Alle blogposts van hardlopers op Looptijden.nl

Hieronder staan de laatste weblog posts van gebruikers van Looptijden.nl over hardlopen en gerelateerde onderwerpen.

I'm Back :D

Gepost door Mandy Honders op dinsdag 10 juli 2018 21:04

Hey beste looptijden maatjes,

Na een tijd van trainen in sportschool, die ik zat raakte nadat het hele dorp waar ik woon ineens dacht laten we er allemaal gaan sporten. Besloot ik toch maar om het hardloop wereldje weer in stappen.

Het geeft me meer rust en ik doe alsnog wat aan me Body Wink smiley
En uithoudingsvermogen, ja daar moet ik nog echt aan werken. Tips zijn zeer welkom!
Ik doe nu om en om eerst even inlopen rennen, lopen, rennen, lopen enz.
Nu nog even 1 keer per week vanwege drukte op me werk.

Ben benieuwd hoe jullie het oppakken na enige tijd gestopt te zijn?

Hoor het graag groetjes Mandy

Over Mijmeren en Lijden in Leiderdorp (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 9 juli 2018 01:20

Ach ja, Leiderdorp. In deze aan Leiden vastgeplakte gemeente groeide ondergetekende op in de jaren zeventig. Eind 1969, toen ik een broekventje van acht jaar was, verhuisde het marinegezin De Haan van Den Helder naar een huis in een frisse Leiderdorpse nieuwbouwwijk. Mijn vader kreeg namelijk een ‘walplaatsing’ op het ministerie in Den Haag. Dit nadat hij jarenlang op diverse schepen de Zeven Zeeën had bevaren. Wij (mijn moeder, zusje en ik) hadden hem vaak en veel gemist gedurende al die jaren van ‘varende plaatsingen’. Hij kon met gemak een dik half jaar weg zijn, dan een paar weekjes thuis gevolgd door weer 3 of 4 maanden op zee. Je kunt gerust zeggen dat mijn moeder het leeuwendeel van onze opvoeding voor haar rekening heeft genomen. Want na een aantal jaren op het ministerie moest mijn vader weer het zeegat uit, onder andere als navigatie-officier op één van de grote bevoorradingsschepen die de marine toen al rijk was.

In Leiderdorp werd ik van jongen een puber, en van puber een man. Na een drietal jaren op de tegenover ons huis gelegen basisschool beleefde ik van 1972 tot 1978 mijn middelbare schooltijd in Leiden. En ook in sportief opzicht kwam ik tot volledige ontplooiing in Leiderdorp. Het judoën, dat ik overigens in Den Helder al beoefende, werd in Leiderdorp voortgezet bij Sportschool Theo van Houdt. Daar werd ook de kiem gelegd voor mijn Hopeloze Hardloopverslaving. Immers, Theo van Houdt organiseerde vanaf 1971 de jaarlijkse prestatieloop op Koninginnedag, in de eerste jaren alleen over 5km, maar later kwam daar ook een 10km bij. En omdat Van Houdt zijn judoka’s voorhield dat hardlopen iets groots en meeslepends is - en zéker tijdens ‘zijn’ prestatieloop - liet hij ons steeds in de maanden voorafgaand aan zijn jaarlijkse loop eindeloos rondjes lopen door zijn dojo in de voormalige muziekschool. Mind you: tijdens de lesuren! Had mijn moeder dit geweten, dan had zij de contributie voor het judoën ongetwijfeld ingehouden. Maar ja – ik vond dat hardlopen best wel tof, en ik kon bovendien nou ook niet zeggen dat ik een briljant judotalent was. Anderen (waaronder Van Houdt) konden dat laatste overigens volmondig beamen.

In 1971, het debuutjaar van de Prestatieloop, begon ook mijn zesjarige voetbalcarriëre bij de plaatselijke voetbalclub RCL. Vanaf de oprichting in 1926 had Racing Club Leiderdorp zijn velden op een aantal voormalige weilanden aan de Hoogmadeseweg. Vroeg in 1972 pakte men echter het hele boeltje op en verhuisde de club naar het gloednieuwe, aan de Dwarswetering gelegen, Sportpark De Bloemerd. Overigens moet niet onvermeld blijven dat wijlen mijn lieve moeder altijd paraat stond om ons jonge voetballertjes naar en van de uitwedstrijden te rijden en ons ter plekke ook aan te moedigen. Bless her.

Op De Bloemerd heb ik tot 1977 vele voetbalhoogtepunten mogen meemaken. In de lente van 1972 mocht ik met het team van Basisschool De Vogelweid de bokaal in de lucht steken van het Leiderdorpse scholentoernooi. Apetrots was ik dat ik in de finale het eerste en naar later bleek beslissende doelpunt mocht scoren uit een scrimmage ontstaan na een corner. Helaas zijn hiervan alle TV-beelden verloren gegaan. Maar ook als RCL-speler mocht ik eenmaal een kampioenschap beleven. In het seizoen 1976-1977 eindigden wij ongeslagen - en met slechts twee gelijke spelen - bovenaan de ranglijst. Ik besloot toen, als zestienjarige, op het hoogtepunt te stoppen en mij bezig te gaan houden met nieuwe sportieve uitdagingen. Concreet waren dit: tafeltennissen, wedstrijdsurfen, schaken en bierglazenkantelen.

Tja en het hardlopen natuurlijk, want al die jaren had ik trouw de prestatielopen van Van Houdt verhapstukt (bron: Arranraja). Overigens: ik ben dit tot 2003 blijven doen. Op een keer of twee na kwam ik altijd op Koninginnedag naar Leiderdorp om die Koninginneloop weg te draven. Met mijn ouders steevast als supporters, en later ook mijn eigen gezinnetje. Mijn eigen vader liep héél af en toe mee, maar het was ons allen, hijzelf incluis, al snel duidelijk dat dit niet helemaal zijn ding was. En na de prestatieloop was er altijd de kermis – en daar waren mijn beide dochters uiteraard meer kien op dan op de hardloopavonturen van hun vader. Mijn grootste prestaties tijdens die Oranjelopen in het dorp waren een 19:30 op de 5km en een 46:37 op de 10km. Maar ja, dat is Andere Tijden Sport – en dat fenomeen hoef ik U niet meer uit te leggen. We hebben het hier namelijk over de Roaring Eighties, en daarvan zelfs de allereerste jaren. Ik faalde in die periode grootscheeps op studiegebied, maar op sportief gebied compenseerde ik dat royaal.

U zult wel denken: wat is die gast aan het doen? Zit hij nou zijn memoires te schrijven of zo? En: wat gaat dit ons, als lezers van een hardloopblog, allemaal aan? Plus: waar gaat dit verhaal in vredesnaam heen?

Voor het antwoord op deze vragen, die allemaal heel valide zijn, maak ik met U een reis door de tijd van de Early Seventies via de Roaring Eighties naar vrijdag 6 juli in het Jaar des Heeren 2018. Op een bloedhete avond werd, in het voornoemde Sportpark de Bloemerd, de Midzomerloop afgewerkt. Start- en finishlocatie was op het erf van de plaatselijke voetbaltrots RCL. Uw dienstwillige dienaar was na exact 41 jaar terug op de velden waar hij zijn voetbalherinneringen opdeed. En het sportpark lag er schitterend bij. De nog jeugdige aanplant van begin jaren ’70 was uitgegroeid tot een woud van bomen om de sportvelden heen. Het leek wel alsof het RCL-domein in de bossen lag. Overmand door emoties en voortdurend binnenwaaiende herinneringen liep ik langs al die velden van vroeger. Op het hoofdveld, waar natuurlijk het eerste elftal speelde, en waar wij jongens altijd achter het doel stonden waar de RCL-hoofdmacht de Leederen Koogel in moest prikken. ‘RCL gaat nóóit verloren, knoop maar in je oren, van achteren naar voren’ klonk het uit onze zoetgevooisde strotjes. De Wiener Sängerknaben waren er niks bij. En dat met plat Leidsch accent. In de rust liepen wij dan steevast van het ene naar het andere doel om daar vervolgens weer geduldig te wachten op mooie treffers van onze voetbalhelden. Soms vergeefs.

Maar ook de tocht langs al die andere voetbalvelden maakte het nodige los bij mij. Eigenlijk was de ligging van de velden ten opzichte van elkaar nog het enige herkenbare. De kantine was inmiddels al lang vervangen door een buitengewoon groot gebouw van minstens twee verdiepingen en een dakterras. Maar die velden: dat deed het hem. Terwijl nota bene sommige van die grasmatten in de loop der tijd waren vervangen door kunststoffen exemplaren, vreselijk. Als voetballer wil je het gras ruiken, en ik wilde op die avond ook het Leiderdorpse voetbalgras besnuffelen om mijn eigen voetstapjes terug te vinden.

Een paar uur eerder was ik samen met mijn lief en mijn vader naar de begraafplaats getogen. Die ligt mooi gelegen aan de Hoogmadeseweg, tegenover de RCL-velden van heel vroeger, voor de verhuizing naar De Bloemerd. We stonden uiteraard even stil bij het leven van mijn moeder, zoals gezegd mijn trouwste voetbalsupporter, I miss her dearly. More dearly than a spoken word can tell. Wat mij trof was dat ik een flink aantal bekende namen van vroeger tegenkwam op de stenen en de plaquettes, op eentje zelfs de naam van een klasgenote op de basisschool. Dat laatste struck home big time kan ik U mededelen. Het is heel confronterend als de herinneringen aan je jeugd ook op de plaatselijke begraafplaats worden getriggerd.

Mijn ouders zijn nooit meer weggegaan uit het huis dat wij in 1969 betrokken. Inmiddels is mijn vader 83 jaar oud, en ondanks het verdriet en de leegte is hij vooralsnog niet van zins om deze stulp te verlaten. Het was dan ook in dit huis boordevol herinneringen waar wij met z’n drieën op de avond van de Midzomerloop een lichte maaltijd gebruikten, en waar ik mij vervolgens kon voorbereiden voor de beproeving van 10 lange kilometers.

Want dat het een beproeving zou worden: dat stond vast. De hele dag was het al warm en vooral benauwd geweest, waarbij het wandelen zelfs al geen pretje was. Dit bleek ook wel bij het inlopen later langs de velden van RCL. Het ging moeizaam, ik liep te stampen, voelde me zwaar en vadsig, en oei: dit was nog maar een korte opwarmdribbel. Ik kreeg mijn knieën nauwelijks geheven, nee dit zou een loodzware tocht worden, temeer daar het in het sportpark weliswaar lommerrijk was maar dat daarbuiten het felle zonlicht en de hitte vrij spel zouden hebben.

Leiderdorpse bekenden van vroeger waren niet op het festijn afgekomen. En ook in mijn huidige woonplaats Gouda had niemand deze loop in de kalender opgenomen. Wel zag ik tot mijn plezier het koppel Everdien en Matthijs, waarover ik in mijn kletsverhaal over de Haastrechtloop ook al repte. Zij vertelden mij dat ze de incourante afstand van 6.3km gingen verhapstukken (één bronvermelding is genoeg, toch Arranraja?).

Na nog even de deelnemertjes aan de kidsrun over 1.5km hartstochtelijk te hebben toegejuicht konden de deelnemers van de 6.3 en 10km zich gaan opmaken voor hun gezamenlijke start. Gelukkig was mijn Garmin tijdig van een voorkeurssatelliet bevallen zodat we even na half acht des avonds van start konden gaan. Zoals gezegd was de eerste kilometer lommerrijk, door de in bijna 50 jaar volwassen geworden bomen en struiken die De Bloemerd opsierden.
Onmiddellijk nestelde ik mij in het kielzog van een vrouw. Niets aan te doen: puur instinct. Geheel buiten mijn eigen wil om. Deze vrouw droeg haar kastanjebruine haar in een paardenstaart, ze droeg een rood shirt en opvallend wijd zittende blauwe hardloopshorts. Mocht ze dit stomtoevallig lezen: ja jij dus! Op haar had ik al mijn hoop en vertrouwen gevestigd. Zij, en alleen zij, zou mij door die helse kilometers heen slepen. Het strakke tempo dat zij (en ik dus ook) onderhield bedroeg ongeveer 5:22 gedurende de eerste drie kilometer. Overigens: die tweede en derde kilometer langs de Dwarswetering en Zijldijk richting Kagerplassen waren al bloedheet en benauwd door de zon die almaar krachtiger leek te gaan schijnen.

