Een stille (om)loop

Gepost door Arranraja op dinsdag 13 november 2018 19:48

Ook te lezen (uiteraard verguld met plaatjes) op https://arranraja.wordpress.com/

'De "Stille Omgang" is een door katholieken uitgevoerde, devotionele nabootsing in stilte en zonder uiterlijk vertoon van de middeleeuwse processie ter herdenking van het Amsterdamse hostiewonder uit 1345. Deze stille tocht wordt elk jaar in de nacht van zaterdag op zondag na de 15e maart gelopen in de oude binnenstad van Amsterdam' (Wikipedia). Nu is er, bij mijn weten, weinig katholieks aan de in ieder geval bij mijn lezers overbekende loop in het Twiske en lijkt deze ook niet echt op een processie. Maar het Twiske heeft voor mij zo langzamerhand wel de betekenis van een openluchtheiligdom gekregen. Bovendien wilde ik een beetje pakkende titel verzinnen en vond deze wel toepasselijk. Vandaar de bovenstaande, geciteerde uiteenzetting. Het waarom van de titel blijkt, als ik het allemaal goed uit de doeken heb gedaan, later, beste lezer. Ik beschouw mijzelf echt als een devoot en toegewijd TML-deelnemer, zoveel mag onderhand wel duidelijk zijn.

Een maand eerder moest ik, nauwelijks opgekrabbeld van een weekje zwakte, ziekte en misselijkheid, mijn toevlucht nemen tot de voor mij kortst denkbare afstand (de 5 km). Daar waar ik eerder de 10 Engelse mijlen in mijn hoofd had. Voor de aflevering van begin november, het onderwerp dit verhaal, had ik (indachtig mijn credo: november, halve marathonmaand) eigenlijk de 21,1 km geprogrammeerd. Dat leek mij uiteindelijk vanwege het gebrek aan recente, lange duurlopen, toch een beetje te kort door de bocht. Daarom viel ik terug op plan B: nu de 16,1 km en begin december de halve. Bijna vergat ik op zaterdagavond nog om voor de 16,1 km van de volgende dag in te schrijven. Gelukkig had ik toch bijtijds een helder moment en deed ik dat alsnog.

Op zondagochtend was ik wéér eens een keer wat later van huis dan mijn bedoeling was. Maar toch niet zó gek laat en ik was dan ook zeer verbaasd om bij het betreden van het AC Waterlandterrein te zien dat er een flinke, dubbele rij stond voor het uitgifteloket voor de seizoenskaarthouders. Om achter aan te sluiten in een van die files, moest ik zelfs op het gazon plaatsnemen. Dat is mij in al die vorige 24 keren niet eerder overkomen, voor zover ik kan nagaan. Een drukte van belang, derhalve, ook verder op en rond de gravelbaan. De mannenkleedkamer was eveneens, zoals altijd eigenlijk, behoorlijk gevuld en ik kon mijn tas niet op zijn vaste en vertrouwde plekje achterlaten. Toen ik mij echter een paar minuten vóór de starttijd naar de plaats op de baan begaf waar de halve-marathonners al waren weggeschoten en wij 10 EM-ers spoedig zouden volgen, ontmoette ik slechts een handjevol gelijkgestemden. Er was om die reden zowaar ruimte om flink vooraan te gaan staan, dicht bij de mat. Dat deed ik maar gewoon, ook al wist ik dat ik spoedig door het merendeel van de deelnemers overlopen zou worden. Want mijn intentie was om met een bescheiden tempo van slechts net even boven de 10 per uur te vertrekken.

Het zal geen verbazing wekken dat mijn snelheid van meet af aan toch een stukje hoger lag, want ik ging vrolijk achter de voorlopers aan. Dat gaat steevast als vanzelf, nietwaar? En hoewel ik manmoedige pogingen deed om de teugels wat te laten vieren, ging de eerste kilometer in 5:33 minuten bij 10,82 km/uur. Omdat het eigenlijk best soepel liep, besloot ik nadien te pogen om de ongeveer 10,5 per uur van dat iets latere moment, zo lang mogelijk uit te zingen. Dit volgens het beproefde concept 'we zien wel waar het schip strandt', ook te verwoorden als 'storten we in, dan storten we in'. Omdat de 68 deelnemers aan de halve marathon reeds 5 minuten eerder vertrokken waren en de 50 liefhebbers voor de 10 EM zich door de verschillende snelheden rap over het parcours verspreidden, was het heel snel rustig tot stil om mij heen. De 217 renners die de 10 km hadden gekozen, zouden pas 300 tellen na ons beginnen met lopen. Na amper 2000 meters vermoedde ik echter ineens een fietser achter mij. 'Dat kan toch niet de voorfietser van de 10 km zijn?', ging er door mijn hoofd. En: 'zou wel heel erg vroeg zijn', want doorgaans komen die snelle mensen pas ergens tussen de derde en vierde kilometer bij mij langsvliegen. Het was toch echt waar! Zo langzaam ging ik toch niet? En de uiteindelijke winnaar bleef met zijn tijd ruim 6 minuten boven het parcoursrecord en was dus vergelijkenderwijs niet superrap! Hoe is dat dan mogelijk? Ik moet het antwoord op die vraag helaas schuldig blijven.

