Gehaasd en verdwaasd door zijn eigen Dorp

Gepost door Peter de Haan op zondag 4 november 2018 04:00

Nondeju wat kan er binnen twee weken toch veel veranderen. Op 14 oktober nog beleefde schrijver dezes een bloedjehete Halve Marathon van Eindhoven waarbij de temperaturen tot zo’n 27 graden waren opgezwiept. Samen met duizenden anderen ploegde, buffelde en zweette ik vele kilometers door de noordelijke helft van de Lichtstad. Een paar dagen had mijn vege lijf nodig om te recupereren van deze monsterinspanning. En toen ik dat eindelijk voor elkaar had trad dan die langverwachte herfst in, waarbij de temperaturen zienderogen zakten. Twee weken verder dus, op zondag 28 oktober, ging de Middenmeerloop in Amsterdam worden afgewerkt onder een gevoelstemperatuur van maar liefst vier (zegge: 4) graden Celsius. Binnen 14 dagen werd een temperatuursverschil van maar liefst 23 graden overbrugd. Van bloedjeheet tot ijsjekoud dus. Dat dit teveel is voor een mensenlichaam werd vandaag maar eens te meer aangetoond.

De Middenmeerloop is een loop zowat door de achtertuin van mijn loop- en blogvriend Arranraja. Al sinds jaar en dag verhapstukt deze verstokte Diemenaar-van-Haarlemse-origine dit jaarlijks trimfestijn, en vandaag ging ik hem hierbij voor de eerste maal vergezellen. Voor mij zou dit evenement het immers gapende gat tussen Eindhoven en Zevenheuvelen (18 november) gaan opvullen. Plaats van handeling: de atletiekbaan van Antilopen Vereniging ‘ 23 gelegen in de buitengewoon groene Watergraafsmeer.

Graag wil ik even stil staan bij het markante alias van mijn kompaan. Op zijn eigen blogsite, die ik U van harte aanbeveel, doet hij uitvoerig uit de doeken waar één en ander voor staat. Maar persoonlijk heb ik heel andere associaties met de geuzennaam die hij zichzelf heeft toegeëigend:

  • Niet de vijfde Beatle maar de vijfde Musketier: Arranraja die samen met Aramis, Athos, Porthos en d’Artagnan onder het motto ‘Eén voor allen, allen voor één’ de snode plannen van kardinaal Richelieu dwarsboomt in de roman van Alexandre Dumas
  • De Spaanse edelman Don Arranraja die uitgestrekte sinaasappelboomgaarden bezit en die zijn lijfeigenen met blote handen de Zumo de Naranja uit de oranje vruchten laat persen. Uit stilstand, zou Storm uit Debiteuren Crediteuren zeggen
  • Een Indiase heerser (raja of radja) over het Schotse eiland Arran. Een beetje out of place natuurlijk, maar ach voor een goede slok malt whisky en een flinke portie haggis reist men grif de halve wereld over

Hmmm toch een beetje een rauw type dus. Een niets en niemand ontziende persoon die er alles aan doet om zijn gelijk of gewin te krijgen. Dit typeert bij uitstek mijn hardloopmakker. Door weer en wind snelt Arranraja tenminste twee maal weeks door de uitgestrekte gebieden in het oostelijk gedeelte van de Amsterdamse banlieue. Daarbij door granieten muren gaand om over de door hem hoog gelegde latten te geraken. Met deze hardloopmusketier zou ik voor de tweede maal dit jaar de degens gaan kruisen. Immers: in de vroege zomer hadden wij al gezamelijk de Vechtloop in en om Weesp bevochten.

De voorgaande dinsdagavond en vrijdagochtend had ik mijn lijf en leden nog flink afgebeuld bij de Goudse Runnerstrainingen. Vooral vrijdag op de baan ging het er zeer stevig aan toe, waarbij mijn snelheidsmeter af en toe de 18km/h aantikte. Dat ik dit op mijn oude dag nog kan: het is mij een compleet raadsel. Mijn trainers zagen het allemaal tevreden aan: ze zien dat ik telkens kleine stapjes vooruit maak na mijn megadip van afgelopen winter en voorjaar.

Maar vandaag werd het tijd om te zien of alle noeste trainingsarbeid kon worden omgezet in een goede prestatie in het Middenmeer. Al heel vroeg vertrokken mijn lief en ik per trein vanuit Gouda. Elfriede ging naar een schrijfcursus in Leusden (hmmm zou ik ook eens moeten doen) en ik toog driftig mediterend richting Amsterdam. De laagstaande zon scheen fel op mijn gevoelige oogjes, die ik alleen al om die reden stevig had toegedaan.

