Vechtloop in Vredestijd

Gepost door Peter de Haan op zondag 6 oktober 2019 23:18

Na de grote veldslag, geleverd in de Krimpenerwaard, had ik een vredespact gesloten met mijzelf en met alles en iedereen die mijn innerlijke rust in de weg hadden gestaan. De strijd was gestreden, het leed was geleden, er was slechts nog plaats voor pais en vree. Het had lang geduurd, maar eindelijk stond ik weer met beide benen stevig in de lucht. Bevredigd en verlicht zweefde ik richting een festijn dat negen dagen later, op zondag 30 juni AD 2019, op de hardloopkalender stond. En dat was niet zomaar een festijn, beste lezer. Loopvriend Arranraja en ik gingen op die laatste dag van de maand onze opwachting maken bij de 10km Vechtloop in en nabij Weesp. En dat alweer voor de vierde maal op rij. De eerste daarvan was echter wèl een loop over 15 kilometer, een afstand die – U weet het – inmiddels is geschrapt van de Vechtloopkalender.

Over die eerste editie gesproken: nog altijd staat op de thuispagina van de Vechtloop een afbeelding uit 2016, waarop te zien is hoe opdrachtgever en haas bij hun samenloopdebuut zich een weg banen door het struweel vlakbij manege Bleijenberg, start- en finishtoneel van de Vechtloop. Destijds gaven wij na spijkerharde onderhandelingen ons fiat voor plaatsing van dit kiekje. Sindsdien is het bij niemand meer opgekomen om het te verwijderen en te vervangen door een meer eigentijdse prent. Maar ach, van goede dingen neem je vanzelfsprekend niet zo gauw afscheid. En uiteraard vangen wij nog jaarlijks de royalties die ons toekomen en waarmee wij ons in leven kunnen houden.

Toch is dit niet de enige bron van levensonderhoud, U zult dat begrijpen. Ten eerste zijn er de ruime gages die mijn opdrachtgever mij telkenmale toebedeelt. Maar ook mijn doordeweekse geploeter op de werkvloer levert de nodige grijpstuivertjes op waarmee de eindjes aan elkaar geknoopt kunnen worden. Helemaal aan het begin van juni had ik besloten mijn betrekking bij Terre des Hommes in te ruilen voor een lucratievere en stabielere job bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Een heel zware beslissing, want werken bij Terre des Hommes betekent werken bij een organisatie waarin prachtige bevlogen mensen zich bezig houden met prachtige en zeer nobele doelstellingen. De strijd tegen uitbuiting van kinderen is een strijd die mij, nota bene als notoir pacifist, enorm na aan het hart ligt. Maar met pijn in datzelfde hart moest ik een keuze maken voor meer stabiliteit. Het kostte mij even de grootste moeite om ‘on terms’ te komen met die beslissing en er uiteindelijk vrede mee te hebben. Totdat ik, zo ongeveer ten tijde van de Haastrechtloop, inzag dat het zo goed was. Ik had wel gedaan en zag niet langer om.

De Vechtloop zou voor mij de toespijs vormen van het rijk gevulde voorseizoen. Vorig jaar verleidde ik mijzelf in juli nog tot een run down memory lane in Leiderdorp, maar dat beschouwde ik als een éénmalige gebeurtenis, een mooi eerbetoon aan mijn moeder èn aan de plaats waar ik het grootste gedeelte van mijn jeugd had doorgebracht. Dit jaar vond ik dat ik, samen met mijn opdrachtgever, tot een waardige afsluiting moest komen tijdens deze laatste voorjaarsklassieker langs de Vecht. Echt goed voorbereid op dat festijn was ik evenwel niet: de gebeurtenissen in Haastrecht hadden mij mentaal bevredigd doch fysiek gesloopt. En zo kon het zijn dat mijn Sauconietjes een dikke week lagen te verkommeren op het loopschoenenrek. Het zou dientengevolge een behoorlijk koude herstart worden op 9 juni, ondanks de warme weersvooruitzichten.

