Leuk gehad in Lampegat

Gepost door Peter de Haan op donderdag 18 oktober 2018 02:38

Drommels wat was het grillig, het verloop van de weersvoorspellingen voor zondag 14 oktober, de tweede dag van het Eindhovense Hardloopfestijn. De vorsers van De Bilt voorzagen weliswaar allang een hoogzomerse temperatuur van rond de 25 graden, maar de neerslagkansen veranderden van dag tot dag. En ook onderling konden de weerkundigen van de diverse meteorologische instituten geen overeenstemming bereiken over de weerstoestand in Eindhoven op die dag. En ja, op wie of wat moet je je dan verlaten als argeloze atleet?

Afgelopen zondag om 8 uur bleek pas echt hoe het zat met dat weer. De zon wierp zijn felle stralen omlaag richting mijn kalende bolletje, de temperaturen schoten met wedstrijdtempo de hoogte in, en van enige bewolking - laat staan regen - zou vandaag geen enkele sprake zijn. Daarbij moet bedacht worden: nu was ik nog in Gouda, maar in Eindhoven zou het nog wel een paar graadjes erger worden. Onverdeeld enthousiast was ik over dit alles niet: mijn vege adonissenlijf kan een dergelijke warmte steeds minder goed velen, en zeker als datzelfde lijf zich aan een lange duurloop waagt.

Lange duurloop? Uiteraard een understatement van jewelste, want vandaag zou ik voor het eerst dit jaar een halve marathon verhapstukken (bron: Arranraja). Een afstand die ik sinds de halve van Amsterdam in oktober 2017 niet meer had gelopen. Een gruwelijke uitdaging dus, waarbij het gezien de tropische omstandigheden zaak zou zijn om het lichaam gedurende de hele loop te koelen, zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant.

Om op dat laatste optimaal voorbereid te zijn had ik zaterdag in de aan de Goudse Runners gelieerde atletiekwinkel een diepte-investering gedaan. Voor het luttele bedrag van 3 Euro 40 voorzag ik mij van twee (zegge: 2) flesjes die ik in een gordeltje gedurende een uur of twee met mij zou mee zeulen. Uiteraard volgetankt met een explosief mengseltje van sportdrank en water: het elixir dat mij door de Halve heen ging helpen. Dat dacht ik althans.

De Halve van Eindhoven dus, en dat voor de eerste keer in mijn hardloopbaan. Voor mij een nieuw en onontgonnen terrein derhalve. U moet weten dat Eindhoven, maar eigenlijk heel Noord-Brabant, in mijn ogen één grote blinde vlek is. De provincie is voor mij nooit meer geweest dan een doorgangszone. Naar Zeeland, waar mijn toenmalige schoonfamilie vandaan kwam. Naar Limbabwe met zijn heuvels en grotten en het Bourgondische Maastricht. Naar België en Frankrijk, waar het leven nog veel beter is dan in het Brabantse land. Ik weet het: deze riedel mijnerzijds zal me wel weer veel haatmails, ontvriendingen en moties van afkeuring of zelfs wantrouwen opleveren, maar soit.

Nog meer bekenden gingen hun kunsten vertonen in Eindhoven. Collega-bloggers Jaco en Cristian gingen beiden op voor de tweede marathon in hun carrière. Bovendien kwam de in het vorige kletsverhaal gememoreerde Helmut hier de hoofdafstand afraffelen. Binnen de drie uur, zo was zijn bedoeling, speciaal voor zijn Lotti. En ook Goudse Runners-loopmaat Nico van de zaterdaggroep zou de barre tocht naar de lichtstad gaan ondernemen om zijn goede vorm op de Halve waar te maken.

Jaco en Cristian in levenden lijve ontmoeten zou buitengewoon moeilijk zijn, zo hadden wij tevoren al vastgesteld. De start van de hele marathon zou om 10 uur zijn, die van de halve pas tussen 13:30 en 14:00 uur. En omdat start- en finishplaats ook nog eens een eind uit elkaar lagen gingen we er maar vanuit dat we elkaar niet zouden treffen. Jammer maar helaas. Wel zouden we elkaar zoveel mogelijk appsgewijs op de hoogte houden van onze wederwaardigheden. Daarmee bedoel ik: de speciale Eindhoven Marathon-app voor de vorderingen tijdens de race, en Whatsapp voor alle belevenissen ervoor en erna.

