Alle blogposts van hardlopers op Looptijden.nl

Hieronder staan de laatste weblog posts van gebruikers van Looptijden.nl over hardlopen en gerelateerde onderwerpen.

Op een Mooie Pinksterdag

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 27 september 2019 01:39

De tocht door de fraaie bezwangerde natuur van de Goudse Hout, vol met zoemende bijtjes en vrolijk hinnikende paarden, had inderdaad naar meer gesmaakt. Ik tekende het al op in mijn gloedvolle verslag erover. Een tweetal weken na de turbulente gebeurtenissen net ten zuiden van de Reeuwijkse Plassen verscheen er opnieuw een aansprekende beproeving op het programma. Schrijver dezes ging zijn debuut maken op de hoofdstedelijke Gaasperplas Tunnelrun. Een loop rondom de Gaasperplas, met als smakelijke uitsmijter een drietal kilometers door de nieuwe tunnel van de A9. Totale lengte (dit voor de liefhebbers): 13 kilometer en grofweg 650 meter.

U ziet het goed: een incourante afstand ditmaal. Een PR lag binnen bereik – maar eerst moest ik ‘m uiteraard wel zien te voltooien. Het verbaasde mij overigens dat er één week voor aanvang van dit tunnelfestijn nog kaarten waren te scoren – ik dacht niet anders dat er een enorme run op zou zijn geweest. De organisatie snoepte echter met graagte het startgeld van mijn bankrekening af zodat ik mij definitief kon opmaken voor het festijn in Tropisch Amsterdam.

Ook mijn grote vriend Arranraja ging deze loop op 9 juni verhapstukken (bron: Arranraja). Hij had zich al tijden geleden ingeschreven voor deze Mokumse tunnelbeproeving – vorig jaar had hij hem ook al gelopen en het was kennelijk goed bevallen. Ook was het dit jaar de laatste kans om ondergronds te gaan. Immers: in 2020 zal het tunneltracé in gebruik zijn en dan wordt het wat onrustig lopen daar door die buizen. Wel speelde een telkenmale opspelende rugkwetsuur mijn loop- en blogvriend nogal parten. Ik hoopte natuurlijk vurig dat hij met zijn medisch team het euvel enigszins had kunnen bedwingen, zodat niets een zesde Succesvolle Samenloop in de weg zou staan. De voortekenen waren aanvankelijk niet positief geweest. Onze Diemense Doordouwer had al enige wedstrijdlopen van zijn programma moeten schrappen, iets dat hem heel veel verdriet had gedaan. Maar nu, zo vlak voor het Gaasperplas-gebeuren, leek het tij te zijn gekeerd. De behandelende artsen hadden hem groen licht gegeven, mits hij zich gedeisd zou houden. Verheugd appte ik hem dat ook ik een ticket had bemachtigd – en hij reageerde verbaasd en enthousiast. Verbaasd omdat ook hij meende dat de tickets allang vergeven zouden zijn, enthousiast omdat zijn persoonlijke Goudse Kaashaas plotsklaps zijn diensten kwam aanbieden.

Dat laatste gaf vanzelfsprekend alle aanleiding voor enthousiasme, immers: door gebruikmaking van deze diensten (tegen vriendentarief) zou het voltooien van de Gaasperplas Tunnelrun voor Arranraja een eitje van een cent worden. Zeker als wij - zoals door opdrachtgever aangegeven - een dead slow pace zouden gaan onderhouden. Vlotjes werd het Service Level Agreement opgesteld (standaard sjabloon voor pacersdiensten), en na een paar reviewslagen door beide partijen ondertekend. Hiermee was de druk van de ketel en konden wij ons rustig voorbereiden op wat komen ging.

En zo ontmoetten wij elkaar op die mooie Eerste Pinksterdag om 11 uur des ochtends op het schilderachtige Amsterdam Bijlmer ArenA. Schilderachtig vooral door de prachtige naastgelegen voetbaltempel die deels naar dat station was vernoemd. Het andere deel – U weet het – wordt gevormd door de bij leven en inmiddels ook bij dood legendarische nummer 14. Wat heb ik het prachtig gevonden hem in het echt te zien spelen. De magnifieke boogbal waarmee hij Ton Thie verschalkte in het duel met ADO in het Zuiderpark: ik was er bij. De fenomenale 2-0 in Dortmund waarmee hij Nederland definitief naar de WK-finale van 1974 schoot: ik was er gloeiend bij. Ook zag ik Johan Cruyff als speler van Barcelona schitteren in het Olympisch Stadion tijdens het Amsterdam 700-toernooi. Ik was toen nog maar een verlegen en wereldvreemde tiener, maar ik wist dondersgoed dat ik getuige was van grootse momenten.

Door het feeërieke winkelcentrum Amsterdamse Poort en vervolgens het Nelson Mandelapark stevenden wij af op de plek des heils: het schitterende atletiekstadion van Atletiekvereniging Feniks, met zijn al even schitterende blauwe baan. Het zou vandaag het start- en finishdecor zijn van een lange en van warmte bezwangerde loop, zoveel wisten we wel. Al wandelend voerden wij hoogstaande gesprekken over hoelang we in bepaalde plaatsen hadden gewoond. De aanleiding hiervoor was dat Arranraja gedurende ongeveer 20 jaar domicilie had gehouden in het nabijgelegen Reigersbos.

Aan de poort van de atletiektempel ontwaarde ik oud-collega Marianne, van wie ik mij plotsklaps bedacht dat zij al enige jaren in het organisatiecomité van de Gaasperplasrun zitting had. De begroeting was uiteraard allerhartelijkst, en even memoreerden wij onze gezamenlijke tijd bij onze gezamenlijke werkgever. Veel tijd had zij echter niet voor ons: na enige woordenwisselingen vertrok zij op het fietsje om de obstakels op het parcours voor een laatste keer te monsteren. Men kon maar beter niets aan het toeval overlaten.

Het was inmiddels buitengewoon warm geworden – geen weer voor een blanke in het tropisch gedeelte van Amsterdam. In de kleedkamer verwisselde ik snel mijn hardloopshirt voor een singletje. Hierop werd mijn startnummer geschroefd, het startnummer dat Arranraja daags tevoren voor mij uit een sportzaak in Amsterdam-Oost had opgehaald. Saillant detail: mijn nummertje was 891, het zijne 892. We konden deduceren dat dit mogelijk was door een alfabetische rangschikking op achternaam. Vanwege de verscherpte privacy-wetgeving weiger ik echter de achternaam van mijn hardloopkameraad prijs te geven ingeval U deze ordening zou willen verifiëren.

Twee jonge vrouwen in hoge sanitaire nood meldden zich vervolgens in onze herenkleedkamer. Of zij even hun gevoeg konden doen op het herentoilet, was de prangende vraag. Dit omdat de wachtrijen bij de vrouwentoiletten de situatie voor hen ondraaglijk en uitzichtloos had gemaakt. Na enig onderhandelen over een gepaste vergoeding gaf ik de finale toestemming en konden de dames aan hun sanitaire behoeften tegemoet komen. Intussen naderde voor ons het tijdstip om de kleedkamer te verlaten en ons te wijden aan een serieuzere taak: de warming-up.

Al hakkebillend, knieheffend, steigerend, rekkend en strekkend (dynamisch!) waren wij getuige van de start van de twee kortere afstanden: de 5 en de 10 kilometer. Geen van deze onderdelen zou de atleten door de tunnel brengen: dit was slechts voorbehouden aan ons dappere martelaren. Na een laatste zenuwenplasje in Dixiland maakten ook wij ons op voor de start van ons eigen spektakel. Om klokslag 20 over 12 werden wij weggeschoten, en na driekwart ronde op de heerlijk verende baan werden wij het park in gedirigeerd. Ik kreeg het direct buitengewoon warm: iets wat mij tegenwoordig altijd overkomt in de eerste kilometers van een loop.

Na een fraai stuk door het Nelson Mandelapark (één van mijn helden) belandde het peloton in een woonwijk. Daar liepen Arranraja en ik aanvankelijk achter een koppel vrouwen aan. Het was mij te warm om de hazenrol van acquit op te pakken, dus we konden wel wat hulp gebruiken. ‘Mijn tijd komt wel’ sprak ik ietwat berustend. Maar toen één van de dames opmerkte dat zij misschien niet zo’n geschikte haas zou zijn, werd opeens de trotse pacer in mij wakker. Ik bedacht mij geen moment, slalomde om het vrouwengroepje heen en begon verwoed de kar te trekken. Lang duurde dit echter niet. Het vrouwelijk kruit was al snel verschoten en samen met mijn dierbare strijdmakker beende ik van het groepje weg richting een tweetal manspersonen. Vrij snel hadden wij ze te pakken, en gevieren ploeterden wij voort onder de steeds feller schijnende zon.

Al spoedig bereikten wij de boorden van de Gaasperplas – maar qua warmte bood dat niet al te veel soelaas. Soms stond de zon heel fel te schijnen en was het warm, soms verschool ie zich achter een paar wolkjes of een roedel bomen, maar frisser werd het daar niet door. Langs de kant van de weg stond iemand met een bord waarop stond: “Je suis Fieke”. Was dit nou om Fieke aan te moedigen, of school hier wat meer achter? Ik moest onwillekeurig aan Charlie Hebdo denken, dus ik raakte enigszins in verwarring. En mijn brein werkte toch al niet optimaal met die hitte. Er ontwikkelde zich een vervelende hoofdpijn links achter, die steeds erger werd. Het werd tijd – vond ik – voor de eerste verversingspost.

Die post diende zich gelukkig aan na vijf kilometer – aan de noordkant van de plas, op een heel irritant open stuk. Tot onze onuitsprekelijke vreugde werden daar behalve bekers water ook zeiknatte sponsen uitgereikt. Voor Arranraja het teken om onmiddellijk zijn hoofd en nek te gaan boenen. Voor mij was de spons ook een uitkomst: van tijd tot tijd kon ik nu het pijnlijke achterhoofd koelen in de hoop dat daarmee het euvel zou worden verholpen. En inderdaad: de hoofdpijn zakte, maar de warmtestuwingen bleven voortduren.

Kort na de drankpost sloegen wij bij de Gaasp linksaf de bossages in: het Gaasperpark. Dat was wel weer even lekker, even schaduw, even weer wat op krachten komen. Onze twee groepsgenoten waren we inmiddels kwijt. Plotseling hoorden we een luid getoeter achter ons. Een kennelijk zwaar opgevoerde Canta scheurde rakelings langs ons heen. Blijkbaar had de bestuurder meer haast dan wij, de hufter. Jawel: ook Canta-piloten kunnen snelheidshufters zijn. Geschrokken maar niet van ons voetstuk gebracht deden wij voort. Wat mijn kameraad bijna wel van zijn voetstuk bracht waren de nodige takken die door een eerdere storm her en der op het pad waren gekwakt. Tenauwernood ontsnapte Arranraja aan fikse struikelpartijen die ons verder van huis zouden hebben gebracht.

Na het passeren van de Gaasper Camping (zeer toepasselijke naam) maakte het peloton zich op voor de speciale verrichting van deze wedstrijdloop: de drie duistere kilometers door de Gaasperdammer Tunnel (die naam verzin ik hier ter plekke). Daarvoor moesten wij ons eerst nog een weg banen richting de A9. Ter hoogte van de Tulip Inn en de aanpalende La Place gingen wij onder de snelweg door en maakten wij een scherpe bocht naar links. Via een korte klim gingen we dan uiteindelijk naar de ingang van de tunnelbuis. Joepie. Het echte werk ging beginnen.

Vergelijkingen met de IJ-tunnel (DtD) gaan mank: die tunnel is kort (één kilometer), gaat behoorlijk steil naar beneden en meteen weer naar boven, en is bovendien zo krom als een hoepel. De Gaasperdammer Tunnel daarentegen is kaarsrecht, niet zo diep, en vervelend lang. Ook zijn er geen trommelaars die het atletenvolk begeleiden. In deze tunnel stond elke 500 meter één (zegge: 1) vrouwspersoon opgesteld, die – het moet gezegd – haar keeltje schor schreeuwde om ons vooruit te krijgen. Ook was er op enige honderden meters voor het einde van de tunnel een drankpost. Daar laafden Arranraja en ik ons overvloedig, want ook in de tunnel was het nog gemeen warm. Jammer genoeg bleven de sponsen ditmaal achterwege.

