Looptijden.nl community

Welkom bij de hardlopers community van Looptijden.nl. Hier zie je de laatste hardlooptijden, inschrijvingen en aanmeldingen. Zelf ook hardlopen kriebels? Meld je dan snel en gratis aan en begin meteen met het bijhouden van al je hardlooptijden.

Laatste blogposts

Hieronder staan de laatste weblog posts van gebruikers van Looptijden.nl over hardlopen en alles wat erbij komt kijken.

Een Vrolijke Struin door Bos en Duin (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op woensdag 24 april 2019 00:49

Twee jaar geleden stond de vermaarde Groet uit Schoorl Run ook al prominent ingekleurd in mijn hardloopagenda. Dankzij een vlaag van volledige verstandsverbijstering had ik mij in de herfst van 2016 ingeschreven voor de grootste afstand die dit festijn kent. Een afstand van dertig (zegge: 30) kilometer, ja U leest het goed. In the aftermath van mijn eerste marathon, gelopen op 22 mei 2016 in Leiden, had ik tijdenlang het gevoel (zeg maar gerust: het waanbeeld) over superkrachten te beschikken. Ik waande mij onverslaanbaar, als ware ik een kind dat als kind in een ketel met toverdrank was gevallen. Geen berg was te hoog, geen zee was te diep, geen eind was te ver. In werkelijkheid liep ik gedurende de maanden na de marathon langzaam leeg qua motivatie en conditie, maar dat had ik toen nog niet door.

Het behoeft geen betoog dat die belachelijke 30 kilometer in februari 2017 na ampele overweging uit de agenda werd geknikkerd. Ik had er wèl grenzenloos de smoor over in: this was so very much unlike me. Maar het bleef niet bij deze loop. Ook door de CPC, de maand erna, werd uit arren moede een dikke streep gezet. Maanden lang kostte het mij om enigszins de motivatie te hervinden. In het artikel van mijn hand getiteld ‘Over Corry, Lornah en Corry’ kunt U één en ander nog eens rustig nalezen, zo U daar behoefte aan heeft.

Mijn behoefte aan een loop in het fraaie bos- en duingebied van Schoorl bleef evenwel bestaan, zij het sluimerend. Helemaal aan het begin van februari van dit jaar kreeg ik echter opeens een onbedwingbare aandrang om die vermaledijde Noordhollandse loop te verhapstukken (bron: Arranraja). Op zondag 10 februari 2019 moest het dan maar gaan gebeuren. De voorinschrijving was reeds maanden gesloten, dus moest ik in allerijl mijn toevlucht zoeken tot de startbewijshulp.nl site, waarop men aangeschafte startnummers kan kopen en verkopen. Ik kende die site allang, immers mijn startbewijs voor die 30km-loop van twee jaar geleden had ik op dat platform ook verpatst. Met dank aan Annelies, die vervolgens mijn PR op de 30km buitengewoon scherp stelde. Much obliged!

Tot mijn onuitsprekelijke vreugde bood ene Marcel uit Leiden zijn startnummer voor de 10km-beproeving in Schoorl aan, inclusief pendelbusticket vanuit Alkmaar. Want auto’s zouden er in Schoorl niet rijden die dag. Iedereen moest vanaf het station of vanaf de parkeerplaats van Hogeschool Inholland door een touringcar worden opgepikt en na afloop van de race aldaar weer gedropt.

De koop was snel beslecht: Marcel blij, ik blij, wij allemaal blij. Diezelfde avond nog - het was inmiddels de woensdag vóór het evenement -zocht ik Marcel op in zijn stulp in de Stevenshofbuurt en veranderde het ticket van eigenaar. Er stond helaas wel ‘Marcel’ op het startnummer (dat heb je zo), maar ach daar zouden mijn lieftallige vrouw en ik met behulp van tape en permanent marker wel verandering in brengen.

Daags voor het evenement raffelde ik nog een rustige GR-training af op de Goudse Geluidswal. Met een beetje fantasie kon je die training zelfs wel als een heuvelachtige voorbereiding voor ‘Schoorl’ beschouwen. Uw Goudse Tobatleet was er weer he-le-maal klaar voor. Mijn ambitie was simpel: sneller gaan dan vorige week tijdens de Groenhovenloop, maar no pressure. Gewoon genieten in mijn geboorteprovincie was eigenlijk wel het belangrijkste doel. Het weer zou niet geweldig zijn: er was harde wind voorspeld en veel, héél veel regen. Gelukkig ben ik een all-weatherloper: ik vind het altijd wat vervelend als je in de zeikregen in een startvak loopt te kleumen, maar regent het tijdens de loop dan heb ik daar absoluut geen last van. Daarbij: je moet alles in het leven nemen zoals het zich voordoet; en ook moet je je nooit druk maken over dingen waar je zelf niets aan kan veranderen. Tot zover mijn tegeltjeswijsheden voor vandaag.

Voor dag en dauw op die zondagochtend werd ik wakker, deed een plas, stond op, en dacht......‘hmmm dat had andersom gemoeten’. Met dank aan Herman Finkers. Na een heerlijk hardlopersontbijt en een grote verkleedpartij toog ik – nog steeds in de vroege ochtend – naar het prachtige Goudse stationnetje. Wie ooit eens in Gouda komt moet vooral niet nalaten eens goed naar dat Meesterwerk van Afzichtelijke Architectuur te kijken. Als dat nog niet genoeg schrik heeft aangejaagd kan men de weg door een al even afzichtelijke straat (het Vredebest) vervolgen richting het pittoreske centrum (dat moet gezegd) met dat schitterende Gotische Stadhuis op de triangelvormige Markt.

Maar dat allemaal terzijde. Ik had gedacht de eerste etappe van Gouda naar Amsterdam Centraal mediterend door te brengen. Immers: het hoofd moet vlak voor zo’n belangrijke wedstrijd wèl helemaal leeggemaakt worden. Maar op het eerstvolgende station, dat van Gouda Goverwelle, werd ferm een streep door die rekening gezet. Een enorme kudde kinderen met begeleiding nam bezit van mijn tot dat moment rustige treincoupé. Al snel begreep ik dat de meute ook helemaal naar Amsterdam Centraal moest om een bezoek aan Nemo te gaan brengen. Grmmmmmmpfff – tja dan maar de oortjes in om te proberen dat opgewonden en uitgelaten gekrijs te verdringen. Normaal wil ik op dat tijdstip wat rustigs horen, maar ditmaal moest de trash-metal playlist van Spotify op om het kinderjolijt te overstemmen. Het was niet anders. In staande trilling en hevig verontrust arriveerde ik na een klein uur op het hoofdstedelijke Gare Centrale.

Bevrijd van dat kindergespuis kon ik gelukkig snel overstappen op een Intercity naar Alkmaar. Deze trein was al aardig gevuld met hardlopers die het bos en de duinen bij Schoorl zouden trotseren. Zonder veel troubles tijdens de rit te hebben gehad landde ik veilig op Alkmaar. Er was vooralsnog geen vertraging opgelopen, dus van mijn ruime slack was nog niets verbruikt. De meeste arriverende lopers konden meteen in een touringcar stappen richting Schoorl. Ik had van Marcel echter een pendelbuskaart gekregen vanaf Hogeschool Inholland. Daar moest ik dus eerst naar toe – en ik spoedde mij naar het busstation van waar ik een reguliere bus ging pakken naar het onderwijsgebouw.

Op weg naar het busplatform werd ik aangesproken door een vrouw van ongeveer mijn leeftijd, die op mij tamelijk onzeker en verward overkwam. Ze was sober maar statig gekleed, en had een bosje bloemen in haar linker- en een uitpuilende tas in haar rechterhand. Ze moest, zo zei zij, naar een begraafplaats, maar eigenlijk wist ze niet welke. Het ging om het graf van een goede vriendin van haar. En ze was maar liefst uit Kerkrade gekomen die dag. Mijn schrandere telefoon gaf wel vier begraafplaatsen aan in het gebied tussen Alkmaar en Bergen aan Zee, maar geen van de namen van die kerkhoven deed bij haar een belletje rinkelen. Ook verscheidene buschauffeurs werden door haar om raad gevraagd, maar uiteraard kon geen van hen haar aan een adequaat antwoord helpen. Op goed geluk nam zij dan maar plaats in mijn bus, die volgens de chauffeur in ieder geval langs een begraafplaats zou gaan. Vijf minuten lang praatten zij en ik over de wonderen van het leven en de dood – en toen moest ik de bus alweer verlaten bij Hogeschool Inholland. Ik wenste haar het allerbeste, ze keek nog even wanhopig vanuit de bus naar mij alsof ze wilde aangeven dat zij al haar hoop op mij had gevestigd, en dat dat nu allemaal vergeefs bleek te zijn geweest. Nu ik dit schrijf, bijna drie maanden later, bedenk ik mij: is zij ooit aangekomen waar zij hoopte aan te komen? En hoe is het haar verder vergaan? Heeft ze ooit weer de weg terug naar Kerkrade gevonden?

Zelf had ik geluk. Er stond een halfvolle (halflege?) touringcar voor mij klaar waarin ik mij behaaglijk kon nestelen samen met mijn goed gevulde sporttas. Rap vulde het vehikel zich, en binnen tien minuten waren we op weg naar het Schilderachtige Schoorl. Ook de route er naartoe was schilderachtig: door de grote hoogteverschillen langs de Boswachterij Schoorl had ik even het gevoel in de Ardennen te zijn. Na een adembenemende tocht langs kliffen en ravijnen zette de buschauffeuse ons veilig af op een parkeerterreintje bij het dorp. Van daaruit moesten wij anderhalve kilometer lopen naar het finishgebied van de Groet uit Schoorl Run in het dorpje Catrijp, waar ook de grote sporthal stond waar de omkleedpartijen konden plaatsvinden en de bagage kon worden afgegeven.

Doordat alles op rolletjes was gelopen was ik reeds twee uur van tevoren ter plekke bij Sporthal de Blinkerd. Maar er gebeurde genoeg te zelfder plekke. Grote drommen lopers, die al vroeg in de ochtend aan hun 30- en 21.1km beproevingen waren begonnen, vonden hier uiteindelijk de verlossende finishboog. Omdat collega-Goudse Runner Ad had aangekondigd hier de halve marathon te gaan lopen, keek ik (min of meer) reikhalzend uit naar zijn aankomst. Maar van Ad was en bleef niets te bekennen. Later bleek dat hij het te elfder ure had laten afweten zonder dit mij te melden. We hebben het inmiddels uitgepraat.

Nadat ik het gespeur naar Ad te langen leste had opgegeven, toog ik weer naar De Blinkerd om mij om te kleden en mij voor te bereiden op mijn eigen spektakel. Het was inmiddels gigantisch druk geworden in de sporthal, allemaal van die frisse 10km-lopers en van die ranzige uitgewoonde halve marathonners en 30-kilometeraars. Tezamen met al hun supporters zorgden zij voor een atmosfeer waarin mijn claustrofobie goed kon gedijen. Zo snel als ik kon trok ik mijn buitenste laagjes uit, propte die in mijn tas, leverde die in en worstelde mij een weg naar buiten, de vrijheid tegemoet. Godzijdank.

