Tunnelvrees, zonnesteek of renplezier?

Gepost door Arranraja op zaterdag 23 juni 2018 19:59

Bekijk vooral ook de foto's op https://arranraja.wordpress.com/

Voor wie, net als ik, geregeld meedoet aan een georganiseerde loop zijn het bekende mailberichten: de nieuwsbrieven van trimlopen. Soms melden ze al een half jaar van te voren dat de inschrijving voor het betreffende festijn is geopend. Dan denk ik altijd: dat is leuk, maar 'komt tijd, komt raad' of beter nog 'komt tijd, komt de daad' (van het inschrijven). Je kunt als loper namelijk zomaar ineens in het ziekenhuis liggen om bijvoorbeeld van je blindedarm af te worden geholpen. Of het weer kan zo slecht zijn dat afreizen of deelnemen onverantwoord is. Dus erg vroeg inschrijven draagt bepaalde risico's met zich mee. De eerste aankondiging van de Gaasperplasrun kwam ook al begin februari. Het extra bericht van aanvang mei was wel echt interessant. Want ze hadden brekend nieuws, of ze wilden nieuws breken, iets in die trant:

'Normaal gesproken willen we je niet storen met extra mailtjes maar we hebben groot nieuws! Dit jaar heeft de Gaasperplasrun een extra afstand van 13,65 km! In samenwerking met Rijkswaterstaat en IXAS (de aannemer) lopen we dit jaar over de A9 door de in aanbouw zijnde Gaasperdammertunnel!

Hoe leuk is dat?

Het belooft heel spectaculair te worden, in de tunnel staan veel vrijwilligers van Rijkswaterstaat en aan het eind van de tunnel een DJ met opzwepende muziek.'

Omdat ik eerder dit jaar door lichamelijke ongemakken (lees mijn verhalen hierover) en door één heuglijk feit (25 jaar getrouwd) al een aantal lopen heb moeten missen. En mede daardoor bij de twee trimlopen ervoor niet de geplande langste afstand durfde te kiezen, heb ik mij direct na ontvangst van dit nieuws ingeschreven. Niet eens speciaal vanwege het unieke decor maar vooral vanwege de langere afstand dan de gebruikelijke maximale 10 km. Want eigenlijk ervaar ik 10 km als te kort om het onderste uit de kan te kunnen halen.

Bij alle onderdelen van het Rondje Mokum-circuit is er de mogelijkheid de dag voorafgaand het startnummer alvast af te halen bij het plaatselijke filiaal van de sponsorende keten hardloopwinkels. Aangezien ik bij deze loop al eens in een lange rij heb moeten wachten alvorens ik het benodigde papiertje in handen had, maakte ik graag de noodzakelijke fietstocht naar A'dam-Oost. Daar moest ik voor het eerst ooit aansluiten achter één voorganger, die net beschreven kreeg hoe het parcoursdeel in de tunnel er uitzag. Die info kon ik mooi meepakken. Ik werd geholpen door een vrouwelijke collega van de parcoursbeschrijver en zij wist te melden dat het tunneldeel een heuse 3 km lang zou zijn. Dat had ik bij een vluchtige bestudering van de routekaart niet geconstateerd. Ik wil niet zeggen dat de schrik mij om het hart sloeg, maar ik krabde mijzelf toch wel eventjes achter de oren. Ik had mij namelijk in het hoofd geprent dat er maar een deel van die 3 km ondergronds geacteerd diende te worden. En ik had nog nooit een langere afstand dan die van de IJ-tunnel in hartje Mokum (1039 meter exact) verhapstukt. Oké, die heb ik inmiddels wel al acht keer bedwongen maar ooit was deze tunnel de reden voor mij om niet te willen deelnemen aan de Dam tot Damloop. Nu heb ik niet echt last van claustrofobie maar ben zeker niet gek op ondergrondse ruimtes. Afijn, ik had mij ingeschreven, mijn startnummer opgehaald en ik zou het wel gaan meemaken.