Even voor tienen verlieten Elfriede (mijn lief) en ik ons gezellige stulpje op weg naar het Goudse Station. Ik mocht mij verheugen in haar prachtige vrouwelijke gezelschap omdat wij samen een bezoek gingen brengen aan Clini, een vriendin van ons die vlak bij het finishtoneel in Eindhoven woont. Vanwege de aangescherpte privacywetgeving heb ik haar naam gefingeerd opdat niets, maar dan ook niets, tot haar persoon te herleiden valt.

Onderweg naar Eindhoven vulde de trein zich met hardlooptoeristen. In ’s-Hertogenbosch kwam een jonge vrouw tegenover ons zitten die vertelde dat zij in Eindhoven studeerde en in het kader daarvan zich onder andere bezig hield met het design van de Eindhoven Marathon-app voor de editie van 2019. In het increment voor volgend jaar zouden de mogelijkheden voor het publiek (dus de niet-lopers) op de app verruimd worden. Onder andere hield dit in: het beter kunnen volgen van hun dierbaren middels de GPS-tracking, maar ook het informeren over interessante plekken langs het parcours waar men meer zou kunnen doen dan alleen maar die eindeloze stromen hardlopers langs zien komen. Dus: waar op het parcours zijn allemaal leuke activiteiten, waar vallen er mogelijk Pokémonnetjes te scoren etc. Buitengewoon interessante materie, ook voor de business analist die ik nou eenmaal ben. Hoe stel je al je stakeholders tevreden, that’s the question. Leuk om die jongelui daar zo inventief en creatief mee bezig te zien zijn (sprak de ouwe lul).

Op het station van Eindhoven was het een drukte van belang. Van alle uithoeken van het land stroomden de atleten voor de halve marathon binnen. En omdat wij nou eenmaal niet zo van drukte houden, mijn vrouw en ik, bewogen wij ons snel het stationsgebouw uit richting het stulpje van Clini in de binnenstad. Om daar te komen moesten wij het parcours oversteken, een parcours waar vele puffende en zwetende marathonlopers doorkwamen, op ongeveer de helft van hun lijdensweg. Ik kan er inmiddels (2.5 jaar na dato) niet meer over uit dat ik ooit die monsterafstand heb kunnen lopen. Hoe is het in Godsvredesnaam mogelijk. Vandaag zou de halve afstand al een grote marteling worden, zo bedacht ik mij in de steeds groter wordende hitte in de Eindhovense binnenstad.

Na een korte wandeling kwamen wij bij Clini aan. Na een allerhartelijkste begroeting leidde zij ons met vaste hand naar haar riante achtertuin, waar wij gezeten aan de cappuccino en wat lekkernijen gezellig keuvelden over sapvastkuren en in de prak gereden auto’s. Intussen bracht ik mijn doping in, weggespoeld met wat hete kippenbouillon, en ging ik mij even later discreet binnen omkleden. Mijn grote Eindhovense Avontuur zou gaan aanbreken!

Twijfels over de kledingkeuze waren er uiteraard nauwelijks. Er was alleen nog een tweestrijd tussen twee singletjes: de zwarte flinterdunne of de rode ietwat dikkere. Moeilijke keuze, want zwart houdt de warmte lekker vast. Toch ging de overwinning naar het zwarte singlet: vandaag zou ik – in tegenstelling tot vorige week in Waddinxveen – zèlf de Man in Black zijn. De zo zorgvuldig ingepakte en meegenomen waterflesjes bleven in de tas zitten: ik was zo stom geweest de gordel in Huize De Haan achter te laten. Dan maar tijdens de loop bij de drankposten van alles tenminste twee stuks aanpakken. Ik hoopte er stiekem wel op dat er wat meer uitgiftepunten zouden zijn dan gebruikelijk gezien de tropische omstandigheden.

Gedrieën wandelden wij om een uurtje of één door de Silly Walks-tunnel richting het starttoneel. In deze tunnel hebben graffitikunstenaars (jawel!) graffiti aangebracht die de bekende Silly Walks van Monty Python uitbeelden. Niemand minder dan John Cleese himself kwam op een koude aprildag in 2016 deze aldus opgeknapte Dommeltunnel openen. De afbeeldingen in de tunnel inspireerden mij tot een serie opwarmbewegingen die met recht ook tot de silly walks kunnen worden gerekend. Eat your heart out, Mr Cleese!

