereniging, voor wie vooraf al een minuut stilte was gehouden. Hij had deze 10 km, met zijn vrienden, als een eerbetoon aan zijn vader gelopen. Een soort herinneringsloop, zoals hij het zelf (maar dan met de veelgebruikte Engelse benaming) omschreef.

Je mag een gegeven paard nooit in de bek kijken en ik schrijf niet graag iets minder positiefs over mijn absoluut favoriete loop. Maar de thee was deze keer echt lauwwarm water met een wel heel licht kleurtje, en dus hield ik het bij één bekertje. Daarbij moest ik steeds de neiging onderdrukken om het warme vocht achter de rododendrons te kieperen. Vooraf was ik in de kleedkamer trouwens de 81 jaar oude krijger Anton tegengekomen. Dat was na zo lange tijd, dat ik mij al eens had afgevraagd of hij niet soms inmiddels de renschoenen aan de wilgen had gehangen. Maar daar was hij dus weer en hij ging de 10 EM verhapstukken, ondanks dat hij wat last had van een blessure. Een week later zou hij van start gaan in Eindhoven bij een onderdeel van de marathon aldaar. Ik heb hem verder na afloop niet meer gezien. In de uitslag was hij wel terug te vinden, maar ontbrak zijn eindtijd. Ik kreeg daarom de indruk dat hij die 16,1 km niet had kunnen voltooien. Gelukkig bleek uit het korte wedstrijdverslag op de TML-site dat hij wel degelijk was gefinisht en waren er een paar regels aan hem gewijd.

Op de terugweg naar huis was het Jamestown Concerto van William Perry aan de beurt om beluisterd te worden. Ook een werk voor cello en orkest, bestaande uit vijf redelijk korte delen en net zo mooi als het concert van Virgil Thomson. Wel iets minder geschikt om te dienen als basis voor een hardloopblog. En hoe zou ik in hemelsnaam een deeltitel als 'Pocahontas in London' moeten verwerken in een wedstrijdverslag? Of wacht, 'Peter in Landsmeer' is misschien wel een aardige vlag die de lading van een toekomstig relaas zou kunnen dekken!! Nu alleen nog het Looptijdenmaatje met die naam zien te verleiden tot de verre tocht naar het Waterland.

De minuut van de kat

Gepost door Arranraja op vrijdag 29 september 2017 16:52

Hoewel ik er toch echt in tegengestelde richting aan het rennen was toen de schrijver Herman Koch bij zijn loopje werd gefilmd, kom ik helaas niet in beeld. Als je toch benieuwd bent naar de paden langs het kanaal waarover ik zo vaak heb geschreven, kijk dan naar de documentaire over Herman, die ook anderszins zeer de moeite waard is:

https://www.npo.nl/het-uur-van-de-wolf-echt-herman-koch/28-09-2017/VPWON_1267011

Van 19:20 - 20:47 minuten komt hij rennend in beeld aan de beboomde Diemense kant. Van 51:11 - 52:11 minuten wandelt hij aan de meer open overzijde in het Diemerpark, onderdeel van de gemeente Amsterdam. Het verhaal dat hij daar ophangt over katten, is zoals hij zelf aan het einde toegeeft, compleet uit de duim gezogen. Ik heb toch altijd echt oog voor mijn favoriete huisdier, sta in mijn familie zelfs bekend als kattenlokker, maar heb daar ter plekke zelfs nog nooit zo'n klein formaat roofdier mogen aanschouwen.

Damloopwederwaardigheden (2 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 21 september 2017 16:48

Met een recordaantal afbeeldingen ook te bezichtigen op http://arranraja.wordpress.com/

Zo vaak doe ik het niet, maar enkele dagen vóór de DtD-editie van dit jaar, was ik in mijn hoofd reeds bezig om te bedenken waarmee ik mijn blog zou gaan vullen. Het werd per slot van rekening al de achtste keer dat ik zou deelnemen en de vijfde keer dat ik erover ging schrijven. Aangezien het parcours iedere keer (vrijwel) hetzelfde is, hoef ik dat niet telkens opnieuw uit de doeken te doen. En ook de meeste bijzonderheden omtrent dit grootse evenement heb ik ongetwijfeld al een of meerdere keren de revue laten passeren. Maar wat zou ik dan wel voor interessants kunnen melden in mijn huidige blog?

Dat ik mijn startnummer pas de donderdag voorafgaand in bezit had en dat na de loop bleek dat het nummer niet gekoppeld was aan mijn naam? Maar ook dat dit het stukje papier met het mooiste uiterlijk is dat ik bij alle 68 tot nu toe gedane trimlopen heb mogen ontvangen. En dat ik het nog ongeschonden startbewijs om die reden direct op de scanner heb gelegd om te vereeuwigen. Iets wat ik overigens met alle startnummers doe. Wie zit er te wachten op deze feiten?

De constatering dat de ontvangen medaille niet de mooiste van de acht is, maar wel een aparte uitvoering heeft, met op de voorkant vrijwel de gehele route in hoofdlijnen per straatnaam opgesomd? De Oostzanerdijk, in mijn beleving verreweg het minst prettige stuk om te lopen, staat nu net niet genoemd. Een teken aan de wand? Eerst een lastig klimmetje ernaartoe met direct bovenaan heel harde 'muziek', een scherpe, haakse bocht om en dan een vervelende klinkerweg met altijd keihard gedreun op meerdere plaatsen. Gelukkig is deze dijk niet zo heel lang. Het gegeven dat ik hier niet graag loop, is vooral mijn probleem en niet dat van de belangstellende blogbezoeker.

Zou het de lezer interesseren wat mij direct bij aanvang van mijn reis al opviel: dat het zo rustig was in de trein naar A'dam CS in vergelijking met de voorafgaande jaren? Dat die trend zich voortzette op het stationsplein, waar het nu, in tegenstelling tot voorheen, niet echt zwart van de DtD-deelnemers zag. Ook richting het startgebied kon ik mij makkelijker en vrijer voortbewegen dan vroeger. Alleen bij de tassenafgifte op het busstation aan de noordkant van het station was het even kruip-door-sluip-door. Ik verbaas mij er echt over dat heel veel mensen daar in groepjes blijven hangen en zo voor opstoppingen zorgen. Hetzelfde is eigenlijk steevast aan de hand bij het ophalen van je spullen na de finish. Ook daar gaan lopers & aanhang en masse, uitgebreid staan kletsen en belemmeren op die manier de doorgang voor degenen die na hen komen. Om terug te komen op de relatieve rust die ik waarnam: het aantal deelnemers aan de businessloop dit jaar was 16514 (finishers wel te verstaan), vorig jaar waren dat er nog 18511 en in het drukste jaar dat ik deelnam (2013) zelfs 20381. Het scheelde ongetwijfeld dat ik dit jaar voor het eerst in het laatste startvak van de businessloop mocht beginnen, maar er waren dus simpelweg minder deelnemers dan in vroeger jaren.

Als ik vertel dat er naast mij in het startvak ineens een drietal mannen stond met een voornaam op hun startnummer. Inschrijvers voor de erna volgende individuele recreatieloop dus. En ook nog met verschillende kleuren erop, duidend op indeling in meerdere startvakken. Zou de blogbezoeker dit als lezenswaardig zien of deze alinea snel overslaan? Dan kunnen ze niet meer tot zich nemen dat mijn conclusie is dat deze heren óf zo stonden te popelen om van start te gaan dat ze echt niet meer konden wachten, óf dat zij er zeker van wilden zijn vóór de aan het einde van de middag te verwachten regenbuien in Zaandam gearriveerd te zijn. Ik heb het ze maar niet gevraagd.

Zou het aardig zijn iets te melden over de politie-agent die op de Prins Hendrikkade de lopers stond te manen vooral bij elkaar aan te sluiten? Waarop ik hem opriep om lekker mee te gaan rennen. De functionaris kon er gelukkig hartelijk om lachen. Of iets over de loper die zich, kort na de IJ-tunnel, net uit de berm bij twee agenten vandaan bewoog, de lege asfaltstrook over wandelde richting het omhooggaande talud en de bewoonde wereld in? Ongetwijfeld al uitgestapt. Of op hetzelfde stuk parcours de man met achter op zijn zwarte shirt de kreet 'de vaart erin houden', die toen al was overgegaan op wandelpas. Zou de jongedame, gekleed in een dito shirt, bij het passeren deze collega hebben aangespoord toch vooral weer de daad bij het geschreven woord te voegen? Ik kan er slechts naar gissen. Wat te denken van de renster die ik tot twee keer toe passeerde en die even zovele keren al sprintend over mij heen kwam? Ik kreeg de neiging haar toe te roepen dat het een zware kluif voor haar zou worden om tot de eindstreep zo intervallend te werk te gaan. Ik heb mijn adem op dat moment echter wijselijk gespaard.

Wat moeten de mensen ermee als ik schrijf dat ik mij vooraf al had voorgenomen om veel foto's te schieten en dat ik met name het unieke tafereel in de tunnel op die manier wilde vastleggen? Ik kan nu wel vertellen dat het geen sinecure is om al rennend met een toestel boven je hoofd een behoorlijk plaatje te schieten. De meeste kiekjes in die ondergrondse verkeersbuis zijn dan ook faliekant mislukt. Niet geschoten is echter altijd mis en wie niet waagt, die niet wint! Ik werd eraan herinnerd door een loper vlak voor mij, die zijn smartphone omhoog deed om een kiekje te maken. Terwijl ik bezig was met knippen, stelde een andere deelnemer de retorische vraag; 'ga je nu al foto's maken?'. Hierop kon ik alleen maar antwoorden hoe uniek dit schouwspel wel niet was van op-en-neer-dansende renners die het wegdek van de grote tunnel aan het oog onttrokken.

Ik wil jullie toch echt even vervelen met een primeur. Sinds de editie van 2011 is een Garmin Forerunner gps-horloge mijn vaste metgezel bij deze loop. De modellen 205 en 310 XT raakten bij het betreden van de IJ-tunnel steevast de weg en de verbinding met de satelliet kwijt. Sinds dit jaar loop ik met Forerunner 235, naast hardloopklokje ook stappenteller. En zie het wonder geschiedde: ik kreeg reeds een eindje in de tunnel keurig de bevestiging dat ik 1 km had afgelegd. Ook van het ondergrondse stuk daarna, kan ik mij niet herinneren dat er een melding verscheen dat de satellietverbinding was weggevallen. Dit model maakt naast GPS ook gebruik van het Russische Glonass-systeem. Zou deze schijnbaar sterke Amerikaans-Russische satellietcombinatie mij zonder mankeren door de tunnel geloodst hebben?

Heeft het zin kond te doen van de lichte ergernis die er steevast in mij opkomt als ik allerlei (in mijn ogen althans) onnodig Engelse teksten zie op deelnemersshirts en plakkaten op de weg? Vooral de financiële sector maakte er een potje van met kreten over 'solvability', 'liquidity' en wat dies meer zij. Uiteraard willen bedrijven en instellingen de mogelijkheid niet laten liggen om tijdens zo'n businessloop een beetje reclame voor zichzelf te maken. Ik zie dat toch het allerliefst in onze moerstaal. De prijs voor de aardigste slagzin gaat wat mij betreft naar het eerder genoemde 'de vaart erin houden', met een eervolle vermelding voor 'Dam tot Damlopers zijn omlopers' van het een of andere openbaar ministerie.

Best wel aardig om te weten: de DtD wordt steeds internationaler, getuige de Aziatische lopers die ik dit jaar meerdere keren op mijn pad vond. Of het steeds dezelfde man betrof, die zijn landgenoten achterop liep en dan mondeling contact zocht, heb ik helaas niet goed kunnen registreren. Hij zal ongetwijfeld iets geroepen hebben als: 'hoi maatje, houd jij het nog een beetje vol'. En: 'vind jij dit ook zo'n geweldige loop?'. Maar dan helaas in een taal (Chinees?) waar ik absoluut geen chocola van kon maken.

Zeker geen triviaal verhaal is het feit dat ik, en uiteraard velen met mij, bij het aanstormen op de finish in Zaandam naar de linker weghelft werden gedirigeerd. Omdat er helemaal rechts een door vrijwilligers afgeschermde loper op de grond lag. Op het moment dat je het ziet, weet je niet wat er aan de hand is met die man (volgens Het Parool 18 jaar oud) en hoop je maar dat het om een blessure gaat. Mijn vrouw las echter een dag later in dezelfde krant dat deze renner (dus pal vóór de meet) in elkaar was gezakt en moest worden gereanimeerd. Naar verluid is de toestand van de man nu stabiel. Ook dit schijnt bij een grote loop als deze te horen, maar ik zie dat toch liever niet. Al had ik het op dat moment te druk met binnen- en bijkomen om mij er echt in te verdiepen. Later besef je pas dat dit jou ook zou kunnen overkomen en dat is geen geruststellende gedachte. Uiteraard hoop ik van ganser harte dat deze collegarenner uiteindelijk met alleen de schrik zal vrijkomen. Ik houd echter mijn hart ervoor vast.

Zal ik dan toch maar weer verslag doen van mijn race? Nou vooruit, een paar alinea's voor de echte liefhebbers dan. Als jouw oog als eerste op dit deel valt en je leest alleen wedstrijdverslagen, kun je het voorafgaande rustig overslaan. Ik weet sinds kort dat in ieder geval één collegablogger het wedstrijdverhaal toch het meeste kan waarderen. Uiteraard had ik vooraf plannen gemaakt, zo je wilt intenties in mijn hoofd de revue laten passeren. Gewoon rustig van start naar finish gaan, daarbij proberen te blijven rennen (ergo niet wandelen tussendoor) en als het even kon binnen de 1:40 uur binnenkomen. Vanzelfsprekend zou ik intussen, te midden van alle medelopers, proberen zoveel mogelijk te genieten van dit bijzondere hardloopfeest.

Tijdens de eerste meters zag ik even 10.6 per uur op mijn horloge, maar die snelheid zakte gelukkig al gauw naar 10 rond. Ik boog reeds voor de tunnel iets af naar rechts om twee kleine jongens een lage vijf te bezorgen en daar waar ik het op tijd zag en de handjes zonder gevaar voor eigen leven kon bereiken, deed ik dat vaker. Zoals ik hiervoor al beschreef, was het voor mijn gevoel iets rustiger op het parcours en dus had ik ruimte genoeg om mijn eigen tempo te ontplooien en daarin te volharden. In mijn beleving slaagde ik er in om op-één-na alle 1000 meters binnen de 6 minuten af te ronden. Zulks meldde ik 's avonds via WhatsApp ook trots aan Loop(tijden)-maatje Peter, toen hij belangstellend informeerde hoe mijn DtD verlopen was. Dit was een iets te rooskleurige voorstelling van zaken, want uit de statistieken bleek later dat exact de helft van mijn kilometers wel net boven die kaap zaten. Vanaf een gegeven moment heb ik ook alleen maar mijn gemiddelde snelheid over de hele run in de smiezen gehouden. En die zat toch mooi steeds op 10 per uur of iets rapper.

Vooraf had ik bewust twee keer een krul opgezocht om de blaas zo leeg mogelijk te krijgen. Bij het tweede bezoek kreeg ik er nauwelijks wat uit. Toch begon deze 'vesica urinaria' zich na reeds zo'n 3 km flink met mijn Damloop te bemoeien. Iedere renner is zich bewust van het feit dat een opspelende urineblaas jouw loopje behoorlijk kan verstoren. Als ervaren Damlrenner wist ik dat er, na zo'n 5,5 km aan het einde van het Barkpad, net voor het opgaan van de Buiksloterdijk (een zeer toepasselijke straatnaam in specifieke geval!), een hele batterij Dixi's voorhanden moest zijn. En dus zocht ik daar noodgedwongen, tijdelijk mijn heil. Hierdoor zou ik de inmiddels vertrouwde lopers en loopsters die al een tijdje om mij heen liepen, kwijtspelen. Maar dat was even niet anders, ik zou wel weer nieuwe metgezellen opdoen. Toen ik de helse tocht hernam, liep ik zo'n beetje iedereen die er op mijn pad kwam, voorbij. Die gewaarwording en het bijbehorende stimulerende gevoel, waren wel erg prettig en ik kon weer een tijdje met volle kracht vooruit.

's-Ochtends had ik thuis voor de buis de DtD-wedstrijd zitten kijken. Daarin werden de vrouwelijke toppers al na ongeveer 12 km bijgehaald door de mannen. Wat betreft deelnemersaantallen winnen de dames het wel nipt van de heren: 52% van de inschrijvers is vrouw. Dat buiskijken was zowel prettig om in de juiste stemming te komen (voor zover dat nog nodig was), alsook een makkelijke manier van het visualiseren van het complete parcours. Ik heb al eens eerder geschreven dat ik alle losse stukken wel zo ongeveer in mijn hoofd heb zitten, maar met name van het lange deel in in A'dam-Noord weet ik nooit exact welke straat er nu op welk pad volgt. Om een lang verhaal zoals beloofd kort te houden, zal ik maar niet vertellen over die jongeman in het shirt van de overbekende Amerikaanse hamburgertent, die al na de eerste drinkpost aan het wandelen was. En helemaal niet wat een loopster achter hem daarover riep. De korte conversatie die ik met de jongeling had, laat ik hier eveneens achterwege. Daarenboven zal ik niet uitweiden over het aandoen van alle versnaperingskramen. Alleen over die aan het begin van de Noorder IJ- en Zeedijk, helemaal aan de buitenkant van Zaandam. 11 km had ik er al opzitten en tot dan toe gevoelsmatig makkelijk en vlotjes gelopen. Ergens in mijn achterhoofd zei een piepklein stemmetje echter dat ik hier misschien wel héééél eventjes mocht gaan wandelen. Dat was overigens zo ongeveer op het moment dat het enige onvertogen woord van die middag over mijn lippen kwam, toen een rappe jongeling rakelings ter linkerzijde langs mij meende te moeten zoeven. Op een plek waar er nota bene ruimte genoeg was om op gepaste afstand erlangs te gaan. Goed, eerst maar eens een bekertje gemeentepils inpalmen. Nauwelijks had ik dat water aangepakt van een manspersoon of ik zag dat de volgende in de rij uitdelers zowaar mijn oud-collega Bernadette bleek te zijn. Zij is waarlijk de meest spontane, enthousiaste, vrolijke en vooral sportieve (hockey, schaatsen, roeien, fietsen) persoon met wie ik ooit heb mogen samenwerken. De ontmoeting en begroeting duurden maar enkele seconden, want ik was mijzelf reeds weer in gang aan het trekken, maar haar opgetogen reactie zorgden er wel voor dat ik het plan om te gaan wandelen plotsklaps vergeten was.

Die dijk, met veel bedrijven aan één kant, waar het op zich prettig rennen is, lijkt wel ieder jaar langer te worden. Ook de daarop volgende Zuiddijk vanaf km 14 is in mijn beleving altijd zwaar. Gelukkig was het ook daar nu relatief rustig. De eerste van twee bruggen over de rivier de Zaan is een behoorlijke benenbreker. Die hoogte eenmaal overwonnen, koers je af op het voor mij meest inspirerende stukje van de route. Op de Dam en in de Damstraat staat het publiek rijen dik achter de dranghekken en voel je je even als een wielrenner in de finale van een Tour-etappe of (nog toepasselijker) als een marathonloper op weg naar de Olympische titel. Een voorrecht om daar te mogen rennen. De laatste bocht om en de tweede brug over is dan een koud kunstje. En de twee vrouwen, met wie ik al kilometers lang stuivertje had lopen wisselen en die ik naar mijn idee allang had afgeschud, maar die hernieuwd over mij heen kwamen, waren nog niet van mij af. Ondanks dat ik dacht niet meer te kunnen aanhaken en daar vrede mee had, ging ik toch weer over ze heen en stormde ik met bijna 12 per uur op de eindstreep af. Of ik echt eerder over de meet kwam, weet ik niet door de consternatie rond de eerder beschreven renner op de grond, maar eenmaal binnen was ik niet kapot of erg buiten adem. Garmin gaf 1:36:26 aan. In de officiële uitslag stond 1:37:38 vermeld. De gedwongen plaspauze had mij dus gelukkig slechts 1:12 aan extra tijd gekost. Ik had ook mijn achtste Damloop succesvol afgerond. En met ruim 26300 stappen die dag tevens een bewegingsrecord gevestigd. Als beloning voor dat alles kreeg ik mijn medaille niet, zoals gebruikelijk, in de handen gedrukt, maar echt omgehangen bij de sleuf aan de uiterste rechterkant van het uitdeelstation. Deze perifeer geplaatste doorgang lieten de andere renners om mij onduidelijke reden volkomen links liggen. De dame die de medailles hier mocht weggeven, zat er, waarschijnlijk om die reden, helemaal klaar voor en ik liet het mij met veel plezier welgevallen.

Waar ik jullie nog even mee wil vervelen, zijn mijn ervaringen met het Damloopretour van de NS. Voor het tweede, opeenvolgende jaar had ik dat 'voordelige' ticket daags van te voren digitaal aangeschaft en op een A4-tje afgedrukt. Goedkoper zogezegd, want je kreeg 20 procent korting op de volle retourprijs en makkelijk, want je hoefde er alleen eventueel gesloten poortjes mee te openen. Op A'dam CS, waar altijd nog poortjes openstaan was het derhalve niet nodig om uit- of in te checken. Een handeling die je in alle commotie nog weleens zou kunnen vergeten. Dat financiële voordeel bleek bij nadere bestudering nogal tegen te vallen, want de NS trekt die 20% af van, in mijn geval, de retourprijs woonplaats-Zaandam. Bij normaal in- en uitchecken met de chipkaart zou ik alleen woonplaats-A'dam CS en Zaandam-woonplaats afrekenen. Het verschil bleek nu exact 10 cent in mijn voordeel te zijn. Hoezo prijsbesparing?!? Blijft het feit dat een geprint reisbiljet minder erg is om te verliezen dan de persoonlijk chipkaart, of minder administratieve rompslomp geeft als dat verlies zich zou voordoen. Helemaal waar, maar lees dan mijn navolgende ervaring op het perron van aankomst in mijn woonplaats. Je dient dat stukje papier te houden voor een poortje met een diepliggende scanner achter glas. Het regende op dat moment pijpenstelen en derhalve was het glas kletsnat. Gewoon geprint A4-papier is ook al niet echt geconstrueerd om dikke druppels te weerstaan, dus dat ging niet van een leien dakje. Telkenmale hield ik de barcode in de stromende regen voor het glas, maar er gebeurde niets. Ook het weghalen van de waterdruppels met mijn vingers bracht geen soelaas. Daar stond ik dan, met de DtD in de benen in de nattigheid en ik kon het verlaten station niet eens uit. Een ultieme poging om naast het met de hand wissen van het water ook met mijn mouw het kijkglas droog te boenen, zorgde in extremis voor een 'Sesam open u". Bij nat weer volgend jaar toch maar terugvallen op de chipkaart?

Even voor die tijd, was ik bij het opzoeken van de gezien het weer voordeligste uitgang van de trein een renster met DtD-tas gepasseerd, die verdacht veel leek op de buurvrouw van de hoek. Ik zag de persoon in kwestie richting onze wijk lopen, dus het moet haar wel geweest zijn. Nooit geweten dat die dame ook een hardloopster is, laat staan de Damloop doet. En nu ik toch met buurtaangelegenheden bezig ben: ik stond nauwelijks onder de luifel bij mijn voordeur, of overbuurman Freek (zelf een enthousiast loper en voormalig DtD-deelnemer) deed zijn deur open en vroeg mij hoe het gegaan was, welke tijd ik had gescoord en of ik daar tevreden mee was. Dat is nog eens een leuke thuiskomer, of niet soms?

Tot slot een dienstmededeling. Als het aan mij ligt, maak ik de tien achtereenvolgende DtD-deelnames vol. Dus als ik er de komende twee jaar hernieuwd in slaag om een startbewijs te bemachtigen, zal ik jullie nog minimaal twee keer lastig vallen met onbelangrijke verhalen over 's lands grootste georganiseerde trimloop.

Groetplicht? (4 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 12 september 2017 14:31

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Lang geleden moest ik, als begin-twintiger, mijn dienstplicht vervullen bij de Landmacht. Met name in de tijd dat ik bij de parate troepen zat, mocht ik na de werkdag graag het bos tegenover de kazerne even buiten Nunspeet induiken. Om daar eens lekker weg te zijn van het militaire terrein en een paar rondjes door het plaatselijke Veluwse bos te rennen. Aangezien ik voor die parate tijd al acht weken had doorgebracht op andere legerplaatsen i.v.m. de verplichte scholing, was ik reeds in aanraking gekomen met de in het leger heersende groetplicht. Door sommigen ook wel uitgesproken als 'garoetplicht'. Deze hield in dat je bij het tegenkomen van een meerdere in rang (wat je als gewoon soldaat al snel kon overkomen), verplicht was de betreffende (onder-)officier te groeten. Tenminste als je een hoofddeksel, zoals een baret of helm, droeg, iets dat in de buitenlucht sowieso moest. Dan bracht je de vlakke rechterhand naar de rand van het hoofddeksel en salueerde ter begroeting naar je meerdere.

Dit verhaal gaat verder niet over mijn diensttijd, ook niet over het hardlopen dat ik toen deed. Deze blog heeft 'groeten tijdens het rennen' als onderwerp en is direct geïnspireerd door de (als vanouds) prima column van Leonie van den Haak over dezelfde kwestie, in het september-oktobernummer 2017 van Losse Veter Magazine. Toen ik dat stukje proza las, meende ik er ook wel een paar woorden aan vuil te mogen maken en wat van mijn eigen ervaringen te delen. Motorrijders doen het en personen met een auto van het inmiddels teloorgegane Zweedse merk Saab schenen het ook te doen (doen het waarschijnlijk nog steeds): naar elkaar zwaaien onderweg. En er zijn ongetwijfeld nog wel andere, selecte groepen weggebruikers die er een zelfde gedragscode op na houden. Solex-adepten misschien?

Van de lange periode dat hardlopen voor mij een bijnummer was, kan ik mij niet herinneren of ik een teken van herkenning gaf als ik een andere renner in actie ontmoette. Zodra ik, nu alweer 6,5 jaar geleden, serieus werk ging maken van deze heerlijke bezigheid, werd het voor mij al spoedig de gewoonste zaak van de wereld. Ongetwijfeld omdat ik door andere lopers gegroet werd. Als ik nu in de nabijheid van een collega-hardloper kom, geef ik doorgaans een teken van herkenning. Vanaf het begin pleeg ik dat te doen in de vorm van een opgestoken duim. Die heeft bij mij een drieledige bedoeling: ten eerste een groet, ten tweede een aanmoediging om vooral door te gaan en tenslotte een compliment voor het feit dat diegene zo goed bezig is. Voor het zover komt, probeer ik eerst steevast oogcontact te maken om vast te stellen of de tegenligger ontvankelijk is voor een begroeting. Bij lopers die in dezelfde richting bewegen, is het al wat lastiger. Dan draai ik in het voorbijgaan mijn hoofd opzij in een poging de uitwisseling tot stand te brengen. Harde cijfers of percentages van geslaagde pogingen tot een begroeting heb ik uiteraard niet, maar mijn gevoel zegt mij dat een meerderheid van de renners die ik tegenkom op de een of andere manier een teken van leven retourneert. Dat kan uiteraard een hoofdknikje zijn, een al dan niet brede lach of één opgestoken wijsvingertje.

Net als bij sommige automobilisten die niet van plan zijn te stoppen voor een zebrapad, zie ik een enkele keer al vooraf aan de gelaatsuitdrukking dat een renner geen contact zal gaan maken. Zij of hij kijkt dan strak voor zich uit of is te druk bezig met de grond voor zich in de gaten houden. Een ander heeft reeds van een afstand een open vizier en zoekt bij nadering direct oogcontact. Soms wacht ik zelf tot het laatste moment om de mogelijke blik van de ander te ontmoeten en dat zie ik ook bij de tegenliggers gebeuren. Voor mijn gevoel schept het een band, geef je aan deel uit te maken van een groep van geestverwanten, als je elkaar als hardlopers begroet onderweg. De plaats van handeling maakt echter duidelijk uit, zoals Leonie in haar betoog ook aangaf. Zij schreef dat het bijvoorbeeld in het Amsterdamse Vondelpark niet gewenst is een ander een signaal van herkenning te geven. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het type jogger dat daar zijn rondjes maakt en met de aantallen hollers. Je zou daar met al dat renvolk, net als de Koningin van Lombardije, hoogstwaarschijnlijk een eeuwig wuivend handje bevestigd aan pet, bril of hardloopkleding nodig hebben om een lamme arm van het zwaaien te voorkomen.

Wellicht heeft het met de grote stad te maken, waar mensen dicht op elkaar leven en juist daarom vaak langs elkaar heen. Mijn ervaringen zijn vergelijkbaar met die van Leonie. Als ik in een Amsterdams park loop, of langs het Amsterdam-Rijnkanaal binnen de Amsterdamse gemeentegrenzen, is de kans kleiner dat mijn blik en groet worden beantwoord, dan daarbuiten. Op mijn favoriete fietspad onder de bomen langs het kanaal ter hoogte van Diemen-Noord is het gelukkig wel aardig ingeburgerd om elkaar te begroeten. Wat dat betreft had ik zeer onlangs een absolute topdag. Het was er ook gezellig druk met lopers, op die vroege zondagmiddag. De eerste loopster die ik tegenkwam, was zo te zien te veel in zichzelf gekeerd voor enige interactie. Bij volgende samenkomsten had ik gelukkig meerdere keren respons. Ongetwijfeld heeft het ook te maken met het gegeven of iemand zich al hardlopend op zijn of haar gemak voelt of met de behoefte die men heeft om tot de groep van de hardlopers te behoren. De vrouw die mij net aan het einde van de bebouwde kom tegemoet kwam, schuwde die connectie zeker niet. Want niet alleen begroette zij mij met een welgemeend 'hallo', zij stak ter beantwoording van mijn gebaar, ook nog eens haar eigen duim op. Dat was in mijn herinnering de eerste keer dat ik een wederduim mocht meemaken.

Een eindje verder had ik een nog verdergaande primeur. Een renster wandelde, al kijkend op haar telefoon, in dezelfde richting die ik ging. Bij het passeren keek ik naar rechts en maakte het bekende gebaar met mijn duim. De vrouw reageerde meteen met: 'ik ga met je mee' en zette aan. Zij moest even achter mij blijven hangen vanwege een grote groep passerende wielrenners. Toen die voorbij was, kwam ze direct naast mij lopen en begon een gesprek. Uiteraard ging het over hardlopen. Het weer, de te lopen (ik) of al gelopen (zij) afstand en de naderende Dam tot Damloop passeerden de revue. Zij was eigenlijk al klaar met haar training en ging op huis aan. Die fraai gelegen woning bleek precies op mijn route te liggen, helaas nog geen kilometer verder. Een huis waar ik al talloze keren ben langsgerend, maar dat uiteraard geheel terzijde. Wij liepen tot haar erfgrens samen op. Na een hartelijke groet, vervolgde ik mijn weg. Veel leuker en verrassender kan deze sport toch niet worden! Koud een minuut later kwamen een loper vergezeld door (naar ik aanneem) zijn vrouwelijke partner op de fiets, mij tegemoet. Hij beantwoordde mijn opgestoken duim met een handgebaar en zij zei 'hallo'. Aan het einde van die semi-landelijk gelegen weg was er opnieuw een renner die het de moeite waard vond kort contact te maken middels een hand-opsteken. Vanwege de route die ik vervolgens nam, was het een beetje op met de ontmoetingen met medelopers. Ik kwam, voor zover ik mij bijstaat, niemand meer tegen. Dus viel er om die reden niemand meer te begroeten. Mijn dag kon echter allang niet meer stuk, ook omdat ik lange tijd best een lekker vlot tempo wist te ontwikkelen. Dat kwam ongetwijfeld door alle positieve vibraties die ik van de beschreven contacten had meegekregen. Een mooie opsteker i.v.m. die eerder genoemde, naderende DtD.

Dit epistel is meteen een mooi excuus om een bijzondere ontmoeting te berde te brengen, die ik een paar maanden eerder langs het kanaal had. Ik rende in tegengestelde richting aan de zojuist beschrevene over het pad, toen ik in de verte een renner zag naderen. Het leek alsof hij werd achtervolgd door een gemotoriseerd voertuigje, een Canta-achtige bolide. Bij nadering zag ik dat het ging om een bekende Nederlander, de schrijver Herman Koch, die ik op dit parcours geregeld joggend tegenkom. Uiteraard steek ik dan altijd mijn hand of duim op ter begroeting en Herman retourneert die geste als vanzelfsprekend. Het voertuigje bleek een rijdend open karretje te zijn met daarop een cameraploeg in actie. Herman werd dus gefilmd tijdens het hardlopen. Bij het passeren gaf hij een teken van herkenning en hij keek erbij alsof hij de hele situatie met die cameraploeg direct achter zich een beetje gênant vond. Of, zoals ik in mijn notitie bij de bewuste trainingsgegevens schreef, ik interpreteerde zijn blik totaal verkeerd en hij moest besmuikt lachen om de opvallend felgele kleding en schoenen die ik op die bewuste keer droeg. Het is niet zo dat ik mijn omroepblad er systematisch op nasla, maar ik hoop nog altijd op de televisie-uitzending van een documentaire over deze succesvolle schrijver, waarbij de zojuist geschetste, voor mij toch wel memorabele, hardloopbegroeting ook in beeld wordt gebracht.

Om bij wijze van afsluiting van dit verhaal de in de titel gestelde vraag te beantwoorden: moet er een groetplicht voor hardlopers komen? Een verplichting om, net als bij de krijgsmacht, je meerdere te groeten? Flauwekul uiteraard, want wie is jouw meerdere?: iemand die harder lopen kan, meer kilometers maakt of al langere jaren dan jij aan hardlopen doet? En als dan, hoe identificeer je iemand als zodanig in het wild? Houd alsjeblieft op zeg, het allerleukste aan de hardloopgemeenschap zoals ik die ervaar is nu juist het feit dat niemand zich daar boven een ander verheven voelt. In mijn beleving bestaat er onder hardlopers geen kunstmatige hiërarchie, zoals bij de meeste teamsporten of een noodzakelijk rangen-en-standensysteem als bij de krijgsmacht. Iedereen is even vriendelijk en behulpzaam voor elkaar en laat de ander in zijn of haar eigen waarde. Een hemelsbreed verschil derhalve met sommige andere sporten, waarbij zelfbenoemde 'cracks' zich nog weleens ver verheven voelen boven de in hun ogen minder getalenteerde medesporters. En zich dientengevolge nogal neerbuigend gedragen ten opzichte van die 'krukken'. Nee, wat mij betreft is het antwoord op de gestelde vraag: net als elders in het openbare leven kost het weinig tot niets om een ander te groeten. Als je dat tenminste leuk vind, dan wel kunt opbrengen. Ik beleef er in ieder geval veel plezier aan en ik krijg steevast extra energie door de positieve respons die ik geregeld ontvang. En als een ander de behoefte tot groeten niet voelt, even goede loopmaatjes wat mij betreft!

Met vallen en opstaan over de Gooise Heide (4 reacties)

Gepost door Arranraja op woensdag 6 september 2017 20:14

Ook te lezen (rijk geïllustreerd) op http://arranraja.wordpress.com/

'Een dagje de hei op', 'een heidag' of 'heisessie' is (of was, want nu veelal vervangen door misplaatste Engelstalige terminologie) nogal eufemistisch kantoorjargon voor het met een team of afdeling ergens buiten de gebouwen van de eigen organisatie een hele dag vergaderen, een cursus of training volgen of iets dergelijks. Meestal in een horeca-etablissement of vergaderzalencomplex en daardoor tegen behoorlijk hoge kosten. NRC-columniste Japke-d. Bouma heeft eerder dit jaar over dit taalgebruik nog iets geschreven. Eind augustus hadden mijn echtgenote en ik ook een heisessie. Maar dan gelukkig van geheel andere aard, zoals je in het verslag hieronder kunt lezen.

Wij hadden ons, zoals in een vorige blog al gemeld, ingeschreven voor de Gooise Heideloop. Mijn eega voor 5 km wandelen, ik voor 10 km hollen. Onze oudste dochter had voor de zomer eveneens belangstelling getoond, maar zich nog niet aangemeld. Dat bleek achteraf heel verstandig, want zij daags tevoren ontving met haar vriend de sleutels voor hun nieuwe woning en was daar erg druk mee. De wandelstart was 5 minuten na de hardlopers geprogrammeerd en dat leverde een mooie planning op. Mijn vrouw zou die 5 km wel in een uur wandelend kunnen afleggen en ik ging ervan uit dat ik de 10 km spoorrennen in rond de 60 minuten kon verhapstukken. Enkele dagen eerder had ik toevallig op de blog van collega Hedwig gezien dat zij eveneens van de partij zou zijn. Wie weet liep ik haar tegen het lijf en konden wij het virtuele contact eens afwisselen met een praatje van aangezicht-tot-aangezicht.

Kort na negenen op zondagochtend reden wij naar Het Gooi. De aanreisroute bleek veel eenvoudiger dan ik mij eerder had ingebeeld. Een van de redenen dat ik de vorige twee edities van dit gemengde benenwagenevenement links had laten liggen, was mijn vermoeden dat ik ergens ver van de snelweg kriskras over local wegen de startplek moest zien te bereiken. De hei bij laren klinkt namelijk voor mij nogal wijd weg. Enkele honderden meters vanaf A1-afrit Laren waren wij echter reeds op de plaats van handeling en konden we zowaar dichtbij parkeren, op het terrein van een middelbare school. Bij deze loop zonder tijdwaarneming was enkel een stempelkaart vereist en die hadden wij, ondanks het in onze ogen wat hinderlijk rondhangen van andere deelnemers in de nabijheid van de gezochte tafel, snel te pakken. Na een kort bezoek aan de omkleedtent om mijn tas te lozen en aan de Dixie-krul om de blaasinhoud zo goed mogelijk op hardloopniveau te brengen, toog ik naar de start.

Daar stond helemaal achteraan een renster die verdacht veel leek op de persoon die ik geregeld op de foto's bij Hedwigs hardloopverhalen aanschouw. 'Mooi' dacht ik, 'dan hoef ik mijn nek niet te strekken en mijn ogen te vermoeien in een poging haar te midden van het loperspak op te sporen'. Toen ik echter direct achter de dame in kwestie ging staan, sloeg de twijfel bij mij toe. Zou zij het wel echt zijn? Ik had haar namelijk nog nooit in levenden lijve gezien. En ze droeg schoenen van een ander merk dan waar zij, naar eigen schrijven, altijd op rent, die van een gezonde geest in een gezond lichaam (Anima Sana In Corpore Sano). Daarbij het leek mij nogal stom overkomen om een heel andere dame met de naam Hedwig aan te spreken. Bovendien was deze vrouw ook nog druk in gesprek met het loopmaatje naast haar. Aangezien ik goed ben opgevoed en niet graag mijzelf opdring, heb ik ze niet geïnterrumpeerd en ben ik zwijgend letterlijk op de achtergrond gebleven. Terugkijkend was ik 'een beetje dom' om mijn aanwezigheid niet kenbaar te maken. Nu twijfel ik er, na het bestuderen van de door de organisatie gemaakte foto's, niet meer aan dat het echt de bewuste collegablogger was die ik in het vizier had. Bij een eventueel volgende gelegenheid dat foutje goedmaken dan maar.

Het startsignaal werd, middels een toeter, gegeven door de vertrekkend burgemeester van Laren. In zijn andere hand had hij zeer toepasselijk een heidestruik. Mijn debuut bij een niet-verharde loop was begonnen. Het bleek al heel snel een (soms letterlijk door de zon) oogverblindend mooi parcours over de Zuider-, Wester- en Bussummerheide te zijn. Mijn eerste helft en de volledige tocht van mijn echtgenote ging over de Zuiderheide. Ik had snel door dat je bij een onverhard traject als dit veel naar beneden moet kijken, om goed te zien waar je je voeten neerplant. Het eerste stukje was dat lastig omdat het loperspak nog behoorlijk compact was. Zo kon ik na nog geen 100 meter ternauwernood een paardenhoop ontwijken, eenvoudigweg omdat ik die pas te elfder ure in beeld kreeg. Toen het bos zich opende en het spoor breder werd, kon ik al spoedig de neiging niet onderdrukken om stil te gaan staan en plaatjes te schieten van het panorama dat zich voor mijn ogen ontrolde. Was er een paar weken eerder op de Hoge Veluwe nog nauwelijks bloeiende heide te ontdekken, hier zag je één groot paars, gebobbeld laken dat zich uitstrekte zover de blik reikte. En dat onder een strakblauwe hemel bij felle zonneschijn. Mooiere omstandigheden kun je je bijna niet wensen. Het feit dat ik, door het eerste vastleggen van dit tafereel, de sneller vertrokken dame van wie ik eerder gewag maakte, direct uit het oog verloor, nam ik maar op de koop toe. Zelfs al deed zij deze ren, zoals op haar site te lezen stond 'als een langzame duurloop', zij zou voor mij sowieso te rap gaan om bij te benen.

Ik herhaalde mijn stilstaande fotografiesessie nog een keer, voor we, na net 2 kilometers, op een recht aarden pad onder de bomen mochten verblijven. Dat was geheel niet onprettig omdat het in de volle zondagochtendzon op die grote, stille heide al behoorlijk warm werd. Het prettige ging er voor mij op dat pad langs een hek van gaas al rap vanaf. Plotsklaps voelde ik mijn rechtervoet achter iets blijven haken. Ik was ervan overtuigd dat ik wel op de been zou blijven, maar voor ik het wist smakte ik, volkomen slap, plat voorover op de aarde. Het gebeurde zo snel dat ik niet de tijd kreeg om mijzelf schrap te zetten. Dat was maar goed ook en het scheelde ongetwijfeld de nodige verwondingen. Oeps, zoiets was mij in mijn trimloopcarrière nog niet eerder overkomen. Ik hoorde lopers achter mij vragen of het wel ging en ik kwam weer omhoog, met een gevoelige linker elleboog en behoorlijk zwarte handen, armen en knieën. Door dat zanderige spul kon ik niet zien of mijn elleboog beschadigd was. Verder doen dan maar, want er waren nog 8 kilometers af te leggen. Ik passeerde een vrouwelijke renner die aan het wandelen was en vroeg haar in het voorbijgaan welke afstand zij deed. Het bleek de langste te zijn, dus kon ik haar geheel ten overvloede mededelen dat zij nog een eindje te gaan had.

Bij een scherpe bocht naar links was het panorama wederom van dien aard dat ik een korte stop noodzakelijk achtte. Dan ook maar meteen van de gelegenheid gebruikmaken om een paar slokken water te drinken (ik schreef al eerder dat het snel warmer werd) en met diezelfde fles mijn zeer waarschijnlijk toch wel geschaafde elleboog een weinig schoon te spoelen. Nog geen 100 meter verderop hield ik hernieuwd halt, want ik ontwaarde een heuse schaapskudde. Later las ik op de site van het Goois Natuurreservaat, waaronder dit stuk heide valt, dat de complete opbrengst aan inschrijfgelden van de bijna 500 deelnemers ten goede zal komen aan het instandhouden van deze kudde. Die er op op zijn beurt voor zorgt dat het heidelandschap intact blijft. Een weinig verder stuitte ik op een tafel met twee officials. Ik speurde naar bekertjes drinken en vooral naar natte sponzen waarmee ik mijn elleboog eens flink kon schoonmaken. Helaas hadden ze niets van dat alles, alleen een stift waarmee een eerste vinkje op mijn stempelsticker werd gezet. Intussen was mijn geregeld overactieve blaas zich aardig aan het roeren. Had ik toch beter voor de start die Dixie met een tweede bezoek kunnen vereren. Berouw komt altijd na de zonde. Ik keek om mij heen of ik ergens uit het zicht kon gaan afwateren, maar vond geen naar mijn idee geschikte locatie.

De renster die ik eerder had aangesproken, doemde nu ten tweeden male al wandelend voor mij op. Ongetwijfeld was zij mij gepasseerd tijdens een van mijn twee laatste fotostops. Bij het langsgaan had ik mijn praatje weer klaar en maakte ik de opmerking dat zij blijkbaar rennen en wandelen bewust afwisselde. Haar repliek was dat zij niet anders kon omdat ze last van haar rug had. Zij zou het wel redden, verzekerde zij mij. Ik wenste haar nog veel succes en ging voort. Dan weer over een zanderig spoortje, dan weer op een hogere grasrug ernaast. Of over een dito berm bij het inhalen van een collega-deelnemer of -neemster. Na 4 km kwam de route terug op de uitvalsweg van de eerste kilometer en liep derhalve linea-recta terug naar het startgebied. Vlak voor het finishdoek zag ik een bord dat aangaf dat de langsteafstandslopers linksaf mochten. Mijn blaas was mij nu echter duidelijk de baas, dus ik besloot rechtdoor de eindlijn te passeren en in één tempo door te walsen naar het zuiden van de Verenigde Staten, Dixie dus. Daarbij ontweek ik de uitdelers van het piepkleine herdenkingsknopje. Wellicht kon ik meteen na de blaaslediging, de lokale EHBO'er met een kort bezoek vereren. De blaas was gauw tevreden gesteld, maar een Oranje-Kruispersoon zag ik niet. Wel een tafel met bekertjes water. Die konden zowel mijn inwendige mens laven, alsook mijn uitwendige schavingen enige verkoeling brengen.

Het hoeft geen betoog dat ik mijn GPS-horloge op pauze had gezet zodra ik de meet passeerde. Ik hervatte de tijd- en routemeting en ging bij de eerste mogelijkheid rechtsaf. Weer sloeg op dat moment de twijfel toe en ik keerde al snel op mijn schreden terug om een baancommissaris om bevestiging van de goede richting te vragen. Toen ik die had verkregen, zette ik het opnieuw op een lopen. Net om de bocht bleek zich de 10 km-ravitaillering te bevinden, maar die kon ik gevoegelijk rechts laten liggen. Van de routekaart wist ik dat de tweede 5 km zich aan de andere kant van de Hilversumse Weg afspeelden. Ik verwachtte in mijn onschuld dan ook een oversteekpunt bemand door oplettende vrijwilligers. Neen, het min of meer verharde pad bleek naar een gecombineerde fiets- en voetgangerstunnel te leiden. Heel prettig! Dit onderdoortje was gauw genomen en weldra bevond ik mij op de Westerheide. Hier was het parcours veel meer recht-toe-recht-aan dan op de Zuider-equivalent. Wat mijn camera en ik zagen was vooral één groot open heideveld, een beetje minder afwisselend landschap dan waarin ik mij daarvoor had voortbewogen aan de andere kant van de weg. De heideplanten waren er echter niet minder paars en wel even mooi en kleurig om. Ergens op het pad lag een eenzame stempelsticker, die ongetwijfeld van iemands renshirt naar beneden was gedwarreld.

Na nog twee keer pas-op-de-plaats te hebben gemaakt om het panorama op de gevoelige plaat vast te leggen, zag ik ten derden male de wandelende renster voor mij opduiken. Dat was niet heel verwonderlijk, aangezien ik had zoveel tijd achter de finish had doorgebracht dat zij zelf wandelend makkelijk een kleine voorsprong kon opbouwen. Op het moment dat ik haar begon te naderen, was zij aan het rennen. Ik nam mij voor om haar mijn diensten als haas aan te bieden, zodat ik haar op sleeptouw kon nemen naar de eindstreep. Vóór ik haar bereikt had, was zij echter wederom overgegaan op de wandelpas. Tijdens het langsrennen bracht ik mijn inmiddels achterhaalde voornemen aan haar over. Zij antwoordde dat dat niet nodig was en dat zij bovendien geen prestatie hoefde neer te zetten. Ik meende een heel licht geïrriteerde ondertoon in haar stemgeluid te horen, dus misschien waren mijn positief bedoelde woorden ditmaal iets teveel van het goede. Of had ik haar net een keer te vaak aangesproken. Mij restte niets anders dan te zeggen dat het voltooien van deze loop op zich ook al een prestatie was en haar andermaal daarbij veel succes te wensen.

Weliswaar ging ik niet zo heel hard, maar rap genoeg om de twee mannelijke seniorlopers die ik daarna voor mij zag, spoedig op te rapen. Dat wilde helemaal vlotten op het moment dat ook zij overgingen op wandeltempo. ´Vanwege de warmte´, zoals een van hen mededeelde. In een haakse bocht naar links, zat een dame op een bankje met een papier in haar hand. Ondanks mijn eerdere tuimeling, zat ik duidelijk op mijn praatstoel en riep iets naar haar over het lezen van een krantje op de hei. Zij kon er gelukkig de humor wel van inzien. Er kwam een kort stukje pad onder de bomen aan en die schaduwpartij kon ik heus even waarderen. Omdat ik best een vlugge leerling ben, zette ik mijn zonnebril af en keek zeer geconcentreerd naar de bodem of er geen boomwortels of andere ongerechtigheden waren die mij wilden pootje-haken. Dat ging allemaal heel goed en aan de rechterkant maakten de bomen al weer plaats voor de overvloedige, lage heidestruiken. Dat was precies op de 7-kilometerkaap. Wat was die samenscholing van zeker drie mensen daar een eindje voor mij in het volgende bosachtige gedeelte? Voor ik dat goed en wel had kunnen vaststellen, ging ik wederom voorover naar de grond. Hernieuwd ging dat zo snel dat ik niets anders kon doen dan ontspannen meebewegen naar de bodem. Ik stel mij zo voor dat in dergelijke situaties het reptielenbrein het commando overneemt om ervoor te zorgen dat het lichaam zo adequaat mogelijk reageert op hetgeen er voorvalt.

De twee veteranen waren snel bij mij terwijl ik opkrabbelde. Ik was inmiddels ervaringsdeskundige op het gebied van hoofd-vooruit-heidevalpartijen, dus ik kon snel duidelijk maken dat ik ook deze tuimeling goed had doorstaan. Ja, er waren nu meer schaafwonden op mijn reeds gehavende linkerelleboog verschenen en ook mijn rechterknie was niet ongeschonden uit de korte, maar hevige strijd gekomen. Nog omhoogkomend zag ik een klein, edoch gemeen puntje van een voormalig paaltje of struikje/ boompje net een pietsie boven het gras uitsteken. Dat had mij ongetwijfeld deze keer de spreekwoordelijke das omgedaan. Een man met een geel veiligheidsvest kwam aangerend uit de richting waarin wij ons moesten. Ook hij informeerde of het goed met mij ging, wat ik dus gelukkig kon beamen. De samenscholing tussen de bomen die ik had waargenomen bleek de volgende drankpost annex het stempelpunt te zijn. Ik nam de tijd om over de hernieuwde schrik heen te komen, een paar slokken te drinken en wederom enkele bekers gemeentepils over mijn elleboog te gooien, in een poging de schaafwonden enigermate te reinigen. Ik vroeg aan de eveneens aanwezige dame of zij niet over natte sponzen beschikten. Die had ik heel goed kunnen gebruiken om zowel het hoofd te koelen, alsook om de geteisterde elleboog echt grondig van alle aarde te kunnen ontdoen. Helaas behoorden dergelijke reinigingsattributen niet tot het assortiment, maar zij zou de suggestie doorspelen aan de wedstrijdleiding. Daar kwam ik op dat moment echter geen steek verder mee.

Het veteranenduo had net iets eerder het water naar binnen geslagen en de lange weg vervolgd. Maar ik ging er rap achter aan. De drinkpost stond, naar later bleek, op de Nieuwe Crailoseweg (hier alleen een dubbelsporig bospad zonder verkeer) die de grens vormt tussen de Wester- en Bussumerheide. Op het meest noordwestelijke deel van het parcours renden wij een heel kleine kilometer over dit laatstgenoemde heideveld. Ik had verwacht met de twee vriendelijke veteranen naar de meet te zullen gaan. Het bescheiden tempo dat ik aan kop van het driemansgroepje inzette, bleek ze al snel te machtig en ik liep letterlijk en figuurlijk langzaam maar zeker bij ze weg. Een haakse bocht op een soort van duintopje was het begin van de terugtocht naar het start- en finishgebied. Op de tweede kruising met de zojuist genoemde weg, stond een enthousiaste vrijwilligster geposteerd. Naar haar zeggen was het nu 'alleen nog maar naar beneden' naar het einde van de rit. 'Dat is mooi', dacht ik, geen stukken omhoog meer en lekker naar beneden daveren (daarbij nu wel alle obstakels vermijden). In de praktijk bleek het iets tegen te vallen en diende er hier en daar toch nog wel een stukje vals-plat overwonnen te worden. Hoewel de koperen ploert al de hele ochtend vrij spel had, was mijn pet tot dan toe aan mijn riem blijven hangen. Ik had mijn hoofdband in gebruik om daarmee zoveel mogelijk zweet van mijn voorhoofd en uit mijn ogen te weren. Lopende tegen de zon in, vond ik het toch tijd worden mijn bolletje tegen de uv-stralen te beschermen en wisselde ik daarom band en pet.

Vóór mij waren er nog enkele renners in de strijd. Die kon ik mooi als richtpunt benutten en op hen toelopen. Eerst streek ik neer op twee vrouwen die met enige tussenruimte achter elkaar liepen. Ook op dit gedeelte van de route was het een kwestie van zorgvuldig het juiste spoor op de heidevloer kiezen. Nadat ik mij had losgemaakt van de twee dames, zette ik de achtervolging in op een gemengd paar lopers. Daar weer vóór liep nog een losse dame, maar mijn eerste inschatting was dat die wellicht net buiten mijn bereik zou blijven. Deze analyse bleek niet veel waard, want nadat ik de man en vrouw op een gunstig paadje eenvoudig voorbijgestoken was, bleek de kloof naar de loslopende dame fluks overbrugd. Op een iets krapper stukje Westerheide gaf ik ook haar zonder al te veel extra inspanning het nakijken. Inmiddels was ik alweer bijna bij de (tunnel onder de) weg beland. Daar stond zowaar een fotograaf met zijn klikmachine in de aanslag. Ik verwijderde snel zonnebril en pet van het hoofd, teneinde zo voordelig, of in ieder geval herkenbaar mogelijk vastgelegd te worden. De paparazzo, Peter Veerman genaamd, zag wat ik deed en maakte er een vriendelijke opmerking over. In het voorbijgaan vroeg ik of ik er goed opstond, hetgeen hij kon bevestigen. (Je kunt op mijn eigen site zelf maar beoordelen of hij er echt in geslaagd is.)

Het moge duidelijk zijn dat de laatste kilometer van deze enerverende, zonnige zondagochtendtocht door Het Gooi was aangebroken. Het was nu een kwestie van laveren tussen alle 10 km-wandelaars die het tweede deel nog voor zich hadden en de reeds afreizende deelnemers op de fiets door. Dit gold vooral ook in die tunnel. Ik ging op naar de eindstreep, waar mijn echtgenote ongetwijfeld al reikhalzend naar mij zou staan uit te kijken. De nodige aanmoedigingen vielen mij op dat laatste stuk ook ten deel, zodat ik bijna naar de meet vloog. Ik zette mijn Garmin stil op 1:03:18 uur netto tijd, maar dat is slechts een onbeduidende voetnoot in dit verhaal. Want de gelopen tijd deed op die heidag echt niet ter zake. Uiteraard pakte ik nu wel het herinneringsspeldje aan en direct daarna bij de watertafel een beker met verkwikkend nat. Toen was het ook tijd om mijn vrouw op de hoogte te brengen van de gemaakte buitelingen, die er vooral voor gezorgd hadden dat ik ruim na haar over de eindstreep was gekomen.

De twee vriendelijke veteranen hadden zich inmiddels bij ons gevoegd en wij wisselden wat ervaringen uit. Volgens een van hen, had ik bij de val waar zij getuige van waren, een prachtige koprol gemaakt. Naar mijn idee ben ik niet over de kop gegaan, maar waarschijnlijk wel om mijn lengte-as geroteerd om na het neergaan direct weer de blik omhoog te kunnen richten. Ik gooide opnieuw een paar bekers water over mijn geschaafde elleboog, edoch dat bracht ook nu niet echt soelaas. Dan maar ten tweeden male het terrein naar de EHBO afgespeurd. De dienstdoende functionaris stond nu duidelijk zichtbaar op het pad en kon mij direct bijstaan door alle schaafwonden keurig schoon te maken, te ontsmetten en van vloeibare pleisters te voorzien. Die smeersels en de spray prikten wel even flink en veroorzaakten meer ongemak dan de buitelingen zelf. Het doel van verzorgde wondjes heiligde echter de gebruikte, prikkende middelen. Ik kon daardoor goed verzorgd naar de veldkleedkamer, die ik geheel voor mijzelf had. Daarna was het hoog tijd om huiswaarts te keren en te lunchen, want spoedig daarna moesten wij onze van vakantie terugkerende jongste dochter en haar vriend van het vliegveld ophalen. Met de ervaringen op die indrukwekkende Gooise Heide nog vers in ons geheugen. En ik kon vol trots mijn schaafwonden laten zien.

Tropische gevoelstemperaturen in Zuidoost (4 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 8 augustus 2017 19:44

Ook te lezen (met foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

In het verleden, toen hardlopen voor mij nog een bijnummer was, had ik de stelregel alleen te rennen tussen 10 en 18 graden Celsius. Plustemperaturen wel te verstaan. Als ik dat criterium nu nog zou hanteren, dan zou ik (bijna) nooit hebben deelgenomen aan de Gaasperplasrun. Vooral vanwege de lage en hoge temperaturen die ik tot dusverre bij deze enige 'run' op mijn repertoire, voor de kiezen heb gekregen. Mijn debuut bij deze zuid-oostelijke trimloop kan ik mij nog goed herinneren. Op 23 maart 2013 was het namelijk nauwelijks boven het nulpunt en de gevoelstemperatuur was in dat extreem koude voorjaar, in ieder geval op die zaterdag tussen de MIN-10 en MIN-15, graden Celsius uiteraard. Omdat ik mij ver van te voren had ingeschreven, ben ik toen gewoon gegaan. Herinneringen aan eventuele overwegingen om thuis te blijven heb ik niet meer. Ik lees er ook niets over in mijn verslag van het evenement.

Bij de editie van vorig jaar (de run was inmiddels vanwege het Rondje Mokum verplaatst naar juni) was het behoorlijk aan de warme kant en ook bij de aflevering waarvan ik hier verslag doe, was er sprake van een temperatuur ruim boven de 20 graden. Let wel, deze loop vond half juni plaats, dus nog in het voorjaar. Omdat ik ook dit jaar al geruime tijd vooraf stond ingeschreven, ben ik uiteraard afgereisd naar Amsterdam Zuidoost. Deze keer per fiets, omdat ik een rit in een benauwde bus onder deze omstandigheden niet zag zitten. Een training zou ik op zo'n dag vanwege de warmte vrijwel zeker hebben laten schieten.

Omdat ik ter eerste opwarming altijd graag vooraf een wandelingetje maak, besloot ik mijn oude stalen ros buiten het Nelson Mandelpark te stallen. Om precies te zijn voor de ingang van het Bijlmersportcentrum. Van die plek was het een ruime vijf minuten kuieren naar de atletiekbaan. Nauwelijks onderweg die kant op, kwam mij een vrouw tegemoet met een duidelijk zichtbaar startnummer op haar renkleding. Ik kon het niet laten op te merken dat zij voor de loop toch echt de andere kant op moest. Zij repliceerde dat ze een stukje aan het inlopen was. Daar had ik uiteraard geen weerwoord meer op. Toen ik de deur van de mannenkleedkamer opentrok, stond oud-collega Patrick voor mijn neus. Dat was niet onverwacht, want hij doet dit kalenderjaar het complete Rondje Mokum, het Amsterdamse rencircuit waar de Gaasperplasrun onderdeel van uitmaakt. Ik was later op de plaats van handeling dan bedoeld en had dus relatief weinig tijd voor alle vaste zaken vooraf. Mijn tas liet ik, hoewel er een bewaakte garderobe aanwezig was, in de kleedkamer achter. Dat scheelde weer een paar minuten die ik kon gebruiken om de spieren op te warmen. Het kostte zowaar moeite om één keer mijn blaas te legen. Dat zegt wel iets over het vochtverbruik die dag. Normaal gesproken ga ik altijd wel twee keer naar kamer 100 vóór de start.

Er een heel rustige loop van maken, was onder deze weersomstandigheden het enig juiste credo. Ik dacht ook dat ik kalm uit de startblokken kwam, maar mijn Garmin gaf toch al direct 11 per uur aan. Dat was duidelijk te snel bij deze warmte, maar ga maar eens flink gas terugnemen als je je midden in het loperspak bevindt. Het was een mooi gezicht, toen ik terugkeek in de tweede bocht nog net op de baan. Daar was te zien dat het hele stuk vanaf de start, dus de eerste bocht en het rechte stuk, één lang lint van lopers was. De opkomst was dus groot, ondanks de weersituatie. Nauwelijks de atletiekbaan af en het park in, werden alle bochten en hoeken door menig deelnemer afgesneden. Weliswaar was in de nieuwsbrief al aangekondigd dat het parcours dit jaar door alle wegwerkzaamheden in de directe omgeving, iets langer dan 10 km was, toch vond ik dat gesnij niet zo'n goed idee. De eerste 2 km liep ik in rond de 5:30 minuten. Net als vorig jaar, diende de snelweg A9, inclusief de enorme bouwput voor het nieuwe tunneltracé daarvan, via een tijdelijke brug gepasseerd te worden. Precies in deze flessenhals probeerde een irritante brommerrijdster het pak voorbij te komen, met veel onnodig open- en dichtdraaien van de gashendel. Dat stoorde mij best wel, moet ik toegeven. Ik ben sowieso geen fan van die gemotoriseerde tweewielers en al helemaal niet als ik aan het rennen ben.

Eenmaal aan de andere kant van die A9 / Gaasperdammerweg bleek het wel erg warm in de zonovergoten, windstille Holendrechtse straat die volgde. Te heet eigenlijk, voor mijn gevoel. De 3e km, die aldaar begon, ging met 6:03 minuten dan ook direct een stuk langzamer dan de eerste twee. En dat terwijl ik toch zo vlug mogelijk aan het einde van die woonstraat naar onder de bomen in het eerste, echt beschaduwde gedeelte wilde komen. Het lommerrijke groen was een ware verademing en bood mij de mogelijkheid mijn pet even af te zetten. Zodat er warmte van mijn hoofd kon ontsnappen en mogelijk een beetje overtollig vocht verdampen. Dit ritueel herhaalde ik zodra er ergens schaduw of maar een zuchtje wind was. Daar waar de zon vrij spel had, ging het hoofddeksel uiteraard vliegensvlug weer op. Het eerst op het fietspad de wijk Reigersbos in. Vanaf het kerkje aldaar was de weg langs de gebouwen van de plaatselijke scholengemeenschap gelukkig wederom, voor mij onverwacht, in de schaduw. Ik ging daar langs een wandelende deelneemster die ik meerdere keren zou tegenkomen. Zodra er linksaf richting Gaasperpark en -plas gelopen moest worden, had de koperen ploert opnieuw vrij spel. En dat had hij vervolgens bijna 3 kilometer zo'n beetje onafgebroken. Kilometers 4 en 5 haalde allebei ik nog net onder de 6 minuten, maar daarna eiste de hitte echt zijn tol.

Aan de zuidkant van die plas had ik een paar contacten met andere deelnemers. Een man in donkere kleding zei, geheel ten overvloede, dat het warm was. Logisch dat hij dat te berde bracht met die warmte-vasthoudende kledingkleur. Een man die langsliep terwijl ik op mijn horloge keek maakte ook een opmerking, maar wat hij zei ben ik vergeten. Ik antwoordde dat ik nakeek of wij voor het donker binnen zouden zijn. Een mannelijke fietser met jonge vrouw in zijn kielzog riep dat wij kanjers waren. Ik repliceerde dat hij ook wel erg stoer was zo zittend op zijn rijwiel. Daarna kwam er een loopster voorbij die zich verontschuldigde voor de geluiden die zij maakte. Ik kon haar mededelen dat mij dat absoluut niet uit mijn evenwicht bracht. Kwam mijn eeuwige medestrijdster uit het Hardloopspel-tegelklassement daar voorbijlopen? Zij staat inderdaad in de uitslag, dus dat zou haar best geweest kunnen zijn. Ook Marijke staat in de lijst met binnenkomers, maar haar heb ik helemaal niet gezien. Evenmin als enige andere voor mij bekende namen. Onder de deelnemers bleek later trouwens Howard Komproe de cabaretier, te zijn. Ook hem heb ik niet mogen aanschouwen.

Het werd onderhand hoog tijd voor de waterpost, waar ze ongetwijfeld ook natte sponzen zouden uitdelen. Ik pakte er meteen maar twee en een beker water. Excuus genoeg om even te gaan wandelen in mijn optiek. Een derde spons durfde ik niet aan te vatten, uit angst om voor te gulzig versleten te worden. De eerdergenoemde wandelende dame kwam een paar keer langsrennen om telkens daarna te gaan wandelen. Aan de oostkant van de Gaasperplas, nam zij ineens plaats achter een haag om haar blaas te legen. Een andere loopster ging aan het eind van dezelfde struikenrij eveneens naar de andere kant van de weg. Ook om te urineren? Nee, zij maakte contact met een medeloopster net achter zich om te vragen of zij op haar moest wachten. Een man in een scootmobiel met een zwarte hond die hem leek voort te trekken, kwam voorbij. Liet hij die hond niet veel te veel inspanning leveren bij deze hoge temperaturen? Daarna ging hij vrij hinderlijk voor de lopers hetzelfde bruggetje over en op het eerste stukje pad onder de bomen tussen ons in. Het bleek dat hij met de hond naar het water van de plas ging, naar ik aanneem om het dier te laten zwemmen. Mijn irritatie over zijn wat hinderlijke aanwezigheid was op slag verdwenen.

Er waren veel wandelende deelnemers, wat alleen maar logisch is bij een dergelijke hitte. Zelf had ik dat ook al een keer gedaan en daarnaast als vanzelfsprekend vrij veel gedronken. In het bosgedeelte van het Gaasperpark liet ik mij voor de tweede keer verleiden tot een stukje kuieren. Bijbehorende kilometer nr. 8, verliep dan ook in 7:01 bij 8.55 per uur. Die wetenschap vond ik op dat moment niet erg boeiend. Ik benutte veelvuldig de veroverde sponzen om (voor-)hoofd en nek zo consequent mogelijk te koelen. Dat mijn zonnebril daarbij ook nat werd en waterdruppels mijn zicht af en toe belemmerden, nam ik bij wijze van uitzondering voor lief. In de wijk Nellestein stond een zeer enthousiaste man met 3 kleine kinderen ons lopers aan te moedigen. Ik heb speciaal voor hen een kleine omweg gemaakt en ze allemaal een lage vijf gegeven. Die hadden ze in mijn beleving absoluut verdiend. Even daarvoor maakten de omlopenden het wel erg bont met afsnijden. Daar waar aan het einde van een breed pad duidelijk een pijl naar links te zien was namen ze tientallen meters eerder de kortere weg direct langs het appartementengebouw aldaar. Omdat ik voor mijzelf toch wel het idee wil hebben dat ik echt 10 km loop als ik mij inschrijf voor een loop van die afstand, liep ik als enige stoïcijns rechtdoor. Je kunt jezelf ook teveel voor de gek houden!

Schaduw en wind zorgden af en toe voor een klein beetje verkoeling, maar er waren stukken echt heel erg warm. Zoals tijdens de laatste twee kilometers. Daar signaleerde ik derhalve opnieuw veel wandelende lopers. Ik kreeg zelf de neiging dat ook voor de derde keer te doen, maar ik kon die gelukkig bedwingen. De inloopatlete van voor de start kwam mij nu al joggend tegemoet. Ten tweeden male kon ik mijn mond niet houden en kreeg een bevestigend antwoord op mijn vraag of zij inderdaad aan het uitlopen was. Een lange, wandelende jonge vrouw kwam in zicht. Ik kreeg plotsklaps het gevoel haar bijstand te moeten verlenen, zei in het voorbijgaan dat we in de laatste kilometer zaten en gaf haar een van mijn sponzen. Zij ging direct met mij meerennen en ik dacht haar naar de eindstreep te zullen slepen. De dame in kwestie liep echter subiet langs mij en beende weg. Te snel voor mij om de aansluiting te behouden. Zij gaf mij, als goede samaritaan, dus eenvoudig het nakijken. Ondank is 's-werelds loon, zullen we maar zeggen. Ik riep haar nog wel na dat de vermoeidheid tussen haar oren zat en zij kon niet anders dan een teken geven om deze bewering te beamen.

Ik had besloten niet te versnellen op het laatste stuk naar de meet. Als anderen mij te elfder ure nog wilden verslaan, moesten ze dat maar lekker doen. Het zou mij aan mijn derrière oxideren. Een man die ik ook meerdere keren had zien wandelen ging die uitdaging succesvol aan. Het zij zo. Mijn horloge heeft 10.110 km geregistreerd. Die laatste 110 meters op de baan heb ik blijkbaar toch ineens nog een snelheid van 11,31 per uur weten te ontwikkelen. Geheel onbewust heb ik blijkbaar nog eventjes flink aangezet, want de 2 km daarvoor liep ik ruim onder de 10 per uur. Klaarblijkelijk een ingeslepen gewoonte, dan wel traditie, dat snellere eindschot. Door de hitte en het wandelen heb ik voor het eerst ooit een tijd ruim boven het uur gescoord: 1:01:50. Jammer maar helaas. Het volbrengen van deze zware tocht op een tropisch aanvoelende dag met ook zeer hoge zonkracht (ik zag trouwens best veel loopsters met blote schouders) was de hoofdzaak. In die opzet ben ik dus wonderwel geslaagd. Het leverde mij, na de Nescioloop, bij georganiseerde loop nummer 65 mijnerzijds, een tweede mooie Rondje-Mokummedaille op. Na in de veel te warme en erg vochtige kleedkamer de natte renkledij voor droge te hebben verwisseld, ben ik heel rustig aan teruggewandeld naar mijn fiets en vervolgens even bedaard vanuit het meest tropische stukje Nederland naar huis gepeddeld. Het was best lekker fietsweer, die dag.

Geen Garmin of Cindy, maar wel Peter, Paul & Marlyse (3 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 29 juni 2017 13:13

Één plaatje zegt meer dan duizend woorden: http://arranraja.wordpress.com/

Een heikele kwestie noopt mij om een goede traditie even terzijde te schuiven. Het relaas van mijn wederwaardigheden tijdens een verhitte ren in het meest tropische stadsdeel van Amsterdam twee weken eerder staat nog in de steigers. En zou om die reden normaal gesproken eerst afgemaakt en online gezet worden. Maar toch meen ik voorrang te moeten geven aan de actueelste gebeurtenissen. Dit komt omdat Looptijdenmaatje Peter de Haan zijn verhaal over de Vechtloop al dezelfde avond heeft gepubliceerd en ik niet nodeloos achter de feiten aan wil lopen. Het is al erg genoeg dat ik doorgaans achter Peter aan moet hollen. Daarover later meer. Ik voel mij dus genoodzaakt in te haken op de actualiteit. Vanzelfsprekend in het kader van het principe van hoor-en-wederhoor. Als ik te lang wacht met het kenbaar maken, van mijn visie op het gebeurde, heeft het nieuws zijn glans te zeer verloren en is de lezer niet meer geïnteresseerd ook mijn kant van de zaak te vernemen.

Ik had nog wel zo'n mooie inleiding in gedachten over waarom ik dit epistel 'Route 66' wilde noemen. Die valt door het hiervoor besprokene wel min-of-meer in het Vechtwater. Maar ik meld lekker toch dat de Vechtloop-editie van dit jaar mijn 66ste georganiseerde loop was. Niet de 66ste route die ik in georganiseerd verband heb voltooid, want het is aan trouwe lezers wel bekend dat ik vaker inschrijf voor hetzelfde loopje. 'Route 66' klinkt gewoon lekker belangrijk, alsof het gaat over hardlopen in-, of een trip naar de VS van Amerika. Met zo'n titel zou ik misschien wel wat extra lezers hebben getrokken. Goed, het gaat in dit verslag dus duidelijk over de tweede loop met renvriend Peter. Blij verrast was ik dat hij een paar weken geleden via een appje berichtte dat hij zich, net als vorig jaar, had ingeschreven voor deze trimloop uit mijn persoonlijke top 5. Met het oogmerk op herhaling te gaan wat betreft de succesvolle samenloop van toen, eind juni 2016. Het werd in vrijwel alle opzichten een herhaling van zetten, kan ik alvast verklappen. Dat is echter zeker niet negatief bedoeld. Integendeel zelfs. Wij ontmoetten elkaar weer op het station van het historische, Noord-Hollandse vestingplaatje. En wandelden opnieuw samen door het mooiste stuk van Weesp, rijk voorzien van prachtige, zomerse plantenbakken, naar het zenuwcentrum van de Vechtloop. Lezers met een goed geheugen zullen zich herinneren dat dit de plaatselijke manege betreft.

Ons beider startnummers had ik dagen van te voren al opgehaald bij de lokale sportwinkel. De mijne zat al aan mijn shirt en die van Peter had ik in de tas. Wij regelden de gebruikelijke plichtplegingen vooraf: onmisbare spullen apart nemen, tas afgeven bij de bewaakte garderobe, innemen van de laatste vitale brandstoffen en het onvermijdelijke meervoudige toiletbezoek. We liepen mijn oud-collega Patrick, zijn broer Gilbert en een vergezellende jongedame tegen het lijf. Dit was weliswaar geen loop uit de Rondje Mokumcyclus, maar Patrick vond dat deze toch wel binnen de Ring Amsterdam viel, of in ieder geval in de buurt daarvan. En hij paste in de trainingsopbouw naar het grote doel van Gilbert: de Dam tot Damloop in september. Peter wist daarna een aardige renster bereid een paar foto's van ons tweeën te maken. En ik kon, als tegenprestatie, aan haar en aan de bijbehorende jongeman uitleggen hoe het parcours ongeveer liep en waar de drinkposten zich zouden bevinden. Al keuvelend dribbelden Peter en ik een rondje in en zochten vervolgens een plek te midden van onze 10 km-metgezellen. Het in de binnenbak der manage (ook de enige bak trouwens) opgestelde loperspak leek minder groot dan vorige jaren. Maar dat bleek slechts schijn te zijn, gezien de aardig overeenkomende aantallen binnenkomers over de 10+ km-afstanden van de vorige 3 jaargangen en van dit jaar.

Via meerdere online-kanalen had ik met Peter al harde formatiebesprekingen moeten voeren over de aanvangssnelheid en de vervolgstrategie tijdens onze gezamenlijke inspanning. We zouden rond de 10 per uur, niet langzamer, van acquit gaan en trachten binnen het uur onze samenloop af te ronden. Toen ik 's-morgens net mijn woning verlaten had, bleek dat mijn supersonische Garmin-horloge categorisch weigerde op te starten. Terwijl ik toch zeker wist nog 50% batterij te hebben. Ik was al onderweg naar de NS en had geen tijd meer om een van mijn oudere modellen te voorschijn te trekken. Ik raakte wel enigermate van slag van deze onverwachte tegenslag. Daarom bedacht ik, eenmaal in Weesp beland en bekomen van deze schrik, de Looptijden-app op mijn smartphone dan maar op te starten en in gereedheid te brengen. Later thuis bleek overigens dat de Garminbatterij echt compleet leeg was. Ik hoop van harte dat het horloge in mijn opbergtasje is aangegaan door een onverhoedse druk op de aan/uitknop. Als gevolg van die activering is leeggelopen en niet spontaan in de rustmodus alle sap verloren heeft. De tijd zal leren wat het precies geweest is.

Wij hebben geprobeerd rustig te vertrekken. Bij ontstentenis van een armband de smartphone in de hand houden en het op deze manier gebruiken van de Looptijden-app was voor mij wat onwennig. Het scherm geeft met name voortdurend zeer snel wisselende informatie over de uursnelheid van het moment, een gegeven waar ik mijn inspanning graag op baseer. Het horloge van Peter bleek, zeker in het begin, ook van slag. Dus renden we vooral op gevoel. Wij hadden het idee toch wat te hard van stapel te zijn gelopen. Dat bleek reuze mee te vallen. Alle km-tijden, behalve de snellere laatste km (5:14), lagen keurig tussen de 5:37 en 5:57 minuten. Al na enkele honderden meters spotten we twee wandelende deelnemers. Waren ze compleet ongetraind of nu al geblesseerd? Het antwoord was helaas niet van hun renkleding of voorhoofden af te lezen. Ook later zagen wij enkele renners zich wandelend voortbewegen. Dat hoort blijkbaar ook bij het fenomeen trimloop.

Het eerste deel ging ook nu door hartje Weesp. Ergens zag ik ineens een onlangs nog op televisie geziene BB-er (Bekende Buitenlander) in een deuropening staan. Ik dacht hardop: 'hé, daar heb je die-en-die' en riep vervolgens zijn naam ter begroeting. Hij reageerde, waarschijnlijk enigszins verbaasd, met een handgebaar. Aan Peter vertellend waar ik hem van kende, rende ik voort, zonder mij bewust te zijn van waar ik liep, de mooie, smalle straatjes van Weesp. Ik vermeldde dit met de toevoeging dat een dergelijke trance ongunstig zou kon voor mijn blog, want zo zou ik te weinig indrukken opdoen om over te vertellen. Aan de andere kant is het juist wel goed om met andere dingen bezig te zijn. Zoals bijvoorbeeld kletsen, want dan heb je het niet in de gaten als je moe wordt of als het lopen wat minder soepel gaat. Ik had overigens wél opgemerkt dat naast 's-lands grootste grutter, ook Hollands Eenheidsprijzen Magazijn Amsterdam de deuren geopend had, voor het geval iemand worst lustte. Dat feit is Peter ongetwijfeld ontgaan. En ik had ook in de gaten dat er een fotograaf aan de linkerkant van de straat actief was. Dit zette mij ertoe aan iets in zijn richting uit het pak te treden, zodat ik goed en volledig in beeld kwam.

De temperatuur was prima, het was bewolkt met af en toe wat spetters en een bij tijd en wijle lekker verfrissend briesje. Uit die wind werd het toch al snel warm. Daarom was het fijn de bebouwde kom te verlaten en de fraaie open ruimte langs de meanderende Vecht te betreden. Bij ieder zuchtje wind daar langs het water, haalde ik mijn hoofddeksel van de bol teneinde deze een maximaal verkoelend en opdrogend effect te kunnen verschaffen. Daarbij maakte ik regelmatig juichgeluiden. Het bleek, zoals eerder gemeld, dat wij keurig onder de 6 minuten per km liepen. Ik had echter zo nu en dan ruzie met het smartphonescherm dat op automatisch draaien stond (had ik achteraf gezien beter uit kunnen zetten) en waarop soms ineens de vitale app uit beeld raakte. Onder andere een keer omdat ik bij het overpakken van de ene naar de andere hand, de aan-uitknop had ingedrukt. Of omdat er meldingen van binnenkomende berichten verschenen. Ook hoorde ik op een gegeven moment, bij de gesproken updates na iedere kilometer, niet de door mij gekozen stem van Cindy, maar de standaard aangevinkte stem van Paul, de gemiddelde snelheid over die kilometer roepen. Was mijn stemkeuze zeker verloren gegaan bij een update van de software. Één keer dacht ik mijn meting voorgoed kwijt te zijn toen ik ineens een heel ander Looptijdenscherm zag. Maar gelukkig kon ik hem met enkele aanrakingen weer tevoorschijn toveren.

Vooral ik heb lekker veel gekletst met andere lopers, waaronder een koppeltje van Running Blind, dat wij kort daarna voorbij stiefelden. Er waren meerdere van dergelijke duo's in de strijd en wij zagen er op onze heenweg enkele terugkomen van het keerpunt verderop. Het was trouwens erg leuk om al die lopers te zien: van jong tot oud, groot tot klein, dun en dik, breed of smal en alles er tussenin. Gemoedelijk door elkaar lopend en ieder met zijn of haar eigen doelstelling, in zijn eigen tempo, de eigen strijd strijdend. Dit was vooral duidelijk nu bij deze loop er heen en terug op dezelfde weg langs de rivier lopers van verschillende afstanden af en aan liepen. Zelfs bevond zich onder de deelnemers een vrouw met een buggy waarin een kind helemaal voorovergebogen zat. Ik geloof niet dat ik zo'n combinatie al eens eerder heb gezien. En al die gelijktijdige stromen zorgden nergens voor problemen, voor zover ik weet. Ik heb ook nog nooit meegemaakt, of gehoord, dat lopers onenigheid of ruzie met elkaar kregen. Hardlopers zijn echt de meest harmonieuze sporters die je kunt tegenkomen. Dat realiseer ik mij nu ik dit verhaal schrijf eigenlijk voor het eerst. Waarschijnlijk omdat het voor ons lopers de gewoonste zaak van de wereld is, dus wij zijn het allang gewend.

De voormalige buitenplaats die steevast gepasseerd wordt, staat nog steeds leeg. Hetzelfde bord rept al jaren van appartementen in aanbouw, maar er is in het gebouw geen enkele activiteit of verandering te bespeuren. Niemand lijkt daar te willen gaan wonen. Ergens verderop stond een mooie, moderne, vrijstaande woning te koop. Kost ongetwijfeld een smak geld, zo verzekerde ik Peter. En dat blijkt te kloppen, 1,25 miljoen is de vraagprijs. Niet verbazingwekkend op een dergelijk fraaie en exclusieve locatie. Bij iedere drankpost namen wij een bekertje water. Omdat ik één hand vol had met die voor even onmisbare telefoon, kon ik mijn eigen fles met sportdrank niet hanteren. De inhoud ervan maakte ik daarom pas na afloop soldaat. Ons tempo bleef keurig stabiel, wat onderweg al duidelijk te zien was op het goed zichtbare grafiekje in het Looptijden-scherm. Peter deed, net als vorig jaar, het leeuwendeel van het kopwerk. Ik had opnieuw, net als toen, mijn handen, of liever mijn benen, vol aan het in zijn kielzog blijven. Een keer bevond ik mij ineens achter een andere loper en moest ik aanzetten om weer bij mijn maatje te komen. Om alsmaar voorop te gaan heb je kracht en doorzettingsvermogen nodig, maar voortdurend goed volgen vergt ook een aantal competenties, waaronder continue scherpe waarnemingen en niet aflatende optimale concentratie.

Echt jammer dat de langste afstanden (15, 21.1 km) bij deze loop geschrapt zijn. Want een klein uur met Peter al rennend optrekken is zo leuk en motiverend dat die tijdspanne omvliegt en verleden tijd is eer je het in de gaten hebt. Wij keken overigens reikhalzend uit naar Fort Uitermeer en het keerpunt met bovenal de drankpost aldaar. Op dezelfde weg terug naar de manege, hielden wij het tempo constant en schroefden het zelfs ietwat omhoog. Ik begon daarmee door even flink aan te zetten bij het passeren van een groepje lopers. Hierna zei ik hardop tegen mijn metgezel dat wij op het finishterrein maar moesten doorlopen en die extra 5 km van vorig jaar erbij verhapstukken. Ik nodigde de dame die wij net waren gepasseerd hiervoor eveneens vriendelijk uit. Maar zij weigerde helaas gedecideerd met een afgemeten 'vandaag even niet'. Niet heel lang daarna deed zij echter opnieuw korte tijd volop in het verhaal mee. Een groepje jonge vrouwen in oranje Rabobankshirts, dat op de heenweg bij ons was weggelopen, kwam terug in beeld. En dat groepje wilde wij nu bijhalen. Dus deden wij er nog een schepje bovenop en staken ze eenvoudig voorbij. Met ons kwamen er plotsklaps nog meer renners en rensters opzetten, waaronder de eerder genoemde vrouw, die bleek te luisteren naar de naam Marlies. Of Marlyse zoals ik later las in de officiële uitslag. Heten alle hardloopsters uit het Gooi en omliggende streken soms Marlies? Zij kwam ineens als een bliksemschicht voorbij, maar hield daarna echter net zo fluks weer in. De Rabobankdames leken nogal overvallen door het plotselinge bombardement aan lopers dat zij over zich heen kregen, getuige hun opmerkingen daarover. Mijn aanmoediging hun kant uit om mee te gaan, bleek aan dovemansoren gericht. Of liever gezegd, zij gaven aan erdoorheen te zitten.

Het leek alsof Peter de gaskraan steeds verder openschroefde en ik had in toenemende mate moeite om aangesloten te blijven. Toen ik op de laatste meters vóór het manegeterrein, waar wij dienden te eindigen, even mijn telefoonscherm raadpleegde, was hij ineens echt ervan tussen. En die dekselse Marlyse zat plotsklaps in mijn plaats bij Peter op de bagagedrager. Dat rap geslagen gat kon ik van zijn levensdagen niet meer dichten en wij gingen kort na elkaar over de meet. Ik in 57:45, Peter 9 seconden eerder. Missie geslaagd, want ruim binnen het uur voltooid. Daar waar alle vorige kilometers steeds in 10.x per uur waren afgelegd, ging deze laatste vliegensvlug, met maar liefst 11.46 per uur. Alsof wij zo ons gauw mogelijk van deze loop af wilden maken. Na de finish hielden wij ons bezig met de drie uien: uithijgen, uit-bijkomen en uitwandelen, in die specifieke volgorde. Daarna hebben we nog wat rondgehangen en gekletst, ons omgekleed en zijn we richting station vertrokken. Wij waren het erover eens dat het ten tweeden male een zeer prettige en succesvolle samenwerking geweest was, bij deze nog steeds (ondanks het gemis van die fijne extra kilometers) mooie en interessante loop. Het lijkt dus vooralsnog niet tot een Vechtscheiding tussen ons te zullen komen. Op het NS-station namen we afscheid, maar pas nadat er plannen gesmeed waren om het samenlopen opnieuw te herhalen. Bijvoorbeeld bij een mooie trimloop in Peters omgeving. En uiteraard hopen wij nog steeds komend najaar met een Looptijden-afvaardiging (inclusief Jaco, Cristian en Jan !?!) in Landsmeer aan de start te verschijnen.

Ik wil deze verslaglegging eindigen met het uitspreken van mijn grote dank aan Peter de Haas, die mij voor het tweede achtereenvolgende jaar langs die gevaarlijke rivier de Vecht heeft geloodst. En daarbij opnieuw, geheel onbaatzuchtig, onbarmhartig veel en zwaar kopwerk heeft gedaan. Nog dezelfde dag heeft hij daarnaast een gloedvol verslag, geschreven in zijn bekende licht ironische stijl, erover online heeft gezet. Tenslotte ben ik de Looptijden-app zeer erkentelijk voor het mij uit de brand helpen op het moment dat mijn als geavanceerd te boek staande gps-horloge het volkomen liet afweten. Hierdoor kon ik mijn traditionele looptijdenregistratie op meerdere sites toch min of meer volledig aanvullen.

Met dit evenement is de meteen eerste helft van het hardloopjaar voor mij afgesloten en wordt het afkicken, omdat er bijna twee maanden geen trimlopen op de planning staan. Gelukkig heb ik, vooral dankzij mijn vrouw, eind augustus het experiment van een loop zonder tijdwaarneming op de Larense heide. Dan kan ik Garmin bij wijze van spreken gewoon thuislaten. En de lezers hebben ook nog het verhaal over de Gaasperplasrun van mij tegoed. Dat komt eraan, daar kunnen jullie op rekenen.

