Krijgshaft in de Krimpenerwaard

Gepost door Peter de Haan op vrijdag 4 oktober 2019 21:54

De Slag om de Gaasp, op een Mooie Pinksterdag in 2019, had een zware fysieke en mentale wissel getrokken op de strijdende partijen. Twee verstokte strijdmakkers hadden na vele ontberingen uiteindelijk gezegevierd door zich uitgeput maar voldaan over de finishlinie te storten. Zwaar was het geweest, zonder enige zweem van twijfel. Maar op karakter en pure wilskracht hadden Arranraja en zijn privéhaas Peter op die fraaie zondag de Gaasperplas en de Gaasperdammertunnel bedwongen. Anders dan Don Quixote en zijn trouwe gezel Sancho Panza hadden de twee loopvrienden geen windmolens bevochten - hooguit hadden zij met molentjes gelopen. Bij het roerend afscheid aan de poort van de Bijlmer ArenA spraken de gezworen kameraden af elkaar na drie weken weer te treffen bij de Slag om de Vecht. Deze schermutseling zou gaan plaatsvinden in en om de nabijgelegen vestingstad Weesp, inmiddels ingenomen door het Hoofdstedelijk Legioen.

Eigenlijk hoort er in een interbellum geen strijd plaats te vinden. Dat is een definitiekwestie, zoals U wellicht zult begrijpen. Maar schrijver dezes kwam maar niet tot rust na die felle en verwoede strijd rondom de water- en tunnellinies van Gaasperdam. Mijn bloed kookte en kolkte, mijn hoofd, mijn hart, ja mijn hele lichaam was voortdurend in opstand, klaar om alweer een volgende vijand te bekampen. Zelfs al zou die vijand denkbeeldig zijn of geen menselijke gedaante hebben.

Na ampele strategische overwegingen werd het interbellum opgeknipt in een tweetal interbella. Op vrijdagavond 21 juni in het Jaar des Heeren 2019 ging - op een kogelworp afstand van Gouda - de Slag om de Vlist plaatsvinden in het anders zo vredige dorpje Haastrecht. Om onduidelijke redenen werd deze gebeurtenis in de annalen gegrift als De Haastrechtloop. Leuke naam overigens voor een ZZPacer als ik. En hoewel het ditmaal zonder mijn trouwe strijdbroeder zou zijn, liet ik mij grif ronselen door de Goudse Gunners om de opmarsch van de Schoonhovenaren te stuiten. Al sinds jaar en dag was Haastrecht het onverkwikkelijk toneel van de Goudsche en Schoonhovensche twisten – en ik vond dat deze twisten definitief in het voordeel van de kaas- en stroopwafelstad moesten worden beslecht.

Op die gewraakte vrijdag sloeg ik al vroeg in de middag de Terre des Hommes-burelen in ’s-Gravenhage met een ferme klap dicht. Terre des Hommes, zo U weet, loopt voorop in de strijd tegen de uitbuiting van kinderen – een strijd die niet krachtig genoeg kan worden gevoerd. Maar nu was het weekeinde aangebroken: even tijd voor wat anders. Vol aanvalslust begaf ik mij naar de garnizoensstad Gouda, binnen de muren waarvan ik mij al jaren thuis voel en geborgen waan. Na het leeglepelen van een met versgestampte Hollandsche kost volgeschept bord - door mijn lief met liefde bereid - voelde ik mij vermogend genoeg om de Krachtmeting in de Krimpenerwaard aan te gaan.

Hoog en droog gezeten op het stalen ros galoppeerde ik via een bekeken en listige omweg van Gouda via de buitenpost Goverwelle naar Haastrecht. Hierbij doorwaadde ik de Hollandsche IJssel, een belangrijke rivier voor de aanvoer van verse Goudsche troepen. Overigens: in Schoonhoven wordt hiervoor - bij gebrek aan beter - de Lek ingezet. Na nog een hachelijke oversteek van een pad vol gevaarlijke gemotoriseerde strijdkarossen bereikte ik de dorpsgrenzen van Haastrecht. U moet weten dat Haastrecht vele dappere krijgers heeft voortgebracht - ik noem U maar Edith van Dijk, Hein Vergeer en Leo Visser. Come to think of it: ik memoreer deze personen zowat elke keer in mijn kronieken over de Haastrechtloop, dus dat wordt zolangzamerhand wel een beetje vervelend vermoed ik. Excuus hiervoor, waarde lezer.

