Looptijden.nl community

Welkom bij de hardlopers community van Looptijden.nl. Hier zie je de laatste hardlooptijden, inschrijvingen en aanmeldingen. Zelf ook hardlopen kriebels? Meld je dan snel en gratis aan en begin meteen met het bijhouden van al je hardlooptijden.

Laatste blogposts

Hieronder staan de laatste weblog posts van gebruikers van Looptijden.nl over hardlopen en alles wat erbij komt kijken.

Kanarievogel op de Kattensingel

Gepost door Peter de Haan op zondag 13 oktober 2019 17:57

Zoals ik mijzelf al voor aanvang van het Weesper Vechtfestijn had beloofd, vormde deze Succesvolle Samenloop met blogbroeder Arranraja de afsluiting van mijn voorseizoen. Een voorseizoen dat zich als een ware hardlooprollercoaster had voltrokken. U heeft er in negen ellenlange kletsverhaaltjes over kunnen lezen en huiveren. Over het algemeen waren de wedstrijden zwaar geweest – een logisch gevolg van een al geruime tijd in mij postgevat duurloopmisverstand. Dit misverstand houdt in dat ik meende zonder fatsoenlijke duurlooptraining toch nog tot goede prestaties te kunnen komen. Welnu: deze mening klopt niet. Door een schrijpend gebrek aan duurvermogen was het een voorseizoen geworden van lijden in plaats van leiden. Met als gevolg dat ik na sommige wedstrijddébacles flinke hardlooppauzes moest nemen – et voilá daar heb je je poreuze cirkel. Want het is na een periode van rust al helemáál zwaar om überhaupt de motivatie op te brengen voor goede en gerichte trainingsarbeid. Overigens spreek ik überhaupt maar één woord Duits, maar dat terzijde.

Je merkt het ook aan de kletsverhaaltjes zelf, nietwaar lezer? Uit al dan niet valse schaamte vermeldde ik niet eens meer de wedstrijdtijden op mijn episteltjes. Ik was dit voorjaar zó ver door mijn ondergrenzen gezakt dat ik de ene na de andere PW (Personal Worst) op liet tekenen. Die waren het vermelden in een blog niet waard vond ik. Ook wijdde ik, bij gebrek aan beter, ellenlang uit over allerhande randzaken. Zaken die in mijn persoonlijke leven weliswaar memorabel zijn, doch die in een fatsoenlijk hardloopverhaal totaal misstaan. Mocht U zich in de afgelopen maanden min of meer geërgerd hebben aan mijn schriftelijke baksels: mijn oprechte, nederige en schaamtevolle excuses daarvoor. U kunt mij ontvrienden indien U dit wilt – ik zal het begrijpen. Mocht U ze echter wel de moeite waard hebben gevonden: dan ben ik voor eeuwig Uw vriend en zal ik mij voortaan meer dan ooit uitputten in oeverloze vertellingen. Te beginnen met deze.

Vlak na de Vechtloop voltrok zich ook nog een andere afsluiting – eentje waar ik echter huizenhoog tegen had opgezien. Het was het eind van mijn werkzame periode bij Terre des Hommes, een organisatie die na mijn aantreden in Kenianentempo mijn hart gewonnen had. Dit vanwege de buitengewoon eerbare en nobele doelstellingen en vanwege het fantastische menselijke kapitaal dat zich met volle overgave wijdt aan het verwezenlijken van deze doelstellingen. Alleen al op het hoofdkantoor in Den Haag waren meer dan tien nationaliteiten vertegenwoordigd, en uiteraard was Engels er de voertaal. Het Engels is mijn tweede eerste taal, als U begrijpt wat ik bedoel. I felt like a gopher in soft dirt– I knew that already whilst working there, but as I write this I realise that even more. Als projectleider èn business-analist had ik een project management informatiesysteem mee helpen implementeren. In de laatste weken trainde ik nog een veertigtal mensen over het hele TdH-verspreidingsgebied (Oost Afrika, Zuidoost Azië, Europa) in het gebruik van het nieuwe systeem. Heerlijk om te doen voor zoveel prachtige vogels van diverse prachtige pluimage – dit laatste meen ik oprecht.

Maar U kent mijn argumenten om toch te vertrekken: ik onthulde ze immers in mijn vorige opstel. En zo was dan op 16 juli de dag aangebroken om iedereen vaarwel te zeggen èn te huggen. Want die laatste activiteit wordt in de hechte TdH-familie met graagte gebezigd. Hoe is het mogelijk dat je mensen dan wèl toelaat in je aura, een gebied dat normaal gesproken door mij streng bewaakt wordt. Bij mijn afscheidsreceptie kreeg ik - naast vele warme woorden - onder andere het werkelijk schitterende boek ‘Born to Run’ (van Christopher McDougall) cadeau. Wat een passend geschenk voor een tobatleet en wat leuk en attent dat ze juist dàt voor mij hadden uitgezocht. Het farewell werd één grote wederzijdse tranentrekker, nog nèt niet zo erg als het afscheid bij een Succesvolle Samenloop. Maar toch: een drama in zesentwintig bedrijven was het. Met roodomrande ogen leverde ik aan het eind van de dag mijn sleutels en laptop in bij de dienstdoende, hevig geëmotioneerde, facility officer. Daarna vertrok ik met een stille trom vol weemoed. De tijd bij Terre des Hommes had voorgoed mijn leven veranderd.

Vijftien dagen restten mij om te ontslakken van Terre des Hommes en om me nog niet druk te maken over wat mij bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zou wachten. Op 1 augustus zou ik beginnen bij deze nieuwe werkgever. Elfriede en ik besloten een soort van nationale stedentrip te verhapstukken (bron: Arranraja). De absolute en ongekende climax ervan werd gevormd door een midweek in Maastricht, dat - net als wij - zuchtte onder de hoogst gemeten temperaturen in Nederland ooit. Godzijdank hadden wij een hotel geboekt dat over excellente airconditioning bleek te beschikken. Anders was het in de zwoele nachten al net zo’n lijdensweg geworden als bij de Zandvoort Circuitrun in maart. Nu werden diezelfde nachten zwoel doch draaglijk – en daar wou ik het verder maar bij laten.

Wellicht nodeloos om te vermelden, maar de twee vakantieweken voltrokken zich op een uiterst Bourgondische wijze. De pondjes vlogen eraan, en de conditie vloog eraf om het zo maar eens uit te drukken. Trainingen waren vanzelfsprekend niet aan de orde in dit interbellum tussen TdH en RVO. Ik besefte dat mij een lange periode van wederopbouw te wachten stond, en dat zonder Marshall-hulp. Dat maakte dat ik ook behoorlijk zuinig gedaan had met het inschrijven voor najaarsloopjes. De Dam-tot-Damloop en Zevenheuvelenloop waren al maanden geleden gepland – dat zijn immers zekerheidjes in mijn hardloopbestaan. Maar voor de rest was de wedstrijdloopkalender nog angstvallig leeg. Ook voor de Goudse Singelloop had ik zoals gebruikelijk nog geen ticket tot mijn beschikking.

Zoals wel vaker bood Startbewijshulp.nl uitkomst. Enige dagen voor het Goudse festijn meldde zich ene Nelleke op de electronische marktplaats voor startnummers. Zij had nog een ticket over voor de 10km. Onmiddellijk sloeg ik toe en na het uitdelen van een Tikkie incasseerde ik het felbegeerde startbewijs. Ik was verheugd, ondanks het feit dat ik een haat-liefdeverhouding heb met deze loop. Haat vanwege het verschrikkelijke parcours door straatjes en steegjes, liefde vanwege de enorme gezelligheid in de Goudse binnenstad op de wedstrijdavond.
Hoe dan ook: na Paul, Sietske, Gerrit, Jimi en Marcel zou in 2019 de naam Nelleke op mijn torso prijken. Ik had het ‘m weer geflikt! Vrijdag 13 september was de Grote Goudsche Dag, en ik zou er gloeiend bij zijn.

Op woensdag verliet ik het Haagse RVO-pand wat eerder, teneinde in Gouda mijn vernieuwde rijbewijs op te halen en mijn startnummer op te vissen in sportzaak VS op de Nieuwehaven. BTW tot mijn starre verbazing mag ik de komende 10 jaren ook op een tractor gaan rijden! Gloort er een nieuwe carrière aan de horizon? De toekomst heeft het in het verschiet. Maar dat alles terzijde. In de sportzaak ontdekte ik dat de naam op het startnummer niet Nelleke maar Dineke was. Enige navraag leerde mij dat Nelleke het ticket voor haar moeder had aangeschaft, maar dat Dineke helemaal geen behoefte bleek te hebben aan zo’n inspannend loopje. Voortaan toch maar weer een geurtje kopen Nelleke, of een mooie bos bloemen.

Na het verlaten van de sportzaak liep ik op de Kleiweg plotseling Debora tegen het lijf. Debora drijft samen met haar zuster Anita al enige jaren een zaak in Afrikaanse kledij en gebruiksvoorwerpen, genaamd Dinkra. Een tiental maanden geleden verhuisde Dinkra naar een groter pand aan de Kleiweg. Achterin de zaak was een enorme ruimte – en de twee zussen besloten die ruimte te reserveren voor een mengeling van kunstenaars en ambachtslieden. Elk van hen kreeg een stukje ruimte om in te richten als atelier. Tegen betaling, dat wel. Zo waren er op een gegeven moment een edelsmid, een leerbewerker, een keramist en last but not least een kunstschilder: mijn vrouw Elfriede. Vijf maanden lang haalde zij daar haar schilderstreken uit, totdat haar hoog-sensitieve inborst haar influisterde dat het er wel extreem gezellig en druk was, en dat er zo van werken te weinig terechtkwam. Ook sloten de Dinkra-zusters overeenkomsten om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt – onder andere vanwege een migratieachtergrond – een arbeidsplek te geven in het modeatelier. Zo ontstond The Melting Shop, een passende naam voor zoveel bedrijvigheid van zoveel prachtige vogels van diverse prachtige pluimage – dit laatste meen ik oprecht.

Tijdens mijn keuvel met Debora meldde ik haar dat ik zojuist mijn Singelloop-ticket had opgehaald. Onmiddellijk sloeg zij aan: of ik al wist wat voor kleding ik die vrijdagavond zou aantrekken? Tja, eigenlijk wist ik dat wel, maar ik was toch even benieuwd wat er achter haar vraag school. Vol vuur vertelde zij mij dat ze sportkleding gingen maken van oude grote sportvlaggen. Het was de bedoeling dat die kleding uiteindelijk bij sportverenigingen zou terechtkomen, speciaal ter aanschaf door de wat minder goed bij kas zittende mensch. Ik vond dat een buitengewoon nobel streven, en dat vertelde ik haar ook, maar nòg wist ik uiteraard niet wat de bedoeling was. Die bedoeling werd snel duidelijk: als ik nou eens ter promotie van hun zaak en van deze spectaculaire nieuwe loopkledij in zo’n verbouwde vlag ging lopen, dan zou Debora mij een nòg toffere gozer gaan vinden.

Enigszins schoorvoetend liet ik mij meetronen naar de winkel. Daar waren heel nijverige mensen heel nijverig bezig met het omwerken van oude vlaggen naar hardloopbroekjes en hardloophesjes. Meteen kreeg ik het warm: het materiaal bleek nylon te zijn, en ja dat ademt niet al te best. Maar wel werd ik vrolijk van de veelkleurigheid van de kledij, en van het enthousiasme en de ijver waarmee het vervaardigd werd. Al snel was ik om: ik zou de Singelloop gaan lopen als het vlaggenschip van The Melting Shop. Ook op de andere afstanden zouden TMS-vaandeldragers meedoen – het beloofde een enorme promotie-actie te worden. Omdat ik gedeeltelijk in het donker zou komen te lopen koos ik een overwegend geel setje uit, met blauwe, witte en bruine accenten. Op de vrijdagmiddag kon ik mijn tailor-made outfitje in de shop komen ophalen, zo werd mij verzekerd.

En zo brak de langverwachte wedstrijddag aan. Een mooie traditie op die dag is het wegwerken van een pannenkoekje in De Pannenkoe, een intiem eethuisje tegen de Goudse binnenstad aangeplakt. Dit vanzelfsprekend samen met de liefde van mijn leven, die altijd volgaarne bereid is om met mij dit sterk staaltje van sportdiëtetiek te bedrijven. Om een uurtje of vier buffelden wij naar volle tevredenheid onze lekkernij weg – zo kon het spul bijtijds zakken voor het grote wedstrijdfestijn dat voor mij om half acht van start zou gaan. Daarna togen wij naar The Melting Shop waar ik het nieuwbakken tenue onder de vaardige handen van de naaisters weggriste.

Bij het omkleden in Huize De Haan probeerde ik na te gaan of deze nylon kledij mij goed zou passen. Het hesje zou geen probleem vormen, alhoewel ik er toch mijn allerdunste singletje onder aanbracht om de kans op schuurplekken en brandwonden te minimaliseren. Mijn hoog-sensitieve torso moest immers gespaard blijven, zo vonden wij beiden. Om soortgelijke redenen trok ik mijn gebruikelijke korte tights aan en deed ik het nieuwe gele broekje er overheen. Dit alles zou garant staan voor een buitengewoon verhitte avond, ik wist het, maar dat moest dan maar. Gelukkig waren mijn hardloopsokken niet van nylon, bedacht ik mij met enige opluchting. Al met al vond ik het best stoer staan, iets wat na enig aarzelen door mijn lief werd beaamd. Na ampele overweging besloten we ook de naam Dineke af te plakken en met watervaste viltstift mijn eigen naam op het startnummer te zetten. Zo zou mij een grote identiteitscrisis bespaard blijven, en zou ook Dineke zich met goed fatsoen nog in de Goudse binnenstad kunnen vertonen.