Eindelijk uit de tunnel moesten we meteen naar rechts voor een venijnige klim. Dit was iets waar Arranraja enorm tegen had opgezien. Ik maande mijn opdrachtgever nog om met kleine pasjes omhoog te gaan, maar het hielp allemaal niet meer. Daar, op slechts één kilometer voor de finish, verschoot mijn kompaan zoveel kruit dat de snelheid er he-le-maal uit ging. Worstelen werd het. Zelf had ik die puist iets beter verteerd, en het vooruitzicht van een spoedige finish gaf mij nieuwe energie. Langzaam maar zeker begon ik uit te lopen op de moegestreden krijger. In de laatste honderden meters passeerde ik nog wat atleten die er finaal doorheen zaten. Vlak voor mij liep een drietal jonge vrouwen, en deze aanblik spoorde mij aan om nog wat extra kolen op het vuur te gooien.

Teruggekeerd op de atletiekbaan rekende ik met een woeste eindsprint de drie deernes in en gooide ik mijzelf over die verrekte eindstreep. Terstond draaide ik mij om, om te zien waar Arranraja bleef. Tot mijn starre verbazing bleek hij slechts een luttele 8 seconden te hebben toegegeven. Driewerf hulde hiervoor. Tevreden wijdden wij ons aan het uitwandelen, en deden wij ons tegoed aan water, sportdrank, sinaasappel en banaan. Niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. We hadden het hem weer gelapt: onze zesde Succesvolle Samenloop was inderdaad succesvol gebleken.

Na een mooie wandeling door het Nelson Mandelapark betraden wij de Sterrendollars op Bijlmer ArenA en slobberden wij een welverdiende Grande Caramel Machiato en een dito Grande Moccha naar binnen, onderwijl geestdriftig discussiërend over sportkleding en aanverwante artikelen. Een zeer aangename loopdag zat er weer op, en nadat de koffiebekers geledigd waren gingen wij na een roerend afscheid weer ons weegs. Drie weken later gingen wij elkaar echter weer treffen bij het Vechtfestijn in Weesp, dus het leed was beperkt.

Ik weet het: niet altijd kwijt ik mij volledig van mijn taken als pacer. En dat ondanks de ruime vergoedingen die ik telkenmale ontvang. Zeker in de recente Succesvolle Samenlopen pleeg ik er steevast in de laatste kilometer vandoor te gaan. Dit doe ik overigens wel nadat ik mij er van vergewist heb dat mijn opdrachtgever het laatste stukje zelfstandig kan voltooien. En volgens mij begrijpt hij dat ook. Speciaal voor Arranraja, die zoveel te stellen heeft met de nukken en grillen van zijn privéhaas, heb ik een bekend Pinksterliedje omgeschreven naar zijn definitieve hardloopversie. Sorry Annie M.G.

Op een mooie Pinksterdag
Als het even kon
Liepen haas en opdrachtgever om de Gaasperplas te hobbelen in de zon
Gingen startbewijsjes kopen
Loopje lopen
Eindeloos
Kijk nou toch, je gaat te snel
Jij stoute haas
En Arjan boos

Arjan was een strenge man
Arjan was de baas
Arjan was een duidelijke mengeling van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben je bang voor langzaam
Langzaam deert niet
Arjan zegt doe niet zo dwaas
Op een mooie Pinksterdag
Met zijn Goudse haas

Als zijn pacer weer versnelt
Wordt hij langzaam kwaad
Zou hij tegen deze arme jongen willen zeggen: rustig aan en in de maat
Hebbu dat nou ook meneer?
Jawel, meneer
Precies als elke haas
Op een mooie Pinksterdag
Trekt ie aan zijn taas

Hij kan naar Ameide zijn
‘t Kan ook wel naar Tiel
't Kan ook wel naar Leiden zijn of wellicht naar Ter Heide zijn
Of zelfs nog naar Den Briel
Arjan kan gaan ploegen
En gaan zwoegen
Tot hij purper ziet
Arjan zegt: pas op, m’n haas
Je gaat te snel
Hij luistert niet

Arjan is zo uitgeput
Arjan is zo moe
Arjan is er enkel en alleen maar voor de gage en de rest doet er niet toe
Ik wou dat ik nog één keer
Met mijn kaashaas
In zijn kielzog lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon

Goudse Hout: Toneel van Zaadlozen en Hardlopen

Gepost door Peter de Haan op woensdag 25 september 2019 20:45

(Dit kletsverhaal had ik eigenlijk ‘Lopen uit de Naad na het Lozen van het Zaad’ willen noemen. Maar omdat ik vrees dat dit wordt misbegrepen, of erger: dat het niet eens door de Looptijden-censuur komt, heb ik na ampele overweging besloten dit epistel een kuise en meer zakelijke titel te geven).

Als trouwe volger had U het ongetwijfeld al gemerkt: opnieuw had ik mijn schrijversplichten schromelijk verzaakt en had ik inmiddels een backlog van zes (zegge: 6) prietpraatjes opgebouwd. En dat in een tijdsspanne van eind mei tot eind september. Shame on me. Zestig stokslagen heb ik mijzelf toegediend, tien voor elk niet bijtijds ingeleverd wedstrijdverslag. In de komende tijd zal ik de achterstand in rap tempo gaan inlopen. En dat niet in een zesluik, zoals U misschien uit piëteit zou voorstellen (thanks anyway), maar in zes volwaardige éénluiken.

Het was duidelijk: de monsterinspanning in Zandvoort had een zware wissel getrokken op Uw dienstwillige dienaar. Leest U het memorabele verslag er nog maar eens op na. Op die gedenkwaardige laatste dag van maart verschoot ik al het kruit dat in mij was, teneinde die gruwelijke 21-en-een-klein-beetje kilometers te voltooien. Hé-le-maal verrot was ik, tijdens èn na afloop van de wedstrijd. Maar ik hield mij bewonderenswaardig groot, vooral in de dagen erna op kantoor. Men moest natuurlijk niet denken daar dat ik fysiek en moreel geknakt zou zijn door het uitoefenen van nota bene mijn lievelingshobby. Daarbij: er was genoeg werk aan de winkel om niet te verzaken of te vervallen in lamlendigheid. Dus leed ik in stilte en ploeterde ik ijverig voort.

Maar intussen was de hardlooptank fysiek en geestelijk volledig geledigd. Eén van de eerste kinderen van de rekening werd de Halve van Leiden, die met een besliste beweging van de kalender werd gezwiept. Startbewijshulp.nl bood mij daarbij de helpende hand. Het ticket werd middels deze site tegen een woekerprijs verpatst aan een wanhopige loper die anders dit festijn immers aan zich voorbij had moeten laten gaan. Een duidelijk geval van WIN-WIN, dus geen wroeging mijnerzijds.

Op Koningsdag 27 april was er natuurlijk nog wèl de Koningsloop (verdomd toepasselijke naam trouwens), het GR-niemendalletje in de vroege ochtend waarbij 9 rondjes van 1.1 kilometers moeten worden gedraafd. Gelaten onderging ik deze doodsaaie kweltocht, die pas de moeite waard werd tijdens de afterparty met automatenkoffie, kleffe kadetjes en het traditionele mandarijntje. Dan komen de Goudse Runners pas echt tot leven, en laten zij zich van hun beste kant zien. Het bleef – u begrijpt het - onrustig tot in de kleine middaguurtjes. Daarna ging een ieder zijns weegs om in besloten kring te gaan koekhappen en toiletpotwerpen.

Bijna twee volle maanden na Zandvoort duurde het voordat Uw tobatleet weer in wedstrijdverband de schoentjes onderbond. Zaterdag 25 mei was de heuglijke dag. Loop van handeling was de Goudse Houtloop, waarover ik in mijn allereerste blog in 2014 het volgende schreef: ‘Een loop zowat door mijn achtertuin, in een mooi gecultiveerd stuk veengrondengroen aan de zuidkant van de Reeuwijkse Plassen. Veel draaien en keren, verharde én onverharde paden en behoorlijk veel bruggetjes die dikwijls van een veeroostertje waren voorzien. Kortom: nooit ècht lekker in je ritme komen, een ‘tall order’ vooral met warm weer…’

Believe it or not: een maand vóór de 2019-editie van deze loop was de Goudse Hout het uiterst merkwaardige toneel van de Nationale Zaadlozingsmarathon. Ja U leest het goed: dit bestaat echt. Google het maar na, argwanende lezer. Ik had er eerlijk gezegd nog nóóit van gehoord. Voordat er ongetwijfeld heel gruizige gedachten gaan ontstaan: de Nationale Zaadlozingsmarathon is een evenement waarbij (en ik citeer, oops parafraseer) ‘NPO Radio2 (Vroege Vogels?, red.) in heel Nederland, voor het tweede jaar, vrijwilligers opriep om zaadbommen te leggen. Dat moest ervoor zorgen dat er dit voorjaar genoeg bloemen (nectar en stuifmeel) voor bijen bloeien. Zodat er een einde komt aan het al maar dalende aantal bijen.’ En het was allemaal ook héél officieel en gewichtig: met het planten van de eerste zaadbom opende op 11 april niemand minder dan minister Carola Schouten de Nationale Zaadlozingsmarathon op NPO Radio 2. U ziet: dit is dus in geen geval een aan mijn dirty mind ontsproten perverse fantasie, maar juist een werkelijk goed bedoelde actie om het bloemetjes- en bijtjesbestand op peil te houden.

Graag had ik medio april ook een handje willen helpen met het lozen van grote hoeveelheden zaad in een zorgvuldig geselecteerd aantal perceeltjes in de Goudse Hout. Maar helaas: ik wist van het bestaan van dit festijn niet af. Er was kennelijk iets niet in orde met mij. Mijn immers hooggevoelige antennes hadden op z’n minst bij ‘marathon’ moeten zijn aangeslagen, en bij ‘zaadlozingsmarathon’ waren ze zonder enige twijfel in staande trilling geraakt. Niets van dat alles evenwel. Enfin, het moet vast te wijten zijn geweest aan mijn fysieke en mentale lethargie in de periode na de monstertocht over circuit, strand en duin.

Ietwat teleurgesteld door deze gemiste kans liet ik mijn innerlijke en uiterlijke spanningen zakken en bereidde ik mij voor op het loopfestijn in diezelfde, inmiddels volop bezwangerde, Goudse Hout. De atleet kon naar believen 1 of 2 ronden van 5 kilometer door het natuurgebied verhapstukken (bron: Arranraja). IJdel en onbezonnen als ik ben koos ik als vanzelfsprekend voor de langste afstand. De starttijd van deze wedstrijd was laat in de ochtend gelegen, dus kon er bij wijze van uitzondering op zaterdag eens lekker worden doorgesudderd onder de klamme lappen. En dat door zowel de heer als door de vrouw des huizes. Na een eenvoudig doch uiterst voedzaam sportontbijt vertrok schrijver dezes op het stalen ros richting Manege Gouda: de start- en finishlocatie van de Goudse Houtloop.

Het was een ietwat grijze ochtend, en hopelijk zou het daardoor niet al te warm worden op het wedstrijdtoneel. Mijn warmtemanager had daartoe een speciaal verzoek bij de organisatie ingediend – en dat leek te zijn ingewilligd. Verheugd vervoegde ik mij bij de wedstrijdleiding voor het aanschaffen van mijn startnummer plus de vier speldjes waarmee ik dit nummer op het shirt kon monteren. Daar ontwaarde ik mijn GR-collega’s Ceciel en Ria, die ietwat wedstrijdgespannen de tijd zaten te doden met een kop koffie. In plaats van een bakkie pleuâh bestelde ik een sportdrankje en een stukje cake om de eerste gaten na het sportontbijt te dichten. Gezellig keuvelend bereidden wij ons voor op wat komen ging. De beide dames waren bij de inschrijving verstandig geweest en hadden zich beperkt tot die ene ronde van 5 kilometer. Zelf moest ik dus die gifbeker tot tweemaal toe gaan ledigen.