Intussen had ons Goudse Runners het droevige bericht bereikt dat GR-trainer Ed tijdens een duurloop samen met zijn loopvriend Wim plotseling was overleden. Dat was een grote schrik, en het zette iedereen enorm aan het denken over de onvoorspelbaarheid van het leven en het feit dat het dus ook voor een getrainde hardloper ineens voorbij kon zijn. Ik herinner mij Ed als een fijne bescheiden persoon en ik koester die keren dat hij samen met Wim mij kwam supporteren bij de Singelloop van Woerden (2016) en bij de Halve van Amsterdam (2017). Moge hij rusten in vrede.

Voor de barre tocht naar Weesp moet altijd de nodige slack worden ingebouwd, dus had ik de elektronische haan op deze wedstrijdzondag al vroeg het reveil laten kraaien. Voor dag en dauw zaten heer en vrouw des huizes keurig opgeprikt aan de ochtenddis. Brinta schafte de pot voor mij, zoals altijd. Een krachtiger start van de dag valt er niet te bedenken, zo lezen wij althans op de smaakvolle verpakking. Dit ochtendpapje wordt vergezeld door flinke hoeveelheden koffie, die voor mij als kruiwagen dienen - U weet dan vast wel wat ik bedoel. Na het omkleden, inpakken en plegen van enige sanitaire plichten vertrok de heerser van het kasteel naar het plaatselijke station, nagezwaaid door zijn heerseres. By the way: had ik al eens verteld dat Gouda een wansmakelijk station heeft? Zo ja: dan mijn oprechte excuses. Zo nee: dan heeft Gouda een wansmakelijk station.

Het was een rustige, vredige en zonovergoten zondag. Er waren geen krijskinderen of lawaaipapegaaien in de trein naar Utrecht te bekennen – en datzelfde gold godzijdank voor de boemelreis van de Domstad naar Weesp. Heerlijk mediterend op de muziek van Laura Nyro verplaatste ik mij eerst door het Groene Hart, en vervolgens door het Gooi. Laura was een absoluut fenomeen – zij is veel te vroeg gestorven maar heeft ons gelukkig een prachtige muzikale erfenis nagelaten. En dankzij mijn maandelijkse Spotify-tientje kon ik daar met volle teugen van genieten tijdens deze reis.

Om even na half elf arriveerde ik op het station van Weesp. By the way: had ik al eens verteld dat Weesp een wansmakelijk station heeft? Zo ja: dan mijn oprechte excuses. Zo nee: dan heeft Weesp een wansmakelijk station. Dat schept een band met Gouda, waar de situatie al net zo erg is. Het zou nog even duren voordat mijn loopmakker vanuit Diemen zou arriveren, ditmaal per fiets. Om de tijd te doden nam ik plaats op een bankje schuin voor het station. Vanaf een belendend bankje werd ik vervolgens vol overgave aangestaard door een tweetal vrouwspersonen, hoogstwaarschijnlijk behorend tot de inheemse Weesper bevolking. Had ik iets van ze aan soms? Of dachten (hoopten?) zij soms dat ik hen iets te bieden zou hebben, iets wat zij wellicht schromelijk tekort kwamen in hun privéleven? Ik voelde hun ogen voortdurend op mij gericht, alsof zij wilden aangeven dat ik nu aan zet was. Ze hadden gelijk: dat was ik ook. Er moest nu snel en effectief gehandeld worden, maar hoe? Plotseling ontwaarde ik mijn loopmakker aan de poort van het station en beende ik met grote passen weg van de danger zone richting mijn opdrachtgever. Gevaar geweken.

Onze begroeting was zoals gebruikelijk weer allerhartelijkst – en het viel mij op dat hij geen steek was veranderd sinds de laatste keer dat wij elkaar zagen. Gezellig keuvelend over vrouwen en voetbal wandelden Arranraja en ik langs de boorden van de Vecht richting manege Bleijenberg. Het nationale vrouwenteam had daags ervoor in de bloedhitte een WK-kwartfinale winnend verhapstukt (bron: Arranraja) dus dat leverde voldoende stof op voor diepgaande gesprekken. En op zo’n manier ben je voor je het weet op je bestemming. Monter en vol wedstrijdadrenaline betraden wij de Weesper drafbaan, zoals eerder aangegeven het start- en finishdecor voor vandaag.

