Ploeteren in Amsterdam-Oost

Gepost door Arranraja op vrijdag 26 april 2019 12:55

Met mooie plaatjes ook te lezen op https://arranraja.wordpress.com/2019/04/24/ploeteren-in-amsterdam-oost/

Met de Nescioloop heb ik de laatste jaren een knipperlichtrelatie. Nadat ik van 2012 t/m 2015 jaarlijks deelnam, werd het vervolgens om het jaar. Dit omdat ik zowel in 2016 als vorig jaar door lichamelijke ongemakken verstek moest laten gaan. In 2018 waren dat trouwens de naweeën van een blindedarmoperatie. M.a.w. het zat toen in ieder geval niet tussen mijn oren maar er was sprake van een legitiem excuus. Het lijkt er inmiddels een beetje op alsof lappenmandverschijnselen in het vroege voorjaar een traditie aan het worden zijn. Want de week voorafgaand aan deze editie had ik opnieuw last van een kleine malaise. Gelukkig bleek die een hernieuwde kennismaking met deze trimloop door mijn trainingsgebied en achtertuin niet in gevaar te kunnen brengen. Met andere woorden, ik was er tijdig weer voldoende bovenop om van start te gaan op de AV ‘23-atletiekbaan.

Bijna kreeg ik dus spijt dat ik, voor mijn doen althans, in een vroeg stadium had ingeschreven. Maar op zaterdag fietste ik gewoon naar Amsterdam-Oost om daags tevoren startnummer en losse chip (die kom je alleen nog maar tegen in onze kosmopolitische metropool) in te palmen. Dat scheelde de volgende, relatief vroege, ochtend weer het staan in de rij en het te elfder ure opspelden van het nummerpapiertje. Ik kon mij derhalve concentreren op belangrijker zaken zoals tas afgeven, toiletbezoek, pakje leegdrinken, strekoefeningen en warmlopen. Zo ging ik op 14 april van start bij de 14e editie van de ‘leukste loop van Amsterdam-Oost’, zoals deze zich op de eigen website tegenwoordig afficheert. Mede door de eerder genoemde, dubbele absentie was dit helaas niet mijn 14e, maar de 12e deelname aan een door AV ‘23 georganiseerde trimloop (naast deze ook zesmaal de Middenmeerloop). Gewoontegetrouw begaf ik mij pas kort voor het startschot naar een van de vakken. Ik koos voor het achterste, dat van de meest relaxte lopers. Er was door de organisatie voorzien in een aantal pacers. Maar die van de meest bescheiden eindtijd, 1:25 minuten, leek mij mede gezien mijn nog ietwat gammele fysieke toestand een tikkeltje te rap en te voortvarend. Mijn enige plan was om rustig aan te gaan, te volharden en min of meer hardlopend de vijftien geprogrammeerde kilometers te volbrengen.

Als ik terugkijk naar tijden en snelheden, ging dat zeker tijdens het eerste deel best heel aardig. Kilometers 2 t/m 4 deed ik heel netjes binnen de 6 minuten per stuk, oftewel een tikkie boven de 10/uur. Dat lukte dus ook tijdens de vierde kilometer, toen ik voor mijn gevoel heel moeizaam de Nesciobrug beklom. ‘“De Nesciobrug is de langste fiets- en voetgangersbrug van Nederland”. Hij hangt boven het Amsterdam-Rijnkanaal en verbindt, op de gemeentegrens met Diemen, het uiterste puntje van Amsterdam-Oost/ Watergraafsmeer met het recreatiegebied Diemerpark en de erachter gelegen wijk IJburg. "Een schitterende uitdaging voor de echte loper omdat er over een lengte van 800 meter een kleine 20 hoogtemeters moet worden overbrugd” (toenmalig citaat van nescioloop.nl). Dit schreef ik ooit in mijn eerste blog over deze brug, die ik toch zeker tijdens 50 procent van mijn trainingen beklim. Het gaat wel eens vaker wat lastig brug-op, zeker als ik onderaan juist mijn duurloop ben begonnen maar nu werkten de benen naar mijn idee echt niet lekker soepel mee. Toch wel apart dat die vierde kilometer achteraf gezien nota bene de snelste van de hele rit bleek te zijn. Want de aansluitende elf stuks kwam ik helemaal niet meer onder de 6 minuten per kilometer. Sterker nog, de snelheidsmeter liep heel langzaam, maar gestaag terug.

