Een vermomde zegen?

Gepost door Arranraja op vrijdag 17 mei 2019 19:28

Zoals altijd ook te bewonderen op https://arranraja.wordpress.com/2019/05/17/een-vermomde-zegen/

In het overzicht van 2018 was ik gedwongen te melden in dat jaar veel gelegenheden tot hardlopen te hebben gemist vanwege lichamelijke ‘malaise’. Ook sprak ik aan het einde van dat verhaal de vurige wens uit in 2019 geen enkele training of trimloop te hoeven overslaan. Inmiddels bijna 4,5 maanden verder, kan ik concluderen dat dit idee, deze utopische verwachting gevoeglijk de prullenbak in kan. Want ik heb de spreekwoordelijke lappenmand alweer meerdere keren van binnen bekeken. Sterker nog, dit verhaal tik ik met mijn achterwerk stevig in die voddenkorf!

In de meest recente uitgave van het tijdschrift RunningNL, voorheen jarenlang met een veel mooiere naam ‘Losse Veter Magazine’ geheten, staan vier verhalen van lopers voor wie een blessure of een reeks van blessures een zegen is gebleken. Bij lezing werd mij niet in alle gevallen duidelijk wat dat heil precies inhield. En gevoelsmatig kon ik mij hier dan ook niet bij aansluiten. Integendeel, ik heb weliswaar geaccepteerd momenteel even volledig tot stilstand gekomen te zijn, maar ik voel daar als vanzelfsprekend geen vreugde over.

De maanden januari en februari gingen nog volgens plan. De geprogrammeerde Twiskemolenlopen van begin februari en aanvang maart heb ik daadwerkelijk verhapstukt. De laatste samen met hardloopvriend Peter. Trouwe lezers zullen zich misschien herinneren dat ik daar uitgebreid verslag van deed. In de tweede week van maart, eigenlijk direct aansluitend op het kletsnatte avontuur in het Twiske, moest ik al gaan inleveren en trainingen overslaan. Omdat ik mij niet helemaal fris voelde. Het gevolg was dat ik de Spiegelplasloop halverwege de maand maar liet voor wat deze was. De eerste echte tegenvaller.

Eind maart ging de Zandvoort Circuitrun gelukkig wel naar wens, maar daarna werd het toch snel op het randje balanceren. Over de Nescioloop medio april heb ik verhaald dat het een moeizame aangelegenheid was geworden. Ik had in de week eraan voorafgaand wat lichamelijke ongemakken, waarvan ik weliswaar tijdig herstelde. Maar helemaal kiplekker en in topvorm voelde ik mij die 14e april beslist niet. Het weekeinde daarop hielp ik mijn jongste dochter op vrijdag met voorbereidingen en een dag later met daadwerkelijk zware spullen trappen af- en weer op sjouwen. Weer een dag erna liep ik 16,1 km en dat ging heel redelijk. Wel had ik ergens die dag, ik weet niet meer of het voor of na het trainen was, een lichtgevoelige plek op mijn rug aan de rechterkant. Gezien de lichamelijke inspanningen, die ik niet meer gewend ben, verbaasde mij dat niet. Verder wees niets nog op het naderende onheil. Omdat er in dat paasweekeinde een zeer acceptabele buitentemperatuur te genieten viel, had ik mijn bovenlichaam voor het eerst in dit kalenderjaar gekleed in slechts twee dunne renshirts, waarvan een met lange mouwen.

Zoals gebruikelijk ging ik ‘s woensdags opnieuw de deur uit om een aantal kilometers weg te tikken. Wederom droeg ik twee dunne shirts, omdat er weer een lekker zonnetje scheen en de temperatuur alleszins redelijk scheen te zijn. Bij het inwandelen leek alles nog kits, evenals tijdens de traditionele rekoefeningen. Zodra ik echter aanzette tot iets dat bij mij doorgaat voor rennen, voelde de zondag ervoor al korte tijd opgemerkte plek ineens onprettig aan. Ik nam daar echter geen aanstoot aan en liep gewoon de geplande afstand van 12 kilometers. Waarbij het in het begin toch wel wat frisjes aanvoelde. Tijdens het rennen was de lichte pijn niet weg maar werd in mijn beleving ook niet erger. Na afloop en verder die dag, met name bij activiteiten als voorover bukken en uitstrekken, gingen er behoorlijke pijnscheuten door mijn rug. Ook een flink warme douche bracht daar geen verandering in. ‘s Nachts bij het liggen in bed, waarbij er uiteraard meer gewicht op de rug komt, had ik er best last van. Dat hield mij gedeeltelijk uit de slaap.

Op zondag zou ik aantreden bij de Roze loop, waarvoor ik mij in het begin van de week reeds had ingeschreven. Die deelname kwam nu direct aan een zijden draadje te hangen. De nachten eraan voorafgaand slikte ik voor het slapen gaan telkens twee paracetamoltabletten teneinde niet langer door de kwetsuur van mijn broodnodige nachtrust beroofd te worden. Op zondagochtend keek ik eerst op de televisie naar de live-uitzending van de Londense marathon. Daar zag ik Eliud Kipchoge zoals gebruikelijk keihard gaan en Sir Mo Farah moeite hebben en er niet in slagen dat hoge tempo te volgen. Toch scoorde hij nog een fantastische 2:05 en een beetje. Inspiratie genoeg om zelf ook een aansprekende prestatie neer te zetten, zou je zeggen. Aan het begin van de middag (de Roze loop zou pas om 14 uur van start gaan) deed ik een kleine test die niet positief genoeg uitviel. Ik moest besluiten voor het eerst ooit bij een al aangegane hardloopverplichting verstek te laten gaan. Een verstandig besluit gezien het feit dat wij de volgende dag naar Texel gingen afreizen voor een korte, midweekse vakantie. Maar ik was vanzelfsprekend verre van enthousiast over het moeten verzaken! En de reeds betaalde 7,50 eurootjes waren daarbij ‘le moindre de mes soucis’. In goed en begrijpelijk Nederlands: daar zat ik het minste over in.

