Martelaarschap op de Marktstraat

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 9 oktober 2018 02:28

Aanstaande zondag 14 oktober staat voor deze Goudse tobatleet de Halve van Eindhoven op het programma. Op zich is dit voor U een verheugend en tot grote opwinding stemmend feit, ik snap het, edoch: ik moet iets bekennen. Na de qua tijd beschamende Halve van Amsterdam van oktober 2017 had ik de 21 kilometer niet meer aangetikt. Echt waar. En zelfs niet in de buurt ervan. De Zevenheuvelenloop van november 2017 en de Dam-tot-Damloop van 2 weken geleden kwamen qua afstand nog enigszins in de richting. Tezamen met een enkele 15km duurloop met mijn vrienden van de Goudse Runners was dat het echter wel. Geen ideale voorbereiding dus voor het Eindhovense festijn. Dat deed ik vroeger wel anders.

Een halve marathon was voor mij altijd een beproeving die uiterst minutieus en grondig diende te worden voorbereid. Hierbij moest – zo vond ik – de 21K zo tegen het eind van de trainingsperiode tenminste éénmaal worden gelopen. Non-stop. Deze verantwoorde wijze van voorbereiden leidde overigens niet in alle gevallen tot het gewenste succes. Zo trainde ik mij in 2013 gedurende een bloedhete zomer te pletter op een HM-schema dat door één van mijn Goudse Runnerstrainers speciaal voor mij was vervaardigd. Resultaat: ik zakte uiteindelijk in Amsterdam verschrikkelijk door het ijs met een eindtijd die maar liefst 18 minuten boven de beoogde streeftijd lag. Maar er waren ook betere uitvoeringen, vooral in de aanloop naar mijn eerste en vooralsnog enige marathon: die van Leiden in 2016. Als U bladert door mijn prietpraat-archief zult U de gloedvolle verslagen ervan ongetwijfeld tegenkomen. Een aanrader voor de verstokte fan.

Door de gebrekkige voorbereiding op Eindhoven liet ik mij uiteraard niet uit het veld slaan. Zo kalm en bedaard ben ik in de loop der jaren wel geworden. En kijk: de agenda voor het afgelopen weekeinde bood nog een piepklein gaatje voor een flinke duurloop. En omdat ik enigszins lijd aan motivatiegebrek om solo die duurlopen te verhapstukken (bron: Arranraja) liet ik mijn oog begerig glijden over de hardloopkalender van Looptijden. Daar was ie al snel gevonden: de Langs de Gouweloop in Waddinxveen die dit jaar zijn 50e editie ging beleven. De atleet mag hierbij kiezen uit drie afstanden: 5, 10 en (jawel!) 15 kilometer. Dit was voor mij uiteraard een lot uit de loterij: georganiseerd 15km wegbuffelen, en dat op een steenworp afstand van Gouda, het klonk bijna te mooi om waar te zijn.

De online inschrijving afgelopen vrijdag was razendsnel geschied. Vanwege de jubileumuitgave van deze loop zou de atleet voor een luttele 8 Euro naast het startnummer óók nog een kanariegeel hardloopshirt krijgen met daarop de vermelding van alle sponsoren, èn natuurlijk die van de organiserende atletiekvereniging SC Antilope. Wát een naam, geniaal. Die krijgt van mij een stipnotering in de Canon van Absurde Naamgevingen. Laugh-out-Loud Funny!

Wel moet ik wat ernstigs kwijt over deze Langs de Gouweloop. Vier jaar geleden liep ik deze loop ook, maar het verschil met tegenwoordig is dat toen inderdáád een stuk langs de Gouwe werd afgelegd. Tijdens de editie van 2018 – zo zag ik op de parcourskaart – zouden wij niet eens in de buurt van deze gekanaliseerde rivier komen. U weet het vast: de rivier waaraan mijn woonplaats zijn naam ontleent. Of is het juist andersom?

