Sublieme samenwerking met Sylvia

Gepost door Arranraja op donderdag 31 mei 2018 16:15

Ook te lezen (met veel foto's) op https://arranraja.wordpress.com/

Geinloop 2018 was alweer de tweede trimloop na mijn plotselinge operatie eind maart. Nu had ik het wel aangedurfd op te gaan voor een (hopelijk) lekkere 15 km. En ik werd, zoals je hieronder kunt lezen, op mijn wenken bediend! Met de weersomstandigheden kon het vriezen of dooien, meer specifiek: regen en onweer of drup. Traditioneel ga ik op de fiets langs het kanaal naar Driemond, omdat dit de kortste klap is. Deze keer waren onweers- en/ of stortbuien zoals gezegd een reële mogelijkheid, dus ik hield de diverse regenradars goed in de gaten. Zoals altijd gaven die verschillende voorspellingen en wisselden de getoonde beelden ook nog van uur tot uur. Uiteindelijk werd de soep wéér eens lang niet zo heet gegeten als hij werd opgediend. Sterker nog, hij was gelukkig maar lauw-warm. Op de heenweg had ik slechts wat gespetter te verwerken. Ik was zo verstandig geweest om vooraf (tegen meerprijs) mijn startnummer te laten opsturen. Dat kon ik derhalve thuis al opspelden. Ik wil altijd graag dat het stukje papier zo recht mogelijk op het betreffende kledingstuk komt te zitten en dat wilde ditmaal absoluut niet lukken. Na vier of vijf keer herplaatsen, heb ik het maar opgegeven om de perfecte positionering te bereiken. Ik arriveerde vrij laat bij de start, maar had net genoeg tijd om een beetje de benen te prepareren voor de lange tocht langs de korte rivier.

Ik ging achteraan in het rennerspak gaat staan en begon in een gevoelsmatig laag tempo. Dat alles is relatief, want de eerste kilometer ging ik toch al 10,47 km per uur. Die eerste 'ronde' is ook slechts een inleidende beschieting, want hij dient om de lopers de dorpskern van Driemond door en naar de boorden van de Gein te brengen. Nog op Zandpad Driemond, dus hartje centrum, schoof ik voorbij Marijke, die zich voor mijn gevoel wel op een erg lage snelheid voortbewoog. Ik heb haar die dag niet meer teruggezien. Later zag ik de uitslagenlijst dat zij de halve marathon (die ik hier eigenlijk ook gepland had) had gelopen en daarvoor ruimschoots de tijd had genomen. Grappig was dat de praatgrage spreekstalmeester bij de start de Gein het mooiste stukje Amsterdam noemde, terwijl het riviertje in zijn geheel in de provincie Utrecht ligt en de huizen volgens hun adressering tot de gemeente Abcoude behoren. Daar waar het gehucht Driemond daadwerkelijk onderdeel van de gemeente Amsterdam is, maakt Abcoude deel uit van de grotere bestuurlijke eenheid Ronde Venen. Abcoude ligt dus in de provincie Utrecht, maar (triviaal feitje) heeft door grenswijzigingen eerder tot zowel Noord- als Zuid-Holland behoord. Feitelijk liepen wij hier in een letterlijke uithoek van de provincie Utrecht, want zowel het aangrenzende Amsterdam-Zuidoost een de ene kant, als het land aan gene zijde van het kanaal aan de andere kant zijn onderdeel van Noord-Holland.

