Looptijden.nl community

Welkom bij de hardlopers community van Looptijden.nl. Hier zie je de laatste hardlooptijden, inschrijvingen en aanmeldingen. Zelf ook hardlopen kriebels? Meld je dan snel en gratis aan en begin meteen met het bijhouden van al je hardlooptijden.

Laatste blogposts

Hieronder staan de laatste weblog posts van gebruikers van Looptijden.nl over hardlopen en alles wat erbij komt kijken.

Het einde van de tunnel

Gepost door Arranraja op zondag 23 juni 2019 19:22

Zoals altijd ook te bekijken (veel foto's!!) op https://arranraja.wordpress.com/2019/06/23/het-einde-van-de-tunnel/

Op het moment dat het volgens de kalender nog winter was, ergens eind februari, ontving ik de eerste nieuwsbrief van de Gaasperplasrun. Omdat deze in juni te houden trimloop toen nog de ver-van-mijn-bedshow was, heb ik die mail niet gelezen. In een plaatselijke krant zag ik een dikke maand later toevallig dat er opnieuw door de in aanleg zijnde, overdekte Gaasperdammersnelweg gelopen zou worden. Dit gelezen hebbende begin april, schreef ik mij meteen in, om niet achter het net te vissen. Voor naar wat nu gebleken is, de laatste editie van de Gaasperdammertunnelrun. Ik trakteerde mijzelf daarbij ook op het jubileumloopshirt aangezien het ging om de 25ste editie van de Gaasperplasrun.

Toentertijd had ik wel al last van wat lichte lappenmandklachten, verder bevond ik mij waar het hardlopen aangaat, nog in het volle daglicht. De Nescioloop was aanstaande, de Roze loop aan het einde van diezelfde maand ook en voor de meimaand wachtte mij de onmogelijke keuze tussen de Geinloop en de Wallenloop. Met de datum van die eerste trimloop was niet voor de eerste keer geschoven, waardoor deze op exact dezelfde dag terechtkwam als de Naardense loop. Geheel onwetend was ik nog over de donkere tijden die eraan zaten te komen! Ik heb er in mijn vorige relaas reeds kond van gedaan, onvermoede overbelasting van de rugspieren gooide grootscheeps roet in mijn rendieet. Vanzelfsprekend hielp ik mijn jongste dochter juist voor Pasen met het naar beneden en in de bestelbus sjouwen van de meubels en spullen die zij meenam naar haar nieuw verworven onderkomen. Dat leek mijn ruim 60 jaar oude lichaam goed verstouwd te hebben, ook toen ik een dag later op pad ging om tien Engelse mijlen te verhapstukken.

Midweeks sloeg de duisternis echter onbarmhartig toe. Ik zette aan voor de volgende duurloop en mijn rug voelde onmiddellijk pijnlijk. Toch liep ik door, een daad die ik achteraf gezien wel betreur. Want dit bleek het begin van een vier weken durende, zwaar bewolkte periode, om niet te zeggen een slakkengang door een Alpentunnel van een kilometertje of 18. Waarin rennen uit den boze was. Bij de Roze loop, waarvoor ik al was ingeschreven en had betaald, moest ik verstek laten gaan. Hetgeen een dubieuze en niet voor herhaling vatbare primeur opleverde. Een wrang lichtpuntje was het feit dat de lastige keuze tussen Wallenloop en Geinloop mij bespaard bleef. Rust, plaatselijke verwarming en wat oefening van de bewuste spieren losten het blessure-euvel niet spoedig genoeg op. Wat mij deed besluiten het over een andere boeg te gooien. De oefenintensiteit werd opgevoerd en het hardlopen kwam terug op het menu. Rust-roest tenslotte en het flink doorbloeden van het gehele lijf kon in mijn visie geen verdere schade aanbrengen, eerder het tegenovergestelde.

Zo geschiedde en het bleek te werken! Want die tunnelrun kwam eraan en daar wilde ik hoe-dan-ook aan deelnemen. Iedere keer dat ik aanzette tot looppas deed de rug best even pijn maar hoe langer ik liep, hoe minder dat werd. En per keer dat ik van wal stak, zakte het ongemak verder weg. De zon kwam dus weer steeds vaker door, het dikke wolkendek werd alsmaar dunner, ik vermoedde dat deze duistere kerker toch een uitgang moest hebben. Een volgend lichtpunt was het bericht van loopvriend Peter dat hij ook van de partij zou zijn op die tweede zondag in de junimaand daar in dat tropische stukje Mokum. Ik kon derhalve beschikken over mijn persoonlijke Goudse kaashaas om mij over de Zuidoostelijke paden en door de genoemde echte tunnel te loodsen. Achteraf gezien is ‘lichtpunt’ een duidelijk te zwakke kwalificatie en dekt ‘stadionverlichting’ de lading vele malen beter. Van 6 via 10 en 12 had ik de kilometerhoeveelheid al opgevoerd naar 13 km. Maar vier weken stilstand in een onderaards gewelf is, zeker voor een renner van mijn leeftijd, niet bevorderlijk voor de conditie, de souplesse en het uithoudingsvermogen. Dus had ik telkens een of meerdere pauzes moeten inbouwen tijdens mijn duurlopen. En ik ging hard noch veerkrachtig/ lichtvoetig over de paden. De laatste training midweeks voorafgaand aan de grote zondag diende er derhalve echt een langer stuk aaneen gerend worden. Ik ging voor een route van 11 km. Die lukte zonder stoppen en voor het eerst had ik tijdens het lopen helemaal geen centje pijn. In mijn hoofd werd het letterlijk en figuurlijk steeds lichter. Wel appte ik Peter dat het tempo tijdens de run wat mij betreft ‘dead slow’ zou worden. Want veel harder verwachtte ik niet te kunnen gaan.

Wij spraken af op het dichtstbijzijnde NS-station en wandelden gebroederlijk naar de ‘plaats des heils’, zoals mijn favoriete loopmaatje dat steevast zo fraai weet te omschrijven. Vooraf zeeën van tijd hebbende, konden wij in alle rust de benodigde plichtplegingen afwerken en ik zal de lezer niet verder vermoeien met de details daarvan. In tegenstelling tot bij bijvoorbeeld de Twiskemolenloop waar het andersom is, werd de langste afstand hier als laatste weggeschoten. Dus hadden wij tussen het opwarmen door ruimschoots de gelegenheid om naar de eerder vertrekkende lopers te kijken. Bij de 10 km gingen twee mannen als pijlen uit bogen ervandoor. Peter suggereerde eindtijden van laag in de 30 minuten wat achteraf behoorlijk bleek te kloppen met 32 minuten en een beetje, resulterend in een uursnelheid van 18,63 en een gemiddelde kilometertijd van 3:13 minuten. Een groot contrast vormde de snelheid waarmee de laatste renners zich over de baan voortbewogen. Dat was meer ons tempo, naar het zich liet aanzien. 288 10 km-klanten zagen wij aan ons spiedend oog voorbijtrekken, vijf minuten later gevolgd door 181 stuks 5 kmlopers. Dit vooraleer wij temidden van 351 andere tunnelrunners zelf vertrokken voor onze odyssee. Tezamen met nog wat jeugdige enthousiastelingen die al eerder op de ochtend hun rondje door het Nelson Mandelapark hadden voltooid, toch een kleine 900 renners die dit ‘kleinschalige’ hardloopfeestje hebben opgeluisterd.

De weersomstandigheden waren prima met witte wolkjes aan een overwegend blauwe lucht en een verfrissende bries bij pak-hem-beet 17 of 18 graden Celsius. Ondanks meerdere lommerrijke stukken kon het trouwens onderweg best hier en daar redelijk warm worden in tropisch Amsterdam. Ons strijdplan was ook helder: langzaam maar gestaag de route afleggen, heel blijven en de eindstreep zien te halen. Heroïsche kilometer- dan wel eindtijden mochten er van niet verwacht worden. Ja, ongeschonden en voor de bezemfietser finishen zou al heldendaad genoeg zijn. Ik noemde het getal van 9 km per uur of daaromtrent als leidraad. En ik maakte aan mijn haas duidelijk dat ik hem zou terugfluiten als hij te hard ging. Het hoeft voor ingewijden geen betoog dat die richtsnelheid al direct de spreekwoordelijke prullenbak in kon. Want hoewel redelijk achterin in het pak gestart, gingen wij al direct tegen de 10 per uur. En dat terwijl Peter, zoals hij na afloop vertelde, van acquit problemen had met zijn ‘warmtemanagement’, (zijn eigen omschrijving). Later in de race verdwenen die moeilijkheden, als ik het goed heb begrepen.

Dat gebrek aan klimaatbeheersing zorgde er wellicht voor dat niet hij maar ondergetekende in het prille begin de dans leidde. En uw verteller kon het, als oudgediende bij deze loop en als voormalig inwoner van het onderhavige stadsdeel, niet laten om hier en daar een opmerking te maken over een onderdeel van het decor waarin wij liepen. Zo kon ik bij de eerste brug aangeven dat wij daar later in de tunnel onderdoor zouden gaan. Daarbij uiteraard bedoelend letterlijk en niet figuurlijk. In een doorgaans warme Holendrechtse woonstraat kwamen wij achter een vrouwelijk duo te lopen. Hardop bespraken wij daar nog enkele onderdelen van ons tactisch plan, welke precies is mij inmiddels ontgaan. De dame ter rechterzijde reageerde daar direct op met de woorden: ‘dan ben ik waarschijnlijk niet de ideale haas om dit te realiseren’, of iets in die trant. Peter herinnerde zich toen blijkbaar ineens weer dat zijn naam haas is, want hij slalomde direct om de spreekster heen en nam het voortouw over. Zoals een plichtsgetrouwe pacer behoort te doen!

In het overgangsstuk van het Nelson Mandelapark waar de start plaatsvond, naar de Gaasperplas en omringende gedeelten, liepen we prettig onder de bomen. Hier hadden we nog een paar korte praatjes met de twee dames, waarbij de zelfbenoemde ‘haas’ vertelde dat zij nog nooit meer dan 10 km achter elkaar gelopen had. Een ware uitdaging wachtte haar dus! Het brede pad lag hier, kort na al het slechte, stormachtige weer, bezaaid met takjes en bladeren. Een van die twijgjes bracht mij bijna ten val toen ik met de ene voet erop stapte, het daarbij iets omhoog werkte en direct aansluitend de andere voet erlangs haalde. Gelukkig bleef ik overeind en in de race. De dames lieten wij al spoedig achter ons en weldra sloten wij aan bij twee heren der schepping. Een stukje door mijn oude wijk Reigersbos, alwaar een fotografe op een hoekje met scherp stond te schieten, bracht ons naar de boorden van de naamgever van de loop, de Gaasperplas. Ik waarschuwde mijn compagnon voor het gegeven dat wij nu een tijdlang in de zon zouden lopen. Althans zo stond het in mijn geheugen gegrift. Gelukkig was die schaduw er hier en daar wel op het groene fietspad aan de zuidzijde van het recreatiewater. Dat door de overvloedige begroeiing zelf overigens nauwelijks in beeld kwam. Deze plas is trouwens ontstaan door zandwinning voor de omringende woonwijken. Daar waar het water wel kort in beeld kwam, wees ik mijn metgezel terstond daarop. Ik hoop dat ik hem daarmee niet overvoerd heb en zo ja, mijn welgemeende excuses voor de overlast. Er kwam ons een renner, gevolgd door een vrouw op de fiets, tegemoet en de ene man van het genoemde tweetal in wiens kielzog wij ons bevonden, riep direct: ‘je moet de andere kant op’. Waarop hij even later aan ons toevertrouwde: ‘dat was vast de tiende keer dat die man dat te horen kreeg en hij is daar helemaal zijn van’. Deze gevatte renner had in mijn herinnering een licht-Amsterdamse tongval en zeker de bekende branie van de hoofdstedeling.

Wij hadden inmiddels ruim vijf kilometer afgelegd en het werd eigenlijk wel tijd voor de drinkpost. maar die was pas 1000 meter verderop gepositioneerd. Dus werd het even doorbijten op dit relatief warme gedeelte (want zonnig en uit de wind) van het parcours. Ik besloot korte tijd te wandelen op het moment dat Peter zijn bekertje water pakte en zich laafde. En uiteraard nam ik zelf mijn fles ter hand om ook een paar flinke slokken dorstlessend vocht te nemen. Verrassing, er werden naast water ook natte sponzen uitgedeeld. Daar had ik mijn gedachten nog niet over laten gaan maar ik wist niet hoe snel ik er een moest veroveren, teneinde vooral voorhoofd en nek te kunnen betten. En ik bekende aan Peter dat niet langer hij maar deze koelte-en vochtbrenger mijn beste vriend was. Die ik na de eindstreep nog steeds stevig vasthield. Het fietspad aan de zuidzijde was inmiddels overgegaan in een toegangsweg voor vierwielerverkeer en een enkele auto kwam ons tegemoet.