Dit jaar werd het start- en finishstrijdperk niet gevormd door de voetbalslagvelden van VV Haastrecht. Door nog onopgehelderde oorzaken dan wel redenen was ditmaal uitgeweken naar Sociëteit Concordia. Dit is een etablissement van naam en faam – vooral in het dorp zelf. Het is een plek van samenkomst voor de dorpsbevolking, waar zij met enige regelmaat worden vermaakt door minstrelen, barden en ander cultureel gespuis. Op het plein voor de sociëteit trof ik mijn mede-Goudse Gunners Chuen, Hans en Marcel. Zij waren al iets eerder richting Haastrecht gemarcheerd dan ikzelf – zij waren vrijgesteld geweest van arbeidsverplichtingen eerder die dag, zodat zij op hun gemak het strijdtoneel hadden kunnen verkennen. En dat zou drommels goed van pas kunnen komen. Elk jaar zijn er immers weer nieuwe obstakels op het oorlogspad die een eerlijke strijd zouden kunnen frustreren. Onze Schoonhovense opponenten hadden ongetwijfeld een soortgelijke verkenning uitgevoerd, en mogelijk de nodige hinderlagen aangebracht, de schavuiten. Wij Gouwenaren konden maar beter niets aan het toeval overlaten.

Uiteraard was het jammer dat wij Don Arranraja moesten missen bij deze exercitie: deze zich altijd buitengewoon zorgvuldig voorbereidende strateeg was in deze bataille ongetwijfeld van grote waarde geweest. Ditmaal echter moesten wij het zelf gaan rooien. Maar ook in ons gezelschapje bevond zich het nodige zwaar geschut. Goudse Gunner Chuen, van Chinese origine, is een zelfverklaard afstammeling van niemand minder dan Dzjengis Khan. Kijk, mannen van dát kaliber moet je er in Haastrecht bij hebben! Maar ook Hans en Marcel vormden - tezamen met mij – buitengewoon bruikbaar kanonnenvoer, onmisbaar voor de op handen zijnde strijd tegen de Schoonhovenaren.

Het was een warme en drukkende avond in het volop door bijen en muggen bezwangerde dorp - en in het aanpalend buitengebied zou het ongetwijfeld nóg erger zijn. Vier Goudsche hardloopmusketiers bereidden zich consciëntieus voor op het treffen aan de Vlist. Dit deden zij door een tweetal kilometers in te marcheren op het naast Concordia gelegen geitenweitje, alle vier reeds gestoken in het gevechtstenue voor deze avond. Het werd tijdens deze exercitie steeds duidelijker: slechts door spaarzaam om te gaan met de beschikbare krachten kon deze titanenstrijd worden gestreden. Anders zouden wij snel ons Waterloo gaan vinden in één van de polders ten zuidoosten van het dorp.

Om even voor half acht des avonds begaven wij ons naar de startlinie vlakbij Sociëteit Concordia, daar waar met de hand op het hart en uit vollen borscht de Haastrechter Hymne werd gezongen. En dit door beide kampen: zo hoort het immers. Enige mores moet er zijn, anders gaat dit allemaal niet werken. Na dit plechtige gebeuren werd door de aalmoezenier de zegen gegeven, blies de krijgstrompetter van dienst plechtig The First Post, en kon het spektakel een aanvang nemen.

Als eerste onderdeel van de veldslag werden de voorposten vooruitgeschoven, die zich met hoge snelheid door dorp en polders zouden begeven, vooral om eventuele obstakels uit de weg te ruimen. Daarna zou het gehele peloton volgen op de lange weg naar de boorden van de Vlist. Mijn dienstmaten en ik verspreidden ons in de menigte. Ondergetekende was in een groep mede-Gouwenaren beland, een groep dat een gezapig tempo onderhield. In de veilige geborgenheid van deze groep voelde ik mij goed op mijn gemak, zo in de eerste kilometers van deze veldtocht. Het was eigenlijk veel te warm voor inspanningen van deez’ aard, maar we hadden voldoende liquide proviand bij ons om ons door de eerste fase van de strijd heen te worstelen. Na een vijftal kilometers zouden wij bij een langs het pad opgerichte veldkeuken worden bevoorraad door de fourageurs van dienst.

Na een kilometer of drie langs voornoemde Hollandsche IJssel maakte het legioen een eensgezinde beweging in zuidelijke richting. Hier sloeg mijn pelotonnetje wat uiteen, en liep ik enige tijd samen op met een in het blauw geklede krijger. Nadat ik mij er van vergewist had dat dit geen Schoonhovenaar behelste (ook niet als Gouwenaar vermomd), overbrugden wij in eendrachtige samenwerking de afstand tot de fouragepost. Aldaar nam ik de nodige tijd om mij te laven – en dat bleek voor mijn medestander aanleiding te zijn om prompt van mij weg te lopen. Lekker hoor: help je iemand door een aantal zware kilometers heen, gaat ie er bij de eerste de beste gelegenheid vandoor. Dit was zwaar K.U.T., ofwel Kwalitatief Uitermate Teleurstellend. Deze deserteur zou ik op zeker voor de krijgsraad gaan slepen. Maar goed, dat was allemaal voor later: eerst moest ik dan maar mijn eigen eenzame strijd door de Krimpenerwaardsche Polders gaan strijden.

