Gewoonweg Gezellig Gouds Genieten bij de Groenhovenloop

Gepost door Peter de Haan op maandag 22 april 2019 21:01
Beste lezertjes, wees gegroet vanuit het fanatiek Christelijke Gouda op deze Tweede Paasdag! Na ellenlang wachten Uwerzijds is hier dan mijn eerste hardloopverhaaltje van 2019. Door drukke werkzaamheden, gecombineerd met de nodige schrijverspassiviteit, mocht U een viertal maanden niets van mij vernemen op dit platform. Voor mijn trouwe fans: mijn oprechte excuses. Voor mijn trouwe criticasters: heel graag gedaan. Maar er werd ondertussen wel gewoon doorgelopen door Uw Goudse Tobatleet. Achtereenvolgens werden op mijn kerfstok aangebracht:
  • op 3 februari de 10km Groenhovenloop
  • op 10 februari de 10km Groet uit Schoorl Run
  • op 3 maart de 16.1km Twiskemolenloop (co-starring Arranraja!)
  • op 16 maart de 15km Reeuwijkse Plassenloop
  • en op 31 maart de 21.1km Zandvoort Circuit Run.

Er ontstond derhalve een backlog/stuwmeer van vijf verhalen (immers: vijf loopjes). In de komende korte periode zal ik trachten om dit stuwmeer succesvol leeg te hozen en U weer het nodige leesplezier te bezorgen. Of misschien juist leesergernis, maar dat doet U Uzelf aan. Laat ik het voor mijn eigen gemoedsrust maar bij het eerste houden. In de komende tijd zal er een hoogfrequente release van verhaaltjes komen – hopelijk raakt U niet overvoerd, maar enfin de tijd zal het leren. We beginnen hier dus met het relaas van mijn eerste loop van 2019: de Groenhovenloop.

Dit betoog zal ik echter aanvangen met een paragraafje over de Goudse Runners. Dat hebben ze zo langzamerhand wel verdiend vind ik. Diegenen die al die jaren de moeite hebben genomen mijn verhaaltjes te lezen weten het: het gaat hier om de loopgroep in Gouda waaraan ik 6.5 jaar geleden mijn hardloophart verpand heb. Dat ging overigens niet zomaar. De eerste keer dat ik er op een grauwe zaterdagochtend mijn opwachting maakte (we spreken hier over 20 oktober in het jaar des Heeren 2012) had ik een nog wat onbestemd gevoel. Ik kende er niemand, ik wist dus ook niet wat het niveau van deze groep zou zijn, en of de mensen mijn markante edoch sociabele persoonlijkheid wel zouden kunnen waarderen. Allemaal vraagtekens dus.

Zoals genoegzaam bekend bestaat een degelijke hardlooptraining (en dus óók die van de Goudse Runners) uit een vijftal onderdelen. In de eerste plaats heb je de warming up, een combinatie van inlooprondjes en dynamische oefeningen om de boel lekker los te krijgen. Zo net uit je nest op de zaterdagochtend is dit geen sinecure, maar een ieder slaat zich er man- dan wel vrouwmoedig doorheen. Warmgeworden ondergaat de atleet dan het tweede onderdeel: de loopscholing.
Loopscholing is een trainingsvorm die tot doel heeft om de looptechniek efficiënter te maken. Het doel is het verbeteren van de coördinatie, en bewustwording van de verschillende momenten in de looppas. Ze nemen als onderdeel van de totale training zo’n 10-15 minuten in beslag.

Verschillende loopoefeningen zorgen samen voor een optimale looptechniek, waardoor de kans op blessures kan worden verkleind, het vermogen efficiënter wordt toegepast, en de loopsnelheid wordt verhoogd. Deze oefeningen kunnen onder andere zijn:
  • Huppelpasjes en kaatspasjes (jawel!)
  • Triplings (lichte kniehef met overdreven voetafwikkeling, wel armen meenemen graag)
  • Aanslagpasjes (waarbij het onderbeen uitzwaait). Omdat het woord ‘aanslag’ wat lading kan hebben is laatstelijk bij de ledenvergadering het woord ‘slagpasjes’ voorgesteld
  • Pendelpasjes (hoge kniehef gecombineerd met hakkenbil, met romphouding rechtop)
  • Steigerungen (korte series hevige versnellingen). Dit is bij mij het onderdeel waar het gevaar op blessures op de loer ligt. Meermalen gedurende de afgelopen jaren is het mij daarbij in lies, kuit dan wel hamstring geschoten, dus ik pas hier altijd graag een beetje op

