Mijn Looptijden.nl-profiel: inloggen of gratis aanmelden

 
 

Column: Een baanbrekende 3.000 meter

Gepost door Looptijden.nl op zondag 03 april 2011 14:48

Ineenstorting. Bam. Daar lig ik. Net na de finishstreep val ik op het koude rode tartan. Een diep gehijg. Hoe lang ik lig? Een paar seconden misschien. Of anderhalve minuut. Geen idee, ik heb het nodig.

Enkele weken eerder besloot ik het te doen: inschrijven voor een baanwedstrijd. Ergens kriebelde het al een tijdje. Toch altijd die twijfel. Mijn trainer gaf me het laatste zetje toen hij mij op de kortere snelheidsoefeningen met de besten mee zag gaan: “Michel, is dat baanwerk niet iets voor jou?”

Amersfoort ging het worden, mijn debuut. De lokale atletiekvereniging organiseerde een serie van vijf wedstrijden. Afstanden variërend van 800 tot 5.000 meter. Voor mij begon het met een 3.000. Kortom: zeven en een halve ronde van 400 meter. Bij het inschrijven diende ik een eindtijd in te vullen. Mijn inschatting: niet te snel, maar vooral niet te langzaam. Op basis van mijn trainingen vulde ik 10:30 in. Realistisch en bescheiden. Dacht ik.

Knal
Dan is het zover. Mijn serie staat op het punt van beginnen. De speaker lepelt alle namen voor het publiek op: “met nummer 117 is Michel van Kats”. Ik voel de spanning in de beentjes, huppel wat op en neer en bekijk mijn concurrentie. Dit zijn snelle mannen, dat zie ik direct. Is het niet aan hun korte broekjes, dan wel aan de strakke gezichten. De starter zegt dat we naar onze plaats mogen. Iedereen staat klaar zoals tv-atleten dat doen; licht voorover gebogen en hand aan het horloge. Ik doe braaf mee. Dan opeens klinkt een knal. We zijn weg.

We duiken direct een bocht in. Geduw en getrek in de eerste vijftig meter, help. Ik besluit lekker achter in de grote groep te gaan lopen. Om te kijken wat voor tempo dit is. De eerste volle ronde gaat in 1:20. Prima, precies zoals ik wilde. Mijn trainer staat langs de kant en schreeuwt wat naar me. Ik versta hem nauwelijks, vang alleen op dat hij mijn naam verkeerd uitspreekt. Zo lastig is hij toch niet?

Stuiteren
Er zit een soepele tred in. De benen voelen goed en ik kan zelfs iets opschuiven in de groep.
Elke ronde vang ik krachttermen van de trainer op. Nu hoor ik het wel: ik mag de groep niet laten gaan. Aansluiten. Moet geconcentreerd blijven. Doorzetten. En blijven stuiteren. Wat dat ook betekent.

De eerste kilometer gaat in 3:21. Rekenen kan ik niet. Laat staan tijdens een wedstrijd. Mijn gevoel zegt me dat ik snel ben De koploper heb ik nog steeds in zicht, inhalen doe ik hem echter niet. Het maakt me niet uit. Ik loop stug door. Bij start/finish staat veel publiek. Ze joelen en moedigen zo hard aan dat mijn oren piepen. Ik vang namen op: Juri, Peter, Henk. Mijn naam hoor ik niet.

Finish
Dan breken de laatste twee ronden aan, althans dat vermoed ik. De klap komt ineens hard.
Mijn hersenactiviteit reduceert zich tot vrijwel nul. Mijn bovenbenen voelen als lood, de longen op ontploffen. Er staat een man met een bel te rinkelen bij de finish. Even denk ik dat hij een rondje voor de hele zaak gaat geven. Dan besef ik me dat het de laatste ronde is. Au.

Mijn trainer staat in de laatste 200 meter: ‘En nu sprinten!’ Ik verklaar hem voor gek.

Sprinten? Weet je wel hoe ik me voel? De laatste bocht lijkt het alsof twintig dwergen aan mijn been staan te trekken. Toch haal ik nog iemand in. Een uiterste krachtinspanning, een gil en een schuddend bovenlichaam komen op de streep af. Finish. Nog net voordat ik op de grond val, kijk ik op mijn horloge: 10:11. Ik heb het gered. Baanbrekend.

--

Deze column is geschreven door Michel van Kats (http://www.michelvankats.nl)


Looptijden.nl op Facebook