Na dit vrolijke oponthoud was het even doorsjezen naar het startgebied. Mijn start zou immers om 13:45 uur plaatsvinden, en onze wandeltred was door de warmte niet al te snel. Ter plekke was het immens druk met lopers en uitzwaaiers. Onderwijl gaf ik mijn Garmin alvast een slinger om het apparaat de gelegenheid te geven de allerbeste kunstmaan te kiezen. Godzijdank slaagde het uurwerk bijtijds in deze zware missie. De teerling was geworpen, de strijd kon aanvangen. Geroerd namen we afscheid van elkaar met een knuffel en een diepe blik in de ogen. Wij zouden elkaar later die middag terugzien, en dan zou alles duidelijk zijn.

En daar stond ik dus, met al mijn medelijders te puffen in het oververhitte startvak. Men had mij geposteerd in het zesde van in totaal acht startvakken, en als ik naar voren keek zag ik heel in de verte de contouren van de startboog. Krimmenéle, daar moesten we dan nog naar toe alvorens we konden beginnen met onze helletocht. Wandelend en stilstaand werd deze afstand overbrugd. Het leverde veel gemopper en gescheld op, en niet alleen bij de hardlopers. Automobilisten die stonden te wachten toeterden luid of kwamen zelfs hun vehikels uit om de arme brave verkeersregelaars eens goed de les te lezen.

De laatste 100 meter naar de start lag in de schaduw. Halleluja Praise the Lord. Amen. En ook na het passeren van de startmatten konden wij nog ongemoeid gelaten door de zon een kleine kilometer in ons ritme komen. Dat gold overigens niet voor iedereen. Na ongeveer 50 meter zag ik op de straat een gordel liggen met wel 4 gevulde flesjes. De eigenaar ervan strompelde even verderop uiterst moeizaam het trottoir op, meewarig aangekeken door de aanwezige supporters. Zijn lijf zat onder de schrammen, en zijn halve marathon zat er op.

Gekomen bij een ziekenhuis en een aanpalend winkelcentrum sloeg het peloton rechtsaf in oostelijke richting. We liepen hier weer in de volle zon, en het was duidelijk dat het een moeizame bedoening zou worden als ik niet verstandig zou zijn. De eerste kilometer was doorgebracht in 5:56, en dat was eigenlijk al te snel voor een hittegevoelige slow starter als ik. Ik trapte lichtjes op de rem en koos voor een tempo iets boven de 6 minuten per kilometer. Dat tempo wilde ik dan zo lang mogelijk, en liefst tot aan de finish, volhouden.

Om dit doel te bereiken nestelde ik mij van tijd tot tijd in een groepje om mijn druistigheid maar vooral in te tomen. Ik ken mijzelf goed genoeg, namelijk. De tweede kilometer liftte ik mee op de bagagedrager van een groep vrouwelijke podotherapeuten, met wie ik meteen op goede voet kwam te staan. De derde en vierde kilometer bracht ik vervolgens door in de slipstream van een Oirschotse Loopgroep. Waarvoor dank aan alle betrokkenen.

Na 4 kilometer besloot ik dat ik dapper moest zijn en maar eens voor mezelf moest beginnen. Ik demarreerde weg uit het Oirschotse groepje en focuste vervolgens op het eigen kunnen. Slecht ging dat allerminst: het tempo lag lekker gelijkmatig, de ademhaling was goed, wel had ik een klein beetje last van mijn maag, maar dat gevoel hing ik professioneel weg aan een haakje. In gedachten dan, als U begrijpt wat ik bedoel. Godzijdank waren er veel meer drankposten dan aangekondigd. Een buitengewoon verstandige move van de organisatie, waar ik ze buitengewoon erkentelijk voor ben. Bij die aftappunten pakte ik steeds twee bekertjes water, soms sportdrank, soms een stukje banaan. De bordjes met de aanduiding van de afgelegde kilometers waren sinds 2017 na een referendum onder de lopers vervangen door bordjes waarop het aantal nog af te leggen kilometers stond.

Veel moois was er tijdens die eerste 10 kilometers niet te ontdekken. Het was voornamelijk nieuwbouw waardoor wij ons begaven. Het was het noordelijke gedeelte van Eindhoven waarbij de wijken illustere namen hadden als Eckart, Vaartbroek, ’t Hool, Tempel, Blixem en Woenselse Heide. Maar de mooiste van allemaal: Achtse Barrier-Gunterslaer. Meesterlijk. Voelt als iets buitenlands, heel exotisch, bijna Limbabwiaans. Maar je zou je, omgeven door al die nieuwbouw, net zo goed in Zoetermeer kunnen wanen. Of Nieuwegein. Of Almere. Sorry Eindhovenaren.

