Eigen haas is goud waard!

Gepost door Arranraja op zaterdag 7 juli 2018 19:35

Bekijk vooral ook de foto's op https://arranraja.wordpress.com/

Het was inmiddels een traditie geworden, want hij zou voor de vijfde opeenvolgende keer de eerste helft van het trimloopjaar afsluiten aan de boorden van de Vecht in- en om het oude vestingstadje Weesp. En voor het derde jaar in successie zou Loop(tijden)-maatje Peter hem daarbij vergezellen. Ze hadden vooraf via de sociale media al uitgebreid contact gehad over de te volgen strategie, de einddoelen en over het op elkaar afstemmen van het aanreisschema. Peter zou voor een lange OV-reis al vroeg zijn woonstede verlaten en hij zou later op de ochtend, door luttele minuten te treinen vanuit het naburige dorp, Weesp bereiken. Haas van dienst Peter had in het (zoals altijd) gloedvolle verhaal over zijn laatste verrichtingen blijk gegeven van een uitstekende vorm. Zijn kompaan had daarop als volgend gereageerd: 'toen ik las dat jij rustig moest beginnen, was ik verheugd. Maar toen dat rustige tempo rond de 11 per uur bleek te liggen, verdween die blijdschap als sneeuw voor de zon. Ik zal al verheugd zijn als ik zondag de 10,5/uur zal kunnen halen en volhouden. Dus als jij jouw motor daarop kunt afstellen, dan heeeel graag'. Een haas moet zich tenslotte richten naar de wensen van de volger, nietwaar? Die volger zag de figuurlijke bui al hangen, een freewheelende tempomaker waar hij zich met hangen en wurgen achteraan wist te slepen.

Eenmaal in de plaats van handeling gearriveerd, hadden ze het daar niet over. Er waren genoeg andere zaken te bespreken, zoals hun afgelopen, bewogen jaar, de weersomstandigheden en wat en wie ze onderweg naar de start tegenkwamen. Omdat ze relatief matineus waren, was het nog rustig op het manegeterrein en hadden ze alle tijd om de noodzakelijke plichtplegingen uit te voeren. Bij de tasseninname, waar een jonge jongedame met prachtig lang rossig haar heel gedreven met de bagage aan het slepen was, stond ook al geen rij. Net zo min als bij de kamer-100 voor heren. De aanloop naar de loop verliep dus erg soepel. Ze waren heel even van slag toen bleek dat op het buitenterrein de doorgang naar het voormalige 15- en 21,1 km-parcours versperd was door een nieuwe paardenkraal. Plotsklaps moest er daarom even geïmproviseerd worden. Want na wat rekken en strekken diende er toch op zijn minst een klein stukje ingelopen te worden. Onze hoofdpersoon nam hier het voortouw omdat hij op deze wegen beter bekend was en omdat voorop lopen hem tijdens de echte loop hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks meer zou lukken. Hij grapte dat hij zo in ieder geval één keer de kar had getrokken. Maar hij wist drommels goed dat de kop nemen tijdens de echte actie een erg lastig verhaal voor hem zou gaan worden.

Het duurde nog best een tijd voor ze eindelijk op weg konden voor hun trimloop, terwijl ze voor het gevoel al geruime tijd stonden te trappelen van ongeduld in het startvak. De opkomst leek trouwens een stukje kleiner dan in voorgaande jaren. Zou het schrappen van de 15- en 21 km vorig jaar toch zijn tol hebben geëist? Naspeuring achteraf bleek dat vermoeden te bevestigen: een dikke 200 lopers minder dan 3 en 4 jaar geleden en 100 minder dan vorig jaar! Nadat de 5 km was weggeschoten duurde het nog bijna 10 minuten alvorens zij aan de beurt waren. En waarom eigenlijk? Want de route van de kortere afstand leidde de poort uit direct linksaf naar het tracé langs de Vecht, terwijl de 10 km-lopers eerst een stadstoer door hartje Weesp gingen maken. Zoals wel vaker gebeurt, lag hun tempo in die eerste fase een stukje hoger dan afgesproken: tussen de 10,8 en 10,9 per uur. Dat leidde voor de oudste van de twee loopmaatjes al direct tot problemen, in die zin dat hij naar zijn idee niet echt makkelijk vooruit kwam. Voor het eerst in al die jaren dat hij daar liep had hij in de smiezen dat vrijwel de gehele route door de bebouwde kom van het vestingstadje uit klinkerwegen bestond. En daar liep hij nou niet bepaald graag op. Als je het gevoel hebt te vliegen, valt dat je helemaal niet op, maar nu duidelijk wel.