De draf weer hervat hebbende, sloegen wij linksaf het Gaasperpark in, waar in 1982 de Floriade had plaatsgevonden. Nu waren we twee kilometer weer grotendeels onder de bomen en derhalve fijn in de schaduw. Opvallende gebeurtenissen hier o.a. een renner die stilstond bij en in gesprek was met een vrijwilliger van de organisatie. Mijn inschatting was dat hij informeerde of hij toch het 10 km-parcours kon volgen i.p.v. de 3,5 km langere tunnelroute. Hij stak juist voor ons weer van wal en hield inderdaad in bij het punt waar de twee routes zich scheidden. Naar welke kant deze loper uiteindelijk ging, kan achteraf ik slechts gissen. Ergens in het park hoorden wij herhaald luid getoeter van achter ons, steeds naderbij komen. En even later raasde een Canta langs ons heen. Wat die man, want dat was het, daar deed en bezielde weet ik niet. Maar het bewijst dat je overal, zelfs in een op het oog vredig park, verkeershufters kunt tegenkomen. Het leek wel of de man er heel veel genoegen in schiep om ons lopers schrik aan- en op stang te jagen. Te ‘stangen’, zoals ze in Mokum zeggen. Hij drukte overigens niemand van het pad af en verdween even rap als hij gekomen was.

Ook hier had de harde wind zijn stille getuigen achtergelaten in de vorm van veel boommateriaal op de paden. Dat betekende opnieuw goed opletten waar precies de voeten neer te zetten. Op dit mooie, schaduwrijke stuk parcours was de temperatuur relatief prettig en na het ronden van de plaatselijke camping naderden wij de tunnel. Ik waarschuwde mijn haas dat het er heet aan toe zou kunnen gaan alvorens wij de donkerte in daverden. Vorig jaar was de aanloop van enkele honderden meters naar het overdekte deel in de zon en uit de wind, nadat het asfalt eerst flink omhoog liep, namelijk bloedheet. En daardoor plotsklaps energieslurpend. Nu kwam er gelukkig juist een wolk voor de koperen ploert en bleef de temperatuur om die reden relatief mild. En wij werden bovenaan direct linksom-rechtsom naar de meest linker van de drie tunnelbuizen gedirigeerd. Het ondergrondse traject bleek daardoor deze keer drie onafgebroken kilometers in het schemerduister te omvatten. Het wegdek ging spoedig naar beneden en onze snelheid en het loopgemak namen daarmee evenredig toe. Het rennen voelde voor mij althans direct makkelijker en soepeler. Daar waar onze uursnelheid de vorige 5000 meters ergens tussen de 9,13 en 9,98 schommelde, kwamen wij nu weer boven de 10/uur uit. Tijdens kilometer nummer 11 vonden wij de tweede drankpost en herhaalde zich hetzelfde wandelscenario als bij de eerste uitspanning. Wij zakten dientengevolge terug naar 9,32/uur. Althans volgens mijn Garminhorloge, want het model van mijn metgezel kwam met andere kilometerpunten en daarom met andere tijden en snelheden.

In de tunnel stonden, net als vorig jaar, werknemers van de bij de bouw betrokken bedrijven. Nu waren dat uitsluitend vrouwen met nogal schelle stemmen, wier aanmoedigingen in de besloten ruimte uitstekend hoorbaar waren. Bij meerdere dames zwenkte ik naar rechts om hun vocale inspanningen te belonen met handjeklapacties, in hedendaagse terminologie ‘high fives’ geheten. Sommigen waren met de auto de tunnel ingereden, een dame was in een soort feestkostuum en maakte behalve met haar stem ook lawaai met een soort belletjes. Bijna aan het einde van dit overdekte parcoursgedeelte stond een wagen schijnbaar alleen te wezen. Er was echter wel een stemgeluid te horen. Voorbij de voiture zat een vrouw ineengedoken onder een kleed tegen de wand. Blijkbaar had zij het een beetje koud. Iets waarvan wij uiteraard absoluut geen last hadden. Eerder al fietste er een jongedame van ons uit gezien ter rechterzijde tegen de looprichting in. Op het moment dat ik haar zag, was ik ervan overtuigd dat zij niets met de run van doen had en zich daar illegaal bevond. Ook al omdat zij geen enkele kledij droeg die duidde op het betrokken zijn bij de organisatie. Bij nader inzien zal dat wel een hersenspinsel zijn geweest, want waarom zou je door een donkere tunnel gaan fietsen als je dat ook lekker buiten in het zonnetje kan doen? Wij kwamen de overspanning uit en de gang omhoog was gelukkig veel geleidelijker en daardoor lichter geweest dan bijvoorbeeld die in de IJtunnel tijdens de Dam tot Damloop. Volgens mijn horloge hadden we precies 12 km afgelegd toen wij juist weer in het daglicht terugkeerden. Die twaalfde ‘ronde’ hadden we zelfs binnen de 6 minuten verhapstukt.

Maar er kwam een addertje onder het gras aan, om naar niet te zeggen een boa constrictor. Wij gingen rechtsaf de bocht om en moesten een klein maar uiterst geniepig puistje beklimmen. Dat hakte er bij mij gigantisch in, alsof die koningspython in beide benen tegelijk beet en er vervolgens aan bleef hangen. Peter gaf nog het welgemeende advies om kleine pasjes te nemen en dat deed ik ook. Toch kwam ik totaal uitgewoond boven en voor mijn gevoel was hiermee het laatste beetje energie uit mijn onderdanen geknepen. Ik had de rest van het traject het idee dat ik niet meer vooruitkwam. Ook al wijzen tijden en snelheden van en over dat laatste stuk door bewoond gebied anders uit. In dit kleurrijke stukje Bijlmermeer (de H-buurt) kwamen er een enkele Afrikaanse mensen langs en een vrouw in dat gezelschap lachte ons gewoon vierkant en hardop uit. In de trant van: ‘wat zijn die idioten nu aan het doen op deze zonnige zondagmiddag’. Gelukkig kon ik dat geestelijk nog net-aan behappen en ik ploeterde onverdroten voort. Peter begon onderwijl stukje-bij-beetje aan zijn traditionele demarrage. Er was al een klein gaatje tussen ons en hij zocht een paar keer de met tegels belegde stoep ter rechterzijde op, terwijl ik vasthield aan het rode asfalt van het fietspad. Zo hobbelden wij met steeds iets grotere tussenruimte in de richting van het park en de atletiekbaan waar wij een kleine 80 minuten eerder van start waren gegaan.

Een vrijwilliger stond onder de Huntumdreef aan te moedigen met de woorden: ‘je bent er bijna, zet hem op’. Ik kon alleen maar bedenken dat ik dat al de hele tijd aan het doen was, mijn petje opzetten en dan weer afnemen. Ongeveer tegelijkertijd passeerde ik een loper waarvan Peter later wist te vertellen dat deze man er daar al compleet doorheen zat. Psychologisch gezien is het altijd fijn als je te elfder ure nog mededingers het nakijken kunt geven. Dat lukte mij ook met een op het oog nog niet zo oude, mannelijke loper. Die ik precies bij het door het hek gaan en het ronden van het kleine clubhuisje kon overlopen. Ik zette zo goed en zo kwaad als het ging aan, opdat niemand mij voor de meet dat kunstje nog zou flikken. Een paar keer achteromkijkend, zag ik dat ik in dat opzicht in veilige haven was. Koud over de eindstreep gekomen moest ik fluks inhouden om mijn vetleren plak in ontvangst te nemen van een zeer jeugdige medewerkster. Volgens Garmin had ik deze tunnelrun, waarbij mijn rug mij wederom geen centje pijn bezorgde, in 1:24:30 afgelegd. De officiële tijdwaarneming haalde daar nog eens een seconde vanaf. En Peter de Haas, die tijdens de ultieme meters steevast vergeet dat hij als zodanig is ingehuurd, had er volgens diezelfde registratie netto slechts 8 tellen minder voor nodig gehad. Opvallend, maar niet verbazend, was wel dat mijn Garmin (model 235) 13,82 km had geregistreerd en Peters model 30 slechts 13,59 km. Terwijl de afstand volgens de organisatie 13,65 km bedroeg. Door die iets kortere afstand zou mijn pacer vanzelfsprekend een hogere uursnelheid gelopen hebben dan ondergetekende, terwijl wij tot zeker 13 km gebroederlijk naast elkaar gehobbeld hebben. Waarbij aangetekend dat mijn 9,82 km/uur weliswaar geen wereldtempo is, maar toch een stukkie beter dan van te voren ingeschat.

Zo’n beetje alle binnengekomenen bleven hangen rond de meet en wij konden derhalve in alle rust uitwandelen, een beetje rekken en bijpraten op het verlaten deel van de Bijlmerse atletiekbaan. Daar gingen wij een paar keer heen-en-weer en nuttigden de eerste vochtaanvullende watertjes. Ik weet niet hoe het met die van mijn metgezel waren, maar mijn benen voelden behoorlijk zwaar en verzuurd aan. En dat duurde ook nog een tijdje. Na het ophalen van de tassen en het omkleden en hangen in de kleedkamer, verlieten wij de plaats des heils en schuifelden (althans uw verteller deed dat) door het Nelson Mandelapark richting het NS-station. Daarbij namen we, op mijn voorstel, voor een deel een alternatieve route tussen de oude Bijlmerflats door. Grappig vond ik dat de twee dames met wie wij in het begin even hadden opgelopen aan het einde van het park op gepaste afstand achter ons aan liepen. Ik keek een paar keer om teneinde te zien of zij naderbij kwamen. Dan zou ik voorzeker gevraagd hebben of zij de gehele expeditie succesvol voltooid hadden. Helaas bleef de afstand tussen ons gehandhaafd en daarmee mijn vraag in de lucht hangen.

Op station Bijlmer Arena togen wij direct naar de plaatselijke Starbucksvestiging, waar wij onszelf trakteerden op een grote beker zoete koffie. Kostte in mijn beleving een lieve duit maar wij moesten nodig onze suikerspiegel aanvullen. En wij hadden het gewoonweg verdiend vanwege alle inspanningen. Gezeten op terrasstoelen in de overdekte hal direct voor het genoemde etablissement, namen wij een ruim halfuur de tijd om te drinken, bij te komen en vanzelfsprekend honderduit na te praten over onze heldendaden van die middag. Toen de koffie helemaal en de gespreksonderwerpen grotendeels op waren, gingen wij maar weer in de hoeven. De mijne voelden zowaar een stuk beter en uitgeruster aan dat toen wij daar neerstreken. Wat een flinke tas koffie al niet kan bewerkstelligen! Overbodig om te vermelden dat deze zesde samenloop als vanouds een doorslaand succes was en meer dan reden genoeg om op zeer korte termijn over te gaan tot nummer zeven. In het laatste weekeinde van juni zijn de boorden van de prachtige rivier de Vecht en de rustieke grachtjes en straatjes van Amsterdam-Weesp de inmiddels vertrouwde plaats van handeling. Ik zie er al met genoegen en ongeduld naar uit. Temeer omdat ik met de Gaasperplasrun de blessuretunnel, naar ik hoop en aanneem, voorlopig achter mij gelaten heb. Ik beweeg mij weer relatief soepel onder de blote hemel, doe dagelijks mijn oefeningen en ga die nog verder intensiveren en uitbreiden. Voor mijn gevoel ben ik dus, zij het met een boemeltje terug op het juiste spoor en wie weet gaat de intercity daar ook nog weer eens rijden.

*Buitink 5Hoekloop 10km* (2 reacties)

Gepost door Ben Engel op zondag 23 juni 2019 18:27

Vandaag heb ik de 10km in de 5Hoekloop gelopen en wat was het warm. Ik ben rond 11:30 op de fiets vanuit huis naar de Ulebelt (de Start van het evenement) gegaan. Ik was mooi optijd en heb nog wat loopmaatjes van onze loopgroep getroffen die hem ook gingen gelopen. Om 12:15 mochten wij vertrekken en aan de 10km beginnen. Zoals altijd loop ik in mijn eigen tempo en vandaag was het met de hitte niet haalbaar om maar enigszins te proberen een PR te lopen. Maar ondanks de hitte liep ik toch in een redelijk constant tempo en al is de tijd minder snel dan de vorige keer ik ben ook nu tevreden. Mijn eindtijd is 1:04:49 netto en bruto 1:05:01 en een overzicht van de uitslag is niet beschikbaar. Alleen als screenshot helaas. Maar oké het zit erop en nu als altijd relaxen met een 🍺erbij en zeg fijne zondagavond😎

Foto's bij deze blogpost

fullsizeoutput_642.jpeg fullsizeoutput_63e.jpeg

*Halve Marathon Zwolle*

Gepost door Ben Engel op maandag 17 juni 2019 19:47

VOORAF AAN DE HM ZWOLLE

Donderdagavond heb ik met de ABS Loopgroep nog een training gelopen als laatste voorbereiding voor Zwolle. Het werd nog een behoorlijk pittige tempo training. Maar het is gelukt en ben daarna gaan taperen. Want je moet niks forceren en onnodig nog gauw een extra training willen gaan lopen. Er werd na afloop al even gesproken met de Zwolle lopers om ons te verzamelen op de Ulenbelt zaterdag tussen 18:00 en 18:15 uur en vanaf daar te vertrekken naar Zwolle. Dit is ons vaste punt waar wij elke donderdagavond onze training starten met de groep.

VERZAMELEN BIJ DE ULEBELT

Zaterdag overdag was er nog wat correspondentie via de mail en WhatsApp en werd de verdeling gemaakt wie met wie mee rijdt en wie de chauffeur is. Deze keer had ik de eer om als chauffeur 3 loopmaatjes mee te mogen nemen naar Zwolle dit waren Marcel(onze trainer) -Nico-Herbert en ondergetekende.