Nog op het stuk Luyendijkje dat leidt naar de Polder, na ongeveer één kilometer, kwam er een vrouwelijke renner langs mij heen. Zij liep vervolgens langzaam maar zeker van mij weg. Ik zag haar nog ongeveer tot 7,5 km steeds een eind verder vóór mij rennen. Daarna verdween ze definitief uit beeld. Na bijna drie kilometer ging ik zelf voorbij een veterane (leeftijdscategorie V65) die bezig was aan haar halve marathon. Dit zag ik aan de groene plakker op haar startnummer. Zij bewoog zich naar mijn idee erg langzaam voort. Later zag ik in de uitslagenlijst dat zij bijna 3 uur over had gedaan over haar omloop door het Twiske. Op de een of andere manier heb ik nog meer respect voor 'langzame' renners als deze vrouw dan voor degenen die de halve binnen pakweg anderhalf uur afraffelen. Ik nam de tijd om in het langsgaan mijn vriendinnen de Schotse hooglanders te tellen. Het waren er acht, waaronder twee vrij jeugdige exemplaren en een met een brede, witte baan op de zijde als ware het een Lakenvelder koe. Ook keek ik, beter en langer dan de vorige 24 keren dat ik er passeerde, naar het intrigerende (vraag mij niet waarom!) houtperceeltje met ingebouwd stukje grasland dat direct na de runderwei ter linkerzijde volgde.

Oordelend naar de snelheid waarmee ze langskwamen, liepen er op het pad langs de Stootersplas wat plukjes 10 km-lopers voorbij. Maar erg veel waren het er beslist niet. Dit was ondanks de in totaal 573 deelnemers een stille editie. Kijkend over dat water vroeg ik mij af of deze plas nu groter of kleiner zou zijn dan de Spiegel- en Blijkerpolderplas bij Nederhorst den Berg. De menselijke geest zoekt toch altijd zaken om zich mee bezig te houden, ook tijdens lichamelijke inspanning. Op een houten paal een eindje van de kant zat een aalscholver met gespreide vleugels. Ongetwijfeld om die vlerken te laten drogen, wellicht na een duik naar voedsel. Even vóór de drinkpost, bij de splitsing waar de wegen van de 21- en 16 km de ene kant en die van de 10 km de andere kant op, uiteen gingen, zag ik renners lopen op de plek waar ik even later zelf zou passeren. Het was voor het eerst dat ik daar bewust lopers waarnam. Hadden ze hier bosschages gekapt? Zo zie je toch telkens weer iets nieuws en verveelt het daarom nooit in het Twiske. Die eerste waarneming geldt ook voor het bord met 'dagcamping' dat ik wat verderop zag. Was mij ook nog nooit eerder opgevallen!

Even eerder had ik een koppel van twee renners een stuk achter mij waargenomen. Zij leken mij te naderen. Ik vroeg mij af hoe lang ik uit hun greep zou kunnen blijven. Ongeveer even ver vóór mij liep de eerder genoemde dame. Ik had het rijk hier dus min of meer alleen en passeerde in alle stilte verderop slechts wat wandelaars met aangelijnde honden. Het is altijd even alert zijn of zo'n viervoeter niet plots het pad oversteekt en daarmee met zijn of haar lijn jou laat struikelen. Doorgaans gaat dat goed, zo ook hier. Een tweetal wielrijders kwam mij tegemoet. Omdat er na twee veeroosters een haakse bocht in het parcours zat, kon ik naar links kijkend enkele van mijn voorlopers zien. Op een man met felgeel shirt leek ik terrein te winnen, misschien kon ik hem in een later stadium oprapen. Er kwamen twee sportief geklede vrouwen mijn kant op wandelen. Later in de race zou ik die nog twee keer passeren. Ik dwong mijzelf om links en rechts het landschap in mij op te nemen. Zo zag ik bijvoorbeeld aan de noordkant in de verte de torenflats van Purmerend. Zeker bij een wat hogere snelheid heeft de renner namelijk de neiging zich daarop te concentreren en zich af te sluiten van de omgeving. Ik liep namelijk nog altijd zo'n 10,5 per uur of iets rapper.