Hij liep dus voor de derde keer samen met Peter en ondanks de inspanningen had hij in het begin nog wel adem genoeg om met zijn kompaan te praten. Zat dat gevoel van niet lekker soepel lopen dan tussen zijn oren? Hij had het idee dat hij zijn privéhaas nu al moeizaam kon volgen. Hier en daar maakte hij een opmerking over wat hij om zich heen zag. Om niet weer, net als vorig jaar, de sportwinkel te noemen waar hij daags tevoren de startnummers had opgevist, zei hij maar iets over de verandering ten opzichte van die eerdere dag aan de gevel van de pizzeria ertegenover. De benaming 'De Kringloper' van een onderneming wat verder op die (gedempte) Achtergracht vond hij uiteraard zeer toepasselijk. Hij verbaasde zich erover dat er toch wel het een-en-ander aan bekende winkelketenfilialen te bezichtigen was hier in het kleine centrum van Weesp. In ieder geval meer dan hij zich gerealiseerd had. Ze passeerden een heel nauw zijstraatje met de fraaie naam 'Korte Elleboogsteeg'. Dat leek hem meer een naam voor in de hoofdstad, niet ver hier vandaan. 'O ja, Weesp ging later in het jaar bestuurlijk ook onder Mokum vallen dus het was toch wel en toepasselijke naam', bedacht hij even later.

Het rennen voelde voor hem eigenlijk steeds hetzelfde: het ging niet geheel vanzelf en hij moest zich behoorlijk inspannen. Niet heel vreemd als je bedenkt dat de snelheid een aardig tandje hoger lag dan wat hij de laatste jaren doorgaans gewoon was. 'Enfin zo lang mogelijk proberen vol te houden maar', ging er door hem heen. De bekende buitenlander die hij vorig jaar ineens had gespot, stond wederom in zijn deuropening. Zo zag hij nu al van veraf. Deze keer hield hij in het voorbijgaan zijn lippen stijf op elkaar om de man niet te laten schrikken en rustig te laten genieten van de optocht aan renners die aan hem voorbijtrok. Had hij bij de vorige gelegenheid niet ook een opmerking gemaakt over het wel bij de omgeving passende maar niet prettig aanvoelende type wegdek? Dat zou zomaar kunnen, maar hij wist het niet meer zo zeker. De temperatuur was niet al te hoog, maar zeker in de nauwe straten in het centrum, voelde het behoorlijk warm aan. Ook al weinig ideaal als het lopen niet supersoepel gaat. Hij moest zich er maar doorheen zien te slepen en vond het om die reden helemaal niet erg dat de bebouwde kom verlaten werd om de oostelijke oever van de Vecht op te zoeken. Daar lag tenminste asfalt!

Een opmerking over de aanwezige fotografen van een loopster direct achter hem, bracht even afleiding. Hij mengde zich direct in de conversatie door te roepen dat het handig was om zoveel mogelijk aan de kant waar de plaatjespersoon stond opgesteld, te gaan lopen en zoveel als mogelijk apart van de collega's om vol in beeld te komen. Ja, hij kende het klappen van de zweep inmiddels behoorlijk goed met alle trimlopen die hij al in zijn hardloopbagage had zitten. En deze Vechtloop spande altijd de kroon wat betreft het aantal mensen met fototoestellen langs de route. Hij had thuis één van de bij andere lopen buitgemaakte sponzen in zijn renjas gestoken en die kwam nu erg goed van pas. Bij de eerste drinkpost, na precies 4 kilometer, kieperde hij het aangepakte bekertje water direct over het schoonmaakattribuut om vervolgens stante pede zijn hoofd en nek ermee te gaan bewerken. Dat zorgde korte tijd voor een welkome verkoeling. Hier in het open gebied, langs het water bracht de wind wel af en toe wat verfrissing maar als de zon even door de bewolking brak, werd het direct bloedheet. Peter had uiteraard ook wat water gepakt maar deed daarna weer even onverdroten en stoïcijns voort als altijd. Wel moest hij voortdurend omkijken om te zien waar zijn volger toch bleef.