Achter de sporthal nam ik nog even de tijd om wat in te lopen – je zou het toch zomaar vergeten. Na nog een laatste bezoek aan een gruwelijk volle en stinkende kruiskopdixi - je hebt geen keus op zo'n moment - was het tijd om de lange wandeling te aanvaarden naar de startvakken in Schoorl. Dit gewapend met nog een banaantje en een flesje water. Het was koud en er stond een stevige bries, maar gelukkig viel er geen regen op dat moment. Zo’n kwartier van tevoren arriveerde ik in het aan mij toegewezen startvak – en als je daar dan stil moet staan (want vol) dan ga je het toch wel serieus koud krijgen. Dan zit er maar één ding op: de kou meditatief aan een haakje weghangen. Al mediterend doodde ik de tijd die mij restte tot de start, en voor ik er erg in had werd ik met mijn lotgenoten weggeschoten voor mijn tocht over 10 kilometer door bos en duin.

De eerste twee kilometers door Schoorl benutte ik door voor mijzelf een fatsoenlijk, maar niet al te hoog tempo te kiezen. Ditmaal zonder gebruikmaking van paardenstaarten van wat voor kleur dan ook. Ik had het al snel (te) warm; ik kon dat zo één-twee-drie niet aan mijn kledingkeuze wijten, maar het is iets wat mij zolangzamerhand structureel gaat overkomen. Ik moet altijd even door die fase heen. Toen ik eindelijk een beetje op fatsoenlijke temperatuur was, en het dus niet meer zo warm had, begonnen direct de verschrikkingen die horen bij een bos- en duinloop. Het parcours ging in kilometer 3 flink omhoog – en er moest dus hard gewerkt worden door alle atleten en atletes. Zelf kan ik zo’n heuvelachtig parcours altijd wel goed verteren, maar ook ik was blij dat de stijging op een gegeven moment ophield. Heel af en toe regende het, maar dat mocht eigenlijk geen naam hebben.

Intussen had ik een hardloopstelletje gevonden dat het zichtbaar èn hoorbaar prettig vond om door mij gehaasd te worden. En wie mijn verhaaltjes goed heeft onthouden weet dat dat genoegen geheel wederzijds is. Gedrieën buffelden wij kilometer na kilometer weg door het fraaie bos en het al even fraaie duin. Na 6.5 kilometer besloot ik wat extra gas te geven, en daar hadden zij helaas niet van terug. Inmiddels alleen lopend arriveerde ik bij een markant punt in de route: een scherpe draai, een paar honderd meter rechtuit richting de kust, gevolgd door een ferme 180-gradendraai. Een hele rare slinger in de vorm van een Pinokkio-neus, maar dan wel een Pinokkio die liegt dat ie barst. Wel was het een goede gelegenheid om het peloton eens goed te monsteren: diegenen die een eind voor mij liepen kon ik op een gegeven moment weer op mij af zien lopen. En datzelfde gold uiteraard ook voor diegenen die een eind achter mij liepen. Als je al het gevoel had daar alleen te lopen in het duingebied: dat werd hier direct gelogenstraft.

Na dit gekke kabouterslurfje in het parcours was het nog even drie kilometer doorrammen via de dorpjes Hargen en Groet richting de finish in Catrijp. Ik voelde mij behoorlijk sterk voor mijn doen. De techniek was goed, het soepel ademen werd vergemakkelijkt door de frisse zuurstofrijke lucht. Het tempo van de laatste vijf kilometer was beduidend hoger geweest dan dat van de eerste vijf kilometer. Voor de liefhebbers: 29:00 om 27:51. Op het gemak draaide ik op 300 meter de weg op richting het finishvod nabij Sporthal De Blinkerd. Daar passeerde ik de eindstreep in 56:51. Missie geslaagd, want ik was 33 seconden sneller geweest dan bij de Groenhovenloop van de week ervoor. Maar belangrijker dan dat: ik kon terugzien op een buitengewoon leuke loop in een buitengewoon mooi gebied. Het inspireerde mij enorm. Als ik groot ben wil ik daar ook nog eens een halve marathon voltooien. Enfin, de tijd zal het leren. Eerst maar eens een 16.1km Twiskemolenloopje met Arranraja verhapstukken, dan zien we daarna wel weer verder!

Gewoonweg Gezellig Gouds Genieten bij de Groenhovenloop (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op maandag 22 april 2019 21:01
Beste lezertjes, wees gegroet vanuit het fanatiek Christelijke Gouda op deze Tweede Paasdag! Na ellenlang wachten Uwerzijds is hier dan mijn eerste hardloopverhaaltje van 2019. Door drukke werkzaamheden, gecombineerd met de nodige schrijverspassiviteit, mocht U een viertal maanden niets van mij vernemen op dit platform. Voor mijn trouwe fans: mijn oprechte excuses. Voor mijn trouwe criticasters: heel graag gedaan. Maar er werd ondertussen wel gewoon doorgelopen door Uw Goudse Tobatleet. Achtereenvolgens werden op mijn kerfstok aangebracht:
  • op 3 februari de 10km Groenhovenloop
  • op 10 februari de 10km Groet uit Schoorl Run
  • op 3 maart de 16.1km Twiskemolenloop (co-starring Arranraja!)
  • op 16 maart de 15km Reeuwijkse Plassenloop
  • en op 31 maart de 21.1km Zandvoort Circuit Run.

Er ontstond derhalve een backlog/stuwmeer van vijf verhalen (immers: vijf loopjes). In de komende korte periode zal ik trachten om dit stuwmeer succesvol leeg te hozen en U weer het nodige leesplezier te bezorgen. Of misschien juist leesergernis, maar dat doet U Uzelf aan. Laat ik het voor mijn eigen gemoedsrust maar bij het eerste houden. In de komende tijd zal er een hoogfrequente release van verhaaltjes komen – hopelijk raakt U niet overvoerd, maar enfin de tijd zal het leren. We beginnen hier dus met het relaas van mijn eerste loop van 2019: de Groenhovenloop.

Dit betoog zal ik echter aanvangen met een paragraafje over de Goudse Runners. Dat hebben ze zo langzamerhand wel verdiend vind ik. Diegenen die al die jaren de moeite hebben genomen mijn verhaaltjes te lezen weten het: het gaat hier om de loopgroep in Gouda waaraan ik 6.5 jaar geleden mijn hardloophart verpand heb. Dat ging overigens niet zomaar. De eerste keer dat ik er op een grauwe zaterdagochtend mijn opwachting maakte (we spreken hier over 20 oktober in het jaar des Heeren 2012) had ik een nog wat onbestemd gevoel. Ik kende er niemand, ik wist dus ook niet wat het niveau van deze groep zou zijn, en of de mensen mijn markante edoch sociabele persoonlijkheid wel zouden kunnen waarderen. Allemaal vraagtekens dus.

Zoals genoegzaam bekend bestaat een degelijke hardlooptraining (en dus óók die van de Goudse Runners) uit een vijftal onderdelen. In de eerste plaats heb je de warming up, een combinatie van inlooprondjes en dynamische oefeningen om de boel lekker los te krijgen. Zo net uit je nest op de zaterdagochtend is dit geen sinecure, maar een ieder slaat zich er man- dan wel vrouwmoedig doorheen. Warmgeworden ondergaat de atleet dan het tweede onderdeel: de loopscholing.
Loopscholing is een trainingsvorm die tot doel heeft om de looptechniek efficiënter te maken. Het doel is het verbeteren van de coördinatie, en bewustwording van de verschillende momenten in de looppas. Ze nemen als onderdeel van de totale training zo’n 10-15 minuten in beslag.

Verschillende loopoefeningen zorgen samen voor een optimale looptechniek, waardoor de kans op blessures kan worden verkleind, het vermogen efficiënter wordt toegepast, en de loopsnelheid wordt verhoogd. Deze oefeningen kunnen onder andere zijn:
  • Huppelpasjes en kaatspasjes (jawel!)
  • Triplings (lichte kniehef met overdreven voetafwikkeling, wel armen meenemen graag)
  • Aanslagpasjes (waarbij het onderbeen uitzwaait). Omdat het woord ‘aanslag’ wat lading kan hebben is laatstelijk bij de ledenvergadering het woord ‘slagpasjes’ voorgesteld
  • Pendelpasjes (hoge kniehef gecombineerd met hakkenbil, met romphouding rechtop)
  • Steigerungen (korte series hevige versnellingen). Dit is bij mij het onderdeel waar het gevaar op blessures op de loer ligt. Meermalen gedurende de afgelopen jaren is het mij daarbij in lies, kuit dan wel hamstring geschoten, dus ik pas hier altijd graag een beetje op

Het derde onderdeel is de zogenaamde loopkern. Loopkernen verschillen per training, maar bestaan meestal uit verschillende intervallen met allerlei tempowisselingen. Iedere atleet werkt de loopkern op zijn/haar eigen niveau af. Bij de Goudse Runners is wat die niveaus aangaat het ganse spectrum voorhanden. Er zijn bij ons geen groepen op sterkte, m.a.w. groepen met lopers van ongeveer gelijk niveau. Dit betekent onder andere dat er tijdens de loopkern altijd een centraal punt moet zijn zodat men nog een beetje bij elkaar blijft. Anders wordt het zo ongezellig. Door het lopen van rondes, lussen of heen-en-weertjes komt men telkens weer op het centrale punt terug, waar de trainer de meute staat te monsteren, en voor een ieder een goed- dan wel afkeurend woord heeft.

Na de vaak intensieve loopkern volgt onderdeel vier: de cooling down, een serie statische stretch-oefeningen. De cooling-down is onder andere bedoeld om het lichaam weer rustig te laten wennen aan het normale ritme, het voorkomen van blessures, het verlagen van een eventuele hoge hartslag en het verminderen van de verzuring in de spieren. Afsluiter van de cooling-down is steevast ‘het ooievaartje’ waarbij met de volle hand het enkelgewricht gepakt wordt en de hak naar de bil wordt gebracht. Natuurlijk hebben we het hier wel over de de hak van hetzelfde been als dat van het enkelgewricht. Want anders ontstaan er ongelukken. Deze oefening wordt herhaald met gebruikmaking van (de onderdelen van) het andere been.

Tot zover deze gortdroge, bijna wetenschappelijke kost. Het vijfde, laatste en meest belangrijke onderdeel is de afterparty. Deze duurt bij de Goudse Runners soms langer dan de vier voorafgaande onderdelen, en schenkt in veel gevallen de meeste voldoening. Hier worden, dikwijls onder het genot van koffie en een enkele Goudse stroopwafel, de voorafgaande schermutselingen feilloos kapot geanalyseerd.