De deceptie kwam na iets meer dan 3 kilometer bij de waterpost aan de Zijldijk, daar waar de 10km-lopers zich afsplitsten van hun 6.3km-collega’s. Mijn kastanjebruine paardenstaart huppelde vrolijk rechtsaf het korte tracé op, daar waar ik rechtdoor moest voor mijn monstertocht. Sakkerloot! Had ze dat niet even kunnen zeggen? Daar liep ik dan als een roepende in de woestijn – zo voelde het qua temperatuur in ieder geval wel. En het ergste moest nog komen: kort na de afsplitsing werd het 10km-peloton vanaf de Zijldijk (waar het water en de bomen nog enig soelaas boden) op een meedogenloze manier de polders richting Oud-Ade in gedirigeerd.

Potjandozie, wat was het daar schroeiend heet en stikbenauwd. Ik sloot aan bij een tweetal vrouwelijke Leidse Roadrunners die net een wat hoger tempo onderhielden dan toen ik achter die verraderlijke paardenstaart aanliep. Dat voelde aanvankelijk wel redelijk. Als ik echter op dat moment mijn polsslag goed in de gaten had gehouden, had ik gezien dat de hartslagmeter al behoorlijk uit zijn kastje aan het slaan was. Ik was onbewust bezig mezelf de verrotting in te lopen.

De zaak ontplofte na ongeveer 6 kilometer. De twee Roadrunsters liepen met groot gemak van mij weg, en ik liep nu achter een geheel in het oranje gestoken dame aan te harken. Ik dacht in een vlaag van paranoia en uitputting weer even in een Koninginneloop van Theo van Houdt te zijn beland. Zelfs de lippenstift van mijn tijdelijke vrouwtjeshaas was oranje. Mijn lippen moeten op dat moment lijkbleek zijn geweest van de doorstane helse kilometers. Dear Lord in Heaven Above, wat was ík kapot aan het gaan. Ik kon nu nog maar aan één ding denken: die vermaledijde drankpost even na het 7km-punt. Een oase die zo lang een ver verwijderde fata morgana had geleken en die nu maar gluiperig langzaam dichterbij kwam.

Aangekomen bij het verversingspunt nam ik even de tijd om al wandelend anderhalf bekertje water door het verschroeide schuurpapieren keelgat te kolken en anderhalf bekertje over het roodverbrande kalende bolletje uit te storten. Daarna moest ik weer helemaal op gang komen en amechtig verder ploeteren. Mensenkinderen wat kan zo’n pokkenloop eindeloos lang zijn.

Na nog twee kilometers stoempen, snot en sterven bereikte ondergetekende weer Sportpark de Bloemerd. Nog één kilometer gaan tot de ultieme verlossing. Tussen al het schaduwbrengend struweel dat het uitzicht op de hockey- en korfbalvelden van Alecto resp. Velocitas ontnam, worstelde ik mijzelf richting die verrekte voetbalvelden van RCL. Nog even vreselijk afzien en het Lijden in Leiderdorp zou ten einde zijn.

In een matige tijd van 55:27 stampte ik uitgewoond over de finish, gadegeslagen door mijn immense supportersschare. Beiden hieven een juichkreet aan ter verwelkoming van hun totaal uitgeputte hardloopkrijger. Teveel eer, lijkt mij. Het door mijn lief gemaakte finishfilmpje getuigt van hun dolle enthousiasme bij mijn bijna-ineenstorting onder de finishboog. Gelukkig kan deze video niet aan dit verslag worden gehecht. Beter voor alle partijen. U als lezer zult het met deze woorden moeten doen. Op de bijgevoegde foto's is het demasqué evenwel goed waar te nemen: de eerste foto is gemaakt vlak na de start, de tweede vlak voor de finish. Ontluisterend. Enfin, hoe het ook zij: de Midzomerloop van Leiderdorp was volbracht!

Aan de barbecue vlak na afloop heeft deze Goudse Tobatleet zich niet meer gewaagd. Het zorgvuldig bereide maar nochtans volvette voedsel zou direct na het aankloppen aan de maagpoort een ferme 180-gradendraai hebben gemaakt. Dat kon ik al die Leiderdorpelingen niet aandoen daar. Dus blijft een mooie herinnering over aan een gedenkwaardige middag en avond in mijn voormalige woonplaats, waar vele jeugdherinneringen als vanzelf uit mijn oersoep naar mijn werkgeheugen werden getransporteerd. Veelal mooie, maar soms ook moeilijke herinneringen. Al met al vond ik het fijn en heel waardevol dit gedaan te hebben. Ik draag mijn deelname aan deze loop op aan mijn lieve dappere moeder, met dankbaarheid voor zo veel. This one’s for you Mom!

Foto's bij deze blogpost

_MG_2343.jpg _MG_2954.jpg

Eigen haas is goud waard! (2 reacties)

Gepost door Arranraja op zaterdag 7 juli 2018 19:35

Bekijk vooral ook de foto's op https://arranraja.wordpress.com/

Het was inmiddels een traditie geworden, want hij zou voor de vijfde opeenvolgende keer de eerste helft van het trimloopjaar afsluiten aan de boorden van de Vecht in- en om het oude vestingstadje Weesp. En voor het derde jaar in successie zou Loop(tijden)-maatje Peter hem daarbij vergezellen. Ze hadden vooraf via de sociale media al uitgebreid contact gehad over de te volgen strategie, de einddoelen en over het op elkaar afstemmen van het aanreisschema. Peter zou voor een lange OV-reis al vroeg zijn woonstede verlaten en hij zou later op de ochtend, door luttele minuten te treinen vanuit het naburige dorp, Weesp bereiken. Haas van dienst Peter had in het (zoals altijd) gloedvolle verhaal over zijn laatste verrichtingen blijk gegeven van een uitstekende vorm. Zijn kompaan had daarop als volgend gereageerd: 'toen ik las dat jij rustig moest beginnen, was ik verheugd. Maar toen dat rustige tempo rond de 11 per uur bleek te liggen, verdween die blijdschap als sneeuw voor de zon. Ik zal al verheugd zijn als ik zondag de 10,5/uur zal kunnen halen en volhouden. Dus als jij jouw motor daarop kunt afstellen, dan heeeel graag'. Een haas moet zich tenslotte richten naar de wensen van de volger, nietwaar? Die volger zag de figuurlijke bui al hangen, een freewheelende tempomaker waar hij zich met hangen en wurgen achteraan wist te slepen.

Eenmaal in de plaats van handeling gearriveerd, hadden ze het daar niet over. Er waren genoeg andere zaken te bespreken, zoals hun afgelopen, bewogen jaar, de weersomstandigheden en wat en wie ze onderweg naar de start tegenkwamen. Omdat ze relatief matineus waren, was het nog rustig op het manegeterrein en hadden ze alle tijd om de noodzakelijke plichtplegingen uit te voeren. Bij de tasseninname, waar een jonge jongedame met prachtig lang rossig haar heel gedreven met de bagage aan het slepen was, stond ook al geen rij. Net zo min als bij de kamer-100 voor heren. De aanloop naar de loop verliep dus erg soepel. Ze waren heel even van slag toen bleek dat op het buitenterrein de doorgang naar het voormalige 15- en 21,1 km-parcours versperd was door een nieuwe paardenkraal. Plotsklaps moest er daarom even geïmproviseerd worden. Want na wat rekken en strekken diende er toch op zijn minst een klein stukje ingelopen te worden. Onze hoofdpersoon nam hier het voortouw omdat hij op deze wegen beter bekend was en omdat voorop lopen hem tijdens de echte loop hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks meer zou lukken. Hij grapte dat hij zo in ieder geval één keer de kar had getrokken. Maar hij wist drommels goed dat de kop nemen tijdens de echte actie een erg lastig verhaal voor hem zou gaan worden.

Het duurde nog best een tijd voor ze eindelijk op weg konden voor hun trimloop, terwijl ze voor het gevoel al geruime tijd stonden te trappelen van ongeduld in het startvak. De opkomst leek trouwens een stukje kleiner dan in voorgaande jaren. Zou het schrappen van de 15- en 21 km vorig jaar toch zijn tol hebben geëist? Naspeuring achteraf bleek dat vermoeden te bevestigen: een dikke 200 lopers minder dan 3 en 4 jaar geleden en 100 minder dan vorig jaar! Nadat de 5 km was weggeschoten duurde het nog bijna 10 minuten alvorens zij aan de beurt waren. En waarom eigenlijk? Want de route van de kortere afstand leidde de poort uit direct linksaf naar het tracé langs de Vecht, terwijl de 10 km-lopers eerst een stadstoer door hartje Weesp gingen maken. Zoals wel vaker gebeurt, lag hun tempo in die eerste fase een stukje hoger dan afgesproken: tussen de 10,8 en 10,9 per uur. Dat leidde voor de oudste van de twee loopmaatjes al direct tot problemen, in die zin dat hij naar zijn idee niet echt makkelijk vooruit kwam. Voor het eerst in al die jaren dat hij daar liep had hij in de smiezen dat vrijwel de gehele route door de bebouwde kom van het vestingstadje uit klinkerwegen bestond. En daar liep hij nou niet bepaald graag op. Als je het gevoel hebt te vliegen, valt dat je helemaal niet op, maar nu duidelijk wel.

Hij liep dus voor de derde keer samen met Peter en ondanks de inspanningen had hij in het begin nog wel adem genoeg om met zijn kompaan te praten. Zat dat gevoel van niet lekker soepel lopen dan tussen zijn oren? Hij had het idee dat hij zijn privéhaas nu al moeizaam kon volgen. Hier en daar maakte hij een opmerking over wat hij om zich heen zag. Om niet weer, net als vorig jaar, de sportwinkel te noemen waar hij daags tevoren de startnummers had opgevist, zei hij maar iets over de verandering ten opzichte van die eerdere dag aan de gevel van de pizzeria ertegenover. De benaming 'De Kringloper' van een onderneming wat verder op die (gedempte) Achtergracht vond hij uiteraard zeer toepasselijk. Hij verbaasde zich erover dat er toch wel het een-en-ander aan bekende winkelketenfilialen te bezichtigen was hier in het kleine centrum van Weesp. In ieder geval meer dan hij zich gerealiseerd had. Ze passeerden een heel nauw zijstraatje met de fraaie naam 'Korte Elleboogsteeg'. Dat leek hem meer een naam voor in de hoofdstad, niet ver hier vandaan. 'O ja, Weesp ging later in het jaar bestuurlijk ook onder Mokum vallen dus het was toch wel en toepasselijke naam', bedacht hij even later.

Het rennen voelde voor hem eigenlijk steeds hetzelfde: het ging niet geheel vanzelf en hij moest zich behoorlijk inspannen. Niet heel vreemd als je bedenkt dat de snelheid een aardig tandje hoger lag dan wat hij de laatste jaren doorgaans gewoon was. 'Enfin zo lang mogelijk proberen vol te houden maar', ging er door hem heen. De bekende buitenlander die hij vorig jaar ineens had gespot, stond wederom in zijn deuropening. Zo zag hij nu al van veraf. Deze keer hield hij in het voorbijgaan zijn lippen stijf op elkaar om de man niet te laten schrikken en rustig te laten genieten van de optocht aan renners die aan hem voorbijtrok. Had hij bij de vorige gelegenheid niet ook een opmerking gemaakt over het wel bij de omgeving passende maar niet prettig aanvoelende type wegdek? Dat zou zomaar kunnen, maar hij wist het niet meer zo zeker. De temperatuur was niet al te hoog, maar zeker in de nauwe straten in het centrum, voelde het behoorlijk warm aan. Ook al weinig ideaal als het lopen niet supersoepel gaat. Hij moest zich er maar doorheen zien te slepen en vond het om die reden helemaal niet erg dat de bebouwde kom verlaten werd om de oostelijke oever van de Vecht op te zoeken. Daar lag tenminste asfalt!

