Zandvoort, zee en ziekenboeg

Gepost door Arranraja op zaterdag 7 april 2018 20:04

Ook te lezen (met afbeeldingen) op https://arranraja.wordpress.com/

Vooraf:
Eigenlijk besefte ik pas na de Spiegelplasloop dat het wel handig zou zijn als ik, in verband met het strandgedeelte van de Zandvoort Circuitrun, vooraf wat meters op zand gemaakt zou hebben. Om dat te doen had ik nog precies één mogelijkheid, mijn midweekse training op de woensdag voorafgaande aan de Circuitrun. Daarom toog ik, net als vorig jaar, naar het verlaten recreatiestrandje in het Diemerpark en besloot daar minimaal tien rondjes over en door het zand te gaan ploeteren. Uiteindelijk werden het er twaalf van bijna 300 meter en met die circa 3,5 km had ik meer trainingsmeters in de benen dan het stuk over het Zandvoortse strand (ongeveer 2,3 km) lang zou zijn. Uiteindelijk liep ik die woensdag met 12,46 km zelfs bijna een halve kilometer langer dan ik 's-zondags aan de Noordzeekust zou doen. De volgende dag had ik een pijn in mijn buik die ik niet herkende en dus waarschijnlijk niet eerder ondergaan had. Gelukkig nam deze pijn de dagen erna steeds wat af en was hij zondagochtend eigenlijk compleet verdwenen. Op naar het Circuit van Zandvoort!

Zandvoort:
In de trein richting Amsterdam werd er voor de hardlopers al verwezen naar de boemel naar Zandvoort. In die tweede trein vroeg een jonge vrouw naast mij wat er aan de hand was, omdat de wagons zo druk bevolkt waren. Ik antwoordde dat wij allemaal naar Zandvoort gingen om te gaan hardlopen op het Circuit en omgeving. Verder was het gezellig druk in de trein, die zich uiteraard steeds verder vulde met deelnemers. Ik had mij wat luchtiger gekleed dan de zondag ervoor, want de temperatuur zou hoger zijn en thuis deed de zon al zijn uiterste best om door te breken. Aan de kust aangekomen, bespeurde ik direct een koude wind en het zag het er ook enigszins heiig tot licht mistig uit. 'Oh ja, een beetje te optimistisch gedacht, want direct bij zee kon het weer altijd heel anders zijn dan meer landinwaarts. Na bij het station van NS-promotiemedewerkers een leuk, geel rugtasje met inhoud te hebben aangenomen, beende ik snel naar het racecentrum. Daar was het zoals te doen gebruikelijk een drukte van belang. Er kwamen al lopers met medailles omgehangen het terrein aflopen en op de omloop zelf werd druk gerend. Na even de toiletvoorzieningen te hebben bezocht en een paar eerste plaatjes te hebben geschoten, ging ik fluks naar de pitbox waar ons team zich kon omkleden en de tas achterlaten. Omdat een afspraak vorig jaar in het honderd was gelopen, had onze teamcoördinator nu maar geen poging gewaagd om iedereen voor een teamfoto bij een raceauto tezamen te krijgen. Er lag trouwens overal op het omzomende terrein nieuw asfalt. Sterker nog, het zag er her en der uit alsof deze herbestratingswerkzaamheden nog niet waren afgerond. Vanwege de starttijd precies op mijn lunchuur, 13:00 uur, kon er van een echte middagmaaltijd nog even geen sprake zijn. Ik moest het doen met een muesli-chocoladereep, twee bananen en een pakje lang houdbare melk. Toen ik dat alles naar binnen had gewerkt, mijn drankfles voor onderweg aan mijn riem had gegord en mijn tas veilig onder het bankje had gezet, was het tijd om aan de opwarming te gaan beginnen. Daar was, op het terrein naast de hoofdtribune waaronder ik zojuist vandaan kwam, ruimte en vers asfalt genoeg om mijn strekkingen en rondjes te doen. Daarna kon ik, met uiteraard ontelbare anderen, via een pitbox het startvak in.