Na het confisqueren en monteren van de startnummers gaven wij onze tassen in depot. Tot mijn vreugde en ontroering bleek de dienstdoende vrijwilliger mij te herkennen van voorafgaande edities van deze Vechtloop. Vreemd genoeg herkende hij Arranraja niet, terwijl mijn loopgezel zo ongeveer sinds de allereerste uitgave van deze loop acte de présence geeft. Die Weespenaren hebben blijkbaar iets met mij - dat bleek tenslotte ook al eerder op het station. Is het misschien mijn natuurlijke open uitstraling? Joost mag het weten, trouwens: veel gelegenheid voor bespiegelingen daarover was er niet. Inmiddels was het tijd geworden om eens even flink sanitair te verpozen en vervolgens de stramme lijven wat in beweging te krijgen bij de warming-up.

Vol overgave wijdden haas en opdrachtgever zich aan het inmiddels gebruikelijke inlooprondje langs de talloze woonboten aan de Vecht. Mijn loopspiertjes voelden goed na een dikke week rust, mijn kompaan gaf echter aan dat het bij hem allerminst soepel liep. Hmm een veeg teken, en daar moesten we dus tijdens de wedstrijd terdege rekening mee gaan houden. Koortsachtig bogen wij ons over het strijdplan: we hadden tevoren gedacht aan een kruissnelheid van 10 kilometer per uur, maar nu twijfelden we aan de haalbaarheid van dit snode plan. Snel bevielen wij van een nieuwe strategie. Weliswaar zouden we scherp inzetten, maar mocht na enige tijd blijken dat het doel niet kon worden behaald zouden wij de teugels laten vieren en zou comfortabel en verstandig uitlopen de nieuwe missie worden.

Voor een laatste maal werd afgedaald in de catacomben van de manege, dit om nog wat laatste druppels uit het kraantje te persen. Daarna namen wij plaats in de zandbak die zoals gebruikelijk als startvak dienst deed. Hierbij manoeuvreerden wij behendig langs de in grote hoeveelheden aanwezige paardenvijgen. Het is tenslotte een manege, en we waren slechts te gast daar, dan moet je verder ook niet zeuren. Als ware rotten in het hardloopvak monsterden wij onze tegenstanders en synchroniseerden wij onze horloges. Om klokslag negen over twaalf kwam het wachten tot een einde en werd de meute op weg geschoten.

Van meet af aan had ik in de gaten dat mijn loopmakker niet in grootse vorm stak. Het was onder andere te zien aan de wat moeizame manier waarop hij zich voortbewoog. Zijn reeds maanden sluimerende, en soms hevig de kop opstekende, rugblessure speelde Arranraja meer parten dan hij voor vandaag had voorzien. Althans: dat was mijn observatie. Nochtans besloot ik, als haas van dienst, hem in deze beginfase niet al te veel te sparen. Met een tempo van om en nabij de zes minuten per kilometer beenden wij langs het Torenfort op de Ossenmarkt en over de fraaie ophaalbrug over de Vecht het pittoreske stadje in. Zelf had ik wel wat te kampen met de warmte, maar het leek vandaag minder erg dan bij de loopjes in Tropisch Amsterdam en Haastrecht, eerder deze maand.

