Goudse Hout: Toneel van Zaadlozen en Hardlopen

Gepost door Peter de Haan op woensdag 25 september 2019 20:45

(Dit kletsverhaal had ik eigenlijk ‘Lopen uit de Naad na het Lozen van het Zaad’ willen noemen. Maar omdat ik vrees dat dit wordt misbegrepen, of erger: dat het niet eens door de Looptijden-censuur komt, heb ik na ampele overweging besloten dit epistel een kuise en meer zakelijke titel te geven).

Als trouwe volger had U het ongetwijfeld al gemerkt: opnieuw had ik mijn schrijversplichten schromelijk verzaakt en had ik inmiddels een backlog van zes (zegge: 6) prietpraatjes opgebouwd. En dat in een tijdsspanne van eind mei tot eind september. Shame on me. Zestig stokslagen heb ik mijzelf toegediend, tien voor elk niet bijtijds ingeleverd wedstrijdverslag. In de komende tijd zal ik de achterstand in rap tempo gaan inlopen. En dat niet in een zesluik, zoals U misschien uit piëteit zou voorstellen (thanks anyway), maar in zes volwaardige éénluiken.

Het was duidelijk: de monsterinspanning in Zandvoort had een zware wissel getrokken op Uw dienstwillige dienaar. Leest U het memorabele verslag er nog maar eens op na. Op die gedenkwaardige laatste dag van maart verschoot ik al het kruit dat in mij was, teneinde die gruwelijke 21-en-een-klein-beetje kilometers te voltooien. Hé-le-maal verrot was ik, tijdens èn na afloop van de wedstrijd. Maar ik hield mij bewonderenswaardig groot, vooral in de dagen erna op kantoor. Men moest natuurlijk niet denken daar dat ik fysiek en moreel geknakt zou zijn door het uitoefenen van nota bene mijn lievelingshobby. Daarbij: er was genoeg werk aan de winkel om niet te verzaken of te vervallen in lamlendigheid. Dus leed ik in stilte en ploeterde ik ijverig voort.

Maar intussen was de hardlooptank fysiek en geestelijk volledig geledigd. Eén van de eerste kinderen van de rekening werd de Halve van Leiden, die met een besliste beweging van de kalender werd gezwiept. Startbewijshulp.nl bood mij daarbij de helpende hand. Het ticket werd middels deze site tegen een woekerprijs verpatst aan een wanhopige loper die anders dit festijn immers aan zich voorbij had moeten laten gaan. Een duidelijk geval van WIN-WIN, dus geen wroeging mijnerzijds.

Op Koningsdag 27 april was er natuurlijk nog wèl de Koningsloop (verdomd toepasselijke naam trouwens), het GR-niemendalletje in de vroege ochtend waarbij 9 rondjes van 1.1 kilometers moeten worden gedraafd. Gelaten onderging ik deze doodsaaie kweltocht, die pas de moeite waard werd tijdens de afterparty met automatenkoffie, kleffe kadetjes en het traditionele mandarijntje. Dan komen de Goudse Runners pas echt tot leven, en laten zij zich van hun beste kant zien. Het bleef – u begrijpt het - onrustig tot in de kleine middaguurtjes. Daarna ging een ieder zijns weegs om in besloten kring te gaan koekhappen en toiletpotwerpen.

Bijna twee volle maanden na Zandvoort duurde het voordat Uw tobatleet weer in wedstrijdverband de schoentjes onderbond. Zaterdag 25 mei was de heuglijke dag. Loop van handeling was de Goudse Houtloop, waarover ik in mijn allereerste blog in 2014 het volgende schreef: ‘Een loop zowat door mijn achtertuin, in een mooi gecultiveerd stuk veengrondengroen aan de zuidkant van de Reeuwijkse Plassen. Veel draaien en keren, verharde én onverharde paden en behoorlijk veel bruggetjes die dikwijls van een veeroostertje waren voorzien. Kortom: nooit ècht lekker in je ritme komen, een ‘tall order’ vooral met warm weer…’

