Dansen aan zee

Gepost door Arranraja op donderdag 18 april 2019 19:24

Uiteraard voorzien van beeldende illustraties op https://arranraja.wordpress.com/2019/04/18/dansen-aan-zee/

Drie jaar geleden maakte ik kennis met de Zandvoort Circuitrun via het hardloopteam van mijn toenmalige werkgever. De twee jaren erna werd ik telkens uitgenodigd, ondanks het feit dat ik niet meer in dienst was van de betreffende instelling. Dit jaar bleef die invitatie uit en had ik mij er al mee verzoend niet te zullen starten in de bekende badplaats. Daarbij ging ik er voor mijn gemoedsrust tevens vanuit dat deze wat betreft deelnemersaantallen redelijk grote trimloop allang uitverkocht zou zijn. Mijn vrouw moedigde mij echter aan toch een poging te wagen, hetgeen ik vanzelfsprekend volgaarne deed. Omdat ik abonnee ben van het sponsorende hardlooptijdschrift Runner’s World, kon ik mijzelf voor de helft van het reguliere inschrijfgeld aanmelden. Want er bleek nog plek genoeg om deel te nemen. Het kostte alleen wat moeite om als vaste lezer in te schrijven, naar uiteindelijk bleek omdat ik niet het goede abonneenummer invoerde. Pas de derde getallenreeks, die ik vond in een recente afschrijving in mijn bankapp, bleek de juiste te zijn. Dit gedoe, en alle pogingen om aan te melden, zorgden er voor dat niet mijn voornaam, maar mijn initialen op de inschrijving kwamen. Toen het startnummer per post arriveerde, prijkten die letters op het papiertje daar waar mijn roepnaam had moeten staan. Dat euvel loste ik geheel naar eigen tevredenheid op. Verderop in dit relaas lees je daar meer over.

Een paar dagen later berichtte hardloopvriend Peter dat hij zich had ingeschreven voor de halve marathon, daar waar ik traditiegetrouw de 12 kilometer ging aanvallen. Aangezien hij ongeveer een uur eerder van start zou gaan, bestond er een theoretische mogelijkheid dat wij elkaar tijdens onze inspanningen zouden treffen. Op mijn 8 km- en zijn 17 kmpunt, althans dat had ik zo uitgerekend met behulp van een bepaalde veronderstelling, waar ik later nog op zal terugkomen. Het was overigens op die laatste zondag van maart tevens de afsluitende dag van de boekenweek. Dit betekende dat er gratis over het spoor gereisd kon worden, met medeneming van het boekenweekgeschenk. Acht dagen eerder was ik met- en op verzoek van mijn vrouw afgereisd naar mijn voormalige woonplaats niet ver van Zandvoort. Om in de plaatselijke boekhandel, de signeersessie van schrijver Murat Isik bij te wonen. Boekhandel Blokker is inmiddels landelijk bekend door het optreden in de pas uitgezonden tv-serie ‘Typisch Heemstede’. Hier schafte ik voor exact de vereiste minimumprijs van € 12,50 het boek ‘Buitenkant links’ over Willem van Hanegem aan. Dat was overigens ook zo’n beetje het enige boek dat ik tegenkwam dat qua prijs in aanmerking kwam om gekocht te worden. Zo veroverde ik een gratis exemplaar van een treinretourtje Zandvoort. En was ik met de 50 procents-inschrijfprijs voor de loop zelf, goedkoper uit dan het jaar ervoor, toen ik gratis mocht deelnemen maar wel de volle NS-reisprijs moest dokken.

In de voorafgaande week werd het hoog tijd om op te zoeken wat de waterstand zou zijn op het moment dat ik daadwerkelijk het strand betrad. Want het kan nogal schelen of het hoogwater is dan wel afgaand- tot ebtij. En dan gaat het met name wat betreft de zandvloer waarover de lopers zich moeten voortbewegen. Tijdens mijn debuut was het vloed, het strand relatief klein en dien-ten-gevolge extreem ploeteren door het mulle zand geblazen. De twee afleveringen daarna bleek de zee verder weg en lag er een gladde, strakke vloer waarop het zalig rennen was. Ik kwam er nu achter dat exact op het tijdstip dat ik aan de waterlijn zou komen, de allerhoogste stand bereikt werd. Dat was even een flinke dreun en spoedig daalde het besef in dat die ongeveer 2,4 kilometer over het strand ploeteren aan zee zou gaan worden. Keihard werken en afzien. Waar ik gehoopt had op zijn BLØF’s ‘dansen aan zee’, zou het derhalve ‘hobbelen aan zee’ worden. De eerder genoemde berekening die erop uitkwam dat Peter en ik elkaar misschien onderweg zouden ontmoeten, was gestoeld op de aanname dat wij vanwege het hoge water en de verplichte martelgang door het mulle zand, minstens 7 minuten per strandkilometer nodig zouden hebben. Peter keek trouwens vooral uit naar dat stuk bikkelen in de zandbak. Ik had daar al ervaring mee en zag er daarom logischerwijs nogal tegenop. Het kan echter absoluut geen kwaad om mentaal voorbereid te zijn en uit te gaan van het meest ongunstige. Wie zich voorbereidt op de oorlog, kan wellicht toch de vrede bewaren.