Ik vind dat zo langzamerhand wel een beetje kwalijk worden, al die lopen die hun naam niet waarmaken. Ik licht dit toe aan de hand van een aantal lopen die ik dit jaar volbracht:

  • Reeuwijkse Plassenloop, dit moet zijn: Reeuwijkse Plasloop. Immers: slechts één van de 13 plassen wordt gerond
  • Midzomerloop, dit moet zijn: Vroegzomerloop. Early July, daarom
  • Goudse Nationale Singelloop, dit moet zijn: Goudse Nationale Straten- en Steegjesloop. Trouwens, waarom die loop in vredesnaam Nationaal wordt genoemd: het is mij een compleet raadsel
  • Dam-tot-Damloop, dit moet zijn: Prins Hendrikkade-tot-Peperstraatloop

U ziet het: voorbeelden te over. Overigens, de correcte naam voor de Langs de Gouweloop anno 2018 moet zijn: Oersaaie Waddinxveense Winkelcentrum-, Industrieterrein– en Woonwijkenloop. Want het moet gezegd worden: het 5 kilometer lange parcours van dit hardloopfestijn spreekt op geen enkele manier tot de verbeelding. En al dat fraais ging ik maar liefst 3 maal passeren om mijn benodigde 15 kilometertjes bij elkaar te sprokkelen. Enfin we moeten hier ook niet te lang over zeuren, toch? De weersvoorspellingen gaven in ieder geval een positief beeld: maximaal 15 graden, en droog. Dat deed mijn hardloophart toch weer juichen in zijn kastje. Ik had er zin in!

Om een uurtje of twaalf op deze Dag des Heeren vertrok ik in een boemeltje naar het nabijgelegen Waddinxveen. Twee andere lopers waren al aan boord toen ik de trein betrad: een jong stel dat geanimeerd in het Duits aan het kletsen was. Ik zal ze in de rest van dit verhaal maar Helmut en Lotti noemen, OK? De echte namen van dit koppeltje zijn bij de redactie bekend maar kunnen aldaar helaas niet ontfutseld worden.

Helmut en Lotti liepen met mij mee vanaf het stationneke van Waddinxveen naar de start- en finishlocatie op de Marktstraat, en vervolgens naar Sporthal De Dreef dat iets verderop gelegen is. Op weg naar De Dreef kwamen we door een afzichtelijk winkelcentrum dat hier enige jaren terug is neergepoot. Overigens: heel Waddinxveen is afzichtelijk, ik kan het niet anders zeggen dan dat. Anno 2018 krijg je met deze opmerking dan haatmails, dreigbrieven en ontvriendingen, maar dat moet dan maar. Trouwens: die brave Waddinxveners kunnen er ook niets aan doen. Het zijn de projectontwikkelaars, gesteund door de plaatselijke politiek, die er zoiets lelijks van maken.

Helmut ging vandaag een 10 kilometer lopen ter voorbereiding/tapering op de Marathon van Eindhoven, Lotti ging net zoals ik de 15 kilometer tackelen, zij het dat zij dit deed als opmaat voor de Halve van Amsterdam. Bij de sporthal aangekomen liet ik ze weer met rust en ging ik op mijn gemakje mijn startnummer plus shirt ophalen.

Voordeel van deze niet zo massale lopen is dat het heerlijk rustig toeven is in zo’n sporthal. Bij bijvoorbeeld de Halve van Egmond, of de Amsterdamse Marathon, is het altijd een gigantische puinbak, die nog verergerd wordt door oorverdovende dreunende muziek met vele honderden beats per minute. Voor een meditatief ingesteld persoon als ik is daar geen aardigheid aan. Je kan maar zoveel hebben tenslotte. Hier in Waddinxveen was het echter een oase van sereniteit, waarin ik uitstekend gedijde.

Eén van de vrijwilligers van dienst vertelde mij dat er slechts 60 voorinschrijvingen voor de 15K waren ontvangen, waarvan slechts een handjevol vrouwen. Dat laatste was wel een hevige teleurstelling, ècht even slikken en een traantje wegpinken, maar ik vermande me snel. In alle rust monteerde ik mijn startnummer op mijn rode Singelloopshirtje, ik bracht de doping ditmaal onversneden in en deed een aantal zenuwenplasjes in het daartoe bestemde toilet. Buiten liep ik even wat in, maar omdat het wat aan de frisse kant was vluchtte ik al snel de sporthal weer in. En verder mediteerde ik er weer lustig op los volgens het beproefde en in het voorgaande kletsverhaal beschreven recept.

