Looptijden.nl community

Welkom bij de hardlopers community van Looptijden.nl. Hier zie je de laatste hardlooptijden, inschrijvingen en aanmeldingen. Zelf ook hardlopen kriebels? Meld je dan snel en gratis aan en begin meteen met het bijhouden van al je hardlooptijden.

Laatste blogposts

Hieronder staan de laatste weblog posts van gebruikers van Looptijden.nl over hardlopen en alles wat erbij komt kijken.

kort loopje

Gepost door Astrid op zondag 22 oktober 2017 12:13

vandaag van t werk naar huis gelopen in regen en tegenwind
Op zich was de regen niet erg maar tegen de wind inlopen viel me toch wel tegen
Toen ik dicht bij huis was besloot ik dan ook om maar gewoon te stoppen ipv nog extra rondje te gaan
kortom 2 km gelopen is nie veel maar ik deed t iig voorheen zou ik gezegt hebben no way t is slecht weer ik blijf lekker thuis smiley
Voorheen had ik zoewiezo altijd wel een reden om niet te gaan smiley

Barefootstyle week 6

Gepost door Tante Jos op zondag 22 oktober 2017 10:58

Bezoek ook eens onze gezellige Looptijden Community groep op Facebook!
Een groep voor en door gebruikers van Looptijden.nl
https://www.facebook.com/groups/257126207961197/

Dag 1: https://connect.garmin.com/modern/activity/2128024203
Dag 2: https://connect.garmin.com/modern/activity/2128024203
Dag 3: https://connect.garmin.com/modern/activity/2162494351

Foto's bij deze blogpost

run.jpg

10e editie Stadshagenrun

Gepost door Erik Rijnders op zaterdag 21 oktober 2017 21:11

Heerlijk gelopen met dit keer op sommige stukken wind tegen. Een tegenvaller voor iedere loper: voor de 10 euro inschrijfgeld kon er zelfs in de jubileumeditie geen attentie, medaille of loopshirt vanaf. Wat dat betreft een dure loop voor wat je er voor terug krijgt. Het fruit is immers gesponsort zo kondigt men aan...

Statistieken van deze tijd

Afstand
5.000 m
Tijd
00:25:30
Snelheid
11,76 km/u
Calorieën
345 kcal

2017-10-18: Stamppotrun, Castricum aan Zee

Gepost door Jan Bakker op vrijdag 20 oktober 2017 10:33

Zogenaamde Fun runs. Ik heb er in mijn bescheiden hardloop carrière aan een aantal meegedaan. Deze stamppotrun valt hier ook onder.
Een fun run is niet zozeer een hardloop”wedstrijd”, maar een trimloop, “wild” georganiseerd, waar de nadruk niet legt op een snelle tijd, maar het meer gaat om het gezamenlijke lopen. Laat ik het woordje “gezellig” maar niet al te vaak gebruiken, er vallen uiteraard wel de nodige zweetdruppeltjes onderweg. De snelle runners pikken de minder snelle runners zo nu en dan op onderweg.
Het leuke van deze stamppotrun is dat dit zeker geen eenmalige run is. Op 27 februari 2014 organiseerde Rinus Running voor de eerste keer dit loopfestijn over het strand en door de duinen tussen Castricum en Egmond. Met een aantal IJmuidense hardloopvrienden was ik deelnemer aan deze run en maakte hier kennis met een aantal runners waar ik later incidenteel dan wel vaker mee zou lopen. Er was één afstand te lopen en deze werd 11,5km. Gedeeltelijk in het donker, harde wind en regen.
Op 18 maart 2015 deed ik mijn tweede stamppotrun op dezelfde locatie, alleen kon er toen worden gekozen uit twee afstanden. Er ging één groep weg voor een lange lus van pakweg 10km en één groep deed 7,5km. In deze groep zat ikzelf.
Beide keren was het na de run met zijn allen stamppot eten bij strandpaviljoen Deining. Die stamppot kostte die keren slechts 1€. Dat was volgens mij een woensdagavond actie. Het zat daar dan ook stampvol.

Afgelopen woensdag fietste ik direct uit mijn werk door de Heemskerkse duinen naar Castricum aan Zee om daar deel te nemen aan mijn derde stamppotrun. Ditmaal had Rinus er speciaal eentje georganiseerd voor de Tata Steel runners. Niet zo gek, want hij is uiteindelijk voorzitter van die club. De woensdagavond is vaste trainingsavond van de Tata Steel runners en zo’n 35 runners hadden wel zin in een alternatieve training met een warme hap en drankje na. Erg leuk, zo’n goede opkomst. Erg leuk ook om met zo’n run nagenoeg allemaal dezelfde shirts aan de start te zien. Toch ook weer een aantal runners die ik nog niet kende, maar kennelijk de afstand vriendelijk genoeg vonden. Ca. 5km. Ja, zeker een kleine 5 zeer pittige kilometers!