Meewarig aangestaard en nagekeken door velen marcheerde ik tegen een uurtje of zes naar de Goudse binnenstad. Zo’n vreemd uitgedoste vogel hadden zij nog zelden gezien. Zelfs door het wandelen raakte ik al oververhit – hoe moest dat tijdens de loop wel niet zijn? De vrouw des huizes had nog wat eigen bezigheden binnenshuis, maar zij zou zich later als supporter bij het spektakel voegen. Met de dames van The Melting Shop was er de afspraak dat zij zich op het parcours zouden ophouden, niet ver van hun eigen winkeltje. Daar zouden zij de dappere TMS-krijgers aanmoedigen op hun ongetwijfeld loodzware beproeving.

Gouda heeft een schilderachtige binnenstad – maar dat heb ik U vast wel eens verteld. Mocht U dat eens willen verifiëren: kom eens een kijkje nemen in Gouda! Bij ons thuis krijgt U dan eerst een kop koffie of thee naar believen, met daarbij een origineel Goudse Stroopwafel. Daarnaast wordt U door ons getrakteerd op diverse anekdotes over onze geliefde stad. Vervolgens zeulen wij U de binnenstad in met zijn talloze monumentale panden en pandjes. We tronen U naar het stadhuis, dat er prachtig bij staat op het midden van de Markt. Vervolgens slepen wij U door de Sint Janskerk met zijn kolossale schip en zijn fraaie gebrandschilderde ramen. We sluiten af met een bezoek aan de Punselie-fabriek waar de bekende Goudse stroopkoekjes in groten getale worden vervaardigd. Vergeet U daarna vooral de ruimhartige fooi voor de gidsen niet. Voor niets gaat immers alleen de zon op.

Aangekomen op de Markt ontwaarde ik in de menigte direct Annemarie en Liesbeth, twee Goudse Runsters die zich opmaakten voor hun loop over zeven kilometer. Gelaten liet ik mij een spervuur van schijtlollige opmerkingen over mijn outfit ondergaan. Gelukkig duurde het niet lang voordat zij zich aan de start moesten melden. Opgelucht doch strijdvaardig meldde ik mij bij het AV Gouda-groepje van Henk en Karin, met wie ik de opwarmronde en dynamische rek- en strekoefeningen ging doen. Onder aanvoering van Henk liepen wij een dikke kilometer door de binnenstad, een activiteit die mij al spoedig buitengewoon warm van binnen maakte. Geen wonder met al die vlaggen om mij heen gedrapeerd. Dat nylon deed zijn werk goed zeg. Teruggekomen op de Markt gooiden wij onze spiertjes van top tot teen nog even los – en we waren er helemaal klaar voor. Even gingen mijn gedachten terug naar vijf jaar geleden, toen GR-trainer Ed – onlangs overleden – deze warming up voor ons verzorgde.

Vervuld van deze herinneringen toog ik samen met Karin naar het startvak. Even na half acht werd de meute weggeschoten voor de barre tocht over tien kilometer. De eerste honderden meters gingen over de Kleiweg, en ik verheugde mij al enorm op de doorkomst bij de twee gezusters die mij uitgebreid zouden aanmoedigen en filmen. Zo was althans de afspraak - tenslotte was ik vanavond het boegbeeld van hun onderneming. Maar zij waren in geen velden of wegen te bekennen, zoals U zult begrijpen een fikse teleurstelling. Ik heb ze ook niet meer gezien die avond. Wel stond op de Kleiwegbrug de liefde van mijn leven – en zij moedigde mij aan met de hartstocht die ik zo goed van haar ken. Monter vervolgde ik mijn tocht aan de zijde van Karin. Haar echtgenoot en privépacer Juan was reeds afgehaakt: hij had van meet af aan een lager tempo verkozen. Karin en ik hadden in tegenstelling tot twee jaar geleden geen haasafspraken gemaakt: ze had er ditmaal simpelweg niet het geld voor over. We zouden evenwel dicht bij elkaar blijven voor het geval er nog enige assistentie moest worden verleend. Ditmaal pro deo - zo ben ik ook wel weer. Met deze afspraak deden wij vlijtig voort door de Crabethstraat, om het IJzeren Heinenpark en over de Kattensingel.

De één na de andere warmtestuwing werd mijn deel: het nylon liet zich van zijn beste kant zien vandaag. Op de Kattensingel stond een groep meisjes met kletsnatte sponsen. Dankbaar nam ik een exemplaar in ontvangst en begon - gelijk Arranraja - driftig mijn hoofd te lappen en te zemen. Wel moest ik het sponsje heel snel weer inleveren. Het verbaal meest vaardige meisje van de groep stond even verderop en sprak de ronduit onbeschofte woorden: ‘Jaaaa hier die spons!’. Verontwaardigd overhandigde ik het kleinood aan het brutale nestje. Ze had verdorie mijn kleindochter kunnen zijn – dat is te zeggen: als haar oma het destijds in mij had zien zitten. Ietwat van mijn stuk gebracht beende ik voort. Karin liep inmiddels een meter of twintig achter mij, maar ik zou haar scherp in de gaten houden.

Na iets meer dan negentien minuten volgde de eerste doorkomst op de markt. Er zouden in totaal drie ronden gelopen moeten worden. Er had zich buitengewoon veel publiek verzameld in het finishgebied, en ik zorgde ervoor mij van mijn beste kant te laten zien. Dat wil zeggen: rechtop lopen in een mooie pendelpas, schouders laag en armen niet te hoog geheven. En dat allemaal in mijn veelkleurige, niet-ademende outfitje. Ik moest mij natuurlijk ook tijdens de loop als een waardig ambassadeur voor The Melting Shop presenteren, ondanks het feit dat ik na één ronde al zwaar in de verrotting liep.

Even nam ik de tijd om al wandelend twee bekertjes water tot mij te nemen – dat had ik wel verdiend. Dat gaf Karin de gelegenheid om zich weer bij mij te voegen. Tezamen vervolgden wij onze weg over de Kleiweg, waar alweer geen vertegenwoordiging van TMS te vinden was. Wel stond Elfriede nog steeds langs de kant van de weg de liefde van haar leven vooruit te schreeuwen. Ook collega-Goudse Runners Ad en Govert waren langs de kant te vinden om hun loopgroepsgenoten verbaal te ondersteunen. Mijn grote Chinees-Nederlandse vriend Chuen (afstammeling van Dzjengis Khan!) stoomde voorbij: hij moet altijd even op gang komen, maar dan gaat de grote Chinese Beer ook helemaal los. Geen moment kwam het in me op om hem bij te sloffen - ik had het al druk genoeg met mijn eigen penibele en oververhitte situatie.

Aan het eind van de Crabethstraat, vlak bij het prachtige Goudsche Station, stond een dweilorkestje de longen uit het lijf te spelen teneinde ons voort te stuwen. Waarvoor dank. De gang rond het IJzeren Heinenpark is altijd een moeizame: er liggen klinkers en snelheidsbegrenzende heuveltjes, en die maken het bepaald niet gemakkelijk voor de toch al zo vermoeide loper. Na het park volgt de Van Swietenstraat, een gezellige doorkomst begeleid door dolenthousiaste supporters. Bij elke doorkomst deelde ik de nodige high en low fives uit aan een ieder die daar - al dan niet - behoefte aan had. Aan het eind van de straat draaien we dan weer de Kattensingel op, eerst tweehonderd meter naar rechts en dan na een 180-gradendraai weer langs de singel terug richting Kleiwegbrug en binnenstad. Kunt U het nog volgen? Karin had in ieder geval moeite te volgen, maar ik kon zien dat ze zich vol wilskracht een weg aan het banen was door haar eigen misère. Ze zou het wel redden bedacht ik mij, en gerustgesteld draafde ik voort richting de nauwe straten en steegjes in downtown Gouda.

Bij de tweede doorkomst laafde ik mij wederom overvloedig. Opnieuw moest ik mij door de Kleiweg begeven, een ware martelgang want het plaveisel in deze winkelstraat loopt verre van comfortabel. Terwille van een adequate waterafvoer loopt de straat niet egaal in de breedte, en bij deze derde doorkomst begon ik daar wel wat last van te krijgen. Gelukkig was daar weer Elfriede, die nu met TMS-loper Saïd langs de kant stond om mij door mijn ondraaglijk lijden heen te slepen. Aan de Kop van de Kleiweg, bij de Kleiwegbrug, pleegt trainer Rob zich altijd te installeren om zijn discipelen aan te moedigen en waar nodig bij te sturen. Op dat punt, moet U weten, komen de atleten van de 10km liefst zes maal langs. Ditmaal was Rob vanwege een retraîte op Texel helaas niet van de partij, waardoor ik geheel mijn eigen plan moest trekken. Daar gaan we volgend jaar betere afspraken over maken bedacht ik mij grimmig terwijl ik over de Kleiwegbrug heen zwoegde.

Hoogstwaarschijnlijk doordat ik besefte dat de laatste ronde was ingegaan en het lijden ten einde zou komen, verteerde ik park en singel ditmaal iets gemakkelijker dan tijdens de twee voorafgaande ronden. Aan het eind van de Kattensingel ontwaarde ik loopmakker Wim, die aan zijn eigen loodzware tocht bezig was. Hij moest nog om het park heen en over de Kattensingel, en ik had inmiddels naar schatting tien minuten voorsprong op hem opgebouwd. Zijn dochter was bij de voorlaatste finishdoorkomst uit piëteit het parcours opgesprongen om het laatste rondje met hem mee te lopen. Wat een engel toch. Ook met Wim zou het dus wel goedkomen, en gerustgesteld door die gedachte banjerde ik vrolijk voort.

Terug in de binnenstad, al ploeterend over de Nieuwehaven, werd ik uiterst meewarig aangestaard door GR-icoon Hans. Tijdens de hersteltraining twee dagen na de Singelloop zou ik ongetwijfeld de nodige aanmerkingen gaan krijgen op mijn loopstijl, race-indeling en vooral mijn mallotige outfit. Een Goudse Runner onwaardig – ik hoorde het hem nu al bestraffend zeggen. Ietwat bedrukt zwalkte ik voort, geflankeerd door een uitzinnige menigte. Vele malen werd mijn naam gescandeerd, alsof ik de enige atleet was die zich over het parcours begaf. Nou ja, in ieder geval was ik de enige die als kanarievogel vermomd rondliep daar. Na 150 meter op de Nieuwehaven slaat het peloton een nauwe steeg in: de Lange Dwarsstraat. Aan die steeg grenzen ontelbare kleine huisjes, en de bewoners daarvan waren in groten getale uit hun bastionnetjes gekropen om er een gezellig straatfeestje van te maken. Het was duidelijk te merken dat het alcohol-, weed- en nicotinegehalte inmiddels ver boven Nieuw Gouds Peil was uitgestegen. Knetterstoned en straalbezopen waggelde ik de Turfmarkt op – er waren nog 300 meters te gaan.

Na het doorwaden van de Naaierstraat, die overigens reeds een eeuw geleden is gedempt, slaat het peloton de Korte Groenendaal in. Meteen aan het begin daarvan staat een paal, een soort van Amsterdammertje die - als je niet oplet - stevig op kruishoogte kan inkomen. In de afgelopen edities werd steevast dezelfde vlijtige ambtenaar van de Goudse Handhaving vlak voor de paal geposteerd. Deze persoon was uiterst geschikt voor de taak gezien zijn omvang. Als je tegen hem zou aanlopen zou je hooguit drie meter worden teruggestuiterd – maar je edele delen zouden gespaard blijven. Tot mijn schrik had ik bij de eerste doorkomst al gezien dat de paal ditmaal onbeschermd was, dus was het elke keer opletten geblazen - zeker nu het ook al aardig donker werd. Behendig ontweek ik ook ditmaal het obstakel en zette ik aan voor de laatste meters op de Markt. Eindelijk was de eindstreep daar, en met een laf sprintje stortte ik mij er uitgeput overheen. De directie van The Melting Shop kon trots op mij zijn: ik had het vaandel tien lange kilometers gedragen en het uiteindelijk over de finish gesleept. De strijd was gestreden, het leed was geleden.

Nadat mij een prachtige medaille was omgehangen werd ik op de schouder getikt door een dame die mij uitbundig dankte voor het haaswerk in de laatste twee kilometers. Verbaasd keek ik haar aan: ik wist werkelijk van niets. Mogelijk had zij zich geruisloos in mijn kielzog genesteld en had zij al even geruisloos mijn spoor gevolgd. Ik mompelde dat ik dat graag gedaan had, groette haar beleefd en draaide mij om teneinde te finish van Karin te aanschouwen. Na iets minder dan een minuut kwam ook deze dappere GR-krijgster onder het finishdoek doorschrijden. Haar missie was volbracht: ruim onder het uur eindigen was iets dat zij vooraf voor onmogelijk had gehouden.

Terwijl ik talloze bekertjes water door mijn dorstige keelgat liet kolken (nou ja, niet die bekertjes natuurlijk) voegde ook Elfriede zich bij haar uitgeputte levensgezel. Behendig sleepte zij mij weg uit de drukte, naar een rustiger plekje op de markt - daar kon ik pas echt op adem komen. Vervolgens troonde zij mij naar het podium en maande mij om erop te gaan staan. Hier werd de foto geschoten die dit artikel opsiert. Een prachtige foto waarin mijn ranke kanariegele gestalte scherp aftekent tegen de donkere avondlucht. Een foto die ongetwijfeld zijn weg zou gaan vinden richting de website en de Twitter- en Facebookomgevingen van The Melting Shop. Ze konden trots zijn op mij, de twee gezusters. Na al deze plichtplegingen kon ik uiteindelijk mijn nylonnen dwangbuisje afdoen ten faveure van wat luchtiger kledij.