Geduldig wachtte ik op nog een vijftal Goudse Runsters, die per fiets naar Waddinxveen zouden afzakken om de 5 kilometer weg te gaan bikkelen. Deze dames, genaamd Bernadet, Ceciel, Karin, Ria en Thea (in willekeurige, maar stomtoevallig alfabetische volgorde) gingen een half uur na mij starten. Dit gegeven hadden Karin en ik tijdens de laatste zaterdagtraining na een blik in het programmaboekje uitgevogeld. Nog net voordat ik mij naar het startvak moest begeven voor mijn race kwamen de vijf avonturiersters binnengedruppeld om hun startnummers in ontvangst te nemen. De begroeting was uiteraard allerhartelijkst, en ze beloofden mij dat ze na hun race zouden wachten om mij te zien finishen. Lucky me!
Op de startlocatie was het behoorlijk fris; de wind waaide volop tussen de hoge gebouwen van het oerlelijke winkelcentrum. De Garmin had bijtijds een satelliet aangezwengeld, zodat het uurwerkje weer paraat stond om mijn verrichtingen te registreren. Het startvak vulde zich langzaam maar zeker met de Helden van de Vijftien Kilometer. Het publiek stond bewonderend te kijken naar al die dappere prachtatleten. Nou ja, in mijn fantasie toch in ieder geval.

De omroeper van dienst had voor ons een belangrijke mededeling in petto. Het parcours had een lengte van precies 5 kilometer. Dat betekende dus voor ons - zo wist hij met wiskundige precisie te vertellen - dat wij 3 ronden moesten gaan lopen. En de na ons startende 10km-lopers moesten 2 rondjes doen. We werden er stil van, zeker omdat de brave man ons dit wel tot drie keer toe op het hart drukte. Heerlijk die plaatselijke lopen! Om klokslag 13:46 klonk het verlossende startschot en gingen wij op pad.

Spannend, zo’n eerste ronde als je er nog nooit eerder hebt gelopen. Na 100 meter verdwenen we een plantsoen in, langs een kleine speeltuin. Hier liepen de nodige kinderen en ouders hopeloos in de weg. Eerste tip voor de organisatie: om dat plantsoen heenlopen voortaan. Na het speeltuintje wachtten enige honderden meters pad met los grind erop gestort. Nog een tip voor de organisatie: al het grind weghalen voordat je ons er overheen laat hardlopen, graag.

Het zal U niet verbazen: intussen had ik uit het handjevol vrouwelijke deelnemers twee dames met blonde paardenstaarten geselecteerd om mij op deze barre tocht te vergezellen. Lotti, die van meet af aan naast mij liep, was de eigenares van de ene paardenstaart. De andere paardenstaart behoorde toe aan een vrouw die met twee mannelijke collega’s een meter of 30 voor ons uitliep. Mijn tactiek voor de eerste kilometers was duidelijk. Samen met Lotti dat gat naar dat groepje dichten, en wel zodanig dat zowel zij als ik niet over de schreef zouden gaan. Tenslotte was het voor ons beiden slechts een trainingsloop voor de halve marathon een week daarna.

Na ongeveer een kilometer passeerde het peloton de sporthal en spoedden wij ons richting het oersaaie industrieterrein. Goh wat was het jammer dat we niet meer zoals vroeger langs de Gouwe en het Gouwebos liepen, in een veel inspirerender omgeving. Maar enfin. Lotti volgde vastberaden in mijn kielzog terwijl ik stukje bij beetje het gat naar onze drie voorgangers dicht liep. Ik zag dat de twee mannen in dat gezelschap uiterst gemakkelijk en ver onder hun kunnen liepen, terwijl hun vrouwelijke collega al flink aan het harken was. Daar zou ik niet zoveel aan hebben, bedacht ik mij met enige teleurstelling. Desondanks hield ik stug vol en even voor het 4km-punt namen Lotti en ik het trio te grazen. Dit was voor de twee heren het sein om fors te versnellen, een versnelling die ik domweg niet wilde beantwoorden. En dus liep ik daar ineens met twee blondines rond.

Na ongeveer 4.5km passeerden wij Sushi-restaurant Nikko. En néé: ik heb geen aandelen in die toko, maar já: ik kan U dit etablissement van harte aanbevelen voor het geval U een keer in Waddinxveen verdwaald raakt. Want wat moet een mens anders in dit dorp? Verdomd goeie plek om een chopstickje weg te prikken. Daarover gesproken: ik las ergens dat er eetbare eetstokjes worden ontwikkeld om in de plaats te komen van de houten exemplaren. Men had bedacht dat indien we voor die ruim 2 miljard Aziaten, die allen driemaal daags eten mèt houten wegwerpstokjes, al het bos in deze wereld zouden moeten omkappen, we toch op een gegeven moment een probleem zouden krijgen. Het doet mijn milieubewuste inborst goed dat daar eetbare alternatieven voor worden gevonden. Hulde.

