Zeik-, doorwaternat

Gepost door Arranraja op woensdag 3 oktober 2018 17:17

Ook te lezen (met veel foto's) op https://arranraja.wordpress.com/

​Pas toen ik in de kleine kleedkamer van het oude, aftandse sporthalletje luisterend naar de naam 'De Struijck,' mijn regenjasje weer van het haakje pakte, had ik het door. Omdat er een straaltje water uit een mouw naar de grond liep. Zelfs de speciale regenkleding had de stortvloed die eroverheen was gegaan, dus niet aangekund. Alles wat ik aan renkleding zojuist had uitgetrokken en afgepeld was kletsnat. 'Zeik-, doorwaternat', zoals mijn zus altijd zo treffend weet uit te drukken. Daarmee is meteen de titel en de inleiding die ik voor dit relaas van te voren al had bedacht in het water gevallen. Ik meende, met de titel van zo ongeveer het meest buitenissige nummer dat de Beatles ooit aan het vinyl hebben toevertrouwd, een aardig beginnetje klaar te hebben voor deze blog over mijn negende, achtereenvolgende deelname aan de Dam tot Damloop. Naspeuringen in Wikipedia maakten mij duidelijk dat ik er wat betreft de titel redelijk naast zat, dus ik zal jullie niet verder vermoeien met details. En ik kan inmiddels niet anders dan de hierboven opgevoerde vlag, de lading van dit schrijven te laten dekken.

Inmiddels hebben jullie wel begrepen dat deze editie van 's lands grootste, verreweg de meest verregende was die ik heb meegemaakt. En na afloop bevestigden meerdere lopers deze lezing. Was het maandenlang mooi, warm en vooral droog geweest, precies het DtD-weekeinde moest verregenen! Want vanaf zaterdagmiddag was het al behoorlijk aan het plenzen, met alleen een korte onderbreking op zondagochtend. Tijdens de wedstrijd, die ik 's-morgens thuis op de televisie gedeeltelijk volgde, viel er al de nodige neerslag en er waren tevens vele waterplassen te zien op het parcours. Ik wist genoeg, de kleding die ik de vorige dag al had klaargelegd zou het meest geschikt zijn om de onafgebroken waterstroom die er ook des middags, volgens de regenradars, zou gaan vallen, zo goed mogelijk te verwerken. Mijn normale gang van zaken bij deze super-ren is te voet naar een van de twee treinstations gaan die zich redelijk in de buurt van onze woning bevinden. Daar zag ik deze keer maar van af, anders zou ik al in mijn renschoenen hebben lopen te soppen vooraleer ik mijn woonplaats had verlaten. Ze bleven nu dus min-of-meer droog tot het moment dat ik, samen met Rina, een collega van mijn vrouw die ik een startnummer had kunnen bezorgen, het Centraal station in Amsterdam verliet. Het regende op dat uur pijpenstelen en het ging alleen maar harder hoe dichter ik bij het aangewezen startvak kwam. Het leek echt meer op een waterballet dan op een hardloopevenement. Rina was ik toen inmiddels al uit het oog verloren. En oudcollega Elvira, met wie ik een principe-afspraak had om samen te gaan lopen, was reeds daags tevoren afgehaakt vanwege griep.

Mijn schoenen en dikke sokken waren derhalve al doorweekt op het moment dat ik over de startmatten ging. En waar wij direct daarna voortgingen, leek het meer op een sloot of vaart dan op een asfaltweg. Zodra ik echter begon met, in kalm tempo, rennen voelde ik dat vocht eigenlijk niet meer. Tijdens vrijwel de gehele race had ik er dan ook nauwelijks hinder van. Mijn regenpet, dito jas en de lange renbroek met waterdichte stukken op de bovenbenen, leken het goed te houden. Ik had zelfs nog een wegwerpponcho en oude regen-overschoenen meegenomen. Maar de poncho, waar ik vele mededeelnemers onder schuil zag gaan, meende ik niet nodig te hebben en hij leek mij tevens iets te warm en te verstikkend. En de overschoenen waren niet geschikt om in te wandelen. Bovendien waren mijn voeten, zoals ik net schreef, allang ondergedompeld in het overvloedige hemelwater. In de tunnel lag het aan beide zijden bezaaid met wegwerp-poncho's. Het deed mij even denken aan de plastic soep die de wereldzeeën verontreinigen, maar dat uiteraard geheel terzijde. Hier produceerde ik met 6:35 minuten verreweg mijn langzaamste kilometer van de dag, en wisselde ik een paar woorden met een jeugdig duo dat ik net voorafgaand aan het startschot ook even gesproken had: 'Bent u zenuwachtig?', 'Nee hoor dit is al mijn negende DtD!'. Het leek mij wel wat om samen met deze jongelieden op te lopen maar daarin slaagde ik niet erg lang. Ik hoorde de jongeman nog een korte conversatie voeren met een vrouw, die tijdens die eerste kilometers ook steeds in mijn buurt liep, over het volbrengen van 'ironman'-triatlons. Daarna zag ik ze langzaam maar zeker uit het zicht verdwijnen.