De start was rond 18:00 uur bovenaan bij de strandopgang Castricum aan Zee. Karen “schoot” ons weg en Rinus zelf liep meteen via de duinen door naar het punt waar de runners het strand af gingen. Die runners liepen dus eerst over de betonplaten naar het strand, dan door een stuk zacht zand richting de waterlijn, daar waar het lopen het gemakkelijkst was. Voor zover je van gemakkelijk kon spreken, want het vochtige zand was niet keihard. Veel runners in korte broek en korte mouw, want het weer was, zeker voor de tijd van het jaar, prima.
Mijn Garmin piepte op km1 een tijd van 5:07. Ik had ook al het gevoel dat ik wat snel wegging, maar over vijf kilometer is die gok wel te maken. Pakweg 500 meter verder lag de eerste strandafgang op ons te wachten. Tsja, en die zijn hier wat hoger dan die in IJmuiden. Zeker niet misselijk en ik besloot dan ook bergop maar te gaan wandelen. Er waren er meer die dat deden. Ik werd hier echter wel ingehaald door een drietal collega’s.
Rinus stond na die strandafgang klaar met zijn camera en wij vervolgden onze weg door de duinen over een single track richting de volgende strandafgang. Gelukkig kon ik hier weer enigszins herstellen en kwam weer wat in mijn ritme. Van korte duur overigens, want op nog geen 1,5km doemde wederom zo’n strandafgang op, iets hoger nog dan de vorige. Wandelend naar boven maar weer. Kilometertijden van boven de 7 minuten. Hetzij zo. Wel een mooi gezicht om bovenop gekomen een sliert runners achter mij te zien ploeteren omhoog en een andere sliert gestaag hun weg volgend over het zand richting Deining. Snel naar beneden maar. Er achteraan!
Het strand was een welkome verademing nu. Zo vlak als een spiegel en ik kon de laatste kleine twee kilometers in een voor mij lekker tempo doorlopen. Slechts één collega haalde mij in op dit stuk en met de finish (en wederom Karen) in zicht kon ik er zelfs nog een versnelling uit persen. Geheel tot vreugde van de runners die reeds gefinisht waren. Achteraf ook fijn voor mij, want er zaten er toch een aantal mij vlak op de hielen. Lekker zo.
Mijn Garmin gaf 4,79km aan en een tijd van net onder het half uur. Prima.

Ik was dus zeker niet de laatste en er werd gewacht bij de finish op het strand totdat alle runners binnen waren. Een aantal "snelle" runners liep nog terug het parcours in om de laatste runner bij te staan en aan te moedigen.
We hadden een mooie ruimte voor onze ploeg voor de nazit en de stamppotten. Er was een keuze uit zuurkool, boerenkool of hutspot met of rookworst of een bal gehakt. Inflatie (+150%) heeft echter wel haar intrede gedaan hier, zeker ten opzichte van februari 2014. 2,50€ dit keer voor zo’n daghap. Ha, ook nu zat Deining echter nokkievol, hoor?!

Top avond. Nog een uurtje fietsen naar huis, douchen, klaar.

Note: De volgende fun run staat ook al in mijn agenda. De eenmalige IJmuidense Havenrun op zondagmiddag 22 oktober. Ook om en nabij de 5 km. Ik loop hier echter zelf niet, maar sta als verkeersbegeleider in het parcours. Ook leuk. Mijn hardloopkilometertjes pak ik in de ochtend wel. Zo'n 20km, schat ik in.

Foto's zijn gemaakt door Rinus

Jan B., 20-Oktober-2017

Foto's bij deze blogpost

22549786_10211385739904118_2797110832568469164_n.jpg 22528140_10211385804905743_2090123880337276957_n.jpg

Zonnig

Gepost door Bert Gerritsma op woensdag 18 oktober 2017 16:07

Mooi weer vandaag. In het Zuiderpark lekker getraind in het zonnetje en bij een temperatuur van 18 graden. Ik moet ook wel weer regelmatig gaan trainen, want ik heb me opgegeven voor de 1 vd 4loop bij Sparta op 29 oktober (5 km) en voor de Laan van Meerdervoortloop op 5 november (10 km).

Duurloop met plakhanden (2 reacties)

Gepost door Arranraja op dinsdag 17 oktober 2017 15:24

Ook te lezen op https://arranraja.wordpress.com/

Hij was blij dat hij de drinkfles, die hem toch een paar jaar goed gediend had, eindelijk leeg kon maken en weggooien in een publieke prullenbak. Zeker 10 kilometer lang had hij het plakkende stuk plastic afwisselend in beide handen met zich meegedragen. Was was er mis met die fles? Tijdens de training ervóór was het ding zomaar ineens uit de speciale 'holster' gevlogen en op het beton gekwakt. Koud honderd meter verder gebeurde dat nog een keer. Bij beide tuimelingen rende hij naar beneden de brug of de dijk af, dus met wat grotere stappen dan op het vlakke. Zijn theorie was dat de bidon, die deze keer iets zwaarder was dan normaal omdat hij hem bij wijze van uitzondering bijna tot de rand toe gevuld had, door dat grotere gewicht heftiger op en neer bewogen had dan alle, ontelbare vorige malen. Bovendien had hij de riem waaraan de drankbewaarder hing, iets strakker om zijn middel getrokken dan gebruikelijk. De combinatie van die drie factoren hadden de valpartijen veroorzaakt, daarvan was hij overtuigd. Een paar slokken drinken zouden het gewicht doen afnemen en daarmee het probleem de wereld uit helpen. Daar leek het ook sterk op, want in het vervolg van die ren bleef de blauwe fles met het logo van de bekende sportdrankenfabrikant keurig op zijn plek. Hij had er verder trouwens niet meer bij stilgestaan omdat hij, kort na de tweede val, op het pad langs het kanaal ineens de schrijver Herman Koch op zich af zag komen wandelen. Deze liep precies op de plek waar hij in de tv-documentaire, die onlangs over hem te zien was, zijn verhaal deed over de grote aantallen katten die daar wel achter hem aan kwamen, als hij luide kattengeluiden maakte. Onze renner wist direct hoe hij contact met de schrijver kon maken. In het voorbijgaan voegde hij hem een duidelijk: 'geen katten hier vandaag!' toe, daarbij zijn beide armen uitspreidend. Waarop de schrijver enigszins verrast reageerde met een welgemeend 'ach, nee!'. Verder rennend was hij uiteraard zeer benieuwd hoe de bekende Nederlander dacht over deze ultra-korte dialoog voor twee goede verstaanders.