Gewoonte of traditie? (3 reacties)

Gepost door Arranraja op maandag 19 juni 2017 19:43

Kijk voor het beeldverslag vooral ook op http://arranraja.wordpress.com/

Een gewoonte is (volgens Van Dale) 'een algemeen aangenomen gebruik of een persoonlijk aangewende handeling'. Een traditie is 'een oude gewoonte van een (grote) groep mensen' (weer volgens Van Dale). De Nederlandstalige Wikipedia geeft als definitie van traditie: 'een gewoonte of gebruik dat van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven'. Als ik de beide laatste omschrijvingen in ogenschouw neem, mag ik het afreizen naar Naarden en het deelnemen aan de Wallenloop aldaar, niet als zodanig betitelen. 'Traditie' klinkt in mijn oren echter veel indrukwekkender dan '(een goede) gewoonte' en daarom ben ik toch zo vrij om deze karakterisering hier toe te kennen. Zeker nu ik voor het vijfde achtereenvolgende jaar de gang naar het Gooi gemaakt heb.

Bij deze Wallenloop is, zolang ik deelneem, alles altijd hetzelfde. Het vaste parcours op de traditionele, zelfs historische locatie, waarbij men steevast kan kiezen uit 1 t/m 4 rondjes. En die rondjes gaan altijd, jaar in jaar uit, met de klok mee om het historische stadscentrum. De renrichting omdraaien zou onherroepelijk tot opstoppingen kort na de start leiden. Vooral omdat het (Vesting-)pad dat vanaf de start naar links loopt, veel smaller is dan de Korte Bedekte Weg rechtsaf. Dat laatste pad (want echt géén Weg) dient in de huidige opzet onveranderlijk als eerste genomen te worden. Ook de benamingen van die vier sublopen (Kazerneloop, Bastionloop, Arsenaalloop, Vestingloop) blijven gelijk, net als de uitvalsbasis, zijnde de plaatselijke sporthal De Lunet. Er lijkt mij ook weinig reden om deze zaken te veranderen, eerlijk gezegd. Een prima traditie in mijn beleving!

Degenen die mijn verhalen al langer volgen, weten dat de gang naar Naarden voor mij geen straf is. Integendeel zelfs, inmiddels ga ik traditioneel heel graag die kant op. Het begon die bewuste zondag eigenlijk zoals altijd met de wandeling door mijn woonplaats, waar het op dat moment nog heerlijk stil was op straat en al lekker zonnig. Vervolgens de korte treinreis, waarbij vooral het stuk tussen Weesp en Naarden-Bussum mij uitermate kan bekoren. Zeker ook vanwege de overigens veel te korte passage door de Naardermeer, Nederlands oudste natuurreservaat. Station Naarden-Bussum heeft een mooi, historisch uiterlijk en daar houd ik van. Dan de opwarmwandeling door de prachtige (en steevast nog zeer rustige) lanen van eerst een stukje Bussum en vervolgens Naarden, naar de plaatselijke sporthal. Daar beleefde ik voor de tweede keer de nieuwe trend: de startnummers werden uitgedeeld op nummer i.p.v. op naam. Dat lijkt averechts te werken, want voor het eerst diende ik hier (net als al dan niet toevallig in Driemond, twee weken eerder) aan te sluiten in een redelijk lange rij. Eenmaal bij de tafel moesten er drie oudere dames achter de tafel in actie komen om mijn papiertje tevoorschijn te toveren. Na het aanspreken van meerdere bakken met enveloppen, kwam het dan uiteindelijk over de tafel mijn kant op.

Hoewel ik dacht redelijk wat tijd te hebben om mijzelf klaar te maken voor de start, moest ik op een gegeven moment toch fluks de kortste weg naar die plek nemen en in de voorste rijen plaatsnemen. Daar deed ik nog rap wat losmaakoefeningen en toen was het grote moment al aangebroken. Traditioneel zorgde ik ervoor snel te vertrekken (ik zag korte tijd 13 per uur op mijn Garmin), zodat ik op het relatief smalle pad langs het water mijzelf vrijelijk kon voortbewegen in eigen gekozen tempo. Want als het langzame peloton eenmaal daar is aanbeland, is er geen doorkomen meer aan. Zoveel was mij tijdens de allereerste deelname in 2012, pijnlijk duidelijk geworden. Eenmaal op die Korte Bedekte Weg kon ik dan van de te hoge aanvangssnelheid terugzakken naar een meer comfortabel tempo, ergens tussen de 10 en 11 per uur. Dat deed ik dan ook prompt, met het gevolg dat meerdere lopers langs mij heen kwamen. Maar dat zou anders ook wel gebeurd zijn, dus daarover maakte ik mij niet te sappel.

Het was zoals eerder geschetst mooi weer met volop zonneschijn, maar nog niet te warm voor een lekkere ren. En daar aan de zuidoostkant van de Naardense vesting was een prettige, verkoelende wind voelbaar. Die verfrissing was gelukkig op een redelijk deel van de ronde van ongeveer 3,75 km aanwezig. En viel ook nog eens grotendeels samen met de schaduwpartijen die circa drie-vierde deel van de omloop uitmaakten, ook dat is gelukkig traditie in Naarden. Dit betekende wel dat het resterende kwart zowel in de zon als in de luwte moesten worden afgelegd. Wat bij tijd en wijle behoorlijk warm en benauwd was. Na een paar kilometers hoorde ik achter mij een vader tegen zijn zoontje praten. Met zinnen als; 'je hebt nu al twee km afgelegd' en 'gaat het nog een beetje?', hield senior de conversatie gaande. Ik vermoedde dat vader en zoon het, gezien de leeftijd van junior, bij één ronde zouden houden. Dus bedacht ik hem aan het einde daarvan voor de grap te zullen vragen of hij nog een rondje met mij wilde meelopen. Het jongetje droeg een oud Ajaxshirt met de naam Huntelaar achterop, zag ik toen zij mij voorbijgingen. Op dat moment vroeg ik hem: 'ga jij mij zomaar voorbij?'. Waarop een oudere renner direct erachter antwoordde met: 'Tja, Huntelaar hé, die houd je niet zomaar bij!'. Ik kon mijn snode plan hem tot nog een rondje te verlokken dus niet meer ten uitvoer brengen, vooral omdat het tweetal zich van mij verwijderde. Ook in Naarden is er, net als bij vele andere, een kidsrun. Bij deze loop zie ik echter als enige regelmatig meerdere jeugdige lopers, die in ieder geval één ronde met de volwassenen optrekken. Zo liepen er aan het begin van de openingsronde twee jonge meisjes voor mij, waarvan er een nogal stampend haar voeten op de grond plantte.

Op ongeveer dezelfde plaats waar ik tijdens de eerste ronde de vader-zooncombinatie achter mij wist, kwam er gedurende de tweede doorgang een vrouw eerst naast mij en daarna vóór mij lopen. Deze dame met donkere paardenstaart, had een prettig tempo waaraan ik mij prima zou kunnen optrekken. Ik noemde haar Marlies omdat ik meen dat iemand langs de kant dat naar haar riep. Logischerwijs ging ik in haar kielzog mee. Als ik het gevoel had dat zij wat vertraagde, ging ik erlangs en nam ik de koppositie over. Dat deed Marlies ook en zo ontstond een tijdlang een prima, zij het zwijgende, samenwerking. Op een gegeven moment voegde een haar bekende man zich bij ons. Aan het begin van de derde ronde wachtte hij Marlies op. Ondanks dat ik een fles sportdrink meesleepte, nam ik vanaf de tweede omloop bij de drinkpost steeds een bekertje water aan. Zowel om mijn plakkerige handen te reinigen alsook om af te wisselen met de zoete sportdrank uit mijn fles.Toch ging ik het duo ongeveer op die (altijd vaste) plek voorbij. Zij kwamen echter snel opnieuw langszij en niet lang daarna keek de dame op de smartphone die zij in een armband droeg. Wat zij op dat scherm zag was aanleiding om het gas open te schroeven en snel weg te benen. Al spoedig was mijn haas uit het zicht verdwenen en ik vermoed dat zij aan het einde van die derde ronde afboog naar de eindstreep. Ik heb haar in ieder geval niet meer gezien.

Voor een beschrijving van de ronde over de buitenwallen van de historische stad Naarden, verwijs ik naar mijn eerdere verhalen over deze uitzonderlijke, mooie loop. Omdat je hier kunt kiezen voor 1, 2, 3 of 4 ronden en het logisch is dat de meeste deelnemers de kortere afstanden prefereren, is een kenmerk dat het rustiger wordt op het parcours naarmate het aantal tourtjes toeneemt. En hoe rustiger het wordt, hoe meer ik in mijn element ben. Op het smalste deel, aan de noordzijde, moest ik tijdens de eerste doorgang overigens ijlings naar links opschuiven, omdat er plots een eenzame wandelaar met rugzak vlak voor mij opdook. En ik wilde niet pats-boem tegen de man botsen, noch moeten inhouden en mijn tred van dat moment opgeven. De medeloper die ik hierdoor bijna de pas afsneed, legde even zijn hand op mijn rug. Ik maakte snel excuses voor mijn gedwongen ruk naar links. De man had er echter geen enkele moeite mee, getuige zijn repliek: 'niets aan de hand hoor, dit is toch een lekker loopje zo'. In een volgende ronde ging op ongeveer dezelfde plek een jogger met loslopende hond keurig aan de kant terwijl hij zijn huisdier op die positie in toom hield.

De rol van Marlies werd in de derde ronde naadloos overgenomen door een nogal stampende man. Bij deze veteraan was het in mijn beleving hollen of stilstaan: dan liep hij weer vóór mij en dan weer hoorde ik hem achter mij stampvoeten. Ergens op de route wisselden wij enkele woorden, maar ik weet niet meer welke of waar dat was. Wel kan ik mij herinneren dat ik uiteindelijk bij hem wegliep en dus eerder over de meet kwam. Aan het einde van omloop drie, kwam ik een jonge renster met rugzak tegen. Zij liep dus contra aan de renrichting en aan de achterkant van de route trof ik haar opnieuw. Beide keren keek zij alsof ze het moeilijk had en iets zocht dat zij kwijtgeraakt was. Dat laatste is trouwens geheel mijn interpretatie van wat ik waarnam. Er was nóg een renster die in tegengestelde richting ging en die ik op bijna dezelfde plaats op het warmste deel van de route ontmoette. Ik kon niet nalaten haar bij het passeren de wat flauwe opmerking toe te voegen dat ze toch echt de andere kant op moest. Ze kon er gelukkig wel om glimlachen Waar ik mijzelf in het verleden met gemak rond de 11 per uur gemiddeld voortbewoog, gaat het tegenwoordig een stukje langzamer. Als ik echter zag dat ik onder dan 10 per uur liep, zette ik een weinig aan om daar weer boven te geraken. Dat 'kunststukje' moest ik meerdere malen uithalen.

Ook al gaat het nu wat minder voortvarend dan ooit, toch ben je als loper al gauw in jezelf gekeerd bezig met rennen. De grote posters met de voeten in het water tegen de vestingmuur bij de Amsterdamse weg, vielen mij waarschijnlijk daarom pas bij de derde passage op. De afstand was te groot om de teksten te kunnen lezen, waardoor ik niet precies kon vaststellen wat het doel ervan was. Pas na over de eindstreep te zijn gekomen zag ik meer van dergelijke panelen. En herinnerde ik mij ook weer dat mijn vrouw melding had gemaakt van een net begonnen fototentoonstelling aldaar. Op startafbeeldingen zag ik later dat er op de muren aan weerszijden van de startplaats eveneens panelen waren aangebracht. Die waren mij voor aanvang absoluut niet opgevallen. De vissers die in de schaduw onder de bomen naar hun dobbers aan het turen waren, had ik wel al een paar keer min of meer bewust gezien. De vrijwilligster op het 'heuveltje' aan het begin van de Admiraal Helfrichweg, die in de laatste ronde vroeg of ze een eindje mee moest lopen, is mij uiteraard wel bijgebleven. Ik gebaarde in het voorbijgaan dat zij dat zeker moest doen, maar helaas voegde zij de daad niet bij het woord. Ook de mensen die lekker op een bankje in de zon naar ons zaten te kijken, terwijl wij ons in het zweet werkten, staan mij nog helder voor de geest. Tenslotte kunnen de speciale borden met waarschuwingen over hardlopers, niet onvermeld blijven. Dergelijke borden heb ik nog niet eerder gezien, voor zover ik in mijn herinnering kan nagaan. Het zou een goede traditie kunnen worden om zulke aanduidingen landelijk op te nemen in het arsenaal aan plakkaten voor verkeersdeelnemers.

In 1:22:08 kwam ik over de finish en daarmee liep ik 10.29 km per uur gemiddeld. Ik was er tevreden mee. dit is wat ik tegenwoordig zo ongeveer presteer. Van een vrijwilliger kreeg ik een AV Tempo-tas met gemêleerde inhoud overhandigd. En omdat ik daar wat langer bleef hangen (onder meer om wat plaatjes te schieten), daarnaast twee keer een flesje water van de plaatselijke kinderopvang. Het aanbod voor een derde fles heb ik maar beleefd afgeslagen. In de vuurrode draagtas zat onder andere een pamflet van de Gooise Heideloop, waarvan de 3e editie eind augustus bij Laren gehouden zal worden. Al eerder had ik kennisgenomen van deze trimloop zonder tijdwaarneming, maar geoordeeld dat deze niet helemaal geschikt voor mij zou zijn vanwege de plaats van handeling en onduidelijkheid over de logistieke voorzieningen. Mijn vrouw werd echter direct enthousiast bij het zien van het bewuste papiertje. Je kunt namelijk eveneens 5 of 10 km (Noords-) wandelen en die kortste afstand leek haar zeker wat. Dan zou ik de 10 km kunnen gaan verhapstukken. Mijn oudste dochter, die in het verleden wel eens kleine stukjes met mij mee rende en inmiddels geregeld redelijk serieus aan het lopen is, werd als derde in het complot betrokken. Zij twijfelt nog of zij het bij 5 km zal houden of het aandurft met mij de dubbele afstand aan te vatten. Hebben wij hier het begin van een nieuwe traditie te pakken?

Fijn langs de Gein (2 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 12 mei 2017 16:59

Lees het rijk geïllustreerde relaas over mijn vierde halve marathon exclusief op:

https://arranraja.wordpress.com/2017/05/12/fijn-langs-de-gein/

Trimloop als training (2 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 9 mei 2017 19:59

Ook te lezen (met heel veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Omdat ik pas de dag ervoor zou terugkeren van een korte buitenlandse vakantie, had ik mij bewust niet van te voren ingeschreven voor deze editie van de Roze Loop. Dit vanwege het feit dat ik (logischerwijs) niet kon weten hoe mijn vlag erbij zou hangen bij thuiskomst. Een reisdag met een autorit van een dikke 3,5 uur is altijd een vermoeiende aangelegenheid en wellicht was ik dan ook nog eens zwak, ziek of misselijk! Dat alles bleek gelukkig erg mee te vallen en omdat de geplande, midweekse 16 km-training in Duitsland min of meer in het water was gevallen, had ik dringend behoefte aan het verhapstukken van een fikse afstand. En dan met name als laatste serieuze voorbereiding op mijn vierde halve marathon die exact een week later op de rol stond. Toen er voor de zondag met de datum die voor velen van ons onlosmakelijk is verbonden met Koninginnedag ook nog eens mooi weer voorspeld werd, was mijn besluit snel genomen. Ik ging de maximale 3 rondjes doen om het Benedendiep en door het Flevopark in Amsterdam-Zeeburg, zijnde 15 niet-gecertificeerde kilometers. Dan maar iets meer betalen dan doorgaans en kort voor aanvang alsnog inschrijven.

Mijn plan was om te kijken of ik al die kilometers in gemiddeld 5:40 minuten per stuk kon afleggen. Met dat moyenne zou het immers mogelijk zijn om de halve marathon net binnen de 2 uur te voltooien, mijn loffelijk streven voor de Geinloop. Een startnummer binnenslepen was snel geregeld en ondanks dat het hier ging om de kleinste loop die mij bekend is, kreeg ik er een van maar liefst 4 cijfers. Ik ging bij de startplaats pal vóór de ingang van het Flevoparkbad achteraan het selecte rennersgezelschap staan en bedacht op tijd dat ik mijn Garmin nog in de hardloopmodus moest zetten. Doorgaans heeft het geavanceerde apparaatje dan in luttele seconden het benodigde GPS- dan wel GLONASS-signaal te pakken. Iets wat de Forerunner 235 dus pas gaat doen als die specifieke modus geactiveerd wordt. Deze keer wilde dat echter niet zo vlotten en ik was even bang dat ik van start moest gaan zonder die voor een beetje hardloper onmisbare verbinding. Gelukkig werd de connectie toch te elfder ure tot stand gebracht. Bij de Roze Loop is een stuk dik tape dat op de stoep is geplakt de startstreep en wordt de tijd handmatig opgenomen. Omdat ik achteraan stond, ging ik niet direct over die lijn, maar was mijn tijd wel al ingegaan. Daarom zette ik maar snel mijn eigen tijdsregistratie aan en ging rustig van start.

De 'meute' ging direct het park in. Leuk om te zien dat het nu eens lekker druk was met Amsterdammers die genoten van het warme voorjaarszonnetje en de relatief hoge temperatuur. Verder kom ik hier eigenlijk alleen in januari en dan is het park logischerwijs meestal erg stil en verlaten. Uiteraard omdat het dan doorgaans geen parkweer is. Bij de speeltuin aan de rechterkant kon ik direct een uitgestoken handje van een kind zachtjes beroeren met mijn (zeker relatief gezien) grote kolenschop van een knuist. Hier en daar klonken er aanmoedigende kreten van de omstanders en vooral de vrijwillige wegwijzers roerden zich vocaal met groot enthousiasme. Het park uit ging het rechtsaf de Valentijnkade op. Deze bestaat uit twee delen: een rustig en vrij smal stuk langs het park en de naastgelegen voormalige Joodse begraafplaats en, vanaf de zijstraat genaamd Kramatweg, een wat breder, veel drukker stuk ter hoogte van de bebouwing. Wandelend langs het kanaal op weg naar de start, had ik ervaren dat de flinke wind op dat gedeelte lekker schuin van achteren over het water aankwam. Ook bij het verlaten van het Flevopark duwde die wapper ons vooruit, nu recht in de rug. Ter hoogte van de woonhuizen liepen wij gewoon over de rijweg en halverwege leek er even een stremming te komen door twee auto's uit tegengestelde richting. Gelukkig ging dat net goed en konden wij door om even verderop linksaf de brug over te gang en direct weer links de Oosterringdijk op. Overigens een nieuwigheid voor mij, bij een georganiseerde loop tussen het autoverkeer door laveren. Bij mijn vorige edities was het blijkbaar was rustiger op de zondagmiddag.

Deze dijk grenst aan Sciencepark en er staan meerdere hoge gebouwen pal langs. Bij harde wind zorgt dat altijd voor tochthoek-effecten. Het was sowieso geen pretje om nu op die dijk ineens tegen dezelfde wind, die net nog lekker meewerkte, te moeten optornen. Dat gegeven had direct zijn weerslag op mijn kilometertijd. Gingen de eerste twee mooi onder de streeftijd, nummertje 3 nam plots 15 seconden meer in beslag. Er liepen nog redelijk wat mededeelnemers om mij heen in deze fase en daaraan kon ik mij enigermate optrekken. Aan het einde van de dijk stond mijn vrouw om wat plaatjes te schieten en mij middels een hoge vijf een hart onder de riem te steken. Daarna was het linksom de Westelijke Merwedekanaaldijk opdraaien. Hier was het eerst in de luwte van de omvangrijke Zeeburgerbrug vrij warm en daarna met zware bries in de rug precies de ideale hardlooptemperatuur. Aan het einde, vlak bij de Amsterdamse Brug, mochten de participanten aan de 5 km rechtdoor naar de finish. En het was opvallend, maar achteraf gezien niet verwonderlijk, dat het overgrote deel van mijn medelopers dat ook deed. Ik had het gevoel dat ik zo'n beetje als enige linksaf naar beneden en het park weer indook voor een tweede ronde.

Vóór mij liep al die tijd al een in groen en geel geklede oudere man, van wie ik toevallig wist dat hij net als ik de 15 km deed. Het was mijn doel die loper te achterhalen en eventueel in zijn gezelschap de loop te voltooien. Dan kwam ik weer wat dichterbij, even later liep hij weer op mij uit. Ik zou echter niet slagen in mijn opzet en heb later slechts zijn achterkant van verderaf kunnen bekijken. De dames bij de drinkpost moedigden mij vol enthousiasme aan en de wedstrijdofficial schreef iets op zijn klembord toen ik de startplaats passeerde. Bij de speeltuin hadden nu twee dametjes zich vlak naast elkaar bij het hek geposteerd. Ik kon ze alleen maar allebei bedienen door ter plekke vliegensvlug mijn romp naar rechts te draaien en in één beweging met iedere hand een kinderhand kortstondig te vullen. Het stukje met bomen overdekt pad was lekker rustig, de grasvelden daarna weer vol met recreërende Mokumers. Pas tijdens mijn derde en laatste doorkomst aldaar begon ik die zittende en liggende mensen een beetje te benijden om hun relaxte hoedanigheid. Mijn tijden waren wat aan het schommelen maar ik had er wel weer een paar 5:30-ers bij.

Het nadeel van het heen en weer lopen langs twee kanten van hetzelfde water is dat je op de heenweg aan de andere kant de snellere lopers ziet, degenen die een eind op jou voorlopen. Ben je eenmaal zelf daar aangeland, dan zie je aan de overzijde van het water juist weer die renners die een eind op je achterliggen. Ter hoogte van de begraafplaats zag ik een bekende mij tegemoet wandelen, een voormalige studiegenote die verderop in de buurt woont. Dat was in mijn beleving voor het eerst ooit dat ik dit meemaakte en ik vond het leuk haar te begroeten. Ik kreeg een enthousiast 'zet hem op' van haar mee op mijn verdere pad. Dat leidde onvermijdelijk voor de tweede keer in successie naar de Oosterringdijk en de harde tegenwind. Nog liep de groengele veteraan niet ver voor mij en een eindje daar vóór weer krullenbol Cor, die ik altijd bij deze trimloop tegenkom en laatst in Zandvoort wandelend achterop liep. Ik wist dat hij het bij twee rondjes zou houden en ik verwachtte mede daarom niet dat ik in zijn buurt zou kunnen komen. Kilometer 8 was door de tegenwind opnieuw een zware en ik slaagde er maar net in om onder de 6 minuten te blijven. Weer met de wind in de rug of in de luwte langs het kanaal ging ik wat rapper, maar alleen bij de 9e km lukte het mij nog om onder de 5:40 minuten te blijven.

Ik nam bij de drankpost nu wel een bekertje water en de uitdelende dame vuurde mij met toenaam nogmaals aan. Zij had bij de vorige passage goed opgelet, want mijn voornaam prijkte op mijn rug, net boven mijn leeftijd van alweer bijna 5 jaar geleden. De nog immer schrijvende official bij de startlijn (die ik dus nu voor de derde keer passeerde), wist te melden dat ik op de 11e plaats liep. Waarop ik repliceerde: 'zeker 11e van de 11, haha'. Als ik inderdaad als laatste rondliep, zou er weldra een bezemfietser in mijn kielzog moeten verschijnen. Maar deze kwam niet en dus moesten er zich nog lopers achter mij op het parcours bevinden. Geen handjesklappen vielen er meer om uit te delen bij de speeltuin, maar een eindje verder in het park passeerde ik wel een sportief geklede vrouw, die mij de woorden 'goed bezig' meegaf. Ik vroeg mij nu wel echt af waarom ik mij daar in het zweet en naar de vermoeidheid liep te rennen en niet, net als de vele aanwezigen, lekker op een bankje in de zon zat te genieten. Maar ik moest nog eventjes door, ruim 4 kilometers om precies te zijn. In de scherpe bocht naar rechts bij het uitkomen van het park, schrok ik licht van de rijdende auto die zich daar plots aandiende. Wat mij betreft had de dienstdoende dame, die het voertuig had kunnen zien aankomen, mij daar best voor mogen waarschuwen. Gelukkig volgde er geen botsing en ging ik onverdroten verder.

Als een zwaard van Damocles wachtte ten derden male de Oosterringdijk met zijn zware luchtverplaatsing uit de verkeerde hoek op mij. De oude krijger in groen en geel verwijderde zich steeds verder. Ik had mij er allang bij neergelegd dat ik geen meter met hem zou optrekken. Er waren trouwens meerdere andere weggebruikers, vooral fietsers, tussen ons in gekomen, zodat ik geen zicht op hem en om die reden ook geen richtpunt meer had. Bij iedere gelegenheid stak ik traditiegetrouw mijn duim op naar de vrijwilligers die deze loop mede mogelijk maakten. Terugkijkend over het water naar de Valentijnkade, zag ik zowaar twee vrouwelijke lopers met startnummer. De ene stormde hard op de andere af en ik kreeg daardoor het idee dat deze snellere dame mij nog weleens in mijn positie kon gaan bedreigen. Het enige dat mij nog restte, naast het maken van kilometers op of in de buurt van mijn streeftijd, was het verdedigen van die 11e plek. Het leek op die dijk wel alsof de wind steeds harder ging doorstaan en na een kleine adempauze in de luwte van een paar gebouwen, klapte de voor mijn gevoel nu bijna-storm opnieuw vol op mij. En wel zodanig dat ik het idee had niet meer vooruit te komen. Die 13e km was dan ook de enige die meer dan 6 minuten (6:07) in beslag nam.

Na tegenwind kwam ook in deze 3e en laatste ronde nogmaals wind in de rug en zo ging ook ik ten langen leste rechtdoor naar brug en eindstreep. Met 5:42 minuten over km 14 was te merken dat het weer wat vlotter ging, ondanks de inmiddels wel toegeslagen vermoeidheid. Zag ik daar aan de andere kant van de weg niet een stel overburen wandelen? Ja hoor, dat waren ze en in het voorbijgaan zwaaide ik hun kant uit. Zij herkenden mij en wuifden terug. Er was nog niets te merken van een aansluitende renster, dus het zag er vooralsnog goed uit. Ik had voor mijzelf uitgemaakt dat de geelgroene veteraan al over de finish zou zijn, eer ik de laatste bocht net onder de brug door zou hebben gemaakt en zicht kon krijgen op het laatste rechte eind en de meet. Dat bleek alleszins mee te vallen, want ik zag de man in de verte finishen. Geen andere loper hijgde er nog in mijn nek en ik beëindigde mijn inspanning geheel solo.En wel onder vermelding van mijn naam en woonplaats en een bescheiden applaus van de omstanders. Ik klokte daarbij 1:24:14, wat later volgens de officiële uitslag 10 tikken langer bleek te zijn. Dat kan wel kloppen, want ik had mijn Garmin, zoals eerder vermeld, niet direct bij het startschot geactiveerd en bij deze loop van zeer bescheiden omvang wordt alleen gewerkt met de brutotijd. Terwijl ik nog wat stond uit te hijgen, kwamen de eerder bij het kanaal gesignaleerde overburen op het pad tussen de sporthal en het ernaast gelegen appartementencomplex aangewandeld. Wij spraken kort met elkaar en de man vertelde dat hun zoon marathons loopt, meestal als buddy van iemand met een beperking. In het najaar zou hij eerst aan de hoofdstedelijke marathon deelnemen en drie weken later aan die van New York. Wij waren het er gedrieën over eens dat dit wel een heel ambitieus plan was.

Net daarvoor waren er eerst twee om de winst sprintende dames over de meet gekomen, minuten later gevolgd door een enkele loopster. Deze drie vrouwen had ik toch maar mooi achter mij weten te houden. Bij de prijsuitreiking later bleek dat dit tevens de enige vrouwelijke deelnemers aan de langste afstand waren en daardoor automatisch de drie prijswinnaars. Ik had ook in de prijzen kunnen vallen als er 8 mannelijke lopers minder van start waren gegaan. Nu was ik dus 11e en laatste man, maar grappig genoeg wel ruim sneller dan de 3 vrouwelijke prijswinnaars. Nou ja, ik had deze loop slechts beschouwd als een training en mocht tevreden zijn met mijn inspanning en eindtijd. Ondanks het feit dat ik net iets boven de 5:40 gemiddeld per kilometer was uitgekomen. Zonder die harde wind op de Oosterringdijk was ik daar zonder twijfel wel onder gebleven. In de officiële uitslag staat achter mijn naam 5:37 minuten per kilometer, maar hier is de eindtijd omgeslagen naar 15 hele kilometers. En die hebben we echt niet gerend, het was ongeveer 14,75 km of iets minder. Ik ging hoe dan ook als een tevreden loper huiswaarts, voor de vijfde keer die middag langs het kanaal en voor het eerst tegen de wind in. Ik was klaar voor de halve marathon een week later.

Over dé brug komen en gáán (4 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 21 april 2017 16:39

Ook te lezen (met heel veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Een hele marathon is voor mij een brug te ver. Zeker als deze ver van huis plaatsvindt, zoals die van Rotterdam. Daar schijn je in ieder geval twee keer over de Erasmusbrug te moeten gaan. En de Paradijsbrug één keer te mogen beklimmen. Utrecht heeft sinds kort zijn Dafne Schippersbrug, die net als mijn favoriete loopbrug het Amsterdam-Rijnkanaal overspant. Een mooi bruggetje in dit geval, want uiteraard heb ik het dan over de Nesciobrug. Die vormde onlangs weer twee zondagen achter elkaar het middelpunt van een georganiseerde loop. Was het op de eerste zondag van april de Rokjesdagloop die de oorzaak was dat de brug een bepaalde tijd was afgesloten voor het normale verkeer. Precies een week later, toen in Rotjeknor vele duizenden lopers zichzelf meer dan 42 km aan het pijnigen waren, zorgde de Nescioloop (met een record aantal inschrijvers!) ervoor dat fietsers, voetgangers en niet deelnemende hardlopers een tijdlang moesten wachten of hun heil bij een andere brug zoeken. Enkele maanden terug liep ik, tijdens een training, boven op deze uitdagende wateroverspanning meerdere opeenvolgende renners tegemoet die een startnummer met de benaming 'Afloop' droegen. Ook de Hardloopavond4daagse, bijgenaamd 'IJburg marathon', maakt gebruik van de Nesciobrug. Er zijn in ons land ongetwijfeld andere bruggen die bij meerdere trimlopen bedwongen moeten worden, maar voor mij is de Nesciobrug met dus maar liefst vier trimlopen dé hardloopbrug van Nederland.

Vorig jaar was ik een bruggenbijter, oftewel een leegloper omdat ik de Nescioloop had overgeslagen. Bij deze trimloop is het voor mij alles (de 15 km) of niets (de 8 km). Ik achtte mijn lichamelijke toestand toen ontoereikend voor de 15 en het parcours van de kortere afstand is naar mijn beleving niet mooi genoeg om mij voor in te spannen. Dat zou daarom 'aan de oude brug werken' betekenen. Maar goed, die oude brug van vorig jaar had ik achter mij verbrand en nu ging ik er weer tegenaan. Hoewel, ik moest als Brugman op mijzelf inpraten omdat langere afstanden de laatste tijd niet meer zo soepel en al helemaal niet snel meer gaan. Ik zag er om die reden weer een beetje tegenop. Ik had mijzelf echter wel vooraf ingeschreven terwijl ik bij mijn volle verstand was. Dat had collega-blogger Jan Bakker trouwens ook gedaan, maar hij moest vanwege een vervelende rugblessure verstek laten gaan. Vanaf het moment van aanmelding was de brug opgehaald: ik moest voltooien waar ik aan begonnen was. Bij de meeste afstanden is het voor mij een prettig idee als ik die van te voren één keer heb kunnen trainen. Derhalve ging ik precies een week vóór de grote dag, onder vergelijkbare zonnige en warme weersomstandigheden, die 15 km verhapstukken. Toevallig kwam het zo uit dat ik net na afloop daarvan de dames van de 10 km bij de Rokjesdagloop kon gadeslaan tijdens hun doorkomst onderaan de Nesciobrug. Wat een leuk kleurig schouwspel. Dat gold ook voor de lange sliert van de 5 km, die ik eerst in de verte langs het water richting de Amsterdamse Brug zag gaan.

Ter inspiratie had ik een dag eerder de verslagen van mijn vier eerdere Nescioloop-deelnames tussen 2012 en 2015 nog eens doorgelezen. Dat waren nog eens tijden die ik toen kon produceren, tussen 1:16:07 en 1:17:04. Ik had niet het gevoel dat ik zo'n vette brugge nu nog eens zou kunnen verdienen. Mijn streeftijd lag daarom op 1:30 uur, of liever net iets daaronder. Sneller lopen dan dat zou vrijwel zeker niet lukken. En een makkelijk ezelsbruggetje tijdens het lopen was: 15 keer 6 minuten per kilometer maakt anderhalf uur. In de laatste mail van de organisatie las ik dat er dit jaar niet alleen pacers (tot 1:25) zouden zijn, maar ook 3 startvakken met een verdeling naar verwachtte eindtijd. Na lezing daarvan besloot ik het laatste vak (1:25 uur en langzamer) op te zoeken en mee te gaan met de 1:25-haas/ hazen. Als die in mijn beleving te rap gingen, kon ik altijd nog op afstand erachteraan hobbelen. Nadat ik vooraf los van elkaar oud-collega's Patrick en Elvira (beiden uit een andere werkkring) had gesproken om te vernemen dat zij voor de kortere afstand hadden ingeschreven, spoedde ik mij naar het startvak. Toevallig deed voor mijn neus een van de 1:25-pacers hetzelfde. Ik kon de opmerking blij te zijn dat ik mijn bril ophad niet onderdrukken, omdat de vrouw twee minuscule stickers met de eindtijd-aanduiding op haar fel-oranje veiligheidsvest had zitten. Wel heel erg onopvallend als je haar zocht derhalve.

Na de start ging ik direct in de fout door mijn horloge te snel te activeren. Seconden later liep ik namelijk pas over de startmatten. Nou ja, dat tijdsverschil zou ik later wel weer verrekenen. Het was in dat begin best lastig om kort achter die hazen te blijven. Dan liep er ik er iets vóór om ze om ze even later onder het lange spoorviaduct bijna uit het oog te verliezen in de rennersdrukte op het daar smalle fietspad. Een kort ommetje over het terrein van de universiteit op Sciencepark leverde bijna een hachelijk moment op. Een rij van die prachtig glanzende paaltjes moet verhinderen dat hier vierwielers de gebouwen kunnen naderen. Ik zag zo'n ren-in-de-weg pas vrij laat en moest er ijlings omheen manoeuvreren. Ik hoop dat alle renners hierin geslaagd zijn en dat er geen slachtoffers gevallen zijn. Omdat ik het kort daarna beu was om in het drukke kielzog van de tempomakers te blijven en ik toch al het gevoel had dat ze mij te langzaam gingen, zette ik aan, ging erlangs en liet het strijdgewoel achter mij. Die brug had ik dus al vlot afgebroken.

Op de openbare weg voor de hoofdingang van de universiteitsgebouwen stond een jongedame met fiets en haar telefoon in de aanslag, die collega's achter mij hartstochtelijk aanmoedigde. Deze dame zou ik die ren nog vaker zien. Trouwe lezers weten dat ik een enthousiast cruiseschipspotter ben. Op het stukje Oosterringdijk richting het kanaal zag ik al dat er zo'n boot uit de richting van Het IJ kwam. Ik liep sneller dan ik voor mogelijk had gehouden, want na een 1e km in 5:49 gingen de volgende vier rond de 5:30 minuten. Het beklimmen van dé brug leverde verrassenderwijs geen problemen op. Bovenop stond voor de tweede keer de jonge vrouw met fiets en aanmoedigingen. Ik keer naar rechts over het pad langs het water om te zien hoever de voorsten in de koers al waren gevorderd. Ik kon ze echter helaas niet ontwaren. Aan de linkerkant zag ik even later Marijke op het stuk weg dat onder de brug door naar het water leidt. Toen ik daar zelf was aangekomen kwam de A-Rosa Flora onder de brug doorgevaren. Gelukkig had ik van dit schip al een fraai plaatje en hoefde ik niet al rennend in actie te komen of te stoppen. Duitse Flora had weinig vaart en voer geruime tijd eerst achter, daarna naast en tenslotte voor mij. In mijn beleving een uiterst prettige inspiratiebron bij het hardlopen. Zag ik daar van de tegengestelde richting niet nog een passagiersbootje aankomen? Dat bleek Virginia, een ietwat kleiner, Nederlands pleziervaartuig. Van die boot kan ik nog wel een wat plaatje van betere kwaliteit gebruiken, maar ik was niet van zins om mijn hardloopevenement ervoor te onderbreken door stil te gaan staan en af te drukken. Dat was mij op dat moment echt een brug te ver.

Halverwege de ruim 2,6 km die het Thijs Hendriksenpad lang is, stond wederom die juichdame langs de kant. Ik kon het nu niet laten naar haar te roepen dat dit de derde keer was en dat zij diende te trakteren. Haar wat flauwe repliek was 'water, heel veel water aan de andere kant'. Daarmee doelde zij uiteraard op het vele vocht in het kanaal. Twee ganzen kwamen al gakkend laag langsvliegen alsof zij de lopers een hart onder de riem wilden steken. Bij mij werkte dat blijkbaar contraproductief, want ik deed over deze zesde kilometer 11 seconden langer dan over die daarvoor. Na een kort intermezzo op een stukje aan twee kanten door groen omzoomd 'bospad', kwam het voor mij minst prettige stuk wegdek. Het slechte asfalt onderaan de dijk was zeer recent vervangen door een klinkerbestrating. Dit is een ondergrond waarop ik niet zo prettig ren en ik moest derhalve eventjes licht afzien. Intussen keek ik geregeld omhoog naar de snellere lopers die het rondje om het fort al gedaan hadden en zich reeds op de terugweg bevonden. Voor de ingang van Fort Diemerdam bevond zich de enige drinkpost. Helaas voor de lopers die na mij kwamen, bleek het beschikbare water op dat moment compleet verbruikt te zijn en moest er eerst nieuw getapt worden in het dichtstbijzijnde perceel. Ik had er zelf geen ongemak van, want mijn drankvoorraad bevond zich, zoals altijd, aan mijn riem. Ik nam er meteen maar een paar slokken van

Het enige stukje door de gemeente Diemen bij het fort was snel voltooid en nu was het mijn beurt om vanaf de dijk naar beneden te kijken om de staart van het rennerspeloton gade te slaan. Het duurde best een tijd eer ik de laatste twee loopsters in beeld kreeg met direct daarachter de 'achterfietser'. Er was onderwijl een dame bij mij aangesloten en gezamenlijk gingen wij een andere vrouw voorbij met wie ik al meerdere keren stuivertje had gewisseld. Rechtsaf de Diemerzeedijk af gingen wij het Jan Beijerpad op, dat in het eerste gedeelte ruim 4 meter breed is. Hier is er naar rechts uitzicht op wat ik geringschattend 'Blokkendozeneiland' noem. Op dit vooruitgeschoven stukje IJburg zie je namelijk vrijwel alleen maar losstaande platdakwoningen. De huidige mode in de architectuur kan mij absoluut niet bekoren, zoveel moge duidelijk zijn. Al eerder had ik renners zien wandelen en één daarvan zat op een gegeven moment achterop de brommer van de dienstdoende EHBO-er. Voor hem was het dus duidelijk einde Nescioloop. Op het grasveld bij het strandje zat een stelletje enthousiastelingen twee aan twee oefeningen te doen. Ongetwijfeld in het kader van het een-of-andere laarzenkamp. Wéér terug op de Diemerzeedijk, niet ver van de brug, stond zij er voor de vierde keer in successie. De juichdame richtte zich heel duidelijk tot mijn vrouwelijke metgezel van dat moment. Wij liepen naast elkaar en de trouwe supporter moest mij nu ook wel vereeuwigen toen zij op de moderne manier een paar foto's schoot. Jammer dat ik niet weet bij wie ik zou moeten zijn om die kiekjes te bemachtigen en bij dit verhaal te voegen.

Het werd tijd om weer over de brug te komen, of liever te gaan en ik nam op mijn vaste trainingsgrond het voortouw. Het kostte nu wat meer moeite, maar ik kwam nog immer lekker vooruit en de renster die ik op sleeptouw had, deed daar haar voordeel mee. Ik hielp haar als het ware over de brug. De juich-jongedame schreeuwde ons intussen wederom toe beneden vanaf de weg langs het water, die haar naar de voetgangerstrap en de brug op zou leiden. Net weer op het stukje Oosterringdijk, dat ons moest terugbrengen naar Sciencepark en daarna naar Sportpark Middenmeer, kwam de trouwe supporter even naast ons fietsen en wisselde een aantal woorden met mijn metgezellin. De samenwerking met deze renster had ervoor gezorgd dat mijn kilometertijden omlaag gingen naar rond de 5:30 minuten. Zij liep nu echter op kop en ik kreeg nu steeds meer moeite om in haar spoor te blijven. Ik weet dat aan de vermoeidheid die er zo langzamerhand aan het insluipen was. Als ik terugkijk naar mijn kilometertijden, dan zie ik dat de nummers 12 en 13 in respectievelijk 5:25 en 5:18 gingen. Ik was dus geen snelheid aan het verliezen, integendeel, maar de dame ging eenvoudigweg steeds harder lopen. Net voor de afdaling naar Sciencepark kon ik niet anders dan een gaatje laten vallen en daar had ik vrede mee. Vervolgens liet ik klaarblijkelijk de teugels vieren want 'rondje' nr. 14 duurde met 5:43 duidelijk langer dan het voorafgaande. Voordien al had ik wat bekende AV '23-loopsters in het vizier gekregen, waaronder de eerder genoemde Marijke. Ik probeerde aansluiting bij hen te krijgen, maar het lukte van geen kanten om die afstand te overbruggen. Dan maar gewoon zo goed mogelijk verder stoempen naar de finish.

Ik wist hoe de laatste kilometer in elkaar stak. Op het pad tussen de verschillende sportvelden zag ik tot mijn verbazing één van de twee pacers staan die ik in het begin gevolgd had. Die had blijkbaar al eerder de pijp aan Maarten gegeven en was op zijn schreden naar hier teruggekeerd. Op die plek zag je rechts de lopers die al aan de laatste honderden meters op de baan bezig waren. Even een psychologisch lastig momentje in mijn beleving. Je verlangt naar het einde van de rit, maar daar ben je nog net niet aanbeland. Want je moet nog even verder op hetzelfde pad, rechtsaf en dan pas door een geopend hek de baan op. Om daar nog driekwart ronde af te leggen. Alle eerder genoemde dames waren nu wel uit mijn zicht verdwenen. Op het heerlijk lopende kunststof van de Chris Bergerbaan, waar nog driekwart ronde moest worden afgelegd, rende een andere dame voor mij. Mijn inschatting dat ik haar nog wel kon oprapen bleek juist, want nog vóór de bocht had ik de renster in kwestie al achter mij gelaten.

Een leuke verrassing was de aanblik van mijn vrouw langs het hek op het laatste rechte stuk. Vanzelfsprekend had zij haar aaifoon in de aanslag. Ik zwaaide enthousiast die kant op en vervolgens met mijn andere hand naar Patrick die op het middenterrein stond bij te komen van zijn dubbele beklimming van de brug der bruggen. Plotsklaps bemerkte ik dat de renster die ik zojuist had overlopen mij nu op de allerlaatste meters toch nog de loei wilde afsteken. Voor ik het besefte zette ik aan voor een ultieme sprint om haar van het lijf te houden. Ik vermoed dat ik daar niet voor de volle 100 procent in geslaagd ben want ik moest op de meet luttele centimeters op haar toegeven. De voor tegenwoordig ietwat archaïsche chip werd van mijn linkerschoen geknipt en ik kreeg een fraaie medaille uitgereikt. Mijn klokje stond stil op 1:23 en een paar tellen, maar de officiële uitslag gaf later 1:22:53 aan. En die geloofde ik deze keer uiteraard wel, gezien de te vroege activering van mijn privé-registratie bij de start.

Achter de eindstreep stond Elvira en wij wisselden kort ervaringen met elkaar uit. Daarna spoedde ik mij naar mijn partner die in het heerlijke zonnetje een boterham stond op te peuzelen. Ook sprak ik daarna Patrick en zijn broer nog even en wandelde ik een rondje om alvast iets van die 15 km uit de benen te schudden. De rest zou later volgen op de traditionele wandeling over een deel van het parcours naar huis. Terwijl ik stond bij te komen was ik nog getuige van twee voorvallen die de hardloopsport zo leuk maken. De speaker kondigde aan dat de hekkensluitende lopers van de 15 km in aantocht waren. Naar wat ik eerder op de dijk naar beneden kijkend gezien had, moesten dat twee vrouwen zijn. Ik zag echter een man met een behoorlijk hoge snelheid de baan betreden. Hoe was het mogelijk dat iemand die zo hard loopt er zo lang over doet om aan de finish te geraken? Het antwoord kwam toen deze renner later toevallig de herenkleedkamer betrad en zijn verhaal deed. Hij had zich die ochtend verslapen en was veel later gestart dan de rest. Dat kan dus blijkbaar gewoon bij een georganiseerde loop. Kort na deze langslaper kwamen inderdaad de twee dames in beeld. Onder een groot applaus van alle op en rond de baan aanwezigen, legden zij hun laatste meters af. Of je er nu minder dan een uur over doet of bijna de dubbele tijdspanne, in onze sport is iedereen die de eindstreep haalt een winnaar!!

Al met al kan ik, ondanks het ontbreken van loopmaatje Jan, terugkijken op een zeer geslaagde zondagochtend. Er was geen wolkje aan de prachtig blauwe lucht en hoewel de temperatuur vrij snel opliep, was het rennen door de verfrissende bries in mijn beleving heel goed te doen. Ik heb twee oud-collega's weer eens gesproken en ik mag uiterst tevreden zijn over mijn eigen prestatie. Niks 6 minuten per kilometer en een moeizame poging om onder de 1:30 te blijven. Met een gemiddelde snelheid van 10,83 km per uur was dit gewoon verreweg mijn 'snelste' prestatie in ruim 8 maanden tijd. En hoog in de 1:22 kan weliswaar niet tippen aan de tijden die ik hier in het verleden heb neergezet, maar ruim 7 minuten onder mijn verwachte eindtijd blijven durf ik best goed te noemen. Bovendien zag ik dat mijn nettotijd sneller was dan die van de drie AV '23-vrouwen die ik niet had kunnen achterhalen. Later over de meet komen zegt dus niet altijd alles. Deze uitkomst inspireerde mij zodanig dat ik direct dezelfde middag heb ingeschreven voor de halve marathon bij de Geinloop op 7 mei aanstaande. Daarmee mijzelf zodanig voor het blok zettende dat ik dan wel over de brug moet komen. Al is dat dan niet de Nesciobrug, maar een klein exemplaar over het riviertje de Gein net buiten Abcoude. Ik heb er nu al zin in.

Zo heerlijk rustig, ja ja (2 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 31 maart 2017 16:59

Ook te lezen (met heel veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Je zou kunnen stellen dat de Zandvoort Circuitrun wat betreft deelnemersaantallen zo langzamerhand behoort toch het linkerrijtje op de ranglijst van de grote hardloopevenementen in ons land. In de subtop zo ongeveer, net onder de Egmond halve marathon. Een bij hardlopers in een groot deel van het land populaire wedstrijd en trimloop. Daar was in mijn woonplaats nog niet veel van te merken. Slechts één andere hardloper zag ik op het NS-perron staan te wachten op de sprinter naar de hoofdstad. Dat was nog best wel rustig. Op Amsterdam Centraal werd dat echter heel snel anders. Ik kon gelukkig nog makkelijk een zitplaats veroveren in het redelijk korte treinstel dat ons naar mijn favoriete kustplaats moest vervoeren. Minuten later stroomde het voertuig echter zeer snel helemaal vol met renners. Dat gegeven zorgde bij wachtenden op de volgende stops al voor problemen bij het überhaupt aan boord komen. En daarnaast voor een vertraagde aankomst op de eindbestemming. Grote drukte voor de afpieppaaltjes op het perron van Zandvoort en een lang lint aan lopers dat zich in noordelijke richting naar het startdomein verplaatste.

Op de toegangsweg naar- en op het circuitterrein zelf, was het uiteraard ook een drukte van belang en lastig om snel je weg te vervolgen. Verlaat door de langere treinreis, ging ik direct naar de Businesspaddock waar een half uur voor de start de teamfoto op de planning stond. Pas daarna kon ik door richting het eigenlijke startterrein waar de laatste voorbereidingen gedaan konden worden. En naar de pitbox waar ik vooral ook mijn omvangrijke tas kon droppen. Ik eerst nog stond ongeveer 10 minuten op een zodanig strategische plek voor de fraaie racemonsters die als decor voor de ploegenfoto's dienden, dat ik mijn teamgenoten onmogelijk over het hoofd kon zien. Helaas kwam er niemand opdagen, op één na, die ook direct weer wegbeende. Dan maar de eigen brandstofvoorraad zo goed mogelijk op peil brengen en mijzelf klaarmaken voor het grote gebeuren. In de rij naar het startvak ontmoette ik onze teamcaptain pas. Het was vanwege een verkeerd gecommuniceerd pitboxnummer allemaal een beetje misgelopen met het elkaar ontmoeten, waardoor ook het fotomoment voorbijgegaan was. Dat heb je al rap in zo'n grote menigte. Geen nood echter, het was prachtig weer, de temperatuur was ook prima en we gingen er lekker tegenaan.

Een hele belevenis, voor de tweede maal rennen op dat mooie en ruime circuit. Maar ook behoorlijk zwaar, omdat het brede asfalt voortdurend op en neer golft over de duintoppen. Erg leuk trouwens, om dat lange loperslint voor je uit te zien bewegen. De illustrerende foto die ik al rennend heb gemaakt is naar mijn idee best goed gelukt (klik hiervoor door naar mijn eigen site). Je kunt hier op je gemak de lopers en loopsters om je heen bekijken. En je verbazen over de onverlaten die zich toch tussen anderen door menen te moeten wurmen, ondanks die zee aan ruimte. Mijn benen liepen eigenlijk al direct vol, althans zo voelden ze aan. Ondanks dat deed ik die eerste kilometers keurig allemaal in rond de 5:45 minuten. Ik had in mijn hoofd dat ik hier vorig jaar 1:18 uur en beetje had gelopen. Gezien mijn vorm van dat moment zou ik nu met 1:20 tot 1:25 heel tevreden zijn. Het circuit af door de hoofdingang ging het wederom wat omhoog en vooral het laatste stukje naar de boulevard en het strand toe waren echt zwaar. Mijn benen voelden aan als lood. Wat moest dat worden met twee-derde van het parcours nog te verhapstukken?

Ik had met mijzelf afgesproken dat, zodra ik onderaan de strand-afgang was en bij het water, ik even zou stoppen om een paar plaatjes te schieten. Ik liet mij als een steen naar beneden vallen, daar waar anderen duidelijk met de rem erop aan het afzakken waren. Die ging ik dus allemaal voorbij. Een stukje mul zand was voor mij geen onoverkomelijk probleem. Na de harde leerschool van vorig jaar, toen ik als stranddebutant ruim 2 km uit alle macht door de zandbak moest ploeteren, kwam ik nu beslagen ten ijs. Op een klein stukje pseudo-strand in een recreatiegebied had ik namelijk recentelijk 18 rondjes van 250 meter geoefend, Met name ook door het mulle zand bovenaan. Na het digitaal vastleggen van het fraaie tafereel begon het grote genieten. Op de foto is te zien dat de meute niet langs de waterlijn loopt, maar een stuk hogerop, omdat zich daar al een stevig en vlak gedeelte voorhanden was. Ik ging er als vanzelfsprekend achteraan.

Dit was wat ik mij, vóór mijn kennismaking tijdens de vorige editie, had voorgesteld bij hardlopen op het strand. De zware benen waren als bij toverslag verdwenen, liep heerlijk en ging eigenlijk direct zodanig op in het lopen, dat ik vergat de omgeving te bekijken. Dat kwam later. De collega's voor mij bogen op een gegeven moment allemaal af naar de waterlijn, omdat het harde, vlakke zand in het midden ophield. Iets verderop schoof het gros toch weer wat meer naar links terug. Aan de waterlijn werd het daardoor relatief rustig en ik zag de kans schoon om juist daar mijn spoor te trekken. Ik had de wind in de rug en hoewel op de foto's te zien is dat de bewolking op dat moment overheerste, scheen in mijn beleving de zon volop. Even waande ik mij

'Heel alleen aan het strand,
Lekker rennen op het zand,
Zo heerlijk rustig'.

Een schril contrast met de drukte die ik eerder in dit verhaal heb beschreven en die daarna nog komen zou. Ik keek nu bewust naar rechts om te genieten van het water en de golven en ik zag

'Een bootje over zee,
Dat nam al mijn vermoeidheid mee'.

Helaas kwam de harde realiteit te snel weer om de hoek kijken. Ik had al meerdere keren voor mij uit getuurd of ik het punt kon zien waar mijn voorgangers omhoog klauterden. Die plek kwam onvermijdelijk in zicht. Velen hadden zich reeds naar het middendeel van de zandmassa begeven. Ik volhardde echter zo lang mogelijk in het aanhouden van de waterkant. Ongeveer ter hoogte van de bewuste opgang stond een haringkar dicht bij het water. Nadat ik eerst opgelet had of de paar renners die voor mij ook nog in rechte lijn gingen, niet hun weg langs het ruime sop zouden vervolgen, boog ik achter de visverkoper landinwaarts naar links af. Spijt dat ik moest achterlaten waarvan ik zo aan het genieten was. Veel liever was ik nog kilometers langs de zee rechtdoor gelopen. Helaas zou ik dan de medaille, het herinneringsshirt en de vermelding in de einduitslag mislopen. Om niet te spreken van de finishfoto's.

'Maar de zee ruist nog voort,
Dat is al wat je hoort,
Zo heerlijk rustig, ja ja'.

Het stukje mulle zand dat ik diende te overbruggen vóór ik bij de betonnen platen kwam, ging wederom moeiteloos. Veel lopers kozen ervoor om het erg steile stuk omhoog te wandelen. Dat vond ik niet nodig, ik kwam wel rennend boven. Het lukte, al was het naar de top toe toe steeds langzamer. En terug op de boulevard was ik compleet kapot. Ik kon niet anders dan temporiseren. Heel langzaam voortdribbelen aan de rechterkant van de klinkerweg, waar alle andere renners de linkerkant opzochten. Even niet zo heerlijk, maar noodgedwongen wel heel rustig. Omdat de loop precies op mijn lunchtijd van start was gegaan, had mijn brandstof slechts bestaan uit twee bananen en een fruitkoek. Niet zo vreemd dus als de tank al leeg zou zijn. Maar gelukkig had ik een flinke gel in mijn heuptasje. Deze haalde ik subiet tevoorschijn. Het was er een met een plastic schroefdop. Die kon ik wel gemakkelijk ronddraaien, maar het ding wilde maar niet loskomen van de tuit waar hij op vastgedraaid was. Daarom begon ik aan het plastic te trekken, wat na een paar pogingen succes had. De dop kwam los maar er spoot ook wat van het plakkerige spul door de lucht en over mijn handen. Bah! Ik begon maar direct met innemen. 'Jagh, wat een vies, zoet spul eigenlijk'. 'Welke smaak is het?'. Dat kon ik zo snel niet zien op de verpakking. Als het zijn werk maar deed en mij rap van de broodnodige nieuwe energie zou voorzien. Keek die man langs de kant met het Le Champion-hesje zorgelijk naar mij of het nog wel goed ging of verbeeldde ik mij dat slechts? Met 6:35 minuten was deze 8ste kilometer duidelijk de langzaamste van de dag.

Ik wist dat de verversingspost om de hoek was. Daar ik kon mij van dat inmiddels lege stukje plakkerig plastic ontdoen. Ineens stond er een dranghek halverwege het plaveisel, omdat er van rechts 21,1 km-lopers kwamen. Dat gaf gelukkig geen problemen bij het ritsen. Ik liep traditiegetrouw langs de vocht-aanreikers en was gefixeerd op een afvalbak. Die zag ik al snel en ik stevende erop af om de verpakking erin te mikken. Seconden later had ik spijt dat ik niet een beker water had aangepakt, waarmee ik zo handig het plakspul van de handen had kunnen spoelen. Stom, stom, stom. Dan maar door langs de soms fraaie, dan weer potsierlijke Zandvoort-Zuid-villaatjes. En proberen in een redelijk ritme te blijven. Verderop wendde ik mijn blik naar rechts en besefte dat ik bijna het fraaie uitzicht op de duinen aldaar gemist had. Dus keek ik zolang mogelijk die kant op. Triviale informatie: hier liep ik precies 73 meter over de tegel Bentveld die onderdeel is van het Hardloopspel van Looptijden.nl. Met die 0 km steeg ik op de corresponderende ranglijst 55 posities naar nr. 125.

Op de rotonde bij de overgang van de Brederodestraat naar de Prins Mauritsstraat (die ons terug zou voeren naar de boulevard) moest ik onwillekeurig denken aan het einde van de Zuiddijk bij de overgang naar Burcht in Zaandam. Alleen waar je daar bij de Dam tot Damloop ongeveer aan de laatste kilometer begon, moesten er hier nog ruim 3 km getackeld worden. Ik had het gevoel dat ik steeds meer aan het harken was en ging twijfelen of ik het wel zou volhouden. Gelukkig herinnerde ik mij een van de vele artikelen die ik over mijn sport gelezen had. Soms lijkt het alsof je moe bent, maar dan kun je eigenlijk nog makkelijk verder. Dus prentte ik mijzelf in dat dat stukkie tot de eindstreep eenvoudig en op het gemak te overbruggen was. Gewoon een kwestie van tegen mijzelf zeggen dat ik nog niet moe was en ter ondersteuning een poging doen om meer op de looptechniek te letten. Als ik naar de kilometertijden van dit laatste deel kijk, heeft het ook echt geholpen. Ze zaten namelijk wederom keurig onder de 6 minuten en werden steeds iets sneller. Zo ging ik het centrum van de badplaats in, waar de toeschouwers het parcours omzoomden en het lawaai niet van de lucht was. In de Haltestraat stonden particulieren met bekertjes water en ik wist er een daarvan te bemachtigen. Nu kon ik eindelijk mijn handen laven en van het plakkerige goedje ontdoen. Dat lukte wonderwel en ik beende amechtig verder, de ergste drukte gelukkig weer uit. Er kwam nog een laatste flinke beklimming van het plaatselijke duin en dan ging het rechtsaf de lange straat langs het NS-station door. Daarna nog een eindje naar de ingang van het circuit en op naar de finish.

Eenmaal gearriveerd bij de circuit-toerit was het rechtsaf een parkeerplaats over. Hier moest ik even heel goed opletten vanwege de gevaarlijke bodembedekking van losse stenen en steentjes. Aan het begin ervan liep ik Cor achterop, een senior-renner uit het Amsterdamse loopcircuit. Ik herkende hem aan zijn grijze krullenbol en aan de naam op het startnummer, dat hij op zijn rug droeg. In het langsgaan legde ik kort mijn hand op zijn schouder en vroeg of het niet meer ging. 'Ja', was daarop zijn korte maar krachtige antwoord. Later zag ik dat hij meedeed aan de wedstrijd en liep in de categorie 70+. Niet zo gek als je tegen het einde van deze zware run dan even wandelend op krachten moet komen. Door een poortje, was het vervolgens tijd om het laatste rechte eind op te gaan. Ik zag op mijn horloge dat ik nog onder de 1:10 zat. Binnen die tijd zou ik niet meer finishen, maar ik was wel blij verrast dat het zó snel was gegaan. Een eindje verder keek ik naar rechts en zag ik een stuk of vier, voornamelijk vrouwelijke, lopers heel langzaam voortbewegen, achtervolgd door een bezemwagen. Die waren het circuit dus nog niet af en hadden derhalve een flink eind te gaan. Intussen was het gewoon doorstampen naar de meet. Daar vlakbij was ik de 1:12 nog niet gepasseerd en ik zette een laatste eindspurt in. Om mijn klokje vervolgens stil te laten staan op 1:11:53. Wauw, was ik echt 6 minuten sneller dan vorig jaar? Van dat resultaat werd ik op slag erg enthousiast. Mijn vrouw was verbaasd dat ik haar al zo snel belde, omdat ik verwacht had er zeker 8 tot 15 minuten langer over te doen.

Voor mijn doen kleedde ik mij snel om, want ik wilde niet zoals vorig jaar, mijn teamgenoten en de uitreiking van de herinneringsshirts mislopen. Zij kwamen bijeen aan de andere kant van het terrein en ik moest mij over de hoofden van de alle kanten op bewegende aanwezigen een weg banen. Was ik maar weer terug op dat heerlijk rustige strand! Meerdere malen kwam er een welgemeend 'wat een drama' over mijn lippen, maar uiteindelijk kwam ik op tijd waar ik wezen wilde. Een gezellig samenzijn en een fraai loopshirt waren daardoor mijn deel. Het circuitterrein verlaten verliep al bijna even lastig als mijn slalom-voettocht van even daarvoor. De weg terug naar het station was één lange en nu extra omvangrijke optocht van renners en aanhang. In tegenstelling tot tijdens de loop, toen menigeen mij achter zich liet, kon ik nu gelukkig vrijwel iedereen voorbij snellen. Om vervolgens op het station te bemerken dat de trein naar Amsterdam die ik wilde pakken, al berstensvol zat. Dan maar de volgende nemen die tot Haarlem ging. Aangezien ik als een van de eersten instapte had ik een zitplaats, iets dat mijn danig op de proef gestelde benen zeer konden waarderen. De rest van de treinreis kon ik ze gelukkig languit laten bijkomen omdat ik schaars bevolkte coupés wist te vinden. Dat was wederom heerlijk rustig. Thuisgekomen had ik volgens mijn horloge bijna 23500 stappen gezet over de hele dag. Dat vond ik wel genoeg voor een etmaal.

's-Avonds na diner en douche keek ik op internet de officiële uitslag na. Dat zorgde even voor een kleine domper, want daar stond keihard 1:12:17 als chip/nettotijd achter mijn naam. Een lichte verontwaardiging maakte zich van mij meester. Ik ben altijd zeer nauwkeurig en voorzichtig met mijn eigen tijdregistratie. Een verschil van 24 seconden was daarom voor mij onbegrijpelijk en tevens onacceptabel. Dit moest wel een fout in de werking van het meetsysteem van de organisatie zijn geweest. Van dat feit was ik volledig overtuigd. Jammer en even een kleine smet op mijn verder perfecte hardloopdag. Het kwartje viel pas de volgende morgen, toen ik net mijn bed uit was. Op het strand was ik drie keer kort gestopt om foto's te maken en telkens had mijn Garmin Forerunner 235 perfect gereageerd door de meting direct te pauzeren. Deze logische verklaring voor die 24 tellen verschil in tijdsregistratie werd volledig ondersteund door de brutotijd die mijn gps-horloge had doorgegeven: 1:12:18, zijnde 1 seconde langzamer dan de officiële tijd in de digitale boeken. Probleem gelukkig opgelost. 1:11:53 is mijn netto-nettotijd en 1:12:17 de netto-bruto- dan wel chiptijd. Ik houd de eerste tijd aan zijnde de tijdspanne die ik daadwerkelijk aan het rennen ben geweest. Overigens had mijn geheugen mij op een ander punt wel enigszins in de steek gelaten. Want mijn tijd van vorig jaar was niet 1:18 en een beetje, maar 1:17:05. Ik was nu dus precies 5:10 minuten sneller dan bij de vorige editie. 11 van de 12 kilometers heb ik ook echt sneller gedaan dan in 2016, variërend van 0:08 minuten in het dorp, tot 1:25 en 1:33 op het strand. Niet slecht voor een oude man, al zeg ik het zelf.

Gezien mijn verwachtingen vooraf, ben ik behoorlijk trots op mijzelf. Ik heb tijdens mijn 60ste georganiseerde loop prinsheerlijk op het strand gelopen, een onverwacht goede tijd gerealiseerd en er een mooie medaille en een fraai herinneringsshirt aan overgehouden. Ik kan eigenlijk nauwelijks wachten tot de volgende editie. En dan maar weer hopen op mooi weer en laag water.

Geen regen, weinig vogels, wel harde wind (2 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 24 maart 2017 19:11

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Bijna twee jaar geleden schreef ik in een verslag al het volgende over de Spiegelplasloop: 'Het kan echter ook zomaar gebeuren dat ik het over een jaar echter over een geheel andere boeg gooi. Want bij het zoeken naar de uitslagen van de Brettenloop op Uitslagen.nl viel mijn oog op een ander evenement dat op dezelfde dag gehouden werd: de Spiegelplasloop in Nederhorst den Berg. Dit is een goedkope (€ 5,- bij voorinschrijving), lokale en kleinschalige loop waarvan de langste afstand, de 10 km, grotendeels door de zo te zien mooie natuur en om de Spiegel- en Blijkpolderplas gaat. Deze plas grenst aan de oostzijde aan de Ankeveense Plassen en de plaats Nederhorst den Berg ligt gedeeltelijk aan de prachtige rivier de Vecht. Die loop lijkt mij ook zeker het risico van het proberen eens waard. De tijd zal het leren op welk evenement ik mij dan inschrijf'. Er is inmiddels al heel wat water door de Vecht gestroomd en pas nu was ik zover dat ik de reis naar de plaats met die lange naam daadwerkelijk ging maken. Inmiddels is mij duidelijk geworden dat de route van de langste afstand bij deze loop maar ongeveer voor de helft buiten de bebouwde kom en langs de genoemde plas loopt.

Waarom duurde het zo lang voor ik daadwerkelijk hier ging lopen? Heel eenvoudig, twee jaar terug was ik op dat moment in Amsterdam de genoemde Brettenloop aan het rennen en vorig jaar kwam ineens de Zandvoort Circuitrun op mijn pad. Voor die grote loop aan de kust sta ik dit jaar weer ingeschreven maar deze wordt gelukkig pas gehouden een week na de loop waarover dit verhaal gaat. Omdat ik niet graag over één nacht ijs ga, was ik een kleine week van te voren in de auto gestapt en naar Nederhorst den Berg gereden. Om met eigen ogen te aanschouwen waar ik terecht zou komen, om beslagen ten ijs te komen als het ware. Ik reed door tot aan de sporthal die het epicentrum van dit evenement zou zijn. Ik kon met mijn eigen ogen zien dat er redelijk wat parkeerruimte voorhanden is, maar besloot ter plekke dat ik mijn voertuig eerder aan de kant van de weg zou zetten om het laatste stuk wandelend te kunnen overbruggen. Mijn voorbereiding op een trimloop bestaat namelijk idealiter uit minstens 10 minuten benenwagen om de spieren alvast enigszins voor te bereiden op wat komen gaat. Eerst na deze verkenningstocht ging ik ook daadwerkelijk over tot voor-inschrijven. Waarbij ik moet aantekenen dat de kosten daarvan inmiddels zijn opgelopen tot € 6,50. Wat gaat er nu nog niet in prijs omhoog heden ten dage?

In de eerste alinea maakte ik melding van het feit dat het hier gaat om een 'lokale en kleinschalige loop'. In een artikeltje in een plaatselijk weekblad las ik dat zich 120 lopers vooraf hadden aangemeld, een aantal dat een record scheen op te leveren. En Wikipedia meldt dat het dorp inclusief directe omgeving ongeveer 5150 inwoners telt. Klein en knus derhalve. Maar dat wil niet zeggen dat het er hier kneuterig aan toegaat. Nee, het 10 km-parcours is door de Atletiekunie gecertificeerd, iets dat ik voor wat betreft de kleine loopjes die ik frequenteer, tot nu toe alleen bij mijn veruit favoriete loop ben tegengekomen. Bovendien zijn er voor deze heuse 10 km-wedstrijd wat snelle lopers aangetrokken, waaronder een voormalig OS 2016-deelnemer uit Rwanda. Die heeft trouwens niet deelgenomen, blijkt achteraf. En twee Nederlandse lopers die deze afstand in ieder geval één keer binnen de 30 minuten hebben volbracht. Dat is toch voorwaar geen kattenpis, de organiserende Bergse Runners Club heeft het dus echt goed voor elkaar.

Ik hield er rekening mee dat ik daarbij vergeleken vrijwel de dubbele tijd ervoor nodig zou hebben. Mijn planning was sowieso om de eerste helft, het gedeelte langs het water van de naamgevende plas, kalmpjes aan te doen en proberen zoveel mogelijk vogels en ander natuurschoon te kijken. De term 'Vogels kijken' is een bedenksel van de hardlopende neven van Sportrusten.nl, die in Nederhorst den Berg hun werkplek hebben. Maar die echter op dat moment zelf bij de Utrecht-marathon van start gingen en derhalve geen acte-de-presence gaven in het Bergse. Zij duiden met de term 'vogels kijken' een rustig tempo aan, waarbij je lekker om je heen kunt koekeloeren. Het leek mij wel een zeer toepasselijke activiteit om juist hier ten toon te spreiden. De laatste 4 km door de bebouwde kom wilde ik eventueel dan nog een weinig aanzetten. Zo er daartoe nog brandstof in de tank aanwezig zou zijn, uiteraard. Ik was namelijk extra voorzichtig geworden door het feit dat ik na mijn midweekse training de week voorafgaand aan dit evenement, behoorlijk last had van vermoeidheid. Niet zozeer van mijn benen als wel van mijn hoofd. Een lichte maar vervelende hoofdpijn direct na afloop van de training en de twee dagen erna. Eigenlijk was ik daardoor een beetje beducht voor deze zondagse loop. Maar ik had mij al ingeschreven en dus ik ging als vanzelfsprekend wel op pad. Alleen overvloedige regenval of echt zware lichamelijke malaise had mij daarvan kunnen weerhouden.

Het regende die ochtend en mijn vrouw en jongste dochter hadden daarom pech bij hun schaatstraining. De start van mijn evenement was pas om 13:00 uur en ruim voor die tijd hield Pluvius het gelukkig voor gezien, op wat onbeduidend gespetter na. Ja, dat verhaal over de natte weersvooruitzichten eerder in de week en de opnieuw droge werkelijkheid van het moment van handeling wordt onderhand een beetje eentonig, dat besef ik. Ik was er echter wederom heel blij mee. Zo stond ik vlak voor 13:00 uur in het midden van het rennerspak, nadat ik aanvankelijk helemaal achterin had plaatsgenomen. Op het allerlaatste moment schoof ik toch maar wat door naar voren, want zo langzaam wilde ik nu ook weer niet gaan. Met een voor mijn doen echt kalm tempo vertrok ik, waarbij zelfs 9,9 km per uur op mijn horloge verscheen. Hoewel ik de routekaart van te voren bestudeerd had, omdat ik graag weet in welk wespennest ik mijzelf begeef, duurde de eerste 1,5 km door de bebouwde kom mij toch eigenlijk te lang. Een leuk aspect was dat we bijna 200 meter pal langs de boorden van de Vecht liepen. Minder leuk vond ik de (ongetwijfeld plaatselijke) loopster vlak vóór mij die wel heel opvallend iedereen die ze meende te kennen gedag riep. Aan haar intonatie leidde ik af dat ze vooral duidelijk wilde maken hoe stoer ze was dat ze meedeed aan een echte hardloopwedstrijd. Dergelijke personen zijn niet helemaal mijn types en een miniem gevoel van ergernis bekroop mij daardoor korte tijd in de straten van Nederhorst den Berg.

Wanneer kwam nu eindelijk dat Googpad, dat ons om de Spiegel- en Blijkpolderplas zou leidden? Daar kwam ik tenslotte voor en niet voor het hollen door een woonwijk waarvan er zoveel zijn in ons land. Nadat we voor de tweede keer een kruising waren gepasseerd, waar al het gemotoriseerde verkeer te onzen behoeve moest wachten (wat ik dan weer wel kan waarderen!), meende ik aan het einde van de straat de toegangspoort tot dat interessantste deel van de route te ontwaren. Veel eerder echter werden we rechtsaf het Googpad op gedirigeerd en kon de pret beginnen die 4,5 km zou gaan duren. Ik koerste allang boven de 10 per uur en dat ging best makkelijk. Het wegdek was van betonblokken en niet heel breed. Ik zat midden in een pak niet supersnelle renners en moest geregeld naar de grond kijken om te zorgen dat ik niet van het beton af stapte. Een bruggetje over een sloot zorgde voor het enige stijgingspercentage van de rit en daarachter stond aan de rechterkant een bord in de voor mij vertrouwde paars-gele kleuren van de Vereniging Natuurmonumenten. 'Spiegelplas' stond erop te lezen. Een vrouw naast wie ik al even liep, maakte ineens de opmerking dat we hier nog lekker met de wind in de rug liepen, maar dat wij er later vol tegenin moesten. Ik kon alleen maar beamen dat dit flink werken zou gaan betekenen.

Een man vóór mij stapte ineens rechts de berm in, versnelde en haalde zo een groepje lopers in. Omdat ik zag dat er iets verder naar voren meer ruimte was, volgde ik zijn voorbeeld en raasde het net iets te trage groepje voorbij. Die 3e kilometer deed ik dan ook in 10,8 per uur. Het versnellen ging eigenlijk moeiteloos en was het begin van een inhaalrace langs vele lopers die feitelijk pas bij de eindstreep zou stoppen. Toegegeven, ik werd zelf nog ook een paar keer overlopen. Iets verderop kwam een loopster in de berm aan de linkerkant terugwandelen. Ongetwijfeld was zij geblesseerd geraakt, hoewel ik dat niet kon zien aan haar wijze van voortbewegen. Het was op een punt dat op de schreden terugkeren naar de sporthal nog veel korter was dan in de renrichting doorploeteren. Dus daar deed zij goed aan, hoe vervelend het ook is om uit te moeten stappen. Aan de rechterkant zag ik een volgend dorp achter de weilanden liggen. 'Geen idee welke plaats dat is', ging er door mijn hoofd. Tellen daarna drong het tot mij door dat dit Ankeveen moest zijn. Daar was ik een paar jaar geleden eenmalig rennend doorheen gekomen tijdens de voor mij niet bijster interessante Driedorpenloop. Ik hoorde vogelgeluiden en herinnerde mij ineens dat ik vogels zou kijken. De enige gevleugelde vrienden die ik die middag kon waarnemen waren een paar meerkoeten op het water. Verder was er geen gevederd wezen te bekennen. Aan de linkerkant was de Spiegelplas slechts af en toe zichtbaar door de bosschages en het kreupelhout. Alle begroeiing was nog in wintertooi, oftewel bladloos. Dat kale loof, de loodgrijze lucht en de herfstachtige wind gaven derhalve niet echt een voorjaarsgevoel. Wat ik van het waterbekken zag, deed mij sterk denken aan de Stootersplas in Het Twiske. Pas na 4 km kwamen we overigens eindelijk korte tijd pal langs het door de wind redelijk woest uitziende water te lopen.

Van een vlak voor mij rennend stel hield de vrouw ineens in en ging over op wandeltempo. De bijbehorende man nam ook gas terug en ik koerste er op mijn gemakje omheen. Vanaf de noordzijde kon ik constateren dat dit meertje toch een tikkeltje groter moest zijn dan dat net buiten Landsmeer. Af en toe stonden er wandelaars langs de kant en ineens zag ik een heuse fotograaf met camera in de aanslag. Ik zat dicht achter een dit keer dubbele man-vrouwcombinatie en zette even flink aan om ze te passeren. Uiteraard wilde ik wel volledig en vrij in beeld komen bij deze plaatjesschieter. Daar waar het Googpad, na exact 6 km, uitkwam op de gewone weg stond een drinkpost en was het gedaan met zowel de wind in de rug, alsook het natuurgebied. Wat volgde was een ruime kilometer op het fietspad langs de toegangsweg naar Nederhorst den Berg, waar vol tegen de forse wapper opgebokst moest worden. Ook hier lukte het mij om meerdere lopers in te rekenen. Je kunt ook zeggen dat het meeviel dat ik voor dit tiende deel van het parcours maar ongeveer 15 seconden meer nodig had dan tot dan toe gemiddeld. Een wat oudere man (die volgens de uitslagenlijst jonger zou moeten zijn dan ik) in een zwart renshirt vol met sponsornamen aan de achterkant, nestelde zich in mijn kielzog. Later kwam ik er in het centrum achter dat deze loper een plaatselijk bekende inwoner moet zijn, want hij werd de laatste kilometers voortdurend met naam en toenaam door omstanders aangemoedigd.

Intussen begonnen voor mijn gevoel de kilometers zijn tol te eisen. De wind kwam nu schuin van rechts maar speelde nog immer een rol. Als ik echter naar mijn kilometertijden kijk, werden die vanaf nummer 8 weer sneller, en flink ook. 5:48, 5:33 en 5:26 minuten over de laatste drie stuks. Zo voelde het echter niet, het leek mij eerder toe dat ik hier aan het inleveren was. Wel wist ik de lokale held min of meer van mij af te schudden. Tijdens de ultieme sprint naar de meet zou ik volgens mijn horloge (dat 18 meter meer gemeten had dan de officiële 10000) zelfs 16,2 km per uur gehaald hebben. Een snelheid die bij een volledige kilometer een tijd van 3:42 minuten opgeleverd zou hebben. Ik houd wijselijk een flinke slag om de arm of dit de absolute waarheid is, maar dergelijke tijden en snelheden stemmen mij uiteraard zeer tevreden. Ik ben niet zo'n grote fan van het rennen door bebouwde kommen, o.a. door de nogal eens wisselende plaveisels die je daar vaak tegenkomt. Gelukkig was ik, door het vooraf bestuderen van het traject, geestelijk gewapend tegen het feit dat er aan de andere kant van de doorgaande weg op een fietspad de finish voorbijgehold diende te worden. Aan het einde daarvan draaiden we om de rotonde die ook aan het begin van de rit gepasseerd was. Waarna over dezelfde ventweg als tijdens de eerste honderden meters in omgekeerde richting de eindstreep gehaald moest worden. Ik ging nog wat lopers voorbij en een enkeling had de euvele moed om mij op het laatste moment de loef af te steken. Daar had ik evenwel vrede mee, want ik zou toch niet meer op het podium terecht kunnen komen. Dat is ook wel wat lastig met een 137ste plaats in de eindrangschikking.

Direct na de meet, die ik in 56:44 officiële, netto tijd passeerde, kreeg ik van een zeer jong iemand een flesje sportdrank en een groot blik met koeken overhandigd. Een prijs als die laatste heb ik nog nooit eerder in ontvangst mogen nemen. Dus zowel gezien het relatieve gemak waarmee ik de 10 km had gelopen (ik denk hierbij vooral ook aan de eerder genoemde gevolgen van de midweekse generale repetitie), de voor recente begrippen goede tijd die ik daarmee scoorde en dat leuke presentje, ging ik als een uiterst tevreden renner naar huis. Er was daarbij ook nog eens een keer geen spatje regen gevallen, de temperatuur was zodanig mild geweest dat ik al van te voren een laag bovenkleding had uitgetrokken (wat ik zelden of nooit doe) en ik had een nieuwe de moeite waard zijnde loop aan mijn repertoire toegevoegd. Want anders dan bij de loop van een paar dorpen verderop, wil ik hier volgend jaar best wel weer terugkeren.

De soepele samenloopsters (5 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 12 maart 2017 16:59

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Ineens stonden ze een eindje voor hem stil in een korte omhelzing, dicht bij de nog immer onthoofde Twiskemolen. Het volgende moment wandelden de twee met een arm om elkaars schouder het Luyendijkje op. Ze waren even uit zijn zicht geweest, zoals hij al vooraf geweten had. Was dit zijn kans om alsnog bij de dames in het kielzog te geraken? Hij zette extra aan teneinde het gat te dichten, voor zover dat nog ging na 9 kilometers rennen. Maar hij zat nauwelijks in een hogere versnelling of hij zag dat de meiden gewoon weer begonnen te rennen. En opnieuw met die buitengewoon makkelijk en soepel ogende tred. In plaats van kleiner werd de te overbruggen marge steeds een tikkeltje groter, hoe hij zijn best ook deed om de inhaalslag te maken.

Het was op de heenweg op datzelfde dijkje dat toegang gaf tot de Twiskepolder geweest, dat hij deze vrouwen aan zich voorbij zag trekken. Het ogenschijnlijke gemak waarmee dat gebeurde, terwijl de dames tegelijkertijd honderduit aan het kletsen waren, viel hem direct op. Vooral de blonde jongedame trok bij iedere stap haar onderbenen hoog naar achteren op, zoals je eigenlijk alleen topatleten ziet doen. Het zag eruit alsof het totaal geen inspanning kostte en hij gaf het tweetal direct de bijnaam 'de soepele samenloopsters'. De blonde paardenstaart droeg een felgekleurd t-shirt met aan beide zijden de naam van een goed doel als opschrift. Haar lange, strakke, zwarte broek had achterzakken en leek daardoor veel op een gewone broek. De donkerharige metgezellin droeg een echte hardlooptight met op het kuitgedeelte van één been een grote hoeveelheid reflectiestrepen. En een donker langemouwenshirt met een heel patroon van kleine horizontale, weerkaatsende streepjes.

Hij zag direct dat ze te hard liepen om bij te houden en deed daar dan ook geen pogingen toe. Uit eigen ervaring wist hij dat veel lopers te enthousiast en te snel vertrekken en hij hield in zijn achterhoofd dat hij ze verderop in de race misschien weer zou tegenkomen. Intussen genoot hij van hun prettig ogende wijze van lopen en probeerde hij enigszins in hun buurt te blijven. Graag had hij zich de volle 9 km laten inspireren door het gemak waarmee de dames zich voortbewogen. Heel bewust was hij voordien in een kalm tempo aan de loop begonnen, omdat hij wist hoe hij er conditioneel voor stond. Hij was heden ten dage al blij als hij tijdens zijn loopjes een gemiddelde snelheid van 10 km per uur wist te bereiken. Vaak lukte dat helemaal niet, zeker bij langere duurlopen. Ook was hij nog niet compleet hersteld van een vervelende verkoudheid die direct na de vorige aflevering van zijn favoriete loop de kop had opgestoken. Of liever gezegd hem de keel was gaan uithangen. Hij had dan ook met zichzelf afgesproken dat iedere eindtijd binnen het uur vandaag goed genoeg zou zijn. Het weer was prima, het zonnetje scheen volop over de nog kale Twiskepolder en de wel flinke wind duwde hem voorlopig nog vooruit. Pas later zouden de deelnemers aan de alweer laatste editie van dit Twiskemolenloop-seizoen tegen die frisse bries moeten optornen.

De twee soepele rensters verwijderden zich langzaam van hem, maar er bevonden zich genoeg andere muzen in zijn directe nabijheid om hem te inspireren. Af en toe passeerde hij een andere loper of loopster en hij nam de tijd om om zich heen te kijken. Iets dat er bij de volle concentratie op het zo snel mogelijk voortbewegen nog weleens bij in wilde schieten. Na 2,5 km week de begroeiing wat terug en kwamen ze op een stuk met aan de rechterkant een weids panorama. Een eenzame witte zwaan dobberde in een van de vele sloten die hier het grasland doorsneden. Het hele plaatje werd fraai door de zon beschenen. Recht voor zich kijkend, zag hij een eind verder de snellere lopers al aan de weide met Schotse hooglanders voorbijgaan. Of waren dat juist langzamere 10EM-deelnemers? Bruggetjes op zette hij traditiegetrouw aan teneinde geen snelheid te verliezen. Die korte versnellingen waren door de wat zwaardere spierbelasting tevens goed om de vroegtijdige verzuring tegen te gaan. Dat had een collega hem althans jaren geleden verzekerd.

Tot zijn verbazing stond er aan het einde van dit pad geen vrijwilliger om te bewaken dat alle lopers hier rechtsaf gingen. Een enkeling ging dan ook de andere kant op, maar hij vertrouwde erop dat dit zondagochtendjoggers waren en geen deelnemers aan de trimloop. De Schotse hooglanders stonden rustig en verspreid te grazen in hun wei. Hij maakte een grapje met de vrijwilliger die daar aan de zijkant stond te gebaren dat men rechtdoor moest en niet rechtsaf het bruggetje over. Hij wees afwisselend naar rechts en rechtdoor en vroeg welke kant hij nu eigenlijk op moest. Uiteraard wist hij bij deze 21e deelname drommels goed welk pad te volgen. Dat bruggetje beklimmen was later voorbehouden aan de 10EM- en halve marathonlopers als zij hun grote ronde om de Stootersplas voltooid hadden. Hij meldde de wegwijsdame dat hij daar vandaag niet zou komen.

Serieuze aandacht probeerde hij gedurende de hele rit te besteden aan zijn ademhalingstechniek. De sportarts die hem laatst aan een keuring had onderworpen, had als advies meegegeven dat hij zich alleen op het uitademen moest concentreren. 'Inademen gaat vanzelf, dus daar hoef je geen aandacht aan te besteden'. Bij het uitademen zou er bovendien de meeste zuurstof naar de spieren gaan, had hij gelezen in een artikel over een expert op dit gebied. En ook dat zou helpen de verzuring in de spieren zo lang mogelijk uit te stellen. Het was de bedoeling het uitademen langer te laten duren dan het inademen. En het liefst daarna even te 'pauzeren' voor er een nieuwe ademteug volgde. De beste manier om de uitademing te verlengen zou zijn door het tuiten van de lippen en op deze wijze tegendruk te geven aan de ademtocht. Op die manier was hij druk bezig met oefenen en dat ging voor zijn gevoel best aardig.

Een andere jongedame die hem voor de start op de baan al was opgevallen, was ook redelijk rap vertrokken. Hij wist vrij zeker dat hij deze loopster later weer zou inrekenen. Na pakweg 3,5 km kwam de vrouw inderdaad in beeld en hij zag dat hij nu redelijk snel op haar inliep. Op het pad langs de Stootersplas was het even wat drukker en toen hij net kort achter de jongedame liep, een plek die hem wel beviel, wilden enkele mountainbikers passeren. Om die reden was hij helaas direct gedwongen het meisje voorbij te gaan. Twee ganzen vloog net schuin over het pad toen hij naar het water links van hem aan het kijken was, Hij verplaatste zijn blik toch maar even omhoog om de vogels tijdens hun vlucht gade te slaan. Daarna naar rechts kijkend, zag hij de lopers die langs de vaart liepen en dus al op de terugweg waren. Een jaar of vier geleden zou hij daar ook gelopen hebben, maar dat was toen. De twee soepele vrouwen liepen steeds enkele honderden meters vóór hem, maar hij had ze gelukkig nog steeds in zijn vizier. Na de drinkpost leek het alsof ze dichterbij gekomen waren. Hij ging ervan uit dat dit het gevolg was van het nemen van een slokje dorstlessend vocht bij de ravitaillering. Korte tijd later werd de afstand tussen hen helaas weer groter. Hij had gehoopt, en verheugde zich erop, bij die drankpost opnieuw voormalig Nescioclinic-genote Eva te mogen begroeten. Maar helaas, er stonden wel drie of vier dames, echter die sympathieke dame was er vandaag niet bij.

