Alle blogposts van hardlopers op Looptijden.nl

Hieronder staan de laatste weblog posts van gebruikers van Looptijden.nl over hardlopen en gerelateerde onderwerpen.

Warmtemanagement en wandeltempo in Weesp (2 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 14 juli 2019 20:41

Zoals altijd ook te bekijken (veel fraaie foto's!!) op https://arranraja.wordpress.com/2019/07/14/warmtemanagement-en-wandeltempo-in-weesp/

Op de rol stond mijn 91ste trimloop, waarvan de zesde Vechtloop en de vierde samen met hardloopvriend Peter. Dit was nu de derde keer dat wij de 10 km gingen verhapstukken omdat de langere afstanden (15 en 21,1 km) drie jaar geleden in Weesp al helaas van het programma waren gehaald. Dat meer kilometers die dag niet tot de mogelijkheden behoorden was in mijn geval achteraf gezien maar goed. Lees verderop maar hoe deze vork in de steel zat.

Aanvankelijk, een week eerder, werden er tropische temperaturen voorspeld voor de dag dat het allemaal moest gaan gebeuren. Het etmaal ervoor, op zaterdag, klopte dat nog als een bus. Wat zou betekenen dat ik, na de Roze loop eind april, weer een georganiseerde loop waarvoor ik mij reeds had aangemeld en dus ook voor betaald, moest laten schieten. Maar gelukkig, gelukkig bleek de wind op zondag gedraaid naar het westen en was het zeker 10 graden koeler. Er kon derhalve gewoon, volgens plan, naar Weesp (inmiddels onderdeel van de gemeente Amsterdam) worden afgereisd. Daags tevoren was er toch een piepklein kinkje in de kabel te bespeuren. De Nederlandse Spoorwegen hadden werkzaamheden belegd tussen de hoofdstad en Het Gooi, of daaromtrent, waardoor ik niet per spoor kon aanreizen. Of ik moest eerst de bus naar het uiterste zuiden van mijn gemeente nemen en daar via een andere spoorlijn Weesp bereiken. Dat zou een kleine 35 minuten openbaar vervoer betekenen, terwijl ik op de fiets volgens de meest gebruikte routeplanner 5 minuten minder onderweg zou zijn. Ik zit al niet zo graag in de bus, daar en in de trein zou het zeker ook warm zijn. Ergo, mijn keuze was snel gemaakt. Per rijwiel, grotendeels in de schaduw langs het kanaal, toog ik naar Station Weesp. Alwaar ik mijn loopmaatje en privéhaas zou treffen.

Peter kwam via Utrecht uit het Zuidhollandse en had daardoor geen last van NS/ProRail-werkzaamheden. Hij houdt van vroegtijdig aanwezig zijn, wat betekende dat ik voor mijn doen behoorlijk bijtijds van huis diende te gaan. Hetgeen zomaar zonder al te veel problemen lukte! Het weerzien na die paar weken sinds de Gaasperplasrun was zoals gebruikelijk allerhartelijkst en wij zetten (verleden tijd) koers naar de manege die als start- en finishplaats van handeling diende. De gewonnen kwartfinale van de Oranjeleeuwinnen van de middag tevoren in de Franse bloedhitte, was uitgebreid onderwerp van gesprek tijdens onze wandeling. Er gingen meer renners dezelfde kant op, dus het was sowieso supergezellig onderweg aan de boorden van en op de kleine ophaalbrug over de naamgevende rivier. Jawel de illustere Vecht, vooral beroemd vanwege de vele buitenplaatsen die eraan liggen of gelegen hebben. En door deze leuke, kleinschalige trimloop vanzelfsprekend, die alweer heel wat jaartjes georganiseerd wordt aan het einde van de junimaand. Goed en warm weer is derhalve meestal verzekerd. En zo ook nu, zoals ik reeds tweemaal in dit relaas vermeld heb. Ik moet toch iets schrijven om aan mijn zelfopgelegde, absolute minimum van tien alinea’s te geraken.

Wij waren vroeg op de ‘plaats des heils’ (bron: Peter de Haan) en hadden zodoende een zee van tijd voor alle onontbeerlijke plichtplegingen. Waaronder uiteraard het afhalen en opspelden van het papiertje voorzien van startnummer en tijdsregistratiechip. Verder werd ons ook dit jaar gevraagd de sanitaire voorzieningen voor de heren der schepping te testen. En aangezien wij deze klus steevast uiterst serieus nemen, deden wij dat twee keer. Ze werden opnieuw door ons goedgekeurd! Al tijdens het warmlopen, waarbij wij bij wijze van nostalgisch ritueel, een stukje van de route van de afgeschafte afstanden aandeden, merkte ik dat de benen verre van soepel aanvoelden. En dat het rennen derhalve niet heel makkelijk ging. Maar ik had niet voor niets een half uur gefietst, was er nu dus toch, ergo er zou gelopen worden! Stijfjes of niet stijfjes.

Het uur-u kwam toch nog sneller dan verwacht (wat wil je ook als het zo gezellig is !!) en vanuit de overdekte managebak vertrokken wij voor ons warme Weespse avontuur. Via de sociale media had ik daags tevoren al bij mijn makker het plan gedropt om 7 minuten per kilometer als richtsnoer aan te houden. Dit deed ik vooral om mij van te voren in te dekken. Want tijdens mijn individuele duurlopen kom ik momenteel echt niet meer zo hard vooruit. En gemiddelden van 6,30 minuten per afgelegde kilometer zijn tegenwoordig eerder schering dan inslag. Kortom, ik moest mijn haas erop voorbereiden dat het wat mij betreft een langzame en om die reden langdurige aangelegenheid zou gaan worden. Wandeltempo was er aan de orde! Gelukkig kon ik als zeer plausibel excuus het warme en zonnige weer aanvoeren.

Vanaf de start kostte het mij feitelijk al moeite om in het kielzog van mijn leidsman mee te gaan. Laat staan dat ik zelf de kop kon nemen. We gingen ook een stukje sneller dan die geopperde 7 minuten per kilometer, getuige de 6:08 over de eerste en 5:52 en 6:00 over nummers twee en drie. En omdat wij eerst een stukje gingen stadten en daarbij grotendeels uit de wind zouden lopen, hadden wij direct ons goed uitgewerkte en -voorbereide hitteplan nodig. Vooruit, hier en daar was die verfrissende bries wel te voelen en een wolk was zo vriendelijk de zon even af te schermen. Maar toen die laatste weer doorkwam werd het rap warmer. Ik had mij gelukkig mentaal voorbereid op deze afmattende, toeristische rondgang door het oude stadje. Want na de citadel op de Ossenmarkt, de ophaalbrug over de rivier en de fraaie Hoogstraat langs datzelfde water, kwamen we langs twee kerken in het centrum en de opvallend grote behuizing van museum Weesp. Uiteraard mag ik niet vergeten de twee fietsenwinkels, de sportwinkel, de grootgrutter uit het Zaanse en de piepkleine vestiging van Hollands Eenheidsprijzen Magazijn Amsterdam te noemen. De laatste twee vanzelfsprekend ook op zondag gewoon geopend. Het etablissement met de wel zeer toepasselijke naam ‘De Kringloper’, mag in deze opsomming uiteraard niet ontbreken. Wel mankeerde helaas de inmiddels vertrouwde Bekende Buitenlander in zijn deuropening. Daar waar ik dacht dat hij huisde, stond er een woning te koop. Dus ik vrees in dat opzicht helaas het ergste, hij is ongetwijfeld verkast of gaat dat doen.

Op zich altijd leuk, dat rondje Weesp. Niet in het minst vanwege de vele, enthousiaste omstanders en de pittoreske plekjes die de loop steevast aandoet. Maar wel altijd veel klinkerbestrating, waar ik niet zo graag op ren. En als het lopen wat moeizamer gaat, heb je van zoiets altijd meer last. De overige 364 dagen is je dat dan steevast weer ontschoten en schrijf je telkens opnieuw in voor de volgende editie. Ik was er vanwege die ondergrond en het urbane karakter niet rouwig om dat we over een stukje Hoogstraat, over de ophaalbrug en de Ossenmarkt op onze schreden terugkeerden richting de manege. Om daarlangs eindelijk het buitengebied en de oostelijke boorden van de Vecht te bereiken. Toen ik des morgens thuis op mijn weerappje zag dat de bries uit de westhoek waaide, concludeerde ik meteen dat dit wind van opzij zou betekenen als wij buitengaats heen en weer naar Fort Uitermeer zouden reizen. Want zo had ik mijzelf in het hoofd geprent, de Vecht loopt van noord naar zuid of andersom (net hoe je het bekijkt). Helaas bleek de bries naar noordwest gedraaid te zijn, wat tot gevolg had dat wij hem vooral in de rug hadden. Met andere woorden, dat wij weinig merkten van de verkoelende werking ervan. Ondanks dat de site Garmin Connect later meldde dat de temperatuur onder de 20 graden was blijven steken, voelde dat pertinent niet zo. En mijn weerapp had ‘s morgens reeds een hogere temperatuur, van wel boven dat ronde getal vermeld.

Vanaf het begin hing ik, ook gevoelsmatig aan een dun touwtje om niet te zeggen een zijden draadje bij mijn persoonlijke pacer. Je kon ook zien dat hij voortdurend de rem erop had om mij enigszins in de buurt te laten blijven. Zoals eerder vermeld liep het eenvoudigweg niet zo bij mij die dag. Dankzij het ingehouden voortgaan van Peter, bleven wij een groot gedeelte van de rit in elkanders nabijheid. Na 3 kilometer, nog net niet langs het water, vond een dame het nodig om mij rechts te passeren. Pal voor zij dat deed, maakte zij er wel mondeling melding van. Toch was ik niet bijster geamuseerd erdoor, wat ik haar in gecamoufleerd-ironische opmerkingen probeerde te laten beseffen. Er was ter linkerzijde meer dan voldoende ruimte om in te halen Of de boodschap ook echt tot haar is doorgedrongen is mij helaas niet duidelijk geworden. Exact 1000 meter verderop kwamen wij bij de eerste drinkpost. Peter had dringend drinkwater nodig, wat ik steevast zelf aan mijn riem meesjouw. Deze keer vanwege de warmte zelf twee flessen, m.a.w. een ruime liter gemeentepils. Vooraf had ik een banaan en een pakje melk naar binnen gewerkt en ik merkte bij het nemen van een paar slokken vocht dat er in mijn maag geen plaats was voor al te veel meer brandstof. Mijn hartje maakte wel een verheugd sprongetje toen ik zag dat er tevens kletsnatte sponzen werden uitgedeeld. Die kwamen voor ons warmtemanagement uitstekend van pas en ik ging subiet na het aanpakken flink mijn hoofd dweilen en lappen. Overigens was het afkoel- en bijdrinkarsenaal deze keer uitstekend verzorgd. Want er waren twee drankposten, waarvan de eerste op de terugweg nogmaals aangedaan werd, en vele douches en waterspuiten op het deel van het parcours langs de Vecht voorhanden. Waarvoor hulde aan de organisatie en de vele vrijwilligers.

Omdat ik zo druk mijn warme hoofd het sponzen was, vergat ik aanvankelijk helemaal om even tot wandelpas over te gaan terwijl Peter zijn inwendige mens verzorgde. Toen ik dat toch deed, kwam hij mij al weer rennend achterop. Dus ik moest fluks in de hoeven, wilde ik niet direct de aansluiting met mijn gangmaker verliezen. Net als daarvoor, lukte dat maar ternauwernood. Ik kon eenvoudigweg erg weinig tempo maken daar aan de rand van Het Gooi. Toch had de spons wel een positieve invloed, want de vijfde kilometer ging in 6:09 minuten. En dat was niet mijn langzaamste ‘ronde’ van de loop. Er was weinig schaduw en, zoals eerder vermeld, ook te weinig verkoelende wind te beleven. Ergo gevoelsmatig en feitelijk bleef het ploeteren geblazen. En het besef was er dat iedere stap die richting het keerpunt gezet werd, weer even hard teruggedaan diende te worden. De Vecht is hier behoorlijk bochtig, wat betekent dat je over het water wel een eindje verder kon kijken. Maar Fort Uitermeer kwam nog niet in zicht. Wat mij betreft kon de omgeving van dat oude bouwwerk niet snel genoeg naderbij komen. Want het zou betekenen dat de terugtocht aanvaard kon worden en het grootste deel van deze warme en daardoor zware loop erop zou zitten. Ik liep gewoonweg niet lekker, zoveel moge duidelijk zijn. Peter bevond een klein stukje vóór mij en geen moment zat het erin dat ik de aansluiting zou bewerkstelligen. Met dat gegeven had ik inmiddels allang vrede. Hier ergens was op een gegeven ogenblik de verkoelende noordwestenwind even merkbaar maar dat was voor mij véél te kort. Bij het keerpunt was op strategische wijze de tweede waterpost gesitueerd. Terwijl ik langs de tafel schoof, vroeg een vrijwilliger of ik geen beker water wilde. Als antwoord hield ik mijn fles omhoog. ‘Joh, waarom loop je zo te sjouwen?´, klonk zijn reactie daarop. Ik was alweer verder maar mijn antwoord zou geweest zijn: ‘omdat ik liever uit een eigen fles met water op de gewenste temperatuur drink, dan uit een onhandig, plastic bekertje’. Waarbij de kans op morsen of verslikken uiteraard een stuk groter is.