In de verre verte was steeds de Kerktoren van Haastrecht te zien – het was net alsof we er met een heel grote boog omheenliepen en dat vermaledijde Godshuis nooit zouden naderen. Nom de Dieu, quelle misère de la guerre! Vlak na de drankpost sloegen wij af naar een beschut gedeelte, eindelijk even wat schaduw waardoor mijn kalende bolleke wat van de kook kon geraken. Maar even later was van enig struweel niets meer te bekennen. Op het inmiddels onverharde pad vol hindernissen zoals booby traps, landmijnen en spijkermatten kon ik ternauwernood mijn kruissnelheid behouden. En er waren ook maar weinig mikpunten binnen schootsafstand. Bij eerdere gelegenheden had mij dat de redding gebracht doordat ik deze te voortvarend gestarte loopsoldaten en -soldates stuk voor stuk kon oprapen. Maar nu was daar geen gelegenheid voor. Al wie ik zag kon ik niet bijhalen. Op mijn tandvlees beende ik richting de oevers van de Vlist, over het grindpad en onder temperaturen die tot recordhoogten leken te stijgen. Volkomen uitgewoond bereikte ik de fraaie meanderende stroom die zich een weg baant tussen de Lek bij Schoonhoven en de Hollandsche IJssel bij Haastrecht. Andersom mag ook. Er was echter nog een drietal kilometers te verhapstukken (bron: Arranraja) tot aan die verrekte eindstreep. Hoe in vredesnaam moest ik die puzzel gaan leggen?

Na enige slokken uit de veldfles vermande ik mij en stoomde ik op richting dat gallische dorp. U weet wel: die kleine nederzetting die zo moedig weerstand bleef bieden aan de overweldigers, en die het leven van de Gouwenaren en Schoonhovenaren in de omliggende legerplaatsen niet gemakkelijk maakte. Haastrecht dus. Ter hoogte van de Zuidelijke Dorpspoort, vlak bij Zwembad De Loete, ontwaarde ik bij het 8km-punt de eerste enthousiastelingen die ons uitgeputte krijgshelden richting de finish gingen supporteren. Dat kon ik wel gebruiken: inmiddels was alle energie uit de benen gelopen zodat het een ware marteltocht was geworden. Na nog een kilometer doorploeteren langs de belangrijkste aanvoerroute-over-land van Haastrecht bereikte ik de Concordia-kazerne. Maar de slag was nog altijd niet geslagen: er moest nog één korte plaatselijke ronde worden gemarcheerd voordat het ondraaglijk lijden ten einde zou zijn.

Op 100 meter van de eindlinie, terwijl ik mijn allerlaatste krachten aansprak, wachtte mij een prachtige verrassing. In de uitzinnige menigte zag ik daar ineens de liefde van mijn leven, als een ware oorlogsjournaliste, gewapend met filmcamera. Al cheerend legde zij mijn laatste gevechtshandelingen vast op de gevoelige plaat. Haar aanwezigheid op de battle grounds was nèt wat deze dappere doch moegestreden krijger nodig had. Bevrijd en verlicht passeerde ik de finish, waarna een grote, diepe vrede op mij neerdaalde. Het was volbracht, de strijd was gestreden, en dat ook nog eens met een absoluut minimum aan slachtoffers.

Of het nou Gouda of Schoonhoven was dat uiteindelijk de zege had gegrepen: het interesseerde mij eigenlijk niet meer. Mijn eigen zege, mijn eigen vrede, was op dit moment het allerbelangrijkst. Het was gedaan met mijn strijdlust die kennelijk in deze veldslag zijn uitweg had moeten vinden. Zwaar vermoeid maar voldaan voegde ik mij bij mijn Goudse kompanen, die allemaal een titanenstrijd hadden geleverd maar die ook, en elk op een eigen manier, hun doel bereikt hadden. Niet veel later voegde mijn eega zich ook bij mij, de lieverd. Gezamenlijk reden wij op onze stalen rossen richting Gouda, voor haar een makkie, voor mij (alweer) een marteltocht. Ik was zo afgepeigerd dat ik nauwelijks meer vooruit kon komen, totaal geen wonder na zo een stevige strijd op de battlefields van Haastrecht. Gelukkig bereikten wij zonder kleerscheuren onze veilige haven in de door ons zo geliefde woonplaats.

Negen dagen later stond alweer het volgend festijn op het programma: samen met Arranraja de inmiddels vierde gezamenlijke Vechtloop in en rondom Weesp. Datum van handeling: zondag 30 juni Anno Domini 2019. Hopelijk zou deze loopwedstrijd onder gunstiger weersomstandigheden gebukt gaan dan die vandaag op het slagveld bij Haastrecht. Enfin de tijd zou het leren, en U als lezer zult weldra op dit platform vernemen welke gebeurtenissen zich daar onder de rook van Amsterdam hebben afgespeeld.

Foto's bij deze blogpost

haastrecht.png

Looptijden.nl op Facebook