Tot dan toe hadden ze de wind aardig in de rug, maar na het beschutte stuk rondom het 5 kmpunt liep de route terug richting de atletiekbaan en kwamen ze op een aantal parcoursdelen tegen of aan de wind te lopen. Het rennen werd daardoor uiteraard wat zwaarder, maar zijn kilometertijden bleven keurig schommelen rond de 5:45 minuten, wat hij al vanaf de start in volhardde. Een dame die hij bij de drinkpost voorbij was gelopen, kwam nu weer langs hem heen en nam een paar meter afstand. Bij het 6 kmpunt gingen zij beiden een man voorbij die hij later herkende als iemand uit zijn woonplaats. De man had zijn kinderen op dezelfde school als die waarop zijn beide dochters vroeger zaten. Meerdere andere lopers werden daarna ook ingerekend. Een kort stuk tussen de weilanden, dat pal tegen de wind in bedwongen moest worden, werd echt even aanpoten. Hij probeerde op dergelijke momenten bewust zoveel mogelijk op zijn looptechniek te letten. De knieën zo goed mogelijk optillen en de armen duidelijk naar voren en achteren mee laten zwaaien. Hij kreeg zelfs de indruk dat hij tijdens die inspanningen wat sneller vooruit kwam omdat de afstand met zijn voorgangster kleiner leek te worden. Door de toenemende vermoeidheid hield hij dit technisch meer verzorgd lopen echter niet consequent vol. En hij reikte helaas ook niet tot aan zijn voorgangster.

Het was steeds zijn intentie om te proberen de twee soepele meiden bij te sloffen, maar het gat werd eerder groter dan kleiner. Tegen de wind moeten optornen speelde daarbij geen positieve rol, zoveel moge duidelijk zijn. Hij had zich dus al verzoend met het idee ze op dezelfde afstand te kunnen blijven volgen, wat eigenlijk ook al niet wilde vlotten. Ook wist hij, TML-veteraan als hij was, dat de dames door alle nog te komen bochten in het parcours op een gegeven moment uit het zicht zouden raken. Niet ver voor de kaap van 9 km ontdekte hij dat dit moment gekomen was. Tot zijn verbazing zag hij, zoals eerder vermeld, de twee vrouwen echter niet heel ver voor hem stilstonden en elkaar omhelsden. Vervolgens gingen ze, de arm om elkaars schouder, wandelend verder. Het kon niet anders, schoot er door hem heen, of één van de twee had een plotselinge blessure opgelopen of één van beiden zat even erdoorheen. Net de bocht om, begonnen ze echter opeens weer te rennen alsof ze zojuist pas aan hun loop waren begonnen. Hij telde zijn zegeningen en was blij dat hem toch nog de gelegenheid in de schoot geworpen was om alsnog in hun slipstream te komen. Hoewel hij dat liever helemaal op eigen kracht voor elkaar gebokst zou hebben.

De dames liepen dus nog altijd even soepel en ogenschijnlijk makkelijk. De afstand tussen hen werd niet kleiner maar snel wéér wat groter, ondanks dat hij door deze hernieuwde kans langszij te komen verse energie had gevonden en extra aanzette. De derde dame, die lange tijd dicht voor hem had gelopen en de twee was voorbij gestoken tijdens hun wandel-intermezzo, werd door de soepele dames enkele honderden meters verderop nogmaals ingerekend. Hij vond het al mooi dat hij ze wederom als richtpunt kon benutten. Hij ging er in ieder geval een stukje sneller van lopen, 10,88 per uur, waar hij de kilometer ervoor nog slechts 10,29 per uur haalde. Voor de 21e keer kreeg hij bij het opkomen van de baan te horen dat er daar nog één ronde moest worden afgelegd. Op zo'n moment irriteerde hem dat wel een beetje, moe als hij was. Maar hij besefte dat de baanofficials niet aan zijn neus konden zien dat hij een veelvuldig TML-recidivist was en zij deden gewoon hun altijd enthousiaste en stinkende best.

Hij zette nog een keer extra aan en wist er zelfs een gang van 12,3 km per uur uit te persen. De vrouwelijke speaker riep om dat de soepele zusters had in hand de eindstreep over gingen. Zijn voornaamste zorg was op dat moment echter dat er niemand hem te elfder ure nog voorbij zou streven. Een paar keer achterom kijken was voldoende om hem daarvan te overtuigen. Er was op dat moment gelukkig geen enkele loper in zicht, waardoor hij geheel solo de meet kon halen. Slechts 33 tellen na de soepele samenloopsters en 21 seconden na de dame bij wie hij zo lang op het vinkentouw had gezeten. Met 58:31 als nettotijd had hij voldaan aan zijn zelf gestelde limiet voor die dag. Het vrouwelijke tweetal stond na afloop bij de kantine druk te overleggen. Pas veel later op de dag kwam bij hem het inzicht dat hij eigenlijk op dat moment naar ze toe had moeten stappen en de vraag stellen wat ze had bewogen om na 9 km ineens even stil te gaan staan om vervolgens weer vrolijk verder te rennen. Een gemiste kans, helaas.

Hoe word je hardloopfanaat? (2 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 23 februari 2017 14:45

Ook te lezen (met doorklikjes naar alle genoemde verhalen) op http://arranraja.wordpress.com/

Ergens aan het begin van de zomer van vorig jaar, was er op de televisie een interessante documentaire over marathonloper Michel Butter. Als hardloop-adept ga je daar vanzelfsprekend, al dan niet op het moment van uitzending, naar kijken. Zo tweette collegablogger Hedwig op de dag van de uitzending: 'Ik zit vanavond om 21.00 klaar!'. Toen ik dat bericht toevallig zag langskomen dacht ik ook meteen: 'dat moet ik zien!'. Direct daarna begon ik mij af te vragen: hoe het eigenlijk werkt dat je actief wordt in deze sport en er vervolgens aan verslingerd raakt of dat het zelfs een manier van leven wordt. Ik heb het antwoord op deze vraag een tijdje overdacht en ben tot de conclusie gekomen dat dit voor iedere persoon anders zijn. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Mari Durieux in de eerste (digitale) editie van ProRun magazine. Of kijk op haar blogsite terug hoe Hedwig ertoe kwam om aan beroemde marathons in binnen- en buitenland te gaan deelnemen. En zo zijn er ongetwijfeld legio persoonlijke ontwikkelingen in allerlei blogs te vinden. Ik kan alleen maar uitweiden over hoe het bij mij zover is gekomen. Door mijn eigen hardloopgeschiedenis te vertellen. Stukjes daarvan zijn al eens langsgekomen in eerdere blogs, maar ik zal nu proberen de hele historie op een rij te zetten.

Wanneer en waarom ik ooit begonnen ben met rennen, weet ik echt niet meer. Het moet wel een dikke 40 jaar geleden zijn. Mijn ouderlijk huis bevond zich op loopafstand van twee bossen, het ene aan de oostkant van de wijk en het andere aan de westzijde. Vooral in dat laatste bos (eigenlijk drie voormalige landgoederen direct naast elkaar) aan de duinkant kwam ik graag. Ik wandelde er in ongeveer 5 minuten naartoe in mijn niet hardloopspecifieke sportkloffie en ging er dan lekker kris-kras doorheen hollen. Omdat het maar een klein gebied was, kwam ik meerdere keren over dezelfde paden. Ik weet niet hoeveel ik liep of hoelang en dat interesseerde mij ook geen snars. Want ik was gewoon lekker in mijn element in dat doorgaans heerlijk stille mini-woud. Waarschijnlijk deed ik het voornamelijk om mijn conditie op peil te brengen of te houden, zodat ik bij de andere sporten die ik beoefende beter beslagen ten ijs kwam. Nee, ik schaatste niet, mijn sporten waren toen voetbal, tennis en later basketball. Toen genoot ik al van het buiten mijzelf in het zweet werken. Soms ging ik weleens buitenom of maakte ik iets grotere rondjes in de omgeving. Ik weet nog dat het mij heel wat leek om een bepaald rondje in het dorp te lopen. Als ik het nu nameet, blijkt het ongeveer 4 kilometer lang te zijn. Een afstand die ik tegenwoordig weinig wereldschokkend vind. Sterker nog, ik haal er mijn neus voor op, want ik loop zelden minder dan 10 km aan een stuk. Liever nog veel meer.

Toen ik naar de regio Amsterdam verhuisde, bleef ik joggen. Ik woonde bijna bij Abcoude in Amsterdam-Zuidoost en was geregeld te vinden in het recreatie- en natuurgebiedje dat tussen deze twee plaatsen ligt. In die periode deed ik het nog altijd rustig aan en maakte ik weinig kilometers. Een bepaald stuk heen en weer terug vond ik in die tijd al voldoende. Eveneens ongeveer 4,5 km op zijn langst. Ook toen liep ik het liefst in de rust van de 'natuur'. De Hoge Dijk grenst aan weilanden en daarin zag ik bijna altijd koeien lopen en af en toe hazen zitten of rennen. Het was eenvoudigweg heerlijk om buiten actief bezig te zijn. Zelfs mijn vrouw werd er enthousiast door en ging korte tijd meedoen. Haar fysiek bleek echter om meerdere redenen niet geschikt voor deze basale sport en zij haakte al spoedig weer af. Ik bleef lekker mijn loopjes doen maar dacht er nooit over na om er, via bijvoorbeeld een georganiseerde trimloop, eens meer werk van te maken. Ik had bijvoorbeeld geen idee dat de Geinloop in die tijd reeds bestond en hoogstwaarschijnlijk toen de stukjes asfalt waarop ik rende, al in hun parcours had opgenomen. Ik was daar toentertijd absoluut niet mee bezig.

De verhuizing naar een buurgemeente van Amsterdam bracht geen wijziging in mijn looppatroon. Ja, ik ging op een gegeven moment één bepaald rondje lopen, dat om-en-na-bij een half uur in beslag nam. Als snel werd ik nieuwsgierig naar de afstand die ik dan rende. Maar ik dacht dat je een fietscomputertje nodig had om het traject op te meten, en zo'n apparaatje bezat ik niet. Totdat een directe werkcollega mij attendeerde op het bestaan van Afstandmeten.nl. Er ging een wereld voor mij open. Wat uiteindelijk volgde heb ik uitgebreid beschreven in 'Registreren van looptijden werkt ook verslavend'. Misschien dat in die titel al een deel van het antwoord zit opgesloten op de vraag die ik in dit epistel stel. Het bewuste rondje bleek ongeveer (jawel!) 4,5 km te zijn en al duurde het nog een poosje, ik ging het uitbreiden. Groot was dan ook mijn trots toen ik eens 45 minuten achter elkaar had gehold en daarmee een kleine 7 km had afgelegd. Ik vond dat in die tijd al een hele afstand! Ergens in die periode, won mijn jongste dochter bij een bingo op haar turnvereniging een stopwatch. Omdat zij daar als klein meisje niets aan had, ben ik het apparaatje maar gaan gebruiken bij het hardlopen. De hele tijd met zo'n ding in je hand lopen is echter ook niet prettig en daarom heb ik op een gegeven moment een goedkoop stopwatch-horloge aangeschaft.

In die periode had ik meerdere hardlopende collega's. Van allen heb ik nuttige informatie gekregen, deden zij iets waar ik mijn voordeel kon doen of hadden zij een hulpmiddel dat ik ook kon gebruiken. Ik weet nog goed dat een collega vertelde over haar deelname aan de Dam tot Damloop. Ik was ervan overtuigd dat de afstand die je bij die loop moest afleggen voor mij een aantal bruggen te ver was. Misschien dat ik op dat moment wel al eens de 10 km had volgemaakt, maar 16,1 hele kilometers leken mij toch echt veel te gortig. Waarschijnlijk weer enige tijd later (vraag mij niet hoeveel, ook die tijdspanne is verdwenen in de mist van het verleden) had ik het plan opgevat om ooit eenmaal een bepaald traject te lopen. Die route mat ongeveer 12,5 km. Een keer die grote ronde verhapstukken leek mij toen al een flinke prestatie.Met de kennis en kunde van nu kan ik daar smakelijk om lachen. Het volbrengen van dat traject bleek uiteindelijk een peulenschil en de peultjes smaakten daarna alleen maar naar meer. In mijn laatste verhaal over de Dam tot Damloop heb ik uit de doeken gedaan hoe ik ertoe kwam om als eerste georganiseerde loop ooit toch die onmogelijke afstand van 16,1 km te kiezen. Lees 'En dat is zeven' er nog maar eens op na.

We schrijven inmiddels 2010 als die DtD om de hoek komt kijken en ik was nog steeds geen fullprof maar een jogger die het nog altijd deed om de conditie enigszins in het gareel te houden. Basketball was immers toen mijn hoofdmoot op actief sportief gebied. In april 2011 eindigde deze prioriteit vrij abrupt. Omdat ik er om heel veel redenen absoluut geen lol meer in had en plotsklaps tot het besef kwam dat kappen de beste oplossing was. Een van de redenen daarvoor, was het verplichte karakter van plaats, tijd en de personen met wie je moest samenspelen. Een meer dan logische vervanger of opvolger was hardlopen. Je bent hierbij tenslotte niet afhankelijk van anderen en je gaat op een moment dat het jou uitkomt. Eind juni 2011 kocht ik mijn eerste gps-horloge, de Garmin Forerunner 205. Hiertoe geïnspireerd door weer een andere collega die zelf de 305 gebruikte en daar zeer over te spreken was. Bij mijn tweede trimloop, de DtD van dat jaar was ik dus al een beetje professioneler toegerust. Een maand later nam ik voor het eerst deel aan een andere georganiseerde loop, de Middenmeerloop bij mij om de hoek.

Van 2 lopen in 2011 ging ik vervolgens voorzichtig uitbreiden naar 6 het jaar daarop, 9 in 2013, 12 in 2014 en als hoogste aantal 14 in 2015. Na een kleine dip vorig jaar, heb ik nu snode plannen om dit jaar op 16 trimlopen uit te komen. En ik ging bloggen op Looptijden.nl, waar ik in dat eerste jaar meteen maar liefst 14 verhalen publiceerde. Al vrij snel kreeg ik leuke tot zeer positieve reacties op mijn schrijfsels en dat stimuleerde mij alleen maar tot een nog grotere productie. Eind 2014 vond ik de tijd gekomen om een eigen blogsite te beginnen, ook al bleef ik daarnaast mijn verhalen op Looptijden.nl plaatsen. Inmiddels ben ik de trotse auteur van ruim 100 online blogposts. Ik ontdekte tevens dat de hardloopgemeenschap een heel prettige en sociale is. En dat, heel anders dan bij vele teamsporten, ieders kwaliteiten geprezen en gewaardeerd worden. Een loper die 10 minuten sneller is dan een ander op een bepaalde afstand voelt zich helemaal niet verheven boven die langzamere collegaloper. Het was heerlijk om dat te ontdekken. Bij deze sport is iedereen die de eindstreep haalt altijd een winnaar!

Mijn afstanden en mijn verhalen werden alleen maar langer en het plezier in beide bezigheden nam daarmee evenredig toe. Stukje bij beetje begon ik, die altijd al een actief en passief sport-enthousiast ben geweest, hardloopfanaat te worden. Daarbij kwam ook de regelmatige aanschaf van kleding, schoenen (als het kan ieder jaar één paar) en ander toebehoren. Pluis daarover mijn verhalen als 'In de wolken', 'De kosten van hardlopen' en 'Gewoon kwaliteit voor de laagste prijs' nog maar eens na. Met de renkleding die ik bezit, zou ik een flinke kledingkast tot de rand toe kunnen vullen. Mijn schoenenverzameling is ook aanzienlijk. Hardlopen ging horen tot mijn wekelijkse vaste bezigheden en erover schrijven en lezen hoorde daar als vanzelfsprekend bij. Ik ging fysieke en digitale boeken over deze sport aanschaffen en volgde met nog meer aandacht (want ik was mijn hele leven al gewend veel naar sport te kijken) de atletiekwedstrijden op de televisie. Als er een marathon rechtstreeks op tv wordt uitgezonden, zit ik voor de buis. En praten over mijn favoriete bezigheid met collega's en (loop-)vrienden nam hand-over-hand toe.

Sluipenderwijs werd hardlopen voor mij de gewoonste zaak van de wereld. Bijna een manier van leven. Verhalen en informatie erover zoeken en lezen op internet, via blogsites, algemene hardloopsites en in nieuwsbrieven, is voor mij dagelijkse kost geworden. Periodiek koop ik papieren rentijdschriften of neem ik een kortlopend abonnement. Ook als ik net een nieuw paar schoenen heb aangeschaft, kijk ik op internet alweer naar eventuele aanbiedingen en bezin ik mij direct op een nieuwe aankoop. En het verveelt mij nooit-ofte-nimmer. Het lopen niet, het erover schrijven of lezen niet, het ernaar kijken in het echt of op tv niet. Wat denk je van het kopen van allerlei toebehoren! Het alweer derde gps-horloge van Garmin zit twee keer per week om mijn pols en ik bekijk steevast de Lidl-folder op hardloopspullen. Ik beleef alleen maar plezier aan deze bezigheden. En ook al heb ik net zelf dezelfde ochtend of de vorige dag een flink aantal kilometers verhapstukt. Als ik een andere loper of loopster in actie zie, wil ik direct ook weer op pad (geniet nog eens van mijn gedicht 'Verslaafd?' ). 'Geen zin hebben' komt in mijn woordenboek niet voor en alleen fysieke ongesteldheid of slechte weersomstandigheden zorgen er af en toe voor dat ik een gelegenheid om te rennen moet overslaan.

Goed-gekeurd (4 reacties)

Gepost door Arranraja op woensdag 15 februari 2017 19:17

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Al jaren riep mijn vrouw dat ik mij maar eens moest laten keuren. Zij vroeg zich af of het rennen van al die lange afstanden op mijn leeftijd nog wel verantwoord was. De laatste en zeer waarschijnlijk enige keer dat ik ooit een sportkeuring heb ondergaan was in 1979. Het jaar waarin ik begon met basketballen bij een vereniging. In die tijd was het, althans bij deze tak van sport, nog verplicht om je te laten keuren vóór je competitie mocht gaan spelen. Ik ben toen gekeurd door de clubarts van de vereniging waar ik mij bij aansloot. Deze man was volgens mij ooit ook bondsarts van de Nederlandse Basketball Bond en daarnaast huisarts. In die laatste hoedanigheid is hij nog steeds de geneesheer van Mister Basketball, Mart Smeets, maar dat geheel terzijde. Mocht ik na die keuring van nu inmiddels ruim 37 jaar geleden ooit nog eens zo'n onderzoek hebben ondergaan, dan is mij dat nu volledig ontschoten.

Ik liep hier dus al tijden over te denken en had inmiddels mijn licht erover op internet opgestoken. Een beetje sportkeuring is echter tegenwoordig (maar wat niet eigenlijk?) een prijzige aangelegenheid en van mijn zorgverzekeraar hoefde ik, volgens de vergoedingsoverzichten die ik inkeek, niet veel financiële tegemoetkoming te verwachten. Ik was zelf toch wel nieuwsgierig hoe ik er fysiek voorstond, temeer omdat de snelheid er de laatste anderhalf jaar enigermate uitgegaan is. En mijn hartslagmeter liet met name tijdens het warmwandelen en de eerste kilometer rennen soms heel rare hoge pieken zien. Ik wilde de lichte ongerustheid die deze feiten bij mij veroorzaakte, graag wegnemen. Om tenminste één goed voornemen voor het nieuwe jaar waar te maken, heb ik daarom de telefoon gepakt en een afspraak gemaakt bij Jessica Gal Sportartsen, die zeer toepasselijk gevestigd zijn op steenworp afstand van het Olympisch Stadion in Amsterdam.

Op een dinsdag in januari vervoegde ik mij op de aangegeven locatie en werd allervriendelijkst verwelkomd door de dienstdoende assistente. Zij was ook degene die mijn bloed prikte, mijn lengte mat en mijn gewicht bepaalde. Dit laatste ging in mijn optiek niet helemaal goed, want ik moest volledig gekleed op een aanvankelijk weigerachtige weegschaal gaan staan. Van het gemeten totaal werd slechts 1 kilogram afgetrokken voor mijn kleding en alles wat ik verder aan sleutels, geld en mobiele communicatieapparatuur in mijn zakken had. Zodoende werd mijn gewicht van dat moment op 2 kg hoger vastgesteld dan ik een ochtend eerder zelf thuis, gekleed in niets anders dan een onderbroek en sokken, had geregistreerd. Later bleek mijn vetpercentage wat aan de hoge kant en kreeg ik het advies om enkele kilo's te gaan afvallen. Met dat advies kon ik wel instemmen.

Korte tijd later nam de echte keuring een aanvang. Behandelend sportarts Sandra bleek hiervoor bij de Nederlandse Basketballbond gewerkt te hebben. Daarmee was voor mij de cirkel rond en had ik alle vertrouwen om in goede handen terecht te zijn gekomen. Allereerst werd de door mij van te voren ingevulde, uitgebreide vragenlijst grondig doorgenomen en stelde Sandra veel aanvullende vragen. Over mijn eigen ziekte- en blessuregeschiedenis, familiekwalen, medicijngebruik, lichamelijke klachten en noem maar op. Uit het bloedonderzoek was inmiddels duidelijk dat alle waarden voor cholesterol, hemoglobine en glucose bij mij goed zijn. Omdat ik gekozen had voor een 'sportmedisch onderzoek hardlopen plus', werd vervolgens mijn hele bewegingsapparaat nagelopen. Een flink orthopedisch onderzoek derhalve. Armen, schouders, nek, benen, knieën, voeten, je kan het zo gek niet bedenken of de werking ervan werd gecontroleerd. Menig keer moest ik een hand of arm wegduwen of juist kracht zetten om het wegduwen van mijn hand of arm te verhinderen.

Ik mocht gaan liggen en er werd een ECG (hartfilmpje) in rust gemaakt. Daarna kwam het moment om de renschoenen, die ik eerder moest uittrekken vanwege het preventieve blessureonderzoek, weer onder te binden. Mijn bovenlichaam werd nog verder beplakt met stickers waaraan draden bevestigd werden. Ik kreeg een soort gasmasker op ten behoeve van de ademgas-analyse, waarin ik eerst een keer heel hard en krachtig moest blazen. Iets wat mij niet direct lukte, maar de tweede of derde poging was wel succesvol. Tenslotte kreeg ik een tuigje om mijn borst en schouders, dat mij zou moeten opvangen in het geval ik van de loopband ging kukelen. Tijd voor het 'echte' werk op de loopband dus. Ik kreeg uitleg over waar ik op moest letten, wat de ideale plek op de band was en hij werd gestart met een snelheid van 8 km per uur. Omdat ik het moment ervoor nog stilstond, had ik ineens het gevoel dat ik de benen uit mijn lijf moest rennen. Het viel om die reden in het begin zwaar tegen maar gelukkig vond ik na een paar minuten mijn draai. Ik had maar ooit een paar keer eerder op zo'n band gerend en het is absoluut niet mijn favoriete bezigheid. Als je echter zag wat voor een batterij aan apparatuur en naast de loopband stond, kun je je voorstellen dat de te verrichten metingen niet buiten met mobiele apparaten gedaan kunnen worden.

Per twee minuten werd de snelheid met 0,5 km per uur verhoogd. Vanwege het ademgasmasker moest ik niet of zo min mogelijk praten, maar door middel van handopsteken wel aangeven als ik niet (sneller) meer kon of wilde stoppen. Het lopen op een band is toch heel anders dan buiten op de weg, maar het ging allengs beter en het tempo liep op en op. Eerst was ik van plan bij 12 per uur de handdoek in de ring te gooien. Het ging echter zo voorspoedig dat ik er 13 van maakte. Achteraf gezien had ik wellicht nog wel 1 of 2 tandjes kunnen laten bijzetten, maar ik vond het na iets van 12,5 minuten die band bijhouden, wel mooi geweest. Omdat ik erg druk bezig was met het bijhouden van die band, had ik geen tijd mijn ademhaling te regelen zoals ik dat normaal gesproken doe. Namelijk inademen door mijn neus en vervolgens proberen langer uit te ademen door mijn mond. Een dergelijk masker op je gezicht is ook niet echt prettig. Ik kreeg gelukkig wel voldoende lucht om minutenlang snelheden vol te houden die behoorlijk hoger liggen dan ik de laatste tijd gewend ben.

Nadat ik had gemeld te willen stoppen, werd de snelheid van de band teruggedraaid naar 5 km per uur. Een paar minuten kon ik derhalve uitwandelen. Toen de band stopte en ik eraf stapte kreeg ik een kleine duizeling. Uit het verleden weet ik dat ik hier snel last van heb bij loopbanden. Er stond een beker water voor mij klaar en ik ging zittend en daarna staand bijkomen. Toen ik zover gerecupereerd was, liep Sandra op meerdere computerschermen zien wat er allemaal geregistreerd was tijdens mijn loopband-avontuur. Dat was nogal wat en ik kan al die deelschermen niet meer in mijn herinnering terughalen. Het belangrijkste was dat alle metingen met betrekking tot hart, longen en zuurstofgebruik goed waren. Uit één grafiek bleek echter duidelijk dat mijn ademhalingstechniek tijdens het lopen niet echt optimaal is. Het ademgasmasker zal daar ongetwijfeld zijn invloed op uitgeoefend hebben. Ik kreeg direct het advies om werk te gaan maken van de verbetering van dit belangrijke onderdeel. Ook had de arts waargenomen dat ik tijdens het lopen iets voorover hang en daarbij mij romp in die stand vastzet. Een tweede belangrijk aandachtspunt om ter hand te nemen. Een derde is het verhogen van mijn rompstabiliteit. Een verbetering daarvan zou tevens gunstig effecten moeten hebben voor mijn voorste kniepezen, die de laatste tijd enigszins opspelen.

Waar ik heel blij mee ben, is dat mijn hart gewoon prima functioneert tijdens de inspanning en dat als hoogste frequentie 171 slagen per minuut gemeten is. Dat is een stuk lager dan de waardes die mijn gps-horloges zo nu en dan vastleggen. Ook op dit onderdeel Geen Precies Systeem dus. Mijn VO2max is 46 ml/kg/min. Dat is voor een man van mijn leeftijd uitstekend en voor een geoefende sportman van mijn leeftijdscategorie goed tot zeer goed. Alle gegevens en alle adviezen zouden door de sportarts worden vastgelegd in een uitgebreid rapport dat ik een paar dagen later zou ontvangen. Na Sandra en haar enthousiaste en vriendelijke stagiair bedankt te hebben, ging ik douchen, omkleden en als een blije hardloper naar huis.

De volgende dag al ontving ik een mail van de praktijkassistente met daarbij als aanhangsels het 7 pagina's lange rapport, een 5-tal pdf-bestanden met allerlei oefeningen en een Excel-document met daarin mijn persoonlijke hartslagzones, omslagpunten en loopsnelheden. Ik weet nu dus dat mijn lichaam de regelmatige inspanningen nog prima aankan, ik heb een aantal belangrijke cijfers en meetpunten vernomen en ik weet waaraan ik extra aandacht zou moeten besteden om de geconstateerde 'manco's' te verbeteren. De oefenstof heeft betrekking op rompstabiliteit, versterkende oefeningen voor de bovenbeenspieren, dito oefeningen voor de bilspieren, rekoefeningen voor de bovenbeenspieren en voor boven- en onderbenen. Met alle verkregen adviezen en informatie ben ik, als fanatiek hardloper erg blij. Het feit dat achteraf bleek dat mijn zorgverzekeraar toch bereid was om een derde deel van de gemaakte kosten te vergoeden, droeg alleen maar extra bij aan mijn feestvreugde. Ik kan iedereen dan ook van harte aanbevelen om een dergelijk preventief onderzoek te ondergaan. Het kost een paar centen, maar die investering is het naar mijn mening zeker waard.

Jubileum met Jan (en Marijke) (5 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 11 februari 2017 19:35

Ook te lezen (met foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

De ochtend van mijn 20ste Twiskemolenloop was het redelijk mistig. Op het moment van afreizen naar Landsmeer, was de witte waas nog wat dichter geworden. Bij wijze van ironische grap had ik in de auto een paar cd's van de groep Bløf meegenomen met op één daarvan het nummer 'Helder'. Ik was mentaal al helemaal voorbereid om in een onder een witte deken verborgen Twiske te gaan rennen. Dat zou in mijn beleving voor het eerst ooit zijn. Wie schetst mijn verbazing dat ik in het centrum van Landsmeer plotsklaps en korte tijd een heel flauw zonnetje zag schijnen! Van mist was er hier in ieder geval geen enkel spoor te vinden. Dan was het om die reden goed uitgekomen dat het genoemde Bløf-lied helemaal als laatste op de cd stond die ik aan het beluisteren was. Ik had mijn bestemming allang bereikt vóór 'Alles is zo helder, alles is zo licht....' in mijn auto zou gaan klinken.

Vanwege die witte deken was ik er tevens van overtuigd dat de opkomst bij de vierde editie van het huidige TML-seizoen aan de lage kant zou zijn. Niets bleek minder waar. De parkeerplaats bij de ingang van het sportpark stond al behoorlijk vol met auto's en het brede pad naar de atletiekbaan was bezaaid met lopers die zich naar de start spoedden. Ik hoorde aan de conversatie van een paar van hen dat zij voor de eerste keer gingen deelnemen. Want zij wisten niet waar zij zich moesten vervoegen om zich dan wel alsnog in te schrijven of hun startnummer af te halen. Bij het seizoenkaartenhoudersloket trof ik vriend en collegablogger Jan Bakker. Ruim van te voren had ik hem via Looptijden.nl al gepolst over de te lopen afstand. Hij dacht net als ik aan de 16,1 km. Ik was dan ook enigszins verbouwereerd toen hij vroeg of ik ook de 10 ging doen. Gelukkig bedoelde hij de 10 Engelse Mijlen, het veelgebruikte synoniem voor de 16,1 km. Dus konden wij samen die kilometers gaan verhapstukken, zoals ik al die tijd al in mijn hoofd had gehad.

Na ieder apart onze voorbereiding afgewerkt te hebben, troffen wij elkaar weer bij de start. Het viel direct op hoe druk het was op-en om de baan en ook het aantal lopers dat zich, net als wij, opmaakte voor de start van deze op-een-na-langste afstand, leek groter dan doorgaans. Op de TML-website viel die middag dan ook het volgende te lezen: 'Er leek geen einde te komen aan het aantal lopers dat voorbij kwam nadat het startschot was gegeven. Met 721 lopers aan de start werd een record verbroken". Op mijn vraag wat zijn plannen waren, gaf Jan aan er een rustige loop van te willen maken. In mijn beleving ging hij echter best rap van start en ik moest direct mijn beste beentje voor zetten. Was het een paar jaar geleden nog zo dat mijn basistempo een stukje hoger lag dan dat van mijn metgezel, inmiddels leken de rollen op dat punt dus omgedraaid.

Tijdens het verplichte rondje op de baan gingen wij Marijke al voorbij. Naar mijn idee opvallend genoeg. Nauwelijks een kilometer onderweg, op het Luyendijkje dat naar het eigenlijke Twiske leidt, hoorden wij achter ons een persoon die wel zeer duidelijk hoorbaar en op een aparte manier uitademde. Dat bleek dezelfde Marijke te zijn. Zij is een veteraanloopster van AV '23 uit Amsterdam, die ik veelvuldig bij de door mij gefrequenteerde trimlopen in en om de hoofdstad tegenkom. De vrouw ging ons al spoedig voorbij en Jan vroeg in het langsgaan of het goed met haar ging. Iets dat zij bevestigend beantwoordde. Wij liepen die eerste 2 km onder de 5:30 minuten en derhalve boven de 11 per uur. Een snelheid die ik al lange tijd niet meer over meerdere kilometers aan een stuk had gehaald. Aanpoten voor mij om die reden, en Jan had er echt zin in dus ging hij veelal voorop. De kilometers gleden aan ons voorbij, evenals de bruggetjes, de zeven Schotse hooglanders in hun traditionele wei en het strakke wateroppervlak van de Stootersplas. Langs het pad daar aan de oostkant van dit grootste Twiskewater zag ik ineens een geparkeerd brommertje voorzien van een groot beugelslot. Dat voertuig deed mij denken aan de EHBO-er die ik bij een eerdere editie al eens had beschreven. Een stukje verderop verplaatste de man zich zomaar te voet in dezelfde richting die wij lopers volgden.

Bij de drinkpost kort voor het 5 km-punt mocht ik vrijwilligster Eva weer begroeten. Erg leuk om te zien dat een sympathieke loopster die ik ken uit Amsterdam (meer specifiek de Nescioclinic van 2012), hier tegenwoordig hand- en spandiensten verleent. Marijke liep intussen een eindje voor ons, maar nooit was zij uit het zicht. Jan, die geen gps-horloge droeg, vroeg af en toe bij een km-markering naar de totale tijd die wij inmiddels hadden gespendeerd aan de aangegeven afstand. Ik droeg voor het eerst tijdens een georganiseerde loop mijn nieuwe Garmin Forerunner 235 en ik kon aan hem laten zien wat de voordelen ten opzichte mijn twee oudere modellen zijn. Dan doel ik vooral op de veel groter weergegeven cijfers, die voor mij stukken beter leesbaar zijn dan die van de Garmin Forerunner 205 en de dito 310XT. Ik moest steeds goed mijn best blijven doen om in zijn spoor te blijven en liet zo nu en dan een klein gaatje vallen. Om dat vervolgens met wat extra inspanning weer dicht te lopen. Nadat wij een paar km-tijden meer richting de 6 minuten hadden gerealiseerd, ging het daarna weer 10 tot 15 seconden sneller per 1000 meter. Jan bleef doorstampen en ik 'beschuldigde' hem er openlijk van dat hij Marijke wilde gaan terughalen. Een gegeven dat hij met klem ontkende, gezien zijn antwoord: 'laat die maar lekker lopen'. Het was wel zwaar bewolkt en vrij vochtig, maar er stond niet veel wind. Behoorlijk ideale loopomstandigheden derhalve. Op het bijna noordelijkste punt van de route, na net 7 km, keek ik naar links en zag ik een prachtig, zilverachtig licht over de lange smalle uitloper van de Stootersplas vallen. Er was net een piepklein pseudo-gaatje in de bewolking die deze lichtinval mogelijk maakte. Ik kon daar echt even van genieten. Op Jan maakte dit schouwspel echter weinig indruk, getuige zijn vrij lauwe reactie toen ik hem erop attent maakte. Dat is uiteraard ook heel persoonlijk.

Op het lange stuk aan de noordwestzijde liepen wij een duo voorbij, wat een korte en vriendelijke conversatie tussen ons vieren opleverde. De afstand naar Marijke werd intussen allengs korter en ik moest eraan denken dat ik op die plek de vorige keer even contact had met een andere veteraan uit het Amsterdamse loopcircuit. Een man die last heeft van het Syndroom of de Ziekte van Raynaud, wat hem eeuwig koude handen oplevert. toevallig, net als Marijke, iemand die zijn wortels heeft in wat men vroeger 'de West' pleegde te noemen. Bij het bereiken van de 'bosrand' na ruim 9 km, kwamen wij binnen gehoorsafstand van Marijke. Haar extroverte manier van adem uitblazen was weer duidelijk hoorbaar. Jan zette opnieuw even aan en ging langs haar heen. Hij begon wederom een verhaal over de geluiden die zij produceerde. Ik weet niet of Marijke daar heel vrolijk van werd, want zij reageerde redelijk uitgesproken. Wel eindigde zij haar woorden met 'I love you' of iets in die trant. Jan ging nu ineens over op het hazen van onze vrouwelijke metgezel en ik kon even niet meer volgen. Er viel een klein gaatje, een situatie waar ik vrede mee had. Het lukte mij echter wel om op het vinkentouw te blijven zitten en nog voor wij de 10 km bereikt hadden, zag ik Jan naar links uitwijken en inhouden. Blijkbaar had hij genoeg van het geluid van de dame achter hem en/ of miste hij mijn gezelschap. Dat laatste kan ik mij uiteraard levendig voorstellen.

Zo liepen wij gezamenlijk richting de volgende drinkpost. Marijke hield daar halt om haar inwendige mens te verfrissen, Jan griste in het voorbijgaan een bekertje vocht mee en ik liep zoals gebruikelijk stoïcijns verder. Om even daarna voor de tweede keer mijn dubbelwandige fles gevuld met zoete sportdrank te voorschijn te halen en een paar flinke slokken te nemen. Dit was dé gelegenheid om de luid vocaliserende dame definitief achter ons te laten. Dat klinkt wellicht enigszins onaardig c.q. niet-sympathiek, maar Jan en ik zijn, tenslotte beiden van mannelijke kunne, blijkbaar een beetje autistisch. Een veel geluid producerende loper of loopster in de directe nabijheid gaat bij ons beiden al snel op de zenuwen werken. En wij lopen juist hard om enigermate te kunnen ontspannen, niet om verder in de stress te geraken. Het werd om die reden nu zelfs onze voornaamste drijfveer om Marijke voor te blijven. Toen wij na afloop even met elkaar in gesprek raakten, sprak zij ons er terecht op aan dat wij niet op haar gewacht hadden. Iets wat haar weer ertoe gedreven had om te pogen ons andermaal te achterhalen. Of dat haar gelukt is, komt later nog aan bod. Vanaf deze plek wil ik in ieder geval aan haar mijn welgemeende excuses aanbieden voor ons weinig galante optreden van die ochtend. Gelukkig was zij niet echt boos en hebben wij korte tijd gezellig staan kletsen over onze favoriete sport.

Na een kilometer of 12 kwam de klad er een beetje in te zitten bij Jan en in mindere mate mij. Jan moest duidelijk een tandje terugschakelen en ik nam de koppositie nu veelvuldig over. Ik had zelfs het gevoel dat ik geregeld moest inhouden en omkijken of Jan nog kon volgen. De voornaamste stok achter de deur waarover ik beschikte was de herhaalde mededeling dat Marijke steeds naderbij kwam. Onze kilometertijden liepen op naar waarden net binnen de 6 minuten en bij nummer 14 zaten wij er zelfs 6 tellen overheen. Gelukkig was dit de enige 1000 meter waarop ons dat misfortuin overkwam. Op het laatste, bijna rechte eind het Twiske weer uit zag ik in de verte de romp van de onthoofde Twiskemolen. En ik had het idee dat de relatief brede asfaltweg ter rechterzijde, waarover auto's het recreatiegebied in-en-uit gaan, ons direct naar dat bouwwerk zou brengen. Wij dienden echter een smaller pad te belopen, waar ongeveer halverwege 'huisfotograaf' Jan Horstman met zijn fototoestel deze keer op de grond, in de aanslag klaarstond om ons lopers op de gevoelige plaat vast te leggen. Ik maakte Jan erop attent dat hij zijn beste gezichtsuitdrukking klaar moest hebben, teneinde zo voordelig mogelijk vereeuwigd te worden. Aan de foto's te zien, ben ik dat zelf een beetje vergeten te doen. Kijk zelf maar naar de afbeeldingen op mijn eigen blogsite.

De laatste kilometer en een beetje is voor alle lopers telkens weer een op de eerdere schreden terugkeren. Over het Luyendijkje met dat korte, maar nu best wel lastig hoge bruggetje als laatste echte hindernis. Dan linksaf langs de huizenrij over het uiteinde van het sportpark terug naar de baan. Waar de commissarissen steevast roepen dat er nog één (bijna volledige) ronde over het gravel gemaakt dient te worden. Ik spoorde Jan nog maar een ultieme keer aan met de mededeling dat Marijke ons nu echt dicht op de hielen zat. Het verbaasde en verraste mij dat Jan in de laatste bocht toch nog de macht bleek te bezitten om aan te zetten voor een behoorlijke eindsprint. Hij ging er ineens vandoor. Zowaar lukte het mij om ruim op tijd weer naast hem te komen en na het uitwisselen van een hoge vijf gingen wij gelijktijdig over de eindstreep. Uiteindelijk hadden wij een voorsprong van slechts 15 seconden op Marijke overgehouden. Maar wij hebben haar van ons lijf weten te houden. Tijdens de gezamenlijke conversatie na afloop gaf zij aan om een volgende keer revanche te zullen nemen en ons eruit te zullen lopen. Dus wij zijn gewaarschuwd. Overigens hadden wij er, volgens mijn gps-horloge, op die laatste 300 meters een snelheid van 11,97 km per uur uit weten te persen. Terwijl wij de kilometer daarvoor nog slechts 10,17 per uur konden registreren. Goed gedaan van deze oude jongens dus.

Vooraf kwam Jan met de mededeling dat er nu (naar hij dacht eenmalig) tegen betaling medailles beschikbaar waren. Ik moest toegeven dat ik zelden of nooit contant geld bij mij had tijdens het lopen. En zo ook nu niet. Maar dat was geen probleem, Jan zou er een voor mij kopen en ik kreeg hem zowaar cadeau. Nogmaals heel veel dank daarvoor, Jan!! Een erg leuk presentje ter gelegenheid van mijn jubileum bij deze veruit favoriete trimloop. Ik meende mij te herinneren dat ik bij de vorige TML-editie een paar minuten langer over dezelfde afstand had gedaan. Dus was 1:33:43 uur netto tijd een prima prestatie. Mijn geheugen liet mij daar wel wat in de steek want in december vorig jaar bleek ik er slechts 17 tellen langer over gedaan te hebben. Een kniesoor echter die daar op let. Gewoontegetrouw ging ik huiswaarts als een tevreden lopersmens.

Deze geslaagde jubileumloop kreeg echter helaas een onverwacht en ook onwelkom staartje in de vorm van een aan het einde van de middag opkomende keelpijn. Deze is inmiddels uitgegroeid tot een heuse verkoudheid, annex zeer lichte griep die mij in de lappenmand heeft doen belanden. Had ik de week voorafgaand aan deze TML nog bewust mijn woensdagtraining laten schieten om wat extra rust te pakken, de training erop volgend moest ik eenvoudigweg wel schrappen vanwege mijn lichamelijke gesteldheid. En het is zeer de vraag of ik de reeds bedachte titel voor mijn volgende wedstrijdverslag ('21 tijdens de 21ste' ) zal kunnen gebruiken. Want ik weet niet hoe lang het zal duren voor ik het weer op een lopen kan zetten, teneinde mij voor te bereiden op die gedroomde volgende halve marathon. Die ik in ieder geval zonder Jan en zonder andere Looptijdenvriend Peter zal moeten afleggen, als het al zover komt. Misschien zal ik mij, net als Jan, moeten beperken tot een 'snelle 5 km'. Dan hoeven de vrijwilligers die na afloop van de laatste TML-editie van deze reeks de verdiende herinneringsshirts uitreiken, in ieder geval niet te wachten tot ik ook eens een keer zover ben dat ik dat kleinood kom afhalen. De tijd zal het leren.

2016 in vogelvlucht (4 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 1 januari 2017 19:54

Ook te lezen (met Youtube-filmpje) op http://arranraja.wordpress.com/

De vogelsoort die ik het afgelopen jaar het meeste ben tegengekomen tijdens mijn loopjes zal ongetwijfeld de kraai zijn. Hoewel er mooie modellen tussen vliegen, ben ik niet zo'n liefhebber van deze krasgeluiden producerende zwartrok. Vooral niet sinds er een paar jaar geleden een met zijn poten mijn hoofd probeerde te bekrassen, toen ik naar zijn idee te dicht bij zijn nest in de buurt liep. Gelukkig heb ik ook menig keer mijn favoriete vogel, de majestueuze buizerd, mogen gadeslaan, al dan niet achtervolgd door een of meerdere kraaien. Eén keer zweefde deze indrukwekkende roofvogel zelfs korte tijd vlak boven mij. Verder zag ik het afgelopen jaar opnieuw veel ganzen en zwanen. Maar tevens aalscholvers, eenden, reigers, meerkoeten en een enkel waterhoentje. Daarnaast vele kleine en grotere zangvogels, eksters en een enkele vlaamse gaai. Je kunt dus niet zeggen dat ik in 2016 niet naar vogels heb gekeken. Zeer onlangs mocht ik een prachtige mannetjesfazant van dichtbij aanschouwen. Konijnen, schapen en koeien (waaronder schotse hooglanders) waren uiteraard weer veelvuldig van de partij. En af en toe een paard, al dan niet met berijder. Het meest bijzondere dier dat ik het afgelopen jaar al rennende tegenkwam was een witte wezel of hermelijn. Gelukkig heb ik van de honden die ik ontmoette nauwelijks last gehad.

Die andere diersoort, de hardloper, zag ik eveneens bij bosjes, vooral bij mijn zevende Dam tot Damloop in successie. En in mindere mate bij de Zandvoort Circuitrun, waarop ik dit jaar dankzij mij toenmalige werkgever mocht debuteren. In totaal deed ik mee aan 11 georganiseerde trimlopen. Nieuw was dus als enige ren de Zandvoort Circuitrun, waardoor ik voor het eerst ooit op het strand heb gerend. Nou ja rennen, wat was die bijna 2,5 km door het mulle zand en langs de vloedlijn zwaar! De AV '23-lopen waren dit jaar voor mij niet weggelegd. De Nescioloop heb ik bewust overgeslagen i.v.m. een gebrek aan conditie. De Middenmeerloop viel samen met deTwiskemolenloop, eind oktober en dolf daardoor het onderspit. De 40ste editie van de Geinloop ging helaas niet door. Daarmee gingen er, met de Nescioloop, twee trimlopen uit mijn persoonlijke top 5 aan mijn neus voorbij. In Naarden heb ik mij in mei gelukkig kunnen 'revancheren' voor de uitval wegens een plotselinge spierblessure het jaar ervoor. Deze Wallenloop was tevens mijn snelste loop van het jaar met 10,83 km per uur. Een van de absolute hoogtepunten was de Vechtloop, die ik samen met hardloopvriend en collegablogger Peter de Haan mocht verhapstukken. Hierover later meer. De september-editie van de Twiskemolenloop werkte ik samen met Jan Bakker af. Met deze hardloopcompaan en medeblogger ging ik eendrachtig van start tot finish. Geheel tot wederzijds genoegen trouwens.

Over 2016 heb ik heel weinig sportieve hoogtepunten te melden. De halve marathon in Het Twiske, die ik na 2 jaar vertraging eindelijk op mijn conduitestaat kon bijschrijven, is er echter duidelijk wel een. Dit was meteen mijn langste afstand van het jaar. Slechts 10 keer heb ik 16 km of meer km gelopen, waaronder 3 trimlopen. In totaal heb ik 74 keer gerend, precies 975 km. Daarmee heb ik dus helaas net geen 1000 km gehaald. Gemiddeld liep ik 13,14 km per keer, bij 9.96 km per uur en 6:01 minuten per km. Ik ben dit jaar dus langzamer geworden dan voorheen, omdat ik voor het eerst niet meer boven de 10 per uur gemiddeld uitkom. Ook heb ik geen pr's verbeterd en mijn snelste ren was helemaal aan het begin van het jaar in januari, toen ik nog eens 10,87 km per uur gemiddeld haalde. Sportief gezien daarom geen topjaar, maar wat maakt dat uit!

Wel heb ik in 2016 een aantal mijlpalen bereikt. Zo heb ik sinds ik het in 2010 systematisch ging registreren, nu 5000 kilometers gelopen, waarvan ik 1000 km op mijn inmiddels al redelijk bejaarde Cumulus 14 heb afgelegd. De Wallenloop-editie van dit jaar was mijn 50ste georganiseerde loop en eind oktober publiceerde ik mijn 100ste blog op Looptijden.nl en op mijn eigen blogsite. Die blogsite was korte tijd later eindelijk helemaal ingericht zoals ik mij bij het online brengen ervan had voorgenomen. Dit gebeurde door de toevoeging van de laatste loodjes, te weten de pagina met door mij aanbevolen blogs van collega's. Deze jaarsamenvatting is de 23ste toetsenbordvrucht van dit jaar, weer 4 minder dan in 2015 (tegen 34 in 2014). Oorzaak: 3 trimlopen minder dan vorig jaar om over te berichten en ik had vrijwel geen inspiratie om gedichten of liedteksten te schrijven. Teneinde toch geregeld iets van mij te laten horen, moest ik zelfs mijn 'toevlucht nemen' tot verhalen over 'randzaken' zoals schoenen, kleding in het algemeen, boeken en hardloopblogs en een publicatie over 'waarom ik ren'. Om het jaar wel een beetje dichterlijk af te sluiten, zal ik dit relaas eindigen met een stukje poëzie.

Vanaf augustus had ik gelukkig weer de mogelijkheid om twee keer per week te gaan rennen. Die heb ik dan ook met beide benen aangegrepen. Na ruim 2 jaar heb ik, op de valreep van het jaar, eindelijk weer de hele route door het Diemerbos kunnen doen. Dit dankzij de opening van een nieuwe tunnel onder het stuk snelweg A9 dat het bos in tweeën deelt. Mijn plan is om deze geliefde route de komende tijd weer geregeld te gaan afleggen. Ook al gaat dat ten koste van de klassering op mijn 'thuistegel' bij het Hardloopspel van Looptijden. Met name in de tweede helft van het jaar was ik geregeld tegelkoning van Amsterdam IJburg (6 keer in totaal in 2016 en ook nog 2 keer Pluskoning). Grappig is in dit verband het feit dat ik tijdens mijn op-één-na-laatste training van het jaar voor het eerst ooit een stukje door de wijk IJburg zelf gerend ben. Soms heeft een rennend mens ineens behoefte aan wat verandering. En tijdens mijn training op oudjaarsdag overkwam mij iets dat ik nog ook niet eerder had meegemaakt. Ik liep tegen een georganiseerde trimloop aan. Het ging hier om de Afloop waarmee Hardlopen Amsterdam het einde van het kalenderjaar opluisterde. Als ik van het bestaan van deze loop geweten had, had ik er aan kunnen deelnemen voor het alleszins redelijke bedrag van 5 euro. Aangezien ik niet op de hoogte ervan was, liep ik geen 10 maar 13,6 km, waarmee ik te elfder ure bij het Hardloopspel de eerste plaats op mijn basistegel kon veroveren. Een dag eerder kreeg ik mijn nieuwe gps-horloge binnen. Na de Forerunner 205 en de 310XT beschik ik nu over de nog duurdere en meer geavanceerde Forerunner 235. Dit klokje is voorzien van hartslagmeting op de pols, wat ervoor zorgt dat ik eindelijk verlost ben van die niet bijster prettig zittende borstband.

Wat betreft het komende kalenderjaar heb ik weinig noten op mijn zang. Mijn verwachting is dat er wederom geen persoonlijke records zullen gaan sneuvelen. Of er zich ooit nog eens op een gunstig tijdstip een laag vers gevallen sneeuw zal aandienen waarop het zo heerlijk rennen schijnt te zijn, zal de tijd leren. Verder hoop ik vooral op een herhaling van de vele fijne zetten die ik inmiddels al een jaar of 5 mag doen. Het enige nieuwe is de wens dat het samen rennen met collegabloggers grotere vormen (lees méér deelnemers) zal gaan aannemen. De eerste intentieverklaringen voor deze hopelijk nieuwe traditie zijn al enkele keren afgegeven in reacties op Looptijden.

Als afsluiting van dit relaas keer ik daarom nog eenmaal terug naar de geslaagde samenloop van eind juni in Weesp met renvriend Peter. En wel in dichtvorm, meer precies in liedtekstgedaante. Op de melodie van de vooral voor ouderen bekende Nederlandse klassieker 'Twee motten' van Dorus (schuilnaam van Tom Manders), wil ik die warme zondagmiddag nog één keer in herinnering roepen. In de hoop dat deze ontmoeting misschien de wegbereider is geweest van een nog te ontstane traditie van samenlopen van meerdere Looptijders.

Ik wens iedereen een heel fijn, gezond en vooral sportief 2017 toe!

Twee bloggers

Er holden twee bloggers,
door een oude stad
Over straten en grachten,
ze hadden erin de spat
Ze gingen eigenlijk iets te snel
Maar dat merkten ze pas later wel
Ze waren nu nog fris en fit
Zo aan het begin van die lange rit
Het was er leuk lopen
Gezellig en druk
En ze mochten echt hopen
Op een heel fijn stuk

Zij kenden elkaar van het internet
Hadden daar heel wat bomen opgezet
Maar nu werd het tijd voor een echte ontmoeting
Dus spraken ze in het Weespse af
Wandelden naar de start in gestrekte draf
Dat werd een warme en gezellige begroeting
Ze konden direct met elkaar overweg
Al wist de een daar heg nog steg
De ander was er prima thuis in die bedoening

Er liepen twee bloggers
langs de mooie Vecht
Die zagen elkander
voor het eerst in het echt
Ze waren beide heel bekwaam
toch liep de een achter de andere aan
Omdat hij minder getraind was
En meer moeite had met een snelle pas
De een heette Peter
en de andere Ar
Inhouden voor de ander
was Peter niet te bar

Het duurde lang voor het zover was
Toch kwam die warme zondag alras
En gingen ze samen een flink stukje hardlopen
Eind juni is het meestal heet
Het is niet dat het ze toen speet
Maar ze gingen bijna op een regenbuitje hopen
Er was genoeg langs de weg te zien
Zeker een toeschouwer of tien
En meerdere fraaie boerderijen
en landhuizen

Er liepen twee bloggers
Door het polderland
Een stuk langs de spoorbaan
Zo net aan de rand
Ze hadden wel wat last van de zon
Die af en toe best fel schijnen kon
Maar renden samen heel tevree
Peter deed voor het eerst aan dit loopje mee

Ar liep hem al vaker
nu voor de derde keer
Het is een echte kraker
die hol je telkens weer

Gouden zonlicht, gladde paden en gele Meeuwen (5 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 9 december 2016 20:22

Ook te lezen (met ontzettend veel fraaie foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Ik had dit verhaal ook de benaming 'Tussendoorspelletjes, een kort vraaggesprek en een wijze uit het Oosten kunnen meegeven. Of 'Warm en koud, zon en schaduw, inhalen en ingehaald worden'. Maar soms is het lastig het beestje bij de beste naam te noemen. Wellicht dat ik hiermee al te veel prijsgeef over de inhoud van het navolgende verhaal. Het risico dat jij niet verder leest, moet ik dan maar op de koop toe nemen.

Het weekeinde zou winters worden, lage temperaturen met veel zonneschijn. De Gerrit Hiemstra's van dit land voorzagen echter wel dat er zaterdagnacht en zondagochtend op grote schaal dichte mist mogelijk was. Dat gegeven baarde mij zorgen en ik vroeg mij af of ik veilig per auto naar Landsmeer kon rijden. De Twiskemolenloop wil ik voor geen goud missen, maar tegelijkertijd ga ik er geen onverantwoorde risico's voor nemen. Het was echter gelukkig volkomen helder en zoals beloofd al snel zonnig toen ik op zondagmorgen opstond. Wel zat er een fikse laag rijp op de auto, waardoor ik heel flink moest krabben. Ook de binnenkant van de voorruit heb ik moeten ontdooien vóór ik kon vertrekken. Hierdoor was ik zeker een kwartier later op weg dan doorgaans. Haastend per benenwagen op straat in Landsmeer, gleed ik een beetje weg over een bevroren boomblad. Op de wandeling over het sportpark hadden de vele lopers die naar AC Waterland gingen met mij eveneens last van zeer plaatselijke gladheid. Dus het was een kwestie van korte passen nemen en goed opletten. De hier en daar wit aangevroren sportaccommodatie lag er in het ochtendzonnetje fraai bij.

Ik loop de 10EM eigenlijk alleen bij de Dam tot Damloop en in het Twiske, besefte ik die ochtend. Dat komt vooral omdat de andere trimlopen die ik frequenteer deze klassieke afstand niet op hun programma hebben staan. Na zeven keer de DtD, ging ik nu voor de zesde maal de 16,093 km in het Twiske afleggen. Ondanks dat ik wat aan de late kant was, had ik heel snel mijn startnummer te pakken. In de kleedkamer was het bomvol, mede door een groot contingent in het geel geklede Meeuwen, leden een loopgroep uit Volendam. Ik meen dat ik de speaker hoorde zeggen dat het ging om ongeveer 50 personen. Ik had met de lage temperaturen een kleine opkomst verwacht, maar niets van dat alles. Ruim 600 renners schijnt zelfs een record te zijn voor de decembereditie van de TML. Door tijdgebrek heb ik maar kort één rondje ingelopen en te elfder ure gekozen voor een tweede plasbeurt, overigens zonder enig resultaat. Ik moest bijna over de hoofden lopen om de urinoirs te kunnen bereiken, zo vol was de mannenkleedruimte. Had ik maar vlotter van huis moeten gaan. Hierdoor miste ik de overhandiging aan de molenaar van de in oktober jongstleden door een windhoos zwaar getroffen Twiskemolen van het bijeengebrachte en door de organiserende vereniging verdubbelde geldbedrag. Later las ik op de website dat het om de aanzienlijke som van 4100 euro ging. Voorwaar een mooi resultaat en een (zeker ook mentale) steun in de rug voor de molenaar en zijn vrouw. Ik wist dat mede-TML-adept en collega-verhalenverteller Jan Bakker niet zou verschijnen vanwege een verhuizing. Derhalve hoefde ik niet naar hem uit te kijken.

Vlakbij de startplek had ik gelukkig nog wel net voldoende tijd voor de vijf basale beenspier-opwarmoefeningen die ik onlangs geleerd heb uit Runner's World. Het kon niet anders of de ledematen waren er klaar voor. Ik had mijn startnummer op mijn shirt gespeld en een lekker warme wielrennersjas er overheen aangetrokken. Die had ik grotendeels open bij de start en het eerste, verplichte rondje op de baan. Want het was uiteraard wel de bedoeling dat mijn aanwezigheid en vertrek geregistreerd werden. Ik ben rustig vertrokken en heb vooral de eerste kilometers voorzichtig gelopen vanwege de vele gladde plekken. Nauwelijks de baan af, ritste ik mijn jasje dicht want het voelde nog behoorlijk koud aan. Vanwege het slipgevaar was het verstandiger om niet te frequent om mij heen te kijken, terwijl het Twiske er in de stralende zonneschijn zoals altijd prachtig bijlag. Dus heb ik toch zo nu en dan mijn blik van het pad laten afdwalen naar de door het gouden licht van de zon beschenen velden, waterpartijen en bosschages. Er waren best veel 'losse' hardlopers op pad, ondanks de lage temperatuur. Sommigen gingen dezelfde kant op als de TM-lopers. Zoals een vrouwelijk duo, waarvan ik de ene dame tegen de andere hoorde zeggen dat zij erg bang was voor valpartijen. Daarom was het erg moedig van haar om zich toch onder deze omstandigheden in de polder te wagen. Zij liep op de gras- en gruisrandjes naast het asfalt en dat deed ik ook, daar waar het mogelijk was. Er waren tevens genoeg fietsers en wandelaars die de lage temperaturen trotseerden. Dus het was af en toe tussen deze recreanten door laveren.

Ik draag vrijwel altijd een petje, dat mij beschermt tegen zowel lichte kou als overvloedige, te hete zonnestralen. En dat ook nog eens het overtollige transpiratievocht op mijn kortbehaarde hersenpan opvangt, zodat het niet in mijn ogen terechtkomt. Wetende dat een mens, naast via de onderarmen, de meeste warmte kwijtraakt op het hoofd, speel ik tijdens mijn loopjes zeer geregeld het spelletje 'Petje op, petje af'. Als de temperatuur zodanig laag is dat ik met renjasje aan begin, komt daar ook zo nu en dan de variant 'Ritsje naar beneden, ritsje naar boven' bij. Zo dus ook vandaag. Ik observeerde mijn favoriete Twiske-dieren, de Schotse Hooglanders, deze keer heel bewust. Ik telde zeven van die prachtige beesten, waaronder, als ik het in het snelle voorbijgaan goed geregistreerd heb, twee kalveren. Ik zag pas dat oud-collega Brian voorbijkwam toen hij mij al gepasseerd was. Het had dus weinig zin om naar hem te roepen. Verder kwam de ene Volendamse Meeuw na de andere langsvliegen. Het waren er zodanig veel dat deze gele parade mij op een gegeven moment, aan het einde van het pad langs de ijsvrije Stootersplas, de uitroep 'die Meeuwen blijven maar om mij heen zwermen' ontlokte. Een van de twee vrouwelijke Volendammers die op dat ogenblik langs mij zeilde, reageerde daarop met: 'nog maar een paar en dan heb je het gehad'. Waarop ik, met hopelijk duidelijk hoorbare ironie in mijn stem, weer antwoordde: 'gelukkig maar'. De uitslagenlijst van de 10 km werd later opgesierd met typisch Volendamse namen als Muhren, Kwakman, Bond, Schilder, Tuijp, Sier, Tol, Veerman, Steur, en ga zo maar door.

Mijn heel vaak overactieve blaas deed zich een kleine beetje gevoelen en even speelde ik met de gedachte hem maar weer eens te legen. En wel kort na de splitsing bij de drinkpost. Ik deed dat toch niet, want ik wilde niet stoppen. Ik liep namelijk best lekker met kilometertijden die keurig volgens plan ruim of net onder de 6 minuten lagen. Dit onuitgesproken 'nee' was voor dat eigengereide orgaan gelukkig het sein om zich verder gedeisd te houden tijdens de loop. Een paar bochten verder zat een vrouwelijk loper, die mij eerder voorbij was gegaan, wel gehurkt met haar broek op de knieën langs de struikenrand. Goed opgevoed als ik ben keek ik uiteraard netjes de andere kant uit terwijl ik haar passeerde. Vóór de zojuist genoemde splitsing van de twee langste afstanden en de 10 km-route, werd ik door menig deelnemer aan die laatste afstand ingehaald. Nu wij langereafstandslopers op ons eigen stukje parcours liepen, werd het wat dat betreft een stuk rustiger. Sterker nog, mijn verwachting was dat er nog weinig renners over mij heen zouden komen. Daarom richtte ik mij volledig op de mensen die zich voor mij bevonden. Je zou kunnen zeggen dat de ingenomen posities zich onderhand aardig hadden gestabiliseerd. Niet veel verderop liep een man in een hemelsblauw Kalenji-renshirt, die mij in een eerder stadium was voorbijgestreefd. Ik had de indruk dat ik steeds een beetje dichter naderde en verwachtte hem na een paar kilometers wel te kunnen terugpakken. Daar weer vóór, renden, op enige afstand van elkaar, twee vrouwelijke deelnemers. Ook zij liepen in ieder geval niet verder bij mij vandaan. Eerder had ik het vermoeden ook hen op den duur te kunnen inrekenen.

Regelmatig moesten wij vanwege de gladheid zeer oplettend te werk gaan. Vooral op schaduwplekken en daar waar de waterdruppels van de bomen op het pad vielen. Ik deed dat door op deze plekken heel bewust kleinere passen te nemen en een beetje te vertragen. Tussen de 6e en 7e kilometer liggen er twee veeroosters over het pad. Ik zag de collega's voor mij heel voorzichtig over die ijzeren stangen gaan. Gelukkig heb ik veel ervaring met dit type obstakel, want ik kom er regelmatig mee in aanraking op een van mijn trainingsroutes. Ook ik passeer ze nooit op volle snelheid. Daarom was nu voor mij net zo goed voorzichtigheid de moeder van de porseleinkast. Wij waren inmiddels aanbeland op een stuk van 2,5 km zonder bomen rond het pad. Hier lag het asfalt, evenals de fraaie, goudgekleurde rietkragen, dus vooral in de zon en was er van gladheid geen sprake. Op deze rechte stukken aan de noord- en noordwestkant van het parcours, kon ik de eerder genoemde voorliggers goed zien. Ik had nog steeds het idee dat ik aan het inlopen was en het bijhalen van zeker één van hen, zou slechts een kwestie van korte tijd zijn. Halverwege stond bij het water een fiets eenzaam tegen een hekje geleund. Hoorde ik ook stemmen van die kant komen of verbeeldde ik mij dat slechts?

Een curieus voorvalletje vond plaats aan het einde van het eerste rechte stuk. Een mannelijke fietser van wat meer dan middelbare leeftijd reed keurig aan de rechterkant van het pad in de bocht. De renner in hemelsblauw shirt liep uiterst links zijn kant op en had pas op het allerlaatste moment in de gaten dat hij met een tegenligger te maken kreeg. Daarom moest hij ijlings over het gras en aan de linkerkant de fietser passeren. De fietser was zichtbaar en hoorbaar ontstemd over deze actie en mopperde dat de renner gewoon aan de rechterkant van het pad had moeten lopen. Ik beaamde zijn standpunt door op te merken dat er aan die kant meer dan genoeg plek daarvoor was. En zelf voegde ik keurig de daad bij de mededeling door van die zee gebruik te maken en zo de fietser zijn eigen ruimte te gunnen. Er volgde een zigzagbocht en ik koesterde nog immer de illusie dat ik de blauwe 'wegrenpiraat' kon bijhalen. Maar deze was blijkbaar door het voorval van zoeven wakker geworden en/ of had daardoor nieuw elan gevonden. Want de afstand tussen ons werd ineens een beetje groter. De groep koeien die wat verderop in het grasland bij een paar bomen stond, leek zo weggelopen uit een schilderij van Paulus Potter of een andere Hollandse meester uit vroeger eeuwen. De plaspauzedame van een paar kilometer terug kwam opnieuw langs mij rennen. Zelf ging ik een ander, duidelijk trager voortbewegend manspersoon voorbij. Op dit stuk waren redelijk wat trainende lopers, wandelaars en fietsers te bewonderen. In de zon kreeg ik het zodanig warm dat ik besloot mijn jasje uit te doen en om mijn middel te knopen. Ik ging er vanuit dat de temperatuur door die koperen ploert zo langzamerhand wat was opgelopen. Later bleek dat een verkeerde veronderstelling.

Aan het einde van het lange, rechte stuk hoorde ik ineens klepperende voetstappen achter mij. Het was Lesley, een veteraan uit het Amsterdamse die ik wel vaker tegenkom. Deze oudere jongere komt blijkbaar altijd heel langzaam op toeren. Want hij had best een redelijke snelheid op het moment hij mij voorbij rende. Vorig jaar bij de Middenmeerloop was mij langs het Amsterdam-Rijnkanaal al eens hetzelfde overkomen. Ook toen hoorde ik hem stampvoetend aankomen en ging hij er vervolgens als een pijl uit een boog vandoor. Hij droeg een dikke wollen muts en dito handschoenen. Ik riep naar hem dat die handschoenen na 9 km toch wel uit konden. Zelf had ik de mijne al voor de start teruggestopt in mijn jaszak. Maar hij repliceerde dat hij aan de Ziekte van Raynaud lijdt, waardoor hij altijd last van koude handen heeft. Ik moest hem wel geloven en deed er het zwijgen toe. Maar goed ook, want intussen waren we opnieuw aan het begin van een boomrijk gedeelte beland en derhalve was de ondergrond plots weer glad. Ik had nu alle aandacht nodig bij het uitdokteren van waar ik het beste kon lopen en bij het nemen van relatief kleine passen. Voor mij zag ik onveranderd het genoemde illustere trio, waarvan de voorste dame inmiddels de achterste van de drie geworden was. Bij de drankpost verderop zouden ze vast wel stoppen en kon ik mijn geplande slag slaan.

Dat viel behoorlijk tegen. Sterker nog, de man in blauw en de ene dame waren er gewoon definitief vandoor gegaan. Alleen die 'achterste' dame bevond zich nog op schootsafstand. Nu veelal in de schaduw lopend, vond ik het toch ineens een stukje frisser aanvoelen. Maar ik verwachtte dat de zon mij opnieuw een behaaglijker gevoel zou bezorgen, als we ten tweeden male in het open veld terug zouden komen bij de Schotse hooglanders. Na lang op kleine afstand achter een loper gehangen te hebben, kon ik de man bij het 11 km-punt voorbijsteken. Toen ik bijna naast hem liep, wees hij mij op een grote paardenhoop midden op het pad. Ik had die poepstapel gelukkig al gezien en kon er links omheen, terwijl de man tegelijkertijd ter rechterzijde passeerde. Ik moet er niet aan denken dat ik er middenin gestapt zou zijn. Bij de stoer-uitziende runderen scheen het zonnetje weliswaar maar moesten we ook tegen de niet harde maar wel koude oostenwind optornen. Dat voelde voor mij niet echt prettig. Ik besloot nog even af te wachten of het verderop minder fris zou aanvoelen, als we naar het zuiden konden afbuigen. Intussen was ik die ene dame die ik al menig kilometer voor mij had gezien, aardig genaderd. Terwijl er een man in korte kleding en fel-oranje schoenen voorbij kwam stuiven, probeerde ik de aansluiting bij de vrouw te bewerkstelligen. Dat wilde echter vooralsnog niet lukken. Mijn benen voelden ook niet helemaal fris meer na 12,5 km.

Wat betreft 'kou lijden' vond ik het even later mooi geweest. Na 'Petje op. petje af' en 'Ritsje omlaag en ritsje omhoog' deed ik vandaag als derde spelletje dus 'Jasje uit, jasje aan'. En dan vergeet ik bijna te vermelden dat de zonnebril geregeld van de neus naar de handen gaat. Vooral door hinderlijke condens aan de binnenkant van de kijkvensters. Uiteindelijk belandt dat stuk plastic nogal eens in de jaszak. Ook nu, toen mij door dat plaatselijke vocht het zicht op de bezienswaardige buitenwereld te veel werd ontnomen. Dat is dan feitelijk spelletje numero 4. Steeds dichter naderde ik de vrouwelijke loper, maar het duurde nog ruim 1,5 km voor ik echt in haar slipstream terechtkwam. Meerdere keren moest ik op enige afstand in haar voetsporen over de grasranden omdat het wegdek weer eens glibberig glad bleek te zijn. Vóór die connectie een feit werd, liet ik nog wel een keer mijn blik gaan over de daar prachtige, met onveranderd gouden zonlicht overgoten velden. Ik was allang blij dat het mij ten langen leste gelukt was om de dame te achterhalen en ik ging er vanuit dat ik tot de finish in haar kielzog zou blijven. Mijn benen wilden gewoon niet sneller meer en om die reden had ik mij verzoend met deze positie op het tweede plan.

Toen er weer eens een glad stuk asfalt opdoemde, koos de dame voor het grasrandje aan de rechterkant. Ik stuurde echter naar de linkerzijde van het pad omdat ik daar niet-spiegelende ondergrond zag. Aangezien er ook sprake was van een bochtje naar links, stak ik haar met die koerswijziging in één keer voorbij. En liep vervolgens gewoon een stukje van haar weg, alsof ik nog helemaal fris was! De laatste kilometer kwam eraan. Op het Luyendijkje stond een jongedame van naar schatting een jaar of 15, die zo te zien haar moeder hielp bij het wegwijzen. Zij riep heel enthousiast dat het asfalt daar als een spiegel zo glad was. En dat het om die reden verstandig was om even het hazenpaadje in de ruime berm ter rechterzijde te nemen. Dat welgemeende advies volgde ik uiteraard terstond op, om meters verder weer een langzaam lopende man voorbij te steken. En ik vervolgde daarna zo goed mogelijk mijn weg over het dan weer gladde en dan weer prima begaanbare pad langs de huizenrij. Op naar de baan en de eindstreep.

Halverwege die piste was het nu behoorlijk modderig. Net na de registratie-apparatuur aldaar gepasseerd te zijn, hoorde ik de speaker mijn naam noemen. Met daar achteraan de mededeling: 'deze loper met startnummer 1719 ga ik zo even een paar vragen stellen. Want hij schrijft op zijn website mooie verhalen over de Twiskemolenloop. Onder andere over de vorige editie waarbij hij zijn derde halve marathon heeft gelopen'. Zijn verhaal over mij ging door tot ik de eindstreep (in 1:34 uur precies) gepasseerd was en dat leverde mij een applaus op van de aanwezige omstanders. Een erg leuk moment voor deze doorgaans anoniem acterende loper. Even was ik bang dat de speaker van dienst direct op mij af zou stormen, terwijl ik toch echt een moment of wat nodig had om op adem te komen. Gelukkig nam hij zijn tijd en kreeg ik die daardoor ook.

Hij stelde mij de vraag hoe ik er toch in slaagde om tijdens het lopen zoveel details om mij heen waar te nemen. Ik gaf geloof ik een vrij vaag antwoord, waarbij ik vermeldde dat ik deze keer vooral echt goed op de paden moest letten vanwege de glibberigheid. Eigenlijk had ik moeten antwoorden dat scherp waarnemen toevallig één van mijn specialiteiten is en dat zeker het Twiske eenvoudigweg veel te mooi is om met oogkleppen op doorheen te rennen. Ook begon hij over de door mij in een vorige blog genoemde concurrentie met de Middenmeerloop. Ik kwam, achteraf gezien, weer niet tot een bevredigende repliek. Want als hij de blog echt aandachtig gelezen had, wist hij dat de keuze tussen de Twiskemolenloop en een willekeurige andere trimloop voor deze jongen altijd in het voordeel van de eerste zal uitvallen. Een enkele speciale uitzondering daargelaten, natuurlijk. Die onbetwiste keuze had ik uiteraard op dat moment nog eens moeten benadrukken. De speaker wilde ook graag weten wat mijn volgende uitdaging was, waarop ik de eerstkomende editie van de TML in februari volgend jaar noemde. Ik had echter veel beter kunnen melden dat ik in zware onderhandeling gewikkeld ben met Looptijdenvriend en collegablogger Peter de Haan, met het oogmerk hem te verleiden de City-Pier-Cityloop van 5 maart 2017 links van Gouda te laten liggen. Om samen met Jan Bakker en mij in het Twiske de halve marathon te gaan verhapstukken. Dat alleen al omdat andere virtuele vriend Cristian Hermelink graag dezelfde halve marathon in drie afzonderlijke verhalen belicht zou willen zien. Een vooruitzicht dat de mensen achter de TM-loop wellicht eveneens zal aanspreken. Zoals bij mij vaker gebeurt, bedacht ik pas achteraf wat ik het beste gezegd had kunnen hebben. Daarom teken ik die ideale antwoorden nu alsnog op in dit verhaal.

Ik verliet de kleedkamer en het Landsmeerse sportpark in het gezelschap van een man die zojuist zijn eerste halve marathon had voltooid. Hij deed altijd 10 km-lopen, wilde wel eens wat anders en was aan de hand van een schema gaan trainen voor de halve. Die had hij nu heel mooi binnen de 2 uur voltooid. Of hij er nog eens eentje ging lopen wist hij nog niet, had hij in het kleedlokaal al verteld. Want met de gladheid was het hem toch wel enigszins tegengevallen. Het bleek dat de man uit Apeldoorn kwam en speciaal de Twiskemolenloop had geselecteerd om zijn halvemarathondebuut te maken. Dat vond ik toch wel alleszins bijzonder. Ik kon hem melden dat deze loop mijn onbetwist favoriete is. Maar goed beschouwd had ik moeten doorvragen naar waarom hij helemaal van de andere kant van het land naar de Twiskepolder was gekomen. Had hij soms enthousiaste verhalen erover gelezen op Looptijden.nl of op mijn blogsite? Ook het inzicht om achter die informatie te komen, kwam pas later toen ik allang weer thuis was. Jammer maar helaas.

Terugkijkend was het opnieuw een gedenkwaardige Twiskemolenloop en een renprestatie waarover ik zeer tevreden mag zijn. Ook omdat ik geen enkel moment de neiging had om te wandelen of pauzeren. Alleen het feit dat ik daardoor nooit in de gelegenheid ben om al het fraais dat ik onderweg zie, op de gevoelige plaat vast te leggen en met jullie te delen, betreur ik soms wel. 'Ieder voordeel heeft zijn nadeel', zoals een ons niet zo lang geleden ontvallen Amsterdamse filosoof, placht te zeggen. Ik zal bij gelegenheid, op een mooie dag, een keer de fiets pakken en mijn beste camera meenemen. Om na een fietstocht die langer zal zijn dan de 10EM-loop die ik zojuist heb beschreven, een groot aantal eigen plaatjes te schieten van die polder onder de rook van Amsterdam.

Oproep tot actie !! (1 reactie)

Gepost door Arranraja op zaterdag 26 november 2016 14:33

Vandaag las ik een bericht op AD.nl dat mij zeer aangreep en ook boos maakte:

http://www.ad.nl/enschede/enschedese-is-scheldpartijen-tijdens-hardlopen-zat-wekelijks-is-het-raak~a3c6a419/

Het gaat over een vrouw die vanwege overgewicht drie keer per week is gaan hardlopen en daarbij wekelijks door omstanders wordt uitgescholden vanwege haar omvang.

Zijn er misschien Looptijders (ik denk bijvoorbeeld aan Tante Jos) die via Facebook, waarop deze Nicolien actief is, contact met haar kunnen zoeken (ik heb zelf geen account op FB en weet niet of dat mogelijk is) om haar een hart onder de riem te steken? En haar te enthousiasmeren om lid te worden van Looptijden en hier haar verhalen te delen en een oproep te doen voor loopmaatjes.

Of nog beter, lopers uit haar directe omgeving (Enschede) die aanbieden om samen met haar te gaan lopen. Want samen loop je niet alleen en met een maatje of in een groepje voel je je veiliger en zul je minder snel onheus bejegend worden door derden.

Ik ben benieuwd of er Looptijders zijn die iets kunnen of willen doen! Vast wel, want ik ken eigenlijk alleen maar heel aardige en sociale hardlopers en de hardlopersgemeenschap staat, naar ik hoop, niet voor niets bekend om zijn positieve en hulpvaardige karakter.

Mijn neus achterna (3 reacties)

Gepost door Arranraja op woensdag 9 november 2016 19:31

Ook te lezen (met ontzettend veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Meestal, zeg maar vrijwel altijd, bedenk ik van te voren globaal welke afstand ik ga lopen en daarmee tevens welke route. Ik ben zo langzamerhand ook een beetje geconditioneerd geraakt door de wens van mijn vrouw om steevast te weten op welk tijdstip ik weer thuiskom en waar ik bij benadering uithang tijdens het rennen. Ik heb daar overigens alle begrip voor. Het moet gezegd dat ik doorgaans toewerk naar een volgende trimloop, waardoor ik bewust kies voor een bepaalde afstand. En een training kan mij niet lang genoeg duren. Ik wil eigenlijk nooit minder dan 10 km rennen, veel liever nog een stuk meer. Momenteel merk ik daarnaast dat ik mij toch ook weer laat leiden door het tegelklassement van het Hardloopspel. Het werkt enigszins verslavend om geregeld bovenaan die lijst te prijken. Dan vind ik het om die reden jammer om een tegeloverschrijdend traject te kiezen en 'dure' kilometers te spenderen in een van de aangrenzende tegels. Waar ik toch nooit genoeg punten verzamel om in de top mee te draaien.

Heel soms verras ik mijzelf door, indachtig het advies dat een collegaloper mij ooit eens gaf in een reactie op een van mijn blogs, voor de-vuist-weg te vertrekken en te zien waar ik terechtkom. Zo ook onlangs. Het was zo'n dag dat er geregeld regenbuien vielen en ik had zelfs al thuis zitten wachten tot het droog werd en ik eindelijk op pad kon gaan. Tijdens mijn gebruikelijke warmwandelrondje en aansluitende strekoefeningen bleef het droog. Ik was echter nog niet gearriveerd bij mijn vaste startpunt of er vielen weer eens vele druppels uit de hemel. Nu kon ik wel het dichtstbijzijnde viaduct opzoeken om daaronder te schuilen, maar dat is een vrij drukke plek (lees veel passerende fietsers en brommers) en de neerslagintensiteit was niet echt hoog. Noch was er sprake van erg grote druppels. Mijn inschatting was daarom dat het nog grotendeels intact zijnde bladerdak boven het fietspad langs 'mijn' kanaal, het leeuwendeel van dat hemelwater wel zou keren. Dan daar maar beginnen. Ik had de vraag van mijn echtgenote hoeveel kilometers ik ging lopen beantwoord met 'ongeveer 10' en tevens het plan opgevat om mijn snelheid een beetje te variëren. Een soort intervaltraining eigenlijk.

Aldus ging ik in oostelijke richting eerst twee kilometers rustig warmdraaien om er daarna in ieder geval eentje te versnellen. Verder had ik nog niet bedacht wat mijn route zou zijn. Alleen dat ik binnen de tegel Amsterdam-IJburg wilde blijven. Ik wachtte het signaal van mijn gps-horloge dat ik er 2000 meter had opzitten, niet af en zette al eerder aan. Die hogere snelheid hield ik vast tot het volgende rondesignaaltje van mijn Garmin. Zo liep ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens een kilometer sneller dan 5:30 minuten, 5:18 om precies te zijn. naar mijn idee was dat een hele poos terug en het gaf mij een goed gevoel. Ik ben tegenwoordig al blij als ik al mijn kilometers tijdens één training onder de 6 minuten weet te houden, iets wat echt lang niet altijd lukt. Een beetje verderop lag de denkbeeldige grensovergang naar de tegel Weesp. Daar draaide ik om op het pad, nadat ik kort ervoor had besloten een stukje terug de kanaaldijk af te gaan, het recreatiegebied Diemerpolder in, het deel dat ik het '2e gebied' noem. Naar beneden, direct linksaf zou ik dezelfde grens weer heel dicht naderen of zelfs overgaan. Maar ik wilde niet volledig onder die tegeldwang lijden en nam het ingecalculeerde risico van een grensoverschrijding. Later bleek mijn inschatting te kloppen, waardoor ik luttele meters voor het klassement verloor.

In dit recreatiegebied is het altijd heerlijk rustig. Je zien er hooguit een incidentele wandelaar of hondenuitlater. En met de regenachtige condities was die spoeling weer een stukje dunner. Nu meer hobbelend om wat bij te komen van mijn snelle en inspannende ruime ronde van daarvoor langs het kanaalwater, bewoog ik mij lekker over het smalle schelpenpad, dat ingeklemd ligt tussen de grasbermen. Ik dacht toch al iets vooruit, ging bij een kruising linksaf richting de Diemerpolderweg, om vervolgens rechtsaf het pad aan de rand van het gebied te blijven volgen. Zodra ik de parkeerplaats verderop had bereikt, waar een breder asfaltpad terug naar het kanaal leidde, zou ik die verharde ondergrond benutten om tot het einde ervan ten tweeden male lekker aan te zetten. Zo ingespannen was ik bezig met mijn mini-tempoloop dat het mij ontging dat er een paard met veulen aan de linkerkant in de wei stond. Meestal grazen daar alleen schapen of bivakkeren er roedels wilde ganzen.

Omhoog tegen de dijk op nam ik gas terug en ik had al uitgeplozen dat ik de eerste mogelijkheid links, nog geen 100 meter verder, zou nemen. Teneinde om het kleine weilandje heen terug te keren naar het brede fietspad waar ik zoeven als een slechte imitatie van een snelheidsduivel overheen gegaan was. Het eens brede schelpenpad was hier vrijwel volledig door gras overwoekerd. Die groene ondergrond voelde heel prettig aan onder mijn voeten en ik besefte dat mijn beide benen en al hun onderdelen ook blij waren met de plotsklapse extra demping. Daarom besloot ik spontaan eens wild te doen en aan het einde van dit paadje niet rechtsaf te buigen terug het fietspad op, zoals ik een paar minuten daarvoor bedacht had, maar rechtdoor het bruggetje over. En zo weer terug te keren naar het pad dat ik genomen had toen ik de eerste keer de kanaaldijk afdaalde.

Ik werd direct beloond voor mijn vrije geest, want vlak voor mij zag ik een grote buizerd zich losmaken uit het groepje bomen en op majestueuze wijze wegvliegen. Weer richting de eerder genoemde kruising van schelpenpaden wilde ik nu rechtdoor rennen om opnieuw de parkeerplaats aan te doen. Zag ik verderop voor mij op dat smalle pad een wandelaar met hond naderen? Dan maar direct rechtsaf bij de kruising en linea recta het gebied uit. Dichterbij gekomen zag ik dat de wandelaar zich van mij verwijderde. Het bleek dezelfde vrouw met hond te zijn die ik eerder op het pad naast de Diemerpolderweg zeer kortstondig had ontmoet. Toch maar rechtdoor zoals eerder bedacht. De vrouw en de hond zouden het nauwe paadje al verlaten hebben vóór ik daar zou arriveren. Op het asfalt zette ik opnieuw aan, maar dit keer tot nog niet halverwege. Want daar zou ik linksaf het pad tussen de weilanden door naar de min of meer bewoonde wereld aan de Overdiemerweg nemen. Het bewuste pad, dat ook vrijwel volledig met gras is overgroeid, draagt overigens de prachtige naam 'Hooiweg'. Links en rechts heb je hier een mooi uitzicht over de weilanden met schapen en ganzen. De eenden en een enkele reiger ontbraken ook niet in en om de flankerende slootjes. Ze vlogen helaas allemaal op bij nadering.

Aan het einde van deze Hooiweg zou ik, je raadt het al, mijn benen weer een keer krachtig laten accelereren. Terwijl ik dan al praktisch 7 km zou hebben verhapstukt. Al racend (nou ja, ongeveer 10 km per uur) besloot ik in die tempoversnelling te volharden tot de eerste mogelijkheid om het recreatiegebied aan de andere kant van het brede water van de (tweede) Diem te betreden, in mijn woorden het '1ste gebied'. Ik was inmiddels weer terug op de Westelijke Merwedekanaaldijk, zoals mijn thuispad geloof ik officieel te boek staat. In het water van de brede sloot die de kanaaldijk scheidde van dit deel van de Diemerpolder zag ik echter juist kringen van dikke druppels. Dan maar even verder gespurt onder het afwerende bladerdak om de volgende afrit te pakken en daar hernieuwd over te gaan tot sukkeldraf. Ik had wel ongeveer in mijn hoofd welke paden ik in dit gebied zou bewandelen, maar besloot impulsief om onderaan de dijk linksaf te stuiven in plaats van rechtdoor het fietspad over.

Daar liep een paadje van de inmiddels bekende schelpenondergrond naar een houten hek dat toegang gaf tot een weiland. Zouden de schelpen ook na die doorgang aanhouden? Ik kon bij het houtwerk altijd rechtsomkeert maken, schoot er door mijn brein. Als je A zegt, moet je ook B zeggen. Dus ging ik, ook toen ik gezien had dat de geplaveide ondergrond pal ervoor ophield, het klaphek door en het groene, welige gras in. 'Jeetje, nu ben ik echt een stukje aan het trailen', bedacht ik, terwijl ik behoedzaam tussen de schapenkeutels door laveerde. Om het groepje van vier schapen halverwege dit grasland, kon ik met een ruime boog heen. Maar het dier dat solo, niet ver voor het volgende klaphek dat ik door moest, stond te grazen, zou ik in haar bezigheden moeten storen. Het arme schaap had dit al snel door en schoot weg naar de veiligere open ruimte links van ons. Intussen had ik in mijn linkerooghoek een renner waargenomen die zich op het pad voortbewoog dat ik ook had gedacht te gaan voor ik de regen in de sloot had zien vallen.

Door het hek en het dijkje langs de Diem op kwam ik vóór die persoon op hetzelfde zeer smalle pad terecht. En ook ik zou in de richting van de bebouwde kom mijn tocht vervolgen. Het bleek om een vrouwelijke collega te gaan en af en toe omkijkend merkte ik dat zij mij langzaam maar gestaag naderde. Nadat ik een bruggetje naar het eerder genoemde fietspad rechts had laten liggen en linksaf voortging op het hazenpaadje langs het dijkje dat het water van het land scheidde, zat de vrouw ineens dicht achter mij. Voor ik het wist was zij door het gras ter linkerzijde voorbijgeschoten. Zij ging even later rechtsaf door het openstaande hek, zoals ik ook bedacht had te lopen. Omdat ik het niet kan uitstaan dat een vrouw mij te snel af is (geintje, dames), zette ik aan om in haar slipstream mee te liften. Dat hield ik echter niet lang vol met op een haar na al 7 km in de benen. Maar ik had toch weer even een versnellinkje extra gepakt. Waar zij scherp rechtsaf een fietspad opdraaide, maalde ik nog even rechtdoor teneinde mijn kilometrage tot het maximale op te rekken. Het tegelklassement zat namelijk nog steeds in mijn achterhoofd.