's-Morgens en onderweg op de fiets was het bewolkt, dus ik had mijzelf niet ingesmeerd met zonnebrand. Wel had ik voor de zekerheid wat meegenomen en omdat de zon toch doorbrak, heb ik in de kleedkamer alsnog een laag UV-beschermer aangebracht op gezicht, onderarmen en knieën. Ik ging vrij laat het startvak in aangezien ik nog wat wilde opwarmen. Toen ik eenmaal in de massa was aanbeland, kwam het startschot sneller dan verwacht. De bochten werden, nog als vorige jaren, in het begin flink afgesneden. Omdat het veelal ging om bochten van minder dan 90 graden en er steeds gras aldaar lag, was dit niet eens heel vreemd. Ik deed aan die afsnijdpraktijken maar gedeeltelijk aan mee, want ik wilde mijn zelfgekozen lange ren niet onnodig inkorten. Op de baan hoorde ik een loper achter mij verkondigen dat veel renners er zo hard vandoor gingen en dat dit niet verstandig was. Dit herinnerde mij er maar weer eens aan dat niet te snel van stapel te lopen een verstandige racestrategie is. Dus zorgde ik ervoor mij niet gek te laten maken door alle renners en rensters die langs mij vlogen.

In het enige bebouwde straatje dat wij in de buurt Holendrecht aandeden, hoorde ik ineens achter mij iemand mijn naam roepen. Ik draaide mijn hoofd om en zag een mij onbekende renster die mij succes wenste. Uiteraard retourneerde ik die wens direct. Zij was de enige die onderweg gebruik maakte van het gegeven dat mijn voornaam groot op de achterkant van mijn oranje renshirt te lezen was. Dat tricot had ik 6 jaar min 8 dagen eerder van mijn oudste dochter voor mijn verjaardag cadeau gekregen. Mijn leeftijd van toen staat als rugnummer op het textiel onder mijn naam. Na afloop vroeg een man met wie ik onderweg een paar woorden had gewisseld, hoe lang geleden ik zo oud was geweest. Daarover had hij onderweg lopen prakkiseren. Vóór de start had ik al wat bekende AV '23-gezichten ontwaard (waaronder uiteraard Marijke) en een bijna-buurman die ik nog nooit eerder bij een hardloopevenement had gezien. In het parkgedeelte tussen Holendrecht en de Gaasperplas kwam Machteld voorbijsnellen en verdween weer rap uit beeld. Ook Gilbert, de broer van een oudcollega schoof langs mij heen. Ik was tevreden met de gang en de cadans die ik had en deed derhalve geen pogingen om met iemand mee te liften. Het was heerlijk beschaduwd in dat bijna tot bos uitgegroeide stukje park, waar ik in het alweer verre verleden zo vaak doorheen was gefietst op weg naar mijn werkplek. Op het eerste stuk tussen de huizen in de buurt Reigersbos, waar ik dus ooit zelf een aantal jaren woonde, was het echt warm in de zon en uit de wind. Gelukkig kwam er weer snel een breed fietspad onder de bomen. Geregeld stonden er langs de kant mensen met hun telefoon te fotograferen of te filmen. En ook de nodige aanmoedigingen ontbraken gelukkig niet.

Na 3,5 km zat de bebouwde kom er voorlopig even op en begonnen wij aan het ronden van de plas waaraan deze loop zijn naam ontleend. Zoals ik in vorige verslagen al eens heb geschreven, het water zie je door de weelderige begroeiing rond het parcours op deze tocht (als je er al oog voor hebt) maar op enkele punten. Er kwamen twee mannen langslopen waarvan de ene, wiens gezicht ik van een andere loop herkende, druk aan het praten was. En zo te horen over zijn werk. Waar het hart van vol is, zullen we maar zeggen. Even later werd ik door een blotevoetenrenner voorbijgestreefd. Het iemand zonder enige zoolbedekking zien lopen deed mij al bijna pijn aan de voetzolen. Ik had steeds een keurige snelheid van iets boven de 10 per uur, met kilometertijden tussen de 5:45 en 6:00 minuten. Gezien de redelijk warme weersomstandigheden (hoewel de wind hier en daar wel verkoeling bracht) in mijn beleving absoluut geen beroerde cijfers. In mijn herinnering stond op 5 km de verzorgingspost. Ik moet zeggen dat ik daar absoluut naar uitkeek en dan met name naar de sponzen. Mijn hoofd verlangde hevig naar een portie natte verkoeling. Het was dan ook even slikken toen die post niet kwam opdagen op de door mij verwachte plek. Dat verwerkt hebbende, realiseerde ik mij dat de versnaperingen pas een eind verder zouden worden aangeboden. Dan nog maar even doorbijten! Ik sprak met mijzelf af dat ik mijn hoofddeksel, dat ik daar waar de verkoelende bries goed voelbaar was steevast even van mijn kop verwijderde, tijdig aan mijn riem zou hangen. Ik wilde namelijk zowel hoofd als handen vrij hebben om uitgebreid te kunnen lappen.