VERTREK RICHTING ZWOLLE

Om goed 18:15 zijn wij via de provinciale weg richting Zwolle gereden en hebben daar de auto geparkeerd op de voor ons bekende parkeerplaats. Het praktische hiervan is dat dit gratis parkeren is. Daar aangekomen zijn wij naar het Lübeckplein gelopen en dat is maar 10 minuten. Op het Lübeckplein werden de tassen uitgedeeld die je moest gebruiken voor de meegenomen kleding die je na afloop nodig hebt om je om te kleden. Dit heb je wel nodig want het kan behoorlijk fris zijn na afloop van de Halve Marathon om 22:30 uur. Nadat alles en iedereen klaar was op het Lübeckplein zijn wij naar de auto's gelopen die klaar stonden bij de start en hebben er onze tassen ingeleverd en ieder op zijn startnummer bij de juiste auto.

INLOPEN

Daar kan ik heel kort over zijn want daarvoor ontbrak inmiddels de tijd en hebben wij ons aangesloten bij de massa lopers die ook al klaar stonden voor deze HM. Het was zo druk dat wij aan de stoeprand moest staan en pas later konden invoegen zodra het startschot werd gegeven. Ik dacht even als hier de pluris uitbreekt dan gaat het goed fout met zoveel lopers. Dit ga ik nog wel even als aandachtspunt geven voor de organisatie. Maar verder hebben ze het toch wel weer goed georganiseerd. Er waren voldoende waterposten en om de 5km een Dixi voor de hoge nood.

DE START

Eindelijk was het dan zover en klonk het startschot en heb ik mij langzaam ingevoegd bij de rest van alle Lopers en ging ik voor mijn 3de Halve Marathon in Zwolle. Door de drukte bij de start kon je geen tempo maken en kon je dit pas later toen er weer voldoende ruimte was kon ik goed in mijn tempo komen. En dat ging perfect en ik heb zeker de 1ste en 2de ronde aardig mijn tempo vast kunnen houden. Mijn 3de ronde lees je hieronder.

RESULTAAT

Als ik mijn tussentijden bekijk heb ik laag in de 6min/km gelopen daar zit de verbetering qua min/km tijden. En dan zie ik wel weer wat progressie want in 2017 heb ik de 1ste HM gelopen in 2:18:12 in 2018 2:15:53 en gisteren 2:15:46. Het zijn leuke verbeteringen geen grote PR's (oké 7 seconden deze keer😉) maar dat hoeft voor mij niet echt. Ik ben al tevreden dat ik steeds de tijd van 2:15:00+ kan lopen en ervan geniet als ik weer over de finish ben gelopen. Ik zeg done even rust en dinsdag of woensdag en ga ik voor een testloopje 30km want ik heb de 29ste De Marathon in Apeldoorn staan. Door mijn knie blessure voor deze HM heb ik weinig lange afstanden gelopen. Zwolle was een mooie test en kan zeggen van mijn knie heb ik totaal geen last meer gelukkig. En ik heb mij voorgenomen rustig te starten in Apeldoorn en zie wel hoe het gaat. En het überhaupt het gaat lukken, maar daar ga ik wel vanuit hoor. Dus zeg ik "Apeldoorn Here I"m coming" en ik heb er zin in🏃

Foto's bij deze blogpost

IMG_0874.jpg IMG_0248.jpg c0c42a4a-7ca6-431f-a906-580f65c2b63c.jpg IMG_0881.png IMG_0862.jpg

Wisselvallig

Gepost door Ferry Segers op vrijdag 14 juni 2019 23:39

Alweer even geleden dat ik echt ben wezen hardlopen. Ik merk aan alles dat mijn lichaam behoefte heeft aan de beweging buiten. Ook al zijn er verzachtende omstandigheden (waaronder de dood van mijn vader), neemt dat nog niet weg dat de noodzaak om te gaan sporten er nog steeds is.
Ook is de drang nog steeds sterk aanwezig. Daarom heb ik besloten om mezelf weer op de rit te krijgen, zowel emotioneel als fysiek. Daar hoef ik niet tot het nieuwjaar op te wachten, maar het moment is nu.
Dus volgende week ga ik aan de slag. Denk ik.

Problemen met looptijden.nl

Gepost door ron quaring op zaterdag 1 juni 2019 17:52

Eerst geeft de app verkeerde tijden aan tijdens running en vandaag zou ik volgens app ruim 13km gerend hebben, maar 440 cal verbrand hebben dus als resultaat : doet niet mee aan het hardloopspel. Wie heeft er meer problemen mee.
.de laatste tijd meer app problemen. Baal er van . Nog even stap ik over! Een fanatieke runner.

Twenterandrun 5km, nou ja bijna dan (3 reacties)

Gepost door Cristian Hermelink op maandag 27 mei 2019 16:42

Afgelopen vrijdag 24 mei was de Twenterandrun 2019. Ik heb deze run al een paar jaar op mijn lijstje staan, maar mede door mijn werk in Amsterdam kwam het er nooit van om aan de start te verschijnen.

Ook dit jaar kostte het wel enige overredingskracht, maar dan voornamelijk met mijzelf. De vrijdagavond is eigenlijk mijn wekelijkse instort momentje. Zodra het avondeten is genuttigd en de vaat is weggewerkt plof ik uitgeblust op de bank om er pas weer af te komen als ik naar bed ga of er voor die tijd een sanitaire noodzaak is. Het is ook de dag dat ik nooit hardloop.

Maar dit keer kon ik mezelf er toch toe zetten. Er moest getest worden hoe het lijf ervoor stond. Een soort nulmeting om de koers voor de komende maanden te kwantificeren.

Daags na mijn marathon van Enschede stond ik ingepland voor een kleine operatie aan mijn voet. In de loop de hardloopjaren had zich een bult(je) ontwikkelt. Had er op zich geen last van, maar nu ik weer lekker dicht bij huis werk heb ik toch de moeite genomen om uit te laten zoeken wat het is en of het weggehaald moest worden. Begin februari bevestigde de arts inderdaad dat het wel verstandig zou zijn om het te verwijderen. Toch wel na 14 April toch, vroeg ik met licht paniek in mijn ogen. Dat was geen probleem, ik zou in de nieuwe planningscyclus worden opgenomen en met een paar weken bericht krijgen welke datum het zou worden.

Dat werd dus 15 April en met stevige spierpijn meldde ik mij netjes bij de poli op het afgesproken tijdstip om vervolgens te horen te krijgen dat ze intern de afspraak hadden verschoven naar een eerder tijdstip op die dag, alleen mij dus niet hadden geïnformeerd. Omdat de fout geheel bij het ziekenhuis lag kon ik plotsklaps de volgende dag ingepland worden.

Goed, na de succesvol verlopen ingreep mocht ik twee weken niet hardlopen en fietsen. Dit omdat er ook (dichtbij) de pezen wat geknipt en gesneden moest worden. Maar in die twee weken ging ik wel ter ere van het 45-jarige huwelijksjubileum van mijn ouders een midweekje weg met veel lekkere versnaperingen en goed eten. Daarnaast mocht ik ook mijn 45ste verjaardag vieren in die periode met wederom heel veel lekkers.

U begrijpt, niet sporten en veel eten is niet zo'n geweldige combinatie. Niet dat ik me volledig te buiten ben gegaan, maar er was toch wel weer iets meer gewicht om mee te zuilen. De eerste trainingen vanaf 30 April voelden dan ook zwaar.

Uiteraard was de rust periode ook een mooi moment voor reflectie en koersbepaling voor de rest van 2019. En zo kwam ik tot het besluit dat na 2,5 jaar van marathonschema naar marathonschema ik mijn lijf andere prikkels wil geven. Ik ga dan ook geen marathon in het najaar lopen. Ik ga me wat meer focussen op snelheid en ga nu eerst beginnen met een 10km schema. Uiteraard moet het komende halfjaar wel de basis worden voor een snellere marathon in het voorjaar van 2020. Ik ga komende zomer ook wel de langzame duurlopen met de loopgroep van mijn nichtje meelopen op zondagochtend. Enige research in de literatuur leerde dat regelmatig lange langzame duurlopen altijd goed zijn, ook al train je voor een snelle 10km.

Na 3 weken weer gestructureerd getraind te hebben was het tijd om te bepalen hoe het lijf ervoor stond. En zo stond ik dus op vrijdagavond om kwart voor acht aan de start in Vriezenveen. Ik ging iets te laat naar het startvak en stond daardoor op de circa zesde rij en om me heen kijkend voelde ik de bui al hangen, dat wordt zigzagen. In de eerste rij zag ik gelegenheidsloopmaatje Marc staan. Ging ervanuit dat de race tekort zou zijn om hem bij te halen om samen te lopen.

Na de start werd het inderdaad zigzaggen en 3 scherpe bochten in de eerste 200 meter zijn ook niet bevorderlijk. Nadat het veld enigszins verdeeld was zag ik Marc op een dikke 100 meter voor me lopen, die ging ik niet meer bijhalen want bij zijn laatste korte loopjes liep hij ruim boven de 15km/u.

Door de lastige start zat mijn ademhaling natuurlijk meteen veel te hoog. De klinkerstraten en bochten maakte het toch wel een lastig parcours. Ging eigenlijk te fanatiek weg en vergat een beetje rust in mijn loop te nemen. Na 2,5km moest ik dit bekopen met steken in mijn zij en ondanks dat mijn benen nog wel goed voelden kon ik niet anders dan even terug in tempo.

Maar de finish op 4,7km< had het al aangegeven in de titel, werd desondanks bereikt met een gemiddelde van 4:05/km. Kon het laatste stuk wel weer versnellen, dus doorgerekend zou ik rond de 20:15-20:20 zijn binnen gekomen als het echt 5km was geweest. Dit is rond mijn huidige PR, dus ondanks dat de race wat onrustig en moeilijk verliep op een voor mij ook nog onnatuurlijk tijdstip ben ik tevreden met deze "nulmeting". Kan nu mijn intervaltijden gaan bepalen en aan de slag.

Op 26 juni doe ik nog een 5km wedstrijd en als het weer gunstig is dan ga ik 3 juli een eerste poging wagen om mijn PR op de 10km te verbeteren tijdens de Klepperstadloop in Hardenberg.

Een vermomde zegen? (4 reacties)

Gepost door Arranraja op vrijdag 17 mei 2019 19:28

Zoals altijd ook te bewonderen op https://arranraja.wordpress.com/2019/05/17/een-vermomde-zegen/

In het overzicht van 2018 was ik gedwongen te melden in dat jaar veel gelegenheden tot hardlopen te hebben gemist vanwege lichamelijke ‘malaise’. Ook sprak ik aan het einde van dat verhaal de vurige wens uit in 2019 geen enkele training of trimloop te hoeven overslaan. Inmiddels bijna 4,5 maanden verder, kan ik concluderen dat dit idee, deze utopische verwachting gevoeglijk de prullenbak in kan. Want ik heb de spreekwoordelijke lappenmand alweer meerdere keren van binnen bekeken. Sterker nog, dit verhaal tik ik met mijn achterwerk stevig in die voddenkorf!

In de meest recente uitgave van het tijdschrift RunningNL, voorheen jarenlang met een veel mooiere naam ‘Losse Veter Magazine’ geheten, staan vier verhalen van lopers voor wie een blessure of een reeks van blessures een zegen is gebleken. Bij lezing werd mij niet in alle gevallen duidelijk wat dat heil precies inhield. En gevoelsmatig kon ik mij hier dan ook niet bij aansluiten. Integendeel, ik heb weliswaar geaccepteerd momenteel even volledig tot stilstand gekomen te zijn, maar ik voel daar als vanzelfsprekend geen vreugde over.

De maanden januari en februari gingen nog volgens plan. De geprogrammeerde Twiskemolenlopen van begin februari en aanvang maart heb ik daadwerkelijk verhapstukt. De laatste samen met hardloopvriend Peter. Trouwe lezers zullen zich misschien herinneren dat ik daar uitgebreid verslag van deed. In de tweede week van maart, eigenlijk direct aansluitend op het kletsnatte avontuur in het Twiske, moest ik al gaan inleveren en trainingen overslaan. Omdat ik mij niet helemaal fris voelde. Het gevolg was dat ik de Spiegelplasloop halverwege de maand maar liet voor wat deze was. De eerste echte tegenvaller.

Eind maart ging de Zandvoort Circuitrun gelukkig wel naar wens, maar daarna werd het toch snel op het randje balanceren. Over de Nescioloop medio april heb ik verhaald dat het een moeizame aangelegenheid was geworden. Ik had in de week eraan voorafgaand wat lichamelijke ongemakken, waarvan ik weliswaar tijdig herstelde. Maar helemaal kiplekker en in topvorm voelde ik mij die 14e april beslist niet. Het weekeinde daarop hielp ik mijn jongste dochter op vrijdag met voorbereidingen en een dag later met daadwerkelijk zware spullen trappen af- en weer op sjouwen. Weer een dag erna liep ik 16,1 km en dat ging heel redelijk. Wel had ik ergens die dag, ik weet niet meer of het voor of na het trainen was, een lichtgevoelige plek op mijn rug aan de rechterkant. Gezien de lichamelijke inspanningen, die ik niet meer gewend ben, verbaasde mij dat niet. Verder wees niets nog op het naderende onheil. Omdat er in dat paasweekeinde een zeer acceptabele buitentemperatuur te genieten viel, had ik mijn bovenlichaam voor het eerst in dit kalenderjaar gekleed in slechts twee dunne renshirts, waarvan een met lange mouwen.