Omdat de fles zich verder dus keurig had gedragen, nam hij hem bij de eerstvolgende gelegenheid gewoon weer mee, zoals altijd. Wel had hij ervoor gewaakt om er teveel vocht in te doen. Aangezien er een 16 km-loop op de rol stond, meende hij wel zo verstandig te moeten zijn om sportdrank te tanken en niet slechts eenvoudig kraanwater. Daar kreeg hij echter al vlug spijt van. Hij had een beetje hoofdpijn toen hij aan zijn loop begon en ook de lichte regen die al gauw uit de donkere wolken viel, droeg niet helemaal bij aan de verwachte feestvreugde. Gelukkig liep hij in het begin relatief beschut onder de niet meer volledig met bladeren bedekte bomen langs het kanaal. Er waren op dat stuk fietspad langs het water best veel renners actief, dus hij kon meerdere keren zijn duim opsteken. Na 2 km hoorde hij net achter zich duidelijk iets vallen. Dit ondanks het feit dat hij voor het eerst sinds lange tijd weer eens met muziek op de oren rende, en wel een lekkere mengeling van klassiek en Americana. Daar was dat vermaledijde ding toch weer zijn rustplaats ontvlucht! De reeds de vorige keer ontstane schaafplekken aan de zijkant van de dop, leken iets grover geworden, maar het plastic was nog steeds helemaal intact. Dat duurde echter niet lang, want nog geen kilometer verder was het opnieuw raak. Of liever gezegd mis. Pats, daar klapte de bidon wederom tegen het harde asfalt. Dat betekende opnieuw stoppen en oprapen. Toen hij van pure ellende meteen maar een flinke slok wilde nemen, kwam het zoete drankje vooral om zijn mond terecht en niet erin. Rond de drinktuit, bleek, na deze vierde onzachte aanraking met het wegdek, een flinke scheur in de dop te zitten. De enige manier om de energieverschaffende sportdrank nog tot zich te nemen, bleek het losdraaien van de dop en het aan de mond zetten van de fles zelf te zijn. Aangezien hij op dat moment niet wilde stoppen, zat er niets anders op dan het gehavende ding terug te stoppen in zijn huisje en verder te rennen. In de praktijk bleek dat niet zo'n goed besluit, want de zoete drank gutste voortdurend uit de ontstane scheur en op zijn kleding. Het liefst had hij het plakplastic in de eerste de beste vullisbak gemieterd, maar het verder gaan zonder zijn drankvoorraad leek hem niet aan te raden. Daarom had hij de fles uit pure nood maar in de hand genomen.

Een eindje vóór zich, had hij een vrouwelijke renner waargenomen. Andere lopers die dezelfde kant opgaan, zijn voor hem altijd een richtpunt en een doel om, indien mogelijk, voorbij te streven. De weg waarop beiden liepen was echter zowel bochtig als beboomd, waardoor hij al snel weer het zicht op deze dame kwijtraakte. Aan het eind van die landelijke weg waren er drie mogelijke richtingen: linksaf, rechtsaf enigszins omhoog een brug over, of net daarvoor over een fietspad rechtsaf en onder de lokale weg en de ernaast liggende snelweg door. Die laatste richting was de zijne en toen hij daar de vrouwelijke collega nergens terugzag, ging hij ervan uit dat hij zijn nieuw ontdekte richtpunt kwijt was. Intussen was zijn altijd overactieve blaas hem weer eens gaan hinderen bij zijn loopje. Daar waar bij een trimloop het twee keer kort vóór de start ledigen vrijwel altijd ervoor zorgde dat dit orgaan zin koest hield, wilde het bij zijn trainingen maar niet lukken. Hij had daarom, in de loop der tijd, een aantal verscholen plekjes verzameld waar hij kon afwateren. Hij naderde een van die waterplaatsen en had al besloten daar een tussenstop in te lassen. Op een recht stuk weg gekomen, zag hij toch ineens de betreffende renster een stukje verder voortrennen. Op slag paste hij zijn plannen aan om te zien of hij haar op dat stuk weg langs het kleine bos kon achterhalen, dan wel kon waarnemen of zij aan het einde linksaf zou slaan, net als hij van plan was. Door de plaatselijke bochten was hij zijn afstandelijke haas opnieuw korte tijd uit het oog verloren, maar hij had haar tijdig genoeg weer in beeld om te zien dat de dame rechtsaf richting de bebouwde kom ging. Einde van de korte achtervolging derhalve.Omdat de gehavende fles steeds maar sportdrank loosde, besloot hij om zo spoedig mogelijk de inhoud te doen slinken door verdere teugen te nemen.

'Eerst maar de verkeersweg oversteken en dan aan de andere kant een boom opzoeken en vervolgens een paar ferme slokken nemen', bedacht hij. 'Misschien kan die plakkende fles dan toch weer aan de riem'. Hij stopte na precies 5 km gerend te hebben. Vreemd genoeg hield zijn blaas zich op dat moment volkomen koest, wat hem deed besluiten alleen in te nemen en niet te lozen. In het bos dat voor hem lag, zou hij nog wel meer bomen tegenkomen. Net in dat lokale woud, wachtte hem een treurigmakende aanblik. De vorige keer dat hij daar rende, stonden ze er nog, de platanen in twee lange, fraaie, dubbele rijen die een breed halfverhard wandelpad omzoomden. Hij wist dat deze inmiddels, onder het bekende mom van ziekte of ander ongemak, verwijderd waren. Het zag er nu vreemd leeg en kaal uit, op die druilerige zondagmiddag. De vele wandelaars op het fietspad ernaast leken zich er echter niet druk om te maken. Voor hem was dit eens te meer een bewijs dat de natuur het vrijwel altijd verliest van economische motieven. Want ook verderop in het, toch al niet van bomen vergeven, bos waren ze 'zieke' bomen en struiken aan het kappen. Aan het einde van een open stuk waar 's-zomers geregeld muziekfestivals gehuisvest worden, stuurde zijn route hem linksaf. Normaal gesproken liep hij over de halfverharde kleipaden, maar die waren hem nu te nat en glad. Bovendien droeg hij zijn op-een-na-nieuwste paar hardloopschoenen, die nogal licht van kleur waren. Vóór hem werd zijn fietspad volledig ingenomen door een groep wandelaars. Die gingen gelukkig linksaf het kleipad op, juist op het moment dat hij ze naderde. Dat scheelde weer het moeite doen om zichzelf een vrije doortocht te verschaffen. De vrouw die in het groepje liep, leek wel erg veel op een overbuurvrouw, maar daar zou hij zich wel in vergissen. Toen hij echter ook de bijbehorende mannelijke partner ontwaarde, wist hij zeker dat het hier om zijn straatgenoten ging. Zou hij iets naar ze roepen? Waarschijnlijk zouden ze hem niet eens herkennen met zijn sportzonnebril op, dus hij liet dat idee maar snel varen.