Samen met een groepje die-hard Goudse Runners bezochten wij vervolgens het aan de markt gelegen etablissement Swing voor de afterparty. U moet weten dat voor ons Goudse Runners de afterparty een essentieel onderdeel is van de Goudse Singelloop. Rustig verliep de party echter niet. Er speelde dreunende live muziek vlak bij het tafeltje waaraan wij ons hadden genesteld. Ondanks de kakofonie van geluiden in het overvolle café trachtten wij nog zinvolle gesprekken op te tuigen over de zojuist geleverde inspanningen. Maar al snel begonnen mijn hoog-sensitieve oren te tuten. Ik kan tegen een hoop geluid en een hoop impulsen, zolang er van mij maar niets verwacht wordt. Maar het voeren van een gesprek in zo’n pokkenherrie: dat trekt mijn batterijen in één klap finaal leeg. En er was überhaupt al niet veel peut meer in de tank na de marteltocht die ik als vlag vermomd had doorstaan. En dus verlieten mijn lief en ik na een uurtje deze lawaaifabriek en wandelden wij vermoeid doch voldaan naar ons liefdesnest. Hand in hand zoals altijd, en voor altijd.

Het was duidelijk: de Goudse Singelloop was weer een buitengewoon geanimeerd evenement gebleken, en voor mij een uitstekende voorbereiding op de Dam-tot-Damloop een negental dagen later. Met de hersteltraining van zondag in het vooruitzicht, aangevuld met nog één of twee intervaltrainingen, zou het warempel toch moeten lukken bij het volksspektakel tussen Amster- en Zaandam. Maar daarover meer in een volgend opstel.

Foto's bij deze blogpost

IMG-20190913-WA0018.jpg 3-km.jpg

Mijn allerzwaarste (en allerlaatste?) loop

Gepost door Arranraja op donderdag 10 oktober 2019 11:15

Rijk geïllustreerd te bezichtigen op: https://arranraja.wordpress.com/2019/10/10/mijn-allerzwaarste-en-allerlaatste-loop/

Eigenlijk heb ik er de afgelopen jaren nooit bij stilgestaan. Ja, uiteraard wist ik dat de Dam tot Damloop wat betreft het aantal deelnemers de grootste loop van ons land is. En als je er dan uiteindelijk erover nadenkt, is het niet onlogisch dat deze ren (ongetwijfeld mede om die reden) ook populair is bij veel ongetrainde en/ of onervaren lopers. Het klinkt tenslotte niet verkeerd als je kunt zeggen dat je de DtD voltooid hebt. Waarom deze inleiding? Welnu de DtD was weer eens in het nieuws. En niet vanwege het gegeven dat opnieuw een enorm aantal (40.000+?) moegestreden maar blije renners zoals ieder jaar de route van Amsterdam naar Zaandam succesvol aflegden. Nee, het was die dag eind september ongewoon warm. Een gegeven dat deze lange en behoorlijk zware trimloop voor slecht-voorbereide lieden nog een stuk lastiger maakte om te verhapstukken. Aan mij is het volledig voorbijgegaan maar het schijnt dat de door de hitte bevangen lopers bij bosjes langs de route lagen. Reden voor de organisatie om tegen het einde een startverbod uit te vaardigen voor de laatste 4000 (individueel aangemelde) lopers. En die zaken werden uiteraard voor het voetlicht gehaald door de media. Want negatief nieuws is veel interessanter dan de gewoonlijke usance van die ontelbare finishers.

Ik had echter zo mijn eigen sores. Ongeveer halverwege de meimaand heb ik al kond gedaan van rugklachten die een paar weken eerder mijn deel waren geworden. Ik wijdde er zelfs een hele blogpost (link:een vermomde zegen) aan. En ik moest in die maand een paar van mijn vaste trimlopen overslaan. Gelukkig (b)leek het euvel na vier weken niet-hardlopen tijdig genoeg bezworen om in juni samen met vriend en privéhaas Peter in A’dam-Zuidoost en Weesp van start te kunnen gaan. Helaas kwamen de klachten daags na de laatstgenoemde loop weer terug en was ik zo onverstandig om direct erna midweeks mijn gebruikelijke duurloop toch door te zetten. Waardoor de klachten verergerden. Opnieuw volgde een onthouding van deze keer vijf weken, die gelukkig gedeeltelijk samenviel met de tropische periode afgelopen zomer, waarin het dus voor mij sowieso te heet was om te gaan rennen. Begin augustus was ik weer klaar voor een herstart en liep ik achtereenvolgens 6, 8 en 10 kilometers. De keer dáárna ging de rug na ongeveer 6 km toch opnieuw zeuren maar nu op een andere plek dan voorheen. Ik stopte direct en nam hernieuwd anderhalve week rust, waarin ik wel een paar flinke fietstochten maakte.

Eind augustus ging de tijd, in verband met de naderende Dam tot Damloop, wel erg dringen en stak ik wederom van wal. Ik bouwde noodgedwongen snel op van twee keer 7 km via 10 naar 15 km. Telkens nam ik paracetamol om het ergste ongemak enigszins te temperen. 12 km en nog een keer ruim 15 volgden en waren met die kleine, witte helpertjes redelijk goed te doen. Midweeks vóór de DtD besloot ik bewust rust te houden om op manier het lichaam zo optimaal mogelijk voor de zware klus te prepareren. Want, teruggrijpend naar mijn inleiding, deze grootste loop van Nederland is voor bijna niemand een sinecure. Nee, zowel door de grote drukte erop, alsook door het parcours zelf is het de zwaarste loop die ik op mijn programma heb staan. Zwaarder bijvoorbeeld dan de halve marathons die ik in Het Twiske en langs het riviertje De Gein heb voltooid. Je zou denken dat lopers met weinig kilometers in de benen er verstandiger aan doen een lichter evenement te kiezen. Door mijn lichamelijke toestand zou het nu ongetwijfeld een nog extra zware bevalling worden. En daags tevoren bleek het dus ook nog eens zomers warm te gaan worden op die 22ste september van het jaar onzes heren 2019. Waarom dan niet gewoon verzaakt, de pijp aan Maarten gegeven, het bijltje erbij neergelegd, de weg van de minste weerstand gekozen? Welnu, dit moest mijn tiende, achtereenvolgende DtD gaan worden. Die tiende keer opeenvolgend de zwaarste loop verhapstukken wilde ik gewoon halen. Iedere andere trimloop, zelfs die uit mijn persoonlijke top vijf, zou ik hebben laten schieten, laten lopen. Maar niet de DtD, mijn eersteling van negen lange jaren geleden, waarmee ik een haat-liefderelatie onderhoud.

De nogmaals geraadpleegde huisarts had mij inmiddels voor een röntgenfoto naar het ziekenhuis gestuurd. De vrijdag voorafgaande aan die warme zondag werd deze geschoten. Wat ik uit navraag bij mijn gezondheidscentrum die dag leerde, was dat een doorverwijzing naar de orthopedisch chirurg geadviseerd werd. De details zou ik pas een dag na DtD-day van mijn eigenste dokter vernemen. Geen moment twijfelde ik er kort voorafgaand echter meer over, ik zou de uitdaging aangaan en die tiende medaille desnoods wandelend binnenslepen. Mocht mijn lichaam in het vervolg ongeschikt verklaard worden om nog te rennen, dan had ik mijn hardloopcarriere in ieder geval afgesloten op het hoogst denkbare niveau en in overeenstemming met de aanvang negen jaar geleden. Want zoals gezegd was de DtD in 2010 mijn eerste georganiseerde loop ooit.

Wat betreft training en het aantal van te voren hoeveelheid afgelegde kilometers, was ik er min of meer klaar voor. En toen duidelijk werd dat de temperatuur een belangrijke rol ging spelen, nam tevens ik een aantal maatregelen. Daarbij volgde ik de meeste aanbevelingen dienaangaande van de organisatie op. De hoeveelheid kleding was voor mijn doen minimalistisch met slechts een enkel wit shirt met korte mouwen. Daarmee liet ik het door de ex-werkgever verstrekte en uit donkere kleuren bestaande teamshirt in de tas. En uit de lichtstgetinte korte broek die ik bezit, knipte ik de überhaupt overbodige binnenbroek. Daaronder had ik deze keer niet de extra compressiebroek die ik altijd pleeg te dragen. Aan mijn riem hingen twee bidons, één met sportdrank en eentje met water, waaruit ik van meet af aan zeer geregeld slokken nam. Gezicht, nek, armen en knieën waren ingesmeerd met zonnebrandcrème. Een pet met zonneklep en een zonnebril behoren altijd tot mijn standaarduitrusting, daar veranderde nu uiteraard niets aan. Op de laatste twee, belangrijke aanbevelingen kom ik straks nog terug.

Kort voor het middaguur arriveerde ik op Amsterdam Centraalstation. Het afgeven van de plastic tas met droge kleding voor na de finish was weer eens een drama. Eerst had ik wat moeite om de vrachtwagen met het relatief lage nummer te vinden op het busstation aan de IJ-kant. En toen ik die eenmaal ontdekt had, moest ik mij een weg banen door de menigte van medelopers die, om mij volkomen onbegrijpelijke redenen, altijd samendrommen en staan te keuvelen vlak voor die afgiftepunten. Zoals ieder jaar was ik weer erg blij dat ik deze plek kon verlaten. Het zou dus heel warm worden die dag maar daar was op het teamsamenkomstpunt aan de stadszijde van het station niets van te merken. Op de Odebrug waar de officiële foto’s van de businessteams geschoten werden, kwam zelfs een heerlijk verkoelend windje aanwaaien van over het aanpalende water vanuit de richting van het Nemogebouw. De loper die later in de media verklaarde dat het onverantwoord was geweest om na 12:00 uur nog renners te laten vertrekken, werd om die reden door mij voor gek verklaard. Mijn start was om 12:30 uur en ik heb onderweg wel veel mensen zien wandelen maar geen loper in nood in het vizier gehad. Alleen in de 15e km kwam er één heel raar rennende jongeman voorbij die even later onderuit ging. Het komt wel vaker voor dat er deelnemers zijn die zich niet volgens de regels der kunst voortbewegen. Dus op dat moment ging ik uit van iemand met een ongecoördineerde motoriek. Het kan echter goed zijn dat ik dat volkomen verkeerd heb ingeschat en dat deze loper het slachtoffer was geworden van de onderschatting van de hitte. De aangename wind voelde ik trouwens ook op de route op meerdere plaatsen. Ik haalde dan direct de pet van het bolletje om de kop optimaal te laten genieten van het verfrissende effect van die wapper.

Niet het goed doorstaan van de warme omstandigheden waren mij een zorg. Nee, door de frequente deelname aan de loopjes in tropisch A’dam-ZO en het immer warme Weesp durfde ik mijzelf wel te kwalificeren als ervaringsdeskundige op dat terrein. Mijn twijfel ging geheel en al over de vraag of de gekwetste rug zou willen meewerken c.q. deze zware tocht op aanvaardbare wijze zou kunnen volbrengen. Een eerste antwoord kwam meters na de startstreep. Mijn achterzijde voelde direct onprettig aan en dit zou derhalve een loodzware loop gaan worden. Maar ik had ‘A’ gezegd, mijn tas was al op weg naar Zaandam, ik had de trossen losgegooid. Ergo, ik ontkwam niet aan ‘B’ en moest die 16,093 km/ 10EM min of meer rennend zien af te leggen. Vanwege het ongemak liep ik verre van soepel en kwam ik maar langzaam vooruit met een snelheid dik onder de 9 per uur. Laat dat nou net een van de belangrijkste, eerder aangehaalde aanbevelingen van Le Champion zijn geweest: doe het vooral kalm-aan, loop rustig en probeer vooral geen pr te verbeteren. Hier was een groot nadeel voor mij toevallig een aanzienlijk voordeel. Ik kon eenvoudigweg niet sneller en dat was maar goed ook. De enige doelen die ik mijzelf gesteld waren: de eindstreep bereiken en het liefst wel binnen de twee uur.

Al achteraan het startvak weggegaan, kwam ik door die geringe snelheid vrijwel compleet in de staart te lopen. Daarbij had ik niet het idee dat er korte tijd later nog eens een tweeduizendtal enthousiastelingen was weggeschoten, want er kwamen lange tijd geen snelle lieden mij achterop. Sterker nog, ondanks de geringe snelheid had ik het idee zelf meer op te rapen dan ingehaald te worden. Ik heb het vermoeden dat ik nog nooit zo’n rustig DtD-parcours heb afgewerkt. Een gegeven dat gezien mijn krakkemikkige lichamelijke staat een zeer prettige bijkomstigheid was. Na een uiterst moeizaam eerste stuk, kwam er na de IJ-tunnel toch een min-of-meer vol te houden cadans in mijn hobbelpas. Ik had weer tijd om rond te kijken naar de lotgenoten op de route. Er werd al vroeg gewandeld, o.a. door een jongedame die een gewone lange broek droeg en een rugtas. Samen met een wel in renkleding gestoken maatje, zette zij soms even tot looppas aan om dan weer terug te vallen naar wandeltempo. Het in het verleden immer aangename (want breed en relatief rustige) stuk Nieuwe-Leeuwarderweg leek nu in mijn beleving, moeizaam als ik mij voortbewoog, erg lang te duren. Ik realiseerde mij dat de afstand tot de finish in Zaandam nog lang was en werd niet heel blij van dat vooruitzicht. Aan de andere kant vond ik het sterk dat ik de pijn trotseerde en die tiende vetleren plak ging proberen te halen. Dat hield mij op de been en in iets dat doorging voor looppas. De aangeboorde adrenaline deed inmiddels ongetwijfeld ook zijn oppeppende werk.