Zoals gebruikelijk ging ik ‘s woensdags opnieuw de deur uit om een aantal kilometers weg te tikken. Wederom droeg ik twee dunne shirts, omdat er weer een lekker zonnetje scheen en de temperatuur alleszins redelijk scheen te zijn. Bij het inwandelen leek alles nog kits, evenals tijdens de traditionele rekoefeningen. Zodra ik echter aanzette tot iets dat bij mij doorgaat voor rennen, voelde de zondag ervoor al korte tijd opgemerkte plek ineens onprettig aan. Ik nam daar echter geen aanstoot aan en liep gewoon de geplande afstand van 12 kilometers. Waarbij het in het begin toch wel wat frisjes aanvoelde. Tijdens het rennen was de lichte pijn niet weg maar werd in mijn beleving ook niet erger. Na afloop en verder die dag, met name bij activiteiten als voorover bukken en uitstrekken, gingen er behoorlijke pijnscheuten door mijn rug. Ook een flink warme douche bracht daar geen verandering in. ‘s Nachts bij het liggen in bed, waarbij er uiteraard meer gewicht op de rug komt, had ik er best last van. Dat hield mij gedeeltelijk uit de slaap.

Op zondag zou ik aantreden bij de Roze loop, waarvoor ik mij in het begin van de week reeds had ingeschreven. Die deelname kwam nu direct aan een zijden draadje te hangen. De nachten eraan voorafgaand slikte ik voor het slapen gaan telkens twee paracetamoltabletten teneinde niet langer door de kwetsuur van mijn broodnodige nachtrust beroofd te worden. Op zondagochtend keek ik eerst op de televisie naar de live-uitzending van de Londense marathon. Daar zag ik Eliud Kipchoge zoals gebruikelijk keihard gaan en Sir Mo Farah moeite hebben en er niet in slagen dat hoge tempo te volgen. Toch scoorde hij nog een fantastische 2:05 en een beetje. Inspiratie genoeg om zelf ook een aansprekende prestatie neer te zetten, zou je zeggen. Aan het begin van de middag (de Roze loop zou pas om 14 uur van start gaan) deed ik een kleine test die niet positief genoeg uitviel. Ik moest besluiten voor het eerst ooit bij een al aangegane hardloopverplichting verstek te laten gaan. Een verstandig besluit gezien het feit dat wij de volgende dag naar Texel gingen afreizen voor een korte, midweekse vakantie. Maar ik was vanzelfsprekend verre van enthousiast over het moeten verzaken! En de reeds betaalde 7,50 eurootjes waren daarbij ‘le moindre de mes soucis’. In goed en begrijpelijk Nederlands: daar zat ik het minste over in.

De prettige week met koud weer op het grootste Waddeneiland ging snel voorbij en de pijn in de rugregionen bleef. Zij het met per dagdeel wisselende gradatie. Thuisgekomen ging ik het op zaterdag of zondag, inclusief de gebruikelijke inwandel- en stretchsessie, maar weer eens proberen. Met hetzelfde resultaat als zes of zeven dagen eerder, de rug voelde niet fijn aan zodra ik ging rennen. Kortom, ik had hier niet te doen met een te verwaarlozen pijntje, nee dit is een serieuze hardloopverhinderende aangelegenheid. Inmiddels heb ik zes keer rennen moeten overslaan, waarvan slechts één geplande duurloop ten tijde van het verblijf op Texel. Het gaat nu langzamerhand wat beter. Dankzij rust / stilstand, regelmatige plaatselijke verwarming van de rugzijde en dagelijkse, door mijzelf bij elkaar gescharrelde oefeningen is de pijn bijna verdwenen. Wel voelt mijn bovenlijf zo stijf aan alsof het in een keurslijf gesnoerd zit. Wanneer ik weer kan gaan rennen is mij nog niet duidelijk. Wel dat ik ruim de tijd moet nemen en hoe-dan-ook niets moet gaan forceren. Wat uiteraard behoorlijk lastig is als je zo graag erop uitgaat als ik.

Eén ‘probleem’ is met dit akkefietje in ieder geval vanzelf opgelost. En in dat opzicht is deze kwetsuur indirect misschien toch als een zegen in vermomming te betitelen. Bij het samenstellen van mijn trimloopagenda voor de eerste helft van dit jaar, kwam ik tot de onwelkome en teleurstellende ontdekking dat twee van mijn favoriete lopen op exact dezelfde dag zijn geprogrammeerd. Die zondag is nu aanstaande en de moeilijke keuze tussen de Wallenloop in Naarden en de Geinloop in-en-om Driemond, blijft mij op deze manier bespaard. Aan de andere kant wordt dit wel reeds de derde trimloop die in dit kalenderjaar aan mijn neus voorbij zal gaan. Een wetenschap waarvan ik op zijn zachtst gezegd niet erg vrolijk van wordt.

Zo lijkt het er verdacht veel op dat mij, na acht jaar enthousiast tot intensief hardlopen, nu de rekening gepresenteerd wordt voor het feit dat ik het trainen van de rompspieren steevast voor mij heb uitgeschoven. Ik was het altijd wel van plan, heb vele digitale documentjes met oefeningen op mijn harde schijf en bosjes linkjes naar webpagina’s die soortgelijke zaken bieden. Maar ik ben niet echt een liefhebber van het doen van dergelijke saaie, statische oefeningen. Zoals ik wel mijn hele leven graag aan sport gedaan heb, maar nooit enthousiast ben geweest over de gymnastieklessen op school. Ooit heb ik wel eens een jaar met een yogacursus meegedaan. Die kon mij slechts matig bekoren vanwege het overdekte en weinig dynamische karakter. Het kan trouwens ook zijn dat er sprake is van een samenloop van omstandigheden, dan wel een optelsom. Ik ben al een tijdje geen achttien meer, heb dus nooit aan krachttraining gedaan, wel ineens met de verhuisactiviteiten een forse lichamelijke inspanning gedaan en wellicht op het verkeerde moment mijn torso te weinig warm bekleed tijdens het lopen. Hoewel ik laatst nog gelezen heb in een hardloopblad dat de rugspieren tijdens het rennen weinig te doen hebben, is er volgens de door mij geraadpleegde huisarts-in-opleiding wel degelijk sprake van een zware belasting. Zeker bij een respectabel aantal kilometers. De kruik gaat net zo lang te water tot hij barst en ik vermoed dat dit hier aan de hand is geweest.

Nu heeft het er daarom alle schijn van dat er geen keuze meer is. Ik zal aan de bak moeten en het oefenen inpassen in mijn dagelijkse leven. De rugklachten bezweren en alle benodigde spiergroepen sterker en weerbaarder maken door middel van al die voor veel hardlopers bekende krachtoefeningen als ‘lunges’, ‘squats’ en noem ze maar op. Ik kan niet zeggen dat ik er naar uitkijk maar het is nu een kwestie van buigen of barsten, met andere woorden een force majeure. Ergo ik zal er, met beleid weliswaar, tegenaan gaan. En hopen dat ik zo spoedig mogelijk weer de paden op en de lanen in kan. En zeker op Tweede Pinksterdag als de Gaasperplasrun, inclusief opnieuw het rennen door de Gaasperdammertunnel in aanbouw, op het programma staat. Voor deze loop heb ik mij namelijk al geruime tijd geleden aangemeld. Ik heb nog drie weken en een beetje om fit en startklaar te geraken. Er is dus werk aan de winkel!

Over het Deerlijk Gemis van een Persoonlijke Pitspoes (4 reacties)

Gepost door Peter de Haan op zondag 12 mei 2019 21:49

Voorwoord: het stormachtige gebeuren in Reeuwijk had ontegenzeggelijk zijn tol geëist. De dagen na de monstertocht rondom de Surfplas stonden voor ondergetekende in het teken van het herstel. De fietstocht naar huis tegen de vliegende storm in was de spreekwoordelijke druppel geweest die de al even spreekwoordelijke emmer had doen overlopen. Steenkapot was ik. Maar misschien had ik ook wel een kleinigheidje onder de leden, wie zal het zeggen. Op diezelfde zaterdagavond, waarop doorgaans mijn lief en ik een tweetal films in het Goudse Filmhuis verhapstukken (bron: Arranraja) lag ik uitgewoond in mijn warme nestje, gevloerd door de inspanningen. En ook in de dagen daarna lag het energielevel beduidend onder Nieuw Gouds Peil. Op het Terre des Hommes hoofdkantoor in Den Haag vroeg men zich die maandag af wat ik daar in godsnaam te zoeken had. Dat overkomt mij niet vaak, naar huis gestuurd worden door mijn collega’s, en zelfs door mijn bloedeigen baas. Net alsof ze me niet motten daar. Niet dat ik naar huis ging overigens: wijd en zijd sta ik bekend om mijn koppigheid, noem het maar gerust onverantwoordelijkheid. Voor de geïnteresseerden: dit is een familietrekje door-de-eeuwen-heen.

Langzaam maar zeker knapte ik op – en dat was wel nodig ook. Twee weken later stond alweer een zware beproeving op het programma. Voor het eerst in mijn hardloopleventje had ik mij ingeschreven voor een immense uitdaging in en rondom Zandvoort. Het plaatselijke race-circuit, dat volgens snode plannen binnenkort weer plaats gaat bieden aan het Formule 1-circus, zou op 31 maart 2019 het start- en finishtoneel zijn van een sport die in een beduidend langzamer tempo wordt uitgevoerd. En ondergetekende zou naar Zandvoort afreizen om daar een halve marathon over circuit, strand en duin te gaan afwerken.

Zoals al beschreven in mijn vorige prietpraatje was de inschrijving voor – en deelname aan - Zandvoort een compensatie voor het leed dat mij was aangedaan door het niet doorgaan van de CPC. Bittere tranen had ik geweend, maar tussen de huilbuien door zinde ik op sportieve wraak. Deel één van deze revanche had ik inmiddels in Reeuwijk voltooid, en nu werd het tijd voor het laatste gedeelte van dit Tweeluik der Vergelding. Heel toepasselijk zou dit plaatsvinden in een plaats die aan zee was gelegen, zij het dat dit wel ettelijke tientallen kilometers ten noorden van Scheveningen/Den Haag was. Voor de topobeten: vanaf Scheveningen kom je, als je een duurloopje langs de kust in noordelijke richting maakt, eerst bij de Wassenaarse slag. Vervolgens draaf je naar Katwijk en naar het vijf kilometer verderop gelegen Noordwijk. Na deze iets mondainere badplaats komt er nog een lang stuk, waarbij je eerst de provinciegrens passeert en uiteindelijk in Zandvoort belandt. Van mij mag je daar stoppen en een strandpaviljoentje opzoeken: inmiddels staat je teller op zo’n 35 en heb je er zowat een hele marathon op zitten.

Zandvoort zelf is bepaald niet mondain: het doet qua lelijkheid nèt niet onder voor de gehele Belgische kust. Daar is het al helemaal een rotzooitje, maar ook in Zandvoort heeft men in de loop der jaren talloze oerlelijke bouwwerken neergezet. Ten noorden van al dat fraais, richting Bloemendaal aan Zee en verderop de Hoogovens, ligt dan het veel geprezen en verguisde racecircuit. Geprezen vooral door de rijke Formule 1-historie, verguisd vooral door de enorme geluids- en (vroeger) stankoverlast. Dat laatste was zeker het geval als een straffe noordenwind de uitstoot van al die racemonsters richting het dorp blies. Dat sloeg dan neer op alle balkonnetjes en maakte het leven daar slecht draaglijk.

Maar nu gingen wij daar hardlopen – en onze uitstoot zou hopelijk niet al te veel ergernis opwekken bij de inheemse bevolking. Ik verheugde mij bijzonder op de uitdagingen die mij daar stonden te wachten: de driekwart ronde over het moeilijk te belopen circuit, de 8 kilometer over het strand dat vanwege het hoogwater slecht begaanbaar zou zijn, en de 9 kilometer up-and-down terug door de duinen en de tocht door het schilderachtige Zandvoort. Dat laatste klinkt wat paradoxaal, maar ook lelijke dingen zijn goed te beschilderen. Kijk maar naar de vele portretjes die mijn lief al van mij gemaakt heeft. Just kidding.

Hoe het ook zou aflopen daar in Zandvoort, het weekeinde kon sowieso al niet meer stuk. Vrijdag startte ik een heerlijke vrije dag met een GR-ochtendtraining op de baan. De Goudse Runners bestonden die dag precies 40 jaar – en dat moest uiteraard gevierd worden. Na een heel druk bevolkte estafettetraining werd het een heel gezellig samenzijn met veel drank en spijzen. Ondergetekende liet zich hierbij niet onbetuigd, en volgevreten meldde ik mij aan het eind van de ochtend bij Huize de Haan. In ons stulpje bereidden wij ons voor op het tweede gedeelte van de dag: een tripje naar Amsterdam voor een concert van gitaarvirtuoos Estas Tonne in het prachtige Carré. Geweldig was het. Ook de zaterdag was ruimschoots de moeite waard: met vrouw-, dochter- en schoonzoonlief bezocht ik het eerder gememoreerde Filmhuis voor twee prachtige vertoningen. Wij genoten met volle teugen. En we zagen dat het goed was.