Dit paadje liep dicht langs het uiteinde van de woonwijk en de afscheidende sloot, maar boog weer terug naar rechts naar een volgende houten brug, waar het eerder genoemde fietspad ook op uitkwam. Ineens liep er een andere, ietwat oudere, rendame niet ver achter mij. Zij volgde mij het bruggetje over, aansluitend naar rechts en direct weer linksaf een volgend schelpenpad op dat naar de Kanaaldijk terug leidde. Deze dame was wat minder rap dan haar voorgangster van minuten eerder. Dus bleef ik haar eenvoudig voor tot het heuveltje vlak bij de dijk. Hier zag ik rechts een recent vernieuwd pad waarvan ik wist dat het zou eindigen op de plaats waar ik het dit gebied was ingegaan. Ik liet het daarom rechts liggen en koos te elfder ure voor een, naar ik dacht, ultiem uitstapje linksaf.

Een kleipaadje krulde zich om het heuveltje heen en kwam uit op het korte fietspad dat vanuit de wijk naar het kanaal leidde. Ik ging aan de zijkant van het paadje over het gras maar moest hier goed letten op de hondenuitwerpselen die ik tegenkwam. De dame had blijkbaar even gepauzeerd maar kwam toch vóór mij van rechts en rende linksaf de kanaaldijk op. Dat was eveneens mijn richting en ik spoedde mij achter haar aan. Mijn inschatting was dat ik deze vrouw wel kon bijhalen en om die reden zette er ik voor de allerlaatste keer de sokken in. Plotsklaps ging de renster stilstaan, dus mijn missie was snel voltooid. Ik dwong mijzelf om in het gekozen tempo te volharden tot het punt waar normalerwijze mijn laatste kilometer begint. Daar mocht ik gas terugnemen om naar kop van de Ouddiemerlaan uit te lopen.

Ik keek een paar keer op mijn horloge naar de afstand die ik al had afgelegd. 11 km en een beetje leek mij wel mooi, maar op het laatste moment besloot ik toch nog een extra stuk aan mijn tocht te breien en rende door een volgend recreatiegebied in dat de naam De Omloop draagt. Omdat ik de 11000 meters inmiddels al ruimschoots voorbij was gegaan, wilde ik maar doortrekken tot de 12-plus km. Ik maakte een rondje in het meest noord-westelijke deel van dit gebiedje en zag, terwijl ik op mijn schreden terugging richting het kanaal, een eind voor mij weer een vrouwelijke renner voortgaan. Ik vroeg mij af of zij, net als ik, het pad tussen de snelweg richting de Zeeburgertunnel en de Nesciobrug zou nemen en of ik erin zou slagen enigszins in haar buurt te geraken. Het eerste gebeurde maar het laatste zat er niet meer in, want deze vogel bleek al te zijn gevlogen toen ik op het bewuste stukje arriveerde.

Op het laatste deel van het geschetste pad kwam wel de oudere dame van een kwartiertje eerder mij tegemoet. In het voorbijgaan groette ik haar met de gebruikelijke opgestoken duim. Dicht bij de opgang van de Nesciobrug vond ik het welletjes en ik liet mijn Garmin stilstaan op 12,45 km. Er scheen even een flauw zonnetje en een mooie regenboog werd zichtbaar aan de overzijde van het water, net ten oosten van de brug. Dat fraais legde ik vast met mijn altijd parate, kleine zakcamera. Zoals ik 5 minuten daarvoor ook al had gedaan toen ik nog langs het kanaal op weg was naar De Omloop. Ik had lekker improviserend gerend en tevens mijn tegeltroon weer voor een tijdje veiliggesteld. Hoewel ik nooit verder dan ongeveer 3 km van huis was geweest, had ik het gevoel fijn op safari in de Diemerpolder te zijn geweest. Zoiets moet ik toch maar vaker gaan doen.

Driemaal is eindelijk scheepsrecht (5 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 3 november 2016 12:45

Ook te lezen (met heel veel mooie foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Drie jaar geleden was ik bij de Twiskemolenloop begonnen aan wat een persoonlijke traditie moest worden: november, halve marathonmaand. Mijn debuut op deze afstand ging met 1:59:39 keurig net onder de 2 uur. Een jaar later haalde ik in een perfecte ren bijna 5 minuten van die tijd af. Ik ben daar nog steeds heel trots op en denk er met veel plezier aan terug (voor ingewijden: een Hedwig-moment). Vorig jaar durfde ik het lange avontuur niet aan vanwege een duidelijk mindere lichamelijke conditie. Het lopen van een derde 21,1 km stond echter nog steeds op mijn verlanglijstje (het moge duidelijk zijn, ik doe niets met emmers). De eerste TML van de reeks van vijf is steevast zeven dagen na de Dam tot Damloop, dus dan is die lange afstand mij echt een beetje te gortig. De volgende aflevering in Landsmeer is normaal gesproken altijd begin november, maar was dit jaar om mij onduidelijke reden één week vervroegd. En vond daardoor op dezelfde datum plaats als de Middenmeerloop, mijn vaste trimloop dicht bij huis eind oktober. Trouwe lezers weten dat andere lopen altijd het onderspit zullen moeten delven als mijn favoriete loop gelijktijdig op het programma staat. Ik heb een principe-afspraak staan met oud-collega Marc, die op steenworp afstand woont van de atletiekbaan van AC Waterland in Landsmeer, om een keer samen met hem de TML te gaan lopen. Hij is er echter tot op heden nog niet in geslaagd zijn belofte in te lossen. Met Looptijdenvriend Jan Bakker heb ik daarnaast een los-vaste afspraak om indien het zo uitkomt samen dezelfde afstand te verhapstukken.

Die derde halve marathon zat nog steeds in mijn achterhoofd en wilde daar niet uit verdwijnen. Dus toen bleek dat Marc niet kwam en de weersomstandigheden vrijwel perfect zouden worden voor minimaal twee uur heerlijk dwalen door het Twiske, heb ik de sprong in het diepe nu gewaagd. Helemaal omdat het extra uurtje van de overgang naar de wintertijd er direct aan vooraf ging. Dan kon ik rustig op zaterdagavond naar de Eredivisie voetbalsamenvattingen kijken tot dik na elven zomertijd en toch nog rond 22:30 uur wintertijd in de kooi kruipen. Het maakte mij ook niet uit of ik de dagen erna 'helemaal blut' zou zijn, zoals mijn schoonvader pleegt te zeggen als hij 'afgepeigerd' bedoelt. Dat risico nam ik op de kop toe, want ik had niet specifiek op deze lange afstand getraind. Hoewel, ik had in oktober twee keer ruim 16 km gelopen en in totaal zes keer de renschoenen ondergebonden met gemiddeld 13,64 km per keer in de benen. Ik was derhalve niet totaal onvoorbereid. Ik had echter weinig keren de gelopen afstand in één keer voltooid. Meestal had ik onderweg even halt gehouden om uit te blazen. Daar zat dus mijn enige aarzeling met betrekking tot een succesvolle derde poging op de halve in de Twiskepolder.

Hoewel de voorspellingen, op een hoge luchtvochtigheid na, dus bijna perfect waren, droog met milde temperaturen en bijna geen wind (heel belangrijk in een polder), zag ik toch donkere wolken aan de zuidwestelijke horizon bij het verlaten van mijn stulpje. Geen probleem, want ik ging noordwaarts, dus daar zou niets vallen. Daarom werd ik toch enigszins verrast door het korte maar felle regenbuitje onderweg in de auto tijdens het ritje op de Ring Amsterdam. Bij het uitstappen in Landsmeer was het echter droog, dus alles zou 'reg komn'. Het was veel drukker op het sportpark dan de vorige keer dat ik mij daar vervoegde en ook bij de AC Waterland zelf zag het deze keer bijkans zwart van de mensen. Ik had zoals gewoonlijk mijn startnummer snel te pakken en deed een redelijk genereuze donatie ten behoeve van de door een windhoos zwaar beschadigde naamgever van deze prachtige loop. Deze editie stond in het teken van de recente ramp met de molen en er werd een inzamelingsactie gehouden ten behoeve van het herstel ervan. TV Noord-Holland en Hart van Nederland deden er later die dag zelfs verslag van. Met al dat volk op en rond de baan leek het mij ondoenlijk om Jan er tussenuit te pikken. Ik keek daarom maar heel kort rond en ging daarna weer verder. Mijn voorbereidingstijd was wat korter en rommeliger dan anders. Zo vergat ik aanvankelijk de gevulde waterfles aan mijn riem te gorden. En ook had ik wat minder gelegenheid tot opwarmen van het lichaam. Dat kon bij een dergelijke afstand voor een keertje wel aan het begin van de loop. Kilometers genoeg te verstouwen tenslotte.

Ik zag Jan pas op het allerlaatste moment, minder dan een minuut voor mijn start toen ik al klaar stond om weggeschoten te worden. Ik kon nog net even snel naar hem toelopen, hem de hand schudden en succes wensen. Hij beloofde na zijn eigen 10 km de polder in te fietsen en wat foto's van mij te maken. Hij had per slot van rekening nog nauwelijks bewogen die dag, met dat korte fietstochtje vanuit IJmuiden (klasse hoor, Jan !!). Tegen mijn vaste voornemen in, ben ik toch weer vrij snel gestart maar heb ik ook al spoedig iets gas teruggenomen. Ik moest het tenslotte 21 lange kilometers gaan volhouden. Veel lopers gingen mij al direct voorbij maar dat maakte mij niets uit. Net op het Luyendijkje, dus nog niet eens echt in de polder, kwam er een redelijk jonge man in donkere kleding achter mij lopen. Hij stak mij al snel voorbij, maar liep niet echt door en daarom ging ik weer over hem heen. De Twiskemolen was wel netjes 'toegedekt' met een bijna plat dak, maar leek niet echt meer op een molen. Toch wel een beetje trieste aanblik. De loper in het zwart nestelde zich in weer mijn kielzog om daar tijdenlang niet meer uit te verdwijnen. Een stukje verderop kwam een vrouw in het groen relatief hard aan ons voorbij en liep bij ons weg. Bij een afslag voor de 5 km-loop, die later van start zou gaan, zag ik ineens een bekend gezicht bij de vrijwilligers. Eva was 4,5 jaar geleden net als ik een van de deelnemers aan de Nescioclinic, ter voorbereiding op de gelijknamige loop. Ik zette snel mijn zonnebril af zodat zij mij zou herkennen en groette haar al zwaaiend in het voorbijgaan.

7 mooie Schotse runderen, waaronder één kalf, lagen of stonden op hun dooie akkertje in de voor mij inmiddels overbekende wei, na ruim 3 kilometer rennen. Het oppervlak van de Stootersplas was als een spiegel zo glad en zag er schitterend uit. Ergens halverwege het pad erlangs stond een man die pracht te fotograferen, terwijl een hondje verwonderd naar hem stond te kijken. Het lopen ging goed en redelijk soepel met heel constante kilometers van rond de 5:45 minuten. Met dergelijke tijden lag ik mooi op koers voor een eindtijd onder de 2:05, waar ik stilletjes toch wel op hoopte. Er kwamen genoeg lopers mij voorbij, maar de jongeman in het zwart bleef consequent pal achter mij hangen. Ik was dus ongewild kilometers lang het haasje. Ik dwong mijzelf om geregeld om mij heen te kijken en me dus niet alleen maar op het rennen te concentreren. De groep vaalgele koeien die aan de noordwestkant van het parcours in een weitje vlak bij het water stonden, is mij daarom gelukkig niet ontgaan. Een mooi en idyllisch plaatje. Ergens rond de 8ste of 9e km heb ik de dame in het groen die in het begin zo vlotjes langs kwam zeilen weer teruggehaald. Dit nadat zij al een tijdje steeds dichter in het vizier kwam. Intussen reed een EHBO-functionaris op zijn brommertje voor de eerste keer voorbij. Brommers ben ik eigenlijk niet gewend bij deze loop. Die mogen volgens mij niet rijden in het Twiske. Kort daarna, net voor wij het lange, rechte pad verlieten en tussen de bomen terechtkwamen, kwam er nog zo'n kreng langsrijden. De dame in kwestie reed doodleuk het pad op waar duidelijk het bord met 'Dus niet brommen' onder de fietspad-aanduiding te lezen viel.

Pas een eindje na de tweede drinkpost, na ruim 10 km, nam mijn mannelijke volger het voortouw van mij over. En wel op het moment dat ik even iets langzamer ging terwijl ik een zeer droge mueslireep aan het verorberen was. Zijn tempo was echter niet helemaal naar mijn zin en dus nam ik snel het commando weer over. Intussen vroeg ik mij af of de groene dame, die bij ons was aangehaakt, nog wel in het spoor bleef. Omkijkend zag ik dat dit inderdaad het geval was. Toen wij de ronde om het grote water voltooid hadden en na 12 km voor de tweede keer langs de wei met Schotse runderen kwamen, stond vrijwilligster Eva daar bij de volgende splitsing. Het was net even redelijk pittig gaan regenen en ik vroeg in het voorbijgaan aan haar of zij dit weer had besteld. Haar antwoord was dat het even een kort buitje zou zijn. De jongeman achter mij zei zomaar iets, namelijk dat deze regen lekker was om even af te koelen. Hij had twee shirts aan en daar had hij spijt van, dat was hem te warm. De dame suggereerde om dan maar een shirt uit te trekken. Dan kon volgens de jongeman niet want het startnummer zat eraan vast. Mijn duit in het zakje was de opmerking dat hij ook beide shirts kon uittrekken en daarna het ene met het nummer weer aan doen en het andere om zijn middel knopen.

De regen ging over in gemiezer dat nog even aanhield. We moesten nu linksaf en vanaf hier liep de route anders dan voorheen. Een stuk van het 10 km-parcours, en na de drinkpost een paar km's van de gedeelde route van de drie langste afstanden, moesten in tegengestelde richting worden verhapstukt. Het lopen ging bij mij, na bijna 14 km, toch echt wat minder soepel. De kilometertijden waren vanaf de 11e km al opgelopen naar net onder de 6 minuten en gingen daar nu bovenuit. Die eindtijd van 2:05 uur werd zo al een lastig verhaal. Bij het verversingspunt stopte ik even om een bekertje thee aan te pakken en tegelijkertijd besloot ik om heel kort pas op de plaats te maken. Al wandelend gooide ik de helaas nog slechts lauwe vloeistof naar binnen. Mijn twee metgezellen van een flink aantal kilometers raakte ik daardoor uiteraard kwijt, want zij renden gewoon door. Die korte wandelpauze hadden mijn benen goed gedaan, want ik kwam weer in een alleszins acceptabel loopritme. Voor de tweede keer op het pad direct langs de Stootersplas, zag ik voor mij dat de jongedame in het groen de jongeman in het zwart had moeten laten lopen. De afstand tussen haar en mij werd wel weer wat kleiner, dus ik kon mij optrekken aan het idee dat ik haar ten tweeden male zou kunnen overlopen. Als je hetzelfde stukje ineens de andere kant op mag rennen, heb je toch soms ineens heel andere gezichtspunten en zo ook hier. Het graspad achter een hek aan de zuidkant van het water had ik in de zeventien keer dat ik hier eerder liep nog nooit gezien omdat ik dan in een bocht flink over mijn schouder had moeten kijken. En dat doe je alleen maar als het echt noodzakelijk is.

De route ging nu voor de derde keer naar de Schotse runderen. Daar stond Eva nog steeds, die ik nu van de andere kant komend en in totaal voor de derde keer ontmoette. Ik had mijn praatje al klaar door haar te vragen wie er zou gaan trakteren, zij of ik. Haar antwoord was: degene die het eerste terug is bij de finish. Ik heb haar daar niet meer gezien, maar als de volgorde van de foto's van huisfotograaf Jeroen Otten klopt, dan was zij eerder terug op het basiskamp dan ondergetekende. Ik wilde een paar stappen verder wel stoppen om de dames Schotse runderen te fotograferen, maar ik zat net weer in een redelijk lekker loopritme. Hetzelfde gold wat mij betreft een stukje verderop, toen de zon even doorkwam en korte tijd een prachtig gouden licht over het groene landschap legde. En bovendien de nog donkere wolken van de regenbui van daarvoor extra accentueerde. Ik haalde een dame in zwarte kleding in en even later moest ook de jongedame in het groen eraan geloven. Ik vroeg in het voorbijgaan of ik haar wederom op sleeptouw moest nemen en zij sloot ten tweeden male aan. Wij hadden inmiddels al bijna 17 km erop zitten en moesten nog een lusje gaan maken door het vooral uit weilanden bestaande zuidoostgedeelte van het Twiske. Ook hier stonden, net als aan de noordwestkant genoeg (bonte) koeien in het gras om er een prachtig landelijke aanblik van te maken.

Die laatste kilometers waren zwaar. Een stukje klinkerpad en afgeleefd asfalt zijn niet zo fijn voor de vermoeide benen als je al zo lang in touw bent. Een paar verlate 10EM-lopers kwamen ons tegemoet, waarvan een niet zo vrolijk kijkende man was gaan wandelen. Ook de lopers die dezelfde kant opgingen hadden het zwaar. Een vrouw die heel lang had samengelopen met de dame in het zwart die ik eerder voorbijstak, trok het ook niet meer en wandelde eveneens. Een loper in grasgroen shirt, die ik kort voor mij wist en daarna voorbij ging, wisselde wandel- en renpas af. Daarbij slaakte hij enkele kreten van ongenoegen. Zelf had ik even een piepkleine psychologische inzinking toen bleek dat we niet rechtsaf het bruggetje over mochten in de richting waaruit de 10- en 16 km-lopers kwamen, maar dat wij moesten doorlopen tot de volgende brug naar rechts. Ik kwam het gelukkig weer te boven. De EHBO-man cirkelde nu op zijn brommer als een haai om ons heen. Alsof hij op zoek was naar een gewillig slachtoffer. Dan kwam hij weer van voren aankarren en dan weer van achteren. Het lawaai en de uitlaatgassen van dat bromfietsmotortje irriteerden mij wel een beetje. Goed, ik snap dat de man zijn stinkende best deed en dat het prettig is als er in geval van nood hulp direct in de buurt is. Ik hoop echter dat hij voortaan op een elektrische scooter zijn taak zal gaan uitvoeren. De eveneens in landschapskleuren gehulde jongedame die zo lang met mij was meegelopen, moest nu echt afhaken. Zo merkte ik pas later, toen ik haar al kwijt was. Tijdens de 20ste kilometer kon ik zowaar nog een laatste loper oprapen. Het was inmiddels behoorlijk harken geblazen en het enige dat mij restte was zorgen dat ik door kon blijven hobbelen tot de meet.

Intussen had ik mij al afgevraagd waar Jan bleef. Hij was zeker toch al richting huis vertrokken, iets wat ik mij goed kon voorstellen. Ineens zag ik hem echter staan op het dijkje niet ver van de molen. Hij riep mij vanaf zijn verhoogde standplaats toe: 'vergeet die tijd maar, die is niet belangrijk. Je gaat hem gewoon weer uitlopen en dat is heel knap'. En zo was het ook, gewoon verder buffelen tot de eindstreep, en dan maar zien hoe lang ik erover gedaan had. Op het Luyendijkje, de verbinding tussen de Twiskepolder en het Landsmeerse sportpark, zei een wedstrijdofficial dat ik nog 600 meter te gaan had. Dat precieze getal zou ik niet hebben geweten, maar het nog af te leggen stukje kende ik maar al te goed. Dat had ik reeds 17 keer eerder voor de kiezen gekregen. Het was er deze keer, anders dan anders, doodstil. Geen renner, wandelaar of fietser te bekennen. Het was in mijn beleving verreweg de zwaarste halve kilometer die ik hier ooit heb afgelegd. Aan het begin van de baan werd mij zoals altijd medegedeeld dat ik nog een rondje over het gravel moest maken. Ook dat is inmiddels een zeer vertrouwde aangelegenheid. De loper die ik als laatste voorbij was gestoken, kwam nu terug langs mij heen. Ik deed geen moeite om bij hem te blijven en hobbelde een kleine minuut later solo in 2:07:12 uur de eindstreep over. Moe maar uiterst voldaan. Ik had het derde kruisje achter mijn halve marathondeelname kunnen zetten en daar ben ik erg blij mee. Het ging ook nog zodanig voorspoedig dat ik een vierde en vijfde poging wel weer zie zitten. Vooral omdat ik mij de dagen erna niet anders voelde dan na een kortere loop of een training. Ik ging zelfs drie etmalen later alweer op pad voor een duurloop van 11,7 km en die ging gewoon goed. De halve marathon is hoogstwaarschijnlijk nog niet van mij af.

Wat is een goede hardloopblog? (6 reacties)

Gepost door Arranraja op maandag 31 oktober 2016 19:01

Ook te lezen (met alle hyperlinks) op http://arranraja.wordpress.com/

Heel toevallig las ik ruim een jaar geleden in een blogpost van Mari Durieux dat het gerenommeerde tijdschrift Runner's World had een verkiezing georganiseerd voor de hardloopblog van het jaar. Vol trots meldde Mari dat zijn blog een van de genomineerden was. Het nieuws van die verkiezing vond ik zeer interessant. Al tijden was ik op zoek naar goede blogs op dit gebied. Blogs om zelf te kunnen volgen en om mijn eigen site eindelijk eens te vervolmaken met een lijstje van kwalitatief goede blogs die ik zou willen aanraden aan anderen. Runner's world had er een kleine veertig genomineerd ter uitverkiezing. Dat moesten dus wel de beste van het land zijn, want bij zo'n tijdschrift hebben ze uiteraard verstand van zowel hardlopen als van schrijven erover. Dus heb ik de internetadressen van alle andere genomineerde sites voor mijzelf vastgelegd. En gestemd op Mari's blog omdat ik vond dat zijn enthousiasme wel eens beloond mocht worden, Running Ronald, naar verluidt de site met de meeste volgers van het land, stond er trouwens ook bij. Evenals de blog van Leonie van den Haak, de bekende ultraloopster. Vervolgens ben ik met hoge verwachtingen gaan klikken. Laat maar komen die kwaliteitsweblogs over mijn favoriete sport, dacht ik toentertijd.

Ik begon dus direct met het bezoeken van die blogsites. en ik dacht eigenlijk meteen dat ik in een geheel andere categorie terechtgekomen was. De eerste zoveel blogs op mijn lijst waren van ogenschijnlijk vrij jonge vrouwen (op zich absoluut niets mis mee) en die gingen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ik moest echt heel goed zoeken om stukjes tekst te vinden die over hardlopen gingen. Van alles passeerde de revue, hoewel het voor mij, als simpele ziel, soms lastig te bepalen was waarover het nu eigenlijk ging. Een van de eerste sites die ik bezocht had al 21 categorieën gedefinieerd. Onder "sport" moest hardlopen ook nog concurreren met talloze andere actieve bezigheden. Grote kanshebber voor de titel wat mij betreft, maar niet heus. En ik altijd maar denken dat een hardloopblog toch vooral over hardlopen gaat. Heb ik er al die tijd dus erg weinig van begrepen. Ik ben klaarblijkelijk een naïeve sukkel op dat gebied. De resultaten van mijn zoektocht door de lijst van genomineerde sites was zo teleurstellend dat ik er na een stuk of acht de brui aan heb gegeven. Deze blogs waren duidelijk niet wat ik zocht. Als ik de uiteindelijk winnende site en de net daarachter geëindigde twee nog eens nasla, wordt mijn eerdere conclusie aardig bevestigd:

De winnaar, Girlslove2run.com, is een erg drukke, commercieel ingestelde site. De maakster is werkzaam geweest bij of voor Nike en nu blijkbaar voor zichzelf bezig. Ik heb er even (oké, niet lang) gezocht naar iets lezenswaardigs, maar ben niets van mijn gading tegengekomen. De eerste runner-up, Annemerel.com, is net zo druk en op de centjes gericht. Deze uitbaatster is freelance redactrice. Hier moet je tussen alle banieren, fotobombardementen en andere webpaginavervuiling goed zoeken naar een fatsoenlijk stukje hardlooptekst. Uiteindelijk, na aardig wat doorklikken, vond ik wel een paar leesbare stukjes. De tweede runner-up Runninglau.com, is iets minder schreeuwerig dan de andere twee. Maar gaat over veel andere zaken, zoals health, lifestyle, liefde. Deze blog lijkt vooral bedoeld om de maakster tentoon te stellen. Ik ontdek zowaar een lang, alleszins leesbaar (ondanks de Engelse uitroepen en de kreten in hoofdletters) verhaal over haar marathondeelname.

Mijn conclusie: het ging hier vooral om een Runner's World-feestje om commerciële partners te promoten. Het lijkt ook een eenmalig gebeuren geweest te zijn, want het is dit jaar voor zover ik weet tot nu toe niet herhaald. Een openbare verkiezing zegt ook niets over de relatieve kwaliteit van de winnaar. De site met de meest betrokken volgers, dus diegenen die hun stem uitbrengen, zal doorgaans winnen. Vergelijk het maar met de aanhangers van Pim Fortuyn die destijds de verkiezing van de Grootste Nederlander aller tijden kaapten, door massaal op hun idool te stemmen. Als RW een echt serieuze verkiezing had willen organiseren, hadden ze veel beter deskundige jury kunnen laten beslissen.

Een uitgebreid verslag van Mari op zijn eigen site bevestigde nog eens voor mij dat het hier een 'veel-buitenkant-en-weinig-inhoud-actie van het tijdschrift betrof. Het ging vooral om de happening die gevierd werd op de uitreikingsavond. Er werd ook verrassend weinig ruchtbaarheid aan gegeven, kan ik mij herinneren. Ik was vast van plan een kritische blog te schrijven over deze in mijn optiek 'misverkiezing' en over het niveau van de genomineerde blogs. En daarbij vooral ook aan te geven waar voor mij een goede hardloopblogsite aan moet voldoen. Je zou toch denken dat de redactie van Runner's World bij een dergelijke wedstrijd een selectie gemaakt zou hebben uit blogsites die voor de volle 100 procent of dicht bij dat percentage gaan over hardlopen. Dat zou ik in ieder geval wel doen. Het kwam er echter niet van om op het moment-suprême een dergelijke blogpost van de grond te krijgen. De tijd verstreek en mijn verbazing en ongenoegen ebden weg.

Een verhaal schrijven met als onderwerp mijn ideeën waaraan een goede hardloopblog zou moeten voldoen, vind ik nog steeds de moeite waard. Daarom publiceer ik alsnog deze bijdrage. Allereerst, wat wordt er eigenlijk in het algemeen verstaan onder een blog of weblog? Het door velen als minderwaardig beschouwde Wikipedia geeft voor mijn gevoel een prima omschrijving: 'een weblog of blog is een persoonlijk dagboek op een website dat regelmatig, soms meermalen per dag, wordt bijgehouden. Meestal gaat het om teksten die in omgekeerd chronologische volgorde verschijnen. De auteur, ook blogger genoemd, biedt in feite een logboek van informatie die hij wil meedelen aan zijn publiek, de bezoekers van zijn weblog. Meestal gaat het om tekst, maar soms ook foto's (een fotoblog), video (vlog) of audio (podcast). Weblogs bieden hun lezers vaak de mogelijkheid om – al dan niet anoniem – reacties onder de berichten te plaatsen of een reactie via een Trackback-mechanisme achter te laten. Het is het persoonlijke of juist het gespecialiseerde karakter dat weblogs interessant maakt voor bezoekers'.

Meermalen per dag of dagelijks iets melden over hardlopen is best een flinke opgave. Om die reden is regelmatig of periodiek beter van toepassing op de categorie waarover het hier gaat. Dan kun je als blogger uiteraard berichten over alles dat met hardlopen van doen heeft. Van wedstrijdverslagen, recensies over schoenen, kleding en 'hulpapparatuur' tot trainingsschema's of recepten voor hardloopvoedsel of noem maar op welk willekeurig aanverwant onderwerp. Al dit soort zaken vind je, naar mijn idee meer dan genoeg op de reguliere hardloopsites. Waarvan er ook voor ons taalgebied meer dan voldoende beschikbaar zijn. Wat is voor mij dan een goede hardloopblog? Ik merk dat ik toch vooral de voorkeur geen aan de online verhalenbundels. De bij voorkeur sober ingerichte weblogsites waar al dan niet regelmatig een mooi, boeiend of interessant, liefst persoonlijk verhaal te lezen valt. Eigenlijk hetzelfde als wat ik ook in mijn post over de analoge hardlooplectuur aangaf. Kleine of grote, persoonlijke belevenissen van de willekeurige hardloopster of hardloper. Daarbij lees ik wel het liefst goed geschreven verhalen, zonder taal- of spellingfouten en vooral zonder allerlei toegevoegde uitroepen in hoofdletters om zaken te benadrukken. Ik ben tenslotte wel een fanatiek lid van de Nederlandse taalpolitie.

Om die voorkeur te illustreren hier een aantal voorbeelden van blogs die ik kan waarderen. Omdat bij deze blogs de individuele verhalen over hardlopen de prioriteit krijgen en je daarbij niet wordt afgeleid door allerlei storende 'knipperlichten' op de betreffende webpagina's.

  • De inspirerende verhalen op bigsmilerunning.nl van Berry Peters. Een duidelijk minimalistisch weblog waarop de verhalen centraal staan. Deze site was voor mij het eerste voorbeeld en een voorname inspiratie om zelf een dergelijke blog te beginnen.
  • De met een vooral heel leuk Vlaams 'accent' geschreven stukjes van One happy jogger.
  • De enthousiaste, rijk van fotomateriaal voorziene, blogs van Hedwig over haar avonturen bij o.a. drie achtereenvolgende marathons.
  • De posts van de eerder genoemde veelschrijver Mari Durieux (o.a. een zeer emotionele blog over zijn halve marathon in Disneyland).
  • De altijd spannende wedstrijdverslagen van Jaco Rip, de meester van de sportieve 'suspense', hier op Looptijden.nl.
  • De onveranderlijk humoristisch en heel goed geschreven verhalen van Peter de Haan, ook hier op Looptijden.nl

Om af te sluiten noem ik, als enigszins vreemde eend in de bijt, de columns van Aafje Brandt op Prorun.nl. Een column zou je met enige fantasie ook een korte blog kunnen noemen, al zijn de columns die ik hier in het zonnetje wil zetten, niet op een blogsite gepubliceerd maar op een reguliere hardloopsite. Toen ik deze verhaaltjes een tijd geleden las, vond ik ze zo goed geschreven dat ik de vaste overtuiging kreeg dat Aafje Brandt een halfbakken pseudoniem was van Aaf Brandt Corstius, de bekende Volkskrantcolumniste. Van haar had ik eens gelezen dat zij ook rent. Alleen de bijgevoegde foto klopte niet, maar dat kon uiteraard een dekmantel zijn. Inmiddels ben ik er toevallig achter gekomen dat Aafje Brandt een ander persoon is en wel een wetenschapper in de psychologie. De columns zijn al wat ouder en ik heb er twee kunnen terugvinden op ProRun.nl. Geniet, net als ik, maar eens van de in mijn ogen perfecte verhalen 'Poep' en 'Blote basten'. Dit zijn, met alle respect voor iedere andere hardloopblogger of -schrijver, de beste epistels die ik ooit online over onze fantastische sport heb gelezen.

Blog nr. 100: waarom ik ren (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 23 oktober 2016 15:36

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Tijdens de laatste Twiskemolenloop begon Looptijdenvriend en collegablogger Jan Bakker over het onderwerp van mijn aanstaande honderdste publicatie. Hem leek een overzicht van wat ik tot nu toe geschreven had wel toepasselijk. Ik had de inhoud echter allang bepaald, het meest fundamentele aller verhalen: wat is nu eigenlijk de reden dat ik aan hardlopen doe. Het was ook een praktische keuze, aangezien ik dit relaas al een hele poos op stapel had staan.

In mijn vorige epistel berichtte ik dat ik het werk met de titel "Runner's high" van Tim van der Veer had gelezen. Deze hardloper en schrijver verpakt zijn zoektocht naar waarom mensen hardlopen in een verhaal over een training in Nepal en een bergmarathon in Zwitserland. Ditboek heeft mij reeds geruime tijd geleden aan het denken gezet over waarom ik het eigenlijk doe. Ook de column "De hardloper" van Janneke van der Horst in Het Parool op de maandag na de Amsterdam Marathon van twee jaar geleden heeft aan die gedachtevorming bijgedragen. Nadat ik overigens in eerste instantie in mijn hoofd allerlei scenario's had doorgenomen om haar op ferme wijze van repliek te dienen. Zij spreekt in die column haar afschuw uit over hardlopen en over het voor haar irritante genoegen dat renners scheppen in het delen op de sociale media van hun plezier in die sport en alles wat zij eromheen beleven. Zelf schrijft ze dat zij er alleen maar depressief van wordt en nog depressiever van alle positieve posts erover op internet. Vooral op maandag schijnt de niet-renner het om die reden extra zwaar te hebben en daar houdt de hardloper volgens haar geen enkele rekening mee. Ik zou denken: 'sla die categorie berichten dan toch lekker over, meissie' Dat scheelt jou een hoop ellende'

De dag voor de editie van de Amsterdam Marathon van dit jaar verscheen er in De Volkskrant een artikel over voormalig topatleet en auteur Hans Koeleman. Het heeft zijn ideeën over hardlopen als onderwerp. Aan de hand van een paar passages uit zijn boek 'Blauwe uren', bespreekt hij wat rennen voor hem betekent en geeft hij adviezen aan anderen. Hij suggereert om heel veel aspecten, zoals het registreren van de gelopen tijd en afstand, los te laten en vooral te genieten van slechts het 'doelloos' lopen. Niet helemaal het onderwerp 'waarom' dus, maar wel wat je doet met- en tijdens het rennen, iets dat je wel weer kan doen nadenken over het waarom. Er wordt daarnaast heel veel geschreven over dit onderwerp, getuige o.a. de meerdere publicaties getiteld "Why we run" (zie ook mijn vorige blog). Ik heb nog nooit een geschrift gezien met de titel 'Waarom ik voetbal' of iets van gelijke strekking met betrekking tot een andere sport. Wel ken ik van Kees Fens 'Waarom ik niet tennis (en ook niet hockey)'. Maar daarin doet mijn inmiddels overleden oud-docent naar ik mag aannemen uit de doeken waarom hij juist niet aan sport deed. Weer een heel ander chapiter, derhalve. Een voorzichtige conclusie uit de vele zoektochten naar de verklaring van waarom er zoveel mensen hardlopen, zou kunnen zijn: blijkbaar raakt de drang om te rennen aan een ander, veel diepgelegener en basaler niveau dan de overige sporten of andere soortgelijke bezigheden. Auteurs als McDougall en Heinrich zien wetenschappelijke bewijzen dat hardlopen bij de mens in de genen zit. Kortom dat het een voor ons natuurlijke bezigheid is, een oerdrang als het ware. En je leest vaker dat hardlopers van zichzelf zeggen dat zij geboren renners zijn. Er moet daarom wel een kern van waarheid in deze theorie zitten, zou je geneigd zijn te denken.

Tim van der Veer vermeldt in zijn boek de antwoorden van een aantal lopers aan wie hij gevraagd heeft waarom zij rennen. De twee uiterste reacties zijn mij bijgebleven. Een Nederlandse trailrunster zegt 'omdat het kan' en een Engelsman bekent dat hardlopen voor hem vooral een vlucht is voor de dingen in het leven die hij niet goed aankan. Het antwoord van de vrouw zou uiteraard voor bijna alles in het leven kunnen opgaan en is mij daarom te vaag en te vrijblijvend. In de bekentenis van de Brit kan ik mij wel verplaatsen. Als ik terugkijk naar mijn eigen hardloopverleden, weet ik echt niet meer wanneer ik ben begonnen met rennen en waarom ik dat toen ben gaan doen. Het was in een tijd dat hardlopen nog lang niet zo populair was als nu en ik had ook geen direct voorbeeld van een familielid, vriend of bekende dat ik zou zijn nagevolgd. De enige reden die ik kan bedenken is dat ik ging rennen om mijn conditie op peil te brengen en / of te houden ten behoeve van de georganiseerde sporten die ik toentertijd beoefende. Maar ik weet wel dat ik het al heel snel heerlijk vond om in (toen nog) ongedefinieerde sportkleding het bos in te gaan en daar naar hartenlust kriskras over de paden te draven. Zonder benul van hoe lang, hoe ver en hoe hard ik liep. Al snel werd het een liefhebberij op zich. En ik ben, zij het soms met flinke tussenpozen, altijd blijven joggen. Waar ik ook woonde, nadat ik mijn ouderlijk huis met de twee bossen aan weerszijden op 5 minuten wandelafstand, had verruild voor een eigen onderkomen in de hoofdstedelijke regio. Waar ik nu inmiddels al weer ruim 30 jaar woon.

Steevast stond het hardlopen echter in dienst van de andere sport die ik op dat moment beoefende. Je hoeft uiteraard niet altijd bewust en met een bepaalde reden voor iets te kiezen. Het kan jou ook overkomen, of je kan er door toeval zomaar inrollen. Zo kan ik mij nog goed herinneren dat mijn ooit beste vriend mij vertelde dat hij lid geworden was van een basketballvereniging. Op de middelbare school die hij bezocht was hij met deze daar zeer populaire sport in aanraking gekomen. Ik hoor mijzelf (ik was toen zoals de meeste jongens een enthousiast voetballer) nog denken 'wat vind hij daar nou aan, dat basketballen'. Maar ik ging toch eens een keer met hem mee op een pleintje een balletje gooien en voor ik het wist was ik ook in de ban van deze geweldige teamsport. Het duurde weliswaar nog jaren voor ik Koning Voetbal vaarwel zei en bij een club ging basketballen, maar toen was ik ook helemaal om. Inmiddels heb ik 30 jaar competitiebasketball erop zitten en heb ik die carrière heel bewust beëindigd maar is deze sport mij nog steeds heel dierbaar.

Daarna heb ik mij volledig op het rennen gestort, ben ik op mijn manier fanatiek erin geworden en er na verloop van tijd over gaan schrijven. Kort samengevat zou ik kunnen zeggen dat hardlopen iets is dat ik al heel lang doe en dat bij mij hoort. Om te beginnen omdat ik er vrijwel altijd veel plezier in heb. Ik ben weliswaar geen natuurtalent en vergeleken met vele anderen niet echt snel, maar het gaat mij wel relatief makkelijk af. En iets waar je goed in bent, vind je doorgaans fijn om te doen. Verder kan ik met gemak een aantal redenen opnoemen waarom ik ren. Alleen heb ik ze geen van allen van te voren bedacht of ze mij gerealiseerd. Al die argumenten gaan echter, de ene met meer gewicht dan de andere, wel degelijk voor mij op.

Ik ben opgegroeid in de tijd dat kinderen gewoon altijd buiten speelden, zeker degenen die niet in een grote stad woonden. Zoals onze soort, de homo sapiens, van oorsprong buiten woonde of in ieder geval vrijwel altijd zijn leven buiten doorbracht, was ik als kind een buitenmens. Als je volwassen wordt, kantoorwerk gaat doen en zoals ik in sporthallen gaat sporten, raak je die band met het buitenleven al snel kwijt. Het fanatiek hardlopen deed mij de voorkeur voor het buiten zijn herontdekken. Behalve bij zware storm, keiharde regen of extreme kou of hitte, vind ik het steevast heerlijk om buiten te zijn. Het liefst in de rust van de natuur, weg van alle drukte en lawaai die de mens doorgaans produceert. In de loop der tijd ben ik ook gaan beseffen dat hardlopen mij de mogelijkheid biedt om, al is het voor korte tijd, alle verplichtingen en misère van het veeleisende, moderne leven te ontvluchten. Even weg van het gekibbel van de kinderen en het gemopper van de echtgenote. In die zin kan ik dus helemaal meegaan met de inzichten van de Engelse hardloper die Tim van der Veer uitgebreid laat figureren in het eerder genoemde boek.

Een paar decennia terug had ik het voorrecht om een tijdje basketballtrainingen te volgen bij Ton Boot, zeer waarschijnlijk een van de beste sporttrainers en -coaches die ons land ooit heeft voorgebracht. Uit interviews met hem en documentaires over hem, wist ik dat hij op momenten dat hij niet aan het werk was, heel vaak ging hardlopen. Omdat hij dan de tijd en gelegenheid had om over van alles en nog wat na te denken. Ik denk tijdens een trimloop of training al vaak na over wat ik in een blog ga schrijven. Of de ideeën voor teksten stromen vanzelf bij mij binnen. Het zou voor mij dan ook erg handig zijn als ik al die gedachten direct, zonder verdere inspanning, digitaal kon vastleggen, maar dat terzijde. Dat nadenken zou je uiteraard ook kunnen doen tijdens het op de bank zitten, het fietsen of het wandelen. De extra lichamelijke inspanning die het rennen vergt, draagt bij mij op de een of andere manier toch extra bij aan het op gang brengen van de gedachtestroom en de inspiratie. Het tegelijkertijd loslaten van het dagelijkse, soms uiterst vermoeiende en frustrerende denkpatroon is daarbij een zeer welkome bijkomstigheid.

Als kind had ik nooit problemen mee, maar toen ik groter werd vond en vind ik het nog steeds niet prettig om flink te zweten in mijn gewone kleren. Met sportkleding, en vooral hardloopkleren, is het voor mij geen enkel bezwaar. Sterker nog, wat is er nu fijner dan je lekker in het zweet te werken en de adrenaline door je lichaam te laten vloeien. Waarbij het vrijkomen van de hormoonstofjes die je een gelukzalig gevoel bezorgen, helemaal de kersen op die overheerlijke taart vormen. En als je daarbij ook nog erin slaagt je eigen grenzen te verleggen door harder, langer dan wel verder te lopen, of door niet toe te geven aan dat innerlijke stemmetje dat jou aanspoort om over te gaan op wandelpas, komt daar nog eens een extra dosis pepmiddel bovenop. Hardlopen is voor mij daarom ook een goede oefening in volharden. Niet opgeven maar gewoon doorgaan tot je aan de (denkbeeldige) finish bent. Daarbij houd ik ervan om de wereld om mij heen te observeren en op die manier mooie of interessante zaken waar te nemen. Wanneer heb je nu beter daar voor de gelegenheid dan tijdens het rennen? Ik kan daar, zoals mijn trouwe lezers onderhand wel weten, heel erg van genieten.

Hoewel je daar niet als eerste aan denkt als je deze individuele tak van sport gaat beoefenen, geeft hardlopen je zeker ook in ruime mate de mogelijkheid om het plezier dat je eraan beleeft, te delen met gelijkgestemden. Hardlopers vormen op een wonderlijke manier een heel fijne en ongelooflijk sociale gemeenschap. Ik ben ook nog zelden een renner tegengekomen die onaardig was of onsympathiek op mij overkwam. Hardlopers zijn gewoon, in ieder geval tijdens het beoefenen van hun sport, ontzettend aardige mensen. En iedere loper wordt beschouwd als een winnaar, hoe lang hij of zij er ook over doet, hoe ver hij of zij ook gaat. Dat brengt mij meteen bij het laatste argument dat ik in dit verhaal te berde wil brengen: het is voor mij een heel goed en vooral dankbaar onderwerp om over te schrijven. Dat was zeker geen vooropzette reden om ooit de renschoenen onder te binden, eerder een erg leuke toegevoegde bijkomstigheid, maar daarom voor mij niet minder bevredigend en belonend.

Als ik alle redenen die ik hierboven heb genoemd achteraf goed beschouw en ze tijdens een hardloopsessie nog eens rustig de revue laat passeren, kom ik tot de conclusie dat een belangrijk argument het feit is dat ik een sportdier ben. En dat na het pony-rijden, voetballen, tennissen en basketballen dat ik ooit in georganiseerd verband heb gedaan, op dit moment in mijn leven door het vrijblijvende en individuele karakter, hardlopen de meest geschikte tak van sport voor mij is. Deze sport past genetisch gezien ook nog eens 100 procent bij mij. Alle andere genoemde aspecten, waaronder die zeker ook heel belangrijke, de ontsnappingsclausule, zijn er gaandeweg als 'beweegredenen' bijgekomen. Alles bij elkaar zorgen ze ervoor dat ik niet meer zonder kan of wil. Dat werd mij de ochtend na een flink inspannende 16,1 km-training weer eens duidelijk. Toen ik in het zojuist doorgekomen zonnetje even naar het kanaal wandelde om een boot te fotograferen,zag ik daar flink wat mensen hardlopen. Het liefst was ik direct met een van hen meegerend. Ik kan het eigenlijk gewoon niet laten.

Lezen over hardlopen (5 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 14 oktober 2016 19:57

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Al maanden geleden heb ik het onderwerp voor deze blog en de titel bedacht. Een piepklein beginnetje stond daarom reeds geruime tijd te wachten om uit te groeien tot een compleet verhaal. Maar dat wilde tot voor kort nog niet zo goed lukken. Dit relaas was oorspronkelijk gepland als laatste deel van de miniserie 'In Duitsland met Dolf'. Tijdens een volgend verblijf bij onze oosterburen afgelopen mei, had ik eindelijk het boek 'Altijd verder' van Dolf Jansen uitgelezen. Het bleek te gaan om nog slechts een beperkt aantal bladzijden van het afsluitende deel getiteld 'Marathondagboek'. Zoals ik in blog drie over het onderwerp (In Duitsland met / zonder Dolf) al meldde, had dit laatste stuk proza voor mij het effect van de aloude nachtkaars. En ik moet bekennen dat het heilige vuur bij mij ook niet meer is gaan branden tijdens het doorwerken ervan. Ik las het uit en kon het digitale boek daarmee sluiten. Jammer dat het zo eindigde, want driekwart van dit schrijven was voor mij juist heel gloedvol en zal ik zeker wel eens herlezen.

Ik had echter tijdens die korte vakantie meerdere renpijlen op mijn hardloopboog, want ik had ook de beschikking over een paar afleveringen van de hardlooptijdschriften 'Runner's World' en 'Losse Veter.' Het doorwerken van die stapeltjes papier zou toch genoeg stof moeten opleveren voor een lezenswaardig relaas met betrekking tot de informatie en inspiratie die renners zoals ik graag tot zich nemen. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het zou wat mij betreft een stukje beter kunnen. Bij beide tijdschriften is het niet zo dat ik erin begin te lezen en vervolgens pas weer ophoud als ik alles van voor naar achter en terug gespeld heb. Er staan wel wat aardige artikelen in, maar lang niet alles kan mij ook echt boeien. Althans niet zodanig dat ik de bladzijden er bij wijze van spreken door verslind. Een stuk met als inhoud wat haar directe omgeving vertelt over Dafne Schippers is leuk, maar ook niet meer dan dat. Hetzelfde geldt voor een verhaal over Olga Commandeur, ooit korte tijd een succesvol atlete en nu vooral bekend van haar optredens in het MAX-televisieprogramma 'Nederland in beweging'. Informatief, vooral waar het haar blessuregeschiedenis en -heden aangaan en hoe zij aankijkt tegen haar tegenwoordige missie. Maar niet zodanig indrukwekkend dat het je naderhand lang bezighoudt. Eigenlijk moet ik mijzelf dwingen om de genoemde tijdschriften opnieuw ter hand te nemen en serieus werk te maken van het lezen erin. Het gaat dan om een gecombineerde aflevering of zeven van beide titels. Op de een of andere manier heb ik er echter wat moeite mee om de bladen weer op te nemen.

Een verhaal dat wel indruk op mij maakte tijdens dat mei-verblijf in Duitsland was van de hand van mijn grote vriend (en dat bedoel ik oprecht en dus niet cynisch) Mart Smeets. In het inmiddels alweer door vele titels opgevolgde boek 'Niets is wat het lijkt' uit 2013 staat maar één stuk over onze sport. 'Hardlopers pakken niet', gaat over de vele topatleten die juist wel betrapt zijn op dopinggebruik. Een negatief relaas derhalve. Nee, het verhaal waar ik op doel is 'Sweet Caroline', dat zijdelings gaat over de bomaanslag bij de Boston Marathon in april 2013. Smeets vertelt hierin op uitgebreide en overtuigende wijze hoe deze oude hit van Neil Diamond (sinds 1997 het officieuze clublied van de honkbalclub Boston Red Sox) na die fatale datum overal bij sportwedstrijden in de VS gedraaid werd om aandacht te besteden aan de vreselijke gebeurtenis bij de Boston Marathon. Hij zat zelf met zijn vrouw op een avond in mei van dat jaar in het stadion van de Red Sox en maakte mee hoe het lied tegen het einde van de wedstrijd door het geheel gevulde stadion meegezongen werd. Ik vind Amerikanen al gauw overdreven en nepperig sentimenteel, maar dit relaas van Mart maakte ook op mij best indruk. De moeite waard om te lezen, mocht je het boek, bijvoorbeeld in de openbare bibliotheek, nog eens tegenkomen.

Omdat ik niet alleen graag over hardlopen schrijf, maar er ook veel over wil lezen, schaf ik vrij geregeld een (digitale) versie van een boek over dit onderwerp aan. Zo ben ik een tijdje geleden begonnen in 'Niet de race, maar de reis'. van Jolanda Linschooten. Hierin beschrijft de schrijfster hoe zij al hardlopend en wildkamperend van Lands End naar John O'Groats in Groot-Brittannië trekt. Ik ben nog niet heel ver gevorderd in het verhaal, maar het lezen ervan bevalt nu al prima. Een persoonlijk verhaal over hardlopen, dat is wat mij nog het meeste aanspreekt. Waarbij dit relaas zich ook nog eens afspeelt in mijn geliefde Great Britain. Wat het extra leuk maakt, is dat zij mede tot deze reis gekomen is door het lezen van het boek 'Journey through Britain' van John Hillaby. Een werk dat ik zelf al tientallen jaren geleden heb gelezen en nog steeds in mijn boekenkast heb staan. Hillaby rende weliswaar niet van het uiterste puntje van Zuidwest-Engeland naar de noordelijkste plek in Schotland, maar maakte die reis wandelend. Blijkbaar voor Jolanda inspirerend genoeg om dezelfde tocht al hardlopend te maken.

Boeken die ik in het recente verleden heb gelezen zijn bijvoorbeeld:
  • 'De geboren renner' van Christopher McDougall. Deze titel is wat mij betreft zeer de moeite waard, iets wat ik al eens nader uit de doeken heb gedaan in een eerdere blog.
  • Daarnaast las ik geruime tijd terug 'Runner's high; een avontuurlijk onderzoek naar de vraag waarom wij hardlopen' van Tim van der Veer. Dit epistel inspireerde mij tot een verhaal dat ik in een volgende blogpost zal publiceren.
  • 'Runner's high; de beste hardloopverhalen' is een bundeling van de topstukken die in het helaas niet meer bestaande literaire hardloopblad '42' hebben gestaan. Vooral 'Lopen is een harddrug' en 'Pislucht' zijn verhalen uit deze bloemlezing die mij zijn bijgebleven. 'Pislucht' gaat over een Nederlandse vrouw die aan de westkust van de Verenigde Staten woont en daar na een lange pauze weer gaat hardlopen langs het strand. Na een kilometer of 8 zit zij er lichamelijk helemaal doorheen en wil zij terug naar haar woning. Op de een of andere manier raakt zij verzeild bij een stelletje zwerverstypes, mannen die weliswaar heel vriendelijk tegen haar zijn, maar toch enigszins vreemd. En ze verspreiden vooral een niet zo erg lekkere lichaamsgeur. De vrouw zet het op een gegeven moment op een rennen, waarbij ze ineens absoluut geen last meer heeft van vermoeide benen. Want ze vliegt als het ware naar huis. Een heel duidelijk geval van hoe het menselijk lichaam veel meer aankan dan wij soms menen te voelen. Ik kan mij bij dit relaas van alles voorstellen.
  • Een bundel als 'Ik loop dus ik besta; toppers en amateurs over hun passie voor hardlopen', samengesteld door oud-politicus Paul Rosenmöller is nog zo'n boek dat ik met veel plezier gelezen heb. Waarbij uiteraard het ene verhaal interessanter is en beter verteld wordt, dan het andere.
In twee behoorlijk bekende titels ben ik in het verleden gestrand:
  • 'Eens een hardloper' van John L. Parker Jr. wordt geafficheerd als 'de beste roman over hardlopen ooit geschreven' of iets in die geest. Tot twee keer toe heb een stuk in dit werk gelezen en hetzelfde aantal keren ben ik daarmee opgehouden omdat het mij niet genoeg kon boeien.
  • Hetzelfde laken een pak is wat mij betreft 'Waarover ik praat als ik over hardlopen praat' van Haruki Murakami. Deze titel kom je op vrijwel ieder lijstje met aanbevolen titels over hardlopen tegen. Ook dit werk heb ik tot twee keer toe proberen te overmeesteren. Beide keren ben ik 'gescheitert', zoals onze oosterburen dat zo mooi kunnen verwoorden. Het kon mij eenvoudigweg niet genoeg boeien.

De werken 'Marathonloper' en 'Zandloper' van Abdelkader Benali heb ik wel tot aan de laatste pagina kunnen lezen. Goede hardloopliteratuur wat mij betreft.

Werken die ik daarnaast nog aan het lezen ben of klaar heb staan om te lezen:

  • De mens als duurloper van Jan Knippenberg; over de historische achtergronden van het duurlopen.
  • Looptijd door Dirk van Weelden; een roman over hardlopen in Amsterdam, Frankrijk, Amerika en in de Nederlandse duinen
  • Ik ren dus ik ben (de beste hardloopverhalen) samengesteld door Pieter Jouke; in deze bundel heb ik al een aantal stukken gelezen, maar er zijn er geen die tot op heden op mij een onuitwisbare indruk hebben gemaakt. Ik hoop uiteraard van harte dat ik toch een paar juweeltjes tegenkom.
  • Why we run; gek van hardlopen van Robin Harvie; dit verhaal begon met een heel boeiend relaas over de hardloopsessie van de auteur in vakantieland Denemarken, waarbij hij hopeloos verdwaalde. Hij was daardoor zodanig lang in de hoeven dat hij vrijwel uitgeput raakte. Helaas ging de schrijver kort daarna over op allerlei bespiegelingen waarbij hij uitspraken van filosofen en andere denkers debiteerde. Ik moet zeggen dat ik door die wending de lust tot lezen in dit boek een beetje kwijtraakte. En ik heb nog niet de neiging gehad om de draad weer op te pakken maar zal mijn best doen om het stuk touw alsnog terug te vinden.

Op mijn verlanglijst staan verder de volgende naar mijn idee interessante titels:

  • Why we run; a natural history door Bernd Heinrich; een bioloog, schrijver en ultraloper exploreert een nieuwe kijk op de evolutie van de mens door het onderzoeken van het fenomeen ultra-uithoudingsvermogen en hij doet verrassende ontdekkingen over de fysieke-, spirituele- en oerdrift om te winnen.
  • Eenzame uren van Jolanda Linschooten; waarom loopt zij eigenlijk hard? En in haar geval: waarom loopt zij zulke ultralange afstanden? Dit verhaal is het antwoord op deze vraagstukken en tevens het verslag van een jaar dat helemaal in het teken staat van lopen.
  • Het blauwe uur - Hans Koeleman; een verhaal over een hardlooptocht in de duinen

Waar ik toch de meeste informatie uithaal, zijn de korte artikelen op de websites van bijvoorbeeld Runner's World, Prorun, Hardloopnieuws, Loopkoorts, RunningPlus en Losse Veter. Van het eerstgenoemde tijdschrift krijg ik dagelijks een looptip en wekelijks een nieuwsbrief in mijn mailbox. Meestal gaat het om praktische tips over trainen, wedstrijdvoorbereidingen, eten enzovoort. Ook volg ik een aantal blogs van collegalopers en ben ik altijd op zoek naar nieuwe blogsites met mooie verhalen. Aan het fenomeen hardloopblog zal ik later een aparte blogpost wijden.

Waar ik in ieder geval achter ben, is dat het eigen verhaal van de individuele renner mij het meest aanspreekt. En dan bij voorkeur als diegene het op zijn of haar manier vertelt. Als de hoofdredacteur van Runner's World mij in een mail, waarin hij ook de wens uitspreekt dat ik abonnee blijf van zijn blad, vraagt wat ik daarin mis, dan zijn het wel die genoemde persoonlijke verhalen. En die hoeven echt niet altijd van bekende landgenoten te zijn. De onbekende recreant heeft wellicht vaker iets interessants te vertellen dan de BN-er. Dus meer mooie, interessante persoonlijke verhalen over hardlopen graag, Olivier. Als er iemand en tip heeft voor hardloop-leesplezier dat de moeite waard is, dan houd ik mij uiteraard aanbevolen.

Weerzien in- en met het Twiske (5 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 29 september 2016 19:54

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Met een tevreden gevoel liep hij over het Landsmeerse sportpark en door enkele straten naar zijn auto. In een korte broek en zonder het gebruikelijke jasje. Een korte broek eind september? Ja, zo warm was het die zondag. Het sportpark lag er met zijn vele groene bomen en gladgeschoren grasveld bij de ingang ook heel zomers bij. Hij las later op de Twiskemolenwebsite dat dit met 24 graden Celsius zeer waarschijnlijk de warmste editie van de TML ooit was, in 40 jaar tijd dus, was geweest. Vanwege die hitte was het geen drukbezochte aflevering. Dat had hij zonder zich daarvan bewust te zijn, gemerkt in de kleedkamer. Daar was achteraf gezien ongebruikelijk veel ruimte om je om te kleden. Toen hij later de officiële uitslagen op internet zag, kwam hij er achter dat er maar iets meer dan 100 lopers op de 10 km over de eindstreep waren gekomen. 200 tot 250 deelnemers zijn geen ongebruikelijke aantallen voor de bij dit evenement steevast favoriete afstand. Toen pas was de lage opkomst tot hem doorgedrongen.

Hij had daarvoor hartelijk afscheid genomen van Looptijdenmaatje Jan. Nadat zij zich samen op de foto hadden laten zetten en wat hadden nagepraat over de succesvol verlopen, gezamenlijk afgelegde 10 km. Een meter voor de finish, in 58:17 minuten netto tijd gepasseerd, was er op initiatief van Jan een high-five uitgewisseld. Ze hadden in die laatste kilometer, met de meet bijna in zicht, toch nog een kleine versnelling gevonden. Nadat het tempo in de kilometers daarvoor logischerwijs steeds wat naar beneden was gegaan. Was het in de eerste helft van de race vooral Jan die het tempo aangaf, hij had naarmate zijn Garmin vaker zoemde en trilde om een kilometertijd aan te geven, het gevoel dat Jan op sleeptouw genomen moest worden. Zo waren de taken dus mooi verdeeld en gingen zij als een echt team in de rondte. Wat hem betreft moest hij maar vaker proberen een loopmaatje te vinden dat hem kon stimuleren of op sjouw nemen. Toch hadden de heren in dat tweede deel een keurige snelheid van rond de 10,5 per uur, met alleen in de 9e kilometer een uitschieter naar boven van net iets meer dan 10 per uur. Op de laatste tweehonderd meter wisten zij zelfs even een snelheid van 12 per uur uit de benen te persen, met twee vrouwelijke deelnemers direct achter zich. Hij dacht dat deze dames op het laatste rechte eind over ze heen zouden gaan. Maar hun eigen eindsprint, ook door Jan geïnitieerd met een 'gaan we nog even?', voorkwam dat te elfder ure.

De organisatie had na jaren een aantal parcourswijzigingen aangebracht, waaronder een kleine in het 10 km-traject. Na bijna 7,5 km moesten ze nu rechtsaf tussen de velden door in plaats van het pad langs de Ringvaart tot het einde toe te volgen. Dat nieuwe stukje zorgde voor weer eens een andere blik op dat deel van het Twiske. Echt spectaculair kon hij de wijziging echter niet noemen. Alleen zorgde deze voor een paar extra bruggetjes dat genomen moest worden. Zouden de lopers van de verschillende afstanden niet tegen elkaar in komen te lopen in dat deel, waar de halve marathonlopers van de andere kant zouden komen? Hij vertrouwde er maar op dat de organisatie daar rekening mee had gehouden. Er kwamen in ieder geval geen lopers hen tegemoet. Alleen riepen een paar achterop komende snelle mannen op een vrij scherpe manier dat zij aan de kant moesten. Dat vond hij nooit zo'n prettige gewaarwording. Ze konden het toch ook vriendelijk vragen?

Het leek hem dat Jan hier een beetje moeite kreeg om het tempo vol te houden, maar dat kon zijn inbeelding zijn. In ieder geval was het zo dat zijn metgezel de door hem zo nu en dan genoemde kilometertijden niet echt belangrijk vond. En opvallend vaak vroeg of hij een slok uit zijn waterfles mocht nemen, omdat hij zijn eigen exemplaar thuis vergeten was. Een eindje voor die bocht naar rechts die hen op het nieuwe stukje parcours bracht, hadden ze afscheid genomen van de vrouw die een tijdlang was meegelopen. Ze riep iets dat hij niet had kunnen verstaan, maar dat was blijkbaar de mededeling geweest dat zij de beide heren niet langer kon bijbenen. Toen hij haar na afloop kort sprak vertelde zij dat zij last had van een van haar achillespezen. Zij had ook pas ruim anderhalve minuut later haar loop kunnen voltooien. Intussen speelde hij het spelletje 'petje-op-petje-af'. Als de zon te warm op zij hoofd scheen en het zweet er vanaf in zijn ogen dreigde te lopen deed hij zijn pet steevast op. Als er daarentegen even schaduw was of als hij de verfrissende wind in zijn gezicht voelde, verwijderde hij het wit-zwarte stukje textiel direct. Dit opdat de daar gevormde overtollige warmte kon ontsnappen en het zweet door de wapper van zijn kruin zou worden gewist.

De vrouw liep voor de tweede keer achter de twee mannen. Zij was opnieuw aangesloten nadat zij bij de drinkpost na bijna 5 km was blijven staan om een beker vocht naar binnen te werken. In de tussentijd had een andere dame de twee mannen ook als hazen gebruikt, maar zij was even daarvoor bij hen weggelopen en had vrij snel een aardig gat laten vallen. Noemenswaardig was het aantal wandelende deelnemers. Had dat te maken met de warme omstandigheden of waren er zoveel geblesseerden? Onze man vond de temperatuur prima, behalve in de zon en uit de wind. Een blessure had hij maar bij één loper echt kunnen constateren. Een volslanke man die in de tweede kilometer al met een van zweet glanzend kaal hoofd aan hen voorbijgegaan was, liep bij de Stootersplas ineens trekkebenend door het gras langs het pad. Erg vervelend als je op die plek de strijd moet staken, want het is toch zo'n 4 kilometer terug naar de atletiekbaan. Op deze grootste plas waren, evenals op het water van de Kerkebreek direct bij de AC Waterlandbaan, behoorlijk wat zeilen te zien. Tezamen met het nog steeds overvloedige en fris ogende groen, zorgde dit ervoor dat het Twiske er op en top zomers bijlag. Een aanblik die hij nog niet eerder zo had ervaren en waar hij al veel eerder heel nieuwsgierig naar was geweest. Hij had zelfs wel eens overwogen om 's zomers op een zonnige dag er naartoe te fietsen teneinde mooie foto's te kunnen maken van die stukken waar de huisfotografen van de Twiskemolenloop nooit komen. Hij had echter nog nooit de daad bij de gedachte gevoegd.

Terwijl ze langs de weide liepen waar de grote schotse runderen zich altijd ophielden. liep de vrouw met de later pijnlijke achillespees al even achter ze. De weide was hem nog niet eens opgevallen, omdat hoog opgeschoten begroeiing deze half aan het zicht onttrok. De runderen waren overigens nergens te bekennen. De vrouw kwam naast hen lopen en begon een praatje met de melding dat zij voor haar wel een prettig tempo liepen. Ze vroeg aan de mannen of zij ervaren renners waren, hoelang zij al liepen. Jan meldde dat hij dat sinds 2010 deed. De ander kon pochen met zijn aantallen trimlopen, waaronder 16 eerdere Twiskemolenlopen en 7 Dam tot Dam's. Toen zij aangaf weer achter de mannen te willen gaan lopen, voegde hij haar voor de grap toe dat ze wel kopwerk moest doen. Zij ging daar direct serieus op in en voorop lopen, waarbij zij even stevig doortrok. Ze liep zelfs bij de heren vandaan. Jan bedankte intussen bij iedere gelegenheid de op belangrijke punten aanwezige wegwijzers voor hun belangeloze maar o zo gewaardeerde inzet. Dat moest hij best een aantal keren herhalen, omdat er op veel punten iemand geposteerd was. De mannen waren begonnen met een uursnelheid van 10,8 km en draaiden regelmatige kilometers van 5:35 tot 5:46 minuten. Op een paar plaatsen langs de route stonden borden met daarop groot de naam Jan. Waarom werd zijn loopmaatje aangemoedigd en hij niet?

Door de parcoursveranderingen, waren ook de startplaatsen op de baan gewijzigd. Hij had zodra hij gearriveerd was al uitgekeken naar Jan, maar hij had hem nog niet kunnen ontdekken. Pas kort voor het starttijdstip zag hij hem vlak voor zich op het gras staan dicht bij de startplaats. Wat hij eigenlijk wel wist van vorige gelegenheden, was ook nu aan de hand. Nadat Jan al ruim een uur van te voren op de fiets vanuit IJmuiden was gearriveerd, was hij op zijn rijwiel de Twiskepolder ingegaan om enige plaatjes te schieten. Toen bleek dat Jan's Garmin 's morgens al de geest had gegeven, had onze renner tegen hem gezegd dat hij maar bij hem moest blijven. Want zijn horloge had wel nog batterij-inhoud genoeg om de 10 km-loop te registreren. Zo geschiedde het dus dat zij, na een eerste samenloop een paar jaar terug, opnieuw getweeën de paden van het Twiske onveilig gingen maken. Zij hadden elkaar overigens ruim anderhalf jaar niet gezien omdat Jan lang met blessures getobd had. Het was dus een prettig weerzien geworden en ze gingen ergens midden in de groep renners van start met het gebruikelijke rondje op de baan gevolgd door de inmiddels beschreven gang het natuur- en recreatiegebied in.

Het weerzien in Landsmeer was met een bijzondere ontmoeting begonnen. Halverwege zijn eerste gebruikelijke inlooprondje om het apart liggende voetbalveld, was hij even gestopt om zijn kniebandjes om te doen. Op dat moment kwam er een drietal jongeren met een paar honden uit de richting die hij even later wilde gaan. Zeer verbaasd was hij daarom dat hij niet veel later kort voor hem een grote buizerd zag opvliegen van het gras direct naast het pad. De roofvogel verdween niet maar streek een paar meter verder neer op een lage boomtak. Hij stond met bewondering en genoegen korte tijd te kijken naar het prachtige dier, dat net zo scherp terugkeek. Toen besefte hij dat hij er een foto van kon maken. Nauwelijks had hij één keer afgedrukt, of de gevleugelde vriend vond het welletjes en steeg opnieuw op. Hij hoopte van harte dat die ene kiek duidelijk en scherp genoeg zou zijn om de buizerd herkenbaar te doen weergeven. Grote kans dat dit dezelfde buizerd was die hij een jaar of wat eerder in hetzelfde bosje van behoorlijk dichtbij had kunnen aanschouwen. Zijn dag kon nu al niet meer stuk en zou er alleen maar beter op worden.

En dat is zeven (3 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 23 september 2016 19:55

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Mijn eerste Dam tot Damloop staat mij nog helder voor de geest. En ook hoe het zover kwam dat ik eraan ging deelnemen. Het was in het jaar 2010 en ik was toen nog actief basketballer. Ik had helemaal nog geen plannen om daarmee te stoppen en deed het hardlopen erbij om mijn conditie op peil te houden. Wel was ik het stadium van het lopen van slechts een vast rondje van ongeveer 4 á 5 km al voorbij. Mijn directe collega was een fanatiek hardloper die drie keer per week trainde en startte tijdens grote evenementen als de DtD en de City-Pier-Cityloop in Den Haag. Dat jaar deed hij als vanzelfsprekend in het loopteam van onze werkgever mee aan de Dam tot Dam. Op een maandag in september had ik een vrije dag en ging ik trainen. In de vaste overtuiging dat de dag ervoor die grote loop was geweest, besloot ik langs het kanaal tot Driemond te lopen en terug, bij elkaar ruim 14 km. Zo leefde ik mij enigszins in, in wat mijn collega en mijn direct-leidinggevende de dag ervoor hadden verhapstukt. Een kleine solidariteitsverklaring mijnerzijds. Dit was de grootste afstand die ik tot dan toe had afgelegd. 10 Engelse mijlen had ik nog nooit voltooid en ook geen vastomlijnde plannen dat ooit te gaan doen.

Toen ik daags daarna aan mijn collega's vertelde dat ik die 14 kilometer en een beetje had weggetikt, zei mijn baas dat ik dan ook makkelijk de Dam tot Damloop zou kunnen voltooien. Het bleek tevens dat ik mij vergist had en dat dit mega-loopfeest pas het in weekeinde dat nog moest komen, ging plaatsvinden. Toen op vrijdagochtend degene die het loopteam coördineert een mail rondstuurde waarin zij aangaf dat er nog startnummers beschikbaar waren en of er mensen waren die het aandurfden, trok ik na overleg met mijn vrouw de stoute renschoenen aan. Zo stond ik op zondag ineens met een aantal collega's in het startvak op de Prins Hendrikkade in Amsterdam om voor het eerst ooit aan een georganiseerde loop te gaan deelnemen. En dat was niet de kleinste die je jezelf kunt voorstellen. Ik had de adviezen van mijn collega's heel goed in mijn hoofd geprent. 'Vooral heel rustig beginnen want het is een lange weg die je te gaan hebt'. En: 'als je iets gaat eten of drinken, kun je beter even gaan wandelen omdat jij niet getraind bent in het al hardlopend dingen naar binnen werken'. Heel kalm ging ik daarom door de IJ-tunnel en bij meerdere drinkposten hield ik halt om een versnapering aan te nemen of te pakken om vervolgens een stukje te wandelen. Ik kan mij herinneren dat ik redelijk fris Zaandam binnenliep en de drukte daar zelfs wel leuk vond. Mijn collega's hadden bewondering voor mijn debuuttijd van net onder de 1:36 uur. Ik had in hun ogen een knappe prestatie geleverd.

Zo was mijn officiële trimloopcarriëre begonnen, maar het vervolg liet een jaar op zich wachten. Want in dezelfde septembermaand had mijn 30ste, en naar later bleek, laatste seizoen competitiebasketball eveneens een aanvang genomen. Mijn tweede trimloop werd zodoende de Dam tot Damloop van 2011. Van die editie herinner ik mij vooral de start en wat daar aan voorafging. Het weer was wisselend bewolkt met af en toe een bui. Dat heb ik geweten. Al ruim voor het startschot had ik met vele anderen staan schuilen onder een groot afdak van een hotel langs de spoorbaan. Eenmaal in het startvak gingen de hemelsluizen pas echt open en kletterde de regen met bakken naar beneden. Ik was zo verstandig geweest om een oude, half kapotte paraplu mee te nemen en die kwam toen erg goed van pas. Ik ben ook nooit zo populair geweest bij mijn collega's als op dat moment, want iedereen wilde bij mij onder dat regenscherm om enigszins die stortbui te ontlopen. Ik wist mij dus ineens innig omringd door een stuk of vier teamgenoten. Toen het startschot eenmaal viel, goot nog steeds uit de lucht en rende ik met de kapotte paraplu in de hand en boven mijn hoofd richting het overdekte stuk in de tunnel. Het asfalt waarop wij voortgingen leek meer op een waterweg dan op een straat. Dat maakte echter niet veel meer uit, want het regenscherm had weliswaar mijn lichaam aardig droog gehouden maar niet mijn schoenen. Die waren in het startvak al 'zeik-doorwater-nat' geworden, zoals mijn zus altijd pleegt te zeggen. De paraplu gooide ik aan het begin van de tunnel aan de kant en verder bleef ik wat betreft hemelwater geloof ik redelijk gespaard. Ik bereikte die andere Dam in één keer rennend, dus zonder wandel- of andere pauzes en een minuut sneller dan het jaar ervoor. Dat ging wel redelijk moeizaam, want mijn benen hadden te lijden gehad van het lange wachten en de lagere temperatuur tijdens de regenbuien vooraf.

Tot zover mijn blogloze DtD-tijdperk. Vanaf 2012 heb ik namelijk ieder jaar een uitgebreid verhaal gepubliceerd op deze site. 2012 en 2013 waren, qua eindtijd mijn beste twee jaren. Vooral 2012, omdat ik mij toen een deel van de race kon optrekken aan mijn loopmaatje van toen, Janine. Dat was ook het gezelligste jaar omdat zij behalve een sterke loopster ook een zeer symphatieke en continu keuvelende metgezel is. Mijn 1:26:59 uit 2012 is nog steeds mijn DtD-toptijd. Ik hield mij toen niet aan het collegiale advies van twee jaar eerder en ging om Janine bij te houden eigenlijk veel te snel van start. Het gevolg was dat ik haar ergens op de helft van het traject moest laten gaan. Maar ik hield een goed tempo vol, met het eerdergenoemde prima eindresultaat. Het jaar daarop kon ik al niet meer in de buurt van die eindtijd komen maar scoorde ik met 1:31:44 wel mijn tweede tijd ooit. Ik moest het nu weer helemaal alleen doen, want Janine was vanaf de start spoorslags met 12 per uur vertrokken en uit het zicht verdwenen. Wel stond zij na de finish op mij te wachten en reisden wij samen terug naar onze woonplaats.

In 2014 was ik ervan overtuigd dat deze vijfde DtD mijn laatste zou zijn. Maar na afloop, op de weg terug naar huis, begon ik daarover al te twijfelen. Het is namelijk echt een heel bijzondere loop, iets dat ik in mijn vijf verhalen erover tot nu toe hopelijk duidelijk heb kunnen maken. En de editie van 2015, vorig jaar dus, was ook nog eens het grootste sportevenement ter wereld ooit. Op dat moment in ieder geval, want ik weet niet of die rond de 90.000 deelnemers inmiddels overtroffen zijn. Daar ben ik toch maar mooi deelgenoot aan geweest. Dit jaar kwam ik op het station in mijn woonplaats onverwachts weer Janine tegen. Zij ging onder de vlag van haar eigen werkgever ook deelnemen, haar eerste loop na ellenlang blessureleed. Wij gingen samen in de trein richting Amsterdam Centrum en dat is altijd gezellig, want Janine is zoals gezegd een makkelijke prater, die ook nog eens met Jan en alleman gesprekken aanknoopt. Zij zou een kwartier na mij starten en ik vermoedde dat zij mij ergens onderweg wel zou bijhalen, want zij loopt veel sneller dat ik. Janine beloofde mij te zullen aanspreken als zij mij zou zien. Op het station namen wij afscheid maar ik zag haar nog een keer op weg naar het startvak. Dat kun je rustig een klein wondertje noemen, gezien de enorme mensenmassa die zich die kant op beweegt. Lees over het massale aspect van de Dam tot Damloop mijn blog uit 2013 nog maar eens na.

Zo stond ik derhalve voor de zevende keer op de prins Hendrikkade in het shirt van de HBO-instelling waarvoor ik zo lang gewerkt heb. Ik zag er deze keer behoorlijk tegenop. Hoewel ik vanaf begin augustus in de gelegenheid was geweest om meerdere keren te trainen en dat ook consequent had gedaan, ging het tijdens die voorbereiding verre van ideaal. Was het de eerste twee weken nog goed loopweer omdat de temperaturen aan de lage kant waren, vanaf half augustus werd het flink warm en dat bleef het zeker vier weken lang. Nu heb ik het voordeel dat ik in de schaduw langs het Amsterdam-Rijnkanaal relatief koel kan lopen, toch viel het mij geregeld behoorlijk zwaar bij deze late, hoogzomerse omstandigheden. Ik had een paar keer een 15-plus kilometertraining gepland en uitgevoerd, maar het lukte mij geen enkele keer om die zonder bijkompauzes te voltooien. Gelukkig was het daags voor de grote dag enigermate afgekoeld. Toch was de verwachting dat het een loop onder warme omstandigheden worden. Gecombineerd met de wetenschap dat de DtD verreweg de zwaarste loop is op mijn programma, beloofde het daarom een flink zwaar gebeuren te worden, waarvan ik niet zeker wist of ik het aankon. Het was al een klus om het startvak te betreden, want dat was reeds bomvol. Ik moest helemaal achteraan tegen het hek plaatsnemen. Wederom had ik overigens vooraf al bedacht dat deze zevende editie mijn laatste zou zijn. Dat ik het na deze gedane looparbeid nu echt welletjes zou vinden. En ik was wat betreft mijn voornemens voor onderweg eigenlijk terug bij de allereerste editie. Ook nu was mijn doel alleen maar om de 16,1 km te voltooien en als ik daarbij moest gaan wandelen of stilstaan om tussendoor een beetje uit te rusten, dan was dat dan maar zo. Sowieso had ik bij de fruitpost na ruim 8 km een wandelpauze geprogrammeerd. Dat leek mij met de hoge temperaturen geen slecht idee en wellicht zou het er voor zorgen dat ik niet de laatste kilometers op mijn tandvlees naar de eindstreep moest. Ook wat het wedstrijdplan aangaat, wat de cirkel voor mij eigenlijk rond.

In de IJtunnel was het behoorlijk warm en benauwd. Ik merkte dat mijn ogen wat moeite hadden met scherpstellen in het spaarzame licht. Maar ik vond met lage snelheid gelukkig goed mijn weg tussen de medelopers door. Helaas heb ik daardoor deze keer niet het prachtige golveneffect dat zo'n zee aan renners in de beperkte ruimte doorgaans veroorzaakt, kunnen waarnemen. Bij het verlaten van de onderdoorgang onder het IJ voelde het in de buitenlucht zelfs even een beetje koud aan. Dat zegt wel iets over de temperatuur in de tunnel. Wat verderop schreeuwde een loopster dat zij over een aantal weken in New York de marathon zou lopen. In het voorbijgaan merkte ik op dat ze eerst deze klus maar eens moest klaren. Dat zou volgens haar geen enkel probleem zijn. In de linkerberm liepen een man en een vrouw richting de tunnel. Die dachten zo zeker makkelijk en snel van de noordkant van het IJ naar het centrum te komen. Ik vraag mij af of zij wel tegen de stroom lopers op hebben kunnen tornen. De eerste 3 kilometer en een beetje vind ik altijd wel prettig omdat het ruim lopen is op het asfalt van de Nieuwe Leeuwarderweg en er relatief weinig lawaai aan muziek geproduceerd wordt. Zodra deze weg verlaten wordt, gaat het dan smallere parcours kilometers lange tijd door woonwijken. Dat is wel eens even doorbijten, hoewel het voor de bewoners altijd een groot feest is, getuige de grote belangstelling en het enorme enthousiasme langs de route. Op het fietspad van de Buiksloterdijk zag ik een gezin met kinderwagen een eindje voor mij oversteken. Ineens zag ik op de grond tussen alle rennersbenen en -voeten een knuffel opduiken. Oversteken bij deze loop is op een heleboel punten al een lastige klus, laat staan op je schreden terugkeren om een knuffelbeest voor al die aanstormende renners weg te pakken. Dus bedacht ik mij geen moment toen ik het beestje direct voor mij wist. Ik boog in de loop voorover, graaide het ding van de grond en wierp het in één beweging recht in de handen van de verbouwereerd kijkende moeder. Of zij iets riep als uiting van dank heb ik niet meegekregen, want ik was alweer verder op mijn pad. Het was naast het voltooien van deze monstertocht wel mijn grootste heldendaad van de dag.

Dit festijn wordt altijd in goede banen geleid door vele (ongeveer 1300) vrijwilligers, die daamee de 60000 lopers en de naar schatting 250000 toeschouwers een onvergetelijke gebeurtenis bezorgen. Maar er zijn altijd personen die de zaak te ver doordrijven. Zoals de vrijwilliger die op zijn strepen wilde blijven staan toen een man met hond een poging deed het parcours over te steken. Het klonk alsof de functionaris zich helemaal in de hondenuitlater ging vastbijten op dat omhooglopende stuk fietspad bij het verlaten van de wijk Buiksloot. Ik maak vaker zulke kleine dictatoren mee en het is jammer dat die op die manier pogen om de goede sfeer te verpesten. Beslist niet nodig naar mijn idee. Er liepen wat vrouwen met in grote tekens K3 op hun shirt. Dit ontlokte een dj de opmerking dat er al twee dames van de groep K3 voorbij waren gekomen en dat de derde eraan kwam. Van de vele muzikale geluiden langs de route vond ik de verschillende drum- en trommelslagersbands nog het leukste om te horen. Die waren tenminste niet elektrisch versterkt en daardoor deed hun geluidsproductie geen pijn aan mijn overgevoelige oren. Een groot contrast vormden trouwens de ontelbare renners die zich tot het uiterste inspanden om het einddoel te bereiken en de vele toeschouwers die daar op soms zeer luie strandstoelen naar zaten of lagen te kijken. Zeer vermakelijk vond ik de twee oudere dames met een thee dan wel koffieservies op een tafeltje op een inrit, ergens in Amsterdam-Noord.

Het was op deze zondag dus een behoorlijk benauwde warmte en vele mensen stonden met tuinslangen als douches langs de kant om de lopers verkoeling aan te bieden. Daar werd door menigeen dankbaar gebruik van gemaakt, maar ik ging er steevast omheen als dat kon, want het zorgde alleen maar voor spetters of erger op mijn zonnebril. Ik wachtte liever tot de natte sponzen in beeld kwamen, die mij in staat zouden stellen zelf zeer plaatselijk en gedoseerd verkoelend vocht aan te brengen. Ik had wel voor de zekerheid een liter water aan mijn riem hangen, verdeeld over twee drinkflessen. Aan dorst zou ik derhalve zeker niet ten ondergaan. Het stuk tussen kilometers 4 en 9 in Amsterdam-Noord lijkt altijd eindeloos lang te duren. Ik heb mij na zeven keer inmiddels verzoend met het feit dat ik wel de individuele stukken hier herken maar dat ik waarschijnlijk nooit zal weten in welke volgorde ik die achter elkaar moet zetten. Het voordeel daarvan is dat het parcours toch iedere keer weer een beetje nieuw en spannend lijkt. Ik zag al een tijdje uit naar de eerder genoemde fruitpost na ruim 8 km. Het lopen ging, hoewel met een tempo van onder de 10 per uur niet snel, nog best wel redelijk goed. Maar als voorzorg besloot ik mijn eerder bedachte optie ten uitvoer te brengen en wandelend mijn derde banaan van die dag te eten. Door het ietwat onpraktische tijdstip van starten (13:45 uur in mijn geval) en de tijd die er nodig was om aan te reizen, de tas af te geven en met het team op de foto te gaan, had ik geen gelegenheid om een echte lunch te verorberen. Dus waren bananen en muesli-repen die middag mijn brandstof.

Waar bleven die verkoeling brengende sponzen nou? O ja, een stukje verderop na ongeveer 9 km. Ik was nu echt wel toe aan zo'n compacte natte dweil. Toen ik dat kleinood eenmaal stevig beet had, heb ik mijn hoofd en nek er flink mee gekoeld en al het zweet dat in mijn ogen dreigde te lopen weggewist. Janine kwam ineens langs na ongeveer 9,5 km. Wij vroegen aan elkaar hoe het ging en wederzijdse succeswensen werden er uitgewisseld voor zij met gezwinde spoed weer verdween. Later zag ik in de uitslag dat zij ergens in de 1:21 was geëindigd. Hoezo lang geblesseerd geweest en weinig getraind. Dat maakt bij haar dus blijkbaar geen verschil !! Even daarna ontving ik een persoonlijke aanmoediging van iemand die de naam van mijn voormalige werkgever op mijn shirt zag staan. Ik bedankte hem met een armgebaar. Op een smal stukje net voor het opgaan van de Noorder IJ- en Zeedijk wurmde een loper zich tussen mij en een ander door op een plaats waar dat dus eigenlijk net even niet kon. Ik gaf hem een zet in zijn rug na als uiting van mijn ongenoegen voor deze actie. Even verderop was er namelijk een zee aan ruimte om mensen voorbij te steken. Daarvoor had ik een man een vrouw behoorlijk zien snijden. De vrouw had hem terecht de huid vol gescholden. Meestal geeft dit type wegpiraten geen enkele sjoege en dat was bij deze twee akkevietjes eveneens het geval. De Noorder IJ- en Zeedijk leek deze keer wel extra-extra lang te zijn. Er kwam geen eind aan. Ondanks het feit dat ik na het 12 km-punt voor de tweede keer in korte tijd overging tot wandelpas. Telkens keek ik ver vooruit in de verwachting dat het einde van dat deel van het parcours in zicht zou komen. Er lag een man uitgeteld op de stenen voor een bedrijfspand omringd door Rode Kruismensen. Ik hoop dat er niet iets ernstigs met hem aan de hand was.

Gauw maar weer een spons aangepakt bij de verzorgingspost in de bocht die daarop volgde. Ik riep naar de uitreikster dat ik wel 10 van die natte dingen wilde meenemen. Maar dat leek mij toch wat onhandig, dus ik weigerde haar aanbod om er nog een extra aan te pakken en hield ik het bij eentje. Die ik ook als psychologisch hulpmiddel goed kon gebruiken omdat de door mij gevreesde Zuiddijk naderde. Deze klinkerstraat van iets meer dan 1 km lang is in mijn beleving dubbel zo druk en lawaaierig als de drukste stukken eerder op de route in Noord. Dit is uiteraard een volkomen subjectieve beleving omdat na 14 km bij mij qua fitheid het beste er echt wel af is. Dus was ik blij dat ik nog een derde spons kon aanpakken van een jong meisje en hernieuwd koel vocht over mijn hoofd kon uitspreiden.Twee keer heb ik een vinger in mijn oor gestoken vanwege het exorbitante lawaai uit luidsprekers langs de weg. Hiermee wilde ik voorkomen dat ik een gehoorbeschadiging zou oplopen. Ik vrees echter voor het gehoor van de vele toeschouwers die er dichtbij in de buurt stonden en swingden op de 'muziek'. Ja, zo hard stond dat lawaai echt uit die boxen te schetteren. Ook hier keek ik telkens vooruit in de hoop en verwachting dat het einde van deze straat spoedig zou arriveren en ik aan de laatste kilometer kon beginnen. Ik liep nog meerdere mensen voorbij in deze fase, dat geeft altijd een extra stimulans om het tot het bittere einde toe vol te houden. Op de Burcht, het pleinachtige straatgedeelte dat volgt op de Zuiddijk, liep ik een oud-collega voorbij. Ik was op dat moment zijn naam even vergeten, maar hij was zodanig geconcentreerd en in zichzelf gekeerd bezig met het voortgaan dat hij mij niet leek op te merken. Om die reden spaarde ik mijn adem en sprak ik hem niet aan. Op de Dam heb ik deze keer heel bewust om mij heen gekeken naar het rijendik achter de hekken staande publiek. Ik zag vooral veel vrouwen en die stimuleren mij altijd. Op de laatste honderd meter kon ik zowaar nog even aanzetten en ik kwam over de streep net onder de 1:41 uur: 1:40:57 heb ik zelf geklokt. Mijn officiële eindtijd bleek later echter 1:41:17, maar zo slecht heb ik volgens mij niet getimed. Een verschil van 20 seconden in mijn nadeel is naar mijn idee echt te groot. Daarom houd ik mijn eigenhandig geregistreerde Garmintijd aan als mijn feitelijke eindtijd. Ik had het voor de zevende keer in successie geflikt, ik had de Dam tot Damloop voltooid !!! Dat dit mijn langzaamste tijd ooit was, kan mij absoluut niet boeien. Ik heb een fraaie, zevende medaille binnengesleept.