Pas na 5 km zou ik even een stukje gaan wandelen. Op dat punt gekomen kon ik toch nog wel even voortdoen en zo schoof ik de eerste wandelpauze telkens wat naar achteren. Bij de eerste verzorgingspost na 4 km hadden ze helaas geen sponzen in de aanbieding, anders had ik het verhitte hoofd al kunnen gaan lappen. Dat hoofd had al menig aanslag van door de organisatie ingehuurde geluidsterroristen overleefd. ‘Platenpoetsers’ die meestal ook nog onder bruggen stonden, zodat de door hen geproduceerde herrie nog eens extra galmde en weerkaatste. Blij was ik met de oudere diskjockey die op de plek waar voorheen de allerergst denkbare laweit vandaan kwam, juist toen ik er voorbijschoof de Herman van Veen-klassieker ‘Opzij’ aan het draaien was. Mijn stappen pasten zowaar gevoelsmatig precies in het ritme van dit voor oudere hardlopers zoals ik herkenbare en stimulerende deuntje. Dat was even een prettig momentje tijdens mijn martelgang. Meters verderop ging ik langzaam aan een wandelende jonge vrouw voorbij. Ik vroeg haar nog het nog wel ging, een vraag die zij bevestigend kon beantwoorden. Daarna kwam deze jongedame meerdere malen aan mij voorbijrennen om vervolgens weer tot slakkengang terug te vallen.

Her en der op de weg gerichte tuinslangen ontwijkend, wist ik het moment van wandelen uit te stellen tot aan de fruitpost op ongeveer de helft van het traject. Zodra ik stopte, voelden mijn benen wat stijf en vermoeid aan. Ongetwijfeld een gevolg van het feit dat ik nu niet bepaald soepel aan het rennen was. Ik nam al wandelend de tijd om twee halve bananen naar binnen te werken. Twee hele exemplaren waren vóór de start al dezelfde weg gegaan, aangezien een normale lunch er bij een startschot juist voor schafttijd vanzelfsprekend niet inzat. 500 meter verder langs het pad was er een volgende drankpost die, de hemel zij geprezen, wel lapzwansen in het assortiment had. Ik palmde er, onbescheiden als ik heel soms kan zijn, meteen een tweetal in en begon verwoed te boenen en te vegen. Terwijl ik daarmee druk doende was, toucheerde een onverlaat mijn linkerzijde. Hetgeen aan mij enige minder vriendelijke kreten in zijn richting ontlokte. Dat was fortuinlijkerwijze de enige keer deze rit dat mij een dergelijke ongewenste aanraking ten deel viel. zoals vermeld kwam het mij voor dat ik meer renners opraapte dan andersom. Een daarvan was Ingrid, de enige teamgenoot die ik onderweg tegenkwam. Op mijn vraag of zij het ging redden, was het antwoord positief, maar Ingrid deed het rustig-aan, want zij had last van de warmte.

Juist voor het arriveren bij de fruitpost, moest ik een medeloper streng toespreken met: ‘lijn houden graag’. Want hij kwam wel erg veel naar binnen toen ik hem in een bocht naar links juist aan het passeren was. Bij de daaropvolgende haak meters verderop, was een klein blaasorkest een prachtig stukje muziek aan het spelen. Of het iets klassieks was of een meer populair deuntje heb ik niet precies kunnen registreren. Wel was het, zeker vergeleken bij de heipalenmuziek die overal langs de route de lucht in geslingerd werd een genot voor de oren, althans voor die van mij.

Ergens in de buurt van de gemeentegrens tussen de hoofdstad en Zaanstad, zag ik een bekende verschijning langskomen. Het waren de onmiskenbare renbewegingen van de relatief jonge renner die ik tijdens mijn duurloopjes langs het kanaal zeer geregeld ontmoet. Hij steekt dan immer zeer vriendelijk kijkend de hand naar mij op. Ik riep hem nu nog iets na in de trant van ‘mijn loopmaatje van langs het kanaal’, maar heb geen flauw idee of hij daar iets van heeft meegekregen. Er kwam in ieder geval geen teken van herkenning of iets dergelijks. De eerste acht kilometer hield ik het ondanks de lichamelijke ongemakken dus aardig vol. De bananen, sponzen en het wandelstukje kon niet verhinderen dat daarna de klad er lichtelijk inkwam. Ongetwijfeld ook door de hoge temperatuur raakte ik vermoeider en ging de rugpijn daardoor meer voelen. Bij het 10-kmpunt stonden camera’s opgesteld. Daar kon ik nog net hobbelend langs om vervolgens de draf ten tweeden male te verruilen voor de wandelpas. Ik bevond mij nu in het niemandsland tussen de twee genoemde steden en helaas was de brede weg grotendeels in de zon. Het leek hier terplekke trouwens wel wat op de Vierdaagse van Nijmegen, want er werd door een fiks aantal lopers gewandeld. Allemaal verstandige lieden die niet intern oververhit wilden raken en gezond de eindstreep overschrijden.

Over alle kilometers waarin ik wandelde deed ik ongeveer 8 minuten en de bijna complete 11e was daar een van. Toch lag ik nog steeds op schema om binnen 2 uur de monstertocht te volbrengen en ik zette opnieuw aan. De dijk met aan een kant vele industriële bedrijven leek ook nu weer eindeloos te duren. Na 12 km mocht ik van mijzelf wederom gas terugnemen maar uiteindelijk besloot ik dat uit te stellen. Eerst wilde ik tot 14 km doorhobbelen maar bedacht dat dat het begin van de door mij verfoeide Zuiddijk in Zaandam was. Dit is een vrij smalle klinkerstraat waar het altijd loeidruk met publiek en oorverdovend lawaaierig is. Behalve tijdens mijn allereerste deelname, heb ik die ruime kilometer aldaar om de zojuist genoemde redenen steevast verafschuwd. Daar wilde ik derhalve beslist niet gaan wandelen. Dus deed ik voort tot de bocht aan het einde van de eerder genoemde dijk en liet daar mijn tempo zakken. De route beschreef hier een u-vorm met onderin verversing. In het langswandelen doopte ik mijn twee sponzen in de met nog meer exemplaren gevulde bak met koel water. Nauwelijks had ik mijn linkerhand er weer uitgehaald of ik voelde iemand aan een spons trekken. Een renster dacht zeker dat ik tot het uitdeelpersoneel behoorde en wilde zo’n nat ding van mij meegrissen. Ik hield echter voet-bij-stuk en de sponzen voor mijn eigen gerief. Een renster met een duidelijk Vlaamse tongval, die ik klein stukje met mij op wandelde, deelde haar verbazing over het feit dat de weersomstandigheden nog zwaarder waren dan vorig jaar toen het koel en kletsnat was.

Na precies 14 km zette ik het voor de laatste maal op een lopen. De wandeling en het gelijktijdige sponslappen hadden mij blijkbaar goed gedaan. Want ik kwam zowaar redelijk vooruit. Nu wist ik het zeker: ik zou de meet gaan halen. Ondanks de flinke lichamelijke beperkingen zou ik voor de tiende, opeenvolgende maal het felbegeerde eremetaal in de wacht slepen. Die vermaledijde Zaandamse Zuiddijk was opnieuw eindeloos en net als vorige jaren dacht ik op een gegeven moment het einde ervan in zicht te hebben. Maar dat was wederom een fata morgana. Ik trotseerde alle drukte en herrie en zag de eerder genoemde vreemd bewegende renner onderuitgaan. Alleen die ene waterstraal zag ik over het hoofd, kon niet anders dan er doorheen om direct een groot arsenaal aan waterdruppels pal voor mijn ogen op de brillenglazen te ontwaren. Het was nu niet ver meer en de twee bruggen over de Zaan werden eenvoudig genomen. Daar tussenin zorgde de mensenmassa’s achter de dranghekken aan weerszijden op de Dam voor nog wat extra impuls. De laatste brug over de naamgevende rivier ervoer ik niet eens meer als een zware hobbel. Ik kwam in een soort lichte trance en wist wat mij te doen stond: voorthobbelen tot ik over die twee zware matten was geraakt. Ik had even voordien al op mijn horloge gezien dat ik ruim binnen de twee uur koerstijd zou blijven. Aan die voorwaarde had ik dus al voldaan.

Ik was niet eens kapot toen ik over de finish kwam, wel blij dat het erop zat en dat ik het gehaald had. Na even bijkomen en wat ultieme lapwerkzaamheden, begaf ik mij naar een van de sluizen alwaar de plakken en de flesjes werden uitgereikt. ‘Mijn tiende’, zei ik tegen de man die mij het kleinood overhandigde. ‘O, dan moet je nog even door’, was zijn afgemeten reactie. ‘Dat is nog maar helemaal de vraag’, dacht ik terwijl ik doorliep en de vernauwing verliet. Tijd om mijn vrouw te bellen, die al wist dat ik over de eindstreep was gekomen omdat zij mij had gevolgd via de DtD-app. Ik leegde mijn twee drinkflessen onder de neus, spoelde die en mijn wat plakkerige handen om en af onder een geïmproviseerde kraan. En beende, zo snel als mijn vermoeide onderdanen dat toelieten, naar mijn tas met droge kleding. Die had ik gelukkig snel te pakken en slalommend langs alle rencollega’s met aanhang die op die lange rechte straat bleven hangen, spoedde ik mij naar de dichtsbijzijnde kleedkamer, in die aftandse sporthal een eindje verder in de buurt. Daar vernam ik voor het eerst dat de wedstrijd vanwege de hitte en de vele bevangenen inmiddels was stilgelegd. D.w.z. dat de laatste startvakken een vertrekverbod hadden opgelegd gekregen. Dat zou vooral te maken hebben gehad met het feit dat de hulpverleners niet nog grotere hoeveelheden slachtoffers aankonden .

In de vaste, oude maar droge spullen begaf ik mij al broodetend op de overbekende, lange route richting de Nederlandse Spoorwegen. Er bevonden zich nog steeds renners op het parcours in de Peperstraat en de Zaankanters hadden zich niet laten afschrikken door de ontwikkelingen van de laatste uren. Want het was nog steeds goed druk op straat en vooral bij de uitspanningen die verkoelend vocht schonken. Zelf zocht ik op het laatste rechte eind naar het station De Koffiezaak op. Om aldaar een grote moccachino aan te schaffen en naar binnen te werken. De eerste slokken van die lekkernij smaakten niet zo best omdat ik eerst twee van die kleine witte pilletjes had opgekauwd. Mijn gekwetste rug had namelijk het nodige te verduren gehad en de pijn moest nodig weer even getemperd worden. Overal onderweg waren er uiteraard vele hardlopers getooid met medailles en de overbekende DtD-tassen in touw, evenals in de twee treinen die ik nam en op Amsterdam Centraal. Mocht dit daadwerkelijk mijn allerlaatste loop geweest zijn (er schijnt iets veranderd te zijn aan een paar van mijn rugwervels), dan zal ik dergelijke taferelen zeker gaan missen.

Anton was niet zomaar een loper !!!

Gepost door Arranraja op woensdag 9 oktober 2019 18:56

Lees op RunningPlus.nl mijn eerbetoon aan Anton, een heel bescheiden, maar vooral ook zeer bijzondere loper die ons is ontvallen.

https://www.runningplus.nl/2019/10/09/anton-was-niet-zomaar-een-loper/

Vechtloop in Vredestijd

Gepost door Peter de Haan op zondag 6 oktober 2019 23:18

Na de grote veldslag, geleverd in de Krimpenerwaard, had ik een vredespact gesloten met mijzelf en met alles en iedereen die mijn innerlijke rust in de weg hadden gestaan. De strijd was gestreden, het leed was geleden, er was slechts nog plaats voor pais en vree. Het had lang geduurd, maar eindelijk stond ik weer met beide benen stevig in de lucht. Bevredigd en verlicht zweefde ik richting een festijn dat negen dagen later, op zondag 30 juni AD 2019, op de hardloopkalender stond. En dat was niet zomaar een festijn, beste lezer. Loopvriend Arranraja en ik gingen op die laatste dag van de maand onze opwachting maken bij de 10km Vechtloop in en nabij Weesp. En dat alweer voor de vierde maal op rij. De eerste daarvan was echter wèl een loop over 15 kilometer, een afstand die – U weet het – inmiddels is geschrapt van de Vechtloopkalender.

Over die eerste editie gesproken: nog altijd staat op de thuispagina van de Vechtloop een afbeelding uit 2016, waarop te zien is hoe opdrachtgever en haas bij hun samenloopdebuut zich een weg banen door het struweel vlakbij manege Bleijenberg, start- en finishtoneel van de Vechtloop. Destijds gaven wij na spijkerharde onderhandelingen ons fiat voor plaatsing van dit kiekje. Sindsdien is het bij niemand meer opgekomen om het te verwijderen en te vervangen door een meer eigentijdse prent. Maar ach, van goede dingen neem je vanzelfsprekend niet zo gauw afscheid. En uiteraard vangen wij nog jaarlijks de royalties die ons toekomen en waarmee wij ons in leven kunnen houden.

Toch is dit niet de enige bron van levensonderhoud, U zult dat begrijpen. Ten eerste zijn er de ruime gages die mijn opdrachtgever mij telkenmale toebedeelt. Maar ook mijn doordeweekse geploeter op de werkvloer levert de nodige grijpstuivertjes op waarmee de eindjes aan elkaar geknoopt kunnen worden. Helemaal aan het begin van juni had ik besloten mijn betrekking bij Terre des Hommes in te ruilen voor een lucratievere en stabielere job bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Een heel zware beslissing, want werken bij Terre des Hommes betekent werken bij een organisatie waarin prachtige bevlogen mensen zich bezig houden met prachtige en zeer nobele doelstellingen. De strijd tegen uitbuiting van kinderen is een strijd die mij, nota bene als notoir pacifist, enorm na aan het hart ligt. Maar met pijn in datzelfde hart moest ik een keuze maken voor meer stabiliteit. Het kostte mij even de grootste moeite om ‘on terms’ te komen met die beslissing en er uiteindelijk vrede mee te hebben. Totdat ik, zo ongeveer ten tijde van de Haastrechtloop, inzag dat het zo goed was. Ik had wel gedaan en zag niet langer om.