Maar op de Zondag in Zandvoort moest er dan toch stevig gebikkeld gaan worden. En dat terwijl wij die nacht gestraft waren door een uur minder slaapgelegenheid, vanwege het overgaan van winter- in zomertijd. Opmerkelijk genoeg bleef ik in de boemel vanaf Gouda verstoken van het inmiddels gebruikelijk geworden zondagse kinderoproer. Alhoewel: het kan nog veel erger. Schuin tegenover mij, aan de andere kant van het gangpad, zat een (veel) ouder stel gezapig te herkauwen. Omdat zij met elkaar waarschijnlijk al lang uitgespeeld waren, schepten ze er nu genoegen in om hun gebitjes voortdurend in en uit hun mond te bewegen. Uitstoten en weer naar binnen zuigen. Ik ben echter nog veel te jong om het genoegen daarvan in te zien, zowel in ethisch als in esthetisch opzicht. Dus gingen mijn oogjes dicht en de oortjes in, en onder de klanken van de Franse groep Tryo mediteerde ik over grote hardloopsuccessen terwijl het treintje ijverig voort deed.

Ter hoogte van Abcoude kwam via de NS-app tot mijn schrik opeens het bericht door dat er voorlopig geen treinen zouden rijden tussen Amsterdam en Haarlem. Dit vanwege ‘een aanrijding met een persoon’. Vreselijk natuurlijk – ik dacht er maar liever niet aan – maar nu moest er wel rap een alternatief plan uit de ladenkast getrokken worden. Al snel vogelde ik uit dat ik op Amsterdam Bijlmer ArenA een snelbus kon nemen via Amstelveen en Schiphol naar Haarlem. Dat zou mij zelfs eerder in Haarlem en Zandvoort brengen dan oorspronkelijk gepland. Aangekomen op het station, dat zijn naam deels dankt aan een naastgelegen prachtige voetbaltempel, groette ik het seniorenstel beleefd. Als antwoord kreeg ik – heel synchroon – hun twee gebitjes getoond. Onthutst verliet ik de trein en spoedde mij naar het plaatselijke busplatform. Intussen lichtte ik GR-loopmaat Nico in: hij zou iets later naar Zandvoort komen dan ik, maar ik wilde niet dat hij ‘Stuck in Amsterdam’ zou raken.

De Interliner bracht mij binnen een oogwenk naar het pittoreske Haarlem. Deze stad – en de omgeving ervan - herbergt voor mij veel jeugdherinneringen. Mijn grootouders van vader’s kant woonden in het aanpalende Overveen. En van daaruit bezocht ik de stad uiteraard dikwijls, evenals het verderop aan de kust gelegen Zandvoort. Ook de uitgestrekte Amsterdamse Waterleidingduinen kende ik op mijn duimpje. Mijn Opa oefende daar altijd voor de Apeldoornse en Nijmeegse Vierdaagse Marschen, en als kind vergezelde ik hem graag op deze looptrainingen. U ziet: ik heb het allemaal niet van een vreemde. Eén van de voor ons kinderen fijnste pleisterplaatsen in Overveen was de uitspanning Kraantje Lek, met zijn markante Holle Boom. Als kind speelde ik daar in de duinen zo vaak met mijn neven en nichten, en zetten wij speurtochten uit die we dan vervolgens zelf liepen. Na afloop was er dan in de uitspanning steevast een glaasje ranja voor de vermoeide jonge helden.

Kraantje Lek ligt eigenlijk in de achtertuin van het Zandvoortse circuit. Vervuld van herinneringen legde ik het laatste stukje tussen Haarlem en Zandvoort af in een boemeltje dat uiteraard vol zat met hardloopatleten en -atletes. Gelukkig had ik een zitplaats bemachtigd – voor een man op leeftijd zoals ik mag dat natuurlijk ook wel. Voorlopig hoeft nog niemand in een trein, tram of bus voor mij op te staan – maar ooit zal toch het moment komen dat ik met een wat overdreven gekwelde blik de jongelui ga verleiden om hun plaats aan mij af te staan. Het opzichtig tonen van een wandelstok zal daarbij vast ook helpen, dus heb ik daarvoor alvast maar een marktonderzoek gestart. En mocht dat toch niet volstaan: dan zal ik een diepte-investering in een hulphond moeten doen ben ik bang.

Het was koud in Zandvoort, en er was een flinke wandeling af te leggen van het plaatselijke stationnetje naar het startgebied op het plaatselijke circuit. Het was weliswaar zonnig, maar er stond een gemene kille wind die mij tot op het bot verkleumde. Nico zou, zo berichtte hij mij tot mijn geruststelling, gewoon weer via Amsterdam naar Haarlem kunnen komen. Ik was door alle gebeurtenissen uiteraard extra vroeg aanwezig op het circuit. Na door een tunneltje onder de racetrack te hebben gelopen arriveerde ik op het evenemententerrein op Paddock 2 zoals dat in racekringen zo mooi heet. Ik had alle tijd om daar eens goed om mij heen te kijken. Vanaf Paddock 2 was het circuit goed te zien, en wat mij in eerste instantie opviel was dat wij arme lopers behoorlijk wat hoogteverschillen te verduren zouden krijgen. En wat nog erger was: ook in de breedterichting lag de weg er niet horizontaal bij, vooral niet in de vele bochten. Dit zou een lastig onderdeel van mijn halve marathon gaan worden, en dat was nog maar aan het begin. Ook monsterde ik het finishgedeelte: we zouden precies daar finishen waar alle race-coureurs ook hun voorwielen over de streep drukken, vlak voor het midden van de indrukwekkende grote tribune. Om de tijd te doden (bron: Wim) trakteerde ik mijzelf op een kop sterke koffie met een gevulde koek, die ik in afwachting van mijn Goudse hardloopgezel als alternatieve doping inbracht.

Een klein uurtje voor de start arriveerde Nico gelukkig ook. Zijn heenreis had verder geen obstakels gekend. Na een bezoekje aan de grote evenemententent togen wij gezamenlijk naar het eveneens op Paddock 2 gelegen omkleedgebouw. Dit was een onderhoudshal voor de racewagens, en wij snoven de olie-dampen van vele decennia op terwijl wij de korte tights omgordden. Half stoned verlieten wij het milieuonvriendelijke gebouw op zoek naar Dixiland voor een laatste sanitaire pitstop. Bevrijd en verlicht namen wij vervolgens plaats aan één van de smaakvolle tafeltjes, niet ver van de kledingafgifte. Daar lieten wij ons gewillig fotograferen door een met zorg uitgekozen volontair, een viertal foto’s voor onze respectievelijke levenspartners die uiteraard bezorgd onze tekenen van leven aan het afwachten waren. Terwijl Whatsapp verwoed bezig was om de foto’s zo snel mogelijk in Gouda te krijgen, leverden wij onze tassen in bij de vriendelijke vrijwilligers van de kledinginname.

Na een korte wandeling naar de pitsboxen begonnen Nico en ik aan onze opwarmronden. We hoefden gelukkig niet onze regenbanden om te leggen: het zou gedurende de hele race droog en zelfs zonnig blijven. Mijn kompaan deed nog wat staande oefeningen, terwijl ik mij overgaf aan een serie lichte versnellingen. Warmgeworden liepen wij uiteindelijk naar de pitsbox van waaruit onze start zou plaatsgrijpen. Wandelend door die pitsbox kwamen we nu de pitsstraat op, de plek waar normaliter banden worden vervangen en waar brandstof wordt bijgetankt. En dat alles in recordsnelheid. Nu liep daar een hardloperspeloton rond in gespannen afwachting van de start van het Zandvoortse Spektakel.

Wat mij buitengewoon tegenviel is dat er – in tegenstelling tot gebruikelijk – geen pitspoezen waren te bekennen. Voor diegenen die net onder hun steen vandaan zijn gekropen of uit Mars zijn overgevlogen: pitspoezen zijn mooie, jonge vrouwen die zich bij autoraces en motorraces ophouden bij de pits of het rennerskwartier. Vaak zijn ze woest aantrekkelijk, en wulps en uitdagend gekleed. Hun taak is het om de coureur zo veel mogelijk – maar niet al te opzichtig – te behagen in de spannende momenten vlak voor de start. Vaak hebben zij een paraplu of parasol in de hand om de renner zoveel mogelijk te beschermen tegen regen resp. zonneschijn. Het leek mij een goed gebruik om ook op deze hardloopdag te hanteren, immers: mijn allengs kalende bolletje vroeg om een liefdevol opgestoken parasolletje. Het mocht echter niet zo zijn: in de hele pits was geen poes te bekennen. Treurend om het gemis wijdden wij ons dan maar quasi-enthousiast aan de hilarische opwarmtaferelen die – helaas – wèl gebruikelijk zijn bij dit soort massale evenementen.

Met een mooie fuikstart ving voor Nico, mij en vele anderen het 21.1km hardloopavontuur van Zandvoort aan. Meteen kwam de eerste uitdaging: de roemruchte Tarzanbocht. Daar, in die spektaculaire 180-gradendraai, was het zaak om de ideale lijn te volgen en niet óf vooruit te schieten de grindbak in, óf in de binnenbocht te belanden op de kerbstones waarover het buitengewoon moeilijk lopen was. Meteen kreeg ik het veel te warm – een fenomeen dat zich bij mij de laatste jaren steeds prominenter voordoet. Na de Tarzanbocht komt er een knik in de vorm van de Gerlachbocht. Vervolgens beklimt de meute de Hunserug – een behoorlijke klim die je dus al in de eerste kilometer voor de kiezen krijgt. Een voorbode van al het zwaars dat nog komen ging. Ik kon goed zien hoe Nico zich gestaag van mij verwijderde. Zelf had ik alweer een Brabants gezelschapje te pakken, net zoals tijdens de Twiskemolenloop aan het begin van de maand. Met deze mensen, zo nam ik mij voor, zou ik het stuk over het circuit afwerken, gevolgd door nog een kilometer richting het strand.

Vlak voor het ‘aansnijden van het Scheivlak’ (de verstokte kenners horen het in hun herinnering Frans Henrichs, Hans Brian, Hans Kiviet en Jan Stekelenburg nog steeds zeggen) stak het 21.1km-peloton het circuit een enorm stuk af, en kwam het terecht op het gedeelte tussen de Renaultbocht en de AudiS-bocht. Het afsnijden van het Scheivlak dus. Mijn motor was inmiddels aan het overkoken, zo warm had ik het. Hopelijk zou de situatie aan de kust anders zijn. Wel was het jammer dat we niet het hele circuit mochten doen, enfin volgend jaar dan maar inschrijven voor de 12km, waar dat plezier wèl wordt verschaft.

Na nog enige moeizame en zware bochten, waaronder de Arie Luyendijkbocht (tweevoudig winnaar Indy 500), verliet het al behoorlijk aangeslagen peloton het circuit op weg naar de Zandvoortse boulevard en (erger) het strand voor de monsterlijke tocht door het mulle zand. Mijn Brabantse vrienden-for-the-moment had ik inmiddels achter mij gelaten en ik bereidde mij mentaal voor op de verschrikkingen die mij te wachten stonden. We zaten inmiddels op kilometer 4, en pas op kilometer 12 zou het zandhappen ten einde komen. En alsof dat allemaal nog niet voldoende was zouden er dan nog 9 helse kilometers door duin en dorp richting de finishvlag volgen.

De eerste kilometers op het strand vielen nog wel mee. Er stond wel wind, maar die speelde nauwelijks een rol van betekenis. Ik richtte mijn blik op de horizon (in de verte was Noordwijk zichtbaar) en koos een niet al te hard maar gestaag tempo. Maar daar waar na plusminus 2.5 kilometer de 12km-lopers alweer de boulevard op zouden gaan (hun start was een uur later) begon voor ons pas echt de verschrikking. Het strand werd meer en meer onbegaanbaar. Het zand was er mul en diep, en dat van het duin tot aan de waterlijn. Nou ja, waterlijn: het was in geen geval een rechte lijn, en dat maakte het er al helemaal godsonmogelijk op. Met de moed der wanhoop baande ik mij een weg door deze zandbak, soms met één of twee medelijders, maar dikwijls helemaal alleen. De hazen van 2.00 uur snelden voorbij: ik kon ze niet volgen. De hazen van 2.05 uur snelden voorbij: ik kon ze niet volgen. Vertwijfeling maakte zich van mij meester. Er was over de volle breedte van het strand geen enkel spoor te vinden dat maar enigszins soelaas bood. De Sauconietjes liepen vol met zand en water, en hun eigenaar verstookte een surplus aan energie om maar vooruit te blijven gaan. Hart en longen schreeuwden om te stoppen, de geest was echter onvermurwbaar. Er moest doorgelopen worden, anders zou ik reddeloos verloren zijn. En ook mentaal zou dat een enorme knal hebben geven die nog heel lang zou hebben doorgewerkt. En dus werd het onmenselijk lijden voortgezet. Voor mij zag ik tot zover mijn oog reikte een eindeloos lange stroom van lopers – van een duinopgang was nog geen spoor te bekennen.

Tot twee maal toe werd het peloton strandopwaarts gedreven door nog minder begaanbaar los zand. De eerste keer was dat voor de drankpost. Hier laafde ik mij overvloedig, om daarna met veel te weinig herwonnen kracht weer door te gaan met de moordende worsteling door het zachte zand. De tweede keer was het om over de 10km-mat geloodst te worden. Men wilde zeker weten dat er geen hardloopsmokkelaars een eerdere duinopgang zouden nemen, vandaar deze wrede actie. Gelaten liet ik het mij ondergaan. Daarna was er verdorie nóg twee kilometer te lijden over dat vermaledijde pokkenstrand.