De trein naar de kust vanaf Amsterdam Centraal liep snel vol met hardlopers. Desondanks had ik gelukkig met gemak een zitplaats weten te veroveren. En dat terwijl ik in een treinstel stapte dat op dat moment allang vertrokken had moeten zijn, met andere woorden voor vertrek reeds een vertraging had opgelopen. Deze strandexpress arriveerde op de eindbestemming ongeveer op het tijdstip dat de trein die ik eigenlijk had willen nemen in de kustplaats had moeten aanmeren. Het bleek derhalve achteraf een goede beslissing die eerdere intercity te nemen, anders had ik mij moeten gaan haasten om tijdig op het circuit te arriveren. Nu was ik ongeveer op de geplande tijd op het racebaanterrein en kon ik alle nodige plichtplegingen rustig afwerken. Er was een gigantisch ruime inleverbalie voor de tas met droge kleren. Nadat een enthousiast jong meisje mijn zware hutkoffer had weggetild, ging ik richting de volgende paddock waar zich de doorgangen naar de start bevonden. Na wat innemen en wegbrengen en een goede opwarming, toog ik te elfder ure naar het blauwe startvak dat gereserveerd was voor de tijdschriftabonnees. Die horde bleek al te zijn opgetrokken naar de startstreep en ik moest een volgende pluk renners passeren om hem nog te bereiken. Hoofdredacteur Olivier Heimel in eigen persoon schoot ons weg en de meute denderde het circuit op.

Het klassieke 12 km-parcours valt grofweg in drie delen op te splitsen: het circuit, het strand en het dorp. Hardlopen op die brede asfaltroute tijdens deel één lijkt een peulenschil maar is dat allesbehalve. Deze roemruchte autobaan is namelijk ooit neergelegd in de duinen. Het wegdek golft daarom als een gek op en neer over de duintoppen en -dalen en het asfalt is bijna nergens echt horizontaal. Je moet dus constant klimmen en dalen en op schuinaflopend wegdek lopen. Om die reden een behoorlijk zwaar aanvangsdeel van de loop. Als het rennen op het strand bij een vlakke zandvloer meevalt, zijn deze eerste vier kilometers verreweg de zwaarste van de gehele koers. Het is dan ook de kunst om hier terughoudend te werk te gaan. Zeker als je weet dat het vloed is en je ook een loodzwaar stranddeel kunt verwachten. Gelukkig had ik bij de vorige drie gelegenheden ervaring genoeg opgedaan om het circuit beheerst te tackelen. Toch wist ik die aanvangskilometers een keurige snelheid van iets boven de 10 per uur te halen. Nummer vijf, die ons renners het circuit afleidde en naar de boulevard en het strand bracht, was iets langzamer met 9,88/uur. Ik was mij toen mentaal aan het opmaken voor deel twee, afzien aan zee.

De vrij steile strandop- en afgang eiste al mijn aandacht op. Achter mij deed zich nog het een of andere akkefietje tussen twee renners voor, waarbij de ene naar ik meen ten val kwam en de ander daar hinder van ondervond. Die tweede liet even later duidelijk blijken niet blij te zijn geweest met de actie van de eerste. Ik had tijdens mijn twee laatste trainingen de vaste voorbereidingsplek opgezocht, het ministrand in het Diemerpark. Alwaar ik in totaal 20 rondjes van 300 meter en gedeeltelijk door aardig mul zand ploeterde. Ik wist derhalve wat mij te doen stond toen ik de verharde bodem verliet en mij een weg baande naar de zeewaterlijn. Kleine en korte pasjes makend, overbrugde ik die meters mul strandzand. En wat schetste mijn verbazing? De zee was weliswaar heel dichtbij maar er lag langs de vloedlijn een prachtige, ongeveer twee meter brede, vlakke en relatief harde zandvloer. Het werd dus helemaal niet ploeteren, modderen of hobbelen aan zee! Nee, vooralsnog was het dansen langs waterlijn. De zon scheen, de lucht was grotendeels blauw en de Noordzee lag er in dat licht wonderschoon bij. Ik kon het niet nalaten om al spoedig een stop te maken, nadat ik eerst mijn zakcamera tevoorschijn had gehaald. Een paar kiekjes maakte ik van het Zandvoortse strand en dat lange lint aan lopers dat zich zo ver uitstrekte als het oog kon zien. Ongeveer halverwege herhaalde ik deze exercitie omdat de zee zodanig mooi kleurde dat dit tafereel wel op de gevoelige plaat vastgelegd moest worden. Intussen danste ik zalig voort en genoot van de plek waar ik het liefst dagelijks zou vertoeven. Graag had ik nog een derde keer haltgehouden toen ik het loperslint verderop als een zwarte slang langs de waterlijn zag kronkelen. Maar ik besloot verder te dansen, op weg naar het einde van dit tweede deel.