Na het droppen van de sporttas in een speciaal hiervoor bestemd lokaal werd het zo zoetjes aan tijd om het lijf eens aan een warming-up te onderwerpen. Het daagde mij hierbij al onmiddelijk dat het een zware toestand zou gaan worden vandaag. Weliswaar scheen de zon niet, maar benauwd was het wel, kortom geen ideale omstandigheden voor mijn wedstrijdrentree. Maar goed: men moet de dingen maar nemen zoals ze zijn, en zo zou ook deze loop dan maar getackled worden.

U moet weten: de Goudse Houtloop is een evenement dat jaarlijks ongeveer 70 mensen trekt. Zo grootschalig is ‘ie dus. De startlijn is met roze kalk op het wegdek aangebracht – en datzelfde geldt voor de lijn waarachter zich de uitzinnige supportersmenigten moeten ophouden. Ook is er in het finishgebied een met kalk afgezette ‘lus’ waarlangs de 10km-atleten zich na de eerste ronde moeten begeven om de 5km-finishers niet in de weg te lopen. Mind you: we hebben het dus over ongeveer 70 deelnemers! Dit alles wordt al sinds jaar en dag in goede banen geleid door Andy, de koning van de kleinschalige Goudse loopjes. Andy is daarnaast trainer bij loopgroep Gouda, een geduchte concurrent van ons Goudse Runners. Ik schreef er meen ik al eens over: ooit overwoog ik een transfer naar die groep, maar gelukkig keerde ik bijtijds op mijn rasse schreden terug.

Met nimmer aflatende ijver organiseert deze sportfanaat talloze loop- en zwemevenementen, en zijn naam is daardoor wijd en zijd bekend - vooral in Gouda. Andy liet deze ochtend een vrijwilliger uitgebreid voordoen hoe voornoemd lusje gelopen diende te worden – opdat wij het maar goed in onze oren zouden knopen. Daarna volgde een uitgebreide briefing over alle gemakken en ongemakken die de atleet op het parcours zou kunnen tegenkomen. Vraag van Andy: wat moet je doen als je een roodwit lint tegenkomt? Antwoord uit het publiek: er onderdoor lopen. Deze grapjas werd meteen in de hoek gezet. Onmiddelijk na de briefing werden de 5km-lopers weggetoeterd voor hun beproeving over één ronde. De 10km-atleten moesten hierna nog een vijftal minuten wachten. Die tijd benutte ik om mijn opponenten één voor één te monsteren. Dat zou immers later, in het heetst van de strijd, nog best van pas kunnen komen.

Sociaal als ik ben knoopte ik direct gesprekken aan met de personen om mij heen. Eén dame was toch maar gaan lopen vandaag, ondanks het naderende overlijden van haar moeder. Ik snap dat denk ik wel: er moeten momenten zijn in alle droefheid en zorg waarop je even kan ontspannen, onder andere door je in te spannen. Ze had wel, net zoals ik, de Halve van Leiden moeten laten lopen. Een meneer van 72 (zo vertelde hij vol trots) liet weten dat hij mikte op een eindtijd van 1u10min, maar als dat er gaandeweg niet in zou blijken te zitten zou hij wellicht al na één ronde stoppen. Collega-Goudse Runner Ron was blij dat hij na een loodzware werkweek weer eens lekker kon draven op de vrije zaterdag. Weer een andere meneer sloeg onmiddellijk aan bij het zien van mijn Zevenheuvelenshirt: hij had die race, zo zei hij, al drie keer gelopen. Na mijn mededeling dat ik er al vijf op had zitten was het gesprek terstond beëindigd. Hmmmm nou ja, toch maar eens wat aan mijn social skills gaan sleutelen. Je kunt wel sociaal zijn, maar als je skills daarbij achterblijven wordt het nóg niks.

Begeleid door het luide gehinnik van zowat alle paarden uit alle stallen werden wij door Andy weggetoeterd voor onze twee volle ronden. Meteen werd het zwaar: we liepen onmiddelijk een snipperpad op, gevolgd door 150 meter door het natte gras. Deze exercitie zouden wij tot vier maal moeten voltooien: aan het begin èn aan het einde van elke ronde. Een man in vol bedrijf op een grasmaaimachine in vol bedrijf keek ons meewarig aan terwijl wij ons door deze veel te zachte substantie heen ploegden. Rare jongens die hardlopers, zal hij hebben gedacht. Geef hem eens ongelijk.

Gelukkig was daar snel weer de harde ondergrond van een fietspad. Er vormde zich een groepje aan elkaar gewaagden, dat een gezapig tempo onderhield en trachtte om gezamenlijk tenminste die eerste ronde door te komen. Dit ging slechts één kilometer goed, vervolgens viel het gezelschap als een ton in duigen. De zon kwam er verdorie opeens wel door (dit was tegen de afspraak), en de verhoogde uitstoot van zweet mijnerzijds hield gelijke tred met mijn al net zo verhoogde hartslag. Er vormde zich een groepje van drie mannen, waaronder ikzelf, die elkaar door de zware kilometers heen gingen helpen. De ene metgezel had een geelzwart, de ander een wit shirt om het bovenlijf gehesen. Twintig meter voor ons liepen twee dames, beiden voorzien van paardenstaart – en wij zorgden ervoor die afstand te eerbiedigen als vormden deze dames de wortel die ons werd voorgehangen. Later zouden we wel proberen om op ze in te lopen. Althans: zo dachten wij in ons ongebreideld optimisme.

Na ongeveer twee kilometer, vlak aan de zuidelijke kant van de Reeuwijkse plassen, kreeg het parcours even de vorm van een wormvormig aanhangsel: na een scherpe draai 50 meter rechtuit, gevolgd door een 180-gradendraai. Net zo’n kabouterslurfje als enige maanden ervoor in de Schoorlse duinen. Meteen hierna kwam een volgend obstakel: zo’n 200 meter grindpad, geen traktatie voor de verwende wegatleet. Zeker niet met de steeds hoger wordende temperaturen. Het groepje kraakte, piepte en knarste, maar bleef in stand. Sterker nog: we raapten hier en daar wat al te voortvarend gestarte lopertjes op. GR-collega Ad stond na 3 kilometer langs het pad om ons luidkeels aan te moedigen, dankjewel Ad. Voor ons uit zagen we een hardloopstelletje, waarvan de vrouw zichtbaar aan het lijden was en de man op een heel relaxte manier naast haar bleef lopen om haar te steunen. Het driemanschap keek elkaar even aan met goedkeurende blik, en deed vervolgens ijverig voort over verharde en onverharde paden en veeroosters.

Op 5 kilometer, na weer een ploeterpartij over gras en houtvezels, passeerden wij ten eersten male de finish – daar waar Andy ons monsterde en zag dat het goed was. Bij de drankpost verslikte ik mij vervolgens op een ontzettende en mensonterende manier. Dit resulteerde in een enorme serie hoestbuien die mij logischerwijs even staande hielden. Onmiddelijk maakten mijn metgezellen er misbruik van door er vandoor te gaan – de gluiperds. Ik slikte mijn hele vocabulaire aan lelijke woorden in en liep volgens het gekalkte lusje weer richting houtvezels en grasvelden.

Mijn opdracht was duidelijk: terugpakken die hap. Volkomen overbodig, maar desalniettemin zeer sympathiek, spoorde Ad (daar was ie weer!) mij hier ook toe aan. Het eerste slachtoffer was de geel-zwarteling die aanvankelijk enkele tientallen meters van mij was weggelopen. Na ongeveer 6 kilometer nam ik die schavuit te grazen. Net goed. Op naar de volgende: de Man in White, die nota bene leek te hebben versneld. Ook al zo’n boevenstreek. Onderwijl raapte ik een kleine, in zwart geklede, dame op die mij bij het passeren toevoegde dat het zo heel erg warm was. Alsof ik dat zelf niet wist: ik liet een snelstromend spoor van rennerszweet achter mij terwijl mijn hartslagmeter bijkans uit zijn kastje sloeg. Ik bleef heel even hangen bij deze vrouw om mezelf wat herstel te gunnen. Daarna stampte ik weer vrolijk voort richting het volgende mikpunt. Overal om mij heen zoemden de bijtjes vrolijk en opgewonden – het grootse zaadspektakel van de maand ervoor had zijn uitwerking niet gemist zo te horen en te zien.

De Man in White liep nog een end voor mij, hmm dat zou geen sinecure worden. Maar krijgen zou ik hem. Zijn scalp zou aan mijn gordel komen te hangen, aldus Winnetou desgevraagd. Plotseling werd ik gepasseerd door een jonge vrouw en een wat oudere man. Zij bleken dochter en vader te zijn, deel uit te maken van de organisatie, en even een ronde te zijn gaan lopen over het parcours om te zien of alles goed ging. De uitermate sympathieke dame voegde mij toe dat ik zo beheerst en rustig liep. Ze had eens moeten weten hoe ik mij in werkelijkheid voelde.

En ja hoor: na 8.5 kilometer, na een verwoede klopjacht, rekende ik uiteindelijk de Man in White in. Zo te zien was deze dappere krijger aan het eind van zijn Latijn, maar ook was te zien dat hij in geen geval de brui aan Maarten zou geven. In mijn kielzog blijven was voor hem echter iets te veel gevraagd. Tevreden stoomde ik voort en kreeg ik al snel het volgende mikpunt in het vizier: het mannelijke exemplaar van het hardloopstelletje. Hij had zijn vriendin na één ronde gelost, en ik had blijkbaar in alle malaise rondom mijn verslikpartij na 5km niet gezien dat dat gebeurde. Enige tientallen meters liep hij voor mij, en nog steeds op die uiterst relaxte manier. Alsof het lopen hem helemaal geen moeite kostte – wat een contrast met mij op dat moment.

Anderhalve man en een aantal paardenkoppen schreeuwden en hinnikten ons naar die vermaledijde finish. Uiteindelijk kreeg ik mijn laatste opponent net niet te pakken. Wel had ik heel gestaag op hem in kunnen lopen, iets wat wel heel erg had gemotiveerd in de laatste kilometer. Ongeveer 5 seconden vóór mij overschreed hij door het mulle zand van de manege de eindstreep, daar waar Andy ons monsterde en zag dat het goed was. Het was geen supertijd geworden van mijn kant, maar wat overheerste was het feit dat ik deze wat benauwde tocht goed had kunnen uitlopen. En het smaakte naar meer. Gulzig laafde ik mij aan het in ruime mate voorradige water. Ditmaal deed ik dat stilstaand zodat van verslikken geen sprake meer kon zijn.

Eén voor één zag ik mijn opponenten over de finish schrijden. De Man in White was verbijsterd dat ‘zo’n oude knar’ hem in de laatste kilometers nog had gepasseerd. Serves you right. Het kleine zwartomhulde vrouwtje moest langdurig op de grond blijven zitten voor ze weer aanspreekbaar was. Een paar door mij aangereikte bekers water versnelden dat proces nog een beetje. De twee paardenstaarten die eerder 20 meter voor ons uit hadden gelopen hebben wij nooit meer ingehaald, ondanks onze aanvankelijke snode bedoelingen. Ad kwam natuurlijk ook nog even kijken en deelde mij en passant mede dat hij tevreden was over mijn inhaalrace. Graag gedaan Ad. Veel aandacht besteedde ik tenslotte aan de finish van de vrouw die ik vlak voor de race sprak. Ze had het voltooid – ik was trots op haar en dat liet ik haar ook weten. Maar tegelijkertijd besefte ik dat dit voor haar maar een korte ontsnapping was geweest uit de ellende waarin zij ongetwijfeld was ondergedompeld. Such is Life zeggen we dan: tegelijkertijd de grootste waarheid en de grootste dooddoener.

