Warmtemanagement en wandeltempo in Weesp

Gepost door Arranraja op zondag 14 juli 2019 20:41

Zoals altijd ook te bekijken (veel fraaie foto's!!) op https://arranraja.wordpress.com/2019/07/14/warmtemanagement-en-wandeltempo-in-weesp/

Op de rol stond mijn 91ste trimloop, waarvan de zesde Vechtloop en de vierde samen met hardloopvriend Peter. Dit was nu de derde keer dat wij de 10 km gingen verhapstukken omdat de langere afstanden (15 en 21,1 km) drie jaar geleden in Weesp al helaas van het programma waren gehaald. Dat meer kilometers die dag niet tot de mogelijkheden behoorden was in mijn geval achteraf gezien maar goed. Lees verderop maar hoe deze vork in de steel zat.

Aanvankelijk, een week eerder, werden er tropische temperaturen voorspeld voor de dag dat het allemaal moest gaan gebeuren. Het etmaal ervoor, op zaterdag, klopte dat nog als een bus. Wat zou betekenen dat ik, na de Roze loop eind april, weer een georganiseerde loop waarvoor ik mij reeds had aangemeld en dus ook voor betaald, moest laten schieten. Maar gelukkig, gelukkig bleek de wind op zondag gedraaid naar het westen en was het zeker 10 graden koeler. Er kon derhalve gewoon, volgens plan, naar Weesp (inmiddels onderdeel van de gemeente Amsterdam) worden afgereisd. Daags tevoren was er toch een piepklein kinkje in de kabel te bespeuren. De Nederlandse Spoorwegen hadden werkzaamheden belegd tussen de hoofdstad en Het Gooi, of daaromtrent, waardoor ik niet per spoor kon aanreizen. Of ik moest eerst de bus naar het uiterste zuiden van mijn gemeente nemen en daar via een andere spoorlijn Weesp bereiken. Dat zou een kleine 35 minuten openbaar vervoer betekenen, terwijl ik op de fiets volgens de meest gebruikte routeplanner 5 minuten minder onderweg zou zijn. Ik zit al niet zo graag in de bus, daar en in de trein zou het zeker ook warm zijn. Ergo, mijn keuze was snel gemaakt. Per rijwiel, grotendeels in de schaduw langs het kanaal, toog ik naar Station Weesp. Alwaar ik mijn loopmaatje en privéhaas zou treffen.

Peter kwam via Utrecht uit het Zuidhollandse en had daardoor geen last van NS/ProRail-werkzaamheden. Hij houdt van vroegtijdig aanwezig zijn, wat betekende dat ik voor mijn doen behoorlijk bijtijds van huis diende te gaan. Hetgeen zomaar zonder al te veel problemen lukte! Het weerzien na die paar weken sinds de Gaasperplasrun was zoals gebruikelijk allerhartelijkst en wij zetten (verleden tijd) koers naar de manege die als start- en finishplaats van handeling diende. De gewonnen kwartfinale van de Oranjeleeuwinnen van de middag tevoren in de Franse bloedhitte, was uitgebreid onderwerp van gesprek tijdens onze wandeling. Er gingen meer renners dezelfde kant op, dus het was sowieso supergezellig onderweg aan de boorden van en op de kleine ophaalbrug over de naamgevende rivier. Jawel de illustere Vecht, vooral beroemd vanwege de vele buitenplaatsen die eraan liggen of gelegen hebben. En door deze leuke, kleinschalige trimloop vanzelfsprekend, die alweer heel wat jaartjes georganiseerd wordt aan het einde van de junimaand. Goed en warm weer is derhalve meestal verzekerd. En zo ook nu, zoals ik reeds tweemaal in dit relaas vermeld heb. Ik moet toch iets schrijven om aan mijn zelfopgelegde, absolute minimum van tien alinea’s te geraken.