Maar dat alles geheel terzijde. Nog voor de doorkomst na de eerste ronde was de zojuist opgeveegde paardenstaart gelost op een venijnig klimmetje. Lotti en ik kwamen door in een behoudende tijd van 28:50. Opnieuw moesten wij ons begeven naar het plantsoen waarover ik zojuist zo afkeurend schreef. Daar aangekomen hoorden wij het startschot lossen voor de 5 kilometer: mijn vijf Goudse Runsters waren nu ook op weg voor hun beproeving.

Na 100 meter grindpad stond er een drankpostje ter linkerzijde. Weer een foutje van de regie. Precies op die plek kwamen hele horden 5km-lopers voorbij stampen die totaal nog geen behoefte hadden aan een bekertje water. Dat hield de 15km-lopers, die immers snakten naar een versnapering, enorm op. De tip voor de organisatie is dus: die drankpost ter rechterzijde posteren, dan kunnen al die snellere lopers links passeren.

Na deze onverkwikkelijke gebeurtenissen moesten Lotti en ik de concentratie ijlings herstellen. Tot onze onuitsprekelijke vreugde vonden wij een nieuw mikpunt in de verte. Een geheel in het zwart geklede mannelijke 15km-loper (hierna te noemen: Man in Black) was zo te zien iets te snel gestart en leek bezig dit in de tweede ronde te bekopen. Net als in de eerste ronde was het strijdplan simpel in al zijn eenvoud. Heel beheerst zouden wij deze dappere krijger gaan opvegen, zonder daarbij tot het uiterste te gaan. Een ultieme beproeving voor het geduld, maar zo moest het spel gespeeld worden.

Na ongeveer 7 kilometer raakte mijn metgezellin in alle staten van opwinding. Helmut kwam met een noodgang voorbijgestoven in zijn tweede en laatste ronde van de 10 kilometer. En zo te zien was hij aan het wedijveren voor de ereplaatsen. Vervolgens kwam een bekende van mij voorbij. Het was Everdien, die mij ooit bij de Halve van Amsterdam vergezelde, en die dit jaar ook in Haastrecht en Leiderdorp samen met haar partner Matthijs acte de présence gaf. Tegenwoordig wonen ze in Alphen aan den Rijn, niet ver van het strijdtoneel. Zij deed de 5 kilometer en had er aardig de sokjes in.

Het begon voor ons beiden wel een beetje zwaar te worden. Het was warmer dan gedacht onder die blakerende zon. Mijn hartslag zat aan de hoge kant en ik voelde mij licht hongerig. Mogelijk had ik iets te weinig gegeten van tevoren en had ik er nog een tweede banaan in moeten jassen. We kachelden nog wel ijverig door, en we wonnen langzaam maar zeker terrein op de Man in Black. Op het 9km-punt hadden we hem dan eindelijk te pakken, en konden we even op adem komen achter zijn brede rug. Op 9.5 kilometer kwam dan de eerste Goudse Runster Thea voorbij in haar woeste versnelling om haar 4 strijdmaksters voor te blijven. Ze meldde dat ze het heel zwaar had, en ik moedigde haar nog even aan voor de laatste honderden meters. Zelf had ik heel eventjes spijt dat ik niet ook lekker kon finishen, maar in plaats daarvan nog een volle ronde moest doorploeteren.

Op de venijnige klim moest Lotti eerst lossen, even later gevolgd door de Man in Black. Bij de doorkomst na 10km (in 57:44), waar ik dus even alleen was, werd mijn naam omgeroepen door de speaker van dienst die mij enigszins meewarig toevoegde dat ik nog één ronde te gaan had. Dat brak iets in mij. Ik had het zoals gezegd al niet te breed, en ik kreeg dringend behoefte aan het gezelschap dat ik zojuist tijdens de beklimming gelost had, om maar die laatste ronde door te komen.