Waarom stond die vrouw even verderop zich achter die boom te verschuilen? Wilde ze de twee pubermeisjes die een paar meter er vandaan liepen, schrik aanjagen. Of was de hond, die iets verder weg doodgemoedereerd om zich heen stond te kijken, het beoogde slachtoffer? Hij had geen tijd om het te gaan vragen. want hij had nog bijna 10 kilometers te verhapstukken en daarenboven dringend behoefte aan een stille waterplaats. Aan het einde van dit fietspad, versperde een flinke plas de droge doorgang. Gelukkig kon hij net ervoor via een doorsteekje het laatste deel van het parallellopende kleipad bereiken. Wat volgde was het in ere herstelde tunneltje onder het laatste, dan wel eerste deel van de snelweg A9, sinds jaar en dag 'Gaasperdammerweg' genoemd. Deze belangrijke verkeersader, waaraan al jaren getimmerd wordt, deelt het Diemerbos in tweeën. Hij betrad nu het veel minder drukbezochte, oostelijke deel van het recreatiegebied dat aan de andere kant begrensd wordt door het Amsterdam-Rijnkanaal. Zijn favoriete stuk aan die kant is het brede, nog wel door abelen omzoomde kleipad naar links, dat al snel na de tunnel volgt. Nu leek het hem verstandiger dat pad te mijden, omdat hij wist dat het, met name op het tweede gedeelte, flink zompig zou zijn. En hij wilde, zoals eerder vermeld, zijn schoenen zo schoon mogelijk houden. Dus ging hij rechtdoor op het asfaltpad. Tot zijn verbazing, lagen daarop een paar grote plassen, die hem meerdere keren noopten door de grasberm te stappen. Gelukkig zakte hij daarbij niet weg in zachtere stukken.

Het werd nu echt tijd om de blaas tegemoet te komen. Hij nam het zijpad rechtsaf, liep iets door om zich ervan te vergewissen dat er geen volk in zicht was en koos een strategische plek voor zijn bij de wet verboden en uit nood geboren activiteit. Hij stond net weer op het pad, toen zijn vrouw hem belde over een logistieke kwestie. Zij deelde hem daarbij mede dat er zich daar, een paar kilometer noordwestwaarts, opnieuw donkere wolken samenpakten. Terug op het fietspad met de vele plassen, zag hij pal vóór zich een buizerd vanuit de bomenrij rechts over het pad vliegen en boven het weiland aan de linkerkant wegzweven. Ineens zag er een fietser achter hem, die er niet door kon omdat hij op dat moment het midden van de weg aanhield. Eenmaal de fietser opgemerkt, deed hij snel een stap naar rechts zodat de man kon passeren. Daarbij voegde hij toe zich op de buizerd te hebben geconcentreerd en om die reden de fietser aanvankelijk niet opgemerkt te hebben. Na nog enkele zijstappen vanwege overvloedig water op het wegdek, was het tijd om linksaf te slaan richting de uitgang van het bos dicht bij de spoorbrug. Na een hoog, smal bruggetje genomen te hebben, realiseerde hij zich ineens dat de bocht aan het einde van dit stukje pad steevast onder water stond als er flink wat neerslag gevallen was. Aan de fietsster die uit die richting kwam, vroeg hij bij nadering of het aan het einde helemaal blank stond. Uit het antwoord dat hij kreeg maakte hij op dat er nog een begaanbare strook overgebleven moest zijn. Die kon hij echter ter plaatse niet ontdekken en hij hield halt. Met één voet probeerde hij of de grasrand aan de rechterzijde hoog-en-droog genoeg was om de waterpartij zonder kleerscheuren te passeren. Zijn voet zakte echter direct tot boven zoolniveau weg en het zwarte modderwater drong aan de bovenkant zijn schoen binnen, nog eer hij de voet weer terug kon trekken. Het enige dat hem vervolgens te doen stond, was omdraaien en aan het einde bij de t-splitsing linksaf te gaan voor een alternatieve route naar de kanaaldijk. Dit betekende wel dat hij een stukje moest omlopen.

Al snel kwam hem een renster tegemoet. Moest hij iets roepen over die padversperrende waterpartij waar hij net vandaan kwam? Hij wist niet eens of de renster dat pad zou nemen, dus hij hield het bij een opgestoken duim. Hij had erop gerekend verder over een droog pad de trap die de kanaaldijk op leidde, te kunnen bereiken. Maar dat viel hem behoorlijk tegen. Meerdere keren versperde fikse plassen zijn weg. De manier om daar netjes doorheen te komen was aan de rand van de plas halt te houden en er langzaam en voorzichtig doorheen te stappen. Die oefening moest hij tot drie of vier keer toe uitvoeren. Na een paar bochten kwam de trap omhoog eindelijk binnen zijn blikveld. Op de dijk zag hij een renner uit de richting van Driemond komen. Even leek het of deze man de trap zou afdalen, maar hij rende stoïcijns voor zich uitkijkend rechtdoor. Deze man kwam hij zeer geregeld verderop meer richting huis langs het water tegen. Hij probeerde de trap al rennend te beklimmen, maar dat lukte niet echt geweldig. Hij had ook al een dikke 9,5 km in de benen. Het was begonnen te spetteren, toen er een gemengd rennersduo hem tegemoet kwam. Waren dit de vrouw en de man die hij een tijdje terug op het pad tussen de weilanden richting de Gaaspermolen had zien rennen. Nee, dat leek hem, gezien de korte tijd die ertussen zat niet goed mogelijk. De kleine renner die hij even daarvoor van onderaf had gezien, verwijderde zich steeds verder van hem.