Maar waarom vertel ik dit allemaal? Wel, ik memoreerde aan het begin van dit kletsverhaaltje de vraagtekens die ik had bij mijn entree op de zaterdagochtend bij de Goudse Runners. Diezelfde vraagtekens werden bij de eerste de beste training omgezet in één groot uitroepteken. Wat gebeurde er namelijk? Vlak na de warming up sprak trainer Rob de wat badinerende en paternaliserende woorden ‘En dan is het nu tijd voor de loopscholing, wie van jullie weet nog waarom we dat ook alweer doen?’ Even was het stil – en juist op het moment dat ik een gruwelijk serieus antwoord wilde geven hoorde ik van schuin achter mij de legendarische woorden ‘Om de tijd te doden’.
Wim, thanks a million! Jij hebt destijds in één keer mijn schroomvalligheid weggenomen – en dankzij jou ben ik een heuse Goudse Runner geworden en dat tot op de dag van vandaag gebleven.

Na het voltooien van alweer mijn derde Rotterdamsche Bruggenloop – afgelopen december – ging de wedstrijdgeest voor een tijdje uit de fles. Of: de geest uit de wedstrijdfles, zo U wilt. Zo goed en zo kwaad als het kon werd er (door mij) stug doorgetraind bij de Goudse Runners. Dit gebeurde in ieder geval op de zaterdagochtend, en in een enkel geval op de dinsdagavond of de vrijdagochtend. Op 13 januari beleefden wij weer het jaarlijkse feestje van de Goudse Runners: de HAWA-loop waarover ik al in eerdere kletsverhaaltjes vol enthousiasme berichtte. Dertien mooie kilometers lang hobbelden wij in een rustig doch gestaag tempo achter GR-opperhoofd Hans aan. Het festijn start zoals gebruikelijk bij de Goudse kinderboerderij, en voltrekt zich in het gebied rondom Reeuwijk-dorp. Na afloop vierden wij op de kinderboerderij de verjaardag van Hans op traditioneel ludieke en onvergetelijke wijze – zoals alleen Goudse Runners dat kunnen. Overigens: nog steeds is de kinderboerderij niet genegen de naam ‘dierenboerderij’ te voeren, ondanks dat ik ze er herhaaldelijk op heb gewezen dat op de boerderij geen kinderen gehouden worden. Dat laatste zou mij overigens als Terre des Hommes-employee grenzenloos tegen de hanenborst zijn gestoten.

Op zondag 3 februari gingen volgens goed gebruik de wedstrijdschoentjes weer uit het vet. De openingskraker van het Nieuwe Jaar is zoals altijd de Groenhovenloop, een thuiswedstrijd met start en finish in het pittoreske atletiekstadion van Antilopen Vereniging Gouda. Bij deze gelegenheid ging ik – zo had ik met mijzelf afgesproken - de 10 kilometer verhapstukken (bron: Arranraja). Daags voor dit spektakel had ik met mijn zaterdagochtendgroep nog een loodzware training afgewerkt in de stromende regen. Hopelijk had ik niet te veel van mijn tere gestel gevergd, enfin we zouden het wel zien.

Godzijdank had het weer overnight een enorme omslag gemaakt. Op de wedstrijdochtend scheen een vrolijk zonnetje, de vaandels wapperden op de atletiekbaan vrolijk in het rond en er waren louter vrolijke hardlopers en supporters te bekennen. Wel was het zoals gebruikelijk onbarmhartig druk in de kleine kantine – en daar moest ik nou juist zijn om mijn startnummer te bemachtigen. Na wat geduw en geknok in de drukte stond ik uiteindelijk achter het juiste tafeltje en kon ik de gewenste aanschaf doen bij één van de dienstdoende vrijwilligsters.

Nu moest echter nog het startnummer op het shirt geschroefd worden. In de kleedkamers was het daar veel te druk voor, en buiten stond er te veel wind om succesvol bezig te zijn. Dus moest het in de overvolle en knetterdrukke kantine gebeuren. Gelukkig was de redding nabij: er stond een aantal lage stoeltjes en tafeltjes met tekenvellen en kleurpotloden voor al die jeugdigen die niet gingen hardlopen. Met een routineus gebaar veegde ik al het tekenmateriaal van de tafeltjes, legde mijn shirt er op en ving het noodzakelijke speldwerk aan. Dit leverde mij wel wat ontroostbare kinderzieltjes en woedende ouderblikken op, maar ja: het doel heiligt de middelen, toch? Daarbij: kinderen moeten al vroeg in hun jonge leven hard en weerbaar gemaakt worden. Anders worden zij week en beïnvloedbaar.

Gelukkig was er na al dit gekrakeel nog voldoende tijd over om mij fatsoenlijk om te kleden, de noodzakelijke doping toe te dienen en wat inloopronden over de fraaie atletiekbaan te volbrengen. Vele Goudse Runners hadden – zo zag ik – ook hun weg naar deze Groenhovenloop gevonden. Het was een feest der herkenning en blijmoedige begroeting. Met trouwe zaterdagklant Nico deed ik nog een extra inlooprondje, en samen spoedden wij ons naar het startvak. Om klokslag vijftien minuten over twaalf werd de meute weggeschoten voor een fraaie zonovergoten wedstrijdloop over 10 kilometer.

Nico had de laatste maanden wat stugger doorgetraind dan ik – en hij koos dan ook snel het hazenpad. Als ik in zijn spoor zou blijven zou ik mij binnen de kortste keren opblazen, en dat was vandaag niet mijn bedoeling. Ik koos een tempo waarbij ik redelijk goed op techniek kon blijven lopen. Mijn haas voor de eerste kilometers was trainster Thea, zo had ik bedacht. Maar na ongeveer één kilometer volgde de deceptie: zij sloeg een andere richting uit, die van de 5km-lopers. Nom de Dieu! L‘histoire se repetait: in de zomer van afgelopen jaar was ik ook al in zo’n val getrapt tijdens de Midzomerloop in Leiderdorp. Daar waande ik mij ook geborgen achter de ranke rug van een renster, maar ook zij sloeg toen onverwachts af voor een kortere afstand. Een ezel stoot zich in ’t gemeen, niet tweemaal aan dezelfde steen. Maar ik wel dus – leren zal ik het nooit.

“Dan maar snel een nieuw slachtoffer vinden” waren mijn eerste gedachten. Al gauw had ik een roodharige paardenstaart in het vizier, met prachtige bloementafereeltjes op haar driekwart looptights. Rap maar beheerst liep ik het gat dicht dat mij van haar scheidde. Met deze ginger zou ik de komende kilometers doorkomen, zo luidde mijn vernieuwde strijdplan.

Na 2.5 kilometer staken wij de Bloemendaalse Weg (de rechtstreekse weg naar Reeuwijk-Dorp) over. Daar stond, op zijn rolski’s, het eerder gememoreerde GR-opperhoofd Hans. Meewarig keek hij naar mijn wat amechtige gezeul in het kielzog van de bloemetjesbroek. Het was voor mij nu zaak om siberisch te blijven onder deze be- en veroordelende blik. We moesten tenslotte nog heel wat kilometertjes wegbuffelen. Een complicerende factor bij dit alles werd gevormd door een loper met een dikke grijze wollen muts, die heel onregelmatig telkens voorbij ons liep om zich vervolgens weer door ons te laten inhalen. Hierbij kwam mijn veeljarige hardloopervaring van pas: we moesten onszelf niet laten verleden tot al even onregelmatig lopen. Dan blaas je jezelf ook op voordat je er erg in hebt. Dat wilde ik vooral mijn gebloemde metgezellin niet aandoen.

Na drie kilometer passeerden wij de op dat moment wandelende dinsdagavondloper Paul, die het zichtbaar en hoorbaar niet naar zijn zin had. Bij het zien van ons nam hij weer de hardlooppas aan en trachtte hij verwoed en krampachtig in ons spoor te blijven, Even later hoorden wij achter ons echter de welbekende geluiden van ineenstorting – we hebben hem pas veel later aan de finish terug gezien. Jammer maar helaas voor Paul: dit was blijkbaar zijn dag niet.

Het stuk over de Middelburgweg – in de richting van Boskoop – werd door het bloemenmeisje en mij in een keurig strak tempo afgewerkt. Net na de drankpost op 5km slaat het peloton dan rechtsaf richting downtown Reeuwijk-Dorp. Hier, op een vreemd genoeg ietwat glooiende weg, vertoonde mijn compagnonne de eerste tekenen van verval. Nog voor het centrum moest zij lossen – achteraf bleek dat zij in de laatste kilometers vele minuten had verspeeld.

Een nieuwe paardenstaart was al rap gevonden, zij het dat de kleur ervan was veranderd van ginger in helblond. Maar eigenlijk had ik niet zoveel aandacht voor deze hardloopster. Zij trachtte in mijn spoor te blijven, maar ik keek alweer verder vooruit. Daar, een meter of honderd vóór mij, liepen Goudse Runner Mat en AV Gouda atleet Trudie. Het was duidelijk te zien dat Mat nog goede benen had, terwijl Trudie juist op haar laatste benen liep. Mat bij- en inhalen zou moeilijk worden, maar Trudie (BTW half zo groot als ik) was zo te zien een haalbaar doelwit. Er op af dus!

Soepeltjes ontdeed ik mij van de blondine en snelde ik op Trudie af. Op kilometer 8 was ik op haar neergestreken, en maande ik haar om in mijn spoor te blijven. Dat lukte wonderwel, en op kilometer 9 draafde zij weer wat van mij weg door toedoen van een hongerklopje mijnerzijds. Potjandozie, alweer die voedselschuld die mij al meerdere malen parten had gespeeld in voorgaande lopen. Even moest ik temporiseren, maar spoedig herpakte ik mij en stoomde weer op Trudie af, die haar voorsprong op mij verwoed verdedigde.

Bij het betreden van het atletiekstadion, daar waar Wim (‘om de tijd te doden’) mij nog hartstochtelijk aanmoedigde, had ik de dappere Trudie andermaal ingerekend. Ook stonden hier vele andere Goudse runners langs de zijlijn hun kompanen toe te juichen. Dat gold ook voor de Vijf Vrouwen die mij destijds in Waddinxveen als een held hadden binnengehaald na mijn loodzware 15km-loop. Nu gaf ik, met de finishboog in zicht, nog een dot extra gas. Trudie kraakte, piepte, knarste en loste definitief. Bevrijd snelde ik over de baan naar de verlossende eindstreep, die ik passeerde in een matige tijd van 57:24. Ach ja, matig, het representeert simpelweg de vorm waarin ik anno 3 februari 2019 verkeerde.

Direct na de finish begon ik te doen wat ook de andere Goudse Runners deden: mijn collegalopers over de finish heen supporteren. Dit al lurkend aan een waterflesje en al smakkend op een halve banaan en een partje sinaasappel. Eén voor een druppelden mijn makkers en maksters binnen, al dan niet tevreden over hun geleverde prestaties. Zelfs de dame met bloemetjestights en rode paardenstaart was content met haar inspanning, en datzelfde gold uiteindelijk ook voor GR-collega Paul, voor wie het wel een enorme marteltocht was geweest. Al met al was het een mooie zonnige hardloopdag geworden daar in Gouda en ommelanden. Een fraaie ouverture dus, en een goede training voor de 10km Groet uit Schoorl Run die een week later op het programma zou staan. In een volgend opstel meer daarover. Watch this space!