Het was zoals gebruikelijk een genot om te mogen rennen in het prachtige decor van meanderend riviertje, boerderijen, woonhuizen en omliggende weilanden en akkers. Lopend op Gein-Noord richting Abcoude, zag ik al snel in een weiland een ooievaar staan. Even later kwam er een grasperceel geheel gevuld met zwart- en roodbonte koeien voorbij. Alle mij bekende herkenningspunten, zoals twee molens (waaronder de Broekzijdermolen op Gein-Noord) en een voormalig op een kapel gelijkend zondagsschooltje genaamd Eben Haezer, waren ook weer van de partij. Mooie tuinen en uitdragerijen wisselden elkaar af, net als de doorkijkjes naar Amsterdam-Zuidoost aan de noordwestkant en de bomenrij langs het Amsterdam-Rijnkanaal aan de zuidoostzijde. De B&B-etablissementen, de theetuin, de kaasboerderij, de pluktuin en de vergaderlocatie annex paardenstal leken allen nog steeds in bedrijf.

Machteld kwam voorbij schuiven en ik had vlot geconstateerd dat ik die niet zou kunnen bijsloffen. Waar zijn toch de tijden dat ik deze AV '23-loopster makkelijk mijn hielen liet zien? Na een paar kilometer kwam een andere dame in beeld en toen ik zag dat zij niet rechtsaf naar Gaasperdam ging voor de halve marathon, maar net als ik rechtdoor voor de 15 km, besloot ik mij op haar te richten. Temeer omdat zij niet van mij wegliep, maar het gat tussen ons, zij het langzaam, steeds kleiner werd. Ergens tussen de 4e en 5e kilometer heb ik haar bijgehaald en ben ik iets vóór haar gaan lopen. Met de bedoeling haar op sleeptouw te nemen. Eerst leek het of zij niet zo enthousiast was over mijn nabijheid, want zij hield vrij angstvallig de andere rand van het asfalt aan. Na ruim 6 km kwam Abcoude in zicht en werd het tijd om via een brug (eerder in de race had ik een vrouw achter mij horen vertellen dat deze wateroverspanning daar in de volksmond de 'Kippetjesbrug' genoemd wordt, officiële naam: Jan Swinkelsbrug) de andere kant van het water op te zoeken en de tocht in omgekeerde richting op Gein-Zuid voort te zetten. Mijn metgezellin, die Sylvia bleek te heten, ging heel kort door de bocht over het gras, mij daarmee voorbij en nam een metertje of wat afstand. Zonder veel moeite slofte ik dat gaatje weer dicht en kwam in haar slipstream terecht. Na korte tijd nam ik opnieuw de leiding op mij, maar de dame verkoos toch weer de gene zijde van de weg. Een eind verderop, ongeveer bij de molen Delphine (meerdere malen door Piet Mondriaan vereeuwigd en nu in gebruik als overnachtingsaccommodatie), werd het drukker op de route want wij liepen de deelnemers aan de 10 km tegemoet. Zij hadden hier tevens hun keerpunt, wat er voor zorgde dat ze ook weer onze kant opgingen.

Er was intussen ons een motorfiets gepasseerd met achterop een cameraman met werkend apparaat. Daar ter plaatse en later nog een paar keer werden wij duidelijk op het digitale celluloid vastgelegd. Want die motor passeerde ons zeker drie keer. Het was, ondanks de bewolking en de enkele spetter, onderhand aardig warm geworden. Ik had het eerder al nodig gevonden mijn hoofd te voorzien van een zweetband, teneinde de druppels uit mijn ogen te houden. Erg blij was ik dan ook dat op de splitsing naar de Velterslaan de tweede verzorgingspost zich aandiende. Drinkbaar vocht had ik niet nodig, met de fles sportdrank aan mijn riem, maar ik wist niet hoe snel ik een natte spons moest bemachtigen. Mijn gehele hoofd snakte naar een flinke opfrisbeurt. Dat daarbij de glazen van mijn renbril onder de druppels kwamen te zitten, nam ik daarbij graag even voor lief. Mijn compagnon had wel behoefte aan een paar slokken water en nam een beker water mee. Om de 15 km vol te krijgen, dienden wij een uitstapje te maken richting het Fort bij Nigtevecht en het Amsterdam-Rijnkanaal. Helaas voor mij was ons keerpunt niet, zoals wel voor de halve marathonsafstand, op de kanaaldijk langs het water, maar eerder bij de ingang van het fort. Gelukkig had ik vooraf de parcourskaart bestudeerd en was ik geestelijk voorbereid op het ontberen van direct contact met mijn favoriete waterweg.

