Blauw, blauw, blauw

Gepost door Arranraja op zaterdag 9 februari 2019 20:07

Kijk voor de foto's, de afspeellijst en de YouTube-video's vooral ook op https://arranraja.wordpress.com/2019/02/09/blauw-blauw-blauw/

Weken van te voren had ik het al helemaal uitgedokterd. Sinds half november liep ik alleen nog maar met muziek, logisch derhalve om dat tijdens de eerstvolgende TML eveneens te doen. De behoorlijk goede lijst met overwegend Bluegrassmuziek zou dan ten gehore worden gebracht. Een passende titel voor dit verhaal had ik ook al rap verzonnen: 'Blauw gras en Blauwtand in het groene Twiske'. Even dreigde door de seizoensinvloeden groen nog in wit te veranderen. Maar tenslotte werd het goudgeel, vanwege het zonlicht op het vele, gele riet. Toch bleek in mijn beleving de uiteindelijk boven dit relaas geplaatste vlag de lading van de gebeurtenissen het treffendst te verwoorden. Lees hieronder maar waarom.

Eerst even een uitgebreid citaat uit de Nederlandstalige Wikipedia:
'Bluegrass is een Amerikaanse muziekstijl waarvan de naam voor het eerst werd gebruikt aan het eind van de jaren 50. De grondlegger van deze stijl, de Amerikaan Bill Monroe, noemde zijn band The Blue Grass Boys naar zijn geboortestaat Kentucky, waarvan de bijnaam The Blue Grass State luidt. Bluegrass is een voortzetting van de oude stringbandmuziek, die zowel in de Europese als Afro-Amerikaanse tradities zijn wortels heeft. Het was de muziek van immigranten in de bergstreken van het oosten van Amerika. Het is muziek met veel Ierse en Schotse achtergronden, waarin de heimwee naar hun thuisland en het harde leven in de bergen te horen is in de typerende klaagzang van bluegrass. Als een van de weinige soorten folkmuziek heeft bluegrass een jazzachtige structuur: één instrument speelt een solo, terwijl alle andere de begeleiding vervullen. De solo gaat vervolgens over van het ene instrument op het andere. Minstens zo belangrijk voor de definitie van het genre is de zang: de lead – vaak ongewoon hoog – de twee-, drie- of vierstemmige harmonieën, niet als een achtergrondkoortje, maar als een klank waarin de stemmen versmelten tot een geheel'.

In mijn gastblog op RunningPlus vertelde ik al dat deze muziekstijl voor mij de ideale muzieksoort is om als ondersteuning bij het hardlopen te gebruiken. En dan gaat het uiteraard over de snellere nummers. Door de schade en schande van mijn vorige (eerste) ervaring met betrekking tot muziekhulp bij een georganiseerde loop, kwam ik nu goed beslagen ten ijs. De geoptimaliseerde afspeellijst stond startklaar op mijn telefoon. Ik beschikte over een goedwerkend setje Bluetooth-oortjes, dat ik laatst had aangeschaft na een tip van collega-Looptijdenblogger Ben. De als muziekspeler dienstdoende Moto-G droeg ik in een grotendeels blauwe Spybelt op mijn buik. Zodoende was ik verlost van die onhandige armband en van de in de weg zittende draden. Kortom, er kon mij niets meer gebeuren!

Zoals vaker, was ik helaas wel te laat van huis vertrokken, na zeker 10 minuten intensief krabben van de autoruiten. In Landsmeer was het nog enigszins glad op de stoepen en op het fiets-voetpad over het sportpark. Met kleine, vlugge stappen spoedde ik mij naar de atletiekbaan. Vanwege het gevorderde tijdstip, verwachtte ik een flinke rij bij de uitgifte voor seizoenskaarthouders. Dat viel zomaar een heel eind mee, want ik was vrijwel direct aan de beurt en had mijn startpapiertje vlot te pakken. Na de gebruikelijke rituelen in de kleedkamer, dacht ik nog slechts een korte tijdspanne te hebben om een beetje warm te draaien. De gelukkig weer teruggekeerde, vaste omroeper (de man had een lange periode op het appel ontbroken), deelde echter al spoedig mede dat alle starts 10 minuten later zouden plaatsvinden. Omdat er nog veel hardlopers in de rij stonden om hun nummer af te halen. Dat kwam deze keer voor mij (en ongetwijfeld ook voor menig collegaloper) prima uit. Ik had derhalve toch tijd genoeg voor een fatsoenlijke opwarming der beenspieren en kon ook nog een ultiem bezoek aan Kamer 100 brengen voor een laatste afwatering.