Er kwam weer een (dit keer zigzag-)draai naar links aan en aangezien we nu in het minst hoog begroeide stuk van het Twiske actief waren, was er uitzicht op een lang, recht pad van circa anderhalve kilometer lengte. Ik zag daar redelijk wat lotgenoten ploeteren en vatte de hoop op het een en ander aan inrekenwerk te kunnen gaan doen. De man in het geel kwam steeds dichterbij en een stukje verder zag ik een renner die een wat vreemde gang had en daarbij dan weer wandelde, dan weer zich hollend voortbewoog. Rechts op het ruiterpad reden wat vrouwen op hun viervoeters in tegengestelde richting langs. En een enkele fietser, waaronder een man op een soort heel grote driewieler met voorop een oudere, minder-valide vrouw, kwam voorbij. Midden op dat lange stuk leken de mede-deelnemers die ik even eerder had ontwaard, als in rook opgelost. Alleen een met een been trekkende, wandelende deelnemer liet zich door mij voorbijsteken. Ik stak mijn duim naar hem op, hij zal wel geblesseerd zijn geraakt. Na ruim 9 km bereikten we op de meest westelijke punt van het parcours pas weer een beboomd gedeelte. Aan de andere kant van een lage struikenrij stond een peuter helemaal in zijn uppie. Er zouden toch wel bijbehorende volwassenen nabij zijn? De man in het geel had ik pas te grazen toen wij op bijna 10 km waren. Van twee wandelende vrouwen die ik net daarvoor voorbij ging, keek er een vooral op haar telefoon. 'Doe dat vooral maar lekker', dacht ik. Want behalve al het groen, de rust en die paar renners, valt hier toch helemaal niets te beleven!

De loper met de vreemde gang had één been dat in de lange renbroek veel dikker leek dan het andere. Ik kon door die tight niet goed zien of het om een ingepakt been ging, maar daar leek het wel op. Pas bij de drankpost halverwege de elfde kilometer kon ik hem passeren omdat hij daar halt hield. De volgende renner kreeg ik er gratis bij omdat hij daar de bosjes opzocht voor een blaasleging. Een drietal duikers met nog natte pakken stond bij hun voertuigen op de parkeerplaats aan de zuidwestzijde van de Stootersplas. De plas waren we dus al voor driekwart gerond. Bij het iets verderop gelegen horecapaviljoen 'Twiske', waarachter een jachthaventje bleek te liggen, hing helaas een duidelijke snackbargeur. Die odeur kon zelfs mijn vrij gebrekkig functionerende neus helaas niet missen. En er zaten zowaar een paar lieden buiten op het terras, hoewel de temperatuur daarvoor mij niet echt geschikt leek. Het is trouwens goed als je op dit deel met de route bekend bent, anders ren je, zo heel alleen zonder renners om achteraan te gaan, makkelijk een verkeerde kant op. Ook hier liep ik dus moederziel alleen maar ik wist gelukkig waarheen mijn schreden te richten. Tussen de elfde en twaalfde kilometer was ik toch even iets uit het lood geslagen. Dit pad was toch altijd helemaal door bomen omzoomd? De mannen met de motorzagen hadden hier blijkbaar flink toegeslagen.

Met 12 km achter de kiezen, kwam ik terug bij de weide met de Caledonische dames. Hier kwamen mij meerdere renners tegemoet die er op een haar na 16 van de 21 km hadden opzitten. Ik weet niet hoe hun benen aanvoelden, maar ik kreeg het allengs zwaarder. Terugkijkend zie ik dat vanaf de helft van de race het verval al bij mij inzette. Niet zo vreemd dat nummertje 9 ineens in 10,2/uur ging op dat lange, open stuk tegen de wind in. Maar daarna had ik blijkbaar alleen door de krokettenlucht tijdens de elfde kilometer nog een kleine opleving met 10,4/uur. Zodra ik de hooglanders ten tweeden male zag, zakte ik in naar 10,1 en 10 per uur. Op een splitsing was het ineens onaangenaam druk. Daar stapte een vader met twee jonge jongens en een kleine hond aan een lijn van links naar rechts het pad over om precies stil te gaan staan in de korte bocht naar rechts die ik weldra wilde nemen. Met honden en kleine kinderen weet je het nooit, dus automatisch klapte ik als waarschuwing hard in mijn handen toen ik vlak langs ze op volle snelheid de curve rondde.