Believe it or not: een maand vóór de 2019-editie van deze loop was de Goudse Hout het uiterst merkwaardige toneel van de Nationale Zaadlozingsmarathon. Ja U leest het goed: dit bestaat echt. Google het maar na, argwanende lezer. Ik had er eerlijk gezegd nog nóóit van gehoord. Voordat er ongetwijfeld heel gruizige gedachten gaan ontstaan: de Nationale Zaadlozingsmarathon is een evenement waarbij (en ik citeer, oops parafraseer) ‘NPO Radio2 (Vroege Vogels?, red.) in heel Nederland, voor het tweede jaar, vrijwilligers opriep om zaadbommen te leggen. Dat moest ervoor zorgen dat er dit voorjaar genoeg bloemen (nectar en stuifmeel) voor bijen bloeien. Zodat er een einde komt aan het al maar dalende aantal bijen.’ En het was allemaal ook héél officieel en gewichtig: met het planten van de eerste zaadbom opende op 11 april niemand minder dan minister Carola Schouten de Nationale Zaadlozingsmarathon op NPO Radio 2. U ziet: dit is dus in geen geval een aan mijn dirty mind ontsproten perverse fantasie, maar juist een werkelijk goed bedoelde actie om het bloemetjes- en bijtjesbestand op peil te houden.

Graag had ik medio april ook een handje willen helpen met het lozen van grote hoeveelheden zaad in een zorgvuldig geselecteerd aantal perceeltjes in de Goudse Hout. Maar helaas: ik wist van het bestaan van dit festijn niet af. Er was kennelijk iets niet in orde met mij. Mijn immers hooggevoelige antennes hadden op z’n minst bij ‘marathon’ moeten zijn aangeslagen, en bij ‘zaadlozingsmarathon’ waren ze zonder enige twijfel in staande trilling geraakt. Niets van dat alles evenwel. Enfin, het moet vast te wijten zijn geweest aan mijn fysieke en mentale lethargie in de periode na de monstertocht over circuit, strand en duin.

Ietwat teleurgesteld door deze gemiste kans liet ik mijn innerlijke en uiterlijke spanningen zakken en bereidde ik mij voor op het loopfestijn in diezelfde, inmiddels volop bezwangerde, Goudse Hout. De atleet kon naar believen 1 of 2 ronden van 5 kilometer door het natuurgebied verhapstukken (bron: Arranraja). IJdel en onbezonnen als ik ben koos ik als vanzelfsprekend voor de langste afstand. De starttijd van deze wedstrijd was laat in de ochtend gelegen, dus kon er bij wijze van uitzondering op zaterdag eens lekker worden doorgesudderd onder de klamme lappen. En dat door zowel de heer als door de vrouw des huizes. Na een eenvoudig doch uiterst voedzaam sportontbijt vertrok schrijver dezes op het stalen ros richting Manege Gouda: de start- en finishlocatie van de Goudse Houtloop.

Het was een ietwat grijze ochtend, en hopelijk zou het daardoor niet al te warm worden op het wedstrijdtoneel. Mijn warmtemanager had daartoe een speciaal verzoek bij de organisatie ingediend – en dat leek te zijn ingewilligd. Verheugd vervoegde ik mij bij de wedstrijdleiding voor het aanschaffen van mijn startnummer plus de vier speldjes waarmee ik dit nummer op het shirt kon monteren. Daar ontwaarde ik mijn GR-collega’s Ceciel en Ria, die ietwat wedstrijdgespannen de tijd zaten te doden met een kop koffie. In plaats van een bakkie pleuâh bestelde ik een sportdrankje en een stukje cake om de eerste gaten na het sportontbijt te dichten. Gezellig keuvelend bereidden wij ons voor op wat komen ging. De beide dames waren bij de inschrijving verstandig geweest en hadden zich beperkt tot die ene ronde van 5 kilometer. Zelf moest ik dus die gifbeker tot tweemaal toe gaan ledigen.

Na het droppen van de sporttas in een speciaal hiervoor bestemd lokaal werd het zo zoetjes aan tijd om het lijf eens aan een warming-up te onderwerpen. Het daagde mij hierbij al onmiddelijk dat het een zware toestand zou gaan worden vandaag. Weliswaar scheen de zon niet, maar benauwd was het wel, kortom geen ideale omstandigheden voor mijn wedstrijdrentree. Maar goed: men moet de dingen maar nemen zoals ze zijn, en zo zou ook deze loop dan maar getackled worden.