Een opmerking over de aanwezige fotografen van een loopster direct achter hem, bracht even afleiding. Hij mengde zich direct in de conversatie door te roepen dat het handig was om zoveel mogelijk aan de kant waar de plaatjespersoon stond opgesteld, te gaan lopen en zoveel als mogelijk apart van de collega's om vol in beeld te komen. Ja, hij kende het klappen van de zweep inmiddels behoorlijk goed met alle trimlopen die hij al in zijn hardloopbagage had zitten. En deze Vechtloop spande altijd de kroon wat betreft het aantal mensen met fototoestellen langs de route. Hij had thuis één van de bij andere lopen buitgemaakte sponzen in zijn renjas gestoken en die kwam nu erg goed van pas. Bij de eerste drinkpost, na precies 4 kilometer, kieperde hij het aangepakte bekertje water direct over het schoonmaakattribuut om vervolgens stante pede zijn hoofd en nek ermee te gaan bewerken. Dat zorgde korte tijd voor een welkome verkoeling. Hier in het open gebied, langs het water bracht de wind wel af en toe wat verfrissing maar als de zon even door de bewolking brak, werd het direct bloedheet. Peter had uiteraard ook wat water gepakt maar deed daarna weer even onverdroten en stoïcijns voort als altijd. Wel moest hij voortdurend omkijken om te zien waar zijn volger toch bleef.

Die werd door iets anders een tijdje beziggehouden. Ze renden een tijdlang voor, naast of achter een vrouw, waarvan hij zeker wist dat hij die regelmatig zag hollen in zijn eigen woonplaats. Waarom begroette die persoon dan zo'n beetje alle toeschouwers langs de weg alsof zij ze persoonlijk heel goed kende? Met andere woorden, alsof zij een thuiswedstrijd aan het lopen was? De dame had muziekdopjes in haar oren en hij had alle adem nodig voor het rennen. Dus het kwam er niet van haar aan te spreken en een verklaring te eisen. Latere naspeuringen overtuigden hem ervan dat hij het bij het rechte eind had gehad. De loopster in kwestie stond althans in het verleden geregistreerd als woonachtig in dezelfde plaats! De kilometers waren in zijn beleving lang. Voor het gevoel wel twee keer zo lang als op andere dagen. In ieder geval duurde het eindeloos eer er weer een volgend bord met de reeds gelopen afstand opdook langs de weg. En alles wat hij heen liep, moest hij straks weer even zo hard terug na het keerpunt ter hoogte van Fort Uitermeer. Hij keek hoopvol vooruit of hij dat onderdeel van de voormalige verdedigingsring om Amsterdam al in beeld kreeg, maar hij zag er nog niets van. Dat viel dus niet mee. De onwillige kuitspier, die hem genoopt had zijn laatste training voorafgaand aan dit evenement voortijdig te beëindigen, deed een beetje vervelend. En de hamstrengen van hetzelfde been voelden ietwat stijf. 'Dat kon hij er nog wel bij hebben'. Intussen waren ze het oude landhuis, met de overblijfselen van plaatselijke industriële activiteit in de grote achtertuin, reeds gepasseerd. Bij het hek prijkte nog immer het bord met de aankondiging dat de eerste appartementen in de verkoop zouden gaan. Maar van enige bouwkundige aanpassing was nog altijd niets te zien. Sterker nog, een van de ruiten op de begane grond vertoonde duidelijke sporen van pogingen tot vernieling. Je zou toch denken dat zelfs deze woningen in deze periode van gekte op de huizenmarkt als broodjes over de toonbank zouden moeten gaan. Maar niets is blijkbaar minder waar.

Hij zag het bord met de 7 km-aanduiding en was blij verheugd dat er nog slechts 3 kilometers te verhapstukken waren. Hij had de niet-kletsnatte spons half onder zijn shirt in de nek gestoken, zoals hij bij zijn vorige loop ook iemand had zien doen. In de vaste overtuiging dat er bij het keerpunt een ander, doornat exemplaar zou worden aangereikt, maakte het hem niet uit dat het ding over zijn rug naar beneden gleed en daar bleef hangen. Toen er bij het keerpunt alleen bekers water in de aanbieding bleken, had hij wederom even een lastig moment. Want hij wilde per se de inhoud van het aangereikte bekertje op de spons deponeren. Dus moest hij het stuk schoonmaakgereedschap onderaan zijn bovenkleding vandaan vissen. Om dit te kunnen doen besloot hij even te wandelen en daardoor verloor hij nu echt de aansluiting met zijn privé-pacer. Deze trouwe makker had dat even later door, nam zichtbaar gas terug en wachtte geduldig tot hij weer in zijn kielzog terug was. Daar zag hij verdorie toch weer het bord met 7 km erop! Hoe was dat nu mogelijk? Een heel vervelend foutje van de organisatie of had hij eerder een fata morgana gezien? Het hakte er hoe dan ook mentaal weer even flink bij hem in. Kilometers 4 t/m 9 bleken allen in rond de 5:45 minuten te zijn gegaan. Ondanks alle moeite die hij had, hield hij het hoge tempo toch maar mooi steeds vol. Alleen de zevende kilometer duurde, mede door het ronden van het keerpunt en het wandelen met het bekertje 5:58 minuten.

Een loper getooid met donkere zonnebril, die op een gegeven moment langszij kwam, vroeg hoe het ging. Hij antwoordde dat het beter kon en dat zijn haas hem iets te hard liep. Die laatste moest bij voortduring achterom kijken en temporiseren om hem de aansluiting niet te doen verliezen. Een lange, ranke jongedame, gekleed in een van veraf opvallend zichtbare, nauwsluitende lange, groene renbroek met panterprint, liep vrijwel de gehele koers een eindje voor hen. Zij kwamen wel steeds wat dichter bij haar en haar mannelijke metgezel, maar verloren ook net zo hard weer terrein. Na 9 km kon Peter zich niet langer inhouden en ging er plotsklaps als een haas vandoor. Naar het idee van onze hoofdpersoon om in het kielzog van de groene luipaarddame te geraken. Maar nee, hij stoof er gewoon langs en zette zijn wilde demarrage voort. De volger had geen enkel moment het gevoel bij te kunnen blijven, maar zette onbewust toch wel aan en raapte zowaar een behoorlijk aantal stilgevallen lopers op. Een man in een groengeel shirt liep zich eerst voorbijlopen, om vervolgens zelf weer over onze loper heen te gaan. Die laatste dacht: 'je doet je best maar, ik ga zo hard genoeg'. En dat gevoel was juist, aangezien hij zijn laatste volle kilometer in 5:22 minuten, bij 11,18 per uur wist af te werken. Had hij, ondanks alle gevoelde moeite gedurende de hele race, even zo goed een tweede adem en zelfs een versnelling weten te vinden. Met 11,44/uur 'stormde' hij over het manageterrein op de eindstreep af. Een kilometer of wat eerder was hij een jonge man in witte kledij gepasseerd die zijn voeten steeds stampend op de grond zette en zwalkte alsof hij helemaal op, dan wel dronken was. Toen hij op dat laatste rechte eind omkeek, kwam dezelfde jongeling met een gang van minstens 20 per uur bijna letterlijk langsvliegen. Alsof hij door een gevaarlijk wezen op de hielen gezeten werd. De eindtijd van onze loper was 57:10 minuten en daarmee kon hij niet anders dan uiterst content zijn. Hij had dan wel niet echt lekker en ontspannen gelopen, die tijd vergoedde heel veel. En hij wist maar al te goed dat hij dit resultaat volledig te danken had aan Peter, zijn te elfder ure ontsnapte privéhaas.

Na heel veel uithijgen van zijn kant, was het prettig om nog wat rond te hangen bij de finish. Daar zagen ze de oude krijger Anton binnenkomen. Die had hij kort na de start in het voorbijgaan al op de schouder geklopt en ergens onderweg langs de rivier nog eens aanmoedigend toegeroepen toen de oudste nog heen en de jongere alweer terug richting eindstreep ging. Het grappige was dat Peter deze supersenior onlangs ook bij een van de trimlopen in zijn eigen regio was tegengekomen. Twee jonge rensters die vlak naast hen stonden, vroegen of zij een paar plaatjes van ze wilden schieten. Toen de dames beloofd hadden daarna ook de twee jongere-oudere heren op de gevoelige plaat vast te willen leggen, gaven zij hun jawoord. Zij waren de allerlaatsten die hun tas kwamen ophalen en de geïmproviseerde mannenkleedkamer werd al afgebroken toen zij maar net klaar waren met omkleden. Dat mocht allemaal niet deren, want hun Weespse samenloop was weer eens zeer succesvol gebleken. Op de weg terug naar het treinstation lieten zij de race nogmaals de revue passeren en maakten ze half-en-half plannen voor een volgende gelegenheid. Het afscheid was vanzelfsprekend allerhartelijkst en met een uiterst goed gevoel keerden beiden huiswaarts.

Thuisgekomen bekeek hij voor het eerst de verdiende medaille echt goed. En hij zag iets opvallends: op de achterkant zat weliswaar een plakker met de datum van die dag maar verder was er op de gehele plak geen enkele verwijzing naar de naam van de trimloop of de plaats van handeling. De voorkant vertoonde een reliëf-afbeelding van een groepje hardlopers met erachter het gebouwensilhouet van een, zo te zien, grote stad inclusief hoogbouw. 'Zou dit soms een subtiele verwijzing zijn naar het feit dat het stadje Weesp op afzienbare termijn onderdeel wordt van de hoofdstad van ons land?', vroeg hij zich af.

10 km van Halve Marathon Roosendaal 2018

Gepost door Rene van Belzen op zaterdag 7 juli 2018 12:02

Deze wedstrijd vond plaats op 24 juni 2018. Je kunt het verslag met foto's en links vinden op mijn blog, https://stokachterdedeur.blog

Ik had mijn zinnen gezet op deze wedstrijd, om er een jaar-beste tijd neer te zetten (tot nu toe dan toch). In plaats van een wedstrijdvoorbereiding rustte ik op zaterdag, omdat ik toch nog niet voldoende hersteld was van de training van donderdag. De verwachting op basis van mijn recente wedstrijd in Papendrecht (Nationale Lenteloop, 10 km in 50:39 min) en de gunstige weersomstandigheden in Roosendaal was "laag in de 49 minuten" en "een minuut sneller als het goed ging tot de 6 km".

Het was gezellig druk in het startvak en ik moest me een beetje door de mensen heen wurmen om een gunstige positie te hebben. Hierdoor kon ik vanaf het begin meteen het goede tempo pakken en dat gedurende de hele wedstrijd volhouden. Het zou een vlakke race worden.

Ik stond in het wedstrijdvak, met achter me de bedrijvenlopers, dan de prestatielopers sneller dan 50 minuten, gevolgd door de rest van de lopers. Natuurlijk stonden er ook lopers van de halve marathon. Er waren zelfs hazen ingezet door organiserende atletiekvereniging THOR, zowel voor de 10 km als de halve marathon. Voor de 10 km zag ik 45, 50, 55 en 60 minuten, als ik me goed herinner.

Ik voelde me fit en in staat om een goede tijd neer te zetten, gezien mijn verminderde vorm en overgewicht. Na het startschot ging ik er vandoor op het goede tempo, telkens mezelf aansluitend achter een groepje lopers, dan ze voorbij lopend, omdat ze het tempo lieten zakken (niet constant genoeg liepen). Ik probeerde het wel, maar op het tempo dat ik liep kon ik geen mensen vinden die een vlak tempo liepen, behalve ikzelf dan. Ik hoorde van een mede-Spadoër dat het ook het geval was bij een tempo van 10 km in 43 minuten. Dat zegt iets over hoe mensen zich voorbereiden, al weet ik niet wat.