Op sommige plekken langs het parcours waren partytenten verrezen waar mensen zich te buiten gingen aan de drank. Wat dat betreft geen verschil met de Dam-tot-Damloop, waarbij dat voor die mensen een nog veel groter evenement is dan de loop zelf. Voor dat laatste hebben ze namelijk geen ene donder interesse. Bij één van die partytenten hier in Eindhoven – ik zal het nooit meer vergeten, zeker nu ik dit hier opschrijf – stonden louter dames met prachtige partyjurken en dito hoedjes, ongetwijfeld pochend over hun veroveringen van de avond ervoor, lurkend aan de sjampoepel, mentholsigaretten rokend met behulp van een mondstukje. Het leek verdorie wel alsof ze op de paardenraces van Ascot waren afgekomen. Even had ik de neiging om luid te gaan hinniken en hoeftrappen, maar besloot dit uit energetische overwegingen na te laten.

Trouwens, over dat roken gesproken: die smerige en stompzinnige gewoonte werd langs het hele parcours door velen uitgeoefend. En als je hardloopt, beste rokers, ruik je alles, echt alles. Als je door een woonwijk loopt weet je bij ieder huis wat de pot voor die avond schaft of schaftte. Elke onvolledige verbranding van welk soort motor dan ook wordt feilloos opgemerkt. Maar absoluut het ergste is die tabaks-, teer- en nicotinelucht van die verstokte kettingrokers aan de zijlijn van een sportevenement. Passief roken doe je ook al als je op enige meters afstand van de dader staat of loopt. Of je het nou ruikt of niet. En passief roken is al net zo dodelijk als actief roken. Zaterdagochtend langs de zijlijn bij het voetballen of hockeyen van zoon of dochter: het staat blauw van de rook. Nog steeds. Ondanks alle tot gedragsverandering strekkende campagnes. Stompzinnig en asociaal, dat is het. Nou, als ik nu nòg niet door iedereen ben ontvriend dan weet ik in ieder geval wèl wat echte vrienden zijn. De tabakslobby ben ik op zeker kwijt, maar Benedicte Ficq zal mij in haar rookvrije armen sluiten.

Langzaam maar zeker voltooide ik kilometer na kilometer. Soms liep ik alleen, soms samen met iemand of in een klein groepje. Het tempo lag onveranderlijk zo rond de 6.15 per kilometer, en steeds meer kreeg ik het prettige gevoel dat ik dat wel tot aan de meet zou kunnen volhouden. In het lange stuk van Woensel naar de Strijp liep het peloton weer een tijdlang in de volle zon langs een grote weg. Je kon daar lekker langs de onderbroken belijning op de weg lopen in een poging om de pasfrequentie en -lengte constant te houden. Aan de kant waren regelmatig uitgeputte en ineengezegen atleten te vinden die door de overijverige EHBO’ers moesten worden opgelapt. In een enkel geval moest er wat zwaarder geschut uitrukken in de vorm van ambulances. Ik waag me niet aan bespiegelingen over de oorzaken van al die ongemakken; wel was ik blij dat mij dit allemaal bespaard bleef.

Op het stuk langs de Internationale School en het PSV-complex op de Herdgang was het heerlijk lommerrijk en beschut. Hier kon het tempo goed vastgehouden worden en passeerde ik de nodige uitgeputte lopers die mogelijk te snel waren gestart. Zelf zorgde ik er voor niet te versnellen: voor alles telde nu lijfs- en snelheidsbehoud. Die 21.1km moest koste wat het kost voltooid worden, dan pas was mijn missie geslaagd. Op een bordje met kilometeraanduiding las ik de spreuk: ‘Running doesn’t build your character, it reveals it’. Yeah, right.

Na de Herdgang was er nog 4 kilometer te gaan. De zon liet zich weer zien, en direct werd het onnoemelijk heet. Het begon voor deze tobatleet toch allemaal wel wat zwaarder te worden. Niet zo gek ook, gegeven het feit dat de 10 Engelse Mijlen tussen Dam en Dam by far de grootste afstand was geweest die ik in tijden had gelopen. We liepen nu Strijp-S in en het viel om den drommel niet mee. Strijp-S prijst zichzelf aan als ‘Nieuw dynamisch bruisend stadsdeel van Eindhoven’. Het is het creatieve en culturele centrum van deze stad, veelal gevestigd in de oude Philips-fabrieken. Een mooi stukje cultureel erfgoed met een geheel nieuwe bestemming dus, ofschoon wel in de geest van de Philipscultuur. We passeerden een oude hoge schoorsteen die midden op de weg stond, en naderden langzaam het stadion van de – tegenwoordig – grootste rivaal van mijn cluppie. Die Eindhovense ArenA staat ingeklemd tussen het spoor en een oude volkswijk en ziet er behoorlijk indrukwekkend uit. Hier is ook al veel voetbalhistorie geschreven, bedacht ik mij terwijl ik over de PSV-laan langs het PSV-bastion snelde.