Circuit:
Het begin is bij deze loop altijd lastig. Je stelt je vooraf voor dat je op het brede wegdek van deze voormalige Formule-1-piste lekker kunt lopen, maar dat valt in de praktijk telkens weer vies tegen. Het ding is namelijk ooit (kort na WO-II) neergeplant op een stelletje duintoppen en -dalen. De weg golft dus als een gek op-en-neer en is op meerdere plekken ook nog eens behoorlijk scheef. Dus dat loopt af-en-toe voor geen meter. Na het doorslaande succes van het weekeinde ervoor, toen ik uiterst rustig vertrok, zette ik deze strijdwijze uiteraard direct weer in. Met een snelheid van rond de 10 per uur en kilometers net op of onder de 6 minuten, banjerde ik over de rechte stukken en door alle bochten. Terwijl het asfalt ter plaatse toch vele meters breed is, was er zo-nu-en-dan een enkele onverlaat die desnoods over het gras aan de binnenkant een ander voorbij meende te moeten lopen. Ook waren er her-en-der figuren met geluidsinstallaties en microfoons neergepoot, die ervan overtuigd waren dat zij de leukste thuis zouden zijn. En dat lieten ze maar al te graag horen. Vooruit, ieder zijn eigen pleziertje! Tijdens de 4e km kwam ik iets meer op stoom en liet ik een tijd van 5:47 minuten noteren. De volgende 1000 meter gingen het circuitterrein af, de dijk die de boulevard herbergt op en naar het strand toe. Vooral het laatste stukje omhoog was weer even een gemeen klimmetje en het zou niet het laatste zijn. Heel Zandvoort ligt boven op een stelletje duinen en dat ondervind tijdens deze run bij-tijd-en-wijle op niet mis-te-verstane wijze.

Strand en zee:
Hoewel het gehele stuk over het strand maar een zesde deel van de hele loop beslaat, is dit waar ik voor gekomen was. Het vergt wel even een omschakeling: hard de steile, bestraatte strandafgang naar beneden, dan nog wat betonblokken over en vervolgens het mulle zand in. Daar moet je echt getemporiseerd met kleine pasjes doorheen teneinde de veel hardere en gladdere waterkant te bereiken. Van te voren had ik al op internet opgezocht wat de getijdenstand zou zijn en die was aardig gunstig. Ik kon derhalve lekker hollen op het zand en probeerde hierbij waar het kon de stukjes met minder lopers op te zoeken. Dat lukte zowaar nog aardig ook. Na een tijdje hoorde ik de zee aan mijn rechterkant en besefte ik dat ik die grote vriendin nog geen blik waardig had gegund, druk als ik het had met rennen. Ik maakte dat gemis direct goed door een paar keer over het grijze, zilte nat te turen en het eeuwige spektakel goed in mij op te nemen. Heerlijk was het daar, zoals altijd. De zon deed zijn uiterste best om door het wolkendek te breken en met de wind in de rug, voelde het al snel warmer aan. Tijd om de jas uit te doen en om het middel te knopen. Dat had ik een uur of wat eerder nog niet voor mogelijk gehouden! De ondergrond voelde ideaal aan en ik liep prima, maar toch kon ik niet sneller dan ongeveer 9,7 per uur en dat verbaasde mij. Ik wilde namelijk heel graag de 10 per uur vasthouden en dat lukte even niet meer. Wel veel te vroeg naar mijn zin zag ik de renners vóór mij linksaf buigen om door het mulle zand naar de opgang te sturen. Met dit lage tij zou het een feest zijn geweest de halve marathonsafstand te verhapstukken, want dan mag je 8 km langs de rustgevende zee hollen. Nu kon ik niet anders doen, dan in een heel rustig tempo mijn weg naar boven te zoeken. Op het laatste, verharde stuk ging ik echt compleet stuk.