Ik ging weer even wandelen. Of mijn haas vooruit was gebleven of mij weer bijhaalde, is mij inmiddels ontschoten. Wel nam hij spoedig opnieuw wat afstand. Inmiddels was het besef tot mij doorgedrongen dat van samenlopen weinig meer terecht zou komen. Ik kwam gewoonweg, zeker gevoelsmatig, niet veel verder dan wandeltempo. Die zevende kilometer was met 6:32 minuten ook de langzaamste die ik die dag wist te produceren. Dus ik had bij Peter willen aangeven dat hij verder maar zijn eigen race moest lopen. Maar hij was al buiten gehoorsafstand en wij hadden ook geen oogcontact meer op dat moment. Later had hij het erover dat er een paar dames waren die hij per se wilde inhalen. En als dat eenmaal aan de hand is, kun je het verder wel schudden als haas-inhuurder. Ik had nog maar zo’n drie kilometer te gaan maar het leek een stuk langer. En dat terwijl, als je eerst van A naar B reist en daarna vice-versa, de terugreis meestal een stuk korter lijkt te zijn. Bovendien staat mij niet bij dat de wind het zo aangenaam maakte dat het rennen ineens als op rolletjes ging.

Op de heenweg had er een loper met een trompet in de hand om mij heen lopen blazen. Zodra hij iets of iemand interessants zag, toeterde hij weer een riedel op zijn goudkoperen geval. Als ik het netjes zeg, hoefde dat niet zo voor mij en toen ik hem voorbijstreefde, voegde ik hem toe: ‘niet in mijn oor, alsjeblieft’. In de straten van Weesp al, was er een man voorbijgeschoven die een grote buggy voortduwde waarin een jongeman zat. Op het shirt van de renner stond te lezen: ‘Spieren voor spieren, Donate now’. De al redelijk grote jongen in de wagen zat op zijn telefoon te kijken en er klonk drukke muziek uit een draagbaar luidsprekertje. Dat geluidsbehang had van mij eveneens achterwege kunnen blijven maar ik stoorde mij er minder aan dan aan het eerdergenoemde getrompetter. Achter de buggyman rende een vrouw in hetzelfde zwarte Spieren-voor-spierenshirt. Ik stel mij zo voor dat zij de ouders van het kind waren. En dat die jongeling de een of andere spierziekte had, waardoor hij aan het duwwagentje gekluisterd was. Ergens in downtown Weesp werden deze mensen aangemoedigd door toeschouwers. Achter mij hoorde ik de dame iets terugroepen in de trant van: ‘nu leef ik nog’. Alsof zij vreesde het einde van de rit niet te zullen gaan halen.

Peter was er dus vandoor en ik hobbelde voort. Bij de eerste en tevens derde verfrissingspost ruilde ik mijn bijna uitgeknepen spons in voor een vers, kletsnat exemplaar. Dat werd dus hernieuwd lappen en poetsen geblazen! Ook besloot ik onder de plaatselijke douche door te lopen. Daarvan kreeg ik al rap spijt omdat mijn zonnebrilglazen vele druppels opvingen. Die kon ik wel makkelijk wegvegen maar er bleef een waas achter dat mijn zicht enigszins belemmerde. En als ik ergens een hekel aan heb, is het om de wereld om mij heen niet voor 100 procent scherp te kunnen waarnemen. Ondanks dat er al aardig wat kilometers in de benen zaten, ging ik zonder het bewust te merken weer wat sneller. Getuige de kilometertijden van 6:17 en 6:18 minuten over rondes 8 en 9. Er kwamen nog wel lopers over mij heen en zelf raapte ik ook een enkeling op. De vrouw die mij op de heenweg rechts de loef had afgestoken, kwam nu weer steeds dichterbij. Het was mijn intentie om haar in exact dezelfde bocht ter linkerzijde te overlopen en daarbij expliciet te roepen dat je aan die kant hoort in te halen. Vóór het echter zover was, stond de vrouw in kwestie plotsklaps stil en moest ik alle zeilen bijzetten om haar te ontwijken.

Vlak voor de ingang van het manegeterrein stond een fotograaf en ik schikte vlug en zo goed als mogelijk mijn haardos. Want ik wilde vanzelfsprekend zo voordelig mogelijk worden vereeuwigd. Helaas heb ik geen kiekje van mijzelf op deze plek kunnen terugvinden. Maar dan staan gelukkig vele andere fraaie plaatjes tegenover. Ik liep in het kielzog van een wat jongere vrouw het finishterrein op. Zij zette aan richting de meet en ik volgde in haar voetsporen. ‘Dit kan sneller’, dacht ik en denderde over haar heen alsof zij stilstond. Mijn haas stond aan de rechterkant mij op te jutten en op 1:02:53 zette ik mijn Garmin stil. De officiële tijdregistratie haalde daar nog een zevental tellen vanaf. Ik wist van te voren eigenlijk al dat dit mijn langzaamste 10 kmtijd op de weg zou gaan worden, dus ik was daar niet verbaasd over. Eerder blij dat ik de eindstreep rennend gehaald had, ook al was dat ‘rennen’ bijna in wandeltempo. Vrijwel óp de tweede tijdwaarnemingsmat stonden de medaille-uitreikers. Er moest dus zeer abrupt gestopt worden en tijd om het eigen uurwerk tot stilstand te brengen was er nauwelijks. Tijdens de laatste volledige kilometer haalde ik zowaar toch een snelheid van 9,81/uur en door mijn indrukwekkende eindsprint gingen de 145 meter die ik volgens mijn gps-horloge bovenop de 10 km liep, zelfs in 10,45/uur. Blijkbaar had ik het allerlaatste beetje brandstof in de tank nog weten aan te spreken.

Na de in-ontvangstname van het ronde kleinood aan een blauw-wit-gekleurd lint, had ik echt even tijd nodig om op adem te komen. Dat kon prima in de rustige, overdekte ruimte van de manege. Vervolgens namen wij alle tijd om tot onszelf te komen, naar de laatste binnenkomers te kijken, om te kleden en onze brandstof aan te vullen. Dat gedaan hebbende, verlieten wij het inmiddels vrijwel verlaten en grotendeels opgeruimde strijdtoneel om richting het station te wandelen. Mijn benen voelden daarbij aan alsof ze zojuist een halve of hele marathon achter de kiezen hadden. Het was om die reden helemaal niet erg dat de smalle brug over de Vecht juist open ging voor boten, zodat wij tijdelijk pas op de plaats moesten maken. Daarna liepen we even het centrum van Weesp in en vonden aldaar IJssalon Nelis, waar ze een prima cappuccino bleken te serveren. Die dronken we in de alsmaar drukker wordende tent met smaak op, terwijl wij de wapenfeiten van even daarvoor nogmaals de revue lieten passeren. Ondanks het gegeven dat Peter de Haas zich niet helemaal voor de volle 100 procent van zijn toegewezen taak had gekweten, vond ik het gepast hem als dank deze beker slobber aan te bieden. Met een klein toeristisch ommetje, achterom de Achteromstraat, langs het water van de Herengracht, vonden wij de weg terug naar het NS-station. Al keuvelend bereikten wij die plek, waar mijn fiets reeds trouw stond te wachten en Peters trein naar het zuiden weldra zou arriveren. Het afscheid was ontroerend, zoals altijd. En onze zevende, succesvolle samenloop was een feit en alweer geschiedenis.

Het einde van de tunnel (3 reacties)

Gepost door Arranraja op zondag 23 juni 2019 19:22

Zoals altijd ook te bekijken (veel foto's!!) op https://arranraja.wordpress.com/2019/06/23/het-einde-van-de-tunnel/

Op het moment dat het volgens de kalender nog winter was, ergens eind februari, ontving ik de eerste nieuwsbrief van de Gaasperplasrun. Omdat deze in juni te houden trimloop toen nog de ver-van-mijn-bedshow was, heb ik die mail niet gelezen. In een plaatselijke krant zag ik een dikke maand later toevallig dat er opnieuw door de in aanleg zijnde, overdekte Gaasperdammersnelweg gelopen zou worden. Dit gelezen hebbende begin april, schreef ik mij meteen in, om niet achter het net te vissen. Voor naar wat nu gebleken is, de laatste editie van de Gaasperdammertunnelrun. Ik trakteerde mijzelf daarbij ook op het jubileumloopshirt aangezien het ging om de 25ste editie van de Gaasperplasrun.

Toentertijd had ik wel al last van wat lichte lappenmandklachten, verder bevond ik mij waar het hardlopen aangaat, nog in het volle daglicht. De Nescioloop was aanstaande, de Roze loop aan het einde van diezelfde maand ook en voor de meimaand wachtte mij de onmogelijke keuze tussen de Geinloop en de Wallenloop. Met de datum van die eerste trimloop was niet voor de eerste keer geschoven, waardoor deze op exact dezelfde dag terechtkwam als de Naardense loop. Geheel onwetend was ik nog over de donkere tijden die eraan zaten te komen! Ik heb er in mijn vorige relaas reeds kond van gedaan, onvermoede overbelasting van de rugspieren gooide grootscheeps roet in mijn rendieet. Vanzelfsprekend hielp ik mijn jongste dochter juist voor Pasen met het naar beneden en in de bestelbus sjouwen van de meubels en spullen die zij meenam naar haar nieuw verworven onderkomen. Dat leek mijn ruim 60 jaar oude lichaam goed verstouwd te hebben, ook toen ik een dag later op pad ging om tien Engelse mijlen te verhapstukken.

Midweeks sloeg de duisternis echter onbarmhartig toe. Ik zette aan voor de volgende duurloop en mijn rug voelde onmiddellijk pijnlijk. Toch liep ik door, een daad die ik achteraf gezien wel betreur. Want dit bleek het begin van een vier weken durende, zwaar bewolkte periode, om niet te zeggen een slakkengang door een Alpentunnel van een kilometertje of 18. Waarin rennen uit den boze was. Bij de Roze loop, waarvoor ik al was ingeschreven en had betaald, moest ik verstek laten gaan. Hetgeen een dubieuze en niet voor herhaling vatbare primeur opleverde. Een wrang lichtpuntje was het feit dat de lastige keuze tussen Wallenloop en Geinloop mij bespaard bleef. Rust, plaatselijke verwarming en wat oefening van de bewuste spieren losten het blessure-euvel niet spoedig genoeg op. Wat mij deed besluiten het over een andere boeg te gooien. De oefenintensiteit werd opgevoerd en het hardlopen kwam terug op het menu. Rust-roest tenslotte en het flink doorbloeden van het gehele lijf kon in mijn visie geen verdere schade aanbrengen, eerder het tegenovergestelde.

Zo geschiedde en het bleek te werken! Want die tunnelrun kwam eraan en daar wilde ik hoe-dan-ook aan deelnemen. Iedere keer dat ik aanzette tot looppas deed de rug best even pijn maar hoe langer ik liep, hoe minder dat werd. En per keer dat ik van wal stak, zakte het ongemak verder weg. De zon kwam dus weer steeds vaker door, het dikke wolkendek werd alsmaar dunner, ik vermoedde dat deze duistere kerker toch een uitgang moest hebben. Een volgend lichtpunt was het bericht van loopvriend Peter dat hij ook van de partij zou zijn op die tweede zondag in de junimaand daar in dat tropische stukje Mokum. Ik kon derhalve beschikken over mijn persoonlijke Goudse kaashaas om mij over de Zuidoostelijke paden en door de genoemde echte tunnel te loodsen. Achteraf gezien is ‘lichtpunt’ een duidelijk te zwakke kwalificatie en dekt ‘stadionverlichting’ de lading vele malen beter. Van 6 via 10 en 12 had ik de kilometerhoeveelheid al opgevoerd naar 13 km. Maar vier weken stilstand in een onderaards gewelf is, zeker voor een renner van mijn leeftijd, niet bevorderlijk voor de conditie, de souplesse en het uithoudingsvermogen. Dus had ik telkens een of meerdere pauzes moeten inbouwen tijdens mijn duurlopen. En ik ging hard noch veerkrachtig/ lichtvoetig over de paden. De laatste training midweeks voorafgaand aan de grote zondag diende er derhalve echt een langer stuk aaneen gerend worden. Ik ging voor een route van 11 km. Die lukte zonder stoppen en voor het eerst had ik tijdens het lopen helemaal geen centje pijn. In mijn hoofd werd het letterlijk en figuurlijk steeds lichter. Wel appte ik Peter dat het tempo tijdens de run wat mij betreft ‘dead slow’ zou worden. Want veel harder verwachtte ik niet te kunnen gaan.