Het mulle zand door en de behoorlijk steile opgang naar de boulevard was mij vorig jaar uiterst zwaar gevallen. Boven gekomen was ik toen totaal kaduuk en kon ik niet anders dan dribbelend voort. Achteraf gezien had dat misschien te maken met de blindedarmontsteking waarmee ik toen rondliep en waarvan ik luttele dagen later operatief verlost zou worden. Nu kon ik aardig omhoog blijven voortdoen en was ik bovenaan niet supermoe. Vooruit, die achtste kilometer was met 6:49 minuten bij 8,8 per uur verreweg de langzaamste maar dat is logisch met de hoogtemeters die je in kort bestek voor de kiezen krijgt. Tot dan hadden wij de lichte noordoostenwind steeds in de rug. Op het zuidelijkste punt van Zandvoort en van het 12-kmparcours draaiden we terug naar het noorden en kregen we die koude bries op kop. Hier kwamen de halvemarathonlopers uit de duinen en vanzelfsprekend gaf ik mijn ogen zo goed mogelijk de kost. Maar van vriend Peter geen spoor te bekennen. De voorspoedige strandpassage had er ongetwijfeld voor gezorgd dat ík eerder ter plekke was en wellicht vóór hem de eindstreep zou gaan halen. Het kwam dan ook niet zover dat hij mij in het resterende deel nog achterhaalde.

Het korte stuk over de klinkers van de boulevard naar het centrum van de badplaats was even afzien door die koude wapper. En de doorgang tussen het casino en het tegenoverliggende gebouw was een tochtgat waar je bijna van de sokken werd geblazen. Maar ik hield stand. Mijn huisvlijt met tekstverwerker en printer bleek daarna zijn vruchten te gaan afwerpen. Ik had mijn voornaam zo groot mogelijk op het traditioneel ronde startnummer aangebracht, waardoor deze voor de omstanders makkelijker te lezen was dan van de overige deelnemers. Het scanderen van mijn naam was niet van de lucht en die talloze aanmoedigingen deden mij uiteraard heel veel goed. Kilometer nummer tien door het dorp ging dan ook wat sneller dan het voorgaande gedeelte. Hier registreerde mijn Garmin weer eens een snelheid van juist boven de 10 per uur. Het naar beneden razen van de duinrij die even later weer net zo hard beklommen moest worden, zal daar ongetwijfeld evenzeer aan bijgedragen hebben. Ook dat venijnige klimmetje aan het begin van kilometer nummer elf ging nog best vlot. Eigenlijk slaagde ik er voor mijn gevoel prima in om snelheid en ritme vast te houden. Het circuit kwam derhalve vlot in beeld. Achter een jonge renster aan, die mij eerst luidkeels aan het telefonerend passeerde, kwam ik het laatste, rechte eind van de racebaan op. Ik riep haar nog toe de adem te bewaren voor het hardlopen, maar dat was vanzelfsprekend aan dovevrouwsoren gericht. Die oren waren namelijk geheel gevuld met luidsprekertjes. Mijn horloge gaf aan dat ik heel redelijk in de tijd zat. Iedere eindtijd onder de 1:20 uur zou mij tevreden stemmen. Welnu, met nog enkele honderden meters te gaan zag ik 1:12 op mijn kleine polsscherm. Dat zou een keurige tijd gaan worden. Te elfder ure perste ik er nog een rondetijd van 5:45 minuten uit en de laatste 70 meter kwam ik zowaar tot 12,14 per uur. Mijn Garmin stond stil op 1:13:35. Later las ik in de officiële uitslag 1:14:03 en toen herinnerde ik mij op het strand tot tweemaal toe halt te hebben gehouden. Dat kostte mij alles bij elkaar dus nog geen halve minuut.