Bij het omkleden trof ik het jonge hardloopstelletje. Zij bleek Duits, hij Nederlands, en zij hadden samen een tijd in Oslo gestudeerd en gewoond. Tegenwoordig wonen ze in Leiden en scheppen ze er genoegen in om van tijd tot tijd samen aan dit soort loopjes in de regio mee te doen. Hun doel: ooit een halve marathon lopen. Het was mooi om te zien: zoveel jong geluk en zoveel mooie ambities. Eigenlijk herkende ik dat wel: bij mij is het immers net zo.

Even nam ik de tijd om dank te zeggen aan Andy en aan alle vrijwilligers die vandaag fantastisch werk hadden geleverd. Tevreden peddelde ik naar huis, naar de warme stralen van de douche en naar de warme aanwezigheid van mijn nog altijd kakelverse geregistreerd partner. Na deze geslaagde rentree in de Goudse Hout stond al snel weer een nieuwe loop op het programma: de 13.65km Gaasperplas Tunnelrun, samen met mijn grote hardloop- en blogvriend - zeg maar gerust: vriend - Arranraja. Voor mij een heus debuut daar, met als smakelijk toetje drie kilometer rechtuit stampen door het nieuwe tunneltracé van de A9. Maar daarover uiteraard meer in een volgend epistel. Watch this space!

Amsterdam - Zaandam Dam tot Dam Loop 10 EM

Gepost door Ben Engel op maandag 23 september 2019 13:29

Onverwachte Dam tot Dam 10EM gelopen

Dat ik dit jaar de Dam tot Dam zou lopen had ik niet gedacht want hij stond niet in mijn Bucket List. Maar het geluk dat ik had kwam omdat een loopmaatje van onze loopgroep via zijn bedrijf startnummers tot zijn beschikking had. Hij heeft ons gevraagd wie er nog interesse had voor deze loop. Dat was dus niet zo moeilijk voor mijn en heb ik mijn direct aangemeld.

Vertrek naar Zaandam

Zondag was het dan zover en werd ik om 9:30 uur opgehaald door de drie andere loopmaatjes. Het was een vlotte rit naar Zaandam en daar aangekomen de auto geparkeerd bij Albert Heijn in Zaandam. Vervolgens zijn wij naar de bushalte gelopen waar meer lopers stonden te wachten en vervolgens met de bus naar Amsterdam gereden. Dat was nog best een redelijke rit en was blij dat ik een zitplaats had bemachtigd. Daar aangekomen zijn wij nog even in een tentje gaan zitten want waren mooi optijd.

Naar de start gewandeld

Eerst werden nog de tassen ingeleverd bij de inname plek op het station. En vervolgens zijn wij naar de start gelopen op de Prins Hendrikkade en hebben onze startplek gekozen en dat was vrij vooraan. De mazzel was dat het een bedrijvenloop was en wij ingedeeld waren in de starttijd van 13:15 uur. Om 13:15 uur nadat er was afgeteld mochten wij aan onze Dam tot Dam beginnen. Elkaar even succes gewenst en iedereen van ons is in zijn eigen tempo aan de Dam tot Dam begonnen.

Hoe ging de 1ste Dam tot Dam Loop voor mijn

Na de start ga je al vrij snel de IJtunnel in en aan het eind van de tunnel stond er ventilatoren aan die toen al voor wat verkoeling zorgde. Langs de route vanaf de Buiksloterdijk merkte ik al het enthousiasme van de bewoners en dat was op de gehele route het geval. Nu ken ik Amsterdam niet maar aangekomen in het Molenwijkpark (ik zag het toevallig aan het bord) was het kei gezellig met muziek en een drukte van belang van de mensen die langs de kant stonden toe te juichen en aan te moedigen.

Hitte

Het was warm maar ik heb gebruik gemaakt van alle water posten, sponzen en met water sproeiende ouders/kinderen en natuurlijk de kinderen die er lol in hadden dat ze ons nat mochten spuiten. Het was erg welkom vanwege de hitte, maar gelukkig had ik er gek genoeg niet teveel last van.

Opbouw Dam to Dam loop

Ik heb hem mooi opgebouwd want ik had er deze keer ervoor gekozen hem in vierstappen te gaan lopen en ben gestart met 1km in zone 1 - 5km in zone 2 - 6 km in zone 3 en 4,1 km in zone 4. De zone 1 dat werkte niet echt en ik liep al snel in zone 2-3 maar dat vond ik prima. Ik had voor deze opbouw gekozen om op de laatste km’s een keer proberen te versnellen. Dat is deze keer gelukt en kon ik vanaf 15 km op de Zeedijk (denk ik) en laatste stukje van de Zuiddijk lopen in 5:55min/km tot 5:27min/km tot ik op de Peperstraat over de finish kwam. Dat is een mooie opsteker al zeg ik het zelf👍. En nu op naar volgende week zaterdag de 28ste de Halve van Katwijk😎

Foto's bij deze blogpost

IMG_1250.jpg IMG_1255.png IMG_1249.png

33 km Devils Trail Run Maasduinen.

Gepost door Gerwin Hordijk op zondag 15 september 2019 19:19

Zondag 30/6
Nog even een leuke samen vatting…
was ik samen met Maurice Pieterson naar Arcen geweest voor een Trailrun Devils trial run Maasduinen in Arcen.
Wat een mooie dag was dit. Wij zijn heerlijk wezen kroezen (zoals Maurice dit noemt) door het mooie en glooiende landschap Maasduinen. met een graadje of 30Sun door de bossen, er waren ook ovens tussen zoals ik dat noem echte Devils railtjes Devil smiley. Op een gegeven moment hadden wij door dat wij de kop positie hadden, ik was daar best verbaasd over... dit had ik niet verwacht maar wij hielden stand. Maurice moest ik lossen op de 2?6k en ging mijn eigen tempo aan gehouden. hierdoor had ik nog wel de onzekerheid of ik stand zou houden op 3de plaats. maar dat lukte buiten gewoon goed! wat een ongelooflijke en geweldige prestatie heb ik en Maurice geleverd, en zijn ongelooflijk Trots op deze overwinning! En mijn eerste Trial en verste afstand wat ik ooit gelopen heb, buiten/binnen mijn provincie. Deze dag vergeet ik nooit meer!
Maurice werdt 2de en ik 3 de
Op naar de volgende Trailrun.... Ik ben om! smiley

Foto's bij deze blogpost

maasduinen2019-170.jpg

Arnhem - Bridge to Bridge 10EM*

Gepost door Ben Engel op zondag 15 september 2019 19:09

Ochtend ritueel

Vanmorgen het gebruikelijke ontbijtje 3 broodhammen en dat was al om 07.30 uur en rond 10:00 heb ik nog een klein pasta maaltijd genomen. Ik had alles gisterenavond klaar gelegd. En voor mijn vertrek nog even ervoor gezorgd dat ik een dumoulintje had gedaan want dat is wel zo praktisch en moet je niet hebben tijdens het lopen🤣

Vertrek naar Arnhem om 10:30 uur

Om 10:30 ben ik in de auto gestapt en vertrokken naar Arnhem waar ik de auto heb geparkeerd op de Apeldoornse weg bij de gratis (alleen in het weekend) parkeerplaats van Rijkswaterstaat. Ik had gelijk een mooie warming-up want ik moest vandaar uit naar de start lopen op de John Frostbrug en heb er een stief kwartiertje overgedaan. Ik heb een plek gezocht in een van de startvakken vanwaar ik met de meute naar de start zou lopen.

Burgermeester Ahmed Marcouch

Vijfminuten voor de start werd er nog gewacht op de burgermeester die uiteindelijk aan gerend kwam. Hij was wel buiten adem en gaf ook aan dat het kwam omdat hij wat te laat was vertrokken uit de kerk waar hij was geweest. Maar oké hij vertelde in het kort de geschiedenis en de reden van het evenement. Alles had te maken met de herdenking 75 jaar Market Garden en wij in vrijheid hier kunnen lopen met dank aan de strijders van toen en dat toch wel speciaal is.

De start om 12:00 uur

Na zijn speech werd begonnen met het aftellen voor de start en mochten wij vertrekken. Zoals altijd mijn horloge geactiveerd lopend over de tijdregistratie matten en gelijk in een mooi tempo aan de Bridge loop begonnen.

Voortgang Bridge run

Het ging vanaf de start gelijk goed ik heb wat bewuster naar mijn tempo gekeken en die was 6:10min/km tot 6:13min/km. Op de laatste 2 kilometers zakte het soms in naar 6:15min/km tot 6:20min/km. Gek genoeg heb ik hem vorig jaar sneller gelopen in 1:39:45, maar het is niet anders en geen ramp. Ik ben dik tevreden over deze run en toch een weer speciale editie zoals ik al eerder aangaf want deze keer was het de herdenking 75 jaar Market Garden👍🏼.

Naar huis

Ik had gelijk een mooie coolingdown want ook terug naar de parkeerplaats weer een kwartier teruggelopen. Nog een paar buitenlanders naar de gratis parkeerplaats gewezen, want ze hadden hun auto op een parkeerplaats voor vergunninghouders geparkeerd. Een mevrouw die hun in gebrekkig Engels dat wilde uitleggen ben ik dus maar te hulp geschoten. En ook zij stond dus om de hoek geparkeerd bij vergunninghouders en heb ook haar erop geattendeerd. Tja het kost wat als je een print krijgt van de parkeerwachter. Dus allemaal blije mensen. Ik ben vervolgens doorgelopen naar de parkeerplaats en huiswaarts gereden. Inmiddels relaxen en al een 🍺genomen. Ik zeg done en nu op naar de Halve van Katwijk💪

Foto's bij deze blogpost

IMG_0304.png IMG_1235.jpg

*Voorst - Ultimate Trail Bussloo*

Gepost door Ben Engel op woensdag 11 september 2019 15:18

Mijn 1ste Trail

Verlaat Blogje over de gelopen Trail

Al langere tijd heb ik het erover gehad dat ik wel een keer een Trail wilde gaan lopen. En dan om te kijken of ik het leuk vind en het mijn bevalt. En of de duvel ermee speelde kwam Titus Loopsport met een mededeling via FB dat ze een Ultimate Trail ( hun 1ste) gingen organiseren op Bussloo op 25/8/2019. Ik dacht dat is een ultieme optie en ook nog een thuiswedstrijd. Vooraf wilde ik weten of er geen zware obstakels erin zouden zitten want had geen behoefte aan rare capriolen. Dit was een overweging aangezien ik ook een andere loopjes heb staan. Maar ik werd gerustgesteld en na wat twijfel en mailcorrespondentie had ik mijn ingeschreven voor de 12 kilometer. Ik dacht laat ik het dan maar gelijk goed doen want de 5km vond ik te kort.

De dag van mijn 1ste Trail

Oké de 25ste gingen mijn vrouw en ik naar Pitch en Put Bussloo waar ik mijn startnummer moest ophalen. Ondertussen was ik gaan twijfelen want een 1ste Trail en gelijk 12 km is dat niet te enthousiast van mijn. Maar het kan zo verkeren want je mocht op het moment na het 1ste 5km rondje beslissen of je wilde stoppen of door wilde gaan.

De start

Om 11:00 uur mochten wij vertrekken en gingen wij gelijk een stukje over het strand en vervolgens grote delen over de grasweiden. Ook waren er nog wat leuke obstakels en moesten wij ook door het water waar je soms tot je middel en/of knieën door moest. Maar gelukkig had ik mijn Brooks Trailschoenen aangetrokken en ging het al struinend door het water want snel kon je wel vergeten. Vervolgens moest ik weer omhoog klauteren uit het water om op de weide te komen en daar de run voort te zetten. Wij werden door sommige lopers erop gewezen dat er links in het water een kuil zat op de bodem en ben dus maar rechts gaan lopen. Het ging best lekker en viel mijn niet tegen dus tja wat doe je dan als de 5km erop zit. Yep dan doe je er nog een 2de rondje achteraan om de 12km uit te lopen. Dit had ik al afgesproken met mijn vrouw die op mijn stond te wachten vlak bij de finish. Ik heb geroepen dat ik doorging voor het 2de rondje en dat was prima.