Om even in het ritme te komen had ik mijzelf en mijn looppartner in het kielzog gemanoeuvreerd van een tweetal hardloopdames. Zoals al meermalen gezegd: je hebt zo je voorkeuren. Eén van deze hindes droeg een shirt met het opschrift ‘If Found On Ground Please Drag Across Finish Line’. Nu kom ik uit een streng orthodox marinegezin, waar bevel bevel was en deserteurs voor de krijgsraad werden gesleept. Daarom maakte de gebiedende opdruk op het textiel van deze dame mij wat onrustig. Wat als zij nú al ter aarde zou storten? Dan zou ik haar een dikke 9 kilometer over het parcours moeten slepen, toch wel ruim 60 kilo schoon aan de haak schat ik zo. Pas na de finish zou ik haar kunnen droppen en haar aan haar lot kunnen overlaten. Dit was een vooruitzicht waarmee ik even niet goed kon dealen. IJlings gaf ik mijn kompaan het teken, en min of meer behendig slalomden wij langs deze twee dames heen en vervolgden wij onze weg met gezwinde spoed. Gevaar geweken.

De doorgang door het schilderachtige stadje viel mij vrij gemakkelijk. In het relaas van mijn loopvriend kunt U echter lezen dat hijzelf daar heel andere ervaringen mee had. Hoe dan ook: Weesp lag er weer mooi bij in het vroege middagzonnetje. Vele winkeliers hadden hun winkels geopend op deze fraaie dag – in dit behoorlijk heidense Amsterdamse stadsdeel werd het Oordeel klaarblijkelijk niet al te veel gevreesd. Hema open, Appie open, Blokker open, ach veel verandert er in Weesp ook niet door de jaren heen. Voor ons ontspon zich een bijzonder tafereel. Een grote buggy, met daarin een jongen van een jaar of tien, werd beurtelings voortgeduwd door een man en een vrouw, beiden gehuld in een Spieren-voor-Spieren shirt. Wij maakten daaruit op dat de jongen waarschijnlijk aan die buggy gekluisterd zou zijn en dat de hardlopers zijn ouders waren. De jongen vermaakte zich zo te zien opperbest met een muziekapparaat waaruit luide muziek klonk met een hoog aantal beats per minuut. Achter dit tafereeltje bleven wij even aanlopen – later op het parcours, zo tussen kilometer drie en zes, zouden wij voortdurend stuivertje wisselen.

Na het passeren van café De Walrus, waar de lucht van verschaald bier onze neusschelpen teisterde, bewoog het peloton zich zoetjes aan weer richting manege. De stal was goed ruikbaar (als je hardloopt ruik je alles!), maar om die stal te bereiken moesten wij er ons eerst 3.5 kilometer vanaf begeven, gevolgd door weer 3.5 kilometer terug. En dat alles langs de boorden van de Vecht, de rivier die vernoemd is naar de loop die er jaarlijks langs gehouden wordt. Arranraja was inmiddels al zo ver heen dat hij eigenlijk al wilde afsteken naar de finish. Maar daar stak ik een stok voor: dat was immers niet de afspraak, en afspraak is afspraak. Mokkend en schoorvoetend nestelde hij zich weer in mijn kielzog – er waren nog zeven lastige kilometers te gaan.

Het gedeelte langs de fraaie meanderende Vecht is met recht het mooiste gedeelte van deze loop. Regelmatig moest ik op mijn rempedaal trappen, om mijn opdrachtgever de gelegenheid te geven bij te blijven. Inmiddels snakten wij ook naar de eerste verversingspost op de route. Het was steeds warmer aan het worden dus verkoeling was zeer gewenst. Op het 4.5km-punt werden bekers water en sponsen uitgereikt, teken voor mijn kompaan om verwoed zijn hoofd en nek te gaan bewerken, en teken voor mij om al wandelend grote hoeveelheden water door mijn dorstige keelgat te kolken en nog een paar bekertjes over mijn bolletje uit storten.

Daarna vervolgden wij vlijtig onze weg. Op zo’n 5.5 kilometer streken wij neer op een in blauw gehuld manspersoon met een trompet in zijn hand. De weinige haren die ik nog op het hoofd heb rezen mij prompt te berge. Welke zichzelf respecterende hardloopatleet neemt nou in vredesnaam een trompet mee op een recreatieloop over 10 kilometer? Or any distance, for that matter. Deze schertsfiguur wel dus. Voor iedereen die hem passeerde - of die hem tegemoet kwam uit tegenovergestelde richting - had hij een serenade in petto als van een verkouden olifant met ADHD-kenmerken. Aan mijn immers hoog-sensitieve opdrachtgever kon ik zien dat bij hem de gal behoorlijk door de zuren begon te slaan, en bij mij was dat eigenlijk niet anders.