Hier en daar waren de straatstenen van de Roosendaalse bebouwde kom vervangen door asfalt, wat een welkome afwisseling was. Er was genoeg schaduw van de huizen en zelfs in de zon was het goed toeven voor hardlopers. Bij het passeren van de tunnel liet ik het water staan. Sponzen waren genoeg, want dorst had ik niet (ik had vooraf mijn dorst gelest). Gelukkig waren er voldoende extra verzorgingsposten, ook al had ik er zelf in de eerste 5 km geen behoefte aan.

Na de afsplitsing van de halve marathon en het keerpunt en de 5 km, wachtte ik vol smart op het 6 km punt. Ik had nu wel gedronken (wandelend, omdat ik toch voorsprong had op de tijd) en dan deed goed. Voor de rest was het alleen water op mijn hoofd gieten om koel te blijven. De 6 km kwam en nu kon ik beslissen om het gas erop te gooien. Ik besloot om het tempo vast te houden. Dat zou al zwaar genoeg worden.

Het bleek een verstandig besluit te zijn, want het leek een eeuwigheid te duren voordat kilometer 7 kwam. Dit is waar de 10 km zwaar wordt en waar je moet vertrouwen op je training. Het lukte, nèt. Sterker nog, ik liep er mijn snelste kilometer, naast de laatste kilometer, uiteraard. In kilometer acht zat wederom de tunnel (geen invloed op het tempo) en kilometer 9 was (net als in Papendrecht) waar ik wat inzakte. Met nog 1000 m te gaan, kon ik herpakken en zonder eindsprint de finish passeren.

De netto eindtijd was 48:22 min.

De sub-49 minuten was een flinke opsteker. Het was niet de 43 minuten van 2014, maar het gaat weer de goede kant op. Ik mag mijn training aanpassen naar 48 minuten op 10 km.

Foto's bij deze blogpost

hm-roosendaal-2018-5.jpg

vakantieloopje

Gepost door Astrid op dinsdag 26 juni 2018 10:37

Mijn vakantie zit erop en ondanks dat we urenlang achtereen wandelde ging t hardlopen vandaag nie echt lekker nog
Maar goed het was lekker weer en heb toch wel voldoening gehaald aan dat korte rondje rennen
Mijn kuiten moeten weer in training om t weer wa langer vol te gaan houden als 2 km maar dat komt wel weer
En zo niet boeien ben gewoon al trots op mezelf dat ik t toch nog steeds volhoud om te gaan

Driemaal is Weesp’s Vecht (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 26 juni 2018 00:37

Mensenkinderen, alweer is een jaar voorbij! U moet weten dat voor mijn zeer gewaardeerde loop- en blogvriend Arranraja en mijzelf een kalenderjaar niet meer duurt van 1 januari tot 1 januari, maar van Vechtloop tot……volgende Vechtloop. Een Vechtloop die jaarlijks plaatsvindt in het pittoreske, Anton Pieck-achtige Weesp. Dat laatste moet erbij gezegd worden, immers Maarssen heeft naar verluidt ook een jaarlijkse Vechtloop, en we zouden toch niet bij het verkeerde festijn willen terechtkomen is het wel? Deze editie van de Weespse monstertocht door stad en land zou plaatsvinden op zondag 24 juni in het Jaar des Heeren 2018.

Arranraja had een nieuwtje voor mij in petto, en let goed op: dit is geen Weesper Mop. Weesp wordt - zo is in maart dit jaar besloten – onderdeel van Amsterdam. Dat wil zeggen: de fusie zal in eerste instantie van ambtelijke aard zijn, en zal zich goeddeels in 2018 afspelen. De bestuurlijke eenwording zal op z’n vroegst in 2022 plaatsvinden. Zo is het al zo vaak gegaan bij fusies van deez’ aard, en zo zal het zich ook nu voltrekken.

Dit alles biedt voor voor mij als Amsterdam-adept een prachtig verschiet: mijn stad wordt dus nóg groter, en nóg mooier. Het moet namelijk worden gezegd: Weesp is echt een alleraardigst plekje op aarde, gezegend met een prachtig buitengebied. Want ga maar na: de rivier de Vecht kronkelt prachtig langs het stadje met z’n oude forten, z’n panden met een enorme diversiteit aan gevels zoals we die aan de Amsterdamse grachten ook terugvinden. Er is veel moois te vinden in Weesp – als je er oog voor hebt. Het ambtelijk en bestuurlijk opgaan van Weesp in Amsterdam zal ongetwijfeld alleen maar winnaars kennen denk ik. Maar uiteraard kunt U hier op dit Looptijden-platform, als reactie op deze post, Uw grieven of afwijkende meningen kenbaar maken. Zij zullen met uiterste zorgvuldigheid en discretie worden behandeld. Lees: onder de mat geveegd.

Tot zover deze gecombineerde aflevering van Ontdek je Plekje en Berichten uit de Samenleving. Het voorseizoen liep weer ten einde en dan is het – inmiddels geheel volgens traditie – tijd voor de samen met Arranraja te verhapstukken Vechtloop over 10 kilometer. De 15km en de halve marathon waren door de Weespenaren vorig jaar al van ons afgepakt, vanwege redenen die voor het loopvolk eigenlijk behoorlijk vaag waren gebleven. Maar daarover later meer. Ik zet ‘m even voor U op de parkeerflap, zoals dat in projectmanagement-kringen zo fraai wordt uitgedrukt.

De Vechtloop moest een mooie afsluiting gaan vormen voor een verder gemankeerd voorseizoen waarover ik in mijn vorige blogpost al verhaalde. Maar daarin memoreerde ik ook dat inmiddels op hardloopgebied de weg naar boven weer was gevonden. De Haastrechtloop, waarover U het gloedvolle verslag heeft mogen lezen, was daar een fraai voorbeeld van. Maar ook de trainingsprestaties van de laatste weken hadden mij veel vreugde en optimisme geschonken. Het was ook eigenlijk daarom dat ik in het fraaie Weesp het liefst de 10 metrische mijlen had gelopen, net zoals twee jaar geleden. Wat een mooie triomftocht was dat toen, en hoe mooi bereidde dat de weg voor een prachtige traditie.

Op donderdagavond had ik mijn hopeloos stramme rug nog eens goed laten loskloppen door mijn trainer en sportmasseur Rob. Om de boel nog een beetje soepel te krijgen moet hij zijn toevlucht zoeken tot buitengewoon barbaarse folterpraktijken. Maar dat is de man wel toevertrouwd. Het gerucht gaat dat hij in bepaalde kringen bekend staat als “De Slager van Plaswijk”, maar dit gerucht is vooralsnog niet bevestigd. En ach: met een paar paracetamolletjes is het leed ook weer gauw geleden.

Na een wat korte nachtrust begeleidde - op de vroege zondagochtend - mijn kakelverse geregistreerd partner mij naar het Goudse stationnetje. U moet weten dat er het hele weekeinde geen treinen van en naar Gouda reden vanwege werkzaamheden aan het spoor. Dat de NS dit over de Roze Zaterdag (dit jaar gehouden in Gouda) had heengepland was al erg genoeg. Maar om nou ook het hele bestaan van de Vechtloop te negeren (en met name de deelname van Goudse atleten daaraan): dat ging mij een bruggetje te ver.

Gelukkig waren ze bij de NS nog wel zo snugger geweest om bussen in te zetten. En zo kon het zijn dat ik even later prinsheerlijk in een touringcar over de A12 zoefde richting Utrecht. Lekkere muziekjes via Spotify op de oortjes, om het door de chauffeur aangezette radioprogramma te overstemmen. Voor de liefhebbers: eerst lekker loskomen met Robert Cray & Hi Rhythm, om vervolgens met Sonerien Du flink door te pakken. Dat kon mij die ochtend wel bekoren, en beter: het kon mij in de juiste vermogende hardloopstemming brengen. Dat naast natuurlijk de nodige meditatieoefeningen, die er in mijn geval op gebaseerd zijn het denken geheel uit te schakelen. Een kolfje naar mijn hand. Ik pas het ontelbare malen per dag toe.

Vanaf Utrecht bracht een Sprinterboemeltje mij naar Weesp. Van lieverlede vulde het vehikel zich met atleten en atletes die hun zinnen op het Vechtfestijn hadden gezet. Onderweg werd mijn aandacht vooral getrokken door het Naardermeer, dat eigenlijk door de spoorbaan doorsneden werd. Daardoor werd dit meer in mijn beleving eerder een verzameling grote waterpartijen. Achterlangs manege De Bleijenberg, dat vandaag zou dienen als start-, doorkomst- en finishlocatie, koerste het treintje uiteindelijk aan op het oerlelijke Weesper Hauptbahnhof, dat in afzichtelijkheid slechts wordt overtroffen door het Goudse Gare Central. Maar dat geheel terzijde. Tegen kwart voor elf was ik ter plekke, en een twintigtal minuten later was ook Arranraja gearriveerd vanuit het Diemense.

Eigenlijk was het de bedoeling dat onze vrouwen ons vandaag zouden vergezellen. Dat wil zeggen: niet bij het hardlopen zelf, maar wel bij de Fore- and Afterparties en natuurlijk bij het aanmoedigen. Tot drie keer toe zouden zij hun hardloopadonissen hartstochtelijk kunnen cheeren tijdens het volbrengen van de monsterinspanning. Helaas heeft het niet zo mogen zijn. Uiteindelijk konden ze geen van beiden - om uiteenlopende redenen dan wel oorzaken - maar wel hebben ze ons plechtig moeten beloven een volgende keer wèl van de partij te zijn.

Het was goed, heel goed, om Arranraja weer te zien in blakende gezondheid. Geanimeerd en indringend pratend over de highs & lows die elk gedurende het afgelopen jaar had meegemaakt, wandelden twee loop- en blogvrienden voor de derde maal in successie langs het water van de Vecht richting Manege de Bleijenberg. Arranraja was zo goed geweest om twee dagen van tevoren ons beider startnummers op te halen bij het Plaatselijke Sporthuis. Dat scheelde weer in de immers buitengewoon strakke planning van activiteiten die moeten worden uitgevoerd alvorens het startschot kan klinken.

U kent de hele riedel inmiddels wel: startnummer opschroeven, doping versnijden en inbrengen, zenuwenplasjes doen, een hakkebilletje hier, een kniehefje daar. We liepen samen een halve kilometer in, om daarbij te constateren dat het weliswaar niet ál te warm was, maar dat door de hoge luchtvochtigheid het wel een beetje benauwd en klam aanvoelde. Gelukkig stond er van tijd tot tijd een licht briesje, zo hadden wij starend naar de boomtoppen al vastgesteld.

Uiteraard had enige dagen meteorologische research al uitgewezen wat de klederdracht voor vandaag moest zijn. Voor de gelegenheid had ik mijn rode AV Gouda On Fire shirt aangetrokken, een shirt dat ter gelegenheid van de Grote Brand in het atletiekstadion van Gouda was vervaardigd. Deze aangestoken brand in de Nieuwjaarsnacht had een groot deel van de inventaris van de atletiekvereniging verwoest. Als minuscuul onderdeel van een grote fondsenwerving werden de shirts in groten getale gedrukt en verkocht, waarbij de opbrengst geheel ten goede kwam van AV Gouda.

Het strijdplan voor vandaag was simpel. Er werd gemikt op een gemiddelde snelheid van 10.5 kilometer per uur. Dit zou betekenen: een eindtijd laag in de 57, zo rondom 57.10. We zouden – zo zegden wij elkaar toe – rustig en behoudend starten. En dat terwijl wij beiden beter weten. We zijn wel wat op leeftijd, maar aan onze druistigheid mankeert nog altijd niets.

De start van de 10km-beproeving ging plaatsvinden om 12:10, 10 minuutjes na de start van het kleinere 5km-broertje. Reeds een kwartier van te voren gaf ik mijn Garmin opdracht om een satelliet te zoeken. Ik weet namelijk dat mijn sporthorloge lijdt aan keuzestress: als ie eindelijk een aantal satellieten heeft gevonden kost het hem onnoemelijk veel moeite om uit al dat hooghangend fruit een keuze te maken. En ja hoor: pas anderhalve minuut voor de start gaf het kleinood een all-clear en kon de wedstrijd beginnen.