Wij spraken af op het dichtstbijzijnde NS-station en wandelden gebroederlijk naar de ‘plaats des heils’, zoals mijn favoriete loopmaatje dat steevast zo fraai weet te omschrijven. Vooraf zeeën van tijd hebbende, konden wij in alle rust de benodigde plichtplegingen afwerken en ik zal de lezer niet verder vermoeien met de details daarvan. In tegenstelling tot bij bijvoorbeeld de Twiskemolenloop waar het andersom is, werd de langste afstand hier als laatste weggeschoten. Dus hadden wij tussen het opwarmen door ruimschoots de gelegenheid om naar de eerder vertrekkende lopers te kijken. Bij de 10 km gingen twee mannen als pijlen uit bogen ervandoor. Peter suggereerde eindtijden van laag in de 30 minuten wat achteraf behoorlijk bleek te kloppen met 32 minuten en een beetje, resulterend in een uursnelheid van 18,63 en een gemiddelde kilometertijd van 3:13 minuten. Een groot contrast vormde de snelheid waarmee de laatste renners zich over de baan voortbewogen. Dat was meer ons tempo, naar het zich liet aanzien. 288 10 km-klanten zagen wij aan ons spiedend oog voorbijtrekken, vijf minuten later gevolgd door 181 stuks 5 kmlopers. Dit vooraleer wij temidden van 351 andere tunnelrunners zelf vertrokken voor onze odyssee. Tezamen met nog wat jeugdige enthousiastelingen die al eerder op de ochtend hun rondje door het Nelson Mandelapark hadden voltooid, toch een kleine 900 renners die dit ‘kleinschalige’ hardloopfeestje hebben opgeluisterd.

De weersomstandigheden waren prima met witte wolkjes aan een overwegend blauwe lucht en een verfrissende bries bij pak-hem-beet 17 of 18 graden Celsius. Ondanks meerdere lommerrijke stukken kon het trouwens onderweg best hier en daar redelijk warm worden in tropisch Amsterdam. Ons strijdplan was ook helder: langzaam maar gestaag de route afleggen, heel blijven en de eindstreep zien te halen. Heroïsche kilometer- dan wel eindtijden mochten er van niet verwacht worden. Ja, ongeschonden en voor de bezemfietser finishen zou al heldendaad genoeg zijn. Ik noemde het getal van 9 km per uur of daaromtrent als leidraad. En ik maakte aan mijn haas duidelijk dat ik hem zou terugfluiten als hij te hard ging. Het hoeft voor ingewijden geen betoog dat die richtsnelheid al direct de spreekwoordelijke prullenbak in kon. Want hoewel redelijk achterin in het pak gestart, gingen wij al direct tegen de 10 per uur. En dat terwijl Peter, zoals hij na afloop vertelde, van acquit problemen had met zijn ‘warmtemanagement’, (zijn eigen omschrijving). Later in de race verdwenen die moeilijkheden, als ik het goed heb begrepen.

Dat gebrek aan klimaatbeheersing zorgde er wellicht voor dat niet hij maar ondergetekende in het prille begin de dans leidde. En uw verteller kon het, als oudgediende bij deze loop en als voormalig inwoner van het onderhavige stadsdeel, niet laten om hier en daar een opmerking te maken over een onderdeel van het decor waarin wij liepen. Zo kon ik bij de eerste brug aangeven dat wij daar later in de tunnel onderdoor zouden gaan. Daarbij uiteraard bedoelend letterlijk en niet figuurlijk. In een doorgaans warme Holendrechtse woonstraat kwamen wij achter een vrouwelijk duo te lopen. Hardop bespraken wij daar nog enkele onderdelen van ons tactisch plan, welke precies is mij inmiddels ontgaan. De dame ter rechterzijde reageerde daar direct op met de woorden: ‘dan ben ik waarschijnlijk niet de ideale haas om dit te realiseren’, of iets in die trant. Peter herinnerde zich toen blijkbaar ineens weer dat zijn naam haas is, want hij slalomde direct om de spreekster heen en nam het voortouw over. Zoals een plichtsgetrouwe pacer behoort te doen!

In het overgangsstuk van het Nelson Mandelapark waar de start plaatsvond, naar de Gaasperplas en omringende gedeelten, liepen we prettig onder de bomen. Hier hadden we nog een paar korte praatjes met de twee dames, waarbij de zelfbenoemde ‘haas’ vertelde dat zij nog nooit meer dan 10 km achter elkaar gelopen had. Een ware uitdaging wachtte haar dus! Het brede pad lag hier, kort na al het slechte, stormachtige weer, bezaaid met takjes en bladeren. Een van die twijgjes bracht mij bijna ten val toen ik met de ene voet erop stapte, het daarbij iets omhoog werkte en direct aansluitend de andere voet erlangs haalde. Gelukkig bleef ik overeind en in de race. De dames lieten wij al spoedig achter ons en weldra sloten wij aan bij twee heren der schepping. Een stukje door mijn oude wijk Reigersbos, alwaar een fotografe op een hoekje met scherp stond te schieten, bracht ons naar de boorden van de naamgever van de loop, de Gaasperplas. Ik waarschuwde mijn compagnon voor het gegeven dat wij nu een tijdlang in de zon zouden lopen. Althans zo stond het in mijn geheugen gegrift. Gelukkig was die schaduw er hier en daar wel op het groene fietspad aan de zuidzijde van het recreatiewater. Dat door de overvloedige begroeiing zelf overigens nauwelijks in beeld kwam. Deze plas is trouwens ontstaan door zandwinning voor de omringende woonwijken. Daar waar het water wel kort in beeld kwam, wees ik mijn metgezel terstond daarop. Ik hoop dat ik hem daarmee niet overvoerd heb en zo ja, mijn welgemeende excuses voor de overlast. Er kwam ons een renner, gevolgd door een vrouw op de fiets, tegemoet en de ene man van het genoemde tweetal in wiens kielzog wij ons bevonden, riep direct: ‘je moet de andere kant op’. Waarop hij even later aan ons toevertrouwde: ‘dat was vast de tiende keer dat die man dat te horen kreeg en hij is daar helemaal zijn van’. Deze gevatte renner had in mijn herinnering een licht-Amsterdamse tongval en zeker de bekende branie van de hoofdstedeling.

Wij hadden inmiddels ruim vijf kilometer afgelegd en het werd eigenlijk wel tijd voor de drinkpost. maar die was pas 1000 meter verderop gepositioneerd. Dus werd het even doorbijten op dit relatief warme gedeelte (want zonnig en uit de wind) van het parcours. Ik besloot korte tijd te wandelen op het moment dat Peter zijn bekertje water pakte en zich laafde. En uiteraard nam ik zelf mijn fles ter hand om ook een paar flinke slokken dorstlessend vocht te nemen. Verrassing, er werden naast water ook natte sponzen uitgedeeld. Daar had ik mijn gedachten nog niet over laten gaan maar ik wist niet hoe snel ik er een moest veroveren, teneinde vooral voorhoofd en nek te kunnen betten. En ik bekende aan Peter dat niet langer hij maar deze koelte-en vochtbrenger mijn beste vriend was. Die ik na de eindstreep nog steeds stevig vasthield. Het fietspad aan de zuidzijde was inmiddels overgegaan in een toegangsweg voor vierwielerverkeer en een enkele auto kwam ons tegemoet.

De draf weer hervat hebbende, sloegen wij linksaf het Gaasperpark in, waar in 1982 de Floriade had plaatsgevonden. Nu waren we twee kilometer weer grotendeels onder de bomen en derhalve fijn in de schaduw. Opvallende gebeurtenissen hier o.a. een renner die stilstond bij en in gesprek was met een vrijwilliger van de organisatie. Mijn inschatting was dat hij informeerde of hij toch het 10 km-parcours kon volgen i.p.v. de 3,5 km langere tunnelroute. Hij stak juist voor ons weer van wal en hield inderdaad in bij het punt waar de twee routes zich scheidden. Naar welke kant deze loper uiteindelijk ging, kan achteraf ik slechts gissen. Ergens in het park hoorden wij herhaald luid getoeter van achter ons, steeds naderbij komen. En even later raasde een Canta langs ons heen. Wat die man, want dat was het, daar deed en bezielde weet ik niet. Maar het bewijst dat je overal, zelfs in een op het oog vredig park, verkeershufters kunt tegenkomen. Het leek wel of de man er heel veel genoegen in schiep om ons lopers schrik aan- en op stang te jagen. Te ‘stangen’, zoals ze in Mokum zeggen. Hij drukte overigens niemand van het pad af en verdween even rap als hij gekomen was.

Ook hier had de harde wind zijn stille getuigen achtergelaten in de vorm van veel boommateriaal op de paden. Dat betekende opnieuw goed opletten waar precies de voeten neer te zetten. Op dit mooie, schaduwrijke stuk parcours was de temperatuur relatief prettig en na het ronden van de plaatselijke camping naderden wij de tunnel. Ik waarschuwde mijn haas dat het er heet aan toe zou kunnen gaan alvorens wij de donkerte in daverden. Vorig jaar was de aanloop van enkele honderden meters naar het overdekte deel in de zon en uit de wind, nadat het asfalt eerst flink omhoog liep, namelijk bloedheet. En daardoor plotsklaps energieslurpend. Nu kwam er gelukkig juist een wolk voor de koperen ploert en bleef de temperatuur om die reden relatief mild. En wij werden bovenaan direct linksom-rechtsom naar de meest linker van de drie tunnelbuizen gedirigeerd. Het ondergrondse traject bleek daardoor deze keer drie onafgebroken kilometers in het schemerduister te omvatten. Het wegdek ging spoedig naar beneden en onze snelheid en het loopgemak namen daarmee evenredig toe. Het rennen voelde voor mij althans direct makkelijker en soepeler. Daar waar onze uursnelheid de vorige 5000 meters ergens tussen de 9,13 en 9,98 schommelde, kwamen wij nu weer boven de 10/uur uit. Tijdens kilometer nummer 11 vonden wij de tweede drankpost en herhaalde zich hetzelfde wandelscenario als bij de eerste uitspanning. Wij zakten dientengevolge terug naar 9,32/uur. Althans volgens mijn Garminhorloge, want het model van mijn metgezel kwam met andere kilometerpunten en daarom met andere tijden en snelheden.

In de tunnel stonden, net als vorig jaar, werknemers van de bij de bouw betrokken bedrijven. Nu waren dat uitsluitend vrouwen met nogal schelle stemmen, wier aanmoedigingen in de besloten ruimte uitstekend hoorbaar waren. Bij meerdere dames zwenkte ik naar rechts om hun vocale inspanningen te belonen met handjeklapacties, in hedendaagse terminologie ‘high fives’ geheten. Sommigen waren met de auto de tunnel ingereden, een dame was in een soort feestkostuum en maakte behalve met haar stem ook lawaai met een soort belletjes. Bijna aan het einde van dit overdekte parcoursgedeelte stond een wagen schijnbaar alleen te wezen. Er was echter wel een stemgeluid te horen. Voorbij de voiture zat een vrouw ineengedoken onder een kleed tegen de wand. Blijkbaar had zij het een beetje koud. Iets waarvan wij uiteraard absoluut geen last hadden. Eerder al fietste er een jongedame van ons uit gezien ter rechterzijde tegen de looprichting in. Op het moment dat ik haar zag, was ik ervan overtuigd dat zij niets met de run van doen had en zich daar illegaal bevond. Ook al omdat zij geen enkele kledij droeg die duidde op het betrokken zijn bij de organisatie. Bij nader inzien zal dat wel een hersenspinsel zijn geweest, want waarom zou je door een donkere tunnel gaan fietsen als je dat ook lekker buiten in het zonnetje kan doen? Wij kwamen de overspanning uit en de gang omhoog was gelukkig veel geleidelijker en daardoor lichter geweest dan bijvoorbeeld die in de IJtunnel tijdens de Dam tot Damloop. Volgens mijn horloge hadden we precies 12 km afgelegd toen wij juist weer in het daglicht terugkeerden. Die twaalfde ‘ronde’ hadden we zelfs binnen de 6 minuten verhapstukt.

Maar er kwam een addertje onder het gras aan, om naar niet te zeggen een boa constrictor. Wij gingen rechtsaf de bocht om en moesten een klein maar uiterst geniepig puistje beklimmen. Dat hakte er bij mij gigantisch in, alsof die koningspython in beide benen tegelijk beet en er vervolgens aan bleef hangen. Peter gaf nog het welgemeende advies om kleine pasjes te nemen en dat deed ik ook. Toch kwam ik totaal uitgewoond boven en voor mijn gevoel was hiermee het laatste beetje energie uit mijn onderdanen geknepen. Ik had de rest van het traject het idee dat ik niet meer vooruitkwam. Ook al wijzen tijden en snelheden van en over dat laatste stuk door bewoond gebied anders uit. In dit kleurrijke stukje Bijlmermeer (de H-buurt) kwamen er een enkele Afrikaanse mensen langs en een vrouw in dat gezelschap lachte ons gewoon vierkant en hardop uit. In de trant van: ‘wat zijn die idioten nu aan het doen op deze zonnige zondagmiddag’. Gelukkig kon ik dat geestelijk nog net-aan behappen en ik ploeterde onverdroten voort. Peter begon onderwijl stukje-bij-beetje aan zijn traditionele demarrage. Er was al een klein gaatje tussen ons en hij zocht een paar keer de met tegels belegde stoep ter rechterzijde op, terwijl ik vasthield aan het rode asfalt van het fietspad. Zo hobbelden wij met steeds iets grotere tussenruimte in de richting van het park en de atletiekbaan waar wij een kleine 80 minuten eerder van start waren gegaan.