Even, heel even, kreeg ik een waas voor ogen. Een schier onbedwingbare neiging bekroop mij om de man op te pakken en hem met trompet en al in de woest kolkende rivier te kieperen. Dat zou hem wel een toontje lager doen blazen. Toch zag ik van dat alles af. Mijn verstand (lees: die ene hersen van mij) fluisterde mij bijtijds in dat zoveel negatieve energie niet aan de man besteed zou zijn, en ook dat het mij en mijn opdrachtgever danig uit ons broze evenwicht zou brengen. Het zou, kortom, de lieve vrede ernstig verstoren. Dus lieten wij zoals het was, verwijderden wij ons van deze toeteraar en deden wij ijverig voort langs de boorden van de maalstroom. Gevaar geweken.

Het valt elke keer weer behoorlijk tegen, dat stuk naar het keerpunt op 6.5 kilometer, vlakbij Fort Uitermeer. Gelukkig stond daar voor ons een buffet vol met versterkende en koelende middelen. Gulzig laafden wij ons en vervolgden even later onze weg – er was immers geen tijd te verliezen. Ik nam even de tijd om de situatie van mijn loopvriend te observeren en te beoordelen. Deze situatie kon als deplorabel worden gekenschetst. Het zag er simpelweg niet naar uit dat er vandaag een aansprekende prestatie zou worden neergezet door mijn opdrachtgever, en dat het haaswerk ook geen effect meer zou sorteren. Wel schatte ik in dat het behalen van de finish voor hem te doen moest zijn. Snel overlegde ik met mijn loopmakker, om zeker te stellen dat mijn gage voor de volle honderd procent uitgekeerd zou worden. Gerustgesteld door het antwoord nam ik vervolgens de benen, teneinde mijzelf nog even flink te testen. Dat zou om den drommel nog niet meevallen, want het leek maar warmer en warmer te worden.

Gelukkig liepen er voor mij talrijke mikpunten, geheel toevallig allemaal vrouwen. Dit gaf mij nog een dosis extra energie. Bevrijd van mijn haasverplichtingen snelde ik vooruit en raapte loopster voor loopster op. Bij elk van hen trachtte ik bij het passeren nog even een bemoedigend gesprek aan te knopen, maar het was eigenlijk aan geen van de dames besteed. Geen wonder ook als je je door de laatste kilometers van een inmiddels behoorlijk oververhitte loop aan het worstelen bent. Ik nam het ze dit keer dan ook niet kwalijk. Tot mijn grote vreugde zag ik dat diverse omstanders uit piëteit hun tuinslangen van stal hadden gehaald om ons lopers op een verkoelende douche te trakteren. Grif maakte ik daar gebruik van: het vergemakkelijkte de laatste fase van deze zware tocht aanzienlijk.

Naarmate de finish naderde groeide ook het aantal supporters langs de kant. Vol overgave cheerden ze de zwaar vermoeide hardloophelden richting die verrekte eindstreep, een eindstreep die nog zo gruwelijk ver verwijderd leek. De vermoeidheid en de hitte zorgden ervoor dat mijn benen langzaam volliepen en dat het steeds moeilijker werd het verhoogde tempo vol te houden. Toch wilde ik van geen wijken weten: enige tientallen meters voor mij liep een groepje en daar moest en zou ik op af. Het zou mijn eer te na zijn, als ik deze atleten niet bijtijds kon verschalken.