Bij die medaille krijgt iedere loper een flesje sportdrank en een zoete Sultana uitgereikt. Ik heb na een dergelijke inspanning echter veel meer behoefte aan hartig voedsel. Dus spoedde ik mij, na het eerste bijkomen in de finishstraat, zo goed en zo kwaad als het kon door de drukte naar mijn tas met spullen. Zodra ik die veroverd had, werkte ik een paar van de hartige varianten van de net genoemde versnapering naar binnen. Dat smaakte prima. Een oase van rust vond ik daarna in de kleine mannenkleedkamer in de al even uitgestorven sporthal De Struyk. Daar waren slechts twee andere renners present, waarvan er één al snel opstapte. Ik had er dus alle ruimte om mijn spullen even uit te hangen en op mijn gemak droge kleren aan te trekken. Mijn benen protesteerden hevig tijdens de lange wandeling naar het station. Maar ik moest toch die maken om naar huis te komen, dus kon het niet anders dan dat ik ze nog even moest pijnigen. Na een klein half uur zitten in de trein, voelden mijn onderdanen overigens alweer een stuk prettiger aan.

Al met al waren mijn bedenkingen vooraf niet echt nodig. Hoewel het warm en vermoeiend was, ging het lopen toch makkelijker dan verwacht. Ik ben alweer aan het twijfelen geslagen over mijn voorgenomen besluit om dit nu echt de laatste Damloop te laten zijn. Het is en blijft per slot van rekening een zeer uitzonderlijk en indrukwekkend hardloopfeest. Ik vraag mij af of ik dat al aan mij voorbij kan laten gaan. De tijd zal het leren. Om te illustreren hoe indrukwekkend, wil ik jullie tenslotte het bericht niet onthouden dat ik na het online zetten van mijn resultaten kreeg van het Hardloopspel. Let hierbij vooral ook op de buitengewoon hoge stijgingen die ik gerealiseerd heb en dito klasseringen die ik hierdoor nu op de ranglijst van iedere tegel inneem:

Beste Arranraja,

Je bent met je training van 18-9-2016 13:50 over 5 tegels gekomen in het Hardloopspel.
  • Zaandam-Zuidoost: 6 km, 371 posities gestegen naar # 271
  • Amsterdam Centrum: 6 km, 330 posities gestegen naar # 231
  • Landsmeer: 1 km, 344 posities gestegen naar # 154
  • Zaandam: 1 km, 201 posities gestegen naar # 451
  • Zaandam-Zuidwest: 1 km, 425 posities gestegen naar # 208

Succesvolle samenloop (6 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 3 juli 2016 18:22

Ook te lezen (met heel veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Toen collega Hans op maandagochtend aan mijn bureau stond, was zijn eerste zin: 'dat deed pijn'. Als gewaardeerd fotograaf van dienst op het startterrein zag hij de dag ervoor van dichtbij dat ik behoorlijk moeite moest doen om de rit te voltooien. Niet dat mijn lijf echt pijn deed, maar ik had wel het gevoel dat ik er aardig doorheen zat. Terwijl Looptijdenmaatje Peter nog genoeg energie over had om vlak voor de meet naar rechts uit te wijken en daar aan de toeschouwers wat lage vijven uit de delen. En toch had hij er volgens de officiële uitslag 1 seconde korter over gedaan dan ondergetekende. Wat betekent dat hij ondanks die uitwijkmanoeuvre net iets eerder de finishlijn gepasseerd moet zijn. Dat ik niet de enige was die diep moest gaan, bleek toen wij, na ons te hebben omgekleed en gelaafd, door het startgebied naar de dichtstbijzijnde uitgang van het manegeterrein gingen. Daar had net de vrouw die enige kilometers met ons had meegelopen, haar halve marathon voltooid. Zij stond met een vuurrood gezicht zeer zwaar te hijgen en was in het geheel niet aanspreekbaar, want ze registreerde namelijk absoluut niet dat ik iets tegen haar zei in het langslopen.

Ik had dit epistel, naar analogie van het verhaal uit de Camera Obscura van Hildebrand (Nicolaas Beets), ook de titel 'Hoe warm het was en hoe ver' mee kunnen geven. Maar daarmee zou ik te veel de nadruk leggen op de geleverde inspanning en niet op de uiterst prettige en voor zowel Peter als ondergetekende voordeel biedende samenwerking tijdens deze mooie en enerverende trimloop. Mijn maatje had het voordeel dat ik het parcours van deze loop op mijn duimpje ken en het een en ander kon vertellen over interessante zaken op of langs de route. Ik, op mijn beurt, kon dankbaar gebruikmaken van het feit dat Peter een ervaren haas is en bovendien sinds zijn voorbereiding op en het voltooien van zijn marathonavontuur een specialist op de langere afstanden. Beide ervoeren wij het pluspunt van het eindelijk eens ontmoeten van en samen lopen met de collegablogger met wie beiden alleen via de sociale media dikwijls contact hadden gehad. Ik had Peter al eens eerder gepolst om weer eens in de regio Amsterdam te komen rennen (want dat had hij reeds vaker gedaan) en dan nu samen met mij. Toen hij online aangaf wel eens aan een loop uit mijn persoonlijke top 5 te willen deelnemen, heb ik de druk op hem op een vriendelijke manier opgevoerd. Daaruit kwam uiteindelijk de afspraak om samen deze Vechtloop te gaan verhapstukken.

Zo kwam het dat wij elkaar ontmoetten op station Weesp, samen al kletsend naar het startterrein wandelden en ons voorbereidden op die flinke tocht van 15 km door de ommelanden van het oude stadje Weesp, gelegen in de Vechtstreek, op de drempel van het Gooi. Voor wij het wisten, klikte het prima tussen ons en stonden wij te praten in het overdekte gedeelte van de manege, aan de zijkant van het al behoorlijk gevulde startvak. Hoewel ik hier voor de derde keer klaarstond om te gaan rennen, viel het mij voor het eerst op hoe het klonk als een kippenhok in die overdekte paardenbedoening. Wat wil je ook met die honderden renners die stonden te wachten op de start. En dat uiteraard niet zwijgend deden. Ik bedenk mij nu trouwens dat ik op dat manegeterrein nog nooit bewust een stal of een paard gezien heb. Blijkbaar wordt de hele boel ten behoeve van deze trimloop geëvacueerd. Door het lawaai van de rennersmassa miste ik het startschot van de 5 kmloop, die 3 minuten eerder vertrok dan de lopers van de 10, 15 en 21,1 km. Het gevolg was dat we niet meer de gelegenheid hadden om het snelle rennersvak vooraan op te zoeken, wat wel mijn gewoonte is, bang als ik ben om in het grote pak te komen vastzitten. Dus gingen wij van start in het midden van de meute, en dat bleek echt geen bezwaar omdat wij hadden afgesproken er een kalme ren van te maken. 1:30 uur was daarbij onze richttijd, wat zoveel betekende dat wij 6 minuten over een kilometer mochten doen en dus een uursnelheid van 10 km konden aanhouden.

Terugkijkend was mijn vrees ook ongegrond omdat de eerste honderden meters plaveisel breed genoeg zijn om comfortabel je eigen tempo te vinden en te lopen. Dat deden wij dan ook en vanaf het begin liep de samenwerking als een gesmeerde bliksem. Langs het Torenfort aan de Ossenmarkt snelden wij over de Lange Vechtbrug (die helemaal niet lang is) het fraai in bloemen gestoken centrum van Weesp in. Eerst over de Hoogstraat, die langs het water van de rivier ligt, en daarna over grachten zoals de Herengracht en de Achtergracht. In die laatste straat (want de gracht is gedempt) zag ik een winkel genaamd 'De Kringloper'. Toepasselijk voor ons rondje rennen door dit plaatsje. Peter vond het gebouw van Museum Weesp, waarvan ik aannam dat dit het stadhuis van die plaats zou zijn, mooi om van een afstand te zien. Toen wij de stad weer uitholden, gaf hij aan het hele stuk in het oude stadje de moeite waard gevonden te hebben. Dat was voor mij een hele opluchting, omdat ik in mijn vorige verhalen over deze loop zo hoog had opgegeven over dit evenement. 'Goede recensies', zoals hij dat noemde. Als de werkelijkheid dan zou tegenvallen, was dat voor mij een reden mij enigszins beschaamd te voelen. Daar was dus absoluut geen reden voor. Mijn loopmaatje was gewoon erg enthousiast en zou dat de hele loop ook blijven.

Lopend over een klinkerbestrating op de Oude Gracht, maakte ik een opmerking over dit type wegdek. Dat bracht een renner aan mijn linkerkant tot een observatie over de marathon van Enschede, waar de laatste 5 km helemaal over dergelijke ondergrond gaat. Wij waren het er alle drie over eens dat dit soort plaveisel niet echt ideaal is voor hardlopers en zeker niet als je al zoveel kilometers in de benen hebt. Waarop Peter de mededeling deed dat bij zijn marathon na 36 km het licht bij hem sowieso al helemaal was uitgegaan. Bij de kerk liep een loper ook weer links van mij steeds heel scherp naar rechts te kijken. Had ik wat van hem aan soms? Het bleek dat hij naar een vrouwelijke collega keek die zich rechts van ons bevond. Was dat zijn loopmaatje of wilde hij nader met haar kennismaken? Naar mijn idee had de man nogal verbeten trekken op zijn gezicht, die ik als minder prettig ervoer. Ik ben benieuwd hoe die loopster daar over dacht. Terug over dezelfde Lange Vechtbrug snelden wij richting het stuk langs de rivier. In deze fase gingen wij, achteraf gezien, te rap getuige de snelheden van boven de 11 per uur. Dat kon later nog weleens voor problemen gaan zorgen, zo weet ik uit ervaring. Het werd warm langs het water met de doorkomende zon. Gelukkig waren er heel veel drinkposten. Wel miste ik zo´n fijne koude en natte spons, die ze helaas niet in het assortiment hadden. Ik zag later gefinishte halve marathonners met sponzen rondlopen. Hadden ze die bij een verre post in de Naardermeer dan wel uitgereikt?

Door de warmte en het redelijk hoge tempo werd het voor mij al snel zwaarder, zeker als we in de volle zon liepen. Dus was ieder beschaduwd plekje extra welkom. Peter nam steeds een bekertje water, ik had mijn eigen flessen aan mijn twee gordels, waarvan er één aan de achterkant voortdurend naar beneden over mijn billen dreigde te schuiven. Pas toen ik doorhad welke van de twee riemen de boosdoener was kon ik dit toch wel een beetje afleidende euvel voorgoed verhelpen. Ik zag de contouren van Fort Uitermeer en bedacht dat die nog redelijk ver weg waren. Pas ter hoogte van het fort konden wij omkeren en hetzelfde stuk langs het water weer terugrennen. Net daarvoor had ik Peter verteld dat ik begin dit jaar een training had gevolgd in De Overhorn, een prachtig uitziende boerenhofstede die dienst doet als bed & breakfast- en vergaderlocatie. Mijn loopmaatje vond de voorkant van deze boerderij een plaatje. Mooi dus dat wij er twee keer langskwamen. 'Ook ideaal voor familiegelegenheden', wist hij nog te concluderen. Een voordeel van routes met keerpunten is dat je op de terugweg steeds lopers tegenkomt die nog richting die draai in het parcours moeten. Die heb je derhalve allemaal achter je gelaten. Ieder voordeel heeft zijn nadeel want als jij zelf nog richting de u-bocht gaat zie jij wel lopers terugkomen die jou al hun hielen hebben laten zien.

Er wordt bij deze loop altijd heel veel gefotografeerd en ook hier stond halverwege een jongeman langs de kant plaatjes te schieten. Ik heb inmiddels al tientallen fraaie kiekjes van Peter en mijzelf verzameld. Zoals een erg leuk uitziend huisje op het water, dat mij sterk deed denken aan het huis dat een jongetje in een reclame van een bekende bank zelf in elkaar knutselt, om het vervolgens in het wild bij de huizenjacht echt tegen te komen. Ik was voor mijn gevoel behoorlijk veel aan het mopperen over de inspanningen en de warmte en bood voor dat feit op een gegeven moment aan Peter, die schijnbaar onvermoeibaar zijn zelfgekozen rol als haas (en Haan) van dienst vervulde, mijn excuses aan. Met erbij de opmerking dat ik dat mopperen meestal in mijn hoofd doe, omdat ik doorgaans mijn loopjes solo afwerk. Ook daarom was ik extra blij met zijn gezelschap, naast het feit dat ik het als uiterst prettige afwisseling ervoer om met iemand samen een complete loop af te werken. Ineens liepen er achter ons een paar vrouwen, waarvan er één luidkeels de renners die nog de andere kant op moesten, aanmoedigde. Ik draaide mijn hoofd en voegde haar toe dat zij ons ook wel op die wijze mocht enthousiasmeren. Waarop zij repliceerde dat zij dat ook deed en dat ze ons op die manier vooruit stuwde. Dit ontlokte Peter de Haan/ haas de opmerking: 'O, wij zijn de hazen van dienst'. Dat was hij voor mij in ieder geval wel, 15 km lang.

Deze dames waren snel weer verdwenen. Het is mij ontgaan of zij bij ons wegliepen, maar dat zal wel want een versnelling zat er bij mij op dat moment even niet in. En Peter, plichtsgetrouw en amicaal als hij is, week niet van mijn zijde. Niet veel later kwam er een andere dame naast ons. Zij liep met ons op toen wij weer over het manegeterrein gingen en zo de kaap van 10 km passeerden. Mentaal gezien best lastig als je al niet meer zo soepel loopt en de finish rechts moet laten liggen om nog 2,5 km een andere kant op te gaan en precies hetzelfde stuk net zo hard weer terug. Deze vrouw ging mee op dat laatste stuk naar de andere kant van het spoor. Zij vroeg of wij de 15 km deden, zij ging zelf voor de 21,1. Na ongeveer 12 km mocht zij daarom onder het spoor richting Almere door voor een extra rondje in de richting van de Naardermeer en waren Peter en ik weer met zijn tweeën. Op het stukje onverhard dat wij op het terrein dienden te overbruggen, stonden ook meerdere fotografen. De halve marathondame had het in het zicht van die gevoelige plaat-vastleggers over een trio of iets dergelijks. Ik weet niet precies wat zij daarmee bedoelde en zal mij ook niet verliezen in allerlei speculaties over deze woorden. Net na het keerpunt bij het fort op 6,5 km, was de zon gelukkig achter de bewolking schuilgegaan. Maar tijdens de 11e km, op het gedeelte langs woonboten die de rivier daar volledig aan het zicht onttrekken, dreigde de koperen ploert zijn gezicht weer te laten zien. Aangezien de route daar volledig uit de wind lag, dreigde dit in ieder geval voor mij, nog even extra afzien te worden. Gelukkig duurde die Heintje Davids-imitatie van deze grote ster niet heel lang en dat was maar goed ook. Want tot aan het volgende keerpunt op 12,5 km liepen wij met de bries die er was, in de rug. Daar voelde je derhalve geen verkoeling van. Toen we gedraaid waren, was die verfrissing er ineens wel en dat deed mij even goed.

De vermoeidheid zat echter allang in mijn benen en ik moest moeite doen om in Peter's spoor te blijven. Iets dat trouwens niet voortdurend lukte. Af en toe moest ik een piepklein gaatje laten vallen. En ik had ook al het gevoel dat hij door mij, steeds langzamer moest gaan lopen. Dat viel, als ik naar onze kilometertijden kijk, trouwens redelijk mee. Hoewel er wel duidelijk sprake was van een negatieve split. Dat krijg je al snel op zo'n afstand en helemaal als je eigenlijk iets te voortvarend begint, zoals ik hiervoor al vermeld heb. Mijn maatje sprak mij indirect telkens moed in door het aantal nog af te leggen kilometers te roepen. Een enkele keer zag ik op mijn horloge een uursnelheid van onder de 10. De kilometertijden liepen na 6 km wel op van rond de 5:30 minuten richting de 6 minuten, maar bleven keurig steken rond de 5:50. Ze werden zelfs aan het einde van de ren weer ietsje rapper. Doorstoempen en bij Peter blijven was mijn parool en dat lukte heel aardig, hoewel het voor het gevoel soms hangen en wurgen was. Ik was aan één kant blij dat wij de tunnel onder het spoor voor de tweede keer konden passeren en linksaf het manegeterrein oprennen om daar met een 180 graden bocht naar de finish te draaien. Aan de andere kant betekende dit dat onze samenloop er alweer bijna opzat. En zoals ik eerder, tijdens onze gang langs het water, tegen Peter opmerkte: als je bezig bent met rennen en vermoeid raakt, wil je dat je zo gauw mogelijk de klus klaart. Maar achteraf vind je het jammer dat de loop voorbij is en dat slechts de mooie herinneringen overblijven. Herinneringen die de eerder ervaren werkelijkheid wellicht iets mooier inkleuren ook.

Na 1:27:18 uur was het samenlopen dan echt voorbij. Althans voor voorlopig. Ik slaagde er, juist voor het finishen nog wel in fotograferende collega Hans een verdiende lage vijf te overhandigen. Daarna was ik echt toe aan rustig uitwandelen en -hijgen. Dat kon prima binnen in de manege, waar niet veel renvolk te bekennen was. Wel jammer dat er daar ook bosjes luidsprekers hingen die een hele hoop lawaai voortbrachten, zowel muziek als voortdurend gepraat van de spreekstalmeester. Mijn hoofd deed lichtelijk pijn van de inspanning en was dringend aan rust toe. Daarom vond ik het helemaal geen bezwaar om redelijk vlot deze plaats van handeling te verlaten en met kalme pas door het fraaie stadje naar het station te wandelen. En er nog een paar laatste blikken op te werpen. Nu moesten we wachten voor we de lange Vechtbrug vanwege een boot die over het Vechtwater passeerde. Peter en ik kletsten nog honderduit en spraken, voor onze wegen zich scheidden, af om dit samenlopen eens een keertje over te doen. Hetzij in Het Twiske, hetzij in de omgeving Gouda waar Peter woont. Mijn lichte hoofdpijn verdween gelukkig snel, nadat ik thuis een flinke bak koffie had achterovergeslagen. De vermoeidheid in de benen duurde iets langer. Maar een positief gevoel heb ik blijvend aan deze trimloop overgehouden. En het besef dat het ruim 7,5 maanden geleden was dat ik een dergelijke afstand in georganiseerd verband aflegde. Waarbij ik tevens moet aantekenen dat ik nu dik 7 minuten sneller was dat de 15 km-trainingen die ik de laatste weken ervoor heb gedaan. En ik had, ondanks het al vrij vlot intredende gebrek aan souplesse, geen enkel moment het idee om bij Peter af te haken of over te gaan op wandeltempo. Om talloze redenen was er hier sprake van een win-winsituatie en een blijvende positieve herinnering aan een erg leuke, sociale samenloop.

Over routeveranderingen, warmte en een natte spons (4 reacties)

Gepost door Arranraja op maandag 20 juni 2016 20:09

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Het werd reeds aangekondigd in een van de nieuwsbrieven van de Gaasperplasrun: 'wellicht heb je het al gemerkt als je over de A9, de Gaasperdammerweg rijdt: er is hier veel aan de hand. Dat klopt, de weg wordt een tunnel. De tunnel is in 2020 klaar. Dat betekent dat de route van de Gaasperplasrun tot aan 2020 voorlopig elk jaar anders zal zijn dan het voorgaande jaar. Wie weet wel elk jaar uitdagender'. Dus mijn vierde Gaasperplasrun zou wat betreft het parcours in ieder geval anders verlopen dan de vorige drie. Variatie van route doet rennen, zullen we maar zeggen.

Zoals altijd nam ik de bus naar Amsterdam Zuidoost en deze keer werd die rit een soort ontdekkingsreis omdat er onderweg heel veel gesloopt was en vervolgens nieuw gebouwd werd. Op al die plaatsen waar ik tot voor een jaar geregeld kwam, was ik nu al tijden niet meer geweest. Ik had het daarom druk met kijken naar al die veranderingen. Ik kom helaas niet zo vaak meer in de Bijlmer, terwijl ik wel graag vertoef, in dit kleine stukje tropisch Nederland. En, vooral voor degenen die nooit geweest zijn in deze qua reputatie wellicht beruchtste wijk van ons land, ik heb mij daar ook nog nooit onveilig gevoeld. Nou vooruit, één keer misschien toen ik ooit 's nachts uit Amsterdam-Centrum kwam en er op de fiets alleen doorheen moest. Toen vond ik het wat onheimelijk in de stilte tussen de hoge flats. maar ook die keer is mij niets overkomen. Het is voor mij gewoon leuk om daar rond te lopen en mensen uit alle windstreken in hun dagelijks leven te kunnen gadeslaan. De dag ervoor had ik reeds startnummer en chip (we zijn weer in Amsterdam, daar gebruiken ze die eigenlijk alweer ouderwetse dingen nog) bij de hardloopwinkel in Oost opgehaald. Dat scheelde mij op wedstrijdochtend zelf de tijd van het in de rij staan bij het ter plaatse afhalen van deze spullen Daardoor ik kon iets later van huis vertrekken. Wel verliet ik mijn woning zodanig vroeg dat ik tijd genoeg had om ter allereerste opwarming van de beenspieren het stuk vanaf het grote winkelcentrum aan het Bijlmerplein naar de atletiekbaan van AV Feniks, wandelend te voltooien.

Dit werd mijn eerste loop van Rondje Mokum dit jaar, omdat ik de Nescioloop had laten schieten. Het zal in 2016 vrijwel zeker de enige loop van dit circuit op mijn programma blijven, omdat ik moet gaan bezuinigen op mijn hardloopuitgaven. En omdat de Middenmeerloop dit jaar op dezelfde dag gehouden wordt als de tweede aflevering van de nieuwe reeks Twiskemolenlopen. Vaste lezers weten dan wel voor welke van de twee ik zal gaan kiezen. Op de baan aangekomen heb ik, na het afgeven van mijn tas bij de bewaakte garderobe, voor het begin van de wedstrijd een paar foto's geschoten, verder opgewarmd op en rond de atletiekbaan en tenslotte in het midden van het loperspak plaatsgenomen Ik had toch geen haast en wist ook dat er bij deze qua deelnemersaantal niet zo grote loop, zeker in het begin ruimte genoeg zou zijn om mijn eigen gewenste snelheid te vinden. Een prettige stem klonk door de microfoon, met ook nog nuttige mededelingen zoals hoe lang het nog was tot de start en dat je bij het finishen over beide matten moest rennen om een eindtijd te kunnen laten registreren. Tijdens het opwarmen was de zon zelfs voorzichtig gaan schijnen en werd het daardoor rap warmer. Toen ik daar echter te midden van alle mederenners stond te wachten op wat komen ging, verdween hij alweer achter de wolken. Dus heb ik mijn renpet weer afgezet en na het zien van een volronde man met een kaal hoofd die een zweetband daar omheen droeg, mijn eigen exemplaar om mijn schedel gedrapeerd. Ik had mij voorgenomen om het rustig aan te doen. Iedere eindtijd binnen het uur was goed en een snelheid van iets boven de 10 km/ uur derhalve voldoende om zo'n resultaat neer te zetten. Het waren geen weersomstandigheden om hard van leer te trekken. Daarbij had ik het plan opgevat om nog beter dan anders te letten op wat de lopers om mij heen allemaal deden en mij daarmee te vermaken.

Voor mijn gevoel vertrok ik dan ook rustig, maar toch gaf mijn horloge al direct 11,8 per uur aan. Een sein om nog wat verder terugschakelen en enigszins naar de rechterkant van de baan af te zakken. Mijn snelheid ging terug naar uurgemiddelden tussen de 10 en 10,5 km en daar bleef ik gedurende zo'n beetje de hele rit keurig tussen schommelen. Met kilometertijden net of ruim onder de 6 minuten, zat ik vanaf het begin dus goed voor een eindtijd van minder dan 60 minuten. De baan af liep het parcours direct anders dan bij vorige jaargangen. Na rechtsaf het hek uit te zijn gekomen, moest eenieder meteen een scherpe bocht naar links maken en direct al een klein maar venijnig 'heuveltje' op. Door de buurt Huntum ging de route opnieuw even flink omhoog naar een fietsers- en voetgangersbrug over de A9 en over de uitgebreide werkzaamheden aldaar. Op die brug was het even iets smaller, maar alles en iedereen liep goed. Aldus in Gaasperdam (het hele woongebied ten zuiden van die A9) aangekomen ging het vervolgens linksaf door een stukje van de woonwijk Holendrecht, waar rijtjes eengezinswoningen staan. Deze verlaten hebbende kwamen we weer in het groene gebied dat ik ken als Centraal Park, op het Reigersbospad. Dit is een bosachtig stukje, met dus veel hoog groen en een paar mooie waterpartijen die nu versierd waren met aantrekkelijk ogende waterlelies. Hier vond de splitsing plaats tussen de 5 km en de 10 km. Ik had verwacht dat het merendeel van de lopers linksaf zou gaan, verder op het 5 km-pad. Later bleken er slechts 147 deelnemers op deze kortste afstand gefinisht te zijn. Van de groep die voor mij liep, gingen de meeste renners echter rechtdoor naar de wijk Reigersbos. Op de 10 km kwamen er 473 deelnemers over de meet, een flink verschil in aantallen derhalve.

Omdat mijn snelheid niet zo hoog was, werd ik in deze fase vooral door anderen voorbijgelopen. Ook door de gezette man met de zweetband om zijn hoofd. Ik deed geen moeite om met hem mee te gaan, maar ik had ergens de verwachting en de hoop dat ik hem later in de koers weer zou tegenkomen. Die hoop bleek ijdel. Wel zag ik hem nog een tijdje een eind voor mij, maar toch al spoedig was de man uit het zicht. Daar kon ik mijzelf echter niet echt druk over maken Voor het eerst viel het mij overigens op dat wij renden langs de gebouwen van de plaatselijke scholengemeenschap, inderdaad Scholengemeenschap Reigersbos geheten. De vorige keren ben ik altijd te veel met het zo snel mogelijk voortbewegen bezig geweest. Nu ik het kalm aan deed had ik blijkbaar meer tijd om op dit soort 'randzaken' te letten. Verderop in deze wijk, op fietspad dat ons naar de Gaasperplas en het bijna gelijknamige park (Gaasperpark) zou brengen, ging een mannelijke loper mij aan de rechterkant voorbij op een moment dat ik maar zo'n 50 centimeter van de asfaltrand voortging. Omdat er aan bakboord een zee van ruimte was, kon ik het niet laten om hem hardop de zin 'weinig ruimte om te passeren aan de linkerkant, nietwaar' na te roepen. De man draaide zijn hoofd om en lachte mij toe. Ik had het echter niet grappig maar bloedserieus bedoeld. Mensen die vaker mijn verhalen lezen weten onderhand wel dat ik dergelijke acties niet echt kan waarderen. Intussen was het al die tijd al behoorlijk warm en benauwd. Reden te meer om een paar slokken water te nemen. Rechtsaf ging het nu het Gaasperpark in over een fietspad dat aan beide kanten omzoomd wordt door hoog opgeschoten groen. We liepen nu heus langs de plas, maar door al die begroeiing was er van dat water maar heel af en toe iets te zien. En dat bleef nog geruime tijd het geval. Sterker nog, je moest echt bewust naar links kijken om af en toe een kleine glimp ervan te kunnen registreren. Het beste uitzicht kwam aan de achterkant van het parcours, ter hoogte van zorgboerderij Langerlust, één van de sponsoren van deze trimloop. Hier was was het een drukte van belang, waarschijnlijk vanwege en open dag of iets dergelijks. Dus kon ik niet te lang mijn hoofd naar links gedraaid houden om naar het water te kijken, want ik moest alle weggebruikers (medelopers, fietsers, bromfietsers en automobilisten) in de smiezen houden.

Ik zag voor mijn gevoel deze keer veel wandelende deelnemers, de eerste al na amper 1,5 km. Ook een man in een shirt van de organiserende vereniging liep te slenteren op het pad aan de zuidzijde van de Gaasperplas, na ongeveer 4,5 km. En één vrouw hield het zelfs meerdere keren even voor gezien, hoewel zij daarna wel weer vrolijk verder rende en op het laatst ook bij mij vandaan. Had ik al vermeld dat het behoorlijk en ook drukkend warm was? Bij de verzorgingspost pakte ik daarom een natte spons aan. Dit stukje kunststof werd mijn favoriete metgezel en hield mijn hoofd de rest van de verhitte tocht heerlijk koel. Ik kon niet ophouden om zo veel mogelijk delen van mijn kop te koelen met dit vorstelijke, relatief koude, natte ding. Het duurde wel even voor ik doorhad dat het handig was om de zweetband van mijn hoofd te verwijderen, zodat ik ook het voorhoofd regelmatig kom afwissen. Een EHBO-er wilde het natte ding wel van mij overnemen, zo gaf hij te kennen. Ik was echter onverbiddelijk en maakte tot ver na de eindstreep van zijn diensten gebruik. Sterker nog, ik heb hem als aandenken mee naar huis genomen en nu ligt het stukje kunststof op mijn zolder op te drogen. Kort na de waterpost hoorde ik achter mij een loopster verzuchten dat zij het jammer vond dat er niet nog een post kwam. Zij had een beker water over haar hoofd gekieperd, een maatregel die uiteraard maar korte tijd soelaas biedt. Ik draaide mijn hoofd om en voegde haar toe dat zij beter een spons had kunnen nemen, omdat je daar veel langer plezier van hebt. Wel een mededeling met een hoog mosterd-na-de-maaltijd-gehalte.

Deze keer heb ik met weinig mensen lang gelijk op kunnen lopen. Wel met een kleine bebrilde vrouw, die ik volgens mij vorig jaar op hetzelfde stuk van de route ook tegenkwam. Zij liep een tijdje bij mij in de buurt, maar uiteindelijk bij mij vandaan. In het deel van het park bij de metro-eindhalte Gaasperplas, is het groen zodanig uitgegroeid dat het wel een bos lijkt. Op een gegeven moment zette ik zelfs mijn zonnebril af omdat het hier onder de bomen zo donker was (en dus ook wat koeler) dat mijn bril teveel licht wegsnoepte. Later vernam ik van een collega die inde aangrenzende wijk woont, dat er verregaande plannen zijn voor een 4 meter brede asfaltweg dwars door dit mooie gedeelte. Het zal eens een keer niet zo zijn. Hier nam de route wederom een andere wending dan vorige jaren. Een omleiding die ons vrij dicht langs het metrostation leidde, hoewel dat bouwwerk niet te zien was. Aan een bepaald rijtje gecultiveerde bomen herkende ik de plek echter toch. Ergens in dit deel, op een ruim pad en terwijl er nauwelijks renners om mij heen te bekennen waren, kwam er ineens een man rechts langs mij heen, half over het gras van de berm bewegend. Voor ik het wist, kwam de verzuchting: 'dat meen je toch niet dat je mij hier rechts moet inhalen' over mijn lippen. De nogal fors uitziende loper reageerde niet en ging noest door op zijn weg. Het kan zijn dat hij mij niet heeft gehoord omdat hij een koptelefoontje droeg. Gezien zijn postuur was dat misschien maar goed ook. Je weet nooit of mensen aanstoot nemen aan hetgeen jij er spontaan uitgooit.

Wat mij ook deze keer opviel was het aantal renners dat stukken afsneed. Dat waren er veel in mijn beleving. Als je denkt dat je op deze wijze sneller aan de meet komt en daarbij toch het idee hebt dat je een volledige en volwaardige 10 km hebt afgelegd, dan moet je dit vooral doen. Mijn wijze van trimlopen is het echter niet. Daarom hield ik mij gewoon aan de bewegwijzering en maakte ik alle bochten op het asfalt, zoals ze waren aangeduid. Mijn Garmin gaf na de eindstreep dan ook zomaar 10,02 km aan als afgelegde afstand. We kwamen vervolgens uit op het punt waar het parcours tot nu toe ten langen leste een aaneengesloten stuk langs het zichtbare water van de Gaasperplas liep. Amper waren wij daar aanbeland of we moesten direct een ander pad op dat tussen de flats van de buurt Nellestein door leidde. Jammer aan de ene kant dat een volwaardige blik op de plas ons ook hier niet gegund werd, maar leuk daarentegen om weer eens een ander stukje route te kunnen volgen. Een jonge loopster kwam luid zuchtend en steunend kort naast mij lopen. Ik vroeg haar of het zo zwaar was, maar er kwam geen reactie. Ook zij had mini-geluidsboxjes in haar oren en mijn vraag daardoor hoogst waarschijnlijk gemist.

Het werd nu tijd om Gaasperdam weer te verlaten en terug te keren naar de Bijlmermeer (het deel van Zuidoost ten noorden van de snelweg dus). Dit ging via een mij onbekend, misschien wel nieuw aangelegd tunneltje onder de A9, dat bereikt kon worden via een venijnig omhooglopend stukje fietspad. Ik had er al bijna 9 km opzitten, daarom waren de benen niet meer helemaal fris. Omhoog rennen viel om die reden best wel tegen. Een al een tijdje in de buurt lopende dame gaf er hier, al dan niet tijdelijk, de brui aan en ging ook over op wandelpas. De Bijlmerbuurt Kelbergen werd nu korte tijd aangedaan. Ik zag tot mijn verbazing dat mijn horloge ineens een snelheid van 11,2 per uur aangaf. Waar haalde ik dat nog vandaan zo aan het einde van die vermoeiende tocht. Daarna was het onder het hoge viaduct van de Gooise Weg door en terug het Nelson Mandelapark in. Renners voor mij passeerden links en rechts een jongedame die een rolstoel voortduwde met daarin een meisje dat één onderbeen in het gips had en ook nog een baby op haar schoot. Ik draaide in het voorbijgaan mijn hoofd om naar het meisje te zwaaien. Had ik trouwens al verteld dat het warm was en vochtig benauwd en dat er ook nog eens nauwelijks wind was om ons hardlopers enigermate te verkoelen? Omdat het laatste stuk bestond uit een rondje door het deel van het park dicht bij de baan, teneinde aan 10 volle kilometers te geraken, kruisten wij het pad waar wij even daarvoor zelf renden. Op dat kruispunt kwam ik ze even later voor een tweede keer tegen. Nu zwaaide de jonge vrouw die de rolstoel voortduwde enthousiast naar mij. Toen ik na gedane arbeid de atletiekbaan verliet, op weg naar de bushalte, en het enigszins regende, trof ik dit stelletje voor de derde keer aan, schuilend onder het viaduct van de Karspeldreef, net buiten de ingang van de AV Feniks-baan.

Ik hield mij dus keurig aan de door de organisatie uitgestippelde route, zonder telkens een korter paadje te nemen of door het gras bochten af te snijden. Zo kwam ik, blij dat de inspanning er spoedig op zou zitten, in het zicht van de eindstreep. Net voor het de baan opdraaien achterhaalde ik een vrouw met een AV '23-shirt. Ik bedacht dat ik verder helemaal geen bekende gezichten van deze atletiekvereniging uit de Watergraafsmeer had gezien. Bij het nalopen van de uitslagenlijst, bleek overigens dat er zich toch wel handenvol leden van die club onder de deelnemers bevonden. Ik had er alleen, behalve deze dame, niet één gezien of herkend. Mijn voornemen was om mij niet druk te maken over eventuele achteropkomers die mij ter elfder ure, dus kort voor op op de eindstreep voorbij zouden steken. Bij mijn weten zat er ook niemand dicht achter mij toen ik de baan betrad, waar ik mijn naam en woonplaats door de luidsprekers hoorde. Vóór mij zag ik een man die van achteren duidelijk jonger leek dan ondergetekende. Het leek mij wel leuk en tevens haalbaar om die nog even de loef af te steken. Ik ging hem vrij makkelijk voorbij, maar een op het laatste moment achteropkomende loper troefde mij nog juist voor de meet af. Jammer maar helaas. Ik zette mijn Garmin, zoals ik eerder die dag geleerd had, net na de tweede mat stil en kon met genoegen vaststellen dat de 57:25 minuten die ik nodig had gehad om deze loop te voltooien, ruimschoots binnen de vooraf bedachte limiet was. Ik was dan ook meer dan tevreden en ik was voor de 50-ste keer zonder problemen over de finish gekomen. Dat vond ik wel een kleine felicitatie waard. En ik had er een mooie medaille bij voor mijn verzameling.

Tijdens het uitwandelen op die mooie, blauwe atletiekbaan, zag ik donkere wolken zich samenpakken in het zuidwesten. Terwijl ik mij in de, uiteraard erg warme en benauwde, kleedkamer van mijn renkleren aan het ontdoen was, rommelde het al wat en vielen de eerste druppels. Daar hadden twee lopers het trouwens al dan niet toevallig ook over het feit dat je tijdens de Gaasperplasrun de Gaasperplas nauwelijks te zien krijgt. Was ik dus niet de enige die tot die conclusie was gekomen. Weer buiten deed ik maar snel mijn renjasje aan en stapte op richting huis. Tijdens mijn wandeling langs zo'n beetje de laatste hoge flats die dit stadsdeel nog 'rijk' is, bleef het zowaar min of meer droog. Bij het winkelcentrum Amsterdamse Poort ging het wel aardig sauzen maar kon ik onder het winkelafdak droog voortgaan richting het Bijlmerstation. Daar liet ik, ondanks dat ik iets te vieren had, alle zaken waar ze koffie verkochten links liggen. Toen ik vlak bij huis uit de bus stapte, was de regen reeds overgegaan in wat laatste gespetter. Opnieuw een zondag waarbij de weersvoorspellingen slecht waren maar waar tijdens de trimloop daarvan niets te merken was. Ik genoot derhalve om meerdere redenen extra van mijn dubbel-en-dwars verdiende buitenmaat beker met koffie.

Genieten vóór, tijdens én na de 'groene' loop (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 4 juni 2016 19:56

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Het besef kwam pas toen ik allang thuis was: ik had bij het opmaken van mijn persoonlijke top 5 de Wallenloop schromelijk tekortgedaan. Die vierde plek was veel te laag voor deze unieke en bijzondere trimloop. Virtuele Looptijden-vriend Jaco had dit feit terecht al geconstateerd in zijn reactie op mijn top-5-blog van begin dit jaar. Misschien had ik er onbewust toch de pest over in dat ik hier vorig jaar al binnen 3 km geblesseerd moest uitstappen en had ik de Wallenloop daarvoor laten boeten met een te lage klassering. Beter laat dan nooit ben ik nu tot inkeer gekomen en denk ik dat deze prachtige loop de tweede plaats op mijn ranglijst volledig verdient. De Geinloop, die deze plek tot nu toe nog inneemt, ging dit jaar niet eens door. Dus uit het oog moet in dit geval helaas uit het hart zijn en bij deze doe ik een officiële stuivertjeswisseling: Wallenloop naar nummer 2 en Geinloop naar nummer 4. Als dit Gooise evenement meerdere keren per jaar georganiseerd zou worden, een redelijk geprijsde seizoenskaart zou hebben, een gratis herinneringsshirt zou opleveren en indien er na afloop rijkelijk kosteloze thee voorhanden zou zijn, zou dit ongetwijfeld mijn onbetwiste koploper zijn.

Ik was toe aan mijn vijftigste georganiseerde loop en dat mocht geen 'huis-, tuin- en keukenloopje' zijn, maar moest een speciale en bijzondere trimloop zijn. Een extra reden waarom ik de maand ervoor per se wilde deelnemen aan de Roze Loop als 49ste, zodat deze 'groene' loop numero 50 kon worden. En ik had hier wat goed te maken, een appeltje te schillen op die fraaie wallen, of zo je wilt revanche te nemen voor mijn enige zeperd tot nu toe waar het het voltooien van georganiseerde evenementen betreft. Over beter laat dan nooit geschreven, pas tijdens mijn 14e rondje om die historische vestingstad drong het volledig tot mij door dat je al die kilometers vrijwel volledig in een oogverblindend mooie, groene omlijsting loopt. Als het gaat om het parcoursdecor kan ik eigenlijk niet anders zeggen dan dat dit mijn allermooiste loop is. Afgezien van alle historische details, die ik in mijn vorige verslagen reeds uitgebreid heb bezongen, is het op de Naardense Wallen gewoon zo mooi groen eind mei dat het niet gewoon meer is. Dat ik er 5 jaar over heb moeten doen om dat feit volledig onder ogen te zien !!

Een deel van de titel van dit epistel heb ik in de twee voorgaande alinea's al uitgelegd. Nu wat meer over dat genieten vóór en na. Wie (één of meer van) mijn eerdere verslagen over de Wallenloop gelezen heeft, zal het bekend voor komen. Het genieten begint voor mij al als ik in de trein zit. Eerst komt deze langs dat mooie, dromerige uitziende waterbassin net buiten Amsterdam dat De Diem heet en dan met de Muiderspoorbrug over mijn geliefde kanaal. Ik kan de verleiding nooit weerstaan om even naar beide kanten te gluren of er soms nog cruiseschepen op het water te zien zijn. Onzin uiteraard, want in die luttele seconden dat de trein over de brug zoeft, kan ik nooit ofte nimmer een fatsoenlijk plaatje schieten. Als de trein station Weesp nog koud heeft verlaten, richt ik mijn blik steevast op het stukje Vecht dat daar, met een mooi Weesp op de achtergrond, kort zichtbaar wordt. 'Daar ben ik over een ruime maand om die andere mooie loop te verhapstukken' gaat er dan altijd door mijn hoofd. Ook kijk ik of ik vanuit de trein stukjes van het Vechtloopparcours kan thuisbrengen. Even later glijdt de NS-sprinter het oudste natuurreservaat van ons land in, de Naardermeer. Ook bij bewolkte omstandigheden, zoals deze keer, is dat een lust voor het oog. Een 'sight for sore eyes', zoals de Fransen zeggen.

Na het mooie, want oude, station Naarden-Bussum te hebben verlaten (even oppassen op de gladde trappen en dito onderdoorgang van het perron van aankomst naar de uitgang), spoed ik mij door de prachtige, chique wijken van eerst Bussum en dan Naarden naar sportcentrum De Lunet. Er was dit maal bijna geen mens op straat te bekennen en ik schrok toen mijn telefoon ging en mijn vrouw zich meldde. Ik maande haar zachtjes te praten omdat het leek of iedereen in dit deel van het Gooi nog op één oor lag. Tijdens deze wandeling annex opwarming is het voor mij iedere keer weer genieten van de prachtige huizen, brede lanen en overvloedig aanwezige grote bomen.

Wat was er na afloop zo bijzonder dat ik het in de titel van mijn blog moest noemen? Meestal blijf ik wat hangen bij de Utrechtse Poort, waar je als vanzelf uitkomt als je de finish bent gepasseerd, je medaille en flesje water en eventuele andere gulle geschenken hebt ontvangen en daarna verplicht doorwandelt. Nu was er bij die poort een tafel waar ik door een vriendelijke oude dame een banaan kreeg aangereikt. Na die ingepalmd te hebben, bedacht ik dat ik het aan thuisfront moest verkondigen dat ik het hem weer gelapt had, ik was rennend over de meet gekomen. Een onbedwingbare aandrang om te blijven wandelen maakte zich van mijn meester en terwijl ik mijn vrouw het goede nieuws vertelde door mijn kletsplastic, liep ik de Oostwalstraat in. Nu was ik weleens vaker in het oude centrum van Naarden geweest, maar slechts korte tijd en weinig bewust om mij heen kijkend. Deze keer had ik er alle tijd voor en ik stond er, ondanks de vermoeide benen volledig voor open. Geen enkel berouw vervulde mij voor deze impulsieve actie, want het is daar werkelijk prachtig, als je tenminste zoals ik van Oud-Hollandsche stadjes houdt. Niets dan schattige en fraaie huisjes en straatjes voorzien van kinderhoofdjes en andere aan het decor aangepaste bestrating. Ik dwaalde wat door dat deel van de vestingstad en kon op een gegeven moment de binnenwallen op en uitkijken over een stukje van het traject van de loop. Er waren nog steeds renners actief en ik zag er ook één die wandelde. Dat was bijna op dezelfde plek waar ik vorig jaar uit het peloton moest afhaken. Als er bij die loper sprake was van overmacht door een blessure, had ik met hem of haar te doen. Niet in het minst omdat het best nog een eindje wandelen is naar de uitgang van de stadswallen. Terug in de straten kwam ik langs het Comeniusmuseum en -mausoleum (nooit geweten dat dit daar stond), de Grote kerk en het van een uiterst fraaie voorgevel (17e eeuws?) voorziene stadhuis. Er bleek een Annie M.G. Schmidt-festival bezig te zijn, dus het was er nog gezellig ook, in dat aloude centrum van de vesting. Eigenlijk met tegenzin beende ik terug naar de Utrechtse Poort en over de weg waar de eerste meters na de start hadden gelegen naar het sportcentrum. Het zou voor mij absoluut geen straf geweest zijn om nog een uurtje of wat door dat oude centrum te kunnen dwalen.

'En mijn verrichtingen tijdens de loop zelf ?', zal de fanatieke wedstrijdverslagenlezer die nog niet is afgehaakt na deze overdaad aan inleidende bespiegelingen, zich afvragen. Vooraf had ik mijzelf twee doelen gesteld: heelhuids, dus zonder blessures, over de eindstreep komen en het liefst binnen het uur, ofwel 60 minuten. 'Binnen één uur ?', zal eenieder die mijn hardloopkwaliteiten een beetje kent, zich achter het oor krabben. Ja, tot nu toe tekende ik steevast in voor het langste onderdeel, de Vestingloop van 14,5 km. Maar die afstand is mij momenteel gewoon effe een rondje te lang. Dus was het verstandig om één omgang te laten vallen en de Arsenaalloop te verhapstukken, die officieel te boek staat als een 11 kmloop. Een behoorlijk incourante afstand in de Nederlandse trimloopwereld, en daarom uitmuntend geschikt als unicum voor mijn jubileumloop. Net als vorig jaar keek ik ook nu, tijdens de ultieme opwarmwandeling van de sporthal naar de start, met veel genoegen naar de zich juist op dat moment afspelende kinderloop. Van fanatieke kinderen die zich met hoge snelheid voortspoedden tot de kleintjes die zich aan de hand van papa of mama over de keien lieten meevoeren. Het hoogtepunt voor mij was die kleine jongen die zich als een van de laatsten in de buurt van de eindstreep bevond, plotsklaps stopte en zich omdraaide naar vaderlief. Hij vond het genoeg en wenste niet meer verder te gaan. Dus restte er papa niets anders dan het jongetje op te pakken en over de finish te dragen. Kostelijk om te aanschouwen.

Traditiegetrouw stelde ik mij vlak achter de voorsten op bij de start. Trouwe lezers van mijn blogs weten wel waarom: het voorkomen van het belanden in de rennersfile die zich steevast vormt bij het rechtsaf het smalle pad van de wallen opdraaien door de deelnemende meute. De meneer van de organisatie had voor de start ook al een verbod afgekondigd op het meteen tijdens deze eerste ronde stoppen bij de waterpost die zich slechts enkelen honderden meters verderop op dat pad bevond. Anders zouden er zonder twijfel op die plek opstoppingen ontstaan. Ik was door alle wandelingen en andersoortige opwarmpraktijken vooraf, klaar om er ouderwets rap vandoor te gaan. Niet zo snel als bij de vorige, rampzalige editie, maar met de voor mij toch altijd meer dan respectabele snelheid van 12,85 km per uur. Toen die klus geklaard was. liet ik mij, ook zoals altijd (saai hé ?) terugzakken naar meer Huidige-Tijden-Sport-tempo's van rond de 11 per uur. Dat is voor mij heden ten dage echt al rap zat. Ruimte genoeg was er om die eigen snelheid te ontplooien en geen last van irritante omstanders. Of het moet die vader geweest zijn die voor mij liep, eerst inhield om zijn zoon langszij te laten komen en daarna zich omdraaide en zelfs stil ging staan om op zijn schreden terug te wandelen teneinde dochterlief op te halen. Ook die types die het nodig vonden om vlak achter mij een potje te gaan lopen kletsen met elkaar terwijl ik bezig was mij te concentreren op een uiterst serieuze bezigheid, konden mij gestolen worden. Daar tegenover stond die renster die in de derde ronde op het geluid van een fietsbel reageerde met een een zeer verontwaardigd klinkend 'kom op zeg, dit is een wedstrijd'. Om vervolgens te moeten constateren dat het hier ging om een voorfietser van de organisatie die met een snelle loper langs ons kwam. Ik kon een inwendige lach niet onderdrukken.

De kleine kinderen langs de kant die een lage vijf wilden scoren, waren legio deze keer. Ik had er bijna een dagtaak aan om al die handjes op een bescheiden wijze te beroeren, maar die moeite getroostte ik mij met veel genoegen. Door die snelle start zat mijn hartslag wel meteen op 168 en deze bleef gedurende de hele rit hoog, tussen 164 en 179. Omdat ik rap was begonnen bleef mijn uursnelheid een tijdlang iets boven de 11 per uur. Mijn kilometertijden waren daarmee ook keurig maar een tikkeltje langzamer dan 5:30 minuten. Die tijden had ik nodig om binnen het uur te kunnen finishen. Eigenlijk moesten ze onder de 5:30 blijven om zeker te zijn van zo'n snelle eindtijd, maar dat was dus niet het geval en ik had ook geen plannen om ze te gaan forceren. Niet vreemd dat ik halverwege al moest constateren dat het vandaag niet zou lukken binnen die 60 minuten. Daar kom ik later evenwel nog op terug. En ik liep best lekker, en daarom ik maakte mij daar niet druk over. Intussen keek ik zoveel mogelijk om mij heen en zag ik toch weer zaken die ik nooit eerder bewust bekeken had. Zoals kinderboerderij De Pluimgraaf aan de Korte Bedekte Weg. Of was ik gewoon vergeten dat die daar stond? De kleine bunkers op meerdere plaatsen aan de buitenkant van de buitenwallen, dus aan mijn linkerkant, waren echt nieuw voor mij. En dat ene bruggetje bijna aan het einde van het rondje dat ik al zo vaak overgegaan was, ging natuurlijk over water. Maar nog nooit eerder had ik daar naar links gekeken. Nu ik dat wel deed zag ik plots een roeiboot met 4 vrouwen plus stuurvrouw daar voor anker liggen. Later zag ik op Google Maps dat dit stroompje weer verbonden is met de waterpartijen die aan de buitenkant van de buitenwallen liggen.

Ik moest mijzelf wel geregeld dwingen om van het decor te genieten. Als loper heb je toch de neiging om je zodanig op het rennen zelf te concentreren dat je in een soort geestelijke tunnel terechtkomt en daardoor jezelf afsluit van de omgeving. Ik merkte op dat het water in de vestinggracht helemaal spiegelglad was, omdat het nauwelijks waaide. En ik constateerde voor het eerst dat in iedere opening in de vestingmuren beukenbomen staan. Ook besefte ik pas na één ronde dat ik een bepaald stukje van de omzoming van het pad helemaal niet had waargenomen tijdens die eerste omgang. Daar heb ik er tijdens de tweede doorkomst daarom extra bewust op gelet. En ondanks dat ik die kring al dertien keer eerder had gelopen, wist ik pas toen ik ter plekke was waar de genoemde bosschage zich precies bevond langs de route. Kort daarvoor had ik boven de velden aan de noordkant een buizerd zien opvliegen. Dat detail was mij dan weer niet ontgaan. Net zoals ik nu met de hersens er echt bij een voortdurende afwisseling van groene begroeiing, waterpartijen en vestingmuren registreerde.

Tijdens het begin was ik mij overigens ook pijnlijk bewust van het feit dat ik niet weer geblesseerd wilde afhaken. Niet alleen ging ik iets minder hard uit de startblokken dan vorig jaar, ook deed ik het wat rustiger aan op de plek waar het parcours, na de oversteek bij de Amsterdamsestraatweg, iets omhoog liep. Onzin uiteraard, want die plek kan er niets aan doen. Vorige jaren placht ik op dat punt even te versnellen teneinde geen snelheid te verliezen. En toen de plaats waar ik vorig jaar moest afstappen in zicht kwam, hield ik figuurlijk gesproken wel even mijn adem in. Mijn beenspieren gaven gelukkig geen krimp of ander teken van tegenwerking en ik kon derhalve lekker doordoen. Wel constateerde ik in de laatste kilometers dat ik blij was voor drie rondes gekozen te hebben en er dus niet nóg een hoefde af te leggen. Daarbij moet natuurlijk aangetekend worden dat je je van te voren geestelijk instelt op de afstand die je of gepland heb te lopen of waarvoor je bij een trimloop hebt ingeschreven. Ik probeer mijzelf weleens extra motivatie te schenken door net te doen alsof ik nog meer kilometers heb af te leggen dan ik feitelijk nog moet of wil. Deze truc werkt tot nu toe niet echt geweldig omdat ik uiteraard donders goed weet hoe ver de eindstreep op dat moment nog van mij verwijderd is. Daar ben je als renner al op voorgeprogrammeerd.

Ik liep niet meer zo soepel als tijdens de eerste kilometers en mijn tijden liepen uiteraard daardoor wat meer op. En zoals eerder geschreven, ik had het wilde idee om die 11 km's binnen het uur te voltooien al uit mijn hoofd gezet. Voor mijn gevoel was het minder druk met renners op de paden dan tijdens voorgaande edities. Ik had dan ook geen lopers vlak achter mij toen ik de derde omgang over de wallen voltooide en scherp rechtsaf koers naar de finish zette. Ook al weet je dat er legio renners jou reeds vooraf gegaan zijn, volgens mij vindt niemand het leuk om kort voor of op de meet nog door de een of andere onverlaat voorbijgestreefd te worden. En omdat ik solo de eindstreep naderde, werd mijn naam omgeroepen. Ook altijd leuk voor je eigenwaarde, vooral als er kreten aan toegevoegd worden als: 'hartstikke goed gedaan of 'een prima prestatie'. De digitale klok gaf zowaar 59 minuten en nog wat aan en ook mijn eigen Garmin kwam niet verder dan 59:39 minuten. Het leek erop dat ik het toch geflikt had en even was ik de koning te rijk met deze mooie score. Vrij snel echter drong het besef tot mij door dat er wel weer eens sprake kon zijn van een dooie mus. En inderdaad gaf mijn gps-horloge aan dat ik slechts 10.77 km had afgelegd en geen 11 km. Ook deze loop heeft geen door de atletiekbond gecertificeerd parcours. Jammer, maar dat kon mijn blijdschap en voldoening niet wegnemen. Ik had mijn 50ste loop succesvol afgerond en het was een zeer bijzondere geweest waar ik met volle teugen van had genoten.

Dat genieten ging, zoals ik hierboven al beschreef, direct over in nagenieten, zowel binnen de muren van de vesting, alsook toen ik de sporthal verlaten had en terug richting het station wandelde. Mijn dag kon niet meer stuk en het feit dat ik een halve minuut te laat op het perron kwam en daardoor de trein miste, kon daar niets aan afdoen. Nu had ik namelijk tijd om de inpandige Appie Afrika te bezoeken en daar twee broodjes en een grote bak koffie te kopen. Ook het feit dat het, toen ik 's middags eenmaal thuis was, ging regenen om urenlang niet meer op te houden kon mij niet deren. Het was tenslotte maar mooi tijdens mijn gehele Gooise avontuur wel droog gebleven. Deze heerlijke halve dag kon niemand mij meer afpakken en met dit verhaal heb ik de voor mij belangrijkste gebeurtenissen en herinneringen ook nog eens voorgoed vastgelegd.

Als mijn relaas impliciet nog niet genoeg reclame is geweest voor de Naardense Wallenloop, dan wil ik tenslotte nog eens expliciet benadrukken dat dit een echt bijzondere loop is. En ik wil iedereen die enigszins in de regio woont, daar naartoe gaat verhuizen (zoals Hedwig) of het geen bezwaar vindt om ervoor te reizen, dit evenement van ganser harte aanbevelen. Je zult er heus geen spijt van krijgen, behalve wanneer je het idee hebt dat je hier een van je persoonlijke records wel even kunt verbeteren. Want daar is de tocht om de wallen, vanwege het gedeeltelijk smalle parcours nu net niet erg geschikt voor. Maar als je wilt genieten van hardlopen in een prachtig historisch en vooral zeer fraai groen decor, schrijf je dan volgend jaar in voor één, twee, drie of vier rondjes rondom die uitzonderlijk mooie vestingstad in het Noord-Hollandse Gooi. En plak er dan meteen een kijkje in het historische centrum aan vast.

Voor degenen die mijn vier eerdere blogs er nog eens op willen nalezen, zoek in mijn collectie op deze site naar de volgende titels (of lees ze op mijn eigen blogsite):

  • Een bedenkelijke primeur (2015)
  • Wallenloop 2014; een perfecte zondag
  • Wallenloop Naarden herbezocht (2013)
  • Vier rondjes om de vesting (2012)

Dubbele meeval bij de Roze Loop (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 28 mei 2016 20:19

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Heb ik net een paar maanden geleden mijn persoonlijke trimloop-top-5 samengesteld en online gezet, vallen er de afgelopen tijd zo twee van die vijf rennen uit mijn programma van dit jaar. De Nescioloop heb ik zelf bewust laten schieten omdat ik niet de vorm heb om een 15 km-loop te doen en ik daarnaast het parcours van de 8 km niet genoeg de moeite waard vind. De normaal gesproken steevast zes dagen later te houden Geinloop (nota bene de nummer 2 op mijn lijst) ging niet door omdat men de organisatie niet rond kon krijgen. Erg sneu als je bedenkt dat daar in Driemond dit jaar de 40ste editie aan de beurt zou zijn geweest. Mede daarom wilde ik, wéér een week later, zeker wél starten in Amsterdam-Zeeburg bij de wat betreft het aantal deelnemers allerkleinste loop die ik ken, de Roze Loop van DGLA. Bij deze loop kun je kiezen uit 1, 2 of 3 rondjes van 5 km. Tot nu toe deed ik altijd de 15 km, maar zoals ik een paar regels eerder al schreef, die afstand is mij nu iets te lang om fatsoenlijk te voltooien en mij ook de dagen erna nog een beetje mens te voelen. En daarom schreef ik in voor twee rondjes, gelijk aan 10 km.

De voornaamste redenen dat ik deze run op mijn programma heb staan, zijn de kleinschaligheid en de ligging vlak bij huis. Ik kan er gewoon naartoe wandelen en zodoende al een groot deel van mijn opwarming afwerken. Waarbij ik tevens een deel van het parcours van de loop, de kleine 2 km langs het Amsterdam-Rijnkanaal, alvast kan verkennen. Een verdere, prettige bijkomstigheid is de prijs voor deelname aan deze ren. Ik heb bij voorinschrijving het voor trimloopbegrippen luttele bedrag van 6 euro naar de vereniging overgemaakt. Best vreemd eigenlijk dat wij hardlopers betalen om ons gezamenlijk de benen uit het lijf en in het zweet te mogen rennen. Je kunt zo'n rondje toch rustig ook in je eentje, op een moment dat je er zin in hebt, gaan hollen? Blijkbaar hebben wij er wel wat geld voor over om samen met anderen onze benenstrekkerij te doen.

Waaraan deze loop zijn naam ontleent en de beschrijving van het parcours heb ik in mijn vorige verhalen over dit evenement reeds uit de doeken gedaan. Daarom zal ik de lezer deze uitweidingen nu besparen en verwijzen naar die eerdere blogs (Zoek op mijn eigen blogsite of hier op Looptijden.nl naar 'De allerkleinste loop' of 'Alsnog een blog' ). Wel kan ik vertellen dat de weersverwachting voor deze zondag wederom behoorlijk slecht was. Zodanig slecht dat mijn vrouw zich daags van te voren en op de wedstrijddag zelf, meermalen hardop afvroeg waarom ik mij in hemelsnaam had ingeschreven. 'Je weet toch dat er slecht weer voorspeld is, dus dat was weer eens niet zo handig van jou'. Ik weet echter uit ervaring dat de soep negen van de tien keer niet zo heet gegeten wordt als hij door de meteorologen wordt opgediend. Derhalve ik maakte mij niet zoveel zorgen over dit aspect. De dag ervoor viel het al een heel eind mee, dus zou het met al die voorspelde regen ook nu ongetwijfeld wel loslopen. Oké, 's morgens viel er wel een fikse hagelbui te bewonderen, maar deze viel uren voor de start, die op het super-de-luxe tijdstip van 14:00 uur gepland stond. Rond een uur eerder, mijn van te voren bedachte moment van vertrek, kwam er volgens de Buienradar nog slechts één neerslagwolkje over en daarna zou het geruime tijd droog blijven.

En zo geschiedde het bijna helemaal. Nadat ik mijn startnummer, ondanks de gigantische rijen bij het uitgiftepunt, had binnengesleept (grapje !!) en mijn tas bij de bewaakte opslag had achtergelaten (sommige grotere lopen hebben die laatste voorziening niet eens), begaf ik mij naar buiten richting het startgebied. Er vielen op dat moment weliswaar een paar lichte druppels, maar dat was dan ook het laatste hemelvocht van enige betekenis dat er te noteren viel. In het zonnetje kon ik een paar laatste dribbelpassen maken en enige rek- en strekoefeningen doen. Er was op dat moment vrijwel geen enkele andere renner te bekennen, de reden dat ik mij ging afvragen of men de startstreep soms had verplaatst naar de weg aan de andere kant van Sporthal Zeeburg. Naar de plek waar bij mijn weten de finish altijd te vinden is. Navraag bij een paar wel zichtbare vrijwilligers deed mijn onzekerheid verdwijnen en even later kwamen mijn mededeelnemers in aardigen getale opzetten.

Omdat ik gezien mijn matige vorm en conditie niet verwachtte enige rol van betekenis te kunnen spelen in het selecte deelnemersveld, stelde ik mijzelf nogal achteraan het pak op. Vooraan hield een officieël persoon een praatje, waarvan ik bijna geen woord meekreeg. Hoewel ik de startstreep nog niet gepasseerd was, zette ik direct na het beginsignaal mijn horloge in werking. Er was bij deze loop immers geen elektronische tijdwaarneming en derhalve ook geen netto- en bruto-uitslag te verwachten. Rustig zette ik mijzelf in beweging met als enig doel om mijn hartslag redelijk laag en mijn eindtijd binnen het uur te houden. Vanaf de plek pal vóór de ingang van het Flevoparkbad ging de kleine stoet direct het park in. Daar scheen de voorjaarszon uitbundig op de groen uitlopende bomen, een fraai en altijd heel prettig aangezicht. De rappe renners waren al vlug uit beeld, maar ik was niet degene die de rij sloot. Dat is toch immer een geruststellende wetenschap. Ik concentreerde mij vooral op het in een prettig ritme komen, waarbij ik mijn hartslag goed in de smiezen hield. En zoals altijd was ik op zoek naar een mederenner of- renster die ongeveer dezelfde snelheid aanhield en met wie ik dus gelijke tred kon houden. Zoals veel vaker was er niet direct zo iemand voorhanden, of moet ik schrijven voorvoeten? Het Flevopark is bekend terrein omdat ik daar in de maand januari altijd intervaltrainingen doe op het ovale stuk asfalt dat om een waterpartij heen is neergelegd. Sinds enige jaren is er op dat asfalt een witte streep getrokken zoals je wel ziet bij fietspaden, met op een paar plekken afstandsaanduidingen. Zodoende lijkt dat deel van het park nog meer op een atletiekbaan. Nu lieten alle lopers die ovaal rechts liggen, want het parcours loopt over het pad er vlakbij, meer naar het water van het Benedendiep toe.

Deze superkleine loop lijkt nooit een gebrek aan vrijwilligers te hebben. De dame die bij de uitgang van het park stond te wijzen dat er rechtsaf de Valentijnkade op gegaan moest worden, deed dat de eerste keer dat ik haar passeerde op erg enthousiaste, bijna dansende wijze. Op iedere hoek en bij iedere bocht stond een persoon de massa aan renners de goede kant op te sturen. Omdat ik hun inzet altijd enorm kan waarderen, bedankte ik ze telkens bij het langshollen. Gezien de slechte weersvoorspellingen, inclusief een fikse, koude wind uit de noordhoek, had ik mij zoals de laatste tijd gebruikelijk goed warm gekleed. De eerste ruim 2,5 kilometer voltrokken zich echter voornamelijk in de luwte en omdat de zon enthousiast scheen, begon de temperatuur steeds prettiger aan te voelen. Ik overwoog, terwijl ik op de Oosterringdijk liep met de wind in de rug, om mij van mijn jasje te ontdoen. Omdat even later het stuk langs het kanaal pal tegen de koude wind in eraan zat te komen, voegde ik nog even niet de daad bij de gedachte. Tot ik het een paar honderd meter verder zo warm kreeg, dat ik toch tot actie overging. Ik knoopte het stuk textiel om mijn middel met het idee dat ik, mocht ik alsnog te veel afkoelen, het altijd weer kon aantrekken. Dit bleek echter helemaal niet nodig en ik kan jullie verzekeren dat het dan werkelijk niet koud is, want ik ben vergeleken bij veel collega's een behoorlijke koukleum. Ik liep intussen best wel lekker en mijn snelheid lag hoger dan ik van te voren had kunnen hopen, zo rond de 10,5 km per uur.

Vlak voor de Amsterdamse brug bevond zich de splitsing: rechtdoor voor degenen die direct naar de eindstreep gingen en linksaf de kanaaldijk af voor die gelukkigen die voor een tweede en/ of derde rondje hadden ingeschreven. Op dat punt stond o.a. de voorzitter van de organiserende atletiekvereniging, een bekende van mijn vrouw. Zoals altijd waren er meerdere renners en rensters langs mij heen gekomen en had ik zelf ook een verschillende lopers mijn hielen laten zien. Inmiddels bevonden er zich al enige tijd dezelfde lopers vóór mij en stukje-bij-beetje liep ik op hen in. Het ging om een man en een vrouw en bij het linksaf de Westelijke Merwedekanaaldijk opdraaien, had ik ze beiden te pakken. Tijdens mijn wandelverkenning op weg naar de sporthal had ik waargenomen dat er ergens iets voorbij het midden van dit stuk parcours een venijnig diep gat in het asfalt zat. en er lag het een en ander aan redelijk verse en in ieder geval door de recente neerslag natte ganzenuitwerpselen. Ik had mijzelf voorgenomen goed op beide zaken te letten, zodat ik er niet in zou trappen. Die extra aandacht was echter niet echt nodig, omdat ik als vanzelf om deze obstakels heen kon laveren.

Het rennen ging nog steeds behoorlijk makkelijk en ook de straffe bries tegen op het deel langs het water kon mijn gang niet merkbaar vertragen. Na afloop hoorde ik zelfs de dame die als tweede finishte op de 15 km en die daarmee de snelste vrouw was op die langste afstand, klagen dat die wind 'killing' was. Ik had dat gelukkig geheel anders beleefd maar misschien komt dit door het feit dat ik gewend ben in weer en wind langs deze drukgebruikte vaarroute mijn trainingen te doen. De dame die ik eerder voorbij was gegaan, was al snel weer over mij heen gekomen en ook de heer die zich in haar nabijheid bevond, was mij ten tweeden male voorbijgegaan. De vrouw was al uit het zicht toen ik zag dat de man voor zijn derde rondje naar beneden het park weer indook en
ik rechtdoor en onder de Amsterdamse Brug door, koers zette naar de meet. Ik kon een man die ongeveer 10 meter voor mij rende bij het de straat naar beneden gaan nog inrekenen. Hij liet dit echter niet op zich zitten en knokte zich terug tot op mijn hoogte. Ik zette zo goed en zo kwaad mogelijk aan om deze renner voor te blijven, maar mijn ultieme krachtsinspanning kon niet voorkomen dat hij net iets eerder dan ik zijn voorste voet over de eindlijn plaatste. Er bleek links van de weg zowaar een digitaal tijdweergave-apparaat en ik zag tot mijn verbazing dat het getal aan de linkerkant 55 moest zijn.

Na het stopzetten van mijn eigen chronometer bleek dat ik inderdaad iets onder de 56 minuten was gebleven, 55:28 als officieel door de organisatie gepubliceerde tijd. Terwijl ik op mijn Garmin 55:58 had geklokt. Wel een redelijk groot verschil, want zo lang had het niet geduurd voor ik bij de start na het activeren van mijn eigen meting de denkbeeldige lijn was gepasseerd. Hoe dan ook, een dergelijk snelle tijd had ik al geruime tijd niet meer weten neer te zetten. Dus je kunt je voorstellen dat ik daar heel content mee was. Bovendien was ik niet erg moe, een tweede reden om de conclusie te trekken dat er voor mij nog steeds mogelijkheden zijn om een redelijk resultaat te realiseren. Niet alleen was het weer, zoals zo vaak weer eens 100 procent beter dan voorspeld, ook mijn score was pure meeval op deze zondagmiddag eind april. Ik zag er dan ook helemaal geen been in om de bijna 2 km langs het kanaal voor de tweede keer wandelend en voor de vierde keer in totaal die dag, af te leggen. Alleen ging ik nu voor de eerste keer met de wind in de rug de andere kant op.

Gewoon kwaliteit voor de laagste prijs! (3 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 8 april 2016 19:36

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

In mijn lunchpauze wil ik nog wel eens op de fiets stappen of in het openbaar vervoer en naar de dichtstbijzijnde grote Lidl-supermarkt rijden. Daar hebben ze een paar dagelijkse artikelen die ik geregeld aanschaf. Lidl staat echter ook bekend om de constante partijenverkoop van zaken die niet direct of helemaal niets met het standaardassortiment van een super te maken hebben. In dat opzicht zou je het een 'Winkel van Sinkel' kunnen noemen. Zo hebben wij thuis een alleraardigst salontafeltje staan, heb ik in de schuur onderhoudsmiddelen voor fiets en auto en gereedschap, koop ik er wel eens kantoorartikelen en noem maar op.

En waarom vermeld ik deze feiten in een hardloopblog? Om de doodeenvoudige reden dat Lidl mijn favoriete winkel is als het aankomt op renkleding. Voor zeer schappelijke prijzen hebben ze regelmatig een partijtje kleding, schoenen en hardloopaccessoires dat ik zeer de moeite waard vind. Ik houd de nieuwsbrief, weekfolder en website van deze Duitse grootgrutter scherp in de gaten en zodra ze iets van mijn gading hebben ga ik er, op de dag dat de spullen in de winkel liggen, direct op af. Dat is ook wel noodzakelijk want ze hebben doorgaans geen grote aantallen en de omloopsnelheid is, vooral bij de mannenspullen, behoorlijk hoog. Het is mij wel gebeurd dat ik pas een dag later in de gelegenheid was om de winkel binnen te stappen en dan was alles of vrijwel alles al weg. Dus als ik bepaalde artikelen echt goed kan gebruiken, zorg ik dat ik erbij ben. Daarbij heb ik wel het voordeel dat het filiaal dat ik dan bezoek behoorlijk groot is en altijd veel plaats voor de schappen met de niet-voedsel-aanbiedingen inruimt.

Op een keer hadden ze bijvoorbeeld compressiebroeken, -shirts en -sokken. Van de korte broeken, waar ik er al een paar van had die mij zeer bevallen, heb ik er direct drie ingeslagen. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om veel kleding te rouleren. Zo kan ik het eventuele gebrek aan duurzaamheid (waar ik overigens weinig van merk) compenseren en toch langer genieten van mijn aankopen. Als je het belangrijk vind om in merkkleding gezien te worden moet je natuurlijk niet bij deze shop zijn, maar dat gegeven vind ik helemaal niet interessant. Sterker nog, ik vind het juist erg leuk dat ik voor de prijs van één kledingstuk van pakweg Asics, Nike of Craft bij Lidl bijna een complete hardloopgarderobe kan vergaren. Ongetwijfeld zal het de kwaliteit die van eerder genoemde merken niet halen. Maar ik ervaar deze als ruim voldoende en ik ben er tevens van overtuigd dat je, zoals bij veel "merkartikelen", vooral voor de naam van het bekende merk een hoop extra moet dokken. Dat vind ik gewoon zonde van het geld. Zo heb ik bij deze Duitse supermarkt nog nooit meer betaald dan 17 of 18 Euro voor een winterjasje. In een eerdere blog, toen ik mijn vraagtekens zette bij de inhoud van een tv-programma dat beweerde dat hardlopen door de aanschaf van schoenen, kleding en accessoires juist erg duur is, ben ik daar al eens vaker op ingegaan.

Ik koop dus bijna al mijn hardloopkleding bij deze supermarkt. Of het nu gaat om sokken, broeken, shirts, onderkleding of jasjes, ik heb ze in mijn persoonlijke collectie. Ook bezit ik meerdere sportzonnebrillen (meestal met diverse kleuren glazen), handschoenen, wintermutsen en hoofdbanden. Het schijnt zelfs dat de hardloopschoenen heel behoorlijk zijn maar die hebben ze helaas niet in mijn grootte. De maatvoering gaat hier bij schoeisel altijd maar tot 45 en ik loop op maatje 46,5. Anders zou ik ongetwijfeld wel eens een paar ter proberen hebben gekocht. Alleen schoenen dus en ren-onderbroeken betrek ik van andere leveranciers. Toegegeven, ik heb wel eens vaker wat gekocht bij een grote sportzaak van Franse origine, en een enkele tight bij 's-lands grootste grutter vandaan gehaald, maar kleding van het Lidl-huismerk Crivit neemt toch verreweg de meeste plaats in in mijn renkledingkast. En ik kan beslist niet zeggen dat ik al erg veel van dat spul heb moeten weggooien omdat het versleten of anderszins kapot gegaan zou zijn. Alleen een eenzaam paar sokken heb ik op non-actief moeten stellen, maar dat heeft alles te maken met de anatomie van mijn grote tenen en niet met de kwaliteit van deze voettextiel.

Mijn verzameling kleding op dit gebied is nu behoorlijk compleet en ik heb mijn vrouw beloofd dat ik voorlopig niets meer voor mijzelf zal aanschaffen. Toen er kort geleden echter weer het een en ander in de schappen lag, heb ik wel twee kledingstukken en een accessoire voor mijn oudste dochter aangeschaft. Zij heeft het hardloopvirus inmiddels ook te pakken en is toe aan een wat serieuzer outfit dan het kloffie waarin zij tot voor kort haar kilometers maakte. Het was weliswaar dus niet voor mijzelf, maar ik was toch blij dat ik eindelijk weer een dergelijke aankoop kon doen.

Uit de voorgaande alinea's hebben jullie misschien al begrepen dat ik een verzamelaar van renkleding ben. Misschien wordt het tijd voor mij, om net als collega hardloopblogger Mari Durieux al twee keer heeft gedaan, uit de kledingkast te komen en te bekennen dat ik op zijn minst een klein beetje verslaafd ben aan het kopen van hardloopbenodigdheden. Over mijn schoenencollectie heb ik in een eerder verhaal al een boekje opengedaan en nu moet ik maar eens in de biechtstoel waar het mijn stapel kleding en hulpstukken betreft. Mijn motto is namelijk 'beter mee verlegen dan om verlegen'.

Ik heb tot in lengte van dagen genoeg korte sokken, dik en dun, lange compressiesokken, met en zonder voet. Vijf stuks lange compressie-onderbroeken en evenveel korte, een achttal ren-onderbroeken, korte bovenbroeken en natuurlijk halflange en lange tights, dun, dik en ertussenin. Verder nog een hele verzameling aan korte tights die tot net boven de knie reiken of iets verder daarboven. Het aantal hardloopshirts, met korte en lange mouwen is helemaal niet meer te tellen en ook heb ik een aardig assortiment aan dikkere shirts, die je eigenlijk wel truien kunt noemen. Een aantal ervan lag dan ook als skitrui in de eerder genoemde winkel, maar ik vind ze prima om in te hollen. Mijn collectie renjasjes kan wat mij betreft nog wel wat uitbreiding gebruiken. Ik heb 4 dunne jasjes, twee iets dikkere en twee dikke voor de winterperiode. Belofte maakt schuld, dus ik koop even en tijdje niets, tenzij ik het van te voren met mij partner heb overlegd.

Wat heb ik dan nog niet genoemd? Drie petten, die ik een groot deel van het jaar gebruik, twee paar handschoenen en en zootje hoofdbanden en mutsen. Die winterse hoofdbedekking komt allemaal van die van oorsprong Duitse winkel en kostte een luttel bedrag. Dan heb ik de beschikking over een drietal smartphone-armbanden en, zoals ik eerder al schreef, een stelletje zonnebrillen.

Al met al kan ik makkelijk een flinke kledingkast met al dit heerlijke spul vullen, maar helaas is er noch een kast daarvoor beschikbaar, noch ruimte in ons huis om er eentje bij te plaatsen. Dus heb ik alles opgeslagen in en rond een aantal plastic opbergdozen in mijn eigen hardloopmagazijntje op de zolderverdieping. Daar staat ook mijn eerder beschreven collectie schoenen te pronken. Deze wijze van opslag betekent wel dat ik, als schone spullen nodig zijn, steevast moet gaan graven in een flinke berg hardlooptextiel. Het gebeurt mij dan ook regelmatig dat ik het kledingstuk dat ik zoek, niet kan vinden. De opbergdozen zitten namelijk doorgaans overvol en ik heb om die reden noodgedwongen wat losse stapeltjes ernaast liggen. Als ik echt het overzicht ben kwijtgeraakt, trek ik alles uit mijn magazijntje en ga ik het geheel uitleggen en opnieuw rangschikken. Ik verzeker jullie dat dit geen klusje is dat ik in vijf minuten gepiept heb, maar dat eerder een stief kwartiertje kost. Het geeft mij in ieder geval wel de mogelijkheid om, naast het schrijven van dit soort verhalen, nóg wat vaker met mijn favoriete sport bezig te zijn, al is het dan zijdelings.

Waterdoop op het strand (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 27 maart 2016 13:12

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Zoals ik reeds meerdere malen heb vermeld, wilde ik altijd al graag op het strand hardlopen, maar het kwam er tot nu toe nooit van. Ineens was er toch die mogelijkheid omdat ik met een team van mijn werk kon meedoen aan de Zandvoort Circuitrun. Dit is een landelijk bekende 12 km-loop die voert over het circuit, over het strand en door het dorp Zandvoort. Deze run heeft een zodanige omvang dat de Nederlandse Spoorwegen er op de wedstrijddag extra treinen voor inzetten. Ik nam op station Amsterdam-Centraal dan ook plaats in een extra lange trein, die mij en vele andere hardlopers naar de kust zou brengen. Een leuke bijkomstigheid was dat je op deze laatste zondag van de Boekenweek de hele dag gratis mocht reizen op vertoon van het Boekenweekgeschenk. Dus kon ik niet alleen op kosten van mijn werkgever deelnemen aan een mooie trimloop, maar ook nog voor nop ernaartoe vervoerd worden. Omdat ik vrijwel helemaal voorin was gaan zitten, is het in eerste instantie erg rustig in dat treinstel. Pas bij Haarlem Spaarnwoude stroomt de coupé vol met lopers, die blijkbaar daar hun auto's geparkeerd hebben. Er zitten vooral veel vrouwelijke renners bij elkaar. Één daarvan klaagt over de slechte kwaliteit van het herinneringsshirt dat zij al per post heeft ontvangen: 'Zeker uit China, er staat geen merk op, het is rommel'. De dames hebben het voornamelijk over renkleding, iets dat ze zelf ook constateren en zijn helemaal gefixeerd op dure merken. Ik zal ze maar niet vertellen wat mijn favoriete hardloopkledingwinkel is en wat voor ´vodden´ ik allemaal aan heb op dat moment.

In Zandvoort ben ik snel naar het circuit gelopen. Het is aan de kust beduidend minder warm dan in de omgeving Amsterdam en halverwege begint het te spetteren. Er vallen steeds meer en grotere druppels. Gelukkig heb ik een goedkope poncho in een van de achterzakken van mijn (wiel-)renjas. Voor ik mijn bestemming bereik, heb ik die ook echt nodig want het regent even flink door. Net op het circuitterrein loop ik de organisator van het team, collega Patrick en een andere mederenner tegen het lijf. Mooi, als ik hen volg, dan weet ik waar ik heen moet. Ik ben hier tenslotte niet eerder geweest en het is een groot en druk evenement op een dito locatie. Omdat we een businessteam zijn, delen we, met een paar andere teams, een pitsbox als kleed- en verblijfsruimte. Het is weliswaar een koude garage, maar we kunnen hier even zitten en de tas achterlaten. Aan de andere kant van het terrein wordt bij een snelle, rode auto een teamfoto van ons gemaakt.

De start vind plaats vanuit de pitsstraat. Als we daar staan te wachten komt de boenkeboenk-muziek zodanig hard en dreunend uit de spiekers dat mijn borstkas er van resoneert en het lijkt alsof mijn hartslagfrequentie al diep in het rood zit. Als waren we racewagens draaien we vanuit die pitsstraat het circuit op. Vanaf het begin is het asfalt hartstikke schuin, terwijl ik juist van recht wegdek houd. Dat holt voor mijn gevoel dus niet heel lekker. Ik loop in een rustig tempo twee collega's voorbij, waarbij ik vooral op mijn hartslag let. Want die wil ik zo lang mogelijk laag houden. Dat lukt niet echt geweldig, mede omdat het terrein voortdurend op-en-neer golft. Ik kijk naar de lopers om mij heen. Zoals altijd zijn ze van diverse pluimage, van soepele lopers tot mensen bij wie het allemaal zeer moeizaam oogt. Dat maakt uiteraard niets uit, iedereen loopt hier voor zijn of haar plezier en met het doel de eindstreep te halen. Ook de rechts-inhalers en de tussendoorkruipers ontbreken traditiegetrouw niet. Ik probeer mijn verbazing en ergernis daarover te relativeren.

Mijn kilometertijden schommelen iets boven de 6 minuten en mijn hartslag stijgt langzaam maar gestaag. Ik blijf op dit relatief makkelijke stuk van het parcours de snelheid van iets onder de 10 per uur handhaven, want ik weet dat het later nog zwaar wordt op het strand en dat de finish nog ver is. Terwijl we naar de uitgang rennen, bedenk ik dat ik dit stuk nog twee keer moet afleggen, rennend naar de eindstreep en wandelend terug naar het station. Rechtsaf gaat de stoet het denkbeeldige hek uit en even later linksaf naar de boulevard en het strand. Ik ben al ruim anderhalf uur in Zandvoort, maar ik heb op strand en zee nog geen blik kunnen werpen. Daar komen ze nu dan eindelijk in beeld. Ik moet mij echter concentreren op waar ik loop, door alle renners om mij heen en door de wisselende bestrating.

Naar beneden de strand-opgang af is het nog makkelijk, maar zodra de verharde ondergrond ophoudt, is er niets dan mul, mul en nog eens mul zand. Ik volg de renners voor mij naar de waterlijn, waar zowaar nog een streepje vlak zand zichtbaar is. In ganzenmars gaat het daar overheen. Soms is dat vlakke stukje al weg door de opdringende golven. De zee heeft zijn vloedbeweging het strand op al bijna voltooid. Dat had ik een dag eerder wel al gelezen op de website van deze loop, maar naïef als ik was op het gebied van strandrennen had ik mijn debuut in het zand toch iets anders voorgesteld. Geregeld zijn er onverlaten die aan de rechterkant door het water stampen en daarbij flink onze kant uit spetteren. Ik kijk naar links over het strand en meen wat hogerop richting de strandtenten een redelijk vlak stuk zand te bespeuren. Dus baan ik mij schuin een weg die kant op. De schijn heeft mij aardig bedrogen, want het zand is ook daar gewoon behoorlijk mul. Ik probeer het in een wielspoor maar ook dat biedt niet veel soelaas. Ploeteren en zwoegen, zwoegen, zwoegen is het enige dat rest. Toch maar weer terug naar de vloedlijn, waar ik in het prettige kielzog van een goedgeklede jongedame terechtkom. Zij heeft precies de goede snelheid en ik was graag achter haar blijven plakken, maar op een gegeven moment, ga ik haar toch voorbij. Ineens is daar een flinke golf waar ik niet anders dan middenin kan stappen. Mijn schoenen en sokken zijn prompt kletsnat, mijn voeten voelen ineens koud. Ik roep luid voor mij uit: 'soppen'. Ik was achteraf gezien daarom erg blij dat ik mijn ouwe trouwe Cumulus 11 aan mijn voeten had en niet een van mijn gangbare paren hardloopschoenen.

Een kort praatje met een passerende medeloper, brengt wat afleiding bij het ploeteren door het zand, als ik wederom een hoger gelegen stuk heb opgezocht.. We hebben het erover dat we bijna bij de opgang zijn en dat het dus al goed opschiet met dit loodzware middendeel van deze loop. Mijn hartslag loopt verder op. Bij een waarde van 175 ga ik wandelen, spreek ik met mezelf af. Maar als het zover is, doe ik dat uiteraard niet, want ik wil niet capituleren voor die zandbak. Mijn collega Patrick komt voorbij en groet mij. Ik kijk af en toe naar de bebouwing om mij te oriënteren op waar ik ben. Het flatgebouw van het Palace Hotel en het Casino zie ik bewust, de aloude watertoren heb ik niet kunnen registreren. Waar is het einde van die helse ruim 2 kilometer lange vuurproef? Ik blijf meer hobbelen dan rennen en verder zwoegen. Geen enkel moment kan ik naar de mooie rustgevende zee kijken, die ik nota bene zo graag aanschouw. Vóór mij zie ik de stroom lopers dwars over het strand naar de opgang gaan. Collega Patrick komt weer in mijn vizier en ik roep even later naar hem: 'je gaat zo stuk'. Want hij had van te voren verteld dat hem dat altijd overkomt op dat steile stuk van het strand omhoog naar de bewoonde wereld. Ik vind aansluiting bij mijn collega door een beetje aan te zetten, kom naast hem lopen en zeg dat ik hem naar boven zal slepen. Zowaar kan ik naar boven een beetje versnellen.

Daar aangekomen is mijn hartslag echter wel 180 en ik ben blij dat ik de teugels kan laten vieren op de rechte en verharde weg. Mijn rikketik gaat gelukkig snel terug naar 160 slagen per minuut. Dat is een goed teken. Ik klets wat met mijn collega en wij komen, net voorbij het 8 km-punt, bij een drankpost. Patrick stopt om iets te drinken en ik ga door, terwijl ik zeg dat hij mij wel weer inhaalt. Aan mijn gordel hangt niet voor niets mijn waterfles met lauw water. Mijn maag houdt niet van koud drinken, zeker niet tijdens het rennen. Het zeewater lijkt inmiddels alweer uit mijn schoenen verdwenen te zijn, want ik voel geen koude nattigheid meer. Patrick komt snel weer langszij en we lopen, in de luwte van de huizen rustig verder. De twee volle kilometers op het strand en die direct daarna duurden voor mij ieder bijna 1,30 minuten langer dan de vijf km in de aanloop ernaartoe. Dus leek het mij lastig om mijn streeftijd van 1:15 uur te halen en zelfs 1:20 kwam in mijn beleving al in het gedrang. ´Onder de 1:25 proberen te blijven dan maar? Dit alles bespreek ik met mijn mederenner, die daar niet heel veel op te zeggen heeft. Sowieso voer ik meer het woord dan hij. Achteraf hoor ik van hem dat het zijn tactiek is op dit deel te herstellen om later in de race weer te kunnen aanzetten. Even verderop buigen we naar links en meteen naar rechts de boulevard op. Nu kan ik eindelijk even naar de zee turen. De onmiskenbare geur van een viskraam komt in onze neuzen. Die odeur hoort voor mij bij deze badplaats en ik heb er absoluut geen last van. Plotseling steekt er vlak voor ons een toeschouwer de weg over. Hij had een blik in zijn ogen alsof hij heel snel naar een renner ergens achter toe moest. Bij het Casino passeren wij net twee lopers met de naam van dat etablissement op hun shirt. Ik grap dat zij hier klaar zijn en dus kunnen stoppen met rennen. De ene persoon geeft wel een vaag antwoord, maar wat hij gezegd heeft, is mij eerlijk gezegd niet bijgebleven.