Vlak voor het plantsoen hield ik even in om op de Man in Black te wachten. En zo gingen wij samen de laatste 5 kilometer in, waarvan wij wisten dat het een monsterbeproeving zou worden. Lotti liep nog een stuk verder achter ons, maar ja we konden ook niet gaan stilstaan. De Man in Black en ik keken elkaar aan, en hij sprak de legendarische woorden ‘Opgeven zullen we nooit’. Ik vergat even mijn sores en glimlachte breeduit. Ver voor ons liep een mikpunt: een in een geel shirt gehesen loper bij wie het vlammetje langzaam maar zeker leek uit te doven. Daar konden we ons eens mooi op gaan richten!

Zuchtend onder de stralen van de onbarmhartige zon kregen wij het steeds zwaarder. In eerste instantie moest mijn kompaan langzaam maar zeker lossen. Ik had een cadans gevonden waarmee ik mij door die zware kilometers heen sleepte. Ook waren er hier en daar nog wat verdwaalde lopers op het parcours die konden worden opgeraapt. Lotti, zo zag ik, volgde niet ver achter ons in iets wat ook wel op een cadans leek. Mijn zwartgeklede medeloper leek zich iets onregelmatiger voort te bewegen.

En toen gebeurde het. Na bijna 14 kilometer veranderde mijn licht hongerige gevoel in een serieuze hongerklop. Even moest ik verschrikkelijk in de ankers – en dat gaf de Man in Black de gelegenheid om weer langszij te komen. Na wat bemoedigende woorden zijnerzijds (“na de finish ligt er een banaan voor je”) vervolgden wij samen onze weg. Maar ik was nu wel aan het eind van mijn Latijn.

Gesloopt maar vol goede moed begonnen we aan de laatste loodjes van deze toch behoorlijk zware tocht. De laatste klim richting de finish was echter te veel voor mij. De Man in Black liep schijnbaar moeiteloos van mij weg en passeerde de 15km-loper in het gele shirt op wie wij al de gehele laatste ronde gejaagd hadden. Ik moest – helaas - in een wat lager tempo die col op. Met kleine pasjes, zo regelmatig mogelijk ademend, en wetend dat de finish nabij zou zijn.

De verrassing kwam tijdens de laatste meters op de Marktstraat. Vijf Goudse Vrouwen juichten mij vol hartstocht toe alsof ik de 15 kilometer aan het winnen was. Geweldig! Een ongekend maar prachtig huldebetoon dat mij uiteraard hevig emotioneerde maar wèl de kracht gaf om er nog een heel klein sprintje uit te persen. Vermoeid maar voldaan passeerde ik de finishmatten in een netto tijd van 1:27:28. Wat een heerlijk gevoel was dat. Dit is dus het ultieme martelaarschap! Eindelijk weet ik wat dat begrip inhoudt: door vijf vrouwen over de finish gedragen worden na al die buitenaardse inspanning. Nou ja, in ieder geval dan toch door hun geluidsgolven en hun ongebreidelde enthousiasme. What a way to finish, what a way to go.

Even later konden we ook Lotti begroeten, die blij was met haar prestatie, en die nog blijer werd toen ze hoorde dat haar Helmut in de prijzen was gevallen op de 10 kilometer. En zo kende deze loop louter winnaars. Mijn vijf hardloopvriendinnen hadden allen lekker gelopen en waren tevreden met hun resultaat. Geanimeerd kletsend wandelde het hele gezelschap terug naar Sporthal De Dreef. Lotti vertelde mij hoe prettig ze al het haaswerk had gevonden, ondanks het feit dat ze aan het eind van de tweede ronde enigszins had moeten afhaken. Helmut stond te glimmen met een grote bos bloemen, hem van organisatiewege uitgereikt ter ere van zijn prestatie. Mind you: 36 minuten over de 10 kilometer! Ook zijn trainingsloop was buitengewoon geslaagd geweest.

Gezellig keuvelend met mijn twee Duitse hardloopcollega’s reisde ik van Waddinxveen weer terug naar Gouda. Zij gingen van daaruit nog door naar hun woonplaats Den Haag, waar zij beiden studeren. Wij wensten elkaar onnoemelijk veel succes met de beproevingen van het volgende en dááropvolgende weekeinde, in Eindhoven resp. Amsterdam. Inmiddels was het kwart voor vier des middags op deze fraaie zondag. Voldaan sjokte ik naar huis, langs grote hoeveelheden in het zwart gestoken kerkgangers. Want ook die hobby wordt in Gouda en omstreken vol overgave gebezigd.


Looptijden.nl op Facebook