Het lopen ging vanaf het begin best makkelijk en soepel en ik hoopte dat ik dat heel lang zou kunnen volhouden. Na de eerste 4 km op de ruime Prins Hendrikkade en de nog bredere IJtunnelweg, volgt steevast een (uiteraard veel smaller!) fietspad langs de Buiksloterdijk. Hier was ik net een paar langzamere lopers aan het oprapen, toen ik achter mij een gebiedend 'langzame lopers rechts' hoorde schetteren. Direct daarop kwam er een manspersoon voorbijvliegen. Deze terechtwijzing maakte mij enigszins geïrriteerd. Het is inderdaad gebruik dat de langzameren zoveel mogelijk rechts houden en de snelleren links passeren. Maar als er één loop is waar te veel deelnemers zich niet aan die regel houden, is het wel de DtD. Zo werd ik op de eerste meters, toen ik toch echt dicht langs het hek aan bakboord liep, al rechts ingehaald door de een of andere onverlaat. En ja, mensen dus ook hardlopers hebben nu eenmaal geen ogen in hun achterhoofd, noch zijn zij voorzien van achteruitkijkspiegels. En er zijn altijd momenten en situaties, ook in het normale verkeer, dat de snellere even moet inhouden omdat er simpelweg geen ruimte is om erlangs te gaan. Ik brulde dan ook iets in de trant van 'snelle lopers links' terug en ook de dame die op dat moment rechts naast mij liep, liet zich vocaal niet onbetuigd. Tijdens de hele afstand waren de overal-tussendoor-flitsers bijna niet te tellen, waarbij mij opviel dat het vooral jongere mannen waren.

Goed, het was dus ​klets​nat, zowel met de neerslag die viel als met plassen overal op de wegen en paden. Waarbij ik moet aantekenen dat er gelukkig niet meer van die stortbuien kwamen zoals kort voor de start. Over de eerste 5 km deed ik net iets meer dan een half uur, met km-tijden juist iets boven de 6 minuten. Dat ging derhalve prima. Op de tweede 5 km was ik zelfs 46 seconden sneller dan over de eerste 5. Dan vergeet ik gemakshalve maar dat ik aan het begin van die 6e kilometer voor een korte wijle moest afbuigen naar een toiletgebied (waar het opvallend druk was, met name bij de heren), om de overvolle blaas te ledigen. Dat leverde uiteindelijk een verschil op van exact 52 seconden tussen mijn eigen tijdsregistratie en die van de organisatie. Mijn Garmin Forerunner 235, die dankzij GPS- en GLONASS-connectie geen enkele moeite heeft het satellietsignaal zelfs in de IJtunnel vast te houden, pauzeert namelijk ook keurig de meting spoedig nadat ik tot stilstand ben gekomen. Dit stuk tussen 5 en 10 km, is een van mijn minder favoriete. Vooral de gang over de klinkers van de Landsmeerderdijk en Oostzanerdijk, direct na een venijnig klimmetje aan het einde van de Stoombootweg, is in mijn beleving een regelrechte bezoeking. Mijn dieet van twee bananen ruim en juist voorafgaand aan de loop en nog een extra exemplaar bij de fruitpost na ruim 8 km, heeft dus duidelijk zijn vruchten afgeworpen. Nog steeds liep ik namelijk lekker en kon ik de gang er simpel in houden. Sterker nog, op dat eerder genoemde klinkerstuk dook ik ineens onder de 6 minuten: 5:54 !! En verder bleef ik gewoon lage 6-minuters produceren.