In het centrum verzucht ik dat ik hier veel te lang niet ben geweest. Zandvoort is qua bebouwing weliswaar geen heel fraaie plaats, maar hier liggen voor mij als kind van de streek mooie jeugdherinneringen. Als de straten iets naar beneden of omhoog gaan, ben ik sneller dan mijn collega, maar ik houd een beetje in om op hem te wachten. Het is mijn intentie om samen met Patrick over de meet te gaan. In het dorp heerst iets van een Dam tot Dam-sfeer met veel en enthousiast publiek en luide muziek. In de Haltestraat, dé winkelstraat van Zandvoort, zit een flink aantal spinners in een lange rij direct aan de weg op de sportschoolfiets. Als wij er langskomen maak ik opwaartse armbewegingen om ze te stimuleren ons aan te moedigen. Dat helpt want er stijgt een luid gejoel op. Een enkel kind neemt met graagte een lage vijf in ontvangst. Bij het station horen wij een sirene-achtig geloei uit de straat verderop komen. Op een balkon aan de linkerkant staat een oudere man uit alle macht aan een slinger te draaien. Ongetwijfeld een oud apparaat uit de oorlogstijd of van de vroegere Bescherming Burgerbevolking. Patrick en ik zijn het erover eens dat een dergelijk irritant hard geluid voor ons niet hoeft als stimulans. Het valt mij op dat ik nog steeds redelijk makkelijk en soepel loop, zelfs na ruim 10 km.

Precies bij het 11 km-bord zet mijn metgezel ineens een kleine versnelling in. Het is niet dat hij er als een pijl uit een boog vandoor gaat , maar hij pakt toch fluks een metertje of vijf. Ik heb niet voor niets al die tijd bij hem gelopen, dus ik zet aan en kom zowaar redelijk makkelijk weer in zijn spoor. Mijn hartslag gaat uiteraard daardoor nog verder omhoog naar boven de 170,maar ik voel dat mijn lichaam dit nog aankan. Inmiddels zijn we weer op het circuitterrein aangeland. Echter, we gaan niet over de officiële toegangsweg waarover wij eruit gingen, maar aan de rechterkant daarvan een parkeerplaats op die bestaat uit een mengeling van harde aarde, steentjes en asfaltresten. Niet echt een lekkere ondergrond om op te hollen, er is echter geen keus. Ik blijf in Patrick's buurt waarbij ik wel meerdere lopers moet passeren om hem niet uit het oog te verliezen. Door een tunneltje zie ik het rechte eind en de finish voor de hoofdtribune verschijnen. Mijn collega heeft er nog steeds aardig de vaart in en ik blijf in zijn kielzog, met een snelheid die ineens op 11,5 per uur ligt. Als hij in de laatste meters nogmaals aanzet, pas ik want ik zie dat mijn hartslag nu boven de 180 slagen per minuut is beland en ik ga tegen de 12 per uur. Ik wil mijzelf en mijn rikketik niet nog verder opjagen. Na de eindstreep constateer ik dat ik als tijd 1:17:03 heb geklokt en dat valt gezien mijn eerdere pessimistische prognoses onderweg een heel eind mee. Ik vind mijn collega weer terug en wij wandelen om de tribune heen terug naar het terrein daarachter. Een ander teamlid wacht daar ons op. Hij heeft de ren binnen het uur afgelegd, wat in mijn beleving voorwaar een knappe prestatie genoemd mag worden.

Na het naar huis bellen en omkleden, kan ik mijn collega's helaas niet meer vinden op het grote, overbevolkte terrein. Het in ontvangst nemen van dat mooie herinneringsshirt moet derhalve helaas een paar dagen uitgesteld worden. Daarom besluit ik richting het station te gaan. Ik heb nu spijt dat ik 's morgens thuis de dikke jas die ik had klaargelegd, onder invloed van het lekker warme zonnetje dat op dat moment daar scheen, heb weggelegd. Ondanks de meerdere lagen droge kleding die ik draag, is het namelijk door de noordenwind behoorlijk koud. Daarom, en omdat ik de eerstvolgende trein naar Amsterdam niet wil missen, zet ik het op een wandelen met flinke pas. Mijn benen voelen door de inspanningen op het strand wel een beetje pijnlijk aan, maar ze laten mij niet in de steek. Naar mijn idee loop ik iedereen die ik op mijn weg tegenkom voorbij, waarbij ik af en toe flink moet slalommen. Met nog precies 4 minuten te gaan voor de trein vertrekt, ben ik aan het begin van het perron. Een vrouw die ik net gepasseerd ben, maakt met haar stem een hard klagelijk geluid, waar ik enigszins van schrik. 'Ik kom een beetje aandacht tekort', vertrouwt ze een metgezellin toe. 'Dat merk ik', brom ik enigszins verstoord naar achteren. Vanwege de trimloop is de trein, net als op de heenweg, extra lang. Ik loop ook nu helemaal naar voren en vind in de laatste coupé gelukkig een zitplaats. Vooral mijn benen zijn erg blij dat ze nu kunnen uitrusten. Mijn hoofd trouwens ook, want ik heb een behoorlijke inspanning geleverd. Maar ik ben wel, vooral dankzij de gulheid van onze directeur, een mooie medaille, een dito herinneringsshirt en vooral een bijzondere ervaring rijker. Bovendien heb ik voor het eerst ooit op het strand gerend, en hoe !!

10 voor 12 (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 13 maart 2016 14:26

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Dit is geen start- of aankomsttijdstip, want om 10 minuten voor 12 was ik nog aan het rennen en net niet bij het 7 km-punt beland. Het was droog, af en toe scheen zelfs even de zon en er was nauwelijks wind. Met name dat laatste is heel prettig in de Twiskepolder. Het waren eigenlijk ideale omstandigheden voor een lange afstand zoals de halve marathon of de 10 EM. Mijn verhaal daarover heb ik inmiddels al meerdere keren opgeschreven. Aan die afstanden ben ik momenteel lichamelijk niet toe. Vooral sinds mijn laatste 20 km testtraining een paar weken geleden, toen ik mijzelf, achteraf gezien, als het ware heb opgeblazen. Dus beperk ik mij noodgedwongen tot de kortere trajecten. Bij de Twiskemolenloop valt de keuze dan direct op de 10 km, een route die ik onderhand wel kan dromen, want ik liep hem al zeven keer eerder. Met deze editie erbij heb ik nu de helft van de keren dat ik in Landsmeer van start ging, de 10 km gekozen of moeten kiezen.

Naar Landsmeer zou ik sowieso afreizen en ik wilde toch wel heel graag het kwartet Twiskemolenlopen van deze 40ste jaargang rennend voltooien. Aan het einde lag er een, naar ik hoopte, mooi herinneringsshirt voor mij klaar, dus ik ging hoe dan ook die kant uit. Meedoen, uitlopen en wel binnen 1 uur waren mijn doelen naast het inpalmen van dat shirt. Daarom ging ik heel rustig en achterin het rennerspak van start. Een snelheid van 10 per uur vond ik voldoende en als ik af en toe een tikkeltje harder ging, zou ik binnen die 60-minutengrens blijven. Achterin de groep deelnemers is het drukker vanwege het feit dat er nu eenmaal meestal meer langzamere lopers meedoen dan snellere. Niet dat ik anders zo'n snelheidsmonster ben, verre van dat, maar meestal bevind ik mij wat verder naar voren. Nu kon ik dus wat meer genieten van de liefhebbers die wat minder haast hebben dan de voorsten.

Rustig aan hobbelde daarom ik de anderhalve ronde op de baan, het sportpark af en de polder in. De tweede en derde kilometer gingen zelfs onder de 10 per uur: 9,89 en 9,97. Het maakte mij niet uit, ik was erbij en ik liep. We gaan bij een trimloop allemaal dezelfde kant op en hebben een gemeenschappelijk doel: die afstand rennend overbruggen. De één zo snel als maar kan, de ander zo gezellig mogelijk door het bijvoorbeeld al kletsend te doen. Een derde probeert weer zoveel mogelijk van de omgeving te zien er daarvan te genieten. En er zijn uiteraard ook lopers die het alleen voor het lopen zelf doen. Ik was blij dat ik deelnam en omdat zo hard mogelijk rennen er even niet inzit, ging het bij mij om een combinatie van de overige factoren. Waarbij ik bar weinig gekletst heb overigens, maar dat is voor mij geen enkel probleem. Ik reserveer mijn adem liever voor het hollen zelf.

Bij dit parcours kom je trouwens acht keer over een bruggetje, waarvan twee keer over hetzelfde, heen en terug op het Luijendijkje. Ik zag, omdat de polder in dit deel van het jaar nogal kaal is, al heel vroeg, op het 2 km-punt om precies te zijn, de voorste 10 km-lopers ter hoogte van de runderenwei voortgaan. Ik herkende zeker één oranje jack van een voorfietser. Dit was mij nog nooit eerder opgevallen. Wat een beetje kalmer aan doen al niet aan inzichten en belevenissen kan opleveren. Ik kan het iedere snelle renner van harte aanbevelen. Nog geen 500 meter verder is er altijd ruim zicht en zag ik een lang lint van renners die mij vooraf gingen. Ik probeerde in te schatten op welke hoogte ik een paar jaar geleden zou hebben gelopen met de snelheid die ik toen nog wist te ontwikkelen. Andere tijden sport, zou virtuele loopvriend Peter dat noemen. Mijn renjas werd geregeld een stukje open en weer dichtgeritst en ik had weer lekker meerdere lagen kleding aan. Ik heb het liever wat te warm dan te koud. Dat laatste kan het in dit behoorlijk open gebied in de winterperiode al snel zijn. Op de t-splitsing, na 3 km en een beetje, waar men op alle langere afstanden rechtsaf moeten gaan, stond de vrouwelijke vrijwilliger te kletsen met een paar wandelaars. Zij lette dus niet op de renners en ik had heel kort de neiging om voor de lol even linksaf te slaan. Of te doen alsof. Serieuze loper die ik ben, deed ik dat toch maar niet. Plichtmatig stak de vrouw even haar linkerarm uit om de goede richting aan te wijzen.

Die splitsing bracht ons meteen op een van mijn favoriete punten. Een van de Schotse runderen, het exemplaar dat het dichtst bij het pad stond waarover de lopers zich voortbewogen, had een uiterlijk alsof hij rechtstreeks uit een verfilming van de Hobbit of Lord of the rings kwam. Het is dat ik aan het rennen was, anders zou ik er zeker een paar mooie plaatjes van geschoten hebben. Het voert mij echter net iets te ver om dat tijdens een trimloop te doen. Derhalve moet ik het met het prachtige beeld in mijn hoofd van die markante kop doen. Het veld tegenover de Stootersplas was gedeeltelijk, in twee banen, gemaaid. Voor het eerst kon je hierdoor doorkijken naar wat erachter lag en dat was het pad langs de Ringvaart, waar wij later zouden komen te lopen. Iets voor het 5 km-punt zeg ik door het kale geboomte een paar 16,1- of 21,1-lopers op hun verderop gelegen pad. Ook dat had ik nog niet eerder bewust aanschouwd. Of misschien hadden er op de momenten dat ik daar passeerde, zich niet eerder renners vertoond. Al voordien, kwam een oudere vrouw snel aan mij voorbij. Ter hoogte van het parkeerplaatsje bij de Plas liep zij ineens even te wandelen. Ik haalde haar in, maar daarna kwam zij weer over mij heen. Uiteindelijk gaf ik haar in de laatste kilometers toch het nakijken.

Twee meisjes op skates stonden bij bruggetje nummer 4 ieder aan één kant om handjeklap met de lopers te doen. Die staken bijna armen uit om aan iedere kant een kind te kunnen bedienen. Ik deed daar uiteraard ook aan mee, alleen verloor het meisje aan de linkerzijde net op dat moment bijna haar evenwicht en kom zij mijn zijdelingse vijf dus niet in ontvangst nemen. Een vrouw met een fiets waar achterop een kind zag, stond aanmoedigend te klappen voor ons renners. Zo'n gebaar is uiteraard altijd van harte welkom. Ik liep op dat moment dicht achter een tweetal vrouwen dat mij in het eerste deel van de koers voorbijgestoken was. Niet lang daarna wipte ik over het tweetal heen. Dit gebeurde met meer renners en vooral rensters die mij in het eerste deel voorbijgingen. In het tweede deel wist ik namelijk vrij makkelijk te versnellen en begon ik aan een soort inhaalrace. Mijn kilometertijden gingen dan ook langzaam maar gestaag omlaag: 5:57, 5:50, 5:45 en 5:41. Net na het 7 km-punt kreeg ik op het tweede stuk langs de Ringvaart ineens de geur van vers hout in mijn neus. Aan de linkerkant, aan de andere kant van het water in het dorpje Den Ilp, was een grote houtopslag te zien. Dus mijn neus had mij niet bedrogen. Ook een leuk klein huisje, op het eerste stuk langs die vaart, dat mij nog nooit eerder was opgevallen komt weer in mijn herinnering naar boven. Je ziet toch iedere keer weer andere details op jouw rondgang naar de eindstreep.

Op datzelfde tweede stuk pad langs de Ringvaart, toen er een tijdje geen loper mij had ingehaald, kwam er plots een renner met hoge snelheid voorbij. Ik schrok er eigenlijk een klein beetje van. 'O', dacht ik direct daarop, 'dat maakt niet uit, dat is één van de snelle jongens van de 16,1 of 21,1 km. Over die 8-ste kilometer deed ik even iets langer: 5:46 minuten. Daarna trok mijn diesel weer verder door met 5:37 over nummer 9 en 5:24 tijdens nummer 10. Op de door mij al vaker beschreven t-splitsing, waar de 10-ers en de 16,1-ers linksaf naar de uitgang mogen en de 21,1-ers rechtsaf moeten voor nog een lus van ongeveer 7 km, werd ik zowaar door twee fotografen geschoten. Mannen en vrouwen die ik steeds voor mij had gezien, liep ik nu één voor één voorbij. Dit hield ik vol tot bijna op de atletiekbaan. Ik had zelfs het idee dat ik twee vrouwen die mij net daarvoor weer voorbij waren gestoken, toch achter mij zou gaan laten tijdens mijn eindspurt. Maar een van de twee zette in de laatste bocht flink aan en trok de andere met zich mee. Ik vond dat wel best en ging in mijn eigen tempo verder op de eindstreep af.

In die laatste kilometer liep ik dus zelfs boven de 11 per uur en op de baan, op het laatste stuk tot aan de finish nog sneller, 11,85 per uur. Dit kostte mij niet eens veel moeite, dus ik had nog genoeg brandstof in mijn tank. Dat is dus een positief signaal voor mij. Dan kan ik ongetwijfeld ook wel de 12 km in Zandvoort verhapstukken. In 59:06 minuten kwam ik over de eindstreep, waarmee ik mijn laagterecord op deze afstand maar weer eens verder aanscherpte. Die tijd was echter nog bijna een minuut sneller dan wat ik mij voor aanvang ten doel had gesteld. En deze 10 waren derhalve een zeer redelijk uitgevoerde training voor de 12 van twee weken later. Ik plakte er meteen drie wandelrondjes achteraan, alvorens ik naar de thee ging. Toen ik die twee bekers had geledigd was het tijd om mijn welverdiende herinneringsshirt af te halen. Een felgele rentrui dit jaar, dus prima te gebruiken op dagen dat het licht was minder goed is. Ik was tevreden en zocht de mannenkleedkamer op, helemaal klaar om met veel genoegen de bekende sterke verhalen aan te horen. Op weg naar huis zong Emmylou, net als op de heenweg, een aantal prachtige nummers uit haar enorme repertoire.

Langs het kanaal met Emmylou (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 5 maart 2016 19:56

Ook te lezen (met ingebedde YouTubefilmpjes en foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Twee weken na de laatste Twiskemolenloop was het alweer 14 dagen voor de volgende en laatste aflevering van de reeks van 4 TML-en van dit seizoen. Aangezien ik nog steeds smoel had op het deelnemen aan de halve marathon aldaar, was het hoog tijd om mijzelf eens op een lange afstand te testen. Waarom die halve toch zo aan mij blijft trekken, moge misschien duidelijk worden uit de cijfers van mijn kortere duurlopen. Ik heb, naast vele trainingen op die afstanden, reeds 18 keer een 10 km-trimloop gedaan, 6 keer een 15 km en al 11 keer een 16,1 km. Tot nu toe startte ik pas 2 keer op de 21,1 km, en dat aantal wil ik graag op kortere termijn met minstens 1 verhogen.

Een superlange duurloop had ik daarom gepland op weer eens een zaterdag waarvan de meteorologen zeker wisten dat het een kletsnatte zou worden. Nu, dat werd het uiteindelijk wél, maar Pluvius was zo vriendelijk om te wachten tot ik weer thuis was met het aanzetten van zijn douche. Toen stond de klok toch al bijna op half drie. Voor een 20 km-training heb ik momenteel maar één geschikt parcours: vanaf de Nesciobrug langs één van de twee kanten van het kanaal naar de Weesperbrug bij Driemond, die brug over en langs de andere kant weer terug. Bij zo'n traject met veel lange, rechte stukken kan ik de morele steun van mijn gedeeld favoriete zangeres prima gebruiken. Dus komt het goed uit dat ik een afspeellijst van 2:35 uur met uitsluitend nummers van Emmylou Harris op mijn telefoon heb staan. Ergens gedurende die tijd zingt zij heel toepasselijk: 'I took the longest road that I could find'. Ik had niet helemaal de langste uitgezocht, maar wel een behoorlijke lange. Aangezien ik deze keer geen behoefte had aan de voortdurende onderbreking van deze mooie muziek, had ik coach Dolf maar in zijn doosje gelaten. Ik zou zelf wel op mijn horloge kijken en het ging mij sowieso niet om een snelheidstraining maar om het simpelweg rennend voltooien van die afstand.

Ik zet altijd thuis mijn muziek al aan, zodat ik er onderweg geen omkijken naar heb. Voor ik aan hollen was toegekomen, had ik al 'Long may you run' gehoord, een aardig toepasselijk nummertje voor de komende inspanning. En Amarillo, dat duidelijk te vroeg in mijn lijst staat geprogrammeerd, want daar moet je bij rennen. Toen ik daarmee net was begonnen en midden op de Nesciobrug liep, bracht Emmylou het nummer 'Restless' ten gehore. Probeer bij een dergelijk snel nummer maar eens stil te blijven staan of heel langzaam te rennen. Dat lukt eenvoudig niet, omdat je door de snelheid van de muziek als het ware naar voren gestuwd wordt. Hetzelfde effect hebben songs als 'Ooh Las Vegas' en 'Luxury liner'. Het supersnelle gitaarspel werkt erg opjuttend en dat kan uiteraard geen kwaad voor een hardloper. De eerste 6 km gingen soepel, zeker het stuk in het Diemerpark langs het water. Mijn kilometertijden schommelden wat, maar bleven wel keurig onder de 6 minuten. Mevrouw Harris kwam ook al snel met ´Born to run´.

Het was erg rustig, er waren weinig lopers of fietsers te bekennen, ook in de Vijfhoek, een natuurgebiedje direct achter de Diemense energiecentrale, dat aansluit op het Diemerpark. Ik zag het onmiskenbare silhouet van een buizerd die net landde en op een uitstekende tak ging zitten. Even verderop hing er een inlegkruisje aan een lage tak van een struik en een grote plastic zak met afval lag langs het water in de bocht aan de achterkant van de overloopparkeerplaats van Maxis Muiden winkelcentrum. Duidelijke getuigen van het feit dat ik, ondanks de landelijk aandoende omzoming van mijn parcours toch gewoon midden in de Randstad aan het rennen was. Ik besloot om vroeg aan mijn meegenomen proviand te beginnen en daarom haalde ik al na 5 km mijn banaan tevoorschijn. Verder had ik een kleine gel en een mueslireep meegenomen, want ik wilde niet door de hongerklop getroffen worden. Net voorbij Maxis en aan het begin van het stuk weg naar 'beneden' terug naar het kanaal, liep ik voor het eerst tegen de wind in en dat viel al direct even tegen. Een pubermeisje op een fiets met o.a. een bezemsteelachtige stok in haar handen ging al pratend in haar telefoon langs. Bij het kanaal kwam de wind schuin van opzij en vooral tegen. Dat betekende aan de andere kant op de terugweg windje mee, maar maakte het nu aan deze kant, na net 7 km, al zwaarder. Dit zou geen makkelijke training worden. Ik kwam vanaf deze 7e km ook niet meer onder de 6 minuten per kilometer. Wel zat ik er de volgende 5 km maar een paar tellen boven. Emmylou zong haar hart er bijna uit met nummers als 'The sweetheart of the rodeo' ( 'no matter how fast I ride, how far I run' ), maar ik ging er niet makkelijker van hollen.

Drie treinen gingen over de Muiderspoorbrug voor ik daar was om er onderdoor te lopen. Zoals altijd hoopte ik op een treinloze onderdoorgang, want nergens schrik ik zo van als wanneer zo'n groot monster precies boven mijn hoofd over de stalen overbrugging raast. En je weet ook nooit wat er uit een treinstel naar beneden kan komen vallen. Ik had deze keer geluk, want het bleef stil daar in de hoogte. Een persoon die langs het water stond, leek van een afstand, onder de brug door, op een vrouw, maar dichterbij gekomen, zag ik dat het was een vissende man was. Verder vertoonden zich alleen een paar wandelaars met een hond en één renster die naar de andere kant van het pad uitweek en mijn blik leek te vermijden. Zag ik in de verte het pubermeisje nog fietsen? Als dat haar silhouet was, had ze zich wel heel snel uit de wielen gemaakt, nadat zij zich eerder vooral met moeite tegen de wind in langs het water had voortbewogen. Ik zou er niet meer achter komen. Het einde van het pad leek nog heel ver weg en het lopen ging op dat moment al niet meer zo lekker. Ik overwoog of en op welk punt ik even zou pauzeren, maar ik wist dat steeds uit te stellen. De vlaggen bij de bedrijfspanden op het Weesper industrieterrein stonden licht schuin in de richting waaruit ik kwam, zodat het leek of ik de wind hier iets tegen had. Verklaarde dat het feit dat het rennen zo moeizaam ging? 'Your long journey' en 'I'll go stepping too', waren toepasselijke liederen op dit deel van mijn trainingsreis.

Het lukte mij toch om door te zetten over de kleine brug aan de Weesperkant, onder de Weesperbrug door, het fietspad omhoog naar brugniveau en vervolgens de Weesperbrug op en erover. Gelukkig was ook hier weinig fietsverkeer, zodat ik de slechte, schuin aflopende stukken in het asfalt kon vermijden. Ik was blij dat in Driemond het verkeerslicht voor de overstekende fietsers en voetgangers op rood stond en dat de auto's op de Provinciale Weg uit de richting van Amsterdam net bij groen licht optrokken. Hier moest ik dus halt houden en mocht ik korte tijd, te kort naar mijn zin eigenlijk, uitrusten. Toen het licht voor mij en voor de fietsster die daar ook stond, op groen ging, moest ik wel weer verder. En dus ging ik, tijdelijk wat soepeler, door de Driemondse straat terug naar het kanaal. Op het eerste stukje van het pad langs het water dat mij terug naar huis moest brengen, overwoog ik weer even te stoppen. Gelukkig kon ik die neiging onderdrukken en ging ik verder, over dat vervelende stukje waar de klinkers in de breedte zijn neergelegd en waar ik het niet lekker lopen vind. Ook hier kwam ik gelukkig overheen, al deed ik over de 13e kilometer zelf 6:22 minuten. Ik nuttigde mijn gelletje voor wat extra noodzakelijke energie. Dat leegslurpen ging vrij makkelijk en rap, weer fris en fit werd ik er echter niet van. Mevrouw Harris begeleidde mij met het refrein 'I want to ride like a Tulsa Queen'. Op dat moment wilde ik ook wel dat ik rustig in een mooie trein zat, in plaats van te lopen afzien langs het water.

Op het stuk tussen de spoorbrug en de nieuwe brug in aanbouw kreeg ik een onprettig gevoel omdat ik wist dat hier enige tijd geleden een menselijk lichaam uit het water van de sloot ernaast was gehaald. Was het toeval, toen ik op dat wat desolate stuk arriveerde, dat Emmylou net bezig was aan de laatste regels van 'Mary danced with soldiers', een ballade waarin het met de hoofdpersoon heel slecht afloopt? Voorbij de Muiderbrug, die deel uitmaakt van de snelweg A1, wilde ik weer even stoppen. Maar ik wist uitstel te vinden tot net na de Uyllanderbrug, een stukje verderop. Na 16,33 km gaf ik toch even toe aan de noodsignalen die mijn hersens uitzonden en hield een bijkompauze. Ik moest echter toch wel verder, want ik was nog niet thuis. Kilometers 17 en 18 duurden zelfs 6:32 en 6:34 minuten. Nu had ik die snelle nummers uit het begin van mijn lijst, zoals 'Amarillo', 'Restless' en 'Ooh, Las Vegas' nodig om mij te stimuleren. Omdat het kanaal een paar flauwe bochten had gemaakt, kwam ik op het laatste stuk wederom in de wind te lopen en wel een af en toe forse bries schuin tegen. Soms hoorde ik mijn muziek niet of nauwelijks omdat die wind om mijn oren loeide. Ik overwoog steeds verschillende dingen. Zou ik het bij 18 km voor gezien houden? Nee, dan was ik nog te ver van huis en moest ik een aardig eindje wandelen, waarbij ik flink zou afkoelen. Na 19 km dan? Als ik dat haalde voor een bepaald punt, leek mij dat wel wat. Op dat bewuste punt was ik nog niet tot aan die 19 km gevorderd. Dan nog maar even doorharken, want dat was ik inmiddels allang aan het doen. Rond de 9 km per uur haalde ik nog maar, die snelheid boeide echter mij niet. Ergens op dit laatste stuk zong Emmylou 'still got a long ways to go', daar moest ik op dat moment even niet aan denken. Een volgend nummer irriteerde mij een beetje. Bij mij niet ongebruikelijk als ik moe ben. Voor de 19e kilometer had ik maar liefst 6:36 minuten nodig

Na 19 km was ik reeds dicht bij mijn gebruikelijke eindpunt, maar eenmaal daar aangeland zat ik al op 19,7 km of zoiets. Zonde om niet toch die paar honderd meter tot de 20 km vol te maken. Dus hobbelde ik voort tot de grens van de Hardloopspeltegel Amsterdam IJburg en keerde daar om. Ik loop altijd iets meer dan mijn horloge aangeeft, minstens 100 meter extra, om er zeker van te zijn dat ik het aantal kilometers ook echt afleg. Nu besloot ik mijn krachtsinspanning tot 20,20 km op te rekken. Toen ik die had bereikt, moest ik echt even stil gaan staan en op adem komen. Ik dwong mijzelf om daarna nog zoveel mogelijk te wandelen teneinde de verzuring uit mijn beenspieren te krijgen. Maar thuisgekomen had ik toch wat spierpijn aan diezelfde ledematen en een aardig moe hoofd. Van spierpijn heb ik normaal nooit last en zo moe heb ik mijzelf na een ren nog niet vaak meegemaakt.

Ik ben dus aardig diep gegaan, maar ik heb mijn geplande afstand gehaald (vraag niet hoe) en wilde op dat moment nog steeds graag die halve gaan doen. Ik herstelde die middag en avond vrij snel en ook de volgende dag voelde ik mij niet anders dan normaal op een dag na een lange duurloop. 's Avonds om een uur of 10 echter, werd ik ineens behoorlijk moe. Ik sliep die nacht niet goed en werd 's morgens redelijk draaierig wakker. Maar ik vermande mij, ging in de hoeven en naar mijn werk en knapte in de loop van de ochtend wel wat op. De volgende dag, op dinsdag dus, was ik de vermoeidheid nog niet helemaal te boven en had ik bovendien een drukke en inspannende dag op het werk. Ook de rest van de week zat ik een beetje in de lappenmand. Een weekeinde later ging het lopen veel beter. Het plan was om een rondje van 6 km eventueel uit te breiden naar 10 km. Het werden er 14 omdat het best goed en makkelijk ging. Alleen de eerste, voorzichtige km en de laatste 3 gingen in 6 minuten of een tikkeltje meer. Het overgrote deel liep ik makkelijk rond de 5:40 minuten. De werkweek erna was ik toch steeds weer aardig moe. Dus heb ik de halve marathon voorlopig maar uit mijn hoofd gezet. Als het komende zondag redelijke weersomstandigheden blijken te zijn, ga ik maar weer voor de 10 km. Is het minder goed, zoals ze nu voorspellen, beperk ik mij tot de 5 km. En als het pijpenstelen regent, start ik helemaal niet en ga ik alleen mijn herinneringsshirt ophalen. Hoe dan ook, zet ik in de auto muziek van Emmylou aan om mij naar en van Landsmeer te begeleiden.

Weer niet, maar wel droog weer (3 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 19 februari 2016 19:54

Ook te lezen (met foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Kennen jullie het verhaal van die hardloper die naar Landsmeer zou gaan om daar te starten op de halve marathon bij de Twiskemolenloop? 'Die ging niet", hoor ik sommigen al denken. Nou, zover kwam het niet, maar het scheelde niet eens zoveel of hij had voor het eerst ooit verstek moeten laten gaan bij een loop waarvoor hij al had ingeschreven. Of, in dit geval, een loop waarvoor hij al betaald had middels zijn seizoenskaart. Zo'n primeur wilde hij uiteraard ten koste van veel voorkomen, want bij de gedachte alleen al werd hij niet erg vrolijk. Met name omdat het hier zijn favoriete trimloop betrof.

Hij was namelijk ervan overtuigd geweest dat hij die dag eindelijk zijn derde halve marathon zou gaan afleggen. Hij had er zelfs de traditionele intervaltrainingen in de maand januari grotendeels voor laten lopen. Meerdere keren had hij lange afstanden gelopen, zoals een 20 km- en het weekeinde ervoor nog een 18 km-duurloop, die hij zonder pauzes had weten te voltooien. Hij was er dus helemaal klaar voor. Maar een plotseling opkomende neusverkoudheid een paar dagen eerder had op het laatste moment roet in het eten gegooid. En dat terwijl hij vanaf half december al dat gehoest, geproest, gekuch en genies om hem heen had weten te weerstaan. Omdat er voor die zondag begin februari ook nog eens natte weersomstandigheden waren voorspeld, moest hij met pijn in zijn hart van dat weken gekoesterde plan afzien. Natte koude en een overmatige inspanning als een 21,1 km waren immers de beste ingrediënten om een lichte verkoudheid te doen promoveren tot een al dan niet fikse griep.

Hij zou op die zondagochtend goed luisteren naar zijn lichaam en nauwgezet kijken naar wat de Buienradar voorspelde voor de uren tussen 11 en 12. Ondanks de vrij beroerde vooruitzichten die de weerdeskundigen één en twee dagen eerder het licht hadden doen zien, bleek het die ochtend een heel eind mee te vallen. Er dreigde ergens na 11 uur wel een regenwolk over Groot-Amsterdam te passeren, maar dat wolkje werd steeds later verwacht en ook steeds kleiner. Hij voelde weliswaar een heel lichte hoofdpijn maar werd immer optimistischer wat betreft de te kiezen afstand. Hij durfde echter niet verder te gaan dan de inmiddels bijna traditionele 10 km. Pas op de baan besloot hij definitief die 10 te doen en niet de 5 km, die hij eerder zelfs enige tijd als een soort minimumbod overwogen had.

Hij was ondanks zijn late vertrek van huis wel lekker vroeg aan het inlopen, omdat zoals altijd het startnummer afhalen heel vlot verliep. In de haast om weg te komen was hij wel vergeten een pakje melk mee te nemen om naar gewoonte vooraf te nuttigen. Dan moest hij het deze keer maar zonder dit witte motortje doen. Dat zou vast wel lukken. Niet dat het hem veel tijd kostte het witte vocht naar binnen te werken, maar het scheelde toch weer iets. Mede daardoor maakte hij niet alleen zijn gebruikelijke rondjes om het voetbalveld, maar had hij zelfs nog tijd om even de andere kant op te lopen, richting de Twiskepolder naar het Luyendijkje. Na een laatste sanitaire tussenstop in de kleedkamer begaf hij zich naar de baan. Daar zag hij nog net de groep lopers gaan waarvan hij zelf deel had willen uitmaken, de halve marathonners. Ook de renners die de tien Engelse mijlen zouden tackelen, gingen hem voor. Toen was het door het gras banjeren naar de verst gelegen bocht waar de start van de 10 km altijd plaatsvindt. Er stonden nog niet veel renners klaar en hij ging wat meer naar achteren staan dan gebruikelijk. Hij had vandaag toch geen haast. Toen hij onbewust achterom keek, kwam er ineens een heel peloton renners aanwandelen over de baan. Het leek wel een soort kleine invasie.

Anderhalve ronde over de baan rennen moest het 10 km-gezelschap alvorens koers te zetten richting het Twiske en hij had nog geen ronde voltooid toen zijn pet ineens werd gegrepen door een plotselinge windvlaag die pal van voren kwam. De pet woei af over zijn hoofd heen en hij moest stoppen en omkeren. Gelukkig had geen van de renners achter hem erop getrapt en kon hij het wit-oranje stukje textiel aan de zijkant van de baan zonder problemen weer oppakken. Hij moest de zaak wat strakker maken en zette daarop het hoofddeksel achterstevoren op zijn hoofd om opnieuw wegwaaien te verhinderen. Hij had er bewust voor gekozen het startnummer op de trui onder zijn renjas te bevestigen. Dus de jas moest open bij de start en op de baan. Het nummer moest namelijk goed zichtbaar zijn bij het passeren van de de registratiepoorten bij start en finish. Daarna, bij het verlaten van de atletiekbaan, ritste hij de jas dicht om zo warm mogelijk te blijven. Ook nu zag hij trouwens, zoals altijd, renners die het stuk papier ergens aan hun riem half verstopt onder kleding hadden gefrommeld. Er was zelfs een dame die er een rugnummer van had gemaakt. Er zijn dus altijd mensen aan wie de aanwijzingen over plaats en zichtbaarheid van het nummer, die ook nu weer duidelijk door de speaker van dienst werden omgeroepen, niet besteed zijn.

Onze renner was dus rustig vertrokken en had, in verband met zijn lichte verkoudheid, goed gelet op hoe de benen aanvoelden. Die leken de eerste paar kilometers licht slapjes. Zijn snelheid lag in dit stadium van de loop wel rond de 10,7 per uur en soms iets daarboven. Echt slap waren ze dus kennelijk niet. Al heel snel meende hij dat een mannelijke collega op dezelfde fraaie schoenen liep die hij onlangs had aangeschaft. Hij kon het echter niet goed waarnemen, omdat de renner voortdurend zijn voeten bewoog. Als het dezelfde schoenen waren, bleek nu al dat dit geen opvallende kleurstelling is. Het genieten ervan moet hij daarom maar op stilstaande momenten doen. Hij was in de buurt gebleven bij een kleine dame met AC Waterlandshirt. Zij liep wat wisselend van snelheid, dus dan zat hij weer voor haar en dan liep zij hem weer voorbij. Ze had het geregeld druk met haar muziekspelertje, dat zij meermalen te voorschijn haalde. Deze keer zorgde hij ervoor goed te letten op de runderen in hun gebruikelijke wei. Het waren er 6, waarvan er 4 dicht bij elkaar stonden, bij de voorraad hooi die daar voor hen was neergelegd. Minstens een had een tekening zoals de Lakenvelder koe, met een groot wit veld over rug en buik, midden tussen de bruine vacht.

Net weglopend van de Stootersplas, zag hij voor het eerst, dus na dit de 14 vorige keren gemist te hebben, bewust dat daar naast het pad een dikke metalen buis uit de grond kwam, waarop werd aangegeven wat de ligging van deze polder is ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil. Of zou dit kunstwerkje er pas sinds kort staan? Op windstille stukken in de zon deed hij zijn pet af en toe af en zijn jas een eindje open teneinde wat warmte kwijt te raken. Bij de bocht naar rechts direct na de waterpost, kwam hij te lopen naast de man die hij al lange tijd voor zich had gezien. Deze man liep met een zodanig slepende pas dat het net leek alsof hij aan het snelwandelen was. Onze loper was aan het uitademen met een puffende beweging en het leek alsof de man dat geluid even aan het nabootsen was. Dat vond hij niet zo leuk en zette daarom eventjes licht aan. Kort daarna kwam de snelwandelaar hem weer voorbij en bleef hem de rest van de rit een eindje voor, wat hij zeker niet erg vond.

De eerste helft ging voornamelijk met de wind in de rug. Na het 5 km-punt kwam de wind vooral van rechts opzij of van voren. Daardoor moest hij wat harder werken en zakte zijn snelheid een beetje terug. Net zoals tijdens de eerste 5 km, werd hij ook nu af en toe voorbijgelopen door mederenners, zoals een trio Purmerrenners. Maar ook overliep hij zelf zo nu en dan iemand. De dame in het shirt van de organiserende vereniging had inmiddels al definitief afstand van hem genomen. Op het tweede stuk langs de Ringvaart, na 7,75 km en ongeveer bij de daar gelegen loopbrug naar de bewoonde wereld, kwam de voorfietser met in zijn kielzog de koploper op de halve marathon voorbij. Onze man liep wel langzamer dan gebruikelijk, maar hij kon zich niet herinneren dat hij op dit punt in de koers door de eerste renner op de langste afstand voorbijgelopen werd. Of was hij dat feit van eerdere gelegenheden gewoon vergeten? Hoe dan ook, deze jonge renner was 10 minuten eerder van start gegaan en had er nu al 14 km opzitten, waar onze loper net iets meer dan de helft daarvan had afgelegd. Van slap aanvoelende benen had hij inmiddels allang geen last meer en hoewel hij het idee had op dat moment niet veel harder te kunnen, hield hij de snelheid van rond de 10,3 km per uur redelijk makkelijk vol.

De Twiskemolen kwam al vrij spoedig weer in zicht, wat betekende dat hij nog maar een paar kilometers te gaan had. De jonge vrijwilligster die op de t-splitsing op ongeveer 8,75 km stond, was zo enthousiast aan het aanmoedigen dat zij wel een lage vijf verdiend had, vond hij. En daarom stak hij in het voorbijgaan zijn rechterhand uit. Zij beantwoordde deze geste met een klapje op zijn handpalm. Hij liep toen dicht achter een vrouw die hij al langere tijd voor zich had gezien. In de bocht direct na de splitsing waar de jonge vrijwilligster stond, had hij haar bijgehaald. Misschien kon zij bij hem aanklampen en kon hij haar meeslepen naar de eindstreep. Nee, dat bleek niet het geval en hij nam direct afstand van haar. Voor het huis op het Luyendijkje stond iemand te fotograferen en daarom deed hij zijn pet af, zodat hij wat voordeliger op de gevoelige plaat te worden vastgelegd. Helaas zou de bewuste foto niet op het internet verschijnen. Het kiekje was zeker mislukt.

Hij groette zoveel mogelijk vrijwilligers bij wijze van bedankje voor hun aanwezigheid en inspanningen. Met de frisse wind die er waaide, zullen zij het, steeds stilstaand op dezelfde plek, niet erg warm gehad hebben. Hopelijk zorgde de aanblik van al dat zwoegende rennersvolk voor een enigszins temperatuurverhogend effect. Een Purmerrenster kwam in de laatste kilometer nog over hem heen. Hij probeerde korte tijd aan te klampen, maar lukte niet echt. Hij wilde er ook geen extra energie in steken. Op het stukje fietspad voor de huizenrij hoorde hij achter zich roepen dat er twee snelle renners aankwamen, 'nog sneller dan jullie'. 'Dat kan niet'', was zijn gevatte antwoord aan de voorfietser die deze mededeling had rondgebazuind. De twee mannen renden wel heel makkelijk langs en bij hem weg. Een andere renster die al tijden voor hem liep, was hij nu vrij dicht genaderd. Haar wilde hij nog zien in te rekenen. Dit ging hem echter ook niet meer lukken en hij besloot zijn poging daartoe dan ook te staken.

Op de baan deed hij direct zijn jas weer open opdat zijn startnummer bij de eindstreep duidelijk in beeld zou zijn. Dat was duidelijk het geval, want zijn naam werd door de speaker van dienst zelfs tweemaal genoemd terwijl hij de meet naderde. Even eerder had hij op zijn horloge gezien dat ongeveer een halve minuut hem nog scheidde van de 58 minutengrens. Dus zette hij licht aan, teneinde onder die tijd binnen te komen. Helaas zag hij al meters voor het eindpunt dat ook dit er niet in zat die dag. En dus haalde hij met 58:25 minuten officiële tijdwaarneming een nieuw laagterecord op de 10 km. Dat kon hem niet deren want hij had toch maar mooi wel gelopen en niet onplezierig ook. Na drie rondjes uitwandelen en twee snel naar binnen geslagen bekertjes thee, zocht hij rap de kleedkamer op, zodat hij zo min mogelijk zou afkoelen.

Daar was in dat warme en vochtige hok absoluut geen sprake, integendeel het zweet brak hem hier pas echt uit, gutste over zijn voorhoofd en bijna zijn ogen in. Om die reden moest hij een paar keer flink dweilen met zijn handdoekje. Een oudere man vertrouwde hem toe dat hij het zo leuk vond dat bij deze loop bij het binnenkomen de namen van de renners werden omgeroepen. Dat vond hij zelf ook altijd leuk om te horen, hoewel de meeste namen de aanwezigen op de baan weinig zullen zeggen. Het gaat om het idee, zullen we maar zeggen. Een slechts in shirt en korte broek geklede loper, die ook naast hem kwam zitten, vroeg aan de vrij jonge winnaar van de 21,1 km aan de andere kant naast hem of hij het niet te warm had gekregen in zijn twee shirts. Want zelf was hij een renner die ook bij lage temperaturen schaars gekleed zijn loopjes placht te doen. De winnaar liet weten dat hij het liever te warm had dan te koud, wat mede kwam door het feit dat hij vaak uit fietsen ging. En dan krijg je het, behalve in de zomer uiteraard, al snel koud, omdat je veel wind vangt. Onze renner bedacht dat hij aan die schaars geklede man maar niet moest vertellen dat hij zojuist met vier lagen, waaronder een isolatieshirt direct op de huid en een wielrenjas, had lopen rennen. Dat was een bewuste keuze geweest in een poging om zoveel mogelijk te zweten en daarmee misschien wel die verkoudheid zijn lichaam uit te werken. De tijd zou leren of hij in die opzet zou slagen.

In de vaste overtuiging dat hij over een kleine maand, tijdens de alweer laatste TML van het seizoen, bij een goede gezondheid en bij behoorlijke weersomstandigheden zeker op de 21,1 km zou gaan starten, pakte hij zijn spullen en ging zo snel mogelijk huiswaarts. Want hij had honger en dorst en hij verlangde naar zijn eigen warme douche.

Zondag - trimloopdag (3 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 9 februari 2016 20:28

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Vroeger had ik een vriendje met wie ik veel voetbalde. Behalve op zondag. Omdat hij van zwaar-kerkelijken huize was, mocht hij dan absoluut niet buiten spelen van zijn ouders. Als kind uit een gezin zonder geloof snapte ik daar niets van. Ik kan mij herinneren dat ik het maar stom vond. In die tijd, ik heb het over zeker 45 jaar geleden, was er op je zondag helemaal niets te beleven en wat kon je dan beter doen dan voetballen of een andere speelse buitenactiviteit..

Tegenwoordig ziet de wereld er op dit punt heel anders uit in ons land, hoewel er nog steeds kinderen zijn die op zondag weinig tot niets mogen en van alles moeten. Vanwege de 24-uurs economie en omdat we veel ruimdenkender zijn geworden, zijn veel winkels en andere geldverdienende gelegenheden zoals pretparken, musea e.d. gewoon open. Er is al geruime tijd reclame op de televisie en ik heb een tijdje terug zelfs gelezen dat de grootste postbezorger van het land ook pakketjes bezorgt op de 'dag des heren', hoewel ik ze dat feitelijk nog nooit heb zien doen.

Ik heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan, maar waar ik mijn weekeindetrainingen eigenlijk steevast op zaterdag doe (tenzij het weer dan heel slecht is), zijn de georganiseerde trimlopen waar ik voor inschrijf vrijwel altijd op zondag gepland. Of het nu de Twiskemolenloop is, de Dam tot Damloop, de trimlopen die AV '23 organiseert of de Wallenloop in Naarden. Ze vinden allemaal op de eerste dag van de nieuwe week plaats. De enige uitzondering is de Geinloop, die onveranderd op zaterdag wordt geprogrammeerd. En vóór de naburige Gaasperplasrun onderdeel werd van het Rondje Mokum, vond deze ook op de laatste dag van de week plaats. Ik heb het gecontroleerd, van de 45 trimlopen waaraan ik tot nu toe heb deelgenomen, waren er exact 3 op zaterdag. Te weten mijn eerste Gaasperplasrun in 2013 en de twee jaren daarna de Geinloop. Trouwens, als ik kijk naar de grote loopevenementen die Nederland kent naast de DtD, kom ik tot dezelfde conclusie. Of het nu gaat om de marathons van Amsterdam of Rotterdam, de Zevenheuvelenloop, de Haagse City-Pier-Cityloop of de halve marathon van Egmond, allemaal vinden ze op zondag plaats.

Het zal ongetwijfeld mogelijk zijn om je persoonlijke trimloopkalender geheel te vullen met evenementen die op zaterdag plaatsvinden. Zeker in streken waar de zondagsrust nog belangrijk of zelfs vitaal is. Maar blijkbaar is zondag, zeker in grootstedelijke gebieden, toch de meeste geschikte dag van de week om een loop te organiseren. Er is dan uiteraard het minste verkeer op de weg en ik ga ervan uit dat die dag voor de minste mensen een werkdag is. Dat levert dus zowel het grootste potentieel aan deelnemende lopers op, alsook de meest ideale mogelijkheid om vrijwilligers te strikken. Want zonder beide categorieën personen is het houden van zo'n evenement natuurlijk zinloos. Zonder de laatste soort aanwezigen is het ook volslagen onmogelijk om een loop van de grond te krijgen.

Dit relaas biedt mij de mogelijkheid om mijn persoonlijke trimlopen top 5 te belichten, iets dat ik al veel langer in mijn hoofd had. Hier komt hij:

5. De Nescioloop: deze 15 km-loop gaat,zoals ik al vaker heb geschreven bijna door mijn achtertuin en voor het overgrote deel over mijn trainingsgrond. Al varieert het parcours bijna jaarlijks (vooral het gedeelte in het Diemerpark), de Nesciobrug is steevast het centrale punt en het bijna 3 km lange pad langs het Amsterdam-Rijnkanaal moet ook altijd genomen worden. Collega-Looptijder Jan Bakker omschreef de route eens als 'een beetje saai', maar ik vind hem mooi genoeg voor een eervolle laatste plaats in deze top 5. Vindt trouwens altijd plaats op zondag en je kunt ook 8 (was 7,5) km doen, maar dan ga je de Nesciobrug over, mag je even de lucht van het Diemerpark opsnuiven en moet je direct weer terug naar de atletiekbaan in Sportpark Middenmeer. Dat is pas echt saai en 8 km is in mijn beleving wel iets aan de korte kant.

4. De Wallenloop in Naarden. Ik kies hier altijd voor de langste afstand, de ongeveer 14,5 km durende Vestingloop. Ook al ren ik dan vier keer hetzelfde rondje, het is een bijzonder traject rond het historische Noord-Hollandse vestingstadje. Zowel de buitenkant van die vesting als de wallen waarover gelopen wordt zijn werkelijk prachtig. Alsof je in een park of een bos rent en dan voortdurend vlak langs een kasteel komt. Alleen de vanuit-de-lucht-weergave van die rondgang over de Naardense wallen maakt deze trimloop is al zeer de moeite waard. Ik keer er heel graag jaarlijks terug, op de zondag rond 20 mei.

3. De Vechtloop in en rond Weesp. Een trimloop met drie gezichten, met stad, rivier en polder en altijd op een vaak warme zondag eind juni. Door zijn afwisseling en mooie omlijsting een bijzonder evenement, dat steevast begint en eindigt in een manege. Dat laatste is ook al niet allerdaags. Tot nu toe heb ik twee keer gekozen voor de afstand van 15 km, maar de 21,1 km, waarbij je tot in de Naardermeer rent, trekt mij zeker ook aan. Alleen als de temperatuur te hoog is, vind ik dat een nationaal park (een vierde gezicht dus) te ver.

2. De Geinloop, met start en finish in Driemond, een gehucht dat tot de gemeente Amsterdam behoort. Het ligt ingeklemd tussen het miniriviertje De Gein en het grote Amsterdam-Rijnkanaal. Deze loop is, zoals ik al eerder schreef, de uitzondering zowel in mijn hardloopagenda alsook in deze top 5. En wel omdat hij op zaterdag plaatsvindt, exact 6 dagen na de Nescioloop. Van mij zouden ze dit evenement dus best naar een dag later mogen verschuiven. Het feit dat ik zo kort na de loop in mijn achtertuin alweer op de fiets en in de hoeven moet, maakt deze loop niet minder fraai. Dat heb ik ook al twee keer uitgebreid beschreven in mijn blogs erover. Zo mooi ervaar ik het lopen langs dit kleine stroompje, dat ik de Geinloop hoger plaats dan de drie hierboven aangeduide trimlopen. In 2014 beperkte ik mij tot de 10 km, vorig jaar schoof ik met veel genoegen door naar de 15 kilometers, omdat ik dan heel even naar en langs mijn geliefde kanaal mocht hollen.

1. De Twiskemolenloop, met begin- en eindpunt in Landsmeer, onder de rook van Amsterdam. Vaste lezers van mijn verhalen zal het niet verbazen dat deze trimloop alle anderen achter zich laat. Ik wil nog wel en keer uitleggen waarom dat zo is. Welke afstand je ook kiest, deze loop gaat in het prachtige natuur- en recreatiegebied Het Twiske voor 98 procent over fietspaden, waar je dus geen auto's, motoren of brommers tegenkomt. Deze kleinschalige loop wordt vijf keer per jaar gehouden en voor een luttel bedrag koop je een seizoenskaart, die je aan het einde van de cyclus recht geeft op een gratis mooi renshirt. Behalve bij het voor-inschrijven voor de eerste loop in september, kun je tot kort voor de start beslissen welke afstand je die dag wilt gaan doen. Dat geeft je de mogelijkheid om de weersomstandigheden in je keuze te verdisconteren. Daarbij heb je de keuze uit 5, 10, 16,1 en 21,1 km en al die afstanden zijn gecertificeerd door de Atletiekunie. Sinds kort ben ik er achter dat dit de een van de weinige van mijn vele vaste lopen is die op dat predicaat kan bogen. Landsmeer is voor mij per auto snel en makkelijk te bereiken en ik kan er altijd ruim en voor niets parkeren. Tenslotte zijn de mensen van de organisatie en de vele vrijwilligers minder net zo aardig als bij andere evenementen. Het is niet voor niets dat ik er inmiddels al 15 keer van start ben gegaan en ik zal er blijven terugkomen zolang ik daartoe de mogelijkheid heb.

In de wolken (2 reacties)

Gepost door Arranraja op maandag 1 februari 2016 20:32

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Het is doorgaans niet mijn gewoonte om veel woorden vuil te maken aan of diep in te gaan op mijn renmateriaal. Het wordt nu echter toch tijd om een uitzondering op die regel te maken. De reden: ik heb voor een aardige prijs een nieuw paar van mijn favoriete model hardloopschoenen op de kop getikt en ik ben daar heel erg blij mee.

Er zijn dingen uit het verleden die je, om bepaalde redenen of stomtoevallig, altijd bijblijven. Er zijn echter veel meer zaken die je vergeet, vooral omdat je nu eenmaal niet alles kunt onthouden. Zo heb ik mij de afgelopen dagen suf lopen piekeren welke schoenen ik in het verleden gebruikte om te rennen. Ik heb niet meer kunnen terughalen dan twee paar Nikes die ik goedkoop had gekocht bij een van de eerste schoenenwarenhuizen in Nederland, die zichzelf vernoemd heeft naar een middelgrote stad in het zuidwesten van Engeland. Deze Nikes leken al aardig op het soort schoeisel dat het merendeel van ons hardlopers heden ten dage draagt. Alleen beschikten ze ongetwijfeld nog niet over de geavanceerde demping die de fabrikanten nu inbouwen. Ook was het uiterlijk een stukje minder flitsend en kleurig dan de schoenen van nu. Het staat mij wel bij dat deze schoenen goed zaten. Voordien zal ik ongetwijfeld vrij algemene sportschoenen, toen meestal 'gympies' genoemd, hebben gebruikt. De details van die voetbekleders kan ik mij echter niet meer behoorlijk voor de geest halen, hoe hard ik mijn hersens ook pijnig.

Reeds in het Eurotijdperk heb ik, bij een grote sportzaak die korte tijd in de Kalverstraat in Amsterdam gevestigd was, ooit een redelijk geprijsd paar Reeboks aangeschaft. Alweer wat moderner van uiterlijk maar wel met een zodanig bovenwerk dat het nog mogelijk (en zinvol) was om ze in te spuiten met een waterdicht makende chemische vloeistof. Dat heeft bij de superademende schoenen van nu geen nut meer. Op deze Reeboks heb ik echt heel lang gerend, in de tijd dat ik het hardlopen erbij deed om een beetje in conditie te blijven. Sterker nog, ik heb ze nog steeds en ik neem ze altijd mee naar een trimloop. Als ik mij na afloop in droge kleren steek, trek ik deze schoenen steevast aan voor de tocht huiswaarts. Ze voelen nog immer prettig aan mijn voeten en ik durf er ook nog altijd mee over straat. In geval van nood zou ik zelfs nog op kunnen hollen.

Ruim voor ik mijn basketballschoenen aan de wilgen hing en derhalve ook voor ik mij serieuzer ging wijden aan hardlopen, vond ik het tijd voor een nieuw paar renschoenen. Dus toog ik naar een groot filiaal van één van Nederlands grootste en bekendste ketens van sportspullen en tikte daar in de uitverkoop een stel Asics Gel Equation 2 op de kop. Ik meen voor 70 of 80 Euro en het was in mijn herinnering 2008 of 2009. Die voelden toch een partij lekker aan mijn voeten!! Ik had nog nooit zulke fijne hardloopschoenen gehad. Veel beter dus dan die Nikes en Reeboks. Op slag had ik het idee dat het rennen makkelijker en soepeler ging. Ik heb met deze schoenen aardig wat kilometers gelopen (ik heb 510 km geregistreerd maar daarvoor al meer kilometers erop gemaakt) en inmiddels staan ze al een aantal jaren op stal. Overigens nadat ik er twee keer de grootste trimloop van Nederland op heb uitgelopen. Maar ik heb er aan de onderkant wel een flink aantal kleine schroeven in gedraaid. Een tip die ik vond op internet. Die schroefjes werken als kleine noppen en zouden bij een besneeuwde bodem wat meer grip moeten geven. Ik hoop dus dat ik deze schoenen spoedig weer eens kan aantrekken en ermee op het besneeuwde pad gaan.

Het moet een paar jaar later zijn geweest, ergens in mei of juni 2011, dat ik eens ging kijken wat ze in de uitverkoop hadden bij een kleine hardloopspeciaalzaak in Amsterdam-Watergraafsmeer. Hier verkopen ze alleen 'echte' hardloopmerken en volgens hun filosofie beginnen goede schoenen qua prijs pas bij 100 Euro. Maar ook in deze winkel prijzen ze modellen die eruit gaan af en dus haalde de verkoper een paar Asics Gel Cumulus 11 in mijn maat van de plank en uit de doos. Ik had trouwens de Asics die ik al bezat meegenomen en de verkoper zag in een mum van tijd aan de zolen van die schoenen dat ik een 'neutrale' loper ben. Die Cumulus 11 zaten wel aardig en ik mocht er zelfs voor de deur van de winkel een stukje mee op straat rennen. Voor het alleszins redelijke bedrag van 75 Euro werden ze mijn eigendom en al spoedig bleek dat ik hiermee absoluut geen miskoop had gedaan. Ik heb nogal brede voorvoeten en die kregen in dit model alle ruimte. Daarbij liepen ze eenvoudigweg prima de luxe. Sterker nog, tot op de dag van vandaag is dit mijn favoriete paar schoenen. Ze waren erbij tijdens mijn eerste Nescioloop en bij de DtD van 2012, toen ik mijn beste tijd aldaar realiseerde. Ook deze renners zijn inmiddels met pensioen, omdat ik er meer dan 1000 km (1202 om precies te zijn) mee heb gehobbeld. Maar ik het dit stel, vooral vanwege het vuil-witte uiterlijk, wel voorbestemd als strandschoenen. Dikke mik dat ik op dit schoeisel de Zandvoort Circuit Run ga tackelen in maart dit jaar.

Weer een jaar verder, we schrijven 2012, was ik mij opnieuw aan het oriënteren op de hardloopschoenenmarkt. Ik ontving inmiddels de digitale nieuwsbrief van de eerder genoemde sportwinkelketen en zag dat ze geregeld voor hun vaste klanten avonden hadden waarbij ze 25 procent korting op alles aanboden. De Cumulus Gel 13 van Asics waren online al vrij schappelijk geprijsd en met nog eens een kwart van dat bedrag eraf kon ik ze voor een vriendenprijsje in huis halen. Op de foto's zag dit model er met zijn combinatie van zwart en oranje in mijn ogen fraai uit en ze bleken bijna net zo lekker te zitten als hun oudere broertjes met nummertje 11. Weer een schot in de roos op schoenenaankoopgebied derhalve. Ook dit paar heeft er al meer dan 1000 km (1269 volgens Looptijden.nl) opzitten en geniet naast zijn oudere familielid van een welverdiende oude dag. Ze hebben mij wel ondersteund tijdens mijn beste loopprestatie ooit, op de dag dat alles klopte en ik mijn 10 km-training met glans in 49:35 minuten voltooide. Iets dat mijn daarna nooit meer is gelukt. Vanwege de overwegend donkere kleurstelling noem ik dit mijn 'modderschoenen'. Dus mocht ik mij ooit nog eens laten overhalen om aan een cross mee te doen, dan heb ik de geschikte onderbinders al klaarstaan.

Vaste lezers van mijn blogs weten dat ik al wat jaren aan de Dam tot Damloop deelneem. In 2012 zat er bij het reclamemateriaal dat altijd meekomt met het startnummer, een bon van dagblad Het Parool. Als je een jaarabonnement nam, kreeg je er een cadeaukaart bij ter waarde van 50 Euro van de sportwinkelketen die al prominent figureert in dit relaas. Mijn vrouw is, als geboren en getogen Amsterdamse, altijd al een fan geweest van deze krant. Dus we kwamen een deal overeen: zij een jaarabonnement en ik die cadeaukaart van 50 Euries. Bij de eerstvolgende maal dat die sportzaak met de Engelse mannen(voor)naam weer eens 25 procent extra korting bood, sloeg ik mijn slag. En omdat ik toch 50 Euro extra te besteden had, kon ik wel een keertje extra duur doen en voor het Asics topmodel bij de neutrale schoenen gaan.

En zo kreeg ik een uiterst fraai uitziend paar Gel Nimbus 14 aan de voordeur overhandigd. Helemaal weg was ik van de kleurstelling met zilver, rood en zwart. Met de twee financiële voordeeltjes kostten ze mij minder dan de helft van de adviesprijs, die bij dit model meestal rond de 160 Euro ligt. Ik was korte tijd even helemaal boven Jan. Deze Nimbus is echter toch een iets ander modelletje dan de wat goedkopere Cumulus en het bleek dat ze bij mij toch minder goed zaten. Een beetje te strak om mijn grote voeten en voor het gevoel met een tikje minder prettige demping. Bij afstanden langer dan 10 tot 12 km gingen mijn achillespezen nog weleens protesteren. Dit paradepaardje heeft bij mij daarom lang niet de kilometrage van de twee oudere stapelwolkmodellen gehaald en ze staan eigenlijk al een tijd droog. Toch heb ik er altijd nog 584 km op weggetikt, waaronder een aantal 10 km-trimlopen.

Aan het einde van 2013 startte ik met een nieuwe goede gewoonte. Ik zou het ook een traditie kunnen noemen, dat klinkt helemaal geweldig. Want aan tradities mag je niet komen in ons land. Ik vond het onderhand wel weer eens tijd voor een nieuw paar renschoenen. Toen een online sportwinkel, waarvan ik zeer geregeld de nieuwsbrief in mijn mailbox ontving, de Cumulus 14 tegen gereduceerd tarief beschikbaar had, sloeg ik bliksemsnel toe. Het nieuwe jaar was nog maar nauwelijks begonnen of ik had er wederom een wolkenpaartje bij. Deze keer niet met een opvallend mooie kleurstelling, maar dat kan ook niet altijd. Zeker niet als je kiest voor de uitverkoopjes. Dan ben je afhankelijk van de kleuren die in de voorraad van de winkels overblijven. Bij dit model 14 had ik voor het eerst het idee dat ze misschien wat krapper vielen dan de voorgangers. Ik kan mij herinneren dat ik er meerdere keren mee gewandeld heb, voor ik ze durfde te gaan benutten bij het hardlopen. Gelukkig bleek, toen ik 3 maanden later eenmaal deze stoute schoenen had aangetrokken, dat ze prima om mijn voeten sloten en goed wegliepen. 15 trimlopen werkte ik af op deze sloffen, waaronder 2 keer de Dam tot Dam. Bij mijn laatste twee persoonlijke records (21,1 en 16,1 km gevestigd bij de Twiskemolenloop) liepen ze met mij mee. En ook toen ik in maart 2014 aldaar 5 km in 24:18 minuten afraffelde, deden ze mij bijna over het asfalt vliegen. Ik heb er inmiddels 602 km op getrimd en ik gebruik ze nog volop.

Dat doe ik in combinatie met het stel dat ik nog geen kalenderjaar later in huis haalde, de Asics Gel Cumulus 16. Bij een kleine maar fijne webshop uit Apeldoorn, kostte dit paar mij maar 74,95 Euro. Nog voor kerst 2014 waren ze mij zonder verzendkosten toegestuurd. De lekker fel groengele tint past prima bij meerdere van mijn hardloopkledingstukken en zorgt ook nog eens voor extra zichtbaarheid bij mindere daglichtomstandigheden. Deze Cumulus-uitgave zat vanaf het begin als gegoten om mijn voeten en ik gebruik hem heel graag. Hoewel ik het altijd zonde vind om met een nieuw paar stappers in de regen of door de modder te lopen, hebben ze ook dat punt hun vuurdoop al ondergaan. Inmiddels zijn wij 340 kilometers verder en hoop ik nog tijdenlang van deze felle jongens te kunnen genieten. Wat mij betreft gaan ze minstens wel tot aan de 1000 km mee.

En dan bij ik aanbeland bij de reden dat ik dit epistel begon. Jullie zullen het wel begrijpen, het einde van het jaar 2015 naderde en ik kreeg weer enigermate de kriebels. Sowieso kijk ik het hele jaar door goed in de digitale reclamefolders van de webshops die mijn postbus frequenteren. Maar als de december-feestdagen naderen krijg ik het de laatste jaren een beetje te kwaad. Mijn vrouw vindt dat maar niets, want ik heb tenslotte menig paar hardloopschoenen in mijn opslagplaats op zolder staan ('wanneer gooi je nu eens wat van die schoenen weg?, is een veelgestelde vraag harerzijds' ). Ik moet daar niet aan denken, ik heb niet voor niets voor elk paar in mijn bezit een functie bedacht. Nota bene met Kerst had die grote landelijke sportketen weer eens 20% korting (ja, alles wordt minder) op alle artikelen voor zijn vaste klanten. En de Cumulus 17 met een oranje-bordeauxrood kleurenschema waren al een stukje afgeprijsd. De kerstdagen zijn echter altijd vol en druk met verplichte familiebezoeken. Het kwam er daarom niet van om achter het beeldscherm plaats te nemen en de bestelling te plaatsen.

Twee dagen later had ik wel de gelegenheid en toen bleek dat die eerder genoemde webshop uit het oosten van het land (met inmiddels een soortement van offline uitvent- en activiteitenpunt in de hoofdstad) een qua prijs wel heel aardige aanbieding had, was mijn bankpas snel getrokken. Diezelfde Cumulus 17 met een op het oog minder fraai kleurenpatroon, waren alleen in mijn maat (46,5 / 12) te verkrijgen voor net onder de 80 Euro. Nog voor het oude jaar werd uitgeknald had ik ze in huis. Omdat onze vaste pakjesbezorger, Meneer Hoeksema, pas rond het avonduur aan de deur stond, was het daglicht allang verdwenen. Dus kon ik mijn nieuwste aanwinst alleen bij kunstlicht aanschouwen. De volgende dag bij daglicht echter, sloeg het aanschouwen om in bewonderen. Wat een prachtig uitziende schoenen !! Een in mijn ogen waarlijk schitterende combinatie van twee van mijn favoriete kleuren, blauw en geel. Met een subtiele overgang van de ene naar de andere kleur. Een lust voor het oog. Ik durf te stellen dat ik nog nimmer zo'n fraai paar schoenen heb bezeten. Pas één keer heb ik dit sprookje een uurtje of wat aan mijn voeten gehad, maar dat was genieten geblazen. Ze voelen aan als pantoffels en dan niet die van de knellende soort. In mijn maat zien schoenen er altijd meer uit als roeiboten of oceaanstomers. Echter niet dit stelletje. Door het prachtige ontwerp lijken ze wel kleiner dan ze in werkelijkheid zijn. Eigenlijk vind ik het zonde om met deze 'beauties' naar buiten te stappen, laat staan ermee door regen, weer en wind te gaan rennen. Dat zal ik op den duur heus wel gaan doen, maar ik wacht daar nog even mee. Ik kan gelukkig weer even een jaartje vooruit. Tot het opnieuw begint te kriebelen, uiteraard.

Terugblik 2015 (2 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 24 januari 2016 15:41

Ook te lezen (met links naar alle genoemde blogposts) op http://arranraja.wordpress.com/

2015 is voor mij een veelbewogen jaar geweest. Na een lange loopbaan bij dezelfde organisatie (ook al ging het door fusies om meerdere rechtspersonen), begon ik op 1 mei bij een nieuwe werkgever. In een compleet nieuwe omgeving derhalve en wat werk betreft moest ik helemaal vanaf nul alles leren. Deze wisseling had duidelijk zijn invloed op het beoefenen van mijn favoriete sport. Zo kon ik t/m april er nog aardig veel tijd in steken en gemiddeld 6 keer per maand de renschoenen onderbinden. Ik was zelfs de hele vierde maand van het jaar vrij vanwege een overschot aan vakantiedagen en rende toen lekker 8 keer, waarvan 3 trimlopen. De rest van het jaar kon ik met 5 keer per maand gemiddeld veel vaker alleen in het weekeinde op pad gaan. Behalve in de weken dat ik vakantie had, uiteraard. Die vakanties zorgden voor een ogenschijnlijk klein verschil in trainingsintensiteit van 1 keer hardlopen per maand. Mijn nieuwe werksituatie, inclusief langer woon-werkverkeer en langere werktijden, kostte mij vooral het eerste halve jaar veel meer energie dan ik tot dan toe gewoon was. Sowieso gaat mijn vorm snel achteruit als ik maar één in plaats van twee keer per week op pad kan gaan. Daarom heb ik ook geen pr-verbeteringen te melden in deze terugblik, waar ik er het jaar ervoor wel een paar heel mooie had.

In 2014 heb ik 78 keer gelopen, waarvan 13 'wedstrijden'. Met totalen van 1027 km, 13,18 km gemiddeld per keer, 5:45 per km en 10.42 per uur. In 2015 dus 65 keer, waarvan 14 'wedstrijden' en totalen van 883 km, 13.6 km gemiddeld per keer; 5:43 per km, 10.49 per uur. Zeer verbaasd ben ik over het feit dat ik dit jaar gemiddeld sneller heb gelopen dan in 2014, al is het verschil tussen 10.42 en 10.49 maar heel gering. Ik was ervan overtuigd dat mijn snelheid met het stijgen der jaren alleen maar aan het achteruitgaan was. Die vooronderstelling is dus voorlopig onjuist gebleken, en dat vind ik echt verheugend. Ik ben dan wel weer een jaar ouder geworden, maar nog niet langzamer. Dat geeft deze burger extra moed om lekker door te gaan. Daarbij moet ik wel aantekenen dat ik de eerste 4 maanden van het jaar met 10:65 per uur en 5.38 minuten per km een stukje sneller was dan in de overige 8 maanden. Toen haalde ik nog maar 10.40 per uur bij 5.46 minuten op een kilometer. Dat moet de invloed van mijn hierboven beschreven baanwisseling geweest zijn. Ik ging in die tweede periode wel wat langer lopen dan daarvoor 13.66 km gemiddeld per run tegen 13.48 km de 4 maanden ervoor.

Het dieptepunt van mijn hardloopjaar is simpel aan te wijzen: de Wallenloop in Naarden, waarbij ik binnen 3 km geblesseerd moest afhaken. Over het hoogtepunt heb ik iets langer nagedacht, maar dat zijn gewoon alle andere keren dat ik de renkleding en -schoenen heb aangetrokken en mijn trimloop (14 keer) of training (51 maal) wel tot een goed gezond, einde heb weten te brengen. Mijn finish binnen de 50 minuten bij de Brettenloop in Amsterdam was heel kort een hoogtepunt, tot ik een paar minuten later besefte dat ik minder dan 10 km moet hebben afgelegd en ik dus geen volwaardig beste resultaat op die afstand heb kunnen neerzetten. De storm- en regenloop in Het Twiske in november zal ik trouwens ook niet zo snel vergeten. Helemaal aan het einde van het jaar kwam er nog een allerlaatste, nieuw hoogtepunt, maar daarover vertel ik meer in een volgende blog.

Twee nieuwe lopen heb ik in 2015 aan mijn lijstje kunnen toevoegen, de zojuist genoemde Brettenloop in Amsterdam-West en tegen het einde van het jaar de Olympisch Stadionloop in Amsterdam-Zuid. En na drie jaar pauze heb ik ook de Roze Loop (de kleinste loop die ik ken) weer eens gedaan. Verder heb ik geloof ik alle lopen die ik het jaar ervoor ook aandeed, wederom met mijn deelname vereerd. Behalve de Driedorpenloop in Kortenhoef, die ik als enige niet voor herhaling vatbaar vond. En ik heb in september de jubileumeditie van de Twiskemolenloop aan mij voorbij laten gaan, omdat ik de opzet van een 'funmarathon' niet zo zag zitten. Wel nam ik, ondanks dat ik het jaar ervoor bedacht had ik het welletjes vond, toch deel aan de Dam tot Damloop. En wel voor de zesde keer in successie.

De Nescioloop moest ik op gevoel lopen, zonder de hulp van mijn gps-horloge. Dat gaf mij kort voor de start even het gevoel erg onthand te zijn maar in de praktijk bleek het gemis aan tijds- en afstandsregistratie reuze mee te vallen. Bovendien had ik het geluk dat er gangmakers voor een bepaalde eindtijd beschikbaar waren, waarmee ik mij verzekerd wist van een betrouwbaar meelopend tijdschema. Dolf Jansen kreeg van mij het afgelopen jaar veel aandacht en daarmee misschien wel te veel eer. Uitgebreid heb ik verslag gedaan van zijn audio-coaching als onderdeel van de Looptijden-app en over de inhoud van zijn geschreven hardloopklassieker "Altijd verder'. Lees mijn blogs 'In Duitsland met Dolf' (2 delen) en 'In Duitsland met/ zonder Dolf' er maar op na.

Als ik, ook op hardloopgebied, iets moois of goeds heb ontdekt, maak ik er graag een gewoonte of traditie van. Zo ga ik in januari meestal veel intervaltrainingen doen en is november mijn halve marathonmaand. In oktober heb ik voor het tweede, opeenvolgende jaar de monstertocht langs mijn kanaal van Breukelen naar huis volbracht. Ik kan bijna niet wachten tot ik die tocht, het liefst op een zonnige zaterdag, voor de derde keer kan maken. Verder heb ik ook het voorbije jaar weer veel inspiratie geput uit de aanwezigheid van vrouwelijke lopers tijdens trimlopen en trainingen. Sowieso heb ik het idee dat ik steeds meer renners van de andere sekse tegenkom, op alle tijden van de dag en iedere dag van de week. Ik vind dat een zeer verheugende ontwikkeling en ook leuk dat er speciale lopen voor vrouwen georganiseerd worden, zoals de Rokjesdagloop, die ik zelf vorig jaar heb bekeken.

Niet erg enthousiast was ik in het begin van het najaar over de Runners World-verkiezing van hardloopblog van het jaar. Toen ik de lijst van ruim 30 genomineerde sites zag, dacht ik eerst nog dat ik nu eindelijk de crème-de-la-crème van het Nederlandse bloggersgilde op rengebied te pakken had. Toen ik echter de blogs ging bekijken moest ik bij de eerste 10 à 15 sites de stukjes over hardlopen met een lantaarntje zoeken. Bij een paar vond ik geen enkele bijdrage over mijn favoriete blogonderwerp. Toen bekoelde mijn enthousiasme heel snel en ben ik begonnen aan een kritisch verhaal over deze 'misverkiezing'. Want als je blogs op hardloopgebied voordraagt voor een uitverkiezing, neem je toch de sites die voor (bijna) 100 procent over hardlopen gaan, zou ik denken. Niets bleek minder waar. De sites die met de eer gingen strijken, hadden hardlopen duidelijk niet als hoofdthema. Ik heb de bewuste blog nooit gepubliceerd omdat het te lang duurde voor ik er een goed betoog van kon maken en omdat ik mijn interesse in het onderwerp verloor.

2015 is het jaar geweest dat ik mijn bezwaren tegen het lopen met muziek in de oren heb laten varen en dat ik meerdere keren met bijvoorbeeld Emmylou Harris langs het kanaal en met Joaquín Rodrigo over de brug ben gegaan. Over het gebruik van muziek als stimulans bij het rennen ben ik erg enthousiast geraakt en zou ik vele blogs kunnen vullen. Ik wil al bijna niet meer zonder muziek op pad.

Op bloggebied was het trouwens ook een goed jaar, ik heb 27 verhalen online gezet, tegen 34 een jaar eerder. Ietsjes minder qua aantal dus. Dat hangt uiteraard samen met het feit dat ik minder gelopen heb en daarom ook minder beleefd. Maar ik had op mijn eigen site wel iets meer bezichtigingen, ook meer bezoekers en vooral veel meer waarderingen dan in 2014. Ik heb nu, inclusief dit epistel 85 blogs online staan. Het zou mij moeten lukken om in 2016 het honderdste verhaal te publiceren.

Als ik kijk naar de plannen die ik een jaar eerder in mijn jaaroverzicht had gezet:

  • Als het kan op herhaling bij alle lopen (min één) van het afgelopen jaar
  • Één keer een 10 km onder de 50 minuten lopen
  • Joggen op het strand
  • Struinen op een laag vers gevallen sneeuw
  • 1 of 2 halve marathons lopen
  • Gewoon zoveel mogelijk lekker lopen en genieten in de buitenlucht
  • Zoveel mogelijk blogs over hardlopen schrijven

heb ik een aantal zaken (nog) niet kunnen realiseren. Zo heb ik niet in de sneeuw gelopen, omdat die er gewoonweg niet was, of een zodanig korte tijdspanne dat ik daar geen gebruik van heb kunnen maken. Ook heb ik nog steeds niet op het strand gerend. Maar daar komt dit jaar vrijwel zeker verandering in, omdat ik ga meedoen aan de Zandvoort Circuit Run. Deze 12 km-loop gaat ruim 2 km over het strand. Ik ben nog nooit eerder op het zand hardlopend actief geweest, ja als kind waarschijnlijk wel eens tijdens het spelen, en dan ga ik maar meteen tijdens een wedstrijd aan de bak. Maar ja, mijn allereerste trimloop was de Dam tot Damloop en mijn tweede een jaar later ...., inderdaad eveneens de Dam tot Damloop. Ik ben dus gewend om niet te benauwd te beginnen aan iets nieuws. En ik had ook Egmond kunnen kiezen voor mijn strandvuurdoop, dus die paar kilometers vallen best nog wel mee. Verder heb ik geen halve marathon kunnen doen omdat ik het in november niet aandurfde. Achteraf gezien had ik in december bij de Twiskemolenloop dat gemis nog kunnen goedmaken, als ik naar de weersomstandigheden van die dag terugkijk, maar ook toen dorst ik die vele stappen niet te zetten. Ik ben er verder, zoals ik eerder al memoreerde, niet in geslaagd een echte 10 km onder de 50 minuten neer te zetten.

Het hierboven genoemde rijtje kan ik voor 2016 gewoon opnieuw gebruiken, want wat ik wel gedaan heb wil ik dit jaar nog maar eens herhalen. En ik hoop in 2016 de mijlpalen van mijn 50ste trimloop (nog 5 te gaan) en de 100ste blog (nog 15 voor de boeg) te bereiken. Ik heb er, zoals altijd, heel erg veel zin in.

Nummer 14 (3 reacties)

Gepost door Arranraja op maandag 18 januari 2016 20:00

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Dit verhaal gaat niet over Johan Cruyff, onze verlosser op voetbalgebied. Hoewel hij in zijn tijd als actief speler ongetwijfeld vele rondjes om het veld gerend, gelopen of gehobbeld zal hebben. Ook niet over het "Bachgetal": 14 wordt dan als de som van de waarde van de letters B+A+C+H (2+1+3+8=14) opgevat. Nee, deze blog is gewijd aan mijn 14e deelname aan de Twiskemolenloop, afgelopen december. Ik had als titel ook 'Nummer 45' kunnen gebruiken, zijnde mijn 45ste georganiseerde loop in totaal tot dit moment. Of 'Nummer 6' voor de zesde keer dat ik in Landsmeer op de 10 km van start ging. Of 'Nummer 16', het getal dat correspondeert met de hoeveelheid trimlopen waarvoor ik nu in totaal op die laatste afstand heb ingeschreven.

Mijn veertiende TML dus. Ik had nog steeds gehoopt de halve marathon te kunnen doen, maar gezien mijn beperkte mogelijkheid tot trainen (1 keer per week in het weekeinde) en met name de moeite die het mij dan soms kostte om vooral de wat langere afstanden zonder pauzes tot een goed einde te brengen, lieten mij inzien dat de 10 km de beste afstand was om te kiezen voor die dag. En zeker niet in de laatste plaats omdat de TML-editie een maand eerder door ongunstige weersomstandigheden met stormachtige wind en een meer dan fikse regenbui, aardig moeizaam was geweest. Hoewel ik het erg jammer vond dat ik in 2015 derhalve geen officiële 21,1 km kon neerzetten, was de veilige keuze voor de 10 km dan ook snel gemaakt. In 2016 moet ik de schade met betrekking tot de halve marathon maar dubbel en dwars goedmaken.

Aan recordpogingen dacht ik al helemaal niet. Mijn plan was om net als bij Middenmeerloop en de Olympisch Stadionloop onder de 55 minuten blijven en dus een snelheid van even boven de 11 per uur aan te houden. Ondanks dat het op het Landsmeerse sportpark erg nat was en ik op weg naar de baan om flinke plassen heen moest laveren, zag het weer er goed uit. Wel kwam er kort voor het startschot plotseling een behoorlijk donker wolkendek uit het zuidwesten opdoemen. Even dacht ik dat Pluvius toch weer op het verkeerde moment zijn streken zou gaan vertonen. Maar de donkere lucht verdween gelukkig weer even rap als hij gekomen was. De wind was, zeker vergeleken met de keer daarvoor, alleszins matig te noemen. Ik heb er die dag weinig last van gehad en na die stormloop van een maand eerder valt eigenlijk iedere minder stevige luchtverplaatsing mee. Vooraf wandelde ik even naar het Luyendijkje, net van het sportpark af, om een paar plaatjes te schieten.

Over de loop zelf kan ik redelijk kort zijn. Dat moet ik ook wel, want hij ligt alweer ruim een maand achter mij en ik kan mij niet meer alle details voor de geest halen. Ik geloof daarnaast niet dat er zich heel veel verhalenswaardige gebeurtenissen hebben voorgedaan, die zondagochtend in Het Twiske. Ik was bewust iets meer naar achteren in de klaarstaande groep renners gaan staan dan bij gelegenheden waarbij ik wel zo rap als mogelijk de route wil voltooien. En ik keek na de start heel goed op mijn horloge, teneinde vooral niet te snel te vertrekken. Toch ging de eerste kilometer in 5:08 minuten, wat een snelheid betekende van 11,69 km per uur. Je wordt toch altijd beïnvloed door de renners om je heen, of je nu wilt of niet. En het gaat in het begin uiteraard ook het makkelijkst.

Daarna ging het kilometer na kilometer langzaam maar gestaag een beetje bergafwaarts met mijn tempo, getuige de volgende reeks: 5:18 (11,32 km/u), 5:23 (11,15 km/u), 5:25 (11,08 km/u), 5:28 (10,98 km/u) en 5:31 (10,88 km/u). Ik herinner mij direct na de start, op de baan al, een vrouw te hebben zien lopen die in mijn ogen zeer makkelijk en soepel liep en bovendien een snelheid had die ik ook aankon. 'Daar moet ik bij in de buurt blijven', dacht dan ook meteen. Dat lukte het eerste stuk aardig en ik liep zelfs iets bij haar weg. Maar al te spoedig, na pak hem beet 2 km, kwam zij weer langszij en over mij heen. Ik bleef echter wel redelijk makkelijk bij de dame in het spoor en hoefde dus niet te lossen. Ik vergat te kijken of de grote runderen in hun gebruikelijke wei, net voorbij het 3 km-punt, stonden. Zo geconcentreerd was ik toch wel bezig met mijn loop. Op het pad langs de Stootersplas, 1 km verder, had ik de vrouw naar ik dacht al achter mij gelaten. Het wateroppervlak van de plas was vergeleken bij de keer daarvoor aardig rustig en vlak te noemen. Er was dus duidelijk veel minder wind dan gebruikelijk vanuit het zuid-westen.

De drinkpost kwam alweer in zicht en kort daarna het noordelijkste punt van het parcours, dat ongeveer samenvalt met de 5 km-markering. Ik verloor op dit middendeel nog wel steeds iets aan snelheid maar het rennen ging vrij makkelijk. Kilometer 7 ging met 5:29 (10,94 km/u) weer een tikkeltje rapper maar die winst moest ik tijdens de volgende 1000 meter direct weer inleveren getuige mijn 5:35 bij 10.75 per uur. Op deze afstand ondervind ik vaker een terugval of inzinking, hoewel dat volgens mij deze keer niet echt lichamelijk te merken was. Tussen de 5e en 8e kilometer loop je hier altijd een flink stuk langs de Ringvaart die om de Twiskepolder heen ligt en daar heb je meestal de wind van opzij of tegen. Waar ik het bij de editie ervoor erg zwaar kreeg door harde wind en dito regen, kon ik nu in de laatste 2 km's zelfs weer versnellen. Nummer 9 deed ik in 5:32 en wat volgens mijn Garmin nummertje 10 was, ging zelfs in 5:12 bij 11.54 per uur. Mijn gps zat er weer eens een keer enigszins naast, want op de meet zou ik al 155 meter meer gelopen hebben dan de 10000 die er voor deze loop officieel staan. Het voordeel van deze afwijking (want de Twiskemolenloop heeft voor iedere afstand een gecertificeerd parcours) is dat de snelheid tijdens de laatste meters gedetailleerder wordt vastgelegd. Volgens dat apparaatje zou ik die laatste 155 meters 12.68 per uur zijn gegaan, wat bij een volledige kilometer geleid zou hebben tot een tijd van 4:44 minuten. Ik had nog reserves genoeg.

Dat alles zorgde ervoor dat ik mijn gestelde doel ruimschoots haalde, aangezien ik na 54:45 minuten over de streep ging. Ik had een keurig gemiddelde van 5:24 minuten per km bij 11,13 per uur. En ik was geheel en al droog overgekomen, dat was na de vorige ervaring in het Noord-Hollandse ook best wat waard. Redenen genoeg om tevreden te zijn, een paar bekers gratis thee naar binnen te werken, wat uit te wandelen op de baan, foto's te maken aldaar en naar huis te bellen met de mededeling dat ik in veilige haven was. Ik kon trouwens het niet nalaten om te kijken naar de tijd die de dame aan wie ik mij in het begin had opgetrokken, zou neerzetten. Het deed mij deugd dat ik haar er ongeveer 1:30 minuten bleek te hebben uitgelopen. Na het omkleden in de altijd gezellige mannenkleedkamer, kon ik voldaan huiswaarts keren en de balans van het hardloopjaar 2015 gaan opmaken. Dit was immers mijn laatste trimloop van het jaar geweest.

Rondje Mokum

Gepost door Arranraja op zaterdag 16 januari 2016 15:55

Ook te lezen (met foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Al meerdere keren heb ik deze naam in mijn verslagen genoemd. Het is een circuit van zeven lopen in de hoofdstad. Het woord 'Mokum' stamt uit het Hebreeuws en betekent 'plaats' of 'stad' en is in de loop der tijden de bekendste bijnaam voor Amsterdam geworden. Al een aantal jaren neem ik deel aan twee lopen die onderdeel uitmaken van dit rondje, te weten de Nescioloop en de Middenmeerloop. Beiden worden georganiseerd door AV '23, de atletiekvereniging uit de Watergraafsmeer. Sinds vorig jaar (2014) is ook de Gaasperplasrun, sinds 2013 een andere vaste loop in mijn agenda, in het rondje opgenomen. Over de edities van dit jaar van deze laatste run en van de Nescioloop heb ik reeds uitvoerig bericht in eerdere blogs.

Eind oktober was de Middenmeerloop weer eens aan de beurt. Bij deze trimloop kies ik altijd voor langste afstand, de 10 km, eenvoudigweg omdat ik 5 km veel te kort vind. Ik was net terug uit Duitsland, waar ik midweeks een lekkere 11 km had verhapstukt. Sinds ik in mei begonnen ben in een nieuwe baan, lukt het zelden meer om 's woensdags te trainen en dat merk ik duidelijk aan mijn conditie en fitheid. Dus heb ik al een tijdje mijn pogingen om persoonlijke records te verbeteren in de koelkast gezet. Met name op de 10 km is dat sowieso een lastige klus want dan moet ik de hele loop een snelheid van boven de 12 km per uur weten vol te houden. Dat is op mijn leeftijd geen sinecure. Om die redenen had ik mijzelf maar één doel gesteld: proberen binnen de 55 minuten de finishen. Dat wil dus zeggen, om gemiddeld 11 km per uur of iets sneller te lopen. Als dat niet zou lukken, wilde ik in ieder geval sneller zijn dan mijn langzaamste tijd op een georganiseerde 10 km, ergens in de 56 minuten.