Wij waren vroeg op de ‘plaats des heils’ (bron: Peter de Haan) en hadden zodoende een zee van tijd voor alle onontbeerlijke plichtplegingen. Waaronder uiteraard het afhalen en opspelden van het papiertje voorzien van startnummer en tijdsregistratiechip. Verder werd ons ook dit jaar gevraagd de sanitaire voorzieningen voor de heren der schepping te testen. En aangezien wij deze klus steevast uiterst serieus nemen, deden wij dat twee keer. Ze werden opnieuw door ons goedgekeurd! Al tijdens het warmlopen, waarbij wij bij wijze van nostalgisch ritueel, een stukje van de route van de afgeschafte afstanden aandeden, merkte ik dat de benen verre van soepel aanvoelden. En dat het rennen derhalve niet heel makkelijk ging. Maar ik had niet voor niets een half uur gefietst, was er nu dus toch, ergo er zou gelopen worden! Stijfjes of niet stijfjes.

Het uur-u kwam toch nog sneller dan verwacht (wat wil je ook als het zo gezellig is !!) en vanuit de overdekte managebak vertrokken wij voor ons warme Weespse avontuur. Via de sociale media had ik daags tevoren al bij mijn makker het plan gedropt om 7 minuten per kilometer als richtsnoer aan te houden. Dit deed ik vooral om mij van te voren in te dekken. Want tijdens mijn individuele duurlopen kom ik momenteel echt niet meer zo hard vooruit. En gemiddelden van 6,30 minuten per afgelegde kilometer zijn tegenwoordig eerder schering dan inslag. Kortom, ik moest mijn haas erop voorbereiden dat het wat mij betreft een langzame en om die reden langdurige aangelegenheid zou gaan worden. Wandeltempo was er aan de orde! Gelukkig kon ik als zeer plausibel excuus het warme en zonnige weer aanvoeren.

Vanaf de start kostte het mij feitelijk al moeite om in het kielzog van mijn leidsman mee te gaan. Laat staan dat ik zelf de kop kon nemen. We gingen ook een stukje sneller dan die geopperde 7 minuten per kilometer, getuige de 6:08 over de eerste en 5:52 en 6:00 over nummers twee en drie. En omdat wij eerst een stukje gingen stadten en daarbij grotendeels uit de wind zouden lopen, hadden wij direct ons goed uitgewerkte en -voorbereide hitteplan nodig. Vooruit, hier en daar was die verfrissende bries wel te voelen en een wolk was zo vriendelijk de zon even af te schermen. Maar toen die laatste weer doorkwam werd het rap warmer. Ik had mij gelukkig mentaal voorbereid op deze afmattende, toeristische rondgang door het oude stadje. Want na de citadel op de Ossenmarkt, de ophaalbrug over de rivier en de fraaie Hoogstraat langs datzelfde water, kwamen we langs twee kerken in het centrum en de opvallend grote behuizing van museum Weesp. Uiteraard mag ik niet vergeten de twee fietsenwinkels, de sportwinkel, de grootgrutter uit het Zaanse en de piepkleine vestiging van Hollands Eenheidsprijzen Magazijn Amsterdam te noemen. De laatste twee vanzelfsprekend ook op zondag gewoon geopend. Het etablissement met de wel zeer toepasselijke naam ‘De Kringloper’, mag in deze opsomming uiteraard niet ontbreken. Wel mankeerde helaas de inmiddels vertrouwde Bekende Buitenlander in zijn deuropening. Daar waar ik dacht dat hij huisde, stond er een woning te koop. Dus ik vrees in dat opzicht helaas het ergste, hij is ongetwijfeld verkast of gaat dat doen.

Op zich altijd leuk, dat rondje Weesp. Niet in het minst vanwege de vele, enthousiaste omstanders en de pittoreske plekjes die de loop steevast aandoet. Maar wel altijd veel klinkerbestrating, waar ik niet zo graag op ren. En als het lopen wat moeizamer gaat, heb je van zoiets altijd meer last. De overige 364 dagen is je dat dan steevast weer ontschoten en schrijf je telkens opnieuw in voor de volgende editie. Ik was er vanwege die ondergrond en het urbane karakter niet rouwig om dat we over een stukje Hoogstraat, over de ophaalbrug en de Ossenmarkt op onze schreden terugkeerden richting de manege. Om daarlangs eindelijk het buitengebied en de oostelijke boorden van de Vecht te bereiken. Toen ik des morgens thuis op mijn weerappje zag dat de bries uit de westhoek waaide, concludeerde ik meteen dat dit wind van opzij zou betekenen als wij buitengaats heen en weer naar Fort Uitermeer zouden reizen. Want zo had ik mijzelf in het hoofd geprent, de Vecht loopt van noord naar zuid of andersom (net hoe je het bekijkt). Helaas bleek de bries naar noordwest gedraaid te zijn, wat tot gevolg had dat wij hem vooral in de rug hadden. Met andere woorden, dat wij weinig merkten van de verkoelende werking ervan. Ondanks dat de site Garmin Connect later meldde dat de temperatuur onder de 20 graden was blijven steken, voelde dat pertinent niet zo. En mijn weerapp had ‘s morgens reeds een hogere temperatuur, van wel boven dat ronde getal vermeld.