De prettige week met koud weer op het grootste Waddeneiland ging snel voorbij en de pijn in de rugregionen bleef. Zij het met per dagdeel wisselende gradatie. Thuisgekomen ging ik het op zaterdag of zondag, inclusief de gebruikelijke inwandel- en stretchsessie, maar weer eens proberen. Met hetzelfde resultaat als zes of zeven dagen eerder, de rug voelde niet fijn aan zodra ik ging rennen. Kortom, ik had hier niet te doen met een te verwaarlozen pijntje, nee dit is een serieuze hardloopverhinderende aangelegenheid. Inmiddels heb ik zes keer rennen moeten overslaan, waarvan slechts één geplande duurloop ten tijde van het verblijf op Texel. Het gaat nu langzamerhand wat beter. Dankzij rust / stilstand, regelmatige plaatselijke verwarming van de rugzijde en dagelijkse, door mijzelf bij elkaar gescharrelde oefeningen is de pijn bijna verdwenen. Wel voelt mijn bovenlijf zo stijf aan alsof het in een keurslijf gesnoerd zit. Wanneer ik weer kan gaan rennen is mij nog niet duidelijk. Wel dat ik ruim de tijd moet nemen en hoe-dan-ook niets moet gaan forceren. Wat uiteraard behoorlijk lastig is als je zo graag erop uitgaat als ik.

Eén ‘probleem’ is met dit akkefietje in ieder geval vanzelf opgelost. En in dat opzicht is deze kwetsuur indirect misschien toch als een zegen in vermomming te betitelen. Bij het samenstellen van mijn trimloopagenda voor de eerste helft van dit jaar, kwam ik tot de onwelkome en teleurstellende ontdekking dat twee van mijn favoriete lopen op exact dezelfde dag zijn geprogrammeerd. Die zondag is nu aanstaande en de moeilijke keuze tussen de Wallenloop in Naarden en de Geinloop in-en-om Driemond, blijft mij op deze manier bespaard. Aan de andere kant wordt dit wel reeds de derde trimloop die in dit kalenderjaar aan mijn neus voorbij zal gaan. Een wetenschap waarvan ik op zijn zachtst gezegd niet erg vrolijk van wordt.

Zo lijkt het er verdacht veel op dat mij, na acht jaar enthousiast tot intensief hardlopen, nu de rekening gepresenteerd wordt voor het feit dat ik het trainen van de rompspieren steevast voor mij heb uitgeschoven. Ik was het altijd wel van plan, heb vele digitale documentjes met oefeningen op mijn harde schijf en bosjes linkjes naar webpagina’s die soortgelijke zaken bieden. Maar ik ben niet echt een liefhebber van het doen van dergelijke saaie, statische oefeningen. Zoals ik wel mijn hele leven graag aan sport gedaan heb, maar nooit enthousiast ben geweest over de gymnastieklessen op school. Ooit heb ik wel eens een jaar met een yogacursus meegedaan. Die kon mij slechts matig bekoren vanwege het overdekte en weinig dynamische karakter. Het kan trouwens ook zijn dat er sprake is van een samenloop van omstandigheden, dan wel een optelsom. Ik ben al een tijdje geen achttien meer, heb dus nooit aan krachttraining gedaan, wel ineens met de verhuisactiviteiten een forse lichamelijke inspanning gedaan en wellicht op het verkeerde moment mijn torso te weinig warm bekleed tijdens het lopen. Hoewel ik laatst nog gelezen heb in een hardloopblad dat de rugspieren tijdens het rennen weinig te doen hebben, is er volgens de door mij geraadpleegde huisarts-in-opleiding wel degelijk sprake van een zware belasting. Zeker bij een respectabel aantal kilometers. De kruik gaat net zo lang te water tot hij barst en ik vermoed dat dit hier aan de hand is geweest.

Nu heeft het er daarom alle schijn van dat er geen keuze meer is. Ik zal aan de bak moeten en het oefenen inpassen in mijn dagelijkse leven. De rugklachten bezweren en alle benodigde spiergroepen sterker en weerbaarder maken door middel van al die voor veel hardlopers bekende krachtoefeningen als ‘lunges’, ‘squats’ en noem ze maar op. Ik kan niet zeggen dat ik er naar uitkijk maar het is nu een kwestie van buigen of barsten, met andere woorden een force majeure. Ergo ik zal er, met beleid weliswaar, tegenaan gaan. En hopen dat ik zo spoedig mogelijk weer de paden op en de lanen in kan. En zeker op Tweede Pinksterdag als de Gaasperplasrun, inclusief opnieuw het rennen door de Gaasperdammertunnel in aanbouw, op het programma staat. Voor deze loop heb ik mij namelijk al geruime tijd geleden aangemeld. Ik heb nog drie weken en een beetje om fit en startklaar te geraken. Er is dus werk aan de winkel!


Looptijden.nl op Facebook