Een vrijwilliger stond onder de Huntumdreef aan te moedigen met de woorden: ‘je bent er bijna, zet hem op’. Ik kon alleen maar bedenken dat ik dat al de hele tijd aan het doen was, mijn petje opzetten en dan weer afnemen. Ongeveer tegelijkertijd passeerde ik een loper waarvan Peter later wist te vertellen dat deze man er daar al compleet doorheen zat. Psychologisch gezien is het altijd fijn als je te elfder ure nog mededingers het nakijken kunt geven. Dat lukte mij ook met een op het oog nog niet zo oude, mannelijke loper. Die ik precies bij het door het hek gaan en het ronden van het kleine clubhuisje kon overlopen. Ik zette zo goed en zo kwaad als het ging aan, opdat niemand mij voor de meet dat kunstje nog zou flikken. Een paar keer achteromkijkend, zag ik dat ik in dat opzicht in veilige haven was. Koud over de eindstreep gekomen moest ik fluks inhouden om mijn vetleren plak in ontvangst te nemen van een zeer jeugdige medewerkster. Volgens Garmin had ik deze tunnelrun, waarbij mijn rug mij wederom geen centje pijn bezorgde, in 1:24:30 afgelegd. De officiële tijdwaarneming haalde daar nog eens een seconde vanaf. En Peter de Haas, die tijdens de ultieme meters steevast vergeet dat hij als zodanig is ingehuurd, had er volgens diezelfde registratie netto slechts 8 tellen minder voor nodig gehad. Opvallend, maar niet verbazend, was wel dat mijn Garmin (model 235) 13,82 km had geregistreerd en Peters model 30 slechts 13,59 km. Terwijl de afstand volgens de organisatie 13,65 km bedroeg. Door die iets kortere afstand zou mijn pacer vanzelfsprekend een hogere uursnelheid gelopen hebben dan ondergetekende, terwijl wij tot zeker 13 km gebroederlijk naast elkaar gehobbeld hebben. Waarbij aangetekend dat mijn 9,82 km/uur weliswaar geen wereldtempo is, maar toch een stukkie beter dan van te voren ingeschat.

Zo’n beetje alle binnengekomenen bleven hangen rond de meet en wij konden derhalve in alle rust uitwandelen, een beetje rekken en bijpraten op het verlaten deel van de Bijlmerse atletiekbaan. Daar gingen wij een paar keer heen-en-weer en nuttigden de eerste vochtaanvullende watertjes. Ik weet niet hoe het met die van mijn metgezel waren, maar mijn benen voelden behoorlijk zwaar en verzuurd aan. En dat duurde ook nog een tijdje. Na het ophalen van de tassen en het omkleden en hangen in de kleedkamer, verlieten wij de plaats des heils en schuifelden (althans uw verteller deed dat) door het Nelson Mandelapark richting het NS-station. Daarbij namen we, op mijn voorstel, voor een deel een alternatieve route tussen de oude Bijlmerflats door. Grappig vond ik dat de twee dames met wie wij in het begin even hadden opgelopen aan het einde van het park op gepaste afstand achter ons aan liepen. Ik keek een paar keer om teneinde te zien of zij naderbij kwamen. Dan zou ik voorzeker gevraagd hebben of zij de gehele expeditie succesvol voltooid hadden. Helaas bleef de afstand tussen ons gehandhaafd en daarmee mijn vraag in de lucht hangen.

Op station Bijlmer Arena togen wij direct naar de plaatselijke Starbucksvestiging, waar wij onszelf trakteerden op een grote beker zoete koffie. Kostte in mijn beleving een lieve duit maar wij moesten nodig onze suikerspiegel aanvullen. En wij hadden het gewoonweg verdiend vanwege alle inspanningen. Gezeten op terrasstoelen in de overdekte hal direct voor het genoemde etablissement, namen wij een ruim halfuur de tijd om te drinken, bij te komen en vanzelfsprekend honderduit na te praten over onze heldendaden van die middag. Toen de koffie helemaal en de gespreksonderwerpen grotendeels op waren, gingen wij maar weer in de hoeven. De mijne voelden zowaar een stuk beter en uitgeruster aan dat toen wij daar neerstreken. Wat een flinke tas koffie al niet kan bewerkstelligen! Overbodig om te vermelden dat deze zesde samenloop als vanouds een doorslaand succes was en meer dan reden genoeg om op zeer korte termijn over te gaan tot nummer zeven. In het laatste weekeinde van juni zijn de boorden van de prachtige rivier de Vecht en de rustieke grachtjes en straatjes van Amsterdam-Weesp de inmiddels vertrouwde plaats van handeling. Ik zie er al met genoegen en ongeduld naar uit. Temeer omdat ik met de Gaasperplasrun de blessuretunnel, naar ik hoop en aanneem, voorlopig achter mij gelaten heb. Ik beweeg mij weer relatief soepel onder de blote hemel, doe dagelijks mijn oefeningen en ga die nog verder intensiveren en uitbreiden. Voor mijn gevoel ben ik dus, zij het met een boemeltje terug op het juiste spoor en wie weet gaat de intercity daar ook nog weer eens rijden.

*Buitink 5Hoekloop 10km* (2 reacties)

Gepost door Ben Engel op zondag 23 juni 2019 18:27

Vandaag heb ik de 10km in de 5Hoekloop gelopen en wat was het warm. Ik ben rond 11:30 op de fiets vanuit huis naar de Ulebelt (de Start van het evenement) gegaan. Ik was mooi optijd en heb nog wat loopmaatjes van onze loopgroep getroffen die hem ook gingen gelopen. Om 12:15 mochten wij vertrekken en aan de 10km beginnen. Zoals altijd loop ik in mijn eigen tempo en vandaag was het met de hitte niet haalbaar om maar enigszins te proberen een PR te lopen. Maar ondanks de hitte liep ik toch in een redelijk constant tempo en al is de tijd minder snel dan de vorige keer ik ben ook nu tevreden. Mijn eindtijd is 1:04:49 netto en bruto 1:05:01 en een overzicht van de uitslag is niet beschikbaar. Alleen als screenshot helaas. Maar oké het zit erop en nu als altijd relaxen met een 🍺erbij en zeg fijne zondagavond😎

Foto's bij deze blogpost

fullsizeoutput_642.jpeg fullsizeoutput_63e.jpeg

Wisselvallig

Gepost door Ferry Segers op vrijdag 14 juni 2019 23:39

Alweer even geleden dat ik echt ben wezen hardlopen. Ik merk aan alles dat mijn lichaam behoefte heeft aan de beweging buiten. Ook al zijn er verzachtende omstandigheden (waaronder de dood van mijn vader), neemt dat nog niet weg dat de noodzaak om te gaan sporten er nog steeds is.
Ook is de drang nog steeds sterk aanwezig. Daarom heb ik besloten om mezelf weer op de rit te krijgen, zowel emotioneel als fysiek. Daar hoef ik niet tot het nieuwjaar op te wachten, maar het moment is nu.
Dus volgende week ga ik aan de slag. Denk ik.

Problemen met looptijden.nl

Gepost door ron quaring op zaterdag 1 juni 2019 17:52

Eerst geeft de app verkeerde tijden aan tijdens running en vandaag zou ik volgens app ruim 13km gerend hebben, maar 440 cal verbrand hebben dus als resultaat : doet niet mee aan het hardloopspel. Wie heeft er meer problemen mee.
.de laatste tijd meer app problemen. Baal er van . Nog even stap ik over! Een fanatieke runner.

Twenterandrun 5km, nou ja bijna dan (4 reacties)

Gepost door Cristian Hermelink op maandag 27 mei 2019 16:42

Afgelopen vrijdag 24 mei was de Twenterandrun 2019. Ik heb deze run al een paar jaar op mijn lijstje staan, maar mede door mijn werk in Amsterdam kwam het er nooit van om aan de start te verschijnen.

Ook dit jaar kostte het wel enige overredingskracht, maar dan voornamelijk met mijzelf. De vrijdagavond is eigenlijk mijn wekelijkse instort momentje. Zodra het avondeten is genuttigd en de vaat is weggewerkt plof ik uitgeblust op de bank om er pas weer af te komen als ik naar bed ga of er voor die tijd een sanitaire noodzaak is. Het is ook de dag dat ik nooit hardloop.

Maar dit keer kon ik mezelf er toch toe zetten. Er moest getest worden hoe het lijf ervoor stond. Een soort nulmeting om de koers voor de komende maanden te kwantificeren.

Daags na mijn marathon van Enschede stond ik ingepland voor een kleine operatie aan mijn voet. In de loop de hardloopjaren had zich een bult(je) ontwikkelt. Had er op zich geen last van, maar nu ik weer lekker dicht bij huis werk heb ik toch de moeite genomen om uit te laten zoeken wat het is en of het weggehaald moest worden. Begin februari bevestigde de arts inderdaad dat het wel verstandig zou zijn om het te verwijderen. Toch wel na 14 April toch, vroeg ik met licht paniek in mijn ogen. Dat was geen probleem, ik zou in de nieuwe planningscyclus worden opgenomen en met een paar weken bericht krijgen welke datum het zou worden.

Dat werd dus 15 April en met stevige spierpijn meldde ik mij netjes bij de poli op het afgesproken tijdstip om vervolgens te horen te krijgen dat ze intern de afspraak hadden verschoven naar een eerder tijdstip op die dag, alleen mij dus niet hadden geïnformeerd. Omdat de fout geheel bij het ziekenhuis lag kon ik plotsklaps de volgende dag ingepland worden.

Goed, na de succesvol verlopen ingreep mocht ik twee weken niet hardlopen en fietsen. Dit omdat er ook (dichtbij) de pezen wat geknipt en gesneden moest worden. Maar in die twee weken ging ik wel ter ere van het 45-jarige huwelijksjubileum van mijn ouders een midweekje weg met veel lekkere versnaperingen en goed eten. Daarnaast mocht ik ook mijn 45ste verjaardag vieren in die periode met wederom heel veel lekkers.

U begrijpt, niet sporten en veel eten is niet zo'n geweldige combinatie. Niet dat ik me volledig te buiten ben gegaan, maar er was toch wel weer iets meer gewicht om mee te zuilen. De eerste trainingen vanaf 30 April voelden dan ook zwaar.

Uiteraard was de rust periode ook een mooi moment voor reflectie en koersbepaling voor de rest van 2019. En zo kwam ik tot het besluit dat na 2,5 jaar van marathonschema naar marathonschema ik mijn lijf andere prikkels wil geven. Ik ga dan ook geen marathon in het najaar lopen. Ik ga me wat meer focussen op snelheid en ga nu eerst beginnen met een 10km schema. Uiteraard moet het komende halfjaar wel de basis worden voor een snellere marathon in het voorjaar van 2020. Ik ga komende zomer ook wel de langzame duurlopen met de loopgroep van mijn nichtje meelopen op zondagochtend. Enige research in de literatuur leerde dat regelmatig lange langzame duurlopen altijd goed zijn, ook al train je voor een snelle 10km.

Na 3 weken weer gestructureerd getraind te hebben was het tijd om te bepalen hoe het lijf ervoor stond. En zo stond ik dus op vrijdagavond om kwart voor acht aan de start in Vriezenveen. Ik ging iets te laat naar het startvak en stond daardoor op de circa zesde rij en om me heen kijkend voelde ik de bui al hangen, dat wordt zigzagen. In de eerste rij zag ik gelegenheidsloopmaatje Marc staan. Ging ervanuit dat de race tekort zou zijn om hem bij te halen om samen te lopen.

Na de start werd het inderdaad zigzaggen en 3 scherpe bochten in de eerste 200 meter zijn ook niet bevorderlijk. Nadat het veld enigszins verdeeld was zag ik Marc op een dikke 100 meter voor me lopen, die ging ik niet meer bijhalen want bij zijn laatste korte loopjes liep hij ruim boven de 15km/u.

Door de lastige start zat mijn ademhaling natuurlijk meteen veel te hoog. De klinkerstraten en bochten maakte het toch wel een lastig parcours. Ging eigenlijk te fanatiek weg en vergat een beetje rust in mijn loop te nemen. Na 2,5km moest ik dit bekopen met steken in mijn zij en ondanks dat mijn benen nog wel goed voelden kon ik niet anders dan even terug in tempo.

Maar de finish op 4,7km< had het al aangegeven in de titel, werd desondanks bereikt met een gemiddelde van 4:05/km. Kon het laatste stuk wel weer versnellen, dus doorgerekend zou ik rond de 20:15-20:20 zijn binnen gekomen als het echt 5km was geweest. Dit is rond mijn huidige PR, dus ondanks dat de race wat onrustig en moeilijk verliep op een voor mij ook nog onnatuurlijk tijdstip ben ik tevreden met deze "nulmeting". Kan nu mijn intervaltijden gaan bepalen en aan de slag.