De Vechtloop zou voor mij de toespijs vormen van het rijk gevulde voorseizoen. Vorig jaar verleidde ik mijzelf in juli nog tot een run down memory lane in Leiderdorp, maar dat beschouwde ik als een éénmalige gebeurtenis, een mooi eerbetoon aan mijn moeder èn aan de plaats waar ik het grootste gedeelte van mijn jeugd had doorgebracht. Dit jaar vond ik dat ik, samen met mijn opdrachtgever, tot een waardige afsluiting moest komen tijdens deze laatste voorjaarsklassieker langs de Vecht. Echt goed voorbereid op dat festijn was ik evenwel niet: de gebeurtenissen in Haastrecht hadden mij mentaal bevredigd doch fysiek gesloopt. En zo kon het zijn dat mijn Sauconietjes een dikke week lagen te verkommeren op het loopschoenenrek. Het zou dientengevolge een behoorlijk koude herstart worden op 9 juni, ondanks de warme weersvooruitzichten.

Intussen had ons Goudse Runners het droevige bericht bereikt dat GR-trainer Ed tijdens een duurloop samen met zijn loopvriend Wim plotseling was overleden. Dat was een grote schrik, en het zette iedereen enorm aan het denken over de onvoorspelbaarheid van het leven en het feit dat het dus ook voor een getrainde hardloper ineens voorbij kon zijn. Ik herinner mij Ed als een fijne bescheiden persoon en ik koester die keren dat hij samen met Wim mij kwam supporteren bij de Singelloop van Woerden (2016) en bij de Halve van Amsterdam (2017). Moge hij rusten in vrede.

Voor de barre tocht naar Weesp moet altijd de nodige slack worden ingebouwd, dus had ik de elektronische haan op deze wedstrijdzondag al vroeg het reveil laten kraaien. Voor dag en dauw zaten heer en vrouw des huizes keurig opgeprikt aan de ochtenddis. Brinta schafte de pot voor mij, zoals altijd. Een krachtiger start van de dag valt er niet te bedenken, zo lezen wij althans op de smaakvolle verpakking. Dit ochtendpapje wordt vergezeld door flinke hoeveelheden koffie, die voor mij als kruiwagen dienen - U weet dan vast wel wat ik bedoel. Na het omkleden, inpakken en plegen van enige sanitaire plichten vertrok de heerser van het kasteel naar het plaatselijke station, nagezwaaid door zijn heerseres. By the way: had ik al eens verteld dat Gouda een wansmakelijk station heeft? Zo ja: dan mijn oprechte excuses. Zo nee: dan heeft Gouda een wansmakelijk station.

Het was een rustige, vredige en zonovergoten zondag. Er waren geen krijskinderen of lawaaipapegaaien in de trein naar Utrecht te bekennen – en datzelfde gold godzijdank voor de boemelreis van de Domstad naar Weesp. Heerlijk mediterend op de muziek van Laura Nyro verplaatste ik mij eerst door het Groene Hart, en vervolgens door het Gooi. Laura was een absoluut fenomeen – zij is veel te vroeg gestorven maar heeft ons gelukkig een prachtige muzikale erfenis nagelaten. En dankzij mijn maandelijkse Spotify-tientje kon ik daar met volle teugen van genieten tijdens deze reis.

Om even na half elf arriveerde ik op het station van Weesp. By the way: had ik al eens verteld dat Weesp een wansmakelijk station heeft? Zo ja: dan mijn oprechte excuses. Zo nee: dan heeft Weesp een wansmakelijk station. Dat schept een band met Gouda, waar de situatie al net zo erg is. Het zou nog even duren voordat mijn loopmakker vanuit Diemen zou arriveren, ditmaal per fiets. Om de tijd te doden nam ik plaats op een bankje schuin voor het station. Vanaf een belendend bankje werd ik vervolgens vol overgave aangestaard door een tweetal vrouwspersonen, hoogstwaarschijnlijk behorend tot de inheemse Weesper bevolking. Had ik iets van ze aan soms? Of dachten (hoopten?) zij soms dat ik hen iets te bieden zou hebben, iets wat zij wellicht schromelijk tekort kwamen in hun privéleven? Ik voelde hun ogen voortdurend op mij gericht, alsof zij wilden aangeven dat ik nu aan zet was. Ze hadden gelijk: dat was ik ook. Er moest nu snel en effectief gehandeld worden, maar hoe? Plotseling ontwaarde ik mijn loopmakker aan de poort van het station en beende ik met grote passen weg van de danger zone richting mijn opdrachtgever. Gevaar geweken.

Onze begroeting was zoals gebruikelijk weer allerhartelijkst – en het viel mij op dat hij geen steek was veranderd sinds de laatste keer dat wij elkaar zagen. Gezellig keuvelend over vrouwen en voetbal wandelden Arranraja en ik langs de boorden van de Vecht richting manege Bleijenberg. Het nationale vrouwenteam had daags ervoor in de bloedhitte een WK-kwartfinale winnend verhapstukt (bron: Arranraja) dus dat leverde voldoende stof op voor diepgaande gesprekken. En op zo’n manier ben je voor je het weet op je bestemming. Monter en vol wedstrijdadrenaline betraden wij de Weesper drafbaan, zoals eerder aangegeven het start- en finishdecor voor vandaag.

Na het confisqueren en monteren van de startnummers gaven wij onze tassen in depot. Tot mijn vreugde en ontroering bleek de dienstdoende vrijwilliger mij te herkennen van voorafgaande edities van deze Vechtloop. Vreemd genoeg herkende hij Arranraja niet, terwijl mijn loopgezel zo ongeveer sinds de allereerste uitgave van deze loop acte de présence geeft. Die Weespenaren hebben blijkbaar iets met mij - dat bleek tenslotte ook al eerder op het station. Is het misschien mijn natuurlijke open uitstraling? Joost mag het weten, trouwens: veel gelegenheid voor bespiegelingen daarover was er niet. Inmiddels was het tijd geworden om eens even flink sanitair te verpozen en vervolgens de stramme lijven wat in beweging te krijgen bij de warming-up.

Vol overgave wijdden haas en opdrachtgever zich aan het inmiddels gebruikelijke inlooprondje langs de talloze woonboten aan de Vecht. Mijn loopspiertjes voelden goed na een dikke week rust, mijn kompaan gaf echter aan dat het bij hem allerminst soepel liep. Hmm een veeg teken, en daar moesten we dus tijdens de wedstrijd terdege rekening mee gaan houden. Koortsachtig bogen wij ons over het strijdplan: we hadden tevoren gedacht aan een kruissnelheid van 10 kilometer per uur, maar nu twijfelden we aan de haalbaarheid van dit snode plan. Snel bevielen wij van een nieuwe strategie. Weliswaar zouden we scherp inzetten, maar mocht na enige tijd blijken dat het doel niet kon worden behaald zouden wij de teugels laten vieren en zou comfortabel en verstandig uitlopen de nieuwe missie worden.

Voor een laatste maal werd afgedaald in de catacomben van de manege, dit om nog wat laatste druppels uit het kraantje te persen. Daarna namen wij plaats in de zandbak die zoals gebruikelijk als startvak dienst deed. Hierbij manoeuvreerden wij behendig langs de in grote hoeveelheden aanwezige paardenvijgen. Het is tenslotte een manege, en we waren slechts te gast daar, dan moet je verder ook niet zeuren. Als ware rotten in het hardloopvak monsterden wij onze tegenstanders en synchroniseerden wij onze horloges. Om klokslag negen over twaalf kwam het wachten tot een einde en werd de meute op weg geschoten.

Van meet af aan had ik in de gaten dat mijn loopmakker niet in grootse vorm stak. Het was onder andere te zien aan de wat moeizame manier waarop hij zich voortbewoog. Zijn reeds maanden sluimerende, en soms hevig de kop opstekende, rugblessure speelde Arranraja meer parten dan hij voor vandaag had voorzien. Althans: dat was mijn observatie. Nochtans besloot ik, als haas van dienst, hem in deze beginfase niet al te veel te sparen. Met een tempo van om en nabij de zes minuten per kilometer beenden wij langs het Torenfort op de Ossenmarkt en over de fraaie ophaalbrug over de Vecht het pittoreske stadje in. Zelf had ik wel wat te kampen met de warmte, maar het leek vandaag minder erg dan bij de loopjes in Tropisch Amsterdam en Haastrecht, eerder deze maand.

Om even in het ritme te komen had ik mijzelf en mijn looppartner in het kielzog gemanoeuvreerd van een tweetal hardloopdames. Zoals al meermalen gezegd: je hebt zo je voorkeuren. Eén van deze hindes droeg een shirt met het opschrift ‘If Found On Ground Please Drag Across Finish Line’. Nu kom ik uit een streng orthodox marinegezin, waar bevel bevel was en deserteurs voor de krijgsraad werden gesleept. Daarom maakte de gebiedende opdruk op het textiel van deze dame mij wat onrustig. Wat als zij nú al ter aarde zou storten? Dan zou ik haar een dikke 9 kilometer over het parcours moeten slepen, toch wel ruim 60 kilo schoon aan de haak schat ik zo. Pas na de finish zou ik haar kunnen droppen en haar aan haar lot kunnen overlaten. Dit was een vooruitzicht waarmee ik even niet goed kon dealen. IJlings gaf ik mijn kompaan het teken, en min of meer behendig slalomden wij langs deze twee dames heen en vervolgden wij onze weg met gezwinde spoed. Gevaar geweken.

De doorgang door het schilderachtige stadje viel mij vrij gemakkelijk. In het relaas van mijn loopvriend kunt U echter lezen dat hijzelf daar heel andere ervaringen mee had. Hoe dan ook: Weesp lag er weer mooi bij in het vroege middagzonnetje. Vele winkeliers hadden hun winkels geopend op deze fraaie dag – in dit behoorlijk heidense Amsterdamse stadsdeel werd het Oordeel klaarblijkelijk niet al te veel gevreesd. Hema open, Appie open, Blokker open, ach veel verandert er in Weesp ook niet door de jaren heen. Voor ons ontspon zich een bijzonder tafereel. Een grote buggy, met daarin een jongen van een jaar of tien, werd beurtelings voortgeduwd door een man en een vrouw, beiden gehuld in een Spieren-voor-Spieren shirt. Wij maakten daaruit op dat de jongen waarschijnlijk aan die buggy gekluisterd zou zijn en dat de hardlopers zijn ouders waren. De jongen vermaakte zich zo te zien opperbest met een muziekapparaat waaruit luide muziek klonk met een hoog aantal beats per minuut. Achter dit tafereeltje bleven wij even aanlopen – later op het parcours, zo tussen kilometer drie en zes, zouden wij voortdurend stuivertje wisselen.

Na het passeren van café De Walrus, waar de lucht van verschaald bier onze neusschelpen teisterde, bewoog het peloton zich zoetjes aan weer richting manege. De stal was goed ruikbaar (als je hardloopt ruik je alles!), maar om die stal te bereiken moesten wij er ons eerst 3.5 kilometer vanaf begeven, gevolgd door weer 3.5 kilometer terug. En dat alles langs de boorden van de Vecht, de rivier die vernoemd is naar de loop die er jaarlijks langs gehouden wordt. Arranraja was inmiddels al zo ver heen dat hij eigenlijk al wilde afsteken naar de finish. Maar daar stak ik een stok voor: dat was immers niet de afspraak, en afspraak is afspraak. Mokkend en schoorvoetend nestelde hij zich weer in mijn kielzog – er waren nog zeven lastige kilometers te gaan.

Het gedeelte langs de fraaie meanderende Vecht is met recht het mooiste gedeelte van deze loop. Regelmatig moest ik op mijn rempedaal trappen, om mijn opdrachtgever de gelegenheid te geven bij te blijven. Inmiddels snakten wij ook naar de eerste verversingspost op de route. Het was steeds warmer aan het worden dus verkoeling was zeer gewenst. Op het 4.5km-punt werden bekers water en sponsen uitgereikt, teken voor mijn kompaan om verwoed zijn hoofd en nek te gaan bewerken, en teken voor mij om al wandelend grote hoeveelheden water door mijn dorstige keelgat te kolken en nog een paar bekertjes over mijn bolletje uit storten.

Daarna vervolgden wij vlijtig onze weg. Op zo’n 5.5 kilometer streken wij neer op een in blauw gehuld manspersoon met een trompet in zijn hand. De weinige haren die ik nog op het hoofd heb rezen mij prompt te berge. Welke zichzelf respecterende hardloopatleet neemt nou in vredesnaam een trompet mee op een recreatieloop over 10 kilometer? Or any distance, for that matter. Deze schertsfiguur wel dus. Voor iedereen die hem passeerde - of die hem tegemoet kwam uit tegenovergestelde richting - had hij een serenade in petto als van een verkouden olifant met ADHD-kenmerken. Aan mijn immers hoog-sensitieve opdrachtgever kon ik zien dat bij hem de gal behoorlijk door de zuren begon te slaan, en bij mij was dat eigenlijk niet anders.

Even, heel even, kreeg ik een waas voor ogen. Een schier onbedwingbare neiging bekroop mij om de man op te pakken en hem met trompet en al in de woest kolkende rivier te kieperen. Dat zou hem wel een toontje lager doen blazen. Toch zag ik van dat alles af. Mijn verstand (lees: die ene hersen van mij) fluisterde mij bijtijds in dat zoveel negatieve energie niet aan de man besteed zou zijn, en ook dat het mij en mijn opdrachtgever danig uit ons broze evenwicht zou brengen. Het zou, kortom, de lieve vrede ernstig verstoren. Dus lieten wij zoals het was, verwijderden wij ons van deze toeteraar en deden wij ijverig voort langs de boorden van de maalstroom. Gevaar geweken.