Vrijwel direct na de verfrissingspost werden we gelukkig weer het bos in gestuurd. Want zo durf ik het deel van het Gaasperpark tussen de plas en het gelijknamige metrostation wel te noemen. Dat betekende vooral rennen over beschaduwde asfaltpaden, maar daardoor wel steeds uit de koelte-brengende bries. Hier had ik het korte onderhoud met de mannelijke renner die na afloop in de kleedkamer impliciet naar mijn leeftijd vroeg (voor de minder aandachtige lezer: zeer onlangs heb ik de zes kruisjes mogen bereiken). Hij had zijn spons half onder het shirt in zijn nek gestoken, bij wijze van continue koeling. Ik vroeg of hij niet bang was het koelelementje op die manier te verliezen. Daar maakte hij zich echter totaal geen zorgen over. Hij complimenteerde mij door te zeggen dat ik regelmatiger liep dan hij, want eerder was hij mij in het gezelschap van een paar maten voorbijgestoken. Ik zag op dat moment dat ik nauwelijks 10 per uur ging en kon dus repliceren dat ik ook wat langzamer vooruitkwam dan eerder op de route.

Vooraf had ik de routekaart wel goed bestudeerd om nauwkeurig vast te stellen waar het parcours van deze eenmalige tunnelrun de route van de gebruikelijke 10 km verliet. Dat was na exact 7 km, toen er net weer even zicht was op de waterplas. Hier begon voor mij het avontuur, want ik kwam om te beginnen in een deel van het park waar ik niet vaak vertoefd had. En daarna volgde uiteraard het spannende tunnelgedeelte. Het park was hier zo mogelijk nog bosachtiger en daardoor mooier dan het zuidelijker gedeelte waar ik daarvoor had gerend. Ik hoop maar dat de bestuurders van dit stadsdeel het niet in hun hoofd gaan halen hier een zelfde kaalslag te gaan plegen als in het voormalige Bijlmerpark, dat in mijn tijd net zo begroeid was als deze vroegere Floriade-locatie. Mijn snelheid was, zoals ik net al vermeldde, teruggelopen naar iets onder de 10/uur, maar ik had dan ook inmiddels meer dan de helft erop zitten. Wel was het daar dus prachtig en mede daardoor heel prettig lopen. Alleen de zachte ondergrond van een echt bospad ontbrak eigenlijk. Was mij tijdens die kilometers ook bezighield, was waar en hoe wij het nieuwe snelweg- en tunneldeel zouden gaan bereiken. Dat bleek eigenlijk heel simpel: om de plaatselijke camping (was niet heel druk bezet) heen en onder de evenwijdig aan de A9 lopende Langbroekdreef door. Dan direct scherp naar rechts en via een smal voetpad omhoog naar het niveau van de dreef. Die volgden wij tot aan het einde bij het er haaks opstaande water genaamd de Gaasp (naamgever van de Plas en het stadsdeel Gaasperdam). Linksom ging het enkele tientallen meters langs de Provinciale Weg en onder de snelweg door. Daar stond een man bij een motorfiets met klingelende belletjes aan te moedigen. Dit moest, gezien hun intieme omgang, wel de partner zijn van een AV Aalsmeerloopster die mij al meerdere keren voorbijgegaan was. Nogmaals linksaf werkten wij ons verder omhoog via een werk-oprit naar het stuk snelweg A9 dat 'Gaasperdammerweg' genoemd wordt.