Vanwege de gedwongen omweg en de mededeling van zijn echtgenote over donkere regenwolken, had hij inmiddels al besloten om niet via de spoorbrug naar de andere kant van het kanaal te gaan. Iets dat wel zijn bedoeling was geweest. Aan de zijde van het water waar hij zich nu bevond, had hij veel meer beschutting tegen eventuele serieuze regenbuien dan aan de andere kant. Sterker nog, daar was het vrijwel volkomen open en zou de regen vrij spel hebben. En mocht hij aan de denkbeeldige eindstreep de geplande 16 km nog niet gehaald hebben, dan kon hij altijd nog even omkeren om de ontbrekende (kilo-)meters alsnog erbij te doen. Het rennen ging allengs minder soepel, ondanks de inspirerende klanken van onder anderen Emmylou Harris, Virgil Thomson en Mindy Smith. Hij was dan ook eigenlijk blij dat het gespetter overging in meer serieuze neerslag. In zijn beleving een goed genoeg excuus om onder de eerst aankomende snelwegbrug even te schuilen en het drankniveau in die plakfles verder omlaag te brengen. 11 km had hij op dat moment al weggetikt, dus zijn lijf kon wel even een kleine rustpauze gebruiken. Tussen deze, nieuwe brug en de al lang in gebruik zijnde Muiderbrug, zag hij een opvallende, bijna witte buizerd zweven. Had hij die dag pech met zijn drinkfles en met een hoop waterplassen, met vogels had hij het zeker wel getroffen. En de koek wat nog lang niet op, wat die gevederde vrienden betreft. Nadat hij net onder de Uyllanderbrug was doorgegaan, kwam de Avalon Illumination voorbijvaren. De serie riviercruiseschepen die met de naam Avalon begint, is zo'n beetje het mooiste model boot dat hij tot nu toe is tegengekomen en heeft kunnen vastleggen op de gevoelige plaat. Dit notendopje had hij al in zijn verzameling en dus kon hij doorlopen. Hij besloot hierna linksaf de Diemerpolder in te duiken, teneinde wat, mogelijk noodzakelijke, extra meters te maken. Op het brede fietspad dat hij eerst een stukje volgde, zaten zowaar twee vlaamse gaaien. En toen hij net rechtsaf de Hooiweg (een sjieke naam voor een pad tussen twee weilanden door) was opgelopen, vloog er een mannetjesfazant van links naar rechts door zijn beeld.

Al die tijd torste hij dus die fles met plakkende sportdrank, afwisselend in de ene en dan weer in de andere hand, met zich mee. Om ervan te kunnen drinken, moest hij steeds stil gaan staan en de dop eraf draaien. Na ruim 13 km mocht hij dat nog een keer van zichzelf, want het lopen ging inmiddels behoorlijk moeizaam. Wel was hij aan het trainen om op korte termijn een halve marathon te kunnen volhouden. Maar je mag tijdens zo'n oefening ook wel een beetje plezier hebben in het ermee bezig zijn. Na een korte stop zijn de benen doorgaans weer wat 'op adem gekomen' en gaat het voortbewegen gewoonweg hernieuwd een stukje soepeler. Nu besloot hij de fles leeg te drinken en zich ervan te ontdoen, zoals eerder beschreven. De handen voelden nog steeds even plakkerig, maar hij kon ze eindelijk weer laten wapperen! De laatste 2,5 km liepen niet supersoepel, hij haalde zijn eindpunt toch nog vrij eenvoudig en hoefde maar enkele tientallen meters door te lopen om aan 16,1 km te geraken. Daarbij werd hij nog geholpen door een paar lekker snelle en strakke bluegrass-deuntjes in zijn oren. Die hielpen echt beter dan dat ene wat rustigere en langzame nummer dat net daarvoor had geklonken. Bij de gemeentegrens vond hij het ook echt welletjes voor die dag. En hij haastte zich zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde waterplas die hij kon vinden, om zijn handen van alle zoete plakkerigheid te ontdoen. Misschien niet heel fris, dat bodemvocht, maar eenmaal thuis zou hij zijn handen heel goed met zeep wassen. In ieder geval vond hij het heel prettig dat zijn kluivenduikers eindelijk niet meer plakten. Op zijn vaste uitlooproute dicht bij huis spotte hij een derde vlaamse gaai. Zijn vogelkijkdag kon echt niet meer stuk en zijn hoofdpijn was geheel verdwenen. En hij was tijdens de wandeling al aan het bedenken dat hij een extra vergrendeling op zijn flessendrager moest aanbrengen. Zodat de volgende bidon niet hetzelfde lot zou ondergaan als zijn onfortuinlijk geëindigde voorganger.

Comfortabel naar een All-time Low in Amsterdam (3 reacties)

Gepost door Peter de Haan op dinsdag 17 oktober 2017 01:00

Een weetje: de eerste marathon van Amsterdam werd op 5 augustus 1928 gelopen als onderdeel van de 9e Olympiade. Een memorabele dag: precies 34 jaar voordat mijn zus geboren werd. De race werd in 2:32.57 gewonnen door de voor Frankrijk uitkomende Algerijn Ahmed Boughéra El Ouafi. Driekwart van deze wedstrijd liep hij achter een aantal koplopers aan te harken, en in de laatste 5 kilometer ging hij ze voorbij. Hij werd niet meer ingehaald en finishte met 26 seconden voorsprong op nummer twee, Manuel Plaza uit Chili. Goed om te weten, goed voor het historisch besef.