Op 26 juni doe ik nog een 5km wedstrijd en als het weer gunstig is dan ga ik 3 juli een eerste poging wagen om mijn PR op de 10km te verbeteren tijdens de Klepperstadloop in Hardenberg.

Een vermomde zegen? (4 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 17 mei 2019 19:28

Zoals altijd ook te bewonderen op https://arranraja.wordpress.com/2019/05/17/een-vermomde-zegen/

In het overzicht van 2018 was ik gedwongen te melden in dat jaar veel gelegenheden tot hardlopen te hebben gemist vanwege lichamelijke ‘malaise’. Ook sprak ik aan het einde van dat verhaal de vurige wens uit in 2019 geen enkele training of trimloop te hoeven overslaan. Inmiddels bijna 4,5 maanden verder, kan ik concluderen dat dit idee, deze utopische verwachting gevoeglijk de prullenbak in kan. Want ik heb de spreekwoordelijke lappenmand alweer meerdere keren van binnen bekeken. Sterker nog, dit verhaal tik ik met mijn achterwerk stevig in die voddenkorf!

In de meest recente uitgave van het tijdschrift RunningNL, voorheen jarenlang met een veel mooiere naam ‘Losse Veter Magazine’ geheten, staan vier verhalen van lopers voor wie een blessure of een reeks van blessures een zegen is gebleken. Bij lezing werd mij niet in alle gevallen duidelijk wat dat heil precies inhield. En gevoelsmatig kon ik mij hier dan ook niet bij aansluiten. Integendeel, ik heb weliswaar geaccepteerd momenteel even volledig tot stilstand gekomen te zijn, maar ik voel daar als vanzelfsprekend geen vreugde over.

De maanden januari en februari gingen nog volgens plan. De geprogrammeerde Twiskemolenlopen van begin februari en aanvang maart heb ik daadwerkelijk verhapstukt. De laatste samen met hardloopvriend Peter. Trouwe lezers zullen zich misschien herinneren dat ik daar uitgebreid verslag van deed. In de tweede week van maart, eigenlijk direct aansluitend op het kletsnatte avontuur in het Twiske, moest ik al gaan inleveren en trainingen overslaan. Omdat ik mij niet helemaal fris voelde. Het gevolg was dat ik de Spiegelplasloop halverwege de maand maar liet voor wat deze was. De eerste echte tegenvaller.

Eind maart ging de Zandvoort Circuitrun gelukkig wel naar wens, maar daarna werd het toch snel op het randje balanceren. Over de Nescioloop medio april heb ik verhaald dat het een moeizame aangelegenheid was geworden. Ik had in de week eraan voorafgaand wat lichamelijke ongemakken, waarvan ik weliswaar tijdig herstelde. Maar helemaal kiplekker en in topvorm voelde ik mij die 14e april beslist niet. Het weekeinde daarop hielp ik mijn jongste dochter op vrijdag met voorbereidingen en een dag later met daadwerkelijk zware spullen trappen af- en weer op sjouwen. Weer een dag erna liep ik 16,1 km en dat ging heel redelijk. Wel had ik ergens die dag, ik weet niet meer of het voor of na het trainen was, een lichtgevoelige plek op mijn rug aan de rechterkant. Gezien de lichamelijke inspanningen, die ik niet meer gewend ben, verbaasde mij dat niet. Verder wees niets nog op het naderende onheil. Omdat er in dat paasweekeinde een zeer acceptabele buitentemperatuur te genieten viel, had ik mijn bovenlichaam voor het eerst in dit kalenderjaar gekleed in slechts twee dunne renshirts, waarvan een met lange mouwen.

Zoals gebruikelijk ging ik ‘s woensdags opnieuw de deur uit om een aantal kilometers weg te tikken. Wederom droeg ik twee dunne shirts, omdat er weer een lekker zonnetje scheen en de temperatuur alleszins redelijk scheen te zijn. Bij het inwandelen leek alles nog kits, evenals tijdens de traditionele rekoefeningen. Zodra ik echter aanzette tot iets dat bij mij doorgaat voor rennen, voelde de zondag ervoor al korte tijd opgemerkte plek ineens onprettig aan. Ik nam daar echter geen aanstoot aan en liep gewoon de geplande afstand van 12 kilometers. Waarbij het in het begin toch wel wat frisjes aanvoelde. Tijdens het rennen was de lichte pijn niet weg maar werd in mijn beleving ook niet erger. Na afloop en verder die dag, met name bij activiteiten als voorover bukken en uitstrekken, gingen er behoorlijke pijnscheuten door mijn rug. Ook een flink warme douche bracht daar geen verandering in. ‘s Nachts bij het liggen in bed, waarbij er uiteraard meer gewicht op de rug komt, had ik er best last van. Dat hield mij gedeeltelijk uit de slaap.

Op zondag zou ik aantreden bij de Roze loop, waarvoor ik mij in het begin van de week reeds had ingeschreven. Die deelname kwam nu direct aan een zijden draadje te hangen. De nachten eraan voorafgaand slikte ik voor het slapen gaan telkens twee paracetamoltabletten teneinde niet langer door de kwetsuur van mijn broodnodige nachtrust beroofd te worden. Op zondagochtend keek ik eerst op de televisie naar de live-uitzending van de Londense marathon. Daar zag ik Eliud Kipchoge zoals gebruikelijk keihard gaan en Sir Mo Farah moeite hebben en er niet in slagen dat hoge tempo te volgen. Toch scoorde hij nog een fantastische 2:05 en een beetje. Inspiratie genoeg om zelf ook een aansprekende prestatie neer te zetten, zou je zeggen. Aan het begin van de middag (de Roze loop zou pas om 14 uur van start gaan) deed ik een kleine test die niet positief genoeg uitviel. Ik moest besluiten voor het eerst ooit bij een al aangegane hardloopverplichting verstek te laten gaan. Een verstandig besluit gezien het feit dat wij de volgende dag naar Texel gingen afreizen voor een korte, midweekse vakantie. Maar ik was vanzelfsprekend verre van enthousiast over het moeten verzaken! En de reeds betaalde 7,50 eurootjes waren daarbij ‘le moindre de mes soucis’. In goed en begrijpelijk Nederlands: daar zat ik het minste over in.

De prettige week met koud weer op het grootste Waddeneiland ging snel voorbij en de pijn in de rugregionen bleef. Zij het met per dagdeel wisselende gradatie. Thuisgekomen ging ik het op zaterdag of zondag, inclusief de gebruikelijke inwandel- en stretchsessie, maar weer eens proberen. Met hetzelfde resultaat als zes of zeven dagen eerder, de rug voelde niet fijn aan zodra ik ging rennen. Kortom, ik had hier niet te doen met een te verwaarlozen pijntje, nee dit is een serieuze hardloopverhinderende aangelegenheid. Inmiddels heb ik zes keer rennen moeten overslaan, waarvan slechts één geplande duurloop ten tijde van het verblijf op Texel. Het gaat nu langzamerhand wat beter. Dankzij rust / stilstand, regelmatige plaatselijke verwarming van de rugzijde en dagelijkse, door mijzelf bij elkaar gescharrelde oefeningen is de pijn bijna verdwenen. Wel voelt mijn bovenlijf zo stijf aan alsof het in een keurslijf gesnoerd zit. Wanneer ik weer kan gaan rennen is mij nog niet duidelijk. Wel dat ik ruim de tijd moet nemen en hoe-dan-ook niets moet gaan forceren. Wat uiteraard behoorlijk lastig is als je zo graag erop uitgaat als ik.

Eén ‘probleem’ is met dit akkefietje in ieder geval vanzelf opgelost. En in dat opzicht is deze kwetsuur indirect misschien toch als een zegen in vermomming te betitelen. Bij het samenstellen van mijn trimloopagenda voor de eerste helft van dit jaar, kwam ik tot de onwelkome en teleurstellende ontdekking dat twee van mijn favoriete lopen op exact dezelfde dag zijn geprogrammeerd. Die zondag is nu aanstaande en de moeilijke keuze tussen de Wallenloop in Naarden en de Geinloop in-en-om Driemond, blijft mij op deze manier bespaard. Aan de andere kant wordt dit wel reeds de derde trimloop die in dit kalenderjaar aan mijn neus voorbij zal gaan. Een wetenschap waarvan ik op zijn zachtst gezegd niet erg vrolijk van wordt.

Zo lijkt het er verdacht veel op dat mij, na acht jaar enthousiast tot intensief hardlopen, nu de rekening gepresenteerd wordt voor het feit dat ik het trainen van de rompspieren steevast voor mij heb uitgeschoven. Ik was het altijd wel van plan, heb vele digitale documentjes met oefeningen op mijn harde schijf en bosjes linkjes naar webpagina’s die soortgelijke zaken bieden. Maar ik ben niet echt een liefhebber van het doen van dergelijke saaie, statische oefeningen. Zoals ik wel mijn hele leven graag aan sport gedaan heb, maar nooit enthousiast ben geweest over de gymnastieklessen op school. Ooit heb ik wel eens een jaar met een yogacursus meegedaan. Die kon mij slechts matig bekoren vanwege het overdekte en weinig dynamische karakter. Het kan trouwens ook zijn dat er sprake is van een samenloop van omstandigheden, dan wel een optelsom. Ik ben al een tijdje geen achttien meer, heb dus nooit aan krachttraining gedaan, wel ineens met de verhuisactiviteiten een forse lichamelijke inspanning gedaan en wellicht op het verkeerde moment mijn torso te weinig warm bekleed tijdens het lopen. Hoewel ik laatst nog gelezen heb in een hardloopblad dat de rugspieren tijdens het rennen weinig te doen hebben, is er volgens de door mij geraadpleegde huisarts-in-opleiding wel degelijk sprake van een zware belasting. Zeker bij een respectabel aantal kilometers. De kruik gaat net zo lang te water tot hij barst en ik vermoed dat dit hier aan de hand is geweest.

Nu heeft het er daarom alle schijn van dat er geen keuze meer is. Ik zal aan de bak moeten en het oefenen inpassen in mijn dagelijkse leven. De rugklachten bezweren en alle benodigde spiergroepen sterker en weerbaarder maken door middel van al die voor veel hardlopers bekende krachtoefeningen als ‘lunges’, ‘squats’ en noem ze maar op. Ik kan niet zeggen dat ik er naar uitkijk maar het is nu een kwestie van buigen of barsten, met andere woorden een force majeure. Ergo ik zal er, met beleid weliswaar, tegenaan gaan. En hopen dat ik zo spoedig mogelijk weer de paden op en de lanen in kan. En zeker op Tweede Pinksterdag als de Gaasperplasrun, inclusief opnieuw het rennen door de Gaasperdammertunnel in aanbouw, op het programma staat. Voor deze loop heb ik mij namelijk al geruime tijd geleden aangemeld. Ik heb nog drie weken en een beetje om fit en startklaar te geraken. Er is dus werk aan de winkel!

Over het Deerlijk Gemis van een Persoonlijke Pitspoes (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 12 mei 2019 21:49

Voorwoord: het stormachtige gebeuren in Reeuwijk had ontegenzeggelijk zijn tol geëist. De dagen na de monstertocht rondom de Surfplas stonden voor ondergetekende in het teken van het herstel. De fietstocht naar huis tegen de vliegende storm in was de spreekwoordelijke druppel geweest die de al even spreekwoordelijke emmer had doen overlopen. Steenkapot was ik. Maar misschien had ik ook wel een kleinigheidje onder de leden, wie zal het zeggen. Op diezelfde zaterdagavond, waarop doorgaans mijn lief en ik een tweetal films in het Goudse Filmhuis verhapstukken (bron: Arranraja) lag ik uitgewoond in mijn warme nestje, gevloerd door de inspanningen. En ook in de dagen daarna lag het energielevel beduidend onder Nieuw Gouds Peil. Op het Terre des Hommes hoofdkantoor in Den Haag vroeg men zich die maandag af wat ik daar in godsnaam te zoeken had. Dat overkomt mij niet vaak, naar huis gestuurd worden door mijn collega’s, en zelfs door mijn bloedeigen baas. Net alsof ze me niet motten daar. Niet dat ik naar huis ging overigens: wijd en zijd sta ik bekend om mijn koppigheid, noem het maar gerust onverantwoordelijkheid. Voor de geïnteresseerden: dit is een familietrekje door-de-eeuwen-heen.

Langzaam maar zeker knapte ik op – en dat was wel nodig ook. Twee weken later stond alweer een zware beproeving op het programma. Voor het eerst in mijn hardloopleventje had ik mij ingeschreven voor een immense uitdaging in en rondom Zandvoort. Het plaatselijke race-circuit, dat volgens snode plannen binnenkort weer plaats gaat bieden aan het Formule 1-circus, zou op 31 maart 2019 het start- en finishtoneel zijn van een sport die in een beduidend langzamer tempo wordt uitgevoerd. En ondergetekende zou naar Zandvoort afreizen om daar een halve marathon over circuit, strand en duin te gaan afwerken.