Vlak na de start doemt de eerste bezienswaardigheid op: het Torenfort aan de Ossenmarkt maakte ooit deel uit van de Hollandse Waterlinie en later ook van de Stelling van Amsterdam. Ditzelfde geldt overigens voor het Fort Uitermeer dat we na zo’n 7 kilometer zouden gaan tegenkomen. De eerste kilometer langs het Torenfort ging gelijk al iets te snel: 5:38. Als we dat volhielden dan kwamen we mooi laag in de 56 minuten uit, maar was dit niet een beetje te moedig?

Intussen waren we na zo'n tweehonderd meter langs de Vecht het stadje binnengetreden. Zoals eerder beschreven ademt en straalt het een heerlijk ouderwetsch karakter uit. Het Gezicht Weesp (de binnenstad) is een van Rijkswege beschermd stadsgezicht, en laten we dat maar zo houden ook.

Allerlei landmarks doemden op tijdens het zigzagkoersje door de stad. Bij restaurant Ciao Italia hadden ze in allerijl de steigers weggehaald die Arranraja twee dagen tevoren nog had aangetroffen. Hierdoor was de volledig gestripte gevel goed zichtbaar. De Albert Heijn en de Hema waren zoals gebruikelijk geopend op deze Dag des Heeren. En bij café Bijna Thuis (op precies 1.5km) was het ondanks het vroege middaguur al een drukte van belang. Ja laat die Weespenaren maar schuiven, ook op zondag! We vervloekten die ellendige klinkers op de Oudegracht die het soepel doorlopen verhinderden. Voor mij extra mooi was de doorgang door de Hanensteeg, die veel gelijkenis vertoonde met het Hanengeschrei (ook een steeg) in Utrecht. En na een grote boog om de Grote of St Laurenskerk verlieten wij het beeldige binnenstadje middels het passeren van café De Walrus. Mooie naam voor een café vind ik – het doet ook wel wat Bommeliaans aan, maar vooral doet het denken aan een donkerbruin café op de Zeedijk in Amsterdam in ver vervlogen tijden.

Na de brug over de Vecht was daar weer het Torenfort aan de Ossenmarkt. Weldra zouden we de manege passeren en onze weg vervolgen langs de Vecht in zuidoostelijke richting. Er stond inmiddels drie kilometer op de teller en we waren nauwelijks in snelheid afgeweken van die 5:38 in de eerste kilometer. Ging dit wel goed aflopen?

Het gedeelte langs de fraaie meanderende Vecht is met recht het mooiste gedeelte van deze loop. Het was lekker warm aan het worden. De zon perste met meer en meer succes zijn stralen door het zwerk. Een tijd lang is er nauwelijks of geen verkoeling en moet je je ziel maar in lijdzaamheid bezitten. Na iets meer dan vier kilometer komen er dan wat meer bomenrijen langs het parcours en wordt het weer een beetje te harden. En in de schaduw voel je de wind ook beter, en vooral: lekkerder.

De eerste drankpost diende zich aan na ongeveer 4 kilometer. Die kon ik wel gebruiken! De helft van het mij aangereikte water werd oraal ingebracht; de andere helft werd zorgvuldig over het sterk kruinende bolletje gegoten. Ik moet wel wat kwijt over drankposten bij georganiseerde lopen: er staat altijd op borden zoiets als: ‘Waterpost over 100 meter’ maar die afstand blijkt dan vrijwel altijd groter te zijn. Ik heb het meermalen gecheckt gedurende mijn hardloopbaan. Doen ze dit nu om ons te kwellen, of zit er nog een diepere bedoeling achter die ons ooit aan het eind der tijden zal worden geopenbaard?

Als haas van dienst koos ik zo af en toe ook mijn eigen hazen. Als U mijn verhalen kent dan weet U dat dit vrijwel altijd vrouwen zijn. Je hebt zo je voorkeuren, zo betoog ik voortdurend. Zo ook hier in Weesp en ommelanden. Door de aandacht even van het eigen lijden af te leiden wordt het allemaal een beetje draaglijker. Niet dat dat vandaag voor mij echt van toepassing, of nodig, was. Ik voelde mij fit, sterk, en ik was lekker op techniek de kilometertjes aan het wegbuffelen. Arranraja volgde vastberaden, nam één keer zelf de kop om die vervolgens direct weer af te staan. Zoals hij zelf omschreef: dat éne moment in de hele race dat hij zelf even voor mij liep. Groot gelijk. Koesteren dat moment, natuurlijk.

En toch: mijn kompaan kreeg het zo zoetjesaan iets zwaarder. Dit sloop er heel langzaam in, en was aan zijn ademhaling en het staccato-gehalte van zijn opmerkingen te horen. BTW ik zeg dit allemaal wel, maar zelf ben ik al helemaal niet zo’n prater tijdens het hardlopen, zeker niet als het tempo rond de 5:40 de kilometer (of sneller) bedraagt.

Want intussen waren we 5 kilometer op dreef, en nog altijd koersten we af op een eindtijd volgens planning – mits we dit konden volhouden. Geregeld kwamen wij de Running Blind-koppeltjes tegen: een blinde of slechtziende loper via een touwtje verbonden aan een ziende collega. Mooie initiatieven, mooi dat dat zo kan. Je kon ook zien dat het vooreerst een plaatselijke loop was: lopers begroetten elkaar voortdurend bij het passeren, en namen werden voordurend gescandeerd door het uitzinnige publiek aan de boorden van de Vecht. Het maakt zo’n kleinschalige loop tot een heel gezellig festijn.

Net na het 6km-punt koerst het loperspeloton af op het keerpunt nabij Fort Uitermeer. Arranraja ontwaarde ineens een koe langs de weg, waarvan hij in eerste instantie dacht dat het een nepexemplaar was. Net zoals die Osborne-stieren die in vroeger tijden menig Spaans heuveltje opsierden om de dorst naar sherry op te wekken bij de argeloze automobilist. Hier triggerde het inderdaad de dorst, maar dan wel die naar helder water uit een bekertje of uit een spons.

Bij het keerpunt op bijna 7 kilometer was daar dan eindelijk die langverwachte drankpost. Hier beleefde Arranraja een dip eerste klas. Er werden hier geen sponzen aangereikt, en dat was nou juist waar mijn loopmakker zo’n enorme behoefte aan had. Teleurgesteld besloot hij een klein stukje te wandelen, om het een plekje te geven. In eerste instantie had ik dat niet door – ik had gewoon een bekertje water gepakt en dit al hardlopend geledigd. Maar even later werd het mij gewaar dat het object van al mijn haas(t)werk niet meer in mijn kielzog te bekennen was. Uiteraard vertraagde ik mijn pas, maar dat had in eerste instantie tot gevolg dat zeker twintig atleten mij passeerden. Na een minuutje dribbelen-op-de-voorvoetjes mijnerzijds was Arranraja gelukkig weer present en konden wij onze tocht vervolgen.

Vanzelfsprekend moesten we wel even opschalen naar het streeftempo. In principe hoefden we niet sneller te gaan dan dat, want we hadden in de afgelopen kilometers al voldoende op het schema gewonnen. Toch was te merken dat mijn goede loopvriend steeds meer kleine gaatjes liet vallen. Zo ontstond op een gegeven moment het volgende driegesprek:

Arranraja: “Help, mijn haas gaat er vandoor”
Onbekende loper: “Oh ja, wie is dat dan?”
Arranraja: “Dat is Peter, daar in dat rode shirt”
Onbekende loper: “Peter, je zou toch hazen?”
Peter: “Hmmm ik geloof dat ik mijn plichten aan het verzaken ben”
Onbekende loper: “Dat kun je wel zeggen”
Peter: “Oh nee, straks moet ik mijn gage weer terugstorten”
Onbekende loper: “Aan je werk dan maar weer!”

En zulks geschiedde. Toch bleef het voor mijn kompaan niet gemakkelijk. Ik had bedacht dat indien ik hem in een goede uitgangspositie op het 9km-punt had gebracht, ik vanaf dat moment kon gaan demarreren, al was het alleen maar om alle beschikbare energie nog eens flink aan te spreken. Ik (en Arranraja zelf ook) zorgde dat we tot dat moment in een goed tempo bij elkaar bleven lopen. Zo kon ook hij met de nodige slack die laatste kilometer doorkomen op weg naar een gunstige tijd.

Er was nóg een tweetal motieven voor een enorme versnelling in die laatste kilometer. Heel wat mensen waren ons in de afgelopen 2.5 kilometer gepasseerd, en dat kon natuurlijk niet ongestraft gebeuren. En het tweede motief was een heus luipaardmotief, op de groenzwarte lange tights van een hardloopdame die bijna honderd meter voor mij uit liep. Die prooi moest – zo vond ik – verschalkt worden.

Precies op het 9km-punt ontstak ik alle raketten en demarreerde weg van mijn hardloopmakker. Op stoom geraakt kon ik mijn vizier richten op wel 15-20 hardloopmensjes die voor mij als een zeker te vangen prooi rondliepen, zich niet bewust van het lot dat ze beschoren zou zijn. De één na de ander werd opgevist en overstoken, inclusief het luipaard. Arranraja zou later opmerken dat het hem verbaasde dat ik niet een tijd lang in het kielzog van die hinde was blijven koersen. Maar ik wilde eigenlijk alleen maar doorversnellen tot aan die vermaledijde finish bij die vermaledijde manege.

In de woeste eindsprint bereikte ik nog een snelheid van 15km/h. Daarna kon ik mij buitengewoon tevreden over de finish storten met een eindtijd van 56:36. Direct werd mij een fraaie medaille omgehangen door een dame die al net zo enthousiast was als ik. Daarna draaide ik mij om teneinde de laatste meters van Arranraja te aanschouwen. En wat bleek: ook hij had in de laatste kilometer kunnen versnellen (de bikkel!) en zo kwam hij over de finish gestoven in een keurige tijd van 57:10. Een tijd die precies volgens plan was. Missie volledig geslaagd. Nota bene: hij was 35 seconden sneller dan vorig jaar (ikzelf precies een minuut), dus ook dat was een prachtig en tot grote tevredenheid stemmend gegeven.

Nadat we even waren bijgekomen vervoegden wij ons weer bij de finish om de dappere lopers na ons te begroeten. En dat waren er nog heel wat. De 82-jarige Anton uit Amsterdam, die ook al bij de Haastrechtloop acte de présence had gegeven, verdient hierbij een speciale vermelding. Wat een klasbak is dat, regelrecht uit de Eregalerij van de Oude Glorie. Fantastisch!

Op verzoek maakte ik een aantal foto’s van twee jonge vrouwen die eerder de 5 kilometer hadden getackeld. Als wederdienst nam een hunner een drietal foto’s van Arranraja en mij voor in het plakboek. Uiteraard is één van deze foto’s bijgevoegd om dit verslag te illustreren.

Ruim nadat de laatste deelnemer de finish had gepasseerd togen wij naar de kledingafgifte, waar alleen nog onze tassen stonden. Verder was iedereen al weg. Tijdens het omkleden in de geïmproviseerde kleedkamer vertelde een vrijwilliger ons dat de organisatie de 15k en de halve marathon wel móest schrappen omdat er simpelweg niet voldoende vrijwilligers meer op te trommelen waren om het een en ander in goede banen te leiden. Dat was het dus! Het triggerde bij mij wel de gedachte dat ik in Gouda bij gelegenheid ook maar eens wat vrijwilligerswerk moest gaan doen. BTW dit onderwerp kan nu weer van de parkeerflap af, toch?

Na een rustige wandeling scheidden uiteraard weer onze wegen op station Weesp. Het was alweer een geweldige happening geweest, een trilogie die zijn weerga niet kent. Op naar nog vele Succesvolle Samenlopen, niet alleen in Weesp, maar hopelijk ook in veel andere plaatsen. En collega-bloggers: volg nou dit voorbeeld en komt allen meedoen! Ik vind het echt buitengewoon leuk om samen met die mensen die je anders alleen maar online ontmoet (bij reacties op blogs), gewoon ‘in het echt’ de hardloopschoentjes onder te binden en gezellig een georganiseerde loop weg te draven! Je kan er waardevolle vriendschappen aan overhouden, zoals in het onderhavige geval.