Die werd door iets anders een tijdje beziggehouden. Ze renden een tijdlang voor, naast of achter een vrouw, waarvan hij zeker wist dat hij die regelmatig zag hollen in zijn eigen woonplaats. Waarom begroette die persoon dan zo'n beetje alle toeschouwers langs de weg alsof zij ze persoonlijk heel goed kende? Met andere woorden, alsof zij een thuiswedstrijd aan het lopen was? De dame had muziekdopjes in haar oren en hij had alle adem nodig voor het rennen. Dus het kwam er niet van haar aan te spreken en een verklaring te eisen. Latere naspeuringen overtuigden hem ervan dat hij het bij het rechte eind had gehad. De loopster in kwestie stond althans in het verleden geregistreerd als woonachtig in dezelfde plaats! De kilometers waren in zijn beleving lang. Voor het gevoel wel twee keer zo lang als op andere dagen. In ieder geval duurde het eindeloos eer er weer een volgend bord met de reeds gelopen afstand opdook langs de weg. En alles wat hij heen liep, moest hij straks weer even zo hard terug na het keerpunt ter hoogte van Fort Uitermeer. Hij keek hoopvol vooruit of hij dat onderdeel van de voormalige verdedigingsring om Amsterdam al in beeld kreeg, maar hij zag er nog niets van. Dat viel dus niet mee. De onwillige kuitspier, die hem genoopt had zijn laatste training voorafgaand aan dit evenement voortijdig te beëindigen, deed een beetje vervelend. En de hamstrengen van hetzelfde been voelden ietwat stijf. 'Dat kon hij er nog wel bij hebben'. Intussen waren ze het oude landhuis, met de overblijfselen van plaatselijke industriële activiteit in de grote achtertuin, reeds gepasseerd. Bij het hek prijkte nog immer het bord met de aankondiging dat de eerste appartementen in de verkoop zouden gaan. Maar van enige bouwkundige aanpassing was nog altijd niets te zien. Sterker nog, een van de ruiten op de begane grond vertoonde duidelijke sporen van pogingen tot vernieling. Je zou toch denken dat zelfs deze woningen in deze periode van gekte op de huizenmarkt als broodjes over de toonbank zouden moeten gaan. Maar niets is blijkbaar minder waar.

Hij zag het bord met de 7 km-aanduiding en was blij verheugd dat er nog slechts 3 kilometers te verhapstukken waren. Hij had de niet-kletsnatte spons half onder zijn shirt in de nek gestoken, zoals hij bij zijn vorige loop ook iemand had zien doen. In de vaste overtuiging dat er bij het keerpunt een ander, doornat exemplaar zou worden aangereikt, maakte het hem niet uit dat het ding over zijn rug naar beneden gleed en daar bleef hangen. Toen er bij het keerpunt alleen bekers water in de aanbieding bleken, had hij wederom even een lastig moment. Want hij wilde per se de inhoud van het aangereikte bekertje op de spons deponeren. Dus moest hij het stuk schoonmaakgereedschap onderaan zijn bovenkleding vandaan vissen. Om dit te kunnen doen besloot hij even te wandelen en daardoor verloor hij nu echt de aansluiting met zijn privé-pacer. Deze trouwe makker had dat even later door, nam zichtbaar gas terug en wachtte geduldig tot hij weer in zijn kielzog terug was. Daar zag hij verdorie toch weer het bord met 7 km erop! Hoe was dat nu mogelijk? Een heel vervelend foutje van de organisatie of had hij eerder een fata morgana gezien? Het hakte er hoe dan ook mentaal weer even flink bij hem in. Kilometers 4 t/m 9 bleken allen in rond de 5:45 minuten te zijn gegaan. Ondanks alle moeite die hij had, hield hij het hoge tempo toch maar mooi steeds vol. Alleen de zevende kilometer duurde, mede door het ronden van het keerpunt en het wandelen met het bekertje 5:58 minuten.