Na het afdalen naar ongeveer Nieuw Amsterdams Peil, liep het parcours 2,5 km over wat ik steevast ‘Hermans Kattenpad’ pleeg te noemen. Een stil pad direct langs het kanaalwater. Onlangs was ik hier nog ongenood vergast op ontelbare zwermen muggen, die zo graag de geopende mond in willen duiken. Bah! Omdat er nu een frisse bries stond, waren die insecten gelukkig niet van de partij. En anderhalve week later was het daar een feest met uitbundig bloeiend koolzaad en fluitenkruid. Inmiddels had zich een redelijk vast gezelschap van voornamelijk vrouwelijke deelnemers om mij heen gevormd. Een van die dames werd in mijn beleving op dit lange, rechte eind een tikkeltje hinderlijk. Ze liep op haar dooie gemakkie voor mij, keek geregeld om en hield dan in, blijkbaar om een eveneens vrouwelijke compagnon op sleeptouw te nemen. Even later kwam ze dan weer langs mij heen. Ik was, zoals eerder genoemd, niet superfris en had alle energie nodig om voort te gaan. De lezer zal het gegeven wel herkennen dat bij vermoeidheid ergernis eerder optreedt dan wanneer men fris en monter is.

Gelukkig kwam vanuit de richting Weesp het prachtige cruiseschip met de mooie naam Grace, langzaam en statig voorbijglijden. Die witte boot ging zo traag dat een vrachtschip er langsheen stoomde. Doorgaans gebeurt dat andersom en zijn de passagiersboten rapper. Nu kon ik wat langer van Gracie in haar volle glorie genieten. Ergens aan het einde van het pad, hoorde ik twee deelneemsters zich beklagen over het feit dat de kilometerbordjes langs de route niet klopten met hun gps-gegevens. Ik verspilde er wijselijk geen adem aan, maar had intussen wel de neiging iets te roepen over Geen Precies Systeem. Anderzijds heeft deze loop Geen Gecertificeerd Parcours. Tijdens de eerste helft gaf mijn Garmin de kilometers een stuk eerder aan dat de bordjes dat deden, maar dat werd later meer gelijkgetrokken en uiteindelijk zette ik bij 14,92 km mijn registratie stil. De vraag rijst dus of wij wel 15 volledige kilometers gelopen hebben? Mijn inschatting is van niet.

Als je niet heel soepel loopt, is de klinkerweg onderaan het meest oostelijke stukje Diemerzeedijk extra lastig. Ik loop überhaupt niet heel graag op deze ondergrond en als je dan ter linkerzijde boven je de snellere deelnemers ziet voortgaan die het fort reeds hebben gerond en op de terugweg zijn, dan is het even slikken en doorbijten. Onder die deelnemers waren wel twee stellen pacers voor wat rappere eindtijden, dus zo’n drama was het eigenlijk niet. Maar toch! Zelf zag ik aan het begin van die terugweg de langzaamste participanten met in hun kielzog de bezemfietser, vanaf de klinkers de dijk opkomen in de richting van het fort dat ik reeds achter mij gelaten had. Dat was dan wel weer een opbeurend momentje. Het hielp ook bij het verwerken van een eerder akkefietje. Toen ik ruim langs de drinkpost aan de achterkant van Fort bij Diemerdam liep, voelde ik plots iets mijn achterste voet aanraken. Direct daarop hoorde ik: ‘‘Sorry meneer!’. Het bleek dat de vrouwelijke metgezel van de eerder genoemde irritante dame te dicht achter mij langs, richting de waterpost was gestoken. Het was gelukkig slechts een lichte aanraking maar voor hetzelfde geld had deze loopster mij echt pootje gelicht en was ik vol tegen de klinkers gegaan. Dat had van alles kunnen betekenen: kneuzingen, botbreuken, bloedbaden, misschien wel einde oefening voor deze loop. Niet vreemd dat ik behoorlijk gebelgd, om niet te zeggen verontwaardigd was over de actie van de dame. Ik weet zeker dat ik op z’n minst een mopperend geluid heb laten horen. Het kostte derhalve even tijd om het voorval definitief achter mij te laten.

Eenmaal op de dijk zag ik eindje verderop Gilbert lopen. Deze broer van een oud-collega is doorgaans een stukje sneller dan ondergetekende. Dus het verraste mij om hem in zicht te krijgen en daarbij tevens het idee te hebben dat ik de afstand tussen ons kleiner zag worden. Het damesduo en hun eeuwige schaduw, zijnde een zwijgzame, derde loopster, was inmiddels langs mij heen geschoven. De vrouw die mij al eerder ergerde, presteerde het daarbij om honderduit te kletsen tegen haar metgezel. Terwijl ik echt alle adem nodig had om de schwung er nog enigermate in te houden, was mevrouw maar aan het ouwenelen. En intussen gingen zij ook nog eens doodleuk afstand van mij nemen. Daarnaast bleek Gilbert nu toch van mij weg te lopen. Kortom, gevoegd bij het feit dat het rennen allengs zwaarder ging, was ik niet bijster geamuseerd. En wij bevonden pas op circa de helft van het 15 km-parcours!