De Velterslaan is een stukje smaller dan de wegen aan weerszijden van de rivier Gein. Dat gegeven en de lopers die hun keerpunt al hadden gemaakt en terugkwamen, zorgden ervoor dat Sylvia en ik dichter bij elkaar kwamen te lopen. Al een kilometer of vijf in elkaars kielzog hadden wij trouwens nog geen blik of woord gewisseld. Dat was er eenvoudigweg nog niet van gekomen en in ieder geval had ik al mijn adem nodig om in het strakke tempo van rond de 10,5 per uur te kunnen volharden. Er was onderhand wel een soort van samenwerking aan het ontstaan en die ging, naar mate de kilometers onder onze voeten wegtikten, steeds beter. Wij haalden wat lopers en loopsters in, maar werden ook opgeraapt door een druk keuvelend drietal, bestaande uit twee mannen en een vrouw. In het weiland aan een kant van de laan zag ik wederom een ooievaar. Zou dat dezelfde zijn als eerder op de middag? Geen idee, maar ik vond het wel bijzonder en overwoog of ik mijn loopmaatje erop zou wijzen. De vogel was best lastig te zien tussen de bomen door en dit zou tevens een wat aparte openingszin van mijn kant zijn. Dus gebruikte ik mijn mond zoals de hele tijd om goed uit te ademen.

Wij liepen nog steeds een zeer regelmatig tempo, zo rond de 10,5 per uur. Toen we de Velterslaan heen-en-terug hadden afgewerkt en bij de verzorgingspost rechtsaf gingen, terug Gein-Zuid op, gooide met name Sylvia er een kleine schep bovenop. En ik kon zowaar makkelijk volgen, of liever gezegd, naast haar voortgaan. Het geluid van haar voetstappen was zeer regelmatig. Vaak heb ik last van de geluiden van andere renners, maar nu absoluut niet. Er ontstond, in ieder geval in mijn beleving, een ideaal ritme van naast elkaar voortbewegende voeten en eraan gekoppelde benen. Wij gingen nu harder dan tijdens de eerste 10 km, en dat liep als een trein. Na afloop vertelde Sylvia dat zij altijd langzaam op gang komt en dus blijkbaar een imitatie van een diesel doet. Nog steeds hadden wij geen woord gewisseld, maar de samenloop voelde voor mijn gevoel als perfect aan. En ik had ook geen enkele twijfel dat ik in dit relatief snelle tempo nog wel een tijdje kon volharden. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik vorig jaar, toen ik op hetzelfde parcoursgedeelte in mijn eentje liep, onderhand gevoelsmatig wel naar de eindstreep verlangde. Nu kon deze loop mij vooralsnog niet lang genoeg duren.

Langs de zuidoever van die machtige Gein (grapje, hij ziet er meer uit als een breed uitgevallen sloot) gingen wij zo voort. En de tred zat er nog immer prima in. Kilometer 12 ging in 5:37 minuten, nummer 13 in 5:34 en ronde 14 met een te verwaarlozen verval in 5:39. Als een geoliede machine snelden wij richting Driemond. Ook aan een fijne lopersroes komt echter een einde, als je zoals ik voorkennis hebt van de nog af te leggen route. Ik zag namelijk een beetje op tegen het de brug aan het einde van Gein-Zuid 'beklimmen' en het stuk dat daarna nog door downtown-Driemond diende te worden verhapstukt. Een minder fijn wegdek, een paar drempels, bochten en een brug kunnen als de psychische vermoeidheid zich begint aan te dienen, in je hoofd worden opgeblazen tot grote obstakels. Die brug op viel nog wel mee, maar in de bebouwde kom kon ik Sylvia slechts nog volgen. Echter wel met steeds grotere moeite. Het leek alsof ik langzaam aan het instorten was, maar als ik kijk naar de tijd over de laatste kilometer is dat beslist bezijden de waarheid. Rondje nummer 15 deed ik namelijk in 5:29 minuten bij 11,04 per uur. En de 35 meter die ik volgens mijn Garmin extra liep, haalde ik een snelheid van 11,79 per uur.