Zoals al beschreven in mijn vorige prietpraatje was de inschrijving voor – en deelname aan - Zandvoort een compensatie voor het leed dat mij was aangedaan door het niet doorgaan van de CPC. Bittere tranen had ik geweend, maar tussen de huilbuien door zinde ik op sportieve wraak. Deel één van deze revanche had ik inmiddels in Reeuwijk voltooid, en nu werd het tijd voor het laatste gedeelte van dit Tweeluik der Vergelding. Heel toepasselijk zou dit plaatsvinden in een plaats die aan zee was gelegen, zij het dat dit wel ettelijke tientallen kilometers ten noorden van Scheveningen/Den Haag was. Voor de topobeten: vanaf Scheveningen kom je, als je een duurloopje langs de kust in noordelijke richting maakt, eerst bij de Wassenaarse slag. Vervolgens draaf je naar Katwijk en naar het vijf kilometer verderop gelegen Noordwijk. Na deze iets mondainere badplaats komt er nog een lang stuk, waarbij je eerst de provinciegrens passeert en uiteindelijk in Zandvoort belandt. Van mij mag je daar stoppen en een strandpaviljoentje opzoeken: inmiddels staat je teller op zo’n 35 en heb je er zowat een hele marathon op zitten.

Zandvoort zelf is bepaald niet mondain: het doet qua lelijkheid nèt niet onder voor de gehele Belgische kust. Daar is het al helemaal een rotzooitje, maar ook in Zandvoort heeft men in de loop der jaren talloze oerlelijke bouwwerken neergezet. Ten noorden van al dat fraais, richting Bloemendaal aan Zee en verderop de Hoogovens, ligt dan het veel geprezen en verguisde racecircuit. Geprezen vooral door de rijke Formule 1-historie, verguisd vooral door de enorme geluids- en (vroeger) stankoverlast. Dat laatste was zeker het geval als een straffe noordenwind de uitstoot van al die racemonsters richting het dorp blies. Dat sloeg dan neer op alle balkonnetjes en maakte het leven daar slecht draaglijk.

Maar nu gingen wij daar hardlopen – en onze uitstoot zou hopelijk niet al te veel ergernis opwekken bij de inheemse bevolking. Ik verheugde mij bijzonder op de uitdagingen die mij daar stonden te wachten: de driekwart ronde over het moeilijk te belopen circuit, de 8 kilometer over het strand dat vanwege het hoogwater slecht begaanbaar zou zijn, en de 9 kilometer up-and-down terug door de duinen en de tocht door het schilderachtige Zandvoort. Dat laatste klinkt wat paradoxaal, maar ook lelijke dingen zijn goed te beschilderen. Kijk maar naar de vele portretjes die mijn lief al van mij gemaakt heeft. Just kidding.

Hoe het ook zou aflopen daar in Zandvoort, het weekeinde kon sowieso al niet meer stuk. Vrijdag startte ik een heerlijke vrije dag met een GR-ochtendtraining op de baan. De Goudse Runners bestonden die dag precies 40 jaar – en dat moest uiteraard gevierd worden. Na een heel druk bevolkte estafettetraining werd het een heel gezellig samenzijn met veel drank en spijzen. Ondergetekende liet zich hierbij niet onbetuigd, en volgevreten meldde ik mij aan het eind van de ochtend bij Huize de Haan. In ons stulpje bereidden wij ons voor op het tweede gedeelte van de dag: een tripje naar Amsterdam voor een concert van gitaarvirtuoos Estas Tonne in het prachtige Carré. Geweldig was het. Ook de zaterdag was ruimschoots de moeite waard: met vrouw-, dochter- en schoonzoonlief bezocht ik het eerder gememoreerde Filmhuis voor twee prachtige vertoningen. Wij genoten met volle teugen. En we zagen dat het goed was.

Maar op de Zondag in Zandvoort moest er dan toch stevig gebikkeld gaan worden. En dat terwijl wij die nacht gestraft waren door een uur minder slaapgelegenheid, vanwege het overgaan van winter- in zomertijd. Opmerkelijk genoeg bleef ik in de boemel vanaf Gouda verstoken van het inmiddels gebruikelijk geworden zondagse kinderoproer. Alhoewel: het kan nog veel erger. Schuin tegenover mij, aan de andere kant van het gangpad, zat een (veel) ouder stel gezapig te herkauwen. Omdat zij met elkaar waarschijnlijk al lang uitgespeeld waren, schepten ze er nu genoegen in om hun gebitjes voortdurend in en uit hun mond te bewegen. Uitstoten en weer naar binnen zuigen. Ik ben echter nog veel te jong om het genoegen daarvan in te zien, zowel in ethisch als in esthetisch opzicht. Dus gingen mijn oogjes dicht en de oortjes in, en onder de klanken van de Franse groep Tryo mediteerde ik over grote hardloopsuccessen terwijl het treintje ijverig voort deed.

Ter hoogte van Abcoude kwam via de NS-app tot mijn schrik opeens het bericht door dat er voorlopig geen treinen zouden rijden tussen Amsterdam en Haarlem. Dit vanwege ‘een aanrijding met een persoon’. Vreselijk natuurlijk – ik dacht er maar liever niet aan – maar nu moest er wel rap een alternatief plan uit de ladenkast getrokken worden. Al snel vogelde ik uit dat ik op Amsterdam Bijlmer ArenA een snelbus kon nemen via Amstelveen en Schiphol naar Haarlem. Dat zou mij zelfs eerder in Haarlem en Zandvoort brengen dan oorspronkelijk gepland. Aangekomen op het station, dat zijn naam deels dankt aan een naastgelegen prachtige voetbaltempel, groette ik het seniorenstel beleefd. Als antwoord kreeg ik – heel synchroon – hun twee gebitjes getoond. Onthutst verliet ik de trein en spoedde mij naar het plaatselijke busplatform. Intussen lichtte ik GR-loopmaat Nico in: hij zou iets later naar Zandvoort komen dan ik, maar ik wilde niet dat hij ‘Stuck in Amsterdam’ zou raken.

De Interliner bracht mij binnen een oogwenk naar het pittoreske Haarlem. Deze stad – en de omgeving ervan - herbergt voor mij veel jeugdherinneringen. Mijn grootouders van vader’s kant woonden in het aanpalende Overveen. En van daaruit bezocht ik de stad uiteraard dikwijls, evenals het verderop aan de kust gelegen Zandvoort. Ook de uitgestrekte Amsterdamse Waterleidingduinen kende ik op mijn duimpje. Mijn Opa oefende daar altijd voor de Apeldoornse en Nijmeegse Vierdaagse Marschen, en als kind vergezelde ik hem graag op deze looptrainingen. U ziet: ik heb het allemaal niet van een vreemde. Eén van de voor ons kinderen fijnste pleisterplaatsen in Overveen was de uitspanning Kraantje Lek, met zijn markante Holle Boom. Als kind speelde ik daar in de duinen zo vaak met mijn neven en nichten, en zetten wij speurtochten uit die we dan vervolgens zelf liepen. Na afloop was er dan in de uitspanning steevast een glaasje ranja voor de vermoeide jonge helden.

Kraantje Lek ligt eigenlijk in de achtertuin van het Zandvoortse circuit. Vervuld van herinneringen legde ik het laatste stukje tussen Haarlem en Zandvoort af in een boemeltje dat uiteraard vol zat met hardloopatleten en -atletes. Gelukkig had ik een zitplaats bemachtigd – voor een man op leeftijd zoals ik mag dat natuurlijk ook wel. Voorlopig hoeft nog niemand in een trein, tram of bus voor mij op te staan – maar ooit zal toch het moment komen dat ik met een wat overdreven gekwelde blik de jongelui ga verleiden om hun plaats aan mij af te staan. Het opzichtig tonen van een wandelstok zal daarbij vast ook helpen, dus heb ik daarvoor alvast maar een marktonderzoek gestart. En mocht dat toch niet volstaan: dan zal ik een diepte-investering in een hulphond moeten doen ben ik bang.

Het was koud in Zandvoort, en er was een flinke wandeling af te leggen van het plaatselijke stationnetje naar het startgebied op het plaatselijke circuit. Het was weliswaar zonnig, maar er stond een gemene kille wind die mij tot op het bot verkleumde. Nico zou, zo berichtte hij mij tot mijn geruststelling, gewoon weer via Amsterdam naar Haarlem kunnen komen. Ik was door alle gebeurtenissen uiteraard extra vroeg aanwezig op het circuit. Na door een tunneltje onder de racetrack te hebben gelopen arriveerde ik op het evenemententerrein op Paddock 2 zoals dat in racekringen zo mooi heet. Ik had alle tijd om daar eens goed om mij heen te kijken. Vanaf Paddock 2 was het circuit goed te zien, en wat mij in eerste instantie opviel was dat wij arme lopers behoorlijk wat hoogteverschillen te verduren zouden krijgen. En wat nog erger was: ook in de breedterichting lag de weg er niet horizontaal bij, vooral niet in de vele bochten. Dit zou een lastig onderdeel van mijn halve marathon gaan worden, en dat was nog maar aan het begin. Ook monsterde ik het finishgedeelte: we zouden precies daar finishen waar alle race-coureurs ook hun voorwielen over de streep drukken, vlak voor het midden van de indrukwekkende grote tribune. Om de tijd te doden (bron: Wim) trakteerde ik mijzelf op een kop sterke koffie met een gevulde koek, die ik in afwachting van mijn Goudse hardloopgezel als alternatieve doping inbracht.

Een klein uurtje voor de start arriveerde Nico gelukkig ook. Zijn heenreis had verder geen obstakels gekend. Na een bezoekje aan de grote evenemententent togen wij gezamenlijk naar het eveneens op Paddock 2 gelegen omkleedgebouw. Dit was een onderhoudshal voor de racewagens, en wij snoven de olie-dampen van vele decennia op terwijl wij de korte tights omgordden. Half stoned verlieten wij het milieuonvriendelijke gebouw op zoek naar Dixiland voor een laatste sanitaire pitstop. Bevrijd en verlicht namen wij vervolgens plaats aan één van de smaakvolle tafeltjes, niet ver van de kledingafgifte. Daar lieten wij ons gewillig fotograferen door een met zorg uitgekozen volontair, een viertal foto’s voor onze respectievelijke levenspartners die uiteraard bezorgd onze tekenen van leven aan het afwachten waren. Terwijl Whatsapp verwoed bezig was om de foto’s zo snel mogelijk in Gouda te krijgen, leverden wij onze tassen in bij de vriendelijke vrijwilligers van de kledinginname.

Na een korte wandeling naar de pitsboxen begonnen Nico en ik aan onze opwarmronden. We hoefden gelukkig niet onze regenbanden om te leggen: het zou gedurende de hele race droog en zelfs zonnig blijven. Mijn kompaan deed nog wat staande oefeningen, terwijl ik mij overgaf aan een serie lichte versnellingen. Warmgeworden liepen wij uiteindelijk naar de pitsbox van waaruit onze start zou plaatsgrijpen. Wandelend door die pitsbox kwamen we nu de pitsstraat op, de plek waar normaliter banden worden vervangen en waar brandstof wordt bijgetankt. En dat alles in recordsnelheid. Nu liep daar een hardloperspeloton rond in gespannen afwachting van de start van het Zandvoortse Spektakel.

Wat mij buitengewoon tegenviel is dat er – in tegenstelling tot gebruikelijk – geen pitspoezen waren te bekennen. Voor diegenen die net onder hun steen vandaan zijn gekropen of uit Mars zijn overgevlogen: pitspoezen zijn mooie, jonge vrouwen die zich bij autoraces en motorraces ophouden bij de pits of het rennerskwartier. Vaak zijn ze woest aantrekkelijk, en wulps en uitdagend gekleed. Hun taak is het om de coureur zo veel mogelijk – maar niet al te opzichtig – te behagen in de spannende momenten vlak voor de start. Vaak hebben zij een paraplu of parasol in de hand om de renner zoveel mogelijk te beschermen tegen regen resp. zonneschijn. Het leek mij een goed gebruik om ook op deze hardloopdag te hanteren, immers: mijn allengs kalende bolletje vroeg om een liefdevol opgestoken parasolletje. Het mocht echter niet zo zijn: in de hele pits was geen poes te bekennen. Treurend om het gemis wijdden wij ons dan maar quasi-enthousiast aan de hilarische opwarmtaferelen die – helaas – wèl gebruikelijk zijn bij dit soort massale evenementen.

Met een mooie fuikstart ving voor Nico, mij en vele anderen het 21.1km hardloopavontuur van Zandvoort aan. Meteen kwam de eerste uitdaging: de roemruchte Tarzanbocht. Daar, in die spektaculaire 180-gradendraai, was het zaak om de ideale lijn te volgen en niet óf vooruit te schieten de grindbak in, óf in de binnenbocht te belanden op de kerbstones waarover het buitengewoon moeilijk lopen was. Meteen kreeg ik het veel te warm – een fenomeen dat zich bij mij de laatste jaren steeds prominenter voordoet. Na de Tarzanbocht komt er een knik in de vorm van de Gerlachbocht. Vervolgens beklimt de meute de Hunserug – een behoorlijke klim die je dus al in de eerste kilometer voor de kiezen krijgt. Een voorbode van al het zwaars dat nog komen ging. Ik kon goed zien hoe Nico zich gestaag van mij verwijderde. Zelf had ik alweer een Brabants gezelschapje te pakken, net zoals tijdens de Twiskemolenloop aan het begin van de maand. Met deze mensen, zo nam ik mij voor, zou ik het stuk over het circuit afwerken, gevolgd door nog een kilometer richting het strand.