Het valt elke keer weer behoorlijk tegen, dat stuk naar het keerpunt op 6.5 kilometer, vlakbij Fort Uitermeer. Gelukkig stond daar voor ons een buffet vol met versterkende en koelende middelen. Gulzig laafden wij ons en vervolgden even later onze weg – er was immers geen tijd te verliezen. Ik nam even de tijd om de situatie van mijn loopvriend te observeren en te beoordelen. Deze situatie kon als deplorabel worden gekenschetst. Het zag er simpelweg niet naar uit dat er vandaag een aansprekende prestatie zou worden neergezet door mijn opdrachtgever, en dat het haaswerk ook geen effect meer zou sorteren. Wel schatte ik in dat het behalen van de finish voor hem te doen moest zijn. Snel overlegde ik met mijn loopmakker, om zeker te stellen dat mijn gage voor de volle honderd procent uitgekeerd zou worden. Gerustgesteld door het antwoord nam ik vervolgens de benen, teneinde mijzelf nog even flink te testen. Dat zou om den drommel nog niet meevallen, want het leek maar warmer en warmer te worden.

Gelukkig liepen er voor mij talrijke mikpunten, geheel toevallig allemaal vrouwen. Dit gaf mij nog een dosis extra energie. Bevrijd van mijn haasverplichtingen snelde ik vooruit en raapte loopster voor loopster op. Bij elk van hen trachtte ik bij het passeren nog even een bemoedigend gesprek aan te knopen, maar het was eigenlijk aan geen van de dames besteed. Geen wonder ook als je je door de laatste kilometers van een inmiddels behoorlijk oververhitte loop aan het worstelen bent. Ik nam het ze dit keer dan ook niet kwalijk. Tot mijn grote vreugde zag ik dat diverse omstanders uit piëteit hun tuinslangen van stal hadden gehaald om ons lopers op een verkoelende douche te trakteren. Grif maakte ik daar gebruik van: het vergemakkelijkte de laatste fase van deze zware tocht aanzienlijk.

Naarmate de finish naderde groeide ook het aantal supporters langs de kant. Vol overgave cheerden ze de zwaar vermoeide hardloophelden richting die verrekte eindstreep, een eindstreep die nog zo gruwelijk ver verwijderd leek. De vermoeidheid en de hitte zorgden ervoor dat mijn benen langzaam volliepen en dat het steeds moeilijker werd het verhoogde tempo vol te houden. Toch wilde ik van geen wijken weten: enige tientallen meters voor mij liep een groepje en daar moest en zou ik op af. Het zou mijn eer te na zijn, als ik deze atleten niet bijtijds kon verschalken.

Met een laatste krachtsinspanning kreeg ik bij het betreden van het manegeterrein het groepje te pakken. Een in oranje en zwart gestoken dame wilde kennelijk met mij nog even het avontuur aan in de vorm van een eindsprint. Uitdagend keek zij mij aan terwijl de eindstreep naderde. Even beleefde ik met haar een wilde steigerung (hardloopjargon), waarna wij precies tegelijk onder het finishvod doorsnelden. Met een enthousiaste high-five bevestigden wij deze remise. De strijd was gestreden, het leed was geleden. Dodelijk vermoeid liet ik mij een medaille omhangen, waarna ik mij met een paar bekertjes water langs de kant nestelde om mijn dappere opdrachtgever te verwelkomen.

Na iets meer dan een minuut vloog ook Arranraja het manegeterrein op. Luid moedigde ik hem aan, en met zijn laatste krachten hief hij zijn hand, met daarin zijn witte pet, bij wijze van begroeting. Vlak voor hem liep een donkerbruine paardenstaart: een prachtige vrouwelijke prooi voor in die laatste meters. Dat gaf hem nog nèt een extra beetje motivatie. Op het allerlaatste moment stoof hij nog langs en drukte hij zijn voorwiel vlak voor het hare over de finish. Ook voor hem zat het er op: een prestatie van groot formaat was geleverd.

Nadat Arranraja weer op adem was gekomen belde hij zijn vrouw op om te melden dat ie het ‘m ook dit keer geflikt had. Ikzelf scharrelde nog wat drank en voedsel bij elkaar, en gezamenlijk begaven wij ons weer richting finishlijn om de overgebleven vermoeide helden te supporteren in de laatste fase van hun lijdensweg. Groot applaus weerklonk toen een oudere man van ongeveer 80 over de eindstreep schreed. Altijd indrukwekkend, zo’n prestatie van iemand uit de Eregalerij van de Oude Glorie. Tegelijkertijd moesten wij echter denken aan de oude loopkrijger Anton, die hier vorig jaar al net zo luid werd verwelkomd. Maar ditmaal was hij er niet bij zo te zien. Van tevoren hadden wij hem niet gezien, en ook nu was hij onvindbaar, ondanks het feit dat wij bleven staan totdat de bezemfiets de laatste loper over de finish had geduwd. Daags na de Vechtloop vond ik op de leestafel bij Terre des Hommes in één van de kranten een overlijdensadvertentie, waarvan ik haast zeker wist dat het deze Anton betrof. Enige ruggenspraak met Arranraja, aangevuld met wat nader onderzoek, wees uit dat het inderdaad deze Anton was, die drie dagen voor de Vechtloop op 82-jarige leeftijd was overleden. Moge hij rusten in vrede.

Terugwandelend langs de oevers van de Vecht besloten wij om nog even linksaf het stadje in te slaan op zoek naar een acceptabele bak koffie om alle hardloopvermoeidheid van ons weg te spoelen. Al snel vonden wij een ijssalon met koffiemogelijkheden, en lieten ons een verse cappuccino inschenken. Deze zevende Succesvolle Samenloop had ditmaal maar deels zijn naam eer aangedaan. Succesvol was ie wel geweest, maar van een samenloop was dit keer weinig gebleken. Enfin, een volgende keer zou alles beter zijn, zo bedachten wij terwijl wij ons het bakkie pleuâh goed lieten smaken. Het voorseizoen was ten einde, de zomervakanties waren in aantocht, en na het reces zouden we wel weer zien waar onze hardloopwegen samen zouden komen.

Na het inmiddels traditioneel tranentrekkende traumatische afscheid op station Weesp peddelde Arranraja vrolijk terug naar Diemen. Tegelijkertijd zoefde ik onder de klanken van de fenomenale Franse muziekgroep Tryo (het zijn er overigens vier, maar dat terzijde) weer via Utrecht terug naar Gouda. Veilig bereikte ik mijn thuishaven en wierp ik mij in de armen van mijn strenge doch meedogenloze heerseres. Just kidding of course. Al bijna vijf jaar leven Elfriede en ik gelukkig, liefdevol en vredig ons leven samen. Het is het geluk met de grote G, de liefde met de grote L en de vrede met de grote V. Amen.

Krijgshaft in de Krimpenerwaard

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 4 oktober 2019 21:54

De Slag om de Gaasp, op een Mooie Pinksterdag in 2019, had een zware fysieke en mentale wissel getrokken op de strijdende partijen. Twee verstokte strijdmakkers hadden na vele ontberingen uiteindelijk gezegevierd door zich uitgeput maar voldaan over de finishlinie te storten. Zwaar was het geweest, zonder enige zweem van twijfel. Maar op karakter en pure wilskracht hadden Arranraja en zijn privéhaas Peter op die fraaie zondag de Gaasperplas en de Gaasperdammertunnel bedwongen. Anders dan Don Quixote en zijn trouwe gezel Sancho Panza hadden de twee loopvrienden geen windmolens bevochten - hooguit hadden zij met molentjes gelopen. Bij het roerend afscheid aan de poort van de Bijlmer ArenA spraken de gezworen kameraden af elkaar na drie weken weer te treffen bij de Slag om de Vecht. Deze schermutseling zou gaan plaatsvinden in en om de nabijgelegen vestingstad Weesp, inmiddels ingenomen door het Hoofdstedelijk Legioen.

Eigenlijk hoort er in een interbellum geen strijd plaats te vinden. Dat is een definitiekwestie, zoals U wellicht zult begrijpen. Maar schrijver dezes kwam maar niet tot rust na die felle en verwoede strijd rondom de water- en tunnellinies van Gaasperdam. Mijn bloed kookte en kolkte, mijn hoofd, mijn hart, ja mijn hele lichaam was voortdurend in opstand, klaar om alweer een volgende vijand te bekampen. Zelfs al zou die vijand denkbeeldig zijn of geen menselijke gedaante hebben.

Na ampele strategische overwegingen werd het interbellum opgeknipt in een tweetal interbella. Op vrijdagavond 21 juni in het Jaar des Heeren 2019 ging - op een kogelworp afstand van Gouda - de Slag om de Vlist plaatsvinden in het anders zo vredige dorpje Haastrecht. Om onduidelijke redenen werd deze gebeurtenis in de annalen gegrift als De Haastrechtloop. Leuke naam overigens voor een ZZPacer als ik. En hoewel het ditmaal zonder mijn trouwe strijdbroeder zou zijn, liet ik mij grif ronselen door de Goudse Gunners om de opmarsch van de Schoonhovenaren te stuiten. Al sinds jaar en dag was Haastrecht het onverkwikkelijk toneel van de Goudsche en Schoonhovensche twisten – en ik vond dat deze twisten definitief in het voordeel van de kaas- en stroopwafelstad moesten worden beslecht.

Op die gewraakte vrijdag sloeg ik al vroeg in de middag de Terre des Hommes-burelen in ’s-Gravenhage met een ferme klap dicht. Terre des Hommes, zo U weet, loopt voorop in de strijd tegen de uitbuiting van kinderen – een strijd die niet krachtig genoeg kan worden gevoerd. Maar nu was het weekeinde aangebroken: even tijd voor wat anders. Vol aanvalslust begaf ik mij naar de garnizoensstad Gouda, binnen de muren waarvan ik mij al jaren thuis voel en geborgen waan. Na het leeglepelen van een met versgestampte Hollandsche kost volgeschept bord - door mijn lief met liefde bereid - voelde ik mij vermogend genoeg om de Krachtmeting in de Krimpenerwaard aan te gaan.

Hoog en droog gezeten op het stalen ros galoppeerde ik via een bekeken en listige omweg van Gouda via de buitenpost Goverwelle naar Haastrecht. Hierbij doorwaadde ik de Hollandsche IJssel, een belangrijke rivier voor de aanvoer van verse Goudsche troepen. Overigens: in Schoonhoven wordt hiervoor - bij gebrek aan beter - de Lek ingezet. Na nog een hachelijke oversteek van een pad vol gevaarlijke gemotoriseerde strijdkarossen bereikte ik de dorpsgrenzen van Haastrecht. U moet weten dat Haastrecht vele dappere krijgers heeft voortgebracht - ik noem U maar Edith van Dijk, Hein Vergeer en Leo Visser. Come to think of it: ik memoreer deze personen zowat elke keer in mijn kronieken over de Haastrechtloop, dus dat wordt zolangzamerhand wel een beetje vervelend vermoed ik. Excuus hiervoor, waarde lezer.

Dit jaar werd het start- en finishstrijdperk niet gevormd door de voetbalslagvelden van VV Haastrecht. Door nog onopgehelderde oorzaken dan wel redenen was ditmaal uitgeweken naar Sociëteit Concordia. Dit is een etablissement van naam en faam – vooral in het dorp zelf. Het is een plek van samenkomst voor de dorpsbevolking, waar zij met enige regelmaat worden vermaakt door minstrelen, barden en ander cultureel gespuis. Op het plein voor de sociëteit trof ik mijn mede-Goudse Gunners Chuen, Hans en Marcel. Zij waren al iets eerder richting Haastrecht gemarcheerd dan ikzelf – zij waren vrijgesteld geweest van arbeidsverplichtingen eerder die dag, zodat zij op hun gemak het strijdtoneel hadden kunnen verkennen. En dat zou drommels goed van pas kunnen komen. Elk jaar zijn er immers weer nieuwe obstakels op het oorlogspad die een eerlijke strijd zouden kunnen frustreren. Onze Schoonhovense opponenten hadden ongetwijfeld een soortgelijke verkenning uitgevoerd, en mogelijk de nodige hinderlagen aangebracht, de schavuiten. Wij Gouwenaren konden maar beter niets aan het toeval overlaten.

Uiteraard was het jammer dat wij Don Arranraja moesten missen bij deze exercitie: deze zich altijd buitengewoon zorgvuldig voorbereidende strateeg was in deze bataille ongetwijfeld van grote waarde geweest. Ditmaal echter moesten wij het zelf gaan rooien. Maar ook in ons gezelschapje bevond zich het nodige zwaar geschut. Goudse Gunner Chuen, van Chinese origine, is een zelfverklaard afstammeling van niemand minder dan Dzjengis Khan. Kijk, mannen van dát kaliber moet je er in Haastrecht bij hebben! Maar ook Hans en Marcel vormden - tezamen met mij – buitengewoon bruikbaar kanonnenvoer, onmisbaar voor de op handen zijnde strijd tegen de Schoonhovenaren.

Het was een warme en drukkende avond in het volop door bijen en muggen bezwangerde dorp - en in het aanpalend buitengebied zou het ongetwijfeld nóg erger zijn. Vier Goudsche hardloopmusketiers bereidden zich consciëntieus voor op het treffen aan de Vlist. Dit deden zij door een tweetal kilometers in te marcheren op het naast Concordia gelegen geitenweitje, alle vier reeds gestoken in het gevechtstenue voor deze avond. Het werd tijdens deze exercitie steeds duidelijker: slechts door spaarzaam om te gaan met de beschikbare krachten kon deze titanenstrijd worden gestreden. Anders zouden wij snel ons Waterloo gaan vinden in één van de polders ten zuidoosten van het dorp.