En ik heb nog verder gesnuffeld in de geschiedenisboeken. De goede man was 28 jaar toen hij door de poort van het hoofdstedelijke Olympisch Stadion snelde, alwaar hij als een held werd begroet door het ongetwijfeld uitzinnige publiek. Hij zal zich vast en zeker de koning van de wereld hebben gevoeld na het volbrengen van deze monstertocht, sneller dan al zijn opponenten. Fijn dat hem dat ten deel is gevallen. El Ouafi’s latere leven zag er een stuk minder florissant uit, en hij kwam ook nog eens tragisch aan zijn einde door gewelddadig toedoen van het Algerijnse Bevrijdingsfront. Maar op die gedenkwaardige zomerdag in 1928 grifte hij wel zijn naam voorgoed in de Olympische Annalen.

Er verstreken 89 lange en veelbewogen jaren. Op 15 oktober 2017 zwalkte de 56-jarige voor Nederland uitkomende Nederlander Peter de Haan door diezelfde poort het stadion binnen. Volkomen anoniem in een immens loperspeloton. En weer was er die uitzinnige menigte op de tribunes, alhoewel hem het vermoeden bekroop dat al dat enthousiasme niet alleen voor hem was bestemd. De door De Haan gelopen afstand bedroeg slechts de helft van wat onze Frans/Algerijnse held in 1928 had weggedraafd. Maar wel deed hij er zowat even lang over. Met een laatste inspanning wierp hij zich in 2:11:45 over de finish, van binnen en buiten gaargekookt door de temperaturen op deze belachelijk warme dag midden in de herfst.

Omtrent de oorzaak van deze hitte was De Bilt al dagenlang duidelijk geweest. Deze subtropische verrassing (niet in melkchocolade) was een side-effect van orkaan Ophelia. Dit wat opgeklopte briesje had, alvorens haar pijlen op Ierland te richten, nog even wat snikhete lucht richting de Lage Landen gestuwd. Ziehier de omstandigheden waaronder het atletenvolk deze dag moest lijden.

Mijn voorbereiding voor deze halve marathon was weer eens heel gebrekkig geweest. Voor het eerst sinds Egmond (in januari) zou ik deze afstand gaan afleggen. In de trainingen was ik niet verder gekomen dan een schamele 14 kilometer. Belachelijk natuurlijk. De grootste afstand in de voorbereiding was de 16.1km Dam-tot-Damloop, waarover ik in mijn laatste blogje rapporteerde. Die met veel volksvermaak gelardeerde race had ik heel gelijkmatig en relaxed gelopen, dus dat gaf nog wel enig vertrouwen voor deze Hoofdstedelijke Beproeving.

Gezegend met dat vertrouwen verliet ik op deze Zomersche Zondagochtend om klokslag twee voor tien het Goudse Stulpje op weg naar het starttoneel bij het Olympisch Stadion. De halve marathon van Amsterdam is in deelnemersaantallen de grootste halve marathon van het land. En om eerlijk te zijn: dat merk je ook wel, to say the least. Het is een werkelijk knetterdrukke loop, en dat van begin tot eind. De startvakken zitten volgepropt, de loop zelf kenmerkt zich door weinig tot geen vrije ruimte, en ook na de finish valt je een enorm gedrang ten deel. Voor mensen met een masochistische inslag een loop om van te watertanden.

Ook is het aantal nationaliteiten ongekend hoog: vertegenwoordigers uit maar liefst 127 landen namen aan dit hardloopfestijn deel. Nederlands is bepaald niet de voertaal binnen het peloton – het is daarentegen een heerlijke smeltkroes van talen en culturen. Ahmed en Hala gebroederlijk/gezusterlijk naast Henk en Ingrid. Hardlopers zijn bijna allemaal tolerante en vooral accepterende mensen. Afkomst, cultuur: het doet er allemaal niet toe zodra je met z’n allen de schoentjes uit het vet haalt en onderbindt. Was het in de grote mensenmaatschappij maar ook zo.

Uiteraard verliep het heenreisje weer heel voorspoedig zodat ik na een mooie wandeling vanaf station Amsterdam Zuid bij het sportcomplex arriveerde waar ik mijn startnummer ging halen. Het wordt namelijk nog steeds niet opgestuurd, ondanks de vlammende aanklacht in mijn blog van vorig jaar. Het is wel een beetje een hardleerse bedoening daar, enfin koppigheid is ook een deugd zullen we maar zeggen.

Om de tijd te doden stond ik vervolgens wat te kwijlen bij de prachtige sportkledij in de Amsterdam Expo (kijken kijken niet kopen!). Daarna werd het tijd om het startnummer op mijn mouwloze shirtje te monteren en de dopinginname aan te vangen. Ik zocht een rustig hoekje op in het sportcomplex, want ik wil dit soort activiteiten altijd grondig en vooral ook onbespied doen.

Toen ik, gezeten op mijn knieën, even opkeek van mijn – eeuwige - gehannes met de speldjes en het startnummer zag ik tot mijn grote ontsteltenis (alhoewel…) opeens een woud van jonge vrouwenbenen om mij heen. Er was een groepje hardloopsters naast mij neergestreken in het tot dat moment rustige uithoekje en zij ontkleedden en kleedden zich daar ongegeneerd – terwijl er in het pand voor dat doeleinde ook vrouwenkleedkamers voorhanden zijn. Dit alles is slecht voor de concentratie kan ik U mededelen. Het startnummer werd eerst achterstevoren en vervolgens ondersteboven op mijn shirt bevestigd alvorens ik weer bij zinnen kwam en het karwei naar tevredenheid kon voltooien.

Met een lijf vol doping en testosteron verliet ik tenslotte de Sporthallen Zuid. Ik leverde mijn tas in bij de kledinginname en spoedde mij naar de startvakken op de Stadionweg. Mijn vak was ditmaal het Gele Vak, en voor ons zou om klokslag acht over half twee het startschot gelost worden. Het was inmiddels smerig warm geworden, geen pretje als je in de blakerende zon je lot moet afwachten.