Vlak voor het ‘aansnijden van het Scheivlak’ (de verstokte kenners horen het in hun herinnering Frans Henrichs, Hans Brian, Hans Kiviet en Jan Stekelenburg nog steeds zeggen) stak het 21.1km-peloton het circuit een enorm stuk af, en kwam het terecht op het gedeelte tussen de Renaultbocht en de AudiS-bocht. Het afsnijden van het Scheivlak dus. Mijn motor was inmiddels aan het overkoken, zo warm had ik het. Hopelijk zou de situatie aan de kust anders zijn. Wel was het jammer dat we niet het hele circuit mochten doen, enfin volgend jaar dan maar inschrijven voor de 12km, waar dat plezier wèl wordt verschaft.

Na nog enige moeizame en zware bochten, waaronder de Arie Luyendijkbocht (tweevoudig winnaar Indy 500), verliet het al behoorlijk aangeslagen peloton het circuit op weg naar de Zandvoortse boulevard en (erger) het strand voor de monsterlijke tocht door het mulle zand. Mijn Brabantse vrienden-for-the-moment had ik inmiddels achter mij gelaten en ik bereidde mij mentaal voor op de verschrikkingen die mij te wachten stonden. We zaten inmiddels op kilometer 4, en pas op kilometer 12 zou het zandhappen ten einde komen. En alsof dat allemaal nog niet voldoende was zouden er dan nog 9 helse kilometers door duin en dorp richting de finishvlag volgen.

De eerste kilometers op het strand vielen nog wel mee. Er stond wel wind, maar die speelde nauwelijks een rol van betekenis. Ik richtte mijn blik op de horizon (in de verte was Noordwijk zichtbaar) en koos een niet al te hard maar gestaag tempo. Maar daar waar na plusminus 2.5 kilometer de 12km-lopers alweer de boulevard op zouden gaan (hun start was een uur later) begon voor ons pas echt de verschrikking. Het strand werd meer en meer onbegaanbaar. Het zand was er mul en diep, en dat van het duin tot aan de waterlijn. Nou ja, waterlijn: het was in geen geval een rechte lijn, en dat maakte het er al helemaal godsonmogelijk op. Met de moed der wanhoop baande ik mij een weg door deze zandbak, soms met één of twee medelijders, maar dikwijls helemaal alleen. De hazen van 2.00 uur snelden voorbij: ik kon ze niet volgen. De hazen van 2.05 uur snelden voorbij: ik kon ze niet volgen. Vertwijfeling maakte zich van mij meester. Er was over de volle breedte van het strand geen enkel spoor te vinden dat maar enigszins soelaas bood. De Sauconietjes liepen vol met zand en water, en hun eigenaar verstookte een surplus aan energie om maar vooruit te blijven gaan. Hart en longen schreeuwden om te stoppen, de geest was echter onvermurwbaar. Er moest doorgelopen worden, anders zou ik reddeloos verloren zijn. En ook mentaal zou dat een enorme knal hebben geven die nog heel lang zou hebben doorgewerkt. En dus werd het onmenselijk lijden voortgezet. Voor mij zag ik tot zover mijn oog reikte een eindeloos lange stroom van lopers – van een duinopgang was nog geen spoor te bekennen.

Tot twee maal toe werd het peloton strandopwaarts gedreven door nog minder begaanbaar los zand. De eerste keer was dat voor de drankpost. Hier laafde ik mij overvloedig, om daarna met veel te weinig herwonnen kracht weer door te gaan met de moordende worsteling door het zachte zand. De tweede keer was het om over de 10km-mat geloodst te worden. Men wilde zeker weten dat er geen hardloopsmokkelaars een eerdere duinopgang zouden nemen, vandaar deze wrede actie. Gelaten liet ik het mij ondergaan. Daarna was er verdorie nóg twee kilometer te lijden over dat vermaledijde pokkenstrand.

Als een kudde koeien zonder oormerk banjerden wij voort door het mulle zand. Meer dood dan levend bereikte ik uiteindelijk de duinopgang, iets ten noorden van de Langevelderslag. Twaalf helse kilometers waren afgelegd, nog negen te gaan. Het hart pompte woest en de longen verrichten overwerk. De verschrikking was echter nog niet ten einde: de duinopgang was buitengewoon lang en steil, en dat door zacht zand zonder enige stevige ondergrond. Tot je knieën zakte je weg. Met de handen op de benen ploeterend ramde een ieder het hoge duin op, om vervolgens door al even mul en diep zand af te dalen richting het verlossende fietspad. Op deze Blanke Top der Duinen moet mijn hartslagmeter al helemaal uit zijn kastje zijn geslagen, zo zwaar was het.

Na aankomst op het fietspad tussen Noordwijk en Zandvoort nam ik heel even de tijd om een assessment te maken van mijn deplorable situatie. Conclusie: het was deplorabel. Schoorvoetend koos ik een laag tempo waarmee ik mij door 9 gruwelijke kilometers naar het circuit moest gaan worstelen. De tank was eigenlijk al leeg, toch moest ik in de survivalstand want opgeven zou ik nooit. Never nooit! En al zeker niet hier in dit Amsterdams Waterleidinggebied, het gebied waar Opa en ik ooit vele kilometers wandelend aflegden. Dat zou hem en mij geen eer doen. Mijn tempo was overigens al aardig richting wandeltempo gezakt, maar ik zette mijn hardlooppas onverschrokken voort. De schandalig lelijke hoogbouw van Zandvoort was in de verte te bekennen, en kwam langzaam maar onzeker nabij. Heel af en toe vond ik aansluiting in een groepje, maar geen van deze groepjes ging mij langzaam of snel genoeg. Zo werd het een behoorlijk eenzaam en lijdzaam avontuur daar in de duinen. In een duingebied gaat dat ook nog eens op en af, geen moment kon ik lekker vlak lopen. Door al dit gedonderjaag werd er nog eens extra ingeteerd op mijn vet- en eiwitreserves.

Volkomen uitgeteerd bereikte ik na 5 kilometer de zuidelijke contreien van Zandvoort. Daar, op het 17km-punt kwamen de lopers van de 12km en die van de halve marathon tezamen. Er was een zeer kleine theoretische mogelijkheid dat ik daar mijn grote hardloopvriend Arranraja zou treffen. Mijn loop- en blogmaat was immers druk bezig zijn eigen race over 12 kilometer te verhapstukken, en hij had vooraf in al zijn ijver uitgerekend dat het niet denkbeeldig was dat we elkaar daar zouden tegenkomen. Het zou mijn redding zijn geweest: onder zijn vleugels had ik die laatste 4 monsterlijke kilometers door het dorp nog in een redelijk tempo kunnen doorkomen. Eindelijk had hij voor mij de haas kunnen zijn en had hij ook eens kunnen voelen wat dat is. Maar helaas: ik had inmiddels al zoveel tijd verloren op het door hem bedachte scenario dat wij elkaar volledig misliepen. Mijn geest was nu finaal uit mijn fles.

Mistroostig en totaal uitgewoond vervolgde ik mijn lijdensweg richting de Grote Verlossing. Enige tijd kon ik aanklampen bij een collega halve marathonner, voor wie het voorafgaande ook iets teveel was geweest. Maar vlakbij het stationnetje van Zandvoort kon ik niet anders dan ook deze moegestreden krijger laten gaan. Op weg naar het circuit moest ik mijzelf nog enkele stop-and-go penalties toestaan, zo uitgepierd was ik. Gelukkig bereikten de eerste olie-, kerosine- en benzinedampen van de racetrack mijn fijngevoelig neusje en wist ik dat aan dit lijden en strijden een eind zou gaan komen. Wat ook hielp is dat er in het dorp vele supporters waren die ons hartstochtelijk aanmoedigden - alsof ze ècht wisten hoe zwaar het was geweest. En ook hier waren weer veel partytenten opgezet waarin door de aanwezigen onwaarschijnlijk veel alcohol werd verstouwd. Een nieuwe traditie bij massale hardloopwedstrijden is hiermee inmiddels ontstaan, maar of wij daar blij mee moeten zijn vraag ik mij af.

Op mijn tandvlees bereikte ik het circuit, waarop ik mij door het uitzinnige publiek over de eindstreep liet dragen. Met wijdse gebaren werd de zwart-wit geblokte finishvlag gezwaaid om mij uit mijn lijden te verlossen. Mijn eindtijd noem ik hier niet in dit kletsverhaaltje - mijn gevoel voor eigenwaarde staat dat niet toe. Tip van de sluier: nog nooit had ik een halve marathon zo langzaam gelopen. Dit was er één die enorm bevochten was, en gezien mijn huidige vorm kon ik toch trots zijn op wat ik had geflikt. Door een bewonderend kijkende vrijwilligster kreeg ik een zeer fraaie medaille aangereikt, en even later werd mij ook nog een flesje sportdrank in de vermoeide handen gestopt. Zonder het door te hebben werden wij om de pitsboxen heengeloodst richting het evenemententerrein op Paddock 2. Daar ontmoette ik Nico weer, die het ook zwaar had gehad maar een alleszins acceptabele tijd had gelopen.

Gezamenlijk togen wij naar de omkleedruimte waar een ieder, stil en aangedaan door het zojuist doorstane hardloopleed, bezig was de natte plunje te vervangen door droge. Snel kleedden wij ons om, al was het alleen maar om niet weer bevangen te raken door de oliedampen. Geroerd namen wij afscheid van het circuit dat ons vandaag zoveel strijd en ontberingen had bezorgd, en banjerden in gezwinde pas richting het Zandvoortse station. Daar ging een veelheid aan treinen het hele peloton weer naar Haarlem en verder brengen. Het was een mooie, uitputtende en toch weer inspirerende dag geweest hier in het Zandvoortse. Helaas was door het ontbreken van een Persoonlijke Pitspoes mijn kale bolletje wel ernstig verbrand. Daar moeten ze toch wat aan doen, willen ze mij ooit nog verleiden tot het lopen van deze Zandvoort Circuit Run.

Het gemis van de CPC was door deze kuitenbijter, èn die van Reeuwijk, in ruime mate gecompenseerd. Qua beleving èn qua strijd, kortom een genoegdoening op alle fronten. En het goede nieuws uit Den Haag was: er gaat some sort of compensation worden geboden voor het cancellen van de loop. Het zou erop kunnen uitdraaien dat voor alle ingeschreven deelnemers de startplaats voor de editie van 2020 verzekerd is. Ik zie er reikhalzend naar uit. Voorlopig echter gaan er door mij even geen halve marathons meer worden gelopen, dus (let op!) ook de geplande HM van Leiden niet. Ik ga nu pas op de plaats maken, en op een fatsoenlijke manier weer opbouwen naar betere tijden met betere eindtijden. Tijden behaald in wedstrijdlopen waarover uiteraard weer groots en meeslepend verslag zal worden gedaan - dat blijft. Watch this space!

Foto's bij deze blogpost

Screenshot_2019-05-13-13-53-22.png

GAAN OP DIE BAAN! (3 reacties)

Gepost door Jaco Rip op zaterdag 11 mei 2019 22:56

Het is alweer een aardig tijdje geleden dat ik in verhaalvorm iets van me heb laten horen op dit platform. Maar nu heb ik er weer zin in. Normaal gesproken doe ik per blog verslag van één wedstrijd, maar de laatste keer dat ik iets schreef brak ik al met die traditie door over mijn ervaringen op de 5k in Alphen a/d Rijn en Bergen op Zoom te vertellen. Nu ga ik bijna hetzelfde doen, met als verschil dat de afgelegde afstand nu nóg korter was. Hoe hier dan in hemelsnaam een leuk verhaal over te schrijven valt? Ik zou zeggen, lees gerust door……..