Trouwe lezers weten dat deze Twiskemolenloop onbetwis(k)t bovenaan staat in mijn persoonlijke trimlopentop-vijf. Onder andere omdat je je hier niet blauw hoeft te betalen, aantrekkelijk derhalve voor een Zwolse blauwvinger als ik. Er is echter één duidelijk zwak punt te vermelden. AC Waterland heeft de beschikking over een wat oud- en verlopen uitziende 300-meterbaan van gravel. Wanneer het regent of geregend heeft of als de temperatuur onder nul is geweest en de boel aan het dooien is geslagen, wordt die baan één grote modderpoel. Zulks was ook nu het geval. Als ik mij dit van te voren realiseer, kies ik doorgaans voor renschoenen die er niet meer zo fraai uitzien. Nu had ik echter bewust, vanwege de kleur en het draagcomfort, gekozen voor mijn staalblauwe Cumulus 18. Want zoveel mag onderhand duidelijk zijn: blauw was vandaag het thema. Prachtig zonnig weer met een, vooralsnog, strakblauwe lucht. Als die hemel echter naar beneden komt, hebben wij allemaal een blauwe hoed, dus we kunnen hem maar beter blauwblauw laten. Verder droeg ik zoveel mogelijk blauwe kleding, zoals eerder vermeld stond de Bluegrassmuziek op scherp en had ik een setje staalblauwe Blauwtand oorluidsprekertjes om die ten gehore te brengen. Alleen de kleur van de plakker op mijn startpapiertje week af: rood voor de 16,1 km. Ik had dus eigenlijk het blauw van de 5 km moeten kiezen, maar die afstand komt normaal gesproken niet in mijn renwoordenboek voor. Alleen in echte noodgevallen! Het enige dat feitelijk ontbrak was derhalve een blauwe atletiekbaan zoals die bij AV Feniks in A'dam-Zuidoost te bewonderen is.

Ik was zowaar meer dan tijdig in het startvak en zag aldaar een paar bekende en semi-bekende gezichten. De eerste anderhalve ronde was, vanwege de genoemde modderpoel, even spitsroeden lopen. Ondanks dat ik zoveel als mogelijk de randjes en de drogere plekjes probeerde op te zoeken, kregen mijn prachtige schoenen het direct zwaar voor de kiezen. Grappig vind ik wel het feit dat die modder je helpt om later op het parcours de snelle lopers ertussenuit te vissen. Hoe harder ze van start gaan, hoe meer modder er op hun achterzijde te zien is. Zelf ging ik, het modderwaterballet ten spijt, voor huidige begrippen ook lekker vlot weg. De baan af en de muziek aldaar achtergelaten hebbend, zette ik mijn persoonlijke stereo-installatie in werking. Die produceerde aanvankelijk nog een vrij bescheiden volume. Een volgehouden druk op een van de knoppen zorgde al snel voor een duidelijker aanwezigheid van de balsem voor ziel en benen.