Het 2de Trailrondje

Ook het 2de rondje ging goed alleen had ik pech want daar waar in het water de verzakking zat waarschuwde ik medelopers, maar die deden er niks op uit. Had ik het dus net geroepen bleef ik zelf achter een tak of zoiets op de bodem (die zie je dus niet) hangen en lag plat op mijn snuffel in het water. Dat wilde zeggen dat ik door en door nat was. Maar aangezien het warm weer was vond ik dit geen probleem en heb ik rustig mijn run voorgezet. Na de water obstakels en terug op de weide ging het weer richting de finish. Daar was nog een glijbaan maar dan op de grond lag een plastic zwartdoek met zeep. Die heb ik maar overgeslagen want mijn coördinatie is niet zo goed en dacht als dat fout gaat en ik een blessure krijg daar zit ik niet op te wachten. Maar over de finish gelopen was ik blij en voldaan dat ik mijn 1ste Trail heb volbracht.

Afstand meting niet correct

Achteraf viel het mijn ook hartstikke mee qua zwaarte van het parcours kan ik nu zeggen. En ook kwam ik niet aan de 12km bij de finish, maar was het 9,74 volgens mijn Garmin Fenix3 HR. En dat blijkt wel te kloppen want meerdere loopmaatjes (volgers op FB )bevestigden dit.

Foto's en video's

Mijn vrouw heeft de foto's en video's gemaakt tijdens de Trail. De video's krijg ik niet geplaatst hier op looptijden. Maar het was een leuke ervaring en ik denk dat ik in ben voor een vervolg😎. Na afloop zijn wij samen gaan relaxen op het terrasje in Deventer op de Brink met een wijntje en ik een witbiertje 🤗🤗

Foto's bij deze blogpost

dbeba15b-a641-40d8-bc12-a9b599aab6aa.jpg IMG_1142.jpg IMG_1169.jpg IMG_1144.jpg

grote liefdes

Gepost door Sandra van Arkelen op dinsdag 23 juli 2019 10:44

Ik ben weer begonnen met mijn grote liefde: Hardlopen!
Nooit verwacht dat ik 10 jaar geleden besmet zou raken met dit virus.
Helaas heb ik door een knie operatie jaren niet gelopen. En als ik het weer probeerde speelde mijn knie op. Niet zo erg maar genoeg om angstig te worden dat ik mijn andere grote liefde niet meer zou kunnen doen: Bergwandelen.
Twee maanden geleden heb ik tijdens een uitje van mijn werk hele stukken moeten joggen (tijdens het spel Hunted). En dat ging heel behoorlijk op mijn sneakers!!
Besloten om het hardlopen toch weer een kans te geven met één belofte; rustig opbouwen, zo rustig dat ik het idee heb dat ik niet vooruit kom smiley
Ik zit nu in de zevende week; 2 x 10 min en 2 x 3 minuten met tussendoor wandelen.
En mijn lijf en leden zijn er blij mee! Zelfs als ik niet verder zou komen dan dit schema zou ik nog blij zijn dat ik dit 3 keer per week kan doen. De droom is toch nog een keer met mijn dochter de 4EM van Zwolle lopen, geen superafstand, maar dat deed ik nooit.
Ik kan mijn grote liefde weer omarmen en mijn tweede grote liefde vasthouden. Poly-amoureus...

Foto's bij deze blogpost

hardlopen.jpg

Warmtemanagement en wandeltempo in Weesp (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 14 juli 2019 20:41

Zoals altijd ook te bekijken (veel fraaie foto's!!) op https://arranraja.wordpress.com/2019/07/14/warmtemanagement-en-wandeltempo-in-weesp/

Op de rol stond mijn 91ste trimloop, waarvan de zesde Vechtloop en de vierde samen met hardloopvriend Peter. Dit was nu de derde keer dat wij de 10 km gingen verhapstukken omdat de langere afstanden (15 en 21,1 km) drie jaar geleden in Weesp al helaas van het programma waren gehaald. Dat meer kilometers die dag niet tot de mogelijkheden behoorden was in mijn geval achteraf gezien maar goed. Lees verderop maar hoe deze vork in de steel zat.

Aanvankelijk, een week eerder, werden er tropische temperaturen voorspeld voor de dag dat het allemaal moest gaan gebeuren. Het etmaal ervoor, op zaterdag, klopte dat nog als een bus. Wat zou betekenen dat ik, na de Roze loop eind april, weer een georganiseerde loop waarvoor ik mij reeds had aangemeld en dus ook voor betaald, moest laten schieten. Maar gelukkig, gelukkig bleek de wind op zondag gedraaid naar het westen en was het zeker 10 graden koeler. Er kon derhalve gewoon, volgens plan, naar Weesp (inmiddels onderdeel van de gemeente Amsterdam) worden afgereisd. Daags tevoren was er toch een piepklein kinkje in de kabel te bespeuren. De Nederlandse Spoorwegen hadden werkzaamheden belegd tussen de hoofdstad en Het Gooi, of daaromtrent, waardoor ik niet per spoor kon aanreizen. Of ik moest eerst de bus naar het uiterste zuiden van mijn gemeente nemen en daar via een andere spoorlijn Weesp bereiken. Dat zou een kleine 35 minuten openbaar vervoer betekenen, terwijl ik op de fiets volgens de meest gebruikte routeplanner 5 minuten minder onderweg zou zijn. Ik zit al niet zo graag in de bus, daar en in de trein zou het zeker ook warm zijn. Ergo, mijn keuze was snel gemaakt. Per rijwiel, grotendeels in de schaduw langs het kanaal, toog ik naar Station Weesp. Alwaar ik mijn loopmaatje en privéhaas zou treffen.

Peter kwam via Utrecht uit het Zuidhollandse en had daardoor geen last van NS/ProRail-werkzaamheden. Hij houdt van vroegtijdig aanwezig zijn, wat betekende dat ik voor mijn doen behoorlijk bijtijds van huis diende te gaan. Hetgeen zomaar zonder al te veel problemen lukte! Het weerzien na die paar weken sinds de Gaasperplasrun was zoals gebruikelijk allerhartelijkst en wij zetten (verleden tijd) koers naar de manege die als start- en finishplaats van handeling diende. De gewonnen kwartfinale van de Oranjeleeuwinnen van de middag tevoren in de Franse bloedhitte, was uitgebreid onderwerp van gesprek tijdens onze wandeling. Er gingen meer renners dezelfde kant op, dus het was sowieso supergezellig onderweg aan de boorden van en op de kleine ophaalbrug over de naamgevende rivier. Jawel de illustere Vecht, vooral beroemd vanwege de vele buitenplaatsen die eraan liggen of gelegen hebben. En door deze leuke, kleinschalige trimloop vanzelfsprekend, die alweer heel wat jaartjes georganiseerd wordt aan het einde van de junimaand. Goed en warm weer is derhalve meestal verzekerd. En zo ook nu, zoals ik reeds tweemaal in dit relaas vermeld heb. Ik moet toch iets schrijven om aan mijn zelfopgelegde, absolute minimum van tien alinea’s te geraken.

Wij waren vroeg op de ‘plaats des heils’ (bron: Peter de Haan) en hadden zodoende een zee van tijd voor alle onontbeerlijke plichtplegingen. Waaronder uiteraard het afhalen en opspelden van het papiertje voorzien van startnummer en tijdsregistratiechip. Verder werd ons ook dit jaar gevraagd de sanitaire voorzieningen voor de heren der schepping te testen. En aangezien wij deze klus steevast uiterst serieus nemen, deden wij dat twee keer. Ze werden opnieuw door ons goedgekeurd! Al tijdens het warmlopen, waarbij wij bij wijze van nostalgisch ritueel, een stukje van de route van de afgeschafte afstanden aandeden, merkte ik dat de benen verre van soepel aanvoelden. En dat het rennen derhalve niet heel makkelijk ging. Maar ik had niet voor niets een half uur gefietst, was er nu dus toch, ergo er zou gelopen worden! Stijfjes of niet stijfjes.

Het uur-u kwam toch nog sneller dan verwacht (wat wil je ook als het zo gezellig is !!) en vanuit de overdekte managebak vertrokken wij voor ons warme Weespse avontuur. Via de sociale media had ik daags tevoren al bij mijn makker het plan gedropt om 7 minuten per kilometer als richtsnoer aan te houden. Dit deed ik vooral om mij van te voren in te dekken. Want tijdens mijn individuele duurlopen kom ik momenteel echt niet meer zo hard vooruit. En gemiddelden van 6,30 minuten per afgelegde kilometer zijn tegenwoordig eerder schering dan inslag. Kortom, ik moest mijn haas erop voorbereiden dat het wat mij betreft een langzame en om die reden langdurige aangelegenheid zou gaan worden. Wandeltempo was er aan de orde! Gelukkig kon ik als zeer plausibel excuus het warme en zonnige weer aanvoeren.

Vanaf de start kostte het mij feitelijk al moeite om in het kielzog van mijn leidsman mee te gaan. Laat staan dat ik zelf de kop kon nemen. We gingen ook een stukje sneller dan die geopperde 7 minuten per kilometer, getuige de 6:08 over de eerste en 5:52 en 6:00 over nummers twee en drie. En omdat wij eerst een stukje gingen stadten en daarbij grotendeels uit de wind zouden lopen, hadden wij direct ons goed uitgewerkte en -voorbereide hitteplan nodig. Vooruit, hier en daar was die verfrissende bries wel te voelen en een wolk was zo vriendelijk de zon even af te schermen. Maar toen die laatste weer doorkwam werd het rap warmer. Ik had mij gelukkig mentaal voorbereid op deze afmattende, toeristische rondgang door het oude stadje. Want na de citadel op de Ossenmarkt, de ophaalbrug over de rivier en de fraaie Hoogstraat langs datzelfde water, kwamen we langs twee kerken in het centrum en de opvallend grote behuizing van museum Weesp. Uiteraard mag ik niet vergeten de twee fietsenwinkels, de sportwinkel, de grootgrutter uit het Zaanse en de piepkleine vestiging van Hollands Eenheidsprijzen Magazijn Amsterdam te noemen. De laatste twee vanzelfsprekend ook op zondag gewoon geopend. Het etablissement met de wel zeer toepasselijke naam ‘De Kringloper’, mag in deze opsomming uiteraard niet ontbreken. Wel mankeerde helaas de inmiddels vertrouwde Bekende Buitenlander in zijn deuropening. Daar waar ik dacht dat hij huisde, stond er een woning te koop. Dus ik vrees in dat opzicht helaas het ergste, hij is ongetwijfeld verkast of gaat dat doen.

Op zich altijd leuk, dat rondje Weesp. Niet in het minst vanwege de vele, enthousiaste omstanders en de pittoreske plekjes die de loop steevast aandoet. Maar wel altijd veel klinkerbestrating, waar ik niet zo graag op ren. En als het lopen wat moeizamer gaat, heb je van zoiets altijd meer last. De overige 364 dagen is je dat dan steevast weer ontschoten en schrijf je telkens opnieuw in voor de volgende editie. Ik was er vanwege die ondergrond en het urbane karakter niet rouwig om dat we over een stukje Hoogstraat, over de ophaalbrug en de Ossenmarkt op onze schreden terugkeerden richting de manege. Om daarlangs eindelijk het buitengebied en de oostelijke boorden van de Vecht te bereiken. Toen ik des morgens thuis op mijn weerappje zag dat de bries uit de westhoek waaide, concludeerde ik meteen dat dit wind van opzij zou betekenen als wij buitengaats heen en weer naar Fort Uitermeer zouden reizen. Want zo had ik mijzelf in het hoofd geprent, de Vecht loopt van noord naar zuid of andersom (net hoe je het bekijkt). Helaas bleek de bries naar noordwest gedraaid te zijn, wat tot gevolg had dat wij hem vooral in de rug hadden. Met andere woorden, dat wij weinig merkten van de verkoelende werking ervan. Ondanks dat de site Garmin Connect later meldde dat de temperatuur onder de 20 graden was blijven steken, voelde dat pertinent niet zo. En mijn weerapp had ‘s morgens reeds een hogere temperatuur, van wel boven dat ronde getal vermeld.