Een loop van AV '23 betekent voor mij tegenwoordig zaterdagmiddag op de fiets stappen en bij de Run2day-winkel in Amsterdam-Oost mijn startnummer ophalen. Dit jaar kreeg ik daarbij een tasje van de gemeente Diemen, de plaats die meer dan de helft van de route levert waarover gerend moet worden. 'Daarom Diemen' staat er op het draagding te lezen. Deze gemeente aan de oostgrens van Amsterdam wil zichzelf wat beter en vooral positiever op de kaart zetten. Want het dorp komt nog wel eens negatief in de publiciteit vanwege crimineel geweld en een tijd terug een explosie met dodelijke afloop in een flatgebouw. Op zondagochtend wandel ik dan steevast naar de plek op een steenworp afstand van de voormalige heilige grond van station De Meer. Direct achter de tegenwoordige woonwijk genaamd 'Park De Meer', ligt de prachtige atletiekbaan die luistert naar de naam 'Chris Bergerbaan'. De naamgever was van 1934 tot 1936 wereldrecordhouder op de 100 meter sprint met 10,3 seconden en die tijd is, niet verrassend, nog steeds het clubrecord van de vaste bewoner. de 'Athletische Vereeniging 1923'. Het schijnt dat de baan vrij toegankelijk is voor iedereen. Het toegangshek staat ook altijd open. Had ik trouwens al eens verteld dat Dolf Jansen zijn hardloopcarrière bij deze vereniging is begonnen en nog steeds lid ervan is?

Zoals ik eerder al vermeldde, is mijn vorm niet meer wat hij geweest is, maar die zondagochtend ging het lopen makkelijker dan ik verwacht had. Misschien kwam dat omdat ik voor het eerst tijdens zo'n officiële gelegenheid mijn laatst gekochte paar renschoenen droeg. Vanaf de start kon ik die 11 per uur makkelijk aan. Al scheelt het maar 1 km per uur, deze snelheid is voor mij toch een stukje meer ontspannen dan wanneer ik probeer het onderste uit mijn kan te halen en in de buurt van de 50 minuten de loop te beëindigen. De meeste kilometers gingen vrij eenvoudig onder de 5:30 minuten en dan ben je goed op weg naar een tijd sneller dan de bovengrens van 0.55 uur. Het wil nog weleens gebeuren dat ik na 7 of 8 km een kleine inzinking krijg maar daarvan was deze keer absoluut geen sprake. Sterker nog, ik slaagde er zelf is een negatieve split te realiseren. Ik liep de tweede 5 km dus vlotter dan de eerste. De afstand bij deze loop is tevens een officiële wedstrijdloop onder de vlag van de Atletiekunie, dus ik ga ervan uit dat het om een door die bond gecertificeerd parcours gaat. Mijn Garmin kwam namelijk niet verder dan 9,81 km, maar dat mag de pret niet drukken. Met een keurige 11,09 km per uur gemiddeld kwam ik uit op een eindtijd van 53:05 minuten. Een flesje water met op het etiket 'Daarom Diemen', was naast een medaille mijn beloning. Het was voor de vierde keer dat ik aan deze loop deelnam en even zovele keren was de route door het centrum van Diemen, naar mijn smaak het minst aansprekende deel, anders. Verandering van parcours doet lopen, zullen we maar zeggen. Voor mij gelukkig nieuw en hopelijk eenmalig, was hetgeen ik op een stille weg langs het water De Diem een eindje voor mij zag gebeuren. Uit de uitrit van één van de twee daar staande huizen, stak een auto achteruit de weg op en wel precies op het moment dat er een plukje lopers passeerde. Ik geloof niet dat de man één van die lopers heeft geraakt maar ik hoorde wel een loopster heel duidelijk een scheldkanonnade in zijn richting afsteken. Het zal dus niet veel gescheeld hebben of hij had iemand van de weg gereden. Een duidelijk nadeel van kleine trimlopen die over de openbare weg voeren, helaas.

Bij deelname aan vier van de zeven trimlopen van het Mokumse rondje, heb je recht op een herinneringsgeschenk. Maar dan dien je wel mee te doen aan de laatste loop in de reeks, de Olympisch Stadionloop. Tot nu toe was die telkens op dezelfde zondag geprogrammeerd als de novembereditie van de Twiskemolenloop. Over die loop heb ik geloof ik wel eens bericht. Mijn absoluut favoriete loop weerhield mij daarom tot 2015 van starten en finishen in het Olympisch Stadion. Wie schetste echter mijn verbazing en vreugde dat nu de ren in Landsmeer zomaar een week later op de rol stond. Dit betekende dat ik het vereiste Mokumse kwartet kon gaan volmaken en de mij toekomende herinnering, een mooi renshirt, opstrijken. Dat was even een gelukje, want ik vond het toch wel jammer dat ik de twee jaren daarvoor die prijs niet kon afhalen. Bovendien is het Olympisch Stadion op atletiekgebied misschien wel dé tempel van Nederland. Dus toog ik op de tweede zondag in november met het openbaar vervoer naar Amsterdam-Zuid. Heel apart om voor het eerst in dit oude sportpaleis letterlijk en figuurlijk rond te lopen op de baan en op de tribunes. Het weer was gelukkig aardig goed: droog maar wel wat aan de frisse kant en tevens vrij vochtig omdat het tot kort voor de start mistig was geweest. Bij de 10 km waren er twee startvakken, één voor de. snelle lopers en één voor de ploeteraars zoals ik die er langer dan naar ik meen 47:30 minuten over zouden doen. Als ik die tijd had kunnen neerzetten, zou ik mijzelf geen ploeteraar maar een hazewindhond hebben gevonden. maar dat terzijde.

Ik droeg wederom mijn relatief nieuwe Asics Cumulus 16, die mij al tijdens vele trainingen en ook tijdens de Middenmeerloop prima bevallen waren. De route liep achter het stadion om over een fietspad dat onder de spoorbaan en de snelweg door naar het Amsterdamse Bos leidde. Ook daar had ik mij nooit eerder op renschoenen vertoond en eigenlijk was ik nooit verder gekomen dan een bezoek op aan een uitspanning aldaar. Rechtsaf het bos in liepen we aan de noordkant evenwijdig aan, maar gescheiden door geboomte van, de ook al beroemde Bosbaan. Op dit stuk was het nog redelijk ruim lopen op het wandelpad. Toen er tweemaal linksaf geslagen diende te worden, slipte het redelijk smalle pad aan de andere kant van het water aardig dicht. Dat begon net na het 5 km-punt. Pal achter mij liepen twee mannen, waarvan een met een onvervalst Mokums accent, die luid en duidelijk verbaal contact maakten met de renners om hen heen. Daar ging mijn rust. De positieve keerzijde was dat dit luidruchtige gekeuvel wel gezellig was en even afleidde van de inspanning die ik aan het verrichten was. Ergens op dat stuk, kwam er een hele meute aan mij voorbij. Het bleken de pacers voor een eindtijd van 55 minuten en hun gevolg te zijn. Het ganse gezelschap liep iets van mij weg, voor zover dat mogelijk was in de drukte op dat smalle pad, waarop ook nog weleens wandelende of fietsende tegenliggers te begroeten waren. Maar ik sloot al snel weer aan en bleef in hun kielzog.

Een extra lus over de Amstelveense Weg moest er blijkbaar voor zorgen dat de vereiste afstand van 10 km gehaald zou worden en bracht ons weer terug op het pad waar we na het verlaten van het stadion begonnen waren. Mijn horloge gaf bij de meet overigens 10.17 km aan, nu weer een beetje te lange afstand dus. De eerste 3 km had ik keurig rond de 11 km per uur gelopen, de volgende 5 zat ik er iets onder. Hoewel kilometer nummer 8 met 10.94 alweer dicht in de buurt van die 11 zat. Daarna ben ik gaat versnellen: nummer 9 liep ik in 11.46 en nummer 10 in 11.8 per uur. Rond het 9 kmpunt heb ik de pacers met aanhang dan ook mijn hielen laten zien en ben ik naar de finish gestormd. De 174 meters extra die mijn gps-horloge registreerden gingen zelfs in 13.92 per uur, dus ik had nog wel wat over om eruit te persen. De twee pacers kwamen volgens de officiële uitslag bruto 13 seconden na mij binnen, maar hun nettotijd was een halve minuut sneller dan mijn 55:04. Blijkbaar waren zij dus flink later van start gegaan dan ik. Het was een beetje jammer dat ik net boven de 55 minuten uitkwam, maar met het rennen op zich was ik, vooral gezien mijn gebrek aan trainingsarbeid, toch tevreden. Na met medaille om de nek een paar keer heen en weer te zijn gewandeld op het vrije gedeelte van de Olympische atletiekbaan, was het tijd om mijn echte beloning te gaan ophalen. Uiteraard had ik mij er vooraf al van vergewist dat ik dat shirt ook na afloop nog kon krijgen, want ik wilde het uiteraard niet mislopen. Midden op het centrale grasveld was volop gratis water en fruit verkrijgbaar, en daar heb ik ook maar even van geprofiteerd. Ik moest uiteindelijk vragen waar ik de kleedkamers kon vinden, omdat ik ze niet zelf wist te lokaliseren. Daar heb ik rustig mijn doorweekte renkleren afgepeld en wat droogs aangetrokken, alvorens ik de, qua tijd, best lange reis naar huis kon aanvangen.

Inmiddels begint dit weekeinde het nieuwe Rondje Mokum alweer. Met op zondag 17 januari 2016 de, eveneens door atletiekvereniging Phanos georganiseerde, Vondelparkloop in bijna hartje Amsterdam. Het ligt mij niet zo om 3 rondjes door dat park te gaan rennen, dus ik zal daar niet van start gaan. De tweede loop is de Louis Vinkloop in Amsterdam-Noord. Die houd ik nog even in beraad, want een week later ga ik van start voor de 12 zware kilometers van de Zandvoort Circuit Run. Begin april voeg ik echter zeker en vast in op het Mokumse Rondje bij mijn vijfde Nescioloop. Ik kan bijna niet wachten.

In Duitsland met / zonder Dolf (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 20 december 2015 17:13

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Veel eerder dan verwacht maakten mijn vrouw en ik de volgende (zevende) reis naar ons favoriete vakantiepark in Niedersachsen. Dat kwam zo: tijdens ons laatste verblijf daar afgelopen zomer, hadden wij voor het eerst wifi in ons huisje. Die faciliteit had daar tot dan toe ontbroken. Nu was er ter plekke de mogelijkheid om de website van een op dat park staand particulier huisje te bekijken. Na een bezoek aan die site konden wij constateren dat het niet alleen een huisje was met een zeer complete inventaris, maar ook dat de prijzen die de eigenares vroeg, zeer redelijk waren en bovendien gunstig ten opzichte van die van de officiële parkhuisjes. Na eens een keer uitgebreid bij 'Im park' naar binnen te hebben gegluurd en gezien te hebben dat het er daar voortreffelijk en zeer luxueus uitzag, zijn wij serieus gaan nadenken over een verblijf. Het werd dus in de herfstvakantie en dat kwam goed uit, want jongste dochterlief, die ernstige bedenkingen had geuit bij het ontbreken van een tweede toilet in dit huisje, had geen vrij en kon derhalve de reis niet meemaken.

De weersvooruitzichten waren niet denderend, maar meestal valt dat als het zover is, reuze mee. En dus gingen mijn renkleren gewoon in de tas. Evenals mijn tablet, waarop het boek van Dolf Jansen met de zeer toepasselijke titel 'Altijd verder'. Ik moest namelijk altijd nog verder lezen om het geschrift uit te krijgen. Na de zomervakantie was het er niet meer van gekomen om mij te verdiepen in 's man's hardloopavonturen langs de wegen der wereld. Ook de smartphone met de Looptijden-app en de bijbehorende koptelefoonset en armband zaten in mijn bagage. Hoewel, ik had niet direct plannen om Dolf deze rit als coach in te zetten. Want mijn vrouw zou mij zeker gaan begeleiden op de fiets en de twee laatste trainingen ervoor had ik Dolf's diensten ook al ingehuurd. Je kon echter nooit weten. Dolf was dus in ieder geval voor de volle honderd procent present. Ook al twijfelde ik er sterk aan of ik zin en tijd zou hebben om het hele circus, met de smartphone in de armband om de linkerbovenarm en de koptelefoonset ingeplugd in zowel de Acer als in de oren, wederom op te tuigen.

Wij verbleven op Dwergter Sand van maandag tot en met vrijdag. Derhalve ik zou één keer de Asics Cumulus 14 onderbinden. Woensdag was daarvoor aanvankelijk de planning, maar omdat het op dinsdag droog bleek te zijn en dat een etmaal later nog maar de vraag was, gingen we meteen de dag na aankomst al op pad. De zondag daarna had ik voor een 10-kmloop ingeschreven, dus ik hield het walletje bij het schuurtje en vertrok voor mijn standaardronde van 11 km. Ik heb deze in mijn vorige 'In Duitsland met Dolf - deel 2'-blog al beschreven. Deze keer deed ik de route weer met de klok mee, net als twee keer terug. Toen we vertrokken was het enigszins mistig en op de fietspaden nog stiller dan tijdens de zomervakantie. Het werd daarom niet 'hardlopen met Dolf' maar 'hardlopen in de mist' en tijdens de eerste kilometers zeker ook 'rennen langs paddenstoelen'. Direct naast het pad stonden namelijk zeer geregeld prachtige exemplaren in rood, paars of bruin. En omdat het, zoals ik net al schreef, doodstil was in het natuurgebied konden wij er in het langsrennen en -fietsen onbeperkt van genieten. Ik spoorde mijn vrouw aan om bij een prachtig exemplaar te stoppen en er een paar kiekjes van te maken. Zelf had ik daar uiteraard geen tijd voor, druk bezig als ik was zo snel mogelijk het ene been voor het andere te zetten. Waarbij beide benen beurtelings steeds heel kort los kwamen van de grond, want ik was niet aan het wandelen.

Ik had mij op die manier losgemaakt van mijn vrouw en wachtte, op de plaats waar het fietspad van de Grosse Tredde een haakse bocht maakte, even op haar. Wij wilden elkaar natuurlijk niet uit het oog verliezen. Op deze plek, na 4 kilometer, zag ik het tweede stel andere aanwezigen van die ochtend. Zo heerlijk stil en verlaten was het op dat moment dus in het natuur- en recreatiegebied Thülsfelder Talsperre. Het was ook niet direct het mooiste weer van de wereld maar prima renweer wat mij betreft. En de temperatuur, de rust en het prachtige herfstbos maakten het in mijn ogen bijna perfect. Bij de brug op de plaats waar het riviertje de Soeste het kunstmatige meer weer verlaat, zagen we zowaar nog meer andere 'Leute'. Het zou toch niet ineens druk gaan worden? Dat viel gelukkig een heel eind mee, want in het vervolg van de route kwamen ons, als ik het mij goed herinner, nog twee maal een paar fietsers tegemoet. Ook bij het fraaie Hotel Heidegrund was het vrijwel uitgestorven. Mijn vrouw hield hier even halt om te kijken of zij iets van prijsinformatie kon ontdekken aan de buitenkant van het gebouw, maar zij kwam al snel weer achter mij aan. Het lopen ging goed, al deed ik het redelijk rustig aan met een gemiddelde snelheid van net boven de 10 km per uur en km-tijden van 5:50 minuten, omgeslagen over de hele ren. De Petersfelderweg en het stuk bij de golfbaan (waarop ik trouwens tot op heden nog nooit een sterveling heb gezien) waren ook weer helemaal voor ons alleen. Pas op de landweg, toen we het bos al uit waren en ons tussen de velden en al vlak bij het park bevonden, kwam er weer wat volk op de fiets onze kant op. Ongetwijfeld mensen die ook in het vakantiedorp verbleven.

Dolf vertelde in zijn boek intussen honderduit over het lopen op de Nederlandse Antillen. Dat lijkt mij een erg warme en benauwde aangelegenheid en het zou niets voor mij zijn daar te gaan lopen hollen. Maar Dolf rent altijd en overal, bij iedere temperstuur en naar mijn idee ook dag en nacht. Bij hem vergeleken ben ik maar een deeltijdhardloper met een heel kleine aanstelling. Prachtig vond ik het stuk over lopen op het strand, langs de waterlijn, ook weer op allerlei plekken in de wereld. Vooral het verhaal over de loopvogeltjes die steeds voor hem uit liepen, voor hem wegrenden als het ware en hem daardoor tijdenlang gezelschap hielden, vond ik erg mooi om te lezen. Het deed mij een beetje denken aan de libellen die ik 's zomers weleens op de bospaden tegenkom. Die zitten dan op de plek waar ik mij heen beweeg en vliegen op als ik ze nader. Ze vliegen dan niet opzij weg maar houden rechtuit het pad aan en zweven een tijdje met mij mee. Ik heb al eens het idee gehad daar een verhaaltje over te schrijven: 'rennen met libellen'. Die alinea's van Dolf over strandlopen spreken mij daarom ook zo aan omdat ik een groot strandliefhebber ben. Maar ik kom er bijna nooit omdat ik al jaren niet meer in de buurt van de Noordzeekust woon. En één van mijn grote wensen is nog steeds om te kunnen rennen langs de vloedlijn op het strand. Zo als het er nu uitziet, zal het er komend voorjaar eindelijk van komen als ik onder de vlag van mijn werkgever ga deelnemen aan de Zandvoort Circuit Run, die voor een derde deel over het strand voert.

Intussen heb ik Dolf's boek nog steeds niet uit. Ten eerste omdat de tijd die ik daarvoor had tijdens deze midweekse trip eenvoudig te kort was. Je gaat niet ruim drie uur rijden naar Duitsland om daar in een vakantiewoning alleen maar te zitten lezen. Je wilt dan ook iets van de omgeving zien en genieten van het feit dat je op vakantie bent. Zo hebben we een paar keer gewandeld in het bosgedeelte van het natuurgebied dat direct aan het park grens. Hoe graag zou ik daar nog eens in renkleding over de paden willen snellen. Ten tweede kwam ik al lezende terecht in wat hij zijn 'marathondagboek' noemt. Op de een of andere manier vond ik dat deel toch wat minder boeiend en het stimuleerde mij tot op heden niet om mijn tablet weer ter hand te nemen en het lezen voort te zetten. Ik ervoer wat ik het laatst las als een soort nachtkaars. Je weet wel, zo'n vlam die eerst fel brandt en dan langzaam maar zeker steeds minder wordt om tenslotte geheel vanzelf te doven. Ik kan mij ook herinneren dat het op mij overkwam als een soort anticlimax. Ik hoop dat Dolf in de resterende pagina's zijn uiterst vlotte verteltrant nog weet te herpakken en er te elfder ure een mooie eindsprint uit kan persen. Ik ga zijn draad zeker nog weer een keer oppakken en pogen met hem over de meet te komen.

Zoals ik aan het begin als vertelde gingen we slechts een midweek naar deze prachtige en prettig rustige plek. Dus kwam het er niet van om nogmaals de hardlooppantoffels aan te trekken en wederom de Thülsfelder Talsperre onveilig te maken. Nee het was eerder tijd om de spulletjes bij elkaar te zoeken en huiswaarts te keren. Dit deden wij op een prachtige, zonnige vrijdagochtend. In het volle licht van de koperen ploert kwamen de volop aanwezige herfstkleuren schitterend tot hun recht. Een lieve lust voor de ogen. 's Zondags wachtte bij mij in de buurt de Middenmeerloop. Ik was er helemaal klaar voor.

Hardloopvitaminen (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 12 december 2015 20:04

Ook te lezen (met YouTubefilmpjes en links naar de muziek) op http://arranraja.wordpress.com/

Ik heb een redelijk aantal hobby's en liefhebberijen en sommige daarvan weet ik aardig te combineren. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het schrijven over hardlopen, iets dat ik al een paar jaar doe. Hardlopen doe ik al heel lang, schrijven eigenlijk ook, zij het met grote tussenpozen. Luisteren naar muziek doe ik nog veel langer en het verzamelen ervan is als een soort tweede natuur voor mij. Ik ben gediplomeerd muziekbibliothecaris/ phonothecaris, al ben ik helaas nooit als zodanig werkzaam geweest.

Dit verhaal is eigenlijk een logisch vervolg op 'In Duitsland met Dolf - deel 2'. Daarin vertelde ik dat ik problemen had met het geluid op mijn koptelefoon, in combinatie met de audiocoaching van de Looptijden-app. Die kwestie heb ik in eerste instantie alleen kunnen oplossen door over te gaan op een set die specifiek bedoeld is voor gebruik met een telefoon. Nu kwam Dolf ineens luid en duidelijk mijn oren binnen. Omdat ik in die periode toch steeds liep met smartphone en oortjes wilde ik het benutten van de Looptijden-app maar eens combineren met het luisteren naar muziek tijdens het hardlopen.

Hardlopen en muziek was voor mij eigenlijk geen echt gebruikelijke combinatie en wel om drie redenen: 1. ik wil als ik aan het lopen ben altijd goed kunnen horen wat er om mij heen gebeurt als het gaat om geluiden die verband houden met het verkeer en de aanwezigheid van andere mensen. 2. de muziek die gemaakt wordt door alle buitengeluiden, zoals de zang van vogels en de wind door de bomen is voor mij altijd mooi en aantrekkelijk genoeg geweest. 3. als ik aan het lopen ben, en dat zal ongetwijfeld met anderen ook gebeuren, ben ik doorgaans wat in mijzelf gekeerd en soms zelf bijna helemaal van de wereld (lees hierover mijn blog 'Tussen bewustzijn en roes' ). Als ik dan ook nog mooie of prettige muziek op mijn hoofd zou zetten, ben ik helemaal niet meer in het hier en nu en dat laatste wil ik toch wel voorkomen.

Het parcours dat ik een keer ging lopen was echter zodanig stil en rustig, dat ik van oordeel was dat ik wel eens een keertje aan de drie hierboven genoemde redenen voorbij kon gaan. En ik ben een fervent muziekbeluisteraar, zoals ik al aangaf. Dus ik ging het gewoon doen.

De eerste keer waren de hardloopvitaminen niet zo'n succes. Ik had muziek van Gordon Lightfoot geselecteerd en zette die tegelijk aan met het activeren van de tijdwaarneming en de audiocoaching. Het eerste nummer klonk prima maar toen dat was afgelopen, begon hetzelfde liedje opnieuw. Nu ben ik een groot liefhebber van de liederen van deze Canadese grootheid, maar om mijn hele training naar één nummer te luisteren, vond ik geen goed idee. Ik zou op die manier nog een hekel gaan krijgen aan die prachtige song. Dus onderbrak ik mijn loop maar gauw en stopte ik het afspelen. Dan maar weer verder met alleen het stemgeluid van Dolf.

Thuisgekomen zag ik al snel dat ik de herhaalknop moet hebben aangeraakt. Dat gebeurt dus als je, zoals ik, bij daglicht het telefoonscherm niet duidelijk in beeld krijgt. Ik ben echter niet iemand die snel opgeeft, dus bij de eerstvolgende training waagde ik een nieuwe poging. Nu ging het prima en ervoer ik de muzikale begeleiding als uiterst prettig en inspirerend. Muziek is ook niet voor niets heel belangrijk in mijn leven. Alleen de oordopjes die ik gebruikte waren niet een heel groot succes. Ik was constant bezig om die dingen weer terug mijn oren in te duwen. Dat is behoorlijk irritant, maar de andere setjes die ik bezit wil ik of niet blootstellen aan mijn zweterige oren of het geluid dat ze voortbrengen is aan storingen onderhevig.

Ik ben absoluut geen liefhebber van boenkeboenk- en heipalenmuziek. Ook andere computergestuurde of -gefabriceerde deuntjes die je voor het hardlopen overal op het internet al dan niet tegen betaling kunt verkrijgen, kunnen mijn goedkeuring niet wegdragen. Ik ben vooral gecharmeerd van goede popmuziek, op traditionele leest geschoeide akoestische muziek en orkestrale klassieke muziek. Met die genres (behalve klassiek) in mijn achterhoofd heb ik een poging gewaagd om een hardlooplijst samen te stellen. In mijn oren "eerlijke" muziek met een beetje meer tempo dan gemiddeld. Daarvan wil ik graag een deel met jullie delen.

De lijst begint met "Planets" van de Britse folkzangeres Kate Rusby en een paar tekstregels uit dit niet zo snelle nummer heb ik meteen maar gebombardeerd tot mijn motto: "Through the world, I am wandering, wandering". Al hardlopend dwaal ik door de wereld, ook al is dat de wereld in een klein kringetje rondom mijn huis en woonplaats. Dan volgt het eerder genoemde 'Long way back home' van Gordon Lightfoot, om mijzelf de illusie te geven dat ik wel lekker een tijdje onderweg zal zijn. En 'Awkward Annie', een nu wat vlottere song van wederom Kate Rusby. Bij dat nummer wil ik meteen een waarschuwing geven: bij mij blijft het erg in mijn hoofd zitten en ik kan het er maar moeilijk weer uitkrijgen. Vervolgens een blokje met 'train songs' zoals 'Blue railroad train, 'A-train', 'Train' en tenslotte een nummer dat ik eigenlijk nog niet goed kende, maar dat mij zeer prettig verraste: 'Train song' van Mindy Smith. Niet direct een echt uptempo nummer, maar wel erg fijn om te horen vanwege de mooie melodie, Mindy's prima stemgeluid en de aansprekende tekst. Toen zij zong: 'is my sweet man on that train' en even verderop 'is my sweet man coming home', fantaseerde ik dat het mijn vrouw was, die dat voor mij zong. Ook al moest zij uiteraard nog wel even geduld hebben voor ik weer zou verschijnen.

Een aantal virtuoos gespeelde nummers van dobrospeler Jerry Douglas en zanger/ gitarist Doc Watson (voor mij dé verpersoonlijking van de Americana-muziekstijl) bracht mij bij 'Deal' van The Grateful Dead. Met nummers van die groep zou ik waarschijnlijk ook wel een lijst kunnen vullen. 'Today', een nummer van wijlen John Hartford gezongen door zijn zoon Jamie, kan ook mijn goedkeuring wegdragen. In een vorige blog heb ik het al uitgebreid genoemd. De eerste keren dat ik het beluisterde tijdens het hollen was ik mij aan het afvragen wie toch die vrouwelijke, tweede stem was die Jamie begeleidde. Zij klonk goed, maar voor mij niet echt bekend. Tot mijn ontzetting, kwam ik er op een ander moment achter dat het nota bene mijn gedeeld favoriete zangeres aller tijden, Emmylou Harris, is. De kwaliteit van de oordopjes die ik toen gebruikte, is blijkbaar zo slecht dat ik haar stemgeluid er niet in herkend had.

Een drietal John Denversongs, waaronder nog een treinenlied, 'City Of New Orleans' en een tweede pluk instrumentale nummers zoals 'Blackberry Blossom', 'Sweet Georgia Brown' en 'Tennessee Stud', bracht mij bij mijn favoriete blokje hardloopmuziek. Achtereenvolgens 'Guitar Town', 'Scotland', 'Walls Of Time'. 'Montana Cowgirl', 'Lodi', If I Could Be There'', 'Get Up John' en 'Smoke Along The Track' (alweer train music!!) zijn schitterend gëinstrumenteerde songs, met wat mij betreft een voor hardlopen perfect ritme. Dat ritme wordt niet verzorgd door percussie-instrumenten maar door snaarinstrumenten zoals gitaar, mandoline, dobro, acoustische bas en viool. Deze muziek inspireert mij telkens weer en zeker als ik het even moeilijk heb, pept dit blokje mij enorm op. Sterker nog, op dergelijke zware momenten verlang ik zelfs iedere keer hevig naar deze liederen. Laatst nog sleepte deze muziek mij door een lastige paar laatste kilometers heen. Ook het feit dat Emmylou ergens tussendoor bij deze live-opnamen een kletsverhaal begint over een ventilator met de afbeelding van een legendarische zangeres erop, maakt mij niets uit. Ik raak er niet door uit mijn ritme en ren lekker door.

Direct daarna volgt een song in dezelfde stijl van ene Becky Schlegel, een Amerikaanse zangeres die hier bij mijn weten absoluut niet bekend is. 'The best part of the day' is ook een sterk gezongen en gespeeld lied waarbij het lekker rennen is. De titel is uiteraard zeer toepasselijk, want is het moment dat je aan het hardlopen bent niet het beste deel van de dag?!? Mijn andere gedeeld favoriete zangeres aller tijden komt maar één keer voor in deze lijst met 'Bushes And Briars'. Zij was meer de singer/ songwriter van de lange, langzame ballades. In tweede instantie heb ik een paar Mindy Smith-nummers toegevoegd omdat haar muziek mij prima bevalt bij het hollen. 'Take Me Back', Pretending The Stars en 'What Went Wrong' zijn ongetwijfeld op het internet te vinden. Een tweetal instrumentale nummers van de Ierse zanger/ gitarist Barry Moore (voor hij zich Luka Bloom ging noemen, om uit de schaduw van zijn in Ierland wereldberoemde broer Christie te komen) en een paar Nitty Gritty Dirt Band-songs volgen. Van Gordon Lightfoot dan nog 'Miguel', 'Carefree Highway' en 'Hi'way Songs', en dat rijtje brengt mijn lijst bij de afsluiter: 'Going Home' van Mary Fahl. Een rustig nummer in de trant van 'My Heart Will Go On' (Celine Dion) . Als die muziek klinkt ben ik doorgaans klaar met rennen en is het inderdaad tijd om naar huis te gaan om de natte renkleren af te stropen en mij lekker te gaan laven aan brood en koffie.

Intussen ben ik door een aantal keer rennen met de muziek van deze lijst op mijn oren helemaal om en wil ik het liefst altijd op die manier begeleid worden tijdens mijn hardloopexpedities. i Gelukkig heb ik mijn 'normale' koptelefoonset, die met beugeltjes om mijn oren wel blijft zitten, weer aan de praat gekregen. Het is alleen zo'n gedoe om telkens die band om mijn arm te doen en eerst de muziek aan te zetten en laten coach Dolf ook nog eens op te starten. Dus ik laat dat hele circus ook weleens thuis. Ik heb inmiddels naast deze al een lijst gemaakt met alleen maar (snellere) nummers van Emmylou Harris en ik wil er nog één maken met mijn overige favoriete vrouwenstemmen, één met truckdriverssongs (zoals 'Guitar Town' ) en één met uitsluitend Bluegrassmuziek. Een hele uitdaging wordt het samenstellen van een afspeellijst met uitsluitend klassieke up-tempostukken. Ik heb er al erg veel zin in, zowel het hollen met muziek als het maken van meer lijsten.

Stormloop (2 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 20 november 2015 20:23

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Toen hij na afloop de kleedkamerdeur achter zich had dichtgetrokken, kwam er juist een vrouw die nog moest finishen de baan oplopen. ´Die is flink lang bezig geweest´, dacht hij. Hij keek haar na en herkende haar toen pas als de loopster die hij na ruim 7 km had bijgehaald en was voorbijgestoken. Het serieus zware deel van deze loop was op dat moment al begonnen. Tot ongeveer 6,5 km had hij vooral met de wind in de rug gerend. Net na het tweede veerooster, waar hij voorzichtig overheen was gegaan, kwam de bocht naar links en het open stuk dat de flink harde wind schuin van links vol over het pad voelde gaan. Op dat deel kon hij de gang van tussen de 10,5 en 11 km per uur nog redelijk handhaven.

Maar nadat hij de vrouw had overlopen en de route andermaal scherp naar links ging, kwam hij recht tegen de wind in te rennen. Dat drukte zijn snelheid direct en het kostte hem flink moeite om tegen de hevige luchtstroom op te tornen. Zijn looptechniek ging als vanzelf over van hiellanding naar voorvoetlanding, simpelweg omdat het hem alleen nog maar mogelijk was om kleine pasjes te maken. En hij kon, of liever gezegd, hij moest als het ware tegen de wind in voorover hangen om nog enigszins vooruit te komen. Het gaf hem het gevoel dat hij meer stilstond dan vooruitkwam. Een grote man in een rood shirt, die hij eerder, zonder veel moeite voorbijgestreefd was, kwam nu weer langs hem heen. Het lukte deze loper, ondanks zijn lengte, dus beter om snelheid vast te houden. Hij zag op zijn gps-horloge dat zijn snelheid op een gegeven moment was gezakt naar 8,2 per uur en hij had daar vrede mee. Want hij was net op de helft van het parcours en hij wilde hier niet al zijn krachten verspillen. Had hij met wind van opzij of mee kilometertijden van tussen de 5:26 en 5:44 gelopen, nu noteerde hij op de 8ste km ineens een tijd van 6:25 en op 9de km zelfs een van 7:14 minuten. Zo langzaam was hij, voor zover hij zich kon herinneren, nog nooit geweest bij een trimloop. Een toepasselijke naam had hij al bedacht voor deze aflevering van de Twiskemolenloop: 'Stormloop'. Niet omdat het storm liep met deelnemende renners, het was juist erg rustig op de paden van Het Twiske, maar vanwege die ongenadig harde luchtverplaatsing. Het was officieel 'maar' windkracht 5 of 6. Hoe moest het hollen hier wel niet zijn met 8 Beaufort of meer ?!?

Erg blij was hij dan ook om na 9,5 km weer de beschutting van een beboomd gedeelte te bereiken. Zijn oren zaten half dicht van het loeien om zijn hoofd en het duurde even voor dat gevoel verdween. Nu werd hij weer af en toe vooruit geduwd in plaats van constant tegengehouden. Omdat hij het parcours goed kende, wist hij dat hij het merendeel van de komende 3 km kon genieten van dat steuntje in de rug. Hij liep ten tweeden male in op de renner met het rode shirt en kon hem definitief achter zich laten toen de man bij de drankpost na 10 km stopte om bij te tanken. Zijn kilometertijden gingen terug naar normale waarden: 5:44, 5:34, 5:32, 5:30 en met de straffe wind in de rug had hij bij tijd en wijle het idee bijna vooruit te vliegen.

Zo was het in het eerste deel van de tocht ook geweest. Zodra de beschutting van de laatste rij huizen was weggevallen en er na nog geen kilometer rechtsaf het Luyendijkje op werd gedraaid, kregen de deelnemers die storm in de rug. Op het water van de aangrenzende Zuidwestplas stonden golven met witte schuimkoppen en de wieken van de Twiskemolen draaiden als gekken in het rond. Dat was dus zeker niet onprettig hollen. De voorfietser, met in zijn kielzog de rapste mannen van de 10 km, kwam al na 2,5 km voorbij. Maar het ging slechts om een drietal snelheidsduivels. Ook daarna kwamen er maar mondjesmaat renners over hem heen. Het viel hem op dat die snelle renners aan de achterzijde allemaal vol met roodbruine spetters zaten. Die hadden ze natuurlijk opgelopen direct na de start tijdens de anderhalve ronde op de doornatte gravelbaan. Hij vroeg zich af of hij er van achteren net zo uitzag. Ook het water van de Stootersplas was bedekt met schuimkoppen. Ineens moest hij denken aan 'The wreck of the Edmund Fitzgerald', een lange ballade van Gordon Lightfoot over het op 10 november 1975 met man en muis vergaan van een met ijzererts geladen vrachtschip op Lake Superior in Noord-Amerika. Nu is het natuurlijk onzinnig om een plasje van pak-hem-beet 1 bij 1,3 km in een Noord-Hollandse polder, te vergelijken met het grootste zoetwatermeer ter wereld, met een oppervlakte van 82000 vierkante kilometer. Maar als die windkracht 5 of 6 hier al zulke golven kon voortbrengen, dan zou een heuse novemberstorm op 'Gitche Gumee', zoals de indianen het Bovenmeer noemen, zeker huizenhoge watermassa's voortbrengen. Met wel eens catastrofale gevolgen voor schepen en hun bemanningen, zoals blijkt uit dit verhaal. Het geluid van de golven die tegen de kant sloegen toen hij er vlak langsliep, deden hem sterk denken aan het lied van de branding op het strand. Rende dus hij, voor zijn gevoel, zomaar heel even aan zee. Een van zijn grootste nog openstaande wensen op hardloopgebied. Aan de rechterkant op het pad lopend, werd hij er bijna vanaf en het gras in geblazen. Dus zocht hij maar snel de andere kant van het asfalt aan de waterkant op.

Vanaf de start was het trouwens droog geweest en dat deed hem deugd, want in de auto op weg naar Landsmeer en wandelend naar de atletiekbaan had hij al fikse plensbuien ondergaan en waren zijn kleren redelijk nat geworden. Bij AC Waterland had hij daarom snel zijn seizoenskaart en startnummer afgehaald en was hij direct aansluitend de kleedkamer ingegaan. Er moest echter wel opgewarmd worden, dus na de bekende plichtplegingen en het eten van een banaan, ging hij toch maar naar buiten. Rond 11:00 uur werden alle lopers verzocht zich op de baan te verzamelen. Om een loper die tijdens de jubileumeditie door een hartstilstand was getroffen en daags daarna overleden, en om de slachtoffers van de aanslagen in Parijs te herdenken, werd er een minuut stilte in acht genomen. Gevolgd door een lang aanhoudend applaus. Dit alles om de nabestaanden van de overleden renner een hart onder de riem te steken. Een indrukwekkend moment. Een team van clubgenoten en wat familieleden en aanverwanten zouden als eerbetoon aan de overledene gezamenlijk de 10 kmloop volbrengen.

Hij wist dat er zo rond het 13 km-punt een einde zou komen aan de rugwind. Ook keek hij meermalen naar de lucht in het westen, die donkerder leek te worden. 's Morgens had hij op Buienradar een voorspelling gezien die het tot ongeveer 12:45 uur droog zou laten blijven. Vanwege de herdenking vooraf had de start 5 minuten later plaatsgevonden en hij bedacht dat die radarbeelden op internet vaak wel aardig klopten, maar lang niet altijd exact, Door de wind en omdat de temperatuur relatief hoog was, waren zijn kleren allang weer opgedroogd. En hij had zijn pet in de hand omdat die op zijn hoofd te warm zat. Toen de wind van opzij tegen hem aan blies, moest hij echter snel het hoofddeksel weer terugplaatsen en de lichte renjas van zijn middel losknopen. Een paar druppels werden namelijk ineens gevolgd door slagregens. Als linkshandige stak hij steevast eerst zijn linkerarm in de mouw en zo ook nu. Maar omdat de wind van rechts kwam en het kledingstuk naar links blies, lukte het hem eenvoudigweg niet om zijn rechterarm in de andere mouw te krijgen. Daarom haalde hij de jas maar weer van zijn linkerarm af en begon opnieuw, nu vanaf de rechterzijde. Nog kostte het hem een hele tijd en veel moeite om het kledingstuk helemaal aan te trekken en de rits te sluiten. Een lange man en een korte vrouw, die hij een groot gedeelte van de loop voor zich had gezien maar waar hij niet dichter bij kon komen, raakten nu definitief voor hem uit het zicht.

Intussen was hij alweer behoorlijk natgeregend. Dat werd nog een stukje erger toen het pad naar rechts afboog en hij wederom vol tegen de wind in moest. Een natte knokpartij volgde. Een duidelijk jongere renner voor hem, was van ellende maar gaan wandelen. Dat overwoog hij een onderdeel van een seconde ook te doen. Want wandelen zou niet veel langzamer gaan dan tegen deze wind in proberen te rennen. Maar hoe langer hij erover zou doen de finish te bereiken, hoe natter hij werd. Dus ploeterde hij toch maar voort. Na een haakse bocht naar links, waarin de wandelende loper ruimte voor hem maakte, kwamen wind en regen schuin van rechts. Hij zette de klep van zijn pet iets die kant op, kneep zijn rechteroog toe en keek vlak voor zich naar de grond om de harde regendruppels zoveel als mogelijk uit zijn gezicht en ogen te houden. Hij bevond zich korte tijd in een erg klein wereldje en had opnieuw het gevoel dat hij nauwelijks vooruitkwam. Zijn schoenen stonden nu ook vol met water en de broek met waterdichte stof aan de voorkant hielp niet omdat alle nattigheid meer van opzij kwam. Twee jonge meisjes, die hem vanuit de tegengestelde richting wandelend passeerden, leken weinig last te hebben van het natuurgeweld. Op het heuveltje ter linkerzijde reden mountainbikers moeizaam hun rondjes. Op dit stuk stond normaliter altijd wel een fotograaf om mooie plaatjes te schieten. Het verbaasde hem niet dat er nu in geen velden of wegen een te bekennen was. Een eindje voor hem bevond zich een jong uitziende vrouwelijke renner, die hij steeds dichter naderde. Hij kon haar echter niet achterhalen omdat zij bij de spitsing rechtsaf ging voor nog eens een rondje van 7 km, een halve marathonster dus. Hoewel hij gepland had deze afstand die dag ook te hollen, was hij nu absoluut niet jaloers op haar en maar juist al te blij dat hij linksaf richting eindstreep om de 10 Engelse mijlen te volbrengen. En vooral ook om naar de droge kleedkamer te kunnen gaan. Het was niet verbazingwekkend dat zijn kilometertijden op de 14 en 14 km weer waren afgezakt naar 6:09 en 6:22.

Bij de splitsing stonden twee jonge vrijwilligsters aan te moedigen alsof het het mooiste weer van de wereld was. Hij bedankte ze, zoals hij zoveel als mogelijk de andere wegwijzers, via een opgestoken duim of een salueerbeweging, had proberen duidelijk te maken dat hij hun onbaatzuchtige inzet zeer waardeerde. In de bocht die volgde, kwamen er ineens drie kwiek lopende mannen langs hem heen. De achterste renner droeg zijn renschoenen alsof het instappers waren, met de platgetrapte achterkanten onder zijn hielen. Zijn snelheid leed er zo te zien niet onder, want hij hield zijn twee kompanen zonder al te veel moeite bij. Op het zeer winderige punt dicht bij de molen stond nu niemand, maar hij wist na 12 keer onderhand wel dat hij linksaf naar de beschutting van de woonwijk en naar de meet moest. De in plastic verpakte vrijwilligster op de tochthoek bij de toegang tot het sportpark stond er nog wel, net als anderhalf uur eerder. Ook zij verdiende een dikke pluim voor haar bijdrage aan het mogelijk maken van deze stormloop. Het was nu zowaar vrijwel opgehouden met regenen. Nog één renner kwam op het pad voor de huizen over hem heen en daarna wist hij tot na de eindstreep de opstomende vervolgers achter zich te houden. Zijn eindtijd van 1:33:29 uur was weliswaar de langzaamste die hij hier op deze afstand ooit had laten noteren maar altijd nog een ruime minuut sneller dan zijn Dam tot Damtijd van anderhalve maand eerder. Een verschil waarmee de zwaarte van dat grootste sportevenement ter wereld voor hem maar weer eens geïllustreerd werd.

In de warme en vochtige mannenkleedkamer deelden meerdere aanwezigen in verschillende bewoordingen met elkaar dezelfde conclusie: dat hebben wij toch maar mooi volbracht. Zo voelde hij het ook en naarmate de dagen verstreken, werd dat gevoel alleen maar sterker. Het idee de strijd met de elementen gewonnen te hebben, was een besef om voor langere tijd te koesteren. En die halve marathon kwam weer bij hem bovendrijven. Als hij onder deze weersomstandigheden 10 EM kon verhapstukken, moesten 5 kilometers erbij toch ook mogelijk zijn, als het weer wat beter zou zijn. Hij zou toch maar eens goed naar de weersvoorspellingen kijken op 6 december aanstaande. En dan op het laatste moment beslissen of hij de langste afstand nu wel zou kiezen.

Een zonnige zaterdag

Gepost door Arranraja op donderdag 12 november 2015 20:01

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Het was de op laatste dag van oktober dat hij op pad ging voor zijn favoriete 18 km-traject. De bedoeling was geweest om rond 11:00 uur te gaan lopen, maar daar was zoals zo vaak niets van gekomen. Terwijl hij nog wel bijtijds was opgestaan, zodat hij tijdig kon ontbijten en twee uur later starten. Zijn vrouw was zelfs al op hem gaan mopperen. 'Het duurt ook altijd een eeuwigheid met jou voor je eindelijk de deur uitgaat'. Hij had er een goede reden voor, vond hij zelf. Pas 's morgens had hij bedacht dat het op die lange afstand wel nuttig zou zijn om zowel audiocoaching als muziek te gebruiken. Vanwege de aanwijzingen en aanmoedigingen van Dolf Jansen om zijn tempo en kilometertijden in goede banen te leiden en de hardloopvitaminen om hem daarbij een beetje te ondersteunen. De oudere smartphone, die hij eigenlijk nog alleen af en toe bij het hardlopen gebruikte, had een zwakke batterij. En die bleek die ochtend helemaal dood te zijn. Dus moest deze flink aan het infuus en duurde het meerdere uren voordat hij weer voldoende opgeladen was om de zware klus van het twee uur lang in beeld houden van de Looptijden-app, gecombineerd met het continue gebruik van de muziekspeler aan te kunnen. Bovendien wilde hij een paar wijzigingen in zijn afspeellijst aanbrengen, wat uiteraard pas kon toen de telefoon weer te gebruiken was. Ook had hij, zoals altijd, veel gedoe met het goed geïnstalleerd krijgen van het elektronische ding. Telkens als hij bezig was het apparaat in de armband te doen, raakte hij ongewild iets op het scherm aan, of de volumeknop aan de zijkant, waardoor er een programma wilde sluiten, een instelling verkeerd kwam te staan of er geen geluid meer hoorbaar was. Een zeer frustrerende bezigheid. Vandaar dat het allemaal wat langer duurde voor hij vertrok.

Sinds hij in mei in zijn nieuwe baan was begonnen, had hij niet meer de gelegenheid gehad om doordeweeks te trainen. En bij één keer per week lopen, alleen in het weekeinde dus, ging zijn vorm altijd flink achteruit. Derhalve had hij moeite om boven de 10,5 km per uur uit te komen en liepen de lange duurlopen niet altijd soepel. Daarom was de zware Dam tot Damloop een hele kluif geweest. Hij was zich dan ook stevig aan het afvragen of het zin zou hebben om bij de Twiskemolenloop half november in te schrijven voor de halve marathon. Dat was eigenlijk een beetje een traditie geworden, omdat hij die afstand de twee jaar ervoor in die maand, op die plek en met succes had afgelegd. Hij had het idee eigenlijk al een beetje uit zijn hoofd gezet maar de 10 km-loop die hij de zondag ervoor had gedaan, ging onverwacht veel makkelijker dan hij had kunnen vermoeden. Dat had hem weer meer zelfvertrouwen gegeven en vandaar dat hij met een 18 km-training wilde kijken hoe hij er op de lange afstanden voorstond.

Toen hij eindelijk warmgewandeld was en de beenspieren voldoende gerekt had, liep het al tegen het middaguur. Het was zijn intentie om ongeveer 10,5 per uur te gaan rennen, een uursnelheid die hij nodig had om de halve binnen de 2 uur te kunnen voltooien. Dat was altijd zijn minimale streeftijd. Als hij dat nu ruim 18 km kon volhouden, zou het twee weken later in Het Twiske met de 21,1 ook mogelijk moeten zijn. Hij zag zijn gps-horloge vrij snel waarden boven de 10 per uur aangeven. maar toch ging het niet helemaal lekker soepel die eerste kilometers. Zijn linkerknie deed zich, zoals wel vaker, licht gevoelen en zijn blaas liet zich ook niet onbetuigd. Terwijl hij, net voor hij de deur achter zich had dichtgetrokken, nog een keer extra was gaan plassen. Afijn, dat zou op den duur allemaal wel loslopen. Coach Dolf meldde zich al heel snel met zijn vaste riedel: 'dat gaat lekker zo. Je hebt er alweer 500 meter opzitten. Je laatste interval ging in 9,7 km per uur. Even aanzetten, je loopt 2 minuten en 5 seconden achter op jouw doel. Jouw verwachte eindtijd is op dit moment 1 uur 50 minuten en 32 seconden'. Dit verhaal, met wisselende aanmoedigingen en tijdsindicaties, zou hij nog 36 keer horen die middag. Nuttige informatie, maar soms was hij licht ontstemd dat net die mooie muziek erdoor werd onderbroken.

De hartslagmeter liet hij voorlopig thuis. De laatste keer dat hij hem had gebruikt, sneed de elastieken band in zijn borst en leek het alsof hij op die plek met een mes bewerkt was. Dus hij had geen hartslag om op te letten. Zijn blaas kon hij niet negeren, ondanks dat hij het plan had opgevat om deze ook maar eens aan een flinke training te onderwerpen. De aandrang die dit lichaamsdeel veroorzaakte. leidde hem te veel af van het lopen. Dus toen hij de bebouwing van Diemen-Noord achter zich had gelaten en hij zag dat het ver voor en ver achter hem helemaal uitgestorven was op het fietspad, stopte hij het rennen en zijn Garmin en daalde hij af naar de onderkant van het dijkje waarop hij zich bevond. Pas toen hij stilstond bij de boom van zijn keuze, kondigde Dolf aan dat de meting automatisch was gepauzeerd. Het legen van de blaas luchtte lekker op en gaf hem daarna de gelegenheid zich helemaal op het rennen te concentreren. De oorknopjes bleven zowaar in zijn oren zitten, omdat deze nog droog genoeg waren. Zat hij de eerste paar kilometers volgens zijn coach boven zijn geplande tijd, ineens had hij een aardige voorsprong op die streeftijd te pakken. Dat gaf hem een extra stimulans, zo in het eerste deel van zijn lange tocht. Langs de woonwijk zag hij nog wel wat collega-renners maar daarna waren het vooral fietsers en wielrenners. Een man op een bankje bij het Diemerbos, halverwege het stuk van de Muiderspoorbrug naar Driemond, was de enige voetganger die hij lange tijd tegenkwam. Hij liep nu tegen de wind in en dat ging wat minder soepel. Het kostte hem daarom meer energie dan het gedeelte ervoor.

Hij dacht aan hoe hij een maand eerder aan de andere kant van Driemond langs het kanaal richting huis rende. Toen had hij de wind in de rug maar het ook koud. Nu met wind tegen had hij daar helemaal geen last van. Zou dat dikkere renshirt toch het verschil maken? Of was de temperatuur gewoon hoger dan toen?

Jamie Hartford zong met Emmylou Harris:

Lost forever is yesterday
I don't believe in tomorrow
I used to dream of a pot of gold
But it only brought me sorrow
I used to think that the road stretched on
And went this whole world around
But now I've have learned to live my life
Before the sun goes down

Cause tomorrow, when it finally comes
And the curtains of dawn have faded away
The hopes of many, are crushed to dust
Find there ain't nothing but today

Zeer toepasselijke regels over een weg die eindeloos door lijkt te gaan en het leven van je leven bij daglicht. De laatste zin, daar ging het hem vooral om. 'Dat ik vandaag en met dat mooie weer hier lekker aan het rennen ben, is het enige dat nu telt'. Na 7 of 8 kilometer kreeg hij vaak een kleine dip, en zo ook nu. Als je lekker loopt, maakt het niet uit wat voor muziek je hoort, maar als het minder gaat is wat steviger of heel erg mooie muziek een goede hulp om over het moeilijke punt heen te komen. Hij rende door Driemond, waar hij verwacht had voor het rode verkeerslicht op de kruising met de Provinciale weg te zullen stilstaan. Maar het licht, ging net op groen toen hij daar gearriveerd was, omdat een wielrenner, die hem even daarvoor langs kanaal gepasseerd was, ervoor stond en op de knop gedrukt had. 'Dan maar verdergaan', dacht hij. Moeizaam ging het de Weesperbrug op. Schuin naar de zijkant aflopend fietspad dat ook nog eens omhoog of naar beneden gaat, loopt niet zo lekker. De voorsprong op de geplande tijd die hij had opgebouwd, verdween hier weer als sneeuw voor de zon. Hij zakte zelfs even terug naar onder de 10 km per uur.

Het werd onderhand tijd om een gelletje te nuttigen. Dat zou hij doen zodra hij langs de brug naar beneden was gelopen en overgestoken naar het fietspad langs het kanaal. Op een rustige plek opende hij het stukje plastic op de aangewezen manier en bracht het naar zijn mond. Er kwam echter bijna niets uit omdat er nauwelijks een gaatje in de verpakking was ontstaan. ´Dan maar even stoppen om het geval beter te openen´, dacht hij. En daar was zijn lichaam ook wel even aan toe. Na enig moeizaam gedoe met het gladde en plakkerige verpakkinkje kon hij de naar cola smakende inhoud naar binnen zuigen. De smaak was zowaar redelijk en het zoete goedje werd met een paar flinke slokken water weggespoeld. Hij moest nu een tweede, veel kleinere brug over om zijn weg langs het kanaal te kunnen vervolgen. Al die tijd had hij het afval van de opkikker in zijn handen. Hij hoopte op een prullenbak bij een bankje aan het water. Die vond hij pas bij de derde zitplek die zich aandiende. Na de korte, staande rustpauze van even eerder, was hij wat makkelijker en vlotter gaan rennen en zijn snelheid ging daardoor opnieuw omhoog. Zo ging hij ten tweeden male de virtuele achterstand op zijn vooraf ingestelde eindtijd verkleinen.

Op een van de mooiste en rustigste gedeeltes van het parcours zag hij een vrouw met een hond bij het water. Zij zat gehurkt en probeerde met haar telefoon een foto van het dier te maken. De hond was echter veel te beweeglijk en te speels om stil te blijven staan, waardoor het de vrouw niet goed lukte om een plaatje te schieten. Ze verloor zelf één tel licht haar evenwicht. In het voorbijlopen riep hij ´even stilstaan graag´ in de richting van bazin en hond. Hij zag dat de vrouw met een lachend gezicht haar hoofd zijn kant opdraaide. Hij had dus succes met zijn opmerking. De hele tijd lette hij goed op of er geen passagiersboten zich vertoonden op het water van het kanaal. Maar geen enkel cruiseschip liet zich zien, alleen een leuk klein bootje, genaamd 'Stad Dockum'. Dit was niet het formaat en type schuit dat hij aan zijn verzameling botenafbeeldingen wilde toevoegen. Op meerdere plaatsen lagen er bladeren en eikels op het pad. Dat was verder perfect droog, waardoor deze seizoensbedekking geen last of slipgevaar opleverde. De kilometers 10 t/m 14 liep hij keurig in tijden net onder de 5:40 minuten. Dus aardig volgens zijn planning. De achterstand op zijn vooraf bedachte tijd liep gestaag terug. Op een gegeven moment bedroeg hij nog maar 6 seconden. Het oversteken bij winkelcentrum Maxis is altijd even goed opletten omdat er op de toegangsweg op zaterdag altijd van twee kanten veel verkeer komt. Nu was het net van één kant even stil en kom hij gemakkelijk tussen de langzaam naar de voorrrangskruising optrekkende voertuigen door rennen. Een behoorlijk corpulente verkeersregelaar liep voor de ingang van het winkelcentrum op het fietspad. In de bekende dikke, reflecterende kleding zal de man het ongetwijfeld flink warm hebben gehad.

Het was in ieder geval warm in de zon en uit de wind achter de energiecentrale en het leek wel weer heel even zomer op de laatste dag van oktober. Hier in dit met veeroosters afgeschermde natuurgebiedje liepen de schapen vrij op en rond het pad. Best veel fietsers verplaatsten zich in beide richtingen over het asfalt. Ergens zong Emmylou Harris, begeleid door The Nash Ramblers, 'This is the day'. Om nog maar eens te benadrukken dat het om vandaag ging en om deze training waar hij met zoveel plezier naar had uitgekeken. Al geruime tijd was hij bezig geweest om de oorknopjes, die voortdurend uit zijn oren dreigden te floepen, terug te duwen. Het versnellen, toen het pad iets omhoog liep bij Fort Diemerdam, ging nog makkelijk. Aan het einde van het dijkje dat volgde raakte hij ineens toch vermoeid en wilde hij zelfs heel even stoppen. Precies toen kwam er een loper van de andere kant aan. Hij wilde zich niet laten kennen en rende toch maar even verder, tot hij weer bij het kanaal kwam. Daar stopte hij en dronk een paar slokken water. Wat meters wandelen, was hij meestal deed als hij tijdens het hollen pauzeerde, ging niet omdat de Looptijden-app alleen bij stilstaan automatisch pauzeert. En het was hem te onhandig om zijn telefoon uit de armband te pakken en de meting handmatig tijdelijk te stoppen.

Hij hoopte op een loper of loopster aan de overkant van het kanaal om zich aan op te trekken, net zoals bij een eerdere keer toen hij op die plek even was gestopt. Die vertoonde zich zowaar, precies toen hij weer wilde vertrekken en exact op zijn hoogte langs het kanaal. De loper in het oranje shirt, die hem nog wat langer had laten doorhollen, was aan zijn kant al uit het oog verdwenen. Toen hij zichzelf juist weer in gang had getrokken, voelde hij ineens dat zijn maag leeg was en daarom trok hij maar de bananen-mueslireep tevoorschijn die hij nog bij zich had. Hij verorberde het mierzoete ding snel om de hongerklop te voorkomen. Of had hij die even daarvoor al aan den lijve ondervonden? Hij kon wel zonder enorme inspanning gelijk op lopen met de collega aan de overkant van het water en hij hield het zelfs vol tot het einde van het pad. Het lukte, volgens Dolf, niet meer om de vooraf geplande tijd te halen. Gelukkig is de meting van een gps-horloge altijd nauwkeuriger dan van een app op een budget-smartphone. Bovendien had hij bij het stoppen consequent de tijdmeting op het horloge stilgezet, terwijl de app dat zelf moest doen en er derhalve altijd wat achteraan sukkelde. Toen zijn audiocoach aankondigde dat hij zijn doel had bereikt, zette hij direct de meting op zijn horloge stil en was hij blij dat hij klaar was. Die op de telefoon stoppen kost altijd meer moeite. Simpelweg door het plastic van de armband heen op de stopknop drukken werkt meestal niet. Dan is de enige oplossing om de telefoon uit de armband te halen en direct op het scherm op de knoppen te drukken. Ook dat kost hem, met het daglicht dat erop schijnt, steevast enige moeite. Volgens Garmin was hij aardig in de buurt van zijn streeftijd gekomen, volgens Dolf zat hij er anderhalve minuut boven.

Hoewel deze training, vooral door het gedwongen stoppen na 16 km niet helemaal gunstig verlopen was, had hij de halve marathon nog niet uit het hoofd gezet. Als het inderdaad de hongerklop was geweest, die hem ineens dat vermoeide gevoel had bezorgd, was het gewoon een kwestie van een betere en vooral eerdere bevoorrading. Hij zou tot na de 10 km-loop, die hij het weekeinde erna ging verhapstukken, wachten met de beslissing voor welke afstand hij bij zijn eerste Twiskemolenloop van de nieuwe serie zou gaan inschrijven. Hij had altijd de 10 EM als eventueel minder zwaar alternatief achter de hand. Maar zijn hart ging nog steeds uit naar die halve marathon.

Het einddoel of de reis ? (5 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 4 oktober 2015 15:56

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Alweer geruime tijd geleden zag ik in een werkstuk van mijn jongste dochter over de beroemde Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway, een afbeelding met de tekst “It is good to have an end to journey toward; but it is the journey that matters, in the end.”. Het schijnt een beroemd citaat van hem te zijn, maar ik was het nog nooit eerder tegengekomen. Normaal gesproken ben ik geen aanhanger van het delen van dergelijke citaten met Engelstalige teksten omdat zo ongeveer iedereen dat doet op de sociale media. Dit is echter wel een zeer toepasselijke spreuk, die misschien bij vertaling naar onze mooie taal toch iets van zijn zeggingskracht verliest. Als ik toch een poging waag: 'het is goed om een einddoel te hebben om naartoe te reizen, maar uiteindelijk is het de reis waar het om gaat'.

Ik moest er daags na mijn laatste hardloop-exercitie direct aan denken. Vorig jaar, op een prachtige, warme zaterdag begin oktober, had ik een reeds lang in mijn hoofd zittende route van Breukelen naar huis gelopen. In verhalende vorm heb ik daarover verslag gedaan in een eerdere blog. Als ik eenmaal een mooie, prettige of interessante route of loop heb ontdekt, maakt ik er graag een vast terugkerend item, oftewel een traditie van. Nu ging ik dus, omdat ik prettige herinneringen had aan deze 'reis', voor de tweede keer het lange traject langs het kanaal aanvallen. Met drie gordels om mijn middel, voorzien van twee flessen water, twee gelletjes (die ik toevallig kort daarvoor had aangeschaft in een starterspakket van AA-Drink) en een drietal Sultana-achtige pakjes vruchtenkoeken, ging ik met de trein naar Breukelen. Ja dat is de plaatsnaam waarvan de New-Yorkse wijk Brooklyn is afgeleid. Een piepkleine connectie met de New York-marathon dus. Oh ja, ik had ook nog een banaan en een pakje gesteriliseerde melk in de zakken van mijn renjas. Om vooraf te verorberen, zodat ik met voldoende brandstof in de tank van start ging.

Omdat ik vorig jaar bij, voor begin oktober, hoge temperaturen (ongeveer 21 graden) het eerste saaie stuk aan de westkant langs het Amsterdam-Rijnkanaal in de zon liep, en ik aan de andere kant van het water alleen maar door bomen omzoomde fietspaden en dus lekkere schaduw zag, was ik in het voorjaar al eens die kant op gefietst en had ik dit fietspad aan de oostkant verkend. Derhalve wandelde ik nu in Breukelen de brug over en zocht zo snel mogelijk de oever van het kanaal op, waar ik begon te lopen. Het zonnetje scheen en de temperatuur was alleszins redelijk. Wel moest ik mijzelf er vrij snel op attent maken dat ik begonnen was aan de ren waar ik zo naar had uitgekeken. Ik was wat betreft mijn bovenlichaam niet heel warm gekleed, eigenlijk berekend op iets hogere temperaturen. Maar in de zon was het prima uit te houden. Zodra ik de hoge bebouwing van Breukelen achter mij liet en op het pad onder de bomen terechtkwam, trok er ook een flink grote wolk voor de zon. De oostenwind was niet hard, maar eigenlijk best fris daar langs het water. Dat voelde ik wel, maar ik besloot er geen aandacht aan te besteden. Want aan deze zijde van het kanaal was het een en ander te zien en te genieten. Meer dan aan de westkant waar je langs een saaie, rechte weg, ingeklemd tussen het kanaal en de spoorlijn op het fietspad liep.

Iedere hardloper kent dat gevoel: rennen gaat het lekkerst op de momenten dat je nog fit bent en geen last hebt van vermoeidheid, verzuring of pijn. Maar als je een bepaald einddoel wilt bereiken moet je soms afzien of pijn lijden. Als je dat dan voor elkaar hebt, ben je daar weer blij mee, onthoud je dat en vergeet je de geleden pijn, het afzien of de ontberingen. De reis heeft je dan je einddoel doen bereiken en wordt in je herinnering mooier dan hij in werkelijkheid was.

Eerst een stukje bos met aan het einde een soort parkje, daarna een klein weiland met een boerderij. Mooi groen en heerlijk rustig, ik kwam alleen een enkele wandelaar of fietser tegen en had bewust een kalme tred van net onder de 10 per uur, omdat ik nog een eindje moest. Jammer dat die zon achter de wolken hing en ik had toch een beetje spijt dat ik niet die wat dikkere rentrui droeg, die ik vooraf gedacht had aan te trekken. Ik verlangde zowaar naar de zon en de warmte die ik vorig jaar aan de overzijde had ondergaan. Een nadeel van dit traject is dat, zodra ik mijn eigen huis verlaat, ik geen legale mogelijkheid meer heb om mijn blaas te legen. Tenzij ik een tussenstop zou maken op Amsterdam Amstel, waar de spoorwegen als enige station op mijn rit openbare toiletten aanbiedt. Dat zou mij een half uur vertraging hebben opgeleverd omdat mijn bestemmingshalte maar twee keer per uur wordt aangedaan. Ik had in Breukelen dus al een keer misbruik moeten maken van een rustig gelegen bosschage aan een fietspad langs het water. Ik weet dat dit bij de wet verboden is, en ook niet netjes maar ruim 23 km gaan hollen met een volle blaas is voor mij geen optie. En sowieso is mijn overactieve blaas mij altijd de baas.

Van te voren had ik al bedacht om, net als een jaar eerder, om mijzelf niet overhoop te lopen, na iedere 5 km 500 meter te wandelen. Dat werd de eerste keer ongeveer 350 meter eerder omdat mijn blaas zich alweer liet gelden en ik mij toen nog op een stil stuk zonder andere fietspadgebruikers bevond. Deze keer moest één boom het ontgelden en gelukkig liet mijn blaas mij daarna verder met rust. Omdat ik toch al gestopt was, besloot ik de meters tot het 5 km-punt dan maar meteen te wandelen. Het werd nog wat frisser maar ik wilde toch mijn renjas om mijn middel laten. Het lopen ging redelijk maar niet overdreven soepel. Ik had ook wel een risico genomen door 6 dagen na de loodzware Dam tot Damloop dit lange avontuur aan te gaan. Het was echter wat weer betreft zo'n mooie zaterdag (wie weet voorlopig wel de laatste?) en ik wilde deze tocht zo graag maken. Omdat ik een half jaar eerder daar al voorgefietst had, wist ik dat ik door het gehucht Kerklaan moet steken om bij de oprit van de Loenerslootsebrug te komen. De woonstraat waarover ik rende heette ook Kerklaan. Er was alleen geen kerk te bekennen. Wel een schoolgebouw aan de ene kant en een oude boerderij aan het andere einde.

Hoewel ik daar toch aardig in getraind ben, viel het brugop-rennen helemaal niet mee. Ik was dan ook blij dat ik bijna aan het andere einde, rustig stappend de lange metalen trap naar beneden kon nemen. Deze bracht mij weer terug naar de westzijde van het lange water. Hier ging ik voort op een zeer stille B-weg, waarop slechts een enkele auto en een paar wielrenners mij tegemoet kwamen. Ik zag weer de kasteeltoren tussen de bomen en prentte goed in mijn hoofd dat de plaats waar deze stond vlak bij de brug was. Dat zou ik thuis gaan nazoeken. Het bleek Loenersloot te zijn, logisch zo vlak bij de gelijknamige brug. Nu nog een korte tijd lopend vlak langs de spoorlijn, zag ik daarop achtereenvolgens een Duits ICE-treinstel (niet zo vreemd richting het oosten), een Thalys (die gaan toch alleen van Amsterdam naar het zuiden?) en een oude, bordeauxrode Hondenkop. Een type dat ik al jaren niet meer gezien had en waarvan ik dacht dat het alleen nog in het Spoorwegmuseum te bewonderen zou zijn. Over iets minder dan 3 km mocht ik weer een stukje wandelen en ik maakte mijzelf vocaal duidelijk dat ik nu aan het doen was, wat ik zo graag deed: eindenweg rennen. Maar voelde het ook zo? Was ik wel bezig met de reis waarop ik mij zo verheugd had en waaraan ik zulke goede herinneringen had? Ik ging tegen mijn gewoonte in aan de rechterkant van de weg lopen, omdat daar een beetje zon was. Ik vond het nog steeds ietwat aan de frisse kant. Gewoon stug doorlopen, dan komt dat 10 km-punt vanzelf.

Bij mijn favoriete trimlopen, zoals de Twiskemolenloop en de Geinloop, neem ik mij altijd vooraf voor om alleen maar te gaan genieten van het mooie parcours en van het lopen zelf. Als ik dan eenmaal bezig ben, ga ik toch harder lopen dan ik van plan was, worden mijn snelheid en tijd ondanks mijn goede voornemens vaak belangrijker dan het genieten. En ik ben dan meestal erg blij met mijn eindresultaten, speciaal bij nieuwe persoonlijke records. Het einddoel overschaduwt dan toch het belang van de reis.

Via een man, die stond mee te kijken toen ik laatst een passagiersboot aan het fotograferen was, kwam ik achter het bestaan van een website waarop je precies de locatie van iedere boot op de wereld kunt achterhalen en volgen. Vergelijkbaar met sites als Flightradar24, waarop je vliegtuigen kunt volgen. Zelf bedacht ik later dat er dan ook wel apps moesten zijn met dezelfde informatie over schepen. Een hobby van mij is, zoals ik al vaker vermeld heb in mijn blogs, het aanleggen van een verzameling met zelfgemaakte foto's van, liefst luxe, riviercruiseschepen. Ik had de bewuste website en de gedownloade app uiteraard voor mijn vertrek van huis goed bestudeerd en er waren op dat moment geen doelschepen onderweg op het deel van het kanaal waar ik actief was. Dus hoefde ik niet steeds over het water te turen, een ontspannen gevoel. Maar ja, er zal toch maar net zo'n indrukwekkende boot in volle glorie langsvaren. Die wil ik dan wel vastleggen voor in mijn archief. Dus hield ik de waterweg wel goed in de gaten. Dat is voor mij een soort tweede natuur geworden. Dus werd ik een beetje nerveus toen ik langs het enige gedeelte op het hele traject liep, waar een beboomd stukje het water aan mijn zicht onttrok. Zou daar niet net één van mijn doelwitten langsvaren terwijl ik dat niet kon zien, laat staan fotograferen? Zag ik door de bomen heen een cruiseschip? Gelukkig was dat niet het geval en kon ik onbekommerd verder. Ongeveer ter hoogte van dat bosje lag een stel koeien op precies dezelfde wijze bij een hek in het weiland als ik waar ze een jaar eerder daar had achtergelaten.

Niet veel later had ik de 10 kilometers voltooid en kon ik even wandelen. Het was nu tijd voor het eerste gelletje ooit in mijn hardloopcarrière. Omdat het consumeren ervan voor mij dus nieuw was, leek het mij het verstandigst dit al wandelend te doen. Als de zoete en plakkerige dikke drap beviel, kon ik het andere exemplaar later rennend wegwerken. Meteen een soort training in deze vaardigheid. Omdat ik nog niet halverwege mijn reis was en pas 3 km van het langste stuk van 9 km tussen de Loenerslootsebrug en Driemond had afgelegd, at ik er maar direct een Sultana achteraan. Voor ik dat driedelige ding naar binnen had kunnen werken, waren de 500 meters afweer voorbij en moest ik weer in de hoeven. Ik kwam nu in de buurt van de drie boerderijen die daar zo mooi net achter de dijk en tegen de weilanden aan liggen. Er leek daar ook weinig veranderd. Een kind sprong rond op een ronde trampoline en een vrij groot persoon (een tiener?) zat op een schommel. Ik moest door, want pas bij 15,5 km mocht ik weer even gas terugnemen. Dan zou ik Driemond nog net niet bereikt hebben, maar dat was van later zorg. Ook een lange hardloopreis moet je soms in etappes afwerken en derhalve als zodanig benaderen.

Van de Dam tot Damloop weet ik het zeker, daar is het einddoel voor mij de hoofdzaak. Het kunnen laten zien van de medaille en de wetenschap en het besef dat ik weer een keer deelgenoot ben geweest aan het grootste sport- en hardloopfeest ter wereld, daar draait het om. Van de DtD-reis vind ik toch maar een paar stukjes echt leuk en bijzonder. Zoals de IJtunnel en de Dam in Zaandam.

Eerst kwam Fort Nigtevecht eraan, op 12,5 km. Het dijkhuisje dat er vlak voor stond is altijd een keerpunt bij de twee langste afstanden van de Geinloop. Een kilometer daarvoor was ik ongeveer op de helft van mijn tocht en reeds 75 minuten aan het rennen. En daarbij al 2,5 uur van huis. Het stukje voor het fort zou ik onder de bomen vandaan komen en ik dacht dat mij daar aan het zonnetje wat te kunnen warmen. Toen die warmtegevende lichtbol net op dit moment achter wat wolken schuilging, vond ik het genoeg en deed ik mijn jasje aan. Als je het net niet echt koud maar ook niet lekker warm hebt, loopt het toch een stukje minder prettig dan wanneer het gewoon lekker aanvoelt. Meters verderop ging de smalle weg per slot van rekening weer terug onder de bomen en kwam er van opwarmen voor zeker niets meer. Ik ging daarom maar verder met het verhapstukken van het resterende deel van de aangebroken Sultana, dat ik nog in mijn heuptasje bewaar had.

Het lopen ging niet super, al waren de benen nog niet echt moe of verzuurd. Toch naderde ik Driemond zonder al te veel moeite en besloot ik door te gaan tot ik de bebouwde kom bereikt had. Dat was toen mijn horloge 15,9 km aangaf. Door die woonstraat was het toch niet lekker rennen en dus kwam het goed uit dat ik het in gewone pas kon doen. Mijn plan was toen eigenlijk om een bankje in de zon op te zoeken en daar korte tijd op plaats te nemen. Het straatmeubilair dat ik in gedachten had lag nu echter niet op mijn route en daarom wandelde ik door, over een brug weer richting het kanaal voor het vervolg van mijn traject. Daarvoor had ik overigens wel verschillende mogelijkheden ten aanzien van dit scharnierpunt op de route overwogen. Opties om de reis te bekorten dan wel af te breken, wel te verstaan. Zo was de meest drastische keuze om net aan de andere kant van de Weesperbrug de bus te nemen naar station Weesp en daar de trein naar huis. Ook kon ik die 3,5 km hardlopend dan wel wandelend overbruggen. De bus was eigenlijk al afgevallen omdat deze op zaterdag maar eenmaal per uur reed en dat tijdstip al was gepasseerd. Ook naar en door Weesp rennen, dan wel wandelen sprak mij niet echt aan en de noodzaak was nog niet werkelijk aanwezig. Ik koos de allerlaatste mogelijkheid: doorrennen langs het kanaal richting huis met de eventuele ontspanningsroute om via de spoorbrug ruim 2 km verder alsnog richting station Weesp af te buigen.

Er zullen er vast wel zijn, maar de meeste hardlopers die zich inschrijven voor een marathon doen dat zeker niet omdat ze zo graag die 42,2 km willen hollen. Nee, ze willen voor zichzelf en voor anderen bewijzen dat ze dat aankunnen, zo´n monstertocht. Het is natuurlijk ook niet niks als je een medaille van pakweg de marathon van Amsterdam, Rotterdam, of nog mooier die van London, Berlin of New York kunt laten zien. Hier telt echt het einddoel en niet de reis want die is volgens mij heus geen pretje.

Ik wist dat er, terug bij het kanaal, een bankje langs het fietspad moest staan. Alleen had ik verkeerd in mijn hoofd dat de zon erop zou schijnen. Dus liet ik die rustplek in de frisse schaduw maar links in het gras staan en wandelde ik weer verder. Na 500 meter kuieren stopte ik even en deed al staande een paar beenstrekkingen. Even pas op de plaats maken zorgde al voor een beetje rust voor mijn benen. Ik besloot 100 meter extra te wandelen zodat ik bij 16,5 km weer verder ging rennen. Tijd om al hardlopend mijn tweede gel te consumeren. Dat ging zonder problemen maar je houdt, als je klaar bent, alleen zo'n kleverige verpakking over. En ietwat plakkerige handen. Daar bracht de waterfles, die ik toch nodig had om de zaak weg te spoelen, gelukkig uitkomst. De volgende keer zal ik wel een boterhamzakje in mijn heuptasje meenemen om het geheel in te verpakken. Intussen naderde ik de Muiderspoorbrug en zag ik op het water iets dat mij beviel. Er kwam, nog aan de andere kant van de brug, een passagiersboot aan vanuit de richting Amsterdam. Ik rende rustig door tot het schip dicht genoeg in mijn buurt kwam, stopte tijdig en haalde snel mijn pocketcamera tevoorschijn om zoveel mogelijk plaatjes te kunnen schieten. De Nederlandse Poseidon is weliswaar geen supergrote of -mooie boot, maar dat maakte mij niet uit. Toen ik mijn camera weer stond op te bergen zei een wielrenster mij gedag en dat is altijd leuk.

Na deze niet-geplande maar welkome rustpauze, vond ik dat ik de reis wel volgens zijn oorspronkelijk uitgedachte traject kon voltooien. Ik ging derhalve niet gebruikmaken van de spoorbrug. 18,5 km had ik inmiddels voltooid en die 5000 resterende meters konden er ook nog wel bij. Waar ik mij nu bevond, kan ik het wel dromen en 3 km verder mocht ik nog voor de laatste keer een stukje wandelen. 1500 meter later bedacht ik dat het handiger zou zijn dat rustpunt een kilometer te vervroegen. Nog voor ik dat punt bereikte, herkende ik een eindje voor mij het silhouet van mijn vrouw op de fiets. Zij kwam mijn kant uit gereden om mij op te vangen en tijdens het laatste stukje te begeleiden. Van wandelen kwam niets meer, want nauwelijks hadden wij elkaar bereikt of ik zag iets voor ons op het water weer een cruiseschip. En wat voor een!! Wat mij betreft een boot van de buitencategorie. Dus snelde ik voort om op een gunstige plek mijn plaatjes te schieten. Dat werd pal bij de Diem, een plaats waar ik al vaker passagiersschepen had vereeuwigd. Niet alleen het uiterlijk van het vaartuig en de lichtomstandigheden zijn van belang om een mooie foto te maken maar uiteraard ook het decor waarin de boot wordt vastgelegd.

Het laatste deel van mijn reis, 2,5 km om precies te zijn, ging zonder noemenswaardige problemen maar ook zonder verdere gedenkwaardige momenten. Behalve de glimlach van een jonge wielrenster die mij een ultieme opkikker gaf voor dat laatste stukje. En het viel mij op dat dit stuk fietspad richting de gemeentegrens van Amsterdam, vele malen drukker was dan de hele voorgaande ruim 20 km bij elkaar. Toegegeven, het is ook het enige deel dat direct langs een grotere woonwijk ligt. Vooral de vele, hard voorbijscheurende brommers trokken negatief de aandacht. Mijn ervaring is dat hoe dichter bij de grote stad, hoe meer van die krengen je tegenkomt. Daaruit zou je de voorzichtige conclusie kunnen trekken dat stadsmensen luier zijn dan hun buren in meer landelijke gebieden. Op het hele traject tussen Breukelen en Diemen had ik er volgens mij welgeteld één gezien. Na het stopzetten van mijn gps-horloge stond ik nog even bij te komen en uit te blazen. Mijn vrouw raakte intussen met een bekende aan de praat. Ik nam daarop mijn gewoonlijke uitwandelpad, dat mij met een omweg naar huis bracht. Een hardloopreis kan nog zo lang en mooi zijn, uiteindelijk wil je toch naar je definitieve doel, je eigen thuis. Of: al bedenk je nog zulke einden weg om te gaan rennen, uiteindelijk je ren je weer zo snel mogelijk naar huis. Behoorlijk moe kwam ik daar aan, maar wel zeer tevreden dat het eindresultaat was dat ik de hele reis had kunnen voltooien. Hij werd er zelfs al een beetje mooier door. En ik begon eigenlijk meteen met het maken van plannen voor een volgende tocht.

Één keer per jaar (6 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 22 september 2015 20:17

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Één keer per jaar, ergens in de tweede helft van de maand september, laat ik de kleine loopjes voor wat ze zijn. Dan stap ik in de trein naar Amsterdam Centraal en reis ik samen met veel andere lopers, want een aardig deel van de treinreizigers draagt hardloopkleren. Aangekomen op het station, zie ik nog veel meer renners en als ik aan de stadszijde naar buiten kom, zie ik bijna niets anders dan collega-liefhebbers.

Één keer per jaar stort ik mijzelf dus in de massa, duik ik erin, dompel ik mijzelf onder in het grootste loopfestijn van het land, de Dam tot Damloop. Ik voeg mij bij mijn teamgenoten, meestal zo'n 60 tot 70 in getal en ga met hen meerdere keren op de foto. Daarna zoek ik in de drukte een vrije plek bij een van de vele mobiele urinoirs. Één keer per jaar heb ik er geen problemen mee om met heel veel mensen dicht in de buurt mijn blaas te ledigen. En ik ga aansluitend een beetje loslopen en opwarmen. Vervolgens begeef ik mij naar het aangewezen startvak, waar ik met enige mazzel nog wat aan mij bekende teamgenoten tref. Dat is met een kleine 3000 starters in een vak echter geen vanzelfsprekendheid, je bent elkaar zo kwijt. En zie je maatje(s) dan maar weer eens terug te vinden.

Één keer per jaar zie ik het startvak voor het mijne leeglopen en de lopers vertrekken. Dan rukken wij op naar de startstreep, worden toegesproken door een BN-er of door de speaker van dienst, die opzwepende teksten bezigt om eenieder ook geestelijk klaar te stomen voor de voor ons liggende monstertocht. Overigens nadat er, weer verzorgd door een bekend persoon, een gezamenlijke opwarming op muziek is geweest. Ongeveer anderhalf uur lang word ik dan onderdeel van het 16,1 km lange loperslint dat zich onafgebroken van Amsterdam naar Zaandam beweegt. Tijdens het lopen besef ik het niet zo, maar ik neem dan deel aan de grootste bedrijvenloop te wereld en aan de grootste 10 EM-loop op deze aardbol. Eigenlijk wel iets om even bij stil te staan. Maar dat doe je natuurlijk, althans letterlijk gezien, liever niet tijdens een hardloopevenement.

Één keer per jaar weet ik dat het geen zin heeft om te denken aan de verbetering van mijn pr op de 10 EM. Daarvoor is het parcours tussen Amsterdam en Zaandam echt te zwaar en vooral ook veel te druk. In het begin lijkt het, zoals meestal bij een georganiseerde loop, allemaal nog erg makkelijk. Er is op de Prins Hendrikkade redelijk wat ruimte om je eigen ritme te vinden en ook daarna, de IJtunnel in en naar beneden, is de weg meer dan breed genoeg om die flinke stroom lopers te verwerken. Omlaag gaat het meestal lekker en van eventuele benauwdheid in de tunnel heb je dan nog niet zoveel last. Die bemerk je pas als je op het diepste punt bent aangekomen. Een werkelijk adembenemend gezicht (vandaar ook die benauwdheid), die brede tunnel helemaal vol met renners. En mijn favoriete moment is net voor het weer omhoog gaan, als de hoofden van de lopers voor mij net als golven op het water zijn. Letterlijk en figuurlijk een zee van hardlopers voor mijn neus, dus. Echt heel indrukwekkend en iets om nooit meer te vergeten..

Één keer per jaar weet ik dat ik aan alle kanten ingehaald, voorbijgestoken en afgesneden zal worden. Er wordt altijd in het programmaboekje en ook onderweg op borden melding gemaakt van de bekende spelregel dat de langzame lopers rechts dienen te houden en de snelleren meer links moeten lopen. Niemand bij dit evenement echter die zich daaraan houdt. Of, als ik het minder kritisch formuleer, veel renners die zich niet aan deze regel houden. Dat begint al direct na de start. Het beste is dan ook om aan de ene kant heel goed op te letten en aan de andere kant je niet druk te maken over die hardlooppiraten. Je eigen race lopen, kortom. De eerste kilometers, als het parcours lekker breed is, valt dat doorgaans nog erg mee. Zodra de autoweg wordt verlaten en het slingeren door Amsterdam-Noord begint, moet je overal rekening mee houden.

Één keer per jaar onderga ik de bijna niet aflatende stroom van lawaai uit geluidsboxen. Geluid dat voor muziek moet doorgaan. Ik kan mij in die definitie lang niet altijd vinden maar ik laat het over mij heen komen. Dit jaar waren er gelukkig ook wel prettig klinkende muziekkeuzes te horen. De levende muziek was over het algemeen stukken beter dan de ingeblikte. De vele aanmoedigingen en opbeurende opmerkingen van toeschouwers ('je bent over de helft', 'nog een paar kilometer, houd vol', 'je bent er bijna, nu niet opgeven' ), zijn altijd fijn om te beluisteren. Hoewel ik de rit al menig keer heb volbracht, lukt het mij toch steeds niet om het middendeel van de route in mijn hoofd te visualiseren. Ook dit jaar had ik een moment dat ik afvroeg of ik op deze plek al eens eerder had gelopen of dat er misschien sprake was van een omleiding vanwege wegwerkzaamheden. Pas honderden meters verder herkende ik het weer. De Dam tot Dam eist veel van je, zowel lichamelijk als geestelijk.

Één keer per jaar ben ik niet blij met de soms nauwe straatjes met klinkerbestrating. Vooral omdat daar altijd heipalenmuziek ten gehore wordt gebracht. Vooral het stukje Oostzanerdijk, na ruim 7,5 km, vind ik altijd een crime. Gelukkig komt direct daarna een weer heel prettig, parkachtig stuk onder de bomen bij de Stellingweg. Net als het stuk Barkpad na exact 5 km. Ook langs flats in een beboomd deel van Amsterdam-Noord. De Kadoelenweg en de Stoombootweg lijken altijd eindeloos lang te duren. En dan ben je nog niet eens op de helft. Het stuk langs de doorgaande weg S118 vind ik niet erg. Daar passeer je het 10 km-punt en ben je al een flink eind op streek. Blij ben ik altijd als ik, na ruim 11 km, de Oostzanerdijk, die overgaat in de Noorder IJ- en Zeedijk, bereik. Hier kun je weer ruim lopen. De vermoeidheid begint dan echter meestal te tellen en de bijna 3 km die op die dijk verhapstukt moeten worden, lijken telkens welhaast steeds langer te worden.

Één keer per jaar vraag ik mij, vooral als het erg lawaaierig is zoals op de Zuiddijk in Zaandam, af waarom ik hier in godsnaam loop te rennen (voor zover dat na 14 km en met vermoeide benen en een dito hoofd nog een beetje lukken wil). Ik weet nu dat ik mij, net na het 14 km-bord vooral geestelijk schrap moet zetten. Weer zo'n smal straatje met een onprettige klinkerbestrating en vooral heel veel lawaai van enthousiaste omwonenden. Dit jaar viel het eigenlijk nog mee en was er alleen halverwege de bekende martelgang voor mijn overgevoelige oren: keiharde rotmuziek. Of ik was geestelijk goed genoeg voorbereid, natuurlijk. Alleen had ik in mijn hoofd dat het bij 15 km-bord al einde dijk en linksafslaan geblazen was. Daar had dan ik schromelijk in vergist. Als ik deze kilometer echt door ben, weet ik dat het op de Dam weer heel leuk wordt. Daar ondervind je even wat topatleten als de marathonwereldtoppers en Tour de France-renners meemaken. Aan weerszijden van de weg een haag van enthousiaste toeschouwers achter dranghekken. Dit jaar viel het mij op dat er vooral veel vrouwen staan. Een wow-moment van jewelste. Jammer dat je moet blijven opletten op de mederenners in de directe nabijheid en dus niet steeds van deze massa kan genieten of contact met ze kan zoeken. Dan nog één keer een scherpe bocht, aanzetten om de brug over de Zaan goed op te komen en proberen vaart te houden op het lange rechte eind Peperstraat naar de finish. Direct daarachter stond een Rode Kruismevrouw die mij vroeg of het wel goed ging. Het was voor het eerst dat zo'n ontvangst mij ten deel viel. De vermoeidheid was mij blijkbaar duidelijk aan te zien. Maar op de videobeelden zie ik ook een grote glimlach. Ik had het toch maar weer volbracht.