U moet weten: de Goudse Houtloop is een evenement dat jaarlijks ongeveer 70 mensen trekt. Zo grootschalig is ‘ie dus. De startlijn is met roze kalk op het wegdek aangebracht – en datzelfde geldt voor de lijn waarachter zich de uitzinnige supportersmenigten moeten ophouden. Ook is er in het finishgebied een met kalk afgezette ‘lus’ waarlangs de 10km-atleten zich na de eerste ronde moeten begeven om de 5km-finishers niet in de weg te lopen. Mind you: we hebben het dus over ongeveer 70 deelnemers! Dit alles wordt al sinds jaar en dag in goede banen geleid door Andy, de koning van de kleinschalige Goudse loopjes. Andy is daarnaast trainer bij loopgroep Gouda, een geduchte concurrent van ons Goudse Runners. Ik schreef er meen ik al eens over: ooit overwoog ik een transfer naar die groep, maar gelukkig keerde ik bijtijds op mijn rasse schreden terug.

Met nimmer aflatende ijver organiseert deze sportfanaat talloze loop- en zwemevenementen, en zijn naam is daardoor wijd en zijd bekend - vooral in Gouda. Andy liet deze ochtend een vrijwilliger uitgebreid voordoen hoe voornoemd lusje gelopen diende te worden – opdat wij het maar goed in onze oren zouden knopen. Daarna volgde een uitgebreide briefing over alle gemakken en ongemakken die de atleet op het parcours zou kunnen tegenkomen. Vraag van Andy: wat moet je doen als je een roodwit lint tegenkomt? Antwoord uit het publiek: er onderdoor lopen. Deze grapjas werd meteen in de hoek gezet. Onmiddelijk na de briefing werden de 5km-lopers weggetoeterd voor hun beproeving over één ronde. De 10km-atleten moesten hierna nog een vijftal minuten wachten. Die tijd benutte ik om mijn opponenten één voor één te monsteren. Dat zou immers later, in het heetst van de strijd, nog best van pas kunnen komen.

Sociaal als ik ben knoopte ik direct gesprekken aan met de personen om mij heen. Eén dame was toch maar gaan lopen vandaag, ondanks het naderende overlijden van haar moeder. Ik snap dat denk ik wel: er moeten momenten zijn in alle droefheid en zorg waarop je even kan ontspannen, onder andere door je in te spannen. Ze had wel, net zoals ik, de Halve van Leiden moeten laten lopen. Een meneer van 72 (zo vertelde hij vol trots) liet weten dat hij mikte op een eindtijd van 1u10min, maar als dat er gaandeweg niet in zou blijken te zitten zou hij wellicht al na één ronde stoppen. Collega-Goudse Runner Ron was blij dat hij na een loodzware werkweek weer eens lekker kon draven op de vrije zaterdag. Weer een andere meneer sloeg onmiddellijk aan bij het zien van mijn Zevenheuvelenshirt: hij had die race, zo zei hij, al drie keer gelopen. Na mijn mededeling dat ik er al vijf op had zitten was het gesprek terstond beëindigd. Hmmmm nou ja, toch maar eens wat aan mijn social skills gaan sleutelen. Je kunt wel sociaal zijn, maar als je skills daarbij achterblijven wordt het nóg niks.

Begeleid door het luide gehinnik van zowat alle paarden uit alle stallen werden wij door Andy weggetoeterd voor onze twee volle ronden. Meteen werd het zwaar: we liepen onmiddelijk een snipperpad op, gevolgd door 150 meter door het natte gras. Deze exercitie zouden wij tot vier maal moeten voltooien: aan het begin èn aan het einde van elke ronde. Een man in vol bedrijf op een grasmaaimachine in vol bedrijf keek ons meewarig aan terwijl wij ons door deze veel te zachte substantie heen ploegden. Rare jongens die hardlopers, zal hij hebben gedacht. Geef hem eens ongelijk.

