Lopen en lopen

Gepost door Freddy de Bree op maandag 18 januari 2010 04:21

Hij was gevangen genomen en moest naar het kamp.

Ver achter de linies van de vijand kwam hij in een kamp met andere sympathisanten. Hij was nog veel te jong om achter steen en prikkeldraad te verdwijnen. Te jong om te sterven, maar te oud om vrij te laten.

De uitkomst van de oorlog was nog zeer ongewis op dat moment. Misschien daardoor waren alle partijen net zo verdeeld als het land zelf. Vriend en vijand waren overal, maar nooit bewust van elkaar.
Het kamp was een doorn in het oog van de vijand. Wat moesten ze immers met de groeiende horde gevangenen?, zo vroeg hij zich af. Het was sterven van de ondervoeding of weggevoerd worden uit dit kamp naar, ja waar naartoe eigenlijk? Want wekelijks werden er enkelen aangewezen bij het appèl, maar onduidelijk was waarvoor, want je zag ze nooit meer terug.

Op een dag was het zijn beurt. Hij hoorde zijn naam en het zweet brak hem uit. Zoals opgedragen liep hij naar voren. Daar zat achter een tafeltje een soldaat, die zijn identiteit zou controleren. Achter de soldaat stond de bevelvoerende officier, die hem aandachtig monsterde. Hij zocht er niks achter, want dat deed de officier vast bij elke opgeroepen gevangene.

Maar, hij en de officier verloren hun ernstige blikken en er was iets van verrassing en ook voorzichtige blijdschap in gekomen. Hij werd gewenkt door de officier om bij hem te komen. Ik herken jou! Wij komen uit hetzelfde dorp! Ik wil dat je iets voor mij doet. Breng een brief voor mij naar mijn zwangere vrouw en vertel haar dat ik veilig ben en dat ze zich geen zorgen hoeft te maken. Neem deze ring mee als bewijs. Hoe het de officier gelukt was, weet hij niet, maar hij mocht vertrekken met ring en brief.

Zo vertrok hij. Naar het dorp van hem en zijn officier. Een marathon van bijna 600 km! Onderweg klopte hij bij de mensen aan om eten en gaf nooit op om zijn belofte in te kunnen lossen van de brief en de ring. De belofte was zo'n sterke drijfveer, dat hij nooit de ring te gelde maakte en altijd door bleef gaan naar de linies en het dorp. Eenmaal in het dorp aangekomen ging hij regelrecht naar het huis van de officier en trof daar inderdaad zijn zwangere vrouw aan. De ring was genoeg om haar te overtuigen. En zo overleefde hij de oorlog.

Opa is nu meer dan 90 jaar oud. Tot voor kort wandelde hij ELKE dag een "schamele" 2 uur van 6 tot 8 uur 's morgens. Dan hebben wij vaak niet meer dan een ontbijt achter de rug! Om van het weekeinde nog maar niet te spreken, want dat waren voor opa natuurlijk dagen als elke andere dag.

Opa kan dat nu niet meer, niet omdat hij niet kan, maar omdat oma - die dus (ook!) 2 uur liep - niet meer kan. Hij loopt nu minder, maar blijft toch zijn best doen om te lopen, zodra de thuiszorg komt om zijn vrouw gezelschap te houden.

Onze langeduurlopen zijn ook gauw anderhalf tot twee uur. Als het me af en toe wat te lang duurt en te langzaam gaat, dan denk ik aan opa.


Looptijden.nl op Facebook