Des ochtends was via de televisie tot mijn verbazing het bericht ​doorgekomen dat er een wijziging in het parcours was aangebracht. Dat was al jaren niet gebeurd! Ik had geprobeerd te aanschouwen op welk punt in de route die aanpassing precies inging, maar door het schakelen tussen de kop bij de vrouwen en die van de mannen, werd het niet lekker in beeld gebracht. Dus was ik mij onderweg aan het afvragen hoe de nieuwe situatie eruit zou zien. ​E​n ik had pas door dat ik mij op het nieuwe gedeelte bevond, toen ik er al even liep. Je bent tenslotte druk bezig met rennen en zeker bij deze loop moet je heel goed op alle collega-deelnemers direct in de nabijheid letten. Dit nieuwe stuk van naar schatting een kleine twee kilometer was zeker geen verslechtering, want lekker breed asfalt. ​Waar wel opvallend veel renners waren overgegaan tot wandelpas. En het zorgde er wel even voor dat ik de bekende weg kwijt was. Pas toen we weer aansloten op de vertrouwde Oostzanerdijk, overgaand in de Noorder IJ- en Zeedijk, was er het moment van blije herkenning. Hier zou spoedig de volgende verzorgingspost komen, waar vorig jaar een andere oudcollega zich nuttig had gemaakt met het uitreiken van versnaperingen. Ik keek heel secuur naar alle vrijwilligers bezig aldaar, maar Bernadette kon ik er dit jaar helaas niet tussen ontdekken.

Het voordeel van de relatief lage temperatuur en de overvloedige regenval (hoewel die tijdens de loop dus eigenlijk een heel eind meeviel) was het feit dat een verkwikkende natte spons absoluut niet nodig was. En de slok water uit mijn eigen fles, die ik eerder al had genuttigd, was ​wat aan de koude kant, waardoor deze niet tot meer​ drinken​ uitnodigde. Nog steeds liep ik aardig makkelijk en waar deze dijk​​ net vóór het binnengaan van Zaandam​,​ de laatste jaren nogal eens eindeloos had geleken (ik heb er zelfs een keer een stukje gewandeld), was ik er nu in mijn beleving vlot overheen. Al eerder op het lange deel in Amsterdam-Noord, bleek voor mij een ander belangrijk voordeel: het was relatief rustig met toeschouwers en daardoor ook minder lawaaiig. Zeker als de vermoeidheid begint toe te slaan, prefereer ik rust aan mijn hoofd, zodat ik mij zo goed mogelijk kan concentreren op het lopen. Bij de entree van Zaandam, bevond ik mij in het kielzog van een jongedame, die ik al een aantal keer eerder had opgemerkt. Het was voor mij een uitgemaakte zaak dat ik in haar voetsporen naar de finish ruim 2 kilometer verderop zou gaan. En ik kon nu zeker wel een goede haas gebruiken, want we liepen reeds in de straat waar ik altijd het meeste tegenop zie, de Zuiddijk. Tot mijn grote genoegen was het ook hier relatief rustig vanwege de plens- en regenbuien. Heerlijk!

Ik begon onderhand wel mijn benen te voelen, dientengevolge waarvan het ​lopen allengs minder soepel en naar ik dacht ook minder vlot ging. Dat laatste bleek later, bij een blik op de tabel met kilometertijden​,​ niet te kloppen. Want nummers 15 en 16 gingen met 5:50 bij zo'n 10,3 per uur​,​ 10 seconden sneller dan nummer 14 en zelfs 16 tot 18 tellen sneller dan kilometers 11 t/m 13. Het met de genoemde dame meegaan bleek zeker geen sinecure, want dan liep zij een stukje van mij weg en dan liet zij het tempo weer wat zakken en stiefelde ik haar voorbij. Enfin, tegen het einde van d​i​e relatief smalle winkelstraat met de lastige klinkerbestrating, moest ik haar toch definitief laten lopen. Het vasthouden aan mijn eigen cadans was voor mij belangrijker dan het coûte-que-coûte volgen van deze renster. Had ik tot dan niets gevoeld van de emmers water die zich in mijn schoenen moesten bevinden, nu bemerkte ik ineens wat irritatie ergens aan de tenen van mijn linkervoet. Het gevoel verdween gelukkig ook weer rap. Dat laatste stuk kwam ik in mijn beleving nog slechts matig vooruit en ik zag als een berg op tegen de twee bruggen over de rivier de Zaan, die kort na elkaar in de laatste volledige kilometer nog bestegen dienden te worden. Precies ná die eerste col van de buitencategorie, gaat de route over de echte Zaanse Dam en daar staat het normaliter minstens vier rijen dik met enthousiast aanmoedigend publiek. Nu was het daar logischerwijs ook veel dunner bevolkt en dat vond ik dan wel weer even heel jammer.