Juist toen ik wakker werd van mijn eigen gesnurk reed het boemeltje het hoofdstedelijke hoofdstation binnen. Wat een kalmte heerste er daar in vergelijking met vijf weken ervoor. Waar ter wereld ik ook kwam, nimmer trof ik zo een bende als in ’t oude Amsterdam, op de dag van Dam-tot-Dam. Toen was het er een enorme chaos, zoals U in mijn lyrische verslag over dat Amsterdamse/Zaandamse festijn had kunnen lezen. Hoe anders was het nu. Op mijn dooie akkertje slofte ik naar de Sterrendollars voor een Grande Caramel Machiato, maar de als vanouds gigantische queue bij de balie noopte mij om uit te wijken naar de naastgelegen Exki voor een doodeenvoudige Cappuccino en een flesje Zumo de Naranja voor later. Welgezeten aan het IJ bracht ik de koffie met opgeschuimde melk in en mijmerde ik over de beproeving die mij later op de ochtend te wachten stond.

Voldaan en weer een klein beetje wakker boemelde ik vervolgens naar het Amsterdam Science Park. Dit, beste lezers, is een technisch-wetenschappelijke hub van Europese allure. Het is het hoofdstedelijke Muppet Lab, where the future is made. Gedurende de tweede kilometer van de Middenmeerloop zouden wij dit fraaie bèta-complex passeren. Maar zover was het nog niet. Eerst moest ik mij vanaf het Science Park-stationnetje een weg banen langs Sportpark Middenmeer richting de atletiekgronden. Op de Radioweg passeerde ik de Jaap Edenbaan. Het was op het nog vroege uur al een drukte van belang op deze openlucht schaatsbaan. Héél lang geleden trok ik daar ook de nodige baantjes, maar daarvoor moeten wij terug naar de vroege jaren zeventig. Vader De Haan was een enthousiast schaatser, en in zijn geestdrift placht hij zoonlief mee te slepen naar menig ijspiste, of deze nou van natuurlijke of kunstmatige aard was. Met mijn schaatscarrière is het verder nooit wat geworden. Ik beheerste de techniek goed, maar ik kreeg steeds heel snel ondraaglijke pijn in mijn jeugdige hoefjes. Mijn zwakke enkelbandjes bleken niet tegen dat schaatsgeweld opgewassen. Gelukkig heeft dat euvel mij later in mijn hardloopbaan nimmer gehinderd.

Vervuld van nostalgia stiefelde ik door langs de sportvelden. Er waren opvallend veel vrouwen die ’s-morgens in de vroegte hun hondjes uitlieten. Zij begroetten mij allen zo uitbundig dat ik even dacht dat er in dit deel van Amsterdam helemaal geen mannen bestonden en dat ik daardoor in hun ogen mogelijk een bepaalde rol te vervullen zou hebben. Ik liet mij echter niet van de wijs brengen en versnelde mijn wandelpas als in een soort Benny Hill-sketch. Even later betrad ik de gewijde gronden van AV’23, de plek des oordeels vandaag op deze Dag des Heeren.

De zon scheen fel, maar het was bajeskoud ter plekke. Ik spoedde mij haastig het clubgebouw in, de steile trappen op naar de smaakvolle kantine met uitzicht op de baan. Daar ontving ik na enig aandringen mijn startnummer en schoenchip, die ik vervolgens vlijtig op mijn Goudse Runnersshirt resp. rechter Saucony monteerde. Het was inmiddels 10 uur geworden, tijd om vanuit de hoogte de start van de 5km-loop te aanschouwen. Slechts 48 atleten waren hiervoor uit hun warme nestje gekropen, wel even een bitter pilletje voor de organisatie. Later, bij de 10km, zou dat gelukkig wel anders zijn.

Lang kon ik niet in de warme kantine blijven. Ik moest mij vermannen en weer naar buiten gaan om tot aan de start één voor één - en heel gedoseerd over de tijd - alle lagen kleding af te pellen. Ik zag de lopers van de 5 kilometer stuk voor stuk het stadion binnenkomen en over de baan snellen richting finish. Toen ik even de kleedkamer wilde binnengaan voor het eerste Sicherheitsplasje kreeg ik nog een taakje van de dienstdoende toiletvrijwilligster. Of ik even een tas vol toiletrollen in het kleinste herenkamertje wilde plaatsen, was de vraag. Het zou zomaar nodig kunnen zijn, deelde zij mij mede. Uiteraard kon ik aan de smeekbede van deze vrouw geen weerstand bieden, en dus deed ik braaf wat mij was verzocht. Mijn goede daad voor vandaag was in de pocket!