Daags tevoren had ik mijzelf getrakteerd op een gloednieuw sporthorloge. Voor de liefhebbers: we hebben het hier over een Garmin Forerunner 35. Het oude exemplaar was aan het eind van zijn economische èn technische levensduur gekomen. De kuren van het kreng had ik al meermalen beschreven in voorafgaande blogposts, dus voor U als trouwe lezer zal deze aanschaf niet als een verrassing zijn gekomen.

De hele avond had ik mij door de instellingen heengeworsteld, en zelfs was ik erin geslaagd de optie af te zetten waarmee het horloge zijn eigenaar (en slachtoffer) maant om in beweging te komen na een vooraf in te stellen periode van lethargie. Als er iets is waar ik een hekel aan heb is het dat wel. Ik accepteer geen enkel gezag, en dus ook niet van zo’n vermaledijde Garmin.

We waren koud op weg in de Amsterdamse hitte toen er iets vreemds gebeurde. Naar mijn idee naderden wij het 1-kilometerpunt, terwijl de Gloednieuwe Garmin aangaf nog op 0.5 te zitten. En of het nou aan de testosteron, de doping of de warmte lag: ik begon zowaar een beetje boos te worden op het apparaat.

De schellen vielen pas van mijn ogen na ongeveer 1.609 kilometer. Het horloge stond nog ingesteld op mijlen in plaats van kilometers. Mijn woede zakte zienderogen en maakte plaats voor schaamte: ik besefte dat ik het zelf was geweest die dit euvel had kunnen voorkomen. Maar nu moest ik opeens wel in mijlen gaan denken. Snel rekende ik uit dat de halve marathon ietsje meer dan 13.111870727159 mijl bedroeg - en daarop moest ik mij dan maar in het verdere vervolg oriënteren.

Kilometers of mijlen: de snelheid was van begin af aan onder mijn menselijke maat, dat wist ik. Het was warm en benauwd, het was één groot hardlopend mierennest, de straten tot aan de Utrechtse Brug (na ongeveer 5 kilometer koers) bevatten heel veel vluchtheuvels en tramsporen. Bij de drankposten waren heel veel vrijwilligers die niet op de taak berekend waren om zo’n immense menigte tijdig van versnaperingen te voorzien. En last but not least was ik onvoldoende getraind en daardoor niet helemaal wedstrijdfit. Mijn ambities had ik al voor de wedstrijd laten varen: dit zou een survivaltocht worden die ik maar beter zo comfortabel en schadevrij mogelijk kon uitlopen.

Mijn strategie was simpel: zoveel mogelijk in het kielzog van anderen mijn kilometers maken. Dat is wel een zwaktebodje, ik weet het, maar er moet ter verdediging gezegd worden dat het effect daarvan niet zo groot is als bij bijvoorbeeld wielerwedstrijden. Daar kan je behaaglijk in de slipstream van anderen rijden, en bij hardlopen heb je van dat laatste een stuk minder profijt. Het gaat er bij onze sport meer om te focussen op de persoon voor je, je aandacht te richten op één specifiek ding: een tekst op een shirt, de flesjes op het gordeltje, de benen van de loper – of in mijn geval loopster. Want je hebt zo je voorkeuren.

Op de bagagedrager van menig dame ploegde ik mijzelf door het ellenlange stuk langs het industriegebied dat omklemd wordt door de Joan Muyskenweg en de Van der Madeweg, en vervolgens langs Duivendrecht en de Watergraafsmeer. De verversingen bij de drankposten werden elke keer grif aangepakt, waarbij het motto was: van alles twee. Net als bij Noach en de Ark. Ik moest blijven koelen en drinken anders was de motor geheid vastgelopen. Het tempo bleef onveranderd laag: ik liep redelijk comfortabel maar er (b)leek geen enkele versnelling mogelijk.

Na ruim 11 kilometer kwamen wij vlak in de buurt van de Jaap Eden IJsbaan. Die was nota bene geopend op deze nazomerdag, kunt U dat volgen? Een openluchtbaan! En er waren nog schaatsers op afgekomen ook. Die dapperen reden daar rond over een ijsbaan waar immens grote plassen water op stonden. Echt waar, ik zag het later op het journaal dus dan zal het wel kloppen. Mind you: het was 22-23 graden Celsius.

Op iets meer dan 12 kilometer, daar waar je de Watergraafsmeer verlaat en Amsterdam-Oost binnentreedt stond, geheel volgens afspraak en na minutieuze voorbereiding, loopvriend en meesterblogger Arranraja met het fototoestel in de aanslag. Hij was speciaal voor de gelegenheid naar de Molukkenstraat/hoek Carolina MacGillavrylaan getogen om daar zijn loopmakker te begroeten, aan te moedigen en te vereeuwigen. Driewerf hulde voor de moeite die hij zich getroost heeft, en op de aangehechte foto kunt U zelf zien hoe opgetogen ik was over zijn aanwezigheid.

Na dit vrolijk intermezzo was het nog een flink eind ploegen door de Molukkenstraat, die zoals bij elke editie behoorlijk is vernauwd en die buitengewoon veel gedrang oplevert. Aan het eind ervan komt dan eindelijk die langverwachte bocht naar links en betreedt het atletenvolk de Zeeburgerdijk.

Vanaf dat punt (na 13km) is het eigenlijk één lange weg richting het Vondelpark (na 17km). Maar Zeeburgerdijk gaat ondertussen wel over in Mauritskade en die weer in Stadhouderskade. Onderweg passeert de hardlooptoerist het Tropenmuseum, het Amstelhotel en het Rijksmuseum, om maar eens wat hoogtepuntjes te noemen.
Dieptepunt op dit stuk is het tunneltje onder het Rhijnspoorplein, onmiddellijk gevolgd door de klim in de felle zon naar de top van de Col du Torontobrug. Daar zit na 15 kilometer NIEMAND meer op te wachten.