Één keer per jaar ondervind ik weer dat het na de eindstreep net zo vermoeiend is als ervoor. Door de fuik om medaille, sportdrank en versnapering in ontvangst te nemen is nog prettig, zeker als de uitreiksters van deze spullen een beetje spraakzaam zijn. Dit jaar had ik daarvoor zeker de goede slurf gekozen en hij was ook nog lekker leeg voor mij. De weg naar de kledingtas, een omkleedgelegenheid en naar het treinstation lijkt net zo lang als de 10 EM vanuit Amsterdam. En door dat net succesvol afgesloten akkevietje minstens zo zwaar voor de benen, of eigenlijk nog een stukje zwaarder. Ik weet niet hoe snel ik dat strijdtoneel moet verlaten. Hoewel, dat 'snel' kan ik wel schrappen, daarvoor zijn lijf, leden en hoofd veel te vermoeid. Dat de inspanning bij dit evenement iets met je doet, illustreert het relaas van een relatief jonge man, die ik bij het omkleden in sporthal De Struijk kort sprak. Hij vertelde dat hij na de finish het flesje AA-Drink en de Sultana had aangenomen. Later vroeg hij zich af hoe al die andere lopers toch aan die mooie medaille waren gekomen. Bij navraag bleek hem dat die dus ook direct na de meet werd uitgereikt en moest hij zich helemaal een weg terug door de massa banen om dat begeerde kleinood alsnog uitgereikt te krijgen.

Één keer per jaar is het de hele weg naar huis, tot aan het station in mijn woonplaats, druk tot zeer druk met lopers die allemaal dezelfde medaille om hun nek dragen. Dit jaar zag ik in de trein voor het eerst ook een paar wielrenners die de bij de loop horende fietstocht hadden volbracht. Blij ben ik als ik de rustige weg naar huis kan inslaan en dus al die drukte weer achter mij kan laten. Dan besef ik ook weer dat deze 10 Engelse mijlen zwaarder zijn dan een halve marathon in, bijvoorbeeld, Het Twiske. En toch denk ik dan: volgend jaar wil ik weer even deel uitmaken van dat bijzondere hardloopcircus. En al helemaal nu ik gelezen heb dat ik heb deelgenomen aan het grootste sportevenement ter wereld met welgeteld 85000 deelnemers. Oef, dat is bijna niet te bevatten. Ik ben dan ook uiterst trots dat ik bezitter ben van die apart uitziende medaille, die ik bij nader inzien mooier vind dan bij het eerste aanschouwen.

In Duitsland met Dolf - deel 2 (2 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 23 augustus 2015 17:46

Ook te lezen (met heel veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Tsjonge, wat is die Dolf al op veel plekken op de wereld geweest om er te gaan hardlopen. Om te beginnen zo'n beetje overal in Nederland, want in iedere plaats waar hij een voorstelling heeft, gaat hij vooraf een uurtje of wat op pad. Hij schijnt overal de beste hardlooproutes te kennen of hij vertrekt zomaar in een bepaalde richting. Blijkbaar is hij dan altijd weer op tijd terug bij het theater waar hij moet optreden. Op zich is dat natuurlijk niet zo moeilijk, als je 2 uur de tijd hebt om te lopen, keer je na 1 uur heenlopen gewoon weer om. Maar hij neemt daarmee wel duidelijk een bepaald risico. Want wat nu als hij verdwaalt? Ook in aardig wat buitenlanden was hij al rennend actief. Ik noem zo even uit mijn hoofd Japan, Marokko, de VS, Ierland, de Antillen. En zijn boek is alweer zeker 8 jaar geleden geschreven, dus wie weet wat hij in de jaren daarna nog allemaal heeft uitgehaald? Één land ben ik in zijn werk niet tegengekomen en dat is Duitsland. Ben ik even blij dat ik hem daar naartoe heb meegetroond, al is het slechts virtueel !!! Dolf, ik hoop van harte dat jij er net zo hebt genoten als ik.

In het weekeinde loop ik bij voorkeur op zaterdag maar na mijn flinke afstand op donderdag hadden de benen toch wel twee dagen rust nodig. Dus werd mijn middelste ren op zondag gepland. Deze keer een iets bescheidener afstand van 11 km, waarbij ik de Thülsfelder Stausee nu rechts van mij liet liggen. Het werd onderhand tijd om Dolf te activeren, zodat hij ook wat kon doen voor de kost in plaats van alleen maar gratis in ons vakantiehuis te verblijven. Ik had in de app een bescheiden snelheid van 10 km per uur geprogrammeerd want het was die dag redelijk warm met zon en een temperatuur van boven de 20 graden. Gelukkig lag de route die ik had bedacht voor 90 procent onder de bomen. Dus dat moest goed te doen zijn. Feitelijk ging ik op mijn schreden van drie dagen ervoor terug. Het park uit nu in oostelijke richting en een stukje langs de akkers en velden het bos in. Mijn vrouw vergezelde mij uiteraard weer op de fiets, wat voor haar bij deze weersomstandigheden een stuk prettiger was dan bij de vorige gelegenheid. Vanwege dat mooie en weer en wellicht ook omdat het weekeinde was, waren er veel meer mensen op de been, of liever gezegd op de pedalen, dan die donderdag daarvoor.

Dolf schoot mij weg met de kreet "Pang, de training is gestart". En vanaf het begin meldde hij zich keurig netjes iedere 500 meter met informatie over de afstand die ik al had afgelegd, mijn tijd per kilometer over de laatste interval en de gemiddelde tijd per km over de hele training. De "Prrrrimaaa's" en de "Dat gaat lekker zo's" waren niet van de lucht en hij was dus telkens positief en tevreden over mijn prestaties. Zelf zou hij als loper bij een dergelijke snelheid (rond de 10 per uur dus) waarschijnlijk al snel in slaap gevallen zijn, maar hij besefte kennelijk maar al te goed dat iedere loper zijn of haar eigen talenten en mogelijkheden heeft. Goed, in omgekeerde volgorde ten opzichte van de vorige ren, liep ik dus over de Neumühlerweg via Neumühlen het bos in en een stukje langs de Thülsfelder Talsperre Golfclub naar de Petersfelder Weg. Op het eerste gedeelte van die laatste weg kwam er ineens een gemotoriseerd voertuig onze richting uit. Het bleek een tractor met een soort huifkar erachter waarin mensen (vooral mannen) zaten die zich klaarblijkelijk aan alcoholische versnaperingen tegoed aan het doen waren. Dat concludeerde ik althans toen ik één van deze Leute met een overduidelijk dubbele tong iets naar mij hoorde roepen tijdens het passeren van het voertuig. Toen ik één moment mijn hoofd opdraaide en terugkeek naar die huifkar, meende ik in een flits bierflessen op de tafel te zien staan. Het moet ergens tussen 12 uur en half een geweest zijn, dus die makkers waren er vrij vroeg bij met hun gezuip.

Het was onder de bomen best redelijk uit te houden, zolang ik mij maar niet overmatig zou inspannen. Mijn hartslag bleef in die eerste kilometers keurig tussen de 150 en 160 en met kilometertijden van rond de 5:40 minuten kon ik vrij makkelijk onder de geplande 6 minuten per km blijven. Bij dat prachtig midden tussen de bomen gelegen en chique uitziende Hotel Heidegrund, gingen we rechtdoor. Hier waren we drie dagen eerder over dat heerlijke bospad vanaf het meer naartoe gekomen. Wij bevonden ons op de Drei-Brückenweg, die ons inderdaad naar één brug leidde. Die andere twee heb ik helaas niet kunnen ontdekken. Van fietstochtjes tijdens eerdere verblijven in dit gebied, wist ik dat er na deze brug, die een mooi uitzicht bood over de Stausee aan de ene kant en het riviertje Soeste aan de andere kant, een fietspad kwam dat leidde naar de Grosse Tredde. Ja, dat andere fijne bospad ('Jaco's langepassenpad' ), zoals lezers van deel 1 van dit verhaal zich heel misschien wel zullen herinneren. Dolf was nog steeds tevreden over mijn vorderingen getuige zijn "Ik zeg: goed bezig" en soortgelijke oppeppers. Het fietspad van ongeveer 1 km lengte ging langzaam maar gestaag een tikkeltje omhoog. Aan mijn rechterkant lagen een paar mooie heideveldjes tussen het pad en het meer.

Tijdens de 8ste kilometer had ik, de kilometertijd bekijkende, een kleine inzinking omdat er ineens meer dan 6 minuten op de klok stonden. Zoals ik net al meldde, ging het pad steeds een beetje omhoog en ook de bocht om naar links, was dat tijdens het eerste stukje van de Grosse Tredde op geniepige wijze het geval. Op dit stuk voelde ik het ook echt even flink in mijn benen. Dolf bleef desondanks onverminderd positief en enthousiast. Intussen had ik een flink aantal fietsers zien passeren. Opvallend was dat de lokale bevolking vrolijk en vriendelijk gedag zei, terwijl de toeristen strak voor zich uitkeken. Ik beloonde mijn coach en mijzelf door de resterende 3 km weer ruim onder de 6 minuten te duiken. De 11e km ging zelfs in 5:29. Mijn hartslag bleef netjes rond de 160 (164 als hoogste waarde), dus ik had mij daarbij niet tot het uiterste hoeven inspannen. Het laatste stuk over de Grosse Tredde was werkelijk prachtig met aan de rechterkant af en toe doorkijkjes naar mooie groene bospaden, dito kleine weides en akkertjes vol met tarwe of mais. En dat alles lag te baden in het zonlicht, terwijl mijn vrouw en ik ons lekker in de schaduw voortbewogen. Ik vond het dan ook jammer toen ik het dorp Dwergte bereikte en mijn fijne ren erop zat. Dolf had, nadat ik de meting op de Looptijden-app had gestopt, nog een heel verhaal, waarvan ik de details eerlijk gezegd niet heb onthouden. Bij het instellen van zijn stem als audiocoach liet hij trouwens ook al een heel grappige riedel los. Iets in de trant van: "Ik ben Dolf. Ik loop achter je, of voor je, ik ga met je mee, kortom ik coach je", maar dan nog meer tekst. Hij had mij nu naar de nette tijd van 1:05:13 gepraat. Ruim onder de geplande 1:06 derhalve.

In zijn boek schrijft Dolf dat hij wars is van alle elektronische hulpmiddelen, zoals GPS-horloges. Eigenlijk wel apart voor iemand die zijn stem heeft geleend aan een hardloop-app. Misschien is hij in de loop der jaren een beetje bijgedraaid, minder streng geworden in zijn oordeel. En slimme telefoons met apps waren in 2006-2007 nog geen gemeengoed, volgens mij. Ook lopen op muziek is voor hem, althans ten tijde van zijn geschreven werk, uit den boze. Ik ben op zich met hem eens dat je als loper genoeg hebt aan de geluiden die je om te heen hoort tijdens het rennen. Het liefst natuurlijke geluiden zoals van zingende vogels of het ruisen van de wind in de bomen. En een simpel horloge zou naar zijn mening moeten voldoen om te weten hoe lang je loopt. Daar denk ik, sinds ik in het bezit ben van mijn eerste Garmin, toch heel anders over. Zo gebruik ik, als het nodig is, twee horloges en de app tegelijk. Ik zou niet meer zonder willen.

Op woensdag, de dag voor wij weer naar huis zouden gaan, liep ik nog één keer. In het bos direct achter het vakantiepark, liggen kilometers aan goed beloopbare paden. Hier zou ik graag een keer een flinke ren doen. Maar mijn vrouw zou mij daar niet kunnen volgen op de fiets en zoals ik al eerder meldde, ervaart zij het als erg onprettig als ik daar solo ga lopen rennen. Dus deed ik dat ook nu niet, hoe jammer ik het vond. Zelf had ik niet zoveel zin om op fietspaden langs wegen waar autoverkeer voorbijkomt te gaan lopen. Dus bleef mij geen andere keuze dan om hetzelfde rondje van 11 km van de zondag ervoor nogmaals te volbrengen. En omdat het wederom een redelijk warme dag zou worden, besloot ik tevens dezelfde richting aan te houden. Dan liep ik eerst een stukje in de zon en vervolgens, als de temperatuur allengs verder ging stijgen, het leeuwendeel in de schaduw. Natuurlijk zou Dolf mij vergezellen en het leek mij leuk om de functie te gebruiken waarbij je een eigen, eerder gelopen tijd kunt verbeteren. Dolf zou mij dan richting die tijd coachen. Ik kon in dit geval simpel mijn laatste ren voor dat doel gebruiken, want ik ging de identieke route en -afstand verhapstukken.

Om organisatorisch-technische redenen moest ik, toen ik aan het warmwandelen was op het park, mijn koptelefoontje een keer uit mijn telefoon halen en er weer in prikken. Mijn smartphone trilde en bromde wel een paar keer, maar dat doet het beestje wel vaker, dus daar sloeg ik geen acht op. Zodra ik echter, zoals gebruikelijk vanwege het daglicht dat op het scherm valt , met veel moeite de training en de coaching liet starten, bleef Dolf volledig stil. Omdat er in het verleden problemen waren met de 'ghost running'-optie, ging ik er direct vanuit dat de Looptijden-app mij op dit punt in de steek liet. En ik had die ochtend nog wel speciaal handmatig het programmaatje geactualiseerd omdat ik op deze telefoon een versie of wat achterliep. Aangezien vrouw én dochter die ochtend mijn fietsende secondanten waren en al een eindje weggetrapt, besloot ik het er verder te bij laten zitten wat betreft het functioneren van de app en volledig te vertrouwen op mijn Garmin 310XT.

Het rondje verliep voorspoedig, de omgeving en weersomstandigheden waren weer even prachtig. Ik liep lekker en iets sneller dan één training eerder en wist niet eens of de app wel iets registreerde. Maar na gedane hardloopzaken trok ik de koptelefoon eruit, haalde de Acer uit de armband en zag dat er wel een tijd en een afstand geregistreerd waren. Toen ik op de stopknop drukte, kwam Dolf's stem ineens luid en duidelijk uit de luidsprekertjes. Ik had het naar zijn inzichten weer goed gedaan en hij was zeer tevreden of zoiets. Ik was wel verbaasd, maar dacht er verder niet zo over na en nam het feit dat hij nu wel te horen was voor kennisgeving aan. Ik had op dat moment meer behoefte aan water, schaduw en een stukje uitwandelen.

Tijdens het lopen had ik al bedacht wat ik in mijn blog zou schrijven: ik had een primeur met onze nationale spraakwaterval als Dolf de Zwijger of Dolf de zwijgende audiocoach. Iets in die trant.Terug in het huisje en verbonden met de wifi, sloeg ik de gegevens van de app maar snel online op. Al spoedig kreeg ik een mail van Looptijden.nl: 'Gefeliciteerd! Zojuist heb je het succes 'Spookie' (Versla het spookje met ghost-running.) gehaald'. De functie had dus toch gewerkt en ik had, helemaal zonder Dolf's hulp mijn eigen tijd verbeterd. Dat laatste was voor mij, ondanks de warmte, niet zo'n helse toer bij snelheden van tussen de 10 en 10,5 km per uur gemiddeld. Die kan ik meestal wel redelijk makkelijk aan.

Het uitgebreide verslag over zijn verblijf (en dat van zijn gezin) en gelopen halve marathon in Marrakesh (in Marokko dus) is zeer de moeite van het lezen waard. Daaruit blijkt weer eens dat hij heel veel bezig is met het verzamelen en nuttigen van eten en drinken. De zo onmisbare brandstof voor de langeafstandsloper. En hij beschrijft het zodanig dat het lijkt alsof hij voortdurend aan het eten en drinken is. Of aan het lopen, één van de twee dus. Als eten ook zijn hobby zou zijn en hij deed niet aan hardlopen, zou hij zeer waarschijnlijk een heel ander figuur hebben dan hij nu bezit. Hij slaat bij het vertellen trouwens wel heel vaak zijpaden in. Zo beschrijft hij zijn hardloopavontuur in Japan en pats, ineens gaat hij bij wijze van spreken verder over het feit dat het zo prettig lopen is in Enschede. Als hij bij zijn loopjes kort voor een voorstelling ook steeds zijpaden betreedt, moet hij toch weleens verdwaald zijn en te laat op zijn werk verschenen. Ik heb daar tot nu toe echter nog niets over gelezen. Dus hij of heeft een in zijn hoofd ingebouwde GPS of hij laat dergelijke pijnlijke momenten weg uit zijn relaas.

Om Dolf niet te lang ten onrechte in een kwaad daglicht te laten staan, moet ik dit Duitse vakantieverhaal in Nederland laten eindigen. Eenmaal terug thuis dacht ik: 'ik probeer het gewoon nog een keer met Dolf en 'ghost running' op de app. Met dezelfde telefoon en dito oortjes. Bij het starten zweeg Dolf weer heel stil. 'Dan maar niet' ging er door mijn hoofd. Ik had mijn beide Garminhorloges in de actieve modus om de polsen, dus wat kon mij gebeuren? Een paar honderd meter verder had ik ineens een ingeving. De vorige keer sprak Meneer Jansen plots wel toen ik de koptelefoon eruit getrokken had. Waarom probeer ik dat niet nu tijdens de training? Zo gedacht, zo gedaan en kort daarna hoorde ik het vertrouwde stemgeluid van mijn eigenste coach op een bescheiden volume uit mijn armband komen. Ik had de geluidssterkte namelijk niet zo hoog staan om overbelasting van mijn gevoelige oren te voorkomen. Op een geschikt moment ben ik toen gestopt en heb het volume opgeschroefd zodat ik ten volle kon genieten van de vocale capaciteiten van deze hardloopfluisteraar. Het bleek dus aan de koptelefoon te liggen en niet aan de Looptijden-app. Alleen coachte hij alsof ik geen eindtijd had opgegeven, geen ghost running had ingesteld. Hij vertelde mij slechts de gelopen afstand, de verstreken tijd en de (gemiddelde) tijden per kilometer. Alsof ik niets had ingesteld. Geen enkele mededeling over hoeveel ik voor- of achterliep vergeleken bij mijn vorige tijd. En dus ook niet of ik 'even' moest 'aanzetten' om een eventuele achterstand in te lopen en weer op schema te komen voor de vooraf bedachte eindtijd. Toch een foutje in de software gevonden dus. Maar Dolf was wat mij betreft direct weer in ere hersteld.

Mijn vrouw en ik zijn vast van plan volgend jaar opnieuw (voor de zevende maal) dezelfde kant op te gaan. Of onze jongste dochter ons dan nog vergezelt, zal de tijd leren. Ik hoor al iets andere geluiden van haar. Wat mij betreft hoort Dolf dan wel gewoon weer tot het reisgezelschap. En dat kan, want mijn Plus-abonnement op de Looptijden-app loopt nog tot begin november 2016. Ik denk er hard over om dan Dolf's boek over Ierland, 'Waar het gras altijd groener is', dan mee naar Duitsland te nemen. Al was het alleen al om te kijken hoeveel hij in dat boek over hardlopen in zijn tweede moederland schrijft. Want ik kan het mij niet voorstellen dat hij er niets over zou melden. Dat is voor mij gewoonweg ondenkbaar. Intussen is het doorwerken van 'Altijd verder' uitgelopen op een meerweekse leesmarathon. Dat vind ik echter helemaal geen probleem, want ik zit nog lekker in de wedstrijd en ik heb mij nog geen moment verveeld. Ik denk absoluut niet aan uitstappen, ondanks dat kleine moment van zwakte aan het begin van de route.

In Duitsland met Dolf - deel 1 (2 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 14 augustus 2015 20:01

Ook te lezen (met heel veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Naast het zelf lopen en het schrijven erover, mag ik ook graag lezen over mijn favoriete hobby. Meestal zijn dat blogs, maar een goed geschreven boek vind ik zeker niet te versmaden. Zo heb ik de afgelopen tijd al meerdere titels tot mij genomen, waaronder 'Een geboren renner' van Christopher McDougall, 'Runner's high' van Tim van der Veer en een paar verzamelbundels met korte renverhalen. Tot twee keer toe heb ik tevens een poging gewaagd om het zogezegd 'beste hardloopverhaal ooit geschreven', van John L. Parker met de titel 'Eens een hardloper', door te werken, maar beide keren ben ik daarmee gestopt omdat het mij niet genoeg kon boeien.

Voor deze zomervakantie en met name vanwege ons 10-daagse verblijf in Duitsland, had ik de digitale versie van 'Why we run' van Robin Harvie op mijn tablet gezet. Op het laatste moment, daags voor ons vertrek, heb ik de door hardlopende cabaretier Pieter Jouke samengestelde bundel 'Ik ren, dus ik ben' en het relaas waarop ik al een tijdje aasde, 'Altijd verder', van onze grote vriend en eveneens cabaretier, Dolf Jansen, daaraan toegevoegd. Over die laatste titel had ik al veel positieve recensies gelezen en, naar mij nu blijkt, een deel van een hoofdstuk daaruit al eens gelezen in één van de eerder genoemde bloemlezingen. Dat hoofdstuk was mij prima bevallen. Ook was ik van plan om te gaan rennen met gebruikmaking van de Looptijden-app en Dolf als mijn persoonlijke coach onderweg. Deze heer Jansen zou dus een niet onbelangrijke rol gaan spelen tijdens het verblijf in ons favoriete vakantiepark in het noorden van Oosterburenland. Ik hoop niet dat Dolluffie nu, door het feit dat ik voor de tweede keer in relatief korte tijd een blog aan hem wijd, zal overgaan op blootsvoets rennen. Met andere woorden, dat hij door alle bewieroking mijnerzijds naast zijn lichtgewicht hardloopschoenen zal gaan lopen.

Al snel was ik in Dolf's boek begonnen en meteen in volle ren met hem meegelopen. Tsjonge, wat kan die gozer een tempo ontwikkelen. De eerste stukken (kilometers) kon ik hem natuurlijk het makkelijkst bijbenen, want ik was nog fit. Al rap kreeg ik echter, door een beetje ademnood, toch de neiging om op een langzamere snelheid terug te vallen en mij te laten afzakken naar een groepje erachter dat meer mijn snelheid aanhield. Ik moet bekennen dat ik dat ook kortstondig heb gedaan door over te schakelen naar de eerste paar korte verhalen in de bundel van Pieter Jouke. Toen ik echter weer enigszins op adem was gekomen, besefte ik dat het niveau van Dolf's geschrift mij toch beter beviel. Ik heb toen mijn snelheid opnieuw verhoogd en ben teruggerend naar en weer aangehaakt bij 'Altijd verder'. Dat niveau beviel mij uiteindelijk toch stukken beter en ik bleek het ook voor langere tijd aan te kunnen.

Als je eenmaal in zijn goede gezelschap verkeert, ontdek je dat Dolf schrijft zoals hij praat (dat had ik overigens al in ettelijke beoordelingen van zijn epistel gelezen), en ongetwijfeld zal hij net zo rap rennen. Inhoudelijk gezien zijn zijn schrijfsels voor mij een feest der herkenning. Voor deze rasverteller is hardlopen dagelijkse kost, sterker nog, hij ademt hardlopen bij iedere teug zuurstof die hij naar binnen haalt. De atletiekvereniging die een belangrijke rol speelde in zijn ontwikkeling als langeafstandsloper is de club die het dichtst bij mij staat, ook al ben ik er geen lid van. De buurten en trainingsroutes in en rond Amsterdam waarin of waarop hij al zovele kilometers gemaakt heeft, zijn ook de mijne (geweest) of zijn mij goed bekend. Kortom, dit boek lezen voelt voor mij als thuiskomen en daarbij is hij geregeld zo geestig dat ik bij het lezen hardop zit te lachen. Zijn verhandeling over renkleding en -toebehoren en zogezegd gezonde voeding is eenvoudigweg hilarisch te noemen. En hij geeft daarin toch zijn ongezouten mening over de doorgeslagen vercommercialisering die onze nog steeds populairder wordende tak van sport helaas al een flink aantal jaren omgeeft.

Ik denk er hard over om mijn vrouw maar eens te verplichten een aantal hoofdstukken uit dit werk te lezen. Zij roept altijd dat ik dwangmatig ben als ik één of twee keer per week wil gaan rennen. Dolf loopt gewoon iedere dag, ik denk zelfs 365 dagen per jaar. Nee, dat is niet juist want ik heb ergens gelezen dat hij al 27 jaar lang 335 dagen per jaar aan het hollen is. Ik ben momenteel blij als ik één keer per week, in het weekeinde, op pad kan gaan. Ik loop alleen overdag, Dolluffie gaat gewoon des avonds in het donker rennen en doet dan minstens 17 km. Hij heeft ongetwijfeld een heel meegaande of -onderdanige vriendin. Ik hoef daar bij mijn eega niet mee aan te komen en ik vind het zelf eerlijk gezegd ook wel een beetje veel van het goede. 17 km is een afstand die ik helaas maar een paar keer per jaar weet te verhapstukken. Toevallig deze vakantie is mij dat een keer gelukt. Ik had gepland om in die 10 dagen tijd drie keer te lopen, te weten woensdag - weekeinde - woensdag. De eerste woensdag werd een dag later omdat er midweeks ongeveer ieder halfuur een flinke plensbui viel. Een dag later was het bewolkt en een graad of 16, 17. Er kon nog wel een enkel buitje vallen maar op Buienradar leken die niet veel te zullen voorstellen. Dé gelegenheid derhalve om de grote ronde van ruim 16 km om de Thulsfelder Stausee te doen. De dagen erna zou het namelijk een stuk warmer worden en aangezien er op een redelijk gedeelte van dit parcours geen schaduw is, zou dat mij te veel een slijtageslag worden.

Mijn vrouw vindt het niet prettig om mij in den vreemde alleen door enge bossen of over grote, stille heides te laten lopen en dus ging zij op de fiets met mij mee. Ik had al besloten om Dolf, hoewel het juist zijn afstand was, in het huisje achter te laten. Ik verwachtte niet dat ik de 16 a 17 km deze keer zonder stoppen zou voltooien, relatief ongetraind als ik was. Het volbrengen van deze grote ronde was dus slechts mijn doel, ongeacht het aantal uithijgpauzes, en daarbij had ik geen behoefte aan uitgebreid iedere 500 meter te worden bijgepraat over snelheden, tijden en afstanden. Zelfs niet door onze illustere audiocoach. Het maakte mij ook niet uit hoelang ik erover zou doen. Het park uit begon ik meteen met geringe snelheid te hollen. Na enkele honderden meters gingen wij rechtsaf, richting het bos, de Grosse Tredde op. Wat 'Tredde' eigenlijk betekent weet ik niet maar ik vertaalde het direct als 'passen'. "Grosse Tredde" wordt dan dus ´grote passen´. Heeft een hardloper nog meer aansporing nodig om eens een lekker potje te gaan rennen ?!? Een fietspad met onverharde ventweg ernaast volgde. Het type pad waarvan er bijvoorbeeld op de Utrechtse Heuvelrug en op de Veluwe vele te vinden zijn. Dit pad zou, vanwege die mooie en toepasselijke naam, een kolfje naar de hand van Looptijdenvriend Jaco zijn, maar dat terzijde.

Mijn vrouw en ik hadden het die dag, zo'n 5 km lang helemaal voor onszelf want er was verder geen sterveling te bekennen. Het was intussen begonnen licht te regenen maar wij bevonden ons onder de bomen en hadden er dus geen last van. Een paar glooiinkjes zorgden voor een beetje afwisseling, hoewel ik mij in het bos nooit verveel. Op een T-splitsing zette de Grosse Tredde zich linksaf langs de bosrand nog een stukje voort, terwijl er ter rechterzijde ervan een prachtig heideveld lag te pronken met aan het begin een mooi doorkijkje naar het meer. Aan het einde van het veld moesten wij scherp rechtsaf en via een soort karrenspoor kwamen we op een dijk terecht. Hier begon een erg fraai gedeelte met links groene weilanden en rechts weer een heideveld omzoomd door bomen. De velden gingen aan beide zijden over in bospercelen en de dijk slingerde zich daar een weg tussendoor richting de noordoever van de Stausee. Dit is voor mij een van de mooiste gedeelten van dit natuurgebied. Ik liep met een redelijke snelheid van rond de 10,5 km per uur best lekker maar er was inmiddels wel een flinke bui losgebarsten, die wij vol op onze snufferd kregen. Ik had er eigenlijk niet erg veel last van maar mijn partner betoonde zich weinig enthousiast. Zij ontvouwde de meegenomen paraplu, terwijl ik onverdroten verder holde. Iets verderop vielen er wel erg veel en dikke druppels. Deze mij deden besluiten om voor korte tijd beschutting te zoeken aan de bosrand. Zodra ik die plek bereikt had, hield Pluvius het weer even voor gezien. En kon ik derhalve mijn tocht voortzetten.

Uit voorzorg had ik al een kleine pauze ingepland op het noordelijkste punt van mijn parcours, ter hoogte van het sluisje dat de watertoevoer vanuit het riviertje de Soeste naar het waterreservoir (de Stausee) moet regelen. Even stoppen en recupereren leek mij verstandiger dan doorhollen en een paar kilometers verderop al in het rood terechtkomen. Dus at ik mijn banaantje en dronk ik een paar slokken water. Na de herstart begon het spoedig weer te regenen. Die Buienradar was iets te optimistisch geweest, want het zou niet het laatste hemelwater zijn dat er aan het begin van die middag viel. Ik liep nu aan de promenade-achtige en geheel onbeschutte oostzijde van het meertje. Mijn vrouw was er wederom, en terecht, niet heel blij mee. Ik was er zelf ook niet echt verrukt over. Het was dus een kwestie van stug doorrennen en -fietsen tot de kraan daarboven weer dicht zou gaan. Wanneer dat precies gebeurde kan ik niet zeggen omdat wij na het passeren van een paar hotelletjes en enkele hutje-mutjecampings weer het bos ingingen. Het echte bospad, dat het toeristische gedeelte verbond met het bos aan de zuidoostkant van het natuurgebied, had een heerlijke ondergrond van vrij vlakke bosgrond bedekt met een laag naalden. Ik kon het niet nalaten aan mijn vrouw te melden dat dit verreweg mijn favoriete hardloopondergrond is.
Terwijl ik dit relaas aan het typen ben, zijn mijn echtgenote en onze jongste dochter bezig met een spelletje Rummikub. Omdat dit bij hen altijd gepaard gaat met het nodige vocale geweld, zet ik geregeld muziek op mijn oren. Nu zingt Aine Fury 'Oh but Sligo Fair is just a mile away'. Dat zou Dolf, als zoon van een Ierse moeder, moeten aanspreken. Alleen zou onze kwinkslaande kilometervreter die ene mijl natuurlijk in zijn holle kies stoppen. Of vanaf die stad gewoon nog effe een flink aantal mijltjes eraan vastplakken. Ik vraag mij trouwens af waarom hij niet Donal, Padraig (Patrick) of Sean heet. Zeker een kwestie van een te bescheiden moeder en/ of een vader die de touwtjes op alle fronten strak in handen hield.

Aan het einde van dat fijne bospad staat een mooi en luxe-uitziend hotel midden tussen de bomen. Net als twee jaar terug, toen ik hetzelfde rondje onder begeleiding van mijn oudste dochter liep, hield ik hier weer even halt. Ik had er al ongeveer 11 km opzitten en de benen voelden niet helemaal fris meer. Een logisch gevolg van het feit dat ik, sinds begin mei, alleen in de weekeinden kan lopen en zelfs af en toe een keertje heb moeten overslaan vanwege een blessure en overmatige hitte. Tot dan toe had ik alleen van fiets-, voet- of bospaden gebruikgemaakt. Het deel van de route dat nu voor ons lag, was een smalle B-weg door het bos. Deze Petersfelder Weg loopt ongeveer evenwijdig aan het riviertje de Soeste, dat aan de zuidoostkant weer uit de Stausee tevoorschijn komt. Hier mochten dus ook gemotoriseerde voertuigen komen. Die waren er echter gelukkig niet. Het was, net als op de Grosse Tredde, doodstil. Slechts een enkel stel fietsers kwam langs ons heen. Het asfalt was, zoals helaas wel vaker bij onze Oosterburen, niet van al te beste kwaliteit. Dus ik moest regelmatig goed kijken waar ik mijn maatje 46,5 renschoenen neerzette. Op een gegeven moment was ik daar eigenlijk te moe voor en had ik al mijn concentratie nodig om mijzelf met een nog enigszins redelijke snelheid voort te bewegen. Na 14 km ging het weer eens lekker sauzen. Gelukkig bevonden wij ons wederom onder de bomen maar voor de derde keer was my wife not amused. Ik had alleen renkleding voor warm weer meegenomen, dus een korte renbroek en twee dunne shirts met korte mouwen en één shirt met lange mouwen. En daarvoor was de temperatuur, mede door alle buien, misschien wel wat aan de frisse kant.

Op een volgende bosweg, genaamd Neumühlen, kon ik een plens water, die door de wind van een tak afgezwiept werd, maar net ontwijken. Ik kon er gelukkig wel om lachen en ploegde onverdroten maar redelijk vermoeid voort. Anderhalve kilometer later ging de bosweg over in een landweg, de Neumühlerweg, met akkers aan één kant. Het einde van mijn loop zat eraan te komen en wij naderden het vakantiepark. Nu alleen van de andere kant dan toen wij eerder die ochtend daar vertrokken. Mijn altijd overactieve blaas was al een tijdje aan het opspelen en het feit dat mijn levensgezellin het nu wel welletjes vond en de laatste honderden meters mij aan mijn lot overliet, was voor mij het sein voor een noodzakelijk en bevrijdend potje 'Freiraumpinkeln', of hoe de Duitstalige variant van wildplassen ook mag luiden. Of die activiteit, net als in ons land, bij wet verboden is, weet ik niet maar het was gelukkig en ce moment supreme an diese Stelle absolutely quiet and deserted. De laatste meters tot aan de volgende kruising gingen door deze "Befreiungsschlag" dan ook een stukje makkelijker dan die ervoor (ik had even stilgestaan en dat helpt ook al een beetje bij flink vermoeide benen) en ik wist de 17 km uiteindelijk te volbrengen. Tevreden over deze prestatie wandelde ik over het vakantiepark, via de Rotdornweg en de Waldmeisterweg, terug naar onze gerieflijke vakantiewoning en terug naar de hardloopverhalen van Dolf. Schrijfsels over lopersgeluk, over de natuur die belangrijk is en behouden moet blijven, ook omdat je daar het fijnste kan hardlopen. Over wat hardlopen nu eigenlijk inhoudt, dat het ook ontsnappen aan je dagelijkse beslommeringen is en dat het er voor zorgt dat je overleeft. En natuurlijk die prachtige alinea's over zijn dochter van 10 jaar, die ook hardloopster wil worden, naar Afrika wil en met die wens Dolf aansteekt. Ik kan wel blijven lezen in dit boek,zoals ik ook wel eeuwig zou willen lopen, als mijn benen er niet zo vermoeid van raakten.

Dankzij de dames (2 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 24 juli 2015 19:57

Ook te lezen (met heel veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Eind juni diende mijn 40ste georganiseerde loop zich aan, meteen de laatste voor het zomerreces. Gelukkig ging het om een mooie en daardoor bijzondere trimloop, de Vechtloop in en om Weesp. Want bij zo'n mooi rond getal hoort uiteraard ook een mooie loop. Twee dagen achter elkaar toog ik naar het fraaie stadje. Op zaterdag om bij de plaatselijke sportwinkel (waar ik ruim twee maanden eerder ook het borstpapier voor de Geinloop in het naburige Driemond had bemachtigd) alvast mijn startnummer af te halen. Door die goede actie kon ik het mij een dag later veroorloven om pas ongeveer 40 minuten voor de start in die plaats te arriveren. Ik had zelfs nog ruim voldoende tijd om rustig van het station naar de manage te wandelen en daar de laatste voorbereidingen te treffen, ik wist na mijn debuut hier vorig jaar nu gelukkig van wanten wat betreft alle plaatselijke bijzonderheden. Omdat ik thuis al de juiste kleding en schoenen had aangetrokken en het gepersonaliseerde startnummer (voorzien van mijn volledige naam en ook mijn woonplaats) al op mijn borst prijkte, was ik er snel helemaal klaar voor. Alleen had ik wat lang gewacht met het aanzetten van mijn gps-horloge, maar dat pikte het satellietsignaal gelukkig tijdig genoeg op. Daarvoor had ik uiteraard een opwarmsessie doorlopen, want ik wilde deze laatste loop voor de zomerstop natuurlijk wel tot het bittere einde kunnen meemaken. Nu was er niet, zoals vorig jaar, een apart vak voor de snellere lopers. Maar via de zijkant van het vak kon ik redelijk makkelijk plaatsnemen kort achter de voorsten.

Natuurlijk ging ik weer te snel van start met zo'n 13 km per uur, omdat ik traditiegetrouw meeging in het tempo van de lopers om mij heen. Dit was overigens wel een bewuste keuze omdat ik, ook zoals gebruikelijk, niet wilde komen vast te zitten in het langzamere peloton. Ik liet dit hoge tempo echter al snel afzakken naar een verstandiger waarde van even boven de 11 per uur. Het was namelijk redelijk warm en ook vrij vochtig. Eigenlijk was het een gelukje dat de zon niet scheen, hoewel de laaghangende bewolking er wel voor zorgde dat het behoorlijk benauwd bleef. Het eerste stuk door de straten en over de grachten van Weesp kwam ik goed door. Ik zag er slechts één bekend gezicht: de lange oud-basketballer die ik bij vele loopjes in de regio tegenkom. Hij was achter mij gestart maar met zijn lange benen en grote passen kwam hij al snel voorbij en raakte voor mij spoedig uit het zicht. Doorgaans loopt deze man zijn wedstrijden een stuk sneller dan ik, dus het was niet verbazingwekkend dat hij mij ook nu weer eens het nakijken gaf.

Ik had deze keer van te voren geen enkel strijdplan uitgedacht en zou wel zien hoe de vlag erbij hing. Hoewel ik, tijdens die eerste kilometers, een keurige snelheid van rond de 11 per uur liep, bleek dat banier niet heel flink te wapperen. Weesp weer uit na ongeveer 2,5 km, terug langs de manage en op weg naar de rivier de Vecht stond er uiteraard wat meer wind dan in het stadje zelf. Maar de omstandigheden waren in mijn beleving vrij zwaar. Dus concentreerde ik mij vooral op het lopen en op het volhouden van mijn snelheid. Dat viel nog helemaal niet mee en ik had eigenlijk niet het gevoel dat het heel lekker ging. De ongeveer 7 km, die heen en terug langs de rivier moesten worden afgelegd, leken daarom behoorlijk lang deze keer. Omdat de lucht betrokken was,scheen het fraaie decor nu een stukje minder schoon. Ik had het deze editie druk genoeg met rennen, dus dat maakte mij ook niet zoveel uit.

Een aantal tegemoetkomende, vooral jonge lopers en loopsters, stelden mij voor een raadsel. Deden die de 5 km of de 2,5 km? De 5 km was 3 minuten voor ons vertrokken, maar volgde volgens mij een andere route. En de kortste afstand voor de jeugd was al ruim een half uur eerder van start gegaan. Hier was iets vreemds aan de hand, daarvan was ik direct overtuigd. En zouden de snelsten op de 10 en 15 km niet spoedig in conflict komen met deze langzamere renners? Michael Woerden, de latere winnaar van de 15 km, kwam natuurlijk alweer snel terugrennen. Hij voltooide zijn wedstrijd in een snellere tijd dan mijn 10 km-tijd, dus hij was al over het manegeterrein richting het volgende keerpunt en terug over de eindstreep voor ik op twee-derde van de rit over dat terrein kwam. Hetzelfde had ik overigens met een grote donkere vrouw die op de 10 km binnenkwam na mijn 15 km-finish. Alles is dus relatief. Later las ik op de website dat de 5 km-renners door een dranghek dat niet goed stond, de verkeerde kant waren opgestuurd. Daardoor moest de organisatie in allerijl een extra keerpunt instellen. Dat kwam voor sommige lopers te laat en zij renden daardoor tot 2 km te veel.

Het gebied rond mijn rechter-achillespees ging al snel een beetje zeuren maar dat hield gelukkig ook spoedig weer op. Ik keek, hollend langs de Vecht, reikhalzend uit naar het keerpunt bij Fort Uitermeer maar dat liet deze keer gevoelsmatig dus erg lang op zich wachten. Terugdenkend weet ik wel hoe dat komt. Er waren op dat deel van de route geen vrouwen in mijn directe omgeving waaraan ik mij kon optrekken. De vrouwen die ik zag, inspireerden mij niet tot grootse prestaties. Ik was, als ik een beetje mag overdrijven, derhalve een ietwat aan het afzien. Op een bepaald moment begon het een beetje te regenen. Normaal gesproken word ik daar niet vrolijker van, maar nu was het vanwege de drukkende warmte eigenlijk wel lekker. Ik had overigens in mijn blog van het jaar daarvoor gelezen dat ik toen bij de start al dorstig was en snel door mijn watervoorraad heen. Dus had ik het zekere voor het onzekere genomen en twee flessen water bij mij gestoken. Van de eerste fles was ik in dit eerste deel al volop gebruik aan het maken. Toen ik eindelijk het eerste keerpunt bereikte, regende het dus licht. Hier liep een vrij kleine vrouw mij korte tijd enigszins voor de voeten. Ik maakte haar daar op vriendelijke wijze op attent en zij verontschuldigde zich. Aangezien Ik die twee flessen water mee had, hoefde ik niet te stoppen bij de waterpost op dit punt. Daar maak ik trouwens zelden of nooit gebruik van, zoals trouwe lezers van mijn verhalen onderhand wel weten.

Na het keerpunt ging het zelfs even flink regenen. De kleine vrouw en twee andere dames liepen iets harder dan ik en gingen mij voorbij, maar dat zette mij juist aan tot een kleine snelheidsverhoging. Althans, zo staat het mij bij, want ik kan het in mijn kilometertijden en gemiddelde snelheden per km niet echt terugzien. Misschien ging ik alleen maar in mijn hoofd sneller, maar het was wel precies de stimulans die ik nodig had. Ik probeerde dus bij hen in de buurt te blijven en hoefde slechts een klein gaatje te laten vallen. Een stampende man in gele kledij liep een tijdje vlak naast en achter mij. Ik heb altijd een beetje moeite met mensen die zoveel lawaai maken bij het lopen, dus ik was er niet rouwig om dat hij mij op een bepaald punt voorbijging. De organisatie had voor voldoende waterposten gezorgd en op het 9 km-punt stond er ook een. Daar stond een jonge vrouw een bekertje leeg te drinken en ik "stoof" haar voorbij. Niet veel later kwam zij vlak achter mij lopen en sloot zij bij mij aan. Getweeën gingen wij richting de manage en dat 10 km-punt kwam gelukkig al snel in zicht. Ik hoopte natuurlijk dat deze jongedame de 15 of 21,1 km aan het rennen was en dus, net als ik, door zou gaan richting de polder aan de andere kant van de spoorlijn. Ik geloof dat ik bij de doorkomst de speaker hoorde omroepen dat Michael Woerden de 15 km gewonnen had. Dat feit werd later bij de prijsuitreiking bevestigd. De veelvraat uit Zuid-Holland (hij won al honderden loopjes op dit niveau) had ook nog eens een nieuw parcoursrecord op deze afstand gevestigd.

Als veteraan op dit parcours, wist ik dat er op het manageterrein op weg naar het tweede en laatste keerpunt een stukje halfverhard pad overwonnen moest worden. Toen viel dat nog enigszins rauw op mijn dak, nu was ik er geestelijk helemaal op voorbereid. Met de jongedame in mijn kielzog, spoedde ik mij er overheen. Op het stukje langs de, vanwege de vele woonboten, onzichtbare Vecht zag ik ineens een oud clubgenoot van basketball op ons af komen fietsen. Ik had de man bij wijze van spreken al jaren niet meer gezien en nu ontmoette ik hem voor de derde keer in vrij korte tijd. En weer op een andere plaats dan de vorige twee keren. Ik riep naar hem: "hé Cok alweer !!", waarop hij even verbaasd als ik reageerde met "hé". Vervolgens excuseerde mij bij de jonge vrouw, die op dat moment net naast mij rende, voor het in haar oor tetteren. Een baanvrijwilligster riep even later, bij het rechtsaf slaan naar het pad tussen de weilanden, dat er een lekkere wind stond in de polder en dat klopte. Het was een zeer prettig gevoel om die enigszins verkoelende bries op het lichaam te voelen. Bij de volgende drankpost stopte mijn metgezellin om te gaan drinken. Ik rende door en was haar dus kwijt. Na het keerpunt zag ik haar niet meer, dus moest zij onder het spoor zijn doorgegaan voor de halve marathon.

De drie vrouwen die ik eerder niet kon bijhouden, liepen nog steeds voor mij en kwamen weer in zicht. De kleine vrouw van het keerpunt bij het fort, rende een eindje voor de andere twee. Kort voor het keerpunt op 12,5 km achterhaalde ik één van die twee andere dames en ik zei tegen haar "nu niet inzakken, hoor !". Zij gaf mij gelijk, ging meteen met mij mee en sloot daardoor weer aan bij haar vrouwelijke metgezel, de derde dame. Korte tijd liepen wij gedrieën op maar deze vrouwen moesten toch al snel afhaken en ik ging er alleen vandoor. Ik was alweer op weg naar de volgende dame, een eindje voor mij. Toen ik haar net achterhaald had, stopte ook zij om water te drinken bij de drinkpost. Dan maar achter die kleine vrouw van het eerste keerpunt aan, die een dertigtal meters voor mij liep. Waarom zou ik haar niet kunnen inrekenen, dacht ik. Het kostte mij even wat tijd en inspanning maar in de laatste kilometer, kort voor de finish, wist ik haar inderdaad te achterhalen door te versnellen. Jawel, ik kon dat zomaar opbrengen aan het einde van deze zware loop. Weer eens een bewijs dat vermoeidheid vooral tussen de oren zit en dat bij de juiste stimulans een mens tot veel meer in staat is dan hij of zij denkt. Samen gingen wij richting de meet, waarbij ik haar met een korte kreet nog even aanmoedigde. En haar vervolgens de sprint liet winnen, omdat zij mij feitelijk, waarschijnlijk zonder dat zij daar zelf erg in had, door de laatste 2 km loodste.

Met een eindtijd van 1:22:48 was ik bijna 1,5 minuten sneller dan vorig jaar. Met dank aan de dames voor hun inspirerende aanwezigheid, kon ik dus beslist niet ontevreden zijn. Daar kon de regen, die neerviel op het eerste stuk van mijn voettocht terug naar het station, niets aan afdoen. En toen ik een paar dagen later ontdekte dat ik exact 28 keer gefotografeerd ben tijdens deze loop, kon dat positieve gevoel helemaal niet meer stuk.

Vrouwen, vrouwen, vrouwen !!! (3 reacties)

Gepost door Arranraja op woensdag 15 juli 2015 20:00

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Na afloop, op weg naar de bushalte, bracht hij een kort bezoek aan zijn favoriete hardloopkledingwinkel. Dat was toevallig ook een bekende supermarkt van Duitse oorsprong en daar hadden ze, zelfs op zondag, lekkere, verse en goedkope broodjes. Het was namelijk al dik na tweeën en hij had verzuimd een lunchpakketje van huis mee te nemen. Als hij thuis zou arriveren was het rond de klok van drie uur. Duidelijk veel te laat om nog uitgebreid te gaan zitten schransen. Hij was van mening dat hij die broodjes wel verdiend had, zelfs nu hij zich op de eindstreep had laten verschalken door de vrouw met de witte pet en de korte grijze hardloopbroek.

Pal vóór het weer bereiken van de atletiekbaan waar de finish plaatsvond, stond een blond meisje met een lange staart dat naar haar moeder riep: "zal ik het laatste stukje met jou meerennen, mam?". Hij vond het kind wat weghebben van de kleine vrouw die hij een paar honderd meter daarvoor was voorbijgegaan, toen hij nog in het kielzog van de AV '23-renner liep. Die kleine vrouw bevond zich blijkbaar toch dicht bij hem in de buurt. Hij zou haar wel achter zich houden, daarvan was hij zeker. Maar omdat hij in het verleden al een paar keer op de meet geklopt was door schijnbaar uit het niets verschijnende lopers of loopsters, nam hij het zekere voor het onzekere en zette flink aan zodra hij door het toegangshek tot de baan was. Niemand zou hem vandaag verrassen.

Hij was er van overtuigd dat hij op dat moment het rijk alleen had. Toch zag hij in een flits iemand aan zijn linkerkant verschijnen en gaf nog meer gas. De persoon liep nu naast hem en hij sprintte uit alle macht. Helaas bleek dat niet voldoende en de vrouw met de witte pet was een halve stap eerder klaar met haar trimloop. Dat terwijl hij dacht dat hij haar een paar kilometer eerder definitief had afgeschud, op het moment dat hij haar weer eens voorbijging. En toen de bekende AV '23-renner na 8 km over hem heen kwam, was hij met de man meegesprongen. Dat was in zijn beleving een ultieme versnelling die de afstand tussen hem en degenen die hij had afgeschud, alleen maar groter gemaakt moest hebben. Dat kon toch niet anders?

Maar hij had dus buiten de vrouw met de witte pet gerekend. Terwijl hij al vlug nadat hij in haar nabijheid kwam te rennen, had geconstateerd dat zij wel erg makkelijk en ontspannen liep. Althans, zo oogde het als hij zich achter haar bevond. Het zag eruit alsof het rennen haar hoegenaamd geen inspanning kostte. Zo rond het 2 km-punt was zij binnen zijn blikveld gekomen. Toen had hij alle goede voornemens die hij van te voren had verzameld, al overboord gezet. Vanwege een andere dame die voor hem was komen lopen. Zij oogde uiterst prettig en liep met een snelheid die hij ook aankon. Meteen was het uit met het lopen op een hartslag onder de 150 of 160 slagen per minuut. Hij wilde achter haar aan en het vervolg van de loop in haar directe nabijheid verblijven. Zou dit toch een soort jagersinstinct zijn, dat in hem bovenkwam? In ieder geval was zijn wedstrijdmentaliteit al aan de oppervlakte komen drijven. Want even daarvoor had hij een paar hem bekende vrouwen van AV '23 langszij zien komen. En die wilde hij hoe dan ook voorblijven omdat het zijn eer te na was om er door deze renners eruit gelopen te worden. Niet omdat het vrouwen waren, maar vanwege het feit dat hij deze loopsters eigenlijk altijd te snel af was. Hij hield nu eenmaal niet zo van plotselinge veranderingen. Alle goede voornemens konden dus na luttele kilometers alweer op de schroothoop.

Vooral de ouderen en gelovigen onder ons kennen ongetwijfeld de aloude uitdrukking "de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens". Nu had hij helemaal niets met hel en verdoemenis of met welke bijbeltekst of godsdienstige gedachte dan ook. Een hardloopvariant op deze spreuk was echter snel bedacht. "De route naar de eindstreep ligt bezaaid met goede plannen en loze intenties". Exact vier weken na zijn persoonlijke debacle in Naarden, had hij het allemaal zo mooi bedacht. Sinds een hevig protesterende kuitspier een einde maakte aan zijn net begonnen deelname aan die prachtige loop rond het vestingstadje, had hij slechts twee keer de renschoenen kunnen aantrekken. Dus waren vandaag heel blijven en over de meet komen zijn voornaamste doelen. Om dat te kunnen realiseren had hij zich heilig voorgenomen om het walletje bij het schuurtje te houden. Rustig aan te doen, met andere woorden. Daar kwam echter, zoals gewoonlijk, weer erg weinig van.

Hij had wel gezorgd voor een goede warming-up door vroeg te arriveren, voordien een flink stuk te wandelen en op de atletiekbaan de tijd te nemen om de beenspieren optimaal op te warmen. Het zou hem, voor zover dat binnen zijn vermogen lag, niet weer gebeuren dat hij tijdens de loop moest afhaken met een blessure. En dat hij voor zijn doen vroeg was, kwam ook van pas vanwege het feit dat er een flinke rij voor het afhaalpunt van de startnummers stond. Dat was bij deze loop voor hem een nieuwe ervaring. Er bleek die dag een recordaantal voor-inschrijvers te zijn en vrijwel zeker ook een dito aantal deelnemers. Dat zorgde tevens voor aardige rijen voor de toiletten en bij de tasseninname. Aanvankelijk besloot dan ook dat hij zijn tas in de kleedkamer zou achterlaten. Maar later toen het bij die laatste faciliteit rustiger geworden was, stelde hij zijn bagage uiteindelijk toch in verzekerde bewaring. Door alle drukte en alle rijen werd de start overigens met 10 minuten uitgesteld.

Twee minuten voor die uitgestelde start werkte hij zich van het einde van de massa naar voren tot aan het midden daarvan. Hij bereikte zo het punt waar de lopers de rangen gesloten hielden en er dus geen ruimte meer was om kruip-door-sluip-door verder vooraan te geraken. Dit was voor hem echter geen probleem omdat hij wist dat er vanaf het begin op de baan en in het park, dat sinds een half jaar "Nelson Mandelapark" heette, voldoende ruimte zou zijn om zijn eigen gewenste tempo te kiezen. Het startschot klonk uiteindelijk 12 minuten na de vooraf aangekondigde tijd en hij ging rustig van start te midden van het grote rennerspak. Na ongeveer 1 km kwam de eerder genoemde AV '23-renner door het gras aan de linkerkant van het pad voorbij. Hij had blijkbaar nogal veel haast. Deze loper, die op de langere afstanden doorgaans langzamer was, zou hem op deze afstand ongetwijfeld te snel af zijn. Vanaf het begin lette hij, zoals altijd, vooral op de dames in zijn buurt, Hij kon meestal beschikken over redelijk wat hardloopmuzes. Bij deze loop waren er in totaal een kleine 250 aanwezig, waarvan 165 deelneemsters aan de 10 km, zijn afstand. Eerst liep hij dus op reserve overeenkomstig zijn vooraf gesmede plannen, maar dat hield hij niet lang vol.

De dame die hem zijn goede voornemens deed vergeten ging, net als de andere genoemde vrouwen rechtdoor voor de 10 km op het punt waar de wegen van de twee afstanden zich scheidden. Hij kon haar goed bijhouden en de vrouw met de witte pet danste om hen heen. Dan liep deze laatste weer voor hem, dan ging hij langs haar heen. Na ruim 3,5 km schoven de twee AV '23-rensters voor het eerst echt aan hem voorbij. De dame had op dat moment al een gaatje moeten laten vallen. Hij zou haar niet helaas meer in het vizier krijgen. Maar de snelheid waarmee hij liep, beviel hem prima, en dus ging hij in dat tempo voort. Een kilometer later had hij de twee andere loopsters weer te pakken. De ene leek het wat moeilijk te hebben, gezien het wrijven op haar bovenbeen en de boodschap aan haar compane "ga jij maar als je wilt"'. Nog steeds liep de vrouw met de witte pet in zijn buurt. Na ruim 5 km liep hij voorbij aan de moeder van een voormalig klasgenootje van zijn jongste dochter. Hij sprak haar niet aan omdat hij vermoedde dat zij hem met zijn zonnebril en zweetband op het hoofd toch niet zou herkennen. En het was prettiger om zoveel mogelijk adem te sparen. De fitte van de twee AV '23-loopsters kwam even later ineens voorbij stormen en leek het op een spurten gezet te hebben. De dame met de witte pet liep ook af en aan voorbij. En de schijnbaar gekwetste AV '23-ster was eveneens weer in beeld. Viel die blessure toch wel mee, blijkbaar. En al die tijd produceerde hij kilometertijden van rond 5:20 minuten, bij een gemiddelde snelheid van 11,3 km per uur. Hoezo deed hij het rustig aan?

Rond het 6 km-punt liep hij korte tijd gelijk op met een kleine, jongere vrouw. Deze kon hem echter niet lang bijhouden en net na de drankpost was hij haar al weer kwijt. Ze liepen nu op de toegangsweg tot het park aan de oostelijke kant van de Gaasperplas. Er stonden hier wat toeschouwers die bekenden moest zijn van de AV '23-lopers voor hem, want er ontstond even een feest van herkenning en aanmoediging. Direct daarna ging het parcours linksaf het bossige gedeelte van het Gaasperpark in. Dit park was ooit, in de 70-er jaren van de vorige eeuw aangelegd ten behoeve van de Floriade, de wereldtuinbouwtentoonstelling die met name in dit deel van het park gehouden werd in 1982. Het was net alsof je hier in een bos liep en dat vond hij erg prettig. Nog geen 10 jaar geleden was het toenmalige Bijlmerpark ook zo'n mooi, dichtgegroeid stadsbos, totdat de autoriteiten vonden dat daar maar eens een einde aan moest komen en de hele zaak (8500 bomen) werd platgegooid. Hij moest er niet aan denken dat het Gaasperpark hetzelfde lot zou moeten ondergaan, Maar daar hield hij wel ernstig rekening mee. De hoogmoedige mens meent tenslotte altijd de natuur naar zijn hand te moeten zetten, helaas.

Hij begon intussen steeds meer van zijn kleine achterstand op de Watergraafsmeerse lopers goed te maken. Tussen de pakweg 6500 en 7500 meter zaten er een paar kleine klimmetjes in de route en door daarop, traditiegetrouw, te versnellen, kon hij ze een-voor-een oprapen. Ook de AV '23-renner, die hij een paar honderd meter eerder in het vizier had gekregen, ging verrassend genoeg voor de bijl. Nu kwam hij in het stuk waar de appartementsgebouwen van de wijk Nellestein stonden. De bomen aan weerszijden van het brede fietspad waren heel hoog opgegroeid en vormden een volledig groen bladerdak boven zijn hoofd. Hij vroeg zich korte tijd af waar op het parcours hij zich nu eigenlijk bevond. Even was hij als het ware de weg kwijt. Was hij nog niet bij het haventje aan de plas? Hij was daar toch al vaak genoeg geweest was en had er de twee jaren daarvoor ook gerend. Gelukkig liepen er wat mederenners voor hem en hij ging gewoon door met stofzuigen. Net na de 8 km liep hij weer een dame voorbij. Daarna was er even niemand in zijn buurt en had hij het gevoel dat hij enigszins begon stil te vallen. Precies op dat moment, hij had al iemand achter zich gehoord of gevoeld, kwam diezelfde AV '23-renner dus weer langszij en hij besloot bij hem aan te pikken. Voor zijn gevoel versnelde hij daardoor aardig. Precies een kilometer lang kon hij de jongeman bijhouden maar zo'n beetje onder de snelweg A9, bij de terugkeer in het Nelson Mandelapark, moest hij hem voor de tweede keer die dag laten gaan. Alleen nu onvrijwillig en definitief. Wel hield hij hem, op steeds iets groter wordende afstand, in het zicht. Er kwam nog slechts één mannelijke loper over hem heen en zoals eerder gememoreerd, op de eindstreep die dame met pet en korte broek.

In de kleedkamer hoorde hij na afloop twee mannen onder de douche de loopjes in de omgeving bespreken. De ene vond de Middenmeerloop en vooral het "lange" stuk langs zijn kanaal maar saai. Hij voelde zich bijna beledigd dat zijn favoriete trainingsroute nogal werd afgekraakt, maar besefte dat ieder mens zijn eigen voor- en afkeuren heeft. "Ieder zijn meug", zoals de bekende zegswijze luidt. De man leek zich op een gegeven moment tot hem te wenden want hij keek zijn richting uit. Hij had al bijna zijn mond geopend om hem, wat betreft die luttele 2 kilometers die er bij de genoemde loop door zijn achtertuin langs het lange water gekoerst dienen te worden, van repliek te dienen. De man had echter zijn blik alweer afgewend en dus liet hij het er maar bij. Hij ging verder met nagenieten van het feit dat hij én was heelgebleven én met 52:57 minuten best een schappelijke tijd had neergezet voor iemand die van plan was geweest er bij wijze van spreken een wandeltocht van te maken. Daar kon zelfs de vrouw met de witte pet niets aan veranderen. Hij had per slot van rekening de meeste rensters met wie hij geduelleerd had wel achter zich weten te houden.

Hardlopen met Dolf (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 5 juli 2015 12:46

Ook te lezen op http://arranraja.wordpress.com/

Op de langste dag van 't jaar ging ik weer trainen
Mijn horloges hadden echter beide weinig sap
Ik dacht laat ik de Looptijden-app weer eens proberen
Met Dolfie als coach, loop ik misschien heel rap

Zo'n band om je arm is wel een gedoetje
En het telefoonscherm kan ik buiten heel slecht zien
Maar het was vandaag toch wel echt een moetje
Want ik wil mijn tijden meten en registreren bovendien

Naar Dolf als coach was ik wel erg nieuwsgierig
Dus dit was de ideale mogelijkheid
Het nuttige met het leuke combineren
Als mijn Garmins zouden stoppen, kreeg ik zeker geen spijt

Hardlopen met Dolfie is prima
Rennen met Dolf Jansen is oké
Als hij het startschot eenmaal heeft gegeven
Ga jij er tegenaan en Dolf loopt met je mee

Na 500 meter klonk in mijn oor zijn stem reeds
Ik ging nog wat traag op dat moment
Hij gebruikte dezelfde interval steeds
Dat vond ik best wel prettig, het heeft mij niet geremd

Het regende heel licht, het was erg vochtig
Dat merk je dan al heel snel aan je lijf
Ik had mijn eindtijd veel te positief bekeken
Dus ging het Dolf te langzaam, dat stond snel buiten kijf

Ik dacht dat hij wat meer lawaai zou maken
Maar hij moedigt eigenlijk heel bescheiden aan
Als je te langzaam gaat zou hij je vast afkraken
Maar daar is niets van waar, dus kun je blijven gaan

Hardlopen met Dolfie is prima
Rennen met Dolf Jansen is oké
Als hij het startschot eenmaal heeft gegeven
Ga jij er snel vandoor en Dolf loopt met je mee

Eerst kon ik wel wat achterstand inlopen
Ik kwam langzaam maar zeker toch op gang
Toen is er weer een beetje traagheid ingeslopen
Maar Dolf bleef enthousiast, het duurde hem nooit te lang

Dolf mist de konijnen en fazanten
En die torenvalk, die kan hij ook niet zien
Hij ziet geen andere lopers of passanten
Hij is er slechts virtueel en digitaal bovendien

Deze coach heeft geen last van warmte, wind of regen
Hij geeft alleen de kille tijden door
Al is het heel benauwd, hij kan er tegen
Jij moet gewoon harder rennen, anders gaat jouw streeftijd teloor

Hardlopen met Dolfie is prima
Rennen met Dolf Jansen is best fijn
Als hij jou één keer heeft laten starten
Wil je lopen voor je leven, zelfs ten koste van wat pijn

Na 11 kilometer moest ik eventjes pauzeren
Dat had ik aan mijn benen echt beloofd
Toen ik één horloge weer wilde activeren
Vielen ze beide uit, hun vuurtje was gedoofd

Dolf is mij tot het bittere einde blijven steunen
Hij week echt geen meter van mijn zij
Ik kon dat laatste stuk ook op hem blijven leunen
Hij hield het prima vol, daarmee was ik heel erg blij

Dus heb ik een tijd om te uploaden
En 15 kilometers voor het spel bovendien
Dat maakt mij weer bezitter van een van de tronen
Wellicht gebruik ik Dolf weer, dat zal ik nog wel zien

Hardlopen met Dolfie is prima
Rennen met Dolf Jansen is oké
Als hij het signaal eenmaal heeft gegeven
Ga jij tot het gaatje en Dolf gaat met je mee
Ga jij tot het gaatje en Dolf gaat met je mee

Een bedenkelijke primeur (3 reacties)

Gepost door Arranraja op woensdag 17 juni 2015 20:15

Ook te lezen (met veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

"Eens moet de eerste keer zijn", is een bekend gezegde. De "eerste keer" waarover ik het nu moet gaan hebben, had ik liever overgeslagen, aan mij voorbij laten gaan, links laten liggen of hoe je het ook noemen wilt.

Het was op een zondag in mei, nota bene de verjaardag van onze koningin. Ondanks dat de weersvoorspellingen de dagen ervoor steeds repten over een regenachtige dag die dag, was het gewoon zonnig en droog weer. De temperatuur was weliswaar niet zo hoog en er waaide een frisse wind, maar die gegevens zorgden juist voor ideale omstandigheden tijdens deze prachtige trimloop over de wallen van de historische stad Naarden. Hier ging ik voor het vierde achtereenvolgende jaar van start op de langste afstand van 14,5 km, genaamd "Vestingloop" en ik had er wederom veel zin in. Helaas kon de jongedame die ik exact een maand eerder voor de tweede keer had ontmoet bij de Geinloop in Driemond, haar toezegging om samen met mij dit klusje te gaan klaren, niet waarmaken. Zij had een andere, eerder gemaakte afspraak die zij niet kon of wilde afzeggen.

Dan maar weer, zoals gebruikelijk, solo de vier rondjes over de voormalige verdedigingswerken voltooien. Dat was absoluut geen straf en mij al drie maal eerder zonder problemen gelukt. Mijn vaste draaiboek vooraf bestond uit de treinreis naar station Naarden-Bussum, gevolgd door een wandeling van ongeveer 20 minuten door de fraaie woonwijken van die twee plaatsen in het Noord-Hollandse Gooi. Dit jaar moest ik op dit punt echter improviseren omdat er juist in dat weekeinde i.v.m. werkzaamheden geen treinverkeer was tussen Amsterdam Muiderpoort en Weesp. Deze blokkade kon ik omzeilen door met de auto naar Naarden te rijden en die ergens halverwege mijn wandelroute in een van de mooie lanen te parkeren. Dan bleef er nog altijd een wandeling over van zo'n 10 minuten naar de sporthal die steevast als uitvalsbasis voor de Wallenloop dient. Ondanks dat ik dat nog niet eerder gedaan had reed ik, na raadpleging van Google Maps, vlot naar mijn bestemming en ik had direct een prima parkeerplek te pakken. Met gezwinde spoed begaf ik mij naar Sportcentrum De Lunet aan de Amerfoortsestraatweg.

Buiten voor de ingang was het lekker druk met lopers die in het zonnetje aan het wachten waren tot het tijd werd om richting de start te gaan. Binnen was het echter zeer rustig en ik had mijn startnummer zo in bezit. Ook in de kleedkamer was het niet erg vol, zodat ik de rust en de ruimte had om mijn voorbereiding te voltooien. Na twee keer de blaas geleegd te hebben ging ik op pad naar de Utrechtse Poort, waar de start altijd plaatsvindt. Dit betekende dus weer een stukje wandelen, waarbij ik onderweg een paar onderdelen van mijn gebruikelijke warming-up deed. Uiteraard wandelde ik niet alleen omdat er meer renners dezelfde kant opgingen. Bij de wallen aangekomen was ik getuige van de Kidsrun, waarbij de allerkleinsten, soms aan de hand van vader of moeder, hun kilometer renplezier dan wel ren-ellende, aan het beleven waren. Een leuk gezicht om die kleintjes met ingespannen gezichten aan mij voorbij te zien trekken. Het was nog niet al te druk in het startgebied, dat zich precies in een opening tussen de wallen bevindt. Er staan altijd wat toeschouwers op het stuk wallen dat aan één kant de startstreep flankeert. Het ziet er net zo uit alsof ze op een duintop staan. Direct achter dat deel van de oude verdedigingslinie is een blok met openbare toiletten dat dus zeer dicht bij de hand is om nog een laatste blaaslediging kort voor de start te bewerkstelligen, wat ik uiteraard ook deed. Ik wilde, zoals altijd, tamelijk vooraan in de startrij staan om te voorkomen dat ik bij het opgaan van de wallen na enkele honderden meters rennen over de brede toegangsweg, verstrikt zou raken in het langzame peloton. Ik deed nog een enkele rekoefening en na een keer oefenen met het startpistool, liet de man die het hanteerde, het echte startschot klinken. Een seconde ongeveer had ik niet door dat wij echt allemaal vertrokken omdat helemaal vooraan een rijtje met snelle lopers klaarstond dat had ingeschreven voor de Ravelijnloop voor echt rappe renners. Even dacht ik dat die nog eerst apart zouden vertrekken. Zodra het besef er was, drukte ik mijn horloge in en ging ik in volle ren met de lopers voor mij mee. Direct zag ik een snelheid van tegen de 14 per uur op mijn klokje. Ik liet er dus geen gras over groeien. Omdat dit voor mijn gestel wel een extreem hoge snelheid was, liet ik langzaam maar zeker wat gas los, zodra ik rechtsaf de wallen op was gerend. Ik had nu de meute al voorgoed achter mij gelaten en ik kon mijn gewenste tempo gaan vinden. Even voelden mijn benen wat vermoeid aan, maar dat schreef ik op dat moment toe aan de hoge snelheid die ik even daarvoor had ontwikkeld.

Ik ging een beetje om mij heen kijken naar mijn mederenners. Er liepen wat jeugdleden van de organiserende vereniging AV Tempo mee, die aardig de pas erin hadden maar soms ook nogal stampend liepen. Na zo'n anderhalve kilometer liep ik in de buurt van een vrouw die zo ongeveer in mijn tempo aan het rennen was. Ik wilde eens kijken of ik een beetje bij haar in de buurt kon blijven. Ik loop nu eenmaal liever met vrouwen dan met mannen, dat is gewoon de aard van het beestje. Ik stak haar voorbij maar zij haalde mij aan de binnenkant, via het gras, weer in en nam enigszins afstand. Na exact 2 km kwam de oversteek over de Amsterdamsestraatweg en direct daarna een klein hellinkje naar een even klein bruggetje toe. Hier versnelde ik zoals gebruikelijk en raapte haar met gemak weer op. Na het bruggetje ging de stijging nog even door naar het hoogste punt van het wallenrondje. Ik hield mijn hogere tempo er dus ook wat langer in. Weer gaven mijn benen een klein signaaltje van vermoeidheid en ook nu gaf ik de extra inspanning die ik net had verricht de schuld daarvan. Maar verder liep ik gewoon lekker, met een snelheid van ruim boven de 11 km per uur, dus wat zou ik mij druk maken om zo'n berichtje van mijn ledematen?

Ik naderde nu het smalste gedeelte van het rondje om de vesting, het Vestingpad. Dit pad had maar ongeveer een derde van de gemiddelde breedte van het parcours. Ineens meldde een spier aan de buitenkant van mijn rechterkuit zich. Eerst op een bescheiden wijze die mij wel gewoon deed doorlopen maar ook tot achtzaamheid maande. Er moesten kort achter elkaar twee bruggetjes genomen worden en het terrein was soms licht geaccidenteerd. Waar de eerdergenoemde dame gebleven was weet ik niet meer. Wel vond ik het kort daarna, precies op smalste stuk van het pad, raadzaam om even te stoppen en mijn kuit te rekken, omdat de spier niet meer goed aanvoelde. Er waren gelukkig genoeg bomen waartegen ik even kon aanduwen. Tijdens dat stretchen voelde de bewuste, opstandige spier (of spiergroep) echt niet lekker aan. Ik probeerde nog wel even mijzelf weer in gang te trekken maar reeds na enige meters merkte ik dat die poging zinloos was. Na bijna driekwart van het eerste rondje, om precies te zijn na 2,89 km, was het voor mij einde oefening. En moest ik dus voor het eerst ooit voortijdig opgeven tijdens een georganiseerde trimloop. Het was niet zo dat ik moest janken, maar echt vrolijk werd ik heus niet van deze gebeurtenis.

Ik had ook nog eens de extra pech dat ik precies op dat smalle deel aan de noordoostkant van het parcours moest uitstappen. Het verharde pad is hier net breed genoeg om één loper tegelijk te kunnen verwerken en als je wilt inhalen moet je door de berm. Ik liep naar mijn eigen positieve inschatting bij de eerste 100 tot 150 lopers. En aangezien er 537 renners de eindstreep gehaald hebben, moest ik in die kleine 1,5 km, die ik moeizaam wandelend diende te overbruggen om van de Naardense wallen af te komen, toch wel zo'n slordige 400 liefhebbers laten passeren. Dat betekende regelmatig in die grasberm strompelen en ook af en toe pas op de plaats maken. Ergens onderweg belde ik mijn vrouw om te melden dat ik al klaar was met rennen. Zij reageerde natuurlijk zeer verbaasd aangezien zij wist omstreeks welke tijd ik zo ongeveer had moeten finishen. Eenmaal terug bij de Kapitein G.A. Meijerweg, waar de start plaatsvond en waar op een apart pad daar vlak langs ook de eindstreep te vinden was, overwoog ik kort om door die finish te wandelen. Ik liep ook daadwerkelijk een stukje die kant op, maar hield al snel weer halt en besloot dit heilloze plan op te geven. Dan maar de andere kant op, naar de sporthal om zo snel als mogelijk naar huis te kunnen terugkeren.

In de sporthal was het natuurlijk op dat moment erg stil, omdat vrijwel iedereen nog lekker aan het rennen was. Ik vertelde mijn misfortuin aan een van de vrijwilligsters aldaar en zij klopte even later helemaal speciaal bij de kleedkamer aan met het advies om mij te melden bij de aanwezige sportmasseur die gratis zijn diensten aanbood. Dat was uiteraard heel sympathiek van haar, maar ik had daar echter niet zoveel trek in. En de man bleek ook nog eens druk bezig te zijn op het moment dat ik in de sporthal voorbijschuifelde. Enigszins moeizaam baande ik mijzelf een weg terug naar mijn auto. Onderweg daarnaartoe kreeg ik een onverwachte pleister op mijn wonde. Een jongetje in de peuterleeftijd, dat met zijn opa aan het wandelen was, begon ineens honderduit tegen mij te rebbelen. Over het feit dat hij was gevallen, maar dat het niet erg was omdat het geen pijn deed. Opa stond er met een grote glimlach op zijn gezicht bij. Ik luisterde serieus naar de jongeman en ging op zijn verhaal in. Intussen stond ik daar te genieten van de onbevangenheid van dit jonge mens. Na het fotograferen van een paar prachtige berkenbomen bereikte ik vrij snel de auto en ik reed spoorslags naar huis. Was ik in ieder geval op tijd om met mijn jongste dochter te lunchen.

Wat de oorzaak van die plotsklaps weigerachtige spier is geweest, is mij onduidelijk. Zou het veroorzaakt zijn door het feit dat ik drie etmalen eerder nog een duurloop van 12 km had gedaan, waarbij ik voor het eerst mijn nieuwste loopschoenen droeg? Zou ik, door mijn veranderde wijze van aanreizen, een te korte warming-up gedaan hebben? Was de temperatuur, ondanks het uitbundig schijnende zonnetje, lager dan mijn lichaam registreerde? Liep ik bij de start te hard van stapel met een snelheid van dik boven de 13 km per uur? Hadden de afgelopen drie eerste, intensieve weken in mijn nieuwe werkkring hun tol geëist? Had ik iets onder de leden, waardoor mijn lichaam de aanwezige energie nodig had om het kwaad te bevechten? Van dat laatste is in de weken erna niets gebleken en ik heb mijzelf wel vaker met een beperkte opwarming moeten behelpen. Ook zaten mijn nieuwe stampers als gegoten en rende ik er op die bewuste donderdag heerlijk op. Waarschijnlijk zal het wel een combinatie van factoren of gewoon domme pech geweest zijn die, na 37 succesvol beëindigde trimlopen, deze nummer 38 tot een fiasco maakte. Gelukkig kon ik, na één weekeinde rust genomen te hebben, de rendraad vrij snel weer oppakken. En heb ik inmiddels reeds twee keer tot volle tevredenheid mijn fluorescerend geel-groene renstappers kunnen benutten. Ik ben dus weer volledig in de running.

De allerkleinste loop (2 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 7 juni 2015 14:36

Ook te lezen (met erg veel foto's) op http://arranraja.wordpress.com/

Het gros van de trimlopen waaraan ik deelneem heeft een geografisch georiënteerde naam. Vaak is zo'n loop vernoemd naar de plaats, het gebied of het water waarlangs de route loopt. Mij bekende voorbeelden daarvan zijn o.a. de Heemstedeloop, De Brettenloop, de Geinloop en de Vechtloop. Dit principe volgend zou de loop waarover mijn verhaal gaat "Nieuwe Dieploop" of "Benedendieploop", "Flevoparkrun" of "Zeeburgloop" moeten heten. Dit naar het water waaromheen één of meerdere rondjes (al naar gelang de afstand die men kiest) gerend moeten worden, het park dat doorkruist wordt of de Amsterdamse wijk waar de gehele happening plaatsvindt. De leden van de organiserende vereniging Dutch Gay & Lesbian Athletics (DGLA) hebben echter een ander oogmerk. Zij willen laten weten dat zij trots zijn op wie en hoe zij zijn en daarom organiseren zij op dit parcours jaarlijks hartje zomer de Pride Run en eind april de Roze Loop. Aan die laatste loop heb ik, na een pauze van twee jaar, weer eens deelgenomen, omdat hij dit jaar op zondagmiddag gehouden werd en niet op vrijdagavond, zoals de twee edities ervoor.

Zoals de titel van dit epistel al aangeeft is het qua deelnemersveld echt de allerkleinste trimloop die ik ken. Je kunt kiezen uit 5 km, 10 km of 15 km, zijnde 1, 2 of 3 rondjes om het Benedendiepdeel van het Nieuwe Diep, dat aan de westkant geflankeerd wordt door het Flevopark en aan de oostkant door het begin van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het deel Bovendiep bevind zich overigens net aan de andere kant van het kanaal. Drie jaar geleden stond ik met ongeveer 22 personen aan de start voor de 15 km. Deze keer had men het anders georganiseerd, door de lopers voor de drie afstanden gelijktijdig te laten vertrekken. In de uitslagenlijst staan in totaal 77 renners geregistreerd, dus ik neem maar aan dat hetzelfde aantal ook van start is gegaan. Bij het afhalen van mijn startnummer gaf de man achter de tafel aan dat ik die dag kansen had om de afstand te winnen. Ik reageerde met de vaststelling dat er altijd wel iemand onder de deelnemers is die de afstand in een tijd rond het uur loopt. "Ga dan maar voor de tweede plaats", zei de man. Er hadden zich namelijk maar erg weinig renners ingeschreven voor de langste afstand. Ik rekende echter nergens op en dacht bij mijzelf dat ik het wel zou zien. Ondanks dat het dus een uiterst exclusieve aangelegenheid betreft, is de organisatie prima. Er is bijvoorbeeld gewoon een bewaakte plek beschikbaar waar de tas kan worden afgegeven. Sporthal Zeeburg ziet er van binnen keurig uit en er is met zo'n beperkt aantal deelnemers natuurlijk ruimte genoeg in de kleedkamer. Ook doet het startnummer vermoeden dat de organisatie over een sponsor van mondiale uitstraling beschikt:

Met de kleine aantallen deelnemers vindt de organisatie ongetwijfeld het gebruik van professionele tijdwaarneming d.m.v. een chip niet nodig. De tijdsregistratie gebeurt namelijk gewoon handmatig door vrijwilligers die bij de eindstreep staan te klokken. De start was, net als drie jaar eerder op de ruime stoep pal voor de ingang van het Flevoparkbad. Dan ging de stoet direct het park in, dat grofweg van noord naar zuid doorkruist werd. Door de meest zuidoostelijk gelegen in/uitgang moesten we na precies 1 km rechtsaf de Valentijnkade op, de eerste 500 meter nog langs het park en de overblijfselen van de Joodse begraafplaats. Dan volgde een klein stukje bebouwde kom waarna er twee keer scherp linksaf via de brug in de Molukkenstraat naar de Oosterringdijk gerend werd. Hier liepen we dus weer terug aan de andere kant van het water. Aan het einde daarvan werd via een pad door de semi-permanente bebouwing aldaar de Westelijke Merwedekanaaldijk bereikt. De voorloper van het huidige kanaal heette namelijk Merwedekanaal en de naam van de dijk is blijkbaar nooit veranderd. Inmiddels was er ruim 3 km afgelegd. Weer moesten we twee keer kort achter elkaar linksaf. Aan het einde van deze tweede dijk ging men of rechtdoor onder de Amsterdamse Brug door naar de finish op de Flevoparkweg aan de andere kant van de sporthal, of linksaf het park weer in voor een 2e en eventueel 3e ronde. De Rokjesdagloop, die eerder in de maand april gehouden wordt en waaraan alleen vrouwen mogen deelnemen, maakt voor een redelijk deel gebruik van dezelfde paden en wegen. Ook een loop zonder geografisch getinte benaming dus.

Ik had van tevoren geen plan gemaakt maar ik was redelijk snel vertrokken, getuige de eerste twee kilometertijden: 5:05 en 5:06. Daarna nam ik iets gas terug omdat ik wist dat ik nog een eindje te gaan had. Aan het einde van de Oosterringdijk kon ik eerst mijn oudste dochter, die op de fiets langskwam op weg naar haar werk, een high five geven. Een klein stukje verder stond mijn vrouw om mij even aan te moedigen en om wat plaatjes te schieten. Op deze plek zijn er drie paden die de Oosterringdijk met de Kanaaldijk verbinden. De lopers namen steeds de middelste doorgang en mijn vrouw nam de eerste en kortste, zodat zij nogmaals langs het parcours stond. Ik had inmiddels een vrouw bijgehaald die zowel de voorzitter van DGLA is, alsook een bekende van mijn vrouw. Dus riep ik bij het voor de tweede keer passeren van mijn echtgenote: "ik loop net naast de voorzitter". Deze renster keek daarop enigszins verbaasd mijn kant op. Het ging nu aardig tegen de wind in die schuin van over het kanaal kwam aanwaaien. We liepen een stukje gelijk op en ik dacht er goed aan te doen om mevrouw de voorzitter uit de wind te houden. Dat lukte maar korte tijd omdat zij mij niet meer kon bijhouden. Ik had een lekker tempo van ruim boven de 11 per uur en dat wilde ik graag nog een tijdje volhouden. En dus liep ik bij haar weg.

Langs de ingang van het zwembad was mijn eerste ronde voltooid en dook ik voor nummer 2 het park weer in. Iedere keer als ik trouwens langs een wegwijzende vrijwilliger kwam, stak ik doelbewust mijn duim op om mijn erkentelijkheid te tonen. Voor mij liep nu een man die naar mijn idee moeite had om een constante snelheid aan te houden. Dan rende hij even bij mij vandaan, het volgende moment had ik hem weer vlak voor mij. Je zou ook kunnen zeggen dat het niet deze loper was die onregelmatig liep maar ondergetekende. Dat verhaal kan ik, gezien mijn uiterst constant kilometertijden in dit gedeelte van de race, naar het rijk der fabelen verwijzen. Ik kwam wel steeds dichter bij de man en ongeveer aan het begin van de tweede passage langs het kanaal had ik hem te pakken. Hij bleef nog wel een tijdje bij mij in de buurt hangen maar hij kwam niet over mij heen. Ik vond het helemaal niet erg dat hij aan het einde van de Westelijke Merwedekanaaldijk rechtdoor ging naar de meet. Kon ik weer wat rustiger lopen.

Er dook nu wel een andere, wat oudere, man vlak achter mij op en met hem op mijn hielen ging ik de 3e en laatste ronde in. In deze laatste omloop heb ik alle wegwijzers nog eens nadrukkelijk bedankt voor hun inzet. Al snel ging de man mij voorbij en ik probeerde bij hem aan te pikken. Dat lukte echter niet en ik moest hem laten gaan. Kort daarvoor was een fietser van de organisatie ons, ook in het park, tegemoet en voorbij gereden. De man moet kort daarna gedraaid zijn want ineens kwam hij naast mij fietsen. Hij zei tegen mij: "ik ben de bezemfietser, maar trek je daar maar niets van aan. Nu moest ik toch wel even slikken. Dit gegeven was geheel nieuw voor mij. En ik had in eerdere stadia op de plaatsen waar dat makkelijk ging toch meerdere renners achter mij zien voortsnellen. Die waren dus blijkbaar allemaal al richting de finish gegaan. Vooraf was mij nog voorgespiegeld dat ik in de prijzen zou kunnen gaan vallen en nu bleek ik ineens de rode lantaarndrager te zijn. Dit verhaal vertelde ik aan de fietser die repliceerde dat er minder dan 10 deelnemers aan de langste afstand waren. Als hij de vrouwen even niet meerekende kon ik volgens hem op de 5e plaats eindigen. Dit was nog eens een aparte gewaarwording: tegelijkertijd bij de eerste 10 lopen met een gemiddelde snelheid van ruim 11 km per uur en toch als laatste loper in de koers begeleid worden door de bezemfietser.

Een groot deel van de loop had ik zo'n ruime honderd meter voor mij twee jonge vrouwen zien lopen. Lange tijd lieten ze samen maar in deze fase van de strijd had de ene zich losgemaakt van de andere. De langzaamste dame kwam voor mij steeds naderbij en ik had de vaste overtuiging dat ik haar ruim voor de meet zou kunnen inrekenen. Voor dat kunststukje had ik wel de hele Valentijnkade, de complete Oosterringdijk en twee-derde van de Kanaaldijk nodig. Bij elkaar toch wel dik 3 km. Toen ik uiteindelijk naast haar liep, vroeg ik aan haar: "ga je mee naar de finish, wij zijn de laatsten in de koers". Ik vond het niet leuk om haar zomaar voorbij te lopen en was ervan overtuigd hiermee een goede daad te verrichten. Zij antwoordde direct positief en kreeg door mijn eerbare voorstel nieuwe energie. "Dat had ik even nodig", zei zij na afloop toen ze mij bedankte met een high-five. Getweeën zetten wij aan en gingen zo de laatste 750 meter in. In de laatste paar honderd meter voor de finish bleek de snellere dame een echt loopmaatje van de langzamere jonge vrouw te zijn, want ze hield flink in en wachtte ons op. Ze wilde samen met haar maatje over de eindstreep. Die wilde daar eigenlijk niets van weten getuige haar "nee ga jij maar, jij bent sneller". De andere hield voet bij stuk en gedrieën gingen wij in een sprintje op de meet aan. Ik ben ervan overtuigd dat ik een voet eerder dan de dames de loop beëindigde, maar in de officiële uitslag staan wij alle drie met exact dezelfde tijd: 1:17:46. Logisch gezien het feit dat er met de hand geklokt werd. Deze eindtijd hadden wij gelopen over, volgens mijn horloge, een afstand van 14.75 km. Ik ga ervan uit dat die afstand redelijk klopt en dat het parcours van deze kleine loop niet gecertificeerd is. Ik kreeg, zoals bij meer lopen gebruikelijk is, direct een herinneringsmedaille omgehangen.

Wij kwamen als de nummers 8 t/m 10 over de finish en belandden daarmee op de gedeeld 8e plaats. Omdat er maar drie vrouwen deelnamen, vielen de twee jongedames zowaar nog in de prijzen met een 2e en 3e plaats. Waarbij ze overigens onderling hadden uitgemaakt wie het zilver en wie het brons in ontvangst mocht nemen. Ik werd 7e bij de mannen, dus in de top 10 maar wel tegelijkertijd ook laatste. De man die mij in de laatste ronde voorbijliep en één plaats voor mij eindigde, zei na afloop dat hij nog geprobeerd had om mij op sleeptouw te nemen. Dat was dus helaas voor mij niet gelukt. Om de omvang van het deelnemersveld nog eens te benadrukken: 41 lopers deden de 5 km, 26 renners de 10 km en er waren dus slechts 10 enthousiastelingen voor de 15 km. Na afloop was direct aansluitend in de kantine van de sporthal de prijsuitreiking. Ik had het idee dat bijna alle deelnemers van de loop daarbij aanwezig waren. Mevrouw de voorzitter deed de verdeling van de echte medailles op een prettige en keurige manier, daar waar de vorige voorzitster er drie jaar geleden bij start en finish er een bedenkelijk spektakel van maakte door voortdurend schuine opmerkingen door de microfoon te roepen.

Ik was die middag in totaal al vier keer langs het stuk kanaal ter hoogte van het Nieuwe Diep gekomen. Vooraf één keer w