Voor de mensen met een niet zo goed geheugen, en dat zijn er nog altijd een paar, ik had in mijn vorige verhaal al aangegeven dat ik op een nieuwe manier ging trainen. Na de aanschaf van het beroemde boek van Klaas Lok, Het Duurloopmisverstand, ben ik fanatiek gaan trainen volgens de souplessemethode. In het begin merkte ik al snel dat mijn niveau flink omhoog ging, maar aangezien ik in de winter heel vaak op mijn best ben wist ik nog niet zeker of mijn stijgende vorm te danken was aan de trainingsmethode of dat ik gewoon geen last had van het weer. Na een paar maanden kwam er echter wel duidelijkheid, het lag aan de nieuwe manier van trainen. Op een lastig parcours In Halsteren liep ik een 5k in een niveau dat ik al anderhalf jaar lang niet meer had benaderd. Slechts 10 seconden boven mijn PR, dat nog steeds op 19’23 staat, maar mij dus wel het vertrouwen gaf dat de ingeslagen weg de juiste was. Om deze vorm vooral te blijven testen had ik mij vervolgens ingeschreven voor iets nieuws (voor mij), een baanwedstrijd over 3000 meter in Oud-Beijerland. Op 18 april zou ik daar 7,5 rondje op de baan gaan lopen bij de plaatselijke atletiekvereniging. Aangezien er een indeling moest worden gemaakt qua niveau (er deden ruim 170 atleten en atletes mee in 7 verschillende series!), werd mij verzocht om een beoogde tijd in te vullen. Ik besloot, aangezien het mijn allereerste keer zou zijn, om een relatief voorzichtige eindtijd van 11’30 in te vullen. Niet te langzaam, zeker niet, maar eventueel zou het misschien wel wat harder kunnen als alles mee zou zitten.
Op 18 april was het dan zover, ik zou ’s avonds met mijn trainer/loopmaatje Jack Govers mijn opwachting maken bij AV Spirit. Aangezien de laatste maanden mijn niveau net wat hoger zat dan dat van Jack, verwachtte hij rond de 11’45 te lopen. Na een korte reis waren we ruim op tijd aangekomen. We haalden ons startbewijs en gingen vervolgens, in het gezelschap van een tweetal bekende vrouwelijke atleten uit de regio, op ons gemakje warmlopen. Al snel bleek dat ik met de verwachtingen het hoogst zat. De twee dames zouden in serie 3 aantreden, Jack en ik in serie 4, precies halverwege het programma. Serie 1 was de langzaamste, serie 7 de snelste met alle kleppers uit de regio die 3k binnen 9 minuten af kunnen raffelen! Het betekende wel voor ons dat we erg laat van start zouden gaan, zo rond een uur of 10 ’s avonds! Het aftellen kon ons niet snel genoeg gaan…...

Daar gingen we zo tegen 10 uur, richting de start. Er stonden al behoorlijk veel lopers en loopsters klaar, waarna we moesten reageren als onze naam werd geroepen. Het leek wel alsof we weer terug op school waren! Ik sprak ondertussen met nog wat mensen en hoorde hier en daar toch akelig snelle tijden worden gefluisterd. Toen we dan ook van start gingen was ik bewust een beetje achterin gaan staan, ik wilde niemand voor de voeten lopen en zelf geen enkel risico lopen op struikelpartijen. Na 100 meter schrok ik toch wel van wat ik zag, ik liep helemaal achteraan! Ging ik nou zo langzaam of ging de rest zo achterlijk hard? Het antwoord op die vraag kreeg ik gelukkig al 100 meter verder, toen ik zag dat na 200 meter in 45 seconden doorkwam. De rest ging dus achterlijk hard! Ik besloot vertrouwen te houden in mijn eigen gevoel van tempo en ontspanning en gewoon strak door te lopen. De race ging nu pas echt beginnen…..

Daar liep ik dan in mijn allereerste baanwedstrijd. Ik merkte vrij snel dat ik weer mensen begon te achterhalen en ze vervolgens ook makkelijk voorbij stak. Onder hen mijn maatje Jack, die ik na 600 meter al achter mij wist. Ik voelde mij erg sterk en bleef constant een hoog tempo aanhouden, zodat ik binnen een mum van tijd de eerste kilometer erop had zitten in de prachtige tijd van 3’48! Ik liep nu even in een soort van niemandsland, met voor en achter me een marge van een meter of 20. Dat veranderde echter langzaam maar zeker met de situatie voor me. Ik liep steeds meer in op een trio jeugdige atleten, dat erg hard van start was gegaan. Bij de doorkomst op 1400 meter was de aansluiting een feit en liep ik met een hoog tempo, maar uiterst gecontroleerd, het groepje rustig voorbij. Enkele ouders langs de kant schreeuwden nog naar hun kroost dat ze moesten proberen aan te pikken bij mij, “want dan ben je verzekerd van een goede eindtijd!” Ik wist echter dat dit ijdele hoop was, want ik had aan hun ademhaling al gehoord dat ze niet bij mijn hoge tempo van 16 per uur (!) zouden kunnen blijven zonder zwaar in het rood te gaan. Na 2k zag ik een fantastische doorkomsttijd van 7’34, wat betekende dat km 2 in 3’46 was gegaan. Het begon nu allemaal wel wat lastiger aan te voelen, maar ik wist dat ik nog maar 2,5 ronde had af te leggen. Nog een kleine 4 minuten en ik zou er zijn!

Daar kwam de doorkomst op 2200 meter. Ik had in mijn racevoorbereiding ingeschat dat ik hier zou beginnen te verzuren en dat klopte aardig met wat ik voelde, maar ik was ook hierop voorbereid. Het ritme ging wat omhoog en ik concentreerde me op een paar lopers die ik nog voor me zag. Het gat werd steeds ietsje kleiner, onder luide aanmoedigingen van een paar bekenden langs de kant. Toen de bel voor de laatste ronde voor mij werd geluid riep Jacques, een kennis van Spado, dat een tijd van 11’15 er zeker inzat. De doorkomsttijd van 9’47 gaf mij vleugels. Ik verlengde mijn pas en stormde werkelijk mijn laatste ronde in. De ademhaling ging nu met horten en stoten, maar toch bleef het tempo monsterlijk hoog, rond de 20 per uur! Ik haalde een atleet in met nog ruim 200 meter te gaan, maar nog geen 10 meter verder had hij zelf de gaskraan opengedraaid en kwam hij langs mij heen alsof ik stilstond! Toch zonk de moed mij hierdoor niet in de schoenen, omdat ik zag dat ik heel rap inliep op een andere atleet. Deze arme kerel werd in de laatste 100 meter nog 2x ingehaald, waaronder dus door mijn persoontje. Ik kwam met een gevoel van euforie en ongeloof over de finish na 11 minuten en 4 seconden. 45 seconden later kwam Jack over de finish, net zo uitgewoond als ik. We gingen nog even uitlopen, douchen en snel richting huis na het bekijken van de laatste serie, want het was al 11 uur geweest en de volgende morgen moesten we alweer erg vroeg opstaan. Uiteindelijk kwam ik net na twaalven thuis, waar ik nog één keer mijn officiële uitslag teruglas; 10e in mijn serie in 11’04’62! Met een grote glimlach op mijn gezicht sliep ik in…….

De dagen en weken na de geslaagde onderneming in Oud-Beijerland voelde ik me behoorlijk goed. De trainingen gingen niet altijd als vanzelf, soms zelf met wat meer moeite dan ik zelf had voorgenomen, maar toch bleef het niveau in competitie hoog, gezien een 10k in Oud-Gastel die ik volbracht in regelrecht stormachtige omstandigheden met een tijd die nauwelijks 40 seconden boven mijn PR van 40’27 zat. Ik had me dan ook ingeschreven voor weer een baanwedstrijd, deze keer in Etten-Leur. Gezien mijn PR van 11’04 werd ik eerst ingedeeld in de allersnelste serie, maar tot mijn grote opluchting werd dat in de loop van week voor de wedstrijd nog veranderd. Om in één race te worden ingedeeld met toppers die rond de 9’30 zouden lopen, zag ik niet heel erg zitten. Verder gaf de indeling tot mijn grote vreugde aan dat kameraad Fred, loopkennis Hans en nog een paar bekenden uit de regio ook acte de présence zouden geven. Ik leefde vol enthousiasme naar vrijdagavond 11 mei toe…..

Het was zover, mijn weekend was begonnen en het werd hoog tijd om richting Etten-Leur te rijden. Na drie kwartier op de weg te hebben vertoefd parkeerde ik mijn bolide bij het plaatselijke sportpark en begaf ik me naar het terrein van Achilles, de plaatselijke atletiekvereniging. Al snel trof ik Fred, die mij aanwees waar ik mijn startnummer kon afhalen. Bij het wedstrijdsecretariaat ontspon zich nog een grappig gesprekje. Omdat ik geen lid ben van een vereniging, had ik mij via een mailtje naar de contactpersoon in moeten schrijven. Deze had mij onder de vereniging “Nederland” ingeschreven. De personen die mijn inschrijving en betaling afhandelden, vonden dan ook maar dat ik voor een Nederlands record moest gaan. Dit leek mij niet één brug, maar meerdere bruggen te ver (na enig zoekwerk kwam ik erachter dat het NR op 7’37’48 staat). Ik beloofde ze dat ik mijn uiterste best zou doen om mijn PR aan te scherpen en daar namen ze gelukkig ook genoegen mee. Na redelijk lang te hebben warmgelopen met Fred, Hans, Petra en Jos, werd het tijd om alle overtollige kleding uit te doen en richting de startstreep te gaan. Om kwart voor 9 zou onze serie van start gaan………

Daar stonden we dan, met zo’n 15 lopers en loopsters bij de startstreep. De eerste serie (die hier dus juist de snelste was!) zat er net op en wij namen onze posities in. 11 mannen en 4 vrouwen, klaar voor 3 kilometer gas geven. Ik wist wat me te doen stond en ging ontspannen van start. Het gehele veld ging weer als een haas van start, met uitzondering van kameraad Fred en ik. Nog in de eerste bocht maande ik Fred tot kalmte, want ik wist zeker dat de grote meerderheid het aanvangstempo niet vol zou kunnen houden. Na 200 meter kwamen Fred en ik redelijk achterin het veld alsnog door in 43 seconden, wat mijn gevoel bevestigde. De rest ging gewoon weer achterlijk hard van start en toen de eerste adrenaline uit hun lichaam was verdwenen begon mijn grote inhaalrace. Na 400 meter kwam ik door in 1’28, wat een tempo inhield van 16.5 km/u. Ik bleef maar lopers inhalen, tot ik na 900 meter op plek 4 kwam te liggen, een meter of 30 achter kennis Hans en met bekende Kees v.d. Riet in mijn rug, die hij de eerstvolgende 3 rondes niet meer zou verlaten. Na 1 km kwam ik door in 3’43 met een redelijk ontspannen ademhaling, maar het inhalen was nu wel gedaan. Zou ik de tweede kilometer, die meestal als moeilijkste wordt aangeduid, ook zo goed doorkomen?

Nu begon het moeilijkste mentale gedeelte van de race. Ik zag de top-2 op een kleine 60 meter als ik het rechte eind opging en Hans bleef stug doorlopen op zo’n 30 meter voor me. Ondertussen bleef Kees (zo voelde en hoorde ik via aanmoedigingen vanaf de zijlijn voor mijn metgezel) pal achter me lopen. Ik begon het lastiger te krijgen om het tempo vast te houden, maar keek met opzet niet naar achteren. Zo leken rondje 3, 4 en 5 best wel lang te duren, maar ondertussen bleef toch het tempo behoorlijk goed. Ik zag bij de doorkomst na 2k dat ik 7’31 onderweg was, zodat ik nog bovenop het schema van 16 per uur zat. Om echter een PR te lopen moest ik net als in Oud-Beijerland een behoorlijk snelle laatste 1000 meter lopen. Zou ik dat kunnen? Behoorlijk vermoeid ging ik de laatste 2 rondes in…..

Bij het ingaan van de voorlaatste ronde kwam er een gevoel van vastberadenheid over me. Ook al zou ik misschien niet meer mijn PR halen, toch zou ik mijn uiterste best doen om Kees te lossen en mijn 4e plaats met hand en tand te verdedigen. Met een behoorlijke krachtsinspanning wist ik een klein beetje te versnellen en ik hoorde al vrij snel dat het effect had, Kees kon niet meer mee! Ik ging diep, echt heel diep, maar ik hield vol. Daar kwam de bel voor de laatste ronde alweer, in wat voor tijd zou ik doorkomen? Met een schok zag ik 9’38 op de klok staan, dat was bijna 10 tellen sneller dan in Oud-Beijerland! Nog één rondje van 87 tellen, net zoals ik zojuist had gelopen, dan zou ik bovenop mijn PR zitten. Ik opende de gaskraan volledig in de voorlaatste bocht. Ik zou geen podiumplaats halen, maar dat maakte me niets uit, op naar dat PR! De ademhaling ging ook nu weer met horten en stoten, maar ik hield vol. Daar kwam het laatste rechte eind, waar ik zag dat kennis Hans in een prachtige eindsprint nog de tweede plaats bemachtigde. Ik spoorde mezelf aan om alles uit de kast te halen. Ik werd compleet euforisch toen ik de klok een tijd zag aangeven van onder de 11 minuten, ik ging het redden! Ik zou een grens gaan doorbreken die ik tot een paar maanden geleden voor onmogelijk zou hebben geacht. Ik kwam behoorlijk kapot, maar uitzinnig van vreugde over de finish in een tijd van 10’56’52 (zo bleek later uit de officiële uitslag). Het was een glorieuze avond geworden!

Nu is het ondertussen ruim 24 uur geleden dat ik deze prestatie heb geleverd. Ik kamp nog steeds met een gevoel van licht ongeloof, maar ook van euforie. Wat nu mijn doel wordt? De 10k binnen de 40 minuten. Waar en wanneer ik dat ga proberen, weet ik nog niet, maar na de afgelopen maand heb ik genoeg zelfvertrouwen dat ik dit kan halen. Tot die tijd bleef ik gewoon lekker doortrainen en met enige regelmaat mijn wedstrijden uit te zoeken. U hoort nog van mij!

Met euforische groet, Jaco.