Het derde onderdeel is de zogenaamde loopkern. Loopkernen verschillen per training, maar bestaan meestal uit verschillende intervallen met allerlei tempowisselingen. Iedere atleet werkt de loopkern op zijn/haar eigen niveau af. Bij de Goudse Runners is wat die niveaus aangaat het ganse spectrum voorhanden. Er zijn bij ons geen groepen op sterkte, m.a.w. groepen met lopers van ongeveer gelijk niveau. Dit betekent onder andere dat er tijdens de loopkern altijd een centraal punt moet zijn zodat men nog een beetje bij elkaar blijft. Anders wordt het zo ongezellig. Door het lopen van rondes, lussen of heen-en-weertjes komt men telkens weer op het centrale punt terug, waar de trainer de meute staat te monsteren, en voor een ieder een goed- dan wel afkeurend woord heeft.

Na de vaak intensieve loopkern volgt onderdeel vier: de cooling down, een serie statische stretch-oefeningen. De cooling-down is onder andere bedoeld om het lichaam weer rustig te laten wennen aan het normale ritme, het voorkomen van blessures, het verlagen van een eventuele hoge hartslag en het verminderen van de verzuring in de spieren. Afsluiter van de cooling-down is steevast ‘het ooievaartje’ waarbij met de volle hand het enkelgewricht gepakt wordt en de hak naar de bil wordt gebracht. Natuurlijk hebben we het hier wel over de de hak van hetzelfde been als dat van het enkelgewricht. Want anders ontstaan er ongelukken. Deze oefening wordt herhaald met gebruikmaking van (de onderdelen van) het andere been.

Tot zover deze gortdroge, bijna wetenschappelijke kost. Het vijfde, laatste en meest belangrijke onderdeel is de afterparty. Deze duurt bij de Goudse Runners soms langer dan de vier voorafgaande onderdelen, en schenkt in veel gevallen de meeste voldoening. Hier worden, dikwijls onder het genot van koffie en een enkele Goudse stroopwafel, de voorafgaande schermutselingen feilloos kapot geanalyseerd.

Maar waarom vertel ik dit allemaal? Wel, ik memoreerde aan het begin van dit kletsverhaaltje de vraagtekens die ik had bij mijn entree op de zaterdagochtend bij de Goudse Runners. Diezelfde vraagtekens werden bij de eerste de beste training omgezet in één groot uitroepteken. Wat gebeurde er namelijk? Vlak na de warming up sprak trainer Rob de wat badinerende en paternaliserende woorden ‘En dan is het nu tijd voor de loopscholing, wie van jullie weet nog waarom we dat ook alweer doen?’ Even was het stil – en juist op het moment dat ik een gruwelijk serieus antwoord wilde geven hoorde ik van schuin achter mij de legendarische woorden ‘Om de tijd te doden’.
Wim, thanks a million! Jij hebt destijds in één keer mijn schroomvalligheid weggenomen – en dankzij jou ben ik een heuse Goudse Runner geworden en dat tot op de dag van vandaag gebleven.

Na het voltooien van alweer mijn derde Rotterdamsche Bruggenloop – afgelopen december – ging de wedstrijdgeest voor een tijdje uit de fles. Of: de geest uit de wedstrijdfles, zo U wilt. Zo goed en zo kwaad als het kon werd er (door mij) stug doorgetraind bij de Goudse Runners. Dit gebeurde in ieder geval op de zaterdagochtend, en in een enkel geval op de dinsdagavond of de vrijdagochtend. Op 13 januari beleefden wij weer het jaarlijkse feestje van de Goudse Runners: de HAWA-loop waarover ik al in eerdere kletsverhaaltjes vol enthousiasme berichtte. Dertien mooie kilometers lang hobbelden wij in een rustig doch gestaag tempo achter GR-opperhoofd Hans aan. Het festijn start zoals gebruikelijk bij de Goudse kinderboerderij, en voltrekt zich in het gebied rondom Reeuwijk-dorp. Na afloop vierden wij op de kinderboerderij de verjaardag van Hans op traditioneel ludieke en onvergetelijke wijze – zoals alleen Goudse Runners dat kunnen. Overigens: nog steeds is de kinderboerderij niet genegen de naam ‘dierenboerderij’ te voeren, ondanks dat ik ze er herhaaldelijk op heb gewezen dat op de boerderij geen kinderen gehouden worden. Dat laatste zou mij overigens als Terre des Hommes-employee grenzenloos tegen de hanenborst zijn gestoten.