Foto's bij deze blogpost

42268670764_0a2e810ebd_o.jpg 42085544575_b019b52312_o.jpg IMG-20180624-WA0003.jpg

300km Oost Algarve Trails mei 2018 (2 reacties)

Gepost door Jos Oonincx op zondag 24 juni 2018 11:29

In de zomer populair bij vakantiegangers, en dan vooral de westkant, in de koude maanden een favoriete bestemming voor overwinteraars; dat is kort gezegd de Algarve voor de meeste Nederlanders. Er valt op sportief gebied ook heel wat te doen en mijn oog viel op de Via Algarviana, de GR13, een wandelpad dat je ook kunt trailen of met MTB af kunt leggen. In totaal is deze route van oost naar west 302km/8600hm en deze route stond al langer op mijn lijstje. Een impressie van een trip waar uiteindelijk wel 300km gerend werd in vier weken, maar niet volgens de vooraf uitgestippelde lijntjes. Om logistieke redenen is het niet om te doen om alleen en vanuit 1 uitvalsbasis, Cabanas de Tavira, de route af te leggen. Ik kon het trailavontuur aanpassen en combineren met onze gezinsvakantie.

Hoe ik er bij kwam om in Portugal de paadjes te gaan belopen weet ik al niet meer, maar ik gok er op dat ik een doelloos avondje heb zitten googelen naar allerlei avonturen in verre landen die buiten mijn bereik liggen qua motorische mogelijkheden en budget. Nu had ik in Portugal al wel gerend in de buurt van Porto, Lissabon en natuurgebied Ria Formosa bij Faro. Bovendien was mijn oog al eens gevallen op een Fishermans Trail en de Rota Vincentina, meer naar het westen, maar een keus kon ik niet maken. Totdat ik de genoemde Algarvian zag. Mijn fantasie ging met me op de loop en ik boetseerde de GR 13, de GR 15, Ecovia fietsroute en Ria Formosa met lagunes en stranden tot een lus van ruim 300 kilometer en 3800 hoogtemeters.

Via Algarviana

Een wandelpad van 300 km/8600hm, in twee richtingen te lopen. Goed bewegwijzerd als GR 13 van Alcoutim in het oosten naar Cabo de Sao Vicente in het westen. De route is opgedeeld in 14 sectoren die in zwaarte en afstand varieren. Het gedeelte van Alcoutim tot aan de bronnen in het dorpje Alte lagen binnen mijn bereik; 135km/3500hm. Enkele sectoren die bepalend zijn voor variatie in ondergrond, afstand en/of hoogtemeters zijn:

GR 13-1 Alcoutim – Balurcus (24,2km/940hm) Om het meest oostelijke punt mee te pakken met de glooiende heuvels moest eerst een uurtje aangereden worden voordat ik kon gaan trailen. Het eerste stuk volg je min of meer de grensrivier met Spanje, de Guadiana, maar gaandeweg maak je een flinke lus de heuvels in. In mei is het de tijd voor de voorjaarsbloeiers en dat zijn er heel wat. Wat een schitterende kleuren en heerlijke geuren in een bijna verlaten landschap met hier en daar een klein gehucht. Omdat de temperatuur naar het middaguur toe al snel opliep naar 24 graden in een open gebied ging bij mij het kaarsje bij km 20 op de spaarstand. Deze periode kan het te warm zijn om langer dan 3, 4 of zelfs 5 uur aaneengesloten te lopen in een open en verlaten landschap. De paden waren hier goed te lopen, maar zorg voor stevige trailschoenen want er liggen veel losse stenen. Deze sector staat door het steeds glooiende landschap terecht te boek als ‘moeilijk’.

GR 13-5 Cachopo – Baranco do Velho (29,1km/1280hm) wordt omschreven als zeer zwaar door afstand en hoogtemeters. Het aanrijden van de route over de N397 is adembenemend mooi door de vergezichten, maar gaat erg traag. Voor de 40km hebben we een uur nodig. De GR 13 kruist de ‘cork route’ waar de kurkeiken staan. Het gehucht Castelao is er een van de vele dat bijna letterlijk is dichtgeplakt totdat opeens toch weer een oud vrouwtje in het zwart uit een onooglijk huisje tevoorschijn komt met een juten baal brandhout. Een oud mannetje met een stok lijkt vastgepind op een stoeltje voor zijn huisje. Je loopt hier over een rotsachtige bodem en het is meestal letterlijk hollen of stilstaan. Hier heb ik mijn afdaaltechniek goed kunnen bijspijkeren; slingerend van buitenbocht naar buitenbocht. Bij het klimmen blijft na elke bocht het uitzicht verrassen; het is in deze periode prachtig met de duizenden witte ‘rock roses’, afgewisseld met rose, paarse en rode tapijtjes van bloemenveldjes. Op sommige klimmetjes gaan de handen naar de bovenbenen ter ondersteuning.

GR 13–7 Salir – Alte (16,2km/610hm) Een heel andere ervaring dan de 1e sector in het glooiende landschap. Tegen de Rocha da Pena wordt het echt steiler en rotsachtiger. Ook de vegetatie is anders met meer olijfbomen. Eigenaren zetten hun land af met rotsmuurtjes (en honden). Op de route liggen wat meer dorpjes waar je door heen gaat. Stevig geklommen en evenveel afgedaald aan zo’n 10% per helling. Relatief veel (roodgekleurde) paden met losse stenen lopen soms lastig en vragen om een goede focus.

Grande Rota 15

De GR 15, is het wandelpad van Villa Real tot aan Alcoutim en het omvat 65 km wandelpaden die voor een deel langs de rivier de Guadiana/Spaanse grens lopen. Als je het gezellige centrum van Villa Real achter je laat en bij de douane/veerhaven start, loop je het eerste stuk naar Castro Marim nog parallel aan de autoweg, niet zo lekker dus. Castro Marim heeft een indrukwekkende kasteelruïne waar je een fenomenaal uitzicht hebt op de omgeving met zoutpannen, brug naar Spanje en verdedigingswerken.

Castro Marim – Odeleite. Van Castro Marim naar Odeleite is een mooie etappeafstand van 24 km/700hm. Net als bij de GR13 kan ik zo’n 8 tot 9 km per uur aanhouden en dat gaat vandaag in een glooiend landschap met veel losse stenen, rotsachtige ondergrond en leisteen. Niet heel zwaar, maar zorg voor een goed profiel onder je trailschoen. De route is iets minder goed aangegeven dan de GR13, maar toch goed te volgen. Mijn trail liep op enig moment bij Junqueira wel letterlijk het water in toen ik alleen door een modderig beekje verder kon. Een boer had het pad omgeploegd en bij zijn land geannexeerd. Met een omweg kwam ik er wel uit, maar toch.. Ander (klein) nadeel is dat de routebouwers je graag door de dorpjes sturen en dan ligt er vaak asfalt of een verharde weg doorheen.

Laranjeira – Odeleite is een etappe van 18km/300hm en begint op een stukje asfalt totdat je bij Gueirreros do Rio ineens een stukje ‘bush’ ingestuurd wordt. Daarna is het drie kilometer klimmen en de ondergrond bestaat veelal uit losse stenen en rotsgrond, geen beginnersstukje dus. Via de gehuchten Alamo en Corte das Donas krijg je een lange afdaling, gevolgd door een km of zes glooiend landschap wat best pittig is. Aangekomen in Foz de Odeleite zijn er nog ruim zes nagenoeg vlakke km te gaan door een kleurrijk en slingerend rivierlandschap. Ik betrap een adder die lekker ligt te zonnen op een pad, maar ben niet snel genoeg om hem zelf te fotograferen. Eenmaal in Odeleite aangekomen kan de GR15 worden afgestreept.

Ecovia

Dit is een variant op een route van oost naar west, maar dan voor fietsers en langs de kust. De route is goed te lopen, maar houd er als rechtgeaarde trailer rekening mee dat er ook lange stukken verhard tussen zitten. Ik zag hem in de weken dat ik vanuit 1 uitvalsbasis liep vooral als afwisseling op de andere routes. Deze route kent bij Ria Formosa ook mooie stukjes. Bij Fuseta zie je de zoutpannen en flamingo’s. Verder zie je onderweg veel boomgaarden en landgoederen. Ten opzichte van de Via Algarviana is deze route veel vlakker en saaier. Waar ik liep was de route goed aangegeven hoewel de borden met route info na 10 jaar (2018) wel aan vervanging toe zijn. Als je geen haast hebt dan kun je lussen lopen door op de heenweg de Ecovia te pakken en op de terugweg de lagune waar je nooit raakt uitgekeken op krabbetjes, vissers, getij, bloeiende cactussen en kleurschakeringen.

Ria Formosa

Het is de naam van een beschermd natuurgebied langs de kust met lagunes en eilandjes dat zich uitstrekt van Faro tot 60km naar het oosten. De stranden en de lagunes waar ik liep bestrijken het gebied tussen Fuzeta en de Spaanse grens bij Vila Real do Santo Antonio. Als je op de waterstand let dan zijn de stranden goed te trailen. Bij de lagunes wordt je telkens weer verrast door het water waar je doorheen moet waden en natte stranden waar je in weg zakt. Als je de vissen, reigers, flamingo’s ziet maal je niet om een stukje waarbij het tempo er uit gaat. Ria Formosa is een schitterend natuurgebied waar je verrast wordt door prachtige kleurschakeringen, helder water en bijzondere dieren. Ik liep ruim 100km in de buurt van:

Fuseta met de zoutpannen en de flamingo’s.
Cacela Velha waar je altijd moet waden door de sterke stroming en je duizenden krabbetjes ziet dansen en veel vogels hun voedsel vinden.
Cabanas de Tavira, een mooi en rustig plaatsje aan lagune en strand met veel citrus- en vijgenbomen.
De stranden van Altura, Manta Rota, Tavira, Santa Luzia en Cabanas.

Samenvattend:

- Ik liep de trails in de Oost-Algarve in etappes van 12 tot 30 km. Totaal 308km/3800hm tussen 3 en 26 mei 2018 op 15 running dagen.

- Ik liep 135km het oostelijke deel van de Via Algarviana, ook bekend als GR13, van Alcoutim naar Alte, overal goed aangegeven.

- Verder 65km de GR 15 van Vila Real tot Alcoutim, goed aangegeven.
108 km door natuurgebied Ria Formosa, Ecovia, een fietsroute langs de kust, en lussen (Pequena Rotas, ofwel PR routes).

- Zorg voor stevige trailschoenen met demping, geschikt voor rotsachtige ondergrond. Op de stranden en Ecovia kan ook met normale loopschoenen gelopen worden.

- Zorg voor een goed racevest waar je minimaal 1,5 liter drinken mee kunt nemen. Verder had ik gels, zakdoekjes, zakmes, telefoon, geld bij me. Tot slot pakte ik soms een kei als ik in de buurt van waakse, loslopende honden kwam.

- Het voorjaar is bij uitstek de periode om dit avontuur te ondernemen. Begin mei staat er veel in bloei en is alles groen.

- Accepteer dat je je tempo aan moet passen. Waar ik in Nederland 9 tot 10km/u haal, is het hier op de GR routes 8 tot 8,5km/u.

- Neem de tijd voor het maken van foto’s, een begroeting met een local of een praatje met andere avonturiers en sta even stil bij de telkens wisselende, soms fenomenale uitzichten in de heuvels.

- Als natuurliefhebber kom je door de uitgestrektheid volledig tot rust en jezelf en je ziet in het voorjaar veel in bloei staan. Ook is het de moeite om de vele vogelsoorten te zien, waaronder roofvogels, zilverreigers en flamingo’s. In het buitengebied zag ik onder andere patrijzen, hagedissen, hazen, schildpad en een slang. Citrusboomgaarden dragen volop vruchten en je ziet olijfbomen, vijgenbomen, eucalyptus en kurkbomen.

- Als je net als ik vanuit een uitvalsbasis gaat lopen dan is het prettig om op de rustdagen naar het strand te kunnen gaan. In mei is het lekker weer en ik heb vaak in de zee gezwommen; fris, maar goed te doen.