Vanaf het begin hing ik, ook gevoelsmatig aan een dun touwtje om niet te zeggen een zijden draadje bij mijn persoonlijke pacer. Je kon ook zien dat hij voortdurend de rem erop had om mij enigszins in de buurt te laten blijven. Zoals eerder vermeld liep het eenvoudigweg niet zo bij mij die dag. Dankzij het ingehouden voortgaan van Peter, bleven wij een groot gedeelte van de rit in elkanders nabijheid. Na 3 kilometer, nog net niet langs het water, vond een dame het nodig om mij rechts te passeren. Pal voor zij dat deed, maakte zij er wel mondeling melding van. Toch was ik niet bijster geamuseerd erdoor, wat ik haar in gecamoufleerd-ironische opmerkingen probeerde te laten beseffen. Er was ter linkerzijde meer dan voldoende ruimte om in te halen Of de boodschap ook echt tot haar is doorgedrongen is mij helaas niet duidelijk geworden. Exact 1000 meter verderop kwamen wij bij de eerste drinkpost. Peter had dringend drinkwater nodig, wat ik steevast zelf aan mijn riem meesjouw. Deze keer vanwege de warmte zelf twee flessen, m.a.w. een ruime liter gemeentepils. Vooraf had ik een banaan en een pakje melk naar binnen gewerkt en ik merkte bij het nemen van een paar slokken vocht dat er in mijn maag geen plaats was voor al te veel meer brandstof. Mijn hartje maakte wel een verheugd sprongetje toen ik zag dat er tevens kletsnatte sponzen werden uitgedeeld. Die kwamen voor ons warmtemanagement uitstekend van pas en ik ging subiet na het aanpakken flink mijn hoofd dweilen en lappen. Overigens was het afkoel- en bijdrinkarsenaal deze keer uitstekend verzorgd. Want er waren twee drankposten, waarvan de eerste op de terugweg nogmaals aangedaan werd, en vele douches en waterspuiten op het deel van het parcours langs de Vecht voorhanden. Waarvoor hulde aan de organisatie en de vele vrijwilligers.

Omdat ik zo druk mijn warme hoofd het sponzen was, vergat ik aanvankelijk helemaal om even tot wandelpas over te gaan terwijl Peter zijn inwendige mens verzorgde. Toen ik dat toch deed, kwam hij mij al weer rennend achterop. Dus ik moest fluks in de hoeven, wilde ik niet direct de aansluiting met mijn gangmaker verliezen. Net als daarvoor, lukte dat maar ternauwernood. Ik kon eenvoudigweg erg weinig tempo maken daar aan de rand van Het Gooi. Toch had de spons wel een positieve invloed, want de vijfde kilometer ging in 6:09 minuten. En dat was niet mijn langzaamste ‘ronde’ van de loop. Er was weinig schaduw en, zoals eerder vermeld, ook te weinig verkoelende wind te beleven. Ergo gevoelsmatig en feitelijk bleef het ploeteren geblazen. En het besef was er dat iedere stap die richting het keerpunt gezet werd, weer even hard teruggedaan diende te worden. De Vecht is hier behoorlijk bochtig, wat betekent dat je over het water wel een eindje verder kon kijken. Maar Fort Uitermeer kwam nog niet in zicht. Wat mij betreft kon de omgeving van dat oude bouwwerk niet snel genoeg naderbij komen. Want het zou betekenen dat de terugtocht aanvaard kon worden en het grootste deel van deze warme en daardoor zware loop erop zou zitten. Ik liep gewoonweg niet lekker, zoveel moge duidelijk zijn. Peter bevond een klein stukje vóór mij en geen moment zat het erin dat ik de aansluiting zou bewerkstelligen. Met dat gegeven had ik inmiddels allang vrede. Hier ergens was op een gegeven ogenblik de verkoelende noordwestenwind even merkbaar maar dat was voor mij véél te kort. Bij het keerpunt was op strategische wijze de tweede waterpost gesitueerd. Terwijl ik langs de tafel schoof, vroeg een vrijwilliger of ik geen beker water wilde. Als antwoord hield ik mijn fles omhoog. ‘Joh, waarom loop je zo te sjouwen?´, klonk zijn reactie daarop. Ik was alweer verder maar mijn antwoord zou geweest zijn: ‘omdat ik liever uit een eigen fles met water op de gewenste temperatuur drink, dan uit een onhandig, plastic bekertje’. Waarbij de kans op morsen of verslikken uiteraard een stuk groter is.