Op zondag 3 februari gingen volgens goed gebruik de wedstrijdschoentjes weer uit het vet. De openingskraker van het Nieuwe Jaar is zoals altijd de Groenhovenloop, een thuiswedstrijd met start en finish in het pittoreske atletiekstadion van Antilopen Vereniging Gouda. Bij deze gelegenheid ging ik – zo had ik met mijzelf afgesproken - de 10 kilometer verhapstukken (bron: Arranraja). Daags voor dit spektakel had ik met mijn zaterdagochtendgroep nog een loodzware training afgewerkt in de stromende regen. Hopelijk had ik niet te veel van mijn tere gestel gevergd, enfin we zouden het wel zien.

Godzijdank had het weer overnight een enorme omslag gemaakt. Op de wedstrijdochtend scheen een vrolijk zonnetje, de vaandels wapperden op de atletiekbaan vrolijk in het rond en er waren louter vrolijke hardlopers en supporters te bekennen. Wel was het zoals gebruikelijk onbarmhartig druk in de kleine kantine – en daar moest ik nou juist zijn om mijn startnummer te bemachtigen. Na wat geduw en geknok in de drukte stond ik uiteindelijk achter het juiste tafeltje en kon ik de gewenste aanschaf doen bij één van de dienstdoende vrijwilligsters.

Nu moest echter nog het startnummer op het shirt geschroefd worden. In de kleedkamers was het daar veel te druk voor, en buiten stond er te veel wind om succesvol bezig te zijn. Dus moest het in de overvolle en knetterdrukke kantine gebeuren. Gelukkig was de redding nabij: er stond een aantal lage stoeltjes en tafeltjes met tekenvellen en kleurpotloden voor al die jeugdigen die niet gingen hardlopen. Met een routineus gebaar veegde ik al het tekenmateriaal van de tafeltjes, legde mijn shirt er op en ving het noodzakelijke speldwerk aan. Dit leverde mij wel wat ontroostbare kinderzieltjes en woedende ouderblikken op, maar ja: het doel heiligt de middelen, toch? Daarbij: kinderen moeten al vroeg in hun jonge leven hard en weerbaar gemaakt worden. Anders worden zij week en beïnvloedbaar.

Gelukkig was er na al dit gekrakeel nog voldoende tijd over om mij fatsoenlijk om te kleden, de noodzakelijke doping toe te dienen en wat inloopronden over de fraaie atletiekbaan te volbrengen. Vele Goudse Runners hadden – zo zag ik – ook hun weg naar deze Groenhovenloop gevonden. Het was een feest der herkenning en blijmoedige begroeting. Met trouwe zaterdagklant Nico deed ik nog een extra inlooprondje, en samen spoedden wij ons naar het startvak. Om klokslag vijftien minuten over twaalf werd de meute weggeschoten voor een fraaie zonovergoten wedstrijdloop over 10 kilometer.

Nico had de laatste maanden wat stugger doorgetraind dan ik – en hij koos dan ook snel het hazenpad. Als ik in zijn spoor zou blijven zou ik mij binnen de kortste keren opblazen, en dat was vandaag niet mijn bedoeling. Ik koos een tempo waarbij ik redelijk goed op techniek kon blijven lopen. Mijn haas voor de eerste kilometers was trainster Thea, zo had ik bedacht. Maar na ongeveer één kilometer volgde de deceptie: zij sloeg een andere richting uit, die van de 5km-lopers. Nom de Dieu! L‘histoire se repetait: in de zomer van afgelopen jaar was ik ook al in zo’n val getrapt tijdens de Midzomerloop in Leiderdorp. Daar waande ik mij ook geborgen achter de ranke rug van een renster, maar ook zij sloeg toen onverwachts af voor een kortere afstand. Een ezel stoot zich in ’t gemeen, niet tweemaal aan dezelfde steen. Maar ik wel dus – leren zal ik het nooit.

“Dan maar snel een nieuw slachtoffer vinden” waren mijn eerste gedachten. Al gauw had ik een roodharige paardenstaart in het vizier, met prachtige bloementafereeltjes op haar driekwart looptights. Rap maar beheerst liep ik het gat dicht dat mij van haar scheidde. Met deze ginger zou ik de komende kilometers doorkomen, zo luidde mijn vernieuwde strijdplan.