Dansen aan zee (2 reacties)

Gepost door Arranraja op donderdag 18 april 2019 19:24

Uiteraard voorzien van beeldende illustraties op https://arranraja.wordpress.com/2019/04/18/dansen-aan-zee/

Drie jaar geleden maakte ik kennis met de Zandvoort Circuitrun via het hardloopteam van mijn toenmalige werkgever. De twee jaren erna werd ik telkens uitgenodigd, ondanks het feit dat ik niet meer in dienst was van de betreffende instelling. Dit jaar bleef die invitatie uit en had ik mij er al mee verzoend niet te zullen starten in de bekende badplaats. Daarbij ging ik er voor mijn gemoedsrust tevens vanuit dat deze wat betreft deelnemersaantallen redelijk grote trimloop allang uitverkocht zou zijn. Mijn vrouw moedigde mij echter aan toch een poging te wagen, hetgeen ik vanzelfsprekend volgaarne deed. Omdat ik abonnee ben van het sponsorende hardlooptijdschrift Runner’s World, kon ik mijzelf voor de helft van het reguliere inschrijfgeld aanmelden. Want er bleek nog plek genoeg om deel te nemen. Het kostte alleen wat moeite om als vaste lezer in te schrijven, naar uiteindelijk bleek omdat ik niet het goede abonneenummer invoerde. Pas de derde getallenreeks, die ik vond in een recente afschrijving in mijn bankapp, bleek de juiste te zijn. Dit gedoe, en alle pogingen om aan te melden, zorgden er voor dat niet mijn voornaam, maar mijn initialen op de inschrijving kwamen. Toen het startnummer per post arriveerde, prijkten die letters op het papiertje daar waar mijn roepnaam had moeten staan. Dat euvel loste ik geheel naar eigen tevredenheid op. Verderop in dit relaas lees je daar meer over.

Een paar dagen later berichtte hardloopvriend Peter dat hij zich had ingeschreven voor de halve marathon, daar waar ik traditiegetrouw de 12 kilometer ging aanvallen. Aangezien hij ongeveer een uur eerder van start zou gaan, bestond er een theoretische mogelijkheid dat wij elkaar tijdens onze inspanningen zouden treffen. Op mijn 8 km- en zijn 17 kmpunt, althans dat had ik zo uitgerekend met behulp van een bepaalde veronderstelling, waar ik later nog op zal terugkomen. Het was overigens op die laatste zondag van maart tevens de afsluitende dag van de boekenweek. Dit betekende dat er gratis over het spoor gereisd kon worden, met medeneming van het boekenweekgeschenk. Acht dagen eerder was ik met- en op verzoek van mijn vrouw afgereisd naar mijn voormalige woonplaats niet ver van Zandvoort. Om in de plaatselijke boekhandel, de signeersessie van schrijver Murat Isik bij te wonen. Boekhandel Blokker is inmiddels landelijk bekend door het optreden in de pas uitgezonden tv-serie ‘Typisch Heemstede’. Hier schafte ik voor exact de vereiste minimumprijs van € 12,50 het boek ‘Buitenkant links’ over Willem van Hanegem aan. Dat was overigens ook zo’n beetje het enige boek dat ik tegenkwam dat qua prijs in aanmerking kwam om gekocht te worden. Zo veroverde ik een gratis exemplaar van een treinretourtje Zandvoort. En was ik met de 50 procents-inschrijfprijs voor de loop zelf, goedkoper uit dan het jaar ervoor, toen ik gratis mocht deelnemen maar wel de volle NS-reisprijs moest dokken.

In de voorafgaande week werd het hoog tijd om op te zoeken wat de waterstand zou zijn op het moment dat ik daadwerkelijk het strand betrad. Want het kan nogal schelen of het hoogwater is dan wel afgaand- tot ebtij. En dan gaat het met name wat betreft de zandvloer waarover de lopers zich moeten voortbewegen. Tijdens mijn debuut was het vloed, het strand relatief klein en dien-ten-gevolge extreem ploeteren door het mulle zand geblazen. De twee afleveringen daarna bleek de zee verder weg en lag er een gladde, strakke vloer waarop het zalig rennen was. Ik kwam er nu achter dat exact op het tijdstip dat ik aan de waterlijn zou komen, de allerhoogste stand bereikt werd. Dat was even een flinke dreun en spoedig daalde het besef in dat die ongeveer 2,4 kilometer over het strand ploeteren aan zee zou gaan worden. Keihard werken en afzien. Waar ik gehoopt had op zijn BLØF’s ‘dansen aan zee’, zou het derhalve ‘hobbelen aan zee’ worden. De eerder genoemde berekening die erop uitkwam dat Peter en ik elkaar misschien onderweg zouden ontmoeten, was gestoeld op de aanname dat wij vanwege het hoge water en de verplichte martelgang door het mulle zand, minstens 7 minuten per strandkilometer nodig zouden hebben. Peter keek trouwens vooral uit naar dat stuk bikkelen in de zandbak. Ik had daar al ervaring mee en zag er daarom logischerwijs nogal tegenop. Het kan echter absoluut geen kwaad om mentaal voorbereid te zijn en uit te gaan van het meest ongunstige. Wie zich voorbereidt op de oorlog, kan wellicht toch de vrede bewaren.

De trein naar de kust vanaf Amsterdam Centraal liep snel vol met hardlopers. Desondanks had ik gelukkig met gemak een zitplaats weten te veroveren. En dat terwijl ik in een treinstel stapte dat op dat moment allang vertrokken had moeten zijn, met andere woorden voor vertrek reeds een vertraging had opgelopen. Deze strandexpress arriveerde op de eindbestemming ongeveer op het tijdstip dat de trein die ik eigenlijk had willen nemen in de kustplaats had moeten aanmeren. Het bleek derhalve achteraf een goede beslissing die eerdere intercity te nemen, anders had ik mij moeten gaan haasten om tijdig op het circuit te arriveren. Nu was ik ongeveer op de geplande tijd op het racebaanterrein en kon ik alle nodige plichtplegingen rustig afwerken. Er was een gigantisch ruime inleverbalie voor de tas met droge kleren. Nadat een enthousiast jong meisje mijn zware hutkoffer had weggetild, ging ik richting de volgende paddock waar zich de doorgangen naar de start bevonden. Na wat innemen en wegbrengen en een goede opwarming, toog ik te elfder ure naar het blauwe startvak dat gereserveerd was voor de tijdschriftabonnees. Die horde bleek al te zijn opgetrokken naar de startstreep en ik moest een volgende pluk renners passeren om hem nog te bereiken. Hoofdredacteur Olivier Heimel in eigen persoon schoot ons weg en de meute denderde het circuit op.

Het klassieke 12 km-parcours valt grofweg in drie delen op te splitsen: het circuit, het strand en het dorp. Hardlopen op die brede asfaltroute tijdens deel één lijkt een peulenschil maar is dat allesbehalve. Deze roemruchte autobaan is namelijk ooit neergelegd in de duinen. Het wegdek golft daarom als een gek op en neer over de duintoppen en -dalen en het asfalt is bijna nergens echt horizontaal. Je moet dus constant klimmen en dalen en op schuinaflopend wegdek lopen. Om die reden een behoorlijk zwaar aanvangsdeel van de loop. Als het rennen op het strand bij een vlakke zandvloer meevalt, zijn deze eerste vier kilometers verreweg de zwaarste van de gehele koers. Het is dan ook de kunst om hier terughoudend te werk te gaan. Zeker als je weet dat het vloed is en je ook een loodzwaar stranddeel kunt verwachten. Gelukkig had ik bij de vorige drie gelegenheden ervaring genoeg opgedaan om het circuit beheerst te tackelen. Toch wist ik die aanvangskilometers een keurige snelheid van iets boven de 10 per uur te halen. Nummer vijf, die ons renners het circuit afleidde en naar de boulevard en het strand bracht, was iets langzamer met 9,88/uur. Ik was mij toen mentaal aan het opmaken voor deel twee, afzien aan zee.

De vrij steile strandop- en afgang eiste al mijn aandacht op. Achter mij deed zich nog het een of andere akkefietje tussen twee renners voor, waarbij de ene naar ik meen ten val kwam en de ander daar hinder van ondervond. Die tweede liet even later duidelijk blijken niet blij te zijn geweest met de actie van de eerste. Ik had tijdens mijn twee laatste trainingen de vaste voorbereidingsplek opgezocht, het ministrand in het Diemerpark. Alwaar ik in totaal 20 rondjes van 300 meter en gedeeltelijk door aardig mul zand ploeterde. Ik wist derhalve wat mij te doen stond toen ik de verharde bodem verliet en mij een weg baande naar de zeewaterlijn. Kleine en korte pasjes makend, overbrugde ik die meters mul strandzand. En wat schetste mijn verbazing? De zee was weliswaar heel dichtbij maar er lag langs de vloedlijn een prachtige, ongeveer twee meter brede, vlakke en relatief harde zandvloer. Het werd dus helemaal niet ploeteren, modderen of hobbelen aan zee! Nee, vooralsnog was het dansen langs waterlijn. De zon scheen, de lucht was grotendeels blauw en de Noordzee lag er in dat licht wonderschoon bij. Ik kon het niet nalaten om al spoedig een stop te maken, nadat ik eerst mijn zakcamera tevoorschijn had gehaald. Een paar kiekjes maakte ik van het Zandvoortse strand en dat lange lint aan lopers dat zich zo ver uitstrekte als het oog kon zien. Ongeveer halverwege herhaalde ik deze exercitie omdat de zee zodanig mooi kleurde dat dit tafereel wel op de gevoelige plaat vastgelegd moest worden. Intussen danste ik zalig voort en genoot van de plek waar ik het liefst dagelijks zou vertoeven. Graag had ik nog een derde keer haltgehouden toen ik het loperslint verderop als een zwarte slang langs de waterlijn zag kronkelen. Maar ik besloot verder te dansen, op weg naar het einde van dit tweede deel.

Het mulle zand door en de behoorlijk steile opgang naar de boulevard was mij vorig jaar uiterst zwaar gevallen. Boven gekomen was ik toen totaal kaduuk en kon ik niet anders dan dribbelend voort. Achteraf gezien had dat misschien te maken met de blindedarmontsteking waarmee ik toen rondliep en waarvan ik luttele dagen later operatief verlost zou worden. Nu kon ik aardig omhoog blijven voortdoen en was ik bovenaan niet supermoe. Vooruit, die achtste kilometer was met 6:49 minuten bij 8,8 per uur verreweg de langzaamste maar dat is logisch met de hoogtemeters die je in kort bestek voor de kiezen krijgt. Tot dan hadden wij de lichte noordoostenwind steeds in de rug. Op het zuidelijkste punt van Zandvoort en van het 12-kmparcours draaiden we terug naar het noorden en kregen we die koude bries op kop. Hier kwamen de halvemarathonlopers uit de duinen en vanzelfsprekend gaf ik mijn ogen zo goed mogelijk de kost. Maar van vriend Peter geen spoor te bekennen. De voorspoedige strandpassage had er ongetwijfeld voor gezorgd dat ík eerder ter plekke was en wellicht vóór hem de eindstreep zou gaan halen. Het kwam dan ook niet zover dat hij mij in het resterende deel nog achterhaalde.