Als een kudde koeien zonder oormerk banjerden wij voort door het mulle zand. Meer dood dan levend bereikte ik uiteindelijk de duinopgang, iets ten noorden van de Langevelderslag. Twaalf helse kilometers waren afgelegd, nog negen te gaan. Het hart pompte woest en de longen verrichten overwerk. De verschrikking was echter nog niet ten einde: de duinopgang was buitengewoon lang en steil, en dat door zacht zand zonder enige stevige ondergrond. Tot je knieën zakte je weg. Met de handen op de benen ploeterend ramde een ieder het hoge duin op, om vervolgens door al even mul en diep zand af te dalen richting het verlossende fietspad. Op deze Blanke Top der Duinen moet mijn hartslagmeter al helemaal uit zijn kastje zijn geslagen, zo zwaar was het.

Na aankomst op het fietspad tussen Noordwijk en Zandvoort nam ik heel even de tijd om een assessment te maken van mijn deplorable situatie. Conclusie: het was deplorabel. Schoorvoetend koos ik een laag tempo waarmee ik mij door 9 gruwelijke kilometers naar het circuit moest gaan worstelen. De tank was eigenlijk al leeg, toch moest ik in de survivalstand want opgeven zou ik nooit. Never nooit! En al zeker niet hier in dit Amsterdams Waterleidinggebied, het gebied waar Opa en ik ooit vele kilometers wandelend aflegden. Dat zou hem en mij geen eer doen. Mijn tempo was overigens al aardig richting wandeltempo gezakt, maar ik zette mijn hardlooppas onverschrokken voort. De schandalig lelijke hoogbouw van Zandvoort was in de verte te bekennen, en kwam langzaam maar onzeker nabij. Heel af en toe vond ik aansluiting in een groepje, maar geen van deze groepjes ging mij langzaam of snel genoeg. Zo werd het een behoorlijk eenzaam en lijdzaam avontuur daar in de duinen. In een duingebied gaat dat ook nog eens op en af, geen moment kon ik lekker vlak lopen. Door al dit gedonderjaag werd er nog eens extra ingeteerd op mijn vet- en eiwitreserves.

Volkomen uitgeteerd bereikte ik na 5 kilometer de zuidelijke contreien van Zandvoort. Daar, op het 17km-punt kwamen de lopers van de 12km en die van de halve marathon tezamen. Er was een zeer kleine theoretische mogelijkheid dat ik daar mijn grote hardloopvriend Arranraja zou treffen. Mijn loop- en blogmaat was immers druk bezig zijn eigen race over 12 kilometer te verhapstukken, en hij had vooraf in al zijn ijver uitgerekend dat het niet denkbeeldig was dat we elkaar daar zouden tegenkomen. Het zou mijn redding zijn geweest: onder zijn vleugels had ik die laatste 4 monsterlijke kilometers door het dorp nog in een redelijk tempo kunnen doorkomen. Eindelijk had hij voor mij de haas kunnen zijn en had hij ook eens kunnen voelen wat dat is. Maar helaas: ik had inmiddels al zoveel tijd verloren op het door hem bedachte scenario dat wij elkaar volledig misliepen. Mijn geest was nu finaal uit mijn fles.

Mistroostig en totaal uitgewoond vervolgde ik mijn lijdensweg richting de Grote Verlossing. Enige tijd kon ik aanklampen bij een collega halve marathonner, voor wie het voorafgaande ook iets teveel was geweest. Maar vlakbij het stationnetje van Zandvoort kon ik niet anders dan ook deze moegestreden krijger laten gaan. Op weg naar het circuit moest ik mijzelf nog enkele stop-and-go penalties toestaan, zo uitgepierd was ik. Gelukkig bereikten de eerste olie-, kerosine- en benzinedampen van de racetrack mijn fijngevoelig neusje en wist ik dat aan dit lijden en strijden een eind zou gaan komen. Wat ook hielp is dat er in het dorp vele supporters waren die ons hartstochtelijk aanmoedigden - alsof ze ècht wisten hoe zwaar het was geweest. En ook hier waren weer veel partytenten opgezet waarin door de aanwezigen onwaarschijnlijk veel alcohol werd verstouwd. Een nieuwe traditie bij massale hardloopwedstrijden is hiermee inmiddels ontstaan, maar of wij daar blij mee moeten zijn vraag ik mij af.

Op mijn tandvlees bereikte ik het circuit, waarop ik mij door het uitzinnige publiek over de eindstreep liet dragen. Met wijdse gebaren werd de zwart-wit geblokte finishvlag gezwaaid om mij uit mijn lijden te verlossen. Mijn eindtijd noem ik hier niet in dit kletsverhaaltje - mijn gevoel voor eigenwaarde staat dat niet toe. Tip van de sluier: nog nooit had ik een halve marathon zo langzaam gelopen. Dit was er één die enorm bevochten was, en gezien mijn huidige vorm kon ik toch trots zijn op wat ik had geflikt. Door een bewonderend kijkende vrijwilligster kreeg ik een zeer fraaie medaille aangereikt, en even later werd mij ook nog een flesje sportdrank in de vermoeide handen gestopt. Zonder het door te hebben werden wij om de pitsboxen heengeloodst richting het evenemententerrein op Paddock 2. Daar ontmoette ik Nico weer, die het ook zwaar had gehad maar een alleszins acceptabele tijd had gelopen.

Gezamenlijk togen wij naar de omkleedruimte waar een ieder, stil en aangedaan door het zojuist doorstane hardloopleed, bezig was de natte plunje te vervangen door droge. Snel kleedden wij ons om, al was het alleen maar om niet weer bevangen te raken door de oliedampen. Geroerd namen wij afscheid van het circuit dat ons vandaag zoveel strijd en ontberingen had bezorgd, en banjerden in gezwinde pas richting het Zandvoortse station. Daar ging een veelheid aan treinen het hele peloton weer naar Haarlem en verder brengen. Het was een mooie, uitputtende en toch weer inspirerende dag geweest hier in het Zandvoortse. Helaas was door het ontbreken van een Persoonlijke Pitspoes mijn kale bolletje wel ernstig verbrand. Daar moeten ze toch wat aan doen, willen ze mij ooit nog verleiden tot het lopen van deze Zandvoort Circuit Run.

Het gemis van de CPC was door deze kuitenbijter, èn die van Reeuwijk, in ruime mate gecompenseerd. Qua beleving èn qua strijd, kortom een genoegdoening op alle fronten. En het goede nieuws uit Den Haag was: er gaat some sort of compensation worden geboden voor het cancellen van de loop. Het zou erop kunnen uitdraaien dat voor alle ingeschreven deelnemers de startplaats voor de editie van 2020 verzekerd is. Ik zie er reikhalzend naar uit. Voorlopig echter gaan er door mij even geen halve marathons meer worden gelopen, dus (let op!) ook de geplande HM van Leiden niet. Ik ga nu pas op de plaats maken, en op een fatsoenlijke manier weer opbouwen naar betere tijden met betere eindtijden. Tijden behaald in wedstrijdlopen waarover uiteraard weer groots en meeslepend verslag zal worden gedaan - dat blijft. Watch this space!

Foto's bij deze blogpost

Screenshot_2019-05-13-13-53-22.png

GAAN OP DIE BAAN! (3 reacties)

Gepost door Jaco Rip op zaterdag 11 mei 2019 22:56

Het is alweer een aardig tijdje geleden dat ik in verhaalvorm iets van me heb laten horen op dit platform. Maar nu heb ik er weer zin in. Normaal gesproken doe ik per blog verslag van één wedstrijd, maar de laatste keer dat ik iets schreef brak ik al met die traditie door over mijn ervaringen op de 5k in Alphen a/d Rijn en Bergen op Zoom te vertellen. Nu ga ik bijna hetzelfde doen, met als verschil dat de afgelegde afstand nu nóg korter was. Hoe hier dan in hemelsnaam een leuk verhaal over te schrijven valt? Ik zou zeggen, lees gerust door……..

Voor de mensen met een niet zo goed geheugen, en dat zijn er nog altijd een paar, ik had in mijn vorige verhaal al aangegeven dat ik op een nieuwe manier ging trainen. Na de aanschaf van het beroemde boek van Klaas Lok, Het Duurloopmisverstand, ben ik fanatiek gaan trainen volgens de souplessemethode. In het begin merkte ik al snel dat mijn niveau flink omhoog ging, maar aangezien ik in de winter heel vaak op mijn best ben wist ik nog niet zeker of mijn stijgende vorm te danken was aan de trainingsmethode of dat ik gewoon geen last had van het weer. Na een paar maanden kwam er echter wel duidelijkheid, het lag aan de nieuwe manier van trainen. Op een lastig parcours In Halsteren liep ik een 5k in een niveau dat ik al anderhalf jaar lang niet meer had benaderd. Slechts 10 seconden boven mijn PR, dat nog steeds op 19’23 staat, maar mij dus wel het vertrouwen gaf dat de ingeslagen weg de juiste was. Om deze vorm vooral te blijven testen had ik mij vervolgens ingeschreven voor iets nieuws (voor mij), een baanwedstrijd over 3000 meter in Oud-Beijerland. Op 18 april zou ik daar 7,5 rondje op de baan gaan lopen bij de plaatselijke atletiekvereniging. Aangezien er een indeling moest worden gemaakt qua niveau (er deden ruim 170 atleten en atletes mee in 7 verschillende series!), werd mij verzocht om een beoogde tijd in te vullen. Ik besloot, aangezien het mijn allereerste keer zou zijn, om een relatief voorzichtige eindtijd van 11’30 in te vullen. Niet te langzaam, zeker niet, maar eventueel zou het misschien wel wat harder kunnen als alles mee zou zitten.
Op 18 april was het dan zover, ik zou ’s avonds met mijn trainer/loopmaatje Jack Govers mijn opwachting maken bij AV Spirit. Aangezien de laatste maanden mijn niveau net wat hoger zat dan dat van Jack, verwachtte hij rond de 11’45 te lopen. Na een korte reis waren we ruim op tijd aangekomen. We haalden ons startbewijs en gingen vervolgens, in het gezelschap van een tweetal bekende vrouwelijke atleten uit de regio, op ons gemakje warmlopen. Al snel bleek dat ik met de verwachtingen het hoogst zat. De twee dames zouden in serie 3 aantreden, Jack en ik in serie 4, precies halverwege het programma. Serie 1 was de langzaamste, serie 7 de snelste met alle kleppers uit de regio die 3k binnen 9 minuten af kunnen raffelen! Het betekende wel voor ons dat we erg laat van start zouden gaan, zo rond een uur of 10 ’s avonds! Het aftellen kon ons niet snel genoeg gaan…...

Daar gingen we zo tegen 10 uur, richting de start. Er stonden al behoorlijk veel lopers en loopsters klaar, waarna we moesten reageren als onze naam werd geroepen. Het leek wel alsof we weer terug op school waren! Ik sprak ondertussen met nog wat mensen en hoorde hier en daar toch akelig snelle tijden worden gefluisterd. Toen we dan ook van start gingen was ik bewust een beetje achterin gaan staan, ik wilde niemand voor de voeten lopen en zelf geen enkel risico lopen op struikelpartijen. Na 100 meter schrok ik toch wel van wat ik zag, ik liep helemaal achteraan! Ging ik nou zo langzaam of ging de rest zo achterlijk hard? Het antwoord op die vraag kreeg ik gelukkig al 100 meter verder, toen ik zag dat na 200 meter in 45 seconden doorkwam. De rest ging dus achterlijk hard! Ik besloot vertrouwen te houden in mijn eigen gevoel van tempo en ontspanning en gewoon strak door te lopen. De race ging nu pas echt beginnen…..

Daar liep ik dan in mijn allereerste baanwedstrijd. Ik merkte vrij snel dat ik weer mensen begon te achterhalen en ze vervolgens ook makkelijk voorbij stak. Onder hen mijn maatje Jack, die ik na 600 meter al achter mij wist. Ik voelde mij erg sterk en bleef constant een hoog tempo aanhouden, zodat ik binnen een mum van tijd de eerste kilometer erop had zitten in de prachtige tijd van 3’48! Ik liep nu even in een soort van niemandsland, met voor en achter me een marge van een meter of 20. Dat veranderde echter langzaam maar zeker met de situatie voor me. Ik liep steeds meer in op een trio jeugdige atleten, dat erg hard van start was gegaan. Bij de doorkomst op 1400 meter was de aansluiting een feit en liep ik met een hoog tempo, maar uiterst gecontroleerd, het groepje rustig voorbij. Enkele ouders langs de kant schreeuwden nog naar hun kroost dat ze moesten proberen aan te pikken bij mij, “want dan ben je verzekerd van een goede eindtijd!” Ik wist echter dat dit ijdele hoop was, want ik had aan hun ademhaling al gehoord dat ze niet bij mijn hoge tempo van 16 per uur (!) zouden kunnen blijven zonder zwaar in het rood te gaan. Na 2k zag ik een fantastische doorkomsttijd van 7’34, wat betekende dat km 2 in 3’46 was gegaan. Het begon nu allemaal wel wat lastiger aan te voelen, maar ik wist dat ik nog maar 2,5 ronde had af te leggen. Nog een kleine 4 minuten en ik zou er zijn!