Vanaf het begin hing ik, ook gevoelsmatig aan een dun touwtje om niet te zeggen een zijden draadje bij mijn persoonlijke pacer. Je kon ook zien dat hij voortdurend de rem erop had om mij enigszins in de buurt te laten blijven. Zoals eerder vermeld liep het eenvoudigweg niet zo bij mij die dag. Dankzij het ingehouden voortgaan van Peter, bleven wij een groot gedeelte van de rit in elkanders nabijheid. Na 3 kilometer, nog net niet langs het water, vond een dame het nodig om mij rechts te passeren. Pal voor zij dat deed, maakte zij er wel mondeling melding van. Toch was ik niet bijster geamuseerd erdoor, wat ik haar in gecamoufleerd-ironische opmerkingen probeerde te laten beseffen. Er was ter linkerzijde meer dan voldoende ruimte om in te halen Of de boodschap ook echt tot haar is doorgedrongen is mij helaas niet duidelijk geworden. Exact 1000 meter verderop kwamen wij bij de eerste drinkpost. Peter had dringend drinkwater nodig, wat ik steevast zelf aan mijn riem meesjouw. Deze keer vanwege de warmte zelf twee flessen, m.a.w. een ruime liter gemeentepils. Vooraf had ik een banaan en een pakje melk naar binnen gewerkt en ik merkte bij het nemen van een paar slokken vocht dat er in mijn maag geen plaats was voor al te veel meer brandstof. Mijn hartje maakte wel een verheugd sprongetje toen ik zag dat er tevens kletsnatte sponzen werden uitgedeeld. Die kwamen voor ons warmtemanagement uitstekend van pas en ik ging subiet na het aanpakken flink mijn hoofd dweilen en lappen. Overigens was het afkoel- en bijdrinkarsenaal deze keer uitstekend verzorgd. Want er waren twee drankposten, waarvan de eerste op de terugweg nogmaals aangedaan werd, en vele douches en waterspuiten op het deel van het parcours langs de Vecht voorhanden. Waarvoor hulde aan de organisatie en de vele vrijwilligers.

Omdat ik zo druk mijn warme hoofd het sponzen was, vergat ik aanvankelijk helemaal om even tot wandelpas over te gaan terwijl Peter zijn inwendige mens verzorgde. Toen ik dat toch deed, kwam hij mij al weer rennend achterop. Dus ik moest fluks in de hoeven, wilde ik niet direct de aansluiting met mijn gangmaker verliezen. Net als daarvoor, lukte dat maar ternauwernood. Ik kon eenvoudigweg erg weinig tempo maken daar aan de rand van Het Gooi. Toch had de spons wel een positieve invloed, want de vijfde kilometer ging in 6:09 minuten. En dat was niet mijn langzaamste ‘ronde’ van de loop. Er was weinig schaduw en, zoals eerder vermeld, ook te weinig verkoelende wind te beleven. Ergo gevoelsmatig en feitelijk bleef het ploeteren geblazen. En het besef was er dat iedere stap die richting het keerpunt gezet werd, weer even hard teruggedaan diende te worden. De Vecht is hier behoorlijk bochtig, wat betekent dat je over het water wel een eindje verder kon kijken. Maar Fort Uitermeer kwam nog niet in zicht. Wat mij betreft kon de omgeving van dat oude bouwwerk niet snel genoeg naderbij komen. Want het zou betekenen dat de terugtocht aanvaard kon worden en het grootste deel van deze warme en daardoor zware loop erop zou zitten. Ik liep gewoonweg niet lekker, zoveel moge duidelijk zijn. Peter bevond een klein stukje vóór mij en geen moment zat het erin dat ik de aansluiting zou bewerkstelligen. Met dat gegeven had ik inmiddels allang vrede. Hier ergens was op een gegeven ogenblik de verkoelende noordwestenwind even merkbaar maar dat was voor mij véél te kort. Bij het keerpunt was op strategische wijze de tweede waterpost gesitueerd. Terwijl ik langs de tafel schoof, vroeg een vrijwilliger of ik geen beker water wilde. Als antwoord hield ik mijn fles omhoog. ‘Joh, waarom loop je zo te sjouwen?´, klonk zijn reactie daarop. Ik was alweer verder maar mijn antwoord zou geweest zijn: ‘omdat ik liever uit een eigen fles met water op de gewenste temperatuur drink, dan uit een onhandig, plastic bekertje’. Waarbij de kans op morsen of verslikken uiteraard een stuk groter is.

Ik ging weer even wandelen. Of mijn haas vooruit was gebleven of mij weer bijhaalde, is mij inmiddels ontschoten. Wel nam hij spoedig opnieuw wat afstand. Inmiddels was het besef tot mij doorgedrongen dat van samenlopen weinig meer terecht zou komen. Ik kwam gewoonweg, zeker gevoelsmatig, niet veel verder dan wandeltempo. Die zevende kilometer was met 6:32 minuten ook de langzaamste die ik die dag wist te produceren. Dus ik had bij Peter willen aangeven dat hij verder maar zijn eigen race moest lopen. Maar hij was al buiten gehoorsafstand en wij hadden ook geen oogcontact meer op dat moment. Later had hij het erover dat er een paar dames waren die hij per se wilde inhalen. En als dat eenmaal aan de hand is, kun je het verder wel schudden als haas-inhuurder. Ik had nog maar zo’n drie kilometer te gaan maar het leek een stuk langer. En dat terwijl, als je eerst van A naar B reist en daarna vice-versa, de terugreis meestal een stuk korter lijkt te zijn. Bovendien staat mij niet bij dat de wind het zo aangenaam maakte dat het rennen ineens als op rolletjes ging.

Op de heenweg had er een loper met een trompet in de hand om mij heen lopen blazen. Zodra hij iets of iemand interessants zag, toeterde hij weer een riedel op zijn goudkoperen geval. Als ik het netjes zeg, hoefde dat niet zo voor mij en toen ik hem voorbijstreefde, voegde ik hem toe: ‘niet in mijn oor, alsjeblieft’. In de straten van Weesp al, was er een man voorbijgeschoven die een grote buggy voortduwde waarin een jongeman zat. Op het shirt van de renner stond te lezen: ‘Spieren voor spieren, Donate now’. De al redelijk grote jongen in de wagen zat op zijn telefoon te kijken en er klonk drukke muziek uit een draagbaar luidsprekertje. Dat geluidsbehang had van mij eveneens achterwege kunnen blijven maar ik stoorde mij er minder aan dan aan het eerdergenoemde getrompetter. Achter de buggyman rende een vrouw in hetzelfde zwarte Spieren-voor-spierenshirt. Ik stel mij zo voor dat zij de ouders van het kind waren. En dat die jongeling de een of andere spierziekte had, waardoor hij aan het duwwagentje gekluisterd was. Ergens in downtown Weesp werden deze mensen aangemoedigd door toeschouwers. Achter mij hoorde ik de dame iets terugroepen in de trant van: ‘nu leef ik nog’. Alsof zij vreesde het einde van de rit niet te zullen gaan halen.

Peter was er dus vandoor en ik hobbelde voort. Bij de eerste en tevens derde verfrissingspost ruilde ik mijn bijna uitgeknepen spons in voor een vers, kletsnat exemplaar. Dat werd dus hernieuwd lappen en poetsen geblazen! Ook besloot ik onder de plaatselijke douche door te lopen. Daarvan kreeg ik al rap spijt omdat mijn zonnebrilglazen vele druppels opvingen. Die kon ik wel makkelijk wegvegen maar er bleef een waas achter dat mijn zicht enigszins belemmerde. En als ik ergens een hekel aan heb, is het om de wereld om mij heen niet voor 100 procent scherp te kunnen waarnemen. Ondanks dat er al aardig wat kilometers in de benen zaten, ging ik zonder het bewust te merken weer wat sneller. Getuige de kilometertijden van 6:17 en 6:18 minuten over rondes 8 en 9. Er kwamen nog wel lopers over mij heen en zelf raapte ik ook een enkeling op. De vrouw die mij op de heenweg rechts de loef had afgestoken, kwam nu weer steeds dichterbij. Het was mijn intentie om haar in exact dezelfde bocht ter linkerzijde te overlopen en daarbij expliciet te roepen dat je aan die kant hoort in te halen. Vóór het echter zover was, stond de vrouw in kwestie plotsklaps stil en moest ik alle zeilen bijzetten om haar te ontwijken.

Vlak voor de ingang van het manegeterrein stond een fotograaf en ik schikte vlug en zo goed als mogelijk mijn haardos. Want ik wilde vanzelfsprekend zo voordelig mogelijk worden vereeuwigd. Helaas heb ik geen kiekje van mijzelf op deze plek kunnen terugvinden. Maar dan staan gelukkig vele andere fraaie plaatjes tegenover. Ik liep in het kielzog van een wat jongere vrouw het finishterrein op. Zij zette aan richting de meet en ik volgde in haar voetsporen. ‘Dit kan sneller’, dacht ik en denderde over haar heen alsof zij stilstond. Mijn haas stond aan de rechterkant mij op te jutten en op 1:02:53 zette ik mijn Garmin stil. De officiële tijdregistratie haalde daar nog een zevental tellen vanaf. Ik wist van te voren eigenlijk al dat dit mijn langzaamste 10 kmtijd op de weg zou gaan worden, dus ik was daar niet verbaasd over. Eerder blij dat ik de eindstreep rennend gehaald had, ook al was dat ‘rennen’ bijna in wandeltempo. Vrijwel óp de tweede tijdwaarnemingsmat stonden de medaille-uitreikers. Er moest dus zeer abrupt gestopt worden en tijd om het eigen uurwerk tot stilstand te brengen was er nauwelijks. Tijdens de laatste volledige kilometer haalde ik zowaar toch een snelheid van 9,81/uur en door mijn indrukwekkende eindsprint gingen de 145 meter die ik volgens mijn gps-horloge bovenop de 10 km liep, zelfs in 10,45/uur. Blijkbaar had ik het allerlaatste beetje brandstof in de tank nog weten aan te spreken.

Na de in-ontvangstname van het ronde kleinood aan een blauw-wit-gekleurd lint, had ik echt even tijd nodig om op adem te komen. Dat kon prima in de rustige, overdekte ruimte van de manege. Vervolgens namen wij alle tijd om tot onszelf te komen, naar de laatste binnenkomers te kijken, om te kleden en onze brandstof aan te vullen. Dat gedaan hebbende, verlieten wij het inmiddels vrijwel verlaten en grotendeels opgeruimde strijdtoneel om richting het station te wandelen. Mijn benen voelden daarbij aan alsof ze zojuist een halve of hele marathon achter de kiezen hadden. Het was om die reden helemaal niet erg dat de smalle brug over de Vecht juist open ging voor boten, zodat wij tijdelijk pas op de plaats moesten maken. Daarna liepen we even het centrum van Weesp in en vonden aldaar IJssalon Nelis, waar ze een prima cappuccino bleken te serveren. Die dronken we in de alsmaar drukker wordende tent met smaak op, terwijl wij de wapenfeiten van even daarvoor nogmaals de revue lieten passeren. Ondanks het gegeven dat Peter de Haas zich niet helemaal voor de volle 100 procent van zijn toegewezen taak had gekweten, vond ik het gepast hem als dank deze beker slobber aan te bieden. Met een klein toeristisch ommetje, achterom de Achteromstraat, langs het water van de Herengracht, vonden wij de weg terug naar het NS-station. Al keuvelend bereikten wij die plek, waar mijn fiets reeds trouw stond te wachten en Peters trein naar het zuiden weldra zou arriveren. Het afscheid was ontroerend, zoals altijd. En onze zevende, succesvolle samenloop was een feit en alweer geschiedenis.