Centrum:
Eenmaal terug op de boulevard moest ik wel, met een bijna slakkengang, uitblazen. Ik zat er even totaal doorheen. Teruglezend zie ik dat mij dat bij de vorige editie ook al overkwam. Achteraf gezien is het verbazingwekkend dat ik mijzelf nog kon voortbewegen middels iets dat (zij het slechts) een slap aftreksel van hardlopen was. Daar waar ik, ook op het harde zand, keurig in de buurt van de 10/uur en 6:00/km gebleven was, moest ik tijdens deze 8ste kilometer (het laatste stukje strand, de opgang en de boulevard) met 9,18 per uur en 6:32 minuten flink inleveren op mijn vooraf bedachte schema. Pal na de 180-gradenbocht die de lopers terug brengt in de richting van Zandvoort-Centrum en het erachter liggende circuit, staat traditioneel de drinkpost opgesteld. Een oudere man had kennelijk zo'n sterke behoefte aan vocht dat hij zonder om zich heen te kijken naar rechts afweek om een bekertje te bemachtigen. Daarbij sneed hij een andere loper, die om hem te ontwijken eveneens naar rechts kwam en mij daarbij met zijn schouder beroerde. Wij bleven gelukkig beiden op de been en deelden met elkaar onze verontwaardiging over het hoge oogkleppengehalte van de mannelijke veteraan. Ik zag snel daarna wel ineens weer een snelheid van 10,5 per uur op mijn horloge, dus dit drinkpost-akkevietje nam uiteindelijk een positieve wending. Nummer 9 deed ik in 6 minuten precies en de volgende 2 km door het dorp bleef ik netjes een paar seconden daaronder. Niet genoeg om die langzame 8ste km te compenseren, maar daarover later meer. Ondanks het feit dat er redelijk wat klinkerweg verhapstukt moest worden, had ik de gang er weer goed in. En trouwe lezers weten dat klinkers zeker niet mijn favoriete ondergrond zijn.

Het spoor leidde door het centrum eerst naar beneden, wat uiteraard makkelijker lopen is. Maar na een paar zeer drukke winkelstraten moet je net zo hard weer ophoog en terug die duinenrij of wat het is, op. Terwijl ik tijdens deze klim zo goed mogelijk mijn snelheid probeerde vast te houden, zag ik een bekend vrouwelijk duo mij met hoge snelheid voorbijstreven. Deze AV'23-dames had ik in het verleden vaak al tijdens de eerste kilometers van een loop te pakken, maar nu waren de rollen duidelijk omgekeerd. Ik deed nog een vruchteloze poging om in hun spoor mee te gaan, maar zag al heel fluks dat dit onbegonnen werk was. Spoedig waren de vrouwen al opgeslokt door het loperspeloton waar ik op uitkeek. Tot aan het circuit wist ik met gemak in mijn snelheid te volharden, mede door de prettig vlakke asfaltweg ernaartoe. Toen werd het even goed oppassen voor struikelingen of valpartijen. Want waar we door de hoofdingang het snelheidsduivelsterrein hadden verlaten, werden we nu via een achterdeurtje er weer terug op geloodst. Een parkeergebied met steenslag (en hier en daar veel grotere exemplaren) als ondergrond leidde naar een poortje. De weg erachter deed ons op het rechte eind en tussen de tribunes belanden. Nog enkele honderden meters en de inspanning zat erop. Ik hield goed vol en de laatste hele kilometer ging zowaar in 5:35 minuten, ergo ik had nog een ultieme versnelling in huis. Ook nu registreerde mijn Forerunner een grotere afstand dan de geafficheerde 12 km. Deze middelgrote loop is tenslotte ook niet door de bond gecertificeerd. Tijdens die laatste 212 meters haalde ik een snelheid van op een haar na 12 per uur. De hoop binnen de 1:12 uur te finishen had ik eerder al opgegeven. Omdat ik bij het verlaten van het strand en het stuk erna te veel tijd had verloren en ervoor een te kleine buffer opgebouwd om die extra tijd te compenseren. Mijn 1:12:45 was echter prima naar mijn zin en maar een ruime halve minuut langzamer dan mijn beste tijd van vorig jaar. En volgens Garmin deed ik over exact 12 km 1 minuut en 4 seconden minder, dus 1:11:41. Daarmee bleek ik later de op-een-na-snelste van het 8 lopers sterke team waarvan ik deel uitmaakte. Het bijbehorende herinneringsshirt en de medaille waren dus dubbel-en-dwars verdiend.