Ook de tweede heuvel kwam ik zonder kleerscheuren over en dan is het nog slechts een kwestie van een paar honderd meter doortrekken en je bent over de eindstreep. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik mijn streeftijd (tussen 1:40 en 1:45 uur) makkelijk ging halen. Hoewel ik niet het gevoel had dat ik nog versnelde, ging ik in dat laatste stuk naar de meet toch weer wat sneller dan ervoor, zowaar nog 10,4 per uur. Mede door deze ultieme acceleratie, zou mijn tijdmeting ruim binnen de 1:40 gestopt worden​, op 1:38:48​. Want Garmin had mijn plaspauze uiteraard niet meegerekend. Ook de officiële eindtijd van organisatiewege was met 1:39:41 mooi onder die kaap gebleven. Ik bleef zo kort mogelijk hangen in het finishgebied, want het regende nog immer, zij het niet hard. Na het toucheren van mijn negende DtD-medaille en een flesje sportdrank van een bekend merk, zette ik zo rap als mijn vermoeide en verstijfde benen mij konden dragen, koers richting de plastic zak met droge kleding. Dat was nadat ik eerst, onder de luifel van een waterkraam, mijn vrouw telefonisch op de hoogte bracht van het feit dat ik er het wederom in geslaagd was deze monsterloop succesvol te beëindigen.

Wat volgde was mijn, en naar ik aanneem van de meeste deelnemers, minst prettige stukje van de middag. Met ontelbare andere finishers moest ik mij een alsmaar smaller wordende weg banen richting de ligplaats van de spullen. Vanwege het gegeven dat ik geen droge draad meer aan mijn lijf had en ook geen extra jasje om tijdelijk aan te trekken, kreeg ik het nu heel snel behoorlijk koud. Het tassen-afhaalterrein is steevast een drama. Daar heb ik ongetwijfeld al eens eerder over bericht. Ik had mazzel, want ik had mijn knapzak vlot te pakken. In de krant las ik een dag later dat er lopers waren die in regen en koude langere tijd op hun spullen moesten wachten dan dat ze gedaan hadden over de 10 EM zelf. Bijna rapper dan de snelheid waarmee ik mij over het parcours had voortbewogen, beende ik naar de eerder genoemde sporthal. Onderweg, zowel naar die plek als later naar het station, zag ik collega's zich in de open lucht van hun natte boeltje ontdoen. Moedig, maar ik moet daar echt niet aan denken! Binnen, in het kleedhok, was het droog, relatief warm en met o.a. drie mannen van een Amsterdams lyceum, zowaar ook nog gezellig. Ik wreef vooral mijn voeten zo goed mogelijk droog, waarbij ik geen enkele ongerechtigheid voelde. Pas thuis, na het douchen, bleek dat zich op een plekje tussen de twee kleinste linkertenen, waar om duistere redenen altijd overmatige wrijving plaatsvindt, een flinke bloedblaar gevormd te hebben. Als dat alles is dat ik in negatieve zin aan deze zompige DtD heb overgehouden, ben ik behoorlijk spekkoper.

Daags tevoren had ik met mijn loopmaatje Peter een voorzichtige afspraak gemaakt na de race naar elkaar uit te zien. Ik was echter zodanig veel eerder gestart dat bleek dat dit akkoord in de praktijk geen stand kon houden. Dus appte hem dat ik mij reeds op weg naar het NS-station begaf. Op het stuk over de laatste Zaanbrug gekomen, gaf ik mijn ogen evenwel goed de kost om te zien of ik hem heel toevallig toch zag langskomen. Hoe ik ook tuurde, geen Peter op het parcours.​ Afgemeten aan zijn eindtijd, moet ik hem aldaar op een paar minuten gemist hebben.​ Ik vervolgde met behoorlijk stijve ledematen mijn weg naar de Koffiezaak ​(ja, zo heet dit leuke tentje) ​even verderop. Want ik was van oordeel dat ik na al die inspannende verrichtingen zeker wel een flinke tas koffie verdiend had. Ik liet mij de grote mocchacino onderweg naar tante NS goed smaken en was blij dat ik in de intercity, die uiteindelijk helemaal naar Limbabwe zou rijden, kon neerploffen op een stoel. Tijdens het naar huis wandelen (het was nu nota bene gewoon droog !!), voelden mijn onderdanen gelukkig al wat soepeler. Op naar de jubileum-editie (mijn 10e dus !!) van volgend jaar!!


Looptijden.nl op Facebook