Op (zoals gezegd) 17 kilometer loopt het peloton door de oostelijke ingangspoort het Vondelpark binnen. Gadegeslagen door de groene papegaaien die daar en masse rondvliegen spoedden wij ons richting westelijke ingangspoort over een afstand van 2 kilometer. Ik liep er in het kielzog van twee dames: eentje van onbekende herkomst en eentje die getuige de tekst op haar shirt uit het Engelse Shropshire afkomstig was. Zij waren, net zoals ikzelf, niet meer al te fris en fruitig, maar we onderhielden een redelijk tempo. Er waren veel supporters in het park: voor een groot deel studenten die het alcohol- en nicotinegehalte ver boven Nieuw Amsterdams Peil hadden gebracht.

Aan het eind van het Vondelpark kozen de twee dames voor een ruime bocht linksaf de Amstelveense Weg op. Ikzelf koos uit efficiency-overwegingen voor de korte bocht. Dit had ik niet moeten doen. De brandweer had daar een spuitgast geposteerd die een enorm krachtige straal water op de lopers afvuurde. Dat deed ie al een tijdje, zoals te zien was: de hele hoek stond helemaal blank, ca. 10cm water. In een klap waren mijn beide Sauconies tot over de rand gevuld met water. En nou had ik best wel behoefte aan water, maar niet daar. Toen ik van de schrik bekomen was waren beide dames reeds gevlogen en moest ik de laatste anderhalve kilometer op eigen kracht volbrengen.

Gelukkig stonden daar vlak na het waterballet twee Goudse Runners-krijgsmakkers geposteerd om mij door het laatste helse stuk te supporteren. Loopmaat Willem en trainer Ed schreeuwden zich de kelen schor, maar lesten dat even zo snel weer met de nodige hoeveelheden bier. Met een grote grijns besefte ik dat ik mijn eerste halve marathon sinds begin januari zonder al te veel ongemakken zou voltooien. Weliswaar in een buk-tijd, maar ja dat zat er ook wel in gezien de omstandigheden.

Een aantal andere taferelen op de Amstelveense Weg drukten lichtelijk op het gemoed. Op diverse plekken lagen uitgeputte en uitgedroogde lopers gewikkeld in goudkleurige folie en verzorgd door ijverige EHBO’ers. Ze hadden het er maar erg druk mee deze dag. En je kon erop wachten natuurlijk: veel lopers waren veel te warm gekleed, dronken te weinig, waren misschien ook niet goed getraind – en ja dan kan het soms teveel worden. Het Parool meldde vandaag dat er zo’n 50 mensen onwel waren geworden, er twee gereanimeerd moesten worden maar dat gelukkig het voor iedereen goed af was gelopen. Toch was het een beetje spooky allemaal: de ambulances reden af en aan, ook later bij het stadion.

Met een klein tevreden grimasje kwam ik, gelijk destijds Ahmed Boughéra El Ouafi, door de poort het stadion binnen en overschreed ik de finish in de al eerder gememoreerde 2:11:45. Een all-time low – niet eerder liep ik een halve marathon zo langzaam. Maar ik zie het toch als een goede prestatie: ik heb ‘m soepel en comfortabel uitgelopen en dat gevoel zal ik ook zeker vasthouden op weg naar betere hardlooptijden.

In de trein terug was het weer berengezellig met de Gebroeders Bever. Meestersupporters Ed en Willem hadden het hoogste woord, en ik was inmiddels zo ver hersteld dat ik mijn partijtje uit Vollen Borscht kon meeblazen. Een super afsluiting van een super hardloopdag. Met heel veel dank aan alle betrokkenen. Op naar volgende evenementen en kleurrijke belevenissen. En wat er ook gebeurt, hoe het ook loopt: er valt altijd wel een leuk, smeuïg en ellenlang verhaal van te maken!

Foto's bij deze blogpost

IMG_6710.JPG

Barefootstyle week 5

Gepost door Tante Jos op zondag 15 oktober 2017 09:44

Bezoek ook eens onze gezellige Looptijden Community groep op Facebook!
Een groep voor en door gebruikers van Looptijden.nl
https://www.facebook.com/groups/257126207961197/

Dag 1: https://connect.garmin.com/modern/activity/2079857096
Dag 2: https://connect.garmin.com/modern/activity/2093296799
Dag 3: https://connect.garmin.com/modern/activity/2111122146

Foto's bij deze blogpost

runn.jpg

gewoon lekker door

Gepost door Astrid op vrijdag 13 oktober 2017 18:55

Na de 5 km zit mijn bewijs van iets vol kunnen houwe er wel op
Maar ik ga gewoon lekker door puur omdat t lekker voelt dat half uurke training
alweer 2 x mijn rondje gelopen en blijft me verbazen dat wedstrijd element mijn snelheid onbewust toch heeft doen versnellen
Normaal loop ik tusen de 7 en 7en half km per uur maar toen liep ik er gewoon 8
Maar dat komt vanzelf wel erst de trainingen lekker volz ien te houwe

recept voor marathon i 3 uur 20 (of een ander PR)

Gepost door Runhedwigrun op donderdag 12 oktober 2017 17:07

Foto's bij deze blogpost

20171010_104408-01.jpeg

Bekijk alle blog posts

Looptijden.nl vandaag

Elke dag zijn er duizenden hardlopers op Looptijden.nl actief.

Bekijk activiteiten vandaag

Looptijden.nl komende week

Er worden elke week veel activiteiten en evenementen ingepland op Looptijden.nl.

Bekijk komende week

Loopgroepen

Er zijn honderden loopgroepen actief op Looptijden.nl.

Bekijk de groepen

Challenges

Doe mee met een challenge op Looptijden.nl en daag jezelf uit.

Bekijk de challenges

Zoek een hardloper

Op zoek naar iemand op Looptijden.nl?

Zoek een hardloper