Enkele honderden meters later, kwamen de halve-lopers van rechts en zat mijn eenzame avontuur erop. Maar het waren wel allemaal snellere mannen die aan mij voorbij trokken, dus ze lieten mij steeds achter. Ik verlangde intussen behoorlijk naar de stal en ik vroeg mij af of het wel zinvol zou zijn om bij de volgende gelegenheid, vier weken later, ook nog die 5000 meter extra erbij te pakken. Na een bocht keek ik weer eens achterom en zag dat het tweetal waarover ik eerder schreef, redelijk op mij was ingelopen. Met nog twee kilometers te gaan zag ik tot mijn verbazing en blijdschap een vrij jonge renster op mij afkomen. Deze eerste vrouw die ik bewust waarnam en die mij juist op een stukje met tegengestelde richtingen tegemoet kwam, bleek later op de finish maar net haar concurrente te zijn voorgebleven. En daarmee derhalve de winnares van de halve marathon. Twee bochten later keek ik nogmaals om en zag ik de dubbele achtervolging nu heel dichtbij komen. Meters later werd ik door hen overlopen. Waar ik meende twee mannen waargenomen te hebben, bleek de ene een vrouw met kort haar te zijn. De twee veteranen gingen mij vlot voorbij en aanhaken was onmogelijk.

Op de splitsing waar voor de routes gewijzigd werden, de deelnemers aan de langste afstand nog eens rechtsaf mochten gaan om een ultieme ronde van een kleine 7 km door het zuidwestelijke deel van het Twiske te maken, was ik echt blij en verheugd linksaf naar baan en meet te kunnen. Op het Luyendijkje tussen de twee plassen, ging ik nog even goed rechts lopen en deed ik mijn pet af om vol in beeld te komen bij de dienstdoende fotografe. Deze actie had een voor mij bevredigend resultaat tot gevolg. Die laatste volle (dus 16e) 'ronde' hield ik de tijd krap onder de 6 minuten met 5:57. Ik kwam solo de atletiekbaan op en zette meteen zo goed als mijn benen dat nog konden aan. Volgens mij wil geen enkele renner op de ultieme meters voor de meet nog overlopen worden. Toen ik in de laatste bocht achterom keek, wist ik dat de kans daarop nihil was, want er was geen andere actieve deelnemer achter mij te bekennen. Ik was weer even Remi. Mijn chrono naderde de 1:33 uur, maar verder versnellen naar 11,15/uur deed mij niet onder die tijd binnenkomen. 1:34:22 was nochtans een prima resultaat en een stukje beter dan waar ik op had ingezet.

In de mannenkleedkamer was het nu prettig rustig, maar het aanwezige volk had genoeg te vertellen. De mannen met gps-instrumentarium wisten allen zeker dat ze te veel meters gemaakt hadden. Ook mijn Garmin gaf een surplus van een dikke 250 meter aan. Ik had de neiging om van alles te roepen over het door de atletiekunie gecertificeerde parcours en Geen Precies Systeem, maar ik deed er het zwijgen maar toe. Een veteraan wist te vertellen dat hij nu 40 minuten langer over de halve had gedaan dan zijn persoonlijk record. 'Maar dat was dan ook van 33 jaar geleden', voegde hij er snel aan toe.

Terugkijkend kan ik constateren dat deze 16,1 km toch best soepel en vlot gingen. Ik kon een acceptabel tempo aanhouden en stortte, ondanks de geringe terugloop in snelheid, duidelijk niet in. Om die reden blijf ik er voorlopig bij om begin december in te schrijven voor de halve marathon. Dat kan ik doen tot 23:00 uur de avond van te voren. Als weersomstandigheden, lichamelijke hoedanigheid en/of geestelijke toestand op dat moment niet geschikt blijken te zijn voor hét grote avontuur, kan ik altijd nog terugzakken naar een geringer aantal kilometers. En dat zelfs nog tot circa een half uur voor aanvang. Voorlopig heb ik echter geen plannen in die richting, want die vijfde halve marathon blijft lonken. De vierde was tenslotte alweer anderhalf jaar geleden! Ik moet er alleen voor zorgen dat ik wat vroeger op de plaats des heils (bron: Peter de Haan) aanwezig ben dan deze keer.


Looptijden.nl op Facebook