Jongens waren we

Gepost door Arranraja op woensdag 13 november 2019 19:35

Rijk geïllustreerd te bezichtigen op: https://arranraja.wordpress.com/2019/11/13/jongens-waren-we/

Door het Oosterpark in Amsterdam wandelde ik naar het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG). Daar had ik een eerste afspraak bij de polikliniek orthopedie om eens nader te laten kijken naar mijn reeds maanden spelende rugkwetsuur. Een blessure die mij inmiddels al vele weken aan de kant houdt als het gaat om hardlopen.

Aan die zuidkant van het mooi groene, maar op dat moment behoorlijk vochtige stadspark, zijn twee landelijk bekende monumenten te vinden. Om te beginnen het monument ‘De Schreeuw’ ter ere van Theo van Gogh, die alweer 15 jaar geleden op steenworp afstand (in de Linneausstraat) op gruwelijke wijze van het leven beroofd werd. En het dichtst bij het eerder genoemde ziekenhuis staat de grote beeldengroep die jaarlijks het middelpunt is van de belangrijke bijeenkomst ter nagedachtenis aan het vaderlandse slavernijverleden. Mijn oog werd echter vooral getroffen door het bescheidener kunstwerk er ergens tussenin aan hetzelfde pad. Een beeldengroepje op een rechthoekige sokkel met drie mannen een beetje onderuitgezakt zittend op een bankje. Het onderwerp van het afgebeelde werd mij snel duidelijk door de teksten op het voetstuk: DE TITAANTJES, Jongens waren we - maar aardige jongens, Nescio 1882 - 1961. Dit kunstwerk uit 1971 staat blijkbaar al jaren op deze plek. Ik ben er in het verleden menigmaal langsgekomen, fietsend of wandelend op weg naar de iets verderop gelegen sporthal waar ik mijn basketballwedstrijden pleegde af te werken. Hoewel ik het bescheiden oeuvre van deze schrijver wel kende en voor een groot deel ook gelezen heb, had het mij toen toch beduidend minder zeggingskracht dan heden-ten-dage.

Een kort citaat uit ‘Titaantjes’:

‘En dan gingen we de zon op zien komen aan de Zuiderzee, behalve Kees, die naar huis ging. Hoyer klaagde over de kou, maar Bavink en Bekker wisten nergens van. Die zaten op de steenen onder aan den zeedijk met de oogen half dicht en keken tusschen hun oogharen door naar de dansende gouden pijltjes die de zon in 't water maakte’.

Ik denk dan uiteraard direct aan de Diemerzeedijk ter hoogte van het Diemerpark. Niet voor niets heet de fiets-, wandel- en hardloopbrug die op die hoogte over het begin van het Amsterdam-Rijnkanaal hangt de ‘NESCIOBRUG’. Trouwe lezers van mijn verhalen hebben die naam al ontelbare malen zien langskomen. En die brug is weer de naamgever en het centrale punt van de Nescioloop, waar ik ook geregeld melding van heb gemaakt. Jarenlang stond een uitgebreid citaat uit ‘Titaantjes’ op de website van deze ‘Leukste loop van Amsterdam-Oost’. Ergens in het Diemerpark zou dat Titaantjeskunstwerk naar mijn idee veel meer op de juiste plaats zijn dan in het Oosterpark. Maar het beeldhouwwerk is dus uit 1971 en toen bestond het Diemerpark nog niet in zijn huidige vorm. Sterker nog, het was daar tot 1973 een vuilstortplaats, die ervoor zou zorgen dat rondom dit stuk Diemerzeedijk zich een van de meest vervuilde stukken grond van Nederland bevindt. Alle afval schijnt nu veilig te zijn ingepakt. Sowieso zijn er in het Diemerpark bij mijn weten weinig of geen kunstwerken te bewonderen. De schrijver van de Titaantjes woonde zelf op meerdere plaatsen in Amsterdam-Oost, onder andere ook niet al te ver van het Oosterpark. Om die reden dan wel begrijpelijk dat deze auteur daar geëerd wordt.

Ergens tussen dat park en het Diemerpark ligt het Flevopark. Een korte brug ernaartoe vanuit de aangrenzende Indische buurt blijkt tegenwoordig de ‘Titaantjesbrug’ te heten. Tot 2016 werd deze brug alleen aangeduid als brug nr. 196. Die aardige jongens zijn dus alom vertegenwoordigd in de contreien waar ik (althans voorheen) pleeg(de) hard te lopen. Terwijl dit schrijfsel reeds in de steigers stond, besloot ik op een min-of-meer zonnige dag naar het Flevopark te fietsen. Mijn doel was een paar foto's te schieten van deze Titaantjesbrug, te gebruiken voor dit epos. Op de terugweg kwam op de Oosterringdijk (rond 1915 genaamd ‘Sintelweg’) de succesvolle schrijver Herman Koch mij in renkleding tegemoet wandelen. Ook al zo’n een aardige jongen, die ongetwijfeld net zijn vaste rondje had gerend, waarbij hij steevast over de Nesciobrug komt. Hiermee was voor mij de cirkel aardig rond. Jan Hendrik Frederik Grönloh, de persoon achter het pseudoniem Nescio, heeft hier ongetwijfeld ook gewandeld. Hij woonde namelijk op verschillende plekken in de directe omgeving, waaronder de Transvaalkade en de Linneaushof. ‘Gewandeld’, schrijf ik nadrukkelijk, want hardlopen was toentertijd nog niet echt in de mode en in zijn verhalen maakt de auteur daar, voor zover ik weet, dan ook geen gewag van. De Titaantjes, zo stel ik mij voor, maakten wandelingen de toenmalige stad Amsterdam uit. En gingen vervolgens op een bankje zitten ergens op de Diemer(zee)dijk, om over het water van Het IJ of de Zuiderzee uit te kijken en te mijmeren. Toen ik een paar dagen later samen met mijn vrouw aan het wandelen was in het Diemerpark op wat ik noem ‘Hermans Kattenpad’, voer op het kanaalwater direct ernaast de duwboot Titan voorbij. Toepasselijker had ik het zelf echt niet kunnen verzinnen.