Uitrustend van deze klus ontwaarde ik opeens Arranraja in de uitzinnige menigte rond de atletiekbaan. Hij had zijn tas met verschoning net afgeven in de daartoe bestemde tent op het middenterrein. Na onze uiteraard weer buitengewoon hartelijke begroeting besloot ook ik de laatste laagjes af te pellen en mijn tas tijdelijk te doneren aan de vrijwilligsters in de tassentent. Enthousiast keuvelend kachelden wij wat inlooprondjes weg op de baan en gaven wij onze Garmins de opdracht om een kunstmaan uit het zwerk te selecteren. Het was nog vijf minuten voor de start. Arranraja spoedde zich nog even naar de kruiskopdixi voor het laatste zenuwenplasje, maar toen ook dat leed geleden was konden we dan eindelijk van start voor onze 10km-challenge.

Het tevoren bekokstoofde strijdplan was als altijd doodeenvoudig. We zouden uitgaan van 10km/h, mogelijk iets sneller. Bovendien was de opdracht aan mij, als beste haas aan deze kant van de Sallandse Heuvelrug, om een negatieve split te realiseren. Dat was uiteraard niet aan dovehaasoren besteed. Op mijn gemakje ontwierp ik vlak voor de start de minutieus te volgen strategie om de komende 10 kilometer geheel op gevoel te gaan lopen. Dat klinkt paradoxaal, maar geloof me: het getuigt van ultiem vakhaasschap om het op deze wijze te doen.

Na ongeveer een driekwart ronde over de baan snelden wij de baan af en begaven wij ons via de Radioweg door het uitgestrekte sportpark. Daarbij passeerden wij onder andere de Piet Keizerbrug en de Dick van Dijkbrug, genoemd naar twee inmiddels overleden Ajaxhelden uit een ver verleden. Mijn Ajax-hart begon als een razende te kloppen. Piet Keizer was het immers, die met een onnavolgbare passeerbeweging de rechtsback van Panathinaikos dolde in de Europacup I finale op Wembley in 1971. Uit Keizer’s afgemeten voorzet zou Dick van Dijk met een achterwaartse kopbeweging de Atheense keeper verschalken. Met een prachtige zege van 2-0 zou Ajax uiteindelijk voor de eerste maal in het bestaan van de club de Beker met de Grote Oren in de hoogte mogen tillen. Dit kunststukje werd in de navolgende twee jaren herhaald.

Het oude Ajax-stadion De Meer lag op een steenworp afstand van de baan van AV’23. Tegenwoordig is het daar bebouwd en hebben de straten namen van roemruchte stadions. Bernabeuhof, Esplanade de Meer, maar de mooiste van allemaal: Anfield Road. Mijmerend over Ajax kwam het fabelachtige alternatieve clublied naar boven, gecomponeerd door niemand minder dan Kees Prins en vertolkt door volkszanger Melvin:

Dit is mijn club, mijn ideaal,
dit is de mooiste club van allemaal.
Hier ligt mijn hart, mijn vreugde, mijn verdriet,
het kan dooien, het kan vriezen,
we kunnen winnen of verliezen,
maar een beet're club dan deze is er niet.

Wat een tearjerker. Ik had gedurende de eerste kilometers eerder het idee dat het aan het vriezen was dan aan het dooien. De eerste kilometer was keurig afgelegd in 5:58, in de tweede kilometer langs het Science Park moesten wij – vanwege een onderonsje van Arranraja met ene Arthur – flink wat seconden op ons schema prijsgeven. Dat kon natuurlijk niet ongestraft blijven. Gebelgd riep ik mijn opdrachtgever tot de orde, en na een grimmige woordenwisseling vervolgden wij onze weg in het afgesproken tempo. Na een venijnige klim en een doortocht in een woonwagenpark bereikten wij de boorden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Langs deze waterpartij zou een tweetal kilometers in rechte lijn worden afgelegd. Kanaal ter linkerzijde, Diemen ter rechterzijde. Het pad was redelijk bevolkt met fietsers en wandelaars, en aan het water zaten vele visenthousiastelingen naar hun dobbertjes te turen.