Het korte stuk over de klinkers van de boulevard naar het centrum van de badplaats was even afzien door die koude wapper. En de doorgang tussen het casino en het tegenoverliggende gebouw was een tochtgat waar je bijna van de sokken werd geblazen. Maar ik hield stand. Mijn huisvlijt met tekstverwerker en printer bleek daarna zijn vruchten te gaan afwerpen. Ik had mijn voornaam zo groot mogelijk op het traditioneel ronde startnummer aangebracht, waardoor deze voor de omstanders makkelijker te lezen was dan van de overige deelnemers. Het scanderen van mijn naam was niet van de lucht en die talloze aanmoedigingen deden mij uiteraard heel veel goed. Kilometer nummer tien door het dorp ging dan ook wat sneller dan het voorgaande gedeelte. Hier registreerde mijn Garmin weer eens een snelheid van juist boven de 10 per uur. Het naar beneden razen van de duinrij die even later weer net zo hard beklommen moest worden, zal daar ongetwijfeld evenzeer aan bijgedragen hebben. Ook dat venijnige klimmetje aan het begin van kilometer nummer elf ging nog best vlot. Eigenlijk slaagde ik er voor mijn gevoel prima in om snelheid en ritme vast te houden. Het circuit kwam derhalve vlot in beeld. Achter een jonge renster aan, die mij eerst luidkeels aan het telefonerend passeerde, kwam ik het laatste, rechte eind van de racebaan op. Ik riep haar nog toe de adem te bewaren voor het hardlopen, maar dat was vanzelfsprekend aan dovevrouwsoren gericht. Die oren waren namelijk geheel gevuld met luidsprekertjes. Mijn horloge gaf aan dat ik heel redelijk in de tijd zat. Iedere eindtijd onder de 1:20 uur zou mij tevreden stemmen. Welnu, met nog enkele honderden meters te gaan zag ik 1:12 op mijn kleine polsscherm. Dat zou een keurige tijd gaan worden. Te elfder ure perste ik er nog een rondetijd van 5:45 minuten uit en de laatste 70 meter kwam ik zowaar tot 12,14 per uur. Mijn Garmin stond stil op 1:13:35. Later las ik in de officiële uitslag 1:14:03 en toen herinnerde ik mij op het strand tot tweemaal toe halt te hebben gehouden. Dat kostte mij alles bij elkaar dus nog geen halve minuut.

Zodra ik wat op adem was gekomen, liep ik naar een schaduwplek en diepte mijn slimme telefoon op uit het heuptasje. Ik had de app van deze run doelbewust geïnstalleerd om zo vriend Peter te kunnen volgen. Zodra ik beeld had, zag ik dat hij reeds iets van 20,7 km had afgelegd. Het kon niet anders of hij naderde de finish. Even later stond zijn tijd stil, ergo hij was over de meet gekomen. Ik spoedde mij een eindje terug richting die streep om hem op te vangen. Strategisch opgesteld schoot mijn blik van links naar rechts en weer terug om mijn makker in de gaten te krijgen. Ik zag honderden moegestreden maar opgetogen renners de revue passeren, echter Peter kwam maar niet in beeld. Op een gegeven moment werden mijn ogen en hoofd te moe van dat voortdurende heen-en-weergeflits en gaf ik er de brui aan. Wie weet kreeg ik hem op een later moment toch nog in de smiezen. Het zou tenslotte nog even duren alvorens ik het circuitterrein verliet. In de geïmproviseerde kleedruimte, waar ik mij van mijn natte lappen ontdeed, besloot ik hem te bellen. Helaas vond ik geen gehoor. Halverwege de wandeling terug naar het NS-station, ging mijn telefoon. Daar meldde Peter zich eindelijk. Hij bleek al in een voor vertrek gereedstaande trein te zitten, tezamen met maten van zijn atletiekvereniging. Ik zou het niet redden om die trein ook te nemen en als dat wel gelukt zou zijn, was deze vrijwel zeker zo afgeladen dat ik niet bij hem in de buurt zou geraken.

Dus wandelde ik in hetzelfde tempo verder. Het valt mij daar in Zandvoort op dat ik, met toch 12 zware kilometers in de benen, steevast het gros van de ‘collega’s’ voorbijstruin alsof zij stilstaan. Op het station kocht ik, net als tijdens de heenreis op A’dam CS, een flinke tas koffie. Daarbij had ik de mazzel dat de kiosk net helemaal leeg was. Dat kon niet gezegd worden van het treinstel waarin ik stapte. Op het allervoorste balkon was nog juist plaats voor mijn hutkoffer en voor mijzelf. Maar het werd wel een staande receptie. Ondanks de vele duizenden stappen die mijn onderdanen die dag al hadden moeten zetten, hielden ze mij nog verrassend makkelijk overeind. Met een paar directe omstanders (géén renners overigens) werd het tijdens het lange wachten tot de trein eindelijk vertrok, nog bar gezellig. Wij fungeerden als een soort poortwachters, zo je wilt uitsmijters, die mondjesmaat nog mensen toelieten tot de zoals geschetst propvolle trein. Één jongeling die zich per se naar binnen wenste te wringen, omdat hij vanwege de weldra beginnende Formule-1-race met Max Verstappen snel naar huis wilde, werd door mij resoluut buiten de deur gehouden. Vol was op dat moment gewoon echt vol! Op de eerste halte, Overveen, stapten al behoorlijk veel reizigers uit en een of twee stations verder kon ik zelfs gaan zitten en mijn vermoeide lijf enige rust gunnen. Zo was ik intussen wel uitgedanst en kwam ik vermoeid maar voldaan thuis, weer een fraaie medaille en dito ervaring rijker. Die laatste inspireerde mij naderhand tot de onderstaande aanpassing van de tekst van de eerdergenoemde BLØF-hit. Waarmee ik dit relaas volgaarne wil afsluiten.

Dansen aan zee

Daar komt de trein al aan
Die brengt ons naar het strand
In een mooi stuk Nederland
Waar wij straks hollen gaan
Al achter elkaar aan
Ploeterend door het zand

Want de gebruiken van de weg
Gelden niet in dat mulle spul
Dus houd die korte pas in stand
Dan merk je dat het gaat
En houd je het wel vol
Tot je terug bent op de straat

Laten we dansen, vriendinnen
Rennen aan zee
Laten we dansen, makkers
Hollen aan zee
Een loperslint langs de waterlijn
Sjezen aan zee
Eén over de racebaan
Twee langs het water
Drie door het dorp weer terug
Dan snel naar de finish gaan

Wij wisten hoe het was
Rennend met verkorte pas
Door dat vreselijk mulle zand
Of bijna in het koude sop
Bij die mooie zee
Dat beeld gaat met je mee

Laten we dansen, gabbers
Rennen aan zee
Laten we dansen, kornuiten
Draven aan zee
Een loperslint langs de waterlijn
Hobbelen aan zee
Eén over de racebaan
Twee langs het water
Drie door het dorp weer terug
Dan snel naar de eindstreep gaan

Zeg dat het niet zwaar was
Eigenlijk een makkie
Zeg dat wij genoten
Aan het azuurblauwe water
Zeg dat je weer wilt
Een herinnering hebt voor later

Laten we dansen, vrienden
Rennen aan zee
Laten we dansen, kameraden
Struinen aan zee
Een loperslint langs de waterlijn
Stuiven aan zee
Eén over de racebaan
Twee langs het water
Drie door het dorp weer terug
Dan snel naar de finish gaan

*IJsselloop Versus Enschede Marathon* (2 reacties)

Gepost door Ben Engel op maandag 15 april 2019 12:26

Enschede Marathon Gecanceld

Ik zal er kort over zijn, maar na weken voorbereiding voor de Enschede Marathon gebeurde het op zondag 7april. Wij waren met een kleine groep van ons labrador clubje gaan wandelen bij de Wijtemse plas. Al vrij snel aan het begin van onze wandeling werd ik ondersteboven gelopen door een paar van de labradors die in hun enthousiasme aan het rennen en stoeien waren. Gevolg een pijnlijke dikke knie waar ik niet blij van werd. Dit werd pas goed duidelijk na de wandeling want ik ben wel verder meegelopen met de groep. Hetlopen ging lastig en was pijnlijk consequentie was dat ik besloten had Enschede niet te gaan lopen. Ik wist niet hoelang het zou duren voor ik hersteld zou zijn. Vervolgens heb ik mijn ticket kunnen verkopen via startbewijshulp.nl. Dat was dus definitief het einde van mijn 2de Enschede Marathon om te gaan lopen. Toch had/heb ik er vrede mee want dan volgend jaar maar een nieuwe poging wagen.

IJsselloop

Het liet mij niet los dat ik de 14de helemaal niet kon lopen en wonderlijk en verbaast was ik, maar het herstel ging zo voorspoedig dat ik besloot om alsnog maar een ticket te bemachtigen voor de IJsselloop 10km of 15km. Het werd de 10km en bemachtigt via de de groep op Facebook Hardlopers Deventer. Dat ging top alles was snel geregeld en ook de overschrijving dat de uitslag op mijn naam kwam te staan en niet van het loopmaatje waarvan ik hem had overgenomen.

De IJsselloop 14 april

Zondag was het dan zover en ging ik de 10km lopen was het niet dat ik op de zondagmorgen vroeg wakker werd en last had van een pijnlijke stijve nek.
Om met de woorden van Dominee Gremdaat te spreken "Kent u die uitspraak"Het is of de duvel er mee speelde dacht ik want zal mij niet gebeuren. Geen Enschede en ook geen IJsselloop. De oplossing was vetwatten zodat het warm werd en het zich kon herstellen. Het heeft wel iets geholpen maar het was niet je van het. Maar wat ik al zei niet lopen is geen optie voor mijn vandaag.

Naar het Boreel en start van de IJsselloop

Om 12:00 uur ben ik naar het centrum van Deventer gereden en de auto in de Q-Park De Boreel gezet. Ik was vroeg maar dat is wel prettig en heb er wat rond gelopen en bij de kraampjes gesnuffeld. Ik kwam in een leuk gesprek met ene Bert die enthousiast was en hebben wij het gehad over onze loopevenementen die wij hadden gelopen en nog gaan lopen. Dat was een leuk en onderhoudend gesprek, maar vervolgens ben ik weer mijn eigen weg gegaan. Wij hebben elkaar nog Suc6 gewenst en ik heb hem daarna ook niet meer gezien tijdens de 10km loop.

Naar de Start en inlopen

Voordat ik om 13:00 uur in het startvak ben gaan staan nog even een plaspauze en gaan inlopen en rek en strekoefeningen gedaan. Vervolgens naar het startvak gegaan en ben ik niet in Vak B (stond op mijn startnummer) maar in Vak E gaan staan want B was voor de 53minuten die was opgegeven door het loopmaatje waarvan ik het startnummer had overgenomen. Dat was niet haalbaar voor mijn en wilde niemand in de weglopen.