Ik ging weer even wandelen. Of mijn haas vooruit was gebleven of mij weer bijhaalde, is mij inmiddels ontschoten. Wel nam hij spoedig opnieuw wat afstand. Inmiddels was het besef tot mij doorgedrongen dat van samenlopen weinig meer terecht zou komen. Ik kwam gewoonweg, zeker gevoelsmatig, niet veel verder dan wandeltempo. Die zevende kilometer was met 6:32 minuten ook de langzaamste die ik die dag wist te produceren. Dus ik had bij Peter willen aangeven dat hij verder maar zijn eigen race moest lopen. Maar hij was al buiten gehoorsafstand en wij hadden ook geen oogcontact meer op dat moment. Later had hij het erover dat er een paar dames waren die hij per se wilde inhalen. En als dat eenmaal aan de hand is, kun je het verder wel schudden als haas-inhuurder. Ik had nog maar zo’n drie kilometer te gaan maar het leek een stuk langer. En dat terwijl, als je eerst van A naar B reist en daarna vice-versa, de terugreis meestal een stuk korter lijkt te zijn. Bovendien staat mij niet bij dat de wind het zo aangenaam maakte dat het rennen ineens als op rolletjes ging.

Op de heenweg had er een loper met een trompet in de hand om mij heen lopen blazen. Zodra hij iets of iemand interessants zag, toeterde hij weer een riedel op zijn goudkoperen geval. Als ik het netjes zeg, hoefde dat niet zo voor mij en toen ik hem voorbijstreefde, voegde ik hem toe: ‘niet in mijn oor, alsjeblieft’. In de straten van Weesp al, was er een man voorbijgeschoven die een grote buggy voortduwde waarin een jongeman zat. Op het shirt van de renner stond te lezen: ‘Spieren voor spieren, Donate now’. De al redelijk grote jongen in de wagen zat op zijn telefoon te kijken en er klonk drukke muziek uit een draagbaar luidsprekertje. Dat geluidsbehang had van mij eveneens achterwege kunnen blijven maar ik stoorde mij er minder aan dan aan het eerdergenoemde getrompetter. Achter de buggyman rende een vrouw in hetzelfde zwarte Spieren-voor-spierenshirt. Ik stel mij zo voor dat zij de ouders van het kind waren. En dat die jongeling de een of andere spierziekte had, waardoor hij aan het duwwagentje gekluisterd was. Ergens in downtown Weesp werden deze mensen aangemoedigd door toeschouwers. Achter mij hoorde ik de dame iets terugroepen in de trant van: ‘nu leef ik nog’. Alsof zij vreesde het einde van de rit niet te zullen gaan halen.