Reeds spoedig kwam er een dame voorbijzeilen die ik wel wilde en ook meende te kunnen volgen. Het is mij niet bekend wat haar naam is, maar ik noem haar hier Carolina. Naar 'Carolina in the pines' van Michael Murphy, het nummer dat op dat moment tot mij kwam. 'Carolina in de polder' als ik het pseudoniem helemaal aan de locatie aanpas. Met dit eerste nummer op mijn lijst wijk ik al direct af van de categorische indeling, want het is geen echt Bluegrassnummer. Wel heeft het een paar heerlijk huppelende banjosolo's aan boord. Mijn eerste kilometer ging in 5:36 minuten, te snel voor mijn hedendaagse hardlooppraktijk. Maar ik besloot geen gas terug te nemen en te gaan ondervinden waar de blauwe schuit aan de grond zou gaan lopen. Waarbij ik direct kan verklappen dat die stranding feitelijk niet heeft plaatsgevonden. Met 'Carolina in my mind' liep ik een metertje of tien achter haar en ik wilde die afstand alleen maar kleiner laten worden. Op dat moment had ik nog wel even een tred met vrij kleine passen vanwege eventuele gladde plekken op het asfalt. Die waren echter spoedig als sneeuw voor de zon verdwenen.

Na koud 2000 meter hijgde de 10km-voorfietser ineens in mijn nek. Uiteraard week ik uit naar rechts en in zijn kielzog kwamen bijna naast elkaar een man en vrouw voorbij. Later zag ik tot mijn genoegen in de einduitslag dat die vrouw de mannelijke metgezel daarna de hielen had laten zien en als winnaar over de eindstreep was gekomen. Volgens het verslag op de TML-website was dat de eerste keer dat een dame de 10 km had gewonnen. Driewerf hulde voor deze hardloopster, zij kreeg gelukkig wel wat zij verdiende! Niet veel later zat ik ineens in het kielzog van Carolina en ging ik erop en erover. Daar had ik even niet op gerekend maar direct dacht ik haar wel verder achter mij te zullen houden. Een ruime kilometer later, raapte zij mij echter even zo makkelijk opnieuw op en nam subiet weer wat afstand. Toen zij langs de boorden van de Stootersplas, die niet blauw zag maar gewoon heel donkergrijs, nog eens extra aanzette om twee mannen het nakijken te geven, werd de kloof tussen ons nog wat groter. Ik volgde zo goed als mogelijk en zat nog steeds net onder de 10,5 per uur qua snelheid, maar kon niet dichterbij komen. Hier had ik overigens een leuk primeurtje: een hardloopster die een dubbele kinderwagen voor zich uit duwde kwam voorbijsnellen. Ik had haar vooraf op de baan al ontwaard, daar op dat moment echter geen conclusies uit getrokken. Renners met een hond had ik wel eens meegemaakt, maar met een buggy nog niet. Wat betreft het bijsloffen van Carolina zette ik mijn kaarten op de naderende drankpost, in de hoop dat ze daar halt zou houden om een bekertje vocht te bemachtigen. Dat deed die dame helaas voor mij al rennend, ergo op dat punt viel er voor mij ook geen winst te behalen. Ik had goed in de smiezen dat mevrouw, weer een eindje verder, kort zou afbuigen naar de langs de route staande afvalbak om zich op uiterst keurige wijze van haar plastic drinkgerei te ontdoen. Zij deed dat echter zo vlotjes dat ik ook hier geen inhaalslag kon maken.

blauw, blauw, blauw
ren ik terug naar jou
blauw, blauw, blauw
ja, blauw

Meerdere snelle muziekstukken waren al langs mijn oren gekomen, zoals 'Banjo dog' en 'Mama, Papa' van Gene Parsons, 'Best time of the day' van Becky Schlegel en 'Never see my home again' van The Dillards. Ik had er voor mijn doen steeds aardig de spat in, voortdurend rond de 10,5/uur. Carolina kwam echter maar niet dichterbij, hoe ik mij ook uitsloofde. Zelfs toen Emmylou Harris met haar Nash Ramblers, mijn grootste troef waar het renstimulans betreft kwam uitspelen ('Get up, John' ), won ik geen terrein. Sterker nog, mijn hinde verwijderde zich alsmaar verder van mijn positie en langzaam maar zeker begon het besef tot mij door te dringen dat ik hier een blauwtje aan het lopen was. Anders gezegd: ik liep een blauwe scheen. Maar beter een blauwtje lopen dan een groentje blijven, nietwaar? De blauwdruk voor een overrompelende opraapactie kon daarmee de prullenbak in. En mijn dagdroom om samen met haar dit verhaal te schrijven, verdween eveneens als sneeuw voor de zon ('from that night on, I knew I'd write songs with Carolina in the pines', hij wel die Michael Murphy). Wel kon ik mevrouw nog een tijdlang in de verte zien omdat wij nu op het meest open gedeelte van het parcours in touw waren. Als kenner van dit parcours wist ik ook dat ik haar uit het oog zou gaan verliezen zodra wij de boomgrens weer zouden bereiken ('trails we'd walked up far above the timberline' ). Vanaf daar kwamen er zoveel bochten en was er zoveel loof dat het verdere overzicht op de nog af te leggen route geheel verdwenen zou zijn.

