Column: Rare sprongen

Gepost door Looptijden.nl op maandag 19 juli 2010 14:41

In een iets te strak zwembroekje en met een smurfachtige badmuts strak op mijn harige kop, wiebel ik van een trappetje het water in. Het water waar ik op een steenworp afstand de chipszakjes en het kroost zie drijven. Toch voel ik me vrij goed als ik al watertrappelend tussen de overige badmutsjes wacht op het startschot. Als een kudde spetterende eenden komt de meute op gang. Links en rechts komen voeten op nare plekken in mijn onderbuik terecht. Het water spettert zo hard in mijn gezicht dat ik nauwelijks nog zie welke kant ik op moet. Nee, dit is geen hardloopwedstrijd. Mijn lopersinstinct heeft me naar de triathlon van Utrecht geleid.

In de vijfhonderd meter water die ik af leg, zwem ik als een verzopen kat vrijwel achteraan het veld. De schoolslag drijft me voort. En achterin krijg ik ten minste geen slaande armen op plekken waar ik het liever niet heb. Als ik de eerste fitte triatleet alweer zie finishen, spartel ik nog wat voort in het Utrechtse kanaal. Diverse slokken vers bronwater klokken mijn mond binnen. Toch leuk, als je daarvoor gehoord hebt dat er meerdere mannen hun ‘boodschap’ net
gewoon hebben laten lopen daar.

Als ik de gammele trap om eruit te klimmen zie, ben ik blij dat ik eindelijk weer kan doen waar ik goed in ben, lopen dus. Dat valt dan toch even tegen. Met zwabberende benen vol Bambix loop ik als een dronkaard richting mijn fiets. Langs de kant gillende vrouwen.
Zouden ze schrikken van de aanblik van waggelende Michel in een klein broekje? Ik ren linea recta richting mijn fiets die netjes klaar staat. Afdrogen kost tijd leek me, dus gewoon fietsbroek over dat zwembroekje heen, shirt aan, helm op, klikschoentjes aan, startnummer op en gaan. Mijn zwabberbenen zijn inmiddels stalen stoemppoten als ik op nare fietsschoentjes door het parc ferme stuiter. Het fietsen is gelukkig iets meer ontspannen. Mijn voeten zitten vast en er zijn nauwelijks gekken die me in mijn knieholtes willen stompen. Ik heb wel een behoorlijke achterstand. Ik zie amper gebogen mannen voor me. Als ik al iemand inhaal, is het een klein meisje die de triatlon op moeders fiets aan het doen is. Och, twintig kilometer, moet lukken. Ik haal niet veel mensen in. Anderen komen mij echter ook nauwelijks voorbij. Ik praat mezelf in dat ik een gemiddelde fietser ben. Als in de laatste kilometer een jongen op een mountainbike voorbij komt, word ik met de neus op de feiten gedrukt. Ik moet lopen!

Het bordje 'afstappen' komt dan ook als geroepen. Mijn fiets hang ik triomfantelijk in het rek. Het voorprogramma is voorbij. Michel’s hoofdprogramma begint. Gehaast stap ik in mijn Brooks die ik al staand probeer vast te ploeteren. De kramp schiet nog net niet in mijn dijbeen, maar ik voel wel ergens iets borrelen. Direct nadat ik de startmat voor vijf kilometer rennen passeer zie ik de jongen van de mountainbike. Een lichte tinteling suist door mijn benen als ik hem binnen tien meter inhaal. Wat voelt het lekker als je kan doen waar je het beste in bent. En ook al voel ik wel degelijk pijn, de tred zit er toch lekker in. Ik haal mijn concurrenten bij bosjes in. Als een vis in het water heet dat geloof ik, of heb ik de visjes nou
op het droge? Ik weet het niet meer, maar ik ren als een gek richting finish. Vijf kilometer is
niks!

Na een uur en vijftien minuten kan ik zelfs nog aanzetten voor een eindsprint. Als ik een bekertje water aanpak, lijkt het een wedstrijd als alle anderen. Een dag waarop ik gelopen heb.
Maar nee, er zaten deze keer nog twee voorprogramma’s bij. Water, fiets, schoeisel. Ach, een hardloper maakt soms rare sprongen.

Oja. In een veld van 207 mensen behaal ik uiteindelijk de 91e plaats. Grappig om te zien dat
ik de 182e zwemmer was, 135e bij het fietsen en de 15e looptijd heb.

---

Deze column is geschreven door Michel van Kats (http://www.michelvankats.nl)


Looptijden.nl op Facebook