Peter was er dus vandoor en ik hobbelde voort. Bij de eerste en tevens derde verfrissingspost ruilde ik mijn bijna uitgeknepen spons in voor een vers, kletsnat exemplaar. Dat werd dus hernieuwd lappen en poetsen geblazen! Ook besloot ik onder de plaatselijke douche door te lopen. Daarvan kreeg ik al rap spijt omdat mijn zonnebrilglazen vele druppels opvingen. Die kon ik wel makkelijk wegvegen maar er bleef een waas achter dat mijn zicht enigszins belemmerde. En als ik ergens een hekel aan heb, is het om de wereld om mij heen niet voor 100 procent scherp te kunnen waarnemen. Ondanks dat er al aardig wat kilometers in de benen zaten, ging ik zonder het bewust te merken weer wat sneller. Getuige de kilometertijden van 6:17 en 6:18 minuten over rondes 8 en 9. Er kwamen nog wel lopers over mij heen en zelf raapte ik ook een enkeling op. De vrouw die mij op de heenweg rechts de loef had afgestoken, kwam nu weer steeds dichterbij. Het was mijn intentie om haar in exact dezelfde bocht ter linkerzijde te overlopen en daarbij expliciet te roepen dat je aan die kant hoort in te halen. Vóór het echter zover was, stond de vrouw in kwestie plotsklaps stil en moest ik alle zeilen bijzetten om haar te ontwijken.

Vlak voor de ingang van het manegeterrein stond een fotograaf en ik schikte vlug en zo goed als mogelijk mijn haardos. Want ik wilde vanzelfsprekend zo voordelig mogelijk worden vereeuwigd. Helaas heb ik geen kiekje van mijzelf op deze plek kunnen terugvinden. Maar dan staan gelukkig vele andere fraaie plaatjes tegenover. Ik liep in het kielzog van een wat jongere vrouw het finishterrein op. Zij zette aan richting de meet en ik volgde in haar voetsporen. ‘Dit kan sneller’, dacht ik en denderde over haar heen alsof zij stilstond. Mijn haas stond aan de rechterkant mij op te jutten en op 1:02:53 zette ik mijn Garmin stil. De officiële tijdregistratie haalde daar nog een zevental tellen vanaf. Ik wist van te voren eigenlijk al dat dit mijn langzaamste 10 kmtijd op de weg zou gaan worden, dus ik was daar niet verbaasd over. Eerder blij dat ik de eindstreep rennend gehaald had, ook al was dat ‘rennen’ bijna in wandeltempo. Vrijwel óp de tweede tijdwaarnemingsmat stonden de medaille-uitreikers. Er moest dus zeer abrupt gestopt worden en tijd om het eigen uurwerk tot stilstand te brengen was er nauwelijks. Tijdens de laatste volledige kilometer haalde ik zowaar toch een snelheid van 9,81/uur en door mijn indrukwekkende eindsprint gingen de 145 meter die ik volgens mijn gps-horloge bovenop de 10 km liep, zelfs in 10,45/uur. Blijkbaar had ik het allerlaatste beetje brandstof in de tank nog weten aan te spreken.

Na de in-ontvangstname van het ronde kleinood aan een blauw-wit-gekleurd lint, had ik echt even tijd nodig om op adem te komen. Dat kon prima in de rustige, overdekte ruimte van de manege. Vervolgens namen wij alle tijd om tot onszelf te komen, naar de laatste binnenkomers te kijken, om te kleden en onze brandstof aan te vullen. Dat gedaan hebbende, verlieten wij het inmiddels vrijwel verlaten en grotendeels opgeruimde strijdtoneel om richting het station te wandelen. Mijn benen voelden daarbij aan alsof ze zojuist een halve of hele marathon achter de kiezen hadden. Het was om die reden helemaal niet erg dat de smalle brug over de Vecht juist open ging voor boten, zodat wij tijdelijk pas op de plaats moesten maken. Daarna liepen we even het centrum van Weesp in en vonden aldaar IJssalon Nelis, waar ze een prima cappuccino bleken te serveren. Die dronken we in de alsmaar drukker wordende tent met smaak op, terwijl wij de wapenfeiten van even daarvoor nogmaals de revue lieten passeren. Ondanks het gegeven dat Peter de Haas zich niet helemaal voor de volle 100 procent van zijn toegewezen taak had gekweten, vond ik het gepast hem als dank deze beker slobber aan te bieden. Met een klein toeristisch ommetje, achterom de Achteromstraat, langs het water van de Herengracht, vonden wij de weg terug naar het NS-station. Al keuvelend bereikten wij die plek, waar mijn fiets reeds trouw stond te wachten en Peters trein naar het zuiden weldra zou arriveren. Het afscheid was ontroerend, zoals altijd. En onze zevende, succesvolle samenloop was een feit en alweer geschiedenis.


Looptijden.nl op Facebook