En zo geschiedde het ook. De blik op haar, terwijl de scheiding zich steeds verder voltrok, werd mij op het rechte pad al een paar keer ontnomen door wandelaars die ertussenin liepen. En na een deze keer, door de gunstige en kalme noordwestenwind, relatief makkelijke oversteek van dit open noordwestgedeelte van Het Twiske, was Carolina uit mijn hardloopleven verdwenen. Twee keer ving ik nog een kleine glimp van haar op, in een bocht en op het iets langere, rechte stuk bij het 10-kmpunt. En dat was het dan. Ik liep er verder alleen voor, met mijn ziel onder mijn arm en blauwgrasmuziek in mijn oor die mij niet aan een hogere snelheid helpen kon. Op dat moment had ik voor hetzelfde geld een afspeellijst met klassieke werken als 'Blue cathedral' (Jennifer Higdon), 'Rhapsody in blue' (George Gerschwin), 'An den schönen, blauen Donau' (Johann Strauss), 'Air on a blue string' (Jon Lord) of relatief langzame, meer populaire nummers als 'Once in a very blue moon' (Nanci Griffith), 'Blue moon of Kentucky' (Bill Monroe), 'Blauw' (The Scene), 'Blauwe plekken (Herman van Veen), 'Ode to big Blue' (Gordon Lightfoot), 'Famous blue raincoat' (Leonard Cohen), 'Blue, blue day' (Don Gibson) of 'Still feeling blue' (Gram Parsons) kunnen beluisteren. Het zou voor mijn gevoel op dat moment niet het verschil met die dame goedgemaakt hebben.

Eigenlijk was ik helemaal niet slecht bezig. Integendeel, mijn tempo lag wat hoger dan op hetzelfde stuk tijdens mijn halve begin december vorig jaar. Het voelde echter niet heel makkelijk aan, ik moest de gehele tijd flink in de hoeven, zogezegd. Ergens onderweg sprak ik met mijzelf af dat ik de 10+ per uur minimaal tot het punt van de 10 km zou volhouden. Toen ik daar eenmaal was aanbeland, deed ik er nog eens minstens 2000 meter bij. En die snelheid hield ik eigenlijk eenvoudig vol. Als je er zo flink aan moet trekken, je zodanig moet inspannen, dan bevind je je toch wel enigszins in je eigen wereldje. En met muziek in de oren die de geluiden van de buitenwereld afschermt, loop je helemaal in je privé-universum. Ik moest daarom extra moeite doen om iets van het goudgele decor waarin ik mij bevond, te registreren. Vrij in het begin, toen ik Carolina juist voorbij was gestoken, kon ik de twee zwanen die op het door de zon beschenen water dobberden niet over het hoofd zien. Want ik liep er zo naartoe. Daarna moest ik mijzelf dwingen af en toe links of rechts te kijken. Aan de noordkant was het oppervlak van het water met dezelfde naam als de polder nog compleet bevroren. Aan de westkant lagen er veel vogels in de Stootersplas en op het meest oostelijke stukje zag ik plukjes ganzen in het grasland.