Na 2.5 kilometer staken wij de Bloemendaalse Weg (de rechtstreekse weg naar Reeuwijk-Dorp) over. Daar stond, op zijn rolski’s, het eerder gememoreerde GR-opperhoofd Hans. Meewarig keek hij naar mijn wat amechtige gezeul in het kielzog van de bloemetjesbroek. Het was voor mij nu zaak om siberisch te blijven onder deze be- en veroordelende blik. We moesten tenslotte nog heel wat kilometertjes wegbuffelen. Een complicerende factor bij dit alles werd gevormd door een loper met een dikke grijze wollen muts, die heel onregelmatig telkens voorbij ons liep om zich vervolgens weer door ons te laten inhalen. Hierbij kwam mijn veeljarige hardloopervaring van pas: we moesten onszelf niet laten verleden tot al even onregelmatig lopen. Dan blaas je jezelf ook op voordat je er erg in hebt. Dat wilde ik vooral mijn gebloemde metgezellin niet aandoen.

Na drie kilometer passeerden wij de op dat moment wandelende dinsdagavondloper Paul, die het zichtbaar en hoorbaar niet naar zijn zin had. Bij het zien van ons nam hij weer de hardlooppas aan en trachtte hij verwoed en krampachtig in ons spoor te blijven, Even later hoorden wij achter ons echter de welbekende geluiden van ineenstorting – we hebben hem pas veel later aan de finish terug gezien. Jammer maar helaas voor Paul: dit was blijkbaar zijn dag niet.

Het stuk over de Middelburgweg – in de richting van Boskoop – werd door het bloemenmeisje en mij in een keurig strak tempo afgewerkt. Net na de drankpost op 5km slaat het peloton dan rechtsaf richting downtown Reeuwijk-Dorp. Hier, op een vreemd genoeg ietwat glooiende weg, vertoonde mijn compagnonne de eerste tekenen van verval. Nog voor het centrum moest zij lossen – achteraf bleek dat zij in de laatste kilometers vele minuten had verspeeld.

Een nieuwe paardenstaart was al rap gevonden, zij het dat de kleur ervan was veranderd van ginger in helblond. Maar eigenlijk had ik niet zoveel aandacht voor deze hardloopster. Zij trachtte in mijn spoor te blijven, maar ik keek alweer verder vooruit. Daar, een meter of honderd vóór mij, liepen Goudse Runner Mat en AV Gouda atleet Trudie. Het was duidelijk te zien dat Mat nog goede benen had, terwijl Trudie juist op haar laatste benen liep. Mat bij- en inhalen zou moeilijk worden, maar Trudie (BTW half zo groot als ik) was zo te zien een haalbaar doelwit. Er op af dus!

Soepeltjes ontdeed ik mij van de blondine en snelde ik op Trudie af. Op kilometer 8 was ik op haar neergestreken, en maande ik haar om in mijn spoor te blijven. Dat lukte wonderwel, en op kilometer 9 draafde zij weer wat van mij weg door toedoen van een hongerklopje mijnerzijds. Potjandozie, alweer die voedselschuld die mij al meerdere malen parten had gespeeld in voorgaande lopen. Even moest ik temporiseren, maar spoedig herpakte ik mij en stoomde weer op Trudie af, die haar voorsprong op mij verwoed verdedigde.

Bij het betreden van het atletiekstadion, daar waar Wim (‘om de tijd te doden’) mij nog hartstochtelijk aanmoedigde, had ik de dappere Trudie andermaal ingerekend. Ook stonden hier vele andere Goudse runners langs de zijlijn hun kompanen toe te juichen. Dat gold ook voor de Vijf Vrouwen die mij destijds in Waddinxveen als een held hadden binnengehaald na mijn loodzware 15km-loop. Nu gaf ik, met de finishboog in zicht, nog een dot extra gas. Trudie kraakte, piepte, knarste en loste definitief. Bevrijd snelde ik over de baan naar de verlossende eindstreep, die ik passeerde in een matige tijd van 57:24. Ach ja, matig, het representeert simpelweg de vorm waarin ik anno 3 februari 2019 verkeerde.

Direct na de finish begon ik te doen wat ook de andere Goudse Runners deden: mijn collegalopers over de finish heen supporteren. Dit al lurkend aan een waterflesje en al smakkend op een halve banaan en een partje sinaasappel. Eén voor een druppelden mijn makkers en maksters binnen, al dan niet tevreden over hun geleverde prestaties. Zelfs de dame met bloemetjestights en rode paardenstaart was content met haar inspanning, en datzelfde gold uiteindelijk ook voor GR-collega Paul, voor wie het wel een enorme marteltocht was geweest. Al met al was het een mooie zonnige hardloopdag geworden daar in Gouda en ommelanden. Een fraaie ouverture dus, en een goede training voor de 10km Groet uit Schoorl Run die een week later op het programma zou staan. In een volgend opstel meer daarover. Watch this space!


Looptijden.nl op Facebook