Gelukkig was daar snel weer de harde ondergrond van een fietspad. Er vormde zich een groepje aan elkaar gewaagden, dat een gezapig tempo onderhield en trachtte om gezamenlijk tenminste die eerste ronde door te komen. Dit ging slechts één kilometer goed, vervolgens viel het gezelschap als een ton in duigen. De zon kwam er verdorie opeens wel door (dit was tegen de afspraak), en de verhoogde uitstoot van zweet mijnerzijds hield gelijke tred met mijn al net zo verhoogde hartslag. Er vormde zich een groepje van drie mannen, waaronder ikzelf, die elkaar door de zware kilometers heen gingen helpen. De ene metgezel had een geelzwart, de ander een wit shirt om het bovenlijf gehesen. Twintig meter voor ons liepen twee dames, beiden voorzien van paardenstaart – en wij zorgden ervoor die afstand te eerbiedigen als vormden deze dames de wortel die ons werd voorgehangen. Later zouden we wel proberen om op ze in te lopen. Althans: zo dachten wij in ons ongebreideld optimisme.

Na ongeveer twee kilometer, vlak aan de zuidelijke kant van de Reeuwijkse plassen, kreeg het parcours even de vorm van een wormvormig aanhangsel: na een scherpe draai 50 meter rechtuit, gevolgd door een 180-gradendraai. Net zo’n kabouterslurfje als enige maanden ervoor in de Schoorlse duinen. Meteen hierna kwam een volgend obstakel: zo’n 200 meter grindpad, geen traktatie voor de verwende wegatleet. Zeker niet met de steeds hoger wordende temperaturen. Het groepje kraakte, piepte en knarste, maar bleef in stand. Sterker nog: we raapten hier en daar wat al te voortvarend gestarte lopertjes op. GR-collega Ad stond na 3 kilometer langs het pad om ons luidkeels aan te moedigen, dankjewel Ad. Voor ons uit zagen we een hardloopstelletje, waarvan de vrouw zichtbaar aan het lijden was en de man op een heel relaxte manier naast haar bleef lopen om haar te steunen. Het driemanschap keek elkaar even aan met goedkeurende blik, en deed vervolgens ijverig voort over verharde en onverharde paden en veeroosters.

Op 5 kilometer, na weer een ploeterpartij over gras en houtvezels, passeerden wij ten eersten male de finish – daar waar Andy ons monsterde en zag dat het goed was. Bij de drankpost verslikte ik mij vervolgens op een ontzettende en mensonterende manier. Dit resulteerde in een enorme serie hoestbuien die mij logischerwijs even staande hielden. Onmiddelijk maakten mijn metgezellen er misbruik van door er vandoor te gaan – de gluiperds. Ik slikte mijn hele vocabulaire aan lelijke woorden in en liep volgens het gekalkte lusje weer richting houtvezels en grasvelden.

Mijn opdracht was duidelijk: terugpakken die hap. Volkomen overbodig, maar desalniettemin zeer sympathiek, spoorde Ad (daar was ie weer!) mij hier ook toe aan. Het eerste slachtoffer was de geel-zwarteling die aanvankelijk enkele tientallen meters van mij was weggelopen. Na ongeveer 6 kilometer nam ik die schavuit te grazen. Net goed. Op naar de volgende: de Man in White, die nota bene leek te hebben versneld. Ook al zo’n boevenstreek. Onderwijl raapte ik een kleine, in zwart geklede, dame op die mij bij het passeren toevoegde dat het zo heel erg warm was. Alsof ik dat zelf niet wist: ik liet een snelstromend spoor van rennerszweet achter mij terwijl mijn hartslagmeter bijkans uit zijn kastje sloeg. Ik bleef heel even hangen bij deze vrouw om mezelf wat herstel te gunnen. Daarna stampte ik weer vrolijk voort richting het volgende mikpunt. Overal om mij heen zoemden de bijtjes vrolijk en opgewonden – het grootse zaadspektakel van de maand ervoor had zijn uitwerking niet gemist zo te horen en te zien.

De Man in White liep nog een end voor mij, hmm dat zou geen sinecure worden. Maar krijgen zou ik hem. Zijn scalp zou aan mijn gordel komen te hangen, aldus Winnetou desgevraagd. Plotseling werd ik gepasseerd door een jonge vrouw en een wat oudere man. Zij bleken dochter en vader te zijn, deel uit te maken van de organisatie, en even een ronde te zijn gaan lopen over het parcours om te zien of alles goed ging. De uitermate sympathieke dame voegde mij toe dat ik zo beheerst en rustig liep. Ze had eens moeten weten hoe ik mij in werkelijkheid voelde.