Naarmate de tijd verstreek, werd het steeds drukker met wandelaars op de paden, vooral aan de beschutte westzijde van het recreatiegebied. Hoewel de noordwestenwind behoorlijk fris was, scheen er niemand te lopen blauwbekken. Althans geen van de wandelaars zag blauw van de kou. Af en toe liepen groepjes wel erg breeduit, wat mij een keer een halfluide, gemompelde opmerking ontlokte. Iets in de trant van: 'jullie hadden mij wel iets meer ruimte mogen laten'. Het leek mij namelijk niet fijn om bont en blauw thuis te komen. Gelukkig werd mij en mijn collega's nergens echt de doorgang versperd, dus niemand had een blauwe boon verdiend. Al aan het begin was ik gestart het aantal bruggetjes dat ik passeerde weer eens te tellen. Je moet toch zo nu en dan iets doen om de zinnen te verzetten. Tijdens de eerste 3000 meter waren het er al vier. Na dik 5 km kwam er nog eentje. Nummer zes verscheen pas na 12 kilometer ten tonele, al snel gevolgd door de nummers zeven, acht en negen. In totaal moest ik twaalf keer zo'n wateroverspanning nemen. Waarbij de eerste, op het Luyendijkje, tevens ook de laatste was. Als de organisatie van dit evenement nog eens verlegen zit om een andere naam, kunnen ze altijd kiezen voor de 'Waterlandse Bruggetjesloop' of iets in die geest. Want bij de halve marathon moet er liefst veertien keer zo'n houten ding beklommen worden en bij de 10 km zijn het er altijd nog tien stuks.

Was ik mijn muze van die dag allang kwijt, op een manspersoon liep ik gestaag in. Op het punt waar de wegen der halve marathonners en die van de 10EM-adepten zich scheiden, had ik hem op een haar na te pakken. De wakkere lezer snapt al waar ik naartoe wil, deze loper bleek nog ruim 8000 meters te verhapstukken te hebben en sloeg linksaf. Ergo, ik kon hem net niet meer oprapen. Helaas appelstroop, maar mijn ren ging gewoon door, rechtsaf de volgende brug over. De 10/uur redde ik nu op een haar na niet meer en de kilometers begonnen te tellen, muziekondersteuning of niet. 'Soldier's joy', 'Lathe machine', 'Way out there' of 'Smoke along the track', de laatste song in de sterke uitvoering van Emmylou en haar mannen, konden mij niet sneller voortstuwen. Zelfs 'Blue sky, riding song' van 'Cosmic cowboy' Michael Murphy had niet dat effect. Ik moet ook toevoegen dat er inmiddels her en der wat wolkenpartijen aan de lucht waren opgedoken. Dat en de geregeld weer voelbare wind, zorgden ervoor dat ik niet meer frequent mijn blauwe renjasje open- dan wel dicht- hoefde te ritsen. Of de pet afnemen om het bolletje een weinig te laten afkoelen. Ieder nadeel .....

Niet verbazingwekkend dat deze renner onderhand naar de stal verlangde, ergo de eindstreep wilde passeren. Gek eigenlijk, als je bedenkt dat dat verlangen bij het verhapstukken van een grotere afstand, zoals de 21,1 km, doorgaans pas een paar kilometer verder opduikt. Deze renner stelt zich blijkbaar onbewust altijd in op de te lopen afstand. Jij ook? Blij verheugd was ik dat ik vandaag voor de 'slechts' 10 Engelse mijlen had gekozen. Een opvallend feitje nog: op precies hetzelfde stukje Twiskepad waar ik bij de vorige 10EM-poging in november, de kop van het vrouwelijke klassement van de halve tegenkwam, gebeurde dat nu weer. De eerste dame (de latere winnares) die ik ontmoette kreeg van mij een opgestoken duim. Ik ontving een brede lach terug. De volgende twee ladies, die ook in die volgorde over de meet zouden komen, hadden het te druk met hardlopen om mij waar te nemen. Zij liepen mijn 'like-teken' om die reden dan ook mis. Jammer maar helaas voor hen. Gelukkig wist ik in die lastige laatste fase de km-tijden slechts luttele secondes boven de 6 minuten per 1000 meter te laten uitkomen. Zodoende lag ik, met mijn snellere tijden uit het begin van de race als buffer, op schema voor een gemiddelde aan de goede kant van die kaap. En lag er een alleszins acceptabele eindtijd aan de Landsmeerse horizon te gloren.