De start

Ik had alles klaar gezet zoals mijn Garmin Fenix HR 3 + mijn Hardloopmix en die had ik al op shuffle had staan en aangezet voor de start. En eindelijk was het zover om 13:15 uur mochten wij aan onze 10km beginnen. En wat ik altijd zeg ook nu weer in mijn tempo gelopen. En ik wilde onder het uur lopen maar dat is niet gelukt omdat ik onderweg een plaspauze had en dan verlies je ook iets tijd. Wat mijn nek betrof daar had ik wel wat last van maar het was nog wel te doen. Het ging verder goed en kon een mooi tempo vasthouden. En ik heb hem gelopen en ben best tevreden over het resultaat. Mijn nek zit nog wel wat vast, maar dat gaat wel over even rustig houden. Inmiddels is het alweer maandag en deze week ga ik rustige loopjes doen. Dat zal de komende 14dagen in de Eifel zijn en heb er zin in. Aan het weer zal het niet liggen want de voorspellingen zijn goed voor de komende periode. Dat wordt genieten ook met de loopjes daar in het bos en de Oleftalsperre.

Foto's bij deze blogpost

IMG_0616.jpg IMG_0614.png IMG_0222.png IMG_0223.jpg

Enschede marathon 2019, eindelijk zoals gehoopt (3 reacties)

Gepost door Cristian Hermelink op maandag 15 april 2019 10:42

Gisteren was het eindelijk zover, voor de vijfde keer aan de start van een marathon. De week voorafgaand was veelbelovend, geen rare pijntjes niet verkouden of ziekjes geworden tijdens de rustdagen. Het voorspelde weer was uitstekend.

De voorbereiding was eigenlijk ook prima. Meer kilometers gemaakt als bij voorgaande marathons en de 3 wedstrijden die ik als test liep resulteerde alle drie in een verbetering van de PR.

Ik wou me vandaag dan ook niet blindstaren op een tijd, maar moest ook even terugdenken aan een interview van vorige week met Abdy Nageeye, waarbij hij aangaf dat je ook groot moet denken.
Maar ja, mijn historie met marathons is nog niet zo dat ik me dat durf te veroorloven.
Op de site van McMillan running staan diverse inspirerende blogs en die prediken dat je vooral vertrouwen moet hebben in de geleverde trainingsarbeid. De route er naartoe is als het goed is een al een mooie ervaring geweest en de afsluiting moet een feestje zijn. De eerste 16km moet je van het publiek kunnen genieten de tweede 16km moet er iets meer focus komen en de laatste 10 moeten de oogkleppen op.
Als laatste kreeg ik ook nog een tip van Runhedwig. Zij had in Tokyo ook op gevoel gelopen zonder constant op tijd en hartslag te letten. Om de 5km even checken of ze nog op schema zat.

En zo stond ik dan ook positief en vrij aan de start, zin om er een feestje van te maken. In het startvak kwam ik meteen een nichtje van mij tegen en gezellig kletsend bleef ik ontspannen tot de start. We gingen allebei achter de halve marathon pacer van 1:40 aan. De eerste 13km tot in Lonneker is netto wat omhoog dus dat stuk wou ik graag in een groepje lopen.

De eerste kilometers heb ik echt nodig om in mijn ritme te komen. Ik ben ontspannen en geniet van het publiek geef veel high fives aan de kindjes. Bij 9km laat ik de pacer een klein beetje gaan. We gaan een beetje klimmen en ik wil dit zo vroeg in de race ontspannen doen uiteraard.

In de afdaling van km11 sluit ik weer aan en als we na 12km op het hoogste punt zijn besluit ik iets te versnellen en laat de pacer achter mij. Het is nu 8km relatief naar beneden. Bij 16km haal ik mijn nichtje in die dan goed opweg is naar een tijd onder de 1:40. Ik ga nog even voor haar lopen om te hazen, maar ze kan niet volgen.

Na ongeveer 19km kom ik het centrum van Enschede weer binnen. Er volgt een vervelend stukje klinkerweg die zwaar aanvoelt. Dit gevoel gaat niet meer helemaal weg als ik weer op het asfalt kom. Had gehoopt dat dit iets later in de race pas zou komen.
Ik heb de tred er verder nog wel lekker in en tot 25 raap ik nog wat lopers op en reageer nog steeds op het enthousiast aanmoedigende publiek en geef nog steeds high fives aan de kids.
Na 25,5km draaien we rechts de provinciale weg op en de wind staat vol op de kop en het loopt hier ook omhoog. De komende 3km zijn zwaar, want vlak voor Lonneker ligt nog een venijnige klim.
Na het 28km punt volgen gelukkig weer wat aflopende kilometers.
Bij km 30 staat mijn andere nichtje, heerlijk een morele boost. Bij 31km komt ze naast me fietsen en die afleiding kan ik wel gebruiken. Het begint nu toch wel zwaar te worden, krijg de ademhaling wat moeilijk rustig.
Het 32km punt bereik ik in de 2:29 op mijn horloge en ik besef dat ik op weg ben naar iets heel moois.
Mijn nichtje moet helaas werken en verlaat mij vlak voor km33. Ben weer op mezelf aangewezen, maar zie nog wel lopers voor me.
We slingeren nu over het terrein van de Universiteit Twente en mijn ritme breekt. Mijn pace, ademhaling en paslengte is niet meer in verhouding en bij 35km wissel ik de muziek van wedstrijdtempo naar duurtempo, ofwel ik verlaag mijn pace met ca. 10 passen per minuut. Tempo gaat helaas met 20 tot 25 seconden omlaag maar het voelt gelijk beter, maar de finale is nu wel begonnen.

Halverwege km35 dalen we richting het Twente stadion waarna we linksaf de fietssnelweg opgaan. Naast dat we weer die vervelende wind vol tegen krijgen, dit bleef zo tot de finish overigens, is het ook nog 300m, tot net na het 36km punt gemeen omhoog. Mijn benen staan op knappen en ik krijg de eerste aandrang tot wandelen. Maar ik weet als ik nu stop kom ik niet meer op gang. Ik besef dat ik sowieso op weg ben naar een mooie tijd, dus blijven rennen hoe langzaam ook is het enigste wat ik nu moet blijven doen.
Ik probeer te ontspannen en zoek interactie met het beetje publiek dat aanwezig is op dit stuk. Voor me zie ik ook lopers stuk gaan hier en ik haal er zelfs nog enkele in.
Dan na iets meer als 39km draai ik het van Heekpark in op een vervelend oneffen grindpad. Dacht dat mijn benen niet nog meer pijn konden doen, wel dus. Ik blijf glimlachen, want dat schijnt minder energie te kosten. Nee het dringt steeds meer tot me door dat dit eindelijk de marathon gaat worden waar ik zo op gehoopt heb. Ik hoor uit het publiek nog iemand de opmerking maken dat ik nog kan glimlachen.
Na 40,5km gaan we het park uit en komen we weer even op asfalt. Ik zie nog een loper voor me en ik loop vlot op hem in. Ik wordt iets te enthousiast in het moment van voorbijlopen en zet mijn voet verkeerd neer waardoor ik bijna kramp in mijn linkerkuit krijg. Gelukkig kon ik dit met een stukje rustiger lopen dit voorkomen. Voor me zie ik een loper die de laatste kilometers steeds verder op me uitliep dat die minder geluk heeft. Hij stond wel stil vanwege kramp.
Eindelijk draai ik weer het centrum in, nog 800m en met een brede glimlach geniet ik van dit laatste stuk over die vervelende klinkers. Mijn benen staan op ontploffen maar het kan bij mij de pret niet drukken.
Na 3:22:20 kom ik dolblij over de finish ik wil eigenlijk meteen op de grond liggen maar weet dat ik dan niet meer overeind kom. Ik buig voorover om uit te hijgen en een EHBO'r vraagt of het gaat. Ik zeg ja en vraag of hij nog een nieuw setje benen heeft. Helaas dat had hij niet.
Na een slechte nacht slapen, bij elke keer draaien voelde ik mijn benen, schrijf ik nog hyper dit verhaal. Ondanks de spierpijn voel ik me verder eigenlijk wel goed. Na Eindhoven was ik echt brak en compleet lichamelijk uitgeput, dat heb ik nu niet. Nu lekker herstellen en de plannen voor de rest van 2019 te bedenken.

IK HEB MIJN GRENZEN OPGEZOCHT | Marathon Rotterdam: ziek, geblesseerd en toch gelopen

Gepost door Vera Dings op dinsdag 9 april 2019 11:39

Rotterdam, 7 april 2019 | Marathon Rotterdam. Voor de tweede keer loop ik #demooiste, de zesde marathon in de vijf jaar dat ik nu hardloop. Liep ik dezelfde marathon in 2016 nog in ruim viereneenhalf uur, dit jaar waren het ruim 20 minuten meer. In januari dit jaar liep ik nog een PR op de halve marathon in Roerdalen en behaalde ik voor het eerst in mijn hardloopcarriers een podiumplek. Kort daarna kreeg ik last van wat later een hielspoor bleek te zijn.

Omdat deze marathon voor mij een grote persoonlijke betekenis had, besloot ik er toch voor te gaan. Met deze marathon zou ik immers de zwaarste en pijnlijkste periode in mijn leven afsluiten, een periode die begon met mijn totaal onverwachte ontslag op 3 september 2017 na tientallen jaren trouwe dienst en veel behaalde zakelijke successen. Als bonus kreeg ik ook nog eens zo'n concurrentiebeding mee. Als 50-plusser word je in het diepe gegooid en moet je opnieuw je ‘Ikigai' gaan vinden. In deze periode liep ik drie marathons om mijn hoofd te legen: Curacao, Eindhoven en Rotterdam. Met Rotterdam zou ik dan deze periode afsluiten en mijn nieuwe periode inluiden. Want mijn ‘Ikigai' kwam op mijn pad. Een prachtige job als marketing coördinator bij een prachtig bedrijf en mijn eigen bedrijfje Veralingua. The best of both worlds!

Dus wat er ook gebeurt, deze marathon moest gelopen worden. Mijn hielspoor werd er niet beter op, eerder erger. Maar met ‘dry needling’ wist ik de blessure redelijk onder controle te houden. Met een minimale training van 3 dagen per week ging ik richting marathon. De ‘after party’ na iedere training was pijnlijk, nog pijnlijker dan tijdens het lopen. Maar het wende en ik kreeg mijn vertrouwen terug.

We besloten om een overnachting te boeken in Rotterdam. De trein durfde ik niet meer te nemen. Bij Marathon Eindhoven in Oktober 2018 reden er op de heenweg en terugweg geen treinen. Die stress wilde ik niet meer meemaken. Alles zat overvol in Rotterdam, maar in CityHub vonden we nog een overnachtingsplaats, op nog geen 500 meter van de start. De kamer was een soort 'scan' waarin je jezelf naar binnen schoof. De verlichting was via de app op afstand te regelen, in alle kleuren van de regenboog. Een klein rooster in het plafond was de ventilatie, die centraal geregeld was. Als je geen last van claustrofobie hebt, dan kreeg je die hier wel.
Het hotel zat vol met marathonlopers uit alle hoeken van de wereld, van Spanje tot Argentinië. Enkele dagen geleden heb ik een fikse verkoudheid opgelopen, waardoor ik wat kort van adem was. Ik besloot dan ook om vroeg te eten en om uiterlijk 20:00 uur te gaan slapen. Om middernacht viel ik pas in slaap en werd nog geen uur later wakker van mijn benauwdheid. Het was bloedheet en de lucht was kurkdroog. Bij de receptie kregen we te horen dat de Spanjaarden het koud hadden en de verwarming daarom ingeschakeld werd. In alle cabines dus, want het was centraal geregeld. Ik kreeg een kleine ventilator mee naar mijn cabine om nog enigszins wat frisse lucht binnen te krijgen.