Bovenaan stonden wat dikbuikige wegwerkers getooid met veiligheidshelmen en fluorescerende vesten te surveilleren en aan te moedigen. Er diende eerst een open stuk asfalt overbrugd te worden, alvorens de ingang van de gloednieuwe tunnel bereikt zou worden. Dit bleek echt verreweg het heetste stuk van de route, in de volle zon en volledig uit de wind achter de betonnen wand van het naastgelegen tunnelgedeelte. Daadwerkelijk een bakoven derhalve, opgetrokken uit asfalt en beton. Als je hier lang moest vertoeven zou je zo een zonnesteek kunnen oplopen. In mijn beleving was het daar echt flink afzien. Het bereiken van de schaduw van de naastgelegen tunnelwand zorgde bij mij voor het slaken van een bescheiden kreet van opluchting richting de renster naast mij. Een vrouw, eveneens in veiligheidsvest, stond aan de rechterkant in de volle zon aan te moedigen. Zij was zo enthousiast bezig dat ik haar wel een high-five wilde geven. Daarvoor zou ik echter flink van mijn lijn moeten afwijken, terug de volle zon in en dat vond ik, gezien de warmte, net weer iets te veel van het goede. Dus beperkte ik mij tot het in haar richting uitstrekken van mijn arm. 'O, wil jij een high-five' riep de enthousiastelinge en kwam direct aansprinten om de handjeklapactie ten uitvoer te brengen. Die spontane actie zorgde er bij mij voor dat de aankomende zonnesteek niet kon doorzetten.

Om de paar-honderd meter stonden er mensen in oranje vest ons aan te moedigen, de een nog fanatieker dan de andere. Het was helemaal niet eng om de tunnel in te gaan, nee, het was zelfs wel prettig na de bakoven even daarvoor. Het wegdek ging ook niet steil naar beneden, zoals bijvoorbeeld bij de IJtunnel, en je kon bij de ingang al het licht aan het einde zien. Ook scheelde het ongetwijfeld dat de circa 500 deelnemers allang over het gehele parcours waren uitgesmeerd. Sterker nog, op het moment dat ik de tunnel inschoof, waren de eerste twee renners al gefinisht. Het was er derhalve niet afgeladen druk. Reeds de dag tevoren, bij het afhalen van het startnummer, had ik al gehoord dat het tunneldeel uit twee stukken bestond. Dat betekende in de praktijk dat er ergens onderweg een hellinkje genomen moest worden en daarna in de open lucht een stukje weg dat nog geen weg was, maar een zooitje van steenslag en andere ongerechtigheden. De eerder genoemde blotevoetenrenner, die ik na afloop op de baan nog kort sprak, had hier moeten wandelen omdat de ondergrond zelfs voor zijn getrainde voetzolen te ruig was. Toevallig kwam ik samen met twee jonge vrouwen het eerste tunnelstuk uit. Bij de voorste riep de smartphone-hardloopapp net op dat moment dat er 11 km waren afgelegd. Ik zag ongeveer tegelijkertijd op mijn Garmin 10,65 km staan. Ik kon dus roepen dat we de 11 km nog niet hadden bereikt en nog precies 3 km hadden af te leggen. Want ik was er zeker van dat mijn Forerunner 235 met GPS én GLONASS nauwkeuriger is dan eender welke slimme telefoon ook.

De twee stukken tunnel, die aan de rijbanen te zien in- en uitvoeggedeeltes gaan worden, maten bij elkaar, zoals eerder vermeld, 3 heuse kilometers. Aan het einde van het tweede deel was bij de uitgang een drinkpost. Ik pakte dankbaar een bekertje water aan om dit vervolgens op mijn al aardig uitgeknepen spons leeg te kieperen. Nu kon ik tenminste weer lekker mijn hoofd en nek dweilen. We waren juist onder de gecombineerde spoorweg- en metrolijn boven gekomen. Een venijnig klimmetje terzijde van dat talud leidde ons richting metrostation Bullewijk. Een vrouw die al een tijdje om mij heen draaide, ging wandelend omhoog en een man was dan weer aan het wandelen, dan weer aan het rennen. Voor mij was die aanblik niet erg inspirerend. Precies 12 warme km's hadden wij lopers op dat moment in de benen. Het was mijn eer uiteraard wel te na om ook te stoppen met rennen, maar het ging echt niet meer van harte. De eerste 2 km in de tunnel had ik nog wel boven de 10/uur en dus onder de 6 minuten weten te verhapstukken, daarna zakte ik definitief eronder en erboven, al was het maar een fractie met 9,99/uur en 6:01 minuten. Ik zat er onderhand een beetje doorheen en verlangde naar de eindstreep. Het klimmetje deed mij, in ieder geval gevoelsmatig, dus mijn laatste beetje snelheid verliezen. Langs de ingang van het genoemde metrostation ging het door een stukje van de Bijlmer waar ik eigenlijk nooit kwam of kom, de H-buurt. Toch wel leuk om daar al rennende eens een kijkje te nemen, al ging ik niet sneller meer dan 9,62 per uur.