Met een laatste krachtsinspanning kreeg ik bij het betreden van het manegeterrein het groepje te pakken. Een in oranje en zwart gestoken dame wilde kennelijk met mij nog even het avontuur aan in de vorm van een eindsprint. Uitdagend keek zij mij aan terwijl de eindstreep naderde. Even beleefde ik met haar een wilde steigerung (hardloopjargon), waarna wij precies tegelijk onder het finishvod doorsnelden. Met een enthousiaste high-five bevestigden wij deze remise. De strijd was gestreden, het leed was geleden. Dodelijk vermoeid liet ik mij een medaille omhangen, waarna ik mij met een paar bekertjes water langs de kant nestelde om mijn dappere opdrachtgever te verwelkomen.

Na iets meer dan een minuut vloog ook Arranraja het manegeterrein op. Luid moedigde ik hem aan, en met zijn laatste krachten hief hij zijn hand, met daarin zijn witte pet, bij wijze van begroeting. Vlak voor hem liep een donkerbruine paardenstaart: een prachtige vrouwelijke prooi voor in die laatste meters. Dat gaf hem nog nèt een extra beetje motivatie. Op het allerlaatste moment stoof hij nog langs en drukte hij zijn voorwiel vlak voor het hare over de finish. Ook voor hem zat het er op: een prestatie van groot formaat was geleverd.

Nadat Arranraja weer op adem was gekomen belde hij zijn vrouw op om te melden dat ie het ‘m ook dit keer geflikt had. Ikzelf scharrelde nog wat drank en voedsel bij elkaar, en gezamenlijk begaven wij ons weer richting finishlijn om de overgebleven vermoeide helden te supporteren in de laatste fase van hun lijdensweg. Groot applaus weerklonk toen een oudere man van ongeveer 80 over de eindstreep schreed. Altijd indrukwekkend, zo’n prestatie van iemand uit de Eregalerij van de Oude Glorie. Tegelijkertijd moesten wij echter denken aan de oude loopkrijger Anton, die hier vorig jaar al net zo luid werd verwelkomd. Maar ditmaal was hij er niet bij zo te zien. Van tevoren hadden wij hem niet gezien, en ook nu was hij onvindbaar, ondanks het feit dat wij bleven staan totdat de bezemfiets de laatste loper over de finish had geduwd. Daags na de Vechtloop vond ik op de leestafel bij Terre des Hommes in één van de kranten een overlijdensadvertentie, waarvan ik haast zeker wist dat het deze Anton betrof. Enige ruggenspraak met Arranraja, aangevuld met wat nader onderzoek, wees uit dat het inderdaad deze Anton was, die drie dagen voor de Vechtloop op 82-jarige leeftijd was overleden. Moge hij rusten in vrede.

Terugwandelend langs de oevers van de Vecht besloten wij om nog even linksaf het stadje in te slaan op zoek naar een acceptabele bak koffie om alle hardloopvermoeidheid van ons weg te spoelen. Al snel vonden wij een ijssalon met koffiemogelijkheden, en lieten ons een verse cappuccino inschenken. Deze zevende Succesvolle Samenloop had ditmaal maar deels zijn naam eer aangedaan. Succesvol was ie wel geweest, maar van een samenloop was dit keer weinig gebleken. Enfin, een volgende keer zou alles beter zijn, zo bedachten wij terwijl wij ons het bakkie pleuâh goed lieten smaken. Het voorseizoen was ten einde, de zomervakanties waren in aantocht, en na het reces zouden we wel weer zien waar onze hardloopwegen samen zouden komen.

Na het inmiddels traditioneel tranentrekkende traumatische afscheid op station Weesp peddelde Arranraja vrolijk terug naar Diemen. Tegelijkertijd zoefde ik onder de klanken van de fenomenale Franse muziekgroep Tryo (het zijn er overigens vier, maar dat terzijde) weer via Utrecht terug naar Gouda. Veilig bereikte ik mijn thuishaven en wierp ik mij in de armen van mijn strenge doch meedogenloze heerseres. Just kidding of course. Al bijna vijf jaar leven Elfriede en ik gelukkig, liefdevol en vredig ons leven samen. Het is het geluk met de grote G, de liefde met de grote L en de vrede met de grote V. Amen.


Looptijden.nl op Facebook