Het was door de bomenrijen aan beide kanten van het pad beschut, en dus takkenkoud. Vlak bij de roemruchte Nesciobrug gaf Arranraja aan dat hier zijn Gewijde Trainingsgronden liggen. Het equivalent van mijn Reeuwijkse Plassengebied dus. Vaak – zo vertelde hij mij - steekt hij hier het kanaal over om aan gene zijde de nodige kilometers weg te buffelen en dan weer terug te keren naar deze zijde. Of andersom. Een andere landmark is daarbij dan de Uyllanderbrug, waarover de Fortdiemerdamweg loopt. Deze brug was voor de arendsogen onder ons in de verte te zien.

Ver voor het bereiken van de Uyllanderbrug banjert het peloton rechtsaf de Diemerpolder in. Hier versmalde het pad zich, zodat de meute in één langgerekt lint haar weg moest vervolgen. Inmiddels waren er 5 kilometers verhapstukt (bron: Arranraja) zodat we nu konden beginnen onze negatieve split waar te maken. We zaten met een tussentijd van 29:28 keurig binnen de opdracht. Arranraja vertelde mij dat hier ergens de voormalige bondscoach (en gewezen Ajax-trainer!) Danny Blind woont, in vast een héél aardig optrekje. Dat mag ook wel voor een lid van de Raad van Commissarissen van Ajax, vindt U ook niet? Het is je van harte gegund Danny!

Na 5.5 kilometer was aan de linkerzijde de eerste en enige drankpost van deze loop. Dankbaar pakte ik een bekertje water en leste mijn grote dorst. Arranraja lurkte intussen gulzig aan een meegebracht flesje met een voor mij onbekende vloeistof, waarschijnlijk zijn doping. Mijn lege bekertje kon ik even later afgeven aan een jongen die daar door de dienstdoende vrijwilligster was geposteerd. Hulde voor dit mooie stukje duurzaam optreden van organisatiewege. En van de jongen zelf ook, vanzelfsprekend. Het past eigenlijk ook wel bij dit soort kleinschalige volksfeestjes.

Nu werd het weer een beetje lastig. Er stond een langgerekte klim op het programma over de Diemerpolderweg naar de brug over de Diem. Het was zaak om de pas kort te houden en de frequentie hoog. Technisch lopen op zo’n lang vals plat, en dus niet op kracht, is geboden. Keurig volgens schema werd die col bedwongen. Ik was zeer tevreden over mijn opdrachtgever, die vastberaden en zelfverzekerd in mijn kielzog liep, en die regelmatig even langszij kwam om als een volleerde gids wat belangwekkende zaken te vertellen over de omgeving waarin wij liepen.

Na een korte afdaling werden wij verwelkomd door een overenthousiaste jonge vrijwilligster die ons toevoegde dat ze “in ons geloofde”. Gelukkig, er was dus nog IEMAND die dat deed! Ik voelde mij gevleid door deze confessie op deze Dag des Heeren. Grijnzend draaiden mijn kompaan en ik de Overdiemerweg langs het water en het Penbos op. Hier schroefde ik het tempo even fors op tot bijna 5.10 per km om mijn opdrachtgever en mijzelf te testen. Die test slaagde. De uitkomst was echter minder bemoedigend: het leek er niet op alsof Arranraja dat tempo ging volhouden. Maar dat gold tegelijkertijd ook voor mijzelf. Beiden hadden we het gevoel alsof de energie langzaam aan het weglopen was. Ikzelf had de nodige last van mijn ademhaling, onder andere het gevolg van de belachelijke temperatuurverschillen tussen Eindhoven en Middenmeer. Ik voelde mijn longen protesteren, alsof ze tegen mij wilden zeggen: wat flik je ons dáár nou weer? Goed raad is duur zullen we maar zeggen. Ik vertraagde weer en ging nu andermaal volgens schema lopen. Maar door die buitengewoon rappe kilometer was de negatieve split nu al zo goed als binnengesleept, zo stelde ik vast met een tevreden grimas. Voor Arranraja was dit ook bijzonder goed nieuws.