Zodra ik wat op adem was gekomen, liep ik naar een schaduwplek en diepte mijn slimme telefoon op uit het heuptasje. Ik had de app van deze run doelbewust geïnstalleerd om zo vriend Peter te kunnen volgen. Zodra ik beeld had, zag ik dat hij reeds iets van 20,7 km had afgelegd. Het kon niet anders of hij naderde de finish. Even later stond zijn tijd stil, ergo hij was over de meet gekomen. Ik spoedde mij een eindje terug richting die streep om hem op te vangen. Strategisch opgesteld schoot mijn blik van links naar rechts en weer terug om mijn makker in de gaten te krijgen. Ik zag honderden moegestreden maar opgetogen renners de revue passeren, echter Peter kwam maar niet in beeld. Op een gegeven moment werden mijn ogen en hoofd te moe van dat voortdurende heen-en-weergeflits en gaf ik er de brui aan. Wie weet kreeg ik hem op een later moment toch nog in de smiezen. Het zou tenslotte nog even duren alvorens ik het circuitterrein verliet. In de geïmproviseerde kleedruimte, waar ik mij van mijn natte lappen ontdeed, besloot ik hem te bellen. Helaas vond ik geen gehoor. Halverwege de wandeling terug naar het NS-station, ging mijn telefoon. Daar meldde Peter zich eindelijk. Hij bleek al in een voor vertrek gereedstaande trein te zitten, tezamen met maten van zijn atletiekvereniging. Ik zou het niet redden om die trein ook te nemen en als dat wel gelukt zou zijn, was deze vrijwel zeker zo afgeladen dat ik niet bij hem in de buurt zou geraken.

Dus wandelde ik in hetzelfde tempo verder. Het valt mij daar in Zandvoort op dat ik, met toch 12 zware kilometers in de benen, steevast het gros van de ‘collega’s’ voorbijstruin alsof zij stilstaan. Op het station kocht ik, net als tijdens de heenreis op A’dam CS, een flinke tas koffie. Daarbij had ik de mazzel dat de kiosk net helemaal leeg was. Dat kon niet gezegd worden van het treinstel waarin ik stapte. Op het allervoorste balkon was nog juist plaats voor mijn hutkoffer en voor mijzelf. Maar het werd wel een staande receptie. Ondanks de vele duizenden stappen die mijn onderdanen die dag al hadden moeten zetten, hielden ze mij nog verrassend makkelijk overeind. Met een paar directe omstanders (géén renners overigens) werd het tijdens het lange wachten tot de trein eindelijk vertrok, nog bar gezellig. Wij fungeerden als een soort poortwachters, zo je wilt uitsmijters, die mondjesmaat nog mensen toelieten tot de zoals geschetst propvolle trein. Één jongeling die zich per se naar binnen wenste te wringen, omdat hij vanwege de weldra beginnende Formule-1-race met Max Verstappen snel naar huis wilde, werd door mij resoluut buiten de deur gehouden. Vol was op dat moment gewoon echt vol! Op de eerste halte, Overveen, stapten al behoorlijk veel reizigers uit en een of twee stations verder kon ik zelfs gaan zitten en mijn vermoeide lijf enige rust gunnen. Zo was ik intussen wel uitgedanst en kwam ik vermoeid maar voldaan thuis, weer een fraaie medaille en dito ervaring rijker. Die laatste inspireerde mij naderhand tot de onderstaande aanpassing van de tekst van de eerdergenoemde BLØF-hit. Waarmee ik dit relaas volgaarne wil afsluiten.

Dansen aan zee

Daar komt de trein al aan
Die brengt ons naar het strand
In een mooi stuk Nederland
Waar wij straks hollen gaan
Al achter elkaar aan
Ploeterend door het zand

Want de gebruiken van de weg
Gelden niet in dat mulle spul
Dus houd die korte pas in stand
Dan merk je dat het gaat
En houd je het wel vol
Tot je terug bent op de straat

Laten we dansen, vriendinnen
Rennen aan zee
Laten we dansen, makkers
Hollen aan zee
Een loperslint langs de waterlijn
Sjezen aan zee
Eén over de racebaan
Twee langs het water
Drie door het dorp weer terug
Dan snel naar de finish gaan

Wij wisten hoe het was
Rennend met verkorte pas
Door dat vreselijk mulle zand
Of bijna in het koude sop
Bij die mooie zee
Dat beeld gaat met je mee

Laten we dansen, gabbers
Rennen aan zee
Laten we dansen, kornuiten
Draven aan zee
Een loperslint langs de waterlijn
Hobbelen aan zee
Eén over de racebaan
Twee langs het water
Drie door het dorp weer terug
Dan snel naar de eindstreep gaan

Zeg dat het niet zwaar was
Eigenlijk een makkie
Zeg dat wij genoten
Aan het azuurblauwe water
Zeg dat je weer wilt
Een herinnering hebt voor later

Laten we dansen, vrienden
Rennen aan zee
Laten we dansen, kameraden
Struinen aan zee
Een loperslint langs de waterlijn
Stuiven aan zee
Eén over de racebaan
Twee langs het water
Drie door het dorp weer terug
Dan snel naar de finish gaan


Looptijden.nl op Facebook