Waar ik op het Luyendijkje de huisfotograaf verwachtte (geestelijk in de startblokken om tijdelijk pet en zonnebril van het hoofd te verwijderen voor een beter resultaat), stond die er niet. Dan maar zonder kiekje door naar huis en kantoor. Dat mooie, sterke paard de 'Tennessee Stud' sleepte mij het laatste stuk naar de baan door en te elfder ure nog langs een mannelijke medeloper. Met 'Little jewels (for Lilybet)' kwam ik de baan op en daar vond ik zowaar nog een aardige versnelling. Langs opnieuw een mannelijke hardloper en door de gravelblubber, stoomde ik op naar de finish. In de laatste bocht, helemaal aan de buitenkant daar waar het gravel min of meer droog was, raadpleegde ik mijn chrono. Het bericht kwam dat ik, indien volhardend in de gevonden snelheid, nog binnen de 1:35 uur kon arriveren. Vol het gas erophoudend, stoof ik voort om op de wedstrijdklok te aanschouwen dat ik het net niet ging redden. De vijf minuten meer omdat dit uurwerk bij de eerdere start van de halve was gaan lopen, had ik wel verdisconteerd, maar helaas. Edoch, mijn bloedeigen Garmin stond stil op 1:34:57. Mooi wel gered derhalve, want de tijd op de wedstrijdklok was de brutotijd! In de officiële einduitslag ging er zelfs nog een hele tel vanaf. Een tevreden renner was ik daarom en het was uiteindelijk geen 'Blue, blue day' geworden maar een 'Oh happy day'!

Terwijl ik mijn vaste drie wandelrondjes over de baan aflegde, noemde de omroeper telkens mijn naam als zou ik telkens weer aan het binnenkomen zijn. Of ik nu vlak langs de registratiematten aan gene zijde van het gravel liep, of er met een grote boog omheen, steeds werd mijn chip uitgelezen. Pas bij de derde keer had de goede man door dat ik reeds langs gefinisht was. De twee bekers warme thee liet ik mij goed smaken en ze waren zo naar binnen gegoten. Ik ben immers van de blauwe knoop. De herenkleedkamer werd nog slechts bevolkt door een paar halvemarathonlopers en was dus prettig rustig. Eenmaal omgekleed in droge, meerdere tinten blauwe kleding (nog net niet een blauwgeruite kiel, want blauw met groen is boerenfatsoen) en dito kleur schoenen, wierp ik nog eenmaal een blik op de vrijwel verlaten baan. Alleen een paar vrijwilligers waren de laatste spullen aan het opruimen. Op de terugweg wandelde ik over het eveneens lege sportpark (waar waren al die voetballers?), niet meer naar de staalblauwe Colt waarmee ik veel langer dan een blauwe maandag met veel plezier naar Landsmeer stuurde. Nee, naar de zo mogelijk nog fijnere, zilvergrijze Note met achterop het gelukkig wel blauwe bordje met het opschrift 'Pure Drive'. En vervolgens fluks huiswaarts.

Voor de volgende gelegenheid dacht ik er even over om Emmylou H. met haar snelste nummers in te huren voor het gehele traject. Dan heb ik tenminste zo lang als ik wil een virtuele renvriendin bij mij en hoef ik niet te bleu te zijn. Maar als meer dan uitstekend alternatief heb ik intussen loopmakker Peter (voor alle haasklussen!) gepolst en bereid gevonden een 10EM-metje met mij samen in Het Twiske te verhapstukken. Mijn suggestie dat dit de ideale voorbereiding is op zijn Haagse halve marathon een week later, viel gelukkig bij mijn favoriete pacer in goede aarde! Eerst voorlopig eens en tijdje 'ins Blaue hinein', ook wel geformuleerd als 'off into the great blue yonder'.


Looptijden.nl op Facebook