Foto's bij deze blogpost

gr 13 1-1.jpg sector 1 3.jpg gr 15-1.jpg lagune cacela velha.jpg

Tunnelvrees, zonnesteek of renplezier?

Gepost door Arranraja op zaterdag 23 juni 2018 19:59

Bekijk vooral ook de foto's op https://arranraja.wordpress.com/

Voor wie, net als ik, geregeld meedoet aan een georganiseerde loop zijn het bekende mailberichten: de nieuwsbrieven van trimlopen. Soms melden ze al een half jaar van te voren dat de inschrijving voor het betreffende festijn is geopend. Dan denk ik altijd: dat is leuk, maar 'komt tijd, komt raad' of beter nog 'komt tijd, komt de daad' (van het inschrijven). Je kunt als loper namelijk zomaar ineens in het ziekenhuis liggen om bijvoorbeeld van je blindedarm af te worden geholpen. Of het weer kan zo slecht zijn dat afreizen of deelnemen onverantwoord is. Dus erg vroeg inschrijven draagt bepaalde risico's met zich mee. De eerste aankondiging van de Gaasperplasrun kwam ook al begin februari. Het extra bericht van aanvang mei was wel echt interessant. Want ze hadden brekend nieuws, of ze wilden nieuws breken, iets in die trant:

'Normaal gesproken willen we je niet storen met extra mailtjes maar we hebben groot nieuws! Dit jaar heeft de Gaasperplasrun een extra afstand van 13,65 km! In samenwerking met Rijkswaterstaat en IXAS (de aannemer) lopen we dit jaar over de A9 door de in aanbouw zijnde Gaasperdammertunnel!

Hoe leuk is dat?

Het belooft heel spectaculair te worden, in de tunnel staan veel vrijwilligers van Rijkswaterstaat en aan het eind van de tunnel een DJ met opzwepende muziek.'

Omdat ik eerder dit jaar door lichamelijke ongemakken (lees mijn verhalen hierover) en door één heuglijk feit (25 jaar getrouwd) al een aantal lopen heb moeten missen. En mede daardoor bij de twee trimlopen ervoor niet de geplande langste afstand durfde te kiezen, heb ik mij direct na ontvangst van dit nieuws ingeschreven. Niet eens speciaal vanwege het unieke decor maar vooral vanwege de langere afstand dan de gebruikelijke maximale 10 km. Want eigenlijk ervaar ik 10 km als te kort om het onderste uit de kan te kunnen halen.

Bij alle onderdelen van het Rondje Mokum-circuit is er de mogelijkheid de dag voorafgaand het startnummer alvast af te halen bij het plaatselijke filiaal van de sponsorende keten hardloopwinkels. Aangezien ik bij deze loop al eens in een lange rij heb moeten wachten alvorens ik het benodigde papiertje in handen had, maakte ik graag de noodzakelijke fietstocht naar A'dam-Oost. Daar moest ik voor het eerst ooit aansluiten achter één voorganger, die net beschreven kreeg hoe het parcoursdeel in de tunnel er uitzag. Die info kon ik mooi meepakken. Ik werd geholpen door een vrouwelijke collega van de parcoursbeschrijver en zij wist te melden dat het tunneldeel een heuse 3 km lang zou zijn. Dat had ik bij een vluchtige bestudering van de routekaart niet geconstateerd. Ik wil niet zeggen dat de schrik mij om het hart sloeg, maar ik krabde mijzelf toch wel eventjes achter de oren. Ik had mij namelijk in het hoofd geprent dat er maar een deel van die 3 km ondergronds geacteerd diende te worden. En ik had nog nooit een langere afstand dan die van de IJ-tunnel in hartje Mokum (1039 meter exact) verhapstukt. Oké, die heb ik inmiddels wel al acht keer bedwongen maar ooit was deze tunnel de reden voor mij om niet te willen deelnemen aan de Dam tot Damloop. Nu heb ik niet echt last van claustrofobie maar ben zeker niet gek op ondergrondse ruimtes. Afijn, ik had mij ingeschreven, mijn startnummer opgehaald en ik zou het wel gaan meemaken.

's-Morgens en onderweg op de fiets was het bewolkt, dus ik had mijzelf niet ingesmeerd met zonnebrand. Wel had ik voor de zekerheid wat meegenomen en omdat de zon toch doorbrak, heb ik in de kleedkamer alsnog een laag UV-beschermer aangebracht op gezicht, onderarmen en knieën. Ik ging vrij laat het startvak in aangezien ik nog wat wilde opwarmen. Toen ik eenmaal in de massa was aanbeland, kwam het startschot sneller dan verwacht. De bochten werden, nog als vorige jaren, in het begin flink afgesneden. Omdat het veelal ging om bochten van minder dan 90 graden en er steeds gras aldaar lag, was dit niet eens heel vreemd. Ik deed aan die afsnijdpraktijken maar gedeeltelijk aan mee, want ik wilde mijn zelfgekozen lange ren niet onnodig inkorten. Op de baan hoorde ik een loper achter mij verkondigen dat veel renners er zo hard vandoor gingen en dat dit niet verstandig was. Dit herinnerde mij er maar weer eens aan dat niet te snel van stapel te lopen een verstandige racestrategie is. Dus zorgde ik ervoor mij niet gek te laten maken door alle renners en rensters die langs mij vlogen.

In het enige bebouwde straatje dat wij in de buurt Holendrecht aandeden, hoorde ik ineens achter mij iemand mijn naam roepen. Ik draaide mijn hoofd om en zag een mij onbekende renster die mij succes wenste. Uiteraard retourneerde ik die wens direct. Zij was de enige die onderweg gebruik maakte van het gegeven dat mijn voornaam groot op de achterkant van mijn oranje renshirt te lezen was. Dat tricot had ik 6 jaar min 8 dagen eerder van mijn oudste dochter voor mijn verjaardag cadeau gekregen. Mijn leeftijd van toen staat als rugnummer op het textiel onder mijn naam. Na afloop vroeg een man met wie ik onderweg een paar woorden had gewisseld, hoe lang geleden ik zo oud was geweest. Daarover had hij onderweg lopen prakkiseren. Vóór de start had ik al wat bekende AV '23-gezichten ontwaard (waaronder uiteraard Marijke) en een bijna-buurman die ik nog nooit eerder bij een hardloopevenement had gezien. In het parkgedeelte tussen Holendrecht en de Gaasperplas kwam Machteld voorbijsnellen en verdween weer rap uit beeld. Ook Gilbert, de broer van een oudcollega schoof langs mij heen. Ik was tevreden met de gang en de cadans die ik had en deed derhalve geen pogingen om met iemand mee te liften. Het was heerlijk beschaduwd in dat bijna tot bos uitgegroeide stukje park, waar ik in het alweer verre verleden zo vaak doorheen was gefietst op weg naar mijn werkplek. Op het eerste stuk tussen de huizen in de buurt Reigersbos, waar ik dus ooit zelf een aantal jaren woonde, was het echt warm in de zon en uit de wind. Gelukkig kwam er weer snel een breed fietspad onder de bomen. Geregeld stonden er langs de kant mensen met hun telefoon te fotograferen of te filmen. En ook de nodige aanmoedigingen ontbraken gelukkig niet.

Na 3,5 km zat de bebouwde kom er voorlopig even op en begonnen wij aan het ronden van de plas waaraan deze loop zijn naam ontleend. Zoals ik in vorige verslagen al eens heb geschreven, het water zie je door de weelderige begroeiing rond het parcours op deze tocht (als je er al oog voor hebt) maar op enkele punten. Er kwamen twee mannen langslopen waarvan de ene, wiens gezicht ik van een andere loop herkende, druk aan het praten was. En zo te horen over zijn werk. Waar het hart van vol is, zullen we maar zeggen. Even later werd ik door een blotevoetenrenner voorbijgestreefd. Het iemand zonder enige zoolbedekking zien lopen deed mij al bijna pijn aan de voetzolen. Ik had steeds een keurige snelheid van iets boven de 10 per uur, met kilometertijden tussen de 5:45 en 6:00 minuten. Gezien de redelijk warme weersomstandigheden (hoewel de wind hier en daar wel verkoeling bracht) in mijn beleving absoluut geen beroerde cijfers. In mijn herinnering stond op 5 km de verzorgingspost. Ik moet zeggen dat ik daar absoluut naar uitkeek en dan met name naar de sponzen. Mijn hoofd verlangde hevig naar een portie natte verkoeling. Het was dan ook even slikken toen die post niet kwam opdagen op de door mij verwachte plek. Dat verwerkt hebbende, realiseerde ik mij dat de versnaperingen pas een eind verder zouden worden aangeboden. Dan nog maar even doorbijten! Ik sprak met mijzelf af dat ik mijn hoofddeksel, dat ik daar waar de verkoelende bries goed voelbaar was steevast even van mijn kop verwijderde, tijdig aan mijn riem zou hangen. Ik wilde namelijk zowel hoofd als handen vrij hebben om uitgebreid te kunnen lappen.

Vrijwel direct na de verfrissingspost werden we gelukkig weer het bos in gestuurd. Want zo durf ik het deel van het Gaasperpark tussen de plas en het gelijknamige metrostation wel te noemen. Dat betekende vooral rennen over beschaduwde asfaltpaden, maar daardoor wel steeds uit de koelte-brengende bries. Hier had ik het korte onderhoud met de mannelijke renner die na afloop in de kleedkamer impliciet naar mijn leeftijd vroeg (voor de minder aandachtige lezer: zeer onlangs heb ik de zes kruisjes mogen bereiken). Hij had zijn spons half onder het shirt in zijn nek gestoken, bij wijze van continue koeling. Ik vroeg of hij niet bang was het koelelementje op die manier te verliezen. Daar maakte hij zich echter totaal geen zorgen over. Hij complimenteerde mij door te zeggen dat ik regelmatiger liep dan hij, want eerder was hij mij in het gezelschap van een paar maten voorbijgestoken. Ik zag op dat moment dat ik nauwelijks 10 per uur ging en kon dus repliceren dat ik ook wat langzamer vooruitkwam dan eerder op de route.

Vooraf had ik de routekaart wel goed bestudeerd om nauwkeurig vast te stellen waar het parcours van deze eenmalige tunnelrun de route van de gebruikelijke 10 km verliet. Dat was na exact 7 km, toen er net weer even zicht was op de waterplas. Hier begon voor mij het avontuur, want ik kwam om te beginnen in een deel van het park waar ik niet vaak vertoefd had. En daarna volgde uiteraard het spannende tunnelgedeelte. Het park was hier zo mogelijk nog bosachtiger en daardoor mooier dan het zuidelijker gedeelte waar ik daarvoor had gerend. Ik hoop maar dat de bestuurders van dit stadsdeel het niet in hun hoofd gaan halen hier een zelfde kaalslag te gaan plegen als in het voormalige Bijlmerpark, dat in mijn tijd net zo begroeid was als deze vroegere Floriade-locatie. Mijn snelheid was, zoals ik net al vermeldde, teruggelopen naar iets onder de 10/uur, maar ik had dan ook inmiddels meer dan de helft erop zitten. Wel was het daar dus prachtig en mede daardoor heel prettig lopen. Alleen de zachte ondergrond van een echt bospad ontbrak eigenlijk. Was mij tijdens die kilometers ook bezighield, was waar en hoe wij het nieuwe snelweg- en tunneldeel zouden gaan bereiken. Dat bleek eigenlijk heel simpel: om de plaatselijke camping (was niet heel druk bezet) heen en onder de evenwijdig aan de A9 lopende Langbroekdreef door. Dan direct scherp naar rechts en via een smal voetpad omhoog naar het niveau van de dreef. Die volgden wij tot aan het einde bij het er haaks opstaande water genaamd de Gaasp (naamgever van de Plas en het stadsdeel Gaasperdam). Linksom ging het enkele tientallen meters langs de Provinciale Weg en onder de snelweg door. Daar stond een man bij een motorfiets met klingelende belletjes aan te moedigen. Dit moest, gezien hun intieme omgang, wel de partner zijn van een AV Aalsmeerloopster die mij al meerdere keren voorbijgegaan was. Nogmaals linksaf werkten wij ons verder omhoog via een werk-oprit naar het stuk snelweg A9 dat 'Gaasperdammerweg' genoemd wordt.