En ja hoor: na 8.5 kilometer, na een verwoede klopjacht, rekende ik uiteindelijk de Man in White in. Zo te zien was deze dappere krijger aan het eind van zijn Latijn, maar ook was te zien dat hij in geen geval de brui aan Maarten zou geven. In mijn kielzog blijven was voor hem echter iets te veel gevraagd. Tevreden stoomde ik voort en kreeg ik al snel het volgende mikpunt in het vizier: het mannelijke exemplaar van het hardloopstelletje. Hij had zijn vriendin na één ronde gelost, en ik had blijkbaar in alle malaise rondom mijn verslikpartij na 5km niet gezien dat dat gebeurde. Enige tientallen meters liep hij voor mij, en nog steeds op die uiterst relaxte manier. Alsof het lopen hem helemaal geen moeite kostte – wat een contrast met mij op dat moment.

Anderhalve man en een aantal paardenkoppen schreeuwden en hinnikten ons naar die vermaledijde finish. Uiteindelijk kreeg ik mijn laatste opponent net niet te pakken. Wel had ik heel gestaag op hem in kunnen lopen, iets wat wel heel erg had gemotiveerd in de laatste kilometer. Ongeveer 5 seconden vóór mij overschreed hij door het mulle zand van de manege de eindstreep, daar waar Andy ons monsterde en zag dat het goed was. Het was geen supertijd geworden van mijn kant, maar wat overheerste was het feit dat ik deze wat benauwde tocht goed had kunnen uitlopen. En het smaakte naar meer. Gulzig laafde ik mij aan het in ruime mate voorradige water. Ditmaal deed ik dat stilstaand zodat van verslikken geen sprake meer kon zijn.

Eén voor één zag ik mijn opponenten over de finish schrijden. De Man in White was verbijsterd dat ‘zo’n oude knar’ hem in de laatste kilometers nog had gepasseerd. Serves you right. Het kleine zwartomhulde vrouwtje moest langdurig op de grond blijven zitten voor ze weer aanspreekbaar was. Een paar door mij aangereikte bekers water versnelden dat proces nog een beetje. De twee paardenstaarten die eerder 20 meter voor ons uit hadden gelopen hebben wij nooit meer ingehaald, ondanks onze aanvankelijke snode bedoelingen. Ad kwam natuurlijk ook nog even kijken en deelde mij en passant mede dat hij tevreden was over mijn inhaalrace. Graag gedaan Ad. Veel aandacht besteedde ik tenslotte aan de finish van de vrouw die ik vlak voor de race sprak. Ze had het voltooid – ik was trots op haar en dat liet ik haar ook weten. Maar tegelijkertijd besefte ik dat dit voor haar maar een korte ontsnapping was geweest uit de ellende waarin zij ongetwijfeld was ondergedompeld. Such is Life zeggen we dan: tegelijkertijd de grootste waarheid en de grootste dooddoener.

Bij het omkleden trof ik het jonge hardloopstelletje. Zij bleek Duits, hij Nederlands, en zij hadden samen een tijd in Oslo gestudeerd en gewoond. Tegenwoordig wonen ze in Leiden en scheppen ze er genoegen in om van tijd tot tijd samen aan dit soort loopjes in de regio mee te doen. Hun doel: ooit een halve marathon lopen. Het was mooi om te zien: zoveel jong geluk en zoveel mooie ambities. Eigenlijk herkende ik dat wel: bij mij is het immers net zo.

Even nam ik de tijd om dank te zeggen aan Andy en aan alle vrijwilligers die vandaag fantastisch werk hadden geleverd. Tevreden peddelde ik naar huis, naar de warme stralen van de douche en naar de warme aanwezigheid van mijn nog altijd kakelverse geregistreerd partner. Na deze geslaagde rentree in de Goudse Hout stond al snel weer een nieuwe loop op het programma: de 13.65km Gaasperplas Tunnelrun, samen met mijn grote hardloop- en blogvriend - zeg maar gerust: vriend - Arranraja. Voor mij een heus debuut daar, met als smakelijk toetje drie kilometer rechtuit stampen door het nieuwe tunneltracé van de A9. Maar daarover uiteraard meer in een volgend epistel. Watch this space!


Looptijden.nl op Facebook