Daar kwam de doorkomst op 2200 meter. Ik had in mijn racevoorbereiding ingeschat dat ik hier zou beginnen te verzuren en dat klopte aardig met wat ik voelde, maar ik was ook hierop voorbereid. Het ritme ging wat omhoog en ik concentreerde me op een paar lopers die ik nog voor me zag. Het gat werd steeds ietsje kleiner, onder luide aanmoedigingen van een paar bekenden langs de kant. Toen de bel voor de laatste ronde voor mij werd geluid riep Jacques, een kennis van Spado, dat een tijd van 11’15 er zeker inzat. De doorkomsttijd van 9’47 gaf mij vleugels. Ik verlengde mijn pas en stormde werkelijk mijn laatste ronde in. De ademhaling ging nu met horten en stoten, maar toch bleef het tempo monsterlijk hoog, rond de 20 per uur! Ik haalde een atleet in met nog ruim 200 meter te gaan, maar nog geen 10 meter verder had hij zelf de gaskraan opengedraaid en kwam hij langs mij heen alsof ik stilstond! Toch zonk de moed mij hierdoor niet in de schoenen, omdat ik zag dat ik heel rap inliep op een andere atleet. Deze arme kerel werd in de laatste 100 meter nog 2x ingehaald, waaronder dus door mijn persoontje. Ik kwam met een gevoel van euforie en ongeloof over de finish na 11 minuten en 4 seconden. 45 seconden later kwam Jack over de finish, net zo uitgewoond als ik. We gingen nog even uitlopen, douchen en snel richting huis na het bekijken van de laatste serie, want het was al 11 uur geweest en de volgende morgen moesten we alweer erg vroeg opstaan. Uiteindelijk kwam ik net na twaalven thuis, waar ik nog één keer mijn officiële uitslag teruglas; 10e in mijn serie in 11’04’62! Met een grote glimlach op mijn gezicht sliep ik in…….

De dagen en weken na de geslaagde onderneming in Oud-Beijerland voelde ik me behoorlijk goed. De trainingen gingen niet altijd als vanzelf, soms zelf met wat meer moeite dan ik zelf had voorgenomen, maar toch bleef het niveau in competitie hoog, gezien een 10k in Oud-Gastel die ik volbracht in regelrecht stormachtige omstandigheden met een tijd die nauwelijks 40 seconden boven mijn PR van 40’27 zat. Ik had me dan ook ingeschreven voor weer een baanwedstrijd, deze keer in Etten-Leur. Gezien mijn PR van 11’04 werd ik eerst ingedeeld in de allersnelste serie, maar tot mijn grote opluchting werd dat in de loop van week voor de wedstrijd nog veranderd. Om in één race te worden ingedeeld met toppers die rond de 9’30 zouden lopen, zag ik niet heel erg zitten. Verder gaf de indeling tot mijn grote vreugde aan dat kameraad Fred, loopkennis Hans en nog een paar bekenden uit de regio ook acte de présence zouden geven. Ik leefde vol enthousiasme naar vrijdagavond 11 mei toe…..

Het was zover, mijn weekend was begonnen en het werd hoog tijd om richting Etten-Leur te rijden. Na drie kwartier op de weg te hebben vertoefd parkeerde ik mijn bolide bij het plaatselijke sportpark en begaf ik me naar het terrein van Achilles, de plaatselijke atletiekvereniging. Al snel trof ik Fred, die mij aanwees waar ik mijn startnummer kon afhalen. Bij het wedstrijdsecretariaat ontspon zich nog een grappig gesprekje. Omdat ik geen lid ben van een vereniging, had ik mij via een mailtje naar de contactpersoon in moeten schrijven. Deze had mij onder de vereniging “Nederland” ingeschreven. De personen die mijn inschrijving en betaling afhandelden, vonden dan ook maar dat ik voor een Nederlands record moest gaan. Dit leek mij niet één brug, maar meerdere bruggen te ver (na enig zoekwerk kwam ik erachter dat het NR op 7’37’48 staat). Ik beloofde ze dat ik mijn uiterste best zou doen om mijn PR aan te scherpen en daar namen ze gelukkig ook genoegen mee. Na redelijk lang te hebben warmgelopen met Fred, Hans, Petra en Jos, werd het tijd om alle overtollige kleding uit te doen en richting de startstreep te gaan. Om kwart voor 9 zou onze serie van start gaan………

Daar stonden we dan, met zo’n 15 lopers en loopsters bij de startstreep. De eerste serie (die hier dus juist de snelste was!) zat er net op en wij namen onze posities in. 11 mannen en 4 vrouwen, klaar voor 3 kilometer gas geven. Ik wist wat me te doen stond en ging ontspannen van start. Het gehele veld ging weer als een haas van start, met uitzondering van kameraad Fred en ik. Nog in de eerste bocht maande ik Fred tot kalmte, want ik wist zeker dat de grote meerderheid het aanvangstempo niet vol zou kunnen houden. Na 200 meter kwamen Fred en ik redelijk achterin het veld alsnog door in 43 seconden, wat mijn gevoel bevestigde. De rest ging gewoon weer achterlijk hard van start en toen de eerste adrenaline uit hun lichaam was verdwenen begon mijn grote inhaalrace. Na 400 meter kwam ik door in 1’28, wat een tempo inhield van 16.5 km/u. Ik bleef maar lopers inhalen, tot ik na 900 meter op plek 4 kwam te liggen, een meter of 30 achter kennis Hans en met bekende Kees v.d. Riet in mijn rug, die hij de eerstvolgende 3 rondes niet meer zou verlaten. Na 1 km kwam ik door in 3’43 met een redelijk ontspannen ademhaling, maar het inhalen was nu wel gedaan. Zou ik de tweede kilometer, die meestal als moeilijkste wordt aangeduid, ook zo goed doorkomen?

Nu begon het moeilijkste mentale gedeelte van de race. Ik zag de top-2 op een kleine 60 meter als ik het rechte eind opging en Hans bleef stug doorlopen op zo’n 30 meter voor me. Ondertussen bleef Kees (zo voelde en hoorde ik via aanmoedigingen vanaf de zijlijn voor mijn metgezel) pal achter me lopen. Ik begon het lastiger te krijgen om het tempo vast te houden, maar keek met opzet niet naar achteren. Zo leken rondje 3, 4 en 5 best wel lang te duren, maar ondertussen bleef toch het tempo behoorlijk goed. Ik zag bij de doorkomst na 2k dat ik 7’31 onderweg was, zodat ik nog bovenop het schema van 16 per uur zat. Om echter een PR te lopen moest ik net als in Oud-Beijerland een behoorlijk snelle laatste 1000 meter lopen. Zou ik dat kunnen? Behoorlijk vermoeid ging ik de laatste 2 rondes in…..

Bij het ingaan van de voorlaatste ronde kwam er een gevoel van vastberadenheid over me. Ook al zou ik misschien niet meer mijn PR halen, toch zou ik mijn uiterste best doen om Kees te lossen en mijn 4e plaats met hand en tand te verdedigen. Met een behoorlijke krachtsinspanning wist ik een klein beetje te versnellen en ik hoorde al vrij snel dat het effect had, Kees kon niet meer mee! Ik ging diep, echt heel diep, maar ik hield vol. Daar kwam de bel voor de laatste ronde alweer, in wat voor tijd zou ik doorkomen? Met een schok zag ik 9’38 op de klok staan, dat was bijna 10 tellen sneller dan in Oud-Beijerland! Nog één rondje van 87 tellen, net zoals ik zojuist had gelopen, dan zou ik bovenop mijn PR zitten. Ik opende de gaskraan volledig in de voorlaatste bocht. Ik zou geen podiumplaats halen, maar dat maakte me niets uit, op naar dat PR! De ademhaling ging ook nu weer met horten en stoten, maar ik hield vol. Daar kwam het laatste rechte eind, waar ik zag dat kennis Hans in een prachtige eindsprint nog de tweede plaats bemachtigde. Ik spoorde mezelf aan om alles uit de kast te halen. Ik werd compleet euforisch toen ik de klok een tijd zag aangeven van onder de 11 minuten, ik ging het redden! Ik zou een grens gaan doorbreken die ik tot een paar maanden geleden voor onmogelijk zou hebben geacht. Ik kwam behoorlijk kapot, maar uitzinnig van vreugde over de finish in een tijd van 10’56’52 (zo bleek later uit de officiële uitslag). Het was een glorieuze avond geworden!

Nu is het ondertussen ruim 24 uur geleden dat ik deze prestatie heb geleverd. Ik kamp nog steeds met een gevoel van licht ongeloof, maar ook van euforie. Wat nu mijn doel wordt? De 10k binnen de 40 minuten. Waar en wanneer ik dat ga proberen, weet ik nog niet, maar na de afgelopen maand heb ik genoeg zelfvertrouwen dat ik dit kan halen. Tot die tijd bleef ik gewoon lekker doortrainen en met enige regelmaat mijn wedstrijden uit te zoeken. U hoort nog van mij!

Met euforische groet, Jaco.

Rondje Windsurfplas (2 reacties)

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 3 mei 2019 13:05

Rust was er nauwelijks, beste lezertjes. Na het in het vorige kletsverhaal beschreven Rondje Windstootersplas stond precies een week later een volgende beproeving op de kalender. Op zondag 10 maart zou ik voor de vierde maal in mijn bestaan deelnemen aan het 21.1km City-Pieâh-City-festèn in Den Haag. Ik hoopte daarvoor voldoende opgewarmd te zijn door de door storm en regen geteisterde tocht met mijn hardloopmakker Arranraja. Maar het kon qua weer allemaal nog erger. Gedurende de week voor de CPC zwollen de weersvoorspellingen aan tot stormkracht. Zware windstoten werden verwacht, vooral aan de Scheveningse boulevard. Nou ging de Twiskemolenloop ondanks stormachtig weer wèl door. Maar een massale CPC in de grote stad is toch wel different cake. En omdat mevrouw Pauline Krikke nog niet al te lang geleden zware kritiek had geoogst voor het niet afgelasten van de vreudgevuren op Scheveningen en Duindorp, stond zij ditmaal als ware burgermoeder vóór in de rij om het cancellen van deze CPC van harte aan te moedigen. De ‘Pier-City-Pierloop’ zoals zij het in een interview met TV West noemde, en later ook nog ‘CCP-loop’, ach het zij haar vergeven. Het lieve mens was (ik parafraseer) in gedachten bij al die lopers en hun potentiële nabestaanden. Bless her.

Toegegeven: het was een terechte beslissing van de organisatie. Men draagt een enorme verantwoordelijkheid voor tienduizenden atleten, hun supporters en uiteraard ook alle vrijwilligers. Het is een grootschalige loop met een grote reputatie, en één incident zou for years to come een enorme smet op het evenement werpen. De vergelijkingen met de Twiskemolenloop gaan om die reden enigszins mank. Maar wel zijn er in beide gevallen grote risico’s aan te wijzen, zij het dat ze verschillend zijn. In het Twiske loop je weinig kans om tegen een vallende dakpan aan te lopen; in Den Haag loop je nèt wat minder kans om door een omvallende boom te worden tegengehouden. Wel schijnen daar met harde wind spontaan vonkenregens te kunnen ontstaan. Maar goed, elke organisatie maakt zo zijn eigen afwegingen. Door het Haagse evenement ging in ieder geval een dikke streep, met dank aan het illustere viertal Aeolus, Njord, Fujin en Fei Lan dat op wrede wijze de CPC-droom aan flarden blies.

Toch was het eigenlijk wel een raar gevoel die dag: je staat ’s-ochtends vroeg op met de gedachte dat je een goede twee uur gaat hardlopen. Die gedachte wordt dan in één klap vervangen door de wetenschap dat je he-le-maal niets gaat doen. De hele dag voelt dat extreem raar, extreem hyper en tegelijkertijd hypo. En dat zowel fysiek als psychisch – ofschoon deze termen volgens de Klisjeemannetjes hetzelfde betekenen. Naar buiten gaan om dan maar in alle eenzaamheid een duurloopje te verhapstukken (bron: Arranraja) was op deze barre dag niet mogelijk. Enfin, dan maar een goed boek gepakt. Na twee uur rusteloos lezen in Deep South van Paul Theroux – by far my fav travel writer – klapte ik het schootcomputertje open, op zoek naar loopjes die mijn wedstrijddrang op korte termijn konden bevredigen.

Die loopjes waren al snel gevonden. In de eerste plaats schreef ik mij in voor een debuut op de Zandvoort Circuit Run, geprogrammeerd tegen het eind van maart. En dan niet voor de hoofdafstand van 12km, maar voor de halve marathon. Ach ja doe maar gek, hoor ik U denken. En alsof dat nog niet genoeg was, besloot ik de voorgenomen afstand (10km) op de Reeuwijkse Plassenloop op 16 maart op te schalen naar 15. Dit alles puur ter genoegdoening voor het mij ontnemen van de CPC. Mijn wraak zou bitterzoet zijn.

En zo stond ik een kleine week later aan de boorden van de Reeuwijkse Plassen om mij 15 kilometer lang ploeteren te laten welgevallen. Want ploeteren zou het worden, zoveel stond vast. Alweer was een aanzienlijke dot wind voorspeld op deze zaterdag. Het hield maar niet op met waaien zo in de eerste helft van maart – zou dit ook een gevolg zijn van de klimaatverandering? In ieder geval niet volgens het Forum voor Democratie: volgens hen bestaat het klimaat niet eens, so why worry. Zelf omarm ik het klimaat van harte als linkse hobby, naast vele andere linkse liefhebberijen zoals mensenrechten, gelijkwaardigheid en vrede.