Het was gewoon zo dat diesel Sylvia steeds harder ging lopen en ik kon die versnelling op een gegeven moment eenvoudigweg niet meer volgen. Op de Lange Stammerdijk waren er wat gaten in de weg en daarop concentreerde ik mij. Hier viel er echt een gaatje tussen ons tweeën. Even later draaide de dame zich om en riep naar mij dat ik wel moest bijblijven. Het eerste echte contact was hiermee een feit. Ik riep terug dat zij ineens wel erg voortvarend was en mij nu echt te hard ging. Intussen ploegde ik zo goed mogelijk voort. In 1:25:09 kwam ik een aantal meters na mijn loopmaatje van die dag over de finish. Daarachter stond zij op mij te wachten en nam direct het woord om mij uitvoerig te bedanken. 'Jij hebt mij erdoorheen gesleept'. Ik had het andersom exact hetzelfde beleefd en kom de dankbaarheid en complimenten dan ook direct retourneren. We hebben de buit ook eerlijk verdeeld, want zij mocht de tweestrijd in haar voordeel beslissen en ik bleek later een netto-eindtijd te hebben gescoord die precies 1 seconde sneller was dan die van mijn metgezel. Sylvia was 11 seconden eerder binnen dan ik, waar ik dus 12 tellen later van start moet zijn gegaan. Ik had voor mijn gevoel in tijden niet meer zo goed en zo snel gelopen. Met 5:41 minuten per km bij 10,59 per uur over deze loop was ik maar nauwelijks langzamer dan mijn langjarige gemiddelde over 15 km- of langere lopen. En de laatste keer dat ik sneller was, is al ruim een jaar geleden. Het geeft mij tevens het vertrouwen dat ik op een goede dag best nog wel een redelijke snelheid kan halen, ook al is een tijd als 1:16:07 (Nescioloop 6 jaar geleden) wel echt 'Andere Tijden Sport', zoals mijn maatje Peter dat immer zo plastisch weet te verwoorden.

Na onze binnenkomst was er eindelijk tijd om getweeën uit te blazen en wat te kletsen. Dat het onderwerp vooral hardlopen was, zal niemand verbazen. Zo kon ik haar wat tips geven over even leuke loopjes in de directe omgeving als deze die wij zojuist voltooid hadden. Gezamenlijk wandelden wij terug naar de plaatselijke sporthal en daar namen wij hartelijk afscheid. Hoe Sylvia erover denkt weet ik uiteraard niet, maar ik kan terugkijken op een meer dan geslaagde Geinloop: prima weersomstandigheden, zoals altijd een adembenemend mooi, afwisselend parcours en vanzelfsprekend die sublieme samenwerking met de dame die ik nog nooit eerder bewust gezien had. In je achterhoofd weet je uiteraard wel dat twee mentaal sterker en lichamelijk sneller zijn dan één. Maar als je, zoals ik, in 98 van de 100 gevallen je loopjes solo afwerkt, wil je dat nog weleens vergeten. Bij deze samenloop haalden wij in mijn beleving het allerbeste in elkaar naar boven, in ieder geval wist zij dat bij mij te bewerkstelligen. Mijn zondag kon hoe dan ook niet meer stuk en, ondanks de regen op de terugweg, de 7 km die ik nog naar huis moest fietsen leek echt een peulenschilletje. Hopelijk vind ik bij de eerstvolgende trimloop, de Gaasperplasrun, weer zo'n fijn loopmaatje.


Looptijden.nl op Facebook