Ziekenboeg:
Ergens tijdens het eerste deel op het circuit had ik, als ik het mij goed herinner, één keer een steekje in mijn buik gevoeld, maar verder helemaal geen last gehad. Ook niet slepende met een best zware tas op de reis ernaartoe of weer huiswaarts met twee overstappen en een sprintje in Amsterdam om de laatste aansluiting te halen. 's-Nachts werd ik echter wakker met een druk hoofd (door de enerverende dag die achter mij lag) en met een pijnlijk gevoel in mijn buik. Niet gek dat ik de rest van die nacht slecht sliep. Op maandag had ik relatief weinig klachten en heb ik nog met boodschappen gesjouwd, maar de volgende ochtend ging ik voor de zekerheid toch naar de huisarts. Die liet mij een dag later, na bloed- en urine-onderzoek, terugkomen en stuurde mij toen direct door naar de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis. Ik ging daar naartoe in de overtuiging dat er alleen een echo of scan van mijn buik gemaakt zou worden. Zelf had ik eerst nog gedacht aan de mogelijkheid van overbelaste buikspieren door de incidentele zwaardere belasting bij het heffen van de benen in het mulle zand, zowel midweeks ervoor als op zondag. In de loop van de middag werd echter het vermoeden van de huisarts bevestigd dat het ging om een ontstoken blindedarm. Nog vóór de avond viel werd ik de operatiekamer ingereden en ging de vrouwelijke chirurg aan de slag om het opspelende wormvormig aanhangsel verwijderen. Na een slechte nachtrust in het ziekenhuis, waarbij ik o.a. midden in de nacht verhuisd werd naar een andere kamer, mocht ik de volgende ochtend weer naar huis.

Renpauze:
Achteraf gezien is het uiteraard verbazingwekkend dat ik deze kwaal mij zo weinig last bezorgd heeft en dat ik nog zo goed heb kunnen functioneren en presteren tijdens de Zandvoortloop. Op het moment van schrijven van deze alinea's ben ik bijna anderhalve week verder. De gevoeligheid aan de drie wondjes die bij de kijkoperatie gemaakt zijn, begint behoorlijk af te nemen. Van anderen had ik berichten gehoord dat zij na een blindedarmoperatie drie maanden niet mochten sporten. Voor een fanatiek hardloper als ik een regelrecht doemscenario! Gelukkig heb ik ook op dit vlak mazzel, want gisteren vernam ik telefonisch van de behandelende chirurg dat ik tot twee weken na de operatie geen zware inspanningen (waaronder tillen) mag doen en dan weer voorzichtig kan gaan opbouwen. Dat betekent wel dat ik deelname aan de Nescioloop dit jaar kan vergeten. En dat mijn plan om half mei bij de Geinloop de halve marathon te lopen ook de koelkast in kan. 2018 zal zeker niet het jaar worden waarin ik mijn recordaantal trainingen, kilometers en trimlopen ga verbeteren, maar ik ben allang blij dat ik verlost ben van die roet-in-het eten-gooiende appendicitis. En dat het leed wat betreft niet kunnen hardlopen qua tijd te overzien lijkt te zijn. Ik ben zelfs al heel voorzichtig aan het denken of ik er aan het eind van de maand bij de Roze loop een 5 km of 10 km uit zou kunnen gooien. Nu eerst maar de dagen tot mijn eerste, hernieuwde renmeters (volgend weekeinde?) door zien te komen.


Looptijden.nl op Facebook