De 10 metrische mijlen van vandaag zouden uit twee korte ronden bestaan vlak bij de Reeuwijkse Hout, gevolgd door een grote ronde om de plas Broekvelden-Vettenbroek, in de volksmond aangeduid als de Surfplas. De Surfplas is de jongste, grootste en diepste van de 13 Reeuwijkse Plassen. Het is – ik memoreerde dit al in mijn vorige epistel – een zandwinningsplas, destijds gegraven voor de aanleg van een grote woonwijk in het aanpalende Bodegraven. De overige 12 plassen zijn veenafgravingsplassen die enige honderden jaren geleden zijn ontstaan. Het gestoken veen werd in speciale schuiten vervoerd naar plaatsen als Nieuwerbrug, Bodegraven en – jawel - Gouda. In die laatste plaats werd veel van dat veen gedroogd tot turf en opgestookt door de pottenbakkerijen en bierbrouwerijen. Op de Turfmarkt in Gouda kunt U bij gelegenheid nog één van de oude bruggetjes bewonderen die hoog genoeg waren om de turfscheepjes door te laten. Tot zover deze gesponsorde boodschap van de Goudse VVV. Ik ga vandaag nog de gage (mijn gewicht, èn dat van mijn lief, in volvette Goudse Kaas) ophalen bij de Waag.

De Surfplas triggert bij mij altijd een stukje verleden. In het begin van de jaren ’80 – ik was jong en nog maar een klein beetje bedorven – was ik een fanatiek windsurfer die graag deelnam aan wedstrijden in binnen- en buitenland. De favoriete omstandigheden waren voor mij: harde wind en open water. Ik voelde mij het meest in mijn element als ik, hangend in de trapeze en gebruikmakend van het grootste zeil, enorme vaart kon maken op lange stukken met constante wind. Op een plas als de Surfplas was dit mogelijk en daar kon ik dan ook naar hartelust werken aan mijn techniek, kracht en inzicht. Het gebruik van de trapeze vereiste immers volledige beheersing van alle drie de elementen. Mocht de wind plotsklaps draaien of veranderen van sterkte, dan was onmiddelijke reactie vereist, anders werd je met enorme kracht gekatapulteerd richting plank, mast of giek. Tot twee keer toe heb ik druipnat in mijn Camaro wetsuit op een dokterstafel mogen liggen om hoofdwonden te laten hechten. Waarna ik als toegift steevast een tetanusnaald vanuit haakse richting in het been kreeg gejaagd.

Leuke sport, dat windsurfen. Maar nu kwam ik naar de Surfplas om te hardlopen, een sport met een beduidend lager risico als het gaat om gekatapulteerd worden. Vorig jaar was het een ijskoude en stormachtige bedoening daar in Reeuwijk. Nu was het iets minder koud, maar behaaglijk voelde het allerminst. De wind kwam uit zuid-zuid-west, en dat betekende dat ik lekker voor de wind naar de Reeuwijkse Hout kon fietsen. Daar aangekomen op de grote parkeerplaats ontwaarde ik al vrij snel mijn GR-collega’s Karin, Nico en Peter – tezamen met mijzelf zou dat vandaag de vertegenwoordiging zijn van onze loopcommunity. We hadden ons alle vier ingeschreven voor de langste afstand: die van vijtien kilometer. Wat zijn we toch een bikkels, wij Goudse Runners.

Wat schroomvallig betraden wij de grote tent waar de startnummers moesten worden geïncasseerd en waar de nodige versnaperingen tegen betaling te verkrijgen waren. De schroom zat ‘m er in dat door de storm het net leek alsof de tent zou instorten. Maar al snel kwamen wij erachter dat het boeltje stevig genoeg in elkaar stak. Het geklapper van met name de tentdeuren jaagde eigenlijk nog de meeste schrik aan. Enigszins gerust namen wij elkaars plannen voor vandaag door. Mijn plan was eenvoudig: rustig aan (dan breekt het lijntje niet), niet opblazen en netjes uitlopen. En een tijd onder het anderhalf uur zou wel wenselijk zijn.

Enigzins meewarig en ongerust aanschouwden we gevieren de start van de 10km-loop. Er stond een straffe wind en af en toe spetterde het. Een half uur later zou ons dit ritueel ten deel gaan vallen. Ik toog naar de omkleedtent waar ik alle zeilen moest bijzetten om de hevig klapperende tentdeuren te ontlopen. Als je dat niet deed liep je de kans door die deuren keihard in je gezicht te worden geslagen. Ietwat geïntimideerd kleedde ik mij om en bevestigde het startnummer op het buitenste shirt. Dat was voor vandaag het werkelijk prachtige shirt van de Zevenheuvelenloop 2018 – ondanks het feit dat mijn looprek bijna ineenstort van de loopkledij had ik het kledingstuk in een moment van zwakte aangeschaft. Iedereen in de tent leek nerveus – was dit nou door het enorm klapperende tentzeil of door de beproeving die aanstaande was? Ik besloot mediterend de tijd die mij restte in de tent door te brengen. De enorme herrie hing ik geroutineerd weg aan een haakje, en zo was er ook geen herrie meer.

Het was niet de eerste keer dat ik de vijtien kilometer in het plassengebied ging lopen. Drie jaar geleden, volop in training voor mijn eerste en vooralsnog enige marathon, was ik hier op een heerlijke tijd van 1:16:30 uitgekomen, en dat na een buitengewoon krachtige en slimme race. Maar gezien mijn vorm van vandaag moeten wij dit maar als Andere Tijden Sport beschouwen. Ik zou vandaag al blij zijn als ik dit spektakel kon voltooien. Met deze gedachte verliet ik de kleedtent, deed een plas, liep een paar honderd meter in en toog met Nico naar het startvak waar al vele lopers gelaten hun lot afwachtten. Het was gelukkig droog – dat scheelt een hoop als je in een startvak moet staan.

Terwijl Nico en ik nog wat aan het filosoferen waren over de te volgen tactiek klonk om half twee scherp het startschot en werden wij weggekatapulteerd voor onze vijftien kilometer lange beproeving. Uiteraard liep Nico snel van mij weg. Ik nestelde mij in eerste instantie achter twee dames die liepen in bloemetjesjurken. Ja U leest het echt: bloemetjesjurken. Ik wist niet wat ik zag, maar ik zag wel dat het tempo dat deze gebloemde dames onderhielden te laag was om er achteraan te blijven sjokken. Na 200 meter ging ik erop en erover, op zoek naar medestanders die een voor mij aanvaardbaar tempo onderhielden. Die had ik al snel gevonden. Behaaglijk nestelde ik mij in een groepje dat moeiteloos de twee korte rondjes voltooide. Zoals gezegd: het tempo was goed, de pas was technisch gesproken in orde, en de ademhaling was prima te behappen. Ik monsterde mijn metgezellen: het waren twee mannen en twee vrouwen die allen al even beheerst liepen als ikzelf. Dat was in ieder geval een goed teken.

Na een kilometer of zeven, vlak aan de boorden van de Surfplas, maakten één van de mannen en ik ons los uit het groepje en liepen de vrije ruimte in. Mijn kompaan-for-the-moment was gehuld in blauwe loopkledij – ik zal hem voor de gelegenheid Man in Blue noemen. In de vrije ruimte voor ons verscheen al snel een mikpunt: een vrouw gehuld in geel – laten we haar dan maar Lady in Yellow noemen. Al dravend langs de noordkant van de surfplas liepen de Man in Blue en ik beheerst het gat dicht dat ons van de Lady in Yellow scheidde. En vanaf het moment dat wij haar te grazen hadden genomen begonnen we gedrieën in een waaier te lopen. Hoe zag dat er dan uit, hoor ik U denken? Wel: in een rijtje in de windrichting lopen en dan steeds van positie wisselen. Zo trachtten wij het leed gelijkmatig te verdelen. En we zagen dat het goed was.

Gezellig keuvelend overbrugden wij gezamenlijk een aantal kilometers. De Man in Blue was aan het trainen voor zijn alweer zevende marathon, op 7 april in Rotterdam. Deze loop paste, zo vertelde hij ons, héél goed in zijn trainingsschema. Good for him. De Lady in Yellow had het, net zoals ondergetekende, bij één marathon gelaten. Die vond plaats precies één jaar voordat ik ‘m liep, en ook in Leiden. Zoiets schept een band, zo spraken wij ontroerd tot elkaar.

Na de drankpost bij het 10km-punt versnelde de Man in Blue lichtjes. Mijn buurvrouw en ik keken elkaar aan, en in deze blik van verstandhouding lag opgesloten dat wij ons eigen tempo zouden blijven volgen. Ik ging schuin voor mijn metgezellin lopen, en zij nestelde zich behaaglijk in mijn kielzog en gaf zich over aan mijn haastempo.Gezamenlijk overbrugden wij op deze manier drie kilometers – we hadden de Surfplas nu bijna gerond. De Man in Blue liep nog binnen schootsafstand – nu vergezeld van een jeugdige paardenstaart – maar ik sprak tot mijn geelgeklede medeloopster dat wij niet een inhaalrace moesten beginnen, anders zou het ons slecht vergaan. Zwijgend legde zij zich neer bij deze eenzijdig gekozen wedstrijdstrategie.

Na iets meer dan dertien kilometer gebeurde er iets opmerkelijks: er lag een gigantische, diepe plas over de gehele breedte van het pad. Er was geen ontsnappen mogelijk: wij moesten er dwars doorheen. Onze hardloopschoentjes vulden zich volledig met water, en klotsend vervolgden wij onze weg. Dit was allemaal teveel voor mijn metgezellin die helaas proestend en reutelend moest afhaken, Doordat ik nu weer alleen liep moest ik mijn vizier weer vooruit richten. Niet ver voor mij liepen drie jongelui die zo te zien geanimeerd keuvelend hun tocht aan het volbrengen waren. Alsof het allemaal niets kostte. Deze hovaardige gasten moest ik te pakken gaan nemen, al was het alleen als extra stimulans om die laatste twee kilometers door te komen. Ik was immers zelf ook niet helemaal okselfris meer.

Het jeugdige trio kon ik gelukkig al snel bij- en inhalen. Er zat daarna nog net voldoende energie in de tank om nog een weinig te versnellen. En dat was maar goed ook, want de 90-minutenkaap kwam rap in zicht. Het gas ging er nog even stevig op, en jawel: na precies 15 kilometer kon ik mijn klokje indrukken op een netto tijd van 1:29:41. Missie geslaagd, deels dankzij mijn medelopers, deels dankzij mijzelf. Tevreden liet ik mij een medaille omhangen en nam ik de versnaperingen (sportdrank en een stukje Goudse) in ontvangst. Vervolgens draaide ik mij om en supporterde ik luidkeels de Lady in Yellow over de verlossende finish. Ook haar beproeving zat erop – en ook zij kon tevreden zijn.

Luid smakkend op het stukje kaas (het leek eerlijk gezegd wel plastic met een zurig smaakje) liep ik naar de grote, immer klapperende, tent. Daar stuitte ik op mijn mede-Goudse Runners Karin, Nico en Peter. Ook zij hadden het evenement goed doorstaan, met tijden die meer tot de verbeelding spraken dan de mijne. Karin bleek zelfs in haar leeftijdscategorie de tweede plaats te hebben behaald. Waarvoor hulde. Ikzelf was ook als tweede geëindigd in mijn eigen leeftijdscategorie, maar dan wel van onderen. Waarvoor natuurlijk ook hulde: het is mooi om in ieder geval toch nog íemand achter je gelaten te hebben.

Nawoord: de fietstocht naar huis werd een ware marteltocht tegen de storm in. Zes loodzware kilometers lang kwam ik nauwelijks vooruit, en af en toe stond ik bijna stil of viel ik haast van het stalen ros af. Volledig uitgewoond arriveerde ik bij ons pittoreske huisje vlak bij de Goudse binnenstad. Mijn wettelijk geregistreerd partner keek mij meewarig doch liefdevol aan. Eigenlijk kon ik niet meer op mijn benen staan. Die avond lag ik al om zeven uur in mijn warme mandje, om er pas tegen het eind van de zondagochtend uit te komen. Eén en ander had toch wel een beetje zijn tol geëist. Maar misschien had ik ook wel een kleinigheidje onder de leden, wie zal het zeggen. Het herstel moest echter wel vlot op gang komen, want twee weken later stond alweer een enorme kraker op het programma: de 21.1km Zandvoort Circuit Run over (jawel!) circuit, strand en duin. Maar daarover meer in een volgend opstelletje.

Foto's bij deze blogpost

IMG_9838.JPG

Bekijk alle blog posts

Looptijden.nl vandaag

Elke dag zijn er duizenden hardlopers op Looptijden.nl actief.

Bekijk activiteiten vandaag

Looptijden.nl komende week

Er worden elke week veel activiteiten en evenementen ingepland op Looptijden.nl.

Bekijk komende week

Loopgroepen

Er zijn honderden loopgroepen actief op Looptijden.nl.

Bekijk de groepen

Challenges

Doe mee met een challenge op Looptijden.nl en daag jezelf uit.

Bekijk de challenges

Zoek een hardloper

Op zoek naar iemand op Looptijden.nl?

Zoek een hardloper