Het einde van de tunnel (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 23 juni 2019 19:22

Zoals altijd ook te bekijken (veel foto's!!) op https://arranraja.wordpress.com/2019/06/23/het-einde-van-de-tunnel/

Op het moment dat het volgens de kalender nog winter was, ergens eind februari, ontving ik de eerste nieuwsbrief van de Gaasperplasrun. Omdat deze in juni te houden trimloop toen nog de ver-van-mijn-bedshow was, heb ik die mail niet gelezen. In een plaatselijke krant zag ik een dikke maand later toevallig dat er opnieuw door de in aanleg zijnde, overdekte Gaasperdammersnelweg gelopen zou worden. Dit gelezen hebbende begin april, schreef ik mij meteen in, om niet achter het net te vissen. Voor naar wat nu gebleken is, de laatste editie van de Gaasperdammertunnelrun. Ik trakteerde mijzelf daarbij ook op het jubileumloopshirt aangezien het ging om de 25ste editie van de Gaasperplasrun.

Toentertijd had ik wel al last van wat lichte lappenmandklachten, verder bevond ik mij waar het hardlopen aangaat, nog in het volle daglicht. De Nescioloop was aanstaande, de Roze loop aan het einde van diezelfde maand ook en voor de meimaand wachtte mij de onmogelijke keuze tussen de Geinloop en de Wallenloop. Met de datum van die eerste trimloop was niet voor de eerste keer geschoven, waardoor deze op exact dezelfde dag terechtkwam als de Naardense loop. Geheel onwetend was ik nog over de donkere tijden die eraan zaten te komen! Ik heb er in mijn vorige relaas reeds kond van gedaan, onvermoede overbelasting van de rugspieren gooide grootscheeps roet in mijn rendieet. Vanzelfsprekend hielp ik mijn jongste dochter juist voor Pasen met het naar beneden en in de bestelbus sjouwen van de meubels en spullen die zij meenam naar haar nieuw verworven onderkomen. Dat leek mijn ruim 60 jaar oude lichaam goed verstouwd te hebben, ook toen ik een dag later op pad ging om tien Engelse mijlen te verhapstukken.

Midweeks sloeg de duisternis echter onbarmhartig toe. Ik zette aan voor de volgende duurloop en mijn rug voelde onmiddellijk pijnlijk. Toch liep ik door, een daad die ik achteraf gezien wel betreur. Want dit bleek het begin van een vier weken durende, zwaar bewolkte periode, om niet te zeggen een slakkengang door een Alpentunnel van een kilometertje of 18. Waarin rennen uit den boze was. Bij de Roze loop, waarvoor ik al was ingeschreven en had betaald, moest ik verstek laten gaan. Hetgeen een dubieuze en niet voor herhaling vatbare primeur opleverde. Een wrang lichtpuntje was het feit dat de lastige keuze tussen Wallenloop en Geinloop mij bespaard bleef. Rust, plaatselijke verwarming en wat oefening van de bewuste spieren losten het blessure-euvel niet spoedig genoeg op. Wat mij deed besluiten het over een andere boeg te gooien. De oefenintensiteit werd opgevoerd en het hardlopen kwam terug op het menu. Rust-roest tenslotte en het flink doorbloeden van het gehele lijf kon in mijn visie geen verdere schade aanbrengen, eerder het tegenovergestelde.

Zo geschiedde en het bleek te werken! Want die tunnelrun kwam eraan en daar wilde ik hoe-dan-ook aan deelnemen. Iedere keer dat ik aanzette tot looppas deed de rug best even pijn maar hoe langer ik liep, hoe minder dat werd. En per keer dat ik van wal stak, zakte het ongemak verder weg. De zon kwam dus weer steeds vaker door, het dikke wolkendek werd alsmaar dunner, ik vermoedde dat deze duistere kerker toch een uitgang moest hebben. Een volgend lichtpunt was het bericht van loopvriend Peter dat hij ook van de partij zou zijn op die tweede zondag in de junimaand daar in dat tropische stukje Mokum. Ik kon derhalve beschikken over mijn persoonlijke Goudse kaashaas om mij over de Zuidoostelijke paden en door de genoemde echte tunnel te loodsen. Achteraf gezien is ‘lichtpunt’ een duidelijk te zwakke kwalificatie en dekt ‘stadionverlichting’ de lading vele malen beter. Van 6 via 10 en 12 had ik de kilometerhoeveelheid al opgevoerd naar 13 km. Maar vier weken stilstand in een onderaards gewelf is, zeker voor een renner van mijn leeftijd, niet bevorderlijk voor de conditie, de souplesse en het uithoudingsvermogen. Dus had ik telkens een of meerdere pauzes moeten inbouwen tijdens mijn duurlopen. En ik ging hard noch veerkrachtig/ lichtvoetig over de paden. De laatste training midweeks voorafgaand aan de grote zondag diende er derhalve echt een langer stuk aaneen gerend worden. Ik ging voor een route van 11 km. Die lukte zonder stoppen en voor het eerst had ik tijdens het lopen helemaal geen centje pijn. In mijn hoofd werd het letterlijk en figuurlijk steeds lichter. Wel appte ik Peter dat het tempo tijdens de run wat mij betreft ‘dead slow’ zou worden. Want veel harder verwachtte ik niet te kunnen gaan.

Wij spraken af op het dichtstbijzijnde NS-station en wandelden gebroederlijk naar de ‘plaats des heils’, zoals mijn favoriete loopmaatje dat steevast zo fraai weet te omschrijven. Vooraf zeeën van tijd hebbende, konden wij in alle rust de benodigde plichtplegingen afwerken en ik zal de lezer niet verder vermoeien met de details daarvan. In tegenstelling tot bij bijvoorbeeld de Twiskemolenloop waar het andersom is, werd de langste afstand hier als laatste weggeschoten. Dus hadden wij tussen het opwarmen door ruimschoots de gelegenheid om naar de eerder vertrekkende lopers te kijken. Bij de 10 km gingen twee mannen als pijlen uit bogen ervandoor. Peter suggereerde eindtijden van laag in de 30 minuten wat achteraf behoorlijk bleek te kloppen met 32 minuten en een beetje, resulterend in een uursnelheid van 18,63 en een gemiddelde kilometertijd van 3:13 minuten. Een groot contrast vormde de snelheid waarmee de laatste renners zich over de baan voortbewogen. Dat was meer ons tempo, naar het zich liet aanzien. 288 10 km-klanten zagen wij aan ons spiedend oog voorbijtrekken, vijf minuten later gevolgd door 181 stuks 5 kmlopers. Dit vooraleer wij temidden van 351 andere tunnelrunners zelf vertrokken voor onze odyssee. Tezamen met nog wat jeugdige enthousiastelingen die al eerder op de ochtend hun rondje door het Nelson Mandelapark hadden voltooid, toch een kleine 900 renners die dit ‘kleinschalige’ hardloopfeestje hebben opgeluisterd.

De weersomstandigheden waren prima met witte wolkjes aan een overwegend blauwe lucht en een verfrissende bries bij pak-hem-beet 17 of 18 graden Celsius. Ondanks meerdere lommerrijke stukken kon het trouwens onderweg best hier en daar redelijk warm worden in tropisch Amsterdam. Ons strijdplan was ook helder: langzaam maar gestaag de route afleggen, heel blijven en de eindstreep zien te halen. Heroïsche kilometer- dan wel eindtijden mochten er van niet verwacht worden. Ja, ongeschonden en voor de bezemfietser finishen zou al heldendaad genoeg zijn. Ik noemde het getal van 9 km per uur of daaromtrent als leidraad. En ik maakte aan mijn haas duidelijk dat ik hem zou terugfluiten als hij te hard ging. Het hoeft voor ingewijden geen betoog dat die richtsnelheid al direct de spreekwoordelijke prullenbak in kon. Want hoewel redelijk achterin in het pak gestart, gingen wij al direct tegen de 10 per uur. En dat terwijl Peter, zoals hij na afloop vertelde, van acquit problemen had met zijn ‘warmtemanagement’, (zijn eigen omschrijving). Later in de race verdwenen die moeilijkheden, als ik het goed heb begrepen.

Dat gebrek aan klimaatbeheersing zorgde er wellicht voor dat niet hij maar ondergetekende in het prille begin de dans leidde. En uw verteller kon het, als oudgediende bij deze loop en als voormalig inwoner van het onderhavige stadsdeel, niet laten om hier en daar een opmerking te maken over een onderdeel van het decor waarin wij liepen. Zo kon ik bij de eerste brug aangeven dat wij daar later in de tunnel onderdoor zouden gaan. Daarbij uiteraard bedoelend letterlijk en niet figuurlijk. In een doorgaans warme Holendrechtse woonstraat kwamen wij achter een vrouwelijk duo te lopen. Hardop bespraken wij daar nog enkele onderdelen van ons tactisch plan, welke precies is mij inmiddels ontgaan. De dame ter rechterzijde reageerde daar direct op met de woorden: ‘dan ben ik waarschijnlijk niet de ideale haas om dit te realiseren’, of iets in die trant. Peter herinnerde zich toen blijkbaar ineens weer dat zijn naam haas is, want hij slalomde direct om de spreekster heen en nam het voortouw over. Zoals een plichtsgetrouwe pacer behoort te doen!

In het overgangsstuk van het Nelson Mandelapark waar de start plaatsvond, naar de Gaasperplas en omringende gedeelten, liepen we prettig onder de bomen. Hier hadden we nog een paar korte praatjes met de twee dames, waarbij de zelfbenoemde ‘haas’ vertelde dat zij nog nooit meer dan 10 km achter elkaar gelopen had. Een ware uitdaging wachtte haar dus! Het brede pad lag hier, kort na al het slechte, stormachtige weer, bezaaid met takjes en bladeren. Een van die twijgjes bracht mij bijna ten val toen ik met de ene voet erop stapte, het daarbij iets omhoog werkte en direct aansluitend de andere voet erlangs haalde. Gelukkig bleef ik overeind en in de race. De dames lieten wij al spoedig achter ons en weldra sloten wij aan bij twee heren der schepping. Een stukje door mijn oude wijk Reigersbos, alwaar een fotografe op een hoekje met scherp stond te schieten, bracht ons naar de boorden van de naamgever van de loop, de Gaasperplas. Ik waarschuwde mijn compagnon voor het gegeven dat wij nu een tijdlang in de zon zouden lopen. Althans zo stond het in mijn geheugen gegrift. Gelukkig was die schaduw er hier en daar wel op het groene fietspad aan de zuidzijde van het recreatiewater. Dat door de overvloedige begroeiing zelf overigens nauwelijks in beeld kwam. Deze plas is trouwens ontstaan door zandwinning voor de omringende woonwijken. Daar waar het water wel kort in beeld kwam, wees ik mijn metgezel terstond daarop. Ik hoop dat ik hem daarmee niet overvoerd heb en zo ja, mijn welgemeende excuses voor de overlast. Er kwam ons een renner, gevolgd door een vrouw op de fiets, tegemoet en de ene man van het genoemde tweetal in wiens kielzog wij ons bevonden, riep direct: ‘je moet de andere kant op’. Waarop hij even later aan ons toevertrouwde: ‘dat was vast de tiende keer dat die man dat te horen kreeg en hij is daar helemaal zijn van’. Deze gevatte renner had in mijn herinnering een licht-Amsterdamse tongval en zeker de bekende branie van de hoofdstedeling.

Wij hadden inmiddels ruim vijf kilometer afgelegd en het werd eigenlijk wel tijd voor de drinkpost. maar die was pas 1000 meter verderop gepositioneerd. Dus werd het even doorbijten op dit relatief warme gedeelte (want zonnig en uit de wind) van het parcours. Ik besloot korte tijd te wandelen op het moment dat Peter zijn bekertje water pakte en zich laafde. En uiteraard nam ik zelf mijn fles ter hand om ook een paar flinke slokken dorstlessend vocht te nemen. Verrassing, er werden naast water ook natte sponzen uitgedeeld. Daar had ik mijn gedachten nog niet over laten gaan maar ik wist niet hoe snel ik er een moest veroveren, teneinde vooral voorhoofd en nek te kunnen betten. En ik bekende aan Peter dat niet langer hij maar deze koelte-en vochtbrenger mijn beste vriend was. Die ik na de eindstreep nog steeds stevig vasthield. Het fietspad aan de zuidzijde was inmiddels overgegaan in een toegangsweg voor vierwielerverkeer en een enkele auto kwam ons tegemoet.