Waarom nu dit verhaal over Nescio en zijn Titaantjes? Voor een deel zal mijn associatie, naar ik aanneem en hopen mag wel al duidelijk zijn. Nescio schrijft dus ‘Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf’. Dan denk ik direct aan hardlopers. En ook aan hardloopsters trouwens. Dus waar ‘jongens’ staat zou net zo goed ‘meisjes gelezen’ kunnen worden. Overigens impliceert die ‘maar’ dat jongens normaal gesproken niet aardig zijn. En daar ben ik het vanzelfsprekend totaal niet mee eens. Hardlopers in het algemeen en Looptijdenmakkers als Peter, Jaco, Jan en Cristian in het bijzonder, zijn uiterst aardige, toegankelijke mensen die iedere ‘collega’ vriendelijk bejegenen en elke loper in zijn of haar waarde laten. Zoals dat onder hardlopers in het algemeen trouwens de gewoonlijke usance is. Maar dat hoef ik voor ingewijden uiteraard niet meer uit de doeken te doen. Ik had het idee voor dit relaas al een tijdje vaag in mijn achterhoofd en de aanblik van het eerder genoemde kunstwerk in het Oosterpark bracht dit plan weer naar de voorkant en direct aansluitend ten uitvoer.

Wachtend tot ik in het OLVG werd opgeroepen voor het consult bij de orthopedisch chirurg, las ik een verhaaltje dat ik toevallig nog had openstaan op mijn telefoon. Het is afkomstig uit het interessante boek 'Mythische runs in de wereld' van Lonely Planet. Het tijdschrift Runner’s World mag daar enkele stukken uit publiceren op hun site. Dit relaas ging over de ‘Comrades Marathon’, een loodzware ultraloop in Zuid-Afrika. De naam geeft het al aan, de ‘Marathon der kameraden’, tijdens welke lopers elkaar op alle mogelijke manieren helpen. Toespreken, aanmoedigen, uitnodigen om samen te lopen, eten en drinken delen en desnoods een makker over de finish heen slepen. Bijzonder aardige jongens en meisjes derhalve. Zo ver hebben bijvoorbeeld vriend Peter en ondergetekende nog nooit hoeven gaan bij een willekeurige loop. Maar en route gezellig een praatje maken, enthousiasmeren en als haas fungeren, ergo op sleeptouw nemen. Daar zien wij geen been in, daar draaien wij onze handen niet voor om. Jongens waren wij en zijn wij, aardige jongens, al schrijf ik het zelf.

Het woord ‘Titaan’ of ‘Titan’ is afkomstig uit de Griekse mythologie en duidt in het gewone spraakgebruik op een reusachtig, geweldig krachtig persoon. In het werk van Nescio ‘gaat het steeds om een jonge vriendengroep van onpraktische artistiekelingen, die achteraf worden geportretteerd met de nostalgie die toegenomen mensenkennis en levenservaring meebrengt, zonder dat aan dat latere gezichtspunt grotere wijsheid of anderszins superioriteit wordt toegekend’ (Wikipedia). Titanen in miniatuurformaat zou je kunnen zeggen. De Titanen waren reuzen, ware hemelbestormers. Wij (inmiddels al wat oudere) hardloopjongens zijn dat hooguit in het diepst van onze gedachten of in onze stoutste dromen. Op en rond de renparcoursen zijn wij simpelweg heel aardige jongens en meisjes, die hun passie bijzonder graag met gelijkgestemden delen. En als ik voor mijzelf spreek, ga ik er gewoon graag al dravend op uit, naar buiten dezelfde paden op en dito lanen in waar Nescio’s Titaantjes zich eveneens graag ophielden.

Uit het bezoek aan de orthopeed is mij voorlopig alleen duidelijk geworden dat een viertal rugwervels anders van vorm is dan de rest. En blijkbaar afwijkt van wat de bedoeling zou moeten zijn. Een CT-scan zal meer licht op de zaak moeten werpen. Tot die tijd ben ik aan de grond genageld waar het rennen betreft. Want de arts die ik sprak, raadde het hardlopen ten zeerste af vanwege de hoge belasting van de ruggengraat. Vanzelfsprekend hoop ik dat alles toch nog met een sisser zal aflopen en dat ik de renschoenen weer zal kunnen onderbinden voor fijne duurlopen, de Titaantjes achterna. Ik zal jullie op de hoogte houden van het vervolg. Overigens houd ik er ook serieus rekening mee dat mijn hardloopbaan ten einde is gekomen. Gelukkig heb ik ook al een alternatief, een plan-B in mijn hoofd. Maar daarover wellicht later meer.


Looptijden.nl op Facebook