Om even voor half acht des avonds begaven wij ons naar de startlinie vlakbij Sociëteit Concordia, daar waar met de hand op het hart en uit vollen borscht de Haastrechter Hymne werd gezongen. En dit door beide kampen: zo hoort het immers. Enige mores moet er zijn, anders gaat dit allemaal niet werken. Na dit plechtige gebeuren werd door de aalmoezenier de zegen gegeven, blies de krijgstrompetter van dienst plechtig The First Post, en kon het spektakel een aanvang nemen.

Als eerste onderdeel van de veldslag werden de voorposten vooruitgeschoven, die zich met hoge snelheid door dorp en polders zouden begeven, vooral om eventuele obstakels uit de weg te ruimen. Daarna zou het gehele peloton volgen op de lange weg naar de boorden van de Vlist. Mijn dienstmaten en ik verspreidden ons in de menigte. Ondergetekende was in een groep mede-Gouwenaren beland, een groep dat een gezapig tempo onderhield. In de veilige geborgenheid van deze groep voelde ik mij goed op mijn gemak, zo in de eerste kilometers van deze veldtocht. Het was eigenlijk veel te warm voor inspanningen van deez’ aard, maar we hadden voldoende liquide proviand bij ons om ons door de eerste fase van de strijd heen te worstelen. Na een vijftal kilometers zouden wij bij een langs het pad opgerichte veldkeuken worden bevoorraad door de fourageurs van dienst.

Na een kilometer of drie langs voornoemde Hollandsche IJssel maakte het legioen een eensgezinde beweging in zuidelijke richting. Hier sloeg mijn pelotonnetje wat uiteen, en liep ik enige tijd samen op met een in het blauw geklede krijger. Nadat ik mij er van vergewist had dat dit geen Schoonhovenaar behelste (ook niet als Gouwenaar vermomd), overbrugden wij in eendrachtige samenwerking de afstand tot de fouragepost. Aldaar nam ik de nodige tijd om mij te laven – en dat bleek voor mijn medestander aanleiding te zijn om prompt van mij weg te lopen. Lekker hoor: help je iemand door een aantal zware kilometers heen, gaat ie er bij de eerste de beste gelegenheid vandoor. Dit was zwaar K.U.T., ofwel Kwalitatief Uitermate Teleurstellend. Deze deserteur zou ik op zeker voor de krijgsraad gaan slepen. Maar goed, dat was allemaal voor later: eerst moest ik dan maar mijn eigen eenzame strijd door de Krimpenerwaardsche Polders gaan strijden.

In de verre verte was steeds de Kerktoren van Haastrecht te zien – het was net alsof we er met een heel grote boog omheenliepen en dat vermaledijde Godshuis nooit zouden naderen. Nom de Dieu, quelle misère de la guerre! Vlak na de drankpost sloegen wij af naar een beschut gedeelte, eindelijk even wat schaduw waardoor mijn kalende bolleke wat van de kook kon geraken. Maar even later was van enig struweel niets meer te bekennen. Op het inmiddels onverharde pad vol hindernissen zoals booby traps, landmijnen en spijkermatten kon ik ternauwernood mijn kruissnelheid behouden. En er waren ook maar weinig mikpunten binnen schootsafstand. Bij eerdere gelegenheden had mij dat de redding gebracht doordat ik deze te voortvarend gestarte loopsoldaten en -soldates stuk voor stuk kon oprapen. Maar nu was daar geen gelegenheid voor. Al wie ik zag kon ik niet bijhalen. Op mijn tandvlees beende ik richting de oevers van de Vlist, over het grindpad en onder temperaturen die tot recordhoogten leken te stijgen. Volkomen uitgewoond bereikte ik de fraaie meanderende stroom die zich een weg baant tussen de Lek bij Schoonhoven en de Hollandsche IJssel bij Haastrecht. Andersom mag ook. Er was echter nog een drietal kilometers te verhapstukken (bron: Arranraja) tot aan die verrekte eindstreep. Hoe in vredesnaam moest ik die puzzel gaan leggen?

Na enige slokken uit de veldfles vermande ik mij en stoomde ik op richting dat gallische dorp. U weet wel: die kleine nederzetting die zo moedig weerstand bleef bieden aan de overweldigers, en die het leven van de Gouwenaren en Schoonhovenaren in de omliggende legerplaatsen niet gemakkelijk maakte. Haastrecht dus. Ter hoogte van de Zuidelijke Dorpspoort, vlak bij Zwembad De Loete, ontwaarde ik bij het 8km-punt de eerste enthousiastelingen die ons uitgeputte krijgshelden richting de finish gingen supporteren. Dat kon ik wel gebruiken: inmiddels was alle energie uit de benen gelopen zodat het een ware marteltocht was geworden. Na nog een kilometer doorploeteren langs de belangrijkste aanvoerroute-over-land van Haastrecht bereikte ik de Concordia-kazerne. Maar de slag was nog altijd niet geslagen: er moest nog één korte plaatselijke ronde worden gemarcheerd voordat het ondraaglijk lijden ten einde zou zijn.

Op 100 meter van de eindlinie, terwijl ik mijn allerlaatste krachten aansprak, wachtte mij een prachtige verrassing. In de uitzinnige menigte zag ik daar ineens de liefde van mijn leven, als een ware oorlogsjournaliste, gewapend met filmcamera. Al cheerend legde zij mijn laatste gevechtshandelingen vast op de gevoelige plaat. Haar aanwezigheid op de battle grounds was nèt wat deze dappere doch moegestreden krijger nodig had. Bevrijd en verlicht passeerde ik de finish, waarna een grote, diepe vrede op mij neerdaalde. Het was volbracht, de strijd was gestreden, en dat ook nog eens met een absoluut minimum aan slachtoffers.

Of het nou Gouda of Schoonhoven was dat uiteindelijk de zege had gegrepen: het interesseerde mij eigenlijk niet meer. Mijn eigen zege, mijn eigen vrede, was op dit moment het allerbelangrijkst. Het was gedaan met mijn strijdlust die kennelijk in deze veldslag zijn uitweg had moeten vinden. Zwaar vermoeid maar voldaan voegde ik mij bij mijn Goudse kompanen, die allemaal een titanenstrijd hadden geleverd maar die ook, en elk op een eigen manier, hun doel bereikt hadden. Niet veel later voegde mijn eega zich ook bij mij, de lieverd. Gezamenlijk reden wij op onze stalen rossen richting Gouda, voor haar een makkie, voor mij (alweer) een marteltocht. Ik was zo afgepeigerd dat ik nauwelijks meer vooruit kon komen, totaal geen wonder na zo een stevige strijd op de battlefields van Haastrecht. Gelukkig bereikten wij zonder kleerscheuren onze veilige haven in de door ons zo geliefde woonplaats.

Negen dagen later stond alweer het volgend festijn op het programma: samen met Arranraja de inmiddels vierde gezamenlijke Vechtloop in en rondom Weesp. Datum van handeling: zondag 30 juni Anno Domini 2019. Hopelijk zou deze loopwedstrijd onder gunstiger weersomstandigheden gebukt gaan dan die vandaag op het slagveld bij Haastrecht. Enfin de tijd zou het leren, en U als lezer zult weldra op dit platform vernemen welke gebeurtenissen zich daar onder de rook van Amsterdam hebben afgespeeld.

Foto's bij deze blogpost

haastrecht.png

op zoek naar een nieuw looptijden app

Gepost door Pascale Verstraeten op woensdag 2 oktober 2019 14:34

Kan iemand mij helpen om een even goede app te vinden als looptijden.nl.
Mijn bedoeling is . Lopen met m'n garmin-horloge. Thuis komen een mijn afstand en tijd op mijn PC opladen. Zoals looptijden deed dus smiley

op zoek naar een nieuw looptijden app

Gepost door Pascale Verstraeten op woensdag 2 oktober 2019 13:23

Kan iemand mij helpen om een even goede app te vinden als looptijden.nl.
Mijn bedoeling is . Lopen met m'n garmin-horloge. Thuis komen een mijn afstand en tijd op mijn PC opladen. Zoals looptijden deed dus smiley

Allerlaatste looptijden BLOG (2 reacties)

Gepost door Jan Bakker op woensdag 2 oktober 2019 08:45

Jammer dat dit "hardlooppodium" gaat verdwijnen. De laatste maanden was ik hier al niet meer actief, maar toen ik gisteravond al mijn BLOGs hier aan het uploaden was, vond ik dat toch wel indrukwekkend. Dat zou een lijvig boekwerk zijn geweest.
Ik heb geen smartphone en dus ook geen andere app voorhanden.

In ieder geval heb ik in mei dit jaar mijn eerste boek uitgebracht en in november komt deel 2.
Hierin ga ik aan de hand van 100 7" singletjes middels verhaaltjes uit verleden en heden door mijn leven. Een trip down memory lane, zeker voor leeftijdsgenoten uit IJmuiden.
In beide delen staan ook wat hardloopverhaaltjes.
Mijn eerste halve marathon (Amsterdam) en eerste halve marathon Twiske staan in deel 1; in deel 2 verhaaltjes over de IJmuidense Pierloop en de eenmalige Velsertunnelrun.
Ik ben nu aan het schrijven voor een derde deel, waar wederom 50 singletjes de basis vormen voor een aantal (wat langere) verhaaltjes.
In dit deel is plaats voor de Circuitrun, Johan Cruyff foundation run en Ajax foundationrun. Deze moet dan medio 2020 het licht gaan zien.

Kijk anders maar eens op www.boekenbestellen.nl. Daar is deel 1 voor 12,50 te bestellen. Deel 2 volgt dus snel.

Ik loop nog maar zelden hard, maar fiets regelmatig en zwem een a twee keer per week. Goed, doch minder belastend voor mijn knieën. Prima zo.
Wellicht komen we elkaar toch nog eens ergens tegen.

Ik heb hier verder altijd met veel plezier de hardloopverhalen gelezen van collega hardlopers. Een aantal heb ik ook daadwerkelijk ontmoet en er zelfs samen mee gelopen. Het wachten is natuurlijk op een mooie bundeling (Arranraja?) van een aantal van deze stukken. Iets om over na te denken misschien?

Grtz, Jan Bakker, IJmuiden.

Foto's bij deze blogpost

1W0A4163 (004).jpg

Op een Mooie Pinksterdag

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 27 september 2019 01:39

De tocht door de fraaie bezwangerde natuur van de Goudse Hout, vol met zoemende bijtjes en vrolijk hinnikende paarden, had inderdaad naar meer gesmaakt. Ik tekende het al op in mijn gloedvolle verslag erover. Een tweetal weken na de turbulente gebeurtenissen net ten zuiden van de Reeuwijkse Plassen verscheen er opnieuw een aansprekende beproeving op het programma. Schrijver dezes ging zijn debuut maken op de hoofdstedelijke Gaasperplas Tunnelrun. Een loop rondom de Gaasperplas, met als smakelijke uitsmijter een drietal kilometers door de nieuwe tunnel van de A9. Totale lengte (dit voor de liefhebbers): 13 kilometer en grofweg 650 meter.

U ziet het goed: een incourante afstand ditmaal. Een PR lag binnen bereik – maar eerst moest ik ‘m uiteraard wel zien te voltooien. Het verbaasde mij overigens dat er één week voor aanvang van dit tunnelfestijn nog kaarten waren te scoren – ik dacht niet anders dat er een enorme run op zou zijn geweest. De organisatie snoepte echter met graagte het startgeld van mijn bankrekening af zodat ik mij definitief kon opmaken voor het festijn in Tropisch Amsterdam.

Ook mijn grote vriend Arranraja ging deze loop op 9 juni verhapstukken (bron: Arranraja). Hij had zich al tijden geleden ingeschreven voor deze Mokumse tunnelbeproeving – vorig jaar had hij hem ook al gelopen en het was kennelijk goed bevallen. Ook was het dit jaar de laatste kans om ondergronds te gaan. Immers: in 2020 zal het tunneltracé in gebruik zijn en dan wordt het wat onrustig lopen daar door die buizen. Wel speelde een telkenmale opspelende rugkwetsuur mijn loop- en blogvriend nogal parten. Ik hoopte natuurlijk vurig dat hij met zijn medisch team het euvel enigszins had kunnen bedwingen, zodat niets een zesde Succesvolle Samenloop in de weg zou staan. De voortekenen waren aanvankelijk niet positief geweest. Onze Diemense Doordouwer had al enige wedstrijdlopen van zijn programma moeten schrappen, iets dat hem heel veel verdriet had gedaan. Maar nu, zo vlak voor het Gaasperplas-gebeuren, leek het tij te zijn gekeerd. De behandelende artsen hadden hem groen licht gegeven, mits hij zich gedeisd zou houden. Verheugd appte ik hem dat ook ik een ticket had bemachtigd – en hij reageerde verbaasd en enthousiast. Verbaasd omdat ook hij meende dat de tickets allang vergeven zouden zijn, enthousiast omdat zijn persoonlijke Goudse Kaashaas plotsklaps zijn diensten kwam aanbieden.

Dat laatste gaf vanzelfsprekend alle aanleiding voor enthousiasme, immers: door gebruikmaking van deze diensten (tegen vriendentarief) zou het voltooien van de Gaasperplas Tunnelrun voor Arranraja een eitje van een cent worden. Zeker als wij - zoals door opdrachtgever aangegeven - een dead slow pace zouden gaan onderhouden. Vlotjes werd het Service Level Agreement opgesteld (standaard sjabloon voor pacersdiensten), en na een paar reviewslagen door beide partijen ondertekend. Hiermee was de druk van de ketel en konden wij ons rustig voorbereiden op wat komen ging.