Gebroken, hoestend, proestend en totaal schor werd ik wakker in de morgen. Mijn god, moet ik een marathon lopen, dacht ik nog. Al mijn signalen zeiden NEE, het is beter van niet. Maar mijn hoofd zei JA. Ik heb zo’n zware periode achter de rug, dit kan ik ook nog wel. En hup, twee croissants en wat drank naar binnen en op naar de start.
En daar hoor je Lee Touwers die alle lopers live toezingt. You never walk alone… dan begint die adrenaline door mijn lijf te gieren en lijk ik plots alle pijn te vergeten. De eerste 10 km gaan redelijk goed naar omstandigheden. Maar dan begint mijn voet pijn te doen en mijn mond voelt zo droog. Ondanks de liters vocht die ik de afgelopen weken en nacht gedronken heb, lijk ik nog steeds dorst te hebben. Ik neem bij iedere drankpost dan ook ruim de tijd om goed bij te tanken met Iso drank, bananen, water en alles wat aangeboden wordt. De sponsjes hield ik steeds bij me zodat ik me van tijd tot tijd kon koelen.

Van de hitte had ik weinig last in tegenstelling tot vele andere lopers. De eerste lopers zag ik naast de kant liggen, de eerste ambulances hoorde ik aankomen. Mijn hoofd voelde zwaar, ik kon geen woord meer praten, zo schor was ik. Mijn linkervoet was ik op dat moment liever even kwijt dan rijk. Ik overwoog, inmiddels al voor de derde keer, om uit te stappen. Maar mijn hoofd zei dat het nog maar 10 km waren en dat ik kon gaan aftellen.
De laatste kilometers kreeg ik amper nog mijn voet opgetild. Lopen ging inmiddels al helemaal niet meer. Ik moest dus blijven rennen, maar hoe. Het publiek dat in rijen langs de weg stond droeg me naar de finish. Zonder dat publiek zou ik het niet gered hebben. 200 meter voor de finish trok ik alle energie nog uit de toppen van mijn tenen en rende over de finish alsof er niks aan de hand is. I did it… maar nooit meer met zoveel pijn!

Ik denk dat deze marathon voor mij misschien wel een grotere strijd was dan voor de winnaar, Marius Kipserem, die in 2:04:11 finishte. Heel symbolisch sluit ik een uiterst pijnlijke periode dan ook op pijnlijke wijze af.

Ik realiseer me dat ik een super sterk lichaam heb, waarop ik trots mag zijn. Maar waarmee ik wel wat voorzichtiger moet omgaan. Ik weet het zeker, mijn grenzen wat hardlopen betreft zijn hier toch wel bereikt.

met sportieve groet,
Vera

Foto's bij deze blogpost

Marathon Rotterdam 2019.jpg

Tokyo marathon in 3 uur 5 minuten en 17 seconden

Gepost door Runhedwigrun op maandag 8 april 2019 15:44

Foto's bij deze blogpost

Schermafdruk 2019-03-06 08.33.20.png

Halve van Hengelo 2019, geen discipline wel een PR (2 reacties)

Gepost door Cristian Hermelink op maandag 1 april 2019 15:26

De hele week al loop ik te peinzen en te mijmeren. Zal ik me maar inschrijven voor de 10km tijdens de halve van Hengelo. Eigenlijk wil ik de halve marathon lopen, maar twee weken voor Enschede moet dat dan wel gecontroleerd en op een hartslag op of misschien net iets boven mijn beoogde marathon hartslag doen.
Nu moeten we echter even terug naar 23 december 2018. Die dag zou ik tijdens de Winter Stepone loop de halve marathon de 90 minuten grens doorbreken. Die poging ging echter faliekant mis. Ik was er figuurlijk ziek waardoor er ook geen verslag van is geschreven op deze site. Maar ik bleek er ook letterlijk ziek van te zijn geworden, wat de onderliggende reden bleek van deze mislukte poging. Had van te voren niet het idee wat onder de leden te hebben, maar de inspanning leverde een fikse crash op na een km of 15-16. Heb me dan ook niet te buiten kunnen gaan als alle eetfestijnen tijdens kerst en oud en nieuw.

Nadat ik weer beter was toch maar naar de fysio gegaan vanwege de aanhoudende hamstring perikelen. Naast de hamstring werden ook mijn heupen, billen en onderrug flink onderhanden genomen, want dat zat allemaal wat vast blijkbaar. De vruchten hiervan werden geplukt tijdens de midwintermarathon in Apeldoorn waar ik ondanks de vermoeidheid merkbaar soepeler kon blijven doorlopen en de vermoeidheid dus ook niet op de hamstring sloeg zoals voorheen.

Goed even terug naar het gepieker de afgelopen week. Ik dacht dus dat ik met mijn 1:50:07 op de 25km in Apeldoorn mijn frustraties omtrent de mislukte poging in Borne wel kwijt zou zijn. Dat bleek deze week toch even anders met de gunstige weersvoorspelling in het vooruitzicht. Ik heb me uiteindelijk toch ingeschreven voor de halve en het moest dus een lesje zelfdiscipline worden om me aan het plan te houden van iets boven marathonhartslag lopen.

U begrijpt aan de titel van dit verhaal dat dat niet is gelukt. Ik had s'ochtends nog een filmpje gekeken van MCMillanrunning "How to pace your next half or full marathon". In een notendop, strategie is een kleine negatieve split waarbij je je rustig in de wedstrijd inloopt want voor optimale prestatie moet het lichaam opwarmen en is snel starten minder effectief. Als je doelstelling 1:30h is moet je halverwege tussen de 45:00 en 45:40 doorkomen en de tweede helft versnel je dan om op die 1:30 binnen te komen.

Mijn race, met dat filmpje in het achterhoofd. Ik start rustig en probeer mijn hartslag onder de 165 te houden, ofwel maximaal 5 slagen boven mijn beoogde marathon hartslag. Waar dit in mijn trainingslopen prima ging zat er vandaag wat meer onrust in, maar als ik erboven kwam gin ik weer netjes temporiseren tot die eronder lag. Na een km of drie loopt er een behoorlijk hijgende loper achter me. Na een tijdje kijk ik toch even om en zie op zijn startnummer dat het een 10km loper is. Ik vraag toch maar even of het een beetje gaat, want deze ademhaling na 3,5-4 km impliceert bij mij gelijk wandelen bij een km of 8. Onze wegen scheiden zich en zelf hobbel ik gedisciplineerd door volgens het plan.

De 7km passeer ik op ca. 31 minuten en ik zit dan een minuutje boven 1:30 schema. De benen voelen, ondanks de vele kilometers in de voorbije weken goed, de temperatuur is perfect en ik kan mezelf niet bedwingen. Ik versnel iets door richting een hartslag van 170. En waarachtig, bij 10,5km zie ik dat ik op 45:45 loop. Ik voel de bovenbenen wel een beetje en besluit om tot 14km op dezelfde hartslag te blijven lopen. Ondertussen heb ik mooi een aantal richtpunten voor me en tot 14km lopen deze niet meer verder uit.

Bij 14km ga ik op hartslag 175 lopen en heel langzaam aan raap ik wat lopers op. Evenals in Apeldoorn kan ik ondanks de intredende vermoeidheidsklachten soepel doorlopen en mentaal voel ik me steeds lekkerder en loop ook met vertrouwen richting de vervelende fietsbrug waar het voor mij beruchte 18km punt ligt. Op de klim loop ik naast wat langzame 15km lopers ook ongeveer 5 halve marathon lopers voorbij alsof ze geparkeerd staan. Ik overleef de brug en in de afdaling ben ik snel hersteld van de inspanning.

De 2,5 km op het fietspad terug is een zee van richtpunten en ik versnel nog weer een beetje. Voor me zie ik nog de derde dame op de halve marathon zo bleek achteraf, lopen. Ik kom redelijk dicht bij. Als we het stadion inlopen zit ik er zo'n 50 meter achter, ik kijk op mijn horloge en zie met nog 300 meter te gaan 1:28 staan. Ik besluit dat een eindsprint niet meer nodig is en zet dus niet extra aan, maar dan op een dikke 200 meter springt die ineens naar 1:29, zo jammer dat mijn TomTom horloge na 1 uur geen secondes meer aangeeft, en is een eindsprint toch noodzakelijk. De dame haal ik niet meer in, maar ik kom met 1:29:56 net onder de 1:30 binnen.

Hoewel ik echt blij ben, bedenk ik ook gelijk dat dit misschien niet verstandig was met het oog op Enschede. Mentaal is het een opsteker want merk vandaag dat het slechten van deze grens me ook rust en een positieve boost geeft en ik onbevangen Enschede kan gaan doen. Voor Enschede had ik sowieso al een hartslagplan en een 3 blokken indeling (16-16-10). De opbouw van de race van vandaag sterkt me in het echt opvolgen van die strategie. Doelstelling dit jaar is op een fatsoenlijke manier uitlopen en genieten.
Heb in mijn lange duurlopen specifiek geoefend op tempo aan het eind, om ook na minuut 120 nog goed te kunnen blijven lopen.
Hopen dat de weergoden ons dit jaar gunstig gezind zijn en dan zal het een mooie dag worden.

2019-03-31: Zandvoort circuitrun (5km) (2 reacties)

Gepost door Jan Bakker op zondag 31 maart 2019 18:29

Vijf keer eerder was het voor mij rennen geblazen op het Zandvoortse circuit. In 2011 mijn eerste run aldaar over een afstand van 5km; in 2012, 2013, 2014 en 2018 de 12km en zodoende niet alleen op het asfalt waar doorgaans slechts snelle bolides met veel herrie elkaar de loef afsteken, maar tevens rennen over het strand en door het dorp.
In 2019 wordt het circuitrun nummer zes en terug waar het begon met dus slechts asfalt onder mijn voeten. Net als voorgaande jaren ook nu in het weekend dat de klok een uurtje vooruit moet en de nacht zodoende een uur korter is. Gelukkig is dat gedoe met zomer- en wintertijd vanaf 2021 verleden tijd.