In min of meer rechte lijn liepen we naar het Nelson Mandelapark en dus terug naar waar wij allen begonnen waren aan deze lange voettocht. Er wandelden ons al wat renners met medailles om de nek tegemoet en eentje was zelfs aan het uithollen. Die hadden hun inspanning er reeds opzitten en ik voelde een klein beetje jaloezie bij mij naar boven komen. In het park was er een laatste net-niet-haakse bocht waar een vrijwilligster voor piet-snot stond omdat ook hier iedereen over het gras afsneed. Alsof ik een duidelijk gebaar wilde maken, liep ik wel helemaal over het asfalt en vlak langs de dame met het blauwe hesje. Die keek echter niet op of om en zag derhalve niet mijn opgestoken duim. Pal bij de ingang van de atletiekbaan stond een saxofonist zich de longen uit het lijf te blazen. Ook hem gaf ik mijn gecombineerde teken van begroeting, aanmoediging en enthousiasme. En ik had de indruk dat hij het wél zag. Een paar keer achteromkijkend constateerde ik met tevredenheid dat er zich geen concurrentie in mijn kielzog bevond en dat ik dus niet verder hoefde aan te zetten dan de 10/uur die ik weer gevonden had, om een eventueel sprintende achteropkomer voor te blijven. In 1:21:06 uur, kon ik er een punt achter zetten.

Voorbij de meet liep ik (bevangen door de hitte?) aanvankelijk naar de verkeerde medailleverstrekster omdat die blijkbaar allen de plakken voor de 10-km-deelnemers had. Die vergissing was echter met enkele stappen gecorrigeerd en na tevens een flesje water te hebben ontvangen, kon ik koers zetten naar het nu vrijwel verlaten deel van de blauwe atletiekbaan om uit te wandelen en na te hijgen. Daar liep even later de man die blootsvoets het hele traject had afgelegd. Ik sprak naar hem mijn bewondering ervoor uit. Zelf loop ik in huis nog niet eens op blote voeten. Hij wist nog te vermelden dat het asfalt in de tunnel niet schoongeveegd was en dat het daar om die reden voor hem ook niet echt lekker lopen was. Op dergelijke momenten ben ik altijd weer extra blij met mijn fijne Asics Gel Cumulus-schoenen (ik heb net weer een vers paar aangeschaft, trouwens). In de vochtig-warme kleedkamer sprak ik een paar woorden met een relatief jonge man, die vertelde dat hij meewerkte aan de beveiligingssystemen van de Gaasperdammertunnel en dat er zo'n veertig tunnelbouwers aan de loop hadden deelgenomen. Ook hoorde ik het verhaal aan van een (naar eigen zeggen) 62-jarige loper die opbiechtte dat hij er niet tegen kon als hij door een vrouw gepasseerd werd. 'Ik denk dat ik maar eens naar de psychiater ga', voegde hij er half-schertsend aan toe.

Misschien wel het absolute hoogtepunt van mijn dag was de renner die mij herkende als 'schrijver van lezenswaardige blogs' (zijn woorden of iets van die strekking !!). Waarbij hij met name verwees naar mijn verhaal over de Vechtloop van vorig jaar. Een kort gesprek, ook over mijn vaste loopmaatje en privéhaas Peter, ontspon zich. Niet toevallig is de volgende trimloop op mijn programma die bewuste loop in het naburige Weesp. Ondanks dat ik mij deze keer niet kon optrekken aan Sylvia, die ik helemaal niet heb gezien, maar later wel terugvond in de uitslagen als zijnde ruim 3 minuten vóór mij gefinisht, en de opnieuw warme omstandigheden, heb ik toch veel renplezier beleefd. Niet in het minst door de variatie in- en uitbreiding van het parcours. De na afloop door de vrouwelijke speaker gebezigde oproep 'volgend jaar weer door die tunnel !!', kan dan ook alleen maar door mij ondersteund worden. En de organisatie zal dat vast ook een goed idee vinden, want de tunnelloop leverde nu naar verluid zo'n 200 extra deelnemers op.


Looptijden.nl op Facebook