Bovenaan stonden wat dikbuikige wegwerkers getooid met veiligheidshelmen en fluorescerende vesten te surveilleren en aan te moedigen. Er diende eerst een open stuk asfalt overbrugd te worden, alvorens de ingang van de gloednieuwe tunnel bereikt zou worden. Dit bleek echt verreweg het heetste stuk van de route, in de volle zon en volledig uit de wind achter de betonnen wand van het naastgelegen tunnelgedeelte. Daadwerkelijk een bakoven derhalve, opgetrokken uit asfalt en beton. Als je hier lang moest vertoeven zou je zo een zonnesteek kunnen oplopen. In mijn beleving was het daar echt flink afzien. Het bereiken van de schaduw van de naastgelegen tunnelwand zorgde bij mij voor het slaken van een bescheiden kreet van opluchting richting de renster naast mij. Een vrouw, eveneens in veiligheidsvest, stond aan de rechterkant in de volle zon aan te moedigen. Zij was zo enthousiast bezig dat ik haar wel een high-five wilde geven. Daarvoor zou ik echter flink van mijn lijn moeten afwijken, terug de volle zon in en dat vond ik, gezien de warmte, net weer iets te veel van het goede. Dus beperkte ik mij tot het in haar richting uitstrekken van mijn arm. 'O, wil jij een high-five' riep de enthousiastelinge en kwam direct aansprinten om de handjeklapactie ten uitvoer te brengen. Die spontane actie zorgde er bij mij voor dat de aankomende zonnesteek niet kon doorzetten.

Om de paar-honderd meter stonden er mensen in oranje vest ons aan te moedigen, de een nog fanatieker dan de andere. Het was helemaal niet eng om de tunnel in te gaan, nee, het was zelfs wel prettig na de bakoven even daarvoor. Het wegdek ging ook niet steil naar beneden, zoals bijvoorbeeld bij de IJtunnel, en je kon bij de ingang al het licht aan het einde zien. Ook scheelde het ongetwijfeld dat de circa 500 deelnemers allang over het gehele parcours waren uitgesmeerd. Sterker nog, op het moment dat ik de tunnel inschoof, waren de eerste twee renners al gefinisht. Het was er derhalve niet afgeladen druk. Reeds de dag tevoren, bij het afhalen van het startnummer, had ik al gehoord dat het tunneldeel uit twee stukken bestond. Dat betekende in de praktijk dat er ergens onderweg een hellinkje genomen moest worden en daarna in de open lucht een stukje weg dat nog geen weg was, maar een zooitje van steenslag en andere ongerechtigheden. De eerder genoemde blotevoetenrenner, die ik na afloop op de baan nog kort sprak, had hier moeten wandelen omdat de ondergrond zelfs voor zijn getrainde voetzolen te ruig was. Toevallig kwam ik samen met twee jonge vrouwen het eerste tunnelstuk uit. Bij de voorste riep de smartphone-hardloopapp net op dat moment dat er 11 km waren afgelegd. Ik zag ongeveer tegelijkertijd op mijn Garmin 10,65 km staan. Ik kon dus roepen dat we de 11 km nog niet hadden bereikt en nog precies 3 km hadden af te leggen. Want ik was er zeker van dat mijn Forerunner 235 met GPS én GLONASS nauwkeuriger is dan eender welke slimme telefoon ook.

De twee stukken tunnel, die aan de rijbanen te zien in- en uitvoeggedeeltes gaan worden, maten bij elkaar, zoals eerder vermeld, 3 heuse kilometers. Aan het einde van het tweede deel was bij de uitgang een drinkpost. Ik pakte dankbaar een bekertje water aan om dit vervolgens op mijn al aardig uitgeknepen spons leeg te kieperen. Nu kon ik tenminste weer lekker mijn hoofd en nek dweilen. We waren juist onder de gecombineerde spoorweg- en metrolijn boven gekomen. Een venijnig klimmetje terzijde van dat talud leidde ons richting metrostation Bullewijk. Een vrouw die al een tijdje om mij heen draaide, ging wandelend omhoog en een man was dan weer aan het wandelen, dan weer aan het rennen. Voor mij was die aanblik niet erg inspirerend. Precies 12 warme km's hadden wij lopers op dat moment in de benen. Het was mijn eer uiteraard wel te na om ook te stoppen met rennen, maar het ging echt niet meer van harte. De eerste 2 km in de tunnel had ik nog wel boven de 10/uur en dus onder de 6 minuten weten te verhapstukken, daarna zakte ik definitief eronder en erboven, al was het maar een fractie met 9,99/uur en 6:01 minuten. Ik zat er onderhand een beetje doorheen en verlangde naar de eindstreep. Het klimmetje deed mij, in ieder geval gevoelsmatig, dus mijn laatste beetje snelheid verliezen. Langs de ingang van het genoemde metrostation ging het door een stukje van de Bijlmer waar ik eigenlijk nooit kwam of kom, de H-buurt. Toch wel leuk om daar al rennende eens een kijkje te nemen, al ging ik niet sneller meer dan 9,62 per uur.

In min of meer rechte lijn liepen we naar het Nelson Mandelapark en dus terug naar waar wij allen begonnen waren aan deze lange voettocht. Er wandelden ons al wat renners met medailles om de nek tegemoet en eentje was zelfs aan het uithollen. Die hadden hun inspanning er reeds opzitten en ik voelde een klein beetje jaloezie bij mij naar boven komen. In het park was er een laatste net-niet-haakse bocht waar een vrijwilligster voor piet-snot stond omdat ook hier iedereen over het gras afsneed. Alsof ik een duidelijk gebaar wilde maken, liep ik wel helemaal over het asfalt en vlak langs de dame met het blauwe hesje. Die keek echter niet op of om en zag derhalve niet mijn opgestoken duim. Pal bij de ingang van de atletiekbaan stond een saxofonist zich de longen uit het lijf te blazen. Ook hem gaf ik mijn gecombineerde teken van begroeting, aanmoediging en enthousiasme. En ik had de indruk dat hij het wél zag. Een paar keer achteromkijkend constateerde ik met tevredenheid dat er zich geen concurrentie in mijn kielzog bevond en dat ik dus niet verder hoefde aan te zetten dan de 10/uur die ik weer gevonden had, om een eventueel sprintende achteropkomer voor te blijven. In 1:21:06 uur, kon ik er een punt achter zetten.

Voorbij de meet liep ik (bevangen door de hitte?) aanvankelijk naar de verkeerde medailleverstrekster omdat die blijkbaar allen de plakken voor de 10-km-deelnemers had. Die vergissing was echter met enkele stappen gecorrigeerd en na tevens een flesje water te hebben ontvangen, kon ik koers zetten naar het nu vrijwel verlaten deel van de blauwe atletiekbaan om uit te wandelen en na te hijgen. Daar liep even later de man die blootsvoets het hele traject had afgelegd. Ik sprak naar hem mijn bewondering ervoor uit. Zelf loop ik in huis nog niet eens op blote voeten. Hij wist nog te vermelden dat het asfalt in de tunnel niet schoongeveegd was en dat het daar om die reden voor hem ook niet echt lekker lopen was. Op dergelijke momenten ben ik altijd weer extra blij met mijn fijne Asics Gel Cumulus-schoenen (ik heb net weer een vers paar aangeschaft, trouwens). In de vochtig-warme kleedkamer sprak ik een paar woorden met een relatief jonge man, die vertelde dat hij meewerkte aan de beveiligingssystemen van de Gaasperdammertunnel en dat er zo'n veertig tunnelbouwers aan de loop hadden deelgenomen. Ook hoorde ik het verhaal aan van een (naar eigen zeggen) 62-jarige loper die opbiechtte dat hij er niet tegen kon als hij door een vrouw gepasseerd werd. 'Ik denk dat ik maar eens naar de psychiater ga', voegde hij er half-schertsend aan toe.

Misschien wel het absolute hoogtepunt van mijn dag was de renner die mij herkende als 'schrijver van lezenswaardige blogs' (zijn woorden of iets van die strekking !!). Waarbij hij met name verwees naar mijn verhaal over de Vechtloop van vorig jaar. Een kort gesprek, ook over mijn vaste loopmaatje en privéhaas Peter, ontspon zich. Niet toevallig is de volgende trimloop op mijn programma die bewuste loop in het naburige Weesp. Ondanks dat ik mij deze keer niet kon optrekken aan Sylvia, die ik helemaal niet heb gezien, maar later wel terugvond in de uitslagen als zijnde ruim 3 minuten vóór mij gefinisht, en de opnieuw warme omstandigheden, heb ik toch veel renplezier beleefd. Niet in het minst door de variatie in- en uitbreiding van het parcours. De na afloop door de vrouwelijke speaker gebezigde oproep 'volgend jaar weer door die tunnel !!', kan dan ook alleen maar door mij ondersteund worden. En de organisatie zal dat vast ook een goed idee vinden, want de tunnelloop leverde nu naar verluid zo'n 200 extra deelnemers op.

*Een beetje verdwaalde training gelopen in de Eifel* (2 reacties)

Gepost door Ben Engel op zaterdag 23 juni 2018 14:00

Een verdwaalde training in 2 delen

Vanmiddag mijn training gelopen en werd een bijzondere deze keer. Ik ben het bos in gelopen ( al vaker gedaan) maar deze keer had ik iets gemist dus een verkeerd pad genomen. Resultaat was dat ik de weg een beetje kwijt was en niet goed wist waar ik was. Ik ben maar rechtdoor gelopen leek mij het beste. Nadat ik al een flink stuk gelopen had kreeg ik toch wel het gevoel dat ik een beetje verdwaald was. Maar uiteindelijk kwam ik het bos uit gelopen weer op een verharde weg en stond ook een bordje wandelroute en kon linksom of rechtsom. Het was wel een hele mooie route in het bos en absoluut geen straf. Ik kwam bij toeval een Nederlands echtpaar op de fiets tegen en heb even gezellig met ze gekletst. Ze vroegen of ik wel water bij mij had en niet dus want ik vertelde dat het eigenlijk een korte 45 minuten training zou zijn. Dat pakt dus anders uit omdat ik mij verlopen had. Ze waren zo attent om mij een flesje water van hun af te staan en aan mij te geven. Ik zag ineens dat ik op de Olaftalsperre was uitgekomen dus voor mij weer op bekend terrein. Ik had de training van 45 minuten opgeslagen want die was klaar. Maar omdat ik nog een flink stuk (zo"n 5km schatte ik) naar de parkeerplaats op de Dam moest heb ik op mijn Fenix 3 HR maar weer een activiteit aangezet (vandaar 2 loopjes hier op looptijden vandaag) want ik loop nu wel extra kilometers dacht ik. Ik heb het maar rustig gelopen het 2de deel en aangekomen op de parkeerplaats heb ik een jong Duits stel aangesproken die er rondjes aan het rijden waren met hun auto (vriendin kreeg stiekem rijles van hem) dat merkte ik wel aan hun gedrag en vroeg het ze en dit werd bevestigd. Ik heb ze gevraagd of ze mij naar de camping wilden rijden (lopen was echt te ver) en dat was voor hun geen enkel probleem. Ze hebben mij uiteindelijk afgezet op de parkeerplaats waar ik mijn auto had achtergelaten. Ook dat was heel attent van hun en heb ik ze natuurlijk bedankt. Zo zie je maar het bestaat nog vriendelijkheid. Inmiddels al heerlijke pannenkoeken gegeten gemaakt door mijn vrouw. Nu relaxen met een 🍺erbij en zeg fijne avond🙂

Foto's bij deze blogpost

1FF4B442-DF4B-4979-907F-C3B290923035.jpeg

Over Wissels en (angst over)winnen

Gepost door Runhedwigrun op donderdag 21 juni 2018 11:43

Foto's bij deze blogpost

IMG_20180620_084136_771.jpg