Na het stadion kom je meteen in het oerlelijke gedeelte van de binnenstad. Zeker wat bommetjes teveel gevallen in ’40-’45. Het was er wel gigadruk met dolenthousiast publiek, en dat hield mij nog net gaande. Tussen alle hoogbouw en winkels van de grote ketens door koersten wij richting Stratumseind, waar de grande finale van deze race zou plaatsvinden. Het Stratumseind kenmerkt zich door een hele batterij van café’s en nightclubs aan beide zijden van de smalle straat. Daar was het een compleet gekkenhuis. Het publiek stond daar in drommen, en de veelgemaakte vergelijking met de Alpe d’Huez komt mij zeer adequaat voor. Af en toe had je als loper het idee alsof je inderdaad gesmoord zou worden door (en in) de mensenmassa. En op het laatste moment week dan de massa uiteen, gelijk de Rode Zee. In dit geval een rood lopertje voor de roodaangelopen loper. Het viel me nog mee dat er niet gekken in Borat-kostuums schreeuwend achter je aan gingen rennen. Langzaam maar zeker werd ik kei-stoned van de alcohol-, tabaks- en marihuanadampen, and as I write this zijn die dampen nog steeds langzaam aan het optrekken.

Uiteindelijk maakt de weg een bocht naar links en betreedt het peloton de Vestdijk. 700 luttele meters resten dan nog tot de finish. Ik was inmiddels over mijn zwaarste dip heen en besloot nog lekker even aan te zetten. Dit werd opgemerkt door het uitzinnige publiek dat mij meter voor meter vooruit schreeuwde. Voortdurend werd je naam gescandeerd als ging je die halve marathon winnen. En daar waren ze opeens: twee Engelen langs de kant. Clini en Elfriede hadden zich strategisch geposteerd ter rechterzijde, ongeveer 150 meter voor het finishvod. Clini maakte wat clowneske bewegingen en schreeuwde haar keeltje schor. Elfriede legde het hele tafereel intussen vast op de gevoelige plaat. Ik was keistuk, maar kon nog wel een vieze vette grijns en een brede armzwaai produceren. Opgetogen passeerde ik de eindstreep in een netto tijd van 2:11:43. Het wonder was geschied, de missie was volbracht! De tijd was alweer niet super, ik zeg het steeds, maar als je ziet waar ik vandaan ben gekomen afgelopen jaar kan ik alleen maar uiterst tevreden zijn.

Vermoeid maar voldaan liet ik mij door een Schone Brabantse een medaille omhangen. Nog even bleef ik langs de kant staan om nog wat medestrijders over de finish te supporteren, en toen was het weer tijd om mij naar Clini’s Place te spoeden. Daar werden wij door de gastvrouw getrakteerd op heuse Alcoholvrije Prosecco om de zojuist behaalde overwinning te vieren.

Raadpleging van mijn telefoontje bracht aan het licht dat Helmut prachtig onder de drie uur was gedoken op zijn marathon. Jaco en Cristian hadden het vooral fysiek heel zwaar gehad, maar ze hadden het ‘m toch maar gelapt. Nico, tenslotte, was in een mooie gelijkmatige race keurig onder de twee uur gedoken. En zo kende ook deze loop talrijke winnaars, die allen kunnen terugzien op een geslaagd evenement ondanks de tropische omstandigheden. En ikzelf, wel: WOW ik kan het nog! Nu ga ik langzaam maar zeker weer werken aan de snelheid. De twee georganiseerde lopen die binnenkort op het programma staan zijn de Middenmeerloop op 28 oktober, te verhapstukken met Arranraja, en uiteraard de Zevenheuvelenloop op 18 november. Daarna zie ik wel weer.

Het was heerlijk om het pied-á-terre bij Clini te mogen gebruiken voor een lekker ontspannende douche. Na nog een heerlijke currymaaltijd (dankjewel Clini!) verlieten mijn lief en ik voldaan en blij de plek des heils en begaven wij ons op weg terug naar Gouda in een gelukkig niet al te volle Intercity. Oogjes dicht en snaveltjes toe!

Foto's bij deze blogpost

Screenshot_2018-10-14-23-28-28.png Screenshot_2018-10-17-17-42-16~2.png

Looptijden.nl op Facebook