Het feit dat ik hier ieder stukje asfalt als mijn broekzak ken, hielp mij niet in het gewenste tempo te volharden. Laat staan er een schepje bovenop te gooien teneinde in de voetsporen van de beschreven medestanders te volgen. Tijdens kilometer 8 haalde ik nog slechts 9,58/uur. Nummers 9 en 10 gaven zowaar een kleine, zij het relatieve, opleving te zien met 9,76 en 9,82/uur. Daarna werd het volhouden en harken geblazen met een snelheid van slechts net iets boven de 9,5/uur. Mijn hartslag zat dan ook al een tijdje, voor wat de polsmeting waard is, ruim boven de 160. Ik zag de genoemde dames langzaam maar zeker steeds verder weglopen en uit het zicht verdwijnen. Langs mijn oefenstrandje en enigszins heuvel-op hield ik het nog wel vol. Bij de IJburgse Hockeyclub was een groot springkussen te zien en er schalde luide muziek. Daarna kreeg ik de neiging om een stukje te gaan wandelen maar kon die in ieder geval onderdrukken en uitstellen tot na de retourpassage van de Nesciobrug. Eenmaal dat obstakel bedwongen hebbende, besloot ik al spoedig toch gewoon door te bijten en te blijven hobbelen. Er dienden tenslotte nog maar 3000 meters verhapstukt te worden. Kortom, het helpt echt om in blokken, kilometers of delen van het parcours te denken in tijden van vermoeidheid en defaitisme. En op die manier overwegingen tot wandelen of stoppen telkens naar voren te schuiven.

De voorlaatste kilometer over Sciencepark, door de tunnel onder het spoor en Sportpark Middenmeer weer op, was weliswaar een vlakke. Maar ik wist nog maar net boven de 9/uur uit te komen en zat er hier echt korte tijd compleet doorheen. Het keiharde, alles doordringende geluid van de brullende motorfiets die precies tegelijk met mij de spooronderdoorgang passeerde, teisterde mijn oren en vermoeide hoofd zeer zwaar. Ik had de bestuurder van die herriebak op dat moment echt iets heel onaardigs willen aandoen! De laatste, naar het zich dus laat aanzien onvolledige, kilometer vond ik tóch nog wat onvermoede brandstof helemaal onderin mijn reservetank. Ik zag geen mededingers direct achter mij en dat wilde ik tot en met de eindstreep zo houden. Zowaar slaagde ik er in nu weer een snelheid van 9,7/uur uit het vermoeide lijf te persen. Tussen de sportvelden door ploeterende, zag ik Gilbert op de baan zijn laatste driekwart ronde afleggen. Nog steeds zonder nekhijgers belandde ik ook op het kunststof en ging zo goed en zo kwaad aan. Ik hoorde de speaker mijn naam noemen en kwam solo over de matten, waar ik na 1:31:50 mijn klokje stilzette.

De chip werd direct van mijn schoen geknipt en een vaantje werd mij in de handen gedrukt. Ik had het volbracht en kon gaan uitblazen en een beetje uitwandelen. Ik sprak kort met Gilbert, haalde mijn tas op en nam in de vochtig-warme kleedkamer alle tijd om bij te komen en om te kleden. Tijdens de daaropvolgende wandeling huiswaarts, was ik alweer enigermate hersteld maar ik had thuis een fikse hoeveelheid hete pleur nodig om verder bij de mensen te komen. Wel had ik voor de achtentachtigste keer een trimloop succesvol voltooid. Tot nu toe slechts één enkele keer moest ik door een spierblessure een loop voortijdig verlaten. Trimloop nummer negentig staat binnenkort reeds op het programma, als ik bij de naburige Roze loop, ook voor de zesde keer, acte de présence ga geven. Na een paar trainingslopen waarbij het gelukkig weer een stukje soepeler ging, heb ik daar veel zin in. Ik ga daar opnieuw 15 km verhapstukken en zal dan iets rapper moeten zijn dan bij de hierboven beschreven buurloop. Naar verluidt sluit men in Amsterdam-Zeeburg namelijk de finish reeds 90 minuten na de start. Eigenlijk heb ik dan een Peter de Haas nodig om mij vóór die tijd binnen te loodsen.


Looptijden.nl op Facebook