De draf weer hervat hebbende, sloegen wij linksaf het Gaasperpark in, waar in 1982 de Floriade had plaatsgevonden. Nu waren we twee kilometer weer grotendeels onder de bomen en derhalve fijn in de schaduw. Opvallende gebeurtenissen hier o.a. een renner die stilstond bij en in gesprek was met een vrijwilliger van de organisatie. Mijn inschatting was dat hij informeerde of hij toch het 10 km-parcours kon volgen i.p.v. de 3,5 km langere tunnelroute. Hij stak juist voor ons weer van wal en hield inderdaad in bij het punt waar de twee routes zich scheidden. Naar welke kant deze loper uiteindelijk ging, kan achteraf ik slechts gissen. Ergens in het park hoorden wij herhaald luid getoeter van achter ons, steeds naderbij komen. En even later raasde een Canta langs ons heen. Wat die man, want dat was het, daar deed en bezielde weet ik niet. Maar het bewijst dat je overal, zelfs in een op het oog vredig park, verkeershufters kunt tegenkomen. Het leek wel of de man er heel veel genoegen in schiep om ons lopers schrik aan- en op stang te jagen. Te ‘stangen’, zoals ze in Mokum zeggen. Hij drukte overigens niemand van het pad af en verdween even rap als hij gekomen was.

Ook hier had de harde wind zijn stille getuigen achtergelaten in de vorm van veel boommateriaal op de paden. Dat betekende opnieuw goed opletten waar precies de voeten neer te zetten. Op dit mooie, schaduwrijke stuk parcours was de temperatuur relatief prettig en na het ronden van de plaatselijke camping naderden wij de tunnel. Ik waarschuwde mijn haas dat het er heet aan toe zou kunnen gaan alvorens wij de donkerte in daverden. Vorig jaar was de aanloop van enkele honderden meters naar het overdekte deel in de zon en uit de wind, nadat het asfalt eerst flink omhoog liep, namelijk bloedheet. En daardoor plotsklaps energieslurpend. Nu kwam er gelukkig juist een wolk voor de koperen ploert en bleef de temperatuur om die reden relatief mild. En wij werden bovenaan direct linksom-rechtsom naar de meest linker van de drie tunnelbuizen gedirigeerd. Het ondergrondse traject bleek daardoor deze keer drie onafgebroken kilometers in het schemerduister te omvatten. Het wegdek ging spoedig naar beneden en onze snelheid en het loopgemak namen daarmee evenredig toe. Het rennen voelde voor mij althans direct makkelijker en soepeler. Daar waar onze uursnelheid de vorige 5000 meters ergens tussen de 9,13 en 9,98 schommelde, kwamen wij nu weer boven de 10/uur uit. Tijdens kilometer nummer 11 vonden wij de tweede drankpost en herhaalde zich hetzelfde wandelscenario als bij de eerste uitspanning. Wij zakten dientengevolge terug naar 9,32/uur. Althans volgens mijn Garminhorloge, want het model van mijn metgezel kwam met andere kilometerpunten en daarom met andere tijden en snelheden.

In de tunnel stonden, net als vorig jaar, werknemers van de bij de bouw betrokken bedrijven. Nu waren dat uitsluitend vrouwen met nogal schelle stemmen, wier aanmoedigingen in de besloten ruimte uitstekend hoorbaar waren. Bij meerdere dames zwenkte ik naar rechts om hun vocale inspanningen te belonen met handjeklapacties, in hedendaagse terminologie ‘high fives’ geheten. Sommigen waren met de auto de tunnel ingereden, een dame was in een soort feestkostuum en maakte behalve met haar stem ook lawaai met een soort belletjes. Bijna aan het einde van dit overdekte parcoursgedeelte stond een wagen schijnbaar alleen te wezen. Er was echter wel een stemgeluid te horen. Voorbij de voiture zat een vrouw ineengedoken onder een kleed tegen de wand. Blijkbaar had zij het een beetje koud. Iets waarvan wij uiteraard absoluut geen last hadden. Eerder al fietste er een jongedame van ons uit gezien ter rechterzijde tegen de looprichting in. Op het moment dat ik haar zag, was ik ervan overtuigd dat zij niets met de run van doen had en zich daar illegaal bevond. Ook al omdat zij geen enkele kledij droeg die duidde op het betrokken zijn bij de organisatie. Bij nader inzien zal dat wel een hersenspinsel zijn geweest, want waarom zou je door een donkere tunnel gaan fietsen als je dat ook lekker buiten in het zonnetje kan doen? Wij kwamen de overspanning uit en de gang omhoog was gelukkig veel geleidelijker en daardoor lichter geweest dan bijvoorbeeld die in de IJtunnel tijdens de Dam tot Damloop. Volgens mijn horloge hadden we precies 12 km afgelegd toen wij juist weer in het daglicht terugkeerden. Die twaalfde ‘ronde’ hadden we zelfs binnen de 6 minuten verhapstukt.

Maar er kwam een addertje onder het gras aan, om naar niet te zeggen een boa constrictor. Wij gingen rechtsaf de bocht om en moesten een klein maar uiterst geniepig puistje beklimmen. Dat hakte er bij mij gigantisch in, alsof die koningspython in beide benen tegelijk beet en er vervolgens aan bleef hangen. Peter gaf nog het welgemeende advies om kleine pasjes te nemen en dat deed ik ook. Toch kwam ik totaal uitgewoond boven en voor mijn gevoel was hiermee het laatste beetje energie uit mijn onderdanen geknepen. Ik had de rest van het traject het idee dat ik niet meer vooruitkwam. Ook al wijzen tijden en snelheden van en over dat laatste stuk door bewoond gebied anders uit. In dit kleurrijke stukje Bijlmermeer (de H-buurt) kwamen er een enkele Afrikaanse mensen langs en een vrouw in dat gezelschap lachte ons gewoon vierkant en hardop uit. In de trant van: ‘wat zijn die idioten nu aan het doen op deze zonnige zondagmiddag’. Gelukkig kon ik dat geestelijk nog net-aan behappen en ik ploeterde onverdroten voort. Peter begon onderwijl stukje-bij-beetje aan zijn traditionele demarrage. Er was al een klein gaatje tussen ons en hij zocht een paar keer de met tegels belegde stoep ter rechterzijde op, terwijl ik vasthield aan het rode asfalt van het fietspad. Zo hobbelden wij met steeds iets grotere tussenruimte in de richting van het park en de atletiekbaan waar wij een kleine 80 minuten eerder van start waren gegaan.

Een vrijwilliger stond onder de Huntumdreef aan te moedigen met de woorden: ‘je bent er bijna, zet hem op’. Ik kon alleen maar bedenken dat ik dat al de hele tijd aan het doen was, mijn petje opzetten en dan weer afnemen. Ongeveer tegelijkertijd passeerde ik een loper waarvan Peter later wist te vertellen dat deze man er daar al compleet doorheen zat. Psychologisch gezien is het altijd fijn als je te elfder ure nog mededingers het nakijken kunt geven. Dat lukte mij ook met een op het oog nog niet zo oude, mannelijke loper. Die ik precies bij het door het hek gaan en het ronden van het kleine clubhuisje kon overlopen. Ik zette zo goed en zo kwaad als het ging aan, opdat niemand mij voor de meet dat kunstje nog zou flikken. Een paar keer achteromkijkend, zag ik dat ik in dat opzicht in veilige haven was. Koud over de eindstreep gekomen moest ik fluks inhouden om mijn vetleren plak in ontvangst te nemen van een zeer jeugdige medewerkster. Volgens Garmin had ik deze tunnelrun, waarbij mijn rug mij wederom geen centje pijn bezorgde, in 1:24:30 afgelegd. De officiële tijdwaarneming haalde daar nog eens een seconde vanaf. En Peter de Haas, die tijdens de ultieme meters steevast vergeet dat hij als zodanig is ingehuurd, had er volgens diezelfde registratie netto slechts 8 tellen minder voor nodig gehad. Opvallend, maar niet verbazend, was wel dat mijn Garmin (model 235) 13,82 km had geregistreerd en Peters model 30 slechts 13,59 km. Terwijl de afstand volgens de organisatie 13,65 km bedroeg. Door die iets kortere afstand zou mijn pacer vanzelfsprekend een hogere uursnelheid gelopen hebben dan ondergetekende, terwijl wij tot zeker 13 km gebroederlijk naast elkaar gehobbeld hebben. Waarbij aangetekend dat mijn 9,82 km/uur weliswaar geen wereldtempo is, maar toch een stukkie beter dan van te voren ingeschat.

Zo’n beetje alle binnengekomenen bleven hangen rond de meet en wij konden derhalve in alle rust uitwandelen, een beetje rekken en bijpraten op het verlaten deel van de Bijlmerse atletiekbaan. Daar gingen wij een paar keer heen-en-weer en nuttigden de eerste vochtaanvullende watertjes. Ik weet niet hoe het met die van mijn metgezel waren, maar mijn benen voelden behoorlijk zwaar en verzuurd aan. En dat duurde ook nog een tijdje. Na het ophalen van de tassen en het omkleden en hangen in de kleedkamer, verlieten wij de plaats des heils en schuifelden (althans uw verteller deed dat) door het Nelson Mandelapark richting het NS-station. Daarbij namen we, op mijn voorstel, voor een deel een alternatieve route tussen de oude Bijlmerflats door. Grappig vond ik dat de twee dames met wie wij in het begin even hadden opgelopen aan het einde van het park op gepaste afstand achter ons aan liepen. Ik keek een paar keer om teneinde te zien of zij naderbij kwamen. Dan zou ik voorzeker gevraagd hebben of zij de gehele expeditie succesvol voltooid hadden. Helaas bleef de afstand tussen ons gehandhaafd en daarmee mijn vraag in de lucht hangen.

Op station Bijlmer Arena togen wij direct naar de plaatselijke Starbucksvestiging, waar wij onszelf trakteerden op een grote beker zoete koffie. Kostte in mijn beleving een lieve duit maar wij moesten nodig onze suikerspiegel aanvullen. En wij hadden het gewoonweg verdiend vanwege alle inspanningen. Gezeten op terrasstoelen in de overdekte hal direct voor het genoemde etablissement, namen wij een ruim halfuur de tijd om te drinken, bij te komen en vanzelfsprekend honderduit na te praten over onze heldendaden van die middag. Toen de koffie helemaal en de gespreksonderwerpen grotendeels op waren, gingen wij maar weer in de hoeven. De mijne voelden zowaar een stuk beter en uitgeruster aan dat toen wij daar neerstreken. Wat een flinke tas koffie al niet kan bewerkstelligen! Overbodig om te vermelden dat deze zesde samenloop als vanouds een doorslaand succes was en meer dan reden genoeg om op zeer korte termijn over te gaan tot nummer zeven. In het laatste weekeinde van juni zijn de boorden van de prachtige rivier de Vecht en de rustieke grachtjes en straatjes van Amsterdam-Weesp de inmiddels vertrouwde plaats van handeling. Ik zie er al met genoegen en ongeduld naar uit. Temeer omdat ik met de Gaasperplasrun de blessuretunnel, naar ik hoop en aanneem, voorlopig achter mij gelaten heb. Ik beweeg mij weer relatief soepel onder de blote hemel, doe dagelijks mijn oefeningen en ga die nog verder intensiveren en uitbreiden. Voor mijn gevoel ben ik dus, zij het met een boemeltje terug op het juiste spoor en wie weet gaat de intercity daar ook nog weer eens rijden.