En tsja, het stond voor mij al een paar weken vast dat dit (voorlopig) mijn laatste hardloopwedstrijd zou gaan worden. De lol is eraf, de motivatie weg en het is gewoonweg niet meer op te brengen om iedere keer na een terugval vanwege blessures of de prioriteit van andere zaken de draad weer op te pakken en van voren af aan te moeten gaan beginnen. Mijn hardlopen in 2019 beperkte zich vanwege rugklachten tot maar een paar trainingsrondjes van 5km en wat korte intervaltrainingen. Lastig hoor, om deze afstand te lopen in een tijd die boven het half uur ligt en mij in de regel meer vermoeidheid oplevert dan een 15km, 10EM of zelfs een halve marathon van pakweg vier, vijf, zes jaar geleden. Eigenlijk is het vijf jaar geleden, een paar maanden na mijn 50e verjaardag, alleen maar bergafwaarts gegaan, met af en toe een speldenprikje als opleving.
Na een trainingsloopje op eerste Kerstdag 2018 protesteerde mijn rug dermate heftig, dat er van hardlopen eventjes geen sprake kon zijn. Een herkenbaar euvel van een aantal jaren terug. Iets te lang aan een stuk hardlopen op “vibram five fingers” was daar toen de oorzaak van, oftewel hardlopen met zeer weinig demping waar je lijf natuurlijk wel aan moet wennen. Direct na de Kerst nieuwe "gewone" hardloopschoenen gekocht, maar pas in februari 2019 weer begonnen met het trainen in de tussengroep van de Tata Steel runners.
De Beeckestijn cross in januari kwam even te vroeg, Groet uit Schoorl stond niet op mijn lijstje en de twee Twiskemolenlopen van februari en maart daar stond mijn hoofd niet naar. Landsmeer ligt als niet-auto rijder vanuit IJmuiden net even te ver uit de route voor het lopen van een 5km. Om daar dan eerst pakweg 35km voor te gaan fietsen! Goh, een paar jaar geleden was dit helemaal geen issue. Gewoon fietsen naar Het Twiske, 10EM hardlopen en daarna dezelfde tocht terug. Kou of geen kou, wind of geen wind. Waar ging het mis?
Met deze circuitrun stond er al wel een afspraak in mijn agenda, hetzij op de 12km. Gelukkig kon deze worden omgezet naar de 5km. Er was een ruime animo binnen de Tata Steel runners voor die 12km (cup)afstand en wat minder voor de 5km, het omboeken derhalve geen probleem.

Het fietstochtje vanuit IJmuiden naar Zandvoort kent geen geheimen. Het duinentraject IJmuiden-Zandvoort is de afgelopen drie jaar regelmatig bezocht door mij en mijn fiets(en). Soms ging de rit een stukje verder. Hoek van Holland is tot nu toe mijn record en dat was 85km. Eventjes een bakkie doen daar en dan weer terug….
Vandaag dus weer gewoon een km of 16 de benen lostrappen met als eindstation een druk bevolkt circuit. Dat was de voorgaande jaren niet veel anders. Die circuitrun is een “grote” run geworden en tevens uitgebreid met een afzonderlijk wandelprogramma met wandelingen over verschillende afstanden een dag eerder. Deze wandeldag zal ongetwijfeld volgend jaar in mijn agenda komen te staan. Ook aan wielrenners is gedacht, die mochten ’s ochtends vroeg aan de bak. Voordat de runners hun opwachting maakten

Het was fijn om met de wind in de rug naar Zandvoort te rijden. Wel weer even wennen om nog enigszins op tempo te geraken, maar boven de 23km/uur was okay. Rond 09:45 uur stond mijn fiets in de stalling bij het circuit en kon het speelveld van vandaag even wandelend en met camera in de aanslag worden bekeken. Er waren nog aardig wat wielrenners die aan hun rondje gingen beginnen, qua runners was het nog rustig. Zeker op het dek tegenover de tribune, want daar stond nog helemaal niemand. Niet gek hoor, want de start van de 5km was pas om 11:15 uur, voorafgegaan door een kinderloop en een loop voor kinderen met een handicap.
Het was nieuw om te verzamelen op Paddock2, een mooie VIP ruimte voor bedrijven annex sponsoren in de Tarzanbocht. Vorig jaar was dat er volgens mij nog niet. In ieder geval niet op die plek. Het was en werd er niet druk, wellicht was er qua bedrijven niet zoveel animo voor de 5km afstand. Ook bij de teamfotograaf, waar we met zes, in plaats van tien, Tata runners aanschoven hoefden we niet eens te wachten op onze beurt. We mochten hierna naar startvak geel, net na de wedstrijdlopers. Vak geel was ook niet zo druk bevolkt.
Stipt 11:15 uur werden we weggeschoten. Op weg naar 5km. Vijf, voor mij, lange kilometers. Tsja, uiteindelijk waren mijn trainingen dus maar minimaal geweest en moest alles op karakter. Die ruim drie kwartier fietsen hiervoor was al een aanslag, nu dus tijd voor de tweede. De eerste km ging nog wel ruim onder de 6 minuten, maar daarna ging er een tandje af. Na drie km was het voor mij meer een actieve rust dan daadwerkelijk rennen, maar wandelen was gelukkig niet nodig. Uitlopen maar, om na 32:14 finishen. Dat gaf niet alleen mijn GPS aan, maar bleek eveneens mijn uiteindelijke netto tijd in de uitslag te zijn. Wel jammer dat ze bij zo’n grote run niet gewoon precies 5km kunnen uitmeten. 5,24km gaf mijn Garmin aan. Op de 12- en 21,1km valt er qua afwijking wat voor te zeggen, rekening houdende met eventueel eb en/of vloed, maar die 5km gaat niet van het circuit af, op een klein lusje aan het einde na. Kwestie van die finishmatten 200 meter naar voren halen. Meer niet. Zo moeilijk hoeft dat toch niet te zijn?
Na het finishen van de 5km runners was het in de VIP ruimte wat drukker met vele runners die nog aan hun 12km moesten gaan beginnen. Voor mij lag echter nog zo’n 15km in het vizier. Fietsend naar IJmuiden met de wind in mijn gezicht. Goh, de 20km/uur werd nu niet eens gehaald, maar daar gaat de komende weken aan gewerkt worden. Potverdikkeme!

Zo, mijn hardloopperikelen worden middels deze BLOG (voorlopig) afgesloten. Een periode van al met al 10 jaar. 10 jaar met pieken en dalen. 120 Trimlopen of estafettes variërend in afstand van 4,2km tot 21,1 km konden worden afgevinkt en bijna 100 verhaaltjes zagen het levenslicht. De meesten gepubliceerd op looptijden.nl, de laatste BLOG’s slechts op facebook in de besloten Tata Steel runners groep.
Leuk om hier te vermelden: Drie van die hardloopverhaaltjes komen terecht in twee boekwerkjes die dit jaar van mijn hand gaan verschijnen en waarin aan de hand van 100 singletjes (uit mijn eigen verzameling van ca. 2.000 stuks) zaken passeren uit mijn jeugd, scholen, het uitgaan van vroeger, het IJmuider strand, niet vergeten TV programma’s, reizen en wat al niet meer. Er is echter ook ruimte voor recentelijke gebeurtenissen. Die muziek loopt daar als een rode draad doorheen.
Het schrijven beperkt zich niet tot slechts het hardlopen. De stukken over de Pierloop 2013 en Velsertunnelrun 2016 zijn inmiddels van looptijden.nl af; het nooit gepubliceerde uitgebreide verhaal over mijn eerste halve marathon, Amsterdam 2013, wordt nu eindelijk gepubliceerd.
Deel 1 verschijnt in April en deel2 ergens rond November. Beide boeken zijn inmiddels af ook, al is deel2 nog onderhevig aan correcties cq. aanvullingen. Een derde deel ligt eveneens in de planning ergens medio 2020. Het schrijven gaat mij nu even wat makkelijker af dan het rennen en het eist, eerlijk is eerlijk, veel aandacht op. Het is bijzonder leuk om je eigen boek uit te geven. Wellicht kan mijn neefje van 16 deze volgend jaar op zijn boekenlijst zetten en er daarna over doorgezaagd worden op school. Hoe gaaf is dat, als je dat doorzagen niet letterlijk neemt, natuurlijk!
Op de een of andere manier heeft dat schrijven een dwangmatige werking dat vaak voordelig uitpakte met trimlopen in het verschiet, want “geen zin hebben” was nooit een optie, er moest gewoon gestart worden. Het verhaaltje zat al in mijn hoofd, maar de afloop werd pas bekend na het uiteindelijke finishen. De nieuwsgierigheid won altijd. In de regel vloeiden dan thuisgekomen na het rennen de woorden zo op het papier en kon er direct gepubliceerd worden. Het zal op de een of andere manier altijd wel wat onrustig blijven in mijn hoofd. Qua zwemmen is er niet veel meer te melden dan het in een uur tijd 40 x heen en weer zwemmen in een overdekt 25 meter bad; mijn fietstochtjes zijn in de regel ook aan herhaling onderhevig al variëren deze, naar gelang mijn tijd, wel in het aantal kilometers.

Anyway, een nieuwe 100 dagen stappen challenge die op 22 mei 2019 gaat starten staat inmiddels in mijn agenda genoteerd. Iets om naar uit te kijken. Dat wordt in ieder geval weer lekker veel fietsen, een aantal flinke wandeldagen en twee tot drie keer per week een uurtje zwemmen. Goed om in beweging te blijven en de spieren soepel te houden. Dat is wel nodig, want die buik gaat weer iets teveel naar voren hangen boven die feestwinkel. Tijdens de challenge van vorig jaar hadden we een prachtige zomer. Een zomer die mij dagelijks vele stappen opleverde, een gezonde kleur op mijn gezicht en bovendien vele uren in de buitenlucht.
De Kennedymars (80km) van Sittard in April 2020 staat ook al genoteerd in mijn agenda. De wandelschoenen blijven in gebruik, mijn hardloopschoenen blijven voorlopig even in het schoenenkastje staan. Het is wel effe goed zo!

Note voor de oplettende lezers: Het was een regelrechte uitdaging het woordje “ik” een keertje in een BLOG te vermijden. Probeer het maar eens als je een verslag of iets dergelijks schrijft. Een regelrechte overwinning, want het begon met het slechts reduceren van de hoeveelheid in het gebruik van het specifieke woordje. In eerste instantie stond dat persoonlijke voornaamwoord er 31x(!) in, toen nog verspreid over een totaal van zo’n 700 woorden. In de regel wordt een verhaaltje daarna toch minimaal twee keer zo lang, mezelf kennende.

Jan B. 31-maart-2019

Foto's bij deze blogpost

P1060062.JPG P1060070.JPG

5 maanden stilte

Gepost door Runhedwigrun op donderdag 28 maart 2019 10:42

Het heeft even geduurd maar ik ben er weer:

https://runhedwigrun.com/2019/03/27/vijf-maanden-stilte/

Foto's bij deze blogpost

2-11612154_full-01.jpeg 2-11612154_full.jpg

Bekijk alle blog posts

Looptijden.nl vandaag

Elke dag zijn er duizenden hardlopers op Looptijden.nl actief.

Bekijk activiteiten vandaag

Looptijden.nl komende week

Er worden elke week veel activiteiten en evenementen ingepland op Looptijden.nl.

Bekijk komende week

Loopgroepen

Er zijn honderden loopgroepen actief op Looptijden.nl.

Bekijk de groepen

Challenges

Doe mee met een challenge op Looptijden.nl en daag jezelf uit.

Bekijk de challenges

Zoek een hardloper

Op zoek naar iemand op Looptijden.nl?

Zoek een hardloper