Alle reden voor een vrolijk intermezzo dus. Na iets meer dan 7 kilometer stond daar ineens de oudste dochter van Arranraja aan de kant van de weg om foto’s van ons te maken. Breeduit glimlachend toonden wij ons op ons paasbest. Maar kennelijk waren de afdrukjes niet gelukt of zo, want even later vervoegde ze zich al rennend wederom bij ons met het verzoek of ze nog wat plaatjes kon schieten. Trouwens, lekker goed voor de moraal als een dame je op haar Ugg-jes voorbij komt snellen. Maar uiteraard voldeden wij met plezier aan haar verzoek. Ik draaide mij in de loop nog even helemaal om teneinde mijn fotogeniciteit optimaal te doen benutten. Dit met behoud van snelheid nota bene.

Even later moesten wij abrupt in de remmen. Tram 19 kwam er aan, en het zag er niet naar uit alsof dit vehikel ons dappere atleten voor zou laten gaan. Schuimbekkend en tot grote razernij gedreven zag ik de trambestuurder sarcastisch naar ons zwaaien. Hij moest eens weten wat je twee topatleten in volle inspanning aandoet door zo op je strepen te gaan staan en met je pokkentram hen de pas af te snijden. Het Gemeentelijk Vervoersbedrijf kan op een boze brief van mij rekenen. Just kidding. Ik heb het inmiddels al een plekje gegeven.

Inmiddels was de tank aardig leeg aan het raken. Maar het ergste moest nog komen. De gebeurtenissen die zich in de laatste 2 kilometer afspeelden kunnen gerust worden aangeduid met “Het Drama van Diemen”. Wat was er aan de hand? De organisatie had weer eens het parcours verlegd (doen ze elk jaar) en bovendien had men een blik studenten opengetrokken bij gebrek aan eigen verkeersvrijwilligers. Een fatale combinatie, zo bleek. Na precies 8 kilometer werd het peloton al de verkeerde kant opgestuurd – en toen was het hek van de dam. Op hoeveel verschillende manieren de hardlopers de doortocht door Diemen hebben gemaakt: niemand zal ooit bij benadering het antwoord kunnen geven. Arranraja en ik liepen op een drukke weg (voor de liefhebbers: Beatrixlaan/Wilhelminaplantsoen/Oranjeplantsoen) waar het gemotoriseerd verkeer vrij spel had. Halsbrekende capriolen moesten wij uithalen om niet van onze hardloopsokken gereden te worden.

Uiteindelijk kwam alles weer samen op de Radioweg richting het atletiekstadion van AV’23. Maar velen hadden 400 meter teveel gelopen, en anderen weer 200 meter te weinig. Verdwaasd en aangeslagen door zoveel onrecht en onpeilbaar leed sjokte het peloton moedeloos richting de verlossende eindstreep. Arranraja had in een moment van onachtzaamheid een gaatje laten vallen met zijn privé-haas en was verwoed bezig dit dicht te lopen. Maar in de laatste 100 meter, net voor hij kon aansluiten, versnelde ik nog even voor een kleine laffe sprint. En zo kon het zijn dat ik met een netto tijd van 56.25 over de finishmatten stampte, op 6 seconden gevolgd door mijn grote hardloop- en blogvriend. Opdracht uitgevoerd, en zelfs beter dan dat: de 60-minuten barrière was met maar liefst 3.5 minuten geslecht!

Tevreden maar voldaan namen wij een werkelijk prachtige medaille in ontvangst en liepen wij een volle ronde uit op de baan. Even supporterden wij nog wat dappere hardloopkrijgers in hun laatste loopstuiptrekkingen tot de verlossende finish. Maar niet voor lang. Omdat het nu wel rap ijskoud begon aan te voelen begaven wij ons op een drafje richting kleedkamer om de eerder afgepelde lagen weer fluks aan te brengen. De Middenmeerloop, officieel genaamd: ‘Daarom Diemen Middenmeerloop’, zat erop! Ik zou eerder zeggen: Drama Diemen Nooitmeerloop, maar dat terzijde.

Het was desondanks heel mooi geweest, daar in de Watergraafsmeer en Diemen. Het werd zoetjesaan tijd om de poorten van het atletiekstadion achter ons dicht te trekken. Geanimeerd keuvelend over Loenatik én onze gezamenlijke hobbies wandelden wij naar station Diemen, waar Arranraja als tevreden opdrachtgever de envelop met het afgesproken bedrag in mijn graaiende handen stopte en mij vervolgens op de trein zette. Terug naar Amsterdam Centraal en dan weer terug naar Gouda, terug naar mijn lief die als inmiddels volleerd schrijfster mij nou eindelijk eens kan vertellen hoe je dat doet, dat schrijven.


Looptijden.nl op Facebook