En zo ontmoetten wij elkaar op die mooie Eerste Pinksterdag om 11 uur des ochtends op het schilderachtige Amsterdam Bijlmer ArenA. Schilderachtig vooral door de prachtige naastgelegen voetbaltempel die deels naar dat station was vernoemd. Het andere deel – U weet het – wordt gevormd door de bij leven en inmiddels ook bij dood legendarische nummer 14. Wat heb ik het prachtig gevonden hem in het echt te zien spelen. De magnifieke boogbal waarmee hij Ton Thie verschalkte in het duel met ADO in het Zuiderpark: ik was er bij. De fenomenale 2-0 in Dortmund waarmee hij Nederland definitief naar de WK-finale van 1974 schoot: ik was er gloeiend bij. Ook zag ik Johan Cruyff als speler van Barcelona schitteren in het Olympisch Stadion tijdens het Amsterdam 700-toernooi. Ik was toen nog maar een verlegen en wereldvreemde tiener, maar ik wist dondersgoed dat ik getuige was van grootse momenten.

Door het feeërieke winkelcentrum Amsterdamse Poort en vervolgens het Nelson Mandelapark stevenden wij af op de plek des heils: het schitterende atletiekstadion van Atletiekvereniging Feniks, met zijn al even schitterende blauwe baan. Het zou vandaag het start- en finishdecor zijn van een lange en van warmte bezwangerde loop, zoveel wisten we wel. Al wandelend voerden wij hoogstaande gesprekken over hoelang we in bepaalde plaatsen hadden gewoond. De aanleiding hiervoor was dat Arranraja gedurende ongeveer 20 jaar domicilie had gehouden in het nabijgelegen Reigersbos.

Aan de poort van de atletiektempel ontwaarde ik oud-collega Marianne, van wie ik mij plotsklaps bedacht dat zij al enige jaren in het organisatiecomité van de Gaasperplasrun zitting had. De begroeting was uiteraard allerhartelijkst, en even memoreerden wij onze gezamenlijke tijd bij onze gezamenlijke werkgever. Veel tijd had zij echter niet voor ons: na enige woordenwisselingen vertrok zij op het fietsje om de obstakels op het parcours voor een laatste keer te monsteren. Men kon maar beter niets aan het toeval overlaten.

Het was inmiddels buitengewoon warm geworden – geen weer voor een blanke in het tropisch gedeelte van Amsterdam. In de kleedkamer verwisselde ik snel mijn hardloopshirt voor een singletje. Hierop werd mijn startnummer geschroefd, het startnummer dat Arranraja daags tevoren voor mij uit een sportzaak in Amsterdam-Oost had opgehaald. Saillant detail: mijn nummertje was 891, het zijne 892. We konden deduceren dat dit mogelijk was door een alfabetische rangschikking op achternaam. Vanwege de verscherpte privacy-wetgeving weiger ik echter de achternaam van mijn hardloopkameraad prijs te geven ingeval U deze ordening zou willen verifiëren.

Twee jonge vrouwen in hoge sanitaire nood meldden zich vervolgens in onze herenkleedkamer. Of zij even hun gevoeg konden doen op het herentoilet, was de prangende vraag. Dit omdat de wachtrijen bij de vrouwentoiletten de situatie voor hen ondraaglijk en uitzichtloos had gemaakt. Na enig onderhandelen over een gepaste vergoeding gaf ik de finale toestemming en konden de dames aan hun sanitaire behoeften tegemoet komen. Intussen naderde voor ons het tijdstip om de kleedkamer te verlaten en ons te wijden aan een serieuzere taak: de warming-up.

Al hakkebillend, knieheffend, steigerend, rekkend en strekkend (dynamisch!) waren wij getuige van de start van de twee kortere afstanden: de 5 en de 10 kilometer. Geen van deze onderdelen zou de atleten door de tunnel brengen: dit was slechts voorbehouden aan ons dappere martelaren. Na een laatste zenuwenplasje in Dixiland maakten ook wij ons op voor de start van ons eigen spektakel. Om klokslag 20 over 12 werden wij weggeschoten, en na driekwart ronde op de heerlijk verende baan werden wij het park in gedirigeerd. Ik kreeg het direct buitengewoon warm: iets wat mij tegenwoordig altijd overkomt in de eerste kilometers van een loop.

Na een fraai stuk door het Nelson Mandelapark (één van mijn helden) belandde het peloton in een woonwijk. Daar liepen Arranraja en ik aanvankelijk achter een koppel vrouwen aan. Het was mij te warm om de hazenrol van acquit op te pakken, dus we konden wel wat hulp gebruiken. ‘Mijn tijd komt wel’ sprak ik ietwat berustend. Maar toen één van de dames opmerkte dat zij misschien niet zo’n geschikte haas zou zijn, werd opeens de trotse pacer in mij wakker. Ik bedacht mij geen moment, slalomde om het vrouwengroepje heen en begon verwoed de kar te trekken. Lang duurde dit echter niet. Het vrouwelijk kruit was al snel verschoten en samen met mijn dierbare strijdmakker beende ik van het groepje weg richting een tweetal manspersonen. Vrij snel hadden wij ze te pakken, en gevieren ploeterden wij voort onder de steeds feller schijnende zon.

Al spoedig bereikten wij de boorden van de Gaasperplas – maar qua warmte bood dat niet al te veel soelaas. Soms stond de zon heel fel te schijnen en was het warm, soms verschool ie zich achter een paar wolkjes of een roedel bomen, maar frisser werd het daar niet door. Langs de kant van de weg stond iemand met een bord waarop stond: “Je suis Fieke”. Was dit nou om Fieke aan te moedigen, of school hier wat meer achter? Ik moest onwillekeurig aan Charlie Hebdo denken, dus ik raakte enigszins in verwarring. En mijn brein werkte toch al niet optimaal met die hitte. Er ontwikkelde zich een vervelende hoofdpijn links achter, die steeds erger werd. Het werd tijd – vond ik – voor de eerste verversingspost.

Die post diende zich gelukkig aan na vijf kilometer – aan de noordkant van de plas, op een heel irritant open stuk. Tot onze onuitsprekelijke vreugde werden daar behalve bekers water ook zeiknatte sponsen uitgereikt. Voor Arranraja het teken om onmiddellijk zijn hoofd en nek te gaan boenen. Voor mij was de spons ook een uitkomst: van tijd tot tijd kon ik nu het pijnlijke achterhoofd koelen in de hoop dat daarmee het euvel zou worden verholpen. En inderdaad: de hoofdpijn zakte, maar de warmtestuwingen bleven voortduren.

Kort na de drankpost sloegen wij bij de Gaasp linksaf de bossages in: het Gaasperpark. Dat was wel weer even lekker, even schaduw, even weer wat op krachten komen. Onze twee groepsgenoten waren we inmiddels kwijt. Plotseling hoorden we een luid getoeter achter ons. Een kennelijk zwaar opgevoerde Canta scheurde rakelings langs ons heen. Blijkbaar had de bestuurder meer haast dan wij, de hufter. Jawel: ook Canta-piloten kunnen snelheidshufters zijn. Geschrokken maar niet van ons voetstuk gebracht deden wij voort. Wat mijn kameraad bijna wel van zijn voetstuk bracht waren de nodige takken die door een eerdere storm her en der op het pad waren gekwakt. Tenauwernood ontsnapte Arranraja aan fikse struikelpartijen die ons verder van huis zouden hebben gebracht.

Na het passeren van de Gaasper Camping (zeer toepasselijke naam) maakte het peloton zich op voor de speciale verrichting van deze wedstrijdloop: de drie duistere kilometers door de Gaasperdammer Tunnel (die naam verzin ik hier ter plekke). Daarvoor moesten wij ons eerst nog een weg banen richting de A9. Ter hoogte van de Tulip Inn en de aanpalende La Place gingen wij onder de snelweg door en maakten wij een scherpe bocht naar links. Via een korte klim gingen we dan uiteindelijk naar de ingang van de tunnelbuis. Joepie. Het echte werk ging beginnen.

Vergelijkingen met de IJ-tunnel (DtD) gaan mank: die tunnel is kort (één kilometer), gaat behoorlijk steil naar beneden en meteen weer naar boven, en is bovendien zo krom als een hoepel. De Gaasperdammer Tunnel daarentegen is kaarsrecht, niet zo diep, en vervelend lang. Ook zijn er geen trommelaars die het atletenvolk begeleiden. In deze tunnel stond elke 500 meter één (zegge: 1) vrouwspersoon opgesteld, die – het moet gezegd – haar keeltje schor schreeuwde om ons vooruit te krijgen. Ook was er op enige honderden meters voor het einde van de tunnel een drankpost. Daar laafden Arranraja en ik ons overvloedig, want ook in de tunnel was het nog gemeen warm. Jammer genoeg bleven de sponsen ditmaal achterwege.

Eindelijk uit de tunnel moesten we meteen naar rechts voor een venijnige klim. Dit was iets waar Arranraja enorm tegen had opgezien. Ik maande mijn opdrachtgever nog om met kleine pasjes omhoog te gaan, maar het hielp allemaal niet meer. Daar, op slechts één kilometer voor de finish, verschoot mijn kompaan zoveel kruit dat de snelheid er he-le-maal uit ging. Worstelen werd het. Zelf had ik die puist iets beter verteerd, en het vooruitzicht van een spoedige finish gaf mij nieuwe energie. Langzaam maar zeker begon ik uit te lopen op de moegestreden krijger. In de laatste honderden meters passeerde ik nog wat atleten die er finaal doorheen zaten. Vlak voor mij liep een drietal jonge vrouwen, en deze aanblik spoorde mij aan om nog wat extra kolen op het vuur te gooien.

Teruggekeerd op de atletiekbaan rekende ik met een woeste eindsprint de drie deernes in en gooide ik mijzelf over die verrekte eindstreep. Terstond draaide ik mij om, om te zien waar Arranraja bleef. Tot mijn starre verbazing bleek hij slechts een luttele 8 seconden te hebben toegegeven. Driewerf hulde hiervoor. Tevreden wijdden wij ons aan het uitwandelen, en deden wij ons tegoed aan water, sportdrank, sinaasappel en banaan. Niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. We hadden het hem weer gelapt: onze zesde Succesvolle Samenloop was inderdaad succesvol gebleken.

Na een mooie wandeling door het Nelson Mandelapark betraden wij de Sterrendollars op Bijlmer ArenA en slobberden wij een welverdiende Grande Caramel Machiato en een dito Grande Moccha naar binnen, onderwijl geestdriftig discussiërend over sportkleding en aanverwante artikelen. Een zeer aangename loopdag zat er weer op, en nadat de koffiebekers geledigd waren gingen wij na een roerend afscheid weer ons weegs. Drie weken later gingen wij elkaar echter weer treffen bij het Vechtfestijn in Weesp, dus het leed was beperkt.

Ik weet het: niet altijd kwijt ik mij volledig van mijn taken als pacer. En dat ondanks de ruime vergoedingen die ik telkenmale ontvang. Zeker in de recente Succesvolle Samenlopen pleeg ik er steevast in de laatste kilometer vandoor te gaan. Dit doe ik overigens wel nadat ik mij er van vergewist heb dat mijn opdrachtgever het laatste stukje zelfstandig kan voltooien. En volgens mij begrijpt hij dat ook. Speciaal voor Arranraja, die zoveel te stellen heeft met de nukken en grillen van zijn privéhaas, heb ik een bekend Pinksterliedje omgeschreven naar zijn definitieve hardloopversie. Sorry Annie M.G.

Op een mooie Pinksterdag
Als het even kon
Liepen haas en opdrachtgever om de Gaasperplas te hobbelen in de zon
Gingen startbewijsjes kopen
Loopje lopen
Eindeloos
Kijk nou toch, je gaat te snel
Jij stoute haas
En Arjan boos

Arjan was een strenge man
Arjan was de baas
Arjan was een duidelijke mengeling van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben je bang voor langzaam
Langzaam deert niet
Arjan zegt doe niet zo dwaas
Op een mooie Pinksterdag
Met zijn Goudse haas

Als zijn pacer weer versnelt
Wordt hij langzaam kwaad
Zou hij tegen deze arme jongen willen zeggen: rustig aan en in de maat
Hebbu dat nou ook meneer?
Jawel, meneer
Precies als elke haas
Op een mooie Pinksterdag
Trekt ie aan zijn taas

Hij kan naar Ameide zijn
‘t Kan ook wel naar Tiel
't Kan ook wel naar Leiden zijn of wellicht naar Ter Heide zijn
Of zelfs nog naar Den Briel
Arjan kan gaan ploegen
En gaan zwoegen
Tot hij purper ziet
Arjan zegt: pas op, m’n haas
Je gaat te snel
Hij luistert niet

Arjan is zo uitgeput
Arjan is zo moe
Arjan is er enkel en alleen maar voor de gage en de rest doet er niet toe
Ik wou dat ik nog één keer
Met mijn kaashaas
In zijn kielzog lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon

Bekijk alle blog posts

Looptijden.nl vandaag

Elke dag zijn er duizenden hardlopers op Looptijden.nl actief.

Bekijk activiteiten vandaag

Looptijden.nl komende week

Er worden elke week veel activiteiten en evenementen ingepland op Looptijden.nl.

Bekijk komende week

Loopgroepen

Er zijn honderden loopgroepen actief op Looptijden.nl.

Bekijk de groepen

Challenges

Doe mee met een challenge op Looptijden.nl en daag jezelf uit.

Bekijk de challenges

Zoek een hardloper

Op zoek naar iemand op Looptijden.nl?

Zoek een hardloper