Een loper getooid met donkere zonnebril, die op een gegeven moment langszij kwam, vroeg hoe het ging. Hij antwoordde dat het beter kon en dat zijn haas hem iets te hard liep. Die laatste moest bij voortduring achterom kijken en temporiseren om hem de aansluiting niet te doen verliezen. Een lange, ranke jongedame, gekleed in een van veraf opvallend zichtbare, nauwsluitende lange, groene renbroek met panterprint, liep vrijwel de gehele koers een eindje voor hen. Zij kwamen wel steeds wat dichter bij haar en haar mannelijke metgezel, maar verloren ook net zo hard weer terrein. Na 9 km kon Peter zich niet langer inhouden en ging er plotsklaps als een haas vandoor. Naar het idee van onze hoofdpersoon om in het kielzog van de groene luipaarddame te geraken. Maar nee, hij stoof er gewoon langs en zette zijn wilde demarrage voort. De volger had geen enkel moment het gevoel bij te kunnen blijven, maar zette onbewust toch wel aan en raapte zowaar een behoorlijk aantal stilgevallen lopers op. Een man in een groengeel shirt liep zich eerst voorbijlopen, om vervolgens zelf weer over onze loper heen te gaan. Die laatste dacht: 'je doet je best maar, ik ga zo hard genoeg'. En dat gevoel was juist, aangezien hij zijn laatste volle kilometer in 5:22 minuten, bij 11,18 per uur wist af te werken. Had hij, ondanks alle gevoelde moeite gedurende de hele race, even zo goed een tweede adem en zelfs een versnelling weten te vinden. Met 11,44/uur 'stormde' hij over het manageterrein op de eindstreep af. Een kilometer of wat eerder was hij een jonge man in witte kledij gepasseerd die zijn voeten steeds stampend op de grond zette en zwalkte alsof hij helemaal op, dan wel dronken was. Toen hij op dat laatste rechte eind omkeek, kwam dezelfde jongeling met een gang van minstens 20 per uur bijna letterlijk langsvliegen. Alsof hij door een gevaarlijk wezen op de hielen gezeten werd. De eindtijd van onze loper was 57:10 minuten en daarmee kon hij niet anders dan uiterst content zijn. Hij had dan wel niet echt lekker en ontspannen gelopen, die tijd vergoedde heel veel. En hij wist maar al te goed dat hij dit resultaat volledig te danken had aan Peter, zijn te elfder ure ontsnapte privéhaas.

Na heel veel uithijgen van zijn kant, was het prettig om nog wat rond te hangen bij de finish. Daar zagen ze de oude krijger Anton binnenkomen. Die had hij kort na de start in het voorbijgaan al op de schouder geklopt en ergens onderweg langs de rivier nog eens aanmoedigend toegeroepen toen de oudste nog heen en de jongere alweer terug richting eindstreep ging. Het grappige was dat Peter deze supersenior onlangs ook bij een van de trimlopen in zijn eigen regio was tegengekomen. Twee jonge rensters die vlak naast hen stonden, vroegen of zij een paar plaatjes van ze wilden schieten. Toen de dames beloofd hadden daarna ook de twee jongere-oudere heren op de gevoelige plaat vast te willen leggen, gaven zij hun jawoord. Zij waren de allerlaatsten die hun tas kwamen ophalen en de geïmproviseerde mannenkleedkamer werd al afgebroken toen zij maar net klaar waren met omkleden. Dat mocht allemaal niet deren, want hun Weespse samenloop was weer eens zeer succesvol gebleken. Op de weg terug naar het treinstation lieten zij de race nogmaals de revue passeren en maakten ze half-en-half plannen voor een volgende gelegenheid. Het afscheid was vanzelfsprekend allerhartelijkst en met een uiterst goed gevoel keerden beiden huiswaarts.

Thuisgekomen bekeek hij voor het eerst de verdiende medaille echt goed. En hij zag iets opvallends: op de achterkant zat weliswaar een plakker met de datum van die dag maar verder was er op de gehele plak geen enkele verwijzing naar de naam van de trimloop of de plaats van handeling. De voorkant vertoonde een reliëf-afbeelding van een groepje hardlopers met erachter het gebouwensilhouet van een, zo te zien, grote stad inclusief hoogbouw. 'Zou dit soms een subtiele verwijzing zijn naar het feit dat het stadje Weesp op afzienbare termijn onderdeel wordt van de hoofdstad van ons land?', vroeg hij zich af.


Looptijden.nl op Facebook